CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Rapportage IHP Sport Lelystad

Raadsvergadering 16 juli 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.228 Integraal Huisvestings Plan (IHP) Sport41.830 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Daarom kan bij de normering het beste uitgegaan worden van een bandbreedte: de verwachte ruimtebehoefte de komende jaren en de norm uit de Sport- en Beweegvisie.

65

Norm: Richtlijn van 7 m² sportvelden per woning handhaven. Uitbreiding en afstoting van velden gebeurt op basis van de afwegingskaders in paragraaf 8.3. Sport en bewegen in de openbare ruimte In de Sport- en Beweegvisie 2023 - 2030 is een norm van 1 m² per inwoner vastgelegd voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. Dit is ruimer dan het huidige aantal m² aan sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. In hoofdstuk 7 is berekend dat dit momenteel 0,66 m² per inwoner bedraagt. De trimbaan (moeilijk te kwantificeren) is hierbij niet meegerekend. Daarnaast biedt de gehele openbare ruimte mogelijkheden om te wandelen en fietsen, veel beoefende vormen van beweging. Lelystad heeft een goede fietsinfrastructuur en er zijn mogelijkheden voor wandelen en fietsen buiten het stedelijke gebied van de gemeente. Ook dit is niet meegerekend. Voorgesteld wordt de norm van 1 m² per inwoner bij gebiedsontwikkelingen te handhaven. Concreet betekent dit dat bij gebiedsontwikkelingen ruimte gereserveerd moet worden voor sport en bewegen in de openbare ruimte. Bij een groei van de gemeente met ongeveer 36.000 inwoners gaat het in totaal om 36.000 m².

De invulling daarvan is bij voorkeur divers, in de vorm van sport- en beweegvoorzieningen die vergelijkbaar zijn met het huidige aanbod, maar ook via wandel- en fietsroutes en een combinatie van voorzieningen op bijvoorbeeld sportparken en schoolpleinen. Aandacht voor locaties zonder gebiedsontwikkeling: De normering beperkt zicht tot gebiedsontwikkelingen. Het is van belang ook te toetsen of er sprake is van ervaren tekorten in bestaande wijken. Hiervoor is overleg met de wijkbewoners van belang. Bij tekorten kan worden beoordeeld of aanvulling mogelijk is en in welke vorm. Omdat Lelystad een beleid heeft van openstelling van speelplaatsen van scholen, kan met een sportieve inrichting van speelplaatsen een bijdrage worden geleverd aan het realiseren van extra m² sport in de openbare ruimte. Dit geldt ook voor de speel- en verblijfsplekken die in elke wijk aanwezig zijn. Deze kunnen mede een functie krijgen voor sportieve activiteiten. Belangrijkste factor is het daadwerkelijke gebruik van de voorzieningen. Een goede aansluiting tussen vraag en aanbod is hierbij van belang. Hoe schaarser de ruimte in een bepaalde wijk, des te belangrijker is dat de invulling van deze ruimte voldoet aan de behoeften van de inwoners. Norm: 1 m² per inwoner bij nieuwe gebiedsontwikkelingen.

Bij de inpassing worden ook combinaties gelegd met andere voorzieningen zoals sportparken en schoolpleinen (voor zover dit niet conflicteert met (duurzaamheids)beleid ten aanzien van het vergroenen van schoolpleinen). De m² sport en bewegen in de openbare ruimte zijn in dat geval aanvullend op de bestaande ruimte voor sportparken. Invulling van sport en bewegen in de openbare ruimte vindt plaats op basis van behoefte onder inwoners.

8.3

Afwegingskaders

In deze paragraaf zijn uitgangspunten en afwegingskaders opgenomen die kunnen worden betrokken bij de keuzes om de capaciteit aan sportvoorzieningen uit te breiden. Binnenzwembad De vereiste capaciteit voor het instructiezwemmen (leszwemmen) is leidend voor het bepalen van de noodzaak tot uitbreiding van het zwemwater. In de praktijk ontstaat er dan ook meer ruimte voor andere activiteiten. Sporthallen en sportzalen Bij de keuze voor de realisatie van sporthallen en sportzalen geldt als algemeen uitgangspunt dat er zoveel als mogelijk sprake is van een gecombineerd gebruik door scholen en sportverenigingen. Verder kunnen de volgende criteria worden gehanteerd bij de keuze om de capaciteit uit te breiden: Noodzaak extra sporthal voor verenigingen: De omvang van het gebruik (exclusief onderwijs) van de bestaande sporthallen is ongeveer 1.400 uur per jaar. De extra gebruiksbehoefte is niet inpasbaar in bestaande sportzalen. 66

De extra gebruiksbehoefte is niet inpasbaar in een nieuwe sportzaal. De extra gebruiksbehoefte is naar verwachting structureel van aard. Noodzaak extra sportzaal voor verenigingen: De omvang van het gebruik (exclusief onderwijs) van de bestaande sportzalen is 1.200 uur per jaar. De extra gebruiksbehoefte is niet inpasbaar in bestaande sporthallen en/of in bestaande gymzalen. De extra gebruiksbehoefte is naar verwachting structureel van aard. Buitensportaccommodaties Basisvoorzieningen De gemeente is verantwoordelijk voor voorzieningen voor sporten die zonder ondersteuning van de gemeente niet breed maatschappelijk toegankelijk zouden zijn voor de inwoners van Lelystad. Dit zijn de basissporten. Momenteel betreft dit de voorzieningen voor de volgende takken van sport: Atletiekvoorziening Voetbalvelden Hockeyvelden Korfbalvelden Honk- en softbalvelden Voor deze takken van sport faciliteert de gemeente (maximaal) de volgende voorzieningen: Sportvelden Veldverlichting (conform normen van sportbonden) en beregeningsinstallaties Basisinrichting velden: doelen, vaste belijning, dugouts Kleedlokalen (losstaand van de clubaccommodatie), op basis van normering van de sportbonden.

Waar mogelijk multifunctioneel gebruik van kleedlokalen (bij multifunctionele sportparken) De verenigingen zijn verantwoordelijk voor de aanvullend gewenste voorzieningen, zoals: Clubaccommodatie Tribunes Capaciteit De benodigde capaciteit aan velden wordt bepaald op basis van speeldagen, ledenaantal en teamsamenstelling. Voor voetbal geldt de aanpassing dat wedstrijden worden gepland tot 18.00 uur in plaats van 16.30 uur (planning tot 19.30 uur is toegestaan). Als de bestaande capaciteit conform de richtlijnen van de betreffende sportbond niet meer toereikend is en er elders bij soortgelijke verenigingen geen capaciteit meer voorhanden is, kan uitbreiding plaatsvinden. Beschikbaarheid van ruimte en financiële middelen bij de gemeente zijn altijd voorwaarden. Afstoten (en eventueel herbestemmen) van voorzieningen De gemeente kan besluiten voorzieningen af te stoten als het gebruik van de voorzieningen te laag wordt. Deze locaties kunnen worden gebruikt voor realisatie van voorzieningen voor takken van sport waar behoefte is aan extra capaciteit of nieuwe takken van sport. Toepassing van kunstgras: als het vereist is vanuit de bond. als dit nodig is om te voorzien in de benodigde wedstrijd- en trainingscapaciteit en er onvoldoende ruimte op het sportpark is om (extra) natuurgrasvelden aan te leggen.

Bij voetbalverenigingen wordt vanwege de kwaliteit en continuïteit uitgegaan van minimaal 2 kunstgrasvelden per vereniging.

67

Sportvelden voor andere takken van sport Als er ruimte wordt gevraagd door een vereniging voor een tak van sport die nog niet in Lelystad wordt beoefend, dan gelden de volgende uitgangspunten: Er wordt zo mogelijk medegebruik gemaakt van bestaande velden / accommodaties. Dit geldt ook voor nevenvoorzieningen als kleedlokalen en clubgebouwen. Bij groei en vraag – aanbod vergelijking (op basis van normeringen sportbond) worden een eigen veld + bijbehorende voorzieningen gerealiseerd. Beschikbaarheid van ruimte en financiële middelen bij de gemeente zijn altijd voorwaarden. Overige nieuwe sportvoorzieningen Bij verzoeken aan de gemeente voor medewerking aan de realisatie van andere nieuwe sportvoorzieningen kan het volgende schema worden gehanteerd voor een beslissing over het al dan niet ondersteunen en de vorm van ondersteuning:

1 2 3

4 5

6

Vraag Ja Draagt de voorziening bij aan de realisatie van ge- Naar 2 meentelijke beleidsdoelen?

Nee Geen gemeentelijke verantwoordelijkheid

Is er aantoonbaar behoefte aan de voorziening bij de Naar 3 inwoners van Lelystad? Is het een maatschappelijke voorziening die niet Naar 4 commercieel wordt benut / waarbij de markt geen rol heeft? Kan de initiatiefnemer de investerings- en exploita- Ruimtelijk faciliteren op tiekosten zelf dekken? maatschappelijke basis Heeft de gemeente op grond van vastgesteld beleid Ruimtelijk faciliteren op middelen om bij te dragen in de kosten? maatschappelijke basis en financieel ondersteunen op basis van de vastgestelde beleidskaders Is de gemeenteraad bereid om middelen beschikRuimtelijk faciliteren op baar te stellen voor de financiële ondersteuning? maatschappelijke basis en financieel ondersteunen op basis van de vastgestelde beleidskaders

Geen gemeentelijke verantwoordelijkheid Ruimtelijk faciliteren op markconforme basis Naar 5 Naar 6

Initiatief niet haalbaar

Voorwaarde voor het ruimtelijk faciliteren is dat er beschikbare ruimte is of dat vergunningverlening mogelijk is op de locatie die de initiatiefnemer wil gebruiken. Daarnaast kan de gemeente, in voorkomende gevallen en/of indien nodig, (financiële) achtergrondinformatie opvragen bij initiatiefnemers.

68

69

Capaciteit sportvoorzieningen 2025 – 2040

9.

In dit hoofdstuk wordt de benodigde capaciteit aan sportvoorzieningen voor de periode 2025 – 2040 uitgewerkt. Op basis van de analyses in de hoofdstukken 4 tot en met 7 wordt in beeld gebracht welke extra sportvoorzieningen nodig zijn (opgaven). Bij de uitwerking wordt ingegaan op de spreiding over de stad en de ontwikkeling van nieuwe locaties. We hanteren daarbij de volgende uitgangspunten en randvoorwaarden: De ambities vanuit het sportbeleid (faciliteren van vitaliteit, gezondheid, meer bewegen) Spreiding van voorzieningen over de gehele gemeente: Behoud van wijkgerichte accommodaties Handhaven van (laagdrempelig) aanbod van sport in de openbare ruimte in alle delen van de stad Clustering van sportvoorzieningen waar mogelijk (multifunctionele sportparken) Beperken van (ervaren) overlast op sportparken De uitwerking van de ontwikkelopgaven is gebaseerd op de lange termijn. Waar mogelijk moeten oplossingen voor de korte termijn meegenomen worden, zonder dat sprake is van kapitaalvernietiging. De planning en de investeringsramingen zijn opgenomen in hoofdstuk 10.

9.1

Zwembaden / zwemwater

9.1.1

Conclusies analyse hoofdstuk 4

De capaciteit van zwembad De Koploper is voor de meeste activiteiten toereikend om een groei van de stad naar 120.000 inwoners op te vangen. Er is een ruim aantal m² zwembadwater en de huidige bezetting per activiteit biedt nog ruimte voor groei. Voor het instructiezwemmen (leszwemmen voor kinderen) en voor gebruik door verenigingen en overige vaste huurders is de capaciteit tot 2040 waarschijnlijk niet toereikend. Instructiezwemmen De maximale capaciteit van De Koploper voor instructiezwemmen is 84.000 lesuren per jaar. Dit komt overeen met de benodigde capaciteit als er sprake is van een groei van de vraag met 40%, wat op grond van de bevolkingsontwikkeling een reële omvang van de groei is. Voorwaarde voor realisatie van 84.000 lesuren per jaar, is dat er op elk lesuur een extra lesgroep kan worden geprogrammeerd in zowel het instructiebad als in het wedstrijdbad. Het is niet zeker of dit in de praktijk haalbaar is. Verder is de omvang van de groei van de vraag ook afhankelijk van de mate van zwemvaardigheid die wordt nagestreefd. Landelijk stromen op dit moment 60% van de kinderen door naar het B-diploma en 35% naar het C-diploma. In Lelystad ligt deze doorstroom lager op respectievelijk 51% en 27%. Er is de laatste jaren wel sprake van een stijgende trend door interventies van Sportbedrijf Lelystad.

Als deze stijging doorzet, zal de vraag naar lesuren verder stijgen en is de capaciteit van De Koploper niet meer toereikend. Zwemverenigingen Bij de zwemverenigingen en overige vaste huurders zal bij een groei van de vraag met 40% het aantal bezoekers toenemen van 24.000 naar 34.000. Een groei tot maximaal 30.000 bezoekers kan naar verwachting worden opgevangen binnen de capaciteit van De Koploper, door meer bezetting per gebruiksuur te verhogen. Op basis van de programmering is verdere groei niet mogelijk en is extra zwemwater nodig. De Koploper is gerealiseerd in 2000 en uitgebreid in 2008. Op grond van de gemeentelijke afschrijvingssystematiek is een levensduur van 60 jaar voorzien. Om te kunnen voldoen aan de wetgeving op het gebied van duurzaamheid zal er geïnvesteerd moeten worden. De kosten hiervan worden geraamd op € 8,3 miljoen inclusief BTW. Dit zijn de kosten voor het gehele complex, dus inclusief de sporthal, de fitnessruimte, de dojo en kantoorruimtes. We adviseren de investeringen in de periode 2025 – 2032 uit te voeren, mede in relatie tot vervangingsinvesteringen (bijvoorbeeld aan het dak) in die periode. Met het oog op een instandhouding tot minimaal 2060 (in relatie tot de gemeentelijke afschrijvingstermijn van 60 jaar) zal deze investering grotendeels renderen en kan daarmee worden gezorgd voor een duurzaam complex voor een lange tijd.

70

9.1.2

Opgaven

Realisatie van een tweede zwembad Als de capaciteit van De Koploper voor instructiezwemmen en het gebruik door verenigingen door de verwachte groei van de vraag niet meer toereikend is, wordt voorgesteld om een tweede zwembad te realiseren in Lelystad. We gaan daarbij dan uit van een functioneel zwembad, primair voor zweminstructie en aanvullend voor gebruik door verenigingen en eventueel doelgroepen. Het moment waarop het nieuwe zwembad gerealiseerd moet worden, is afhankelijk van de ontwikkeling van de behoefte aan zweminstructie (leszwemmen). De ontwikkeling van het aantal leskinderen per jaar en de ontwikkeling van de stad (instroom van 4- en 5-jarigen) zijn daarbij bepalend, samen met de doorstroom van het aantal kinderen dat na het A-diploma instroomt voor B en C. Omdat de groei van de gemeente Lelystad vooral vanaf 2035 wordt voorzien, verwachten we niet dat voor die tijd al veel druk op het zwemwater zal ontstaan. We adviseren daarom de ontwikkelingen te monitoren en op basis daarvan een besluit te nemen over het moment van de realisatie van het 2e zwembad. Hierbij dient rekening te worden gehouden met een realisatietermijn van 4 jaar. We gaan uit van een zwembad van 25 x 10 meter (vierbaans) met beweegbare bodem en aanvullende functionaliteiten (kleedruimten, eenvoudige horecavoorziening en beheerdersruimten).

Daarmee kan invulling gegeven worden aan de benodigde watercapaciteit voor instructiezwemmen en kunnen verenigingen gefaciliteerd worden. Omdat er weinig ruimte is bij De Koploper voor een verdere uitbreiding en om zwemvoorzieningen te spreiden over de gemeente, adviseren we dit bad op een ander locatie in de stad te realiseren. Op basis van spreiding van het zwemwater over de gemeente is de te ontwikkelen wijk ZuiderC de meest voor de hand liggende locatie. Binnen de ontwikkeling van ZuiderC zal hier ruimtelijk rekening mee gehouden moeten worden. Optie: zwembad 25 x 15 meter Optioneel kan gekozen worden voor een zwembad van 25 x 15 meter (zesbaans). Een dergelijke voorziening biedt meer gebruiksmogelijkheden voor zwemverenigingen, banenzwemmen en doelgroepzwemmen. In het investeringsoverzicht in hoofdstuk nemen we de kosten van deze maatvoering op.

9.2

Binnensportaccommodaties

9.2.1

Conclusies analyse hoofdstuk 5

De binnensportverenigingen ervaren al langere tijd krapte in het gebruik van de sporthallen en sportzalen. Dit beperkt de mogelijkheid voor de instroom van nieuwe leden. De huidige behoefte is 4 sporthallen (3,2) en 3 sportzalen (2,4). Dit is één sporthal meer dan momenteel aanwezig. De voorziene uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden biedt deze extra capaciteit, maar is naar verwachting pas in 2028 gereed. Op grond van de prognose voor de ontwikkeling van de gebruiksvraag is er in 2040 behoefte aan 5 sporthallen (4,5) en 4 sportzalen (3.4). In hoofdstuk 5 is inzichtelijk gemaakt wat het effect van een blaashal voor hockey is op de benodigde capaciteit aan sporthallen en -zalen. Het betekent dat de verdere uitbreiding met 1 sporthal en 1 sportzaal tussen 2030 en 2040 waarschijnlijk niet nodig is. Alleen bij een meer dan trendmatige groei van binnensportverenigingen, ontstaat in de periode 2035 – 2040 mogelijk alsnog behoefte aan een extra (vijfde) sporthal. Voor de huisvesting van het bewegingsonderwijs wordt rekening gehouden met uitbreiding van het aantal gymzalen in de periode 2025 – 2030 in relatie tot de groei van de stad. Deze accommodaties bieden over het algemeen weinig meerwaarde voor zaalportverenigingen.

De toenemende capaciteit is meer dan toereikend om de gebruiksbehoefte van verenigingen (onder meer judo en gymnastiek) en andere sportorganisaties in te passen. De uitbreiding van de gymzalen biedt met name kansen om knelpunten die sportverenigingen en andere sportorganisaties ervaren bij het gebruik van de gymzalen op te lossen. Uitgezonderd de huidige turnzaal zijn er voor de overige binnensportaccommodaties geen knelpunten met betrekking tot de groei van de vraag tot 2040. Er is ook geen noodzaak tot vervanging voor 2040. Aandachtspunt daarbij is de (monofunctionele) tafeltennisaccommodatie: deze was oorspronkelijk eigendom van de vereniging, maar is op enig moment overgedragen aan 71

Sportbedrijf Lelystad. In gemeenten die een rol nemen in de huisvesting van tafeltennis zien we veelal een inpassing van tafeltennis in een gym- of een sportzaal. De turnaccommodatie voldoet niet aan de wensen van de vereniging. Knelpunten zijn zowel de capaciteit als de functionaliteit. De huidige hal is te klein om alle onderdelen die in het wedstrijd turnen worden beoefend in te passen. Alle onderdelen vergen een grotere maatvoering. Bij een grotere maatvoering kunnen ook meer turners gelijktijdig gebruik maken van de accommodatie. Door groei van het aantal inwoners neemt het aantal (potentiële) leden van de gymnastiekvereniging toe.

9.2.2

Opgaven

Uitbreiding complex De Rietlanden De voorziene uitbreiding van binnensportcomplex De Rietlanden is in april 2024 gepresenteerd aan de gemeenteraad. Deze uitbreiding bestaat uit 1 sporthal, 2 sportzalen en 1 gymzaal. Aan de realisatie is sluiting van 2 verouderde bestaande sportzalen gekoppeld (de huidige losse sportzaal bij De Rietlanden en sportzaal ’t Kofschip). Ook kunnen dan de 3 gymzalen van het voormalige Arcus College vervallen (nu alleen nog in gebruik voor Porteum). De verwachte ingebruikname is 2028. In april 2024 is voor de stichtingskosten een raming gepresenteerd van € 22.204.899 inclusief BTW (prijspeil november 2023). De raming is exclusief de kosten voor inrichting van de sporthal, de terreininrichting (los van de sportfunctionaliteit in de buitenruimte) en projectmanagement. Voor de legeskosten is een apart bedrag van € 505.000,- opgenomen. Daarnaast is bij de raming nog geen rekening gehouden met kostenstijgingen en een post onvoorzien. In het kader van het IHP Sport is de raming door Synarchis geactualiseerd naar het huidige prijspeil en aangevuld met de ontbrekende posten. Hierdoor ontstaat een betere aansluiting tussen de raming en de uiteindelijke investeringskosten. De geactualiseerde en aangevulde raming is opgenomen en toegelicht in hoofdstuk 10. Voor het bestaande complex De Rietlanden is een energiescan uitgevoerd.

Daarmee is een investering van € 930.000 gemoeid. Gezien de voorziene uitbreiding van De Rietlanden adviseren we de duurzaamheidsmaatregelen gedurende de bouw van de uitbreiding te realiseren (periode 2025 – 2028). Geen tijdelijke sporthal in ZuiderC Voorgesteld wordt om af te zien van de realisatie van een tijdelijke sporthal in ZuiderC. Zowel het onderwijs (Porteum) als de sportverenigingen beschikken na de uitbreiding van complex De Rietlanden over voldoende capaciteit. Ter overbrugging naar 2028 kan Porteum gebruik blijven maken van de 3 gymzalen van het voormalige Arcus College, zoals ook nu gebeurt. Dit is toereikend voor de invulling van de normatieve uren regulier bewegingsonderwijs. De voorziene gebiedsontwikkeling rond het Arcus College leidt nog niet tot sloop van deze zalen voor 2028. Voor de sportverenigingen kan extra capaciteit worden gerealiseerd door de aanschaf van een blaashal voor hockey (zie volgende aandachtspunt), waardoor ruimte in de huidige sporthallen ontstaat. Er is op dit moment onvoldoende zicht op de noodzaak voor het inzetten van de tijdelijke hal voor bewegingsonderwijs vanuit andere scholen: In de periode tot 2035 wordt via het IHP Onderwijs extra capaciteit aan gymzalen voor het basisonderwijs voorzien. Er is nog geen zicht op eventuele noodzaak van tijdelijke huisvesting op grond van vernieuwing van bestaande gymzalen.

In ZuiderC is rekening gehouden met een ruimtelijke inpassing van een extra locatie voor voortgezet onderwijs. Hiervoor zijn nog geen concrete plannen. De vraag is of er in 2028 al een schoolvoorziening is gerealiseerd in dit gebied waarbij de leerlingen gebruik gaan maken van de tijdelijke sporthal. Uiteindelijk zal er ook in permanente huisvesting moeten worden voorzien. Blaashal voor hockey Geadviseerd wordt het zaalhockey in te passen in een blaashal. Een blaashal kan jaarlijks worden geplaatst op één van de hockeyvelden. Voor horeca en omkleden kunnen de bestaande voorzieningen van de hockeyvereniging worden ingezet. Door de aanschaf van een blaashal kan het capaciteitstekort voor de zaalsportverenigingen in de sporthallen en sportzalen op korte termijn worden opgelost. De aanschaftermijn van een blaashal voor hockey bedraagt enkele maanden. De hal kan in het 72

sportseizoen 2025 – 2026 al in gebruik worden genomen. Hiermee kan het tekort aan capaciteit voor de andere sportverenigingen in het seizoen 2025 – 2026 al opgelost worden. In 2028 komt er door de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden een extra sporthal beschikbaar. Dit biedt de zaalsportverenigingen na 2028 voor een langere termijn ruimte om te groeien. Ook ontstaat capaciteit om groepen die nu noodgedwongen gebruik maken van de gymzalen (onder meer een aantal zaalvoetbalgroepen) te plaatsen in de sporthallen en sportzalen. Het gebruik van de blaashal leidt er toe dat er in de periode 2030 – 2040 geen noodzaak is voor de realisatie van een vijfde sporthal. Alleen als binnensportverenigingen de komende jaren meer dan trendmatig groeien, kan tussen 2035 en 2040 sprake zijn van extra gebruik en daarmee mogelijk een vijfde sporthal. De kosten van een blaashal voor hockey (zie hoofdstuk 10) zijn beduidend lager dan de kosten van een tijdelijke en uiteindelijk permanente vijfde sporthal. Behoud derde sportzaal Op basis van de totale huidige en geprognosticeerde behoefte geldt tot 2040 een benodigde capaciteit van 3 sportzalen. De uitbreiding van complex De Rietlanden voorziet in het vervangen van 2 verouderde sportzalen. Aanvullend blijft sportzaal Horst als derde sportzaal beschikbaar. Sportzaal Horst dateert uit 1981 en valt qua instandhouding binnen het IHP Onderwijs.

Er is vanuit het IHP Onderwijs nog geen zicht op het toekomstperspectief voor deze zaal. Als de zaal verdwijnt, dan is het voor sportverenigingen van belang dat er elders in Lelystad een sportzaal terugkomt (met name voor trainingen). Koppeling met het IHP Onderwijs (multifunctioneel gebruik van accommodaties door scholen en sportverenigingen) heeft daarbij de voorkeur. Als sportzaal Horst vervangen wordt, kan bezien worden of twee nieuwe gymzalen op korte afstand van elkaar gerealiseerd worden. Samenvoeging van twee gymzalen in een sportzaal heeft daarbij vanuit het perspectief van sportgebruik de voorkeur. Dit kan leiden tot meerkosten ten opzichte van de realisatie van twee aparte gymzalen, mede afhankelijk van de uitgangspunten voor de realisatie van de gymzalen (zie hoofdstuk 10). De eventuele meerkosten moeten dan worden gedekt vanuit het IHP Sport. Daarbij is waarschijnlijk vooral sprake van het creëren van extra hoogte; een gymzaal heeft een vrije hoogte van 5,5 meter, een sportzaal van 7 meter. Verbeteren functionaliteit gymzalen voor sportverenigingen en andere sportorganisaties Bij gebruik van de gymzalen ervaart een aantal sportverenigingen en overige sportorganisaties knelpunten of is er sprake van specifieke wensen die de functionaliteit van de accommodatie voor deze gebruikersgroep verbeteren.

Een veel voorkomend knelpunt is (onvoldoende) bergruimte voor materialen. Dit speelt bijvoorbeeld bij de gymnastiekvereniging. Voorgesteld wordt bij de realisatie van nieuwe gymzalen (in het kader van het IHP Onderwijs) te beoordelen of extra faciliteiten toegevoegd kunnen worden om specifieke wensen van verenigingen in te passen. Voorwaarde daarbij is dat dit niet mag leiden tot een verminderde functionaliteit voor het bewegingsonderwijs. De meerkosten van extra voorzieningen bij gymzalen (ten opzichte van de investering vanuit het IHP Onderwijs) komen ten laste van het IHP Sport. We stellen voor in het kader van het IHP Sport te reserveren om extra faciliteiten bij vier gymzalen te kunnen realiseren. Vanuit het uitgangspunt van zoveel mogelijk multifunctioneel (efficiënt) ruimtegebruik adviseren we om de tafeltennisvereniging in te passen in één van de nieuw te bouwen gymzalen. Voorwaarde is dat er, qua locatie, ruimte is voor de aanbouw van een kleine clubvoorziening en een (extra) bergruimte voor de tafeltennistafels en dat dit niet mag leiden tot een verminderde functionaliteit voor het bewegingsonderwijs. We gaan hierbij uit van een totale ruimtebehoefte van ongeveer 100 m² voor de tafeltennisvereniging (50 m² voor de bergruimte en 50 m² voor de clubruimte).

Door het leggen van een combinatie met één van de nieuw te realiseren gymzalen, is duurzame huisvesting van de vereniging voor de lange termijn geborgd. In de huidige monofunctionele accommodatie (327 m²), die in eigendom is van Sportbedrijf Lelystad, hoeft dan niet meer te worden geïnvesteerd in onderhoud en op termijn verduurzaming / vervanging van het gebouw. De tafeltennisvereniging gebruikt de huidige accommodatie 16,5 uur per week (ma t/m vr) voor trainingen en wedstrijden. In combinatie met bewegingsonderwijs is dit in te passen. We stellen voor om extra middelen te reserveren voor bergruimte en clubhuisruimte voor de tafeltennisvereniging, zodat deze ingepast kan worden in een nieuw te realiseren gymzaal. Turnhal Turnen en gymnastiek vindt van oudsher plaats in gymzalen. De laatste jaren is er landelijk meer aandacht gekomen voor de beperkingen die dit geeft in relatie tot de trainingsmogelijkheden. Meer gemeenten kiezen ervoor om voor deze tak van sport een specifieke voorziening aan te bieden. 73

In april 2024 heeft de gemeenteraad een motie aangenomen waarin wordt gevraagd om een uitbreiding/vervanging van de huidige turnzaal te onderzoeken in relatie tot / als onderdeel van de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden. Uitgangspunt van dit onderzoek is realisatie van een turnaccommodatie met minimaal een vaste plek voor alle toestellen voor zowel het dames als het heren turnen, inclusief de vrije vloer, voldoende aanloop voor het onderdeel sprong en één of meerdere valkuilen. Faciliteiten voor trampolinespringen zijn als optionele aanvulling benoemd. In het kader van het IHP Sport wordt inzicht gegeven in de investeringskosten van een turnvoorziening die aansluit bij de motie. Voor het inpassen van het minimale programma dat is benoemd in de motie is een hal met een oppervlakte van tussen de 770 m² en 850 m² nodig, exclusief kleed- en bergruimte. In figuur 6 is een voorbeeld opgenomen van een voorziening die voldoet aan het minimale programma van de motie. De turnhal in dit voorbeeld heeft een afmeting van 814 m². Een uitbreiding van het programma met voorzieningen voor trampolinespringen vergt een extra oppervlakte van 100 – 150 m².

Figuur 6: voorbeeld turnvoorziening voor dames- en heren turnen Ter indicatie van de kosten is in hoofdstuk 10 een kostenraming opgenomen van een turnvoorziening met een afmeting van 814 m², twee kleedlokalen en een bergruimte. Hierbij is uitgegaan van realisatie als onderdeel van de nieuwbouw van sportcomplex De Rietlanden. De koppeling aan de uitbreiding van complex De Rietlanden biedt voordelen ten opzichte van een aparte ontwikkeling op een andere locatie, maar maakt het totale ruimtebeslag op deze locatie wel groter (onder meer in relatie tot de ruimte van de buitensportlocatie naast De Rietlanden). De ruimte van de huidige turnzaal kan daarentegen vrijvallen (circa 450 m²). Als de turnzaal geamoveerd wordt, hoeft ook niet geïnvesteerd te worden in verduurzaming daarvan. De kosten van verduurzaming van de huidige turnzaal bedragen € 323.000 inclusief BTW.

9.3

Buitensportaccommodaties

9.3.1

Conclusies analyse hoofdstuk 6

Voor de buitensportaccommodaties zijn er voor drie takken van sport op dit moment knelpunten in de capaciteit: voetbal, tennis (padel) en jeu de boules. Met de groei van de stad is er met name behoefte aan de uitbreiding van het aantal voetbalvelden. Voor de overige buitensporten is de huidige capaciteit aan velden / banen ook voor de langere termijn toereikend. Voetbal Bij voetbal zijn bij de verenigingen Batavia en Unicum knelpunten ontstaan op de huidige locaties door ledengroei. Zij wensen op korte termijn uitbreiding van de veldcapaciteit. Bij Unicum gaat het om de inpassing van een extra veld. Daarvoor zouden op één van de natuurgrasvelden en de omliggende vrije ruimte twee nieuwe velden moeten worden ingepast. De vereniging wil graag dat één van de twee velden een kunstgras veld wordt.

74

Bij Batavia gaat het om het omzetten van één van de velden van natuurgras naar kunstgras. Een uitbreiding van het aantal velden is op deze locatie niet mogelijk. Bij een beslissing over de gewenste uitbreidingen speelt ook de beschikbare parkeercapaciteit en overlast die wordt ervaren door omwonenden een rol. De parkeercapaciteit is door de groei van de verenigingen nu al niet meer toereikend (met name op de zaterdag) en omwonenden ervaren door het intensieve gebruik ook doordeweeks geluids-, licht- en verkeersoverlast. De knelpunten zijn het grootste bij de locatie Doggersbank. Beide verenigingen zien verhuizing naar het nieuw te realiseren sportpark in ZuiderC als een mogelijke oplossing. Tennis Tot enkele jaren geleden kampten tennisverenigingen (landelijk) met een daling van het aantal tennissers, wat bij veel verenigingen heeft geleid tot een overcapaciteit aan tennisbanen. Door het aanbieden van padel groeit het ledenaantal weer. Ook Covid-19 heeft ervoor gezorgd dat tennis populairder is geworden. In Lelystad heeft LTVL padelbanen aangelegd en is hierdoor sterk gegroeid. Deze groei gaat deels ten koste van de andere twee verenigingen in Lelystad, ITL en Poseidon.

Deze verenigingen willen graag net als LTVL hun aanbod verbreden met (in ieder geval) padel, maar dit is op de huidige locaties niet mogelijk: doordat de tennislocaties te dicht bij woningen liggen, ontstaat met padel te veel geluidshinder. De verenigingen willen derhalve samen verhuizen, bijvoorbeeld naar ZuiderC, en hier samen een nieuwe accommodatie racketsport (minimaal tennis en padel) realiseren. Jeu de boules De jeu de boules vereniging is de laatste jaren sterk gegroeid naar 140 leden en voorziet een doorgroeimogelijkheid naar 200 leden op korte termijn. Hiervoor is uitbreiding van het aantal banen nodig. De vereniging heeft nu alleen buitenbanen en wil naar een passende combinatie van overdekte en buitenbanen. Overige takken van sport Voor de andere takken van buitensport is geen sprake van een tekort aan capaciteit, ook niet in relatie tot de groei van de stad. Voor enkele takken van sport is de vraag of behoud van de monofunctionele accommodatie gewenst is. Dit geldt voor het honken softbal (sportpark Beginweg) en voor het handboogschieten. De locatie van de laatste vereniging is excentrisch. De vereniging is hierdoor niet aangesloten op nutsvoorzieningen, wat wel een nadrukkelijke wens is. De handboogsport is zowel een indoor als een outdoor sport.

9.3.2

Opgaven

De opgaven zijn gericht op de realisatie van een toekomstbestendig aanbod aan buitensportaccommodaties met logische clusteringen, behoud van spreiding en waar mogelijk het terugdringen van overlast van omwonenden. Bij de ontwikkeling van de scenario’s zijn zowel de bestaande knelpunten als de groeiopgave betrokken. Het nieuw te realiseren sportpark in ZuiderC en sportpark Langezand hebben bij de scenario-ontwikkeling een sleutelfunctie. In ZuiderC komt 12 hectare extra ruimte beschikbaar voor de realisatie van buitensportvoorzieningen. Sportpark Langezand beschikt in principe eveneens over veel ruimte. Het ontsluiten van die ruimte voor sportfaciliteiten vraagt wel om herstructurering en afwegingen over het ruimtebeslag van specifieke voorzieningen in relatie tot de mate van gebruik. Huidige voetbalaccommodaties behouden met gewijzigde capaciteit en nieuwe accommodatie op ZuiderC In hoofdstuk 6 is de behoefte aan voetbalvelden in 2030 en 2040 als volgt uitgewerkt: Vereniging

Capaciteit wedstrijdvelden

Capaciteit trainingsvelden

2024

2024

2030

2030

2040

2040

2024

2024

2030

2030

2040

2040

SVL

2,6

3

2,8

3

3,6

4

1,8

2

2,0

2

2,5

3

Unicum

4

4

5,3

6

6,8

7

3,1

3

3,4

4

4,3

5

Batavia

3,6

4

4,8

5

6,1

6

3,3

4

3,6

4

4,6

5

Totaal

11

14

17

9

10

13

Tabel 29: ontwikkeling benodigde capaciteit aan voetbalvelden

75

Er is sprake van een groei van het benodigde aantal wedstrijdvelden van 11 naar 17 en van het benodigde aantal trainingsvelden van 9 naar 13 in de periode 2025 – 2040. De totale behoefte is daarmee 30 voetbalvelden. Hierbij is uitgegaan van de huidige ledenverdeling over de drie verenigingen. In de praktijk kunnen mutaties ontstaan tussen verenigingen. Voor de totale behoefte aan velden heeft dit geen consequenties. Door toepassing van kunstgras is het absolute aantal benodigde velden lager. Bij de keuze voor het aantal kunstgrasvelden speelt in de eerste plaats de beschikbare ruimte een rol. Bij beperkte ruimte kan door toepassing van kunstgras de capaciteit worden vergroot (combinatie van wedstrijd- en trainingscapaciteit). Daarnaast biedt kunstgras meer garantie voor continue bespeling onder (vrijwel) alle weersomstandigheden. Ook neemt de veldkwaliteit gedurende het seizoen niet af en is een uitgebruikstelling voor herstel in de zomerperiode (10 tot 12 weken) niet nodig. Met name vanwege de continuïteit (geen afgelastingen, doortrainen) hebben de meeste verenigingen graag de beschikking over één of meerdere kunstgrasvelden. Bij het bepalen van de toekomstige capaciteit van de voetbalaccommodaties is ook spreiding een belangrijk aspect. De afstand tot sportvoorzieningen in Lelystad is groter dan gemiddeld in Nederland.

Bij takken van sport met veel beoefenaars en hierdoor meerdere verenigingen is spreiding van het aanbod mogelijk en ook gewenst. Bij keuze voor een vereniging spelen ook andere factoren dan afstand een rol. Hierdoor zien we soms fluctuaties in het aantal leden per locatie en hiermee fluctuaties in de gewenste capaciteit per locatie, wat leidt tot knelpunten. Met dit aspect kan maar in beperkte mate rekening worden gehouden. Voorstel Op basis van alle aspecten en de randvoorwaarden, wordt voor de toekomstige inpassing van de voetbalaccommodaties in Lelystad geadviseerd om op de drie huidige locaties een voetbalaccommodatie te behouden en een nieuwe accommodatie toe te voegen in ZuiderC. Hierbij wordt uitgegaan van de volgende capaciteit per locatie (aantal velden en type velden): huidige aantal velden

Sportpark

toekomstige aantal velden

kunstgras

natuurgras

totaal

kunstgras

natuurgras

totaal

Langezand

1

7

8

2

5

7

Schouw

2

2

4

3

2

5

Doggersbank

1

4

5

2

1

3

ZuiderC

0

0

0

3

5

8

4

13

17

10

13

23

Tabel 30: huidige en toekomstige aantal voetbalvelden per locatie

Deze invulling voorziet in een uitbreiding van de totale capaciteit van 17 naar 23 velden, waarbij het aantal kunstgrasvelden toeneemt van 4 naar 9 en het aantal natuurgrasvelden gelijk blijft. Er wordt een minimum van 2 kunstgrasvelden per locatie geadviseerd. Zo is er sprake van een gelijkwaardige basis (kwaliteit, borging bespeelbaarheid en gebruik gedurende het gehele jaar). Bij de locaties Schouw en ZuiderC is omwille van de benodigde trainings- en wedstrijdcapaciteit inpassing van 3 kunstgrasvelden nodig. In tabel 31 is het absolute aantal velden per locatie vertaald in het functionele aantal velden per locatie. Het functionele aantal velden is hoger omdat kunstgrasvelden een dubbele functie hebben (wedstrijden en trainingen).

Sportpark

aantal velden

aantal velden functioneel

absoluut

wedstrijdvelden

trainingsvelden

Langezand

7

5

4

Schouw

5

5

3

Doggersbank

3

3

2

ZuiderC

8

6

5

23

19

14

Tabel 31: absolute aantal velden en functioneel aantal voetbalvelden per locatie

76

Het totale aantal van 23 velden leidt tot een functionele capaciteit van 19 wedstrijdvelden en 14 trainingsvelden. Dit is iets hoger dan de berekende totale behoefte van respectievelijk 17 en 13, maar dat is inherent aan spreiding over meerdere locaties. Bij de locaties Langezand en ZuiderC is de trainingscapaciteit relatief ruim in relatie tot de wedstrijdcapaciteit. Dit zijn echter ook de locaties met de meeste natuurgras trainingsvelden, die bij slechte weersomstandigheden beperkter kunnen worden gebruikt. De keuze voor deze invulling wordt als volgt onderbouwd: De uitbreiding van drie naar vier locaties en de verdeling van de veldcapaciteit over deze locaties leidt tot een goede spreiding van het voetbalaanbod over de (uitgebreide) stad: zeven velden in het noorden van de stad (Langezand), acht velden in het midden van de stad (vijf op Schouw en drie op Doggersbank) en acht velden in het zuiden van de stad (ZuiderC). Het aantal velden op Langezand daalt van acht naar zeven (de trainingshoek blijft in tact). De veldcapaciteit is toereikend voor een omvang van circa 1.000 leden. In combinatie met andere ontwikkelingen op Langezand biedt dit mogelijkheden voor verplaatsing en toevoeging van andere sportfuncties.

Hierdoor kunnen ook bestaande knelpunten in de infrastructuur op Langezand worden opgelost (zie voor een verdere toelichting ‘Sportpark Langezand’ verderop in deze paragraaf). Het aantal velden op Doggersbank daalt van vijf naar drie. Hiermee worden de knelpunten op deze locatie (te grote vereniging in relatie tot de ligging in de wijk) opgelost. De ligging in de wijk heeft wel het voordeel van een lage toegangsdrempel. De nieuwe capaciteit van drie velden, waarvan twee kunstgras biedt ruimte aan een vereniging van 600 – 700 leden. Het aantal velden op Schouw wordt uitgebreid van vier naar vijf. Dit traject is in 2022 reeds in gang gezet door het draaien van één van de kunstgrasvelden. Afronding van dit traject biedt een locatie met een capaciteit voor circa 1.000 leden. Uitvoering van het vijfde veld in kunstgras is nodig om een disbalans in het aantal wedstrijd- en trainingsvelden (te lage trainingscapaciteit) te voorkomen. Een vijfde veld vergt wel uitbreiding van de parkeercapaciteit. Dit kan worden gerealiseerd op de locatie van de huidige Jeu de Boules banen (zie voor toelichting ‘Jeu de Boules’). Sportpark ZuiderC wordt een ruime nieuwe locatie voor circa 1.200 leden.

Mocht de capaciteit op basis van bovenstaande invulling niet toereikend zijn, dan is een verruiming van de veldcapaciteit mogelijk op de locaties ZuiderC en Langezand door verhoging van het aantal kunstgrasvelden. Overleg met verenigingen: Bovenstaande invulling vergt uiteraard overleg met de verenigingen. Door de verkleining van de locatie Doggersbank is een verhuizing van Batavia naar ZuiderC de meest logische keuze. Behoud van de locatie Doggersbank biedt voor de huidige leden de keuze van meeverhuizen of blijven spelen op de vertrouwde locatie. Dit vergt de oprichting van een nieuwe vereniging. Het is voor de toekomst ook van belang dat elke vereniging bij de vorming van verenigingsbeleid de beschikbare veldcapaciteit op de eigen locatie als uitgangspunt neemt. Als er op een locatie meer vraag ontstaat dan de veldcapaciteit toestaat, betekent dit dat er ruimte is op één of meerdere andere locaties. Deze ruimte zal dan moeten worden benut. Goed overleg tussen verenigingen hierover is van belang. Het Sportbedrijf is hierbij een vaste gesprekspartner. Overgangsperiode tot aan realisatie ZuiderC: De realisatie van een nieuw sportpark in ZuiderC vergt nog enige tijd. Naar verwachting kan dit rond 2030 – 2031 worden ingevuld. De huidige knelpunten op de locaties Schouw en Doggerbank vragen om directe maatregelen.

Dit betreft dan zowel de knelpunten die de verenigingen ervaren als de knelpunten die de wijkbewoners ervaren. Daarom worden de volgende aanbevelingen gedaan: Schouw: omvorming van één natuurgrasveld met omliggende ruimte naar één natuurgrasveld en één kunstgrasveld. Hierdoor stijgt het aantal velden naar vijf en is er functionele capaciteit van vijf wedstrijdvelden en drie trainingsvelden. Hierbij kan de vereniging voor het huidige aantal leden/teams alle wedstrijden plannen tussen 9.00 en 16.30 uur en alle trainingen op de maandag tot en met donderdag tot 22.00 uur. Voorwaarde hiervoor is wel dat er extra parkeercapaciteit moet worden gerealiseerd voor de zaterdag. Door het verlengen van de planning van wedstrijden naar 18.00 uur kan Unicum nog iets groeien op deze locatie. Ook dan geldt dat de trainingen kunnen worden ingepast tot 22.00 uur. Dit is een stap die op basis van overleg met omwonenden mogelijk kan worden gezet. Bij een verdere groei zal moeten worden uitgeweken naar sportpark Langezand. Bij vijf wedstrijdvelden is uitbreiding van het aantal kleedlokalen van 8 naar 10 vereist. Op grond van de richtlijn van de KNVB wordt geadviseerd deze uit te voeren in een maat van 24 m² per kleedlokaal exclusief doucheruimte. Aanvullend zijn ook 20 teamlockers nodig (2 per kleedlokaal). De huidige kleedlokalen zijn eigendom van de vereniging.

In deze lijn is financiering hiervan door de vereniging zelf het meest logisch.

77

Doggersbank: gezien de ervaren overlast op deze locatie is het gewenst dat de vereniging de wedstrijden op zaterdag kan plannen tussen 9.00 en 16.30 uur en de trainingen van maandag t/m donderdag tot 22.00 uur. Om dit te realiseren zal een deel van de huidige activiteiten moeten worden verplaatst naar sportpark Langezand. De aanleg van een tweede kunstgrasveld op Doggersbank zorgt voor meer trainingscapaciteit, waardoor de vereniging wedstrijden en trainingen beter binnen gewenste tijdstippen kan plannen. Met deze oplossing wordt ingespeeld op de lange termijn (handhaven van drie velden resteren, waarvan twee kunstgras). Voor de lange termijn (nieuwe club met 3 velden) wordt wel uitgegaan van het spelen van wedstrijden tot 18.00 uur. In deze nieuwe situatie is er sprake van minder leden en hierdoor minder verkeer en parkeerdruk. Het aantal kleedlokalen is met acht toereikend (twee per wedstrijdveld), maar geadviseerd wordt aanvullend 16 teamlockers te plaatsen (2 per kleedlokaal). Verder verdient het aanbeveling om te bezien in hoeverre één van de kunstgrasvelden opengesteld kan worden voor gebruik door de wijk op vrijdagen, de zondagen en in de schoolvakanties (overdag), om het gebruik te optimaliseren. Langezand: op korte termijn één extra kunstgrasveld aanleggen dat ook geschikt is voor American Football (zie ook de toelichting bij ‘Sportpark Langezand’).

Uiteindelijk wordt voorzien dat er op Langezand zeven velden nodig zijn, waarvan twee kunstgras. Op de korte termijn is deze capaciteit nog niet nodig en is er ook voldoende ruimte voor Unicum en Batavia om gebruik te maken van sportpark Langezand voor trainingen en wedstrijden (als er onvoldoende capaciteit is op het eigen sportpark). SVL heeft op dit park momenteel de beschikking over een kleedgebouw met zestien kleedlokalen. Dit wordt gehuurd van het sportbedrijf. Deze capaciteit is voldoende voor een gedeeld gebruik door alle verenigingen. Voor gebruik van de clubaccommodatie zullen Unicum en Batavia afspraken moeten maken met SVL. Samenvoegen ITL en Poseidon in ZuiderC Een samenvoeging van Poseidon en ITL (conform de wens van deze verenigingen) kan leiden tot een goede balans in aanbod van tennis en padel op twee grotere locaties. De huidige locaties van beide verenigingen zijn niet ruim genoeg voor een dergelijke clustering en niet geschikt voor de inpassing van padelbanen. Een logische nieuwe locatie is het sportpark in ZuiderC. Op grond van de capaciteitsberekening in hoofdstuk 6 wordt uitgegaan van 10 tennisbanen. De ontwikkeling van de behoefte aan padel is op dit moment nog moeilijk in te schatten. Voorlopig wordt uitgegaan van 10 padelbanen. Aandachtspunt is de termijn waarop de nieuwe accommodatie kan worden gerealiseerd (2030 – 2031).

Nieuwe locatie Jeu de boules Voor de wens van de jeu de boules vereniging om te komen tot een nieuwe accommodatie met zowel overdekte als buitenbanen is invulling op ZuiderC een logische keuze. Het kan dan worden meegenomen in de totale ontwikkeling van sportpark ZuiderC. Op grond van de capaciteitsberekening in hoofdstuk 6 wordt uitgegaan van een voorziening met 20 outdoor en 17 indoorbanen. Omdat de vereniging nu al een tekort aan capaciteit heeft, is het lastig als er pas in 2030/2031 stappen kunnen worden gezet. Het totale ruimtebeslag van een jeu de boules accommodatie is niet zo groot. Daarom wordt geadviseerd in overleg met de vereniging te onderzoeken of inpassing op een andere locatie op een kortere termijn haalbaar is. Daarbij kan nadrukkelijk ook gedacht worden aan een locatie elders in Lelystad, waarbij combinaties met andere functies in de wijk kunnen worden gelegd. De voorziening jeu de boules zou daarbij ook een buurthuisfunctie kunnen vervullen. Als de jeu de boules vereniging op korte termijn kan worden verplaatst, kan de huidige locatie van de vereniging geschikt gemaakt worden voor realisatie van extra parkeercapaciteit voor sportpark Schouw. Overige buitensporten Voor de overige buitensporten hockey, korfbal, American football, atletiek en honkbal is de huidige capaciteit aan velden / banen ook op de lange termijn toereikend.

Bij een meer dan trendmatige groei van hockey en korfbal ontstaat mogelijk rond 2040 voor beide takken van sport behoefte aan een extra veld. Voor korfbal zijn op dit moment twee extra kleedlokalen nodig, oplopend naar 4 kleedkamers tussen 2030 en 2040. We adviseren om de korfbalvereniging hiervoor gebruik te laten maken van het kleedgebouw van SVL. Hier is voldoende capaciteit beschikbaar. Optioneel: verdere ontwikkeling sportpark Langezand Huidige situatie Sportpark Langezand is het grootste multifunctionele sportpark van Lelystad. De opzet van het sportpark voor de verschillende takken van sport is ruim te noemen. Door ontwikkelingen op het sportpark in de loop der jaren zijn er wel knelpunten ontstaan 78

op het gebied van de ontsluiting en het parkeren. De weg tussen de grote parkeerplaats en de hockeyaccommodatie is smal en door het toegenomen gebruik wordt hier ook vaak geparkeerd. Aan de zuidkant van het park is er een bescheiden parkeerplaats, die klein is in relatie tot het gebruik door de korfbalvereniging. Uitgangspunten voor een mogelijke ontwikkeling van het sportpark De voorgestelde maatregelen (uitbreiding voetbal, verplaatsing tennis en padel, verplaatsing jeu de boules) voorzien in principe in de toekomstige groei en de vraag – aanbod verhouding. Tegelijk kan een kwaliteitsimpuls gegeven worden aan sportpark Langezand en de sport in Lelystad door het sportpark te herstructureren. Daarbij worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Voor de toekomstige situatie op Langezand is geadviseerd om zeven voetbalvelden te handhaven. Daarbij is uitgegaan van een tweede kunstgrasveld. Dat kunstgrasveld kan mede gebruikt worden door American Football vereniging Commanders, die op dit moment al gebruik maakt van de clubaccommodaties van SVL. Commanders is een kleine vereniging die samenwerkt met een vereniging in Almere. Het aantal trainingen en wedstrijden op Langezand is daarom beperkt.

De mogelijkheid van gecombineerd gebruik van een kunstgrasveld door SVL en Commanders op de locatie van veld 2 in figuur 7 is door Sportbedrijf Lelystad onderzocht en als haalbaar beoordeeld. Daarmee kan het huidige veld van Commanders vervallen. Daardoor ontstaat ruimte om nieuwe functies in te passen, bestaande knelpunten op te lossen en de kwaliteit van het sportpark verder te versterken. Hiervoor is een herstructurering van het sportpark nodig. De ruimte van de natuurijsbaan kan bij de herstructurering worden betrokken. IJsclub Lelystad beschikt over een groot terrein op het park; de ijsclub heeft de grond voor onbepaalde tijd gepacht. De ijsbaan wordt door de zachte winters al jaren nog maar weinig gebruikt. Daarmee kan overwogen worden om dit terrein een andere sportbestemming te geven. Mogelijk kan dit een bestemming zijn die aansluit bij de activiteiten van de ijsclub. Met de ruimte die ontstaat, kunnen mogelijk andere sportfuncties toegevoegd worden aan het sportpark. Daarbij kan onder meer gedacht worden aan de honk- en softbalvereniging. Deze vereniging deelt nu een (monofunctioneel) sportpark aan de Beginweg met de vereniging voor real life gaming.

Inpassing op Langezand biedt beide verenigingen de mogelijkheid om onderdeel te worden van een multifunctioneel sportpark, met meer mogelijkheden tot onderlinge samenwerking en het delen van faciliteiten en voorzieningen. De real life gaming vereniging is tevreden met de huidige locatie, maar heeft wel behoefte aan meer ruimte. Die kan op Langezand geboden worden. Daarnaast biedt het de mogelijkheid om de bestaande locatie Beginweg te herontwikkelen. In figuur 7 is de huidige situatie op sportpark Langezand in beeld gebracht en in figuur 8 is een mogelijk toekomstperspectief uitgewerkt.

79

Figuur 7: huidige situatie sportpark Langezand

Figuur 8: toekomstperspectief sportpark Langezand

Figuur 8 toont de een eerste idee bij de mogelijkheden van een herstructurering en een uitbreiding van functies op het sportpark. Uiteraard zijn verschillende varianten mogelijk. De opties uit figuur 8 worden indicatief toegelicht: Door het laten vervallen van de natuurijsbaan, ontstaat ruimte om de atletiekbaan te verplaatsen naar de natuurijsbaan. In 2030 staat grootschalig vervangingsonderhoud van de atletiekbaan op de planning, hetgeen daarom financieel gezien het 80

meest logische moment is. Daarbij kan geopteerd worden voor een combinatie van een atletiekbaan (6-baans) met bijvoorbeeld een skeelerbaan (in relatie tot de activiteiten van de ijsclub). Met de realisatie van de atletiek- en skeelerbaan ontstaat ook een goede zichtbaarheid van het sportpark aan de zuidkant. Door het verplaatsen van de atletiekbaan, valt de huidige locatie van de atletiekbaan vrij. Hierdoor kan een betere ontsluiting worden gerealiseerd naar de hockeyaccommodatie en kan eventueel aanvullende parkeergelegenheid gerealiseerd worden. De resterende ruimte biedt mogelijkheden voor toekomstige behoeften, bijvoorbeeld een eventueel vierde hockeyveld op lange termijn. Door het gecombineerde gebruik het kunstgras veld door voetbal en American Football ontstaat ruimte voor inpassing van honk- en softbal. De voorgestelde invulling voorziet voor voetbal in een capaciteit van zes volwaardige velden. Het zevende veld heeft mogelijk geen officiële maatvoering meer door de inpassing van het honk- en softbalveld, maar dit veld kan ingezet worden als trainingsveld. Aan de zuidkant kan extra parkeerruimte gecreëerd worden. Daardoor ontstaat meer spreiding en meer parkeercapaciteit over het gehele park.

Er ontstaat potentie voor de realisatie van een geclusterde clubvoorziening voor meerdere verenigingen aan de zuidkant van het park (honk- en softbal, korfbal, atletiek en ijs/skeelerclub). Ook aanhaking van de handboogvereniging kan worden onderzocht. Dit zou de geïsoleerde en ‘afgelegen’ ligging van deze vereniging oplossen. Eventuele andere verenigingen zouden eveneens ingepast kunnen worden op het sportpark, bijvoorbeeld de toerfietsclub. De optie van de herstructurering van sportpark Langezand is nog niet uitgewerkt in een investeringsraming, omdat de herstructurering voor de toekomstige capaciteit niet per se noodzakelijk is. Maar de optie toont wel de extra potentie van Langezand de kansen die met de herstructurering kunnen worden benut en de extra ruimte die (ook voor toegankelijkheid en parkeren) kan worden gevonden. Invulling sportpark ZuiderC In de ontwikkelopgave voor ZuiderC is rekening gehouden met een oppervlakte voor sport van 12 hectare. Een exacte locatie en verhouding van deze locatie (vorm) is nog niet bekend. De locatie (en de vorm) kan wel van invloed zijn op de mate van inpassing van voorzieningen. De ervaring leert dat bij de planning van voorzieningen moet worden uitgegaan van een verhouding van circa 60% voor sportfuncties en circa 40% voor alle overige functies zoals parkeren, clubaccommodaties, groen, water en verhardingen.

Bij 12 hectare leidt dit tot een globale verdeling van 7,3 hectare voor de sportvelden en 4,7 hectare voor de overige functies. In tabel 32 is het aantal benodigde velden en banen voor voetbal, tennis en jeu de boules opgenomen en de ruimte in hectare die hiervoor nodig is. Voor jeu de boules zijn de overdekte banen hierin niet meegenomen. Deze maken onderdeel uit van de clubaccommodatie en vallen binnen het ruimtebeslag van 40% voor de overige functies. Velden en banen

aantal

hectare

Voetbalvelden

8

6,30

Tennisbanen

10

0,63

Padelbanen

10

0,21

Jeu de boules banen (outdoor)

20

0,12 7,26

Tabel 32: benodigde ruimte sportvoorzieningen ZuiderC

Het verwachte ruimtebeslag voor sportfuncties bedraagt ongeveer 7,3 hectare. Voor infrastructuur en parkeren wordt uitgegaan van ongeveer 1 ha, voor groen en wateropvang eveneens 1 ha. Daarmee resteert ongeveer 3 hectare voor bebouwing (cluben kleedgebouwen) en buitenruimte. Daarmee lijken de sportfuncties ingepast te kunnen worden binnen de beschikbare 12 ha, maar resteert er nauwelijks tot geen ruimte voor extra sportfuncties. Een aandachtspunt is de efficiënte inpassing van met name de voetbalvelden (de vaste afmetingen van de velden) in relatie tot de (mogelijk) twee gebieden aan weerszijden van het 81

spoor. De definitieve inpassing vloeit voort uit een definitieve keuze voor het gebied, het definitieve programma van eisen voor de sportfuncties en de overige functies en detailtekeningen. De realisatie van sportpark ZuiderC biedt overdag ook mogelijkheden om voor bewegingsonderwijs (scholen voortgezet onderwijs) gebruikt te worden.

9.3.3

Vrijkomende locaties

De mutaties zoals beschreven in 9.3.2. leiden tot vrijval van buitensportvoorzieningen op de volgende locaties: 1. Doggersbank: 2 van de 5 voetbalvelden 2. Tennispark ITL: gehele accommodatie 3. Sportpark Schouw: tennispark Poseidon, gehele accommodatie 4. Sportpark Schouw: jeu de boules banen 5. Sportpark Beginweg: bij keuze voor verplaatsing van de honkbalvereniging en real life gaming (uitgegaan wordt van handhaving postduivenvereniging). Bij vrijval van locaties door herstructurering (ZuiderC en mogelijk herstructurering Langezand) kunnen de eventuele grondopbrengsten ingezet worden voor investeringen in die te herstructureren sportparken. Het gaat daarbij vooral om de locaties ITL, Poseidon (Schouw) en Beginweg. In paragraaf 9.4 wordt inzet van deze locaties voor de realisatie van sportvoorzieningen in de openbare ruimte beschouwd.

9.4

Sportvoorzieningen in de openbare ruimte

Eerder is aangegeven dat Lelystad op dit moment beschikt over 55.000 m² sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Dit komt neer op 0,66 m² per inwoner. Dat is exclusief de trimbaan en fiets- en wandelpaden, maar inclusief het grote sportveld achter binnensportcomplex ’t Kofschip (ongeveer 23.000 m²). Dit sportveld was voorheen een sportvoorziening voor het onderwijs, maar wordt inmiddels door inwoners dankbaar gebruikt om te sporten. De voorziening verdwijnt als het gebied rond ’t Kofschip herontwikkeld wordt. Bij gebiedsontwikkelingen, waaronder ZuiderC, wordt uitgegaan van een norm van 1 m² sport in de openbare ruimte per inwoner. Met de groei van Lelystad (2023 – 2043 ongeveer 36.000 inwoners) moet in de periode 2030 – 2040 zo’n 36.000 m² sport in de openbare ruimte gerealiseerd worden. Compensatie wegvallen sportveld ‘t Kofschip We adviseren een deel van de oppervlakte die verloren gaat te compenseren. Omdat een dergelijke grote locatie in de stad terug te brengen wordt voorgesteld hierbij te kiezen voor een spreiding over de huidige wijken van Lelystad. Dat zal vermoedelijk niet het totale verloren aantal m² zijn, maar een aantal nieuwe sportvoorzieningen in de openbare ruimte moet in de huidige infrastructuur ingepast kunnen worden (met het oog op “basis op orde”). We gaan daarbij uit van ongeveer 6.000 m².

Dat kan met verschillende soorten voorzieningen (trapveldjes of multifunctionele ruimten voor diverse sporten a la Cruyff Courts). Qua spreiding en diversiteit zal met name in Lelystad-West behoefte zijn aan aanvulling van sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Inzetten van locaties die vrijvallen In paragraaf 9.3.3. is aangegeven welke sportlocaties (mogelijk) vrijvallen door de voorstellen die zijn gedaan in relatie tot de ontwikkeling van de buitensportaccommodaties. Dit biedt kansen om nieuwe sportvoorzieningen in de openbare ruimte te realiseren die iets groter zijn qua omvang (en afgestemd met de overige herontwikkeling van de locaties). Geadviseerd wordt dit nadrukkelijk te betrekken bij de afwegingen die worden gemaakt voor het opnieuw invullen van deze locaties. Bij sportpark Doggersbank biedt dit kansen om een grotere groene ruimte in de wijk te behouden. Door de combinatie met een kleinere voetbalvereniging kan hier een interessante combinatie van georganiseerd en ongeorganiseerde sport ontstaan, waarbij de gebouwen van de voetbalvereniging een ondersteunende rol kunnen spelen.

82

Multifunctioneel ruimtegebruik Bij ruimtegebrek kan worden gekeken naar multifunctioneel gebruik van ruimtes. Omdat Lelystad een beleid heeft van openstelling van speelplaatsen van scholen, kan met een sportieve inrichting van speelplaatsen een bijdrage worden geleverd aan het realiseren van extra m² sport in de openbare ruimte. Ook bij de (her)inrichting van speel- en verblijfsplekken die in elke wijk aanwezig zijn kan worden beoordeeld of er ook een sportieve inrichting kan worden gerealiseerd. Tot slot biedt openbaar medegebruik van sportparken kansen. We zien daarbij kansen om extra m² sport in de openbare ruimte toe te voegen aan bijvoorbeeld het nieuw te realiseren sportpark ZuiderC. Diversiteit aan voorzieningen Bij de realisatie van nieuwe voorzieningen is aansluiting bij de behoeften van de inwoners van belang. Er is een grote diversiteit aan voorzieningen die gerealiseerd worden. We stellen daarom voor per wijk of gebiedsontwikkeling te onderzoeken welke voorzieningen in de openbare ruimte het beste aansluiten bij het karakter van de wijk en het profiel van de bewoners. Daarbij kan onderscheid gemaakt worden tussen meer wijkgerichte voorzieningen (bijvoorbeeld multifunctionele sportvelden) of meer stedelijke voorzieningen (zoals een trimbaan of een outdoor fitness).

Via Atlas - Atlas Beweegvriendelijke omgeving (kenniscentrumsportenbewegen.nl) is een breed scala aan landelijke voorbeelden te raadplegen.

83

84

10. Financiële consequenties 10.1

Te realiseren accommodaties

De analyses uit hoofdstukken 4 tot en met 7 en de uitwerking in scenario’s voor de komende jaren in hoofdstuk 9 leidt tot de volgende accommodatiebehoefte en aanpassingen. Per accommodatie is de beoogde oplevering weergegeven. Zwemwater Een functioneel zwembad (25 x 10 meter) voor zweminstructie en verenigingen; 2035 – 2040. Optioneel zou gekozen kunnen worden voor een zwembad van 25 x 15 meter. Binnensport Nieuwe accommodaties en aanpassingen bestaande accommodaties Een blaashal voor MHC Lelystad; 2025 – 2026. Uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden met 8 zaaldelen, waaronder 1 sporthal (3 zaaldelen), 2 sportzalen (4 zaaldelen) en een gymzaal (1 zaaldeel); 2028. Een turnhal bij sportcomplex De Rietlanden; 2028. De turnhal is optioneel in beeld gebracht op basis van de motie van de gemeenteraad. Bij realisatie van de turnhal kan de huidige turnzaal aan De Rietlanden worden geamoveerd. Bij de realisatie van de turnhal wordt uitgegaan van een integrale accommodatie bij de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden. Een separate turnhal is eveneens mogelijk, maar kent een andere investering. Plusinvestering om de functionaliteit van sportzaal Horst te behouden ten opzichte van twee nieuw te realiseren gymzalen; afhankelijk van vervanging van de huidige sportzaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=000950b4-4f7c-4fec-a5f2-f380ad02a38f