BL Omgevingsvisie Lelystad_Concept-Ontwerp (versie 250604)
Tekst van het document
De woningbouw in de wijkcentra richt zich op andere typen dan de omgeving aanwezig zijn en bevorderen de doorstroming, zoals ouderen- en zorgwoningen.
4.2 Robuust natuurlijk raamwerk, stad en land zijn verweven Het natuurlijk raamwerk van Lelystad is opgebouwd via verschillende schaalniveaus, van parken tot de voortuin. Het Raamwerk is mede gestoeld op de Landschapsecologische Systeem Analyse (LESA) en de Basiskwaliteit Natuur (BKN). Het verbinden van groen (en water) tussen alle gebieden legt de basis voor een natuurinclusieve stad die Lelystad als hoofdstad van de nieuwe natuur ambieert. Lelystad erkent dat een groene leefomgeving meerdere doelen dient: ecologie, prettig om te wonen, gezondheid, natuurbeleving, recreatie, economie etc. Binnen het natuurlijk raamwerk van Lelystad
en haar omgeving onderscheiden we verschillende gebieden en structuren. Per gebied is bekeken welke waarde de natuur in dit gebied vertegenwoordigt. 4.2.1 De ecologische basis De ecologisch vormt de basis voor het natuurlijk raamwerk. Het bestaat uit de beschermde natuurgebieden (N2000, NNN-gebieden) en de verbindende groen-blauwe structuren op grote schaal (bermen van) dijken, spoor, A6, Polderparkwegen, vaarten). Een ecologisch netwerk zorgt voor de duurzame instandhouding van soortenpopulaties op zowel lokaal als internationaal niveau. De focus in deze gebieden ligt op de intrinsieke waarde van de natuur zelf. De combinatie met recreatie is mogelijk, maar gericht op het ervaren en beleven van de natuur. Deze ecologische basis is momenteel nog niet helemaal op orde. Er moet binnen onze gemeente aandacht zijn voor knelpunten en ontbrekende schakels in het ecologisch functionerend netwerk. Tegelijkertijd wordt gezocht naar mogelijkheden om de recreatieve toegankelijkheid en gebruiksmogelijkheden te vergroten, op een manier die past bij de landschappelijke kwaliteiten van ons gebied. Dit gebeurt onder meer door functiezonering en het faciliteren van ontvangstgebieden. 4.2.2 Stadsnatuur De natuur is altijd dichtbij. De kwaliteit van een groene, natuurlijke stad behouden we voor de toekomst.
We werken aan een natuurinclusieve stad door het versterken en verbeteren van de kwaliteit van dat groen en de kwaliteit van en verbindingen binnen het groen en het water. onderscheiden drie structuren binnen de stadsnatuur: •
•
•
•
Groenblauwe verbindingen: Groenblauwe verbindingen vormen verbindingen op natuur en water tussen de stad en de groene rand. Het gaat vaak om begeleidend groen en waterlopen langs infrastructuur, zoals de dreven en recreatieve verbindingen. De breedte van de groene verbinding kan sterk variëren. Op de brede plekken kan een groene verbinding bijna een eigen plek worden, waarin kleine parkjes ontstaan. In de smalste vorm is er ‘slechts’ ruimte voor en geveltuintjes, maar ook die is als onderdeel van de robuuste, groenstructuur belangrijk. De groenblauwe verbindingen vertegenwoordigen een intrinsieke waarde van natuur en dragen in grote mate bij aan de herkenbaarheid van Lelystad als groene stad.. De natuur in deze structuren is vaak volwassen waardoor de stad optimaal profiteert van gezondheidsvoordelen als verkoeling en schonere lucht. Parken: Parken maken veelal deel uit van de groenstructuur. Ze hebben waarde voor de stad als geheel – zoals het Woldpark, Stadspark en het Bultpark–Kustpark – en voor de wijken, via kleinere groenvoorzieningen verspreid door Lelystad. Waar nodig worden deze parken en groenvoorzieningen kwalitatief versterkt, zodat iedere inwoner toegang heeft tot aantrekkelijk, bereikbaar en hoogwaardig openbaar groen. Natuur heeft hierbij ook een economische en relationele waarde, waarbij mensen elkaar ontmoeten, kunnen ontspannen, bewegen, spelen en recreëren.
Dit vraagt om een actievere benutting van de parken en om verbeterde routes naar en door deze groene ruimtes. Stedelijke ontwikkeling is daarbij niet uitgesloten, maar moet altijd met respect voor de kwaliteit en het karakter van de parken worden vormgegeven. Buurtgroen: Ook op kleinere schaal speelt natuur in de stad een belangrijke rol. Niet alleen om woonwijken aantrekkelijker te maken, maar ook om een gezonde, klimaatadaptieve en natuurinclusieve woonomgeving te waarborgen. Het buurtgroen omvat koele groengebieden op korte afstand van de woning, maar ook sport- en speelruimte of groene wandelroutes. In de versteende buurten is aandacht voor vergroening en klimaatbestendigheid nodig. Via de Basiskwaliteit Natuur (BKN) concretiseren we de natuurinclusiviteit op alle schaalniveaus.
4.2.3 De ‘Groene Rand’ Een van de gebieden die onder druk staat als verbonden geheel is de ‘Groene Rand’ van Lelystad. Dit enigszins diffuse gebied bestaat uit een aantal stadsrandbossen en zachte overgangsgebieden, maar ook uit woonenclaves, volkstuinen, bedrijventerreinen, agrarisch gebied en nog tal van andere functies. De groene rand is een overgangszone tussen stad en landelijk gebied: een ensemble waarin we de verschillende functies goed op elkaar worden afgestemd, en waar logische verbindingen/routes doorheen lopen. De stad ontwikkelt zich in eerste instantie in de bestaande stad, het Stadshart, Zuiderhage en de Kust. In de verdere toekomst is er zeker stedelijke ontwikkeling mogelijk in de groene rand. De volgordelijkheid en onderlinge afstemming tussen deze ontwikkelingen moeten we goed uitzoeken. Daarnaast is het van belang ontwikkelingen in de Groene Rand zeer zorgvuldig in het gebied in te passen. De ontwikkelingen moeten in samenhang en als geheel worden benaderd om versnippering van het gebied te voorkomen.
Daarnaast moeten ontwikkelingen rekening houden met de ecologische verbindingen die daar lopen en deze versterken waar nodig door de ontbrekende schakels in het netwerk te realiseren Op enkele plekken, zoals het groen in de bedrijfszone Flevopoort/LAB of Oostrandpark en Geldersehout, zal de groenstructuur nader worden bepaald De ontbrekende schakels van de groenblauwe structuren die zich hier bevinden worden gerealiseerd op een zodanige manier dat het tevens het ondernemen op deze bedrijventerreinen bevordert. 4.2.4 Buitengebied Het buitengebied wordt gevormd door het open polderlandschap, bosstructuren (Knarbos en Larserbos), polderparkwegen, aangevuld met vaarten, tochten en erfsingels, maar ook het Markermeer, IJsselmeer en Oostvaardersplassen. Het buitengebied definiëren we als een productief, toekomstbestendig landschap voor zowel voedsel als energie, waarin recreatie- en natuurwaarden versterkt worden. Bij iedere ontwikkeling zal een integrale afweging gemaakt moeten worden hoe het buitengebied een blijvende meerwaarde kan bieden voor de Lelystedeling en is een gedegen landschappelijke inpassing randvoorwaardelijk. We werken aan het versterken van het natuurlijke raamwerk met onder andere ecologische bermen, groenblauwe dooradering en ecologische verbindingen om toekomstige grootschalige ruimteclaims ruimte te geven.
Een zonering van het buitengebied in deelgebieden kan handvatten geven bij afwegingen over het plaatsen van nieuwe functies. In verschillende gebieden zijn verschillende combinaties van functies namelijk logischer of wenselijker. Bijvoorbeeld vanuit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit. Of vanuit de bestaande infrastructuur en strategische ligging. In een eerste aanzet komen we tot een zonering van ten minste vier samenhangende deelgebieden. • Het gebied in het Noordoosten (o.a. Flevokust Haven, noordkant Overijsselseweg/N307). Hier komen grootschaligere functies, zoals het energiesysteem (o.a. een nieuw hoogspanningsstation) samen met grote infra-bundels (mogelijk ook het Lelylijn tracé). Daarnaast vormt het gebied de noordelijke entree van de stad. • Het gebied in het Oosten (o.a. het ‘WUR-gebied’). Hier vindt onderzoek plaats, niet alleen naar teelten/gewassen maar ook naar duurzame energie. Met nieuwe verbindingen onder de A6 door kan dit gebied ruimtelijk sterker worden verbonden met de stad. • Het gebied in het Zuidoosten (o.a. ten zuiden van de Dronterweg tot noordzijde Larserweg). Hier zien we een open gebied met lange zichtlijnen en hoofdzakelijk agrarisch gebruik. Deze openheid is een grote kwaliteit. Van de 4 deelgebieden lijkt het plaatsen van nieuwe infra en functies hier het minst logisch.
•
Het gebied tussen de Larserweg en de Knardijk. Hier zien we een strook van bedrijvigheid zoals het LAB en het vliegveld, die wordt ontsloten vanaf de Larserweg. De locaties zijn, zeker met een HOV verbinding, goed verbonden met de stad. Haaks op de wegen komen belangrijke ecologische verbindingen die, tussen de grote werkgebieden in, de Larserdreef en Knardijk verbinden. Ontwikkelingen die veel ruimte én een goede ontsluiting met de stad vragen, zouden het best in dit deelgebied kunnen landen.
4.2.5 Stad aan het water Water is op veel plekken in de stad aanwezig, maar niet altijd te beleven. Een belangrijk doel is om aan de Markermeerzijde echt een stad aan het water te creëren De stad aan het water is onder te verdelen in kustbeleving, haven en de binnenwateren. Het Waterfront zet in op de kustbeleving. Flevokusthaven aan het IJsselmeer een havenbeleving met een uitbreiding van de terminal in combinatie met grotere sluizen bij Kornwerderzand is dit een zeehaven. Elders in de stad is het de inzet van sloten, vaarten, plassen en oevers bijdragen aan de waterbeleving van de binnenwateren. Waar wenselijk en mogelijk (waterkwaliteit) kunnen buitenactiviteiten, zoals zwemmen en varen bijdragen aan de leefkwaliteit en levendigheid in en om de stad.
4.3 Economische drager, sterk en beleefbaar Lelystad wil verder bouwen aan een brede economische basis. Dat betekent dat we inzetten op en ruimte bieden aan verschillende soorten werkmilieus, zodat een divers aanbod van banen een plek krijgt in de stad. En besteden we aandacht aan de brede economische blik door ook onderwijs, innovatie en toerisme mee te nemen met het werken aan de economische drager. 4.3.1Bedrijventerreinen, Bedrijventerreinen blijven een belangrijke basis voor een sterke economie. In deze monofunctionele gebieden is geen ruimte voor woningbouw. De huidige bedrijventerreinen zijn grotendeels uitgegeven, maar er blijft behoefte aan regulier bedrijventerrein, voor de uitbreiding van de bestaande bedrijven, maar ook voor nieuwe activiteiten rond de verschillende transities (energie, circulair e.e). Om toekomstige economische ontwikkelingen mogelijk te maken, blijven strategische reserves dan ook noodzakelijk. Daarnaast zullen we het intensiveren van ruimtegebruik onderzoeken. • Reguliere bedrijventerreinen: deze bedrijventerreinen bieden ruimte aan bedrijvigheid die mengbaar zijn met andere functies zoals wonen. bieden ruimte aan het MKB. Er ligt een opgave voor het verduurzamen van de terreinen en gebouwen (met o.a. ruimte voor klimaatadaptatie en vergroening) en voor een betere bereikbaarheid met langzaamverkeer en ov.
• Fieldlabs: Duurzame Luchtvaart/Elektrisch vliegen in de omgeving van Lelystad Airport kan bedrijvigheid opleveren gericht op innovaties rondom elektrisch vliegen. • Living labs bij Zuiderhage zijn gericht op innovatieve bijdrage op biobased- en circulair bouwen. • Het Stadshart is in principe de beste plek voor kantoren en kleine ondernemers die baat hebben bij een dynamisch vestigingsklimaat. Een goede OV-bereikbaarheid en een mix van diverse functies zal deze positie komende jaren versterken. . 4.3.2 Revitaliseren binnenstedelijke bedrijventerreinen Enkele kleinere binnenstedelijke bedrijventerreinen worden waar nodig gerevitaliseerd, om ook in de toekomst een plek te kunnen bieden aan bedrijfsmatige activiteiten. Dit komt terug in een Omgevingsprogramma bedrijventerreinen. 4.3.3 Onderwijs Onderwijs is een belangrijk onderdeel van de economische drager. Binnen Lelystad stellen we kennisontwikkeling, onderzoek en innovatie centraal. Zowel voor onze jonge inwoners (basis- en middelbaar onderwijs), maar ook voor het vervolgonderwijs (MBO, HBO en WO). Die laatste categorie kan aanleiding zijn om de onderwijsomgeving als een campusvorm te geven. . Een campus biedt ruimte aan klein- en grootschalige werkgebouwen en heeft een eigen focus en kleuring qua type bedrijvigheid.
• De Campuszone nabij het Stadshart waar naast onderwijs ook zorgfuncties, werk en woningen een plek vinden in een groene omgeving. • Ruimte voor innovatie waar in nauwe samenwerking met het bedrijfsleven wordt gewerkt aan: o Innovaties rondom elektrisch vliegen nabij Lelystad Airport; o Biobased en circulair bouwen, in of rondom Zuiderhage. 4.3.4 Bruisende stad Een bruisende stad, levendig, wervelend, bedrijvig en inspirerend, door en met de inwoners en haar bezoekers. In de Omgevingsvisie leggen we ook een link met het toeristisch profiel. Vanuit
natuurbeleving, cultuurhistorie en dag-attracties zijn er diverse mogelijkheden om een bezoek aan Lelystad te brengen. In de toekomst zijn er meerdere mogelijkheden voor een langer verblijf. Bezoekers en toeristen dragen bij aan de levendigheid. We zien met name in het Stadshart, Kustzone en het Nationaal Park Nieuw Land aanleiding om die beleefbaarder tot uitdrukking te laten komen. • In het Stadshart ligt de focus via de pleinen- en vergroeningsstrategie op verblijven en ontmoeting in levendige, diverse plekken. Het kralensnoer aan kleine pleinen biedt daar mogelijkheden voor diverse doelgroepen. Het voorzieningenniveau aan openbare functies zal hierom ook hoger zijn is bovendien hoog. Door functies toe te voegen zoals bijvoorbeeld leisure en horeca in aantrekkingskracht toeneemt en een bijdrage gaat leveren aan het dagje uit in Lelystad. • De band tussen Lelystad en het water is altijd sterk gebleven, maar kan zeker versterkt worden. Het uitzicht op eindeloos open water geeft je echt een gevoel van vrijheid. In het plan voor het Waterfront wordt daarom gestreefd naar een levendige boulevard met een rijke variatie aan programma en beleving. Een plek waar wijken, leisure, haven, ontspanning, sport en cultuur elkaar ontmoeten De volgorde en soort van deze ontwikkelingen moeten in relatie met de ontwikkeling van het Stadshart bekeken worden. .
Bovendien liggen langs de boulevard diverse culturele en historische bestemmingen, zoals het Werkeiland en Batavialand. De kustzone is nog groter dan het Waterfront en omvat bijvoorbeeld ook het voormalige werkeiland en meerdere jachthavens. • Het Nationaal Park Nieuw Land omvat grootschalige natuurgebieden als de Oostvaardersplassen, Het Markermeer met de Markerwadden en Lepelaarplassen Binnen NPNL is er ruimte voor economische ontwikkeling door het aantrekkelijker te maken met nieuw aanbod zonder afbreuk te doen aan de ecologische waarde oa door strategische zonering 4.4 Bereikbare basis De gewenste schaalsprong in stedelijkheid vraagt om een andere aanpak ten aanzien van de huidige mobiliteit- en energiesystemen, om Lelystad ook in de toekomst bereikbaar, veilig en leefbaar te houden. Lelystad zet daarom in op een breed mobiliteitsconcept en schone energie waarbij de prioriteit ligt op gezondheid en duurzaamheid toewerkend naar de lange termijndoelen. Voor de verschillende modaliteiten wordt ruimte gereserveerd om de elektrificatie van vervoersmiddelen mogelijk te maken. 4.4.1 Voet- en fietsvriendelijke stad Binnen de stad wordt vanuit de doelstelling duurzaam, gezond en veilig de focus gelegd op het stimuleren van het verplaatsen te voet.
Zeker op kortere afstanden (400m) naar bijvoorbeeld voorzieningencentra of het station wordt extra prioriteit gegeven aan de voetgangers. Ruimtelijk gezien levert dit een vrij dekkend voetgangersgebied op; voor veel inwoners zijn dagelijkse voorzieningencentra te voet te bereiken. Waar dit niet het geval is, moeten alternatieven goed op orde zijn. Naast voetgangers wordt ook sterk ingezet op het bevorderen van het fietsgebruik. Dit doen we door in te zetten op twee soorten fietsverbindingen, zowel snel als langzaam, waarbij missende schakels worden aangepakt: • Een informeel, fijnmazig fietsnetwerk waarmee de buurten onderling met elkaar verbonden zijn en dat zorgt voor de bereikbaarheid van de winkelcentra, voorzieningen en buurtgroen in de wijk. • Een verbindend fietsnetwerk bestaande uit logische en hoogwaardige (snel)fietsroutes over lange afstanden door de stad en de rest van de regio. Hiermee kunnen fietsers bijvoorbeeld sneller een bestemming aan de andere kant van de stad, buitengebied of regio (zoals Lelystad Airport, Almere en Dronten) bereiken.
4.4.2 Binnenstedelijk openbaar vervoer Lelystad is zowel lokaal als regionaal goed bereikbaar met duurzaam openbaar vervoer. Dit betekent een opwaardering van de stationsomgevingen, het realiseren van regelmatige, betrouwbare verbindingen tussen wijken, centra en economische kerngebieden. Voor verder van het station af gelegen gebieden kijken we naar de ontwikkeling van sneldiensten die onderweg geen haltes aandoen zoals nu lijn 11 naar Lelystad Haven. Op regionale schaal wordt ingezet op en ruimte gereserveerd voor betere verbindingen naar Noord-Holland, Amsterdam (OV-SAAL) en Utrecht en op lange termijn op de ontwikkeling van de Lelylijn en Stichtselijn. In gebieden met een lagere ov-potentie moet maatwerk worden geboden in de vorm van een buurtbus, oproepafhankelijk vervoer of deelmobiliteit. Dit geldt bijvoorbeeld voor het buitengebied, sommige recreatieve bestemmingen, onderwijsinstellingen en sommige werklocaties. Voor nieuwe woon- en werklocaties is de bereikbaarheid met openbaar vervoer tijdig op orde, zodat de toekomstige bewoners en werknemers de mogelijkheid hebben met het openbaar vervoer te reizen. De inzet op de realisatie van het treinstation in Zuiderhage blijft, en is het van belang om de verbinding tussen het Waterfront en het Stadshart te prioriteren.
Voor bedrijventerreinen zoals Flevokust met veel werkgelegenheid, streven we ernaar om ook hier een goede ov-verbinding tot stand te laten komen. Voor bedrijventerrein waar zich een beperkt aantal zeer grote bedrijven vestigen zoals Flevokust ligt openbaar vervoer minder voor de hand vanwege de specifieke tijdstippen en doelgroepen werknemers. Hier is maatwerk nodig met een nadrukkelijke eigen verantwoordelijkheid voor de bedrijven om hierin samen met de andere bedrijven oplossingen voor te vinden. 4.4.3 Deelmobiliteit en ketenmobiliteit Er wordt toegewerkt naar een mobiliteitssysteem waarbij ruimte blijft voor de auto maar deze niet meer voor iedere reis benut hoeft te worden. Ruimte maken voor deelmobiliteit is daar een onderdeel van. Dat kan op grote schaal met bekende P+R concepten, zoals de hub bij Lelystad Airport businesspark waar ruimte wordt gemaakt voor parkeren van Lelystad vreemd verkeer. Maar er is ook differentiatie op diverse schaalniveaus en diverse vervoersvormen mogelijk. Een combinatie met een overstap op de fiets heeft daarbij veel kansen. Kleine buurthubs waar bewoners een aantal auto’s en (type) fietsen delen, wijkhubs waar elektrische deelmobiliteit wordt aangeboden voor grotere groepen mensen of het station als stadshub voor trein, bus, fiets, scooters en deelauto’s. Op dit moment zijn er al deelmobiliteitaanbieders actief in Lelystad.
De opgave is om duidelijk beleid te maken binnen welke kaders zij kunnen opereren. Dit zal in de toepasselijke omgevingswetinstrumenten verder worden uitgewerkt. 4.4.4 Gedifferentieerde autowegen Het netwerk van autowegen wordt meer gedifferentieerd. Doel is om doorgaand verkeer om de stad heen te leiden via de Rijks- en Provinciale wegen en de verkeersdruk op het Stadshart te verlichten en beheersen. Dit door betere benutting van de buitenring om het doorgaand verkeer ruimte te bieden voor de bereikbaarheid van de stad en de verbindingswegen en de binnenring voor het bestemmingsverkeer daarbinnen. Bij de uitwerking van de omgevingsvisie wordt integraal onderzocht hoe deze verbindende dreven efficiënter benut kunnen worden voor andere vervoersvormen (ov en fiets) of andere functies (wonen). Om deze ontvlechting van verkeerstromen mogelijk te maken én de bereikbaarheid van Lelystad vanuit de regio te vergroten, is uitbreiding van het hoofdwegennet nodig. Twee cruciale schakels moeten daarbij aangepakt worden. Op de korte termijn komt er de nieuwe ringweg vanaf aansluiting
9 (Lelystad Zuid), de Laan van Nieuwland. Ook de A6 tussen Almere en Lelystad wordt verbreed ten behoeve van een betere doorstroming ring de Randstad. Op de lange termijn biedt de aanleg van een verkorte verbinding Houtribweg – Markerwaarddijk door de Baai van Eesteren perspectief op betere doorstroming en regionale ontsluiting. Met het oog op een schaalsprong van de stad zien we de noodzaak om stadsbreed zorg te dragen voor de passende parkeernormen. Met name in beoogd (hoog)stedelijk gebied zoals het Stadshart en de ontwikkelingen langs het Waterfront en in Zuiderhage ontstaat een hoge ruimtedruk. Om ambities zoals klimaatadaptatie, woningbouw en ruimte voor het sociaal domein hier plek te bieden, kan deze ruimtedruk verlaagd worden door het parkeren op een andere manier in te richten. Dit zal in de toepasselijke omgevingswetinstrumenten verder worden uitgewerkt. 4.5 Duurzame ontwikkeling Met de elektrificatie van ons gebruik (elektrisch verwarmen, koken en rijden) en de groei van de stad groeit ook de vraag naar elektriciteit en warmte. Lelystad wil zo veel mogelijk schone energie opwekken en opslaan op eigen grondgebied en slim gebruik maken van nieuwe en bestaande warmtebronnen.
We sturen daarbij op een energieconcept van nieuwe ontwikkelingen om zo de druk op bestaande en nieuwe energienetwerken, ondergrondse infrastructuur en bovengrondse impact beter op elkaar af te stemmen. De wijken, bedrijven en voorzieningen worden aardgasvrij. Het grootste deel wordt aangesloten op collectieve warmtenetten, daarnaast zijn er ook ‘all electric’ oplossingen (zoals warmtepompen). Deze transitie wordt verder uitgewerkt in het warmteprogramma. De bestaande energie infrastructuur wordt uitgebreid en versterkt. De doelstelling van TenneT is om de huidige netcongestie rond 2032 opgelost te hebben. Daarna moet er blijvend geïnvesteerd worden om de toenemende energievraag aan te kunnen. Binnen de gemeentegrenzen wordt door TenneT gezocht naar ruimte voor een nieuw hoogspanningstracé (380kV) en een nieuw hoogspanningsstation (nabij Flevokust Haven) aangevuld met flexibel vermogen (BESS). Een landelijke opgave die ten doel heeft de hoofdstructuur te versterken. Voor de gemeentelijke energieopgave is ruimte voor opwek (wind, zon) en opslag (batterij en waterstof) nodig.
Naast ruimte in het buitengebied kunnen ook grote daken en grote stedelijke ruimtes, zoals parkeerlocaties, langs infrastructuur of braakliggende terreinen, daarbij ruimte bieden Bedrijven in het buitengebied moeten zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op dak, kleinschalige windturbine, batterij en elektrolyser. In een groeiende stad is voldoende ruimte nodig om ook de transitie naar een meer circulaire economie mogelijk te maken. Dit vraagt om een flexibele bestemmingen, waarbij ook rekening wordt gehouden met de ruimtebehoefte voor de grondstoffentransitie naast de energietransitie. In woonwijken zal ruimte nodig zijn voor lokale circulaire initiatieven, zoals deel- en hergebruik. In het stadscentrum ligt er meer focus op reparatie en onderhoud, zodat producten langer meegaan en afval wordt verminderd. Op bedrijventerreinen kan tijdelijk extra ruimte nodig zijn om circulaire productie en innovatieve hergebruikprocessen te faciliteren. De precieze invulling zal zich gaandeweg de transitie verder ontwikkelen.
5. Strategie, de visie als werkbaar instrument De nieuwe koers en ruimtelijke keuzes betekenen iets voor diverse beleidsdomeinen binnen de gemeente. Zowel voor de ruimtelijke, economische, als de sociale disciplines. In dit hoofdstuk wordt de visie tastbaar en concreet door enkele aandachtspunten en specifieke maatregelen per thema uiteen te zetten en er wordt een link gelegd met andere beleidsdocumenten die daarbij van belang zijn. De verschillende thema’s zijn per hoofdlijn gebundeld. 5.1 Stedelijke ontwikkeling De stedelijke ontwikkeling beschrijft hoe de stad wordt gebruikt. Hierin worden de meest in het oog springende elementen belicht, zoals waar en hoe huizen worden gebouwd, welke economische centra aanwezig zijn, en waar voorzieningen, cultuur en recreatiegebieden zich bevinden. Zoals uiteengezet in de visie, wordt de groei van Lelystad benut voor een kwaliteitsverbetering van de bestaande stad. Het doel blijft om Lelystad sterker en levendiger te maken. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de woningbouw en centra in de stad. Hier gaan we nog wat dieper in op de thema’s wonen, sociaal, economie, gezondheid en cultuurhistorie. 5.1.1 Wonen Lelystad bestaat op dit moment uit aantrekkelijke, suburbane, groene woonmilieus waar woningen nog relatief betaalbaar zijn.
Woningen zijn veelal grondgebonden en hebben vaak grote tuinen. Inwoners waarderen de rust en ruimte in de stad, maar er wordt ook aangegeven dat er wel wat meer reuring in Lelystad mag zijn, en niet alleen voor de jongeren Tegelijkertijd spelen er ook in de woningvoorraad een aantal problemen: Veel van de stempel-, cluster- en woonerfwijken (jaren ’70 en ’80) zijn verouderd. En de stad heeft een behoorlijk eenzijdige voorraad. Dit vraagt om investeringen in bestaande wijken en meer diversiteit aan woningen om andere doelgroepen, zoals jongeren, starters, ouderen, een geschikte woning te kunnen bieden. Het liefst binnen bestaande wijken, zodat bewoners ook binnen hun sociale structuren kunnen blijven. Met deze verdichting wordt ook het draagvlak voor de (wijk)voorzieningen en beter openbaar vervoer groter. Hiermee worden win-win situaties gecreëerd, die de bestaande wijken en hiermee de stad versterken. Momenteel lopen er woningbouwprojecten in hoofdzakelijk de drie prioritaire gebieden: Stadshart ,Zuiderhage, en het Waterfront. Deze plannen zullen op korte en middellange termijn een grote bijdrage gaan geven aan het aantal woningen in Lelystad. Daarnaast wordt ingezet op strategisch verdichten in de stad. Zowel op plekken waar we kwaliteiten kunnen benutten, als daar waar kwaliteit benodigd is.
Voorgenomen maatregelen rondom het thema wonen: • Gevarieerde woonmilieus; hierbij denken we aan een breder scala van typen woonmilieus, inrichting van gebouwen en buitenruimte, waarbij ontmoeten, (sociale) veiligheid, prettig wonen, experimenteren met functiemenging in de wijken belangrijk zijn. Het moet gericht zijn op beleefbaarheid van de wijken en het welzijn van de mensen. • Gedifferentieerde prijsklassen met voldoende betaalbare woningen: in alle wijken: o Meer balans en variatie in de woningvoorraad, in nieuwe en oude wijken o Perspectief op wooncarrière binnen de wijk, betere doorstroming en versterking van sociale cohesie. Door te zorgen voor voldoende aanbod in de midden categorieën
komen er meer mogelijkheden voor doorstroming en vallen (koop)starters en middeninkomens niet langer tussen wal en schip. o Betaalbare woningen voor starters, lage - en middeninkomens Voldoende betaalbare woningen voor midden- en lage inkomens.. Van alle te realiseren woningen moet regionaal 30% sociale huur zijn en twee derde bestaan uit betaalbare woningen. • Met de toenemende vergrijzing in Lelystad richten we ons op meer levensloopbestendige woningen: 50% van de nieuw te bouwen woningen moeten appartementen zijn om straks de 20% levensloopbestendige woningen te kunnen realiseren: o Seniorenzones aanwijzen . o Geclusterd wonen inventariseren en uitbreiden. o Zorggeschikte woningen, aanbod huurwoningen in alle prijsklassen. • Bouwen aan en voor een inclusieve samenleving, waarin iedereen zich thuis kan voelen en zoveel mogelijk zelfstandig kan functioneren. Dit vraagt ook om levensloopbestendige woningen. Voor mensen met een lagere zelfredzaamheid moet de woonsituatie en zorgvraag in samenhang worden bekeken. Dit vraagt om een breed scala aan woonvormen. • Het aandeel jongerenwoningen is laag in Lelystad. We zetten ons in op het realiseren van meer betaalbare en kleinere woningen, op een voor jongeren aantrekkelijke locatie. We zetten in op toekomstbestendig bouwen, op woningen die mee kunnen groeien met de veranderende marktvraag.
Bijvoorbeeld woningen die je makkelijker kunt aanpassen of woningen die interessant zijn voor meerdere doelgroepen op aantrekkelijke en passende locaties. • Voldoende locaties voor passende oplossingen voor aandachtsgroepen: o Voor aandachtsgroepen wordt zorgvuldig gezocht naar woonruimte op passende locaties; o Passende woonvormen en maatwerk in beheer of begeleiding gericht op het type aandachtsgroep; o Voldoen aan de toenemende behoefte in kwalitatieve huisvesting voor (arbeids)migranten. Hierbij rekening houdende met de short-stay, mid-stay en longstay behoeften. Met name de short-stay mengen lastig in reguliere wijken. Deze bijzondere (grote) vraag, vraagt om goede oplossingen en integrale afwegingen bij de economische ontwikkeling van de stad. De mid-stay en long-stay groepen moeten zo goed mogelijk geïntegreerd worden in de samenleving. o Voldoende woonruimte voor de verschillende typen spoedzoekers op passende locaties. 5.1.2 Sociaal In jaren 70 en 80 hebben we vooral veel woningen gebouwd, waarbij het effect op de samenleving niet altijd is uitgekomen zoals beoogd. Richting de toekomst bouwen we daarom niet alleen een stad met woningen, maar bouwen we aan een samenleving. De fysieke ruimte staat ten dienste van de stad en samenleving. Dit betekent dat we de mens een volwaardige plek geven binnen gebiedsontwikkelingen en ruimtelijke ontwikkeling.
Hierbij hanteren we een aantal belangrijke uitgangspunten: • Een stad bouwen waar iedereen zich thuis voelt, o Door middel van bijvoorbeeld kwalitatief hoogwaardige maatschappelijke voorzieningen voor gezond stedelijk leven. Zoek daarin ook naar mogelijkheden om verschillende initiatieven en maatregelen aan elkaar te koppelen, zodat deze samen optimaal bijdragen aan een gezonde en veilige leefomgeving; • Brede ontplooiing van kinderen en jongeren door ruimte te creëren o Voor spelen, bewegen, leren, verwonderen en ontspannen, en heel belangrijk: ruimte maken voor goed onderwijs;
•
•
Ontmoeten centraal stellen. o De openbare ruimte moet uitnodigen tot ontmoeting en verbinding. Ook verbinden door ervoor te zorgen dat iedereen ertoe doet en kan meedoen. Hiervoor voldoende ruimte creëren voor maatschappelijk initiatief van inwoners en vrijwilligers, die samen activiteiten organiseren, bijv. buurtcentra, sportaccommodaties, religieuze voorzieningen, bezoeken/actief beoefenen van culturele activiteiten, etc. De mens een structurele plek geven in gebiedsontwikkeling. o Het samen doen, draagvlak en draagkracht creëren in de wijken voor het opzetten en ontwikkelen van (maatschappelijke) voorzieningen.
Aandachtspunten Het realiseren van verdichting en nieuwe uitbreidingswijken brengt ook interne migratie op gang. Bewoners verhuizen van de ene naar de andere wijk, of de samenstelling van de wijk verandert. Sociale verbanden veranderen mee. Dat vraagt aanpassingsvermogen van bestaande en nieuwe inwoners, maar ook hulp om voor elkaar te kunnen zorgen en mee te blijven doen. • Daarbij moeten we zoeken naar meer balans en draagkracht van de bevolking. Er zijn relatief veel mensen met een lagere sociaaleconomische status en er speelt overerving van armoede. Het is nodig om ongelijk te investeren, dus een focus op specifieke wijken om tot een evenwichtige groei te komen. • Op grotere schaal is te verwachten dat een deel van de nieuwe uitbreidingswijken bewoond zullen worden door inwoners die al in de stad wonen. Dit betekent dat er een interne migratiestroom op gang komt. Dit vraagt om visie en aandacht voor de bestaande stad (nog voordat de bouw op gang komt) Doelgroepen • Jeugd en jongeren zijn een essentiële aandachtsgroep; zonder hen is er geen stad in 2050. En dat vraagt een open blik op hoe we de openbare ruimte inrichten (hoe kind- of jeugdvriendelijk is Lelystad?) en wat zij nodig hebben om goed op te kunnen groeien. Er is momenteel al een tekort aan maatschappelijke voorzieningen ten opzichte van het inwoneraantal.
Dat is met name te zien bij huisartsen, kinderdagverblijven en basisscholen. Bij woningbouwlocaties moet er vroegtijdig rekening gehouden worden met het meegroeien van het voorzieningenniveau. • Een andere aandachtsgroep zijn de ouderen. Lelystad krijgt de komende periode te maken met een drie dubbele vergrijzing. Naast de vergrijzing die we in heel Nederland kennen, meer 65- plussers en ook meer 80-plussers, heeft Lelystad naar verhouding veel ouderen. De jonge gezinnen die in de jaren 60 en 70 naar Lelystad kwamen, worden tegelijkertijd ouder. Voorgenomen maatregelen rondom het thema sociaal: • Ontmoeten als centraal thema in buurt en stad, zowel voor wonen, voorzieningen, sport, recreatie en cultuur. Verbeter de sociale cohesie door sociale contacten te faciliteren. • Ontwikkelen van functies en/of voorzieningen in samenspraak met inwoners. • Passende gezondheidszorg en welzijnsvoorzieningen bij de groei van de stad (basis op orde). • Passend en inclusief onderwijs aansluitend op de behoeften van de stad (kwaliteiten en kansen). Ieder kind moet de mogelijkheid hebben om binnen de eigen wijk naar school te kunnen. De aanwezigheid van basisscholen in buurten en wijken draagt bij aan de aantrekkelijkheid en leefbaarheid ervan en de verbondenheid van inwoners met de buurt/wijk.
• Veilige en groene schoolomgeving en zorglocaties: o Inzetten op groen en verkoeling voor de jongsten en de oudsten is van groot belang.
Groene schoolomgevingen maken het mogelijk voor kinderen om veilig en in een aantrekkelijke omgeving te spelen. Een groen schoolplein biedt ook mogelijkheden om educatie over groen en klimaat in het lesprogramma te verweven. Evenementen in wijk en stad dragen bij aan ontmoeting. Hierbij ligt de focus op het aansluiten op de behoefte van de inwoners. Leefbaarheid en veiligheid door te werken aan kwalitatieve openbare ruimte waar levendigheid is en plek voor ontmoeting. o
• •
5.1.3 Gezondheid Gezondheid heeft een sterke link met omgevingsbeleid. De afgelopen jaren met name vanuit een beschermende blik. De thema’s die aandacht hebben gekregen bij het onderdeel milieu. Richting de toekomst verbreedt die blik naar gezondheidsbevordering: het zo inrichten van de ruimte dat gezonder leven, bewegen en eten makkelijker wordt gemaakt. Een omgeving die informeel en ontspannen ruimte geeft aan sporten, spelen, gezonde vervoermiddelen en het aanbieden van gezond eten en drinken helpt om gezondere keuzes te maken. Ook het netwerk daaromheen moet op orde zijn. We werken toe naar een omgeving waar de woonvraag en de zorgvraag meer samenhangend zijn. Op dit moment staan nog grote verzorgingshuizen in de centrumzone van de stad, maar er zal meer vragen komen naar woonruimte voor zorg- en zelfstandige woningen voor ouderen in de wijken, dichtbij wijkvoorzieningen. De ouderenzorg/woningen zullen mede als gevolg van de toenemende vergrijzing en de druk op voldoende personeel een transitie doormaken naar meer en kleinschaliger zorg in de wijken dichtbij voorzieningen met inzet van vrijwilligers en familie. Voor de mentale gezondheid en de eenzaamheid zijn mogelijkheden voor ontmoeten in gebouwen en openbare ruimte belangrijk.
Voorgenomen maatregelen rondom het thema gezondheid: • Koppel gezondheid aan sport en beweging, ontmoeten in wijken waar mensen een gezonde leefomgeving het hardst nodig hebben, creëer in nieuwbouw extra ruimten voor ontmoeten, natuur. o Het sturen op gezondheid maakt onderdeel uit van (binnenstedelijke) gebiedsontwikkeling. Dit is ook een belangrijk aandachtspunt in de bestaande stad. Hierbij gaat het om mogelijkheden voor ontmoeten en sporten en bewegen in de wijk aantrekkelijk te maken. • Creëer een gezonde en beweegvriendelijke omgeving o Wandelen en fietsen als prioritaire vervoerswijzen: herkenbaarheid, inclusiviteit en sociale veiligheid verbeteren. En snelfietspaden tussen belangrijke gebieden o Sport, spel en ontspanning in de woonomgeving, natuurspeelplaatsen, wandel- en hardlooprondjes door de wijken. o Gezond eten en drinken stimuleren (bijvoorbeeld watertappunten, schooltuintjes) en ongezond gedrag ontmoedigen (fastfood etc.). o Meer ontmoetingsplekken. o Goed faciliteren van sportverenigingen voor huisvesting met een aantrekkelijke omgeving die goed en veilig bereikbaar is voor langzaamverkeer. o Richten op breedtesport als voorbeeldfunctie om anderen te stimuleren ook te gaan sporten en als ontmoetingsplek. o Voldoende koele verblijfsplekken, schaduw en groen in de direct omgeving om hittestress te voorkomen.
• Voorzieningen, mobiliteit en hulp toegankelijk en laagdrempelig o Laagdrempelige en bereikbare zorg- en welzijnsvoorzieningen, gecombineerd met andere voorzieningen in de wijk maken ondersteuning dichtbij toegankelijk.
o
i.
Nieuwe wijken of bij groot onderhoud inclusief (voor iedereen) ontwerpen. Rekening houden met bijvoorbeeld mensen met een fysieke beperking of dementie.
Cultuurhistorie Lelystad is een jonge stad. Maar juist in de ontstaansgeschiedenis als New Town op nieuw aangewonnen land, zitten bijzondere verhalen die sterk gekoppeld zijn aan de Nederlandse identiteit rondom het beheersen van het water. In het cultuurbeleid van Lelystad wordt onderscheid gemaakt tussen drie ontwikkelingsfases: de inpoldering van de Flevopolder, de modernistische stad en de volwaardige stad. Werkeiland Lelystad was het eerste bewoonde deel van het nog niet ingepolderde Oostelijk Flevoland en is nu onderdeel van de wijk Lelystad-Haven. Erfgoed draagt bij aan de eigenheid van een plek en kan een belangrijke rol spelen in de ontwikkeling en identiteit van de stad. Het behouden en benutten van jong erfgoed in Lelystad is essentieel om deze verhalen te kunnen vertellen en de stad een steeds stevigere basis te geven. Om dit te waarborgen, is onder meer de erfgoedverordening opgesteld, die richtlijnen geeft voor de omgang met gemeentelijke monumenten. Daarnaast wordt erfgoed benut als inspiratie bij de (fysieke) ontwikkeling van de stad. Door inwoners en bezoekers actief bij erfgoed te betrekken wordt de bewustwording over de ontstaansgeschiedenis gestimuleerd. Wetgeving betreffende archeologische monumentenzorg vereist dat archeologische waarden vanaf het begin worden meegenomen in de ruimtelijke ordening.
De beleidsadvieskaart dient als basis voor het archeologiebeleid. Het is belangrijk om de integriteit van archeologische resten in de bodem te behouden, de resultaten van archeologisch onderzoek toegankelijk te maken voor het publiek keuzes te maken over en een vrijstellingsmogelijkheid te bieden voor bodemverstorende activiteiten.
Voorgenomen maatregelen rondom het thema cultuurhistorie Het college bereidt een kadernota erfgoedbeleid voor waarmee de gemeenteraad keuzes kan maken over de omgang met ondergronds en bovengronds erfgoed en de wijze waarop de thema’s behouden, benutten/beleven en betrekken vorm krijgen. De kaders worden uitgewerkt in activiteiten en maatregelen die kunnen worden opgenomen in een omgevingsprogramma 5.2 Natuurlijk raamwerk In het natuurlijk raamwerk wordt het gehele groen-blauwe systeem opgenomen waarop Lelystad gebouwd is. Alle zichtbare natuur en waterstructuren, maar ook de onzichtbare elementen in de bodem en in het ecosysteem. In de Omgevingsvisie is het ruimtelijk raamwerk een belangrijke basis. Hierin zit de kracht en de ruimte om te groeien naar een klimaatbestendige, gezonde en natuurlijke stad. De basis daarvoor is ruimschoots aanwezig. Lelystad is ontworpen als stad waar veel groen en water nabij te vinden is. Het is daarmee zelfs één van de groenste steden van Nederland. Deze natuurlijke elementen dragen in grote mate bij aan het gevoel van rust dat zoveel inwoners waarderen. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien hoe we inzetten op de groenblauwe structuren in de stad. Hier gaan we nog wat dieper in op de thema’s bodem, natuur en ecologie, water en klimaatadaptatie.
Deels gaat het hier om het doorzetten van de lijn zoals die al in de Omgevingsvisie Lelystad 2040 (Gemeente Lelystad, 2021) is ingezet en deels enkele nieuwe maatregelen om deze te versterken of om nieuwe inzichten het hoofd te bieden. 5.2.1 Bodem De bodem in en rond Lelystad heeft een goede kwaliteit. Door zetting zal de bodem in de polder overal nog wat zakken, vooral ten noorden van Lelystad is door enkele dunne veenlagen tot 2050
bodemdaling voorzien. Door de lage ligging op -4,5 meter N.A.P. speelt langs de randen van de Flevopolder ook kwel een rol. Vanwege een zoutwater laag in de ondergrond leidt dit tot verzilting, zowel in het stedelijke gebied als ten noorden van de stad. Door de gevarieerde opbouw van de ondergrond leidt de kweldruk op sommige plaatsen in Lelystad tot opbarsting. Daarbij wordt water vanuit de ondergrond naar boven geduwd. Bij nieuwe bodemingrepen wordt dit zoveel mogelijk voorkomen, bijvoorbeeld door waterpartijen aan te leggen op plaatsen waar het opbarstrisico laag is. Binnen de gemeente zijn ook archeologisch (waardevol) aangeduide gebieden. Dit betreft onder andere de Swifterbantcultuur in het noorden van Lelystad en de maritieme archeologie in de voormalige zeebodem. Deze waardevolle gebieden zijn aangegeven in het Omgevingsplan. Het beleid waarop dit is gebaseerd wordt vernieuwd en zal leiden tot een aanpassing van het Omgevingsplan. Archeologische kwaliteiten worden beschermd en benut bij ruimtelijke vraagstukken. Voorgenomen maatregelen rondom het thema bodem: • Lelystad streeft naar een afgewogen gebruik en behoud van de kwaliteiten van de bodem en ondergrond. • Omgeklapte benadering o De bodem meenemen in basishouding bij nieuwe ontwikkelingen en altijd in relatie zien tot het groen-blauwe raamwerk.
o Zorgdragen dat ondergrondse infra en parkeervoorzieningen de ruimte voor klimaatadaptatie niet beperken en de mogelijkheid om te voldoen aan de Natuurherstelverordening (Europese regelgeving gericht op het herstel van beschadigde ecosystemen) 5.2.2 Natuur en ecologie In de Agenda Natuur 2030 van Lelystad wordt ‘natuur’ breed opgevat. Het omvat niet alleen de traditionele wettelijke beschermde gebieden, maar ook natuur in de stedelijke omgeving zoals parken en bermen. Deze inclusieve benadering benadrukt het belang van zowel beschermde natuurgebieden als het groen in de directe leefomgeving van inwoners. In de Agenda Natuur 2030 wordt gewerkt aan concrete maatregelen die bijdrage aan de doelen voor natuur. Zoals bijvoorbeeld het op orde brengen van de basis door het hanteren van een Basiskwaliteit Natuur. Natura2000 (N2000) en Natuur Netwerk Nederland (NNN) zijn beschermde natuurgebieden waar, naast BKN soorten, ook andere veelal beschermde soorten voorkomen. Het is voor een goed functionerend en veerkrachtig ecosysteem belangrijk dat er aaneengesloten robuuste verbindingen zijn tussen de verschillende buitenstedelijke en binnenstedelijke gebieden. Er is in Lelystad veel natuur, zeker in vergelijking met andere steden. Ondanks de omvang van de natuur, is de kwaliteit aan verbetering toe.
Met name in het stedelijk gebied is een grote kwaliteitsslag te maken in het beter en ecologisch inrichten en beheren van de natuur (groen en blauw). Natuur is belangrijk voor Lelystad en draagt ook positief bij aan het leef- en vestigingsklimaat, doordat natuur een positieve invloed heeft op de gezondheid van mensen en een aantrekkelijke woonomgeving. Bij groei van de stad zal de gebruiksdruk op het groen meer toenemen dan het oppervlak, daarom is het belangrijk dat de kwaliteit verbeterd wordt waardoor de groenvoorziening toekomstbestendig is. Daarom is er in hoofdstuk 4 beschreven hoe de natuur in en om de stad “ingedeeld” wordt. Bescherming van gebieden die dat nodig hebben, maar op andere plekken juist ruimte geven aan diverse functies zodat de gebruikswaarde voor inwoners toeneemt. Hieronder zijn enkele meer specifieke maatregelen benoemd die daarop voortborduren.
Voorgenomen maatregelen rondom het thema natuur en ecologie: Natuurlijk raamwerk algemeen: • Het doel is een robuust natuurlijk raamwerk, te bereiken door het realiseren van ontbrekende ecologische verbindingen en het oplossen van gesignaleerde knelpunten. Een essentiële ecologische verbinding zorgt voor de instandhouding van populaties van soorten, zowel lokaal als internationaal. Doorgankelijkheid, symbiose, metapopulaties en genetische uitwisseling tussen deelpopulaties zijn hierbij essentiële elementen. Een voorbeeld hiervan zijn de verbindingen tussen de NNN-gebieden. • Het doel is een divers en toekomstbestendig ecosysteem: We zetten in op gezonde, biodiverse ecosystemen die weerbaarder zijn tegen uitbraken van ziekten of plagen. Onderdeel daarvan is het aanplanten van nieuwe bos en het revitaliseren van bestaande bosstructuren. Door bijvoorbeeld monotone structuren te diversifiëren. Nu diverse boomsoorten hun volwassen leeftijd bereiken en sommige veel voorkomende soorten door ziekte worden verwijderd (bijv. essentaksterfte) ontstaan hier ook noodzaak en kansen voor. • De uitwerking van het natuurlijk raamwerk vindt plaats in de Agenda Natuur 2030 en het programma van Groen Dromen naar Groen Doen. Hierbij haken we aan op provinciaal en landelijk beleid en programma's.
• Uitgangspunt is natuurinclusief ontwerpen en ontwikkelen Buitengebied • Het polderlandschap is van oudsher grootschalig en open. De functie is hoofdzakelijk agrarisch afgewisseld met concentraties en verbindingen van natuur. Het buitengebied geeft ruimte aan nieuwe opgaven (waarvan de energietransitie een belangrijke is. Waardevolle open delen van het polderlandschap open houden. In bepaalde gebieden kan het landschap mogelijk fijnmaziger om naast natuur ook inpassingsruimte te bieden aan grootschalige ruimteclaims. Hierbij dient rekening te worden gehouden met soorten die leven in open landschappen0. • Inzetten op robuuste landschappelijke inpassing van (grootschalige) nieuwe functie om zo bij te dragen aan landschappelijke omgevingskwaliteit en natuurdoelen. Denk bijvoorbeeld aan voorzieningen nodig voor energietransitie zoals opslag, opweklocaties. • Inzetten op behoud en herstel erfsingels. 5.2.3 Water en watersysteem De waterstaatkundige geschiedenis van Lelystad vormt een belangrijke kwaliteit en is beeldbepalend voor het landschap. Denk hierbij aan de dijken, vaarten, tochten, sloten en grote wateren. Grote wateren Het overgrote deel van het Markermeer en een deel van het IJsselmeer maken onderdeel uit van de gemeente Lelystad. Deze meren tezamen hebben een belangrijke functie in het IJsselmeergebied en dus voor Nederland.
Een belangrijke functie van het IJsselmeer en Markermeer is het vasthouden van zoetwater voor onder meer drinkwater en droogteperiodes. Daarnaast wordt het water gebruikt voor onder meer landbouw, scheepvaart, natuur, doorspoeling polders, (water) recreatie. Overtollig water wordt via het IJsselmeer en de Afsluitdijk afgevoerd naar de Waddenzee. Door klimaatverandering worden de zomers steeds droger. Bij hoge temperaturen, weinig neerslag en weinig aanvoer van water uit de rivieren dreigt er een watertekort en verzilting. Met behulp van peilbeheer kan Rijkswaterstaat de waterstand reguleren. Lelystad onderschrijft de belangen van waterkwaliteit, -kwantiteit, -veiligheid, ecologie en biodiversiteit. Maar blijft streven naar een
gewogen samenhang met ruimtelijke ontwikkelingen in het IJsselmeergebied zoals bijvoorbeeld wonen, recreatie economie en energieproductie. Het IJsselmeergebied voorziet, als onderdeel drager van het ‘Blauwe Hart’ van Nederland, in vele maatschappelijke gebruiksfuncties. De combinatie van deze gebruiksfuncties en het cultuurhistorische karakter en (inter-)nationale natuurwaarden, maken dit gebied complex; een verandering in een van de functies kan een verrassend effect hebben op andere functies. Wij werken samen met onder meer ministeries, Rijkswaterstaat en Staatsbosbeheer mee aan de Programmatische Aanpak Grote Wateren (PAGW). Met dit programma werken we aan het verbeteren van de kwaliteit van water en het versterken van de natuur. De projecten Oostvaardersoevers en Marker Wadden maken hier onderdeel van uit. Deze projecten hebben een positief effect op de waterkwaliteit en de natuurwaarde van het Markermeer. Door het creëren van een ondiepe zone als overgangsgebied tussen het meer en de plassen (binnendijks) krijgt de biodiversiteit in het Markermeer een impuls. De Marker Wadden worden verder uitgebreid. In het project Oostvaardersoevers wordt de verhoging van de visstand en toename van nutriënten in het Markermeer nagestreefd door water uit het Markermeer in te laten in de Oostvaardersplassen nabij de Knardijk.
Rondom gemaal De Blocq van Kuffeler wordt dit rijke water weer uitgelaten op het Markermeer. Voor Lelystad biedt de ingreep nabij de Kop van de Knardijk een kans en gelegenheid om een recreatieve invulling toe te voegen. Water in het buitengebied Doordat Lelystad in de polder ligt kan het waterpeil goed gereguleerd worden. Dit peil wordt gereguleerd door het Waterschap. Omdat een groot deel van het buitengebied in Flevoland uit landbouw bestaat is het waterpeil gericht op de behoefte vanuit de landbouw. Voorgenomen maatregelen rondom het thema water en watersysteem: • Natuurvriendelijke oevers zijn een belangrijke oplossing voor de water- en natuurkwaliteit in en om de stad. Dit geldt voor binnendijks, maar ook buitendijks ontbreken landwaterovergangen. Door middel van projecten als Marker Wadden worden deze gerealiseerd. • Kwel kan worden voorkomen door goed waterbeheer, inclusief effectieve drainage- en irrigatiesystemen die de waterstand in de bodem reguleren. • Zandpakket kust behouden voor stabiliteit en tegen erosie van het kustgebied. • Tijdig anticiperen op afvalwater (toename woningen en bedrijvigheid in relatie tot knelpunten rioleringen en waterzuivering). • Water zichtbaar, ook in de wijken zodat we toewerken naar waterpositieve wijken. o Benut het water en ontsluit (nieuwe) woonwijken op het water voor recreatie zonder de beleving van de openheid te beperken.
o Capaciteit van het stedelijk water wordt zoveel mogelijk afgestemd op de afkoppelambitie van de gemeente. o Meer ruimte voor waterretentie in bebouwd- en buitengebied. o Ambities en mogelijkheden afstemmen met waterschap. 5.2.4 Drinkwater Drinkwater is een eerste levensbehoefte en een randvoorwaarde voor gezondheid, leefbaarheid en economische ontwikkeling. Met de groei van de stad, zowel in inwoners als economie zal de vraag naar drinkwater verder toe nemen. Lelystad vindt het belangrijk dat er in de toekomst voldoende en schoon drinkwater is voor iedereen in Lelystad.
Tegelijkertijd ontstaat er in de nabije toekomst een drinkwatertekort (in Nederland). Dit drinkwatertekort is in Lelystad is nu al merkbaar. Voor bedrijven die veel zoet (drink)water nodig hebben is aansluiting nu al niet mogelijk. Voor de woningbouwopgave tot 2030 (10.000 woningen volgens de Woondeal) geeft Vitens aan nog voldoende ruimte te hebben om bestaande win- en zuiveringscapaciteit te vergroten, echter onder voorbehoud van vergunningverlening in verband met stikstof etc. Na 2030 kunnen zij geen leveringszekerheid bieden en moet gezocht worden naar ruimte voor nieuwe wingebieden en transportleidingen. Lelystad stimuleert duurzaam watergebruik en onderzoekt mogelijkheden om grijs water bijvoorbeeld van douche of wasmachine) lokaal te hergebruiken voor toepassingen zoals toiletspoeling en tuinirrigatie. Hierdoor wordt de druk op het drinkwatersysteem verlaagd. Dit geldt zeker voor toekomstige gebiedsontwikkelingen. 5.2.5 Klimaatadaptatie Het Lelystad van 2050 is een klimaatadaptieve stad waarin rekening gehouden wordt met water en bodem bij ruimtelijke ontwikkelingen. De stad is bestand tegen extreme weersomstandigheden zoals hitte, droogte en wateroverlast. Groene en waterrijke gebieden worden strategisch ingezet om de leefomgeving te verkoelen, water vast te houden, biodiversiteit én beleving te bevorderen.
De Lelystadse Adaptatiestrategie (LAS) wordt in 2027 herijkt om klimaatadaptatie als norm blijvend te verankeren. Regionale samenwerking binnen het Deltaprogramma Regionale Adaptatie (DPRA) en de uitwerking van een duidelijke strategie zijn essentieel om Lelystad toekomstbestendig te ontwikkelen. Voldoende berging van zoetwater en beschikbaarheid van drinkwater krijgen een plek in de bebouwde omgeving. Voorgenomen maatregelen rondom het thema klimaatadaptatie: • Bij het ontwerp of herinrichting van gebieden is het nodig om altijd vanuit een klimaatadaptieve blik te werken om zo de stad stapsgewijs te verbeteren. Inzicht krijgen in die gebieden waar klimaateffecten, zoals wateroverlast of hittestress, kunnen optreden, zodat daar extra aandacht naar uitgaat. • Vergroening voor een prettig klimaat o Ruimte voor verbinding en verblijf voor mens en dier, draagt bij aan een klimaatbestendige stad en biedt ruimte aan natuur en biodiversiteit. Onder andere door het toevoegen van groensoorten en het maken van zachte oevers. o Er is een meerjarenplan vergroening van tuinen (in uitvoering). o Stadsbreed het 3-30-300 principe toepassen. o Op langzaam-verkeersroutes (fietsen en wandelen) is er 40% schaduw door bomen, gebouwen of structuren. o Rondom belangrijke functies voor ouderen en jongeren is vergroening en boomkroonbedekking voor schaduw wenselijk.
Bijvoorbeeld bij scholen, speeltuinen en zorglocaties. • Met name bedrijventerreinen hebben een grote risicofactor voor hittestress. Om een gezonde werkomgeving te kunnen waarborgen moet er bij ontwerp en inrichting van dergelijke terreinen aandacht zijn voor klimaatadaptatie in de breedste zin. Daarnaast zullen de mogelijkheden onderzocht worden om bestaande bedrijventerreinen toekomstbestendig te maken. • Uitgangspunt is afvoeren omzetten in insijpelen. Daarvoor is voldoende bergingscapaciteit nodig, zodat bij hevige regenval het regenwater afdoende naar groenstructuren en oppervlaktewater kan stromen. Hierbij moet extra aandacht uitgaan naar de toegankelijkheid voor hulpdiensten op ontsluitingswegen.
•
Zo min mogelijk verharden in de openbare ruimte, tenzij verharding nodig is voor het gebruik.
5.2.6 Landbouw Een van de belangrijkste redenen om Flevoland in te polderen was het tekort aan voedsel in Nederland. Bij de inrichting van het landschap lag de nadruk allereerst op de akkerbouw en veeteelt. Pas later kwam de behoefte aan woningen en de nieuwe opgave voor Lelystad als nieuwe groeikern. Een groot deel van het gemeentelijk grondgebied, wordt benut voor landbouw. Flevoland heeft de meest vruchtbare landbouwgronden van Nederland. Het landschap wordt gekenmerkt door de functionele inrichting. Het aantal banen in de landbouw (ca 300) is vrij constant. Er spelen momenteel en in de toekomst diverse opgaven rondom klimaat en natuur. Klimaatverandering heeft effect op het boerenbedrijf door bijvoorbeeld schade door droogte en watertekorten voor de productie. PM verzilting?. Gemeente Lelystad wil de samenwerking en communicatie vergroten ten behoeve van toekomstbestendige, energieneutrale- en gezonde landbouwbedrijven met kleinschalige molen, zonnepanelen op het dak, batterij en elektrolyse. Onze ambitie is dat de land- en tuinbouw in 2050 is ingespeeld op klimaatverandering en rekening houden met water en bodem-sturende principes. Op deze manier heeft het zo min mogelijk last van de gevolgen van die klimaatverandering (wateroverlast, droogte, hitte, bodemdaling en verzilting).
Ook wil de gemeente samen met de agrarische sector en andere partners de transformatie richting kringlooplandbouw faciliteren (het zoveel mogelijk denken in kringlopen en hergebruik van reststoffen). Onderwerpen als circulariteit, biodiversiteit (kwaliteit van bodem en water), duurzame energie (zonnevelden of windturbines) en klimaatadaptatie (waterberging) komen hierin samen. Een belangrijk deel aan de oostkant van Lelystad is in eigendom van de Wageningen University Research. Zij richten zich hier onder meer op biowetenschappen, bio-informatica, duurzame energie en agrofood. Daarnaast houden zij zich bezig met de boerderij van de toekomst: ontwikkelen van innovatieve landbouwmethoden. Voor Lelystad is de landbouw een belangrijk onderdeel van de gemeente. De hoge kwaliteit van landbouwgrond in Flevoland (waaronder Lelystad) is uniek en schaars in Nederland. In combinatie met de aanwezigheid van de WUR zien we kansen voor onderwijs, innovatie, en dus goede vestigingsfactoren voor de aan de agro verwante bedrijvigheid. Momenteel zien we verdere schaalvergroting, waarbij boerenerven vrijkomen. Op de langere termijn verwachten we echter een schaalverkleining door de opkomst van de kringlooplandbouw. Hierdoor is verstedelijking op de erven, vanwege de huidige schaalvergroting niet wenselijk.
Voorgenomen maatregelen voor het thema landbouw: • Het landelijk gebied staat onder druk door meerdere opgaven, waarvan de energietransitie een van de belangrijkste is. We willen gebiedszonering opstellen waarin mogelijke functies aangegeven worden per zone, waar de focus op ligt. Zo kunnen de opgaven landen op de juiste plekken.. • Toekomstbestendige en gezonde landbouwbedrijven o Transformatie richting kringlooplandbouw faciliteren. Het stimuleren van de geïntegreerde landbouw biedt mogelijkheden voor werkgelegenheid in de secundaire agrofood sector. o Samenbrengen circulariteit, biodiversiteit, kwaliteit water en bodem, duurzame energie en klimaatadaptatie (waterberging).
o o
Stimuleren om landbouw te verbinden aan woningbouwopgave (biobased bouwmaterieel). (Agrarische) bedrijven in het buitengebied moeten energetisch zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op dak, boerderijmolen, kleinschalige batterij en elektrolyser.
5.3 Economische drager De economische drager beschrijft hoe de stad zich positioneert ten opzichte van de regio, maar ook hoe de gemeente zichzelf ontwikkelt en versterkt. Zoals gesteld in de visie, ontwikkelt de stad zich in de volgende fase meer als een sterke stad met een robuuste en sterke economie., Dit betekent dat Lelystad zich richt op het creëren van voldoende arbeidsplaatsen om zowel de bestaande als de toenemende beroepsbevolking te ondersteunen. Om dit te realiseren, is niet alleen aandacht nodig voor werkgelegenheid, maar ook voor de ontwikkeling van scholing en talent binnen de gemeente en de omgeving. Investeringen in horeca, culturele voorzieningen en evenementen dragen bij aan een omgeving waarin zowel ondernemers als inwoners kunnen floreren. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de woningbouw en centra in de stad. Hier gaan we nog wat dieper in op de thema’s economie, onderwijs, toerisme en recreatie. 5.3.1 Economie Bij een groei van de stad, behoort ook een groei van de werkgelegenheid en het voorzieningenniveau.. Het is belangrijk dat de arbeidsmarkt zo veel mogelijk aansluit bij de beroepsbevolking van Lelystad en op de gewenste ontwikkeling van de stad. Groei van de economie draagt ook bij aan de aantrekkelijkheid van de stad (en andersom). Hierbij sturen we ook op een goede woon-werkbalans.
Meer mensen die wonen waar ze werken, vermindert mobiliteitsproblemenen draagt bij aan minder uitstoot. Welke economie is belangrijk voor Lelystad In het Economisch Perspectief Lelystad 2030 (EPL) stond de doelstelling “Logistieke Hotspot Lelystad” centraal, mede gevoed door de strategische ligging midden in het land en multimodale ontsluiting over weg, water, spoor en door de lucht. De basis voor deze hotspot is nu gelegd. Lelystad stond in 2023 zelfs samen met Almere en Zeewolde op de 2e plaats van alle logistieke hotspots in Nederland. Met de verwachte groei van de bedrijven en arbeidsplaatsen in deze logistieke sector zijn de bedrijventerreinen Flevokust Haven, LAB-I en Zuiderpark nagenoeg uitgegeven. Deze positie biedt de mogelijkheid om via onder andere smartification (= slimmer maken) van de sector onze economie verder te versterken. De focus voor komende periode staat in het teken van een verdere doorontwikkeling van de stedelijke economie. Een stedelijke economie die het welzijn en de welvaart van de inwoners bevordert, door voldoende banen te creëren, waardoor meer inwoners werk in de eigen omgeving kunnen vinden.