BL Nota van Bevindingen Samen Lelystad Oost
Tekst van het document
vertegenwoordigd door een partner. Ook bij preventie met gezag zijn organisaties betrokken die niet in het alliantieoverleg zitten. Het Openbaar Ministerie en Halt zitten bijvoorbeeld niet in de alliantie. Ook een paar kleinere partijen, zoals ‘samen sterk’, zit niet aan de gebiedstafel. Het aantal betrokken organisaties is dus groter dan het aantal deelnemers aan het alliantieoverleg. In de eerste jaren van het overleg is geleidelijk aan duidelijkheid gekomen over wie er het beste aan de gebiedstafel kan deelnemen. Najaar 2023 is het aantal deelnemers aan het overleg uitgebreid, met Kubus, het Sportbedrijf en MDF (Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland) tot het huidige aantal van 14 partners. Alle relevante partijen nemen nu deel aan het overleg, met uitzondering van de zorgverzekeraar (Zilveren Kruis). De zorgverzekeraar neemt niet deel aan de alliantie of het alliantieoverleg. De zorgverzekeraar is in potentie een belangrijke partner, maar betrokkenen hebben aangegeven dat het moeilijk is de zorgverzekeraar te betrekken.
4.1 De alliantie
Figuur 4. Overzicht van de partners aan de gebiedstafel
Bij Samen Lelystad Oost zijn veel partijen betrokken. Hoe werken zij samen? Wie doet wat? En wat is de rol van de gemeente daarbij? Op deze vragen gaan we in dit hoofdstuk in. We beginnen met de alliantie en het alliantieoverleg (paragraaf 4.1). Daarna staan we stil bij de programmaorganisatie (paragraaf 4.2). In paragraaf 4.3 gaan we in op de rol van de gemeente, zowel bestuurlijk als ambtelijk. In de laatste twee paragrafen kijken we naar de rol van de raad. Wat is die tot nu toe (paragraaf 4.4)? en wat is de ruimte voor de raad (paragraaf 4.5)?
(31 maart 2024)
Wat is afgesproken? Een van de afspraken in het NPLV is dat er voor het focusgebied een alliantieoverleg is. Aan het overleg nemen betrokken lokale partijen deel. Het rijk - een van de betrokken ministeries - neemt ook deel aan het overleg. Het overleg is onder leiding van de burgemeester. Het doel van het alliantieoverleg is het bevorderen van integraal werken, onder andere door het vaststellen van het gebiedsplan.
Partners gebiedstafel Gemeente Lelystad (burgemeester en coördinerend wethouder) Bedrijfskring Lelystad De Kubus MDF Porteum (VO)
Hoe heeft Lelystad het alliantieoverleg georganiseerd? Het alliantieoverleg heet in Lelystad de gebiedstafel. Het doel van dit overleg is om de problemen in Lelystad Oost gezamenlijk en op een integrale manier aan te pakken. Het eerste overleg was najaar 2020. De gebiedstafel is een informeel overleg, wat betekent dat het geen aparte juridische entiteit is. Aan de gebiedstafel nemen 14 partners deel, waaronder de gemeente en de programmaorganisatie. Voor de deelnemers zie figuur 4.
SCPO Lelystad (PO) Werk en Werkbedrijf Lelystad
Directeur programmabureau en projectsecretaris Samen Lelystad Oost Centrada Kwintes Flevoland politie Rijksvertegenwoordiger (ministerie BZK) Sportbedrijf Lelystad Welzijn Lelystad
Frequentie overleg De gebiedstafel komt circa drie a vier keer per jaar bij elkaar. De gebiedstafel is in 2023 relatief vaak bij elkaar geweest, onder andere vanwege het op te stellen gebiedsplan. De ontwikkeling van plannen, de uitvoeringsagenda en dergelijke gebeurt in werkgroepen. De aansturing is via het dagelijks bestuur. Daar gaan we hierna verder op in.
Gebiedstafel Er zijn meer partners bij het programma Samen Lelystad Oost betrokken dan deelnemen aan de gebiedstafel. Zo zijn er vier stichtingen voor primair onderwijs betrokken. Zij worden vertegenwoordigd door de bestuursvoorzitter van een van de stichtingen. De werkgevers worden
20
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Figuur 5. Organisatie programma Samen Lelystad Oost
Dagelijks bestuur Het dagelijks bestuur wordt gevormd door een vertegenwoordiging van de gebiedstafel. Een dagelijks bestuur is niet verplicht, maar wel wenselijk, omdat veel partijen aan de gebiedstafel zitten. Het dagelijks bestuur heet in Lelystad de agendacommissie. De agendacommissie wordt voorgezeten door de coordinerend wethouder. Verder nemen deel: de burgemeester, de projectsecretaris van Samen Lelystad Oost, de directeur-bestuurder van de woningcorporatie, teamleider politie, vertegenwoordiger onderwijs en de vertegenwoordiger van het rijk. Aan de agendacommissie nemen geen partners deel die voor hun middelen grotendeels van de gemeente afhankelijk zijn. De agendacommissie monitort de voortgang van het programma en de verschillende programmalijnen. Ook bereidt de agendacommissie de agenda van de gebiedstafel voor en is het eerste aanspreekpunt voor de programmadirecteur en het programmabureau. De agendacommissie komt elke zes a acht weken bij elkaar. Figuur 5 geeft een overzicht van de organisatie van het programma Samen Lelystad Oost. Werkgroepen en leefgebieden Bij de start van het programma werd met drie werkgroepen gewerkt. Deze werkgroepen werden getrokken door. Welzijn Lelystad, Centrada en het werkbedrijf. Vanuit de werkgroepen is een aantal prioriteiten gesteld. Deze prioriteiten waren input voor het startplan (IGLO, 2022).
De werkgroepen zijn doorgegroeid naar vijf leefgebieden (wonen, gezondheid en welzijn, werk en inkomen, veiligheid en leren). Ieder leefgebied wordt door een partner getrokken. Voor de leefgebieden, zie verder paragraaf 3.2. Programmalijnen De drie programmalijnen voor het volkshuisvestingsfonds, school en omgeving en preventie met gezag hebben ieder hun eigen overleggen en aansturing. Zo is er voor school en omgeving een consortium gevormd van vijf partijen (zie bijlage 2).
samenwerkingen veel enthousiasme en positieve energie is en omdat er mogelijkheden zijn problemen echt aan te pakken. Daar komt bij dat de partners elkaar beter leren kennen, waardoor er meer verbindingen in beeld komen. Uitspraken over de samenwerking zijn bijvoorbeeld: ‘er kan snel worden geschakeld’, ‘er is durf’ en ‘er is hard gewerkt aan het programma’. ‘Door de gebiedstafel wordt het meer fluïde hoe partijen zich tot elkaar verhouden’, ‘werken partijen in gezamenlijkheid aan het oplossen van
Ervaringen Geïnterviewden is gevraagd naar wat zij het belangrijkste pluspunt vinden van het programma. Op deze vraag antwoordden de meeste geïnterviewden dat dat de gebiedstafel en/of een van de groepen daaronder, als zeer positief te ervaren. De redenen hiervoor zijn dat er in de
21
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
problemen’, ‘de partners zijn heel betrokken en er is een brede bereidheid om de nek uit te steken voor Lelystad en voor Lelystad Oost’. Het is niet nieuw dat partners samenwerken. Veel organisaties en contactpersonen kenden elkaar al, maar de samenwerkingen zijn veranderd; samenwerken heeft een extra boost gekregen door het programma Samen Lelystad Oost.
bijvoorbeeld de contracten regelt, de financiele administratie en de huisvesting. Het programmabureau wordt dus ‘geserviced’ door de gemeente. Het programmabureau is geen aparte juridische entiteit. Onafhankelijk betekent voor Lelystad vooral onafhankelijk door de wijze van werken van het programmabureau en de programmadirecteur. Ontbrekende programmaorganisatie Het resetten van het programmabureau in 2023 had tot gevolg dat de coordinatie van het gebiedsplan door de gemeente is opgepakt. Ook zijn er binnen de gemeente twee programmamanagers: een voor het volkshuisvestingsfonds en een voor preventie met gezag. De programmamanager voor school en omgeving werkt in opdracht van de scholen (zie bijlage 2). De noodzakelijke taken van de programmaorganisatie zijn dus opgevangen. Wel heeft dit ertoe geleid dat de programmalijn school en omgeving anders in het programma zit dan de twee programmalijnen die door de gemeente worden getrokken. Het gaat dan niet alleen om wie de programmamanager betaalt (gemeente of scholen), maar vooral ook om de positionering van de programmalijn.
4.2 Programmaorganisatie Wat is afgesproken? Een onafhankelijke programmaorganisatie is een verplichting van het NPLV. Doelen van de programmaorganisatie zijn onder andere: samenwerken stimuleren, dwarsverbanden leggen, uitwerken van de doelen en ambities van het gebiedsplan in concrete acties en projecten en zorg te dragen voor de uitvoering. De beoogde programmaorganisatie wordt in het NPLV geduid als ‘slagvaardig en wendbaar’, evenals ‘onafhankelijk’. Wat onafhankelijk inhoudt is landelijk niet bepaald. Onafhankelijk wil dus (vooralsnog) niet zeggen dat er een aparte juridische organisatie moet zijn.
Ervaringen De interviews voor dit startonderzoek zijn gehouden van december 2023 tot en met begin februari 2024. De nieuwe programmadirecteur is per 1 januari 2024 aangesteld. Gedurende het startonderzoek was er dus aanvankelijk geen programmabureau en vervolgens een programmabureau in de startfase. Aan geïnterviewden is gevraagd of een programmabureau of programmadirecteur nodig is. Het antwoord hierop was dat dit nodig is vanwege drie hoofdredenen: • landelijke contacten • borgen van integraliteit • elkaar aanspreken, in het bijzonder daar waar de gemeente betrokken is Hierna gaan we verder op deze drie redenen in op basis van de interviews:
Hoe ziet de programmaorganisatie in Lelystad eruit? In de Integrale Gebiedsaanpak Lelystad Oost van zomer 2022 is opgenomen dat “De samenwerking in de gebiedstafel wordt aangejaagd en ondersteund door een onafhankelijk en compact programmabureau onder verantwoordelijkheid van een programmadirecteur. Hierbij wordt vooral gestuurd op samenhang van interventies.” (IGLO, p. 14) . In 2022 was er een programmabureau met programmadirecteur. Begin 2023 heeft de gemeente de samenwerking met de toenmalige programmadirecteur stopgezet. De reden hiervoor was dat het gebiedsplan niet tot stand kwam. Zonder gebiedsplan zou Lelystad Oost geen focusgebied worden. Het programmabureau werd ‘gereset’. Sinds januari 2024 is er een nieuwe programmadirecteur. Ook wordt de programmaorganisatie opnieuw opgezet. De programmadirecteur heeft onder andere de opdracht om de governancestructuur van het programma op te zetten.
Landelijke contacten De programmadirecteur heeft als belangrijke taak om het contact met de rijksoverheid goed te houden. Dit is onder andere belangrijk, omdat er vaak enige bureaucratie is bij de verstrekking van middelen voor het programma. Het kan gaan om regels van departementen, maar ook om bijvoorbeeld Europese regelgeving. Dit laatste was het geval bij het volkshuisvestingsfonds (zie bijlage 2). Overleg, bemiddeling en dergelijke is dan nodig.
Onafhankelijkheid Zowel het eerste als het huidige programmabureau wordt bedrijfsmatig ondersteund door de gemeente in de zin dat de gemeente
22
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
4.3 De gemeente in de alliantie
Borgen van integraliteit De verschillende acties in het programma moeten breed worden opgepakt omdat problemen met elkaar samenhangen. Zo wordt bij het verbeteren van particulieren woningen vanuit het volkshuisvestingsfonds ook gekeken naar sociale problemen van bewoners. Het is echter niet mogelijk vanuit acties of programmalijnen alles met alles te verbinden. Dan wordt het te breed en gebeurt er niets meer. Het is daarom nodig dat iemand naar het geheel van het programma kijkt. De programmadirecteur moet het overkoepelende verhaal concretiseren en vertellen. Hij moet het hele plaatje laten zien. Wat is het totaalplaatje; waar draag je aan bij? Hoe versterk je elkaar? Wat is er gebeurd bij de woningen? Bij de scholen? Daar komt bij dat alle samenwerkende partijen enthousiast zijn, maar ook hun eigen dynamiek hebben en bijvoorbeeld een eigen governance. Dat moet ook worden verbonden. Er zijn bijvoorbeeld verschillen in de besluitvorming; een directeur-bestuurder neemt anders beslissingen dan een wethouder.
Wat is afgesproken? Landelijk is afgesproken dat de burgemeester de voorzitter is van het alliantieoverleg. Dit vanwege de aard van de functie en de statuur. In het landelijke programma is opgenomen dat het voorzitterschap van de burgemeester, van belang is “voor de verbinding met de maatschappelijke partners in het gebied, als ook voor het borgen van een langjarige doorlooptijd van het programma, die niet onderhevig is aan de 4jaren cyclus van de gemeentepolitiek of een kabinetsperiode; de burgemeester als boegbeeld en ‘beschermheer/vrouw’ van het programma.” (NPLV, p. 41). In figuur 6 hebben we aan figuur 5 de rol van de gemeente bij de organisatie van het programma Samen Lelystad Oost toegevoegd. Hoe is de rol van de gemeente georganiseerd in Lelystad? In Lelystad is de burgemeester, zoals afgesproken, de voorzitter van de gebiedstafel. De burgemeester neemt deel aan de agendacommissie van Samen Lelystad Oost. Ook neemt de burgemeester deel aan landelijke bijeenkomsten met burgemeesters van andere focusgebieden. Binnen Lelystad vervult de burgemeester de rol van boegbeeld.
Elkaar aanspreken, in het bijzonder daar waar de gemeente betrokken is. Het punt waar het meest uitgebreid op wordt ingegaan, is het vermogen om elkaar aan te spreken. Een belangrijke taak van de programmadirecteur is om bestuurders met gezag aan te spreken. Ook de burgemeester of wethouder kunnen dat, gezien hun gezag, maar zij hebben tegelijkertijd een dubbelrol als partner in de alliantie. (zie ook de volgende paragraaf). Daar komt bij dat het aanspreken van de gemeente door een aantal partners lastig kan zijn, omdat zij financieel afhankelijk zijn van de gemeente. Ondanks dat geïnterviewden de relaties met de gemeente als goed ervaren is er een aantal aandachtspunten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de juridische en financiele randvoorwaarden. De gemeente moet deze voor het programma regelen. Specifieke uitkeringen lopen via de gemeente. Dit betekent dat de gemeente de uitvoerende organisaties moet betalen. Het programmabureau is van belang voor het partnerschap en de gelijkwaardigheid. De programmadirecteur kan, met als enig doel het succes van het programma, helpen bij het organiseren van open en constructieve gesprekken tussen de diverse partners. Daarnaast kan de programmadirecteur partners, inclusief de gemeente, aanspreken, bemiddelen bij conflicterende belangen, analyseren waarom zaken niet volgens verwachting verlopen, enzovoort.
Coordinerend wethouder Na de verkiezingen van 2022 heeft het college gekozen voor een coordinerend wethouder voor Samen Lelystad Oost. Daarvoor waren er verschillende wethouders betrokken; per onderwerp was de wethouder betrokken die over het onderwerp ging. De coordinerend wethouder is lid van de gebiedstafel en voorzitter van de agendacommissie. De coordinerend wethouder bereidt overleggen voor binnen het college, zodat de gezamenlijke gemeentelijke input aan de gebiedstafel kan worden ingebracht. De coordinerend wethouder is ook het aanspreekpunt voor de raad. Organisatie Samen Lelystad Oost heeft een ambtelijk opdrachtgever. Deze is de eerste adviseur van de coordinerend wethouder voor het programma, bewaakt het programma en de financien en zorgt ervoor dat de bestuurlijke wensen tot concrete realisatie leiden.
23
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Figuur 6. Rol van de gemeente in de programmaorganisatie
Ook is er een intern programmamanager. Deze moet ervoor zorgen dat binnen de gemeente de neuzen dezelfde kant op staan, omdat het om een breed programma gaat moeten veel medewerkers worden geïnformeerd, betrokken enzovoort. Een aantal medewerkers van de gemeente is betrokken via de programmalijnen. Zo zijn binnen de gemeentelijke organisatie medewerkers van handhaving/boa’s, leerplicht beleid voor jeugd, onderwijs en veiligheid betrokken bij preventie met gezag. Daarnaast is er ondersteuning van en samenwerking met medewerkers inkoop, subsidies, juridische zaken en communicatie nodig.
Er spelen in Lelystad meer grote programma’s, zoals Lelystad Next Level en de regiodeal. Binnen de organisatie moeten medewerkers weten wie waarmee bezig is. Dit is een taak van de interne programmamanager. Tot slot, zijn er de managers van de programmalijnen. Zij bereiden de aanvragen voor specifieke uitkeringen of subsidies voor, betrekken alle partners erbij en zorgen vervolgens dat het programma wordt uitgevoerd in samenwerking met de relevante partners.
24
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Ervaringen In het algemeen wordt de rol van de gemeente in het programma Samen Lelystad Oost als positief ervaren. Kanttekening daarbij is dat het programma tot nu toe veel intern bezig was. Dit is niet zonder reden. Het programma vergt veel opzet- en organisatie werk. Een groot deel hiervan komt bij de gemeente terecht, omdat de ondersteuning van het programma bij de gemeente is belegd. Daar speelde bij mee dat er in een groot deel van 2023 geen programmabureau was. De gemeente heeft dit opgevangen. De verwachting is dat het programma vanaf 2024 grotere stappen kan zetten. Een voorwaarde hiervoor is dat de praktisch zaken, zoals financien en juridische zaken, goed worden geregeld - in samenwerking met het rijk. Een aantal geïnterviewden ziet het als risico dat de randvoorwaarden, zoals staatssteunregels, een vertragende factor worden.
Behalve de formele lijnen zijn er ook informele lijnen. Lelystad is – vergeleken met veel andere steden – overzichtelijk. Er is bijvoorbeeld een grote woningcorporatie die bovendien alleen in Lelystad woningen heeft. Hetzelfde geldt voor Welzijn Lelystad; er is een welzijnsinstelling in Lelystad gericht op het collectief.15 Deze instelling werkt alleen in Lelystad. Dit betekent dat in Lelystad ‘de lijnen kort’ zijn en er informele contacten zijn. Als raadsleden uitleg willen kunnen ze bellen of een berichtje sturen aan netwerkpartners. Ook gaan netwerkpartners naar commissievergaderingen. Informele contacten zijn belangrijk. Een aandachtspunt is echter dat dit kan leiden tot een verschil in informatie tussen raadsleden. Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven is de laatste informatiebijeenkomst over Samen Lelystad Oost voorjaar 2023 geweest. Het gebiedsplan is in juli 2023 naar de raad gestuurd. In de periode voorjaar 2023 – voorjaar 2024 zijn stukken over het volkshuisvestingsfonds geagendeerd (zie bijlage 2). Over de andere programmalijnen heeft de raad in die periode geen stukken ontvangen. Er is dus nog geen systematiek ontwikkeld voor het op de hoogte houden van de raad. Ook heeft de raad daar nog niet om gevraagd.
4.4 Rol van de raad Wat is afgesproken? Over de rol van de raad is in het NPLV niets specifieks afgesproken. Dit betekent dat de raad zijn traditionele rol heeft. De raad is kaderstellend, dat wil zeggen stelt nieuw gemeentelijk beleid vast evenals voorstellen voor een bijdrage met gemeentelijke middelen. Ook heeft de raad de controlerende rol en kijkt of is gebeurd wat is afgesproken binnen de middelen die daarvoor beschikbaar waren.
Ervaringen Geïnterviewden geven aan dat het nog een zoektocht is hoe de raad op een goede manier te betrekken. Daarbij is het van belang de balans te vinden tussen het gesprek voeren met de raad en het behouden van de positieve energie van de netwerkwerksamenwerking. Iedereen zet nu in gemeenschappelijkheid zijn schouders onder het programma. Tot nu toe lag binnen het programma de focus op het doen van aanvragen voor rijksmiddelen en het op gang brengen van de uitvoering. Het betrekken van de raad heeft daardoor minder aandacht gekregen. Met het nieuwe programmabureau kunnen taken beter verdeeld kunnen worden en kan het betrekken van de raad verder worden ontwikkeld. Daarbij heeft de programmadirecteur de rol de governance van het programma op te zetten.
Hoe heeft Lelystad de rol van de raad in het programma georganiseerd? De burgemeester en coordinerend wethouder nemen deel aan de gebiedstafel en de agendacommissie. Zij beoordelen wanneer in deze overleggen besluiten worden genomen die aan de gemeenteraad moeten worden voorgelegd en/of waarover de raad moet worden geïnformeerd. Als raadsleden vragen hebben zijn de coordinerend wethouder en de burgemeester het aanspreekpunt. De programmadirecteur is onafhankelijk en legt daarom bijvoorbeeld geen voorstellen voor aan de gemeenteraad. Wel moet de informatievoorziening vanuit het programmabureau op orde zijn. De programmadirecteur kan de raad informeren op bijeenkomsten.
15 MDF (Maatschappelijke Dienstverlening Flevoland) is de organisatie voor
maatschappelijk werk en schuldhulpverlening in Lelystad. MDF is meer individueel gericht en werkt voor meer gemeenten in Flevoland.
25
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
4.5 Wat is de ruimte voor de raad?
Tekstkader 4. Mogelijkheden betrekken raadsleden (gebaseerd op MRA)
De rol van de raad bij het programma voldoet tot nu toe aan wat minimaal nodig is. Meer is er tot nu toe niet gebeurd; de rol van de raad bij het programma is minimaal. Hiervoor zijn diverse redenen: de fase van het programma, de regels waaraan het programma, en vooral de aanvragen voor middelen moeten voldoen en het tijdelijk ontbreken van een programmabureau.
•
Bij de inhoudelijke voortgang worden raden betrokken door een voortgangsnota in het voorjaar en een termijnagenda in het najaar. • De raad wordt verder betrokken bij: • het opstellen en vaststellen van de vierjaarlijkse Agenda • de evaluatie en het opstellen van de Samenwerkingsafspraken • Daarnaast zijn er momenten dat formele besluitvorming nodig is, omdat de beleidskaders zijn veranderd en/of er een voorstel voor een gemeentelijke financiele bijdrage voorligt. (gebaseerd op MRA, 2021, p. 14-15).
Dit brengt de vraag met zich mee wat de ruimte voor de raad is in deze netwerkorganisatie. Betrokkenheid van de raad is van belang, omdat het om een belangrijk, groot en langlopend programma gaat. Formele kaders voor de rol van de raad in een netwerksamenwerking zijn er niet. De netwerkorganisatie van Samen Lelystad Oost lijkt binnen Lelystad het meeste op de netwerksamenwerking Metropoolregio Amsterdam (MRA). De overeenkomst met MRA is dat beide informele organisaties met veel betrokken partijen, zijn. Een verschil is dat MRA een samenwerking van overheden is. In tekstkader 4 is, ter inspiratie, opgenomen wat in MRA is genoemd als mogelijkheden voor het betrekken van gemeenteraden. We hebben de wijze van formuleren zo aangepast dat het toepasbaar is voor Samen Lelystad Oost. Ruimte die er voor de raad is, is bijvoorbeeld twee keer per jaar een informatieavond met de programmadirecteur, al dan niet samen met alliantiepartners. Een jaarlijks document met een vooruitblik en een jaarlijks document met een terugblik is ook een optie. Deze documenten kunnen worden besproken op de informatieavonden. Ze dienen in ieder geval beschikbaar te zijn. In hoofdstuk 8 over governance gaan we hier verder op in.
26
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Hoofdstuk 5. Bewonersparticipatie
Raadsakkoord Ook in het raadsakkoord wordt uitgegaan van bewonersparticipatie. In de eerste plaats bij beleid, bijvoorbeeld bij stedelijke vernieuwing. Hier is te lezen: “Bij stedelijke vernieuwing staat betrokkenheid van de inwoners voorop. Communicatie met en participatie van inwoners en stakeholders wordt door het gemeentebestuur serieus genomen en er vinden participatietrajecten plaats bij besluiten die inwoners direct aangaan .” (raadsakkoord, p. 23). In de tweede plaats wordt in het raadsakkoord ingegaan op de relatie gemeenteraad en samenleving (raadsakkoord, p. 29). Het gaat dan om instrumenten zoals de motiemarkt en ‘mensen maken de buurt’, maar ook gaat het over het verbeteren van informatieverstrekking aan inwoners, in het bijzonder voor mensen met een beperking, over politieke besluitvorming.
Samen Lelystad Oost is er voor de bewoners van Lelystad Oost. Hoe worden zij bij het programma betrokken? Hoe worden bewoners geïnformeerd over het programma? Hoe worden ideeën opgehaald? Hoe worden bewoners gestimuleerd actief te zijn het programma? In paragraaf 5.2 gaan we hier op in. In paragraaf 5.3 staan we vervolgens stil bij de vraag welke ruimte de gemeenteraad hierbij heeft. Een vraag die hier aan vooraf gaat is: wat is het is gemeentelijk beleid voor bewonersparticipatie. Deze vraag beantwoorden we in paragraaf 5.1.
5.1 Wat zegt het gemeentelijk beleid? 5.2 Bewonersparticipatie in het programma Samen Lelystad Oost
Beleidsvisie bewonersparticipatie Het actuele beleid van de gemeente Lelystad voor bewonersparticipatie is ‘Participatie, Beleidsvisie 2021’, vastgesteld 23 november 2021. In dit document is de visie en ambitie opgenomen van de gemeente Lelystad voor bewonersparticipatie. De visie wordt in het document als volgt omschreven: “De gemeente is er voor haar inwoners; dat zie je terug in alles wat we doen. Participatie biedt ruimte aan inspanningen die bijdragen aan de kwaliteit van onze Lelystadse samenleving. Iedereen die dat wil, heeft de mogelijkheid om hieraan mee te doen. In alle mogelijke gevallen zal ruimte voor participatie worden geboden aan alle inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij beleid en projecten in hun leefomgeving” (Participatie, p. 7).
Wat is er afgesproken? In het NPLV is opgenomen dat bewoners centraal staan. In het gebiedsplan moet worden aangegeven ‘hoe en waarbij’ bewoners worden betrokken. Bewonersparticipatie is een verplichting. Hoe bewoners worden betrokken is aan de alliantie van het focusgebied. Hoe heeft Lelystad bewonersparticipatie in het programma georganiseerd? In het gebiedsplan van Lelystad staat dat bewoners betrokken worden bij de uitvoering. De participatie ziet er als volgt uit: • er is een bewonersavond georganiseerd in de Zuiderzeewijk. Het buurtcomite uit deze wijk heeft zich gemeld omdat zij betrokken wilden worden bij het opstellen van uitvoeringsplannen. Aan een tweede sessie (in de Zuiderzeewijk) wordt gewerkt. Doel van de sessies is de leefwereld van de bewoners beter te leren kennen. • bewoners worden op diverse manieren geïnformeerd: door de nieuwsbrief (die is ook fysiek rondgebracht), berichten in de Flevopost en via de buurthub. De buurthub haalt ideeen op en er is een ideeenbus. Bewoners kunnen ook ideeen aandragen door te mailen of te appen; dat is allemaal laagdrempelig. • Specifieke acties, zoals: o de clientenraad sociaal domein wordt betrokken o bij het openbaar maken van het gebiedsplan is een feest gehouden, met onder andere een springkussen en ijsjes.
In de beleidsvisie zijn randvoorwaarden voor een participatietraject opgenomen. In essentie komen die erop neer dat: • participatie moet bijdragen aan het ontwikkelen van beleid of een betere leefomgeving • het onderwerp dient voor de deelnemers relevant te zijn • deelnemers hebben werkelijk een stem. Het programma Samen Lelystad Oost voldoet aan de randvoorwaarden. Het programma is er voor de bewoners. Een van de doelen van het programma is het verbeteren van de leefomgeving voor en door bewoners. Volgens het gemeentelijk beleid is participatie dan van belang.
27
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Programmalijnen Bij de programmalijn volkshuisvestingsfonds worden relaties met bewoners opgebouwd (zie bijlage 2). In het pilotgebied worden individuele gesprekken gevoerd. Welzijn Lelystad gaat mee met de individuele gesprekken. Door het gesprek over woningverbetering wordt contact gelegd. Aan bewoners wordt dan ook gevraagd of ze iets voor de buurt zouden willen en kunnen doen. De helft geeft aan dat te willen, maar ze weten niet hoe te beginnen. Bij de programmalijn school en omgeving worden contacten gelegd door een kinderbuurtwerker die vraag en aanbod koppelt. Ook bij preventie met gezag wordt gewerkt aan het betrekken van jongeren. Er is een eenmalig panel geweest van jongeren en er zijn enkele incidentele contacten, maar een structuur voor participatie is er nog niet.
Voor Lelystad Oost is een ‘buitenraad’ geweest, dat is een werkbezoek aan Lelystad Oost. Dat was in 2021. Ook zijn individuele raadsleden naar bewonersavonden voor Samen Lelystad Oost geweest. Tekstkader 5. Opties raad bij bewonersparticipatie Sturing op participatie door de raad: • dit kan door kaders te stellen die ervoor zorgen dat bewoners het voortouw kunnen nemen., bijvoorbeeld doordat de raad aangeeft welke groepen (wanneer) betrokken moeten worden. • streven naar betrokkenheid van alle bewonersgroepen. Dit betekent dat de raad inzicht nodig heeft, bijvoorbeeld in welke alliantiepartner contact heeft met welke groepen bewoners. Als er hiaten zijn kan de raad bijvoorbeeld meedenken welke groepen wanneer betrokken kunnen worden.
Bewonersparticipatie algemeen Bewoners kunnen ook betrokken zijn of worden op andere manieren dan via Samen Lelystad Oost. Zo heeft Welzijn Lelystad onder andere als taak om bewoners te ondersteunen die iets willen doen in of voor de eigen buurt. Daarnaast zijn er bijvoorbeeld bewonersconsultenten en een buurthub die een laagdrempelige voorziening voor burgers en professionals vormen. Tot slot, werkt ook woningbouwcorporatie Centrada op een aantal manieren aan bewonersparticipatie, zoals via huurdersverenigingen.
Bewoners uitnodigen: • bij raadsbijeenkomsten, bijvoorbeeld als gast van de raad. • bij de bespreking van belangrijke documenten, zoals bijvoorbeeld een jaarrapportage. Raadsleden naar bewoners: • deelnemen aan bewonersbijeenkomsten • regelmatig, bijvoorbeeld een keer per jaar, een raadsdag in Lelystad Oost organiseren.
Ervaringen Het beeld dat uit de gesprekken naar voren komt is dat bewoners en bewonersparticipatie belangrijk worden gevonden. Er worden activiteiten georganiseerd, zoals de bewonersavonden. Echter, de verbinding met de bewoners is nog niet stevig. Om bewoners echt te bereiken zijn kleine successen nodig en een lange adem. Daarbij is het ook van belang dat medewerkers van de partners in de alliantie moeten blijven. Als er veel personeelswisselingen zijn is het moeilijk relaties op te bouwen.
Ervaringen Als we naar ervaringen met de volksvertegenwoordigende rol en burgerparticipatie in Nederland kijken dan zien we dat bijvoorbeeld ‘Platform 31’16 aangeeft dat uit onderzoek blijkt dat raadsleden het ingewikkeld vinden om een goede balans te vinden tussen burgerparticipatie en de eigen rol. Het gaat dan overigens om een ander vraagstuk (energietransitie). De reden dat raadsleden aangeven dat ze het moeilijk vinden een goede balans te vinden is dat ze enerzijds het proces van burgerparticipatie niet willen verstoren en anderzijds dat als ze afstand houden ze niet weten wat er speelt in de wijk (platform 31, tien lessen voor raadsleden voor participatie).
5.3 Welke ruimte heeft de raad? Betrokkenheid tot nu toe Raadsleden vinden bewonersparticipatie bij beleidsvoorbereiding van belang. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het raadsakkoord. In het raadsakkoord gaat het om zowel betrokkenheid van bewoners bij beleidstrajecten, als bij raadsvergaderingen. 16 Platform 31 is een kennisnetwerk voor complexe opgaven in de stad en de regio.
28
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Opties voor bewonersparticipatie In tekstkader 5 hebben we een aantal opties opgenomen voor bewonersparticipatie. Deze opties hebben we gebaseerd op de website van platform 31 en discussies met raadsleden in Lelystad en andere focusgebieden voor het startonderzoek NPLV van de vier samenwerkende rekenkamers. De opties hebben we in drie groepen gedeeld: de raad kan sturen op wat hij belangrijk vindt hoe de bewonersparticipatie eruit zou moeten zien. De raad kan zelf contact zoeken, hetzij via raadsbijeenkomsten, hetzij door zelf op pad te gaan.
29
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Hoofdstuk 6. Bekostiging
Figuur 7. Rijksmiddelen voor Lelystad Oost
Welke middelen zijn er voor het programma Samen Lelystad Oost? Van het rijk en van de gemeente? En wat is de inzet van de andere partners? In paragraaf 6.1 beantwoorden we deze vragen. Vervolgens kijken we in paragraaf 6.2 naar het inzicht in de middelen dat de gemeenteraad van Lelystad heeft gekregen tot nu toe. In paragraaf 6.3 staan we stil bij de ruimte voor de raad voor het verkrijgen van inzicht in de financiën. We schetsen daarbij enkele mogelijkheden voor het verkrijgen van het inzicht.
Specifieke uitkering/subsidie
bedrag
volkshuisvestingsfonds
€ 39,2 mln. € 5,8 mln. € 3,0 mln.
periode
10 jaar 10 jaar school en omgeving** anderhalf jaar preventie met gezag*** € 5,6 mln. vier jaar kansrijke wijk+ € 7,0 mln. drie jaar * de derde tranche betreft een aanvraag. Of het rijk de aanvraag honoreert is nog niet bekend. ** deze middelen zijn voor 1,5 jaar toegezegd (januari 2024 tot juli 2025). Voor 2023 (een jaar) ging het om € 0,6 mln. *** er zijn voor tien jaar middelen toegezegd. Na vier jaar (2025) laat het rijk de regeling evalueren + inclusief middelen voor de programmaorganisatie
6.1 Welke middelen zijn er voor het programma Samen Lelystad Oost? 6.1.1 Inzet rijksoverheid Inspanningsverplichting voor focusgebieden Zoals in hoofdstuk 2 beschreven bestaat het rijksbeleid voor het NPLV uit aanvullend beleid op regulier rijksbeleid. Dit betekent dat de ministeries bij regulier beleid steeds de vraag stellen en beantwoorden of er iets extra’s nodig en mogelijk is voor de focusgebieden. Het rijk heeft een inspanningsverplichting. Ook wordt er gekeken waar het beleid integraler kan. Deze insteek komt tot uitdrukking in de vier programmalijnen van het NPLV.
Eerste tranche Derde tranche*
6.1.2 Inzet gemeente Lelystad Inspanningsverplichting gemeente Als gemeenten een specifieke uitkering aanvragen kan cofinanciering verplicht zijn. Voor het volkshuisvestingsfonds is dit het geval. Ook voor preventie met gezag en de regeling kansrijke wijk wordt cofinanciering gevraagd. Het gaat dan om een beperkter bedrag. Voor de rijkssubsidie aan scholen is geen cofinanciering verplicht. Aanvullend aan de cofinanciering hebben gemeenten, net zoals het rijk, een inspanningsverplichting; ook gemeenten moeten bij hun reguliere beleid nagaan of iets extra’s of anders voor het focusgebied nodig en mogelijk is. We gaan hier verder in op de cofinanciering van het volkshuisvestingsfonds, preventie met gezag, de regeling kansrijke wijk en de extra inzet van de gemeente Lelystad.
In figuur 3 (paragraaf 3.1) hebben we een overzicht opgenomen van het landelijk beleid, waarbij er (financieel) iets extra’s mogelijk is voor de focusgebieden. Voor Lelystad gaat het dan om middelen voor: het volkshuisvestingsfonds, school en omgeving, preventie met gezag en de regeling kansrijke wijk. Hieronder gaan we in op de vier geldstromen die Lelystad inzet voor het programma Samen Lelystad Oost.
Cofinanciering volkshuisvestingsfonds Bij het volkshuisvestingsfonds is 30% cofinanciering verplicht. In de eerste tranche heeft Lelystad € 39,2 mln. gekregen. De benodigde cofinanciering is € 16,8 mln. Centrada draagt voor € 3,8 mln. aan cofinanciering bij. De gemeente Lelystad voor € 13 mln. De gemeentelijk cofinanciering komt deels van herschikking van middelen voor groot onderhoud (€ 1,4 mln.). De overige € 11,6 mln. komt uit de reserve ontwikkeling stad (ROS). Hiertoe is besloten bij de begrotingsbehandeling
Middelen rijksoverheid voor Lelystad Oost In figuur 7 hebben we een overzicht opgenomen van de rijksmiddelen voor Samen Lelystad Oost, zoals op 31 maart 2024 bekend.
30
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
2021 (€ 6 mln.) en in de raad van 26 maart 2024 (€ 5,6 mln.). In de raadsvergadering van 26 maart 2024 is ook besloten over de cofinanciering voor de derde tranche van het volkshuisvestingsfonds. Het gaat om € 2,5 mln. aan cofinanciering. De resterende cofinanciering van de eerste tranche en de cofinanciering van de derde tranche worden in de kadernota 2024-2028 verwerkt.
ontwikkelingen in de bestaande stad (€ 300.000) hierin te storten om daarmee investeringen en uitgaven af te dekken voor investeringen die een duurzame impuls geven aan Lelystad Oost. Reguliere middelen Tot slot zijn er ook reguliere middelen die worden ingezet voor het programma. Het gaat dan bijvoorbeeld om de inzet van medewerkers, inclusief de programmamanagers, voor de programmalijnen die de gemeente uitvoert (volkshuisvestingsfonds en preventie met gezag). Ook de gemeentelijke bijdrage aan de buurthub en andere middelen voor het sociale domein kunnen worden ingezet voor het programma. Wat regulier is en wat extra is niet altijd goed af te bakenen.
Preventie met gezag De specifieke uitkering preventie met gezag is aangevraagd en toegezegd voor vier jaar. Per jaar krijgt Lelystad een beschikking van het rijk. Het bedrag van de specifieke uitkering was € 1 mln. per jaar. In 2023 is dat verhoogd met gemiddeld € 0,3 mln. per jaar. Vervolgens is dit bedrag later in 2023 met nogmaals verhoogd; met een bedrag van € 0,6 mln. voor de periode 2023 – 2025. De raad heeft via de programmabegroting 2023 cofinanciering toegezegd van €400.000 per jaar.
6.1.3 Inzet andere partners Ook van andere partners dan het rijk of de gemeente wordt inzet gevraagd. De partners leveren tot nu toe vooral menskracht voor het programma. Wat partners bijvoorbeeld financieel kunnen bijdragen verschilt. Er zijn diverse type partners: • er zijn partners die voor hun middelen grotendeels afhankelijk zijn van de gemeente. Een eigen financiele bijdrage is dan niet mogelijk. • er zijn partners met ‘eigen’ geld, zoals Centrada, woonzorg Flevoland, de politie en ook de zorgverzekeraar • er zijn partners die ook middelen kunnen aanvragen voor het programma; het gaat dan om de scholen. Hieronder gaan we in op de bijdragen van de verschillende type partners.
Kansrijke wijk De specifieke uitkering kansrijke wijk is in december 2023 door het rijk beschikt voor 2023. De middelen mogen in 2024 worden besteed. Het gaat om € 1,8 mln. voor 2023 en € 5,3 mln. voor 2024 en 2025. Dit is inclusief €475.000 per jaar voor de programmaorganisatie. Er is cofinanciering voor deze specifieke uitkering. Dit is in Lelystad opgelost door een herschikking van middelen binnen de relevante taakvelden. De specifieke uitkering kansrijke wijk is een bundeling van een aantal andere specifieke uitkeringen. Het zijn dus geen nieuwe middelen. Het gaat om bundeling van de middelen voor: ontwikkeling van het jonge kind, preventie armoede en schulden, re-integratie, veerkracht en wendbaarheid en gezonde leefomgeving.
Partners zonder eigen middelen Diverse partners hebben weinig tot geen eigen middelen. Zij denken en doen vooral mee aan het programma. Partners zonder eigen middelen kunnen wel deelnemen aan de gebiedstafel, maar niet aan de agendacommissie (zie paragraaf 4.1). Een voorbeeld van een belangrijke partner zonder eigen middelen is Welzijn Lelystad. Welzijn Lelystad trekt een werkgroep van het programma en denkt mee en werkt mee aan de ontwikkeling van alle programmalijnen. Welzijn Lelystad krijgt middelen uit het programma voor het uitvoeren van acties. Het gaat dan om personeelskosten. Voor het programma krijgt Welzijn Lelystad middelen voor de formatie voor jongerenwerk (programmalijn preventie met gezag), een kinderbuurtwerker binnen het programma school en omgeving, de kwartiermaker buurthub en de buurtwerker volkshuisvestingsfonds.
Incidentele middelen gemeente Voor het programmabureau heeft de gemeente € 300.000 beschikbaar gesteld voor 2023 en 2024. Dit in afwachting van de middelen van het rijk hiervoor. Daarnaast heeft de gemeente Lelystad € 100.000 voor 2024 en € 100.000 voor 2025 beschikbaar gesteld voor de interne gemeentelijke kosten voor het programma. Structurele middelen gemeente De raad heeft 22 juni 2021 ingestemd met het voorstel van het college (raadsvoorstel 145) om een investeringsfonds Lelystad Oost in te stellen en het door de raad gelabelde bedrag voor
31
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Partners met eigen middelen Er zijn diverse partners met eigen middelen. De mate waarin deze ingezet kunnen worden voor het programma verschilt. De scholen krijgen hun reguliere, verplichte, taken bekostigd en zijn beperkt in het financieel bijdragen aan het programma. De inzet is vooral in natura. Ook de politie krijgt reguliere, verplichte, taken bekostigd. Daarnaast ontvangt de politie voor preventie met gezag extra middelen van het ministerie van Justitie en Veiligheid. Hiermee kan de politie specifiek extra inzet plegen voor de doelstellingen van Preventie met Gezag binnen Samen Lelystad-Oost. De woningcorporatie heeft meer mogelijkheden in de zin van financieel kunnen bijdragen. Bij het inponden gaat het om het verwerven van circa 40 woningen (dat aantal is opgenomen in de aanvraag, waarschijnlijk zullen de aantallen wijzigen vanwege de enorme kostenstijgingen).17 Bij het inponden en renoveren is er vaak een ‘onrendabele top’, dat wil zeggen dat niet alle kosten kunnen worden terugverdiend. De middelen uit het volkshuisvestingsfonds voor het inponden zijn voor de onrendabele top. Daarnaast is de leefbaarheid van buurten met veel sociale woningbouw van belang voor woningcorporaties. Overlast en achterstallige huren kan een groot probleem zijn voor woningcorporaties. Iets vergelijkbaars geldt voor zorgverzekeraars.
Gezondheidspreventie, zoals voorlichting over gezonde voeding en beweging, over drugsgebruik, alcoholgebruik en roken, kan zorgkosten besparen. Een programma als het gezond en actiefleven akkoord (GALA) – een akkoord van gemeenten, GGD’en, zorgverzekeraars en het rijk - is hierop gericht. Het is dan ook opvallend dat de zorgverzekeraar niet deelneemt aan Samen Lelystad Oost.
6.1.4 Ervaringen De ervaringen met de middelen van het rijk zijn enerzijds positief: er zijn extra middelen die het mogelijk maken iets te doen in een gebied waar dit hard nodig is. Anderzijds zijn er diverse kanttekeningen bij de middelen. Kort samengevat gaat het erom dat: • het tijdrovend is de aanvragen te doen voor de middelen. Geïnterviewden vonden de specifieke uitkering kansrijke wijk veel werk, omdat het om middelen gaat van verschillende ministeries die ieder hun eigen eisen stellen. De tijd die het kost is een probleem, omdat er weinig ambtelijke capaciteit is. • de middelen nog steeds verkokerd zijn. Het gaat om verschillende specifieke uitkeringen voor Samen Lelystad Oost. Bovendien is de specifieke uitkering kansrijke wijk opgedeeld in diverse onderwerpen. De middelen kunnen niet programma-breed worden ingezet. • de middelen grotendeels incidenteel zijn. Dit maakt het lastig grote lijnen uit te zetten. Het maakt het ook lastig capaciteit aan te trekken om langdurige te werken. • de randvoorwaarden soms complex zijn. Het kost tijd om de financiele en juridische processen uit te lijnen. • de sturing complex is. De specifieke uitkering kansrijke wijk is er voor het programma. De alliantie gaat daarom over de middelen. De middelen lopen echter via de gemeente. Wat wordt dan verwacht van de rol van de gemeente? In het bijzonder van de raad?
Partners die eigen middelen kunnen aanvragen Scholen kunnen een aanvraag doen voor school en omgeving. De scholen in Lelystad Oost hebben dit gedaan voor 2023 en vervolgens ook voor 2024. Bij de eerste tranche van de subsidie (2023) ging het om een bedrag voor (heel) het primair onderwijs. Voor de tranche van 2024 gaat het om een aanvraag per school. In bijlage 2 hebben we opgenomen hoe de subsidie is opgebouwd. Het programma school en omgeving is opgezet met middelen van het rijk. Scholen hoeven niet zorg te dragen voor cofinanciering.
De ervaringen zijn vooral van belang voor de relatie gemeente en programmaorganisatie enerzijds en de rijksoverheid anderzijds. Daarom gaan wij hier niet verder op deze ervaringen in.
6.2 Inzicht in de gemeentelijke bijdrage aan het programma Wat is er verplicht? De gemeente krijgt diverse specifieke uitkeringen van het rijk. Deze worden aangevraagd via speciale formulieren. De verantwoording
17 Hiervan wordt grofweg de helft opgeknapt en teruggebracht in de verhuur. De
andere helft zal worden ingepond om sloop/vervangende nieuwbouw mogelijk te maken. Hierdoor worden circa. 30 woningen aan het aanbod toegevoegd.
32
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
wordt ook afzonderlijk per specifieke uitkering geregeld. De gemeente is daartoe verplicht. Bij het niet nakomen van die verplichtingen kunnen middelen worden teruggevraagd. De gemeente wordt door de accountant gecontroleerd op de rechtmatige besteding van de middelen. De reden is dat bij een specifieke uitkering het ministerie verantwoordelijk is voor de besteding van de middelen door de gemeenten. De ministeries worden gecontroleerd op de rechtmatige besteding van de middelen. De aanvraag en verantwoording over de specifieke uitkeringen ligt bij het college. De gemeente heeft voor de specifieke uitkeringen van het programma de ‘kassiersfunctie’.
specifieke uitkeringen en om de eigen gemeentelijke middelen. De middelen zijn niet in alle taakvelden zichtbaar, omdat ze onderdeel uitmaken van een taakveld waar meerdere activiteiten onder vallen. Er is geen apart overzicht van alle middelen voor Samen Lelystad Oost in de begroting of de jaarstukken van Lelystad. Ook is er vooralsnog geen afzonderlijke financiele rapportage over het programma. De raad wordt tot nu toe vooral geïnformeerd via losse informatienotities of raadsvoorstellen over bijvoorbeeld het volkshuisvestingsfonds. Dit is in lijn met de reguliere werkwijze van de gemeente Lelystad.
Budgetrecht De gemeenteraad heeft het budgetrecht. Het budgetrecht houdt in dat de gemeenteraad de begroting vaststelt. Daarmee autoriseert de raad de besteding van de middelen per begrotingsprogramma (in Lelystad wordt dat taakveld genoemd). Omdat de begroting geen tekort mag hebben is het ook van belang dat de raad weegt hoeveel aan welk begrotingsprogramma besteed kan worden. Het college voert vervolgens het beleid uit en legt na het begrotingsjaar verantwoording af via de jaarstukken. De raad controleert de jaarstukken. De begroting en jaarstukken zijn integraal, dat wil zeggen alle middelen die via de gemeente lopen, zijn opgenomen. Specifieke uitkeringen zijn dus ook opgenomen, ongeacht of de raad er weinig of geen invloed op heeft.
6.3 Welke ruimte heeft de raad? Minimumvereisten De raad heeft het budgetrecht. Aan de raad worden beslissingen voor Samen Lelystad Oost voorgelegd over met name cofinanciering. Indien de cofinanciering binnen het taakveld kan worden geregeld wordt de beslissing niet afzonderlijk aan de raad voorgelegd. De middelen voor Samen Lelystad Oost zijn opgenomen in diverse taakvelden. Formeel voldoet de gemeente zo aan de regels van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV). Het gaat dan om een minimale invulling van deze vereisten. Ruimte voor meer inzicht Er zijn diverse manieren waarop de raad een beter inzicht in de gemeentelijke middelen voor het programma kan krijgen. De opties daarvoor hebben we in tekstkader 9 opgenomen. Het gaat om de opties: meer duiding bij de programma’s, een paragraaf Samen Lelystad Oost en een bestuursrapportage.
Figuur 8. Begroting Lelystad en middelen Samen Lelystad Oost Taakveld begroting
Middelen Samen Lelystad Oost
8.3 Wonen en bouwen 1.2 openbare orde en veiligheid 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
volkshuisvestingsfonds preventie met gezag incidente middelen programmabureau incidente middelen gemeentelijke organisatie structurele bijdrage investeringsfonds kansrijke wijk
Diverse taakvelden, nog niet toegedeeld (middelen zijn eind 2023 definitief toegekend).
Paragraaf Samen Lelystad Oost De raad bepaalt hoe de eigen begroting is ingedeeld. De raad kan dus vragen om een extra toelichting per programma en/of om een extra paragraaf. Uiteraard kan de raad ook vragen om een afzonderlijke rapportage. In de sessie met de gemeenteraad op 5 februari 2024 over het startonderzoek is verkennend besproken welke voorkeur de raadsleden zouden hebben. Raadsleden hebben aangegeven dat meer inzicht gewenst is. Een aparte paragraaf in combinatie met een korte toelichting per programma sprak aan. De toelichting bij de programma’s is wenselijk zodat de aansluiting tussen
Hoe zit Samen Lelystad Oost in de gemeentelijke begroting? In figuur 8 hebben we opgenomen in welk begrotingsprogramma (taakveld) in Lelystad de middelen voor Samen Lelystad Oost zijn opgenomen. Het gaat dan om de
33
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
begrotingsprogramma’s en Samen Lelystad Oost duidelijk is. Dit is van belang omdat wat regulier beleid is en wat extra elkaar raakt.
Tekstkader 9. Opties voor inzicht financiën Samen Lelystad Oost Er zijn grofweg drie opties hoe de raad inzicht kan krijgen in de gemeentelijke bijdragen aan het programma Samen Lelystad Oost en in de specifieke uitkeringen die via de gemeente lopen. Deze opties kunnen ook in combinatie met elkaar worden gebruikt.
Voorbeeld financieel overzicht In figuur 10 hebben we een voorbeeld van een financieel overzicht voor het programma Samen Lelystad Oost opgenomen. Een dergelijk overzicht zou in een paragraaf Samen Lelystad Oost kunnen worden opgenomen. Dit overzicht beperkt zich tot een tabel. Een paragraaf kent ook een toelichting.
Programma’s De middelen worden (verplicht) opgenomen in een begrotingsprogramma. Hierbij is het mogelijk per programma apart toe te lichten welk bedrag voor welk onderdeel voor Samen Lelystad Oost is. Paragraaf Samen Lelystad Oost De begroting van gemeenten hebben zeven verplichte paragrafen, zoals onderhoud kapitaalgoederen, verbonden partijen en lokale heffingen. Deze paragrafen zijn dwarsdoorsneden van programma’s; ze halen uit de programma’s specifieke informatie, zoals welke verbonden partijen er zijn. In de paragraaf wordt dit vervolgens op een rij gezet. De reden voor deze verplichte paragrafen is dat het gaat om onderwerpen met een groot financieel belang en/of een groot maatschappelijk belang die verspreid over de begroting staan. Extra inzicht is daarom nodig. Gemeenten zijn vrij om in aanvulling op de verplichte paragrafen eigen paragrafen te maken. Voor Samen Lelystad Oost is dat bijvoorbeeld een optie. De informatie wordt dan uit de programma’s opgehaald en op een overzichtelijke wijze in de paragraaf ‘Samen Lelystad Oost’ gezet. Hierbij is het van belang dat de raad de bedragen in de programma’s vaststelt; dat verandert niet. De paragraaf is extra. De informatie in de paragraaf dubbelt met die in de programma’s. Bestuursrapportage Samen Lelystad Oost Het is ook mogelijk een apart document te maken over Samen Lelystad Oost.
Hierin kan ook een financieel overzicht worden opgenomen. Dit kan als voordeel hebben, dat er uitgebreider op het programma Samen Lelystad Oost kan worden ingegaan, dan bijvoorbeeld in een paragraaf. Het nadeel is dat de raad het inzicht in de financien dan wellicht op een net wat ander moment heeft dan dat de begroting wordt behandeld.
34
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Figuur 10. Voorbeeld overzichtstabel paragraaf Samen Lelystad Oost Figuur 10.a Toegezegde middelen (in euro’s x 1.000) Taakveld
Onderwerp
8.3 Wonen en bouwen
Spuk VHF* (eerste tranche) Cofinanciering (gemeente)** Spuk preventie met gezag Cofinanciering gemeente Spuk kansrijke wijk*** Structurele bijdrage investeringsfonds Programmabureau (gemeente) incidentele bijdrage gemeente Totaal (exclusief VHF) Totaal (inclusief VHF)
1.2 openbare orde en veiligheid Diverse (nog toe te delen) 6.1 Samenkracht en burgerparticipatie
2022
2023
1.000 400
39,4 (tien jaar) 13 mln. (tien jaar) 1.690 1.445 400 400 1.800 2.650 300 300
300
300 1.700
4.765
2024
2025
300 100 4.620
Totaal excl VHF
Inclusief VHF
1.445 400 2.650 300
5.580 1.600 7.100 1.200
39.400 13.000 5.580 1.600 7.100 1.200
100 4.320
600 200 15.405
600 200 67.805
Totaal Spuks 1.000 3.465 Totaal gemeente 700 1.000 * Spuk staat voor specifieke uitkering. VHF staat voor volkshuisvestingsfonds. ** Centrada draagt ook bij aan de cofinanciering voor € 3,8 mln. Dit loopt niet via de begroting van de gemeente *** in deze specifieke uitkering is €475.000 per jaar voor de programmaorganisatie opgenomen.
4.095 1.100
4.095 800
12.680 3.600
52.080 16.600
Figuur 10.b Aan te vragen middelen (in euro’s) Taakveld
Onderwerp
8.3 Wonen en bouwen
Spuk VHF (derde tranche) Cofinanciering (gemeente) Totaal
2022
2023
2024
2025
5,8 mln. (tien jaar) 2,5 mln. (tien jaar) 8,3 mln. (tien jaar)
35
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Hoofstuk 7. Volgen van resultaten
uitvoeringsplannen. Deze plannen zijn nodig om een goede monitoring op te zetten.
In dit hoofdstuk gaan we in op de informatie die verzameld wordt voor het volgen van de resultaten van het programma Samen Lelystad Oost. We geven in paragraaf 7.1 aan welke informatie er is. Het gaat dan vooral om websites die vanuit het rijk zijn opgezet. In paragraaf 7.2 gaan we in op de monitoring waar vanuit Samen Lelystad Oost aan wordt gewerkt. De monitoring is nog in de fase van opzetten. In de laatste paragraaf staan we stil bij de vraag wat de ruimte voor de raad is.
Monitoring programmalijnen De indicatoren die landelijk worden verzameld zijn beschikbaar. Ook werkt Lelystad aan de verantwoording die het rijk wil hebben. Per programmalijn zijn daarvoor specifieke indicatoren. Voor het volkshuisvestingsfonds wordt bijgehouden: het aantal woningen waarvan de herstructurering gestart is in (jaar t), het aantal volledig gerealiseerde geherstructureerde woningen (inclusief labelstappen) (t/m jaar t) en de cumulatieve besteding van de middelen (t/m jaar t) per deelplan – inclusief uitvoering door derden. Voor school en omgeving werd in 2023 bijgehouden hoeveel kinderen mee hebben gedaan. Vanaf 2024 wordt behalve het aantal kinderen ook het aantal uren per kind bijgehouden. Voor preventie met gezag wordt landelijk aan de ontwikkeling van monitoring gewerkt door het ministerie van Justitie & Veiligheid en de gemeenten die deelnemen aan preventie met gezag. In de eerste opzet van deze monitoring is eenduidigheid tussen de wijze van monitoren door gemeenten van belang. Het zijn daarom data op hoofdlijnen zoals fte’s en aantallen gegevens. Het is de start van de monitor. De monitor wordt lerend opgezet.
7.1 Wat is er aan informatie? Het NPLV biedt diverse gegevens: • de leefbaarometer laat zien hoe de situatie van de leefbaarheid er is en hoe die zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld. • het dashboard zicht op wijken. In dit dashboard zijn gegevens per wijk opgenomen. De gegevens voor de figuren 1.a - 1.d in hoofdstuk 2 hebben we via dit dashboard verzameld. • de website wijkwijzer. Deze site heeft als doel van elkaar leren. Het gaat dan onder andere om praktijkvoorbeelden.
Ontwikkeling monitoring programma Een volgende stap is het op een rij zetten van de informatie die de programmaorganisatie nodig heeft, evenals van wat bijvoorbeeld de raad wil hebben. De voorlopige opzet is om een a twee keer per jaar aan raadsleden te verantwoorden. Dit aan de hand van de informatie die naar het rijk moet en de eigen sturingsinfo. Aan een eerste opzet wordt ten tijde van dit startonderzoek nog gewerkt. Een gesprek hierover met de raad is er nog niet geweest of gepland. De monitoring kan bijvoorbeeld gegevens bevatten over bijvoorbeeld jonge aanwas criminaliteit, aantallen schoolverlaters en bewoners met probleemschulden. Deze gegevens zijn beschikbaar. Een belangrijk aandachtspunt hierbij is de vraag wat de doorstroming van bewoners in Lelystad Oost is. Als bijvoorbeeld bewoners met wie het beter gaat uit Lelystad Oost verhuizen kan dit ertoe leiden dat de cijfers laten zien dat er in geen verbetering is. Aanvullend aan de cijfers vinden veel geïnterviewden het ook van belang dat er zicht komt op de effectiviteit van het programma: wordt het doel bereikt? Voelen bewoners van Lelystad Oost zich beter? Veiliger? Is de leefomgeving
Er is landelijke monitoring van de focusgebieden Voor de actielijnen 2, 3 en 4 van het NPLV (zie tekstkader 1 in paragraaf 2.1) zijn hiervoor kernindicatoren afgesproken. De focusgebieden gaan hierover rapporteren. In bijlage 3 hebben we deze kernindicatoren opgenomen. Het rijk geeft aan dat er aanvullend aan deze kernindicatoren een kwalitatief onderdeel in de monitoring komt. Dit onderdeel is nog in ontwikkeling.
7.2 Waar wordt aan gewerkt? Fase van ontwikkeling In Lelystad staat de ontwikkeling van het volgen van de resultaten van het programma nog in de kinderschoenen. Een belangrijke reden hiervoor is dat het programmabureau, begin 2024, nog moet worden opgezet. Een van de taken van het programmabureau is het maken van
36
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
prettiger? Ook deze resultaten zullen zichtbaar gemaakt moeten worden. Een nulmeting via een bewonersonderzoek wordt hiervoor als optie genoemd door geïnterviewden. Als er vervolgens jaarlijks een bewonersonderzoek wordt gehouden wordt het zichtbaar hoe bewoners hun kansen voor de toekomst zien, hoe het met opgroeiende kinderen gaat enzovoorts.
7.3 Welke ruimte heeft de raad? Vooralsnog is de monitoring nog in opzet. Toch is er een aantal opties waar de raad zich over zou kunnen uitspreken, bijvoorbeeld: • hoe vaak zou de raad informatie over de resultaten willen zien? • wat heeft prioriteit wat betreft de indicatoren? Een database als zicht op wijken bevat veel indicatoren. Het rijk heeft 17 indicatoren (zie bijlage 3) gekozen als belangrijk. Welke 10, 15 of 20 indicatoren vindt de raad van Lelystad belangrijk? • hoe belangrijk vindt de raad kwalitatieve informatie? Hoe zou dit deel van de monitoring eruit kunnen zien? Wat is belangrijk om aan bewoners van Lelystad Oost te vragen? Het is mogelijk dat de raad afwacht tot het college komt met een opzet voor de monitoring (kwantitatief en kwalitatief). De raad kan vervolgens aangeven wat hij belangrijk vindt en/of aanvullend zou willen zien. Het is ook mogelijk in een eerder stadium mee te denken. De raad kan bijvoorbeeld vragen om een werksessie van raadsleden, wethouder en ambtenaren.
37
Startonderzoek Samen Lelystad Oost
Naar inhoudsopgave
Hoofdstuk 8. Governance
goed onderbouwd en wordt breed gedragen binnen Lelystad. Ook in de gemeenteraad is hier een breed draagvlak voor. De Integrale Gebiedsaanpak Lelystad Oost (IGLO) was de start van het gemeentelijk beleid voor Lelystad Oost. Het raadsvoorstel voor de kaders van dit plan is zomer 2021 unaniem aangenomen. Er was ook een duidelijke betrokkenheid van de raad bij de behandeling van dit raadsvoorstel. IGLO is vervolgens doorontwikkeld naar het gebiedsplan voor Lelystad Oost ‘Samen vooruit’. Dit gebiedsplan van zomer 2023 is van de alliantie. De raad heeft het ter kennisneming gekregen. Dit plan heeft beperkt aandacht gekregen van de raad.
Het laatste hoofdstuk gaat over governance en is daarmee overkoepeld voor de andere hoofdstukken. Dit hoofdstuk geeft een samenvattende overall analyse. In paragraaf 8.1 geven we aan hoe de betrokkenheid van de gemeenteraad bij Samen Lelystad Oost tot nu toe is. In paragraaf 8.2 geven we opties om de betrokkenheid van de raad verder te ontwikkelen
8.1 Betrokkenheid van de gemeenteraad tot nu toe
Het programma Samen Lelystad Oost heeft tot nu toe drie programmalijnen. Deze zijn gericht op de middelen van het rijk die Lelystad voor het programma krijgt. De drie programmalijnen zijn opgezet rond de middelen voor het volkshuisvestingsfonds, school en omgeving en preventie met gezag. Daarnaast is er gemeentelijk beleid, zoals de woonvisie, waar de middelen van het volkshuisvestingsfonds goed op aansluiten. Er is vooralsnog geen aanvullend inhoudelijk beleid ontwikkeld voor Lelystad Oost. Er is bijvoorbeeld geen visie over wat wenselijk is voor buitenschoolse activiteiten van kinderen. Dit leidt tot de vraag of er behoefte is bij de raad aan meer gemeentelijke visie over een of meerdere programmalijnen. Ook is het de vraag of en hoe de raad de relatie ziet met de andere wijken van Lelystad. Hier gaat de vraag aan vooraf of de raad voldoende overzicht heeft om die vragen te beantwoorden. De informatie die de raad krijgt is tot nu toe beperkt tot het gebiedsplan en aanvragen voor specifieke uitkeringen. Daar komen de uitvoeringsplannen bij. Deze moeten nog worden ontwikkeld. Hier kunnen we in dit startonderzoek nog niets over zeggen.
Alliantie In hoofdstuk 4 hebben we uiteengezet hoe het programma Samen Lelystad Oost is georganiseerd. Het programma wordt aangestuurd door een alliantie van publieke en private partners. De gemeente is een van de partners. De relaties tussen de partners zijn zo gelijkwaardig mogelijk. Het programmabureau is daarvoor van belang. Door het ontbreken van het programmabureau in 2023 was de rol van de gemeente groter, omdat de gemeente een aantal taken over heeft genomen van het programmabureau. De burgmeester en de coordinerend wethouder nemen deel aan de gebiedstafel (het alliantieoverleg) en de agendacommissie (dagelijks bestuur). De burgemeester is vooral het boegbeeld van het programma. De coordinerend wethouder vertegenwoordigt de gemeente en stemt inhoudelijk af met het college. Het programma kent tot nu toe drie programmalijnen. Twee van de drie programmalijnen worden door de gemeente getrokken. Gemeenteraad De gemeenteraad heeft binnen de alliantie geen directe rol. De gemeenteraad heeft zijn reguliere kaderstellende en controlerende rol. Dat wil zeggen de raad stelt kaders, het college voert uit en informeert de raad. De raad kan vragen stellen en agendaverzoeken doen over het programma. Het gaat dan vooral om het programma in zijn geheel. Er is ook een gemeentelijk deel in het programma. Daar gaat de raad sowieso over.