BL Omgevingsvisie Lelystad_Concept-Ontwerp (versie 250604)
Tekst van het document
Doorontwikkeling van de stedelijke economie door voort te bouwen op waar Lelystad goed in is en de groeiende innovatieve dynamiek in de regio en ons te richten op de versterking van een economisch ecosysteem rond Tech & Transitie die aansluiten bij de transities rond energie en circulariteit. Uit het traject van de Groeiagenda Nieuw Land komen een aantal sectoren naar voren die interessant zijn voor Lelystad. Biobased en circulair bouwen, duurzame luchtvaart, energie, voedselverwerking, voertuigtechnologie en duurzame maakindustrie.
Lelystad Airport Lelystad Airport is een vliegveld dat nu alleen geopend is voor general aviation (kleine vliegtuigen). Lelystad werk al jaren met provincie en het Rijk aan het openen van het vliegveld voor groothandels verkeer (vakantievluchten). De landelijke politiek heeft tot dusver geen definitief besluit genomen. Lelystad hecht grote waarde aan het open van het vliegveld voor groothandelsverkeer. Dit vergroot de werkgelegenheid, naamsbekendheid en heeft aantrekkingskracht op nieuwe bedrijven om in Lelystad te vestigen. Lelystad zet zich in om opening te realiseren. Voorgenomen maatregelen rondom het thema economie: • Innovatie een plek geven: o Inzetten op bedrijvigheid en kansen verzilveren in transitiesectoren Duurzame luchtvaart, Circulair Bouwen, Biobased Bouwen. o Inzetten op doorgroeimogelijkheden MKB. Waar dat mogelijk is, vermengen met andere functies zoals wonen in de nieuwe woongebieden. o Doorontwikkeling aanpakken via de Groeiagenda Nieuw Land. o Verder uitbouwen maakindustrie geënt op transities en triple helix. Triple helix is een samenwerkingsmodel waarbij overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen samenwerken om innovatie en economische groei te stimuleren. o Onderzoek en benutten kansen in relatie tot aansluiting op waterstofbackbone of productie in de buurt.
• Bestaanszekerheid en inclusieve arbeidsmarkt: o Vergroten van het perspectief voor iedereen die mee kan doen. Banenkansen creëren voor inwoners van Lelystad, toekomstige bewoners en de bewoners van de regio. o Faciliteren van instrumenten gericht op mobiliseren arbeidsvermogen. o Concern voor Werk en het Werkbedrijf door ontwikkelen. Werklocaties Lelystad kent de volgende typen werklocaties: binnenstedelijke werklocaties, reguliere bedrijventerreinen en specifieke bedrijventerreinen (bv logistiek of productie). De binnenstedelijke werklocaties hebben een belangrijke functie in de stad. Zij grenzen aan de woonwijken, vaak zijn er lokale ondernemers gevestigd. De bezettingsgraad is hoog. Het is van belang dit type werklocaties te behouden. Onderzocht kan worden of er bij herstructurering menging mogelijk is met bijvoorbeeld wonen, zonder dat dit ten koste gaat van het aantal meters bedrijvigheid. Lelystad kent een aantal bedrijventerreinen die bedoeld zijn voor bedrijfsmatige activiteiten die voor overlast / hinder aan de omgeving (kunnen) zorgen en daarom niet in nabijheid van woningen gewenst zijn en bedrijventerreinen waar bedrijven gevestigd zijn die minder hinder veroorzaken en mogelijk wel gecombineerd kunnen worden met andere functies zoals bijvoorbeeld voorzieningen of wonen.
Met het oog op de toekomst en de ontwikkeling van de stad is het goed om na te denken over de posities van deze locaties in relatie tot de functie die zij hebben. Om zo te werken aan een gezonde en beleefbare stad. Met de groei van de stad en de hiermee gewenste groei van de economie is er ook meer behoefte aan werklocaties. In eerste instantie is er ruimte op LAB II. Daarnaast heeft zoekt Lelystad locaties voor verdere groei. Een deel van deze ruimte kan mogelijk gevonden worden binnen Zuiderhage . Mogelijk kan meer ruimte gevonden worden deels door verdichting van bestaande bedrijventerreinen of meer werk in het overig stedelijk weefsel. Er liggen kansen en ruimtereserveringen op LAB II (Lelystad Airport Businesspark). Dit is ook voor de langere termijn voldoende ruimte. In aansluiting op deze ontwikkeling is er een traject gestart om op
Lelystad Airport (LA) een fieldlab (innovatiedistrict) rondom technieken als elektrisch vliegen en smart grids tot ontwikkeling te krijgen.
Voorgenomen maatregelen rondom werklocaties: • Aantrekkelijke en toekomstbestendige werklocaties: o Aantrekkelijke qua functie toekomstbestendige werklocaties met ruimte op de terreinen voor klimaatadaptatie, biodiversiteit, energieopwekking, natuur inclusieve inrichting. o Door ontwikkelen Flevokust Haven, Lelystad Airport Businesspark. Met aandacht voor een goede bereikbaarheid met diverse vervoermiddelen. o Realiseren van regulier bedrijventerrein in Zuiderhage. Met aandacht voor een goede bereikbaarheid met diverse vervoermiddelen o Zoeken naar extra areaal voor regulier bedrijventerrein te realiseren (in combinatie met Zuiderhage). o Behoud en versterken door aanvullende functies van binnenstedelijke bedrijventerreinen. Maatwerk hiervoor mogelijk maken. Dit kan op kleine bedrijventerreinen in Jol, Kempenaar en Griend. o Campusontwikkeling met ruimte voor innovatieve bedrijven en onderwijs. Wijk- en stadscentra Voor Lelystad wordt ingezet op een evenwichtige structuur, waarbij alle afzonderlijke centra (Stadshart, wijkcentra en thematische centra als Palazzo en Batavia Stad) complementair zijn aan elkaar en ieder centrum afzonderlijk een bepaalde functie binnen deze structuur vervult. Hierbij wordt gestreefd naar een duurzame aanbodstructuur, bestaande uit ook op de langere termijn levensvatbare, elkaar aanvullende centra.
Binnen de gewenste structuur wordt onderscheid gemaakt tussen de verschillende gebieden (type) op basis van bezoekmotief, branchering en verzorgingsgebied. Voor Lelystad geldt dat op dit moment alleen Batavia Stad een regionale- of (inter)nationale functie kent. De overige gebieden moeten het anno 2025 vooral hebben van de lokale markt. Het goed functioneren van deze centra is van essentieel belang voor Lelystad. Het draagt bij aan de gewenste leefomgeving en aantrekkelijkheid van de stad als geheel. Diverse trends en ontwikkelingen zorgen ervoor dat centra van functie dienen te veranderen, van monofunctionele locaties waar de nadruk op winkels lag, naar locaties met een bredere functiemix. De voorgestane structuur verandert daardoor echter niet. Het Stadshart ontwikkelt zich tot het gewenste Hart van de Stad met een brede functiemix en verblijfskwaliteit gericht op de gehele stad, terwijl de wijkcentra zich met name richten op de dagelijkse voorzieningen van de buurt dan wel wijk. De verschillende wijkcentra hebben een ondersteunende, meer verzorgende rol en bevorderen de sociale cohesie. Mede gelet op het uitgangspunt dat mensen langer thuis blijven wonen is het van belang dat dagelijkse voorzieningen op afzienbare afstand beschikbaar zijn. Met naar de toekomst toe levensvatbare wijkcentra wordt in deze behoefte voorzien.
In deze centra ligt dan ook de focus op dagelijkse voorzieningen zoals boodschappen, huisarts en apotheek, basisonderwijs en kinderopvang, een wijkhub, sociale voorzieningen, speelruimte en kleinschalige horeca. Binnen Lelystad bestaan meerdere wijkcentra die variëren in betekenis (verzorgingsgebied) en grootte (aantal functies en vestigingen). Zo hebben het Lelycentre en de Tjalk op dit moment een groter verzorgingsgebied, echter de voorgestane functie zoals
hierboven beschreven van die wijkcentra ten opzichte van bijvoorbeeld de Botter verschilt niet. Een meer gedetailleerd onderscheid wordt in een programma verder uitgewerkt. Nieuwe centra die worden gerealiseerd in de nieuwe wijken voldoen aan de beschreven structuur en zijn complementair aan het stadscentrum. Het stadcentrum is het belangrijkste centrum voor Lelystad.
Voorgenomen maatregelen rondom centra: Stadscentrum • Blijven inzetten op het stadshart als Hart van de Stad met verblijfskwaliteit en een bredere functiemix als belangrijke pijlers Wijkcentra • Over het algemeen functioneren de wijkcentra goed. Deze centra zijn van groot belang voor de ontmoeting en binding tussen de wijkbewoners. Daarvoor is naar de toekomst toe een kwaliteitsimpuls nodig ten behoeve van de leefbaarheid en levensvatbaarheid van deze centra. • In het Lelycentre staan veel kantoorgebouwen leeg. Deze worden voor een belangrijk deel getransformeerd naar wonen. Overige centra • Outletcentrum Bataviastad heeft een belangrijke toeristische functie vanwege haar concept Lelystad wil deze outletfunctie behouden en zo mogelijk versterken. • Het Palazzo blijft een locatie voor grootschalige detailhandel (PDV-locatie) 5.3.2 Onderwijs Lelystad vindt goed onderwijs enorm belangrijk. Onderwijs is een middel om gelijke kansen te bieden aan jongeren en een mogelijkheid voor talentontwikkeling. Zo creëren we kansen om volwaardig mee te kunnen doen in de samenleving en een sociaal sterke samenleving. Daarnaast is onderwijs belangrijk voor de economie van Lelystad. Het juiste onderwijs dat aansluit op de aanwezige bedrijven stimuleert een sterke economie.
Basis en voortgezet onderwijs Het creëren van gelijke kansen begint op de basisschool, waar iedereen recht heeft op goed onderwijs en gelijke beoordeling voor vervolgonderwijs. Basisonderwijs wordt geboden op korte afstand van de woonomgeving van leerlingen, zodat leerlingen veilig en zelfstandig naar school kunnen. Schoolgebouwen dragen bij aan onder meer een gezonde leef- en werkomgeving, opgroeien en ontwikkelen van het kind, ontmoeten en verbinden in de buurt en wijk, het bieden van inclusief en passend onderwijs en de kwaliteit van het onderwijs. Daarom voert de gemeente Lelystad haar taak voor onderwijshuisvesting met beleid uit. Dit betekent dat we niet alleen zorgen voor voldoende en geschikte onderwijshuisvesting, maar dat we ook duurzame, onderscheidende en moderne voorzieningen realiseren. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in het beleidskader onderwijshuisvesting voor het primair onderwijs. Dit kader, samen met de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs en leerlingenprognoses, vormt de basis voor de beoordeling van de aanvragen voor onderwijshuisvesting. Het voortgezet onderwijs wordt nu georganiseerd door Porteum, en Aeres en Eduvier, waarbij Porteum een brede school is het onderwijs biedt op alle niveaus, Aeres groen onderwijs biedt op VMBO-niveau en Eduvier een school voor voortgezet speciaal onderwijs is. Ook voor het voortgezet
onderwijs geldt dat dat zij een essentiële bijdrage leveren aan de stad. Een dekkend aanbod van onderwijsvoorzieningen waar ook ruimte is voor inclusief en passend onderwijs speelt een belangrijke rol. Met de groei van de stad, zal ook het voortgezet onderwijs uitgebreid moeten worden. Hiervoor is ruimte gereserveerd in Zuiderhage. Lelystad wil dat de kwaliteit van het onderwijs op orde is en dat er een dekkend aanbod is. Om dit te bereiken moet Lelystad onderwijs op alle niveaus garanderen en inzetten op een passend en dekkend aanbod van onderwijs en onderwijsvoorzieningen. Beroepsonderwijs en hoger onderwijs In Lelystad zijn twee mbo-scholen aanwezig. MBO College Lelystad (onderdeel van ROC van Flevoland) is een volwaardig mbo en Landstede MBO biedt onderwijs- en zorgopleidingen aan. In tegenstelling tot de landelijke trend van daling van het aantal mbo-studenten is de verwachting voor Lelystad dat er sprake zal zijn van groei van het aantal mbo-studenten. Door de sterke relatie tussen onderwijs en bedrijfsleven in het beroepsonderwijs is het niet alleen belangrijk kwalitatief goed onderwijs na te streven, maar ook verbinding tussen ondernemers en studenten te faciliteren. Opleidingsfaciliteiten die het mogelijk maken om te ontwikkelen, te trainen, te experimenteren en te onderzoeken zijn daarbij essentieel.
Hiervoor willen we ruimte creëren op de bedrijventerreinen en in Zuiderhage. Waar mbo-scholen een lokale en regionale functie hebben, hebben hbo-scholen en universiteiten (hoger onderwijs) een landelijke en regionale functie. In Lelystad zitten twee universitaire instellingen; de WUR BioScience Center en Wageningen Bioveterinary Research. Op reisafstand bevinden zich verschillende onderwijsinstellingen voor hoger onderwijs. Toch willen we ruimte bieden aan specifieke opleidingen en onderzoeksprogramma’s die aansluiten bij het DNA van de stad en de groei die we doormaken. Ook voor deze studenten is de combinatie van ontwikkelen, trainen, experimenteren en onderzoeken essentieel. Naast de waarde die beroepsonderwijs en hoger onderwijs aan onze jongeren bieden, voegt beroepsonderwijs ook waarde toe aan de economische ontwikkeling van de stad. Bedrijven hebben te maken met vele transities, naast een krappe arbeidsmarkt, waarbij investeren in jongeren maar ook personeel (leven lang ontwikkelen) essentieel is. Voorgenomen maatregelen voor thema onderwijs: • Het organiseren van onderwijshuisvesting maakt integraal onderdeel uit van nieuwe gebiedsontwikkelingen. • Lelystad zet zich in op het laten aansluiten van beroepsonderwijs op de arbeidsmarkt. • Lelystad zet zich in op het verminderen van de werkloosheid.
5.3.3 Toerisme en recreatie Zowel toerisme als recreatie zijn van belang voor Lelystad. Beiden dragen bij aan een sterke economie en aantrekkingskracht voor de stad. Hierbij kan er onderscheid gemaakt worden tussen mensen van buiten Lelystad die de gemeente één of meerdere dagen bezoeken en recreatie voor de inwoners. Lelystad is een stad met potentie op het gebied van toerisme en recreatie, met bekende bestemmingen, zoals de Oostvaardersplassen, Aviodrome en Batavia Stad Fashion Outlet die jaarlijks duizenden bezoekers trekken. Voor de toerist kan een bezoek aan Lelystad een onderdeel zijn van een netwerk van interessante bestemmingen in de omgeving. Toerisme en recreatie is in Lelystad sterk gekoppeld aan de natuur en water, bijvoorbeeld de bossen en parken rondom de stad, de Oostvaardersplassen en het
Markermeer met de Markerwadden. Vanuit het Nationaal Park Nieuw Land worden deze gebieden met eenzelfde blik ontwikkeld en gepromoot. De nieuwe kustontwikkeling biedt kansen om hier een nieuw gebied aan toe te voegen waar stedelijkheid gekoppeld is aan natuurbeleving en waterrecreatie. Buiten het Bataviakwartier heeft de kust nog een aantal aantrekkelijke plekken met in totaal vier jachthavens en twee stranden, waarvan één deels een strand is voor kitesurfers. De kust heeft de potentie om verder uit te groeien tot een aantrekkelijk toeristische en recreatieve zone. Voor zowel de (nieuwe) inwoners als bezoekers uit de wijde omgeving Voor de komende jaren richting 2040 moeten we sterk rekening houden met de groei van aantal inwoners binnen Flevoland en specifiek binnen Lelystad. Met deze groei van het aantal inwoners en meer huizenbouw zal rekening moeten worden gehouden met de ruimte die nodig is om te recreëren Voorgenomen maatregelen voor het thema toerisme en recreatie: • De kust verbindt niet alleen de stad met het water, maar is ook een schakel voor de natuur in en rondom de stad. Door wonen, natuurontwikkeling, recreatie- en toeristische voorzieningen in samenhang te ontwikkelen laat Lelystad zien hoe mens en natuur zich goed met elkaar kunnen verhouden. Met het Waterfront wordt aan de kust ingezet op een combinatie van wonen, recreatie, toerisme en natuur.
Hiermee maken we Lelystad aantrekkelijker voor bezoekers en nieuwe woningzoekenden. Dit draagt bij aan de schaalsprong die Lelystad gaat maken. We realiseren een levendige boulevard met een bijzondere woonwijk aan het water, een stedelijke recreatieve voorziening met o.a. een groot stadsstrand waaromheen ook veel vertier plaats kan vinden. Ook wordt het toerisme maar een ander level getild door een boost te geven aan de grootschalige leisure in Bataviakwartier, bijvoorbeeld door de doorontwikkeling van Batavialand, uitbreiding van het outletcentrum Bataviastad, indoor entertainmentcentrum, een hotel en een Avonturenpark. Met ontwikkelen van de kustzone in combinatie met aantrekkelijker maken van natuur voor bezoekers wordt Lelystad ook aantrekkelijker voor nieuwe woningzoekenden. • Bij het Waterfront wordt ingezet op recreatie. We willen een levendige boulevard creëren en een levendig havengebied. We willen ook een groot stadsstrand maken waarom heen ook veel vertier plaats kan vinden. Het toerisme wordt naar een ander level getild door een boost te geven aan een grootschalige leisure in Bataviahaven, bijvoorbeeld door een indoor entertainmentcentrum en een Avonturenpark. • Daarnaast kan Lelystad bij dragen aan het opvangen van een deel van de recreatieve druk in de noordwestelijke Randstad, waar de druk leidt tot negatieve effecten op de omgeving.
Met een goede ontwikkeling draagt dit bij aan het versterken van de vrijetijdseconomie. • Toegankelijkheid van stadsbossen verbeteren met goede routes vanuit de stad naar buiten, verbinden van solitaire gebieden en een duidelijke entrees rondom bezoekerscentra. • Recreatie voor de inwoner afstemmen op de behoefte van de inwoners. Een groot deel van de inwoners hebben een andere behoefte dan groene recreatie. • Meer kunst en cultuur in de stad is nodig. In de diverse centra liggen kansen om ruimte te bieden aan initiatieven rondom dit thema ten behoeve van gemeenschapsgevoel-vorming. In de openbare ruimte bieden kunst en cultuur kansen om een plek op de kaart te zetten. • Het Nationaal Park Nieuw Land omvat grootschalige natuurgebieden als de Oostvaardersplassen, Het Markermeer met de Markerwadden en Lepelaarplassen. Stuk voor stuk natuurgebieden die door mensenhanden zijn gemaakt en daarmee op ongekend grote schaal ruimte bieden aan nieuwe ecosystemen. Hier is ruimte voor diverse vormen van (educatieve) natuurbeleving. Het park laat op een ontspannen, recreatieve manier ervaren hoe dit unieke, door de mens gevormde landschap bijdraagt aan de identiteit en leefkwaliteit van Lelystad. Van belang is dat de diverse toegangen tot het park duidelijk en goed te bereiken zijn voor bezoekers.
5.4 Bereikbare basis Bij bereikbaarheid ligt de focus op hoe mensen en goederen door de stad heen bewegen, om makkelijk van a naar b komen. Lelystad is een functioneel ingerichte stad. Alles heeft een eigen plek. Voor het mobiliteitssysteem betekent dat dat de fietser, de voetganger en de auto elk eigen ruimte toebedeeld heeft gekregen. Ruimte die bovendien genereus is opgezet. Naar de toekomst toe zien we dat het niet houdbaar is om op deze manier de ruimte in te delen. Daarnaast legt dit ook een druk op de financiën van de stad. De beheerskosten zijn onevenredig hoog. De blik op gezondheid helpt ons hier om over te stappen van kwantiteit naar kwaliteit. Verdichting in combinatie met nabijheid van voorzieningen zorgt voor een beperkte groei van de mobiliteit. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor het brede mobiliteitsconcept. Hier gaan we nog wat dieper in op het thema mobiliteit. 5.4.1 Mobiliteit Lelystad is gelegen op het knooppunt van spoor, water, weg en lucht. De gehele regio is goed en snel te bereiken (zowel MRA als Regio Zwolle). Daarmee ontwikkelt Lelystad zich van forensenstad naar netwerkstad centraal gelegen in Nederland, Lelystad kent een unieke structuur van vrijliggende fietsen voetpaden en ongelijkvloerse fiets- en wandelbruggen, die de woonbuurten en het groen ontsluiten en met elkaar verbinden.
Lelystad is daarmee een geweldige fietsstad die zeker ook nog verdere kansen biedt voor het verder ontwikkelen tot volwaardige ‘15 minuten stad’, waarbij je binnen 15 minuten alle benodigde voorzieningen kunt bereiken. Daarbij kent het ook een aantal aandachtspunten. Deze structuur is zeer verkeersveilig, maar niet altijd sociaal veilig door het ontbreken van ‘ogen’ op het fietspad. Ook zijn routes voor nieuwe inwoners of bezoekers, moeilijk herkenbaar of vindbaar. De bruggen kunnen voor de ouder wordende inwoners een belemmering zijn om gebruik te maken van het fietsnetwerk. Het scootmobiel en scooterbezit in Lelystad is hoog. Hiermee moet ook rekening gehouden worden ten aanzien van de infrastructuur. Naast de rijks en provinciale wegen bestaat het buitengebied uit smalle landwegen met grote snelheidsverschillen tussen langzaam verkeer en snelverkeer. Daarbij zorgt de toename van functies in het buitengebied voor een toename in (langzaam) verkeer wat nadelige gevolgen heeft voor de verkeersveiligheid. Voorgenomen maatregelen rondom het thema mobiliteit: Algemeen mobiliteit • In Lelystad hanteren we het STOMP principe (Stappen, Trappen, Openbaar vervoer, Mobility as a service, Personenauto).
Dit ordeningsprincipe houdt in dat we prioriteit geven aan meer duurzame vormen van mobiliteit (lopen, fietsen en openbaar vervoer) en minder prioriteit aan minder duurzame mobiliteitsvormen. In veel gevallen kunnen de verschillende modaliteiten naast elkaar een plek krijgen maar soms zijn doordachte keuzes en beperkingen nodig om iedere modaliteit de juiste plek te geven. De mens staat hierbij centraal. • Gezien ook de doelen voor uitstoot van fijnstof en CO2 blijft Lelystad inzetten op verduurzaming van het verkeerssysteem. Enerzijds door in te blijven zetten op fiets en OV anderzijds door het verduurzamen van de automobiliteit (faciliteren van laadmogelijkheden, emissievrij belevering van het Stadshart). Deelmobiliteit biedt ook mogelijkheden om de groei van het autobezit en – gebruik terug te dringen Voet- en fietspaden • Bij aanleg en beheer rekening houden met de 7 factoren voor prettig fietsen: een samenhangend, direct, aantrekkelijk, comfortabel, herkenbaar, vindbaar en veilig stelsel. • Verbeteren sociale veiligheid door te zien en gezien te worden: vanuit bebouwing, goed doorzicht in tunnels, geen zichtbeperkende begroeiing.
• •
•
•
Huidige fietspadennet is niet goed vindbaar en herkenbaar. We streven naar een beter bestaand fietsnetwerk. Onderzoek doen naar het een slag fijnmaziger maken van het hoofdnetwerk fiets in de stad. Waarbij we kijken naar de gebieden waar de afstand tot het hoofdnetwerk te groot is en waar missing-links moeten worden toegevoegd. Nieuwe wijken worden goed ontsloten en aangesloten op het fietsnetwerk om ook de bestaande stad met stadscentrum en andere belangrijke gebieden snel en eenvoudig te bereiken is. Hierbij is extra aandacht voor snelle en sociaal en verkeersveilige verbindingen. Bereikbaarheid voorzieningen (scholen, sport etc.) en bedrijventerreinen per fiets en ov verbeteren
Kansen voor Deelmobiliteit Deelmobiliteit kan een bijdrage leveren aan duurzame mobiliteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om de fiets als natransport na een treinreis of als recreatief vervoermiddel vanaf grote toeristisch aantrekkelijke locaties. Ook kan het gaan om het aanbieden van deelauto's voor inwoners die slechts van af en toe gebruik willen maken van een (tweede) auto. Deelautomobiliteit zorgt voor beperking van de groei het autobezit en daarmee parkeerplaatsen nodig, waardoor er meer ruimte komt in de straat om bijvoorbeeld te vergroenen. Bovendien zorgt het voor minder autoverplaatsingen en kilometers. Op dit moment is er een zeer beperkt aanbod van aanbieders van deelmobiliteit. Het gaat dan om de ov-fiets als natransport op de trein en deelauto’s die op enkele locaties rondom het centrum en enkele wijken aangeboden worden. De schaal van Lelystad is op dit moment te klein om dit echt rendabel op stadsniveau aan te kunnen bieden. Dit geldt ook voor andere gemeenten in Flevoland. Daarom wordt er door de provincie samen met de gemeenten gekeken of hier een gezamenlijk Flevoland-breed project van kan worden gemaakt. Wij zullen hier beleid voor moeten gaan ontwikkelen.
Openbaar vervoer • Lelystad zet in op een betere ov-verbinding naar Emmeloord en verder naar Groningen (Lelylijn) • Lelystad zet in op een frequentieverhoging van de treinen richting Almere-Amsterdam/Utrecht (OVSAAL). • Lelystad zet in op het realiseren van de Stichtselijn op de langere termijn (rechtstreekse spoorverbinding, parallel langs de A27 richting Utrecht). Op korte termijn zal Lelystad zich inzetten voor een rechtstreekse intercityverbinding via het bestaande spoor. • Lelystad zet zich in voor nieuwe HOV-verbindingen (Hoogwaardige Openbaar Vervoerverbinding) tussen het Station en Lelystad Airport en Station en de kust. • Door verdichting van de stad zal op termijn een beter exploitabel busnetwerk mogelijk zijn binnen de stad. • Lelystad zet zich in voor de realisatie van een nieuw NS-Station Zuiderhage Naar de haalbaarheid wordt onderzoek gedaan samen met de regio, het Rijk en Prorail Auto • Inzetten op een gedifferentieerde autostructuur met een buiten- en binnenring en verbindingswegen daartussen die leiden van en naar het centrum. Dit geeft aanleiding om snelheden naar het centrum te verlagen en om de leefbaarheid in het centrum te verbeteren. Ook stimuleren we hiermee een betere routing (ook voor doorgaand verkeer). • In het buitengebied vragen smalle landelijke wegen om een andere benadering. Hier mag 80km/u worden gereden.
We onderzoeken waar het logisch is en waar er draagvlak is om deze in te richten als verblijfgebied 60 km/u. • We willen doorgaand (vracht)verkeer door de stad zoveel mogelijk tegengaan. Doorgaand verkeer willen we afwikkelen via de hogere orde wegen (buitenring/A6/N307), zodat op de binnenring rondom het stadscentrum alleen bestemmingsverkeer naar het centrum zit. Het is
• •
belangrijk dat er maatregelen worden genomen die dit ondersteunen (bijvoorbeeld de verbinding via de Baai van Van Eesteren of herinrichting van dreven). De A6 tussen Almere en Lelystad zal worden verbreed. Onderzoeken mogelijkheid differentiatie parkeernormen (stadsbreed)
Specifieke gebieden • Bereikbaar Stadshart o Opwaardering van de totale stationsomgeving (draagt bij aan bruisender stadshart (en vice versa). o Opwaarderen/complementeren van het hoofdfietsroutenetwerk rondom/door het centrum als belangrijk(st)e duurzame drager van het stadshart. o Autoluwe zones in het stadshart door het autoverkeer op de hoeken van het Stadshart op te vangen. Beperking van doorgaand verkeer via het stadshart. o Voetgangers krijgen prioriteit (ook boven fietsers) in de kern van het Stadshart. o Passend autoparkeerbeleid centrum (door middel van lagere parkeernormen, gereguleerd parkeren, dubbelgebruik, deelmobiliteit) • Bij nieuwe ontwikkellocaties o Bewegen voor bouwen: eerst aanleg infrastructuur en ov bij ontwikkeling van nieuwe wijken. Verhuizing geeft een kans voor effectieve gedragsbeïnvloeding. De concurrerende alternatieven, fiets en ov moeten dan wel tijdig op orde zijn. Dat vraagt een voorinvestering. o Onderzoek ov en fietsroutes die kunnen concurreren met de auto. Ov is randvoorwaardelijk voor nieuwe uitleglocaties. Bouwen in zulke dichtheden dat daar voldoende draagkracht voor is. o Bij ontwerpen schoolomgevingen is specifieke aandacht voor veilige fietsroutes naar scholen nodig volgens het STOMP principe. 5.5 Duurzame ontwikkeling De duurzame ontwikkeling heeft ruimte nodig om tot verwezenlijking van nationale doelen te kunnen komen.
Soms is dat nu al duidelijk zichtbaar. Zo vindt elektriciteitsopwek steeds vaker decentraal plaats, in plaats van een enkele grote centrale komt energie uit diverse windturbines en zonnevelden. In de toekomst verwachten we ook veranderingen in het netwerk en de opslag van energie, in het verbouwen van andere gewassen, het anders omgaan met ons afval en vooral in het besparen op het gebruik. In voorgaande hoofdstukken is al ruimte geboden om te laten zien wat dat betekent voor de duurzame ontwikkeling. Hier gaan we nog wat dieper in op de thema’s energie, circulariteit, duurzaamheid en milieu. 5.5.1 Energie Ook in Lelystad is er op dit moment sprake van netcongestie. Dit heeft impact op de kortere termijn op de vestiging van nieuwe bedrijven en we hebben maken met een maximaal aantal te realiseren woningen. Hiervoor heeft dit onderwerp urgentie. Realisatie van nieuwe energie heeft impact op het ruimtegebruik in de stad en het buitengebied. Opwek van hernieuwbare elektriciteit en duurzame warmte vindt plaats op diverse plekken in het stedelijk en het buitengebied. Soms op de schaal van een gebouw, soms een hele wijk en soms grootschalig in het buitengebied. Er lopen lokaal diverse trajecten, zoals programma Warmtetransitie om Lelystad aardgasvrij en energiezuinig te maken. Dit wordt verder uitgewerkt in het verplichte omgevingsprogramma Warmtetransitie.
In 2050 Worden er geen fossiele brandstoffen meer gebruikt (gas en olie/benzine) De woningen en andere gebouwen worden verwarmd met energie uit duurzame bronnen als geothermie, aquathermie, restwarmte, de buitenlucht en de ondiepe bodem. Waar het kan zijn alle daken van woningen en bedrijven voorzien van zonnepanelen net als grote parkeerterreinen. Op een bedrijventerrein kan eventueel een windturbine nodig zijn om voldoende energie te produceren. De opgewekte stroom wordt opgeslagen in een buurtbatterij die eveneens is aangesloten op het lokale netwerk dat in verbinding staat met het gesloten distributiesysteem in het buitengebied. In dit gebied wordt zoveel mogelijk groene stroom opgewekt als het gebied aan kan. Batterijen en waterstoffabrieken in het buitengebied zijn aanvullend en maken gebruik van het overschot van duurzame stroom dat op sommige momenten kan worden geproduceerd, en voorkomen daarmee stilstand van duurzame opwek. De geproduceerde elektriciteit en waterstof kunnen bijdragen aan het verduurzamen van de vervoerssector en het verduurzamen van processen in de industrie. Bedrijven in het buitengebied zijn energieneutraal. Zon op daken en waar nodig een kleine windturbine om jaarrond voldoende energie te produceren. Batterijen en elektrolysers kunnen nodig zijn om ook het materieel fossielvrij te hebben.
Ook de landelijke energiebehoefte heeft zijn weerslag op de gemeente. Al deze afzonderlijke eigenaren/ontwikkelaars hebben ruimtevragen rondom opwek, transport (waterstof- en hoog- en middenspanningstracé) en opslag (batterijen) van energie om voorbereid te zijn op de toekomst. Hierbij wil de gemeente ruimte geven aan energievragers die noodzakelijk zijn voor het hoogspanningsnet dan wel voor de lokale behoefte. Dit heeft genoeg impact op de omgeving. Daarbij speelt ook de ruimtelijke inrichting van het landschap een rol. Lelystad biedt geen ruimte aan commerciële ontwikkelingen die geen toegevoegde waarde hebben voor Lelystad. Voorgenomen maatregelen rondom het thema energie: Landelijke energieopgave • Ten behoeve van het toekomstbestendig maken van het landelijke energienetwerk tot 2050 moet dit landelijke netwerk versterkt worden. Hiervoor werkt TenneT in combinatie aan het versterken van deze infrastructuur. Dit houdt in ieder geval in het aanleggen van een nieuw hoogspanningstracé (380 kV) en nieuwe hoogspanningsstation. • Er is ruimte nodig in het buitengebied voor de aanleg van deze netwerken. We voorzien in het net noordelijke deel van het buitengebied een cluster van energieopgaven. • . In de omgeving van het nieuwe hoogspanningsstation zal ook ruimte moeten zijn voor grootschalige energieopslag door middel van batterijen voor balancering van het landelijk netwerk.
• Het opwekken van hernieuwbare energie door wind of zon en opslag/conversie door middel van batterij/ waterstof. Lelystad algemeen • In een nieuw omgevingsprogramma wordt nader uitgewerkt hoe Lelystad uiterlijk in 2050 aardgasvrij is en waar mogelijk lokale energiebronnen worden ingezet. • Windplan West is een uitwerking/uitvoering is van het Regioplan Windenergie Zuidelijk en Oostelijk Flevoland. De bestaande turbines in dit gebied moeten worden gesaneerd ten behoeve van minder, maar grotere turbines; opschalen en saneren, De invulling van Windplan West wordt op basis van de huidige kennis herijkt tot een Energielandschap West. • Nieuwe ontwikkelingen sluiten aan of bereiden zich voor om aan te sluiten op bestaande of nieuwe collectieve warmtesystemen vanwege energie efficiëntie, verhogen van de betaalbaarheid en vermindering van de druk op het elektranetwerk. • Ondergrondse infrastructuur en bovengrondse impact ruimtegebruik op elkaar afstemmen (daarbij spelen ook de ruimtelijke inrichting van het landschap een rol).
•
Zon A6
Woningen • Verduurzamen van woningen om de energievraag te verminderen: o Checken waar verduurzaming nodig is in relatie tot eigendom en inkomen en inzetten op een wijkgerichte aanpak in samenhang met sociale problematiek. Veel corporatie bezit is verkocht aan minder draagkrachtige bewoners die nu geen geld of kennis hebben voor verbetering of verduurzaming; o Mogelijk kan het Volkshuisvestingsfonds benut worden voor aankoop en verduurzaming van woningen in combinatie met het verbeteren van het openbaar gebied eromheen. • Het verbruik van energie in de wijk is in balans. (Agrarische) bedrijven in buitengebied • (Agrarische) bedrijven in het buitengebied moeten voor 2050 zelfvoorzienend kunnen zijn met zon op het dak, boerderijmolen, kleinschalige batterij en elektrolyser. Landschappelijke inpassing • Ten noorden van Lelystad komen veel ruimtelijke (energie)ontwikkelingen samen. Naast nog een hoogspanningsleiding is hier ook voorzien in een tracé voor de Lelylijn.. Het is ook de noordelijk entree van de stad. • Lelystad zet in om al deze ontwikkelingen integraal in het landschap in te passen. 5.5.2 Circulariteit Eén van de grote komende transities is de grondstoffentransitie. Deze transitie werkt toe naar een volledig circulaire economie in 2050. In plaats van verbruik schuift de behoefte naar hergebruik.
In een circulaire economie gaan we zorgvuldig om met onze grondstoffen, we gebruiken bestaande materialen en producten zo lang mogelijk, door bijvoorbeeld te delen, te verhuren, te repareren of op te knappen. We gebruiken niet meer grondstoffen dan de aarde opnieuw kan regenereren en maken daarom zoveel mogelijk gebruik van biologisch afbreekbaar of hernieuwbaar materiaal. Dat betekent van tevoren nadenken over ontwerp, materiaal, losmaakbaarheid en einde levensduur. Er ligt een nationale doelstelling om toe te werken naar een volledig circulaire economie in 2050 waarin vraag en aanbod van grondstoffen op elkaar afgestemd moeten worden en bij voorkeur dicht bij elkaar plaatsvinden. De overheid heeft een zorgplicht om de uitstoot van broeikasgassen te verminderen en moet nodige maatregelen te nemen om klimaatverandering tegen te gaan. De overheid kan de transitie naar een circulaire economie versnellen. Dat zal namelijk ook leiden tot een minimale uitstoot van broeikasgassen. De gemeente Lelystad zet zich momenteel in op een circulaire economie door samen te werken met ondernemers en andere partijen.
De focus ligt hierbij op vijf pijlers die verder uitgewerkt worden is het omgevingsprogramma klimaat namelijk: • Circulaire buitenruimte • Circulair bouwen • Circulair consumeren • Circulair ondernemen • Circulaire bedrijfsvoering De gemeente stelt circulaire eisen aan inkoop, om transities te versnellen en de innovatieve rol van het bedrijfsleven te stimuleren. De transitie naar circulaire bedrijvigheid wordt gestimuleerd door te bouwen met biobased en hergebruikte materialen en we zijn een proeftuin voor innovatieve bouwtechnieken. De gemeente speelt een actieve rol door daar waar mogelijk circulaire principes te integreren in aanbestedingen en het beheer van de openbare ruimte. Dit vraagt echter om het
maken van scherpe keuzes, waarbij deze afwegingen zowel op financiële gronden als op maatschappelijke waarden plaats dienen te vinden. We stimuleren duurzaam gedrag en faciliteren de inwoners hun grondstoffen duurzaam opnieuw te gebruiken. In de wijk vindt de inwoner makkelijk zijn weg om zijn grondstoffen op een duurzame wijze aan te bieden. De gemeente geeft het goede voorbeeld door zoveel mogelijk circulaire principes toe te passen binnen de eigen bedrijfsvoering. Voorgenomen maatregelen rondom het thema circulariteit: • Ten minste één of meerdere strategische bedrijventerreinen (die bij voorkeur ontsloten worden door water én een hogere milieucategorie hebben) voor de transitie naar een circulaire economie. • Woningbouw biobased en circulair. Het gebruik van hernieuwbare en biobased materialen wordt gestimuleerd. Een voorbeeld hiervan is het gebied Zuiderhage, waar de ambitie is 30% van de woningen te bouwen met minimaal 30% biobased materialen, zoals lokaal geteelde vezelgewassen. Dit vermindert de CO₂-uitstoot en bevordert een duurzame bouwsector. • Huishoudens stimuleren om duurzame keuzes te maken. Dit kan bijvoorbeeld door te faciliteren in een deel-economie via wijk-hubs. Ook meer stimuleren van het scheiden van bruikbare grondstoffenstromen in het huishoudelijk afval aan de bron of in de afvalketen afhankelijk van de specifieke stroom.
• Bij een groei van de bevolking zal ook geïnvesteerd moeten worden in de capaciteit van de milieustraat via uitbreiding of nevenlocaties. Deze locaties worden zodanig gesitueerd dat de inwoner met een enkel bezoek zijn grondstoffen voor zowel hergebruik als recycling kan aanbieden. • De beroepsbevolking wordt voorbereid op een circulaire samenleving. De gemeente werkt samen met het (beroeps)onderwijs om de vaardigheden te versterken. 5.5.3 Duurzaam bouwen Natuurinclusief en duurzaam ontwikkelen en bouwen wordt de norm. Dit maakt de weg vrij voor duurzamere bouw met bijvoorbeeld Cross Laminated Timber (CLT), houtskeletbouw (HSB) en andere houtbouw mogelijkheden. De gemeente heeft het convenant toekomstbestendige woningbouw getekend. Daarnaast heeft Lelystad verplichtingen binnen de MRA met de doelstelling van 25% houtbouw. Hier ligt een kans om naast de woningbouwopgave ook duurzame bedrijvigheid op het gebied van woningbouw te binden aan de stad in combinatie met een arbeidsmarktbehoefte aan vakmensen met materiaalkennis. Voorgenomen maatregelen rondom het thema duurzaamheid: • Bij nieuwe ontwikkelingen ligt de nadruk sterk op duurzame woningen, gebouwen en energieopwekking, passend binnen de doelstellingen om emissies met 49% te verminderen in 2030 en 95% in 2050.
• Natuurinclusief: We maken concreet wat er nodig is om de stedelijke groenstructuren van hoogwaardigere kwaliteit te laten zijn. 5.5.4 Milieu Het thema milieu omvat een aantal aspecten zoals de geluid, luchtkwaliteit, geur, omgevingsveiligheid, water, bodem etc. Voor bedrijven en activiteiten gelden voor een aantal aspecten direct werkende regels uit het Besluit activiteiten leefomgeving. Daarnaast is het voor de gemeente om op basis van het Besluit kwaliteit leefomgeving een lokale afweging te maken voor bepaalde normeringen. Dit is met name mogelijke op het gebied van geluid, geur, bodem en omgevingsveiligheid. Voor
luchtkwaliteit wordt landelijk aangestuurd om de eisen aan te scherpen naar de WHO advieswaarden in 2030. Het aspect geluid speelt bij infrastructuur (wegverkeer, railverkeer en luchtvaart) en het geluid van bedrijven of activiteiten. Door de van origine ruime opzet van Lelystad is er sprake van een relatief gunstige geluidsituatie (afstand tot dreven en beperking rijsnelheden), aangestuurd door beleid. Lelystad zal dit beleid in grote lijnen gaan voortzetten, maar omdat Lelystad wordt doorontwikkeld met een toename van woningen en verkeer, zal de afweging van belangen bij nieuwe ontwikkelingen vooropstaan (meer geluid kan aanvaardbaar worden geacht als dit vanuit een ruimtelijke ontwikkeling onvermijdelijk is). Ook zal er aandacht zijn voor het geluid op al bestaande woningen als gevolg van verkeersgroei. Voor het geluid van bedrijven wordt mogelijk een lokaal afwegingskader opgesteld. Voor het aspect omgevingsveiligheid zal het Omgevingsplan worden gewijzigd op basis van de instructieregels van het Bkl in de vorm van aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken, zodanig dat er voldoende bescherming zal zijn tegen de risico’s van met name het vervoer van gevaarlijke stoffen op hoofdtransportroutes en risicovolle bedrijven. Ook voor de geuremissie en -immissie vanwege niet-agrarische bedrijven worden in het Omgevingsplan regels opgenomen.
De insteek daarbij is dat wordt aangesloten bij het provinciaal geurbeleid. In algemene zin is het uitgangspunt binnen Lelystad dat negatieve milieu-effecten bij de bron/veroorzaker worden aangepakt, waarbij rekening wordt gehouden met de mogelijkheid voor lokale afwegingsruimtem, economische ontwikkeling en de gezondheid van Lelystedelingen. Er zijn de drie belangrijke verbindingen waarover het transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt: de Hoofdvaarweg Amsterdam-Lemmer, de A6 en het spoor. Enkele woningbouwlocaties liggen aan die verbindingen nabij het spoor, rondom enkele wegen en/of nabij industrie. Er zal altijd rekening worden gehouden met de wettelijke vereisten die van toepassing zijn. De luchtkwaliteit van Lelystad is goed, en dat willen we op het huidige niveau handhaven. Bij sommige locaties spelen mogelijk conflicten met geluid, luchtkwaliteit en omgevingsveiligheid, waarbij niet alle belasting kan worden weggenomen. Bij het ontwerp en uitwerken van dit soort gebieden is het van belang rekening te houden met deze beperkingen en eventueel aanvullende maatregelen te nemen om bewoners te beschermen. Voorgenomen maatregelen rondom het thema milieu: • Consolideren van de goede luchtkwaliteit. De komende jaren zal Lelystad zich voorbereiden op het aanscherpen van de luchtkwaliteitseisen in 2030. • Bij een aangename leefomgeving hoort ook een aanpak voor geuroverlast.
Met het in werking treden van de Omgevingswet is de beleidsmatige verankering daarvan overgegaan van de provincie naar de gemeente. De komende tijd wordt onderzocht welk beleid daar het beste bij past. • In de nabije toekomst zal Lelystad een basiskaart van geluid voor de hele stad opnemen als nulmeting voor toekomstige monitoring. • Stapeling van overlast: vaak wordt er rondom milieubeleid naar de thema’s afzonderlijk gekeken. Per thema kunnen deze op orde zijn, maar er kan toch sprake zijn van overlast bij een cumulatie of stapeling van milieuaspecten. Van belang is deze bij nieuwe ontwikkelingen in kaart te brengen en locatie specifieke maatregelen te nemen. •
Lelystad omarmt ook in de toekomst het principe dat vervuiling van de leefomgeving bij de bron van de verontreiniging moet worden aangepakt en dat de vervuiler verantwoordelijk is
voor de kosten die gemaakt worden bij het voorkomen, beperken en verwijderen van verontreiniging. •
Strategische bestemming van bedrijvigheid met hogere milieucategorie als integraal onderdeel van de ruimtelijke ontwikkeling: liggen de activiteiten nog op de goede plek?
•
Omgevingsveiligheid beschrijft de mate waarin de inwoners worden blootgesteld aan risico’s uit de omgeving en de mate waarin ze daar tegen worden beschermd. In Lelystad zijn diverse risicobronnen aanwezig, verdeeld over bedrijven, vervoer over weg, water en spoor, buisleidingen en luchtvaart. Lelystad wil een veilige stad zijn voor haar inwoners. Nog op te stellen beleid zal bepalen welke combinaties van risicobron/ontvanger worden geaccepteerd en hoe om te gaan met aandachtsgebieden voor brand, explosies en gifwolken. Dit beleid zal per gebiedstype gedifferentieerd worden.
6. Uitvoering, van visievorming naar actie De nieuwe Omgevingsvisie, eerdere omgevingsvisies en de voorgaande structuurvisies vormen samen een cyclisch proces van uitvoering. In elk stuk wordt ingegaan op het uitvoeren van de diverse maatregelen om de ambities te bereiken. Hieronder wordt de volgordelijkheid van zowel de beleidscyclus als de maatregelen op de agenda uiteengezet. 6.1 Beleidscyclus De beleidscyclus is een nieuw onderdeel van de Omgevingsvisie. Deze Omgevingsvisie geeft een nieuwe fase van de beleidscyclus aan, waar de gemeente de stip op de horizon voor de lange termijn aangeeft. De Omgevingsvisie is dan, in vergelijking met de structuurvisie, geen statisch document meer. De visie zal regelmatig worden geactualiseerd en aangescherpt. De Omgevingsvisie is zelfbindend voor de gemeente. De ambities en keuzes die voortvloeien uit de Omgevingsvisie worden vervolgens vertaald in omgevingsprogramma’s en in het omgevingsplan. Uitwerking omgevingsprogramma’s Voor een bepaald gebied of vraagstuk, zoals dit in de Omgevingsvisie is benoemd, kan een omgevingsprogramma opgesteld worden. Een programma bevat maatregelen, een planning en wat nodig is aan inzet. In de Omgevingswet zijn een aantal verplichte programma’s opgenomen, waaronder geluid en warmtetransitie. Ook kunnen vrijwillige omgevingsprogramma’s rondom een specifiek thema of gebied worden vastgesteld.
Het omgevingsprogramma is een instrument van het college van burgemeester en wethouders. Het opstellen van een Omgevingsprogramma Klimaat en Soortenmanagementplan zijn vormvrij. Uitwerking Omgevingsplan en omgevingsvergunning Het omgevingsplan beschrijft de regels en de omgevingsvergunning geeft officieel toestemming voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld voor het kappen van een boom of het bouwen van een gebouw. Het omgevingsplan is een juridisch kader en is bindend voor iedereen. De gemeente zal na vaststelling van de Omgevingsvisie aan de slag gaan met een gebied dekkend omgevingsplan voor de gehele gemeente (uiterlijke vaststelling voor 2032). 6.2 Samenwerking binnen de gemeente en daarbuiten De Omgevingsvisie als werkwijze stimuleert integrale samenwerking binnen de gemeente en met externe partners. De visie geeft richting aan het Omgevingsplan, dat deze kaders vertaalt naar
concrete en juridische regels en ruimtelijke ontwikkelingen. Om toekomstige projecten mogelijk te maken, kan een ruimtelijke reservering nodig zijn in het Omgevingsplan. Daarnaast is afstemming met de provinciale Omgevingsvisie wenselijk en noodzakelijk om te komen tot een samenhangend ruimtelijk beleid, zodat lokale en regionale ambities goed op elkaar aansluiten.
6.3 Agenda korte termijn Binnen deze Omgevingsvisie zijn diverse doelen en activiteiten genoemd die de komende 25 jaar tot uitvoering moeten komen. Hierna volgt een overzicht met een aanzet van nieuwe omgevingsprogramma’s, mogelijke projecten en maatregelen voor de korte, middellange en lange termijn. 2025-2030 (Nationale) doelen: • In 2027 moet voldaan worden aan de Europese Kaderrichtlijn Water. • In 2030 wil de provincie Flevoland volledig energieneutraal zijn. • Doelen Klimaatwet: In 2030 moet Nederland 55% minder broeikasgassen uitstoten vergeleken met 1990. Het streven is zelfs 60% vermindering. • Tot 2030 geen achteruitgang in oppervlak stedelijk • In de Woondeal is vastgelegd dat Lelystad 10.200 woningen wil toevoegen in de periode 2022 t/m 2030. • Vanaf 2025 jaarlijks minimaal 20% van de nieuwbouwwoningen in de MRA in houtbouw wordt uitgevoerd in houtbouw (convenant MRA houtbouw). • (Convenant toekomstbestendige woningbouw Dit convenant brengt de belangrijkste duurzaamheidsthema’s samen. Het biedt een kader voor opdracht gevende en opdrachtnemende partijen om de duurzaamheidsambities in de woningbouwopgave te integreren. De thema’s waar dit convenant zich op richt zijn: energie, circulariteit, duurzame mobiliteit, klimaatadaptatie, natuurinclusiviteit en biodiversiteit, en gezonde leefomgeving.
Uitgangspunten zijn de landelijke en Europese doelstellingen op het gebied van CO2reductie, circulariteit, natuur(herstel) en de energietransitie. Goud, zilver en brons ambities.) • Natuurherstelverordening artikelen bossen en wilde bestuivers tot 2050; mogelijk voor onze gemeente ook van belang. • Toekomstbestendig en veilig landelijk netwerk voor hoogspanning voor 2040; dit heeft ruimtelijke impact voor de gemeente Lelystad (nieuw tracé, nieuw hoogspanningsstation) • Een oplossingsrichting te vinden voor het komende drinkwatertekort in Nederland Mogelijke projecten en maatregelen: • De huidige balans tussen wonen en werken heeft invloed op mobiliteit. De pendel is nu met name één richting op.. Op korte termijn komt er een nieuwe ringweg vanaf aansluiting 9 op de rijksweg A6 naar de westzijde van de stad zodat de druk op de aansluiting 10 verminderd. Ook wordt de A6 tussen Almere en Lelystad verbreed. • Daarnaast spelen er diverse maatregelen rondom verkeersveiligheid en doorstroming. Zo wordt gewerkt aan het omvormen van rotondes naar kruisingen met verkeerlichten. Instellen van GOW30 (Gebiedsontsluitingswegen naar 30km/u) en instellen van 70 op de buitenring. • In 2023 is de Agenda Natuur 2030 en het Programma 'Van groen dromen naar groen doen' vastgesteld. Dit Programma vertaald de visie en strategie naar concrete interventies.
Er wordt bijvoorbeeld verkend of er beleidsregels nodig zijn om natuurinclusief ontwerpen en ontwikkelen te borgen, maar kijken ook naar een vertaling van het programma in een omgevingsplan in 2026.
• • • • • • •
In gebiedsprogramma Nationaal Park Nieuw Land wordt samenhang en focus aangebracht in de gewenste ontwikkelingen om NPNL van grotere toegevoegde waarde voor de stad op ecologie en economie te laten zijn Omgevingsprogramma Klimaat (PM dit programma bevindt zich in de opstartfase. De Lelystadse Adaptatiestrategie (LAS) wordt in 2027 herijkt om klimaatadaptatie als norm blijvend te verankeren. Onderzoek Energielandschap West Drevenprogramma (PM, nog toelichting nodig) Omgevingsprogramma rondom locatiebeleid economie Beleidskader deelmobiliteit Monitoring boomkroonbedekking
Verplicht programma onder de omgevingswet: • Om de energietransitie mogelijk te maken worden er op dit moment verschillende transitiepaden verkend voor warmte. Het aardgasvrij maken van de woonwijken gaat via wijkuitvoeringsplannen. De volgorde daarvan is vastgelegd in 3 fasen. In 2050 moeten de laatste wijken aardgasvrij zijn. Tegelijkertijd moet de gemeente het energienetwerk aanpakken. Dit kan een warmtenet zijn, of de verzwaring van het elektriciteitsnetwerk. Voor bedrijventerreinen zijn de plannen nog in ontwikkeling. Rond 2028 verwachten we te starten met de bedrijventerreinen, dat vervolgens rond 2040 moet zijn afgerond. 6.4 Agenda lange termijn 2030-2040 (Nationale) doelen: • Grootste deel woonwijken is van het gas af voor 2040. • De horizon voor bedrijventerreinen om over te stappen op nieuwe energie ter vervanging van aardgas is 2040. • In 2040 is het onderwijs kwalitatief hoogstaand, aantrekkelijk en onderscheidend. De bevolking is goed opgeleid, aansluitend bij het economische profiel van de stad (Koersdocument 2040). • De gemeente werkt toe naar de Europese en landelijke VANG (Van Afval Naar Grondstof) doelstellingen door in te zetten op een recyclepercentage van 65% in 2035 van het huishoudelijk afval. • Tot 2050 Geen achteruitgang in boomkroonbedekking stedelijk gebied (Natuurherstelverordening, art 8).
• Natuurherstelverordening artikelen bossen en wilde bestuivers tot 2050; mogelijk voor onze gemeente ook van belang. Monitoring wilde bestuivers gestart in 2025. Mogelijke projecten en maatregelen: • Op de lange termijn biedt de aanleg van een verkorte verbinding Houtribweg – Markerwaarddijk door de Baai van Eesteren perspectief op betere doorstroming en regionale ontsluiting. • Op de langere termijn biedt de aanleg van de Lelylijn (spoor naar Groningen) en de Stichtselijn (spoorlijn parallel aan de A27 naar Utrecht) een betere duurzame verbinding, wat de netwerkpositie van Lelystad versterkt. • Met het programma Warmtetransitie zorgen we ervoor dat alle Lelystadse inwoners en bedrijven in 2050 van het gas af zijn. Bovendien zetten we in met onder meer het Energielandschap West, verduurzamen gebouwen op een stad die zelfvoorzienend is in haar energiebehoefte. 2040-2050 (Nationale) doelen:
• • • • • • • •
Doelen Klimaatwet: In 2050 wil Nederland klimaatneutraal zijn. Dat wil zeggen dat de uitstoot van broeikasgassen in 2050 niet hoger is dan wat er vastgelegd wordt, netto is de uitstoot dus nul. Een klimaat adaptief en water robuust Lelystad in 2050. De grondstoffentransitie werkt toe naar een volledig circulaire economie in 2050. Iedereen heeft in 2050 op de momenten dat je energie nodig hebt, toegang tot energie; Duurzaamheid moet in 2050 ook vanzelfsprekend zijn geworden bij wijkontwikkeling (Actieplan Duurzaamheid 2021-2024). Duurzaamheid moet in 2050 ook vanzelfsprekend zijn geworden bij wijkontwikkeling (Actieplan Duurzaamheid 2021-2024). Tot 2050 geen achteruitgang in boomkroonbedekking stedelijk gebied (Natuurherstelverordening, art 8). Natuurherstelverordening artikelen bossen en wilde bestuivers tot 2050; mogelijk voor onze gemeente ook van belang.
Mogelijke projecten en maatregelen: • …
Colofon Deze Omgevingsvisie is opgesteld door de gemeente Lelystad met ondersteuning van PosadMaxwan en Studio Bereikbaar ten behoeve van ontwerp en bestuurlijk proces. Gemeente Lelystad Mannus Dekker, Isa van Delft, Mildred Janssen, Natascha Krömer, Martin van Meurs, Claire Nouwen, Michel Soomers, Anuschka de Vries PosadMaxwan Han Dijk, Marieke van Esch, Benjamin Jammes, Anouk Jansen, Jos Kenter, Froukje van de Klundert en Adele Therias Studio Bereikbaar Nicole van der Waart Beelden: Alle kaarten en illustraties zijn (tenzij anders vermeld) gemaakt door PosadMaxwan
KAART OMGEVINSGSVISIE 2050
KAART OMGEVINSGSVISIE 2050 (FOCUS STEDELIJK GEBIED)
KAART STEDELIJKE ONTWIKKELING
KAART ROBUUST NATUURLIJK RAAMWERK
KAART ECONOMISCHE DRAGER
KAART BEREIKBARE BASIS & DUURZAME ONTWIKKELING