CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Kadernota 2026 - 2029 (versie vóór raadsbehandeling)

Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: Kadernota 2026 - 202930.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Blaashal tbv binnensportcapaciteit’ de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€77.000 en deze middelen te reserveren in afwachting van een nader uitgewerkt voorstel.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

35

40

Bijstelling

8.2

Grondexploitatie & investerings- en exploitatielasten Fjord Centrada

Bedragen x € 1.000

2026 -95

2027 -48

2028 -48

2029 -48

De grondexploitatie wordt opgesteld ten behoeve van de (her)ontwikkeling van de locatie "Fjord". Het project betreft de herontwikkeling van het huidige gebouw van Buurtvereniging IDO, waarbij het bestaande gebouw volledig wordt vernieuwd en verduurzaamd. In het kader van deze herontwikkeling zal woningcorporatie Centrada circa 46 appartementen realiseren. Het project beoogt niet alleen het moderniseren en verduurzamen van het gebouw, maar ook het toevoegen van nieuwe woonruimte in de vorm van duurzame appartementen, waarmee een belangrijke bijdrage wordt geleverd aan de woningbehoefte in Lelystad. Op basis van de huidige ramingen wordt verwacht dat de grondexploitatie voor deze ontwikkeling leidt tot een incidenteel tekort van €95.000. Daarnaast bedragen de jaarlijkse investeringslasten voor het gebouw €38.500, terwijl de additionele exploitatiekosten op €9.000 worden geraamd. Dit tekort is een voorlopige schatting, gebaseerd op een globale kostenraming met verschillende aannames. Naarmate het project verder wordt uitgewerkt, kunnen deze aannames worden herzien, wat kan leiden tot afwijkingen in de uiteindelijke bedragen. Voorgesteld besluit: 40.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Grondexploitatie & investerings- en exploitatielasten Fjord Centrada’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: -€95.000 in 2026 en -€48.000 met ingang van 2027.

41

Bijstelling

8.2

Grondexploitatie & investerings- en exploitatielasten Voorhof Centrada

Bedragen x € 1.000

2026 -240

2027 -20

2028 -20

2029 -20

De grondexploitatie wordt opgesteld ten behoeve van de (her)ontwikkeling van locatie "Voorhof". Het project betreft de herontwikkeling van het gebouw van Buurtvereniging Het Palet in "Voorhof", waarbij het bestaande gebouw volledig wordt vernieuwd en verduurzaamd. In het kader van deze herontwikkeling zal woningcorporatie Centrada ongeveer 39 appartementen realiseren. Het project richt zich op het moderniseren en verduurzamen van het gebouw, terwijl tegelijkertijd nieuwe, duurzame woonruimte wordt toegevoegd. Deze herontwikkeling speelt in op de toenemende vraag naar betaalbare woningen en draagt bij aan de verduurzaming van de wijk. Op basis van de huidige ramingen wordt verwacht dat de grondexploitatie voor deze ontwikkeling leidt tot een incidenteel tekort van €240.000. Daarnaast bedragen de jaarlijkse investeringslasten voor het gebouw €19.500, terwijl de additionele exploitatiekosten op €0 worden geraamd. Dit tekort is een voorlopige schatting, gebaseerd op een globale kostenraming met verschillende aannames. Naarmate het project verder wordt uitgewerkt, kunnen deze aannames worden herzien, wat kan leiden tot afwijkingen in de uiteindelijke bedragen. De opgenomen lasten zijn bepaald aan de hand van kengetallen, waardoor het tekort zowel kan toenemen als afnemen.

De verwachte afwijking ligt binnen een marge van 20%, afhankelijk van de keuzes die tijdens de verdere uitwerking van het project worden gemaakt. Voorgesteld besluit: 41. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Grondexploitatie & investerings- en exploitatielasten Voorhof Centrada’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: -€240.000 in 2026 en -€20.000 met ingang van 2027.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

36

4.

Inzet incidentele middelen

Vanuit het financieel toezicht is het van belang om onderscheid te maken tussen baten en lasten die structureel van karakter zijn (en dus jaar in jaar uit terugkeren) en incidenteel van karakter zijn (en dus maar voor enkele jaren van toepassing zijn). Achterliggende reden hiervoor is dat moet worden voorkomen dat structurele lasten gedekt worden door incidentele baten en er daarmee geen sprake is van structureel begrotingsevenwicht. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen structurele bijstellingen (zie vorige hoofdstuk) en bijstellingen die incidenteel van karakter zijn (dit hoofdstuk).

Wat is beschikbaar? Op dit moment is er nog een beperkt bedrag aan onbeklemde ruimte beschikbaar binnen de reserve ontwikkeling stad. Op basis van de huidige inzichten zal de reserve ontwikkeling stad met een fors bedrag worden aangezuiverd bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 20241. Met de toevoeging van deze middelen komt de onbeklemde ruimte naar verwachting uit op een bedrag boven de €25 miljoen.

Wat wordt voorgesteld?

Onderwerp

Taakveld

In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt welke bijstellingen aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Het gaat om een totaalbedrag ter grootte van €15,3 miljoen dat aan incidentele middelen wordt ingezet in de komende jaren. Na besluitvorming resteert er nog ruim €10 miljoen aan incidentele middelen binnen de reserve ontwikkeling stad.

Inzet incidentele middelen

42 43 44 45 46 47 48 49 50 51 52 53 54 55 56 57 58 59

0.1 0.1 2.1 5.2 5.2 6.6 6.1 6.1 6.1 7.1 8.1 8.1 8.1 8.2 8.2 8.2 8.2 8.3

Budget voor verkiezingsactiviteiten Viering Lelystad 60 jaar Fietsvoorziening Fivelingo - Het Bildt Voorstel verduurzaming sportcomplex De Rietlanden Wederom kantelen kunstgrasveld Sportpark Schouw Scootmobielstallingen Jongerenwerk Versterken van de basis WachtVerzachter Sociaal Vitaal Programma Hart van de stad Kader planontwikkeling ziekenhuis Gebiedsontwikkeling Binnendijk (Groupius) Aanvullend voorbereidingskrediet Waterfront Grondexploitatie Binnendijk Skatepark (Centrada) Turbolocatie Agoraweg (voormalig MBO) Ontwikkeling turbolocaties Woningbouwversnelling en relatie programma LNL

42

Meerjarenraming 2026 - 2029 2026 2027 2028 2029

-40 -1.500 -75 -100 -303 -263 -110 -60 -350 -200 -1.100 -1.000

-200 -700 -775 -110 -160 -350 -1.000

-150 -700 -775 -110 -160 -200 -1.000

-700 -775 -110 -160 -100 -1.000

Inzet incidentele middelen

-5.101

-3.295

-3.095

-2.845

Inzet incidentele middelen

0.1

Bedragen x € 1.000

2026 -40

2027 -

2028 -

2029 -

Budget voor verkiezingsactiviteiten In 2026 worden er gemeenteraadsverkiezingen gehouden. Activiteiten die hieromtrent georganiseerd worden kosten geld, exact bedrag en invulling is nog niet bekend.

Voorgesteld besluit: 42. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Budget voor verkiezingsactiviteiten’ de begroting 2026 bij te stellen met -€40.000 en dit bedrag beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

1 Zie bijlage 1 voor een toelichting op het voorlopige jaarrekeningresultaat 2024 op hoofdlijnen.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

37

43

Bijstelling

0.1

Viering Lelystad 60 jaar

Bedragen x € 1.000

2026 -1.500

2027 -

2028 -

2029 -

Er zijn conceptueel plannen in de maak voor een grootse viering van 60 jaar Lelystad en tegelijk - en in combinatie met - 40 jaar provincie Flevoland. Het moet een vrolijk en wervelend feest worden voor jong en oud. Een feest van en voor Lelystedelingen, met bezoekers van binnen en buiten de stad. Bij de organisatie van het feest worden inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties betrokken. De geschatte kosten van een dergelijke unieke viering zijn 1,5 miljoen euro. In een later stadium worden de plannen concreter aan uw raad voorgelegd. Voorgesteld besluit: 43. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Viering Lelystad 60 jaar’ de begroting 2026 bij te stellen met €1.500.000 en dit bedrag beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

44

Bijstelling

2.1

Fietsvoorziening Fivelingo - Het Bildt

Bedragen x € 1.000

2026 -75

2027 -

2028 -

2029 -

In 2024 is het fietspad parallel aan de Middendreef naar de gelijkvloerse oversteek met de Grietenij (achter de carwash langs) opgeheven, met als doel de gelijkvloerse oversteek over de Middendreef onaantrekkelijker te maken voor fietsers van en naar Porteum. De situatie is nu zo dat er twee fietsoversteken over Het Bildt zijn op korte afstand van elkaar: parallel aan de Middendreef en in het verlengde van de Fivelingo. Dit veroorzaakt twee potentiële conflictpunten tussen fiets- en autoverkeer. Na het verwijderen van het fietspad achter de carwash langs resteert een stuk fietspad parallel aan Het Bildt onder het spoor door, met een kruising over Het Bildt bij de Middendreef. Dit stuk fietspad is overbodig geworden door het opheffen van het fietspad langs de carwash. De verkeersveiligheid op deze locatie kan verbeterd worden door de fietsoversteek over Het Bildt parallel aan de Middendreef, inclusief het zuidelijk stukje fietspad langs Het Bildt, te verwijderen. Hierdoor zal de oversteek van fietsverkeer zich concentreren op de kruising Fivelingo-Het Bildt. Deze kruising kan veiliger worden ingericht door hier een snelheidsremmend plateau aan te leggen met een voorrangskruispunt op Het Bildt - Fivelingo. Zo wordt de voorrangssituatie van de fietser duidelijker en dus veiliger.

Dit uitgangspunt past bij het minder aantrekkelijk maken van de gelijkvloerse oversteek op de Middendreef en past bij de ambitie uit het Raadsakkoord om tot de beste fietssteden van Nederland te behoren. De kosten van deze maatregel worden geschat op € 150.000. Deze maatregel past echter ook binnen de spelregels van de provinciale verkeer en vervoer subsidie. Deze subsidie biedt de mogelijkheid aan maatregelen die bijdragen aan het verduurzamen of verbeteren van de verkeersveiligheid om een cofinanciering aan te vragen van 50%. In deze kadernota wordt daarom € 75.000 aangevraagd. Met dit bedrag kunnen de maatregelen worden uitgevoerd op voorwaarde dat de provinciale subsidie wordt toegekend. Voorgesteld besluit: 44. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Fietsvoorziening Fivelingo – Het Bildt’ de begroting 2026 bij te stellen met -€75.000 en dit bedrag beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

45

Bijstelling

5.2

Voorstel verduurzaming sportcomplex De Rietlanden

Bedragen x € 1.000

2026 -100

2027 -

2028 -

2029 -

Op 16 juli 2024 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP Sport) vastgesteld. De raad heeft bij de vaststelling van dit plan onder andere besloten bij de kadernota 2026-2029 integraal een afweging te maken over het budget voor verduurzaming van sportaccommodaties, waaronder sportcomplex de Rietlanden. Bij Sportcomplex de Rietlanden is een aantal jaar geleden gestart om binnen de huidige middelen en op het juiste renovatiemoment het gebouw te verduurzamen indien de verduurzaming een terugverdientijd heeft van maximaal 5 jaar. De volgende duurzaamheidsmaatregelen zijn uitgevoerd: LED verlichting, zonnepanelen, waterbesparende douchekoppen, warmteterugwinning, aanvullend GBS-bewaking en

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

38

deels HR++ beglazing en deels geïsoleerde bouwkundige schil. Voor verdere verduurzaming van het gebouw met een terugverdientijd tussen de 5 en 15 jaar is binnen de huidige middelen is aanvullend budget nodig. Dit vraagt een investering van €100.000 voor onder andere isoleren leidingwerk en appendages en energiemanagement. Voorgesteld besluit: 45. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Voorstel verduurzaming sportcomplex de Rietlanden’ de begroting 2026 bij te stellen met -€100.000 en dit bedrag beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

46

Bijstelling

5.2

Wederom kantelen kunstgrasveld Sportpark Schouw

Bedragen x € 1.000

2026 -303

2027 -

2028 -

2029 -

In september 2022 is besloten incidenteel €1,3 miljoen te verstrekken aan Sportbedrijf Lelystad om de toenmalige sportaccommodaties op orde te kunnen brengen. Een deel van dit bedrag is ingezet om een voetbalveld op Sportpark Schouw 90 graden te draaien en te voorzien van kurk (€ 300.000). Dit met de gedachtegang om in de toekomst een 5e veld aan te leggen in het kader van de groei van de vereniging/stad. De draaiing van het veld heeft geleid tot aanzienlijke overlast voor omwonenden, omdat het kunstgrasveld nu +/- 10 meter van de achtertuin van omwonenden ligt. In overleg met buurtbewoners, V.V. Unicum en Sportbedrijf Lelystad is sinds de draaiing van het veld geprobeerd de overlast te verminderen. Helaas heeft diverse inzet niet geleid tot het gewenste resultaat. Om tot een structurele oplossing te komen is het terugdraaien van het veld de enige optie. De eenmalige kosten voor het draaien van het veld en hergebruik van materialen en huidige mat bedragen €302.560. Voorgesteld besluit: 46. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Wederom kantelen kunstgrasveld Sportpark Schouw’ de begroting 2026 bij te stellen met -€303.000 en dit bedrag beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

47

Bijstelling

6.6

Scootmobielstallingen

Bedragen x € 1.000

2026 -263

2027 -200

2028 -150

2029 -

Per 1 juli 2024 is het nieuwe artikel 6.15a Bbl (Besluit bouwwerken leefomgeving) in werking getreden. Dit artikel benadrukt dat in een gemeenschappelijke verkeersruimte van een woongebouw, waardoor een vluchtroute voert, geen brandgevaarlijke objecten aanwezig mogen zijn. Dit geldt nu ook voor scootmobielen die als brandgevaarlijk worden aangemerkt. In Lelystad zijn er wooncomplexen waarbij dit direct consequenties heeft voor de stalling van scootmobielen. Conform de prestatieafspraken met Centrada zijn bij bestaande wooncomplexen voor senioren de aanpassingen voor rekening van Centrada. Bij wooncomplexen niet specifiek voor senioren of jongeren komen deze voor rekening van de Wmo/gemeente. Aangezien er in wooncomplexen vaker sprake is van een gemixte doelgroep is een wooncomplex niet altijd te labelen als zijnde wel/niet voor senioren. Het voorstel is om de benodigde aanpassingen gefaseerd te realiseren waarbij we vooralsnog zijn uitgegaan van het delen van de kosten. Hier worden nog nadere afspraken over gemaakt. Een eerste inventarisatie van wooncomplexen komt bij benadering op een kostenpost van € 527.500 welke in 2026 gerealiseerd dient te worden. Dit betreft nog niet alle locaties. Dit jaar vindt er een nadere inventarisatie plaats om tot een vollediger beeld te komen. De totale kosten zijn op dit moment dan ook nog niet in te schatten. Voorgesteld besluit: 47.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Scootmobielstallingen’ de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 en 2028 bij te stellen met de volgende bedragen: -€263.000 in 2026, -€200.000 in 2027 en -€150.000 in 2028 en deze bedragen beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

39

Bijstelling

48

6.1

Jongerenwerk

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -700

2028 -700

2029 -700

Om de ombuigingen van de jeugdhulp waar te kunnen maken, is het noodzakelijk om te investeren in een sterke pedagogische basis. Daarom is één van de knoppen uit het knoppenplan jeugdzorg het versterken van ‘communities’ in de stad. Eén van de onmisbare factoren bij deze ‘community building’ is het jongerenwerk. Sinds 2020 is er 4 FTE ambulant jongerenwerk voor de hele stad beschikbaar. Voor een stad als Lelystad, qua omvang van de jeugdpopulatie, uitdagingen die spelen in de levens van de jongeren én de ambities voor ombuigingen jeugdhulp, is 4FTE te weinig. Sinds 2023 is het jongerenwerk vanuit het programma Preventie met gezag, in Lelystad Oost, uitgebreid met extra inzet op locatie-gebonden jongerenwerk en jongerenwerk op school, met name gericht op het voorkomen dat jongeren in de criminaliteit afglijden (circa 4 FTE). Vanuit het programma School en Omgeving wordt daarbij extra ingezet op kinderbuurtwerk (circa 2 FTE). In principe worden vanuit deze ‘extra’ programma’s gaten in de basisinfrastructuur opgevuld. Het is echter niet wenselijk dat een basisvoorziening als het jongerenwerk afhankelijk is van ‘plusprogramma’s’ zoals Preventie met gezag en School en Omgeving. Om de ombuigingen van de jeugdhulp op te kunnen vangen én het community gedachtegoed daadwerkelijk te bereiken, is het zeer wenselijk om de inzet te bestendigen in de gemeentebegroting.

Voor een gedeelte van 2026, tot en met mei, kan het jongerenwerk ieder geval nog gefinancierd worden vanuit de rijksmiddelen van Preventie met Gezag (PmG). Als richtlijn voor de begroting is de huidige inzet genomen, vanuit de gemeentelijke middelen en de rijksprogramma's. Als er een vervolg, met betrekking tot jongerenwerk, komt vanuit rijksmiddelen vloeien deze middelen terug in de gemeentemiddelen. Voorgesteld besluit: 48. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Jongerenwerk’ de meerjarenraming 2027 - 2029 bij te stellen met -€700.000 en deze bedragen beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

Bijstelling

49

6.1

Versterken van de basis

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -775

2028 -775

2029 -775

In 2020 heeft de raad de Aanpak Sociaal Domein vastgesteld. In verband met geconstateerde aandachtspunten in combinatie met grote financiële tekorten binnen het sociaal domein is ingestemd met een fundamentele koerswijziging. Voor de jeugdhulp betekende dit drie maatregelen. Eén maatregel is het investeren in een sterke basis als voorliggende voorziening om een groot deel van de ondersteuning op te kunnen vangen. Om handen en voeten te geven aan deze wijziging, is in 2022 gestart met het traject het Versterken van de Basis. Hiervoor zijn vier opgaven opgesteld waarmee de basis rondom kinderen en gezinnen wordt versterkt: -

-

Opgave 1. Een laagdrempelig informatie- en adviespunt voor opvoed- en opgroeivragen (LISA). Opgave 2. Versterken van de basisondersteuning in en rondom: a. voorschoolse voorzieningen; b. primair en c. voortgezet onderwijs. Opgave 3. Uitbreiding van preventieve en lichte ondersteuning voor kinderen en ouders in de wijk. Opgave 4. Versterken van de vrij toegankelijke ondersteuning voor kwetsbare gezinnen.

De afgelopen vier jaren zijn deze opgaven uitgevoerd door verschillende maatschappelijke partners waaronder GGD Flevoland, MDF, Welzijn, Onderwijs, Icare JGZ, Humanitas, Samenwerkingsverbanden primair- en voortgezet onderwijs en andere partners. Uit de diverse verantwoordingen blijkt de meerwaarde van het traject 'versterken van de basis'. Het traject is opgebouwd uit een deel gemeentelijke, structurele middelen van €517.000 met daarnaast een incidentele ophoging van €775.000. Ieder jaar is echter de vraag of de incidentele subsidie verlengd wordt, wat het bemoeilijkt om structureel de basis te versterken. Om blijvend de basis te versterken zijn structurele middelen benodigd. In verband met het

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

40

ontbreken van structurele middelen wordt voorgesteld de inzet in ieder geval tot en met 2029 te borgen vanuit incidentele middelen. Voorgesteld besluit: 49. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Versterken van de basis’ de meerjarenraming 2027 - 2029 bij te stellen met -€775.000 en deze bedragen beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

50

Bijstelling

6.1

WachtVerzachter

Bedragen x € 1.000

2026 -110

2027 -110

2028 -110

2029 -110

De WachtVerzachter richt zich op jongvolwassen die op de wachtlijst staan voor de GGZ. Tijdens het wachten op GGZ wordt de deelnemer gekoppeld aan een ervaringsdeskundige om de wachtperiode te overbruggen. Daarnaast zijn er wekelijks activiteiten waaraan deelgenomen kunnen worden. Naast het wachten op GGZ behandeling kan de WachtVerzachter ook ingezet worden voor inwoners zonder Ggz verwijzing. Stut en steun bij bijvoorbeeld angsten, depressie en eenzaamheidsgevoelens is veelal helpend om weer zelfstandig verder te kunnen. De WachtVerzachter is in Lelystad in april 2024 gestart waarbij de eerste maanden vooral in het teken hebben gestaan van netwerk opbouw en bekendheid. De eerste ervaringen van deelnemers zijn positief. Zij voelen zich gezien / gehoord, ervaren minder eenzaamheid en een verbetering van de mentale gezondheid. De uitvoering van de WachtVerzachter is in 2024 en 2025 bekostigd uit diverse incidentele potjes dat stopt per 2026. In 2025 wordt gekeken op welke wijze de Wachtverzachter ingezet kan worden in het proces van Jeugdhulp. Voorgesteld wordt om deze inzet in ieder geval te borgen tot en met 2029 vanuit incidentele middelen. Voorgesteld besluit: 50. Op basis van bovenstaand voorstel ‘WachtVerzachter’ de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029 bij te stellen met -€110.000 en deze bedragen beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

51

Bijstelling

7.1

Sociaal Vitaal

Bedragen x € 1.000

2026 -60

2027 -160

2028 -160

2029 -160

Sociaal Vitaal is een erkend beweegprogramma voor kwetsbare ouderen van 55-85 jaar met een lage sociaal economische status. Het laagdrempelige groepsprogramma wordt gecombineerd met vaardigheidstrainingen die gericht zijn op het verminderen van eenzaamheidsklachten, het verbeteren van het zelfvertrouwen en het omgaan met gevoelens van somberheid. Na een persoonlijke benadering en fittest wordt het programma wekelijks onder deskundige leiding in de eigen wijk of buurt aangeboden. Ook een vitaliteitsmarkt maakt onderdeel uit van het programma, waarbij de doelgroep kennismaakt met divers aanbod in Lelystad op het gebied van vitaliteit en gezondheid. Het programma Sociaal Vitaal wordt uitgevoerd door Sportbedrijf Lelsytad. De financiële middelen voor het programma komen uit het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Het GALA heeft een looptijd t/m 2026, echter lopen een aantal budgetten binnen deze regeling na 2025 al af. Dit heeft ook invloed op het budget voor het programma Sociaal Vitaal. Dat wordt per 2026 gekort met € 60.000 (op een totaal van € 160.000). Per 2026 loopt het GALA af, en is het onzeker of er alternatieve financiering vanuit het rijk volgt. Om Sociaal Vitaal te borgen al succesvolle interventie is het zeer wenselijk hier budget voor vrij te maken. Daarnaast draagt dit programma bij aan de ambitie om een van de gezondste gemeenten van Nederland te worden.

Voorgesteld wordt om deze inzet in ieder geval te borgen tot en met 2029 vanuit incidentele middelen. Voorgesteld besluit: 51. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Sociaal Vitaal’ de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029 bij te stellen met de volgende bedragen: -€60.000 in 2026 en -€160.000 in de jaren 2027 – 2029 en deze bedragen beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

41

52

Bijstelling

8.1

Programma Hart van de stad

Bedragen x € 1.000

2026 -350

2027 -350

2028 -200

2029 -100

Het stadshart is in de Omgevingsvisie 2040 benoemd als prioritair gebied, waarbij integraal werken het uitgangspunt is. Het Programma Hart van de stad speelt daarom een cruciale rol in de (door)ontwikkeling van de stad. Het stadshart is een veelzijdig gebied waar diverse uitdagende opgaven en kansen liggen. Deze raken meerdere thema's, kennen onderlinge afhankelijkheden en vormen ook de schakel met andere stadsdelen en programma’s. Keuzes bij de verdere ontwikkeling hebben niet alleen consequenties binnen het programmagebied maar kunnen ook van invloed zijn op de andere stadsdelen en vice versa. De complexiteit en samenhang van de projecten binnen het gebied is groot en behoeft een integrale benadering om de juiste keuzes voor de stad te kunnen maken. Een gebiedsgericht programma draagt meer bij aan de ontwikkeling van een sterkere en aantrekkelijkere stad dan het uitvoeren van op zichzelf staande projecten. De voordelen betreffen: 1. Een programmatische aanpak sluit aan op de Omgevingsvisie en de bevindingen van de rekenkamer over het stadshart; 2. Integraliteit en afstemming op gebieds- en stadsniveau zorgen voor een evenwichtige groei van de stad; 3. Een gezamenlijke doelstelling bevordert de samenwerking, zowel intern als extern; 4. Het biedt overzicht en beheersing: van ad hoc naar strategische uitvoering, rust en control; 5.

Zorgt voor regie, handelingsperspectief en duidelijkheid, zowel intern als voor de grondeigenaren, ondernemers en initiatiefnemers etc; 6. De benodigde inzet kan efficiënter worden ingezet, waardoor effectiever gewerkt kan worden en herkenbaarheid ontstaat. Deze bijstelling is bij de programmabegroting 2025 - 2028 inzichtelijk gemaakt, maar in verband met het ontbreken van dekking niet ter besluitvorming voorgelegd. Bestuurlijk wordt uitvoering van het programma echter als wenselijk gezien. Met de gevraagde financiële dekking kan het programma opgestart worden en invulling worden gegeven aan: programmasecretaris, strategisch adviseur stedelijke ontwikkeling, omgevingsmanagement, communicatie/participatie en overig advies en onderzoeken. Zonder deze dekking kan onvoldoende integraal gewerkt worden waardoor het Programma niet optimaal tot uitvoering gebracht kan worden en mogelijk kansen gemist worden. In de opstartfase is extra inzet nodig om het programma vorm te geven en in de organisatie in te bedden. Dit wordt afgebouwd. Met deze middelen heeft het programma voldoende middelen om een goede start te maken de komende jaren en zal voor 2028 en verder ter zijner tijd beoordeeld moeten worden of een budgetafbouw realistisch en wenselijk is. Voorgesteld besluit: 52.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Programma Hart van de stad’ de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2029 bij te stellen met de volgende bedragen: -€350.000 in 2026 en 2027, €200.000 in 2028 en -€100.000 in 2029 en deze bedragen beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

53

Bijstelling

8.1

Kader planontwikkeling ziekenhuis

Bedragen x € 1.000

2026 -200

2027 -

2028 -

2029 -

Gemeente Lelystad en St Jansdal hebben een goede relatie opgebouwd bij de gebiedsontwikkeling Ziekenhuisweg 100, de Zorgcampus, waarin de gemeente een faciliterende rol heeft aangenomen. Diverse scenario’s zijn verkend om uiteindelijk te komen tot een gedragen voorstel, dat is verwoord in de nota van uitgangspunten voor het gehele gebied. De Zorgcampus gedachte spreekt diverse partijen aan en biedt kansen aan partijen die meerwaarde zien in een positie dicht bij het ziekenhuis in het centrale deel van de stad. Ondanks het goede proces heeft St. Jansdal op 10 december 2024 onverwachts gecommuniceerd dat de bouw van het ziekenhuis vertraging zal oplopen vanwege de financiering van het beoogde nieuwe ziekenhuis.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

42

Tijdens het bestuurlijk overleg met St Jansdal, na de berichtgeving in december, is geconcludeerd , dat de bouw van het ziekenhuis en de gebiedsontwikkeling een complex geheel vormen, die mogelijk een andere rolverdeling nodig heeft. In dat kader is in goed overleg met St. Jansdal besproken, dat we als gemeente gaan verkennen of er binnen de gebiedsontwikkeling voldoende kansen en mogelijkheden zijn om een andere (meer initiërende) rol aan te nemen, met als doel om de bouw van het ziekenhuis en de gebiedsontwikkeling (sneller) te kunnen voortzetten. Op basis van bovenstaande is het wenselijk middelen op te nemen voor een verdere verkenning binnen het proces van faciliterend naar initiërend/actief grondbeleid. Het voorstel is om €200.000 op te nemen voor de verkenning en het verder vorm geven van het ontwikkelproces. Indien de verkenning tot een positief resultaat leidt zal dit leiden tot het opstellen van een (anterieure) overeenkomst en grondexploitatie, waarin de financiële voorwaarden en uitgangspunten worden vastgelegd. Voorgesteld besluit: 53. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Kader planontwikkeling ziekenhuis’ de begroting 2026 bij te stellen met -€200.000 en dit bedrag beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

54

Bijstelling

8.1

Gebiedsontwikkeling Binnendijk (Groupius)

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

Deze gebiedsontwikkeling wordt opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van het project "Binnendijk Groupius". Op de huidige locatie, die maatschappelijke functies huisvest zoals een kinderopvang en tandartsenpraktijk in laagbouw, heeft Groupius plannen om de voorzieningen uit te breiden en te combineren met circa 60 appartementen. Het project beslaat 5000 vierkante meter en draagt significant bij aan de transformatie van de locatie, door zowel bestaande voorzieningen te versterken als nieuwe woonruimte te creëren. Deze ontwikkeling speelt een belangrijke rol in de herstructurering van het gebied, met een balans tussen maatschappelijke functies en woningbouw. Verwacht wordt dat door onder andere de herinrichting van de openbare ruimte er voor de gemeente kosten zullen ontstaan. Op dit moment is nog niet duidelijk wat de aard en omvang van deze kosten of investeringen zullen zijn. In de komende maanden wordt meer duidelijkheid verwacht over deze financiële aspecten van het project hetgeen mogelijk zal leiden tot een voorstel bij de programmabegroting 2026 2029 voor dekking. Voorgesteld besluit: 54. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Gebiedsontwikkeling Binnendijks (Groupius)’ de begroting en meerjarenraming niet bij te stellen en – op het moment dat er meer informatie beschikbaar is – een voorstel tegemoet te zien in de programmabegroting 2026 - 2029.

55

Bijstelling

8.2

Aanvullend voorbereidingskrediet Waterfront

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

In 2023 is een voorbereidingskrediet van €1,4 mln. beschikbaar gesteld voor de gebiedsontwikkeling van het Waterfront Lelystad. In december 2023 is het bestemmingsplan ter inzage gelegd. Hierop zijn zienswijzen ontvangen en bleek het noodzakelijk om met het Rijk en het waterschap overeenstemming te bereiken over het kunnen realiseren van een landaanwinning. Door het nieuwe rijksbeleid ‘Water & Bodem sturend’ is meer voorbereiding nodig om tot een vaststelling van het bestemmingsplan te komen en er is een verhoging gevraagd van het voorbereidingskrediet met €0,7 mln. voor 2025. In de zomer van 2024 is samen met rijks- en regionale partners een proces gestart om te komen tot overeenstemming waarbij de ambities van het Waterfront Lelystad gerealiseerd kunnen worden en (zoals het nieuwe rijksbeleid vraagt) zoveel mogelijk rekening wordt gehouden met Water & Bodem. Dit proces is nog in volle gang. Er worden belangrijke stappen gezet om te komen tot overeenstemming. Als gevolg dit proces is het aannemelijk dat het moment waarop de grondexploitatie voor Meerdijkhaven kan worden vastgesteld in tijd naar achteren schuift (ca. medio 2026). Het huidige voorbereidingskrediet is hierdoor niet toereikend en vraagt ophoging. De mate waarin is sterk afhankelijk van de te bereiken

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

43

overeenstemming over de landaanwinning, de wijze waarop daarna met betrokken overheden kan worden samengewerkt en daaruit volgende onderzoekslast. Op basis van de huidige inzichten gaan wij uit van een extra benodigd budget van € 0,2 mln. Mogelijk wordt dit bedrag bijgesteld wanneer de besluitvorming concreter is. Aangezien er op dat moment meer duidelijkheid is over de het vervolgen van de ruimtelijke procedures. De voorbereidingskosten worden te zijner tijd ten laste gebracht van een nieuw vast te stellen grondexploitatie. Voor zover de voorbereidingskosten in de toekomst niet geheel aan de GREX kunnen worden toegerekend, worden deze ten laste gebracht van het rekeningresultaat van dat boekjaar. Voorgesteld besluit: 55. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Aanvullend voorbereidingskrediet Waterfront’ een aanvullend voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen ter grootte van €200.000 en deze te zijner tijd toe te rekenen aan de nieuw vast te stellen grondexploitatie.

56

Bijstelling

8.2

Grondexploitatie Binnendijk Skatepark (Centrada)

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

Deze grondexploitatie wordt opgesteld ten behoeve van de ontwikkeling van het project "Binnendijk Skatepark". Het project "Binnendijk Skatepark" betreft de herontwikkeling van het gemeentelijke terrein, dat momenteel wordt gebruikt als groen/skatepark, waarbij woningcorporatie Centrada de prioriteit legt bij woningbouw. Het door Centrada opgestelde bouwprogramma voorziet in de realisatie van 85 appartementen. Er wordt echter onderzocht of een optimalisatie van het programma mogelijk is, wat naar schatting kan resulteren in 100 tot 140 sociale huurwoningen, inclusief de benodigde parkeerruimte. Dit project speelt een belangrijke rol in het vergroten van het (sociale)woningaanbod in de regio en de transformatie van het huidige terrein naar een duurzame woonomgeving. Op dit moment is er nog geen duidelijk inzicht in de baten en lasten van het project. Verwacht wordt echter dat de grondexploitatie zal resulteren in een incidenteel tekort m.n. door de aanleg van parkeerplaatsen en de herinrichting van de openbare ruimte. In de komende maanden wordt meer duidelijkheid verwacht over de financiële aspecten van het project hetgeen mogelijk zal leiden tot een voorstel bij de programmabegroting 2026 - 2029 voor dekking van het tekort. Voorgesteld besluit: 56.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Grondexploitatie Binnendijk Skatepark (Centrada)’ de begroting en meerjarenraming niet bij te stellen en – op het moment dat er meer informatie beschikbaar is – een voorstel tegemoet te zien in de programmabegroting 2026 - 2029.

57

Bijstelling

8.2

Turbolocatie Agoraweg (voormalig MBO)

Bedragen x € 1.000

2026 -1.100

2027 -

2028 -

2029 -

Het project Turbolocatie Agoraweg (voormalig MBO) is in 2023 door het college aangewezen als "turbolocatie". Het college spant zich met Centrada in om hier te versnellen. De grondexploitatie ten behoeve van de ontwikkeling wordt in 2025 opgesteld nadat bekend is wat de exacte kosten zijn van de planontwikkeling. Onderzoek is momenteel gaande. Het project betreft de herontwikkeling van het gemeentelijk terrein en is op dit moment een openbare parkeergelegenheid. Het door Centrada opgestelde bouwprogramma voorziet in de realisatie van 120 sociale huurwoningen. De baten van het project worden geschat op €1,9 miljoen. De totale kosten van het project: €3 miljoen. De kosten zijn opgebouwd uit bouwrijp maken/tijdelijk parkeervoorziening in verband met opheffen van de huidige openbare parkeerplaatsen en planvorming €500.000. Alsook in de definitieve fase parkeren(gebouwd): €2,5 miljoen aan kosten, conform de prestatieafspraken met Centrada. Deze komen voor rekening van de Gemeente Lelystad (120 x 0.6 = 72 parkeerplaatsen). Dit resulteert in een tekort van €1,1 miljoen. Voorgesteld besluit: 57. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Turbolocatie Agoraweg (voormalig MBO)’ de begroting 2026 bij te stellen met -€1.100.000 en dit bedrag beschikbaar te stellen uit de reserve ontwikkeling stad.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

44

58

Bijstelling

8.2

Ontwikkeling turbolocaties

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

Lelystad heeft de ambitie om sterk te groeien. In het Raadsakkoord is afgesproken dat de woningbouw wordt versneld. Gelet op deze urgentie, en zoals door het college toegezegd in de benen op tafel sessie over de woningbouwopgave van 18 april 2023, heeft het college zich ingespannen om “turbolocaties” voor woningbouw en CPO voor te stellen. Bij de ontwikkeling van deze turbolocaties is de insteek dit zoveel als mogelijk budgetneutraal in te vullen. Desondanks kan het zijn dat er op onderdelen sprake is van een (beperkt) tekort dat niet binnen het project zelf kan worden opgevangen. Wanneer dat het geval is zal de raad een onderbouwd voorstel ontvangen, op basis waarvan de definitieve afweging gemaakt kan worden. Voorgesteld besluit: 58. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Ontwikkeling turbolocaties’ de begroting en meerjarenraming niet bij te stellen en – op het moment dat er voor een bepaalde ontwikkeling aanvullende middelen benodigd zijn – een voorstel tegemoet te zien in de eerstvolgende kadernota of programmabegroting.

59

Bijstelling

8.3

Woningbouwversnelling en relatie programma LNL

Bedragen x € 1.000

2026 -1.000

2027 -1.000

2028 -1.000

2029 -1.000

Lelystad heeft de uitvoeringskracht georganiseerd in programma's (een beperkt aantal thematische en gebiedsprogramma’s). Dit zijn onder andere de grote gebiedsontwikkelingen Stadshart en Waterfront. Voor Zuiderhage is het programma in een gezamenlijke uitvoeringsorganisatie met het Rijk ondergebracht. Voor Lelystad Oost is het een externe uitvoeringsorganisatie met diverse maatschappelijke partners, gemeente en rijk. Het gemeentelijke programma LNL heeft een bijzondere rol en is gericht op beleidsontwikkeling en agendering. De uitvoering van de acht programmalijnen is ondergebracht in de andere programma’s, programmering en beleid. Deze analyse over de uitvoeringskracht van de gemeente Lelystad concentreert zich op het fysieke domein, gaat uit van realisatie van de beschreven ambities en is binnen Lelystad verbonden met het strategische beleidskader van de omgevingsvisie. De uitvoering voor het sociaal domein valt onder het strategisch beleidskader: de Maatschappelijke Agenda (MAG). Vanuit het Bestuurlijk Overleg Gemeente – Rijk- Provincie is aangegeven dat een ambitieus programma om van Lelystad een aantrekkelijke stad te maken alleen kan slagen indien de uitvoeringkracht van de gemeente -voor deze ambities- voldoende sterk is.

De gemeente Lelystad heeft een analyse gemaakt van de uitvoeringskracht en benoemt vijf ontwikkelpunten waarop bijgedragen kan worden om de uitvoeringskracht te versterken. Voor het Bestuurlijk Overleg is bij elk van die vijf punten een concrete opgave geformuleerd: 1. Versterken programma hart van de stad: de huidige projectorganisatie voor het programma hart van het stad heeft versterking om de stevige ambities waar te maken. We vragen het bestuurlijk overleg om via een nader te bepalen verdeelsleutel professionals te leveren om een gezamenlijke projectenorganisatie op te zetten. 2. Sturen op samenhang van de programma’s: voor de sturing en regie in samenhang op de uitvoering van programma’s is het noodzakelijk om overzicht te hebben van de voortgang van de hoofdopgaven. We vragen van het bestuurlijk overleg om eenmalig bij te dragen aan de ontwikkeling van een regie- en monitoringssysteem. 3. Versterken integrale programmering: Lelystad wil sturen op meer integrale ruimtelijke programmering, in plaats van voornamelijk individuele programma’s. We vragen het bestuurlijk overleg eenmalig financieel bij te dragen aan de ontwikkeling van integrale ruimtelijke programmering. 4. Stedenbouwkundige samenhang: deze opgave is separaat beschreven. We vragen een financiële bijdrage aan en betrokkenheid bij de opdracht voor een stedenbouwkundig bureau t.b.v. stedenbouwkundige samenhang.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

45

5. Versnellingstafel: deze opgave is separaat beschreven. We vragen van het ministerie van VRO blijvende betrokkenheid, continueer de deelname aan de lokale versnellingstafel en helpt mee aan het realiseren van doorbraken op energie en Rijksafspraken. In de voorbereidende gesprekken is opgehaald welke doorbraken de partijen nodig achten om aanvullend op de reguliere operatie Lelystad tot een aantrekkelijke stad te maken. De volgende drie onderwerpen zijn naar voren gekomen: a. Versterken en breder inzetten van het NPLV-programma. Leidend tot een intensiverings- en verbredingsvoorstel, waarbij tevens aandacht is voor de uitvoeringskracht van Lelystad op dit terrein. Voorgestelde tijdspad is oplevering in de tweede helft van oktober 2025. b. Focusprogramma Lelystad Economie, waarin de focusgebieden voor economie, werkgelegenheid, arbeidsmarkt en onderwijs centraal staan, alsmede een actieprogramma om dit de komende jaren aan te jagen. Voorgestelde tijdspad is oplevering in de tweede helft van oktober 2025. c. Een afsprakenset waarin duidelijk wordt wat Lelystad gaat realiseren (SMART geformuleerd) en wat provincie en VRO op zich nemen (doorbraken of financiën). Voorgestelde tijdspad is besluitvorming in het eerste kwartaal van 2026. Voorgesteld besluit: 59.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Woningbouwversnelling en relatie programma LNL’ een bedrag van €5.000.000 te reserveren in de ROS te verdelen over de jaren 2026-2030 met als inzet 1 miljoen per jaar op voorwaarde van (in kind) cofinanciering door Rijk en regio ten behoeve van de versnelling Lelystad Oost, Stadshart, Zuiderhage en Waterfront, voorzieningen inclusief en rekening houdend met de sociaal- economische opgaven per gebied.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

46

5.

Proces richting programmabegroting 2026 - 2029

De dreiging van het ‘ravijnjaar 2026’ is afgewend doordat er in de programmabegroting 2025 – 2028 een groot pakket met ombuigingsmaatregelen is vastgesteld. Tegelijkertijd is destijds ook aangegeven dat het financieel perspectief onder druk zal blijven staan in verband met de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds. De stijging van het loon- prijspeil en de volumeontwikkelingen liggen namelijk hoger dan de compensatie die het Rijk hiervoor geeft binnen het gemeentefonds. Het zal voor gemeenten ieder jaar een klein beetje moeilijker worden om het voorzieningenniveau te handhaven op het huidige niveau. Deze kadernota 2026 – 2029 bevestigt dit beeld. In de jaren 2026, 2027 en 2028 is er sprake van een relatief beperkt tekort, maar in 2029 loopt dit tekort op tot afgerond €6,5 miljoen. Wat het college betreft vormt dit vooruitzicht op dit moment echter geen aanleiding om opnieuw een omvangrijk bezuinigingstraject op te starten. Het college wil voorkomen dat er nu besluiten worden genomen over 2029 en verder die – achteraf gezien – wellicht niet nodig waren. Er zijn twee overwegingen die hierin een rol spelen. Aan de ene kant speelt de financiële problematiek pas richting het einde van het huidige meerjarenperspectief. De raad heeft in de programmabegroting 2025 – 2028 al een omvangrijk pakket met ombuigingen vastgesteld.

Hierdoor zijn de budgetten met ingang van 2025 naar beneden toe bijgesteld en is de nog aanwezige ‘lucht’ in de begroting eruit gehaald. Op een aantal terreinen ligt er een forse taakstellende opgave om richting de toekomst via een andere werkwijze de kosten naar beneden te brengen. De implementatie van deze ombuigingen moet zorgvuldig gebeuren en het stapelen van nieuwe bezuinigingen helpt daar niet bij. Aan de andere kant kan de gemeente het zich in de eerstkomende jaren ook permitteren om alle ontwikkelingen nog even aan te zien. Het voorlopige rekeningresultaat over 2024 ter grootte van €15,87 miljoen en de winstname vanuit de grondexploitaties ter grootte van €11,63 miljoen zorgt ervoor dat de financiële positie van de gemeente er op de korte termijn goed voorstaat. Het weerstandsvermogen is op niveau en in de komende paar jaar zal er – naar verwachting – nog sprake zijn van een incidentele winstname vanuit de grondexploitaties. Bovenstaande afwegingen maken dat het college er niets voor voelt om bezuinigingen door te voeren voor jaarschijf 2029 en verder. Mocht dat noodzakelijk zijn dan is dat iets waarover in de nieuwe bestuursperiode een weloverwogen afweging gemaakt kan worden. Wel zal het college in opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029 een nadere analyse uit laten voeren om te zien of er op onderdelen mogelijkheden zijn om strakker te begroten. 1.

Analyse structurele doorwerking jaarrekeningresultaat De raad wordt in bijlage 1 van deze kadernota 2026 - 2029 op hoofdlijnen geïnformeerd over het voorlopige jaarrekeningresultaat 2024. In deze bijlage wordt ook ingegaan op het verschijnsel van ‘incidentele jaarrekeningresultaten versus structurele tekorten’. De positieve jaarrekeningresultaten over de afgelopen jaren zijn voor het overgrote deel incidenteel van karakter. Het is dan ook niet opportuun om in de meerjarenraming ervan uit te gaan dat deze lijn zich altijd maar zal voortzetten. Er liggen wellicht wel mogelijkheden om op onderdelen strakker te begroten. Voorbeelden zijn de inkomsten uit omgevingsvergunningen, de inkomsten uit de onroerende zaakbelasting, het ramen van de algemene uitkering gemeentefonds en de budgetten op het vlak van treasury. Het is de verwachting dat deze exercitie leidt tot het kunnen inboeken van structurele begrotingsruimte. De consequentie van het strakker begroten is natuurlijk wel dat er eerder sprake zal zijn van een tekort op rekeningbasis bij die desbetreffende onderdelen. Dat is dan een weloverwogen risico dat wordt genomen en is verdedigbaar omdat dit voorkomt dat er op dit moment verdere bezuinigingen moeten worden doorgevoerd. 2.

Kritisch kijken naar de budgetten voor compensatie van inflatie Er is ieder jaar sprake van inflatie en de budgetten in de begroting – en de verstrekte begrotingssubsidies - worden daar ook ieder jaar voor gecorrigeerd. Het gaat hierbij veelal om onontkoombare kostenstijgingen: de inflatie waar marktpartijen of leveranciers mee worden geconfronteerd wordt simpelweg doorberekend aan de gemeente. Zoals bekend ontvangen gemeenten eigenlijk te weinig compensatie voor deze kostenstijgingen via het gemeentefonds. Dit maakt dat er sowieso al kritisch

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

47

gekeken moet worden naar de wijze waarop de diverse budgetten binnen de gemeentebegroting geïndexeerd worden. Het spreekt voor zich dat budgetten waarbij sprake is van onderbesteding géén aanvullende middelen nodig hebben in verband met inflatie. Tegelijkertijd zijn er ook begrotingsonderdelen waarbij er sprake is van hogere stijging van de kosten. Door hier kritisch naar te kijken is het tot dusver mogelijk gebleken om uit te komen met de beschikbare middelen. In de programmabegroting 2025 – 2028 is zelfs gekozen om een aanzienlijk bedrag structureel vrij te laten vallen. Dit zijn keuzes die niet jaar in jaar uit gemaakt kunnen worden, want de doorwerking van de jaarlijkse inflatie is structureel en op een bepaald moment is de rek er uit. In opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029 zal kritisch gekeken worden naar de beschikbare middelen op dit vlak. Zowel de budgetten die beschikbaar zijn voor de compensatie van de budgetten binnen onze eigen gemeentebegroting, alsook het budget dat beschikbaar is voor het kunnen indexeren van de subsidies. Er zal hierbij gekeken worden naar mogelijkheden om een deel van de beschikbare middelen vrij te spelen. De consequentie van het nog selectiever omgaan met het toedelen van het beschikbare budget zal zijn dat er op rekeningbasis eerder sprake zal zijn van een tekort binnen het desbetreffende begrotingsonderdeel.

Het niet / minder indexeren van gesubsidieerde instellingen zal ook resulteren in een druk op de exploitatie van de desbetreffende instellingen. 3. Overwegingen om nieuwe ombuigingen in te boeken Wanneer bij het opstellen van de programmabegroting 2026 – 2029 nog steeds sprake is van een structureel tekort kan overgegaan worden tot het inboeken van aanvullende bezuinigingsmaatregelen. Het is denkbaar dat een aanzienlijk deel van de tekorten in de eerste jaarschijven kunnen worden weggewerkt door strakker te begroten / nog selectiever om te gaan met het toedelen van compensatie voor inflatie. Het tekort in 2029 zal echter – wanneer er verder niets wijzigt – waarschijnlijk niet volledig kunnen worden opgelost. Wat het college betreft vormt dit vooruitzicht op dit moment echter geen aanleiding om opnieuw een omvangrijk bezuinigingstraject op te starten. Het college wil voorkomen dat er nu besluiten worden genomen over 2029 en verder die – achteraf gezien – wellicht niet nodig waren. Dit zou in de praktijk betekenen dat de opties die in de vorige bezuinigingsronde niet zijn gekozen alsnog ingeboekt moeten worden. Dit zijn vanzelfsprekend geen ‘makkelijke’ ombuigingen. Deze financiële problematiek speelt pas richting het einde van het huidige meerjarenperspectief. Het college voelt er niets voor om op dit moment bezuinigingen door te voeren voor jaarschijf 2029 en verder.

Enerzijds omdat er afgelopen jaar juist een omvangrijk pakket met ombuigingen is vastgesteld. Anderzijds omdat er incidentele middelen beschikbaar zijn, waardoor de gemeente het zich kan permitteren om de ontwikkelingen nog even aan te zien. Mocht het doorvoeren van ombuigingen uiteindelijk onontkoombaar blijken te zijn is dat iets waarover in de nieuwe bestuursperiode een weloverwogen afweging gemaakt kan worden. Voorgesteld besluit: 60a. Op basis van bovenstaand procesvoorstel de mogelijkheden onderzoeken om strakker te begroten en kritisch te kijken naar de budgetten voor de compensatie voor inflatie. 60b. Op basis van bovenstaand procesvoorstel verder geen ombuigingsmaatregelen aan de raad voor te leggen om jaarschijf 2029 en verder sluitend te maken in de programmabegroting 2026 – 2029.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

48

Toelichting voorlopig rekeningresultaat 2024 Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de jaarstukken, ter voorbereiding op de accountantscontrole. In onderstaande tabel wordt inzicht geboden in het voorlopige rekeningresultaat 2024. Dit cijfer kan nog wijzigen op basis van ontwikkelingen na balansdatum / zaken die naar voren komen vanuit de accountantscontrole.

Indicatie voorlopig jaarrekeningresultaat 2024

Totaal

(bedragen x €1.000)

Jaarrekeningresultaat 2024 - Algemene dienst Jaarrekeningresultaat 2024 - Winstname grondexploitaties Totaal indicatie voorlopig jaarrekeningresultaat 2024

15.867 11.632 27.499

Deze indicatie van het voorlopige rekenresultaat is alvast voor de raad inzichtelijk gemaakt in het kader van de kadernota 2026 – 2029. Enerzijds om inzicht te krijgen in de beschikbaarheid van incidentele middelen ter dekking van voorstellen met een incidenteel karakter. Anderzijds om duidelijkheid te geven over de oorzaak van dit positieve jaarrekeningresultaat, mede in het licht van de meerjarenraming waarin juist sprake was / is van een toenemend tekort. Bestemming jaarrekeningresultaat 2024 – aanzienlijke toevoeging reserve ontwikkeling stad Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 zal de raad een voorstel ontvangen op basis van de eerder al door de raad vastgestelde watervalsystematiek: -

Bestemming resultaat stap 1 ► Nagekomen doorschuifbudgetten; Bestemming resultaat stap 2 ► Aanzuiveren weerstandscapaciteit tot norm 1,8; Bestemming resultaat stap 3 ► Aanzuiveren reserve ontwikkeling stad.

Naar verwachting zal het overgrote deel van het uiteindelijke jaarrekeningresultaat toegevoegd kunnen worden aan de reserve ontwikkeling stad. De omvang van de nagekomen doorschuifbudgetten is relatief beperkt in omvang en de beschikbare weerstandscapaciteit zal waarschijnlijk uitkomen in de buurt van de norm. Dit maakt dat verdere aanzuivering naar verwachting niet noodzakelijk zal zijn. Incidentele jaarrekeningresultaten versus structurele tekorten – duiding is noodzakelijk Bij de interpretatie van dit jaarrekeningresultaat 2024 is het van belang te benadrukken dat het hier hoofdzakelijk gaat om enkele grote meevallers aan de inkomstenkant. Deze meevallers zijn incidenteel van karakter en dat beeld deed zich in de afgelopen jaren ook steeds voor: bedragen x €1.000 (afgerond op €0,1 miljoen)

Jaarrekeningresultaten afgelopen jaren

2024*

2023

2022

2021

2020

2019

Jaarrekeningresultaat - Algemene dienst Jaarrekeningresultaat - Winstname grondexploitaties Totaal jaarrekeningresultaat

15.900 11.600 27.500

12.300 9.200 21.500

4.700 14.900 19.600

16.400 4.900 21.300

4.500 6.100 10.600

-2.600 3.500 900

De positieve jaarrekeningresultaten in de afgelopen jaren laten zich op het oog lastig verenigen met de financiële problematiek waar gemeenten op termijn mee worden geconfronteerd. Het is niet makkelijk om uit te leggen waarom er in structurele zin bezuinigd moe(s)t worden, wanneer er in de afgelopen jaren steeds sprake was van een fors rekeningresultaat. Dit is een discussie die in de afgelopen jaren op gemeentelijk niveau vaker is gevoerd. Ook bij de landelijke overheid is er op rekeningbasis in de afgelopen jaren steeds sprake geweest van een overschot (of eigenlijk een tekort dat lager uitvalt in vergelijking met de raming). Het is verleidelijk om ervan uit te gaan dat er ook in de toekomst sprake zal zijn van forse positieve jaarrekeningresultaten. Op de korte termijn is dat ook goed denkbaar, maar op de langere termijn zijn de vooruitzichten minder rooskleurig. Om hier meer context bij te geven wordt hieronder op hoofdlijnen ingegaan op de achterliggende oorzaken van deze positieve jaarrekeningresultaten. 1. Jaarrekeningresultaten – Winstname grondexploitaties Zoals blijkt uit bovenstaande tabel wordt grofweg de helft van de jaarrekeningresultaten in de afgelopen jaren veroorzaakt door winstname uit de grondexploitaties. Lelystad kende in het verleden een aanzienlijke grondpositie en een aanzienlijk deel is inmiddels tot ontwikkeling gekomen. Met name de

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

49

uitgifte van bedrijventerreinen is winstgevend geweest in de afgelopen jaren. Deze resultaten zijn echter incidenteel en moeten ook als zodanig worden beschouwd in relatie tot het meerjarenperspectief. Zoals gezegd is een aanzienlijk deel van de gemeentelijke grondpositie tot ontwikkeling gekomen in de afgelopen jaren, wat maakt dat de gemeentelijke grondpositie fors is afgenomen. Als alles goed gaat zit er in de aankomende drie jaar nog een significant bedrag aan winstneming in de pijplijn als gevolg van de uitgifte van de laatste grote bedrijfskavels op Flevokust haven en woningbouw Warande. Het gaat om een bedrag van afgerond €50 tot €60 miljoen dat in de jaren 2025 - 2028 nog als winst genomen kan worden - uiteraard onder voorbehoud. Natuurlijk worden er in de toekomst op het vlak van woningbouw nieuwe gronden in ontwikkeling genomen, maar dit gaat nadrukkelijk niet om grondexploitaties op basis waarvan de gemeente winsten zal gaan realiseren (denk aan de ontwikkeling van Zuiderhage). Ook al zou er wel sprake zijn van een langjarige winstneming vanuit de grondexploitaties is dit iets waar de provinciaal toezichthouder nadrukkelijk de aandacht op legt. Inkomsten vanuit grondexploitaties worden niet vooraf in de begroting en meerjarenraming verwerkt, maar op rekeningbasis berekend op basis van de voorgeschreven ‘percentage of completion’ methode.

Wanneer een gemeente deze opbrengsten wel verwerkt in de meerjarenraming zal het structurele begrotingssaldo hiervoor gecorrigeerd moeten worden, zodat er een beeld ontstaat over het structureel en reëel begrotingsevenwicht. 2. Jaarrekeningresultaten – Algemene dienst Wanneer het gaat over de positieve jaarrekeningresultaten in de afgelopen jaren wordt ook vaak het woord ‘onderbesteding’ gebruikt. Het is echter een misverstand dat ‘onderbesteding’ de voornaamste oorzaak is achter deze positieve jaarrekeningresultaten. Er zijn zeker onderdelen binnen de gemeentebegroting waarop niet alle budgetten worden uitgegeven. Net zo goed zijn er onderdelen binnen de gemeentebegroting waarop er uiteindelijk iets meer wordt uitgegeven dan dat er aan budget beschikbaar was. Dat zijn de reguliere ‘plusjes en minnetjes’ die ieder jaar als afwijking worden toegelicht in de jaarrekening. De eerste corona jaren was ‘onderbesteding’ wel een verklaring voor diverse positieve afwijkingen. Sommige budgetten konden toen simpelweg niet ingezet worden, bijvoorbeeld omdat fysieke bijeenkomsten geen doorgang konden vinden. Op andere vlakken heeft de gemeente wel extra kosten moeten maken, maar deze kosten zijn vervolgens het jaar erop weer royaal vergoed door het Rijk. Deze niet begrote inkomsten vormden dan weer een gedeeltelijke verklaring van het positieve jaarrekeningresultaat in dat jaar erop.

Zoals gezegd zijn het met name de niet begrote inkomsten die op rekeningbasis resulteren tot positieve afwijkingen. Om het voorlopige rekeningresultaat 2024 als voorbeeld te nemen wordt hieronder ingegaan op vijf grote afwijkingen, die samen al – bij benadering - optellen tot het volledige resultaat 2024: -

Hoger dan begrote inkomsten uit bouwleges (+€5.383.000) Hoger dan begrote rente inkomsten (+€2.817.000) Hoger dan begrote resultaat saldo uitkeringslasten / rijksbijdrage BUIG (+€2.261.000) Hoger dan begrote inkomsten Onroerende zaakbelasting (+€2.011.000) Hoger dan begrote inkomsten uit het gemeentefonds (+€1.540.000)

Bovenstaande afwijkingen tellen op tot een bedrag dat in omvang vergelijkbaar is met het voorlopige jaarrekeningresultaat 2024. Natuurlijk zijn er nog veel meer voor- en nadelen die zullen worden toegelicht in de jaarrekening, maar die vallen per saldo ongeveer tegen elkaar weg. Zonder bovenstaande vijf afwijkingen zou er van een positief rekeningresultaat binnen de algemene dienst geen sprake zijn. De vraag die uiteraard gesteld kan worden is in hoeverre deze afwijkingen een structurele doorwerking hebben. - Hoger dan begrote bouwleges (+€5.383.000) Dit zijn inkomsten die worden veroorzaakt door omgevingsvergunningen die verstrekt zijn voor de bouw van enkele zeer grote bedrijfsvestigingen. Zoals eerder ook al aangegeven is dit iets wat eindig is. Ter illustratie: net na de bankencrisis ruim 10 jaar geleden werd er net iets meer dan €0,5 miljoen aan inkomsten gerealiseerd op dit vlak. Bovendien is er in de programmabegroting 2025 – 2028 al ruim €1 miljoen structureel aan inkomsten op dit vlak extra begroot, als onderdeel van de ombuigingsopgave. Wat verder meespeelt is de kostendekkendheid. Het is echter zeker een onderwerp dat in opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029 grondig geanalyseerd kan worden. Wanneer er op dit vlak mogelijkheden liggen om nog realistischer te ramen moet dit niet nagelaten worden.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

50

- Hoger dan begrote rente inkomsten (+€2.817.000) Lelystad zit momenteel in een unieke positie, waarbij er een aantal jaar sprake is van overtollige liquiditeit. De leningenportefeuille is grotendeels afgelost en er is tijdelijk sprake van ‘geld op de bank’. Gemeenten zijn verplicht deze tijdelijk overtollige liquide middelen te stallen bij de schatkist en ontvangen daar een vergoeding voor in de vorm van rente. In het afgelopen jaar zijn de rentestanden aanzienlijk gestegen, wat ervoor heeft gezorgd dat er een aanzienlijke vergoeding wordt ontvangen. In de programmabegroting 2025 – 2028 is hierop geanticipeerd, door de raming op het vlak van treasury te actualiseren. Op basis daarvan is een fors voordelig effect ingeboekt in de periode 2025 - 2028. Hierbij moet wel bedacht worden dat deze situatie eindig is. De liquiditeitsprognose laat zien dat er ergens rond het jaar 2028 naar verwachting sprake is van een omslagpunt. Er zal dan niet langer sprake zijn van overtollige liquiditeit en er zal opnieuw geleend moeten worden (denk aan alle investeringen die in de komende jaren op de rol staan, van schoolgebouwen tot aan de rondweg en het uit te voeren groot onderhoud). Daar is in de raming met ingang van 2029 ook weer budget voor gereserveerd. Deze budgetten zijn in de afgelopen jaren vaker bijgesteld op basis van de positieve resultaten.

Vanuit het voorzichtigheidsprincipe is hier tot dusver behoudend begroot, maar zoals gezegd is hier op geanticipeerd door de budgetten 2025 – 2028 al bij te stellen in de programmabegroting. Het is echter zeker een onderwerp dat in opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029 grondig geanalyseerd kan worden. Wanneer er op dit vlak mogelijkheden liggen om nog realistischer te ramen moet dit niet nagelaten worden. - Hoger dan begrote resultaat saldo uitkeringslasten / rijksbijdrage BUIG (+€2.261.000) Over 2024 was er sprake van een aanzienlijk resultaat op het verstrekken van de bijstandsuitkeringen. De rijksbijdrage die de gemeente hiervoor ontvangt lag een stuk hoger dan de uitkeringslasten en de gemeente is dan ook een zogeheten ‘voordeelgemeente’. Begin oktober 2024 zijn echter de voorlopige budgetten voor 2025 bekend gemaakt en daaruit blijkt dat Lelystad er zo’n €2,6 miljoen op achteruit gaat wat betreft de Rijksbijdrage. Het financieel perspectief 2026 – 2029 wordt hier ook voor gecorrigeerd in deze kadernota 2026 – 2029 (zie bijstelling 20). Met die raming worden de uitkeringslasten en de rijksbijdrage weer geactualiseerd op basis van de laatste inzichten. Wat dat betreft werkt dit forse voordeel over 2024 helaas niet structureel door in de meerjarenraming.

- Hoger dan begrote inkomsten Onroerende zaakbelasting (+€2.011.000) De opbrengsten uit de Onroerende zaakbelasting worden ieder jaar in de kadernota geactualiseerd op basis van de inflatiecijfers en de ingeschatte uitbreiding van het areaal. Op basis van de realisatie 2024 blijkt dat het uiteindelijke areaal hoger is uitgekomen dan eerder nog werd ingeschat. In de afgelopen kadernota is daarvoor gecorrigeerd en ook in deze kadernota 2026 – 2029 wordt hiervoor ook een correctie doorgevoerd ter grootte van €850.000 structureel, onder de noemer doorwerking realisatie 2024 (zie bijstelling 26). Wellicht dat deze bijstelling aan de voorzichtige kant is, maar daar is een nadere analyse voor nodig. Het is wat dat betreft zeker een onderwerp dat in opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029 grondig geanalyseerd kan worden. Wanneer er op dit vlak mogelijkheden liggen om nog realistischer te ramen moet dit niet nagelaten worden. - Hoger dan begrote inkomsten uit het gemeentefonds (+€1.540.000) De realisatie van de inkomsten uit het gemeentefonds zijn aan diverse variabelen onderhevig. Er wordt begroot op basis van de meest actuele inzichten, waarbij Lelystad altijd gebruik maakt van de septembercirculaire. Dit is de meest recente circulaire die beschikbaar is ten tijde van het opstellen van de programmabegroting.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e961de3c-0a15-4c31-83b0-2a8a771f44b4