BL Rapportage IHP Sport Lelystad
Tekst van het document
Percentage inwoners
Wijk
lid van sportbond
Percentage inwoners lid van sportbond
Buitengebied
32,5
Boswijk
16,8
Havendiep
23,2
Atolwijk
15,8
Lelystad-Haven
22,4
Bolder
15,6
Kustwijk
21,4
Zuiderzeewijk
12,1
Waterwijk-Landerijen
19,7
Stadshart
10,9
Warande
18,5
Tabel 3: aantal inwoners met lidmaatschap sportbond per wijk
Tot slot zijn in tabel 4 de 10 takken van sport met de meeste aangesloten leden bij een sportbond weergegeven. Sportbond / tak van sport
Aantal leden
1
Sportvissen
3.119
2
Voetbal
2.791
3
Tennis en padel
1.460
4
Golf
1.299
5
Hippische Sport
694
6
Gymnastiek en turnen
617
7
Wandelen
554
8
Watersport
529
9
Hockey
518
10
Zwemmen
495
Tabel 4: takken van sport met de meeste aangesloten leden bij een sportbond
23
24
4.
Zwemwater
4.1
Inleiding
De gemeente Lelystad beschikt met Zwembad De Koploper over 1 centrale zwembadvoorziening. Het zwembad maakt onderdeel uit van sportcomplex De Koploper waarin ook een sporthal, een fitnessruimte en een grote dojo zijn gehuisvest. Ook het kantoor van het Sportbedrijf maakt onderdeel uit van het complex. In dit hoofdstuk is voor zwembad De Koploper het volgende in beeld gebracht: Het huidige aanbod van De Koploper (kwantiteit en kwaliteit) De gebruikers en de bezetting van De Koploper De beoogde capaciteit aan zwemwater in 2030 en 2040
4.2
Aanbod
Zwembad De Koploper bevat 5 bassins. In tabel 5 zijn de specificaties van deze bassins opgenomen. Nr.
Bassin
lxb (m)
Oppervlakte ( m²)
Bijzonderheden
1
Wedstrijdbad
25 x 15
375
2
Instructiebad
25 x 15
375
Beweegbare bodem
3
Doelgroepenbad
21 x 9
189
Beweegbare bodem
4
Piratenbad
divers
261
Verbonden met recreatiebad
5
Recreatiebad
divers
366
Verbonden met piratenbad
1.566 Tabel 5: overzicht en specificatie baden zwembad De Koploper
Bij de realisatie van de huidige bassins is rekening gehouden met multifunctionele gebruiksmogelijkheden. Zo hebben het instructiebad en het doelgroepenbad beiden een over de gehele oppervlakte beweegbare bodem, waardoor de gebruiksmogelijkheden divers zijn. Het instructiebad heeft tevens dezelfde afmeting als een wedstrijdbad en is hiermee ook bruikbaar voor verenigingen. Het recreatiegedeelte bestaat uit het piraten- en het recreatiebad. Deze baden zijn met elkaar verbonden, maar ook afzonderlijk van elkaar te gebruiken. De vormgeving en situering van beide baden is dusdanig dat ook een breder gebruik dan recreatief zwemmen mogelijk is. Zo wordt onder meer (beperkt) zweminstructie in één van de baden gegeven. In figuur 2 is de situering van het zwembad in de gemeente weergegeven.
Figuur 2: locatie zwembad De Koploper
25
4.3
Kwaliteit van het aanbod en verduurzaming
Het zwembad (en het gehele complex) verkeert in een goede staat van onderhoud. Wel geldt dat voor instandhouding maatregelen ter verduurzaming kunnen worden genomen. Er is een energiescan uitgevoerd voor het gehele complex De Koploper. Hieruit komen de benodigde maatregelen en kosten naar voren. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 5, paragraaf 5.6. In hoofdstuk 10 zijn de investeringen van de verduurzamingsmaatregelen opgenomen.
4.4
Gebruikers en bezetting
Gebruikers Zwembad De Koploper kent verschillende activiteiten en gebruikers: Recreatief zwemmen Banen zwemmen Een divers aanbod aan sportieve doelgroepactiviteiten, zoals Aqua Aerobica Aquaboksen, Aquajoggen, Hydrospinning en Senioren Fit. Diverse activiteiten voor specifieke doelgroepen zoals Ouder & Kind zwemmen en Minder valide zwemmen Zwemlessen voor jeugd en volwassenen Daarnaast kunnen verenigingen en andere organisaties het zwembad huren voor eigen activiteiten. De huidige vaste huurders van De Koploper zijn weergegeven in tabel 6: Sportverenigingen
Overige organisaties
Zwem- en waterpolovereniging Z&PC De Houtrib
SCPO Lelystad (verlengde schooldag)
Zwemvereniging Batavia Swim
Kindercentrum Almere (buitenschoolse opvang)
Reddingsbrigade Lelystad
Sportschool Kerngezond (fysiofitness)
Triathlonvereniging Lelystad
NBZ (Nationaal Beroepsopleider Zwembadbranche)
Duikvereniging Scuba Nova
Brandweer
Onderwatersportvereniging Aquavit
De Watervrienden (particuliere zwemgroep)
WF Fun Diving (duiken voor mensen met een beperking) Activiteitenvereniging Naqua (naaktzwemmen) Onze Club (sport voor mensen met een beperking) Tabel 6: vaste gebruikers zwembad De Koploper
Gebruik in uren In tabel 7 is het vaste gebruik per week per bad aangegeven. Het betreft het gebruik in een gemiddelde week in het seizoen (november 2023). Hierbij is een specificatie gemaakt voor de verschillende activiteiten. Een uur bezetting, betekent een uur gebruik van het gehele bad. In sommige gevallen wordt een half bassin gebruik; een uur gebruik van een half bassin is in het overzicht opgenomen als een bezetting van een half uur. Gebruik
Wedstrijdbad
Doelgroepenbad Instructiebad
Piratenbad
Recreatiebad
Recreatief zwemmen
6,25
0,00
8,50
17,50
38,00
Zwemles kinderen
19,25
19,25
23,00
3,00
1,75
Zwemles volwassenen
0,00
6,75
0,00
2,00
0,00
Overige act. sportbedrijf
15,50
28,00
7,00
10,50
12,50
Verenigingen
35,00
1,00
9,75
0,00
1,00
Overige huurders
2,00
9,25
1,00
2,50
5,50
Totaal
78,00
64,25
49,25
35,50
58,75
Tabel 7: aantal gebruiksuren per week per bassin per type activiteit
26
De tabel laat zien dat er sprake is van een goede actitviteitenbezetting van de baden. Ook is er sprake van een ruime wekelijkse openstelling voor recreatief zwemmen. Aantal bezoekers Het aantal uren dat er activiteiten plaatsvinden in de baden geven een eerste inzicht in het gebruik van het zwembad. In tabel 8 is het aantal bezoekers van het zwembad in 2023 weergegeven. Activiteit
Aantal bezoekers 2023
1e kwartaal 2024
Recreatief zwemmen
94.671
24.448
Zwemlessen
54.067
16.186
Banen zwemmen en doelgroep activiteiten
51.117
11.681
Verenigingen en overige huurders
19.584
5.973
219.439
58.288
Tabel 8: aantal bezoekers zwembad 2023 en 1e kwartaal 2024
Bij de registratie van de bezoekersaantallen moet opgemerkt worden dat de bezoekersaantallen van verenigingsactiviteiten en overige huurders een aanname zijn. De meeste zwembaden in Nederland verhuren badwater aan verenigingen, maar registreren niet per se (nauwkeurig) het aantal leden dat per gebruiksuur gebruik maakt van het zwembad. In de praktijk kan daarom sprake zijn van een hoger of lager aantal bezoekers aan deze activiteiten. Voor de andere activiteiten (recreatief zwemmen, doelgroep activiteiten en zweminstructie) geldt dat wel gedetailleerd het aantal bezoekers wordt bijgehouden. In 2023 was, onder meer door druk op de arbeidsmarkt, sprake van een beperktere openstelling en minder activiteiten in het zwembad. Omdat deze organisatorische c.q. personele knelpunten inmiddels verholpen zijn, zijn ook de eerste bekende bezoekersaantallen van 2024 in beeld gebracht. Er is sprake van een gelijke spreiding van het aantal bezoekers over een jaar. Op grond van het aantal bezoekers in het eerste kwartaal van 2024 kan daarom voorzichtig worden geconcludeerd dat het aantal bezoekers in 2024 hoger zal uitvallen dan in 2023. Dit is ook de verwachting van Sportbedrijf Lelystad. Bezetting in relatie tot landelijke cijfers Om de bezetting van het zwembad te kunnen duiden, worden cijfers vergeleken met landelijke referentiegegevens.
We hanteren hierbij 2 indicatoren: het animocijfer en het aantal bezoekers per m² zwemwater. Het animocijfer geeft het gemiddeld aantal bezoeken per inwoner per jaar weer. Landelijk valt het animocijfer bij de meeste zwembaden tussen 2,5 en 3,5. Daarbij ligt het animocijfer in stedelijke gebieden vaak wat lager en in landelijke gebieden wat hoger. Ook is het animocijfer afhankelijk van de recreatiewaarde van het zwembad: bij (ook) een recreatief profiel ligt het animocijfer wat hoger, bij een (uitsluitend) functioneel profiel wat lager. In 2023 was het animocijfer in Lelystad 2,6. Daarmee ligt het animo aan de onderkant van de bandbreedte vanuit de referentiegegevens. Het aantal bezoekers per m² zwemwater geeft ook een indicatie of er sprake is van een intensieve bezetting. Op basis van landelijke referentiegegevens hebben de meeste baden een bezetting van 225 – 275 bezoekers per m² zwemwater. In 2023 was het aantal bezoekers per m² zwemwater in Lelystad 141. Dit aantal bezoekers ligt onder die bandbreedte. Dat betekent dat er relatief veel m² zwemwater per bezoeker beschikbaar is in Lelystad. De aanwezige zwemwatercapaciteit is op dit moment ruim te noemen (2 baden met een afmeting van 375 m², een doelgroepenbad van ongeveer 180 m² en recreatieve baden met ongeveer 630 m²).
De verhouding van het animocijfer en de beschikbare m² per bezoeker impliceert dat binnen de bestaande zwemwatercapaciteit ruimte beschikbaar is voor een toename van het aantal bezoekers (bijvoorbeeld als gevolg van groei van de gemeente).
27
Potentieel gebruik Uit de huidige bezettingscijfers (animo en bezoekersaantallen per m²) en het rooster kan het volgende geconstateerd worden: De bezetting per activiteit kan in de toekomst (nog) geïntensiveerd worden. Dit geldt met name voor het recreatief zwemmen en de doelgroep activiteiten. Daarnaast is er nog ruimte in het rooster, zowel overdag als in de avonden, om extra activiteiten te organiseren of uren te verhuren. Voor zweminstructie (zwemlessen) is deze ruimte beperkter. De beschikbare tijden voor zweminstructie zijn in de regel na schooltijd en voor 18.30 uur, vanwege de leeftijd van de deelnemers. Daarnaast kan in het weekend zweminstructie worden aangeboden. Dit gebeurt nu op zaterdag. In het rooster is er nog ruimte om per gebruiksuur extra groepen in te plannen, met name in het instructiebad. Voor verenigingen is de behoefte eveneens beperkt door tijdblokken. Trainingen worden veelal tussen 18.00 en 22.00 uur geprogrammeerd en in de weekenden de wedstrijden. In de huidige situatie wordt door zwemvereniging Batavia ook in de ochtenden getraind (tussen 6.00 en 7.00 uur).
4.5
Benodigde capaciteit in 2030 en 2040
Groei van de gemeente en intensiever gebruik van de capaciteit Uit de analyse van de huidige beschikbare capaciteit en het gebruik van het zwembad kan worden geconstateerd dat er mogelijkheden zijn om groeiende bezoekersaantallen als gevolg van de groei van de gemeente op te vangen. Die mogelijkheden zijn er qua capaciteit vooral bij recreatief zwemmen en doelgroep activiteiten. Op basis van de huidige geregistreerde bezoekersaantallen bij de verenigingsactiviteiten zijn hier ook nog mogelijkheden om op gebruiksuren voor verenigingen intensiever van het badwater gebruik te maken. De door Sportbedrijf Lelystad uitgezette enquête onder verenigingen heeft geen grote respons onder de zwemverenigingen opgeleverd. Daarom is niet volledig duidelijk hoe de zwemverenigingen zelf tegen de groei van de gemeente (in relatie tot de ontwikkeling van de verenigingen) aankijken. Op basis van een groei van de gemeente met ongeveer 40% kan uitgegaan worden van een generiek groeiend bezoek aan het zwembad van ongeveer 40%. Bij een gelijkblijvend animo voor zwemmen (2,6 bezoeken per inwoner per jaar) als in de huidige situatie komt dat in de toekomst neer op zo’n 325.000 bezoekers. Als het animo voor zwemmen in de komende jaren stijgt naar 3 bezoeken per inwoner per jaar dan gaat het om zo’n 375.000 bezoekers.
Op basis van de nu beschikbare zwemwatercapaciteit zou het aantal bezoekers per m² dan stijgen naar 200 per m² (325.000 bezoekers) of 240 per m² (375.000 bezoekers). Dit valt binnen de bandbreedte op basis van landelijke referenties van 225 – 275 bezoekers per m². Veel van de groei van de gemeente zou derhalve theoretisch binnen de huidige zwemwatercapaciteit opgevangen moeten kunnen worden. Toekomstige behoefte zweminstructie Huidige capaciteit Voor zweminstructie zijn, zoals eerder aangegeven, de openingstijden vanwege de leeftijd van de instructiezwemmers beperkter. Daardoor is de potentiële capaciteit beperkter en zal bezien moeten worden in hoeverre de huidige capaciteit een groei van de stad (en daarmee een groeiend aantal instructiezwemmers) kan opvangen. Voor zweminstructie worden in De Koploper in principe drie baden gebruikt: het doelgroepenbad, het instructiebad en het wedstrijdbad. Daarmee kan worden voorzien in een behoefte van ongeveer 61.000 bezoeken per jaar. Dit aantal is gebaseerd op de volgende uitgangspunten: Ongeveer 1.850 leskinderen per jaar (op basis van de opgave van Sportbedrijf Lelystad). Zwemlessen van 45 minuten per les. Zweminstructie gedurende 44 weken per jaar. Openstelling voor instructiezwemmen van doordeweeks 3 uur (wedstrijdbad) en 3,5 uur (instructie- en doelgroepenbad; op woensdag 4,5 uur) per dag.
Op zaterdag wordt 4 uur (wedstrijdbad) en 5 uur (instructiebad) lesgegeven. Twee lesgroepen per bassin per uur. Een huidige behaalde diplomagraad van 92% voor het A-diploma, 51% voor het B-diploma en 28% voor het C-diploma. 28
Het overgrote deel van de leskinderen komt uit Lelystad. Een heel beperkt deel komt van buiten de gemeente. In Lelystad zijn twee concurrerende commerciële zwemscholen aanwezig, die ook een marktaandeel voor zweminstructie heeft (tussen 15 – 25%). Er zijn op dit moment voldoende zweminstructeurs om te voorzien in de zweminstructie. De arbeidsmarkt voor zweminstructeurs heeft de afgelopen jaren (landelijk) onder druk gestaan, ook in Lelystad. De afgelopen jaren heeft Sportbedrijf Lelystad voldoende zweminstructeurs aangetrokken of zelf opgeleid om te voorzien in het huidige aanbod aan zweminstructie.
Het aantal leskinderen per jaar is gerelateerd aan het aandeel 5-jarigen in Lelystad, de leeftijd dat de meeste kinderen starten met zwemlessen. In Lelystad wordt volgens opgave van Sportbedrijf Lelystad door veel kinderen al op 4-jarige leeftijd gestart, maar dit heeft voor de berekening geen effect op de generieke instroom. Op dit moment (2024) zijn er ongeveer 1.050 5-jarigen in Lelystad. Dat leidt (mede door de 45-minuten lessen en een gemiddelde doorlooptijd van 60 uur voor het A-diploma) tot een jaarlijkse instroom van 1.850 leskinderen. Door Covid-19 (2020 – 2022) en druk op de arbeidsmarkt voor zweminstructeurs hebben veel zwembaden de afgelopen jaren te maken gehad met langere wachtlijsten voor instructiezwemmen. En dientengevolge op dit moment een grotere instroom. Sportbedrijf Lelystad heeft aangegeven dat de gemiddelde instroom per jaar voor Covid-19 (2018, 2019) op zo’n 1.700 leskinderen lag. Voor de berekening van de toekomstige capaciteit hanteren we dit aantal daarom als basis instroom. Sportbedrijf Lelystad geeft aan dat de bestaande capaciteit net voorzien kan worden in de behoefte aan zweminstructie. Binnen het huidige rooster worden nog wel mogelijkheden gezien om een extra groep te programmeren in het instructiebad (3 groepen in plaats van 2).
Daarmee ontstaat extra capaciteit (ongeveer 11.000 extra uren ten opzichte van de huidige 61.000 uren per jaar) als de vraag naar zweminstructie verder groeit. Een extra lesgroep in ook het wedstrijdbad wordt op dit moment niet als realistisch gezien, omdat er vanuit de jongere lesgroepen onvoldoende doorstroom zal zijn. Verder kan overwogen worden om zwemlessen op zondag aan te bieden. Dit is in het verleden ook gebeurd (vanwege andere activiteiten vooral tussen 8 en 10 uur). Aandachtspunt bij zweminstructie op zondag is dat dit financieel minder aantrekkelijk is voor Sportbedrijf Lelystad, omdat vanuit de CAO toeslagen aan personeel betaald moeten worden en de zweminstructie daarmee minder winstgevend wordt.
Toekomstige behoefte en capaciteit Als de gemeente Lelystad de komende jaren (tot 2040 – 2043) groeit naar 120.000 inwoners, dan groeit ook het aantal 5jarigen en daarmee de behoefte aan zweminstructie. Bij gelijkblijvende variabelen (uitstroom met een A-diploma en doorstroom van A naar B en C) komt dat in de toekomst neer op ongeveer 81.000 – 84.000 bezoeken / zwemlesuren. Met een uitbreiding van de capaciteit door een extra lesgroep te programmeren in het instructiebad, kan extra capaciteit gerealiseerd worden tot ongeveer 72.000 bezoeken / zwemlesuren. Als het organisatorisch mogelijk is om ook in het wedstrijdbad een extra lesgroep te programmeren, kan die capaciteit nog verder stijgen naar ongeveer 82.000 – 84.000 bezoeken / zwemlesuren. In theorie is het daarmee mogelijk binnen de bestaande zwemwatercapaciteit te voorzien in de behoefte aan zweminstructie, ook met een toenemend aantal inwoners en daarmee 5-jarigen. Wanneer de variabelen wijzigen, ontstaat een ander genuanceerder beeld. Sportbedrijf Lelystad geeft aan dat zij de afgelopen jaren inzet op een hogere doorstroom van het A-diploma naar het B-diploma. Dit beleid werpt zijn vruchten af; de afgelopen jaren zijn daadwerkelijk meer kinderen na het behalen van het A-diploma doorgegaan voor het B-diploma. Op dit moment is er 29
een doorstroom van 51%. Landelijk gezien wordt op dit moment rekening gehouden met een doorstroom van 60% naar het Bdiploma en 35% naar het C-diploma. De doorstroom naar met name het B-diploma ligt hoger dan in Lelystad op dit moment geldt. Voor een acceptabele zwemvaardigheid wordt het behalen van in ieder geval het B-diploma als wenselijk gezien. Gezien de grote hoeveelheid water in de omgeving van Lelystad is inzet op maximale zwemvaardigheid beleidsmatig waarschijnlijk belangrijk. Dit komt ook naar voren in een recente motie van de Tweede Kamer waarin opgeroepen werd het schoolzwemmen opnieuw in te voeren om zo de zwemvaardigheid van kinderen te verbeteren. Of het schoolzwemmen daadwerkelijk landelijk ingevoerd wordt (en op welke wijze) is nog niet duidelijk. Wel wordt geconstateerd dat veel gemeenten ambitieuzere doelstellingen formuleren rond zwemvaardigheid. Het gaat dan met name om het bepalen van zwemdiploma A en de doorstroom naar B. In verschillende gemeenten worden daarvoor percentages van 100% (alle kinderen minimaal het A-diploma) en 80% (doorstroom naar het B-diploma) gehanteerd. Als bovenstaande variabelen (ambities op het gebied van zwemvaardigheid en doorstroming) ook van toepassing worden voor Lelystad, ontstaat een grotere vraag naar zweminstructie. Daarbij moet rekening gehouden worden met een stijging naar 96.000 – 100.000 bezoeken / lesuren per jaar.
Met de huidige capaciteit is die toename niet op te vangen. Ook als extra lesgroepen in het instructiebad (totaal 72.000 bezoeken) en het wedstrijdbad (totaal 84.000 bezoeken) worden ingepland, dan ontstaat nog steeds een tekort aan zwemwatercapaciteit. En zal extra zwemwatercapaciteit in de vorm van een nieuw zwembad gecreëerd moeten worden. Als er geen aanvullende ambities zijn rond zwemvaardigheid en doorstroming, dan moet nog steeds rekening gehouden worden met zo’n 82.000 – 84.000 leskinderen / lesuren per jaar. De huidige capaciteit zal dan organisatorisch maximaal ingezet moeten worden voor zweminstructie. Daarmee zou dan binnen de bestaande zwemwatercapaciteit zo’n 84.000 uur kunnen worden gerealiseerd. We hanteren daarbij als uitgangspunt dat er ook voldoende zweminstructeurs kunnen worden aangetrokken of opgeleid om zweminstructie te geven. De balans tussen toekomstige vraag en toekomstig aanbod aan zwemwater is daarmee wel precair te noemen en afhankelijk van een behoorlijk aantal variabelen. We gaan er derhalve van uit dat voor zweminstructie op termijn, met groei van de gemeente, rekening gehouden moet worden met de realisatie van een nieuw zwembad.
Toekomstige behoefte zwemverenigingen en overige gebruikersgroepen Analyse van de huidige situatie: De huidige roosters van het zwembad geven aan dat er per jaar in ieder geval tussen de 1.400 en 1.500 uur voor verenigingen geprogrammeerd worden. Dit is exclusief overige gebruikers zoals de brandweer. Met een totaal aantal bezoekers aan deze activiteiten van 24.000 (prognose 2024) is de gemiddelde bezetting per uur ongeveer 16 zwemmers. Landelijke kengetallen gaan uit van tussen de 20 – 25 zwemmers per uur voor verenigingsactiviteiten. Qua gebruik per uur lijkt er derhalve nog capaciteit te zijn om te kunnen groeien naar ongeveer 30.000 bezoekers aan verenigingsactiviteiten (uitgaand van 20 zwemmers per gebruiksuur). In hoeverre dat voor de verenigingen ook organisatorisch mogelijk is, is onduidelijk. De enquête van Sportbedrijf Lelystad (over huidig en toekomstig gebruik van de sportaccommodaties) is slechts door een beperkt aantal verenigingen geretourneerd. Daarnaast worden de bezoekersaantallen van verenigingsactiviteiten in de regel (ook landelijk) niet altijd gedetailleerd bijgehouden. Het is daarom mogelijk dat een groter aantal leden per uur gebruik maakt van de verenigingsuren dan nu geregistreerd wordt. Verder constateren we dat verenigingen op meerdere dagen per week tussen 6.00 en 7.00 uur gebruik maken van het zwembad voor trainingen.
Die uren worden gehuurd, omdat in de avonden minder capaciteit beschikbaar is voor verenigingsactiviteiten. Dat impliceert dat er druk zit op het huidige aantal verenigingsuren. Dit hangt echter ook mede samen met de behoefte aan een relatief hoog aantal trainingsuren per lid.
30
Toekomstige situatie Als uitgegaan wordt van een extrapolatie van de bezoekers aan de verenigingsactiviteiten op basis van de groei van de gemeente, dan stijgt het aantal bezoekers de komende 15 jaar naar zo’n 34.000. Als de geregistreerde bezoekersaantallen correct zijn, dan kan een deel van deze extra bezoekers waarschijnlijk opgevangen binnen de huidige programmering door meer leden tegelijk te laten trainen. Een deel van de extra vraag c.q. het extra bezoek kan niet worden opgevangen binnen de huidige roosters. Uitbreiding van het aantal uren is hiervoor noodzakelijk.
4.6
Extra aanbod zwemwater en functionaliteit
Op basis van bovenstaande analyse verwachten we dat de gemeente Lelystad in de komende 15 jaar een nieuw zwembad zal moeten realiseren om te voorzien in de vraag. Het moment waarop het nieuwe zwembad gerealiseerd zou moeten worden, is afhankelijk van de ontwikkeling van de hierboven geschetste variabelen, onder meer voor zweminstructie. Omdat de groei van de gemeente Lelystad vooral vanaf 2035 wordt voorzien, verwachten we niet dat daarvoor al veel druk op het zwemwater zal ontstaan. We adviseren daarom de ontwikkelingen in de stad (groei van het aantal inwoners, instroom van leskinderen) en de beleidsambities te monitoren en op basis van de actuele ontwikkeling van de stad een besluit te nemen op het moment dat voorzien wordt dat binnen een periode van 4 jaar de grenzen van de huidige capaciteit bereikt zijn. We gaan daarbij dan uit van een functioneel zwembad voor primair zweminstructie, verenigingen en eventueel doelgroepen. Met een extra zwembad kan volledig voorzien worden in de vraag naar extra zwemwater vanuit de verenigingen. Daarbij hoeft ook het aantal gebruikers per uur ten opzichte van de huidige situatie niet te stijgen. We gaan vooralsnog uit van een zwembad van 25 x 10 meter (vierbaans) met beweegbare bodem een aanvullende functionaliteiten (kleedruimten, eenvoudige horecavoorziening en beheerdersruimten).
Omdat een nieuw zwembad vermoedelijk pas vanaf 2030 in ontwikkeling genomen hoeft te worden en De Koploper tegen die tijd zo’n 30 jaar oud is, adviseren we om een solitair zwembad op een andere locatie in de stad te realiseren. Op basis van spreiding van zwemwater over de gemeente is de te ontwikkelen wijk ZuiderC de meest voor de hand liggende locatie. Binnen de ontwikkeling van ZuiderC zal hier ruimtetechnisch rekening mee gehouden moeten worden. Daarbij moet eveneens rekening gehouden worden met de snelheid van de ontwikkeling van ZuiderC en de doorlooptijd om een nieuw zwembad in gebruik te kunnen nemen: besluitvorming en realisatie kennen een doorlooptijd van minimaal 2,5 – 4 jaar.
31
32
5.
Binnensportaccommodaties
5.1
Inleiding
In dit hoofdstuk is voor de binnensportaccommodaties het volgende in beeld gebracht: een omschrijving van de verschillende accommodatietypes het huidige aanbod aan accommodaties, de spreiding, de gebruikers en de omvang van het gebruik de kwaliteit van het aanbod de voorziene wijzigingen in het aanbod en specifieke wensen van gebruikers de verwachte gebruiksbehoefte in de jaren 2030 en 2040
5.2
Omschrijving accommodatietypes en gebruiksmogelijkheden
Sporthallen, sportzalen en gymzalen Onder binnensportaccommodaties worden in dit onderzoek sporthallen, sportzalen en gymzalen verstaan. Dit zijn multifunctionele accommodaties die (kunnen) worden benut voor bewegingsonderwijs en de beoefening van meerdere zaalsporten. Gymzalen (sportruimte van minimaal 21 x 12 meter) zijn met name geschikt voor het bewegingsonderwijs voor scholen. De afmetingen van gymzalen zijn vaak afgeleid uit de Modelverordening Huisvesting Onderwijs van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, 21 x 12 x 5,5 meter). Buiten bewegingsonderwijs is een gymzaal geschikt voor gymnastiek/turnen, tafeltennis dansactiviteiten, judo, vecht- en verdedigingssporten en recreatieve beoefening van diverse zaalsporten, met name volleybal en badminton. Bij realisatie van nieuwe gymzalen wordt tegenwoordig vaak gekozen voor een grotere maatvoering van 22 x 14 x 7 meter die wordt geadviseerd door de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Oefening19. Deze maatvoering is qua oppervlak vergelijkbaar met de maatvoering (‘1,3 gymzaal’) die de afdeling Onderwijshuisvesting van de gemeente Lelystad hanteert. Inmiddels adviseert de KVLO overigens gymzalen met een nog grotere omvang: 24 x 14 x 7 meter of zelfs 24 x 15,3 x 7 meter. Door die aangepaste maatvoering kunnen gymzalen meer gebruikt worden door sportverenigingen.
Daarnaast zijn er de laatste jaren innovatieve concepten ontwikkeld: de Beweegbox (vierkante maatvoering), Athletic Skills Model (ASM) gymzaal en de Buitengymzaal die in steeds meer gemeenten ook worden toegepast. De Beweegbox is een vierkante gymzaal met een omvang van 16 x 16 x 5,5m. De vloer kan worden verdeeld in 4 kwadranten waarop in kleinere groepen effectiever kan worden gesport. De zaal kent ook een andere inrichting die aansluit bij de actuele behoeften van het onderwijs en andere gebruikers. Bij de ASM gymzaal is de inrichting volledig afgestemd op het concept Athletic Skills Model. Dit model gaat uit van 10 grondvormen van bewegen. De inrichting van een ASM-gymzaal is hier volledig op afgestemd. Door ontwikkelingen als COVID-19 en het verplichte 2e uur bewegingsonderwijs, is de behoefte ontstaan om ook de buitenruimte meer te benutten voor sport. Een buitengymzaal is een modulair systeem waarbij de vertrouwde aspecten van de gymzaal buiten worden gerealiseerd. Sportzalen hebben doorgaans een sportvloer van circa 28 x 22 meter en een hoogte van 7 meter en zitten hiermee tussen een gymzaal en een sporthal in. Sportzalen zijn geschikt voor het bewegingsonderwijs van de scholen en voor de beoefening van de zaalsporten. Voor wedstrijden beperkt de functionaliteit zich door de kleinere maatvoering tot basketbal, volleybal en badminton.
Voor deze sporttakken geldt echter in de regel ook de voorkeur voor wedstrijden in een sporthal, omdat hierin meer velden voor deze sporttakken passen. De meeste sportzalen zijn voorzien van 1 scheidingswand om de zaal te splitsen in 2 zaaldelen. Sporthallen (minimaal 44 x 24 meter) hebben een sportvloer die in de regel voldoet aan de afmetingseisen voor alle (traditionele) zaalsporten. De hoogte van de sportruimte is minimaal 7 meter. Een sporthal is geschikt voor bewegingsonderwijs van de scholen en voor trainingen en wedstrijden van alle takken van zaalsport: badminton, basketbal, volleybal, handbal, korfbal, zaalvoetbal en zaalhockey. De belijning en specifieke inrichting bepalen de exacte sportmogelijkheden per accommodatie. Afhankelijk van de lokale behoefte kunnen hierin keuzes worden gemaakt. De meeste sporthallen hebben 1 of 2 scheidingswanden, waarmee de sportruimte kan worden gesplitst in meerdere zaaldelen. Hierdoor kunnen de scholen met een aantal groepen gelijktijdig gebruik maken van de accommodatie voor het bewegingsonderwijs. Voor de sportverenigingen bieden de scheidingswanden de mogelijkheid van gedeelde huur. 19
Adviesmaat van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Oefening (KVLO)
33
Overige binnensportaccommodaties Buiten de multifunctionele binnensportaccommodaties is er een veelheid aan andere binnensportaccommodaties. Vaak zijn dit voorzieningen voor 1 specifieke tak van sport. Binnen het IHP Sport vallen alleen de overige binnensportaccommodaties die in eigendom zijn van Sportbedrijf Lelystad. Deze worden beschreven in paragraaf 5.3.
5.3
Aanbod
Sporthallen en sportzalen De gemeente Lelystad heeft momenteel 3 sporthallen en 3 sportzalen. Van de sporthallen zijn er 2 geclusterd in het complex De Rietlanden, maar niet gelijktijdig gebouwd. Sporthal De Rietlanden 1 dateert uit 1984 en sporthal De Rietlanden 2 uit 2012. De 3e sporthal is ‘De Koploper’. Deze hal is gebouwd in 2000 en maakt onderdeel uit van het gelijknamige complex waarin meerdere voorzieningen zijn gehuisvest, waaronder het zwembad. De 3 sportzalen zijn allemaal ouder dan 40 jaar. Sportzaal De Rietlanden maakt deel uit van het complex De Rietlanden, maar is een apart gebouw dat niet is verbonden met de 2 sporthallen. Sportzaal ’t Kofschip maakt onderdeel uit van het complex ’t Kofschip’. Dit complex bevat ook 4 gymzalen. Tot slot is er sportzaal Horst. In onderstaande tabel 9 zijn de specificaties van de sporthallen en sportzalen opgenomen. Nr.
Accommodatie
Type
1
De Rietlanden 1
2
Bouwjaar
lxb (m)
h (m)
Sporthal
1984
29,5 x 44,5
7,95
1313
2
De Rietlanden 2
Sporthal
2012
28,2 x 50,2
9,25
1416
3
3
De Koploper
Sporthal
2000
29,8 x 43,8
11,9
1305
2
4
De Rietlanden
Sportzaal
1981
22 x 28
7
616
2
5
t Kofschip
Sportzaal
1974
28 x 33
8,8
924
2
6
Horst
Sportzaal
1981
22 x 28
8,3
616
2
Oppervlakte (m2) Zaaldelen
Tabel 9: overzicht en specificatie accommodaties
Wat opvalt aan de specificaties is: De hoogte van bijna alle accommodaties is hoger dan de standaardmaat van 7 meter. De maatvoering van alle sporthallen is ruimer dan de minimale maatvoering van 24 x 44 meter. Sportzaal ’t Kofschip kan worden gekwalificeerd als een erg ruime sportzaal. Gymzalen In totaal zijn er 23 gymzalen in eigendom van de gemeente. Hiervan worden er 20 structureel ingezet voor het bewegingsonderwijs van de scholen en 19 voor de verhuur aan sportverenigingen en andere organisaties. Het verschil van respectievelijk 3 en 4 betreft de gymzalen in het complex ’t Kofschip. Door de veroudering van dit complex worden deze gymzalen niet meer ingezet als dit niet noodzakelijk is. In het aantal van 23 is de vervangende nieuwbouw van de 2 gymzalen Botter en Tjalk die momenteel plaatsvindt niet meegenomen. Voor deze vervanging was sloop van de oorspronkelijke zalen nodig. Er zijn hierdoor tijdelijk 2 gymzalen minder beschikbaar. Een overzicht met specificaties van de gymzalen is opgenomen in bijlage 4.
Overige binnensportaccommodaties Het aanbod aan overige binnensportaccommodaties bestaat uit: Een dojo van circa 70 m² in sportcomplex De Rietlanden (in een voormalige verenigingsruimte) Een turnzaal gevestigd in een voormalige gymzaal van 252 m² gesitueerd tegen sporthalcomplex De Rietanden Een dojo van circa 500 m² in sportcentrum De Koploper Een tafeltennisaccommodatie van 327 m², solitaire accommodatie (adres Kofschip 6) Biljartaccommodatie ’t Schouwspel op sportpark Schouw
34
5.4
Spreiding van het aanbod
De spreiding van de binnensportaccommodaties hangt voor een groot deel samen met de koppeling van de binnensportaccommodaties aan de scholen. In Lelystad is er sprake van een ruime spreiding van het basisonderwijs (veel scholen) en hiermee ook een ruime spreiding van de gymzalen over de stad. De 3 sporthallen zijn gespreid over 2 locaties en de 3 sportzalen over 3 locaties. De overige sportaccommodaties zijn unieke voorzieningen. Hier speelt bereikbaarheid een rol. Deze is voor alle voorzieningen goed te noemen. In figuur 3 zijn de sporthallen, de sportzalen en de overige sportaccommodaties aangeduid. De gymzalen zijn niet weergegeven op de kaart.
Figuur 3: spreiding sporthallen en sportzalen
Op grond van de voorgenomen uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden (verwachte oplevering in 2028) vervallen de huidige sportzalen ’t Kofschip en Rietlanden en neemt het aantal sporthallen op de Rietlanden toe van 2 naar 3 en het aantal sportzalen (per saldo) van 1 naar 2. De uitbreiding van de voorzieningen leidt dus niet tot een grotere spreiding van de grotere binnensportaccommodaties over de stad, maar juist tot een concentratie. Binnensportverenigingen prefereren over het algemeen een zoveel mogelijk geclusterd gebruik van sporthallen en -zalen. Het vergemakkelijkt de inzet van trainers en geeft de vereniging meer binding met de accommodatie. Dit is ook door de verenigingen in Lelystad benoemd. Een grotere afstand tot een sportaccommodatie kan wel een belemmering vormen voor inwoners om deel te nemen. De locatie van De Rietlanden is vanuit dit perspectief gunstig gesitueerd. De locatie ligt weliswaar aan de zuidkant van Lelystad, maar heeft wel een centrale ligging en is goed bereikbaar. Ook voor de toekomstige inwoners van ZuiderC is dit complex gunstig gesitueerd.
35
5.5
Kwaliteit van het aanbod
Staat van onderhoud De accommodaties in Lelystad zijn goed onderhouden. De accommodaties waarvan de staat door een deel van de gebruikers als (zeer) onvoldoende wordt ervaren, worden in principe vervangen als onderdeel van de uitbreiding van het complex De Rietlanden (zie voor een toelichting paragraaf 5.8). Dit zijn de sportzalen De Rietlanden en ’t Kofschip. Functionaliteit Naast de staat van onderhoud bepaalt ook de functionaliteit van de accommodaties de kwaliteit van het aanbod. Bij functionaliteit gaat het zowel om de sportvoorzieningen als aanvullende voorzieningen zoals een tribune of horeca. Op dit gebied zijn er enkele knelpunten / aandachtspunten geconstateerd: In de gymzalen zijn een aantal gebruikers die zaalvoetballen. De gymzalen zijn hiervoor eigenlijk te klein, maar beperkte ruimte in de sporthallen en sportzalen zijn deels de oorzaak van dit gebruik. Er is beperkte bergruimte in de gymzalen voor sportverenigingen en sportgroepen. Gymzalen hebben in de regel één bergruimte. Met de materialen voor het bewegingsonderwijs van de scholen is deze vaak goed gevuld en resteert er weinig ruimte voor specifieke materialen voor de overige gebruikers. Dit speelt in ieder geval bij de gymnastiekvereniging die naast ruimtegebrek ook de functionaliteit van de bergruimte (lage deuren, hoge drempel) als knelpunt benoemt.
De turnhal is een voormalige gymzaal met een afmeting van 21 x 12 meter, die door Gymnastiekvereniging Lelystad (GVL) is voorzien van een specifieke turninrichting. GVL biedt wedstrijd turnen voor zowel voor dames als heren aan. De accommodatie is te klein om de gewenste faciliteiten voor het wedstrijd turnen in te passen. Daarnaast zijn de trainingsmogelijkheden voor alle toestellen beperkt. Sporthal De Rietlanden 2 heeft geen vaste zittribune. Er is ook geen statribune. Publiek kan wel vanaf de verdieping in de hal kijken, maar er is sprake van een beperkte toeschouwerscapaciteit. Bij de functionaliteit uitbreiding van De Rietlanden vinden de verenigingen de aspecten multifunctioneel gebruik, hoogte van de sportzalen en de belijning/indeling van de zalen het meest van belang. Buiten de zalen vinden de verenigingen het aantal kleedlokalen en douches en de aanwezigheid van een horeca belangrijk tot zeer belangrijk.
5.6
Verduurzaming
Onderzochte accommodaties Met het oog op de investeringsagenda voor de lange(re) termijn zijn energiescans gemaakt van een aantal sportaccommodaties, op basis van de volgende uitgangspunten: De verduurzaming van de gymzalen en sportzaal Horst maakt onderdeel uit van het IHP Onderwijs. De gemeente Lelystad heeft aangegeven dat bij het vervangen van gymzalen al rekening gehouden wordt met verduurzaming. Voor de overige gymzalen (die niet op korte termijn vervangen worden) en voor sportzaal Horst is door de gemeente aangegeven dat hier, gezien de korte termijn, via het IHP Sport geen verduurzamingsscan hoeft te worden opgesteld. Sportzaal ’t Kofschip en de sportzaal bij De Rietlanden vervallen op korte termijn (na oplevering van het nieuwe sportcomplex bij De Rietlanden). Daarom is hier geen verduurzamingsscan voor opgesteld. Voor sportcomplex De Rietlanden (twee sporthallen en de turnzaal) en sportcomplex De Koploper is wel een energiescan opgesteld. Sportcomplex De Koploper is een multifunctioneel complex, maar wordt in dit hoofdstuk meegenomen. In de energiescans voor De Rietlanden en De Koploper is een analyse gemaakt van de gebouwen op basis van een bezoek ter plaatse, analyses van de plattegronden, verbruikscijfers en andere relevante informatie (waaronder meerjaren onderhoudsplanningen).
De energiescans zijn opgenomen onder bijlage 5 (De Rietlanden) en bijlage 6 (De Koploper). Hieronder worden de bevindingen op hoofdlijnen gepresenteerd. In hoofdstuk 10 worden de financiële consequenties samengevat.
36
De Rietlanden Zoals eerder aangegeven is sportcomplex De Rietlanden in meerdere periodes gerealiseerd. Er is geconstateerd dat de afgelopen jaren al meerdere verduurzamingsmaatregelen zijn doorgevoerd. Het gaat daarbij onder meer om isolatie van de bouwkundige schil voor het grootste deel van het complex, het doorvoeren van LED-verlichting (grootste deel van de verlichting), het plaatsen van zonnepanelen, waterbesparende douchekoppen, gedeeltelijke HR++ beglazing en warmteterugwinning. Uit de analyse komt naar voren dat nog een aantal verduurzamingsmaatregelen doorgevoerd kunnen worden (paragraaf 5.3 in bijlage 5). Uitgangspunt bij de verduurzaming is de Trias Energetica. Bij de analyse van het gebouw en de verduurzamingsmogelijkheden is in eerste instantie uitgegaan van de huidige configuratie (2 sporthallen en de turnzaal). De investeringskosten van de verduurzamingsmogelijkheden bedragen € 930.000, inclusief BTW. De terugverdientijd van de investeringen (op basis van huidig verbruik en de huidige energieprijzen) is ongeveer 33 jaar. Met name de plaatsing van een warmtepomp (ruim € 400.000) leidt tot een grote investering, met ook een langere terugverdientijd. Doordat de al geplaatste zonnepanelen veel energie terug leveren aan het net, wordt deze energie direct gebruikt door de warmtepompen en kan dit ten goede komen aan de terugverdientijd.
Een warmtepomp leidt er verder toe dat de accommodatie gasloos kan worden. Naast deze investering zijn ook de investeringen in de turnzaal relatief hoog, met name voor isolatie van dat (oudere) deel van het gebouw. De rest van het sportcomplex is al wel geïsoleerd. In relatie tot de afweging rond de verduurzamingsmogelijkheden, is de verwachting dat het complex langere tijd in stand gehouden wordt (ook vanwege de aanbouw van het nieuwe sportcomplex). Verduurzamingsmogelijkheden exclusief turnzaal Verderop in de rapportage (hoofdstuk 9) wordt invulling gegeven aan de motie vanuit de gemeenteraad (uitwerking van varianten voor een turnhal). Als gekozen wordt voor realisatie van een nieuwe turnhal, dan zou de huidige turnzaal bij De Rietlanden kunnen vervallen. In dat geval hoeft de turnzaal ook niet verduurzaamd te worden. De investeringskosten voor verduurzaming van De Rietlanden exclusief de turnzaal bedragen € 607.000, inclusief BTW. De Koploper Er is een energiescan opgesteld voor het gehele complex De Koploper, inclusief zwembad, sporthal, horeca, fitness, dojo en kantoorruimten. Het complex is gerealiseerd in 1999 en later uitgebouwd in 2008. In deze paragraaf worden de verduurzamingsmogelijkheden voor het gehele complex gepresenteerd. Uit de scan en de gesprekken met Sportbedrijf Lelystad komt naar voren dat al langer nagedacht wordt over verduurzamingsmogelijkheden.
Daarbij zijn de afgelopen jaren al meerdere maatregelen genomen vanuit het perspectief van verduurzaming en/of kostenbesparing. Verder zijn plannen uitgewerkt voor onder meer het plaatsen van zonnepanelen. De investeringskosten voor verduurzaming van De Koploper bedragen € 8,3 miljoen, inclusief BTW. De terugverdientijd bedraagt 42 jaar. De hoge terugverdientijd wordt met name beïnvloed door een aantal te nemen maatregelen. In bijlage 6 is de energiescan opgenomen. De belangrijkste investeringen en specifieke aandachtspunten zijn als volgt: Bij de voorgestelde maatregelen wordt uitgegaan van de Trias Energetica. Daarin zit een volgordelijkheid van te nemen maatregelen. Met name de bouwkundige constructie van het dak leidt tot een aantal aandachtspunten. De kosten van dakisolatie zijn hoog. Dat hangt samen met de specifieke situatie (hoogteverschillen, diverse constructies, afwijkend reliëf op daken, installaties op daken). Vanuit duurzaamheidsperspectief moet het dak geïsoleerd worden, wat leidt een hoge investering (en een zeer lange terugverdientijd). Het warmteverlies is het hoogst bij de zwemzalen. Er kan overwogen worden om voornamelijk de fitness en mogelijk de sporthal niet na te isoleren. Dit zorgt voor een hoge besparing op de investeringskosten. Er kan geopteerd worden voor het plaatsen van zonnepanelen.
Sportbedrijf Lelystad heeft hiervoor al een concreet uitgewerkt voorstel ontvangen. Op het complex kunnen zonnepanelen geplaatst worden. Vanwege de dakconstructie is dat niet op het gehele complex mogelijk. Daarom wordt voorgesteld om ook de parkeerplaats te overkappen, om extra panelen aan te kunnen leggen. Aandachtspunt daarbij is dat de grond van de parkeerplaats geen eigendom is van Sportbedrijf Lelystad, maar van de gemeente Lelystad. De investering in zonnepanelen heeft een terugverdientijd van 11 en 14 jaar.
37
Om de accommodatie gasloos te krijgen, kunnen warmtepompen geplaatst worden ter vervanging van de gasketels en de biomassakachel. De biomassakachel is in 2014 geplaatst. Destijds werd er nog van uitgegaan dat dit een duurzaam alternatief was voor gasgestookte kachels. Inmiddels is duidelijk dat biomassakachels fijnstof uitstoten. Met het plaatsen van warmtepompen, zullen ook andere installaties moeten worden vervangen (extra investering) en worden inregelkosten gemaakt. De warmteterugwinning in de zwemzalen (recent gerevitaliseerd) zal eveneens vervangen moeten worden om maximaal rendement te realiseren. Gebeurt dit niet, dan is de verwachting dat de investeringskosten voor de warmtepompen hoger uit zullen vallen. Bij de uitvoering van de maatregelen kan op onderdelen worden aangesloten bij het MJOP. Vervanging van (delen van) het dak staan in het MJOP gepland voor 2028 en 2032; isolatie van het dak zou tijdens die werkzaamheden gecombineerd kunnen worden. Als alternatief zou gekozen kunnen worden om zonnepanelen eerder te plaatsen; waar zonnepanelen geplaatst worden, zou de vervanging (en isolatie) van die delen van het dak naar voren gehaald kunnen worden. Een deel van de investeringen kan mogelijk gedekt worden uit reserveringen uit het MJOP. Investeringen in relatie tot de levensduur De gemeente Lelystad hanteert een levensduur voor gebouwen van 60 jaar.
Met het oog op die (langdurige) instandhouding kunnen maatregelen voor een groot deel renderen en kan daarmee gezorgd worden voor een duurzaam complex voor de komende jaren. Als uitgegaan moet worden van een kortere levensduur van het sportcomplex (bijvoorbeeld 40 jaar), dan moet afgewogen worden in hoeverre de maatregelen uitgevoerd moeten worden. Daar staat tegenover dat dan over 15 jaar (in 2040) mogelijk een nieuw vervangend sportcomplex gerealiseerd moet worden.
5.7
Gebruikers
Sporthallen en sportzalen De sporthallen en sportzalen worden gebruikt voor het bewegingsonderwijs, door de zaalsportverenigingen en door een aantal andere gebruikers. Op het gebied van onderwijs worden de accommodaties van complex De Rietlanden gebruikt door het voortgezet onderwijs van Porteum, sporthal De Koploper door het ROC van Flevoland en sportzaal Horst door enkele basisscholen. Sportzaal ’t Kofschip wordt voor scholen primair onderwijs tijdelijk ingezet als vervangende huisvesting, omdat twee gymzalen vanwege vervangende nieuwbouw op dit moment niet beschikbaar zijn. Op het gebied van de zaalsport zijn in Lelystad alle reguliere takken van zaalsport vertegenwoordigd op verenigingsniveau. Deze sporten en de bijbehorende verenigingen zijn weergegeven in tabel 10. Zij vormen de voornaamste gebruikers van de sporthallen als de sportzalen. De sportzalen vormen voor zaalsportverenigingen een belangrijke aanvulling op de sporthallen, vooral voor trainingscapaciteit. De groep overige gebruikers is relatief beperkt. In de sporthallen gaat het om enkele recreatieve handbal- en zaalvoetbalgroepen. In de sportzalen zijn ook Gymnastiekvereniging Lelystad, twirlvereniging Flevo Twirling ’94, honk- en softbalvereniging Falcons en enkele recreatieve groepen op het gebied van volleybal, zaalvoetbal en Floorball actief.
Tak van sport
Vereniging
Handbal
Handbal Vereniging Lelystad
Volleybal
Volleybalvereniging Volta
Badminton
Badminton Combinatie Flevoland
Basketbal
Flevo Musketiers
Zaalvoetbal
FC Anatolia en Zvv Dynamo
Korfbal
Exakwa
Zaalhockey
M.H.C. Lelystad
Tabel 10: zaalsportverenigingen Lelystad
38
Gymzalen De gymzalen worden door 53 sportverenigingen en overige gebruikers gebruikt. De activiteiten van deze gebruikers zijn zeer divers: gymnastiek, peutergym, een keur aan vecht- en verdedigingssporten en recreatieve beoefening van volleybal, badminton, basketbal en zaalvoetbal. De zaalvoetbalgroepen zijn het meest opvallend. In de regel worden de gymzalen hiervoor niet gebruikt wegens de (te) kleine maatvoering. Dit gebruik hangt deels samen met een gebrek aan ruimte in de sportzalen en sporthallen. Overige binnensportaccommodaties In tabel 11 zijn de gebruikers van de overige binnensportaccommodaties weergegeven. Accommodatie
Huurders
Dojo De Rietlanden
Judovereniging IJsselmeer
Dojo De Koploper
Judoschool Progress
Turnhal
Gymnastiekvereniging Lelystad
Tafeltennisaccommodatie
Lelystadse Tafeltennisclub (LTTC)
Biljartaccommodatie 't Schouwspel
Lelystadse Biljartvereniging 23 (LBV 23) Biljarten voor Senioren (BVS) Ouderenbiljartclub Lelystad (OBL)
Tabel 11: gebruikers overige binnensportaccommodaties
5.8
Bezetting
Sporthallen en sportzalen Om een oordeel te geven over de bezetting wordt gebruik gemaakt van verschillende kengetallen. NOC*NSF en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) hanteren als richtlijn voor de keuze om al dan niet een sporthal of sportzaal te realiseren een minimaal aantal gebruiksuren per jaar. NOC*NSF gaat uit van 1.400 uur gebruik per jaar exclusief onderwijsgebruik en de VNG van 1.600 uur per jaar inclusief onderwijsgebruik. Op basis van eigen referentiegegevens beoordelen we de bezetting van een sporthal en sportzaal eveneens. Dit leidt tot een indeling in scores op 5 niveaus (van onvoldoende tot goed). De score is gekoppeld aan het totale aantal gebruiksuren per jaar inclusief onderwijsgebruik. Een samenvatting van de beschreven richtlijnen en scores is weergegeven in tabel 12: Richtlijn
Beoordeling
Uren sporthal
Uren sportzaal
NOC * NSF
Minimaal aantal uren sport
1.400
1.400
VNG
Minimaal aantal uren onderwijs en sport
1.600
1.600
Goed
>2.500
> 2.100
Ruim voldoende
2.100 - 2.500
1.700 - 2.100
Voldoende
1.900 - 2.100
1.500 - 1.700
Matig
1.500 - 1.900
1.100 - 1.500
Onvoldoende
< 1.500
< 1.100
Kengetallen op basis van bureaugegevens (landelijke referenties)
Tabel 12: overzicht richtlijnen bezetting sporthallen en sportzalen
De verenigingen gebruiken de sporthallen in de regel gemiddeld 44 weken per jaar. Uitzonderingen hierop vormen de korfbalbalvereniging (23 weken per jaar), de hockeyvereniging (12 weken per jaar) en de honk- en softbalvereniging (25 weken per jaar). Deze laatste vereniging kent geen zaalcompetitie en gebruikt de zalen alleen voor trainingen. Het werkelijke aantal gebruiksuren per jaar van de sporthallen en sportzalen in Lelystad is weergegeven in tabel 13. Bij de berekening is rekening gehouden met de aangegeven verschillen in het aantal weken gebruik bij de zaalsportverenigingen. Voor het onderwijs is gerekend met een bezetting van 40 weken per jaar.
39
Nr. Accommodatie
Uren excl. onderwijs
Uren incl. onderwijs
Score landelijke referentie
1
Sporthal De Rietlanden 1
1.350
2.711
Goed
2
Sporthal De Rietlanden 2
1.224
2.624
Goed
3
Sporthal De Koploper
1.393
2.113
Ruim voldoende
4
Sportzaal De Rietlanden
1.088
2.488
Goed
5
Sportzaal ’t Kofschip
6
Sportzaal Horst
482
482
Onvoldoende
1.107
1.707
Ruim voldoende
Tabel 13: bezetting sporthallen en sportzalen in uren per jaar en beoordeling op basis landelijke referenties
Bij alle accommodaties is het gebruik exclusief onderwijsgebruik lager dan het kengetal van 1.400 uur van NOC*NSF. De oorzaak ligt in een relatief hoog aandeel in het gebruik door verenigingen die de accommodaties minder dan 44 weken per jaar gebruiken (korfbal, hockey en honkbal). Deze takken van sport zijn (in hoofdzaak) ingeroosterd in sporthal De Koploper (korfbal en hockey), sportzaal ’t Kofschip (hockey, korfbal en honkbal) en sportzaal Horst (korfbal en honkbal). De reden dat de Koploper desondanks het hoogste aantal uren sportgebruik kent, hangt samen met het sportgebruik overdag (o.a. de BSO, het Sportbedrijf en de badmintonvereniging). Dit is mogelijk omdat de hal overdag geen volle programmering voor onderwijsgebruik heeft. Bij de uren inclusief onderwijsgebruik is zichtbaar dat, uitgezonderd sportzaal ’t Kofschip, alle accommodaties (ruim) voldoen aan het kengetal van de VNG van minimaal 1.600 uur gebruik per jaar. De scores die kunnen worden toegekend op basis van de landelijke referenties zijn voor alle accommodaties van complex De Rietlanden ‘goed’. Dit komt door een maximaal gebruik van de capaciteit overdag voor het onderwijs (Porteum). De totale capaciteit van De Rietlanden is voor de school niet toereikend. Porteum maakt aanvullend gebruik van de 3 oude gymzalen van het voormalige Arcus College.
Sporthal De Koploper en sportzaal Horst scoren door een lager gebruik van onderwijs overdag een ‘ruim voldoende’. De bezetting van sportzaal ’t Kofschip is ‘onvoldoende’. De zaal wordt alleen nog ingezet voor verenigingsgebruik en wordt met name gebruikt door de verenigingen die een kortere gebruiksbehoefte hebben dan 44 weken (hockey, korfbal en honkbal). Porteum en de sportverenigingen ervaren de laatste jaren een tekort aan ruimte. Porteum wenst aanvullend aan de benodigde capaciteit voor het reguliere bewegingsonderwijs capaciteit om naschoolse sportlessen en de examenvakken L.O. 2 en BSM (Bewegen, Sport en Maatschappij). Een aantal sportverenigingen wenst extra gebruiksuren, maar er zijn hiervoor geen passende uren meer beschikbaar. Dit zijn in ieder geval de basketbal-, hockey- en korfbalvereniging. Gymzalen Er is geen norm voor het aantal gebruiksuren van een gymzaal. Over het algemeen wordt een gebruik van 1.000 uur per jaar als ‘goed’ beoordeeld. Dit is met name gebaseerd op de primaire functie van een gymzaal voor bewegingsonderwijs. Op basis van het gebruiksrooster van scholen voor basis- en speciaal onderwijs heeft een gymzaal voor onderwijsgebruik een maximale capaciteit van 26 uur per week voor het primair onderwijs; op jaarbasis is dit 1.040 uur.
Voor het voortgezet onderwijs wordt uitgegaan van een capaciteit van ongeveer 1.400 uur (35 uur per week, 40 weken per jaar). In de Verordening Voorzieningen Huisvesting Onderwijs van de gemeente Lelystad is een beschikbare capaciteit van 40 uur per week vastgelegd. Scholen: De 20 gymzalen worden in hoofdzaak gebruikt door de basisscholen en aanvullend door scholen voor speciaal onderwijs en VMBO Aeres. Het gebruik per gymzaal is gemiddeld 24 uur per week, wat hoog is. Er is geen vergelijking gemaakt tussen het werkelijke gebruik per school en het normatieve aantal klokuren (gebruiksrecht) per school. In de praktijk ligt het werkelijke gebruik vaak boven het normatieve gebruik. Scholen hebben soms kleinere groepen leerlingen dan waar bij de berekening van de normatieve uren van wordt uitgegaan, wat leidt tot een hogere vraag. Een andere factor die een rol speelt bij de hoge bezetting van de gymzalen door het onderwijs is de vervangende nieuwbouw van de gymzalen Tjalk en Botter. Het aanbod is dus tijdelijk 2 gymzalen kleiner. Sportverenigingen en overige gebruikers: De 53 sportverenigingen en overige gebruikers huren de gymzalen samen 161 uur per week, een gemiddeld gebruik van 8,5 uur per zaal per week. Er is geen eenduidig referentiegetal voor het aantal gebruiksuren dat redelijkerwijs buiten schooltijd aan 40
een gymzaal kan worden gekoppeld. Gymzalen (zeker met een hoogte van 5,5 meter) zijn niet altijd geschikt voor trainingen van verenigingen. De populaire momenten zijn in de regel in de middag en van 18.00 – 22.00 uur (doordeweeks). Dit beeld is ook in Lelystad te zien. In tabel 14 is het totale gemiddelde gebruik door sportverenigingen en overige sportgebruikers ingedeeld naar tijdstippen van gebruik: ma-vr
ma-vr
ma-vr
zaterdag
totaal
9.00 - 16.00
16.00 - 18.00
18.00 - 22.00
Totaal alle gymzalen
18
33
88
10
149
Gemiddeld per gymzaal
0,9
1,8
4,6
0,5
7,8
Tabel 14: totale aantal gebruiksuren sportverenigingen en overige gebruikers gymzalen en gemiddelde gebruik per gymzaal
Het gemiddelde aantal gehuurde uren per gebruiker is 3 uur per week. De verschillen zijn groot. Verreweg de meeste gebruikers huren de zalen 1 tot 2 uur per week (39). Slechts 3 gebruikers huren/gebruiken meer dan 10 uur per week. Dit zijn Gymnastiekvereniging Lelystad (30 uur), Stichting GO – naschoolse opvang (17 uur) en Sportbedrijf Lelystad (13 uur). In de vraag doordeweeks van 18.00 en 22.00 uur kan met de huidige capaciteit (19 gymzalen; 380 uur per week) ruimschoots voorzien worden. Overige binnensportaccommodaties In tabel 15 is het gebruik van de overige binnensportaccommodaties weergegeven: Accommodatie
Huurders
Dojo De Rietlanden
Judovereniging Progress
Gebruik in uren per week 38,5
Dojo De Koploper
Judoschool IJsselmeer
niet bekend
Turnhal
Gymnastiekvereniging Lelystad
30
Tafeltennisaccommodatie
Lelystadse Tafeltennisclub (LTTC)
16,5
Biljartaccommodatie 't Schouwspel
Lelystadse Biljartvereniging 23 (LBV 23)
25
Biljarten voor Senioren (BVS)
10
Ouderenbiljartclub Lelystad (OBL)
10
Tabel 15: totale aantal gebruiksuren overige binnensportaccommodaties per week
Voor de overige binnensportaccommodaties zijn geen normen / richtlijnen voor de beoordeling van de mate van het gebruik. Ook hier is sprake van een concentratie van het gebruik in de avonduren en het weekend. Bij de dojo’s en de turnhal is er ook al gebruik vanaf 15.30 uur (na schooltijd). De biljartaccommodatie wordt dagelijks gebruikt voor trainingen en wedstrijden van 3 verenigingen. Dit vindt doordeweeks in de middag vanaf 12.00 uur plaats. Op grond van de gebruiksuren in tabel 15 wordt het gebruik van alle accommodaties als ruim voldoende tot goed beoordeeld. De tafeltennisvereniging maakt uitsluitend doordeweeks gebruik van haar accommodatie, doordat de competitie op vrijdagavond plaatsvindt. Het gemiddelde gebruik per avond is 3,5 uur. In de dojo’s is weinig tot geen vrije ruimte, maar ook de gymzalen kunnen worden ingezet voor judo, zodat er voor deze tak van sport in principe geen capaciteitsproblemen zijn. Ook bij de tafeltennis- en de biljartaccommodatie is er geen sprake van een tekort aan ruimte. Bij de turnvereniging vormt de maat van de accommodatie een beperking. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 5.10.
5.9
Toekomstig aanbod
Sporthallen en sportzalen Uitbreiding sportcomplex De Rietlanden De zaalsportverenigingen en de school voor voortgezet onderwijs Porteum ervaren een tekort aan capaciteit. In maart 2024 is een aantal scenario’s voor uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden voorgelegd aan de gemeenteraad. De raad heeft
41
ingestemd met het verder uitwerken van de uitbreiding op basis van het meest uitgebreide scenario. Dit scenario omvat een uitbreiding met 1 sporthal (3 zaaldelen), 2 sportzalen (elk 2 zaaldelen) en 1 gymzaal. De beoogde ingebruikname is 2028. Na de uitbreiding van De Rietlanden vervallen de 3 gymzalen van het voormalige Arcus College, de huidige sportzaal bij De Rietlanden en sportzaal ’t Kofschip. Voor Porteum neemt door deze mutatie het aantal beschikbare zaaldelen toe van 10 naar 13, wat aansluit bij de door de school gewenste capaciteit en ook ruimte biedt voor toekomstige groei en uitbreiding van het aanbod (naschoolse lessen en examenvakken LO 2 en BSM). Voor de sportverenigingen neemt de capaciteit aan sporthallen toe met 1 en blijft de capaciteit aan sportzalen gelijk. Met de uitbreiding van De Rietlanden ontstaat voor zowel de sportverenigingen als het onderwijs een kwalitatieve impuls: 1 nieuwe sporthal, 2 nieuwe sportzalen en 1 nieuwe gymzaal. De verouderde sportzalen (De Rietlanden en ’t Kofschip) en gymzalen (Arcus College) vervallen. Onderzoek tijdelijke sporthal in ZuiderC Momenteel wordt ook de realisatie van een tijdelijke sporthal in ZuiderC onderzocht. Deze sporthal is bedoeld voor Porteum als overbrugging naar het gereedkomen van de extra capaciteit door de uitbreiding van complex De Rietlanden.
De hal kan aanvullend ook een functie hebben voor de sportverenigingen. Voor de realisatietijd van de tijdelijke hal wordt uitgegaan van een periode van circa 2 jaar. Gymzalen Op grond van het IHP onderwijs worden in de periode tot 2028 5 gymzalen vervangen (nieuwbouw) en wordt 1 gymzaal nieuw gebouwd in ZuiderC. Daarnaast wordt rekening gehouden met de toevoeging van 4 nieuwe gymzalen tot 2035 in relatie tot de groei van de stad. In totaal worden naar verwachting dus 10 nieuwe gymzalen voor het (basis)onderwijs gerealiseerd. Omdat 2 van de gymzalen die worden vervangen al vooruitlopend zijn gesloopt, betekent dit per saldo een toename van 8 gymzalen. Daarnaast voorziet de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden in 1 nieuw gymzaal, waarmee het totaal op 9 extra zalen komt. Gekoppeld aan de uitbreiding van De Rietlanden zal complex ’t Kofschip verdwijnen. Dit betekent voor bewegingsonderwijs het vervallen van 1 gymzaal (de andere 3 zijn al buiten gebruik). Overige binnensportaccommodaties De huidige turnhal wordt door Gymnastiekvereniging Lelystad als onvoldoende beoordeeld. Dit hangt samen met de maat van de huidige accommodatie (voormalige gymzaal), waardoor de faciliteiten van de vereniging voor zowel trainingen als het wedstrijden beperkt zijn.
De vereniging heeft dit in maart 2024 bij de behandeling van het voorstel voor uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden onder de aandacht gebracht van de gemeenteraad. Deze heeft naar aanleiding hiervan een motie aangenomen waarin wordt gevraagd om een uitbreiding/vervanging van de huidige turnhal te onderzoeken in relatie tot de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden. Uitgangspunt van dit onderzoek is realisatie van een turnaccommodatie met minimaal een vaste plek voor alle toestellen (8) voor zowel het heren als het dames turnen, inclusief de vrije vloer, voldoende aanloop voor het onderdeel sprong en een of meerdere valkuilen. Faciliteiten voor trampolinespringen vormen een optionele aanvulling.
5.10
Benodigde aantal binnensportaccommodaties in 2030 en 2040
In deze paragraaf is een prognose gemaakt van de ontwikkeling van de gebruiksvraag van de binnensportaccommodaties met als ijkjaren 2030 en 2040. Dit is gebaseerd op ontwikkeling van het aantal inwoners van Lelystad op basis van scenario 2. Omdat dit scenario in de periode 2040-2043 een sterke groei laat zien, is deze groei meegenomen in de prognose voor 2040. Vraag naar sporthal- en sportzaalruimte Voor het berekenen van de ontwikkeling van het gebruik zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Het aantal inwoners van Lelystad groeit conform scenario 2. Het aandeel inwoners dat lid is van een sportbonden (sportverenigingen) blijft gelijk. Er is sprake van een evenredige groei per tak van sport, conform de huidige populariteit. Bovenstaande leidt tot een groei in vraag van 2024 naar 2030 met 10% en van 2024 – 2040 met 41%. De behoefte in 2024 is hoger dan het huidige gebruik in 2024 (tekort aan capaciteit). Dit tekort is in beperkte mate gekwantificeerd vanuit de enquêtes. Om dit aspect te kwantificeren is het huidige gebruik in 2024 verhoogd met 10%. Het huidige gebruik en de kwantificering van het tekort (10%) zijn de basis voor de berekeningen van de benodigde capaciteit in 2030 en 2040. 42
De berekening voor de benodigde capaciteit is gebaseerd op de gebruiksvraag van maandag t/m vrijdag tussen 18.00 en 23.00 uur (25 uur per week). In deze periode is de gebruiksvraag het grootst. De piek (voorkeur) ligt tussen 18.00 en 22.00 uur (20 uur per week). In de berekening wordt uitgegaan van een reële gemiddelde bezetting per accommodatie in deze periode van 22,5 uur per week. Beperkt effect toename percentage inwoners dat lid is van een sportbond In Lelystad zijn minder mensen lid van een sportbond (en hiermee veelal een vereniging) ten opzichte van de landelijke aantallen (18,1% versus 24%). In de periode 2021 – 2022 was de trend neerwaarts (van 18,8 naar 18,1%). Als dit percentage op grond van interventies stijgt naar 20%, betekent dit bij 120.000 inwoners 2.400 extra leden bij verenigingen. Wel geldt dat circa 50% van de leden van sportverenigingen takken van sport betreft die niet worden beoefend in de sportaccommodaties die onderdeel zijn van het IHP sport (denk aan sportvisserij, golf, paardrijden, wandelen en watersport). Een eventuele stijging van het aandeel verenigingsleden heeft daarom naar verwachting geen groot effect op de benodigde capaciteit aan sportaccommodaties. In tabel 16 is de benodigde capaciteit aan sporthallen en sportzalen berekend op basis van de genoemde uitgangspunten. Accommodaties