CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Notitie Voorkeursbeslissing IJsselmeerdijk

Raadsvergadering 17 mei 2022, gemeente LelystadBij agendapunt: 154. Intentieverklaring Versterking IJsselmeerdijk18.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verkenningsfase Versterking IJsselmeerdijk

Notitie Voorkeursbeslissing 15 maart 2022

stikstoProjectteam IJsselmeerdijk Waterschap Zuiderzeeland en ingenieursbureau Royal HaskoningDHV p/a Postbus 229 8200 AE LELYSTAD 0320 274 911 ijsselmeerdijk@zuiderzeeland.nl www.zuiderzeeland.nl

Versie 0.1

Datum 22 02 2022

0.2

04 03 2022

0.3

15 03 2022

Toelichting H3 gevuld door Janneke, voorstel om H8 en 9 te integreren in H3 H9 gevuld en H1 t/m H3 deels geëdit door Teun Versie interne en externe review

Voor gezien

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

2

Verantwoording

Titel:

Verkenningsfase Versterking IJsselmeerdijk Notitie Voorkeursbeslissing

Bestandsnaam:

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

Rapportnummer: Vastgesteld voor het college van Dijkgraaf en Heemraden:

[datum]

Redactie:

O. Nieuwenhuis, R. van de Laar, J. Pieters, T.A. Wendt, J. Eerens-Kostense

Gecontroleerd door:

T.A. Wendt

Paraaf gecontroleerd:

..................................

Goedgekeurd door:

N. Tabor

Paraaf goedgekeurd:

..................................

Datum:

[datum]

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

3

Samenvatting Achtergrond, opgave en doelen De IJsselmeerdijk met een lengte van 17,6 kilometer beschermt de diepe Flevopolder tegen het water van het IJsselmeer. De dijk heeft een strenge veiligheidsnorm in verband met grootschalige gevolgen van een doorbraak. De IJsselmeerdijk is bovendien de zwaarst aangevallen dijk van de Flevopolder (ontwerpgolven van meer dan 3 meter hoog, ontwerpwaterstand bijna 2,5 meter hoger dan gemiddeld waterpeil). Uit de toetsing in 2018 is gebleken dat de dijk niet meer voldoet aan de vigerende veiligheidsnormen. De steenbekleding (stortsteen en zetsteen), het asfalt aan de buitenzijde en de grasbekleding aan buiten- en binnenzijde zijn niet sterk genoeg. Tijdens maatgevende zeer zware stormen kan de dijkbekleding instabiel raken door golfklappen of golfoverslag; de dijk heeft een hoogtetekort. Er zijn 2 hoofdtrajecten te onderscheiden: de Meerdijk aan het IJsselmeer en de Baaidijk aan de Baai van Van Eesteren in de luwte van de Houtribdijk. De Meerdijk heeft een flinke hoogteopgave (1-2 meter afhankelijk van de oplossing), voor de Baaidijk is uit nadere analyse gebleken dat er geen hoogteopgave is. Voor beide trajecten moeten bekledingen vervangen worden. Voor de feitelijke waterkering liggen een aantal buitendijkse gebieden.

Van zuid naar noord gaat het om Houtribhaven, Deko Marina, Parkhaven, Houtribhoekstrand, Flevo Marina, Flevokust en de Maxima-centrale. De buitendijkse gebieden vallen buiten de scope. De gebieden zijn wel onderdeel van het ontwerpproces, omdat deze de golfbelasting op de achterliggende primaire kering verlagen. Het doel van project Versterking IJsselmeerdijk is het realiseren van een veilige en toekomstbestendige dijk (zichtjaar 2080), met specifieke aandacht voor kansen op het vlak van biodiversiteit, meekoppeling, innovaties en duurzaamheid. Het plan dient bestuurlijk en maatschappelijk gedragen te worden en te passen binnen de beschikbare financiële middelen. WAT? De Voorkeursbeslissing De Voorkeursbeslissing betreft het Voorkeursalternatief op hoofdlijnen. Het Voorkeursalternatief, resulterend uit de integrale afweging van alternatieven en aansluitend bij de gestelde projectdoelen, bestaat voor de Meerdijk (circa 14 km) uit de volgende elementen:  Een vooroeveroplossing waar dit mogelijk is. De noordelijke vooroever (ten noorden van Maxima-centrale, lengte circa 7 km) is circa 50-60 meter breed, de zuidelijke vooroever (ten zuiden van Flevokust, lengte circa 3 km) is circa 30-60 meter breed. De vooroever bestaat uit een vooroeverdam met openingen voor waterverversing, met daarachter ondiep water en een erosiebuffer ter compensatie van te verwachten zandverliezen.

Figuur 0-1: Impressie van de vooroever (beperkte ecologische inrichting) met verspringende langsdammen bij openingen

Ter plekke van en direct naast de Maxima-centrale en de Flevokust is de inpassing van een vooroever niet mogelijk. Op dit traject van circa 3,5 km is gekozen voor een dijkverzwaring met een grondoplossing binnendijks/ vierkant.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

4

  

Direct achter Flevokust en de Maxima-centrale is verhoging van de dijk vanuit waterveiligheid niet nodig. Wel zijn hier maatregelen nodig om de aangrenzende versterking goed in te passen. Hierdoor ontstaan een aantal overgangen en aansluitingen, behoud van rechte lijnen voor kruinlijn en teenlijn is het startpunt voor verdere uitwerking in de planuitwerkingsfase (geen verspringingen). Het vervangen van asfalt op de buitenberm langs het volledige traject (circa 14 km).

Voor de Baaidijk (circa 3,5 km) is één alternatief uitgewerkt. Door het wegvallen van de hoogteopgave zijn hier geen onderscheidende alternatieven. Het Voorkeursalternatief bestaat uit:  Vervanging van zetsteen en teenconstructie langs dijkvak 4 en kleine stukjes van maatwerkvak Flevo Marina (totale lengte van circa 1,5 km).  Het verhogen van de buitenberm + zetsteenbekleding langs dijkvak 4, maatwerkvak Houtribstrand, kleine stukjes van maatwerkvak Flevo Marina en delen van dijkvak 5 Parkhaven (totale lengte van circa 2 km).  Het vervangen van asfalt op de buitenberm langs het volledige traject (circa 3,5 km). HOE? Proces van trechteren In dit project werken we conform de gedachte van de nieuwe Omgevingswet. In dat kader is een uitgebreide verantwoording en motivering van het doorlopen participatietraject gedurende de verkenningsfase opgesteld. De participatie is zorgvuldig doorlopen op verschillende manieren: informatiebijeenkomsten voor bewoners, 1-op-1 gesprekken met belanghebbenden, belevingsonderzoek via enquêtes, meerdere thematafels en ontwerpateliers en verkennende overleggen over maatwerklocaties Flevokust en Maxima centrale. Deze verschillende wijzen van participatie hebben inbreng geleverd voor de afweging van alternatieven en mogelijke meekoppelkansen en innovaties. Deelnemers vonden het nuttig en leerzaam en stelden de vroegtijdige betrokkenheid op prijs.

Daarnaast zijn de deelnemers enthousiast over het vooroeveralternatief, er is breed draagvlak in de omgeving. De zorg- en aandachtspunten zijn goed in beeld en worden meegenomen naar de planuitwerking. De belanghebbenden bij de maatwerklocaties zien meerwaarde zien in de voorgestelde aansluiting op hun specifieke locatie en zij geven aan dat hun belangen goed verwoord zijn in de opgestelde klantwensen. De gestelde doelen op participatie en communicatie zijn behaald. Naast de participatiebijeenkomsten zijn er twee ambtelijke groepen (een Ambtelijke Begeleidingsgroep en een Ambtelijke Werkgroep Bevoegd Gezag) en een bestuurlijke begeleidingsgroep actief. Deze hebben bij elke mijlpaal meegedacht over de beslissing en hun ideeën en aandachtpunten meegegeven. Resultaat is dat er nu een gezamenlijke intentieverklaring voor de realisatie van een vooroever ondertekend gaat worden. HOE? Inhoud van trechtering en effectbeoordeling Voorkeursalternatief In het ontwerpproces werken we het ontwerp uit van grof naar fijn. Dit is een creatief en iteratief proces.

Daarvoor is een ontwerpproces ontwikkeld via een aantal ‘zeef’-momenten:  Zeef 0 - Kansrijke bouwstenen: oplossingen voor een specifiek deel van de totale opgave;  Mogelijke alternatieven: een combinatie van bouwstenen die het hele veiligheidsprobleem oplost over een heel dijkvak;  Zeef 1 - Kansrijke alternatieven: de alternatieven die na een uitgebreide beoordeling het meest haalbaar worden geacht per dijkvak;  Zeef 2 - Voorkeursalternatief: het beste alternatief voor de dijkversterking, waarbij er over de totale lengte van de dijk ook een samenhangende keuze gemaakt is. In de zeven hebben we de alternatieven ten opzichte van elkaar afgewogen op voor- en nadelen op vooraf vastgestelde onderwerpen vanuit het afwegingskader. De hoofdthema’s binnen het toegepaste afwegingskader zijn: Haalbaarheid, Beheerbaarheid, Kosten en Planning, Duurzaamheid, Inpassing in de omgeving, Gebruik en Draagvlak. Het gehele trechteringsproces is vastgelegd in de PlanMER. Bovenstaande stappen zijn doorlopen voor de Meerdijk, en gedeeltelijk voor de Baaidijk. Hieruit is het Voorkeursalternatief gekozen. Het belangrijkste argumenten voor deze keuze zijn de effectiviteit voor de waterveiligheid en de grote meerwaarde voor natuur en recreatie van de vooroever en het brede draagvlak/ enthousiasme voor dit alternatief.

De levensduurkosten waren voor alle kansrijke alternatieven redelijk vergelijkbaar, waarbij de vooroever goedkoper is op aanleg maar iets duurder in instandhouding. Ook de milieu-impact is vergelijkbaar voor de

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

5

afgewogen kansrijke alternatieven. Mogelijke negatieve effecten van de Vooroever zijn de toename van de beheerinspanning en de mogelijke invloed op de visserij. Deze wegen niet op tegen de voordelen, maar verdienen wel specifieke aandacht in het vervolg. Nadere analyse gecombineerd Voorkeursalternatief Het Voorkeursalternatief is zorgvuldig en in behoorlijk hoog detailniveau uitgewerkt in een 3D Referentieontwerp VKA. Op basis van dit referentieontwerp zijn hieronder de resulterende effecten, kosten, duurzaamheid, meekoppelkansen en innovaties kort beschreven.  Effecten op hoofdthema’s (hoofdstuk 5) Voor het gecombineerde alternatief is in de PlanMER een aanzet gedaan van de effecten van het Voorkeursalternatief op de belangrijkste thema’s: 1. Ruimtelijke kwaliteit en beleving, 2. Beheerbaarheid, 3. Duurzaamheid, 4. Natuur en 5. Visserij. De belangrijkste conclusie uit de Voortoets Natura 2000 is dat voor veel vogels significant negatieve effecten als gevolg van de aanlegwerkzaamheden bij voorbaat zijn uitgesloten. Voor een aantal vogelsoorten en voor de habitatsoorten geldt dat mitigerende maatregelen nodig zijn om negatieve effecten te voorkomen. Op de langere termijn heeft de aanleg van vooroevers een positief effect op Natura 2000-kernwaarden voor het IJsselmeer.

De effectbeoordeling van het Voorkeursalternatief wordt in de planuitwerkingsfase nader uitgewerkt in de ProjectMER (en bijbehorende passende beoordeling voor de natuureffecten).  Investeringskosten en instandhoudingskosten (hoofdstuk 8) De berekende investeringskosten van het gecombineerde Voorkeursalternatief over het gehele traject van 17,6 kilometer zijn circa € 226 miljoen inclusief btw. De bandbreedte van de investeringskosten ligt tussen € 174 miljoen en € 280 miljoen inclusief btw. De instandhoudingskosten zijn circa € 113 miljoen (contante waarde over periode van 100 jaar). Ook deze kosten kennen nog een grote mate van onzekerheid (bandbreedte). De grootste bijdrage aan de bandbreedte wordt veroorzaakt door het onderhoud aan de vooroever: risico op sneller eroderen en de voorziene kosten voor suppleren.  Duurzaamheid (hoofdstuk 6) De versterking van de IJsselmeerdijk is ingezet op maximale duurzaamheid. Dit is actief uitgewerkt in concrete ambities en doelen, en gedurende elk zeefmoment meegewogen via het duurzaamheidsdashboard. Hierdoor is een Voorkeursalternatief ontworpen, waarmee naar verwachting de dijkversterking klimaatneutraal kan worden gerealiseerd, welke in grote mate circulair is en die de potentie heeft om een belangrijke bijdrage te leveren aan biodiversiteit op en om de dijk.

De belangrijkste biodiversiteitskansen betreffen de ecologische inrichting van de zone teen/ plasberm/ vooroever, het vergroten van biodiversiteit op de grasbekleding via gevarieerde vegetatie en het vergroten van de biodiversiteit van de steenbekleding (bevorderen groei van korstmossen).  Meekoppelkansen en innovaties (hoofdstuk 7) Uit het participatieproces werd duidelijk dat de grootste meerwaarde voor de IJsselmeerdijk ligt in het vergroten van de natuurwaarden en de beleving van die natuurwaarden en de cultuurhistorie door recreanten. Dit sluit goed aan bij de relevante meekoppelkansen die in de verkenningsfase geïdentificeerd zijn: 1. Ecologische optimalisatie vooroever; 2. Beheerpad opwaarderen naar fietspad; 3. Ontwikkelen recreatielocatie; 4. Zonnepark op binnentalud. Deze meekoppelkansen gaan mee naar de volgende fase. Ze vormen geen onderdeel van de formele Voorkeursbeslissing en zijn ook niet van invloed op de haalbaarheid hiervan. Innovaties zijn belangrijk om de kosten van de dijkversterking beperkt te houden en om de dijkversterking duurzamer uit te kunnen voeren. In de verkenningsfase zijn uitgebreid alle mogelijke innovaties verkend. Naar aanleiding hiervan zijn drie nieuwe innovatietrajecten gestart: 1. Probabilistische rekentechniek grasbekleding; 2. Dashboard Duurzaamheid; 3. Dijkerosie, erosiebestendige overgangen op de dijk.

Daarnaast zijn een aantal innovaties verkend die in de planuitwerking relevant kunnen worden: kennisontwikkeling bloemrijk gras op dijken, ontwikkeling rekenmethodiek teenconstructie, innovaties steenbekleding, innovaties zandsuppleties vooroever, innovaties zero-emissie.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

6

Inhoud 1.

Waarom: De opgave................................................................................................. 9 1.1. Scope van het project ............................................................................................... 9 1.2. Opgave dijkversterking ........................................................................................... 10 1.3. Projectdoel en ambities ........................................................................................... 12 1.4. Aanscherping versterkingsopgave ............................................................................ 13

2.

Wat: De Voorkeursbeslissing ................................................................................... 14 2.1. Voorkeursbelissing ................................................................................................. 14 2.2. Beschrijving Referentieontwerp ................................................................................ 17

3.

Hoe: Proces van trechteren ..................................................................................... 20 3.1. Omgevingswet ....................................................................................................... 20 3.2. Opbrengst van het participatie- en communicatietraject .............................................. 20 3.3. Input voor meekoppelkansen................................................................................... 21 3.4. Hoe zijn belanghebbenden en geïnteresseerden betrokken? ........................................ 22 3.5. Wie waren de deelnemers?...................................................................................... 23 3.6. Ambtelijk en Bestuurlijke Begeleidingsgroepen .......................................................... 24 3.7. Informatie en communicatie .................................................................................... 24 3.8. Doel participatie en communicatie behaald ................................................................ 24

4.

Hoe: Inhoud van de trechtering ............................................................................... 25 4.1. Doorlopen stappen ................................................................................................. 25 4.2. Het afwegingskader ................................................................................................ 25 4.3. Ontwerp van de alternatieven .................................................................................. 26 4.4. Keuze voor het Voorkeursalternatief ......................................................................... 29 4.5. Robuustheid keuze Voorkeursalternatief.................................................................... 31

5.

Effecten Voorkeursalternatief ................................................................................... 33 5.1. Ruimtelijke kwaliteit en beleving .............................................................................. 33 5.2. Beheerbaarheid ..................................................................................................... 34 5.3. Natuur .................................................................................................................. 35 5.4. Visserij ................................................................................................................. 36 5.5. Archeologie ........................................................................................................... 36 5.6. Kabels en leidingen ................................................................................................ 37

6.

Duurzaamheid Voorkeursalternatief .......................................................................... 38 6.1. Duurzaamheidsdoelen ............................................................................................ 38 6.2. Klimaatneutraal en 50% minder milieueffect ............................................................. 39 6.3. Circulair versterken ................................................................................................ 39 6.4. Vergroten biodiversiteit........................................................................................... 40

7.

Meekoppelkansen en innovaties ............................................................................... 41 7.1. Meekoppelkansen................................................................................................... 41 7.2. Innovaties ............................................................................................................. 43

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

7

8.

Kosten Voorkeursalternatief .................................................................................... 45 8.1. Subsidiabele en Niet Subsidiabele kosten .................................................................. 45 8.2. Risicoreserveringen ................................................................................................ 46 8.3. Meerkosten meekoppelkansen ................................................................................. 46

9.

Vervolg ................................................................................................................. 47 9.1. Proces van vaststellen Voorkeursbeslissing................................................................ 47 9.2. Aandachtspunten ontwerp vervolgfase ...................................................................... 47 9.3. Doorkijk proces planuitwerking en realisatie .............................................................. 48

Bijlagen ........................................................................................................................... 49 Bijlage 1: Technische uitwerking en onderbouwing Voorkeursalternatief................................ 49 Bijlage 2: PlanMER ......................................................................................................... 49 Bijlage 3: Verantwoording participatie .............................................................................. 49 Bijlage 4: SSK-raming Voorkeursalternatief (niet openbaar) ................................................ 49

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

8

1.

Waarom: De opgave

1.1.

Scope van het project

De IJsselmeerdijk beschermt de diepe Flevopolder (Oostelijk en Zuidelijk Flevoland) tegen het water van het IJsselmeer. In 2018 heeft Waterschap Zuiderzeeland beoordeeld of de IJsselmeerdijk zo sterk is als de waterveiligheidsnormen voorschrijven. Dat blijkt niet zo te zijn. Sinds 2017 gelden voor de waterkeringen in Nederland nieuwe wettelijke waterveiligheidsnormen. Deze norm is voor Flevoland strenger dan daarvoor, om in te spelen op de gevolgen van klimaatverandering en om het toegenomen aantal inwoners en de hogere economische waarde in Flevoland beter te beschermen. De waterkering voldoet ruim niet aan de nieuwe strengere norm die eraan gesteld is. Dat wil niet zeggen dat er op dit moment acuut een onveilige situatie is. Het betekent wel dat een dijkversterking nodig is. Het is de wettelijke taak van het waterschap om de keringen aan de normen te laten voldoen. Zuiderzeeland is daarom in 2019 gestart met dit meerjarige project Versterking IJsselmeerdijk. Het project bestaat uit een verkenningsfase van 2 jaar, gevolgd door een planuitwerkingsfase van 2 jaar en een realisatiefase van 3 jaar. De IJsselmeerdijk is de zwaarst aangevallen dijk van de Flevopolder. Dat komt door de ligging, waarbij bij noordwesterstorm de wind over de volle lengte van het IJsselmeer waterstanden en golven tegen de dijk opzet.

De dijk beschermt de hele Flevopolder, omdat sinds 2019 de Knardijk tussen Oostelijk en Zuidelijk Flevoland geen officiële compartimenteringskering meer is. Doordat de polder circa 5 meter lager ligt dan het IJsselmeerpeil, leidt een dijkdoorbraak tot een vrijwel volledige overstroming van de polder. Het opnieuw droogmalen van polder duurt vele maanden. Het is niet overdreven om te stellen dat een dijkdoorbraak leidt tot een langdurig volledig onbewoonbaar gebied en tot mogelijk veel slachtoffers. De polder heeft dan ook een strenge waterveiligheidsnorm. De IJsselmeerdijk is 17,6 km lang en ligt aan de noordwestzijde van Oostelijk Flevoland. De waterkering loopt van de Ketelbrug (Hectometerpaal 17.5) in het noorden tot aan de Houtribdijk in Lelystad (Hectometerpaal 35.1). Het projectgebied is schematisch weergeven in Figuur 1-1.

Figuur 1-1: Schematische weergave projectgebied IJsselmeerdijk

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

9

1.2.

Opgave dijkversterking

Uit de beoordeling van de dijk is naar voren gekomen dat de steenbekleding (stortsteen en zetsteen), het asfalt aan de buitenzijde van de waterkering (waterkant) en de grasbekleding aan zowel de buitenzijde als de binnenzijde (polderkant) niet sterk genoeg zijn. Tijdens maatgevende zeer zware stormen kan de dijkbekleding instabiel raken door golfklappen of golfoverslag. De dijk voldoet aan het faalmechanisme piping en macrostabiliteit binnen- en buitenwaarts. Het te versterken dijktraject is 17,6 km lang. Er zijn geen waterkerende kunstwerken in de IJsselmeerdijk. De landtong van de Ketelbrug is geen onderdeel van de primaire kering en valt buiten de waterveiligheidsopgave. Voor de feitelijke waterkering liggen een aantal buitendijkse gebieden. Van zuid naar noord gaat het om Houtribhaven, Deko Marina, Parkhaven, Houtribhoekstrand, Flevo Marina, Flevokust en de Maxima-centrale. De waterveiligheid van de buitendijkse gebieden valt buiten de scope. De buitendijkse gebieden verminderen bij de maatgevende storm de golfaanval op de dijk. Daarom zijn deze gebieden wel meegenomen in het afwegingsproces van maatregelen. Bij Parkhaven en de Maxima-centrale heeft de provincie een regionale kering aangewezen. De Maxima-centrale is deels primaire waterkering. Deze keringen voldoen aan de norm en vallen buiten de scope.

Naast deze keringen heeft ook een aantal havendammen een reducerend effect op golfaanval op de dijk. In de verkenningsfase is naar voren gekomen dat de havendammen niet versterkt worden. Bij de versterkingsopgave is nadrukkelijk rekening gehouden met de gevolgen van klimaatverandering, de toenemende aantal inwoners en de groeiende economische waarde van Flevoland. Gekozen is om voor de versterking van de dijk het zichtjaar 2080 te kiezen. De dijkversterking wordt vervolgens zo ontworpen dat deze bestand is tegen golven van meer dan 3 meter hoog en een waterstand van bijna 2,5 meter hoger dan het gemiddelde waterpeil. De ontwerprandvoorwaarden (HR2080) zijn visueel gemaakt in Figuur 1-2.

Figuur 1-2: Illustratie van de maatgevende golven en waterstanden op de huidige dijk

De ontwerpopgave is schematisch weergegeven in Figuur 1-3. Voor de IJsselmeerdijk is een duidelijk onderscheid te maken tussen twee hoofdtrajecten:  Traject ‘Meerdijk’ (circa 14 km)dat grenst aan het grote IJsselmeer waar hoge golven tegen de dijk aan kunnen slaan en waar nu al een forse dijk aanwezig is die binnendijks grenst aan landelijk gebied en de snelweg A6.  Traject ‘Baaidijk’ (circa 3,5 km) dat grenst aan de Baai van Van Eesteren en daarmee in de luwte ligt van de Houtribdijk. De dijk is hier aanmerkelijk minder hoog dan in het Meerdijk traject en de versterkingsopgave is hier ook minder groot. De opgave is in meer detail weergegeven en beschreven in de Technische Uitgangspunten Notitie.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

10

Figuur 1-3: Schematische weergave van de opgave voor traject 1 (Meerdijk) en traject 2 (Baaidijk)

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

11

1.3.

Projectdoel en ambities

Het doel van project IJsselmeerdijk is het realiseren van een veilige en toekomstbestendige dijk. De nieuwe dijk wordt goed ingepast in de omgeving en er wordt nadrukkelijk gezocht naar de mogelijkheden voor het vergroten van de biodiversiteit en het duurzaam versterken van de dijk. In de aanpak is veel aandacht voor innovaties om de versterking doelmatiger en duurzamer uit te voeren. De dijk wordt gerealiseerd op basis van een bestuurlijk en maatschappelijk gedragen plan, passend binnen de beschikbare financiële middelen. Onderstaande samenvatting van doelen en ambities sluit aan op het Plan van Aanpak voor de verkenningsfase van Waterschap Zuiderzeeland. 

Veilig en toekomstbestendig De nieuwe dijk lost de veiligheidsopgave op conform het wettelijk voorgeschreven ontwerpinstrumentarium (OI2014v4). De wijze waarop dit is ingevuld is beschreven in de Technische Uitgangspunten Notitie.

Duurzaamheid en biodiversiteit Er wordt specifieke aandacht besteed aan de mogelijkheden voor een bijdrage aan de ecologie van het IJsselmeer en biodiversiteit op en om de dijk in lijn met de Agenda Biodiversiteit van Waterschap Zuiderzeeland. We geven invulling aan circulariteit, hergebruik van grondstoffen en het reduceren van het gebruik van primaire grondstoffen conform de Klimaataanpak van Zuiderzeeland. (N.B. Dit is nog een conceptversie. Op basis van de besluitvorming door het algemeen bestuur van Zuiderzeeland, worden nog een paar kleine wijzigingen doorgevoerd.) Het streven is de versterking energie- en CO2-neutraal uit te voeren. We geven daarmee invulling aan de Klimaataanpak. We behouden de bestaande Ruimtelijke Kwaliteit en vergroten die waar mogelijk. De wijze waarop is vastgelegd in het Ruimtelijk kwaliteitskader IJsselmeerdijk. Duurzaamheid is uitgewerkt in hoofdstuk 6.

Innovaties Het toepassen van technische innovaties is geen doel op zich. Technische innovaties worden alleen toegepast als onderdeel van de oplossingsrichtingen wanneer de innovatie mogelijk meerwaarde kan leveren (financieel, kwaliteit, planning).

Meekoppelkansen en participatie Er wordt actief gezocht naar en ruimte gegeven voor mogelijkheden voor meekoppelkansen en participatie. Een goed mee te koppelen initiatief mag invloed hebben op de uitgangspunten van het project. Voorwaarde voor meekoppelkansen is dat deze in tijd aan kunnen sluiten bij de planning van het waterschap en dat er tijdig aanvullende financiering beschikbaar is. In hoofdstuk 3 is uitgewerkt hoe het participatieproces is verlopen in de verkenningsfase.

Figuur 1-4: Visualisatie van projectdoel en -kaders

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

12

1.4.

Aanscherping versterkingsopgave

Gedurende het project zijn de ontwerprandvoorwaarden, de hydraulische belastingen (de maatgevende waterstanden en golven), in detail nader onderzocht. De hydraulische belastingen hebben namelijk een direct effect op de omvang van de dijkversterking. Vanuit kosten, hinder en duurzaamheid is het wenselijk de versterking niet groter te laten zijn dan nodig. Er is in overleg met Deltares en het landelijke Adviesteam Dijkontwerp een aantal optimalisaties doorgevoerd in de golfbelasting (via probabilistische berekeningen). Deze optimalisaties hebben geleid tot beperkte wijzigingen in de veiligheidsopgave voor de Meerdijk. Tijdens het project is tevens nieuwe kennis beschikbaar gekomen over de kracht van golven om de dijk te beschadigen. Voor de Baaidijk dit bleek wel een significant effect te hebben op de veiligheidsopgave. Voor dit traject bleek dat de golven (tijdens de maatgevende ontwerpstorm) onvoldoende kracht hebben om de grasbekleding op de kruin en het binnentalud dusdanig te beschadigen dat dit kan leiden tot een overstroming. De voorziene versterkingsopgave is daarmee sterk gereduceerd; de hoogteopgave bij Baaidijk is volledig vervallen. Voor de Baaidijk bestaat de versterkingsopgave nu enkel nog uit het versterken van de dijkbekleding aan de waterzijde. Na dit uitgebreide onderzoek concluderen we dat we met betrouwbare ontwerprandvoorwaarden werken.

Hiermee hebben we zorgvuldig de waterveiligheidsopgave kunnen bepalen. In dit hoofdstuk is deze opgave globaal beschreven. In de Technische Uitgangspunten Notitie is de opgave gedetailleerd uitgewerkt. In hoofdstuk 2 geven we weer hoe we deze opgave bij voorkeur oplossen.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

13

2.

Wat: De Voorkeursbeslissing

Het resultaat van de verkenningsfase is de Voorkeursbeslissing. Een Voorkeursbeslissing is een optionele stap uit de Projectprocedure van de Omgevingswet. Zuiderzeeland heeft er vanuit transparantie en participatie voor gekozen een Voorkeursbeslissing op te stellen om daarmee vroeg in het project inspraak mogelijk te maken. In deze Voorkeursbeslissing legt Waterschap Zuiderzeeland vast hoe de IJsselmeerdijk op hoofdlijnen wordt versterkt. In dit hoofdstuk wordt deze Voorkeursbeslissing beschreven en toegelicht. Paragraaf 2.1 bevat de feitelijke Voorkeursbeslissing voor Meerdijk en Baaidijk. In paragraaf 2.2 wordt deze beslissing toegelicht en wordt het referentieontwerp beschreven. Dit is in meer detail uitgewerkt in bijlage 1C (Ontwerploop 3 - Referentieontwerp). De Voorkeursbeslissing is de hoofdlijn die volgt uit het Voorkeursalternatief. Dat is het alternatief dat het beste uit de integrale afweging komt. Het Voorkeursalternatief toont aan dat de Voorkeursbeslissing realiseerbaar is. In het vervolg kan afgeweken worden van het Voorkeursalternatief, mits passend binnen de Voorkeursbeslissing.

2.1.

Voorkeursbelissing

De Voorkeursbeslissing voor de Meerdijk is weergegeven in Figuur 2-1.

Figuur 2-1: Voorkeursbeslissing traject Meerdijk

De Voorkeursbeslissing voor de Meerdijk bestaat uit de volgende elementen:  Vooroever noord: Vanaf de Ketelbrug tot circa 1 km noordelijk van de Maxima-centrale (maatwerkvak A + dijkvak 1 en noordelijk deel van dijkvak 2) wordt een vooroever aangelegd, bestaande uit een vooroeverdam met daarachter een vooroever/ zandplateau voor de bestaande dijk. De breedte van de vooroever is in orde grootte circa 50-60 meter. In de vooroeverdam worden verspringende openingen aangebracht met parallelle langsdammen (zie Figuur 2-2 ter illustratie). De vooroever bevat tevens een erosiebuffer ter compensatie van verwachtte zandverliezen. De ecologische inrichting is sober. De bestaande dijk wordt in dit traject niet aangepast. Enkel de asfaltbekleding op de buitenberm wordt vervangen. De exact aan te houden afstand van de vooroever tot aan de Maxima-centrale (nu geschat op circa 1 km) wordt in de planuitwerkingsfase geoptimaliseerd.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

14

Figuur 2-2: Impressie van de vooroever (beperkte ecologische inrichting) met verspringende langsdammen bij openingen

Aansluiting Ketelbrug: Aan de Ketelbrug zijde (maatwerkvak A) wordt de vooroever opgesloten door een strekdam. Deze aansluiting wordt zodanig ontworpen dat voldoende afstand van de vaarweg wordt gehouden om hinder te voorkomen, en zodanig dat de vormgeving past binnen het Ruimtelijk Kwaliteitskader.

Traditionele grondversterking: Op het traject circa 1 km noordelijk van de Maximacentrale tot circa 1 km zuidelijk van Flevokust (middendeel van dijkvak 2) wordt een traditionele dijkversterking uitgevoerd met een binnendijkse of vierkante verhoging en verbreding van de dijk met grond (kruinverhoging in orde grootte 1-2 meter, nadere optimalisatie in planuitwerkingsfase). Aan de buitendijkse zijde wordt over dit traject de teen van de bestaande dijk versterkt, bovendien wordt de buitendijkse berm hier verhoogd en wordt de buitendijkse bekleding vervangen op ondertalud en boventalud.

Maatwerkoplossing Maxima-centrale: Een deel van het traject direct achter de Maxima-centrale (maatwerkvak B) ligt in de luwte en heeft geen hoogteopgave. De teenversterking buitendijks wordt direct achter de Maxima-centrale niet doorgetrokken. De grondversterking binnendijks/ vierkant kan hier achterlangs doorgetrokken worden met een smalle poort die toegang geeft tot de centrale, dit hoeft echter niet. Een andere mogelijkheid is de versterking niet doortrekken en een bredere overgangszone/ poort creëren. De exacte vormgeving hiervan wordt nader uitgewerkt in de planuitwerkingsfase.

Maatwerkoplossing Flevokust: Het maatwerkvak Flevokust (maatwerkvak C) heeft geen versterkingsopgave. De teenversterking buitendijks wordt hier niet doorgetrokken. Een brede toegang op de huidige dijkhoogte wordt aangehouden richting haventerrein. De exacte vormgeving van de overgang van de versterkte dijk naar de huidige hoogte wordt in de planuitwerkingsfase nader uitgewerkt. Hierbij geldt als uitgangspunt maximaal behoud van rechte lijnen (weg, ondertalud, teenlijn).

Overgangen van vooroever naar traditionele grondversterking: Bij deze overgangen in dijkvak 2 ten noorden van de Maxima-centrale en ten zuiden van Flevokust wordt de doorlopende lijn van de kruin in bovenaanzicht behouden (geen verspringingen kruinlijn in bovenaanzicht). Dit sluit aan bij het Ruimtelijke Kwaliteitskader.

Vooroever zuid: Vanaf circa 1 km zuidelijk van Flevokust tot aan Flevo Marina (zuidelijk deel van dijkvak 2 + dijkvak 3) wordt een vooroever aangelegd met een breedte van 50-60 meter bij dijkvak 2 en een breedte van 30-40 meter bij dijkvak 3. De kenmerken van deze vooroever zijn verder gelijk aan de bredere vooroever zoals hierboven beschreven voor Vooroever noord. De ecologische inrichting is sober. De bestaande dijk wordt in dit traject niet aangepast. Enkel de asfaltbekleding op de buitenberm wordt vervangen. De exact aan te houden afstand van de vooroever tot aan Flevokust (nu bepaald op circa 1 km) wordt in de planuitwerkingsfase geoptimaliseerd. De Voorkeursbeslissing voor de Baaidijk is weergegeven in Figuur 2-3.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

15

Figuur 2-3: Voorkeursbeslissing traject Baaidijk

De Voorkeursbeslissing voor de Baaidijk bestaat uit de volgende elementen:  Maatwerkoplossing Flevo Marina: Bij Flevo Marina (maatwerkvak D) wordt ten noorden en zuiden van de buitendijkse bebouwing de teen versterkt aan de buitenzijde, ook wordt op dit noordelijke en zuidelijke uiteinde de zetsteen vervangen en wordt de buitenberm iets verhoogd (incl. verlenging zetsteen ondertalud tot aan hoogde nieuwe buitenberm). De asfaltbekleding op de buitenberm wordt langs het gehele maatwerkvak vervangen/ teruggebracht op de verhoogde buitenberm. De teenversterking aan de buitenzijde en de verhoging van de buitenberm vraagt nadere aandacht in de planuitwerkingsfase voor een acceptabele inpassing. 

Maatwerkoplossing Houtribhoekstrand: Houtribhoekstrand (maatwerkvak E) heeft een beperkte opgave. De buitenberm wordt iets verhoogd (incl. verlenging zetsteen ondertalud tot aan hoogte nieuwe buitenberm), en er wordt een nieuwe asfaltbekleding op de (verhoogde) buitenberm teruggebracht met een breedte van 6 meter.

Vervangen zetsteenbekleding en teenconstructie dijkvak 4: Op het traject dijkvak 4 wordt de teen versterkt aan de buitenzijde en wordt de zetsteen op het ondertalud volledig vervangen. Een (kruin)verhoging is niet nodig.

Vervangen asfaltbekleding en verhoging buitenberm dijkvak 4+5: Langs de dijkvakken 4 en 5 wordt de buitenberm iets verhoogd (incl. verlenging zetsteen ondertalud tot aan hoogte nieuwe buitenberm), en wordt een nieuwe asfaltbekleding op de (verhoogde) buitenberm teruggebracht met een breedte van 6 meter. Zo ontstaat tevens een volwaardig beheer- en inspectiepad langs dit deel van het dijktraject dat gecombineerd kan worden met een fietspad (zie hoofdstuk 7 Meekoppelkansen).

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

16

2.2.

Beschrijving Referentieontwerp

De Voorkeursbeslissing betreft het Voorkeursalternatief op hoofdlijnen, zoals hierboven beschreven. Ten behoeve van de kostenraming en de effectbeoordeling is het Voorkeursalternatief uitgewerkt in een referentieontwerp (in een 3D model). Hieronder wordt dit referentieontwerp in meer detail beschreven per traject, inclusief een indicatie van de hoofddimensies en materialisatie. Dit referentieontwerp wordt nader uitgewerkt en geoptimaliseerd in de plantuitwerkingsfase. 2.2.1.

Meerdijk

Vooroever dijkvak 1 en 2 Voor het traject vanaf de Ketelbrug (maatwerkvak A) tot aan de Maxima-centrale is het Voorkeursalternatief een vooroever met een breedte van circa 50-60 meter (excl. breedte vooroeverdam). De vooroever bestaat uit een vooroeverdam opgebouwd uit natuurlijke waterbouwsteen met een kruin op circa NAP 0 meter met daarachter een zandig plateau. Het zandige deel van de vooroever ligt horizontaal op NAP -1 meter en dus net onder water. Iets hoger, direct voor de dijk, wordt een erosiebuffer aangebracht van circa 30m3/m1 ter compensatie van de voorspelde zandverliezen gedurende circa 10-15 jaar. De voorspelde zandverliezen op basis van morfologische berekeningen hebben een onzekerheidsmarge van + of 50 tot 100%, dat is een normale onzekerheid bij dit soort morfologische schattingen. De erosiebuffer kan ook eerder of later ‘verbruikt’ zijn of langer meegaan, maar 10-15 jaar is de meest reële schatting op basis van de huidige informatie. Zodra de erosiebuffer ‘verbruikt’ is, is weer een nieuwe zandsuppletie van circa 30m3/m1 nodig om voor de volgende 10-15 jaar de voorspelde zandverliezen te compenseren.

Aan het begin en eind van beide vooroevers (respectievelijk bij de Ketelbrug en bij de overgang naar de traditionele versterking circa 1 km noordelijk van de Maxima-centrale) worden strekdammen geplaatst om verlies van sediment door langstransporten zoveel mogelijk te beperken. Een principeprofiel van de vooroever is getoond in Figuur 2-4 hieronder.

Figuur 2-4: Fotovisualisatie vooroever dijkvak 1 + 2 (let op: niet op schaal)

De vooroeverdam komt op een nieuw zandcunet. In het referentieontwerp is nu uitgegaan van een kern, bestaande uit grind, die wordt beschermd door een toplaag van stortsteen met een sortering van 300-1000kg. Om verstuiven van zand op het gedeelte van de vooroever boven het waterpeil ligt te voorkomen, leggen we een teellaag aan met een dikte van circa 30 cm. Naast dat de teellaag direct zandverstuiving tegengaat bevordert de teellaag ook vegetatiegroei wat verstuiven van zand verder beperkt. Regelmatige verversing van het water achter de langsdam is belangrijk voor een goede waterkwaliteit. Om de doorstroming te bevorderen worden om de kilometer openingen in de langsdam gerealiseerd. In het referentieontwerp zijn deze openingen gerealiseerd middels verspringingen in de vooroeverdam (parallelle dammen over een lengte van circa 50 meter). Het toepassen van de verspringingen heeft als doel om de zandverliezen te minimaliseren. Met volledige openingen in de vooroeverdam lopen de zandverliezen naar verwachting te ver op. Bovendien ontstaat in dat geval meer golfdoordringing en dus extra golfbelasting op de dijk achter de opening. Een doorgaande vooroeverdam met duikers waardoor water tussen de vooroever en het IJsselmeer uitgewisseld wordt is ook overwogen. Dit is een iets goedkopere, maar minder duurzame oplossing.

Voor maximalisering van de wateruitwisseling en ecologische meerwaarde van de vooroever zijn ‘echte’ openingen middels verspringende langsdammen nodig.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

17

Als een doorgaande vooroeverdam met duikers eenmaal aangelegd is, is later overgaan of doorgroeien naar een ecologisch optimale variant met verspringende openingen niet meer mogelijk. De dammen zouden dan voor een groot deel verlegd en aangevuld moeten worden. Daarnaast neemt dit risico’s met zich mee omdat een nieuw zandcunet nodig is en trillingen bij deze werkzaamheden de bestaande dammen kunnen bedreigen. Het later aanbrengen van deze verspringen is concluderend uitermate ineffectief vanuit kostenoogpunt en bovendien uitvoeringstechnisch riskant. Het ontwerp van de vooroever sluit aan bij adviezen vanuit het Ruimtelijk Kwaliteitskader. Het is een grootschalig, rechtlijnig ontwerp dat significante natuurwaarwaarde kan toevoegen en waarbij het zicht op het open water vanaf de dijk blijft bestaan. Het vooroeveralternatief leent zich uitstekend om ecologisch in te richten, ter vergroting van de ecologische meerwaarde. Deze ecologische inrichting heeft echter geen waterveiligheidsfunctie en brengt extra kosten met zich mee. Het is aannemelijk dat ook bij een sobere inrichting uit zichzelf natuurontwikkeling ontstaat. Een nadere ecologische inrichting vergroot deze ecologische meerwaarde echter significant. Dit is als meekoppelkans benoemd in hoofdstuk 7.

Traditionele grondversterking rondom Maxima-centrale en Flevokust In dit traject wordt de dijk binnenwaarts of vierkant (of een combinatie daarvan) versterkt met grondoplossingen. In het referentieontwerp is nu een binnendijkse versterking opgenomen. We gaan nu uit van een ophoging van maximaal 2 meter. Mogelijke optimalisaties in de vorm van het toestaan van een hoger overslagdebiet in combinatie met extra maatregelen aan het binnentalud of in de vorm van een flauwer ondertalud kunnen nog leiden tot kruinverlagingen in de orde van 0,5-1 meter. De verwachtte kruinverhoging is nu in de orde grootte 1-2 meter. Dit wordt uitgewerkt in de planuitwerkingsfase. De dijkbekleding (stortsteen, zetsteen, asfalt, gras) wordt geheel vervangen aan de buitenzijde. Doordat de teenbescherming ook moet worden versterkt, is circa 5m extra ruimtebeslag in het IJsselmeer onvermijdelijk. Aan de buitenzijde wordt ook de buitenberm verhoogd met 40-50 cm, zodanig dat het asfalt boven de maatgevende grondwaterstand en buiten de golfklapzone komt te liggen. Deze bermverhoging verlaagt ook de golfbelasting op het boventalud. De dijk wordt maximaal 2 meter verhoogd (zie boven), waardoor de binnenteen maximaal 12 meter opschuift.

Hierdoor schuift ook de huidige weg langs de IJsselmeerdijk iets op, dit is onvermijdelijk (alleen te voorkomen bij een volledig buitendijkse oplossing, dit is echter afgevallen als kansrijke oplossing in verband met Natura 2000 ruimtebeslag, moeilijke inpassing Maxima-centrale/ Flevokust en relatief hoge kosten). Een fotovisualisatie van het ontwerpprofiel is hieronder in Figuur 2-5 weergeven.

Figuur 2-5: Fotovisualisatie binnendijkse grondversterking waar vooroever niet mogelijk is

De huidige dijk is gefundeerd op een zogenaamd grondverbeteringscunet. Versterken buiten dit cunet vraagt extra en dure maatregelen om ongelijke zettingen te voorkomen. In de planuitwerkingsfase wordt geoptimaliseerd of meer binnendijks of meer vierkant versterken de voorkeur heeft. Door de teenversterking is buitenwaarts ruimtebeslag onvermijdelijk, in sommige gevallen kan het de voorkeur krijgen om nog iets verder buitenwaarts te gaan in plaats van nog verder buiten het grondverbeteringscunet binnenwaarts. Vooroever dijkvak 3 De benodigde vooroever bij dijkvak 3 is circa 30- 40m breed (exclusief breedte vooroeverdam). Verder zijn hier dezelfde ontwerpprincipes van toepassing als voor de wat bredere vooroever bij dijkvak 1 en 2. Op deze locatie is het borgen van voldoende wateruitwisseling (en daarom de

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

18

waterkwaliteit) van extra belang in verband met (toekomstige) plannen om hier water te onttrekken voor het achterland. 2.2.2.

Baaidijk

Bij de Baaidijk is geen kruinverhoging nodig. De benodigde maatregelen (zie ook Figuur 2-3) zijn hieronder kort nader beschreven. Versterken teenconstructie en vervangen zetsteen Het onderwatertalud wordt verflauwd tot 1:5 en voorzien van een zware steensortering van 3001000 kg die geheel boven water uitsteekt. Dit leidt tot circa 5 meter extra ruimtebeslag in het IJsselmeer (in Natura 2000 gebied). Verder wordt ook het zetsteen op het ondertalud volledig vervangen met nieuwe zetsteen, omdat de huidige zetsteen niet meer voldoet. Het terugbrengen van delen van de oude zetsteen (waar deze voldoet) is uitvoeringstechnisch erg complex, maar kan in de volgende fase nog nader beschouwd worden. Ophogen ondertalud en buitenberm en vervangen asfalt op buitenberm Over het grootste deel van dijkvak 4 en 5 wordt de buitenberm verhoogd met circa 40-50 cm. Met het verhogen van de buitenberm moet ook het ondertalud van zetsteen iets hoger opgetrokken worden. Het ophogen van de buitenberm is nodig om het asfalt boven de maatgevende grondwaterstand en buiten de golfklapzone te plaatsen. Deze verhoging van de berm zorgt er bovendien voor dat het boventalud geen verdere versterking nodig heeft door een reductie van de golfbelasting op het boventalud. Daarnaast creëert de verhoogde berm de mogelijkheid voor het creëren van een volwaardig onderhoudspad, met een breedte van 6 meter.

Dit creëert tevens een meekoppelkans voor gebruik als (verbeterd) fietspad. Over het gehele traject (langs Baaidijk dijkvak 4 en 5, maar ook langs Meerdijk dijkvak 1, 2 en 3) dient bovendien asfalt teruggebracht te worden op de (verhoogde) buitenberm. Langs trajecten waar zich in de huidige situatie al een voorland of buitendijkse bebouwing bevindt, bijvoorbeeld bij Flevo Marina en Parkhaven, hoeft de buitenberm niet verhoogd te worden. Op deze plekken moet echter wel nog steeds het asfalt vervangen worden aangezien dit in de huidige situatie niet voldoet. Aansluiting opgehoogde berm op bestaande buitendijkse gebieden Houtribhaven, Deko Marina, Parkhaven en Flevo Marina vraagt om nadere uitwerking in de planuitwerking. Het versterkte principeprofiel voor dijkvak 4 (inclusief zowel versterkte teenconstructie en zetsteenbekleding aan de buitenzijde als het verhogen van het ondertalud en de buitenberm) is weergeven in onderstaande fotovisualisatie.

Figuur 2-6: Fotovisualisatie aanpassingen dijkvak 4 (versterken teen, zetsteen buitentalud vervangen, verhogen buitenberm/ zetsteen, nieuwe berm met asfalt)

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

19

3.

Hoe: Proces van trechteren

3.1.

Omgevingswet

In dit project werken we conform de gedachte van de nieuwe Omgevingswet. Zowel voor de Voorkeursbeslissing als voor het projectbesluit (dat we aan het einde van de planuitwerkingsfase vaststellen) geldt een motiveringsplicht. In het document ‘Verantwoording participatie en communicatie Verkenning Versterking IJsselmeerdijk’ (zie Bijlage 3) motiveren we hoe andere partijen in de verkenningsfase zijn betrokken en wat daarvan de resultaten zijn. In dit hoofdstuk is een samenvatting van de verantwoording opgenomen.

3.2.

Opbrengst van het participatie- en communicatietraject

In paragraaf 3.4 staat het proces van trechteren en participeren beschreven. In onderstaande tabel is de opbrengst uit de verschillende participatiemomenten samengevat en staat waar de informatie te vinden is. Ook wordt aangegeven hoe deze is benut in het proces om te komen tot een Voorkeursbeslissing. Er is geen verzoek van stakeholders geweest om een onafhankelijke deskundige in te zetten. Wat Kennisgeving voornemen Verkenning en Participatie

Resultaat Het gehele proces is gestart met de Kennisgeving Verkenningsfase die gepubliceerd is. Hierop zijn geen noemenswaardige initiatieven gekomen.

Digitale Startbijeenkomst (157 unieke kijkers)

De bijeenkomst was achteraf terug te kijken via de website. Ook de vragen en antwoorden zijn gepubliceerd en waren input voor de bouwstenen het afwegingskader.

1-op-1 gesprekken bij belanghebbenden

Belangen opgehaald en geformuleerd in concept klantwensen en als opgenomen als bouwstenen.

Belevingsonderzoek (101 ingevulde enquêtes)

De opbrengst is verwerkt in het Ruimtelijk Kwaliteitskader. Dit kader is toetsend voor de afweging van de bouwstenen, de alternatieven, de kansrijke alternatieven en de Voorkeursbeslissing.

Drie thematafels (totaal 54 deelnemers): Cultuurhistorie, recreatie en landschap Energie, biodiversiteit en natuurwaarden Lokale economische ontwikkelingen en bereikbaarheid

De ingebrachte ideeën en suggesties (zie powerpoint opbrengst thematafels) zijn opgenomen als bouwstenen voor de mogelijke alternatieven. Daarnaast kregen we scherp dat de IJsselmeerdijk veel gebruikt wordt om te fietsen en wandelen en dat gebruikers er komen om van het uitzicht en de natuurwaarden te genieten. Daarmee ontstond het beeld dat de grootste ontwikkelkansen liggen in het verhogen van de natuurwaarden, het versterken van de kustzone Lelystad en het uitbreiden van het fiets- en wandelpadennetwerk.

4 ontwerpateliers en 2 bijeenkomsten ontwerploop 1: Meerdijk Vooroevers en natuurontwikkeling Baaidijk-Zuid A6, Ketelbrug en afrit Swifterbant Maxima-centrale Flevo Marina en At the Beach

De opbrengst is samengevat in de powerpoint opbrengst ontwerploop 1 en vertaald in concept klantwensen, die meewegen in de afweging van de mogelijke alternatieven. Belangrijkste signalen: Meerdijk: ga voor combinatie, recreatie, historie en natuur in alternatief vooroever. Baaidijk-Zuid: meest enthousiasme voor constructief element omdat dat inpassing fiets, wandel en verkeer verbetert en de kustzone Lelystad versterkt. A6: er is zeer weinig ruimte naast de snelweg, bij binnenwaartse versterking is er integraal herontwerp van de

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

20

Wat

Resultaat A6 en afrit Swifterbant nodig, de bestaande toe- en afritten voldoen niet aan de vigerende normen. Maxima-centrale: bereikbaarheid en bedrijfszekerheid het belangrijkste. Aandacht voor luchtfilter- en koelwaterinstallaties. Flevo Marina: verkeersveiligheid (fietspad i.c.m. bedrijfsvoering) en beveiliging haventerrein belangrijk.

Tweede informatiebijeenkomst (81 unieke kijkers)

De bijeenkomst was achteraf terug te kijken via de website. Ook de vragen en antwoorden zijn daar gepubliceerd.

4 ontwerpateliers ontwerploop 2 Voorland met experts Baaidijk (geannuleerd i.v.m. wegvallen hoogteopgave) Meerdijk Fietspad

Het ontwerpatelier voorland met experts heeft geleid tot een basisvariant en een ecologische plusvariant vooroever. Op basis van de ervaringen bij andere projecten in het IJsselmeer is informatie opgehaald om een haalbaar ontwerp voor een kansrijk alternatief vooroever te maken. Hiervan zijn twee visualisaties gemaakt. Het ontwerpatelier Baaidijk is geannuleerd i.v.m. het wegvallen van de hoogteopgave. Hierover hebben we de betrokkenen telefonisch op de hoogte gesteld en daarvoor was veel begrip. Uit het ontwerpatelier Meerdijk kwam naar voren dat het vooroeveralternatief de grootste voorkeur had (zie de tabellen met daarin de output). In het ontwerpatelier fietspad zijn op basis van de te verwachten Voorkeursbeslissing onderdelen benoemd die een meerwaarde kunnen geven van het upgraden van beheerpad naar fietspad en het oplossen van enkele knelpunten.

2 maatwerklocaties Maximacentrale en Flevo Marina

Op basis van de kansrijke alternatieven is gezamenlijk gekeken naar de mogelijke inpassingen bij de maatwerklocaties. Hieruit kwam de gewenste inpassing naar voren en aanvullende belangen (die zijn opgenomen in de klantwensen). De kansrijke alternatieven zijn getoetst aan de klantwensen, of we goed met deze belangen kunnen omgaan bij het gekozen Voorkeursalternatief.

Derde informatiebijeenkomst (85 unieke kijkers)

De bijeenkomst was achteraf terug te kijken via de website. Ook de vragen en antwoorden zijn daar gepubliceerd.

3.3.

Input voor meekoppelkansen

Het participatieproces heeft veel input opgeleverd voor meekoppelkansen. De meekoppelkansen die een vervolg krijgen worden besproken in hoofdstuk 7. Uit het participatieproces werd duidelijk dat de grootste meerwaarde voor de IJsselmeerdijk ligt in het vergroten van de natuurwaarden en de beleving van die natuurwaarden en de cultuurhistorie door de recreanten. De meekoppelkansen ‘aanleg van strekdammen’, ‘verhogen voorland/ aanbreng vooroever’ en ‘kunstmatige riffen voor de dijk’ zitten in het ontwerp van de vooroevers. ‘Het zichtbaar maken van de oude geulen en rivierduinen van de Swifterbantcultuur’ krijgt ook aandacht bij de uitwerking van de vooroevers in de planuitwerking. De input met betrekking tot recreatie wordt uitgewerkt in de meekoppelkansen ‘fietspad’ en ‘recreatielocatie’. De meekoppelkans ‘hergebruik grond vaarweg’ is opgenomen in de ‘Oogstkalender’: een overzicht van mogelijke bronnen voor de benodigde grond die we hebben opgesteld in het kader van circulair werken (zie hoofdstuk 6 Duurzaamheid). De meekoppelkansen ‘A6-zon’ en ‘Zonneparken langs dijk’ komen samen in de meekoppelkans A6-zon.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

21

3.4.

Hoe zijn belanghebbenden en geïnteresseerden betrokken?

Deze paragraaf beschrijft hoe het trechter- en participatieproces om te komen tot een Voorkeursbeslissing aangepakt is. Door de maatregelen als gevolg van COVID-19 is het grootste deel van de bijeenkomsten online via Teams en ZOOM geweest. Een aantal is fysiek op de Lindelaan 20 in Lelystad geweest.

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

22

1. Startfase Het participatie- en het trechterproces in de Verkenning liepen samen met elkaar op. In de Infographic is weergegeven hoe dit proces verliep. We werkten van grof naar fijn. In de eerste fase zijn alle ideeën, meekoppelkansen, systeem- en technische maatregelen en innovaties in beeld gebracht. Door 1-op-1 gesprekken met stakeholders, een Startbijeenkomst en thematafels is input opgehaald voor de set ‘Bouwstenen’ voor de Versterking: alle mogelijke manieren om de veiligheidsopgave op te lossen. Ook is er een belevingsonderzoek uitgevoerd, waarbij deelnemers door middels van een online-enquête de waarde van de IJsselmeerdijk konden aangeven en in de ‘prik-op-de-kaart’ module konden aangeven waar kansen en knelpunten werden gezien. 2. Van bouwstenen naar alternatieven De kansrijkheid van de Bouwstenen uit de startfase is in deze stap aan de hand van het Afwegingskader Alternatieven bepaald. De uitkomst hiervan is vastgelegd in de Notitie Kansrijke Bouwstenen en Systeemmaatregelen. Deze bouwstenen zijn gecombineerd tot mogelijke alternatieven. In ontwerpateliers hebben we deze mogelijke alternatieven voorgelegd aan belanghebbenden en geïnteresseerden. Daarbij hebben we opgehaald welke voor- en nadelen, onmogelijkheden en kansen de betrokkenen bij de mogelijke alternatieven zagen.

De opbrengst is vertaald in concept klantwensen die we mee hebben gewogen in de afweging van de mogelijke alternatieven naar kansrijke alternatieven. Een voorbeeld hiervan is de sterke wens vanuit de omgeving om bij de versterking van het onderhoudspad een volwaardig fietspad te realiseren. In een tweede online informatiebijeenkomst is aandacht besteed aan het participatietraject tot dat moment, de volgende stap in het ontwerpproces en is de terinzagelegging van de Notitie Reikwijdte en Detailniveau aangekondigd. 3. Selectie en uitwerking kansrijke alternatieven Op basis van alle inbreng uit de participatiemomenten en het Afwegingskader Alternatieven zijn de Kansrijke Alternatieven geselecteerd. Deze kansrijke alternatieven zijn in ontwerpateliers met experts, belanghebbenden en geïnteresseerden verrijkt en er is geïnventariseerd wat de voor- en nadelen van de verschillende alternatieven zijn. Ook in 1-op-1 gesprekken met direct belanghebbenden (zoals Maxima-centrale en Flevo Marina) zijn de aansluitingen op de specifieke maatwerklocaties behandeld. De kansrijke alternatieven zijn vervolgens verder uitgewerkt tot het niveau dat de effecten beoordeeld konden worden, ze onderling afgewogen konden worden en met voldoende nauwkeurigheid op kosten geraamd konden worden. 4. Voorkeursbeslissing Op basis van de uiteindelijke effectbeoordeling is gekomen tot deze Voorkeursbeslissing.

In een informatiebijeenkomst presenteerden we de Kansrijke Alternatieven en welk alternatief het Voorkeursalternatief leek te worden. Voor de belanghebbenden waarvoor de Voorkeursbeslissing consequenties kan hebben, hebben we mogelijke oplossingen gevonden. Een voorbeeld hiervan zijn de huidige vaste fuikenplaatsen langs de IJsselmeerdijk, waar we met de RVO een procesafspraak hebben over de mogelijkheid om deze te verplaatsen naar de vooroeverdam, op basis van de bestaande vergunde visrechten. Daarnaast hebben we, samen met de belanghebbenden, nogmaals goed gekeken naar mogelijke aansluitingen op de maatwerkvakken op de Maxima-centrale, Flevokust en Flevo Marina.

3.5.

Wie waren de deelnemers?

Op basis van de issue- stakeholderanalyse (zie Plan van Aanpak) zijn belanghebbenden en geïnteresseerden actief benaderd om te participeren in de bijeenkomsten. Daarnaast zijn d.m.v. advertenties en berichten op de social mediakanalen en de website van het waterschap de bijeenkomsten aangekondigd en kon iedereen die geïnteresseerd was zich aanmelden en deelnemen. Bij de bijeenkomsten zijn o.a. aanwezig geweest: vertegenwoordigers van Wandelnet, de Fietsersbond, bewonersverenigingen van Parkhaven, Golfpark en Houtribhoogte, de Vogelbescherming, Natuur- en Milieufederatie Flevoland, Coalitie het Blauwe Hart, Buurtbus Lelystad, Watersportvereniging Lelystad, Nederlandse Vissersbond, Staatsbosbeheer, Windplan Blauw, Wageningen Bioveterinary Rechearch, Sunvest zonnepark, particuliere belangstellenden, Deko Marina en Flevo Marina, VNO-NCW, Bedrijfskring Lelystad, Ondernemersvereniging De Driehoek Dronten, de Koninklijke Nederlandse Natuurhistorische Vereniging, gemeenten Lelystad

15 maart 2022

IJMD Notitie Voorkeursbeslissing

23

en Dronten, provincie Flevoland en Rijkswaterstaat. Gezien de actieve betrokkenheid vanuit verschillende organisaties is er niet met een aparte klankbordgroep gewerkt.

3.6.

Ambtelijk en Bestuurlijke Begeleidingsgroepen

Naast de participatiebijeenkomsten zijn er twee ambtelijke groepen (een Ambtelijke Begeleidingsgroep en een Ambtelijke Werkgroep Bevoegd Gezag) en een bestuurlijke begeleidingsgroep actief. Hierin zijn Rijkswaterstaat Midden Nederland, provincie Flevoland, gemeenten Dronten en Lelystad vertegenwoordigd en is Stichting Flevolandschap agendalid. De eerste bijeenkomst op 9 maart 2020 was gezamenlijk. De ABG (12 keer bijeengekomen) en BBG (3 keer bijeengekomen) en de AWBG (3 keer) hebben bij elke mijlpaal de afgelopen 1,5 jaar meegedacht over de beslissing en hun ideeën en aandachtpunten meegegeven. Resultaat is dat een gezamenlijke intentieverklaring voor realisatie van een vooroever ondertekend gaat worden.

3.7.

Informatie en communicatie

Alle output van de participatiebijeenkomsten, de onderzoeksrapporten van de uitgevoerde onderzoeken en de informatie uit het trechterproces, is gedurende de Verkenning beschikbaar geweest op de website van het project: www.zuiderzeeland.nl/ijsselmeerdijk. Ook de informatiebijeenkomsten en Vragen & Antwoorden zijn hier geplaatst, zodat deze op een ander moment terug te vinden zijn. De mailbox ijsselmeerdijk@zuiderzeeland.nl is gebruikt voor de algemene projectcommunicatie en het uitnodigen van deelnemers voor de bijeenkomsten. Naast 1-op-1 gesprekken en directe uitnodigingen via de mail, zijn in de periode tot en met februari 2022 in de Verkenning deze generieke middelen ingezet: 15 externe nieuwsberichten; 11 interne (intranet) nieuwsberichten voor de eigen organisatie; 3 digitale nieuwsbrieven (inmiddels 120 aanmeldingen); 2 advertenties in de 5 lokale kranten in ons beheergebied; 4 AV-informatiebrieven voor het algemeen bestuur van Zuiderzeeland; 2 korte filmproducties (het projectgebied en een van de onderzoeken); 4 grote infographics als leidraad voor de verkenningsfase; diverse overige afbeeldingen; 58 social media berichten (Twitter, Facebook en LinkedIn) die in totaal 128 deelacties, 563 likes en een bereik van circa 85.000 mensen hebben opgeleverd.

3.8.

Doel participatie en communicatie behaald

In dit project hanteren we de principes van strategisch omgevingsmanagement (SOM). Dit doen we door in te zetten op een open en vroegtijdig participatietraject en heldere communicatie naar de omgeving. Ons doel daarbij is om te komen tot een bestuurlijk en maatschappelijk gedragen Voorkeursbeslissing, om innovatie en duurzaamheid te stimuleren, niet voor verrassingen te komen te staan (risicobeheersing) en de benodigde procedures soepel te doorlopen. Het participatietraject is conform Plan van Aanpak uitgevoerd. In het Participatie- en Communicatieplan staat dat we het participatieproces versoberen, als uit het trechteringproces zou blijken dat de kansrijke alternatieven minder ruimtelijke consequenties hebben. Dat was bij de ‘Baaidijk’ het geval, toen de hoogteopgave daar wegviel. Daarover hebben we de betrokkenen geïnformeerd en in ontwerploop 2 zijn er geen ontwerpateliers voor de Baaidijk georganiseerd. Aan het eind van de participatiebijeenkomsten kregen we terug dat de deelnemers het nuttig en leerzaam vonden en vroegtijdige betrokkenheid op prijs stelden. De twee videobijdragen van deelnemers tijdens de tweede informatiebijeenkomst illustreren dit. Ook de feedback in de ontwerploops 2 en 3 op de Voorkeursbeslissing is zeer positief.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=23cc527b-a0bd-480e-a93b-73851408cfe7