BL Rapportage IHP Sport Lelystad
Tekst van het document
Gebruiksuren ma-vr van 18.00 - 23.00 per week 2024
2030
2040
Benodigd aantal accommodaties 2024
2030
2040
Sporthallen
71,5
78,7
100,8
3,2
3,5
4,5
Sportzalen
54,8
60,3
77,3
2,4
2,7
3,4
Tabel 16: ontwikkeling benodigde aantal sporthallen en sportzalen
De berekening komt het ervaren tekort aan sporthalcapaciteit naar voren. Er is in 2024 een behoefte aan 3,2 sporthallen, waar er 3 beschikbaar zijn. Het aantal van 3 sportzalen is wel toereikend. De voorziene mutatie in het accommodatiebestand door de uitbreiding van het complex De Rietlanden leidt tot vergroting van de sporthalcapaciteit naar 4 en behoud van het aantal sportzalen op 3. Dit sluit aan bij de vraag en biedt ruimte voor groei. Tussen 2030 en 2040 ontstaat er behoefte aan een 5e sporthal en een 4e sportzaal. Het zaalhockeyseizoen duurt 12 weken per jaar (december – februari). In Lelystad wordt het gebruik voor een groot deel ook ingeroosterd op piekmomenten (18.00 – 22.00 uur). Dit leidt tot een minder optimale exploitatie van de accommodaties. Voor december en na februari maakt de hockeyvereniging immers geen gebruik meer van de binnensportaccommodaties. In andere gemeenten worden hockeytrainingen ingeroosterd op impopulaire tijden, of worden gymzalen gebruikt. Steeds vaker wordt echter gekozen voor plaatsing van een blaashal tijdens het zaalhockeyseizoen. Daarmee wordt tijdelijke capaciteit gecreëerd op de velden van de hockeyvereniging. In tabel 17 is uitgewerkt hoe de behoefte aan sporthallen en sportzalen zich ontwikkelt als een blaashal voor zaalhockey wordt gerealiseerd. Een blaashal is ook een wens van hockeyvereniging MHC Lelystad.
De voorkeur gaat uit van een blaashal met 2 velden, zodat de vereniging in het zaalseizoen net als in het veldseizoen dagelijks kan trainen op meerdere velden. Accommodaties
Gebruiksuren ma-vr van 18.00 - 23.00 per week 2024
2030
2040
Benodigd aantal accommodaties 2024
2030
2040
Sporthallen
63,3
71,9
91,5
2,8
3,2
4,1
Sportzalen
47,1
53,5
68,1
2,1
2,4
3,0
Tabel 17: ontwikkeling benodigde aantal sporthallen en sportzalen bij uitplaatsing van hockey naar een blaashal
De tabel laat zien dat bij met een blaashal de benodigde behoefte aan sporthallen en sportzalen lager uitvalt. Naar verwachting is de huidige capaciteit tot 2040 (nagenoeg) toereikend. Op dit moment wordt een beperkt tekort voorzien. Uit de actualisaties over 10 jaar moet naar voren komen of dat tekort zich verder ontwikkelt, waardoor mogelijk een vijfde sporthal nodig is.
43
Gymzalen Voor het berekenen van de ontwikkeling van het gebruik zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Groei in vraag van 2024 naar 2030 met 10% en van 2024 – 2040 met 41% (conform sporthallen en sportzalen). Beschikbaar aantal gymzalen is in 2030 gestegen van 19 naar 24 Beschikbaar aantal gymzalen is in 2040 gestegen van 19 naar 28 (op basis van de actuele planning Onderwijshuisvesting tot en met 2035) Tabel 18 laat de prognose zien van het gemiddelde aantal gebruiksuren per gymzaal in 2030 en 2040 op basis van de genoemde uitgangspunten. Aantal gebruiksuren per week ma-vr 9.00 - 16.00ma - vr 16.00 - 18.00 ma - vr 18.00 - 22.00
zaterdag
totaal
Totaal aantal uren in 2030
20
37
97
11
164
Totaal aantal uren in 2040
25
47
124
14
210
Gemiddeld per gymzaal 2030
0,8
1,6
4,2
0,5
7,1
Gemiddeld per gymzaal 2040
0,9
1,7
4,4
0,5
7,5
Tabel 18: ontwikkeling totale aantal gebruiksuren sportverenigingen en overige sportgebruikers en gemiddelde gebruik per gymzaal
De tabel laat zien dat het gemiddelde gebruik per gymzaal in de toekomst nagenoeg gelijk blijft aan de huidige situatie. De groei in het gebruik houdt gelijke tred met de groei van het aantal gymzalen. Er blijft derhalve sprake van een (ruim) voldoende aanbod. Overige sportaccommodaties Op grond van de groei van het aantal inwoners van Lelystad gaan we ervan uit dat de vraag naar gebruik van de overige sportaccommodaties ook groeit, in relatie tot de huidige populariteit van de sporten. De verwachting is dat de capaciteit van de huidige accommodaties toereikend is om deze groei op te vangen. De huidige dojo’s worden intensief gebruikt. Aanvullende capaciteit voor judo kan gevonden worden in de bestaande capaciteit van gymzalen. Tafeltennis en biljarten zijn sporten met landelijk gezien relatief weinig beoefenaars in verenigingsverband. De groei zal in absolute zin daarom beperkter zijn en kan naar verwachting worden opgevangen binnen de bestaande capaciteit. De gymnastiekvereniging heeft op grond van het huidige aantal inwoners en de bevolkingsgroei de potentie om sterk te groeien. De vereniging gebruikt diverse gymzalen (samen 30 uur per week) en daarnaast 30 uur per week de turnhal. De toekomstige capaciteit van de gymzalen is voldoende om deze groei op te vangen. Dit geldt niet voor de turnhal.
De huidige hal is klein en hierdoor kan er maar een beperkt aantal turners gelijktijdig gebruik van maken. De vereniging heeft mede daardoor een wachtlijst voor nieuwe leden. Zoals aangegeven in de vorige paragraaf wordt uitbreiding van de turnaccommodatie nader onderzocht als onderdeel van de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden.
44
45
6.
Buitensportaccommodaties
6.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is voor de buitensportaccommodatie het volgende in beeld gebracht: het huidige aanbod aan accommodaties en de gebruikers de spreiding en de kwaliteit van het aanbod de huidige verhouding tussen vraag en aanbod de verwachte benodigde capaciteit aan accommodaties in de jaren 2030 en 2040
6.2
Aanbod en gebruikers
De gemeente Lelystad heeft een gevarieerd aanbod aan buitensportaccommodaties verspreid over 9 locaties. Onderstaand zijn voor elke locatie de takken van sport, de verenigingen per tak van sport en de aanwezige sportvelden opgenomen. Ook is een korte omschrijving opgenomen, waarin wordt ingegaan op eventuele knelpunten. Sportpark Langezand Vereniging
Tak van sport
Sportvelden
SV Lelystad '67 (SVL)
Voetbal
1 kunstgrasveld 7 natuurgrasvelden 1 natuurgras oefenhoek
LTV Lelystad (LTVL)
Tennis en padel
9 tennisbanen 6 padelbanen 4 padelbanen indoor
Lelystad Commanders
American Football
1 natuurgrasveld
Exakwa
Korfbal
1 kunstgrasveld (4 speelvelden ingepast)
AV Spirit Lelystad
Atletiek
Atletiekbaan
MHC Lelystad (MHCL)
Hockey
3 kunstgras velden
IJsclub Lelystad
Schaatsen
1 natuurijs schaatsbaan
Sportpark Langezand is het grootste multifunctionele sportpark van de gemeente, gelegen ten oosten van de Zuiderzeewijk aan de noordkant van Lelystad. Het park is ruim van opzet. De verenigingen hebben allemaal een herkenbare plek. Alle verenigingen beschikken over een eigen clubaccommodatie, uitgezonderd de Lelystad Commanders. Deze vereniging maakt gebruik van de clubaccommodatie van de voetbalvereniging SVL. SVL en MHCL huren kleedlokalen van het Sportbedrijf. Bij SVL is er sprake van een apart kleedgebouw. Bij MHCL is de kleed- en clubaccommodatie ondergebracht in één gebouw. Twee voetbalvelden zijn niet in gebruik; SVL betaalt hier op dit moment ook geen huur voor. Deze velden worden ook niet voor andere doeleinden gebruikt. Wel wordt het meest noodzakelijke onderhoud uitgevoerd, om de velden ‘in conditie’ te houden. De ijsbaan beslaat een groot oppervlak en het gebruik is door de milde winters inmiddels minimaal. Het park heeft één grote parkeerplaats. De capaciteit hiervan is op sommige dagen te beperkt. Deze wordt daarom momenteel wat uitgebreid. De korfbalvereniging maakt gebruik van een kleinere parkeerplaats aan de zuidkant van het park. De capaciteit hiervan wordt als ontoereikend ervaren. Sportpark Doggersbank Vereniging
Tak van sport
Sportvelden
SV Batavia '90
Voetbal
1 kunstgrasveld 4 natuurgrasvelden 1 natuurgras oefenhoek
46
Dit sportpark ligt in de Waterwijk en grenst dicht aan de omliggende bebouwing. SV Batavia is de belangrijkste gebruiker. Deze vereniging is de laatste jaren sterk gegroeid waardoor een tekort aan veldcapaciteit is ontstaan. De velden worden daardoor intensief gebruikt. Ook is de parkeerruimte op piektijden te beperkt. Door het intensieve gebruik en de beperkte parkeercapaciteit ervaart een deel van de wijkbewoners overlast. SV Batavia heeft een eigen clubaccommodatie. Het kleedgebouw huurt de vereniging van het Sportbedrijf. Het kunstgrasveld wordt overdag door Porteum gebruikt voor het bewegingsonderwijs, omdat de buitensportlocatie bij De Rietlanden te klein is. Dit gebruik vindt plaats in de periode tussen de zomervakantie en de herfstvakantie en tussen de meivakantie en de zomervakantie. Sportpark Schouw Vereniging / organisatie
Tak van sport
Sportvelden
VV Unicum
Voetbal
2 kunstgrasvelden 2 natuurgrasvelden
Lelystadse Biljartvereniging 23 (LBV23)
Biljart
Biljartvereniging voor senioren (BVS)
1 indoor accommodatie
Ouderen Biljartclub Lelystad (OBL) Jeu de Boules Vereniging Lelystad
Jeu de boules
20 jeu de boules banen
Poseidon
Tennis
8 tennisbanen
Fietstourclub Lelystad
Fietsen
(Gebruik van) opslagruimte
Kinderopvang Dit sportpark bestaat uit 3 delen en ligt in de wijk Bolder. Het eerste deel betreft de voetbalaccommodatie. Net als SV Batavia’90 is ook VV Unicum fors gegroeid. Ook hier is sprake van een tekort aan veldcapaciteit en daardoor een intensief gebruik. De parkeercapaciteit is onvoldoende. In 2023 is een veld gedraaid om ruimte te creëren voor een 5e veld. Dit wordt echter nog niet aangelegd, omdat ook hier een deel van de wijkbewoners overlast ervaart door het intensieve gebruik. VV Unicum heeft een eigen club- en kleedaccommodatie. Fietstourclub Lelystad maakt gebruik van opslagruimte bij VV Unicum. De andere 2 delen van het sportpark liggen aan de andere kant van de weg Schouw. In het tweede deel is een gebouw voor biljart en jeu de boules gesitueerd (gescheiden bouwdelen). Het gebouw is eigendom van het Sportbedrijf en wordt gehuurd door de biljartverenigingen (3) en de jeu de boules vereniging. De jeu de boules vereniging beschikt alleen over buitenbanen. In het derde deel is tennisvereniging Poseidon gesitueerd. Deze vereniging heeft een eigen clubaccommodatie. Op het sportpark is verder een kinderopvangorganisatie gevestigd. Sportpark Beginweg Vereniging
Tak van sport
Sportvelden
Falcons
Honk en softbal
2 natuurgras honkbalvelden
Real Life Gaming Lelystad
Real life gaming
1 terrein
PV Lelystad
Postduivensport
Dit is een kleiner park gelegen ten noorden van de Zuiderzeewijk. Er zijn 3 verenigingen gevestigd. De honk- en softbalbalvereniging beschikt hier over een groot en een klein honkbalveld (jeugdveld/softbalveld) en heeft een eigen clubaccommodatie. De postduivenvereniging beschikt ook over een eigen verenigingsgebouw. Recent zijn 2 postduivenverenigingen samengegaan op de locatie Beginweg. Real Life Gaming Lelystad (RLG) is enkele jaren geleden toegevoegd. Bij real life gaming worden computergames nagespeeld. De vereniging heeft voor de activiteiten een terrein naast het honkbalveld ingericht, maar heeft verder geen voorzieningen op het terrein. Door de uitbreiding van het aantal gebruikers is er op sommige momenten sprake van te weinig parkeerplaatsen.
47
Tennispark ITL Vereniging
Tak van sport
Sportvelden
ITL
Tennis
5 tennisbanen
Dit is een klein tennispark in een hoek van de wijk Lelystad-Haven. Tennisvereniging ITL beschikt hier over eigen banen en een eigen clubaccommodatie. Handbooglocatie Vereniging
Tak van sport
Sportvelden
HBS Artemis
Handboogschieten
1 schietveld plus indoorbanen
Handboogvereniging Artemis is gevestigd in het gebied tussen snelweg A6 en bosgebied Gelderse Hout, ten zuiden van het volkstuinencomplex. De vereniging heeft een clubgebouw met indoorschietbanen en een groot veld dat de vereniging gebruikt voor outdoor trainingen. Het gebouw van de vereniging is niet aangesloten op nutsvoorzieningen. Sportpark De Rietlanden Vereniging
Tak van sport
Sportvelden
VV Volta
Volleybal
4 beachvolleybal velden
Handbal Vereniging Lelystad (HVL)
Handbal
1 handbalveld
Porteum (onderwijs)
Schoolsport
1 natuurgrasterrein
Dit sportpark grenst aan binnensportcomplex De Rietlanden. Porteum maakt gebruik van alle voorzieningen op het park voor de buiten gymlessen. De beachvolleybalvelden en het handbalveld zijn ook in gebruik bij de sportverenigingen. Het park heeft geen aparte kleedvoorzieningen. De kleedlokalen van de sporthal worden hiervoor gebruikt. Bij de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden (binnensport) neemt de totale buitenruimte af. Deze moet opnieuw worden ingedeeld. Om te zorgen voor optimaal gebruik door Porteum wordt realisatie van een kunstgrasveld voorzien. Kynologisch centrum Het kynologisch centrum (hondensportpark) is een voorziening die meestal niet bij de reguliere sportvoorzieningen wordt geschaard, maar wordt hier benoemd omdat deze voorziening is ondergebracht bij Sportbedrijf Lelystad. Het park ligt in de noordoost hoek van Lelystad aan de Hondsdraf. De voorzieningen bestaan uit een renbaan voor windhonden en 6 dressuurvelden. In totaal maken 7 verenigingen die actief zijn op het gebied van hondensport gebruik van het park. Verspreid over het park hebben deze verenigingen 4 kleine en 1 grotere clubaccommodaties. Motorsportpark Achter het vliegveld van Lelystad ligt aan de Talingweg een motorsportpark.
Het terrein bestaat onder meer uit een verhard motorcircuit (Midland circuit), een motorcrossterrein, een terrein voor motorspeedway, een kartbaan en een terrein voor modelauto’s. De banen zijn eigendom van het Sportbedrijf. Het park heeft 4 gebruikers, waarvan Stichting Midland circuit en Kartcentrum Lelystad de grootste gebruikers zijn.
48
Luchtfoto’s Kynologisch centrum (links) en Motorsportpark (rechts)
6.3
Spreiding van het aanbod
In figuur 4 zijn 8 van de 9 locaties zoals omschreven aangeduid. De omvang van de locaties in de figuur is gerelateerd aan de omvang van de sportparken. Niet opgenomen in de afbeelding is het motorsportcentrum, gelegen aan de Talingweg bij Lelystad Airport.
Figuur 4: locaties buitensportparken
49
In de meeste gemeenten is sprake van meerdere locaties voor voetbal en tennis, veelal ook de meest beoefende sporten in een gemeente. Voor de andere takken van buitensport is vaak één locatie. Dat geldt ook in Lelystad. De voorzieningen voor voetbal (locaties 1, 2 en 3) en tennis (locaties 1, 2 en 5) zijn geografisch gezien goed gespreid over de gemeente. De overige voorzieningen zijn geconcentreerd aan de noordkant van de stad.
6.4
Kwaliteit van het aanbod
Staat van onderhoud De velden en banen die in eigendom zijn van Sportbedrijf Lelystad en worden verhuurd aan de verenigingen verkeren in goede staat van onderhoud. Waar onduidelijkheid is over de toekomst van voorzieningen wordt het minimaal benodigde onderhoud gepleegd. Eventuele vervangingen worden dan uitgesteld waardoor de kwaliteit door de gebruikers soms als onvoldoende wordt ervaren. Functionaliteit De velden en banen die in eigendom zijn van Sportbedrijf Lelystad en worden verhuurd aan de verenigingen voldoen aan de geldende eisen voor de beoefening van de betreffende takken van sport. Knelpunten in de functionaliteit van de sportparken hebben vooral betrekking op parkeren. Er wordt een tekort aan parkeerplaatsen ervaren bij de sportparken Beginweg, Schouw, Doggersbank en Langezand (beide parkeerlocaties). Duurzaamheid Door het ministerie van VWS is een regeling in het leven geroepen om sportaccommodaties te verduurzamen. De duurzaamheidsscan om tot verduurzamingsmaatregelen te komen, wordt binnen die regeling betaald door het ministerie (zie ook de duurzaamheidsscans voor De Koploper en De Rietlanden). Ook voor clubaccommodaties kunnen dergelijke scans opgesteld worden binnen dezelfde regeling. De meeste clubgebouwen zijn in Lelystad eigendom van de betreffende verenigingen.
De verenigingen kunnen, mogelijk gecoördineerd door Sportbedrijf Lelystad, scans laten opstellen voor de mogelijke maatregelen. De kosten van de uitvoering van die maatregelen zijn in de regel vervolgens voor de sportverenigingen. Derhalve zijn we in deze rapportage niet uitgegaan van investeringen in verduurzaming van clubgebouwen. Bij de realisatie van nieuwe clubgebouwen (bijvoorbeeld ZuiderC) wordt uitgegaan van duurzame accommodaties. Het eventueel verduurzamen van veldverlichting (reguliere verlichting vervangen door LED-verlichting) valt onder de reguliere bedrijfsvoering (van verenigingen of van Sportbedrijf Lelystad) en zou vanuit een business case overwogen moeten worden.
6.5
Verhouding tussen vraag en aanbod en de benodigde capaciteit in 2030 en 2040
6.5.1
Inleiding
Per tak van sport wordt de huidige capaciteit van de voorzieningen afgezet tegen de huidige behoefte. Vervolgens wordt de verwachte benodigde capaciteit in 2040 berekend. Hiervoor worden de normen/richtlijnen van de betreffende sportbonden (waar nodig aangescherpt of genuanceerd) en de bevolkingsontwikkeling tot 2040 (op basis van scenario 2; circa 120.000 inwoners in 2043) gebruikt. Duiding en nuancering richtlijnen sportbonden De meeste sportbonden hanteren landelijke richtlijnen voor het bepalen van het aantal sportvoorzieningen in relatie tot het aantal teams dat gebruik maakt van de voorzieningen. Hiervoor wordt het absolute aantal teams omgezet naar een aantal ‘normteams’. Hieronder wordt een toelichting gegeven op die richtlijnen, inclusief een nuancering. Berekening capaciteit op basis van het aantal normteams Binnen de verschillende sporttakken worden teams ingedeeld in categorieën: jeugdteams en seniorenteams, dames en herenteams, veteranenteams etc. De ‘ruimteclaim’ verschilt per team. Een team jonge jeugd heeft bijvoorbeeld minder ruimte nodig om te trainen en speelt kortere wedstrijden op kleinere velden dan oudere jeugdteams en seniorenteams. Daarom wordt gewerkt met normteams. Aan elke categorie normteams wordt een gebruiksfactor gekoppeld. De categorie(ën) met de grootste 50
ruimtevraag krijgen de hoogste gebruiksfactor (meestal is dit 1) wat gelijk staat aan één normteam per veld. De overige categorieën krijgen een lagere gebruiksfactor. Het aantal gebruiksfactoren verschilt per sporttak. Bij voetbal is de variatie het grootst (buiten factor 1 varieert dit van 0,08 tot 0,75). Nuancering richtlijnen Elke richtlijn is op uitgangspunten gebaseerd. Deze sluiten niet altijd aan bij de praktijk. Ook bestaan er verschillen tussen de sporttakken voor wat betreft de ruimte die binnen een richtlijn bestaat. Anders gezegd: er is onderscheid tussen hoe ‘streng’ een richtlijn is. Er zijn bijvoorbeeld verschillen in de hoeveel tijd die een bond reserveert per wedstrijd (verschil tussen netto en bruto speeltijd) en het aantal uren per wedstrijddag (aanvang van de wedstrijden en eindtijd van de laatste wedstrijd). Ontwikkelingen (plaatsen van verlichting bij wedstrijdvelden) kunnen ook van invloed zijn op het gebruik. Die ontwikkelingen worden niet altijd (direct) vertaald in de richtlijn. Voor de analyse van de (toekomstige) capaciteit zijn die uitgangspunten wel van belang. De richtlijnen geven wel een goede indicatie en vormen daarmee een basis om in overleg te treden bij eventuele knelpunten.
Uitgangspunten berekening toekomstige behoefte Voor het berekenen van de ontwikkeling van de behoefte aan buitensportaccommodaties zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het aantal inwoners van Lelystad groeit conform scenario 2. Het aandeel inwoners dat lid is van een sportbonden (sportvereniging) blijft gelijk. Er is sprake van een evenredige groei per tak van sport, conform de huidige populariteit. Bovenstaande leidt tot een groei in vraag van 2024 naar 2030 met 10% en van 2024 – 2040 met 41%. Beperkt effect toename percentage inwoners dat lid is van een sportbond In Lelystad zijn minder mensen lid van een sportbond (en hiermee veelal een vereniging) ten opzichte van de landelijke aantallen (18,1% versus 24%). In de periode 2021 – 2022 was de trend neerwaarts (van 18,8 naar 18,1%). Als dit percentage op grond van interventies stijgt naar 20%, betekent dit bij 120.000 inwoners 2.400 extra leden bij verenigingen. Wel geldt dat circa 50% van de leden van sportverenigingen takken van sport betreft die niet worden beoefend in de sportaccommodaties die onderdeel zijn van het IHP sport (denk aan sportvisserij, golf, paardrijden, wandelen en watersport). Een eventuele stijging van het aandeel verenigingsleden heeft daarom naar verwachting geen groot effect op de benodigde capaciteit aan sportaccommodaties.
6.5.2
Voetbal
In de gemeente Lelystad zijn 3 voetbalverenigingen actief. In tabel 19 is het huidige (absolute) aantal teams en het aantal normteams per vereniging opgenomen. Hierin is een onderscheid gemaakt tussen seniorenteams en jeugdteams. Bij de jeugdteams is een specificatie gemaakt van de jeugdteams tot en met 12 jaar en de jeugdteams van 13 tot 19 jaar. Bij de seniorenteams is het aantal 35+, 45+ en veteranenteams apart weergegeven. vereniging
jeugd
senioren
35+ / 45+
totaal
totaal
t/m 12 jaar
13 t/m 19 jaar
veteranen
teams
normteams
SVL
21
13
5
3
42
23
Unicum
28
21
7
3
59
34
Batavia
22
19
12
7
60
37
totaal alle verenigingen
71
53
24
13
161
94
Tabel 19: aantal teams voetbalverenigingen, totaal ook uitgedrukt in normteams
De richtlijn van de KNVB (voetbalbond) voor de benodigde veldcapaciteit voor wedstrijden gaat uit van een capaciteit van 7,5 uur op de zaterdag, 6,5 uur op de zondag en 4 uur op de vrijdag. Voor elke spelcategorie is een bruto speeltijd bepaald. Op basis hiervan wordt het benodigde aantal velden per wedstrijddag berekend. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat 50% van de teams ‘thuis’ speelt. De benodigde capaciteit op de drukste speeldag is bepalend voor de behoefte. In de regel is dit de zaterdag, wat ook geldt voor de verenigingen in Lelystad. In de capaciteitsberekeningen is deze richtlijn in de basis gevolgd, maar zijn 2 aanpassingen gedaan:
51
De tijdsduur voor het plannen van de wedstrijden op de zaterdag is verruimd van 7,5 uur (van 9.00 – 16.30 uur) naar 9 uur (van 9.00 – 18.00 uur). Een eindtijd van 16.30 uur leidt tot een onevenredig hoge veldcapaciteit, temeer omdat veel voetbalverenigingen de afgelopen jaren zijn overgegaan naar (uitsluitend) wedstrijden op zaterdag. De KNVB staat op zaterdag planning van wedstrijden tot 19.30 uur toe, dus de aanpassing levert in praktisch opzicht geen knelpunt op. Randvoorwaarde is dat de wedstrijdvelden beschikken over veldverlichting, omdat het in een deel van het jaar voor 18.00 uur donker is. De uitkomsten van de veldbehoefte zijn naar boven afgerond bij een uitkomst van 0,25 (en niet al bij een uitkomst van 0,01). Ook deze keuze is gemaakt in relatie om een onevenredig hoge veldcapaciteit te voorkomen. De richtlijn van de KNVB bevat een ruime marge tussen de bruto en de netto speeltijd; voor seniorenwedstrijden wordt bijvoorbeeld 2 uur en 15 minuten gehanteerd. In de praktijk kunnen de verenigingen ‘strakker’ plannen (bijvoorbeeld minder inloop- of uitlooptijd, hetgeen landelijk veel toegepast wordt). Deze aanpassing hoeft derhalve ook geen praktische knelpunten te geven.
De richtlijn van de KNVB voor de benodigde capaciteit voor trainingen gaat uit van 2 trainingen van 80 minuten per team per week en 40 trainingsweken per jaar en gelijktijdig gebruik van velden door 2 normteams. Verder wordt uitgegaan van een planning van de trainingen van maximaal 22 uur per week: 4 uur op de maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag (18.00 – 22.00 uur) en 6 uur op de woensdag (16.00 – 22.00 uur). Bij verenigingen die minder dan 20% van de wedstrijden op de zondag spelen wordt de vrijdag niet meegerekend als capaciteit en daalt het aantal trainingsuren per weken naar 18. Dit is voor alle drie de verenigingen in Lelystad van toepassing. Voor het bepalen van de benodigde capaciteit is tot slot het veldtype van belang. Gerekend wordt met een maximale bespeelbaarheid van een natuurgras trainingsveld van 700 uur per jaar, wat neerkomt op 17,5 uur per week. Een kunstgrasveld kan in principe onbeperkt worden ingezet, dus bepaalt het aantal uren per week waarop de verenigingen trainingen plannen als de maximale capaciteit. Op basis van de richtlijn van de KNVB is dit 18 uur per week bij een zaterdagvereniging, wat neerkomt op 720 uur per jaar. Omdat de richtlijn gebaseerd is op veel factoren dient de uitkomst te worden gezien als een indicatieve trainingsbehoefte. Een natuurgras wedstrijdveld kan maximaal 350 uur per jaar bespeeld worden.
De ‘nieuwe’ richtlijn die is opgesteld in 2013 gaat voor verenigingen met zowel jeugd als seniorenteams uit van een benodigde capaciteit van twee kleedlokalen per wedstrijdveld en 2 teamlockers per wedstrijdveld (bij nieuw te realiseren kleedgebouwen). Van de kleedlokalen dient 50% een maat te hebben van minimaal 15 m² en 50% minimaal 24 m². Teamlockers zijn ‘kasten’ waarin de sporters hun sportassen kunnen opbergen. Door gebruik van teamlockers blijven de kleedlokalen niet onnodig lang ‘bezet’. In de oude richtlijn normering werd uitgegaan van 2 kleedlokalen per wedstrijdveld en per 3 wedstrijdvelden een set van 2 extra kleedlokalen. Verhouding veldcapaciteit en gebruiksbehoefte in 2024 Bij de voetbalaccommodaties is de huidige verhouding tussen vraag en aanbod aan velden niet in balans. Dit is al vermeld in paragraaf 6.2. en wordt hieronder verder uitgewerkt. Wedstrijdvelden De wedstrijden worden gespeeld op de vrijdag(avond), de zaterdag en de zondag (Batavia). In tabel 20 is het benodigde aantal wedstrijdvelden per vereniging per speeldag weergegeven. Vereniging
Benodigde velden per dag
Benodigde velden
Beschikbare
Verschil
vrijdag
zaterdag
zondag
niet afgerond
afgerond
velden
SVL
0,3
2,6
0,0
2,6
3
5
2
Unicum
0,1
4,0
0,0
4,0
4
4
0
Batavia
0,2
3,6
0,7
3,6
4
4
0
Tabel 20: vergelijking benodigde en beschikbare capaciteit wedstrijdvelden
De tabel laat zien dat SVL een overschot heeft van 2 wedstrijdvelden. Bij Unicum en Batavia sluit het aantal velden aan bij de benodigde capaciteit. Wel geldt dat deze verenigingen een wachtlijst hebben voor nieuwe leden van respectievelijk 300 en 220 leden, waardoor er feitelijk sprake is van een tekort. Omdat in de berekening is uitgegaan van een planning tot 18.00 uur, kan bij onverlichte wedstrijdvelden in de wintermaanden nog meer druk ontstaan. Bij zowel Unicum als bij Batavia zijn 2 van de 4
52
wedstrijdvelden niet verlicht. In de praktijk zullen de verenigingen in deze periode op drukke wedstrijddagen de verlichte velden iets ruimer benutten. Trainingsvelden In tabel 21 is per vereniging het indicatieve aantal trainingsuren per week afgezet tegen de beschikbare capaciteit. Vereniging
Beschikbare trainingscapaciteit kunstgras
natuurgras
Behoefte
Verschil uren/week
totaal
velden
uren/week
velden
uren/week
velden
uren/week
uren/week
SVL
1,0
18
1,5
26
2,5
44
32
12
Unicum
2,0
36
0,0
0
2,0
36
46
-10
Batavia
1,0
18
1,3
23
2,3
41
51
-10
Tabel 21: vergelijking benodigde en beschikbare capaciteit trainingsuren per week
De tabel laat zien dat Unicum en Batavia op grond van de richtlijn een tekort van 10 trainingsuren per week hebben. In hoeverre dit daadwerkelijk een knelpunt is hangt samen met de praktijk. Een kortere trainingsduur dan 80 minuten biedt extra ruimte. Ook trainen de 35+, 45+ en veteranenteams vaak maar 1 keer per week (of gebruiken minder veldcapaciteit), waardoor er wat extra ruimte is voor de andere teams. Het tekort geldt bij het huidige aantal leden/teams. Doordat er een wachtlijst is, is er feitelijk sprake van een groter tekort. Kleedlokalen Unicum en Batavia beschikken beiden over 8 kleedlokalen, wat exact 2 per wedstrijdveld is. SVL beschikt over 16 kleedlokalen. Het aantal kleedlokalen sluit bij Unicum en Batavia exact aan bij de richtlijn van 2 per veld. Bij SVL is er sprake van een overcapaciteit van 10 kleedlokalen. Geen van de verenigingen beschikt over teamlockers. De maat van de kleedlokalen van Unicum is 20 m², van Batavia 15 m² en van SVL 16 m², waarmee alle kleedlokalen voldoen aan de minimale maat van 15 m². Geen enkele vereniging beschikt over kleedlokalen met een grotere maatvoering 24 m². Deze maatvoering is pas sinds 2013 onderdeel van de richtlijn. In de praktijk wordt bij vernieuwing van kleedlokalen de gewenste maatvoering heroverwogen. Vaak zijn verenigingen zelf eigenaar van de kleedlokalen en maken zij hierin hun eigen afweging.
Knelpunten en wensen verenigingen Knelpunten De uitkomsten van de tabellen 20 en 21 laten zien dat er bij Unicum en Batavia knelpunten zijn in de veldcapaciteit. Er is met name een tekort aan trainingscapaciteit, maar ook de wedstrijdcapaciteit biedt nauwelijks tot geen ruimte voor groei. Beide verenigingen hebben daarom een wachtlijst voor nieuwe leden (naar opgave van de verenigingen gaat het om respectievelijk 300 en 220 kinderen op de wachtlijst). SVL heeft op dit moment een overcapaciteit. De vereniging kan derhalve groeien binnen de huidige veldcapaciteit. Op Langezand liggen 8,5 voetbalvelden, waarvan de vereniging er momenteel 6,5 huurt. Bij Unicum en Batavia is daarnaast sprake van krapte in het aantal kleedlokalen. De knelpunten bij Unicum en Batavia zijn ontstaan in de periode 2019-2024 door een sterke groei van het aantal leden. In deze periode groeide het aantal leden van de 3 verenigingen samen met 4,3%, maar in de praktijk was sprake van een groei bij Unicum en Batavia met respectievelijk 12% en 53% en een daling van het aantal leden bij SVL met 39%. Het gevolg is een groter aantal leden op de sportparken Schouw (Unicum) en Doggersbank (Batavia) dan voorzien. Beide parken liggen ‘in de wijk’ en op beide locaties wordt door omwonenden daarom verkeers- / parkeeroverlast ervaren (de parkeercapaciteit sluit niet aan bij huidige gebruiksintensiteit).
Bij sportpark Doggersbank is dit knelpunt het grootst. Unicum en Batavia kunnen momenteel geen nieuwe leden meer plaatsen. Wensen verenigingen Unicum en Batavia wensen beiden uitbreiding van de veldcapaciteit en het aantal kleedlokalen. De accommodatie van Unicum is circa 15 jaar geleden verkleind van 5 naar 4 velden wegens woningbouw. Van de huidige 4 velden zijn er 2 in kunstgras uitgevoerd. In 2023 is een van de 4 velden gedraaid om inpassing van een vijfde veld mogelijk te maken. Dit vijfde veld is (nog) 53
niet gerealiseerd. Unicum wenst alsnog realisatie van dit vijfde veld, uitgevoerd in kunstgras. De accommodatie van Batavia bestaat uit 5 velden, waarvan 1 kunstgras, en een trainingshoek. De vereniging wenst omvorming van één van de natuurgrasvelden naar een kunstgrasveld. Dit creëert extra trainingscapaciteit. Het biedt ook voor de wedstrijden een voordeel omdat een kunstgrasveld intensiever bespeeld kan worden en het gebruik is minder weersafhankelijk. Beide verenigingen hebben gezien de ledengroei ook interesse getoond in een verhuizing naar het ontwikkelingsgebied ZuiderC. Benodigde capaciteit in 2024, 2030 en 2040 Voor het berekenen van de benodigde capaciteit in 2030 en 2040 geldt de behoefte in 2024 als basis. Hierbij is het van belang om ook rekening te houden met de wachtlijsten voor nieuwe leden bij Batavia en Unicum. Daarom is voor de berekening van de toekomstige behoefte de benodigde veldcapaciteit in 2024 gecorrigeerd op basis van de wachtlijsten. Daarbij is het uitgangspunt gehanteerd dat 50% van aantal kinderen op de wachtlijst (per vereniging) ook daadwerkelijk lid wordt. Niet alle potentiële leden van de wachtlijst zullen daadwerkelijk lid worden en er is waarschijnlijk sprake van dubbelingen op beide wachtlijsten. De benodigde trainingscapaciteit is hier ook uitgedrukt in velden.
Hierbij is uitgegaan van een planning van 17,75 uur per veld per week (gemiddelde van de capaciteit van natuurgras van 17,5 uur en kunstgras van 18 uur). Het resultaat van de berekening is opgenomen in tabel 22. Vereniging
Capaciteit wedstrijdvelden
Capaciteit trainingsvelden
2024
2024
2030
2030
2040
2040
2024
2024
2030
2030
2040
2040
SVL
2,6
3
2,8
3
3,6
4
1,8
2
2,0
2
2,5
3
Unicum
4
4
5,3
6
6,8
7
3,1
3
3,4
4
4,3
5
Batavia
3,6
4
4,8
5
6,1
6
3,3
4
3,6
4
4,6
5
Totaal
11
14
17
9
10
13
Tabel 22: benodigde capaciteit wedstrijdvelden en trainingsvelden in 2030 en 2040
De tabel laat een geleidelijke stijging zien van het aantal wedstrijdvelden (geel) en trainingsvelden (oranje) in de periode 2024 tot 2040. Het benodigde aantal trainingsvelden stijgt met name in de periode tussen 2030 en 2040. Als er meerdere verenigingen zijn van 1 tak van sport is er soms sprake van fluctuaties in het aantal leden per vereniging. In Lelystad is dit in de afgelopen 5 jaar bij de voetbalverenigingen aan de orde geweest. Dit maakt een voorspelling voor de ontwikkeling per locatie moeilijker. Als naar de gezamenlijke behoefte wordt gekeken, dan groeit het benodigde aantal wedstrijdvelden over de gehele periode van 11 naar 17 (+6) en het aantal trainingsvelden van 9 naar 13 (+4). Uitbreiding van het aantal kleedlokalen is gekoppeld aan de uitbreiding van het aantal wedstrijdvelden. Geografisch gezien zal de groei van het aantal inwoners aan de zuidzijde van Lelystad het meeste toenemen. Dit is een aspect om rekening mee te houden. Het exact benodigde aantal velden hangt uiteindelijk samen met de keuze voor het aantal kunstgrasvelden en het aantal natuurgrasvelden. Kunstgrasvelden kunnen zowel voor wedstrijden als trainingen worden ingezet. Bij natuurgrasvelden is dubbelgebruik niet haalbaar wegens de maximale veldbelasting van 700 uur per veld.
De keuze voor het aantal kunstgrasvelden en het aantal natuurgrasvelden hangt samen met een aantal factoren: de mate waarin de dubbele functie van kunstgras als wedstrijd- en trainingsveld nodig is in relatie tot de beschikbare ruimte. het aantal wedstrijdvelden (ook kunstgrasvelden) wordt bepaald op basis van de lengte van de speeldag (9.00 – 18.00 uur). de mate waarin verenigingen gebruik willen maken van kunstgras vanuit oogpunt van borging van de bespeelbaarheid de kosten (voor kunstgrasvelden hoger dan voor natuurgrasvelden)
6.5.3
Tennis
In Lelystad zijn 3 tennisverenigingen actief: LTVL (sportpark Langezand), ITL (tennispark ITL) en Poseidon (sportpark Schouw). Landelijk stijgt het aantal leden van tennisverenigingen de laatste jaren, maar aan deze stijging ging een periode van sterke daling vooraf. De recente stijging is voor een groot deel toe te schrijven aan de ontwikkeling van tennis tijdens Covid-19 (het was destijds één van de sporten die wel toegestaan was tijdens de lockdowns) en de toevoeging van padel aan het aanbod van de tennisverenigingen. Deze sport is zeer populair en nog steeds groeiend. Veel tennisverenigingen benutten de overcapaciteit die is ontstaan aan tennisbanen voor de aanleg van padelbanen. Dit is wegens het geluidsniveau alleen mogelijk als de accommodatie van een vereniging niet te dicht bij woningen ligt. In Lelystad heeft LTVL van deze ontwikkeling gebruik 54
kunnen maken. Deze vereniging beschikt inmiddels 6 outdoor padelbanen en breidt momenteel uit met 4 indoor banen. De verenigingen ITL en Poseidon kunnen om deze reden geen padelbanen aanleggen. Dit is terug te zien in de ledenontwikkeling. ITL en Poseidon verloren de afgelopen 5 jaar ongeveer 10% van hun leden. LTVL kende juist een sterke groei. Het is nog niet te zeggen hoe padel zich de komende jaren zal ontwikkelen (trend of structurele vraag). De KNLTB (tennisbond) hanteert voor de berekening van de benodigde capaciteit aan tennisbanen de volgende richtlijnen: 70-90 spelers per baan voor verlichte banen en 50-70 spelers per baan bij onverlichte banen. De banen worden zowel gebruikt voor (georganiseerde) trainingen en wedstrijden als voor ongeorganiseerd gebruik, het zogenaamde ‘vrij spelen’. De verhouding tussen deze activiteiten varieert per vereniging. Ook de leeftijdsopbouw van de leden speelt een rol (de mate waarin de banen ook overdag worden benut). Er is geen richtlijn voor het aantal kleedlokalen. De meeste verenigingen beschikken over 1 kleedlokaal voor dames en 1 kleedlokaal voor heren. Voor padel hanteert de KNLTB dezelfde richtlijnen als voor tennisbanen (maximaal 90 leden per baan). Benodigde capaciteit in 2024, 2030 en 2040 In tabel 23 is de benodigde capaciteit aan tennisbanen in 2024, 2030 en 2040 afgezet tegen de beschikbare capaciteit in 2024.
De verenigingen in Lelystad beschikken allemaal over verlichte banen. Daarom is in de berekening uiteengegaan van een benodigde capaciteit van 1 baan per 90 leden (bovenkant bandbreedte 70-90 bij verlichte banen). In de tabel is ook de baandruk weergegeven. Dit is het werkelijke aantal spelers per baan. Bij LTVL kan elk lid zowel tennis als padel spelen. Omdat het aantal leden van LTVL sinds de aanleg van de padelbanen bijna is verdubbeld, is voor het berekenen van de baandruk bij LTVL de aanname gemaakt dat 65% van de leden gebruik maakt van de tennisbanen. LTVL
Capaciteit
Poseidon
ITL
2024
2030
2040
2024
2030
2040
2024
2030
2040
Benodigd
7,8
8,6
11,0
3,8
4,2
5,4
2,8
3,1
3,9
Beschikbaar
9
9
9
8
8
8
5
5
5
Verschil
1,2
0,4
-2,0
4,2
3,8
2,6
2,2
1,9
1,1
Baandruk
74
82
105
43
47
61
51
56
71
Tabel 23: benodigde capaciteit tennisbanen 2024, 2030 en 2040
De tabel laat zien dat alle verenigingen in 2024 beschikken over voldoende tennisbanen. Bij meer dan 90 leden per baan is er sprake van een hoge baandruk. Bij een gelijkwaardige groei van de leden per vereniging is het aantal tennisbanen bij ITL en Poseidon ook in 2030 en 2040 nog toereikend. Alleen bij LTVL komt de baandruk tussen 2030 en 2040 zonder uitbreiding boven de 90. Op deze locatie is naar verwachting uitbreiding met 2 tennisbanen gewenst. De behoefte aan padelbanen is niet in beeld gebracht. Op dit moment is de vraag naar padel nog stijgend en zijn banen die verenigingen aanleggen vaak direct ‘vol’. De markt voor padel is echter met name voor commerciële aanbieders interessant. De toekomst moet uitwijzen hoe lang de padelsport nog groeit. De vraag is of een stagnatie en eventuele daling in de toekomst gunstig is voor de verenigingen (wegvallen van commercieel aanbod) of dat juist de verenigingen dan een daling gaan zien. Bij de uitwerking van de scenario’s rond tennis en padel wordt wel ingegaan op de ruimtebehoefte van padel. Voor eventuele investeringen in padelbanen gaan we ervan uit dat deze of door commerciële aanbieders of door verenigingen worden gedaan. Knelpunten en wensen verenigingen De verenigingen ITL en Poseidon willen hun aanbod graag verbreden.
Ze willen samen verhuizen naar een nieuwe locatie en hier gezamenlijk een aanbod van diverse racketsporten aanbieden, waaronder naast tennis in ieder geval ook padel. ZuiderC is voor de verenigingen daarbij in beeld als locatie. Op de huidige locaties van beide verenigingen is de inpassing van padel niet mogelijk wegens de korte afstand van deze accommodaties tot omliggende woningen. Een nieuwe locatie moet de samengevoegde verenigingen de ruimte bieden om in de toekomst verder te groeien. De verenigingen willen op de nieuwe locatie ook samenwerking zoeken met andere maatschappelijke organisaties.
55
6.5.4
Hockey
De hockeysport wordt volledig op kunstgrasvelden gespeeld. De richtlijn voor de benodigde capaciteit aan velden en kleedlokalen van de KNHB is: 9 normteams per wedstrijdveld per speeldag. Voor trainingscapaciteit zijn geen aparte richtlijnen. In de praktijk geldt: bij (on)voldoende wedstrijdcapaciteit is er (on)voldoende trainingscapaciteit. Het benodigde aantal wedstrijdvelden is dus leidend. Hierbij moet dan worden uitgegaan van de drukste speeldag. Bij hockey speelt de jeugd op zaterdag en de senioren op zondag of midweeks (vrijdag). De zaterdag is meestal de drukste speeldag, zo ook bij MHC Lelystad. De richtlijn voor het aantal kleedlokalen is 2 per veld. Benodigde capaciteit in 2024, 2030 en 2040 MHC Lelystad heeft momenteel 30 teams waarvan 24 jeugdteams. Dit vertaalt zich in 26,5 normteams. In tabel 24 is de beschikbare veldcapaciteit in 2024 afgezet tegen de benodigde capaciteit in 2024, 2030 en 2040. Capaciteit
Velden 2024
2030
2040
Benodigd
2,1
2,3
2,9
Benodigd afgerond
3
3
3
Beschikbaar
3
3
3
Verschil
0
0
0
Tabel 24: benodigde capaciteit hockeyvelden 2024, 2030 en 2040
De huidige veldcapaciteit is in relatie tot het huidige aantal teams ruim. Op basis van de verwachte groei zal de veldcapaciteit derhalve ook in 2030 en 2040 toereikend zijn. Het huidige aantal kleedlokalen is 6, wat aansluit bij de richtlijn van 2 kleedlokalen per veld. Aandachtspunt is een eventuele extra populariteit van hockey bij groei van de gemeente. In dat geval kan sprake zijn van een behoefte die niet opgevangen kan worden binnen het huidige aantal velden.
6.5.5
Korfbal
Korfbal wordt gespeeld op kunstgras. Voor korfbalvereniging Exakwa is in 2022 een nieuw kunstgrasveld aangelegd, waarop 4 speelvelden zijn ingepast. De richtlijn voor de benodigde capaciteit aan velden van het KNKV is 7 normteams per wedstrijdveld per speeldag en 0,33 trainingsvelden per wedstrijdveld. Het benodigde aantal wedstrijdvelden is ook hier leidend. Exakwa speelt haar wedstrijden op zaterdag. De richtlijn voor het aantal kleedlokalen is minimaal 4 en bij 3 of meer wedstrijdvelden wordt uitgegaan van 2 kleedkamers per wedstrijdveld. Benodigde capaciteit in 2024, 2030 en 2040 Exakwa heeft momenteel 27 teams waarvan 23 jeugdteams. Dit vertaalt zich in 19,6 normteams. In tabel 25 is de beschikbare capaciteit aan velden in 2024 afgezet tegen de benodigde capaciteit in 2024, 2030 en 2040. Capaciteit
Velden 2024
2030
2040
Benodigd
2,8
3,1
3,9
Benodigd afgerond
3
3
4
Beschikbaar
4
4
4
Verschil
1
1
0
Tabel 25: benodigde capaciteit korfbalvelden in 2024, 2030 en 2040
De huidige veldcapaciteit is in relatie tot het huidige aantal teams ruim. Het huidige aantal velden is naar verwachting ook in 2030 en 2040 toereikend. Aandachtspunt is de benodigde veldcapaciteit in 2040. Op grond van de veldcapaciteit zijn er momenteel 6 kleedlokalen nodig. De vereniging beschikt over nu 4 kleedlokalen: op basis van de normering is er derhalve een tekort van 2 kleedkamers (uitgaande van de behoefte van 3 velden). Tussen 2030 en 2040 neemt dat tekort toe naar 4 kleedkamers. De vereniging zou nu al graag beschikken over 8 kleedlokalen. Exakwa heeft eigen kleedlokalen. 56
6.5.6
Honkbal
De KNBSB (honk- en softbalbond) hanteert voor honkbal een richtlijn van 8 normteams per wedstrijdveld en 10 normteams voor een jeugdwedstrijdveld (kleinere maatvoering, speciaal voor wedstrijden van de jongere jeugdcategorieën). Voor softbal geldt 10 normteams per wedstrijdveld. Voor het aantal kleedlokalen is de richtlijn 2 per wedstrijdveld. Er is geen richtlijn voor het aantal trainingsvelden (trainingen moeten passen binnen de capaciteit van wedstrijdvelden). Benodigde capaciteit 2024, 2030 en 2040 Honk- en softbalvereniging Falcons heeft 5 teams waarvan 2 jeugdteams. Eén van de seniorenteams is een softbal team, de andere 4 teams zijn honkbalteams. Dit vertaalt zich in een gelijk aantal normteams (3 bij de senioren en 2 bij de jeugd). In tabel 26 is de beschikbare capaciteit aan velden in 2024 afgezet tegen de benodigde capaciteit in 2024, 2030 en 2040. Capaciteit
Seniorenveld
Jeugdveld
2024
2030
2040
2024
2030
2040
Benodigd
0,4
0,4
0,6
0,3
0,3
0,4
Benodigd afgerond
1
1
1
1
1
1
Beschikbaar
1
1
1
1
1
1
Verschil
0
0
0
0
0
0
Tabel 26: benodigde capaciteit honkbalvelden in 2024, 2030 en 2040
De vereniging heeft 1 jeugdveld en 1 seniorenveld. De veldcapaciteit is in relatie tot het huidige aantal teams ruim. De veldcapaciteit is naar verwachting ook in 2030 en 2040 derhalve toereikend. De vereniging heeft 4 kleedlokalen hetgeen aansluit bij de richtlijnen.
6.5.7
Atletiek
Voor atletiek bestaan geen richtlijnen voor de benodigde omvang van de voorzieningen in relatie tot het aantal gebruikers. Het voorzieningenaanbod varieert sterk per vereniging, ook bij een vergelijkbaar aantal leden. Atletiekvereniging Spirit heeft momenteel 325 leden. De vereniging beschikt over een 8-baans atletiekbaan. Dit is groter dan een standaard voorziening (6 banen). Binnen de baan zijn voorzieningen voor de ‘technische nummers’ aanwezig. De vereniging beschikt over 2 grote eigen kleedlokalen. Naast de atletiekvereniging wordt de baan gebruikt door andere organisaties waaronder andere sportverenigingen (zwemmen en schaatsen) en scholen voor primair en voortgezet onderwijs. Op basis van de groei van Lelystad wordt een toename van het aantal leden naar circa 360 in 2030 en circa 460 in 2040 verwacht. Op basis van landelijke referenties is in gemeenten met een omvang van circa 120.000 inwoners in de regel één atletiekaccommodatie aanwezig en kan de accommodatie voorzien in de groei van het aantal leden.
6.5.8
Jeu de Boules
De richtlijn van de NJBB ( jeu de boules bond) gaat uit van 1 baan per 5,33 leden voor de speltak ‘doubletten’ en 1 baan per 8 leden voor de speltak ‘tripletten’. Benodigde capaciteit 2024, 2030 en 2040 Jeu de Boules Vereniging Lelystad heeft 140 leden. In tabel 27 is de beschikbare capaciteit aan banen in 2024 afgezet tegen de benodigde capaciteit in 2024, 2030 en 2040. Er is uitgegaan van de speltak ‘doubletten’ (vraagt hoogste baancapaciteit). Capaciteit
Banen 2024
2030
2040
Benodigd
26,3
28,9
37,0
Benodigd afgerond
27
29
37
Beschikbaar
20
20
20
Verschil
-7
-9
-17
Tabel 27: benodigde capaciteit jeu de boules banen in 2024, 2030 en 2040
57
De jeu de boules vereniging beschikt over 20 eigen buitenbanen. De vereniging heeft geen overdekte banen. Op dit moment is er een tekort van 7 banen ten opzichte van de richtlijn van de bond. Dit loopt op naar 17 banen in 2040. In de berekening is uitgegaan van een geleidelijke groei van de vereniging op basis van het aantal inwoners, naar 200 leden in 2040. De vereniging is de laatste jaren echter sterk gegroeid en heeft de ambitie om al binnen 5 jaar door te groeien naar 200 leden. In dat geval zouden er al op kortere termijn 17 extra banen nodig zijn. De vereniging heeft de wens een nieuwe grotere clubaccommodatie te realiseren met overdekte banen, die nodig zijn om bij ieder weertype te kunnen spelen. Daarnaast biedt een overdekte accommodatie ook mogelijkheden om (nationale) wedstrijden te spelen. Daarvoor zijn 32 banen vereist, waarvan minimaal 15 overdekt. Op de richtlijnen van de bond kunnen nuances worden aangebracht. In de richtlijn wordt uitgegaan van gelijktijdig gebruik van de accommodatie door alle leden, gerekend met een opkomst van 75%. Een alternatief voor de realisatie van extra banen is het aanbieden van meerdere trainingstijden, waarbij de leden niet meer op elk tijdstip terecht kunnen. De accommodatie is in principe elke dag gedurende de hele dag beschikbaar voor de leden.
58
59
7.
Sportvoorzieningen in de openbare ruimte
7.1
Inleiding
De openbare ruimte van de gemeente Lelystad kent momenteel al volop mogelijkheden om te sporten en bewegen. Er zijn veel van de autoweg gescheiden fietspaden en de bossen aan de noord- en zuidzijde van de stad en het water nodigen uit tot vrij sporten en bewegen. Daarnaast zijn er specifieke voorzieningen aangelegd voor sporten en bewegen in de openbare ruimte. Dit hoofdstuk concentreert zich op deze voorzieningen.
7.2
Aanbod
Sportbedrijf Lelystad heeft een kaart ontwikkeld met sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. Hierop zijn 20 locaties opgenomen. In en om de stad zijn 20 locaties die kunnen worden geschaard onder de sportvoorzieningen in de openbare ruimte.20 In figuur 5 een overzicht van deze voorzieningen opgenomen.
Figuur 5: sportvoorzieningen in de openbare ruimte
De voorzieningen Spettertuin Horst (11), het belevenissenbos (18) en het Speelschip (19) zijn te typeren als speelvoorzieningen en worden daarom verder in dit hoofdstuk buiten beschouwing gelaten. Het Schateiland (20) bestaat uit een speeltuin en een sportveld. Alleen het sportveld is meegenomen. Niet opgenomen op de kaart is het sportveld achter binnensportcomplex ’t Kofschip. Dit sportveld werd voorheen door scholen in de omgeving gebruikt, maar door de clustering van het voortgezet onderwijs is de functie van dit veld hiervoor vervallen. Op dit moment wordt het veld wel veel gebruikt door bewoners om te voetballen en kan hiermee worden geschaard onder de sportvoorzieningen in de openbare ruimte. De beschikbare sportvoorzieningen hebben samen een oppervlakte van ruim 55.000 m². Hierin is de trimbaan (14) niet opgenomen, omdat de maatvoering van deze voorzieningen moeilijk te kwantificeren is. In tabel 28 is een overzicht opgenomen met de oppervlaktes per voorziening. De nummers voor de voorzieningen corresponderen met de nummers in figuur 5.
20
Bron: Sportbedrijf Lelystad
60
Voorziening
Oppervlakte (m2)
Voorziening
Oppervlakte (m2)
1
Basketbalveld
530
10
Basket- en voetbalveld
1.220
2
Beweeg- en ontmoetingsplek Overcinge
340
12
Skatebaan Silverhills
1.230
3
Skatebaan en voetbalveld
2.020
13
Calisthenics- en bootcampplek 'Lelybarz Woldpark
4
Voetbal- en basketbalveld
450
15
Leefpark 'Bij de Ooievaar'
9.540
5
Voetbal- en basketbalveld
950
16
Cruijff Court Aron Winter veld
1.180
6
Basketbalveld
650
17
Sutu Court, Kunstgrasveld en basketbalveld
1.590
7
Voetbal- en basketbalveld
2.780
20
Schateiland (sportveld)
3.500
8
Sportveld Horst
2.350
Sportveld 't Kofschip
23.100
9
Pannakooi Baai/Fjord
3.540
Totaal
210
55.180
Tabel 28: oppervlakte sportvoorzieningen openbare ruimte
7.3
Spreiding van het aanbod
Er is sprake van een goede spreiding van de voorzieningen over de stad. De dichtheid aan voorzieningen is wel wat groter in de oostelijke helft van de stad (zie figuur 5). De meeste sportvoorzieningen worden beschouwd als wijkvoorzieningen. In elke wijk ligt minimaal 1 voorziening. De skatebaan Silver Hills en de trimbaan worden gezien als voorzieningen met een bovenwijkse c.q. stedelijke functie. De skatebaan is centraal gesitueerd. De trimbaan ligt in de noordoost hoek.
7.4
Kwaliteit van het aanbod
Er is geen schouw gedaan van de voorzieningen, waardoor hierover geen uitspraak kan worden gedaan. Goed onderhoud en een regelmatige controle van de staat van de voorzieningen, is van belang in relatie tot de veiligheid voor de gebruikers. Diversiteit in het aanbod De kwaliteit van de voorzieningen hangt niet alleen samen met de staat van onderhoud, maar ook met de aantrekkelijkheid van de voorziening. De vraag hierbij is of de voorziening de inwoners daadwerkelijk uitnodigt om te gaan sporten of bewegen en of er diversiteit is in het aanbod. Relatief veel van de voorzieningen zijn ‘traditionele voorzieningen’ zoals voetbal- en basketbalvelden. Aan de westkant van de gemeente vallen de voorzieningen uitsluitend in deze categorie. Aan de oostkant van de stad zijn meer voorzieningen en is de diversiteit ook groter. Naast de basketbal- en voetbalvelden zijn hier ook voorzieningen als een calisthenics- en bootcampplek, een sutu court (interactieve voetbalmuur), beweegtoestellen en jeu de boules banen. Tevens zijn hier 2 kunstgrasvelden, waaronder een Cruyff Court.
7.5
Toekomstig aanbod
Uitbreiding skatevoorzieningen Zilverpark Wegens behoefte aan uitbreiding van de voorzieningen voor het skaten heeft de gemeenteraad in maart 2024 ingestemd met het uitbreiden van de voorzieningen voor skaters in het gebied Zilverpark waar de huidige skatebaan Silverhills ligt. De uitbreiding wordt meegenomen in een integraal ontwerp voor de opwaardering van het Zilverpark tot een aantrekkelijk park voor recreatie. De skatevoorzieningen zijn hier onderdeel van. Locatie sportveld ’t Kofschip Het gebied waarin sportveld en sportzaal ’t Kofschip liggen, wordt bestemd voor de ontwikkeling van woningbouw. Sportzaal ’t Kofschip vervalt na de realisatie van de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden, naar verwachting in 2028.
7.6
Huidige normeringen
Er zijn geen landelijke normen voor het benodigde aanbod aan voorzieningen voor sport en bewegen in de openbare ruimte. Gemeenten hanteren daar veelal hun eigen normeringen voor; grotere steden hanteren wisselend normen voor nieuwe gebiedsontwikkelingen, voor beschikbaar aanbod binnen een straal van een kilometer of 1.000 m² per 1.000 woningen. De gemeente Lelystad heeft in de Sport- en Beweegvisie 2023 – 2030 een norm van 1 m² per inwoner vastgelegd voor nieuwe gebiedsontwikkelingen. In hoofdstuk 8 wordt verder ingegaan op de normeringen voor de toekomst.
61
De oppervlakte van de huidige voorzieningen voor sport in de openbare ruimte is 55.180 m². De trimbaan en fiets- en wandelpaden zijn hierbij niet meegerekend. Met de huidige oppervlakte aan sportvoorzieningen in de openbare ruimte is er 0,66 m² per inwoner beschikbaar. Als het sportveld bij ’t Kofschip vervalt, dan vervalt een grote voorziening en daalt de totale oppervlakte van de voorzieningen met 23.100 m². In dat geval is er 0,38 m² per inwoner beschikbaar. Om de gebruiksmogelijkheden voor de huidige inwoners (los van de uitbreiding en het groeiend aantal inwoners) op peil te houden, achten we het reëel om binnen de gemeente een deel van de vervallen ruimte rond ’t Kofschip te compenseren. Dat kan met verschillende soorten voorzieningen (speelplekken, trapveldjes of multifunctionele ruimten voor diverse sporten a la Cruyff Courts). Qua spreiding en diversiteit zal met name in Lelystad-West behoefte zijn aan aanvulling van sportvoorzieningen in de openbare ruimte. Bij nieuwe gebiedsontwikkelingen zal ruimte gereserveerd moeten worden voor sport in de openbare ruimte. Bij scenario 2 groeit de gemeente met ongeveer 36.000 inwoners. Dit betekent 36.000 m² aan extra voorzieningen.
De invulling daarvan is bij voorkeur divers, in de vorm van sport- en beweegvoorzieningen die vergelijkbaar zijn met het huidige aanbod, maar ook via wandel- en fietsroutes, outdoor fitness voorzieningen en een combinatie van voorzieningen op bijvoorbeeld sportparken.
62
63
8.
Normen en afwegingskaders
8.1
Inleiding
In de Sport- en Beweegvisie 2023 – 2030 zijn normen en richtlijnen opgenomen voor de omvang van het voorzieningenaanbod op het gebied van sport en bewegen in Lelystad (De barcode). Specifiek gaat het om de volgende voorzieningen: Speel- en verblijfsplek Sport in de openbare ruimte Sportterrein (buitensportaccommodaties) Sporthal en sportzaal Binnenzwembad Onderdeel van het IHP Sport is om deze normen en richtlijnen (definitief) vast te leggen. Dit is uitgewerkt in paragraaf 8.2. De speel- en verblijfsplekken vallen buiten het IHP Sport en zijn daarom niet meegenomen. Er zijn geen wettelijke normen voor de omvang van de voorzieningen voor sport en bewegen waaraan een gemeente moet voldoen (uitgezonderd voor bewegingsonderwijs). De gemeente heeft wel een zorgplicht voor de inwoners op het gebied van welzijn. Mogelijkheden om te sporten en bewegen maken hiervan onderdeel uit. De mate waarin hierin wordt voorzien is een vrije keuze en gemeenten zullen hiervoor primair aansluiting moeten zoeken bij de ambities die worden nagestreefd in relatie tot ‘de woongemeente’ die men wil zijn. Door instanties als het Mulier Instituut wordt periodiek onderzoek verricht naar de omvang van sportvoorzieningen in Nederland. Hieruit komen gemiddelden naar voren en ontwikkelingen hierin. Daarnaast stellen belangenorganisaties zoals Jantje Beton richtlijnen op.
Deze gemiddelden en richtlijnen bieden houvast voor gemeenten. Een toets hieraan geeft in ieder geval een globaal beeld van hoe een gemeente er op dit punt voorstaat. In combinatie met de eigen beleidsdoelstellingen op het gebied van sport en bewegen kunnen gemeenten vervolgens hun eigen normen vaststellen. Een norm is een goede richtlijn voor de benodigde voorzieningen. Realisatie van voorzieningen conform de norm is echter geen doel op zich. Er moet sprake zijn van een goede aansluiting tussen de norm en de praktijk, tussen vraag en aanbod. In aanvulling op de normeringen zijn afwegingskaders behulpzaam bij het maken van de uiteindelijke keuzes. De afwegingskaders zijn vastgelegd in paragraaf 8.3.
8.2
Normen en richtlijnen
Binnenzwembad In de Sport- en Beweegvisie is een norm van 100 m² zwemwater per 10.000 inwoners vastgelegd. De huidige zwemvoorziening De Koploper beschik over 1.558 m² aan zwemwater en zou daarmee op basis van de norm van 100 m² per 10.000 inwoners toereikend moeten zijn voor 155.000 inwoners. Bij gebruik van het zwembad zijn verschillende activiteiten te onderscheiden. De analyse die in hoofdstuk 4 leidt tot het beeld dat er voor de meeste activiteiten in het zwembad is de ruimte in De Koploper toereikend om de groei van het aantal inwoners tot 2040 op te vangen. Echter voor het instructiezwemmen is de capaciteit bij 120.000 inwoners mogelijk niet meer toereikend. Bij 155.000 inwoners is dit zeker niet meer aan de orde. De norm van 100 m² per 10.000 inwoners is dus een norm die te ‘globaal’ is. Voorgesteld wordt om voor het gebruik voor de normering de indicatoren ‘animocijfer’ en ‘aantal bezoekers per m² zwemwater’ te hanteren. Als deze binnen de bandbreedte van de landelijke referentie vallen, is er in principe voldoende capaciteit aan zwemwater. Voor de activiteiten instructiezwemmen (leszwemmen voor kinderen) en verenigingszwemmen geldt een aparte monitoring. Voor deze activiteiten geldt er minder flexibiliteit bij de inroostering door specifieke gebruikstijden.
64
Norm: Er is een goede afstemming van vraag en aanbod van zwemwater als op grond van het aantal bezoekers per jaar sprake is van een animocijfer tussen van 2,5 - 3,5 en een aantal bezoekers per m² van 225 - 275. Aanvullend wordt de ontwikkeling van de vraag naar instructie-zwemmen en verenigingszwemmen gemonitord. Voor deze activiteiten kan bij een uitkomst van beide indicatoren richting de bovenkant van de bandbreedtes sprake zijn van een tekort aan zwemwater. Een tekort voor instructiezwemmen is de kritische factor bij de uitbreiding van zwemwater. Sporthallen en sportzalen Uit gebruikscijfers van sporthallen en bestaand aanbod aan sporthallen in Nederland komt een algemeen basisniveau naar voren van 1 sporthal per 10.000 – 17.500 inwoners. In de praktijk is er sprake van grote lokale verschillen. In de Sport- en Beweegvisie is een norm van 1 sporthal (3 zaaldelen) per 20.000 inwoners opgenomen. Hierbij is ervoor gekozen ook de capaciteit van sportzalen (2 zaaldelen) mee te rekenen. Dus bij 100.000 inwoners zijn conform de norm 5 sporthallen nodig, maar kan er ook sprake zijn van een combinatie van 3 sporthallen (3 x 3 zaaldelen) en 3 sportzalen (3 x 2 zaaldelen). Dit is exact de huidige capaciteit, wat impliceert dat deze toereikend zou zijn tot 100.000 inwoners. De praktijk is dat deze capaciteit bij het huidige aantal inwoners niet meer toereikend is.
Bij de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden is dan ook gekozen voor de realisatie van een extra sporthal. Op grond van de analyse in hoofdstuk 5 zijn er in 2040 5 sporthallen en 4 sportzalen nodig. Dit komt neer op 1 sporthal per 24.000 inwoners en 1 sportzaal per 30.000 inwoners. Voorgesteld wordt dit als norm te hanteren, waarbij aanvullend een combinatie wordt gelegd met de mate van gebruik (zie afwegingskaders) Norm: 1 sporthal per 24.000 inwoners en 1 sportzaal per 30.000 inwoners. Bij uitbreiding vindt een toets op noodzaak plaats op basis van het gebruik van de bestaande accommodaties conform het afwegingskader in paragraaf 8.3. Buitensportaccommodaties In de Sport- en Beweegvisie is een norm van 7 m² sportvelden per woning opgenomen. In 2023 telde Lelystad 35.000 woningen. Op basis van de norm van 7 m² per woning betekent dit qua norm 24,5 hectare aan sportvelden. De sportparken Langezand, Beginweg, Doggersbank, Schouw en het tennispark van ITL beslaan samen een oppervlakte van 45 hectare. De ijsbaan op Langezand is hierin niet meegerekend, omdat deze niet structureel wordt gebruikt. In de praktijk beslaan de sportvelden circa 60% van de totale oppervlakte van een sportpark. De overige voorzieningen zoals club- en kleedaccommodaties, parkeren, omliggend groen en ‘verkeersruimte’ op het park nemen circa 40% van de ruimte in beslag.
Daarmee komt de effectieve ruimte aan sportterreinen uit op 27 hectare (7,7 m² per woning). In de periode tot 2040 wordt realisatie van circa 16.400 nieuwe woningen voorzien (op basis van een woningbezetting van 2,2), waarmee het totale aantal woningen op 51.500 uitkomt. In ZuiderC is 12 hectare gereserveerd voor de realisatie van een nieuw sportpark. Effectief is dit ongeveer 7,5 hectare, waardoor het totale aanbod groeit naar 34,5 hectare. Dit leidt in 2040 tot een aanbod aan buitensportaccommodaties van 6,7 hectare per woning. Om te komen tot 7 m² per woning zou nog minimaal 1,5 hectare extra sportveldcapaciteit nodig zijn. De benodigde oppervlakte hangt in de praktijk samen met de behoefte van de inwoners, de takken van sport (voetbal neemt meer ruimte in beslag dan korfbal of tennis), de mate waarin een gemeente verschillende sporttakken faciliteert en de mate van spreiding die hierbij gewenst is. Op basis van de verwachte ontwikkeling van de vraag tot 2040 is in hoofdstuk 9 uitgewerkt welke voorzieningen dit vraagt en hoe dit kan worden ingevuld binnen de beschikbare ruimte (inclusief ZuiderC). Dit leidt tot een passende invulling. De normering is daarbij afhankelijk van deze variabelen en vooral van belang voor het verwachte ruimtebeslag de komende periode.