CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Notitie Voorkeursbeslissing IJsselmeerdijk

Raadsvergadering 17 mei 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 154. Intentieverklaring Versterking IJsselmeerdijk18.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Omgevingspartijen zijn enthousiast over het vooroeveralternatief, waarbij er naast een oplossing voor de waterveiligheidsopgave ook een bijdrage aan natuurontwikkeling, cultuurhistorie, recreatie en beleving wordt geleverd. De zorg- en aandachtspunten van partijen bij het Voorkeursalternatief, hebben we goed in beeld en we denken hiervoor oplossingen te vinden in de planuitwerking. Voor de belanghebbenden bij de maatwerklocaties geldt dat deze meerwaarde zien in de voorgestelde aansluiting op hun specifieke locatie en zij geven aan dat hun belangen goed verwoord zijn in de opgestelde klantwensen. Daarmee concluderen wij dat het gestelde doel op participatie en communicatie behaald is.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

24

4.

Hoe: Inhoud van de trechtering

4.1.

Doorlopen stappen

In de verkenningsfase werken we toe naar een Voorkeursbeslissing. Om daar te komen zijn alle mogelijkheden afgewogen om de waterkering aan de norm te laten voldoen. Met deze afweging zijn veel belangen van stakeholders, inclusief het Hoogwaterbeschermingsprogramma (HWBP) en Zuiderzeeland gemoeid (zie hoofdstuk 3). Belangrijk uitgangspunt daarbij is dat de afweging integraal en transparant gebeurt en dat er participatie mogelijk is. In het ontwerpproces hebben we het ontwerp van grof naar fijn uitgewerkt. Dit is een creatief en iteratief proces. Daarvoor is een ontwerpproces ontwikkeld met een aantal stappen, ook wel de ‘zeef’-momenten genoemd: Zeef 0 1 2

Resultaat van de stap Kansrijke bouwstenen: oplossingen voor een specifiek deel van de totale opgave (bijvoorbeeld de verschillende manieren om de hoogteopgave in te vullen. Mogelijke alternatieven: een combinatie van bouwstenen die het hele veiligheidsprobleem oplost over een heel dijkvak. Kansrijke alternatieven: de alternatieven die na een uitgebreide beoordeling het meest haalbaar worden geacht per dijkvak. Voorkeursalternatief: het beste alternatief voor de dijkversterking, waarbij er over de totale lengte van de dijk ook een samenhangende keuze gemaakt is (over de dijkvakken heen).

We trechteren zo alle opties door middel van drie zeven. In een zeef wegen we de alternatieven ten opzichte van elkaar op voor- en nadelen op vooraf vastgestelde onderwerpen vanuit het afwegingskader.

4.2.

Het afwegingskader

Het afwegingskader is het instrument om in de selectie kansrijke alternatieven en het Voorkeursalternatief zorgvuldig en transparant te onderbouwen welke oplossingen afvallen, om zo te komen tot een gedragen Voorkeursbeslissing. Voor een zorgvuldige onderbouwing is het gewenst om goed te onderbouwen waarom bepaalde oplossingen of alternatieven afvallen. Bij de afweging van de alternatieven voor de dijkversterking is rekening gehouden met een groot aantal onderwerpen. Deze onderwerpen zijn benoemd in het onderstaande afwegingskader.

Figuur 4-1: Het afwegingskader voor de Versterking van de IJsselmeerdijk (in roze zijn de onderwerpen aangeduid waarbij inbreng van de omgeving is gebruikt)

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

25

4.3.

Ontwerp van de alternatieven

Voor het ontwerp van de alternatieven is onderscheid gemaakt tussen de twee hoofdtrajecten: Meerdijk en Baaidijk. Deze hoofdtrajecten zijn vervolgens weer onderverdeeld in dijkvakken en maatwerkvakken, vanwege verschillen in de versterkingsopgave of onderscheidende ruimtelijke kenmerken. In het ontwerpproces is een dijkvak een vak van een langere lengte met een relatief uniforme versterkingsopgave. Een maatwerkvak is een kort dijkvak met een beperkte of zelfs helemaal geen hoogteopgave, waardoor de exacte inpassingsopgave sterk afhankelijk is van de keuze van de aangrenzende dijkvakken. Onderstaand is per traject beschreven welke alternatieven zijn uitgewerkt en met elkaar vergeleken om te komen tot een voorkeur. 4.3.1.

Van bouwstenen naar mogelijke alternatieven

In de eerste stap van het ontwerpproces zijn alle mogelijke bouwstenen geïnventariseerd. Bouwstenen zijn technische maatregelen voor het oplossen van de waterveiligheidsopgave of het zijn maatregelen benodigd voor het behoud van de ruimtelijke kwaliteit van de dijk en zijn omgeving. Met behulp van een afwegingskader zijn de bouwstenen beoordeeld op kansrijkheid (zeef 0). De resulterende kansrijke bouwstenen zijn beschreven in de Notitie Bouwstenen. Op basis van (combinaties van) de kansrijke bouwstenen zijn voor het traject Meerdijk vier mogelijke ontwerprichtingen samengesteld:  Ontwerprichting 1. Kruinverhoging in binnenwaartse richting (Binnenwaarts);  Ontwerprichting 2. Kruinverhoging in buitenwaartse richting (Buitenwaarts);  Ontwerprichting 3. Gecombineerde kruinverhoging binnen- en buitenwaarts (Vierkant);  Ontwerprichting 4. Vooroever oplossing. Op basis van (combinaties van) de kansrijke bouwstenen zijn vervolgens voor het traject Baaidijk vijf mogelijke ontwerprichtingen samengesteld:  Ontwerprichting 1. Kruinverhoging in binnenwaartse richting (Binnenwaarts);  Ontwerprichting 2. Kruinverhoging in buitenwaartse richting (Buitenwaarts);  Ontwerprichting 3. Gecombineerde kruinverhoging binnen- en buitenwaarts (Vierkant);  Ontwerprichting 4. Vooroever oplossing;  Ontwerprichting 5. Constructief.

Per ontwerprichting zijn meerdere mogelijke alternatieven opgesteld (met extra variaties op basis van ruwheid, overslagdebiet etc.). In totaal zijn twaalf mogelijke alternatieven voor de Meerdijk en veertien mogelijke alternatieven voor de Baaidijk opgesteld en uitgewerkt. Deze zijn in meer detail beschreven in de Notitie Mogelijke Alternatieven. 4.3.2.

Selectie en uitwerking kansrijke alternatieven voor traject Meerdijk

De mogelijke alternatieven zijn beoordeeld middels zeef 1 van het afwegingskader om te komen tot een selectie van kansrijke alternatieven per traject. In Figuur 2-1 zijn de verschillende dijkvakken en maatwerkvakken voor het traject Meerdijk te zien. De geselecteerde alternatieven voor traject Meerdijk, die na een uitgebreide beoordeling middels zeef 1 als het meest haalbaar en kansrijk worden geacht, zijn:  een binnenwaartse dijkversterking, waarbij de kruin van de dijk richting de polder verschuift (voor dijkvak 1 en 2);  een buitenwaartse dijkversterking, waarbij de kruin van de dijk richting het IJsselmeer verschuift (voor dijkvak 3);  een vierkante dijkversterking, waarbij de kruin nagenoeg op de huidige locatie blijft en er ruimtebeslag aan beide zijde van dijk is (voor dijkvak 1, 2 en 3);  een vooroever in het IJsselmeer, waarbij grondaanvullingen in het IJsselmeer zorgen voor golfdemping en de huidige dijk gelijk blijft aan de huidige situatie (voor dijkvak 1,2 en 3). Voor de traditionele versterkingsalternatieven binnenwaarts, buitenwaarts en vierkant zijn mogelijke optimalisaties van de benodigde kruinverhoging door het toestaan van een hoger overslagdebiet in combinatie met versterking van het binnentalud en door het toepassen van verruwing op het buitentalud ook nog meegenomen in de kansrijke alternatieven.

Deze optimalisaties kunnen mogelijk tot kostenbesparingen leiden, maar nemen ook hun eigen bezwaren mee.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

26

De kansrijke alternatieven zijn visueel weergegeven in Figuur 4-2, gevolgd door een nadere toelichting. Binnenwaarts

Buitenwaarts

Vierkant

Vooroever

Figuur 4-2: Fotovisualisaties van de kansrijke alternatieven voor traject Meerdijk

Binnenwaartse versterking (dijkvak 1 en 2) Om de hoogteopgave op te lossen is een verschuiving van het gehele dijkprofiel noodzakelijk. De dijk wordt in dijkvak 1 en 2 verhoogd tot circa NAP +7,1 meter, wat neerkomt op een kruinverhoging van circa 2 meter. Een hogere dijk betekent ook meer ruimtebeslag. De huidige binnenberm is bij dijkvak 1 en 2 in de huidige situatie relatief breed. Gekozen is om het extra ruimtebeslag zo veel mogelijk op te vangen door de huidige binnenberm te versmallen, op een dusdanige wijze dat de huidige functies op de binnenberm (bijvoorbeeld de IJsselmeerdijkweg) behouden kunnen blijven. De nieuwe bermbreedte van dijkvak 1 wordt 6 meter en de nieuwe bermbreedte van dijkvak 2 wordt 9 meter. Ondanks het sterk versmallen van de binnenberm is een verschuiving van de binnenteen bij dijkvak 2 nodig, lokaal tot maximaal 8 meter. Bovenstaande betreft de maximale kruinverhoging bij de hoge binnenwaartse versterking, nadere optimalisaties via verruwing boventalud of het toestaan van een hoger overslagdebiet kunnen leiden minder kruinverhoging, maar nemen ook hun eigen nadelen mee.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

27

De dijkbekleding op het buitentalud wordt identiek versterkt voor alle dijkvakken, waarbij in de versterkte situatie dezelfde type dijkbekleding terugkomt als in de huidige situatie. Dat betekent dat het laagste deel aan de buitenkant voorzien wordt van een stenen bekleding en het bovenste bestaat uit gras. Belangrijkste wijziging is de versterking van de huidige teenbekleding (stortsteen) bij de overgang naar het IJsselmeer. Hier wordt het talud onderwater verflauwd tot circa 1:5 en voorzien van een zeer zware steensortering die geheel boven water uitsteekt. Buitenwaartse versterking (dijkvak 3) Voor dijkvak 3 wordt de dijk verhoogd tot NAP +6,5 meter, ongeveer een verhoging van 1,2 meter ten opzichte van de huidige kruinhoogte. Bij dijkvak 3 is de huidige binnenberm smal. Een binnenwaartse versterking is daarom afgevallen, omdat dit resulteerde in een groot ruimtebeslag binnendijks en effect op de omgeving (bos). Daarom is voor dijkvak 3 in zeef 1 in tegenstelling tot dijkvak 1 en 2 gekozen voor het versterken in buitenwaartse richting als kansrijk alternatief. Het extra ruimtebeslag in het IJsselmeer is circa 12 meter bij dijkvak 3. Bij dit alternatief moet ook de dijkbekleding aan de buitenzijde vervangen worden, gelijk aan het binnenwaartse alternatief.

Bovenstaande betreft de maximale kruinverhoging bij de hoge buitenwaartse versterking, nadere optimalisaties via verruwing boventalud of het toestaan van een hoger overslagdebiet kunnen leiden tot minder kruinverhoging, maar nemen ook hun eigen nadelen mee. Vierkante versterking (dijkvak 1, 2 en 3) Het verschil is dat bij dit alternatief de huidige kruin van de dijk niet verschuift in binnenwaartse/ buitenwaartse richting. De kruin gaat recht omhoog met circa 2 meter bij dijkvak 1 en 2 en circa 1,2 meter bij dijkvak 3. Het extra ruimtebeslag van circa 12 meter bij dijkvak 1 en 2 en circa 8 meter bij dijkvak 3, en wordt verdeeld in buitenwaartse en binnenwaartse richting. De dijkbekleding wordt verder gelijk aan de eerdere alternatieven, dus met een flinke teenbescherming, nieuwe zetsteenbekleding en een verhoogde buitenberm van 6 meter breed. Bij dit alternatief moet ook de dijkbekleding aan de buitenzijde vervangen worden. Bovenstaande betreft de maximale kruinverhoging bij de hoge vierkante versterking, nadere optimalisaties via verruwing boventalud of het toestaan van een hoger overslagdebiet kunnen leiden tot minder kruinverhoging, maar nemen ook hun eigen nadelen mee. Vooroever (dijkvak 1, 2 en 3) Bij dit alternatief wordt de hoogteopgave geheel en de bekledingsopgave nagenoeg geheel opgelost door het verondiepen van het IJsselmeer voor de dijk.

Door de huidige diepe bodem (circa NAP -5 meter) van het IJsselmeer voor de dijk, dient de dijk bestand te zijn tegen hoge golven. Juist deze hoge golven leiden tot een zeer grote versterkingsopgave voor deze dijk. Door het verondiepen van het IJsselmeer net voor de dijk, breken de golven al voordat deze de dijk bereiken, waardoor de versterkingsopgave aan de dijk minimaal kan worden. Het gekozen ontwerp van de vooroeverversterking bestaat op hoofdlijnen uit een vooroeverdam met een kruin op het waterpeil met daarachter een zandig plateau. De benodigd vooroever bij dijkvak 1 en 2 is circa 60 meter breed, terwijl de benodigd vooroever bij dijkvak 3 circa 40 meter breed is. Het zandige deel van de vooroever ligt horizontaal op NAP -1 meter en dus net onder water en kan zo ook bijdragen aan de natuurdoelen voor het IJsselmeer. Regelmatige verversing van het water achter de langsdam is belangrijk voor een goede waterkwaliteit. Om de doorstroming te bevorderen worden op een aantal locaties openingen in de langsdam gemaakt. Bij dijkvak 2 is nabij de Maxima-centrale en de haven van Flevokust een vooroever niet mogelijk. Dit betreft circa 4 km dijk. Hier moet dus altijd voor een van de andere kansrijke alternatieven gekozen worden. 4.3.3.

Selectie en uitwerking kansrijke alternatieven voor traject Baaidijk

De versterkingsopgave van dijkvak 4 en 5 is na nader onderzoek gewijzigd (gedurende zeef 2). Er is geen hoogteopgave meer voor de dijk, maar er zijn wel maatregelen nodig om de bekleding te versterken. Bij dijkvak 4 dient de teenbekleding, de zetsteenbekleding en het asfalt te worden vervangen aan de buitenzijde van de dijk. Bij dijkvak 5 is er alleen een opgave aan de asfaltbekleding. Dit betekent dat het merendeel van de mogelijke alternatieven is komen te vervallen. Bij beide dijkvakken wordt de buitenberm verhoogd en wordt nieuw asfalt teruggebracht met een breedte van 6 meter. Op deze manier ligt het asfalt hoger dan de maatgevende grondwaterstand en zal de asfaltbekleding niet bezwijken door golfklappen.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

28

Ook ontstaat zo de mogelijk om een volwaardig beheer- en inspectiepad te realiseren langs dit deel van het dijktraject dat gecombineerd kan worden met een fietspad. Het versterkingsprofiel voor dijkvak 4 is weergeven in de onderstaande visualisatie.

Figuur 4-3: Fotovisualisatie van de versterking voor traject Baaidijk (versterken zetsteen, teenversterking, verhoging buitenberm, nieuw asfalt aanbrengen)

4.4.

Keuze voor het Voorkeursalternatief

De kansrijke alternatieven zijn eind 2021 beoordeeld aan de hand van het afwegingskader met zeef 2 (zie paragraaf 4.2). Deze beoordeling is initieel uitgevoerd door specialisten van het ingenieursbureau Royal HaskoningDHV en Waterschap Zuiderzeeland. De resultaten van de beoordeling zijn vervolgens ter advisering voorgelegd aan alle belanghebbenden (zie hoofdstuk 3). Op basis van de beoordeling is gebleken dat het alternatief ‘Vooroever’ voor de dijkvakken 1, 2 en 3 het beste heeft gescoord op de verschillende onderwerpen vanuit het afwegingskader. Onderstaand zijn de belangrijkste plus- en minpunten bij de keuze voor het alternatief ‘Vooroever’ als Voorkeursalternatief toegelicht: + Voor de vooroever geldt, ten aanzien van het aspect ‘Haalbaarheid’ en ‘Hinder tijdens uitvoering’, dat de maatregel in zijn geheel is aan te leggen vanaf het water en er daardoor geen beïnvloeding van de huidige functies van de dijk is. De waterveiligheid van de dijk is tijdens de uitvoering geborgd. Bij alle andere alternatieven is de aanleg van de nieuwe dijkbekleding en -teen niet eenvoudig. De benodigde steensortering van de nieuwe dijkteen is zeer zwaar en daardoor verdient het plaatsen van deze stenen veel aandacht, zeker nabij de zetsteenbekleding want deze kan gemakkelijk schade oplopen. Daarnaast is het aanbrengen van een vooroever relatief snel en eenvoudig te realiseren.

De vooroever is ook positief beoordeeld op ‘Uitbreidbaarheid’. Er wordt nu geen ruimtebeslag binnendijks gereserveerd, waardoor het in toekomst mogelijk blijft de dijk uit te breiden in binnenwaartse richting bij een volgende dijkversterking en het geleidelijk ophogen van het voorland (meegroeien met eventuele meerpeilstijging) behoort ook tot de mogelijkheden. + De vooroever heeft, doordat er geen aanpassingen van de huidige dijk nodig zijn, een gunstig effect op de inpassing in de omgeving ten opzichte van de andere alternatieven. Dit komt met name tot uitdrukking bij de milieuthema’s ‘Ruimtelijke kwaliteit en beleving’ en ‘Historische en erfgoedwaarden’. Bij de vooroever wordt de continue lijn van de dijk en historische zetsteenbekleding niet negatief beïnvloed, wat wel speelt bij de overige alternatieven. ++ De vooroever biedt een duidelijk meerwaarde op de natuurwaarden van het IJsselmeergebied. Het alternatief levert een bijdrage voor de biodiversiteit en zorgt voor meer leefgebied voor Natura2000-soorten door toename van de ruimtelijke eenheid ‘ondiep water’. Daar kunnen in de luwte van de langsdam waterplanten groeien. Het gevolg is ook een toename van paaigelegenheid voor vis en een uitbreiding van leefgebied voor macrofauna en jonge vis. Van deze ontwikkelingen profiteert het hele ecosysteem, ook de in ondiep water rustende en foeragerende vogels, zoals de fuut.

+ De vooroever heeft, na consultatie in verschillende participatiesessies, met meeste draagvlak bij betrokken stakeholders en belangenorganisaties. 0 Op het aspect ‘Kosten’ scoren de alternatieven niet sterk onderscheidend. De vooroever is weliswaar het goedkoopste alternatief gebleken, maar als gekeken wordt naar de totale levensduurkosten zijn de onderlinge verschillen gering. Er is vanuit kosten dus geen doorslaggevend argument om voor een ander alternatief te kiezen, ook niet op basis van gevoeligheidsanalyses op kosten (zie paragraaf 4.5).

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

29

0

-

-

-

Ten aanzien van het aspect ‘Milieu-impact en broeikaseffect’ scoren de alternatieven niet onderscheidend o.b.v. een MKI-berekening. Wel is er een licht negatieve score voor de vooroever op het aspect ‘Circulariteit’. De reden dat de vooroever verhoudingsgewijs slecht scoort, komt door het verhoudingsgewijs meer gebruik van primair grondstoffen (grind en zand). Omdat er goede kansen liggen om ook secundaire grondstoffen te gebruiken in de vooroever, is dit aspect in de afweging als niet onderscheidend beoordeeld. Het vooroeveralternatief vereist in vergelijking met de andere alternatieven een grotere beheerinspanning en is daarom negatief beoordeeld op dit criterium. Er moeten frequente profielmetingen worden uitgevoerd en aanvullende suppleties (circa eens per 10 jaar) zijn nodig om zandverliezen aan te vullen. Al met al wordt een relatief grote beheerinspanning verwacht, zeker omdat ook de huidige dijk (weliswaar waarschijnlijk minder frequent) nog onderhouden dient te worden. De vooroever scoort negatief op het criterium ‘Vergunbaarheid’. Dit is niet omdat dit alternatief niet vergunbaar wordt geacht, maar wel omdat de te doorlopen procedures niet eenvoudig zijn. Enerzijds omdat werkzaamheden op het IJsselmeer vergunningen vereisen en afstemming met het Rijk. Anderzijds omdat Natura2000 gebied wordt beïnvloed, hiervoor een Passende Beoordeling noodzakelijk is.

Daarnaast zijn er ook raakvlakken vanuit het Rijksinpassingsplan ‘Windplan Blauw’, waarbij er een 'milieuzone - rustgebied' (rustgebied voor futen) is aangewezen direct aan de buitenteen. Bij dijkvak 2 en 3 is in huidige situatie sprake van visserij. Een vooroever bij deze dijkvakken leidt tot een verschuiving van de vislocaties. Vissen blijft ook na realisatie van de vooroever mogelijk, de bestaande visrechten worden verplaatst naar de vooroeverdam. De ecologische inrichting kan bovendien leiden tot een kwaliteitsimpuls voor vissoorten, waardoor er mogelijk ook een licht positief effect voor de visvangst ontstaat. Desalniettemin wordt het effect bij de vooroever als licht negatief beoordeeld ten opzichte van de andere alternatieven.

In de onderstaand tabel zijn de plus- en minpunten voor het traject Meerdijk samengevat weergegeven. Resumerend scoort het alternatief ‘Vooroever’ het beste en is daarom als Voorkeursalternatief geselecteerd.

Figuur 4-4: Samenvatting van de beoordeling van de alternatieven (scores op een vijfpuntschaal)

Waar de vooroever niet mogelijk is in dijkvak 2, rondom de Maxima-centrale en de haven van Flevokust, wordt een binnendijkse/ vierkante versterking toegepast. Deze twee alternatieven scoren vergelijkbaar in de afweging. Omdat de keuze voor een van twee alternatieven nauw samenhangen met de ruimtelijke overgangen tussen de maatwerkvakken en de inpassing van de toegangswegen naar de bedrijven toe, wordt de uitwerking en optimalisatie hiervan verder vormgegeven in de planuitwerkingsfase. In hoofdstuk 2 is wel alvast een doorkijk gegeven hoe de dijkovergangen eruit zouden kunnen zien. Dit is in meer detail uitgewerkt in bijlage 1C (Ontwerploop 3 - Referentieontwerp). De versterkingsopgave voor het traject Baaidijk is dusdanig gereduceerd dat er geen verschillende versterkingsalternatieven zijn om ten opzichte van elkaar af te wegen. Er is geen hoogteopgave meer voor de dijk, maar er zijn wel maatregelen nodig om de bekleding te versterken. Deze zijn benoemd in paragraaf 4.3.3.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

30

4.5.

Robuustheid keuze Voorkeursalternatief

Om zeker te zijn dat we nu een robuuste keuze maken voor het vervolg, is er een aantal gevoeligheidsanalyses uitgevoerd. De gevoeligheidsanalyse richt zich vooral op de keuze Vooroever voor dijkvak 1, 2 en 3 (Meerdijk) op basis van de volgende twee vragen: 1. Kan de reguliere dijkversterking toch nog goedkoper of voordeliger uitpakken waardoor de keuze voor de vooroever later ter discussie kan komen te staan? 2. Kan de vooroever toch nog duurder of op een andere manier significant nadeliger uitpakken, waardoor de keuze voor de vooroever later ter discussie kan komen te staan? Er is een aantal onzekerheden gesignaleerd die nader beschouwd zijn met deze vragen in het achterhoofd. Deze zijn hieronder kort beschreven voor de hoofdkeuze Vooroever voor de Meerdijk. De keuze Vooroever voor de Meerdijk als Voorkeursalternatief, is op basis van onderstaande gevoeligheidsanalyses stabiel en robuust te benoemen. Er zijn geen duidelijke optimalisaties van de traditionele alternatieven of risico’s voor de vooroever aan te wijzen, waardoor de keuze zou kunnen wijzigen. 4.5.1.

Gebruik van meer primaire grondstoffen

Gebruik van meer primaire grondstoffen bij de aanleg van de vooroever, met als gevolg een negatiever effect op duurzaamheid (MKI-waarde) voor de vooroever:  In de huidige beoordeling is de MKI waarde voor de traditionele alternatieven iets hoger dan voor de vooroever (in geld uitgedrukt + € 0,3 tot 0,8 miljoen).  Bij het gebruik van 100% primair zand (i.p.v. 20% primair zand en 80% secundair zand) neemt de MKI waarde voor de vooroever met ruim € 2 miljoen toe, terwijl de traditionele alternatieven toenemen met slechts € 0,7 tot 1,1 miljoen. De vooroever gaat daarmee relatief iets slechter scoren dan de traditionele alternatieven. Zelfs in dit uiterste scenario wijzigt echter de beoordeling niet zodanig dat de keuze van de vooroever ter discussie komt te staan. 4.5.2.

Optimalisatie dijkteenconstructie/ ondertalud

Voor de robuustheidsanalyse zijn verschillende varianten onderzocht voor de dijkteenconstructie voor de traditionele alternatieven. De teenconstructie vormt namelijk een significante bijdrage aan de kostenraming van de traditionele alternatieven, als deze geoptimaliseerd kan worden nemen de kosten van de traditionele alternatieven mogelijk significant af terwijl dit bij de vooroever niet doorwerkt: 1. Het toepassen van betonblokken leidt weliswaar tot beperktere dimensies en minder buitendijks ruimtebeslag, maar is significant duurder dan het basis teenontwerp. Het heeft daarnaast ook een hogere MKI score en een complexere uitvoering, is negatief op ruimtelijke kwaliteit en krijgt naar verwachting ook draagvlak. Niet kansrijk. 2. Een variant met damwand bij de teen blijkt geen goede optimalisatie ten opzichte van het basis teenontwerp. De voordelen (beheerbaarheid, natuur en vergunbaarheid, ruimtelijke kwaliteit en mogelijk draagvlak) wegen niet op tegen de grote nadelen van deze optimalisatie: Hogere MKI-waarde door milieubelastend staal, veel hogere instandhoudings- en dus levensduurkosten, risicovolle uitvoering, kans op zettingen. Niet kansrijk. 3. Een variant met verflauwing van het ondertalud naar 1:5 lijkt mogelijk een optimalisatie te zijn voor het basisontwerp. De investeringskosten zijn iets goedkoper, wel hogere levensduurkosten. Minder hinder binnendijks.

Deze optimalisatie wijzigt echter niet de afweging tussen vooroever en traditionele alternatieven, want de investeringskosten van de vooroever blijven nog steeds significant lager. Lichte MKI besparing wel mogelijk t.o.v. vooroever alternatief, maar dit weegt niet op tegen resterende kostenverschil en andere negatievere aspecten (ruimtelijke kwaliteit, beleving, natuur en vergunbaarheid). Let op: voor de trajecten waar de vooroever niet mogelijk is, kan deze optimalisatie wel meegenomen worden in de planuitwerkingsfase. Conclusie: Er zijn geen varianten voor de dijkteenconstructie die de hoofdafweging tussen de traditionele alternatieven en de vooroever wijzigt.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

31

4.5.3.

Bandbreedtes op de zandprijs

Er is geraamd voor de kansrijke alternatieven (vooroever en traditionele alternatieven) met een zandprijs van € 7,0 per m3. Als de zandprijs toeneemt wordt de vooroever mogelijk relatief duurder dan de traditionele alternatieven. Uit de gevoeligheidsanalyse blijkt echter dat dit verschil zeer beperkt is, de kosten van de vooroever wordt dominant bepaald door de kosten van de vooroeverdammen en niet het zand. Daarnaast werkt een toename van de zandprijs ook door in de raming van de traditionele alternatieven. De vooroever kosten nemen met hogere zandprijzen slechts beperkt toe: bijvoorbeeld bij een zandprijs van € 8,20 per m3, ofwel een toename van de zandprijs met ruim 15%, nemen de investeringskosten toe met slechts 0,6%. Een hogere zandprijs leidt niet tot een wijziging van de kostenafweging tussen de traditionele alternatieven en de vooroever. 4.5.4.

Optimalisatie traditionele alternatieven met verruwing en hoger overslagdebiet

Het toepassen van verruwing op het boventalud en een hoger overslagdebiet zijn niet in combinatie als kansrijk alternatief beschouwd en uitgewerkt, los van elkaar leiden deze opties tot significante kostenverlagingen (minder kruinverhoging nodig). Dat roept de vraag op of verruwen van het buitentalud en een hoger overslagdebiet niet tot een significant goedkoper traditioneel alternatief zou kunnen leiden, en ook goedkoper dan de vooroever. Uit de uitgevoerde gevoeligheidsanalyse is echter gebleken dat dit niet het geval is, nog even afgezien van dat dit alternatief vanuit allerlei andere criteria als slecht wordt beoordeeld (draagvlak, ruimtelijke kwaliteit, waterberging, belasting binnentalud). Dit komt voornamelijk doordat de verminderde hoogteopgave van beide optimalisaties niet bij elkaar opgeteld kan worden, het gat naar de vooroever blijft daarvoor te groot. Naast de gevoeligheidsanalyse voor de afweging van de vooroever hierboven, is voor de Baaidijk nog met terugwerkende kracht gekeken of de vooroever achteraf bezien een interessante keuze zou zijn. Dit vooral omdat de vooroever voor de Meerdijk een stuk kosteneffectiever is gebleken dan we van tevoren hadden ingeschat. Dit bleek echter voor de Baaidijk niet het geval te zijn.

De opgave is voor de Baaidijk zodanig beperkt dat de vooroever altijd significant duurder zal zijn dan de versterking van bekleding, teenversterking en beperkte verhoging van de buitenberm in het huidige Voorkeursalternatief.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

32

5.

Effecten Voorkeursalternatief

Een gedetailleerde beoordeling van alle onderzochte alternatieven is opgenomen in het Milieueffectrapport behorende bij deze Voorkeursbeslissing. Mede op basis van het effectenonderzoek is het Voorkeursalternatief bepaald. Hoewel de meeste effecten in lijn liggen met het kansrijk alternatief ‘Vooroever’, zijn voor een aantal thema’s aanvullend onderzoeken en analyses uitgevoerd. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de resultaten van deze (milieu)thema’s:  Ruimtelijke kwaliteit en beleving;  Beheerbaarheid;  Natuur;  Visserij;  Archeologie;  Kabels en leidingen.

5.1.

Ruimtelijke kwaliteit en beleving

Het Voorkeursalternatief scoort licht positief op het criterium ruimtelijke kwaliteit en beleving. De huidige ruimtelijke kwaliteit van de IJsselmeerdijk - zoals beschreven in het Ruimtelijk Kwaliteitskader aan de hand van de leidende principes - blijft gehandhaafd en met de keuze voor de versterking van de Meerdijk door middel van een vooroever wordt kwaliteit toegevoegd. Niet voor de gehele Meerdijk is het mogelijk om de vooroeverversterking toe te passen. In het maatwerkvak rond de Maxima-centrale en Flevokusthaven zou deze vorm van versterking de industriële activiteiten onmogelijk maken. In het Voorkeursalternatief is hier gekozen voor een binnenwaartse of vierkante versterking. Door de keuze van het Voorkeursalternatief in een deel vooroeverversterking en een deel binnenwaartse/ vierkante versterking ontstaat een knip in de huidige éénduidige profiel van de Meerdijk. Daardoor is het essentieel om de lijnvoering van de daardoor ontstane deeltracés zo continu mogelijk te houden om te kunnen voldoen aan het leidend principe 1 uit het ruimtelijk kwaliteitskader: ‘De dijk als continue lijn’.

Vanuit ruimtelijke kwaliteit heeft een zoveel mogelijk binnenwaartse versterking op het maatwerkvak de voorkeur van de mogelijke traditionele versterkingsalternatieven, omdat de lijnvoering aan de buitendijkse zijde zo continu mogelijk blijft en alleen de binnendijkse lijnvoering aangepast wordt. Aan de buitendijkse zijde zal in het beeld alleen de bovenberm hoger worden. Bij de overgangen tussen vooroever en de binnenwaartse versterking kan het verschil in de lijnvoering dan conform de ontwerprichtlijnen van het ruimtelijk kwaliteitskader (ontwerpprincipe 1.2 uit het Ruimtelijk Kwaliteitskader) op een geleidelijke manier worden gerealiseerd.

Figuur 5-1: Visualisatie van de overgang tussen de Vooroever naar een alternatief met een traditionele versterking

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

33

In de materialisering van de binnenzijde van de dijk zullen geen overgangen zichtbaar zijn. In de harde bekleding van buitendijkse zijde van de dijk ontstaat wel een scherpe knip tussen de bestaande harde bekleding (ter hoogte van de vooroeverversterking) en de nieuwe harde bekleding (van de binnenwaartse versterking). De nieuwe teenbekleding van de binnenwaartse versterking botst als het ware op de strekdam die de vooroeverversterking opsluit. Ook zal een scherpe knip zichtbaar zijn in de nieuwe zetsteen en de te handhaven bestaande zetsteen. Deze bijzondere overgang biedt de mogelijkheid om een rustplek toe te voegen (ontwerpprincipe 4.2 uit het Ruimtelijk Kwaliteitskader), waar over het nieuwe hoofdstuk in de geschiedenis van de IJsselmeerdijk verteld kan worden. De locatie van de overgangen van vooroeverversterking naar binnenwaartse versterking zijn functioneel/ technisch bepaald, maar hebben ook landschappelijk een betekenis. De zuidelijke overgang tussen vooroeverversterking en binnenwaartse versterking is gekoppeld aan het Hevelhuisje en ligt in het verlengde van de Kamperweg. De noordelijke overgang ligt ter hoogte van de rustplaats Rivierduin langs de A6. Vanaf de rustplaats kan een recreatieve verbinding gemaakt worden naar de plek waar de traditionele en vooroeverversterking in elkaar overgaan.

De overgangen aan de uiteinden van de Meerdijk kunnen door de keuze van het Voorkeursalternatief helder worden vormgegeven. Ter hoogte van de Ketelbrug maakt de langsdam die de vooroever opsluit een bocht en sluit haaks aan op het landhoofd van de Ketelbrug. Hierdoor ontstaat een ‘nieuw hoekpunt’ van Flevoland en is het landhoofd van de Ketelbrug als autonoom element dat haaks op het hoekpunt van Flevoland staat. Bij de overgang van de Meerdijk en de Baaidijk ter hoogte van de Flevo Marina, sluit de langsdam van de vooroever direct aan op de aanwezige strekdam van de jachthaven. De vooroeverversterking voegt hier extra kwaliteit voor de geplande recreatieve ontwikkeling toe. Door het wegvallen van de hoogteopgave in de Baaidijk, is daar alleen een bekledingsopgave overgebleven. Deze bekledingsopgave wordt op continue wijze over de hele Baaidijk uitgevoerd, waardoor geen onderscheidende (positieve of negatieve) score ontstaat voor dit deel van de IJsselmeerdijk.

5.2.

Beheerbaarheid

Beheer en onderhoud moeten zorgen dat de vooroever functioneert als onderdeel van een (primaire) kering, wat vooral vereist dat voldoende zand aanwezig is om de vereiste golfreductie te leveren. Daarnaast is natuur ook een belangrijk doel van het beheer en onderhoud. Het beheer en onderhoud dat nodig is voor de vooroever, wijkt af van het regulier beheer en onderhoud van de huidige traditionele dijk. Om de waterveiligheid te garanderen dient het zandvolume voldoende te zijn om eventuele erosie tijdens een maatgevende storm te kunnen bufferen. Het sediment in het zandige profiel mag zich verplaatsen mits de dynamiek dusdanig beperkt is dat het waterveiligheidsprofiel ten alle tijden gehandhaafd blijft. Het inschatten van sedimenttransport is erg lastig. De morfologische veranderingen van de vooroever moeten daarom goed gemonitord worden. Op basis van de morfologische modelstudie is het Voorkeursalternatief naar verwachting redelijk stabiel onder dagelijkse omstandigheden. Bij een 1/10 jaar storm erodeert de buffer deels. Naar verwachting moet de buffer na 5 tot 10 jaar worden aangevuld. Na een extreme storm kan mogelijk een extra beheerinspanning nodig zijn. Indien na aanleg de hoeveelheid erosie groter blijkt dan gewenst, zijn er verschillende maatregelen waarmee dit kan worden bijgestuurd.

Bij een grote hoeveelheid langstransport kunnen buffers geplaatst worden aan beide zijden van de vooroever. Om de hoeveelheid erosie van zand onder water te beperken kan bij een volgende suppletie groffer materiaal (zand met grotere korrelgrootte zand of schelpenlaag) worden aangebracht op de vooroever. Verstuiving van zand wordt in het ontwerp al tegengegaan door het aanbrengen van teelaarde. Op het hoger gelegen deel bestaat het beheer en onderhoud uit zo nodig jaarlijks bijhouden van de vegetatie: kale plekken moeten worden ingezaaid en te hoog opschietende vegetatie (struiken, bosschages en wilgen) moeten desgewenst worden verwijderd. Om natuurontwikkeling te faciliteren moet de ingezaaide vegetatie middels een natuurlijk maaibeheer worden bijgehouden. Ook de langsdam dient onderhouden te worden. We gaan ervanuit dat elke vijf jaar tien procent van het volume stortsteen moet worden aangevuld (dit is een conservatieve aanname). Ongewenste begroeiing moet worden verwijderd. Al met al wordt een relatief grote beheerinspanning verwacht, zeker omdat ook de huidige dijk (weliswaar waarschijnlijk minder frequent) nog onderhouden dient te worden.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

34

5.3.

Natuur

De IJsselmeerdijk beschermt de Flevopolder tegen het water van Natura 2000-gebied IJsselmeer. In de Voortoets Natura 2000 is beoordeeld of het Voorkeursalternatief significant negatieve effecten heeft op Natura 2000-doelstellingen. Deze beoordeling heeft een detailniveau dat past bij de mate van uitwerking van het Voorkeursalternatief en wordt tezamen met de PlanMER voor Versterking IJsselmeerdijk opgeleverd. De beoordeling leidt tot de volgende conclusies: Habitats De voor het IJsselmeer aangewezen habitattypen (zijn niet aanwezig in de nabijheid van de IJsselmeerdijk. Significant negatieve effecten op deze habitattypen zijn uitgesloten. Habitatsoorten Permanente significant negatieve effecten op zowel de meervleermuis als de rivierdonderpad zijn uitgesloten. Significant negatieve effecten als gevolg van aanlegwerkzaamheden (tijdelijke effecten) kunnen worden voorkomen door het nemen van mitigerende maatregelen. Broedvogels Significant negatieve effecten als gevolg van aanlegwerkzaamheden en als gevolg van verandering van omstandigheden ter plaatse van de vooroevers zijn bij voorbaat uitgesloten. Niet-broedvogels Waterplanten etende vogels maken in het algemeen gebruik van het plangebied om te rusten. In de huidige situatie wordt het plangebied niet gebruikt als foerageergebied, omdat er geen waterplanten groeien.

Tijdens de aanlegwerkzaamheden kunnen de waterplanten etende vogels vanwege verstoring geen gebruikmaken van het plangebied. Zij hebben voldoende uitwijkmogelijkheden. Daarom zijn significant negatieve effecten als gevolg van verstoring tijdens de aanleg uitgesloten. Na afronding van de werkzaamheden bieden de vooroevers vanwege de luwe omstandigheden en de groei van waterplanten gunstigere omstandigheden voor waterplanten etende vogels dat het plangebied in de huidige situatie. Mossel etende vogels die gebruikmaken van het plangebied worden ook verstoord door de werkzaamheden. Daarnaast gaat potentieel mosselhabitat verloren door bedekking met zand. Uit vogeltellingen blijkt dat het plangebied van relatief beperkt belang is voor de meeste mossel etende vogels in het IJsselmeer. Alleen voor de kuifeend heeft het gebied meer belang. Met name in de ruitijd is de kuifeend kwetsbaar voor verstoring. Door het treffen van gerichte mitigerende maatregelen (zoals het niet uitvoeren van verstorende werkzaamheden in de perioden dat ruiende kuifeenden in hogere aantallen aanwezig zijn) zijn significant negatieve effecten te voorkomen. Na afronding van de werkzaamheden zijn de foerageermogelijkheden voor bodemfauna etende vogels minstens net zo goed of beter dan in de huidige situatie. Visetende vogels maken vooral gebruik van het plangebied om te rusten en in mindere mate te foerageren.

Veel van deze vogels komen met name in de winterperiode in grotere aantallen voor. In gevallen dat verstoring van visetende vogels niet kan worden voorkomen, zijn er voldoende uitwijkplaatsen. Een uitzondering geldt voor ruiende futen: die moeten worden ontzien (mitigerende maatregel). Daarom kan worden geconcludeerd dat significant negatieve effecten door verstoring als gevolg van aanlegwerkzaamheden in beginsel zijn uit te sluiten. Na afronding van de werkzaamheden komen in het ondiepe water achter de langsdammen veel vissen voor, waardoor de foerageermogelijkheden voor visetende vogels beter zijn dan in de huidige situatie. Steltlopers maken in de huidige situatie geen gebruik van het plangebied. Significant negatieve effecten zijn uitgesloten. Na afronding van de werkzaamheden zullen in het (zeer) ondiepe water goede foerageeromstandigheden ontstaan voor steltlopers. Op het IJsselmeer zijn op enige afstand van de IJsselmeerdijk windturbines gepland vanuit Windplan Blauw. Aanvaringen met windturbines kunnen leiden tot vogelslachtoffers. In theorie kan de aanleg van een vogelvriendelijke vooroever ervoor zorgen dat meer vogels worden aangetrokken en dat daardoor meer kans lopen op aanvaringen met windturbines. In de Voortoets Natura 2000 zijn de aanvaringskansen met windturbines beschouwd. Van aangewezen broedvogels zijn alleen aalscholver en visdief relevant.

De kans op slachtoffers onder aalscholvers is mede vanwege de grote afstand tussen de windturbines zeer beperkt en de kans op significante effecten is nihil.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

35

Aantrekking van extra aalscholvers door gunstige foerageeromstandigheden in de vooroever leidt niet of nauwelijks tot extra aanvaringen. Aalscholvers die zich binnen een gebied van de ene foerageerplek naar een andere foerageerplek verplaatsen, vliegen laag over het water onder de minimale tiplaagte van de winturbines. Aalscholvers die al foerageren in het IJsselmeer en ook worden aangetrokken door de vooroevers lopen dus weinig kans op aanvaring. Aalscholvers die vanuit een broedkolonie een grotere afstand afleggen naar een foerageergebied, bijvoorbeeld van de Oostvaardersplasen naar het IJsselmeer, kunnen wel op een hoogte vliegen waarbij een aanvaringskans met een windturbine bestaat. De windturbines in het IJsselmeer van Windplan Blauw vormen geen obstakels in vliegroutes tussen een broedkolonie en de vooroevers. Om de bovenstaande redenen zijn significante effecten op aalscholvers uitgesloten. Eindconclusie Voor veel vogels zijn significant negatieve effecten als gevolg van de aanlegwerkzaamheden (tijdelijke effecten) bij voorbaat uitgesloten. Voor een aantal vogelsoorten en voor de habitatsoorten geldt dat mitigerende maatregelen nodig zijn om negatieve effecten te voorkomen. De details van die mitigerende maatregelen (omvang, timing e.d.) worden in de Passende Beoordeling, behorend bij de ProjectMER, uitgewerkt.

Op de langere termijn heeft de aanleg van vooroevers een positief effect op Natura 2000kernwaarden voor het IJsselmeer. Er ontstaat een meer evenwichtig systeem met goede waterkwaliteit voor waterplanten, vissen en schelpdieren, er ontstaan plas-dras situaties en (in beperkte mate) moerasranden. Hiervan profiteren veel Natura 2000-beschermde vogelsoorten.

5.4.

Visserij

Langs de IJsselmeerdijk liggen in de huidige situatie visplekken, o.a. fuikplekken en locaties waar men in bepaalde periodes ook met staand want mag vissen. Voor deze vorm van visserij beschikken de vissers over een Wet natuurbescherming (Wnb) vergunning. Bij dijkvak 2 en 3 is sprake van visserij ter plaatse van de voorgestelde vooroever van de IJsselmeerdijk. Een vooroever bij deze dijkvakken leidt tot een beperkte verschuiving van de vislocaties. Vissen blijft ook na realisatie van de vooroever mogelijk, de bestaande visrechten worden verplaatst naar de vooroeverdam. De ecologische inrichting kan bovendien leiden tot een kwaliteitsimpuls voor vissoorten, waardoor er mogelijk ook een licht positief effect voor de visvangst ontstaat. Desalniettemin wordt het effect bij de vooroever als licht negatief beoordeeld

5.5.

Archeologie

Voor het Voorkeursalternatief is aanvullend maritiem-archeologisch vooronderzoek verricht. In principe kunnen binnen het gehele buitendijkse plangebied in de diepere ondergrond onder de waterbodem sporen van bewoning en gebiedsexploitatie voorkomen uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. Indien aanwezig bevinden deze sporen zich in de top van het dekzand op overwegend NAP -10 meter. Op een aantal locaties zijn oude getijdenafzettingen afgezet in de vorm van oeverwallen waarop zich archeologische warden kunnen bevinden, daterend uit de midden fase van de Swifterbantcultuur (circa 5200-3800 v. Chr.). Sporen hiervan bevinden zich naar verwachting op NAP -6 tot -7 meter. Op of direct onder de waterbodem kunnen binnen het gehele plangebied scheepswrakken of wrakresten uit de Late Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd worden aangetroffen. Gezien het grote oppervlak van het plangebied is het niet ondenkbeeldig dat dergelijke resten aanwezig zijn die door de ingrepen kunnen worden bedreigd. Het advies geldt om vervolgonderzoek te doen bij gravende werkzaamheden die dieper gaan dan 50 cm of waarbij bij grootschalige ophoging schade kan ontstaan aan archeologische resten. Ter hoogte van de beoogde vooroeverdam is dit noodzakelijk, omdat deze gefundeerd wordt op een zandcunet.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

36

5.6.

Kabels en leidingen

Vanuit kabels en leidingen zijn de volgende raakvlakken gesignaleerd voor het Voorkeursalternatief:  Voor dijkvak 1 en dijkvak 2 is de verlegging van laagspanningskabels, middenspanningskabels en een enkele datakabel noodzakelijk. Dit is met name zo op locaties waar er sprake is van een grondversterking binnendijks/ vierkant (middendeel dijkvak 2). Bij de vooroever is bovendien een raakvlak gesignaleerd met de bestaande kabels van het bestaande windmolenpark. De verleggingen zijn noodzakelijk omdat kabels straks mogelijk te diep in de dijk komen te liggen en daarmee niet meer voldoen aan de beleidsregels van Waterschap Zuiderzeeland. In afstemming met de leidingbeheerders dienen er voor deze locaties verleggingsplannen te worden opgesteld.  Daarnaast loopt er separaat nog een toetsing van kruisende leidingen aan de waterveiligheidsnormen, waaronder de belangrijke grote gasleiding bij de Maximacentrale. Van enkele kruisende leidingen die zijn getoetst is nog niet gebleken dat deze voldoen. De eventuele verleggingsopgave voor de kruisende leidingen staat echter los van de voorgenomen dijkversterking en de gemaakte keuze voor het Voorkeursalternatief.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

37

6.

Duurzaamheid Voorkeursalternatief

6.1.

Duurzaamheidsdoelen

De versterking van de IJsselmeerdijk heeft bij de start een duidelijk opdracht meegekregen van het bestuur van het waterschap: "kies voor maximale duurzaamheid”. Het projectteam voor de dijkversterking is hier resoluut mee aan de slag gegaan door deze opdracht uit te werken in concretere ambities en voortdurend tijdens het ontwerpproces te meten en te zoeken naar mogelijkheden om de duurzaamheid te vergroten. Hierdoor is een Voorkeursalternatief ontworpen waardoor de dijkversterking klimaatneutraal kan worden gerealiseerd, in grote mate circulair is en de potentie heeft om een belangrijke bijdrage te leveren aan biodiversiteit op en om de dijk. Het project heeft bij de start van de verkenningsfase de ambities vastgelegd:  Klimaatneutraal te versterken door emissie van CO2 zoveel mogelijk te beperken, mogelijkheden voor opwekken duurzame energie te benutten en het effect op het milieu met 50% te verminderen.  Circulair te versterken door alleen materialen te gebruiken die in toekomst volledig herbruikbaar zijn, 90% van de materialen die tijdens de versterking vrij komen her te gebruiken en 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken  Vergroten biodiversiteit van dijk en aanliggende ecologisch systeem van het IJsselmeer.

Figuur 6-1: Duurzaamheidsambities IJsselmeerdijk voor circulariteit, klimaat & energie en biodiversiteit

Het Voorkeursalternatief kan duurzaamheidsambities waarmaken. In de Duurzaamheidsrapportage Voorkeursbeslissing wordt de mate van duurzaamheid van het Voorkeursalternatief verder toegelicht en uitgewerkt. Hieronder staan de belangrijkste conclusies.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

38

6.2.

Klimaatneutraal en 50% minder milieueffect

Het Voorkeursalternatief heeft in vergelijking met andere kansrijke alternatieven de meest potentie om klimaatneutraal te kunnen worden uitgevoerd en heeft het minst negatief milieueffect, met andere woorden: de laagste MKI1. In de verkenning is gestuurd op een zo laag mogelijke uitstoot van CO2. CO2-uitstoot: Bij het Voorkeursalternatief is de verwachte emissie van CO2 25% lager ten opzichte van de emissie van het technische referentieontwerp2 dat opgesteld is voorafgaand aan de verkenningsfase. Hiervoor is wel nodig dat in de realisatie van de dijkversterking 70% van het rollend materieel emissieloos is. Als tevens duurzame energie wordt opgewekt met zonnepanelen op de dijk (zie het meekoppelproject Zon-A6), dan is het doel van een klimaatneutrale dijkversterking haalbaar. MKI: Het milieueffect van het Voorkeursalternatief is circa 40% lager dan van het technische referentieontwerp. Het milieueffect wordt voor 2/3 veroorzaakt door de productie en winning van grote hoeveelheden zand, klei en stortsteen. De ambitie is om 50% reductie te realiseren. Het is mogelijk om het Voorkeursalternatief zodanig uit te werken dat het milieueffect wordt beperkt en de gestelde ambitie wordt gerealiseerd.

Figuur 6-2: Reductie CO2-emissie

6.3.

Figuur 6-3: Reductie Milieu-impact

Circulair versterken

Ten aanzien van circulariteit kan geconcludeerd dat het Voorkeursalternatief de potentie heeft om in belangrijk mate circulair te kunnen worden uitgevoerd. Preventie: De ambities voor circulariteit worden gehaald. Het eerste principe circulariteit is preventie, ‘niet doen wat niet echt hoeft’ is. Hier is in de verkenning volop ingezet. De hydraulische belastingen zijn aangescherpt en met een subsidie uit het Kennis en Innovatie fonds van het Hoogwaterbeschermingsprogramma, konden geavanceerde rekenmethoden worden gebruikt. Het resultaat was dat voor de versterking van dijkvak 4 en 5 geen grondverzet meer nodig is waardoor de MKI van deze dijkvakken aanzienlijk afneemt. Nieuwe materialen: Van de materialen van het Voorkeursalternatief is in de (verre) toekomst, als weer moet worden aangepast, circa 97% herbruikbaar. In de planuitwerking wordt onderzocht dit percentage kan worden verhoogd. De ambitie blijft immers dat de materialen in de versterkte dijk 100% herbruikbaar zijn.

Dit milieueffect is de zogenaamde Milieukosten indicator (MKI) waarin het effect op 11 milieuthema’s wordt uitgedrukt in één getal, waardoor alternatieven vergelijk kunne worden beoordeeld. 2 Het technische referentieontwerp is een directe technische c.q. waterbouwkundige vertaling, zonder nadere afwegingen en optimalisaties, van de waterveiligheidsopgave in een ontwerp van de dijk. 1

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

39

Vrijkomende materialen: De materialen die vrijkomen uit de bestaande dijk zijn voor 94% herbruikbaar en hiervan wordt het overgrote deel weer gebruikt in het Voorkeursalternatief. Circa 6% kan niet meer worden gebruikt omdat het deel van de stortsteen niet volledig van de waterbodem kan worden verwijderd. De gestelde ambitie van 90% hergebruik kan dus worden gerealiseerd. Primaire grondstoffen: met het Voorkeursalternatief is het mogelijk om het gebruik van primaire grondstoffen terug te brengen tot minder dan 50%. Dit komt vooral omdat het mogelijk is om grond (zand, klei, slib), die vrijkomt bij het op diepte brengen van vaargeulen in het IJsselmeer, te verwerken in de vooroever.

6.4.

Vergroten biodiversiteit

Het Voorkeursalternatief heeft de potentie om een belangrijke bijdrage te leveren aan de biodiversiteit. In de eerste plaats omdat in het ontwerp een vooroever is opgenomen. Deze vooroever is ontworpen om te voldoen aan de waterveiligheidseisen. Dit is al voldoende om een bedrage te leveren aan de natuurwaarde. Als aanvullend op dit ontwerp een ecologische inrichting wordt gerealiseerd (zie hoofdstuk 7 over meekoppelkansen), zijn de voorwaarden geschapen voor een grote bijdrage aan het ecologische systeem van het IJsselmeer. Daarnaast heeft het Voorkeursalternatief een aantal mogelijkheden om de biodiversiteit te vergroten. In de planuitwerking worden deze mogelijkheden verder uitgewerkt. Het gaat hierbij om:  Vergroten biodiversiteit van overgang van de dijk naar het IJsselmeer waar geen vooroever is door de inrichting van de teenbescherming/ plasberm/ vooroever te variëren en daarmee de potentie voor biodiversiteit te vergroten.  Vergroten biodiversiteit grasbekleding door met de inrichting en de materialisatie van de dijk (dijkprofiel + samenstelling toplaag + inzaai) de voorwaarden te maken voor de ontwikkeling van een gevarieerde vegetatie. In de planuitwerking moet worden bepaald met onderzoek welke delen van de dijk de meeste potentie heeft in combinatie met het voornemen om zonnepanelen op de dijk aan te brengen.  Vergroten biodiversiteit steenbekleding.

In de planuitwerking kan worden bepaald wat de ecologische potentie kan zijn van de teenconstructie en steenbekleding. Het doel is om deze zo te realiseren dat het de groei van korstmossen bevordert.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

40

7.

Meekoppelkansen en innovaties

De verkenningsfase heeft niet alleen een oplossing voor de waterveiligheid opgeleverd. Er is ook een aantal kansrijke ontwikkelingen naar voren gekomen die worden uitgewerkt in het vervolg: de zogenaamde meekoppelkansen. Deze meekoppelkansen worden beschreven in deze paragraaf. Ze vormen geen onderdeel van de formele Voorkeursbeslissing. Er is dus nog niet definitief over besloten. Deze meekoppelkansen zijn niet van invloed op de haalbaarheid van de Voorkeursbeslissing. In de verkenningsfase is ook een aantal innovaties uitgevoerd of opgestart. Deze hebben als doel om de uiteindelijke dijkversterking doelmatiger of duurzamer uit te voeren. De belangrijkste worden in deze paragraaf beschreven.

7.1.

Meekoppelkansen

De relevante meekoppelkansen worden hier genoemd. Een uitputtend overzicht van alle verkende meekoppelkansen is opgenomen in Notitie Kansrijke Meekoppelkansen. 7.1.1.

Ecologische optimalisatie vooroever

Het Voorkeursalternatief gaat uit van een vooroever die wordt ingericht dat deze de waterveiligheidsopgave oplost en vergunbaar is. Daarmee ontstaat al veel ecologische meerwaarde ten opzichte van een klassieke dijkversterking. Er is echter meer ecologische waarde te behalen door een optimale ecologische inrichting en beheer: de ecologische plusvariant. Dit valt niet onder een sober en doelmatig ontwerp, maar betreft een meekoppelkans. In de verkenningsfase is deze meekoppelkans uitgewerkt met een schetsontwerp en een kostenraming. In Figuur 7-1 is een visualisatie opgenomen van een ecologische optimaal ingerichte vooroever in relatie tot een basale ecologische inrichting. Het gaat hierbij om het aanbrengen van meer variatie in bodemhoogte, eilandjes, beplanting en structuren, zoals bijvoorbeeld dode bomen om meer diversiteit voor flora en fauna te bieden. Bij dijkvak 1 en 2 ten noorden van de Maxima-centrale kan deze ecologisch optimale inrichting worden toegepast. Ten zuiden van Flevokust wordt de inrichting zo dat de ecologische inrichting geen belemmering vormt voor toekomstige ontwikkelingen.

Figuur 7-1: Schets ecologische optimaal ingerichte vooroever (rechts) versus basisvariant (links)

Vanuit waterschap en gebiedspartners is er de wens om de vooroever ecologisch optimaal in te richten. Om de ecologische plusvariant te realiseren, sluiten de partners uit de Bestuurlijke Begeleidingsgroep met een elkaar een intentieverklaring. Deze richt zich op het mogelijk maken en

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

41

de aanvullende financiering van deze ecologische plusvariant. De geraamde meerkosten van de ecologische plusvariant bedragen circa € 10 miljoen euro, waarbij het plan is om een deel te financieren vanuit een bijdrage van gebiedspartners en een deel met landelijke of Europese bijdragen. De vooroever is in basale vorm te ontwikkelen zonder deze meekoppelkans. In de planuitwerkingsfase wordt deze meekoppelkans verder geconcretiseerd. 7.1.2.

Beheerpad opwaarderen naar fietspad

Het beheerpad op het buitentalud van de dijk moet grotendeels vervangen worden. Dit is een kans om dit beheerpad op te waarderen naar een volwaardig fietspad. Dit is een wens van onder andere fietsersbond, gemeenten en provincie. Het is een potentieel aantrekkelijke (snel)fietsroute, maar staat door de vele hindernissen bekend als de ‘slagboomroute’. Provincie Flevoland een budget van circa € 1 miljoen toegezegd voor het realiseren van een fietspad. Hierover wordt een samenwerkingsovereenkomst tussen het waterschap en de provincie gesloten. Het gaat hierbij om zaken als het verwijderen van obstakels, belijning en bebording en het verbreden van smalle stukken en het creëren van een fietsovergang van binnendijks naar buitendijks ter hoogte van de Klokbekerweg. De exacte invulling van deze meekoppelkans wordt in de planuitwerkingsfase verder uitgewerkt.

Figuur 7.2: Foto’s van het huidige beheerpad en obstakels daarop

7.1.3.

Ontwikkelen recreatielocatie

De fietsroute over de IJsselmeerdijk is lang en heeft weinig interessante punten om naartoe te fietsen. Het is de wens van Waterschap, Provincie en gemeente Dronten en Lelystad om het traject qua recreatiemogelijkheden te verbeteren. Er is een interessante locatie ter hoogte van de Klokbekerweg die zich goed leent voor zo’n recreatielocatie. Hier begint de vooroever, is een fietsverbinding te maken met het binnenland. Hier kruist het rivierduingebied en de Swifterbantcultuur in de ondergrond de dijk en hier ligt de parkeerplaats langs de A6. Tussen Maxima-centrale en Flevokust staat nu het monument van Jan Wolkers. Eén van de geopperde ideeën in het participatietraject is om dit monument een beter tot z’n recht te laten komen. Wellicht op deze locatie. We hebben daarom de ambitie om met elkaar een volwaardige recreatielocatie te creëren. Door natuur en cultuur te combineren, denk aan: een uitzichtpunt over de nieuwe natuur met daarbij mogelijk het monument met een gedicht van Jan Wolkers, het verhaal van de dijk en Flevoland en de Swifterbantcultuur. Dit plan is nog in een pril stadium en kan in de planuitwerkingsfase verder worden uitgewerkt qua ontwerp, draagvlak en financiering. 7.1.4.

Zonnepark op binnentalud

Rijkswaterstaat heeft een project waarbij zij op gronden langs de snelweg zonneparken realiseert. Voor Flevoland is dit project Zon-A6. De IJsselmeerdijk en de naastgelegen A6 zijn onderdeel van de scope van dit project. Zuiderzeeland verkent samen met andere landelijke partijen de mogelijkheid en wenselijkheid van zonnepanelen op dijken. Hiervoor heeft Zuiderzeeland onder andere een proeflocatie op de Knardijk. Enerzijds heeft deze ontwikkeling potentie om flink bij te dragen aan de energietransitie en om de dijkversterking CO2-neutraal uit te voeren. Ook kan een goed ontworpen lint van zon op de dijk bijdragen aan het karakter van een energiedijk en daarbij een vervanging vormen voor de windmolens direct langs de dijk die in 2022 verwijderd worden. Anderzijds zijn er nog belangrijke vragen ten aanzien van waterveiligheid, beheer, netaansluiting en de economische haalbaarheid. Al met al nog onzeker, maar belangrijk genoeg om verder uit te werken.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

42

Figuur 7.3: Schetsmatige weergave van een zonnepark op de IJsselmeerdijk

De landschapsarchitecten van beide projecten hebben een ontwerp gemaakt voor de mogelijke landschappelijke inrichting van zonnepanelen op de binnenberm van de IJsselmeerdijk ter hoogte van de A6. In de volgende fase werken we deze meekoppelkans verder uit, waarbij er gekeken wordt naar hoe dit zonnepark een aansluiting op het net kan krijgen, hoe de energie getransporteerd wordt, hoe de businesscase er uit ziet, wie het zonnepark ontwikkelt, beheert en exploiteert.

7.2.

Innovaties

Innovaties zijn belangrijk om de kosten van de dijkversterking beperkt te houden en om de dijkversterking duurzamer uit te kunnen voeren. In de verkenningsfase zijn uitgebreide alle mogelijke innovaties verkent. In de Notitie afweging kansrijke innovaties zijn de resultaten hiervan opgenomen. Drie nieuwe innovatietrajecten zijn opgestart: 7.2.1.

Probabilistische rekentechniek grasbekleding

Door Deltares is, in opdracht van het project, een rekentechniek ontwikkeld om de verschillende faalmechanismen voor de grasbekleding gecombineerd door te rekenen op een probabilistische wijze. Hiermee is een eerste stap gezet. Deze innovatie is nog niet uitontwikkeld en is slechts deels toegepast in dit project. Uiteindelijk is semi-probabilistisch gerekend en het slim omgaan met de faalkansruimte heeft ertoe geleid dat de dijk enkele decimeters minder verhoogd hoeft te worden dan eerder was aangenomen. Deze techniek is ontwikkeld binnen het budget van de verkenningsfase. De techniek is ook toepasbaar voor komende dijkversterkingen. 7.2.2.

Dashboard Duurzaamheid

In het project is gewerkt met een duurzaamheidsdashboard van RHDHV. Hiermee is de milieuimpact van verschillende alternatieven inzichtelijk gemaakt, zodat een goede afweging gemaakt kon worden op het afwegingscriterium duurzaamheid. Met de inzichten uit het dashboard was het mogelijk om scherper te ontwerpen, wat leidt tot een duurzamer ontwerp. Met deze ervaring is bij het hoogwaterbeschermingsprogramma een plan ingediend voor het maken van een duurzaamheidsdashboard die voor alle dijkversterkingsprojecten toepasbaar is. 7.2.3.

Dijkerosie

De derde is een innovatietraject voor het ontwikkelen van erosiebestendige overgangen op de dijk, door een mix van mineraal poeder en cement toe te voegen aan bestaande kleilagen wordt deze erosiebestendiger. Hierdoor kan uiteindelijk volstaan worden met minder dijkverhoging en daarmee met lagere kosten. Ook voor dit innovatietraject is bij het hoogwaterbeschermingsprogramma een plan ingediend voor verdere uitwerking. Mogelijk zijn de uitkomsten van dit innovatietraject nog tijdig beschikbaar om te worden toegepast op de binnenwaartse dijkversterking in dijkvak 2. De winst van deze innovatie is niet groot genoeg om tot een andere keuze voor het Voorkeursalternatief te komen. Wel kan dit traject leiden tot een lagere benodigde kruinhoogte voor dijkvak 2 en daarmee lagere kosten. Ook voor toekomstige dijkversterkingen is dit traject relevant.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

43

7.2.4.

Innovaties in de volgende fase

Bij de verkenning is een aantal innovaties afgewogen die niet relevant waren voor de verkenningsfase, maar mogelijk wel voor de planuitwerkingsfase. In de planuitwerking worden die opnieuw overwogen. Voorbeelden hiervan zijn:  kennisontwikkeling bloemrijk gras op dijken;  ontwikkeling rekenmethodiek voor de teenconstructie;  innovaties met betrekking tot de steenbekleding;  innovaties met betrekking tot zandsuppleties voor de vooroever;  innovaties met betrekking tot zero-emissie werken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=23cc527b-a0bd-480e-a93b-73851408cfe7