BL Rapportage IHP Sport Lelystad
Tekst van het document
Rapport
Integraal Huisvestingsplan Sport Gemeente Lelystad
Mei 2024
Samenvatting Opdracht De gemeente Lelystad wil een integraal huisvestingsplan sport (IHP Sport) laten opstellen. De gemeente heeft in januari 2023 de nieuwe Sport- en beweegvisie 2023 – 2030 vastgesteld. Een belangrijke ambitie uit de visie is dat in Lelystad (ook met de beoogde toekomstige groei) voor iedereen voldoende ruimte is om te bewegen en sporten. Aandachtspunten daarbij zijn: Een passend accommodatiebestand voor binnen- en buitensport (kwantiteit en kwaliteit). Een beweegvriendelijk ingerichte openbare ruimte. Oog voor verduurzaming van de accommodaties. Het IHP Sport moet inzicht geven in de ruimteclaims en indicatieve investeringsbedragen in de toekomst en de ruimtelijke inpassing van (nieuwe) sportvoorzieningen. Voor het huidige inwonersaantal moet de ‘basis op orde komen’. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de toekomstige groei van de gemeente en wordt geanalyseerd wat die toekomstige groei betekent voor de vraag naar (en daarmee het aanbod van) sportaccommodaties. Ontwikkelingen en ambities In beleidsdocumenten van de gemeente Lelystad worden verschillende ambities gesteld. In het Raadsakkoord 2022 – 2026 is opgenomen dat een impuls gegeven moet worden aan het sportklimaat in Lelystad, onder meer door te investeren in sportvoorzieningen.
Dit wordt uitgewerkt in onder meer de Sport- en Beweegvisie, waarbij aangegeven is dat binnen- en buitensportvoorzieningen uitgebreid, gerenoveerd en/of vervangen moeten worden om knelpunten op te lossen en in te spelen op de groei van de stad. Ook verduurzaming van accommodaties is daarbij belangrijk. Er ligt de ambitie om van Lelystad de meest kindvriendelijke stad van Nederland te maken. Daarbij is het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte een belangrijk uitgangspunt. Lelystad kent op dit moment een achterblijvende sportparticipatie ten opzichte van de rest van Nederland en ook een lagere participatie in georganiseerde sport. Het huidige tekort aan sport- en beweegfaciliteiten leidt tot wachtlijsten bij verenigingen, waardoor de sportparticipatie niet kan groeien. De komende jaren (periode tot en met 2043) stijgt het aantal inwoners vermoedelijk van ongeveer 84.000 naar 120.000 inwoners. Samen met de ambities om de sportdeelname in Lelystad te verhogen, leidt dit tot een groeiende vraag naar sportaccommodaties, zowel vanuit de sport(verenigingen) als vanuit het bewegingsonderwijs. Huidige situatie In de huidige situatie zijn er knelpunten in de vraag – aanbod verhoudingen bij binnensportaccommodaties en bij (met name) voetbal.
Bij de binnensportaccommodaties is met name in de winterperiode een tekort aan trainings- en wedstrijdcapaciteit voor zaalsportverenigingen. Voor de binnensport wordt voorzien in een uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden met één sporthal, twee sportzalen en een gymnastieklokaal. Bij buitensport is met name een knelpunt bij voetbalverenigingen. De afgelopen jaren is een verschuiving ontstaan in lidmaatschappen van verenigingen. Daardoor zijn bij twee verenigingen wachtlijsten ontstaan en is er druk op de sportparken Schouw en Doggersbank, ook in relatie tot de omgeving. Het huidige sportaanbod bestaat uit verschillende locaties, waarbij met name sportpark Langezand een multifunctioneel sportpark is. Aanvullend zijn er verschillende monofunctionele sportlocaties. De gemeente beschikt verder over veel sport- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte, waarbij wel een groot aantal m² verdwijnt op het moment dat de locatie rond sportzaal ’t Kofschip herontwikkeld wordt. Toekomstige situatie Door de groei van de gemeente ontstaat meer vraag naar sportvoorzieningen. Met de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden worden de knelpunten op het gebied van de sporthal- en sportzaalruimte voor een groot deel opgelost. Er blijft in de piekmaanden een knelpunt ontstaan op het moment dat de zaalhockeycompetitie gespeeld wordt. Dit gaat om een periode van 12 weken.
Het plaatsen van een blaashal voor zaalhockey is een oplossing om dit op te lossen. De groei van de gemeente kan dan met het toekomstige aanbod aan binnensportvoorzieningen opgevangen worden.
Dat geldt ook voor de toekomstige vraag naar buitensportaccommodaties. Voor de meeste takken van sport kan die groei binnen het bestaande sportaanbod worden opgevangen. Dat geldt niet voor voetbal. Daar wordt een extra vraag naar voetbalvelden verwacht. Ook voor tennis en padel wordt extra vraag verwacht die niet binnen de huidige accommodaties kan worden opgevangen. Op termijn (tussen 2035 en 2040) is mogelijk een tweede zwembad noodzakelijk, met name voor zweminstructie. Dit is mede afhankelijk van de instroom van kinderen en de doorstroom van diploma A naar B en C. Met de beoogde gebiedsontwikkelingen moet extra ruimte gevonden worden voor sport en bewegen in de openbare ruimte. Tenslotte is verduurzaming van bestaande sportaccommodaties in het kader van het Klimaatakkoord (2030 en 2046) relevant. Voor de Koploper en De Rietlanden zijn de mogelijkheden geïnventariseerd. Verder kan een impuls gegeven worden aan de kwaliteit van sportaccommodaties door functionaliteiten te verbeteren van gymzalen (en de tafeltennisvereniging onder te brengen in één van de gymzalen) en een nieuwe turnhal te realiseren. Met de realisatie van een turnhal kan ook voorzien worden in de toekomstige groeiende vraag naar gymnastiek.
Uitwerking in ruimtelijke opgaven De ambities van de gemeente, de groei van de stad, de ontwikkelingen op het gebied van sport en bewegen en de verduurzaming van sportaccommodaties leiden tot een toekomstige ruimteclaim voor de sport en tot een investeringsopgave. Bij de ruimteclaim wordt uitgegaan van een nieuw sportpark bij de gebiedsontwikkeling ZuiderC (12 ha), ruimte voor sport en bewegen in de openbare ruimte bij gebiedsontwikkelingen (36.000 m²) en compensatie van het vervallen van de openbare ruimte voor sport en bewegen rond ’t Kofschip (6.000 m²). Daarnaast zijn er mogelijkheden om sportvoorzieningen in de toekomst meer te clusteren (onder meer op Langezand), waardoor sprake zal zijn van meer multifunctionele sportvoorzieningen en minder monofunctionele sportvoorzieningen. Investeringen De investeringen zijn onder te verdelen in drie categorieën: Basis op orde Om huidige knelpunten in vraag en aanbod op te lossen, wordt uitgegaan van de realisatie van een blaashal voor hockey, drie kunstgrasvelden voetbal en een natuurgrasveld voetbal. De investeringskosten hiervan bedragen ongeveer € 3.100.000. Daarnaast moet de sportzaalcapaciteit op peil blijven. Door twee nieuw te realiseren gymzalen te combineren tot een sportzaal is daarin te voorzien. Daarnaast is de uitbreiding van sportcomplex De Rietlanden al behandeld in de gemeenteraad.
De uitbreiding van deze capaciteit is ook noodzakelijk om knelpunten in vraag en aanbod binnensportaccommodaties op te lossen. De investeringskosten voor compensatie van de openbare ruimte die vervalt rond ’t Kofschip zijn afhankelijk van de keuze voor voorzieningen en daarmee op PM gesteld. Investeringen in relatie tot de groei Om te kunnen voorzien in de groeiende vraag als gevolg van de groei van Lelystad, zal in ZuiderC een nieuw sportpark gerealiseerd moeten worden. Op het sportpark worden 8 voetbalvelden plus een club-kleedgebouw gerealiseerd. Verder worden 10 tennisbanen en 10 padelbanen voorzien en een accommodatie voor de jeu de boules vereniging, inclusief clubgebouw en overdekte banen. Met de voetbalvoorzieningen is een bedrag van € 10.200.000 gemoeid. Voor de tennis- en padelbanen en de jeu de boules accommodatie moet bezien worden welke investering de verenigingen zelf kunnen doen. Op termijn is waarschijnlijk een tweede zwembad noodzakelijk. De investeringskosten hiervoor bedragen ongeveer € 10.800.000. De investeringskosten voor sport en bewegen in de openbare ruimte zijn afhankelijk van de keuze voor type voorzieningen en daarmee op PM gesteld. Kwaliteitsimpuls De investeringskosten voor het verbeteren van de functionaliteit van gymzalen en het combineren van een nieuwe gymzaal met een clubgebouw voor de tafeltennisvereniging bedragen ongeveer € 1.600.000.
De investeringskosten van een nieuwe turnhal bij sportcomplex De Rietlanden, waarmee ook voorzien kan worden in de groei van de gymnastiekvereniging, bedragen ongeveer € 6.100.000. Er kan ook voor een andere oplossingsrichting gekozen worden, waarmee de investeringskosten hoger of lager kunnen uitvallen.
Daarnaast kan op termijn bezien worden of sportpark Langezand verder geherstructureerd kan worden, zodat het sportpark nog multifunctioneler gebruikt kan worden. Hierdoor kunnen monofunctionele sportlocaties vervallen. De investeringskosten zijn afhankelijk van mogelijke clustering van voorzieningen op Langezand. Verduurzaming In het kader van het Klimaatakkoord kunnen de complexen De Koploper en De Rietlanden verduurzaamd worden. De verduurzamingsmogelijkheden zijn in beeld gebracht, inclusief terugverdientijden. De investeringsramingen zijn afhankelijk van de keuze voor het doorvoeren van een deel of alle mogelijkheden. Voor De Rietlanden (inclusief de huidige turnzaal) zijn de kosten € 930.000. Voor De Koploper zijn de kosten van alle maatregelen € 8.300.000.
Inhoudsopgave Samenvatting
2
1.
Inleiding
9
1.1
Aanleiding
9
1.2
Doel en uitgangspunten
9
1.3
Aanpak en gebruikte gegevens
10
2.
Beleidskaders sport en bewegen
12
2.1
Belang van sport en bewegen
12
2.2
Gemeentelijke beleidskaders
12
3.
Trends en ontwikkelingen
17
3.1
Landelijke algemene trends en ontwikkelingen
17
3.2
Landelijke trends en ontwikkelingen sportaccommodaties
19
3.3
Algemene trends en ontwikkelingen in Lelystad
20
3.4
Trends en ontwikkelingen in de sport en bewegen in Lelystad
21
4.
Zwemwater
25
4.1
Inleiding
25
4.2
Aanbod
25
4.3
Kwaliteit van het aanbod en verduurzaming
26
4.4
Gebruikers en bezetting
26
4.5
Benodigde capaciteit in 2030 en 2040
28
4.6
Extra aanbod zwemwater en functionaliteit
31
5.
Binnensportaccommodaties
33
5.1
Inleiding
33
5.2
Omschrijving accommodatietypes en gebruiksmogelijkheden
33
5.3
Aanbod
34
5.4
Spreiding van het aanbod
35
5.5
Kwaliteit van het aanbod
36
5.6
Verduurzaming
36
5.7
Gebruikers
38
5.8
Bezetting
39
5.9
Toekomstig aanbod
41
5.10
Benodigde aantal binnensportaccommodaties in 2030 en 2040
42
6.
Buitensportaccommodaties
46
6.1
Inleiding
46
6.2
Aanbod en gebruikers
46
6.3
Spreiding van het aanbod
49
6.4
Kwaliteit van het aanbod
50
6.5
Verhouding tussen vraag en aanbod en de benodigde capaciteit in 2030 en 2040
50
7.
Sportvoorzieningen in de openbare ruimte
60
7.1
Inleiding
60
7.2
Aanbod
60
7.3
Spreiding van het aanbod
61
7.4
Kwaliteit van het aanbod
61
7.5
Toekomstig aanbod
61
7.6
Huidige normeringen
61
8.
Normen en afwegingskaders
64
8.1
Inleiding
64
8.2
Normen en richtlijnen
64
8.3
Afwegingskaders
66
9.
Capaciteit sportvoorzieningen 2025 – 2040
70
9.1
Zwembaden / zwemwater
70
9.2
Binnensportaccommodaties
71
9.3
Buitensportaccommodaties
74
9.4
Sportvoorzieningen in de openbare ruimte
82
10.
Financiële consequenties
85
10.1
Te realiseren accommodaties
85
10.2
Overzicht van de totale investeringskosten
86
10.3
Uitgangspunten bij de investeringsramingen
87
10.4
Samenvatting van de benodigde investeringen per categorie
89
10.5
Aandachtspunten
91
Bijlage 1 Geraadpleegde documenten
93
Bijlage 2 Gesprekspartners
95
Bijlage 3 Infographic sport en bewegen in Lelystad
96
Bijlage 4 Specificaties gymzalen
97
Bijlage 5 Duurzaamheidsscan De Rietlanden
98
Bijlage 6 Duurzaamheidsscan De Koploper
99
Bijlage 7 Investeringsramingen
100
8
1.
Inleiding
1.1
Aanleiding
Sport staat voor plezier en passie, maar ook voor samenwerking, verbinding, vitaliteit en participatie. Wekelijks zijn veel inwoners van de gemeente Lelystad te vinden op of rond de vele sportvelden, banen, zalen en andere sportvoorzieningen die de gemeente rijk is. Als actief sporter, als toeschouwer of als vrijwilliger. Omdat het leuk is en omdat het gezelligheid biedt. Sport geeft energie en juist dat zorgt ervoor dat mensen bijna onopgemerkt ook op andere vlakken profiteren van sport. Daarmee heeft sport een intrinsieke waarde en een maatschappelijke waarde. Sportaccommodaties vormen daarbij een middel om de sportparticipatie te faciliteren en te bevorderen. De gemeente Lelystad wil een integraal huisvestingsplan sport (IHP Sport) laten opstellen. De gemeente heeft in januari 2023 de nieuwe Sport- en beweegvisie 2023 – 2030 vastgesteld. Een belangrijke ambitie uit de visie is dat in Lelystad (ook met de beoogde toekomstige groei) voor iedereen voldoende ruimte is om te bewegen en sporten. Aandachtspunten daarbij zijn: Een passend accommodatiebestand voor binnen- en buitensport (kwantiteit en kwaliteit). Een beweegvriendelijk ingerichte openbare ruimte. Oog voor verduurzaming van de accommodaties. Het IHP Sport moet inzicht geven in de ruimteclaims en indicatieve investeringsbedragen in de toekomst en de ruimtelijke inpassing van (nieuwe) sportvoorzieningen.
Voor het huidige inwonersaantal moet de ‘basis op orde komen’. Daarnaast moet rekening gehouden worden met de toekomstige groei van de gemeente en zal geanalyseerd moeten worden wat die toekomstige groei betekent voor de vraag naar (en daarmee het aanbod van) sportaccommodaties.
1.2
Doel en uitgangspunten
Voor de komende jaren moet een IHP Sport opgesteld worden. Dit gebeurt op basis van trends en ontwikkelingen, analyse van de huidige en toekomstige vraag en gebruik. Op basis van de vraag – aanbod analyse (behoefteonderzoeken) en verschillende normen moet inzicht gegeven worden in de benodigde ruimte voor sport- en beweeglocaties (de ruimteclaim), de inpassing van die ruimteclaim (bestaande en nieuwe locaties) en indicatieve investeringsbedragen. Daarbij wordt op de korte termijn (2030) gedetailleerd gekeken naar vraag en aanbod (de basis op orde) en wordt voor de langere termijn (tot 2040) een doorkijk gegeven van de implicaties. Omdat de ontwikkeling van het aantal inwoners conform de huidige prognoses doorloopt tot en met 2043, wordt uitgegaan van dat ijkmoment (zie verder demografische ontwikkelingen in deze rapportage). Het IHP Sport geeft de sport- en beweegaanbieders (waaronder de verenigingen) transparantie over de koers waar het gaat om ruimte voor sport en bewegen in de stad. Het IHP Sport geeft de gemeente Lelystad een overzicht van de ruimtelijke en financiële opgave voor de korte en langere termijn en een afwegingskader voor integrale besluiten over huisvestingswensen in relatie tot beschikbare middelen. Omdat sport geen wettelijke taak is, zal naast het afwegingskader ook een bestuurlijk besluit vanuit de raad nodig zijn.
Uitgangspunten en aandachtspunten Afbakening Bij het onderzoek gaat het om gemeentelijk gefinancierde accommodaties, zoals sporthallen, sportzalen, gymzalen, buitensportvoorzieningen, het zwembad en accommodaties in de openbare ruimte als het Cruyff Court, de skatebaan en het Calanetics Park. Qua gebruik en bezetting (huidige en toekomstige vraag en aanbod) worden de gymzalen meegenomen in het IHP Sport, maar voor financiën en planning zijn zij opgenomen in het IHP Onderwijs. Multifunctionaliteit en optimalisering van gebruik van sportvoorzieningen (onderwijs, verenigingen, andere sportaanbieders) worden door de raad als uitgangspunt meegegeven. Daarbij is de maximale reisafstand die is vastgelegd voor de scholen naar sportvoorzieningen in het kader van bewegingsonderwijs en de benodigde capaciteit voor dat bewegingsonderwijs een gegeven. In de analyse wordt stilgestaan bij het wenselijke toekomstige aanbod in relatie tot de vraag en multifunctionaliteit. De toekomstige vraag van het bewegingsonderwijs komt uit het IHP Onderwijs. 9
Nieuwbouw, vervanging en verduurzaming worden meegenomen in het IHP Sport voor zover het gaat om de sportaccommodaties. Verduurzaming van locaties voor bewegingsonderwijs (met name gymzalen en sportzalen) worden niet meegenomen in deze rapportage. In het IHP Onderwijs wordt daar verder op ingegaan. Renovatie en onderhoud worden meegenomen in het onderhoudsplan van het Sportbedrijf Lelystad. Overige aandachtspunten Nieuwe ontwikkelingen (realisatie uitbreiding binnensportcomplex De Rietlanden, de realisatie van ZuiderC in relatie tot ruimteclaim voor de sport van 12 hectare) worden meegenomen in de vraag – aanbod analyses. Ruimtelijke en planningstechnische kaders rond ZuiderC moeten daarbij meegenomen worden. Het IHP Sport speelt in op de groei van de stad en daarmee de vraag naar ruimte voor de sport (binnensport, buitensport) en inrichting van een beweegvriendelijke openbare ruimte. Verouderde sportaccommodaties moeten de komende jaren worden vervangen (modernisering), waarbij ingespeeld wordt op de groei van de stad. Daarnaast zullen accommodaties verduurzaamd moeten worden (Kadernota Duurzaamheid). Bij de ontwikkeling van het IHP Sport worden ook normen ontwikkeld en/of vastgesteld die voor de uitwerking van de vraag – aanbod analyse van belang zijn.
Daarbij wordt een voorstel gedaan voor normen op het gebied van binnensport, buitensport, zwemwater en sport en bewegen in de openbare ruimte. Richtlijnen voor speelvoorzieningen (eventueel als onderdeel van sport en bewegen in de openbare ruimte) worden betrokken bij de actualisatie van het Speelruimtebeleid voor de periode 2024-2030.
1.3
Aanpak en gebruikte gegevens
Bij de uitvoering van het onderzoek is intensief samengewerkt met de gemeente Lelystad en Sportbedrijf Lelystad. De aanpak en de verwerking van de informatie is als volgt. Documentenonderzoek De gemeente Lelystad en Sportbedrijf Lelystad hebben veel schriftelijke informatie aangeleverd. Het gaat daarbij onder meer om beleidsdocumenten, demografische ontwikkelingen, overzichten van accommodaties, huidige gebruikers/bezoekersaantallen van accommodaties en financiële gegevens in relatie tot de instandhouding van de accommodaties. Een overzicht van alle gebruikte informatie is opgenomen in bijlage 1. Enquête Door Sportbedrijf Lelystad is een enquête uitgezet onder verenigingen over het huidige en toekomstige gebruik van de sportaccommodaties. De resultaten van deze enquête zijn betrokken bij het onderzoek, zowel om de bestaande knelpunten in beeld te brengen als om de verwachte toekomstige vraag te inventariseren. (Verdiepende) gesprekken en interviews De beschikbaar gestelde informatie is geanalyseerd en aan de hand van verdiepende gesprekken met verschillende betrokkenen geverifieerd en geduid. Daarbij zijn gesprekken gevoerd met beleidsadviseurs sport, onderwijshuisvesting, vastgoed, ruimtelijke ontwikkeling, financiën/control van de gemeente Lelystad. Verder zijn gesprekken gevoerd met de portefeuillehouder sport van de gemeente.
De gebruiksgegevens zijn geduid aan de hand van verschillende gesprekken met Sportbedrijf Lelystad. Verder heeft een gesprek plaatsgevonden met Sportplatform Lelystad. Bijeenkomsten Tijdens het proces zijn verschillende bijeenkomsten georganiseerd om informatie te verzamelen en te duiden en om kaders voor het IHP Sport te bespreken. Het gaat daarbij onder meer om een inhoudelijk overleg over de kaders rond de ontwikkeling van ZuiderC met de projectgroep ZuiderC (waaronder ambtenaren van de gemeente Lelystad, het Rijksvastgoedbedrijf en externe adviseurs), een raadplegend overleg met de raadscommissie Maatschappij en een informerende bijeenkomst met de sportverenigingen uit Lelystad. Daarnaast is voor de begeleiding van het onderzoek meerdere keren de projectgroep IHP Sport bijeen geweest. Daarin waren de intern projectleider IHP Sport, de beleidsadviseurs sport en ruimtelijke ordening en de manager bedrijfsvoering van Sportbedrijf Lelystad vaste leden. Tijdens enkele bijeenkomsten zijn ook een beleidsadviseur Onderwijshuisvesting en een controller aangesloten. Een overzicht van alle gesprekspartners is opgenomen in bijlage 2. 10
11
2.
Beleidskaders sport en bewegen
In dit hoofdstuk wordt het actuele gemeentelijk beleid op het gebied van sport en bewegen of beleid dat hierop van invloed is in beeld gebracht. Hierbij wordt met name ingezoomd op de relatie met de fysieke infrastructuur voor sport en bewegen. Hieraan wordt immers binnen het IHP Sport uitwerking gegeven. Het hoofdstuk start met een beschrijving van het belang van sport en bewegen in algemene zin. Dit belang vormt de basis en motivatie om te investeren in sport en bewegen.
2.1
Belang van sport en bewegen
Voor veel mensen spelen sport en bewegen een belangrijke rol in het dagelijks leven. Omdat het leuk is of juist prestatiegericht, recreatief of competitief, om (sportief) te bewegen of als vrijwilliger. Het is voor veel mensen echter ook nog geen dagelijkse routine. Inactiviteit en beweegarmoede zijn een steeds groter wordend maatschappelijk probleem. Terwijl sport en bewegen zoveel positieve effecten kent. Vooral op het gebied van fysieke en mentale gezondheid is het bewijs hiervoor sterk (bron: Human Capital Model). Gezonde en vitale mensen verzuimen minder en zijn productiever in de tijd dat ze werken. Sport en bewegen geven plezier, kunnen bijdragen aan het gevoel van eigenwaarde en een betere kwaliteit van leven. Ook is bewegen goed voor het brein. Wanneer het op de juiste manier wordt aangeboden (o.a. begeleiding, maatwerk), kan het tevens bijdragen aan sociale ontwikkeling. Rekening houden met de wensen en behoeften van de verschillende doelgroepen is daarbij cruciaal. Niet alleen leeftijd, maar levensfase en de sociale context/omgeving spelen een belangrijke rol. Sport en bewegen worden veel ingezet als middel, voor ontmoeting, ontspanning of beter welzijn/welbevinden.
Ook zijn er steeds meer sociale sportinitiatieven waarbij (met behulp van professionals) wordt ingezet op het aanleren van specifieke vaardigheden of om mensen verder te helpen in hun leven (bron: Allesoversport.nl). Sport en bewegen, het diverse aanbod en de diverse aanbieders zijn echter ook intrinsiek waardevol (sport en bewegen als doel): er wordt gewoon heel veel plezier aan beleefd. Mensen zijn actief of als vrijwilliger lid van een sport- of beweegaanbieder omdat dit voor hen, met hart voor de club, het leukst denkbare tijdverdrijf is. Het is van belang om sport en bewegen vanuit die meerdere perspectieven te blijven bekijken, aan te sluiten bij de doelen/belangen vanuit andere domeinen, plus oog te hebben voor de eventuele negatieve effecten van sport en bewegen. Sport en bewegen zijn geen wondermiddel voor alle maatschappelijke uitdagingen.
2.2
Gemeentelijke beleidskaders
Sport- en Beweegvisie 2023-2030 In 2023 is de ‘Sport- en Beweegvisie 2023 – 2030’ (hierna: SBV) vastgesteld door de gemeenteraad. Met deze visie wordt richting gegeven aan het sport- en beweegbeleid tot 2030. De SBV vormt het sportieve onderdeel van ‘Lelystad Next Level’ (zie verderop in deze paragraaf). Het doel van de SBV is de huidige situatie op het gebied van sport en bewegen in Lelystad te verbeteren. Deze kenmerkt zich ten opzichte van landelijke gemiddelden door een lagere sportdeelname en een hogere mate van overgewicht. Ook is het aanbod van sport- en beweegvoorzieningen niet toereikend en niet toekomstbestendig. Er is een tekort aan sport- en beweegruimte en faciliteiten, wat onder meer leidt tot wachtlijsten bij verenigingen. In de SBV zijn deelambities opgenomen die moeten leiden tot realisatie van de hoofdambitie: “Voor elke inwoner van Lelystad is er een passend, aantrekkelijk en toegankelijk sport- en beweegaanbod.” Op het gebied van de fysieke infrastructuur voor sport en bewegen zijn in de SVB de volgende doelstellingen opgenomen: Uitbreiding, renovatie en vervanging van binnen- en buitensportvoorzieningen om knelpunten op te lossen en in te spelen op de groei van de stad en groeiambities van verenigingen. Betaalbaarheid van voorzieningen is van belang. Het stap voor stap verduurzamen van accommodaties en zoeken naar mogelijkheden om dit te versnellen.
Streven naar een brede inzet en hiermee een maximale benutting van sportaccommodaties bij scholen. Het beweegvriendelijk inrichten van de openbare ruimte is onderdeel in gemeentelijke projecten. Het gaat zowel om functioneel groen als specifieke sport- en speelplekken. Ook recreatief water moet toegankelijk zijn en blijven. Het aanbod van voorzieningen in de openbare ruimte moet multifunctioneel zijn en voldoende diversiteit bieden. Een veelzijdige motorische ontwikkeling van de jeugd is een speciaal punt van aandacht. Een centrale ligging in wijken is van belang, bij voorkeur gekoppeld aan andere voorzieningen. 12
De SBV bevat een uitvoeringsprogramma met maatregelen om de bovenstaande doelstellingen te realiseren. Hierbij is onderscheid gemaakt in de onderstaande 3 niveaus: Basis op orde: inzet op faciliteren van de huidige behoefte; Klaar voor de groei: inzet op faciliteren van de huidige behoefte en groei van de stad tot 2030; Lelystad Next Level: inzet op hoog niveau van sporten beweegparticipatie en hoog niveau van professionaliteit. De raad heeft gekozen voor het scenario ‘Basis op orde’. Het IHP Sport trekt dit ambitieniveau door naar 2030 en 2040. Sport- en Vitaliteitsakkoord Het Sport- en Vitaliteitsakkoord is opgesteld in 2020 naar aanleiding van de landelijke subsidieregeling voor de realisatie van lokale en regionale ‘Sportakkoorden’. Doel van de regeling is organisaties en inwoners met elkaar in verbinding te brengen en samen te werken aan het versterken van de sportdeelname in brede zin. Binnen het Sport- en Vitaliteitsakkoord wordt ingezet op het activeren van de inwoners van Lelystad, waarbij de nadruk ligt op inwoners die te weinig sporten en bewegen.
Hierbij wordt de focus gelegd op de volgende thema’s: Stimuleren sportieve samenwerkingsprojecten Verhogen vitaliteit jeugd, jongeren en ouderen Verhogen aantal vitale sportaanbieders Als er vanuit de uitvoering van het Sport- en Vitaliteitsakkoord specifieke behoeften naar voren komen ten aanzien van accommodatiegebruik, kan dit worden betrokken bij plannen voor aanpassing en vernieuwing van sportaccommodaties en sport- en beweegplekken in de openbare ruimte. Raadsakkoord 2022-2026 Het Raadsakkoord 2022-2026 bevat de volgende ‘opgaven’ in relatie tot de fysieke infrastructuur voor sport en bewegen: Een impuls geven aan het sportklimaat in Lelystad, onder meer door te investeren in voorzieningen. Sportvoorzieningen passend maken door vervangen en zo nodig uitbreiden van verouderde sportvoorzieningen en hierbij anticiperen op de groei van de stad. Bewegingsonderwijs moet nabij de scholen kunnen worden ingevuld. Een passende sportaccommodatie in de nabijheid van Porteum in 2024 is hiervan onderdeel. Onderzoek naar een tweede (buiten)zwemvoorziening. Optimaliseren van capaciteit en beschikbaarheid van sportzalen ten opzichte van behoeften van gebruikers (onder meer afstemmen van openingstijden op de behoeften).
Concept Speelruimtebeleid Met de ambitie om in 2026 de meest kindvriendelijke stad van Nederland te worden1, is besloten om in 2024 het speelruimtebeleid uit 2013 te actualiseren. Uitgangspunt van dit (concept)beleid is het aantrekkelijk houden en maken van spelen in de buitenruimte door te zorgen voor voldoende en goede speelplekken binnen Lelystad. Lelystad gebruikt 3 typen speelplekken; stedelijke speelvoorzieningen, speelvoorzieningen in de wijken en in de buurt. Het streven is om in te zetten op versterken van de kwaliteit van speellocaties op basis van een onafhankelijke scan en participatie van inwoners. Ambities liggen verder op: Meer diversiteit in speelplekken – inzetten op natuurlijke uitstraling, hogere verblijfswaarde en aandacht voor het milieu (Continueren van het) openstellen van schoolpleinen (zogenaamde brede schoolpleinen) Alle speelplekken in Lelystad rookvrij Meer aandacht voor inclusief spelen (voor iedereen toegankelijk) Lelystad Next Level Lelystad Next Level is een strategische agenda gericht op realisatie van de volgende ontwikkeling van de gemeente Lelystad die in de periode 2020-2040 zijn beslag moet krijgen. Deze is voortgekomen uit de samenwerkingsovereenkomst ‘Lelystad Next Level’ van de gemeente Lelystad, de provincie Flevoland en het Ministerie van Binnenlandse Zaken.
Bij het opstellen van de agenda zijn ook experts en mensen uit het werkveld betrokken. Uitvoering vindt plaats aan de hand van ‘Uitvoeringsprogramma’s’ die periodiek (per 4 jaar) worden geactualiseerd. De gewenste ontwikkeling van Lelystad is als volgt geformuleerd:
1
Raadsakkoord 2022-2026 gemeente Lelystad
13
Lelystad wordt een (economisch) aantrekkelijke stad met een sociaal sterke en duurzame samenleving. Een stad waarin jongeren hun talenten ontwikkelen en waarin ouderen lang bij de samenleving betrokken blijven en waardig oud worden. Een stad waar nieuwe én huidige bewoners prettig wonen, werken en ondernemen. En bovendien een stad waar genoeg ruimte is voor recreatie en natuurbeleving. Lelystad Next Level is gericht op de groei van de stad én de samenleving in brede zin waarbij kwalitatieve en kwantitatieve groei hand in hand moeten gaan. De groeiopgave kan worden verdeeld in 7 afzonderlijke (maar samenhangende) opgaven: natuur, economie, onderwijs, bereikbaarheid, voorzieningen en stedelijke vernieuwing. In de Sport- en Beweegvisie 2023-2030 (SBV) is de relatie gelegd met deze opgaven. In relatie tot het IHP Sport benoemen we specifiek de verbetering van het voorzieningenniveau en de kwaliteit van het bewegingsonderwijs door de uitbreiding en vernieuwing van sportaccommodaties. Omgevingsvisie De omgevingsvisie is een strategische en integrale visie. Het is richtinggevend voor de toekomstige ontwikkeling van Lelystad en een verplicht instrument van de Omgevingswet. Het Koersdocument Lelystad 2040 biedt het kader voor de omgevingsvisie. De uitdagingen die hierin zijn geformuleerd zijn in de omgevingsvisie ruimtelijk vertaald.
Hierbij zijn drie ruimtelijke hoofdprincipes gehanteerd: Stad en landschap zijn verweven (bossen verbonden met parken en groenstroken, groene inrichting, lange zichtlijnen) Functies zijn gescheiden (onder meer vrij liggende fiets- en voetpaden) Wijken zijn herkenbaar (dreven rond wijken, eigen voorzieningen waaronder MFA’s/wijkcentra, ruimte voor sport en spel en actieve vormen van beweging) Duidelijk zichtbaar is dat elk hoofdprincipe elementen bevat die bijdragen aan het verbeteren van de mogelijkheden voor sport en bewegen in de stad. Bij de omgevingsvisie staat gezondheidsbevordering (Positieve Gezondheid) in relatie tot de fysieke leefomgeving centraal. De voorzieningen en faciliteiten voor sporten en bewegen zoals accommodaties en buitenruimte (onder meer stadsparken met sportieve en/of recreatieve functies) zijn direct verbonden aan de leefomgeving. Kadernota en Actieplan Duurzaamheid De kadernota dateert uit 2016 en omvat de visie, speerpunten en werkwijze van Lelystad op het thema duurzaamheid. Hierbij wordt de volgende definitie gehanteerd: “Duurzame ontwikkeling is de ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van de toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen”.
Lelystad heeft als missie de stad zodanig te willen inrichten dat deze vanuit economisch, ecologisch en menselijk oogpunt gezond, aantrekkelijk en toekomstbestendig is. Hierin is ruimte voor duurzame energie-, water-, voedsel-, grondstoffen- en afvalkringlopen. Bij de ontwikkeling wordt gestreefd naar een samenhangende duurzame ontwikkeling met een betere balans tussen economie, ecologie en de mens. De kadernota is opgevolgd door een Actieplan Duurzaamheid. Hierin wordt het positieve effect van sport op de gezondheid benadrukt en is verduurzaming van de sportaccommodaties als actie benoemd. In de Sport en Beweegvisie 2023-2030 is dit aspect verder geconcretiseerd. Beleidskader Onderwijshuisvesting Primair Onderwijs Het beleidskader voor onderwijshuisvesting, het IHP Onderwijs (IHP) is in 2019 opgesteld en geldt als leidraad voor de vernieuwing van de huisvesting van scholen. De gemeente wil samen met de schoolbesturen werken aan toekomstbestendige gebouwen die aansluiten bij het (toekomstig) onderwijs en de omvang van het aantal leerlingen. Bereikbaarheid (spreiding) en betaalbaarheid voor gemeenten en schoolbesturen zijn belangrijke uitgangspunten. Voor de uitvoering worden meerjarige tranches uitgewerkt, waarbij elk jaar een actualisatie plaatsvindt.
Voor de uitvoering in relatie tot het IHP Sport zijn de uitgangspunten voor de voorzieningen voor sporten en bewegen van belang. In het IHP Onderwijs zijn als voorzieningen gymzalen en schoolpleinen benoemd:
14
Gymzalen: Voor het primair onderwijs wordt in de basis uitgegaan van inpassing van het bewegingsonderwijs in gymzalen. De realisatie van gymzalen is daarom meegenomen in de meerjarige tranches voor de uitvoering van het IHP. In het IHP is nog benoemd dat er sprake is van een overcapaciteit aan gymzalen. Door de actuele en voorziene verdere groei van de stad naar circa 120.000 inwoners in 2043, is er juist uitbreiding nodig. Dit wordt meegenomen in de meerjarige tranches. In 2023 is aanvullend op het vastgestelde IHP besloten dat bij de realisatie van nieuwe gymzalen wordt gekozen voor een ‘1,3 gymzaal’. Dit is een gymzaal die 30% groter is dan de maat van 252 m² die in de jaren ’60 is vastgelegd als ‘standaard’ door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Deze keuze voor de ‘1.3 gymzaal’ is gebaseerd op het vergroten van de ruimte en de veiligheid bij het gebruik en (hiermee) het verbeteren van gebruiksmogelijkheden voor voortgezet onderwijs en andere sportaanbieders. Voor dit laatste aspect wordt Sportbedrijf Lelystad betrokken. Het Sportbedrijf verzorgt de verhuur van gymzalen buiten de schooltijden. Brede schoolpleinen In het IHP Onderwijs is de realisatie van brede schoolpleinen als streven opgenomen. Een breed schoolplein is een plein dat toegankelijk is voor alle kinderen (inwoners) in de wijk.
Zij kunnen hier na school terecht om elkaar te ontmoeten, te spelen en te bewegen. De meeste schoolpleinen zijn brede schoolpleinen. Tweejaarlijks budget is beschikbaar voor vergroening en het realiseren van meer beweegmogelijkheden. Schoolbesturen wordt gevraagd om een onderhoudsbijdrage te leveren. Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs In de verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (VHO) zijn de spelregels voor de realisatie, vervanging en onderhoud van voorzieningen voor onderwijs vastgelegd. Dit betreft zowel de schoolgebouwen als de sportvoorzieningen. Veel gemeenten volgen hiervoor de modelverordening van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Voor het bewegingsonderwijs zijn 2 aspecten van belang: een passende voorziening en passende afstand tot de school. Passende voorziening In de VHO van de gemeente Lelystad is vastgelegd dat naast inpassing van het bewegingsonderwijs in een ‘traditioneel gymlokaal’ ook inpassing in een (gemeentelijke) sporthal kan plaatsvinden. Passende afstand Voorzieningen worden in de praktijk zoveel mogelijk als onderdeel van of bij een school worden gerealiseerd. Om onevenredige overcapaciteit te voorkomen, wordt wel uitgegaan van een totale passende capaciteit. In de VHO legt de gemeente vast welke maximale afstand er mag zijn tussen een school en de aangeboden sportaccommodatie.
Hierbij geldt een relatie met de omvang van de school, waarbij voor scholen met veel uren bewegingsonderwijs de kortste maximale afstand wordt gehanteerd. In de VHO van de gemeente Lelystad zijn voor het basisonderwijs afstanden van respectievelijk 1 kilometer, 3,5 kilometer en 7,5 kilometer hemelsbreed opgenomen en voor het voortgezet onderwijs 2 kilometer hemelsbreed. Ook is vastgelegd dat de gemeente vervoer kan inzetten naar een verder gelegen accommodatie als dit financieel een goed alternatief is. In de praktijk wordt, ongeacht de omvang van de school, gekozen voor een zo kort mogelijke reisafstand (loopafstand maximaal 1 kilometer). De gemeente Lelystad is van plan om de huidige VHO te actualiseren. De huidige modelverordening van de VNG gaat voor de afstand niet meer uit van ‘hemelsbreed’, maar van ‘langs de kortste voor leerlingen voldoende begaanbare en veilige weg’.
15
16
3.
Trends en ontwikkelingen
In dit hoofdstuk worden de belangrijkste trends, ontwikkelingen en maatschappelijke uitdagingen beschreven die van invloed kunnen zijn op het sport- en beweeggedrag en hiermee op de behoefte aan het gebruik van sportaccommodaties. Eerst worden de landelijke trends en ontwikkelingen in beeld gebracht, gevolgd door de specifieke trends en ontwikkelingen in de gemeente Lelystad. Waar mogelijk en relevant wordt hiervoor het DESTEP model gebruikt2.
3.1
Landelijke algemene trends en ontwikkelingen
Demografische ontwikkelingen Sport en bewegen hangen samen met bevolkingskenmerken. De bevolking van Nederland groeit en qua trend is er met name een toename van migranten, eenpersoonshuishoudens, eenoudergezinnen en het aandeel ouderen zichtbaar. Het aandeel jongeren neemt juist af. We zien een stijging van de levensverwachting. Kijkende naar dit soort kenmerken is het een uitdaging om oog te hebben voor de specifieke behoeften, motieven en belemmeringen (bijvoorbeeld tijdgebrek bij 19 tot 44 jarigen3, actievere ouderen4) van verschillende doelgroepen. Hierbij is het van belang om niet alleen naar leeftijd te kijken, maar ook naar levensfase, sociale context en levensopvattingen. Het uitproberen van andersoortige sport- en beweegaanbieders en andere aanpakken (anders dan verenigingslidmaatschap) is nodig om die doelgroepen te enthousiasmeren om te sporten. Het moet niet uitmaken waar mensen sporten of bewegen, als ze het maar doen. Economische ontwikkelingen Ondanks onrustige omstandigheden (onder meer energieprijzen en consumentenvertrouwen) blijkt onze economie weerbaar. De arbeidsmarkt blijft krap, de werkloosheid loopt licht op. Er is op veel plekken sprake van een hoge werkdruk en meer verzuim. Het belang van mentale gezondheid en bijvoorbeeld het effect van sport en bewegen hierop krijgt meer aandacht.
De daling van de koopkracht herstelt, maar er zijn ook meer mensen die leven onder de armoedegrens. Dit leidt tot kansenongelijkheid omdat deelname aan sport- en beweegactiviteiten voor mensen met een laag inkomen minder vanzelfsprekend is. Belemmeringen als voorbeeldgedrag van ouders of schaamte spelen een rol. Het hebben van regelingen zoals het Jeugdsport- en cultuurfonds is vaak onvoldoende om deze groep te laten deelnemen. Overheden geven € 3,8 miljard uit aan sport5. Door gemeenten werd in 2022 zo’n 1,7 miljard euro uitgegeven aan sport. Bijna driekwart van deze uitgaven gaat naar sportaccommodaties. De kosten van sport en bewegen overstijgen echter de baten. Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft onderzoek laten doen naar de maatschappelijke opbrengst van de investeringen in sport en bewegen, de Social Return On Investment (SROI). Dit leidt tot een SROI van 2.76; de maatschappelijke opbrengsten (o.a. hogere levensverwachting, betere kwaliteit van leven, besparing zorgkosten, afname ziekteverzuim en toename van arbeidsproductiviteit) zijn dus 2,76 keer hoger dan de kosten. Investeren loont dus6. Sociale en technologische ontwikkelingen Sportbeoefening wordt de laatste jaren steeds individueler en informeler en vindt vaker plaats in anders en ongeorganiseerd verband7.
De hoeveelheid vrije tijd is over het algemeen constant, maar binnen die vrijetijdsbesteding is de concurrentie voor sport en bewegen de laatste decennia gestegen (commercialisering vrijetijdsaanbod). Mensen zoeken meer naar een ‘beleving’ en hebben meer behoefte aan vrijheid en flexibiliteit. Het aantal verenigingslidmaatschappen stabiliseert, groei is zichtbaar in de ‘ondernemende’ sport (specifiek fitness) en in het gebruik van de openbare ruimte (wandelen, hardlopen, fietsen, bootcamp, etc.).
2
Sport Toekomst Verkenning NOC*NSF, Sportgedrag in Nederland 2023: https://nocnsf.nl/media/6776/onderzoeksrapport-sportgedrag-in-nederland-digitaal-2023.pdf 4 Mulier Instituut, Factsheet ouderen in de sportvereniging: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=9298&m=1546524235&action=file.download 5 CBS, De Nederlandse sporteconomie 2019, https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/rapportages/2021/de-nederlandse-sporteconomie2019?onepage=true#c-3--De-kern-van-de-sporteconomie 6 Rebel en Mulier (2022): SROI van sport en bewegen: maatschappelijke opbrengsten zijn 2,76 keer zo hoog als de kosten – Allesoversport.nl 7 Brancherapport Zo sport Nederland 2021: https://nocnsf.nl/media/5614/zo-sport-nederland-2021.pdf 3
17
Zaken als gamen, tablets en televisie8 concurreren onder jongeren met sportbeoefening. In de huidige informatiesamenleving zijn ICT vaardigheden onmisbaar geworden en spelen (sociale) media een steeds centralere rol. Het is een uitdaging voor beleidsbepalers om het gebruik van technologie te combineren met vormen van bewegen (Virtual Intelligence, beweegmuren etc.) en voor sportaanbieders om het aanbod aan te passen aan deze nieuwe ‘wereld’. We zitten steeds meer en spelen steeds minder. De motorische vaardigheden van kinderen dalen al jaren. Beweegarmoede is ook zorgelijk in relatie tot de gezondheid. Gezondheidswinst is vooral te behalen bij kleuters, jongeren en jongvolwassenen in het vmbo en mbo, volwassenen die veel zitten, mensen in armoede, mensen met een migratieachtergrond, mensen met een beperking, sociaal kwetsbare mensen en thuiswonende ouderen met een beperking. Een vitale sportaanbieder heeft de organisatie op orde, zorgt voor passend sportaanbod en vervult waar mogelijk een bredere maatschappelijke functie. Hierbij is het van belang om te kijken welke aanbieder een bijdrage wil en kan leveren aan welke maatschappelijke uitdaging. Promotieonderzoek van Maikel Waardenburg heeft laten zien dat sportaanbieders een rol kunnen spelen als accommodatiebeheerder, opleidingsinstituut, aanbieder van sport- en beweegactiviteiten en/of projectuitvoerder.
Ecologische ontwikkelingen De fysieke omgeving heeft invloed op ons sport- en beweeggedrag. We zien een ontwikkeling van een omgeving die inactiviteit bevordert en meer eten stimuleert, ook wel een “obesogene omgeving” genoemd. Nederland kent een ruime sportinfrastructuur, met vele voorzieningen variërend van sportzalen tot zwembaden. Gebruikers van maatschappelijke voorzieningen stellen steeds hogere eisen aan de kwaliteit en uitstraling van deze voorzieningen. Door de toenemende mobiliteit daalt de sportdeelname in landelijk gebied en neemt deze in stedelijke gebieden toe. Dit kan leiden tot het verdwijnen van voorzieningen in de landelijke gebieden. In stedelijk gebied is er soms te weinig ruimte of geld voor nieuwe voorzieningen. Dit pleit voor het meer multifunctioneel inzetten van ruimte de ruimte. Klimaatverandering, schaarste aan voedsel en grondstoffen en vervuiling door afvalstoffen vraagt om grote aanpassingen op de lange termijn. Duurzaamheid bij sportaccommodaties is dan ook een belangrijk item. Eigenaren zijn verplicht om energiebesparende maatregelen door te voeren die een terugverdientijd hebben van minder dan vijf jaar. Nieuwbouw moet voldoen aan de BENG-eisen (bijna energie neutrale gebouwen). Er is meer vraag naar bewegen in het groen.
Een gezonde en groene leefomgeving met meer ruimte om te bewegen en bijvoorbeeld minder auto’s heeft veel positieve effecten. Denk aan minder geluidsoverlast, betere luchtkwaliteit, vaker fietsen en lopen en meer ontmoeting. Dit vraagt echter een bredere blik vanuit o.a. gezondheid, verkeer en milieu en een behoorlijke investering (zie: miljardeninvestering om NL groener te maken). Politieke ontwikkelingen Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet ingegaan. Gezondheid (en dus ook sport en bewegen) moet door het integraal benaderen van de leefomgeving meer prioriteit krijgen in de ruimtelijke afweging. Het Integraal Zorgakkoord (IZA), het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA), het Sportakkoord (SA) en de brede SPUK leidt tot meer aandacht voor sport, bewegen en preventie. De laatste jaren wordt meer ingezet op de verbinding tussen sport en bewegen en de maatschappelijke agenda9. Mede door de decentralisatie van zorgtaken naar gemeenten is er lokaal steeds meer oog voor de verbinding tussen sport, bewegen en het sociaal domein ontstaan. In de praktijk blijkt het nog lastig te komen tot een voldoende concrete uitwerking. Meer (professionele) ondersteuning (Brede Regeling Combinatiefuncties, voorbeeld Nevobo) en maatwerk lijken nodig om een volgende stap te kunnen zetten. De participatiesamenleving biedt kansen, maar er zijn nog steeds groepen die onvoldoende (kunnen) meedoen.
Sport en bewegen kunnen teveel worden gezien als ‘wondermiddel’ bij de maatschappelijke opgaven en er zitten ook negatieve aspecten aan sport. Een positieve sportcultuur is nog geen vanzelfsprekendheid en verruwing van omgangsvormen in de samenleving komt ook in de sport helaas steeds vaker voor10. Bewijslast blijft nodig om sport en bewegen op waarde te kunnen blijven schatten.
8
Mulier Instituut, Factsheet sportdeelname naar leeftijd: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=8218&m=1510045394&action=file.download 9 Brancherapport Sport, Sportaccommodaties in Nederland: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=7295&m=1475158489&action=file.download 10 Monitor Sportakkoord Sport verenigt Nederland: https://www.kennisbanksportenbewegen.nl/?file=10049&m=1593589627&action=file.download
18
Overheidsfinanciën staan onder druk, de herziening van het kansspelbeleid kan zorgen voor minder middelen voor de sport. Waar sport en bewegen bij bezuinigingen door gemeenten vaak zijn ontzien, is het de vraag wat 2026 (inmiddels bekend als het ‘ravijnjaar’) met zich mee gaat brengen. De gemeente heeft een wettelijke rol bij het realiseren van accommodaties voor bewegingsonderwijs. Sinds augustus 2023 moeten scholen minimaal 1,5 klokuren per week bewegingsonderwijs aanbieden. Voor sommige gemeenten betekent dit een stijging van het gebruik van accommodaties. De buitenruimte of schoolpleinen worden landelijk vaak nog onvoldoende benut. In de afgelopen decennia is het schoolzwemmen in veel gemeenten beperkt of afgeschaft. Naast gemeentelijke bezuinigingen speelden de reistijd en vervoerskosten daarbij vaak een rol. Op 15 februari 2024 werd bekend dat de Tweede Kamer schoolzwemmen weer wil invoeren. Er is hierover nog geen besluit genomen.
3.2
Landelijke trends en ontwikkelingen sportaccommodaties
Accommodaties voor bewegingsonderwijs Van oudsher hebben veel gymnastieklokalen een omvang van 12 x 21 x 5,5m, op basis van de verordening onderwijshuisvesting van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Bij nieuwe gymzalen kiezen gemeenten, op advies van de Koninklijke Vereniging voor Lichamelijke Opvoeding (KVLO), vaker voor een grotere maat van 14 x 22 x 5,5m. Ook neemt inpassing in grotere accommodaties als sporthallen toe, vanwege de combinatie met gebruik door sportverenigingen. Omdat sport en bewegen in de loop der jaren is veranderd, zijn innovatieve concepten voor bewegingsonderwijs ontwikkeld: de Beweegbox11, de Athletic Skills Model (ASM)12 gymzaal en de Buitengymzaal13 (zie verder hoofdstuk 5). Binnen- en buitensportaccommodaties Voorkeuren voor sportbeoefening zijn aan fluctuaties onderhevig. Na een periode van daling van het aantal leden, waarbij de daling bij de zaalsporten groter was, is er nu totaal gezien sprake van stabilisatie. De laatste jaren hebben veel binnensporten als volleybal, gymnastiek, handbal en korfbal de dalende trend weten te keren. De populariteit van badminton neemt wel nog steeds af. Basketbal kent een behoorlijke toename van leden. Door de groeiende populariteit van meisjes- en damesvoetbal neemt de druk op de voetbalaccommodaties toe.
Om de kwaliteit en de aantrekkingskracht van het voetbal te verbeteren is vanaf het seizoen 2017/2018 ingezet op andere spelvormen bij de jeugd waarbij er met kleinere teams wordt gespeeld en op andere veldjes. Het aantal kunstgrasvelden voor voetbal neemt nog steeds toe. Met de aanleg van één of meerdere kunstgrasvelden per vereniging zijn deze minder weersafhankelijk. Ook is de bespelingscapaciteit van kunstgras hoger dan van natuurgras. Het aantal mensen dat lid is van een tennisvereniging daalde tussen circa 2010 en 2020 erg sterk. Inmiddels is deze daling gestopt en is er weer sprake van lichte groei. Om nieuwe leden aan te trekken gebruiken veel tennisverenigingen de overcapaciteit die is ontstaan aan tennisbanen voor de aanleg van padelbanen. Padel is een relatief nieuwe sport dat een combinatie is van tennis en squash. Deze sport groeit nog steeds in populariteit. Bij de realisatie van padelbanen stuiten verenigingen vaak op beperkingen door het geluidsniveau. Ook is er sprake van concurrentie van commerciële aanbieders. Zwembaden Het zwembadbezoek kent al jaren een dalende trend. Het animocijfer daalde de afgelopen 25 jaar van 5 (elke inwoner van een gemeente zwemt gemiddeld 5x per jaar) naar 2,5 tot 3,5. De afgelopen decennia is het recreatief zwemmen sterk gedaald. Dit heeft zowel effect op bezoek aan binnen- als buitenbaden.
Begeleide activiteiten, zoals (therapeutische), doelgroep-activiteiten en aquasporten bleven op peil mits er sprake is van een uitnodigend aanbod. Instructiezwemmen (zwemles) blijft een kerntaak van zwembaden en is stabiel in behoefte. Nieuwe baden zijn daarom vaker functioneel en minder gericht op recreatief zwemmen. In de vergrijzende samenleving zijn zwembaden bij uitstek geschikte accommodaties om een gevarieerd aanbod voor senioren te ontplooien.
11
Beweegbox.nl Athleticskillsmodel.nl 13 Nijha.nl 12
19
Sport in de openbare ruimte De omvang van sport en bewegen in de openbare ruimte neemt al vele jaren toe. Het is inmiddels de meest gebezigde vorm van sporten en bewegen (boven binnensport, buitensport op sportcomplexen en sporten thuis)14. De tendens is versterkt ten tijde van de COVID-19 pandemie. In 2022 staan wandelen, hardlopen en fietsen in de top 5 van meest beoefende sportactiviteiten15. Die toename van sport en bewegen in de openbare ruimte geldt vooral voor volwassenen. Kinderen spelen juist minder buiten dan in het verleden. Gemeenten hebben meer aandacht voor de beweegvriendelijke omgeving om mensen te faciliteren en stimuleren om optimaal te bewegen. Dit kan door de openbare ruimte meer ‘sportief’ te maken of de sportieve ruimte een meer openbaar karakter te geven (denk aan open sportparken). De beweegvriendelijke omgeving is daarbij vooral instrumenteel in het kader van gezondheids- of vitaliteitsbeleid. Het Mulier Instituut heeft vastgesteld dat verschillende doelgroepen de openbare ruimte op verschillende manieren gebruiken: mannen doen relatief vaak actieve buitensporten, in hun eentje of in kleine groepjes, vrouwen doen relatief vaak in groepen fitnessactiviteiten, ouderen wandelen, kinderen spelen. Voor jongeren is de openbare ruimte een sociale ontmoetingsplaats, meisjes blijven hierbij achter en zouden hierin meer aandacht moeten krijgen.
De gemeente heeft een belangrijke planmatige en proactieve rol bij het creëren voor mogelijkheden voor sport en bewegen in de openbare ruimte. Hier ligt nadrukkelijk een relatie met de Omgevingswet en (daarbinnen) het bestemmingsplan. Ook landelijke akkoorden kunnen bijdragen aan het creëren van een beweegvriendelijkere omgeving, zoals het Nationaal Sportakkoord II (2023) en het SamenSpeelAkkoord (2019).
3.3
Algemene trends en ontwikkelingen in Lelystad
Demografische ontwikkelingen Per 2024 telt Lelystad 84.082 inwoners. Door een sterke woningbouwontwikkeling zal het aantal inwoners de komende jaren fors groeien. Omdat de mate van groei onzekerheden kent, wordt door de gemeente gewerkt met 3 scenario’s waarbij 20 jaar vooruit wordt gekeken. Momenteel gaat de gemeente bij de beleidsontwikkeling uit van scenario 2. Dit scenario leidt tot een groei van de stad naar 121.620 inwoners in 204316. De groei van de stad heeft ook effect op de bevolkingsopbouw. De huidige bevolkingsopbouw kenmerkt zich door een relatief gelijkmatige opbouw per leeftijdscategorie (weergave per 5 jaar), waarbij de groep 35-49 jaar het grootst is. Op basis van scenario 2 groeit de groep 35-49 jarigen en de groep 80-plussers het meest. Bij de groep 5-34 jaar en de groep tussen 50-79 jarigen is de groei kleiner en is er sprake van een relatieve afname. In tabel 1 is de wijziging in het aandeel inwoners per leeftijdscategorie inzichtelijk gemaakt. Leeftijd 0-4 5-19 20-34 35-49 50-64 65-70 80+
2024 5,5% 17,9% 19,2% 20,0% 19,1% 15,0% 3,3%
2030 5,9% 16,9% 19,7% 20,9% 17,9% 13,4% 5,3%
2040 6,1% 17,3% 18,4% 22,6% 16,4% 13,0% 6,2%
2043 6,0% 17,7% 17,8% 22,8% 16,5% 12,9% 6,3%
Tabel 1: aandeel inwoners per leeftijdscategorie in 2024, 2030, 2040 en 2043
Zo benut je de openbare ruimte beter voor sport en bewegen – Allesoversport.nl Zo sport Nederland, belangrijkste trends en ontwikkelingen in sportdeelname 2022 16 Lelystad in Zicht 14 15
20
In figuur 1 is bovenstaande ontwikkeling vertaald in een bevolkingspiramide.
Figuur 1: bevolkingsopbouw 2024 (oranje) en verwachte bevolkingsopbouw 2043 (blauw)
Leerlingenprognoses Om in te kunnen spelen op de ontwikkelingen op het gebied van onderwijshuisvesting, maken gemeenten periodiek leerlingenprognoses. De leerlingenprognose van de gemeente Lelystad heeft betrekking op de periode 2024-2043. Door de forse toename van het aantal inwoners stijgt ook de toename van het aantal leerlingen in het basis en voortgezet onderwijs fors. De prognose laat zien het aantal leerlingen in het basisonderwijs eerst langzaam groeit van ongeveer 7.000 leerlingen naar 7.500 leerlingen in 2029. Daarna is er sprake van een flinke stijging tot bijna 8.700 leerlingen in 2034, ongeveer 10.000 in 2039 tot bijna 11.000 leerlingen in 2043. In het voortgezet onderwijs schommelt het aantal leerlingen tot en met 2028 zo rond de 4.500 om vervolgens in 2038 te groeien naar bijna 5.200. In 2043 komt het aantal leerlingen uit op ongeveer 5.900. Ruimtelijke ontwikkelingen Woningbouw De verwachte groei van het aantal inwoners is gekoppeld aan een uitgebreid woningbouwprogramma. Uitgangspunt is de realisatie van 38.000 woningen in de komende 25 jaar. Er is sprake van ontwikkellocaties gespreid over de stad. De grootste ontwikkeling zit in het gebied ZuiderC aan de zuidzijde van Lelystad. Daar zijn tot en met 2050 meer dan 10.000 nieuwe woningen voorzien. Daarnaast is een ontwikkeling gepland in Waterfront waar zo’n 3.000 nieuwe woningen gerealiseerd moeten worden.
Het woningbouwprogramma is nog niet definitief vastgesteld en zal dynamisch blijven. Daarmee kunnen er nog afwijkingen ontstaan de komende jaren. Gereserveerde ruimte sportaccommodaties Gekoppeld aan de groei van de stad is ruimte voor uitbreiding van (buiten)sportaccommodaties opgenomen in de grote ontwikkellocatie ZuiderC. Hiervoor is een omvang van 12 hectare bepaald. Een exacte locatie en verhouding van deze locatie (vorm) is nog niet bekend. De huidige planvorming voorziet in verschillende varianten voor het inpassen van deze ruimte.
3.4
Trends en ontwikkelingen in de sport en bewegen in Lelystad
Kenniscentrum Sport & Bewegen heeft in februari 2024 de meest actuele data van de gemeente Lelystad die van invloed zijn op sport- en beweeggedrag van de inwoners afgezet tegen landelijke data (voor de gehele infographic zie bijlage 3). De belangrijkste uitkomsten zijn weergegeven in deze paragraaf.
21
Sociaaleconomische kenmerken Naast sportgedrag van ouders en partners zijn sociaaleconomische kenmerken in belangrijke mate van invloed bij de deelname aan sport17. Qua sociaaleconomische kenmerken valt in Lelystad het volgende op: In Lelystad zijn er minder hoogopgeleiden dan gemiddeld in Nederland en ook het gemiddeld besteedbaar inkomen ligt lager. We weten dat voldoende bewegen toeneemt met het opleidingsniveau en het inkomen. Qua trend zien we in Nederland een toenemende vergrijzing en een stijging van het percentage mensen met een migratie achtergrond. Ook in Lelystad is deze trend zichtbaar; wel is de ‘grijze druk’ een stuk lager dan landelijk gemiddeld, het aantal mensen met een niet-westerse migratieachtergrond is daarentegen een stuk hoger. De ervaren goede gezondheid scoort lager dan landelijk gemiddeld. Het percentage inwoners dat kampt met overgewicht en/of stress ervaart ligt bij Lelystedelingen hoger dan het landelijke gemiddelde. Eenzaamheid komt ook meer voor in Lelystad en dan specifiek in de wijken Stadshart, Zuiderzeewijk en Bolder. Sport en beweegdata In Lelystad bewegen te veel mensen te weinig. De score op de beweegrichtlijnen is laag. Dit zie je vooral terug bij de 1864 jarigen. De 65-plusser komt nog redelijk in de buurt van het landelijk gemiddelde.
Er zijn minder wekelijkse sporters in Lelystad dan gemiddeld in Nederland en ook het aantal sportbondleden blijft met 18,1% achter bij het landelijke gemiddelde van 24%. Dit geldt eigenlijk voor alle leeftijdscategorieën. In de Sport- en Beweegvisie werd ook al duidelijk dat het huidige sport- en beweegaanbod niet leidt tot doorstroom richting sportverenigingen. Ook op ongeorganiseerd sporten blijven de percentages achter ten aanzien van Nederland. Alleen op fitness scoort Lelystad hoog. Omgevings- en beleidsindicatoren De gemeentelijke uitgaven aan sport in Lelystad zijn lager dan gemiddeld in Nederland. Lelystad scoort minder hoog op de indicator ‘dichtheid sportaccommodaties’ dan het Nederlands gemiddelde. Ook moet er een grotere afstand worden afgelegd naar een sporthal. Dit kan worden verklaard door de ruime opzet van Lelystad. Lelystad is een voorbeeld van een “new town”; een stad die gepland is voordat er gebouwd werd. Kenmerkend voor dit soort steden is de autovriendelijkheid. Het fietsnetwerk is gescheiden van het wegennetwerk en dit zou moeten uitnodigen tot fietsen, echter ook op de indicator ‘fietsgebruik’ scoort Lelystad lager dan het landelijk gemiddelde. De indicator beweegvriendelijke omgeving laat zien in hoeverre de openbare ruimte mogelijkheden biedt voor mensen om te sporten en te bewegen.
Verondersteld wordt dat een beweegvriendelijke omgeving het beweeggedrag positief beïnvloedt. Lelystad scoort hier goed. In de Sport- en Beweegvisie werd de uitnodigende omgeving al als pluspunt benoemd. De goede score komt met name door een hoge score op recreatief groen en blauw (waterrijke natuurgebieden, watersportstad) en speelplekken. De ambities van Lelystad om openbaar groen te verbeteren en te zorgen voor meer beleving (inclusief uitnodigen tot bewegen), de stad als toegankelijk speelveld en het meenemen van dit soort punten bij gebiedsontwikkeling zal de score waarschijnlijk verder doen stijgen. Verbeterpunten zitten op de indicator nabijheid van voorzieningen en sportaccommodaties. Met een groeiambitie zoals die van Lelystad zullen de sport- en beweegvoorzieningen moeten meegroeien. Wensen liggen er vooral op toegankelijkheid, multifunctionaliteit, kwaliteit, duurzaamheid en nabijheid. Lidmaatschappen sportbonden De actuele gegevens van Kenniscentrum Sport & Bewegen laten zien dat in 2022 18,1% van de inwoners van LeIystad lid was van een sportbond (en hiermee meestal van een sportvereniging). Dit is lager dan de 18,8% die een onderzoek door NOC*NSF laat zien18. De cijfers uit dit onderzoek hebben betrekking op het jaar 2021. Er lijkt dus sprake te zijn van een neerwaartse trend.
Voor de volledigheid zijn de belangrijkste resultaten van het in 2023 door NOC*NSF uitgevoerde onderzoek onderstaand weergegeven: In 2021 was het aantal lidmaatschappen van sportbonden in zowel de provincie Flevoland als in Lelystad lager dan het landelijke niveau. In tabel 2 zijn de verschillen inzichtelijk gemaakt op het niveau van alle inwoners en op het niveau van de jeugd van 5 t/m 19 jaar, omdat in deze leeftijdsgroepen het aantal lidmaatschappen van sportbonden het grootst is. 17 18
Kansen op sportieve groei? Een verklarend model van sportdeelname (Sociaal Cultureel Planbureau) KISS rapportage NOC*NSF Gemeente Lelystad in 2021
22
Leeftijd
Lelystad
Flevoland
Nederland
Alle inwoners
18,8
19,7
24,6
Inwoners 5 t/m 9 jaar
22,9
26,5
37,8
Inwoners 10 t/m 14 jaar
47,1
49,1
61,3
Inwoners 15 t/m 19 jaar
31,4
32,4
43,0
Tabel 2: ledenpercentage sportbonden in 2021 van alle inwoners van Lelystad en van de inwoners van 5 t/m 19 jaar
In het onderzoek is het aantal lidmaatschappen ook inzichtelijk gemaakt op wijkniveau. Hierbij is geen uitsplitsing gemaakt per leeftijdscategorie. In tabel 3 is het resultaat opgenomen. De tabel laat zien dat er sprake is van grote verschillen in het aantal lidmaatschappen per wijk. Wijk