BL Kadernota 2026 - 2029 (versie vóór raadsbehandeling)
Tekst van het document
Aangezien het in totaliteit gaat om een bedrag van ruim €200 miljoen per jaar zijn afwijkingen in absolute zin vaak fors. De recente wijziging van de verdeelsystematiek maakt dat de uitkering wat stabieler uitvalt in vergelijking met enkele jaren geleden, waar er gerust sprake kon zijn van een voor- of nadeel van enkele miljoenen groot op rekeningbasis. De raming is zo realistisch mogelijk, maar dat neemt niet weg dat er sprake kan zijn van forse afwijkingen op rekeningbasis. Om 2025 als voorbeeld te nemen: het kabinet spreekt in de voorjaarsbesluitvorming over het rapport van de Commissie van Ark, waarin wordt gesteld dat gemeenten gecompenseerd moeten worden voor de helft van het tekort op het vlak van de jeugdzorg in 2023, 2024 en 2025. Wanneer het kabinet hierin meegaat kan dit in 2025 zo maar leiden tot een niet begroot voordeel ter grootte van €7 miljoen binnen het gemeentefonds. Dergelijke voordelen zijn niet op voorhand te begroten, zeker niet in structurele zin. Wel is de raming van het gemeentefonds een onderwerp waar nog eens kritisch naar
Kadernota 2026 – 2029
(versie vóór raadsbehandeling)
51
gekeken kan worden in opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029. Wanneer er op dit vlak mogelijkheden liggen om nog realistischer te ramen moet dit niet nagelaten worden. Kanttekening hierbij is wel dat er op dit moment reeds gebruik gemaakt van de mogelijkheden die er zijn (bijvoorbeeld het ramen van de maximale ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds).
Kadernota 2026 – 2029
(versie vóór raadsbehandeling)
52
Mogelijke doorwerking adviesrapport Commissie Van Ark Zoals onder bijstelling 18 al wordt aangegeven zijn er nog diverse zaken onduidelijk met betrekking tot het adviesrapport van de commissie Van Ark. De adviezen uit het rapport zijn op meerdere manieren te interpreteren, wat maakt dat het lastig is om een inschatting van de financiële gevolgen te maken (nog los van wat het kabinet zal besluiten in de Voorjaarsnota). De VNG heeft inmiddels ook een ledenbrief gepubliceerd (dd 6 februari) met daarin een indicatieve financiële samenvatting van de diverse adviezen:
Hoe te interpreteren? Wat de VNG betreft moet het Rijk €743 miljoen toevoegen aan het gemeentefonds in 2025, oplopend tot €3,68 miljard in 2029. Uitgangspunten daarbij is dat er voor 2025 en verder wordt uitgegaan van het bedrag voor 2024 (€7,65 miljard) en dat te vermeerderen met: -
een OVA / PCC prijsindex van 3,9% in 2025 (en indicatief 3% in de jaren daarna); een volumeindex van 4,7% per jaar (gebaseerd op de gemiddelde groei van de totale zorgkosten)
Deze lijn betekent impliciet dat de eerder ingeboekte bedragen binnen de Hervormingsagenda voorlopig op 0 komen te staan en dat er pas extra besparingen worden ingeboekt op het moment dat deze op een realistische wijze kunnen worden vastgesteld en ook de haalbaarheid ervan is gewogen. Het gaat in deze weergave van de VNG om forse bedragen. Wat deze bedragen voor Lelystad betekenen is ook niet eenvoudig te berekenen, omdat ook deze tabel van de VNG aan interpretatie onderhevig is. Zo is het bijvoorbeeld de vraag of deze hogere index voor prijs en volume nog gecorrigeerd moet worden voor de loon- en prijsindex die reeds is toegevoegd aan het gemeentefonds (op basis van de bbp systematiek, die ongeveer de helft lager uitkomt). Dit advies om uit te gaan van hogere percentages voor prijs- en volumeontwikkelingen legt precies de discussie bloot die in bredere zin wordt gevoerd met het kabinet, namelijk dat de indexatie van het gemeentefonds op basis van de bbp systematiek ontoereikend is (wat het ravijn ieder jaar groter maakt). Omgerekend naar de Lelystadse situatie gaat het in 2026 al snel om €10 miljoen per jaar structureel (en dan vervolgens oplopend met 4,7% volumegroei per jaar, exclusief prijsindexatie). Deze opstelling is op onderdelen wel arbitrair en geeft echt een versimpelde weergave van dit complexe dossier.
Wat gaat het kabinet doen? De VNG heeft na publicatie van bovenstaande ledenbrief aangegeven dat er op diverse punten nog onzekerheid is over de wijze van interpretatie. Op 17 maart heeft de VNG tijdens het Overhedenoverleg benadrukt dat het kabinet een wettelijke verantwoordelijkheid heeft om gemeenten adequaat te financieren voor hun taken, waaronder jeugdzorg. De VNG heeft met het kabinet afgesproken dat er uiterlijk 14 april een antwoord ligt op de vragen: 1. ‘Hoe’ de aanbevelingen van de commissie- Van Ark worden verwerkt in de Voorjaarsnota; 2. Op welke manier de jeugdzorg houdbaar en beheersbaar wordt gemaakt;
Kadernota 2026 – 2029
(versie vóór raadsbehandeling)
53
3. Hoe medeoverheden een rol spelen in een gezamenlijke agenda voor Nederland (robuuste ruimtelijke keuzes, bestaanszekerheid, zorg en welzijn, landelijk gebied én weerbaarheid). De VNG heeft in een ledenbijeenkomst op 21 maart hierover met diverse gemeentebestuurders doorgesproken. Richting de leden is vervolgens gecommuniceerd dat er tijdens het extra ingelaste Overhedenoverleg - dat uiterlijk op 14 april plaats moet vinden – twee opties zijn: óf het rijk komt met een fatsoenlijk voorstel, óf de VNG is genoodzaakt tot onderstaande vervolgstappen: 1. Als het kabinet de gemaakte afspraken over de vergoeding van de kosten met betrekking tot de uitvoering van de jeugdwet in de Voorjaarsnota niet volledig nakomt, zien gemeenten zich genoodzaakt om een juridische procedure te starten tegen het rijk. 2. We heroverwegen de handtekeningen die we hebben gezet onder het woonakkoord en de zorgakkoorden. Daarmee zetten we een streep door de ambities van het kabinet. Minder geld betekent minder doen. En wat betekent dat? Ook na besluitvorming van het kabinet zal dat niet direct duidelijk zijn wat het effect is. Ook wanneer er 'extra geld voor jeugdzorg' beschikbaar wordt gesteld betekent dit niet automatisch dat de budgetten voor jeugdzorg verhoogd zullen worden.
Een deel van deze middelen zal een compensatie zijn voor middelen die gemeenten – waaronder ook Lelystad – in een eerder stadium al vrij gemaakt hebben voor het afdekken van de tekorten binnen de jeugdzorg. Er zal in elk geval een analyse uitgevoerd moeten worden naar wat er precies aan middelen overkomt via het gemeentefonds, waarbij een vergelijking wordt gemaakt met de budgetten die inmiddels voor de uitvoering van de jeugdzorg beschikbaar zijn gesteld. Deze budgetten zijn al een aantal malen verhoogd ten koste van de algemene middelen en zitten nu meerjarig op het niveau van 2024 (met aanvullend daarop in de programmabegroting 2025 - 2028 een opgelegde taakstelling, die oploopt van €1 miljoen in 2025 tot €5 miljoen in 2029). Dat wat er nu in de meerjarenraming staat opgenomen gaat ervan uit dat de trendmatige volumegroei wordt gestopt en het uitgaveniveau uiteindelijk afneemt met €5 miljoen per jaar (uiteraard gecorrigeerd voor prijsontwikkelingen). Ook wanneer er meer duidelijkheid komt vanuit het kabinet zal een verdere uitwerking noodzakelijk zijn. Dat geldt niet alleen voor de inkomstenkant, maar ook voor de ontwikkelingen die spelen in de uitvoering. Zoals beschreven in de tekst onder bijstelling 18 wordt voorgesteld om daar integraal – op basis van alle informatie - naar te kijken in opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029.
Kadernota 2026 – 2029
(versie vóór raadsbehandeling)
54
Beleidsvoornemens – géén dekking voor
Onderwerp
Taakveld
De in deze bijlage gepresenteerde beleidsvoornemens zijn wel in beeld gebracht, maar worden – in verband met het ontbreken van dekking – niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Het gaat om onderstaande onderwerpen:
Beleidsvoornemens - géén dekking voor
1 2 3 4 5 6 7 8 9
1.2 1.2 2.1 2.2 5.2 5.2 5.2 5.2 6.1
Capaciteit Stadstoezicht Handhaving vaartuigen gemeentelijke wateren Lelystad Kleinschalige infra-maatregelen Regulering Vrachtwagenparkeerplaats Noordersluis Clubgebouw en berging tafeltennisvereniging Kunstgrasveld en teamlockers Sportpark Doggersbank Kunstgrasveld Sportpark Langezand (combiveld) Verduurzaming sportcentrum de Koploper Lelystadse Uitdaging
Meerjarenraming 2026 - 2029 2026 2027 2028 2029
Beleidsvoornemens - géén dekking voor
1
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
1.2
Capaciteit Stadstoezicht
-873 -126 -60 -50
-873 -84 -60 -21 -116 -121 -120 -50
-873 -35 -60 -21 -116 -121 -120 -50
-873 -35 -60 -21 -18 -116 -121 -120 -50
-1.109
-1.445
-1.396
-1.414
Bedragen x € 1.000
2026 -873
2027 -873
2028 -873
2029 -873
De uitbreiding van het aantal boa's heeft enerzijds te maken met de groei van de stad, waarbij 1 boa per 5.000 inwoners een gangbare rekenfactor is, waaraan we nu ook al niet voldoen. Daarnaast zien we dat het aantal (fixi-)meldingen zo hoog is dat de boa's veel capaciteit inzetten om alle meldingen op te volgen. In het raadsakkoord is ook uitgesproken dat het percentage afhandeling van meldingen omhoog zou moeten. Daarvoor is extra capaciteit onontbeerlijk. De zichtbaarheid van boa's in de wijk staat onder druk doordat ze het grootste deel van hun tijd bezig zijn met het afhandelen van meldingen. Verder is het door de 'terugtrekkende beweging' van de politie noodzakelijk voldoende capaciteit te hebben om de veiligheid op straat te borgen. Voor de inspecteurs handhaving en de handhavingsjuristen geldt enerzijds dat er nog veel dossiers niet zijn afgehandeld en anderzijds we een toename zien van complexere zaken, flinke toename van bezwaar- en beroepsprocedures (ook vanuit andere afdelingen, zoals Veiligheid, Verkeer en BOR, die door de juristen van Stadstoezicht worden afgehandeld). De WOOjurist is nodig omdat er zeer veel WOO-verzoeken zijn die sterk drukken op de capaciteit van de handhavingsjuristen. WOO-verzoeken hebben een wettelijke termijn waaraan we ons te houden hebben, dus die gaan altijd voor. Dat heeft oplopende achterstand op andere dossiers tot gevolg.
In totaal zou dat neerkomen op circa 873.000 euro structureel budget.
2
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
1.2
Handhaving vaartuigen gemeentelijke wateren Lelystad
Bedragen x € 1.000
2026 -126
2027 -84
2028 -35
2029 -35
De problematiek met verwaarloosde pleziervaartuigen in de gemeentelijke wateren van Lelystad speelt al jaren. Met regelmaat klagen omwonenden over het aanzicht van de vaartuigen. Een deel ligt er verloederd bij en sommige vaartuigen zijn (deels) gezonken. Dat leidt tot ongewenste situaties, die niet alleen de omgeving ontsieren of zelfs vervuilen, maar ook aanleiding geven tot vandalisme of het gebruik als slaapplek door daklozen. Uit een recente telling (eind 2024) bij de vaarten waar de problematiek het meeste speelt, zijn ca. 70 vaartuigen aangetroffen die niet in redelijke/goede staat verkeren. Begin 2024 heeft het college de gemeenteraad geïnformeerd over het voornemen om een registratieplicht in te voeren voor de pleziervaartuigen om zo beter handhavend te kunnen optreden tegen de bootwrakken en verwaarloosde boten in het Gelders diep. Middels een informatienota zal de raad worden geïnformeerd dat, gelet op de kosten en de administratieve lasten van een registratieplicht, het praktischer is om te kiezen voor winterstop om de gemeentelijke wateren te vrijwaren van wrakken en verwaarloosde boten. Echter, ongeacht de keuze, verwachten we dat bij handhavend optreden zo'n 70 vaartuigen op kosten van de gemeente Lelystad zullen moeten worden verwijderd. Het voornemen is daarbij om nu ook daadwerkelijk handhavend op te gaan treden.
Kadernota 2026 – 2029
(versie vóór raadsbehandeling)
55
Vanaf eind 2025/begin 2026 zal begonnen worden met een grote actie om vaartuigen te verwijderen uit onze gemeentelijke wateren. De verwachting is op grond van een uitgevoerde telling dat we als gemeente zo'n 70 vaartuigen moeten verwijderen, omdat de eigenaren van deze vaartuigen deze hebben achtergelaten en zich niet zullen melden om hun vaartuig zelf weg te halen. Met een gemiddelde van circa 3.000 euro per verwijderd vaartuig, waarbij is uitgegaan van de maximale opslagduur van 13 weken, komen we op 210.000 euro voor de totale actie. Nu zal deze actie naar alle waarschijnlijkheid niet in 1 jaar uitgevoerd kunnen worden, dus we verwachten dit budget te kunnen verdelen over 2 a 3 jaar. In de beheerfase, als alle initiële vaartuigen die verwijderd moesten worden, zijn verwijderd, gaan we uit van maximaal 10 vaartuigen per jaar die zullen moeten worden weggesleept en tijdelijk opgeslagen. Dat komt dan neer op een structureel budget vanaf 2028 van 35.000 euro per jaar. Gezien de staat van onderhoud van meeste vaartuigen verwachten we niet of nauwelijks baten uit verkoop.
3
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
2.1
Kleinschalige infra-maatregelen
Bedragen x € 1.000
2026 -60
2027 -60
2028 -60
2029 -60
Infrastructurele maatregelen worden veelal binnen projecten opgepakt. Zo wordt bij groot onderhoud verkeer betrokken om te bezien of mogelijke verbeteringen ten aanzien van de verkeersveiligheid kunnen worden meegenomen en bij ontwikkelprojecten is de infrastructurele aanpassing vaak meegenomen vanuit de GREX. Toch komt het geregeld voor dat vanuit een klacht of een wens aanvullende infrastructurele aanpassingen wenselijk zijn. Bijvoorbeeld de wens voor een voetpad langs een weg op een bedrijventerrein in verband met de verkeersveiligheid, of de vraag om een voetgangersoversteek veiliger in te richten. Vaak is voor dergelijke maatregelen geen financiering en is vervolgens het antwoord dat geen maatregelen worden getroffen. Om toch tegemoet te komen aan dergelijke wensen en/of oplossingen voor klachten wordt in deze kadernota daarom €60.000 per jaar aangevraagd. Met dit bedrag kunnen kleine infrastructurele maatregelen worden uitgevoerd, waarvoor geen dekking is van uit projecten of groot onderhoud.
4
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
2.2
Regulering Vrachtwagenparkeerplaats Noordersluis
Bedragen x € 1.000
2026 -
2027 -21
2028 -21
2029 -21
Op Noordersluis ligt ter hoogte van de kruising Zuiveringweg-Vaartweg een vrachtwagenparkeerplaats. In de huidige situatie is er overlast door overnachtende chauffeurs (hygiëne, veiligheid, zwerfvuil, etc.). Door het plaatsen van toiletten, douches, een omheining en een slagboom voor in- en uitrijden wordt tegemoet gekomen aan de behoefte van chauffeurs voor sanitaire voorzieningen en wordt gereguleerd wie er gebruik maakt van het terrein. De kosten voor de aanleg van deze voorzieningen worden geschat op ongeveer €300.000,-. Een deel van de inkomsten kan worden terugverdiend door een bedrag te vragen voor het betreden van de vrachtwagenparkeerplaats. Na aftrek van de jaarlijkse kosten voor beheer is de inschatting dat er jaarlijks €10.000,- aan inkomsten overblijven. Wanneer het terrein langjarig gebruikt wordt, zal een deel van de initiele investeringskosten gedekt kunnen worden. De maatregel sluit aan bij de in de Mobiliteitsvisie genoemde wens om overnachtingsplekken te realiseren voor vrachtwagenchauffeurs. Wanneer deze maatregel succesvol is, kan deze op grotere schaal gekopieerd worden in LAB.
5
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
5.2
Clubgebouw en berging tafeltennisvereniging
Bedragen x € 1.000
2026 -
2027 -
2028 -
2029 -18
Op 16 juli 2024 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP Sport) vastgesteld. De raad heeft bij de vaststelling van dit plan onder andere besloten bij de kadernota 2026-2029 integraal een afweging te maken over het budget voor een kwaliteitsimpuls. Vanuit het uitgangspunt van zoveel mogelijk multifunctioneel (efficiënt) ruimtegebruik is in het IHP Sport voorgesteld om de tafeltennisvereniging in te passen in één van de nieuw te bouwen gymzalen. Voorwaarde is dat er, qua locatie, ruimte is voor de aanbouw van een kleine clubvoorziening en een (extra) bergruimte voor de tafeltennistafels en dat dit niet
Kadernota 2026 – 2029
(versie vóór raadsbehandeling)
56
mag leiden tot een verminderde functionaliteit voor het bewegingsonderwijs. We gaan hierbij uit van een totale ruimtebehoefte van ongeveer 200 m² voor de tafeltennisvereniging (100 m² voor de bergruimte en 100 m² voor de clubruimte). Door het leggen van een combinatie met één van de nieuw te realiseren gymzalen, is duurzame huisvesting van de vereniging voor de lange termijn geborgd. In de huidige monofunctionele accommodatie (327 m²), die in eigendom is van Sportbedrijf Lelystad, hoeft dan niet meer te worden geïnvesteerd in onderhoud en op termijn verduurzaming / vervanging van het gebouw. De tafeltennisvereniging gebruikt de huidige accommodatie 16,5 uur per week (ma t/m vr) voor trainingen en wedstrijden. In combinatie met bewegingsonderwijs is dit in te passen. De investering voor het realiseren van een clubgebouw en berging tafeltennis bedraagt € 953.000 (per 2027). Krediet benodigd vanaf 2027 met de bijhorende kapitaallasten van €18.266 vanaf 2029.
6
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
5.2
Kunstgrasveld en teamlockers Sportpark Doggersbank
Bedragen x € 1.000
2026 -
2027 -116
2028 -116
2029 -116
Op 16 juli 2024 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP Sport) vastgesteld. De raad heeft bij de vaststelling van dit plan onder andere besloten bij de kadernota 2026-2029 integraal een afweging te maken over het budget voor het op orde brengen van de basis op het gebied van sportfaciliteiten. Uit het IHP Sport is naar voren gekomen dat er een tekort aan trainingscapaciteit is op sportpark Doggersbank. Uitbreiding op deze locatie is niet mogelijk omdat er fysiek geen uitbreiding kan plaatsvinden doordat het Sportpark in een woonwijk ligt. Op dit moment beschikt Doggersbank over 1 kunstgrasveld, 2 wedstrijdvelden (natuurgras) en 2,5 trainingsveld (natuurgras). Uitbreiding van de trainingscapaciteit is niet mogelijk op deze locatie. Uitgaande van de beleidsuitgangspunten, zoals vastgesteld in het IHP Sport, is het noodzakelijk dat er een 2e kunstgrasveld wordt aangelegd. De aanleg van een 2e kunstgrasveld lost het tekort van trainingscapaciteit niet op, maar levert wel een extra wedstrijdveld op. De wedstrijden worden nu op de natuurgrastrainingsvelden gespeeld, wat in verband met de belasting op natuurgras een ongewenste situatie is. Ook de kwaliteit en de continuïteit van de bespeelbaarheid van de velden wordt verbeterd. Door de te hoge belasting op de huidige natuurgrasvelden en extremere weersinvloeden zijn de velden namelijk niet altijd bespeelbaar.
Naast de aanleg van een 2e kunstgrasveld op dit sportpark is het ook noodzakelijk om 12 teamlockers aan te schaffen. Het huidige kleedgebouw is te klein voor alle teams. Dit is eenvoudig op te lossen door de voetbaltassen tijdens de wedstrijden in teamlockers op te bergen zodat de kleedkamer voor het volgende team gebruikt kan worden. De eenmalige investeringslasten bedragen €730.000. De bijdrage in de exploitatielijsten zijn jaarlijks € 41.000. De bijbehorende kapitaallasten bedragen €74.825.
7
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
5.2
Kunstgrasveld Sportpark Langezand (combiveld)
Bedragen x € 1.000
2026 -
2027 -121
2028 -121
2029 -121
Op 16 juli 2024 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP Sport) vastgesteld. De raad heeft bij de vaststelling van dit plan onder andere besloten bij de kadernota 2026-2029 integraal een afweging te maken over het budget voor het op orde brengen van de basis op het gebied van sportfaciliteiten. In het IHP Sport wordt voorzien dat op sportpark Langezand er zeven velden nodig zijn waarvan twee kunstgrasvoetbalvelden. Daarmee daalt het aantal velden van acht naar zeven. Desondanks biedt dit wel mogelijkheden voor verplaatsing van voetbalactiviteiten van de sportparken Schouw en Doggersbank vanwege ledengroei naar sportpark Langezand. Hoewel sportpark Langezand voldoende ruimte heeft voor trainingen en wedstrijden van Unicum en Batavia is het gewenst om op korte termijn één extra kunstgrasveld aan te leggen dat ook geschikt is voor American Football. Daardoor wordt een kwaliteitsimpuls gegeven aan het verder ontwikkelen van sportpark Langezand en aan het herstructureren van de sport in Lelystad. Dit zou gaan om een vergroot kunstgrasveld om de flexibilitei, kwaliteit en multifunctioneel gebruik te vergroten.
Kadernota 2026 – 2029
(versie vóór raadsbehandeling)
57
De eenmalige investeringslasten bedragen €783.000. De bijdrage in de exploitatielijsten zijn jaarlijks €41.000. De bijbehorende kapitaallasten bedragen €80.258.
8
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
5.2
Bedragen x € 1.000
2026 -
2027 -120
2028 -120
2029 -120
Verduurzaming sportcentrum de Koploper Op 16 juli 2024 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP Sport) vastgesteld. De raad heeft bij de vaststelling van dit plan onder andere besloten bij de kadernota 2026-2029 integraal een afweging te maken over het budget voor verduurzaming van sportaccommodaties, waaronder sportcentrum de Koploper.
Bij Sportcentrum De Koploper is een aantal jaar geleden gestart om binnen de huidige middelen en op het juiste renovatiemoment het gebouw te verduurzamen indien de verduurzaming een terugverdientijd heeft van maximaal 5 jaar. De volgende duurzaamheidmaatregelen zijn uitgevoerd: hergebruik water, biomassaketel, Led verlichting, renovatie van bestaande luchtbehandelingskasten, optimalisatie gebouwbeheersysteem en koppeling verlichting en luchtbehandeling aan gebruik van de ruimten. Voor verdere verduurzaming van het gebouw met een terugverdientijd tussen de 5 en 15 jaar is aanvullend budget nodig. Dit vraagt een investering van € 3.354.000 voor onder andere realisatie warmteterugwinning, elektrische waterpomp, aanbrengen zonnepanelen, isoleren leidingwerk en appendages en verbeteren energiemanagement aan te brengen.
9
Beleidsvoornemen - géén dekking voor
6.1
Lelystadse Uitdaging
Bedragen x € 1.000
2026 -50
2027 -50
2028 -50
2029 -50
De Lelystadse Uitdaging is een organisatie die ondernemers stimuleert om de maatschappelijke organisaties te ondersteunen met spullen, advies, hulp en of kennis. De bedrijven laten hierdoor hun maatschappelijke betrokkenheid zien en door het matchen van vraag en aanbod wordt jaarlijks een fors bedrag ( 850.000 waarde matches 2024) geïnvesteerd in de stad. De Lelystadse Uitdaging is hierdoor gegroeid tot een niet meer weg te denken organisaties die ook extra aandacht vraagt voor maatschappelijke onderwerpen als armoede, eenzaamheid en duurzaamheid. Tot op heden is de Lelystadse Uitdaging gefinancierd met incidentele middelen en is het ieder jaar afwachten of dit lukt. De organisatie heeft inmiddels wel haar belang voor Lelystad bewezen. Om dit te behouden voor Lelystad is een jaarlijkse structurele subsidie van €50.000 nodig.
Kadernota 2026 – 2029
(versie vóór raadsbehandeling)
58