CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Kadernota 2026 - 2029 (versie vóór raadsbehandeling)

Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: Kadernota 2026 - 202930.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Duurzaamheid Dit is nodig om aan te sluiten bij de landelijke wetgeving die voorschrijft dat overheidsgebouwen in 2030 tenminste 50% minder CO2 uitstoten dan in 2008. In het kader van duurzaamheid wordt gewerkt aan vervanging van voertuigen door elektrische voertuigen. Met name grote voertuigen (tankautospuit, ladderwagen) zullen in elektrische vorm aanzienlijk duurder zijn dan voertuigen op fossiele brandstof. Ook wordt gewerkt aan het energieneutraal maken van onze kazernes door investeringen als isolatie, warmtepompen en zonnepanelen. Beide ontwikkelingen zorgen voor aanzienlijk hogere investeringen en daarmee structureel hogere kapitaallasten. Waar mogelijk worden al duurzame keuzes gemaakt binnen de bestaande begroting. Wanneer de oplopende kapitaallasten aanleiding geven om keuzes te moeten maken, dan wordt het bestuur hierover geïnformeerd. PTSS Landelijk is er discussie of PTSS bij brandweermensen een ‘beroepsziekte’ is. Mocht het worden betiteld als een beroepsziekte dan kunnen brandweermensen aanspraak maken op een extra arbeidsongeschiktheidsvergoeding. Ook vraagt dit meer van veiligheidsregio’s op het vlak van preventie. De kosten die hiermee gepaard gaan worden landelijk geschat op €15 tot €20 miljoen structureel. Voorbereiding (Bevolkings)groei Flevoland De snelle ontwikkeling van provincie Flevoland houdt aan.

Volgens ramingen zal de bevolking van Flevoland met 50% stijgen tot en met 2050 en daarmee ligt deze stijging ver boven het landelijk gemiddelde. Dit zal gepaard gaan met meer incidenten, werkzaamheden en kosten voor VRF. Financiering vanuit het Rijk ijlt altijd na bij deze ontwikkelingen. De omvang van de kosten en per wanneer deze spelen is nog niet te voorspellen en afhankelijk van te maken keuzes.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

18

Voorgesteld besluit: 8. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: -€950.000 in 2026 en -€142.000 met ingang van 2027.

Bijstelling

9

2.1

Areaaluitbreidingen Golfresort en Buitenhof

Bedragen x € 1.000

2026 -475

2027 -475

2028 -475

2029 -475

Per 1 januari 2025 heeft de gemeente de openbare ruimte van de woonwijken Golfresort en Buitenhof in beheer en onderhoud genomen. Beide wijken zijn aangelegd en tot 31 december 2024 beheerd door de projectontwikkelaars. Over het in beheer en onderhoud nemen van de openbare ruimte in het Golfresort heeft de raad in 2024 een besluit genomen. Voor Buitenhof is de overdracht conform eerdere besluitvorming en gesloten overeenkomsten over de ontwikkeling van het gebied. Om naar bewoners toe duidelijkheid te scheppen, maar ook om het beheer en onderhoud goed in onderhoudscontracten te borgen, heeft de gemeente deze gebieden per 1 januari 2024 in beheer genomen. Voor beide woongebieden zijn op basis van beschikbare areaalgegevens berekeningen gemaakt van de structurele beheerkosten, die als grondslag dienen voor dit voorstel. Het gaat hierbij om zowel het dagelijks- als het groot onderhoud, met uitzondering van vervanging van de geluidswal, langs de A6. Gezien de verwachte levensduur (meer dan 40 jaar) van deze geluidswal zal deze bij vervanging gekapitaliseerd moeten worden. De onderhoudskosten van €475.000 gespecificeerd naar beheergebied: -

€ 195.000 voor het Golfresort € 280.000 voor Buitenhof

Voorgesteld besluit: 9. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Areaaluitbreiding Golfresort en Buitenhof’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€475.000.

Bijstelling

10

4.2

Actualisatie IHP

Bedragen x € 1.000

2026 642

2027 130

2028 135

2029 -597

Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) geeft concrete uitwerking aan de wettelijke zorgplicht van de gemeente voor de onderwijshuisvesting voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs in de stad. Ieder jaar wordt het IHP geactualiseerd. De actualisatie die volgt uit het IHP Jaarprogramma 25-26 omvat de bijstellingen van al geplande (nieuwbouw)projecten op basis van leerlingenprognoses, prijsstijgingen en andere gewijzigde omstandigheden. De actualisatie van het IHP omvat daarnaast de bekostiging van door de schoolbesturen ingediende aanvragen die op basis van het beleidskader onderwijshuisvesting en/of de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs in aanmerking komen voor honorering. Een van de aanvragen voor 2026 die is voorgesteld om toe te kennen, betreft de uitbreiding van het schoolgebouw van vso-school De Anger. Met deze uitbreiding kan de school terug van twee naar één dislocatie en heeft ze de komende jaren voldoende ruimte om de verwachte groei van het leerlingenaantal op te vangen. Het IHP Jaarprogramma 2025-2026 omvat daarnaast een voorstel voor de verdeling van het reeds geraamde budget voor investeringen in brede schoolpleinen over vijf schoolpleinen. Andere bijstellingen die zijn meegenomen in het IHP Jaarprogramma 25-25 betreffen onder meer: -

-

Een indexering met 5,68% van de reeds in de begroting opgenomen middelen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen om in de pas te blijven lopen met de ontwikkeling van de bouwmarkt. Dit percentage is conform het door de VNG geadviseerde indexeringspercentage voor onderwijshuisvesting voor 2025. De benodigde middelen voor de nieuwbouw van basisscholen De Albatros en Stella Nova. Deze middelen zijn bijgesteld op basis van de raadsbesluiten over deze nieuwbouwprojecten van 5 november 2024.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

19

De ‘positieve’ bijstelling voor de eerstkomende jaren vloeit grotendeels voort uit een iets latere oplevering van de nieuwe gebouwen voor basisscholen De Kring, Regenboog en Wingerd. Hierdoor worden de nieuwe gebouwen later ‘geactiveerd’ waardoor de kapitaallasten ook later op de begroting gaan drukken. Daarnaast is de begroting bijgesteld voor het aankopen van nood energievoorzieningen (in plaats van te huren) voor nieuw op te leveren schoolgebouwen. De eerder geraamde stelpost voor huurkosten komt daarmee te vervallen. Bij ieder project dat gereed komt, wordt bekeken of een noodvoorziening nodig is en of huur of aankoop een beter alternatief is, gezien de op dat moment te verwachten realisatie van extra capaciteit op het energienet in de stad. Met deze bijstelling worden de geraamde investeringskredieten geactualiseerd, evenals de hieruit voortvloeiende kapitaallasten. Het beschikbaar stellen van investeringskredieten voor nieuwbouw- en vervanging van schoolgebouwen vindt zoals gebruikelijk plaats via separate besluitvorming in de raad. Een uitgebreide toelichting is opgenomen in IHP Jaarprogramma 25-26. Voorgesteld besluit: 10. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie IHP’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: €642.000 in 2026, €130.000 in 2027, €135.000 in 2028 en -€597.000 met ingang van 2029.

11

Bijstelling

4.2

Actualisatie verzekeringen gemeentelijk vastgoed

Bedragen x € 1.000

2026 300

2027 300

2028 300

2029 300

Eind 2024 is de verzekering van het gemeentelijk vastgoed opnieuw aanbesteed. De uitkomst van deze aanbesteding leidt tot een positief resultaat ten opzichte van de in de meerjarenraming opgenomen budgetten. Overigens is er in het kader van de ombuigingsoperatie wel onderzocht in hoeverre het hanteren van een 'hoger eigen risico' zou kunnen leiden tot een lagere verzekeringspremie. Hieruit werd duidelijk dat de potentiële besparing die daarmee samenhangt lager is dan wat er over de afgelopen jaren is uitgekeerd aan (kleinere) schades. De voorwaarden zijn dan ook niet zijn gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. Voorgesteld besluit: 11. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie verzekeringen gemeentelijk vastgoed’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met €300.000.

12

Bijstelling

4.2

Actualisatie exploitatie nieuwbouw IHP onderwijs

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -1

2028 -52

2029 -52

In 2024 zijn verschillende raadsbesluiten geweest over nieuwbouw projecten vanuit het IHP onderwijs. Het gaat hierbij om de Windroos, de Albatros en Stella Nova. Op basis van deze besluitvorming zijn de uitgangspunten met betrekking tot de hoeveel geactualiseerd. Het gaat hierbij om afwijkingen ten opzichte van uitgangspunten vanuit het IHP meerjarenplan. Dit is bijvoorbeeld het steeamlokaal bij Stella Nova of de gymzaal bij de Albatros en Windroos. Voorgesteld besluit: 12. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie exploitatie nieuwbouw IHP onderwijs’ de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: -€1.000 in 2027 en €52.000 met ingang van 2028.

13

Bijstelling

4.2

Actualisatie exploitatie Sportzaal Kofschip

Bedragen x € 1.000

2026 -10

2027 -10

2028 -10

2029 -

Sportzaal 't Kofschip blijft in gebruik tot het gereed komen van de nieuwe Sporthal bij de Rietlanden. Om de exploitatie te dekken is een bijstelling nodig voor de reguliere kosten. Vanuit de verhuur staan hier ook inkomsten tegenover. De bijstelling is voor de structurele kosten van dagelijks onderhoud en gas, water en licht.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

20

Voorgesteld besluit: 13. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie exploitatie Sportzaal Kofschip’ de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 - 2028 bij te stellen met -€10.000.

14

Bijstelling

4.2

Actualisatie verduurzamen gemeentelijk vastgoed (budgetneutraal)

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

De gemeente Lelystad heeft een uitgebreid areaal van verschillende vastgoedobjecten. In de programmabegroting 2023 – 2026 heeft de raad een investeringskrediet vastgesteld voor het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed waarvan de gemeente Lelystad de energierekening betaalt. Dit investeringskrediet wordt succesvol ingezet in verschillende verduurzamende maatregelen van verschillende gebouwen. Voorbeelden van deze maatregelen zijn het verledden van verlichting, het plaatsen van PV-panelen en hybride warmtepompen. Om te kunnen blijven investeren in het verduurzamen van het gemeentelijk vastgoed is het noodzakelijk om het investeringskrediet op te hogen. Vanuit de lopende begroting is het niet mogelijk om te investeren in verduurzamende maatregelen. Dit doordat de lopende begroting op basis van 'instandhouding' is. Binnen het gemeentelijke vastgoed zijn nog meerdere kansen. Daarnaast is een deel ook verplicht in verband met landelijke wetgeving. Daarnaast heeft de gemeente Lelystad voor verschillende objecten een Dumava-subsidie gekregen, wat zorgt voor cofinanciering vanuit de Rijksoverheid. Teneinde hiermee door te kunnen gaan is het noodzakelijk een investeringskrediet ter grootte van €2,5 miljoen beschikbaar te stellen. De maatregelen die genomen worden, hebben allen een terugverdientijd op de energielasten.

De dekking van het investeringskrediet komt vanuit de besparing op de energielasten. Het beschikbaar stellen van het investeringskrediet heeft dan ook een budgetneutrale uitwerking. De investeringen worden geactiveerd met een afschrijving van 10 jaar. Op deze manier worden risico's door fluctuaties in energieprijzen en risico's met betrekking tot de technische levensduur afgedekt. Voorgesteld besluit: 14. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie verduurzamen gemeentelijk vastgoed (budgetneutraal)’ een investeringskrediet ter grootte van €2.500.000 beschikbaar te stellen en de hieruit voortvloeiende kapitaallasten met ingang van 2026 budgetneutraal te dekken door de besparing op de energielasten.

15

Bijstelling

5.2

Actualisatie nieuwbouw Sporthal Rietlanden 3

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -92

Bij het vaststellen van de programmabegroting 2025 - 2028 is het investeringsbedrag voor Rietlanden 3 vastgesteld. In de periode tussen de vaststelling in de programmabegroting en deze kadernota zijn de 'kosten bouwrijpmaken' en 'kosten inrichting buitenruimte' bepaald. Dit waren eerder 'PM' posten. Daarnaast is de reservering voor de kapitaallasten geactualiseerd op basis van de rekenrente van 0,25% en is de fasering aangepast op basis van lineair afschrijven over de gehele looptijd (in plaats van uit te gaan van het gemiddeld benodigde bedrag aan kapitaallasten). Per saldo resulteren deze actualisaties in een bedrag van -€92.000 met ingang van 2029 (neemt dan ieder jaar een klein beetje af in verband met linear afschrijven). Voorgesteld besluit: 15. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie nieuwbouw Sporthal Rietlanden 3’ de meerjarenraming met ingang van 2029 bij te stellen met -€92.000.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

21

16

Bijstelling

5.3

Correctie - Investeringen Kubus en luchtverversing Corneel

Bedragen x € 1.000

2026 -39

2027 -39

2028 -39

2029 -39

In de besluitvorming over de programmabegroting 2025 - 2028 heeft de raad per amendement besloten €375.000 beschikbaar te stellen vanuit de Reserve Ontwikkeling Stad. Het gaat om een bedrag van €200.000 voor investeringen in de Kubus en €175.000 voor de verbetering van de luchtkwaliteit van het huidige pand van Corneel. Verslagleggingsregels schrijven voor dat deze investeringen niet gedekt mogen worden via een incidentele onttrekking aan de reserve. Dit type investeringen moeten worden geactiveerd op de balans en de hieruit voortvloeiende kapitaallasten ter grootte van €39.000 per jaar moeten in de meerjarenraming van dekking worden voorzien. Tegelijkertijd wordt de eerder beschikbaar gestelde €375.000 aan incidentele middelen weer toegevoegd aan de vrije ruimte van de Reserve Ontwikkeling Stad. Voorgesteld besluit: 16a. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Correctie – Investeringen Kubus en luchtverversing Corneel’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€39.000. 16b. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Correctie – Investeringen Kubus en luchtverversing Corneel’ de eerder beschikbaar gestelde €375.000 weer toe te voegen aan de vrije ruimte van de Reserve Ontwikkeling Stad.

17

Bijstelling

5.5

Boven- en ondergronds erfgoed

Bedragen x € 1.000

2026 -200

2027 -200

2028 -200

2029 -200

In de loop van 2025 wordt de kadernota erfgoedbeleid voorgelegd aan de raad. Voor de implementatie en uitvoering hiervan zijn middelen nodig voor advies, onderzoek, projecten en communicatie. De activiteiten worden nader uitgewerkt in de kadernota erfgoedbeleid. Met de nu gevraagde middelen kunnen de taken betreffende boven- en ondergronds erfgoed op een basisniveau worden uitgevoerd. Na vaststelling van de kadernota erfgoedbeleid wordt in de programmabegroting de omvang en de inzet van de middelen nader gespecificeerd. Als bij de vaststelling van de kadernota erfgoedbeleid blijkt dat de raad kiest voor een intensivering op deze onderwerpen, is het mogelijk dat er komend jaar een voorstel voor aanvullend budget wordt ingediend. Voorgesteld besluit: 17. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Boven- en ondergronds erfgoed’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€200.000.

18

Bijstelling

6.J

Actualisatie Jeugdzorg

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

Ontwikkelingen met betrekking tot de batenkant - jeugdzorg Op 30 januari 2025 is het adviesrapport ‘Groeipijn’ gepubliceerd door de commissie van Ark. Dit rapport beschrijft het eerste advies van de Deskundigencommissie over de Hervormingsagenda Jeugd. Deze Hervormingsagenda is eerder al ondertekend door vijf partijen, te weten het Rijk, de gemeenten, de aanbieders, de professionals en de vertegenwoordigers van jongeren en ouders. De commissie heeft tot taak ‘onafhankelijk zwaarwegend advies uit te brengen aan partijen over de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de Hervormingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling’. De commissie geeft aan dat de kramp van te hoge planningsambities en een te strak financieel keurslijf de voortgang en effectiviteit van de benodigde maatregelen beperken. Tegelijkertijd benadrukt de commissie dat een op de zeven jongeren nu gebruikmaakt van jeugdzorg en dat het om die reden nodig is dat de druk erop moet blijven om te werken aan een effectief en werkend jeugdzorgstelsel. De financiële doorwerking van de adviezen kan als volgt worden samengevat:

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

22

1. 2. 3. 4. 5.

Compensatie financiële tekorten 2023 en 2024 Compensatie doorwerking verwacht tekort 2025 Aanvullende loon- en prijsontwikkeling 2025 Beoogde besparingen Hervormingsagenda 2026 - 2028 op PM Nieuw te ontwikkelen financieringsmodel met ingang van 2029

Wat belangrijk is om te vermelden is dat het rapport veel ruimte geeft voor interpretatie. Het bevat bijvoorbeeld geen financieel overzicht, waarin staat hoeveel geld gemeenten erbij zouden moeten krijgen volgens de commissie. Ook moet de weging van het adviesrapport door het kabinet nog plaatsvinden. Pas na verschijnen van de Voorjaarsnota 2025 zal er meer duidelijk zijn over het al dan niet toekennen van aanvullend budget naar aanleiding van dit adviesrapport. Vervolgens zal bij de meicirculaire 2025 nog uitsluitsel moeten volgen over de verdeling van deze middelen. Daarnaast is het zo dat - ook nadat het kabinet uitsluitsel heeft gegeven - er onderwerpen zijn die vragen om een nadere uitwerking door de betrokken partijen. De commissie dringt er bij de vijfhoekpartners dan ook op aan om voor de zomer 2025 een routekaart uit te werken hoe opvolging en invulling te geven aan de adviezen. Het is niet ondenkbaar dat definitief financieel uitsluitsel op onderdelen af zal hangen van deze nog te maken afspraken. Tot slot zal het beeld op langere termijn nog wijzigen wanneer er een nieuw financieringsmodel zal worden ingevoerd. Zie bijlage 2 van deze kadernota 2026 – 2029 voor een financiële interpretatie van de verschillende onderdelen van het adviesrapport van de commissie Van Ark.

Ontwikkelingen met betrekking tot de lastenkant - jeugdzorg Met name met betrekking tot de (regionaal gecontracteerde) specialistische jeugdhulp zien we een kostenstijging. In het lokale beleid lijken we met nadruk meer grip te krijgen op beter passende jeugdhulp en kostenbeheersing. Daarom hecht het college er groot belang aan dat binnen de regionale samenwerking maximale ruimte blijft voor lokaal beleid, toewijzing en financiering, zoals ook expliciet verwoord is in (de memorie van toelichting bij) het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdhulp. In het kader van de regionale samenwerking zetten we in op gezamenlijk inkopen van jeugdhulp, die na de wetsaanpassing vereist is. Mocht bij andere gemeenten in de regio de wens bestaan voor een verdergaande samenwerking tussen 2 of meerdere gemeenten dan kan dit separaat afgesproken worden. Het college heeft een voorstel gedaan om de intentieovereenkomst dienovereenkomstig aan te passen zodat het gesprek over de andere gemeenschappelijke regeling verder gevoerd kan worden. Parallel daaraan loopt het proces met een commissie van deskundigen die advies kan uitbrengen op de vraag hoe je met elkaar samenwerkt ondanks lokale verschillen.

Belangrijke uitgangspunten in de Lelystadse aanpak zijn: normaliseren en waar nodig doelmatige zorg (onder meer door ouder/gezin in de lead, regie bij de verwijzer en geen automatische verlengingen). Hierdoor is het gemiddeld percentage kostenstijging in Lelystad (2018 t/m 2024) lager dan die in - qua populatie en problematiek - vergelijkbare gemeenten elders. Concessies aan de huidige Lelystadse uitgangspunten en werkwijze zullen - overige omstandigheden gelijk verondersteld - resulteren in een substantiële toename van de uitgaven voor jeugdzorg. We zien dat de kostenstijging vooral aan de kant van de regionaal gecontracteerde, specialistische zorg zit waardoor het essentieel is om over de kostenbeheersing goede afspraken met en in de regio te maken. Bij uitblijven hiervan (en bij uitblijven van eventuele aanvullende rijksmiddelen) is invulling van de in de programmabegroting 2025 - 2028 opgelegde taakstelling niet realistisch. Het knoppenplan en de van daaruit opgelegde taakstelling gaat uit van enerzijds het stoppen van de trendmatige groei en anderzijds een daling van de uitgaven oplopend tot €5 miljoen structureel. Het is onze verwachting dat er komende periode meer duidelijk wordt voor wat betreft bovengenoemde ontwikkelingen en onzekerheden aan zowel de baten- als de lastenkant.

Doorwerking daarvan zal betrokken worden bij het formuleren van een integraal actualisatievoorstel in de ontwerp programmabegroting 2026 - 2029. Voorgesteld besluit: 18. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Jeugdzorg’ een integraal uitgewerkt voorstel tegemoet te zijn bij de programmabegroting 2026 – 2029.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

23

19

Bijstelling

6.W

Actualisatie Wmo

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

De gemeente is op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners zodat zij zoveel mogelijk meedoen en zelfstandig kunnen (blijven) participeren in de maatschappij. Belangrijke groepen van aandacht binnen de Wmo zijn kwetsbare ouderen, inwoners met fysieke of verstandelijke beperking en inwoners met psychische problematiek. In de programmabegroting 2025 - 2028 is voor de Wmo in 2025 een budget beschikbaar van circa €30 miljoen (saldo lasten en baten). Het grootste deel van de Wmo uitgaven bestaat uit individuele maatwerkvoorzieningen zoals huishoudelijke ondersteuning, ondersteuning thuis, dagbesteding, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen. Een deel van deze uitgaven wordt bepaald door het aantal gebruikers en dit hangt weer samen met de vergrijzing, extramuralisering en het eigen bijdrage beleid (bepaald door de Rijksoverheid). Het is nog onzeker welke invloed deze zaken op de (middel)lange termijn zullen hebben en wat dit in de toekomst gaat betekenen voor het gebruik van de diverse Wmo voorzieningen. Waarbij de prognoses een toenemend gebruik laten zien vanwege de effecten van (dubbele) vergrijzing en de groeiambities van de stad. In de huidige meerjarenraming is daar zo goed als mogelijk rekening mee gehouden. Het uitgangspunt blijft ook in de toekomst dat de voorzieningen beschikbaar zijn voor bewoners waarvoor dit echt nodig is.

Het voornemen van de Rijksoverheid om de eigen bijdragen voor de Wmo op de schop te nemen en voor huishoudelijke ondersteuning toch weer een inkomensafhankelijke bijdrage in te gaan voeren zal naar alle waarschijnlijkheid effect hebben op het gebruik van de Wmo. Het is nog onzeker wanneer de nieuwe wet er zal zijn en in werking zal treden. Vooralsnog is de invoeringsdatum niet eerder dan 1 januari 2027. De enorme stijging van kosten waar de zorgaanbieders mee te maken hebben gekregen (te denken aan de forse CAO stijgingen) schijnt wel een ander licht op de toekomst. In 2024 zijn er aanbestedingstrajecten uitgevoerd binnen de maatwerkvoorzieningen (huishoudelijke hulp, hulpmiddelen, ondersteuning thuis en dagbesteding) welke ingaan vanaf 2025. Dit betekent dat er sprake is van nieuwe contracten met hogere prijzen. Voor de huishoudelijke hulp is daarop voorgesorteerd en is er een bijstelling / actualisatie van de programmabegroting 2025 - 2028 doorgevoerd aan de hand van de op dat moment bekend zijnde gegevens. In de loop van 2025 ontstaat een realistischer beeld waarbij de verwachting is dat de druk op de huidige begroting zal toenemen. De doordecentralisatie Beschermd Wonen en de invoering van het bij behorende nieuwe verdeelmodel zijn verder uitgesteld tot in ieder geval 1 januari 2026. De doordecentralisatie gaat gepaard met een korting op het budget Beschermd Wonen.

De exacte korting op de rijksbijdrage als ook het ingroeipad zijn op dit moment echter nog niet bekend. Indien mogelijk wordt de gefaseerde doordecentralisatie van de regionale Wmo taak Beschermd Wonen in de actualisatie meegenomen. De financiële consequenties hiervan zijn op dit moment nog niet bekend. De herijking van de sociaal wijkteams zal dit jaar verder worden uitgewerkt en wellicht vanaf 2026 tot uitvoering gaan komen. De impact ervan is op dit moment nog lastig te duiden in cijfers, maar zullen op de voet worden gevolgd en gemonitord. Al met al zijn er onzekerheden die de vraag naar - en daarmee het kostenniveau van - de Wmo bepalen. Deze worden actief gemonitord en in opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029 zal een actueel overzicht worden opgesteld van lasten en baten. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat deze actualisatie budgetneutraal kan worden uitgevoerd. Voorgesteld besluit: 19. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Wmo’ de begroting en meerjarenraming vooralsnog niet bij te stellen en – indien dat nodig blijkt te zijn – een voorstel tegemoet te zien in de programmabegroting 2026 – 2029.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

24

20

Bijstelling

6.3

Actualisatie Participatiewet - Bijstand

Bedragen x € 1.000

2026 -473

2027 -473

2028 -473

2029 -473

De raad is op 22 oktober geïnformeerd over de voorlopige bijstandsbudgetten 2025 (via informatienota met kenmerk 24.260). Ten opzichte van de definitieve rijksbijdrage 2024 is er in 2025 sprake van een daling van afgerond €2,5 miljoen. In de informatienota werd al aangegeven dat deze ontwikkeling bekend is geworden nadat de ontwerp programmabegroting 2025 - 2028 aan de raad ter besluitvorming is aangeboden. Conform de bestendige gedragslijn is aangegeven een nadere analyse te maken en de doorwerking van deze berichtgeving te betrekken bij het opstellen van de kadernota 2026 - 2029. Doorwerking op hoofdlijnen Ondanks de forse korting op de rijksbijdrage blijft het effect op de gemeentebegroting per saldo beperkt. In 2025 is Lelystad vooralsnog nog steeds “voordeelgemeente”. Dat houdt in dat we meer geld ontvangen van het Rijk dan dat we uitgeven aan (bijstand)uitkeringen. De afgelopen jaren waren we dat gemiddeld gezien ook. Dit ging wel gepaard met sterke fluctuaties van €0,7 miljoen nadeel tot ruim €4 miljoen voordeel. De realisatie van 2024 laat een voordelige afwijking van ruim €2 miljoen zien. De fluctuaties binnen het verdeelmodel (rijksbijdrage) waren afgelopen jaren aanzienlijk. Aan de uitgavenkant is evenwel een stabiele daling zichtbaar van het bijstandsbestand van ongeveer 2.400 in 2017 naar minder dan 2.000 nu.

Deze daling is ook zichtbaar in relatieve termen (van ongeveer 4.6% in 2017 tot minder dan 3,6% nu). Dit heeft te maken met de krappe arbeidsmarkt in combinatie met de (aanvullend) uitgevoerde reintegratie inspanningen die onder taakveld 6.5 vallen. Zo dragen onder meer de Work first aanpak en het investeren in het netwerk van betrokken werkgevers bij aan het beperken van de uitkeringslasten. Deze stabiele infrastructuur wordt bovendien steeds doorontwikkeld, waarbij de waarde van werk wordt ingezet voor zoveel mogelijk inwoners. Dit draagt weer bij aan de ontwikkeling van de stad. De recente forse korting maakt echter wel dat de begroting en meerjarenraming moeten worden geactualiseerd. Om het precieze effect op de gemeentebegroting inzichtelijk te krijgen is - naast de daling van de rijksbijdrage - ook gekeken naar de realisatie van het aantal verstrekte bijstandsuitkeringen. Per saldo leidt dit tot een bijstelling van -€473.000 ten opzichte van de in de begroting opgenomen bedragen. Voorgesteld besluit: 20. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Participatieweg - Bijstand’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€473.000.

21

Bijstelling

7.1

Actualisatie bijdrage GGD Flevoland

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

Er lopen binnen GGD Flevoland twee omvangrijke processen die momenteel de aandacht vragen: 1. De bestuurlijke opdracht toekomstperspectief GGD Flevoland Het bestuur van GGD werkt toe naar een financieel gezonde GGD Flevoland voor de lange termijn, in een groeiend Flevoland. Daarom heeft het bestuur van de GGD heeft de GGD de opdracht gegeven inzicht te geven en scenario's te maken als startpunt voor een duurzaam, gezond en passend toekomstperspectief van GGD Flevoland. Op basis van het inzicht en de scenario's kunnen weloverwogen keuzes worden gemaakt. 2. Het opstellen van het Integraal Huisvestings Plan (IHP) GGD Flevoland werkt daarnaast aan toekomstbestendig huisvestingsplan dat meebeweegt met de huidige en toekomstige huisvestingsvragen. Het proces om te komen tot een integraal huisvestingsplan (IHP) loopt parallel aan de hierboven beschreven bestuurlijke opdracht. Hierbij is het doel om vanuit inzicht en overzicht en met verschillende uitgewerkte en doorberekende scenario's een weloverwogen keuze te maken voor de huisvesting die nodig is voor onze dienstverlening en bedrijfsvoering, om zo inwoners goed te kunnen ontvangen en bedienen en een prettige werkomgeving voor onze medewerkers te realiseren.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

25

De GGD is op dit moment nog bezig met het opstellen van hun begroting 2026, waardoor er op dit moment geen kwantificering mogelijk is. Na een besluit van het bestuur van de GGD is de gemeente gehouden aan deze bijdrage en dienen de lasten gezien te worden als onontkoombaar. Voorgesteld besluit: 21. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GGD Flevoland’ de begroting en meerjarenraming vooralsnog niet bij te stellen en – indien dat nodig blijkt te zijn – een voorstel tegemoet te zien in de programmabegroting 2026 – 2029.

Bijstelling

22

7.4

Actualisatie bijdrage OFGV

Bedragen x € 1.000

2026 -98

2027 -98

2028 -98

2029 -98

De bijdrage voor de OFGV voor 2026 moet worden verhoogd vanwege de indexering van de salarissen en materiële budgetten met 3,5 procent en de overdracht van de verplichte collectieve basistaken te weten casemanagement, ketentoezicht, zeer zorgwekkende stoffen en werkgebonden personenmobiliteit. De bijdrage van Lelystad aan de OFGV wordt in 2026 ná indexering geraamd op €1.675.615. Ten opzichte van de in de begroting van Lelystad beschikbare middelen is dit een verschil van €97.814. Daarnaast zijn er nog enkele ontwikkelingen van belang om te benoemen: -

-

De kadernota 2026 van de OFGV bevat een PM-post voor de overdracht van deze collectieve taken, maar geschat wordt dat de totale kosten hiervan €554.000 gaan bedragen, waarvan ongeveer 10 procent voor de gemeente Lelystad zal zijn; Verder wordt in 2025 nog een voorstel voorzien voor de verdeling van de implementatie kosten voor ICT voor de jaren 2025 t/m 2027; Vanaf 2027 wordt een wijziging van de bijdrage verwacht als gevolg van de periodieke wijziging van de kostprijsverrekening systematiek, gebaseerd op de uitvoering van de laatste drie jaren, waarbij tevens de kostenstijging (7-9 %) als gevolg van de Omgevingswet wordt meegenomen.

Op het moment dat er meer duidelijkheid is zal een eventueel voor- of nadelig effect betrokken worden bij het opstellen van een toekomstige kadernota / programmabegroting. Voorgesteld besluit: 22. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage OFGV’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€98.000.

23

Bijstelling

7.4

Voorbereiding vastleggen basisgeluidemissie (BGE)

Bedragen x € 1.000

2026 -60

2027 -60

2028 -60

2029 -60

De omgevingswet verplicht gemeenten om op een nog nader te bepalen tijdstip (naar verwachting 2027 of 2028) de basisgeluidemissie (BGE) vast te leggen voor gemeentelijke wegen met een verkeersintensiteit van 2.500 mvt/etmaal of meer. De basisgeluidemissie wordt bepaald op basis van de verkeersintensiteit, de rijsnelheid en het type wegdek en kan worden gezien als de geluidemissie van een wegvak. De eerste vaststelling moet plaatsvinden op basis van een zelf te kiezen basisjaar, uiterlijk 2026. Het is daarom van belang om uiterlijk 2026 goed inzicht te hebben in de gegevens voor de basisgeluidemissie. In voorbereiding daarop wordt een adviesbureau ingeschakeld en is gemeentelijke inzet nodig om de data op orde te krijgen. Als de BGE niet op de juiste gegevens wordt vastgelegd, kan dit bij de daaropvolgende monitoring knelpunten opleveren. De kosten voor het voorbereiden en vastleggen van de BGE zijn een eerste inschatting. Momenteel lopen er inventarisaties bij adviesbureaus. Voorgesteld besluit: 23. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Voorbereiding vastleggen basisgeluidsemissies (BGE)’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€60.000.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

26

24

Bijstelling

7.4

Wettelijke taken ecologie

Bedragen x € 1.000

2026 -40

2027 -40

2028 -40

2029 -40

Om te voldoen aan de wettelijke taken op het gebied van ecologie is extra budget nodig, aangezien het huidige budget exclusief is toegewezen aan monitoring. Zonder aanvullende middelen kunnen noodzakelijke maatregelen, ecologisch herstel en naleving van wet- en regelgeving, niet worden uitgevoerd. Dit brengt juridische en ecologische risico’s met zich mee en beperkt de mogelijkheid om proactief in te spelen op ruimtelijke en interne ontwikkelingen. Daarom wordt voorgesteld om een aanvullend budget van €40.000,- toe te kennen, zodat niet alleen monitoring plaatsvindt, maar ook daadwerkelijke uitvoering van ecologische taken wordt gewaarborgd. Voorgesteld besluit: 24. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Wettelijke taken ecologie’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€40.000.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

27

B. Loon- en prijsontwikkelingen De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan de loon- en prijsontwikkeling. De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting en de inkomsten uit de algemene uitkering worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. De effecten van loon- en prijsstijgingen in het aankomende begrotingsjaar komen terug in de kadernota, als een meerjarig doorwerkende reeks (zowel aan de baten- alsook aan de lastenkant van de begroting). Het te hanteren indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt bepaald door te kijken naar het gemiddelde percentage van de consument prijsindex over het voorgaande begrotingsjaar, het lopende begrotingsjaar en het aankomende begrotingsjaar. De inschatting die in deze kadernota wordt gemaakt is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2025 van het CPB en resulteert voor 2026 in een percentage van 3,0%.

25

Bijstelling

0.61

Actualisatie OZB inkomsten woningen - bijstelling, indexatie en areaal

Bedragen x € 1.000

2026 691

2027 691

2028 691

2029 691

De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. Ieder jaar wordt er bij de kadernota een besluit genomen over de bijstelling, het indexeren van de totaal te realiseren opbrengst en de verwachte uitbreiding van het areaal. De correctie voor de uitbreiding van het areaal en de indexatie resulteren in een totale bijstelling ter grootte van € 691.000. Areaaluitbreiding Op basis van de vastgestelde en op Lelystad in zicht gepubliceerde prognose van opgeleverde woningen (scenario 2) worden de extra inkomsten voor de OZB woningen geraamd op €246.000 (taakveld 0.61). Indexatie Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over drie jaren, zijnde 3%. Deze index over de inkomsten ozb woningen resulteert in een bijstelling van €445.000 structureel. Voorgesteld besluit: 25. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie OZB inkomsten woningen – bijstelling, indexatie en areaal’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met €691.000.

26

Bijstelling

0.62

Actualisatie OZB inkomsten niet woningen - bijstelling, indexatie en areaal

Bedragen x € 1.000

2026 2.300

2027 2.300

2028 2.300

2029 2.300

De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. Ieder jaar wordt er bij de kadernota een besluit genomen over de bijstelling, het indexeren van de totaal te realiseren opbrengst en de verwachte uitbreiding van het areaal. De correctie voor de bijstelling, de uitbreiding van het areaal en de indexatie resulteren in een totale bijstelling ter grootte van €2.380.000. Bijstelling realisatie 2024 De realisatie 2024 geeft aanleiding om de begroting voor 2026 en verder structureel bij te stellen met een bedrag van €850.000. Areaaluitbreiding De extra inkomsten voor de OZB niet-woningen worden op basis van de verwachte vergunningaanvragen geraamd op €1.000.000 (taakveld 0.62). Indexatie Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over drie jaren, zijnde 3%. Deze index over de inkomsten ozb niet-woningen resulteert in een bijstelling van €530.000 structureel.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

28

Doorwerking op lastenkant begroting De gemeente is zelf ook eigenaar van diverse niet- woningen, zoals het stadhuis, MFA's en schoolgebouwen. Met het actualiseren van de inkomstenkant- moet gelijktijdig ook een actualisatie worden doorgevoerd aan de lastenkant van de begroting ter grootte van afgerond -€80.000 per jaar. Voorgesteld besluit: 26. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie OZB inkomsten niet woningen – bijstelling, indexatie en areaal’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met €2.300.000.

27

Bijstelling

0.7

Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds

Bedragen x € 1.000

2026 5.285

2027 5.285

2028 5.285

2029 5.285

De bijdrage die de gemeente ontvangt als algemene uitkering uit het gemeentefonds is niet langer gekoppeld aan de rijksuitgaven. Voor wat betreft de prijsontwikkeling ontvangen gemeenten compensatie aan de hand van de ontwikkeling van het 'prijs bbp'. Bij het opstellen van de raming van de algemene uitkering wordt rekening gehouden met een opslag voor loon- en prijsstijgingen. Met andere woorden: bij het 'defleren' naar constante prijzen wordt een deel van het accres afgezonderd voor het opvangen van loon- en prijsstijgingen. Voor jaarschijf 2026 gaat het om een totaalbedrag van afgerond €5,3 miljoen dat structureel beschikbaar zal komen via de meicirculaire 2025. Voorgesteld besluit: 27. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met €5.285.000.

28

Bijstelling

0.7

Aanvullende nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds

Bedragen x € 1.000

2026 1.600

2027 1.600

2028 1.600

2029 1.600

Op basis van het Centraal Economisch Plan 2025 is het de verwachting dat er nog een aanvullende bijstelling zal worden doorgevoerd wat betreft de compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen. De actuele raming van het prijs bbp 2025 ligt namelijk hoger dan waar in de septembercirculaire 2024 nog mee werd gerekend (3,6% in plaats van 2,7%). Wanneer dit geëffectueerd wordt resulteert dat naar verwachting in een hogere compensatie ter grootte van afgerond €1,6 miljoen structureel. Hierbij moet tegelijkertijd de koppeling naar de lastenkant gemaakt worden, aangezien de hogere loon- en prijsontwikkelingen direct doorwerkt op de diverse budgetten in de gemeentebegroting. Via bijstelling '32 - Compensatie inflatie - aanvullende stelpost loon- en prijsontwikkeling' wordt voorgesteld deze aanvullende middelen slechts voor de helft beschikbaar te stellen, ter compensatie van de hogere loonen prijsontwikkeling. Wat hier meespeelt is dat de prijscompensatie die via de algemene uitkering beschikbaar wordt gesteld jaarlijks in de meicirculaire wordt vastgesteld op basis van de prognose uit het Centraal Economisch Plan. In de voorgaande 7 jaar bleek de definitieve loon- prijsontwikkeling uiteindelijk gemiddeld nog eens 1% hoger uit te komen in vergelijking met deze prognose.

Ook over 2024 blijkt dat weer het geval te zijn geweest met een verschil tussen prognose en raming ter grootte van 1,1% (waarmee gemeenten gezamenlijk voor ruim €400 miljoen structureel benadeeld worden). Gemeenten lopen hierdoor jaarlijks steeds verder uit de pas en dat structurele effect wordt steeds groter. De budgetten aan de lastenkant van de begroting worden immers jaar in jaar uit geconfronteerd met een hogere structurele kostenstijging dan dat er aan compensatie beschikbaar komt. Deze problematiek maakt het des te belangrijker om de compensatie die wel overkomt ook daadwerkelijk beschikbaar te stellen voor inflatiecorrectie. Het voorstel om deze middelen slechts voor de helft beschikbaar te stellen zal betekenen dat er nog kritischer gekeken moet worden naar het corrigeren van budgetten voor prijsontwikkelingen. De VNG brengt deze problematiek actief onder de aandacht in de gesprekken met het Rijk en wellicht leidt dat - op termijn - nog tot een wijziging van de systematiek.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

29

Voorgesteld besluit: 28. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Aanvullende nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met €1.600.000.

29

Bijstelling

0.8

Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2026)

Bedragen x € 1.000

2026 -893

2027 -893

2028 -893

2029 -893

De begroting wordt jaarlijks in de kadernota geactualiseerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Het hierbij gehanteerde indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals eind februari door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Voor jaarschijf 2026 wordt hierbij gekeken naar het gemiddelde percentage over de jaren 2024, 2025 en 2026, zijnde 3,0%. Een indexatiepercentage van 3,0% resulteert in een bedrag van afgerond €893.000 structureel (gerekend over een totaalbedrag van afgerond €29.750.000 aan begrotingssubsidies en -regelingen). Voorgesteld besluit: 29. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – gesubsidieerde instellingen (tranche 2026)’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€893.000.

30

Bijstelling

0.8

Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2026)

Bedragen x € 1.000

2026 -3.591

2027 -3.591

2028 -3.591

2029 -3.591

Gemeenten moeten bij het opstellen van de programmabegroting voor aankomend jaar rekening houden met een structurele stijging van de salarissen. De huidige CAO loopt op 31 maart 2025 af en er wordt overleg gevoerd tussen de vakbonden en de VNG over een CAO met een looptijd tot 31-12-2026 (inzet vakbonden) / 31 maart 2027 (inzet VNG). De ontwikkeling van de loonvoet voor de sector overheid wordt in het Centraal Economisch Plan 2025 ingeschat op 6,0% voor 2025 en 2,0% voor 2026. De daadwerkelijke loonontwikkeling is afhankelijk van de onderhandelingen die op dit moment nog gevoerd worden. Deze inschatting van het CPB ligt ongeveer tussen wat er door de VNG als bod is neergelegd en wat er door de bonden wordt gevraagd. Iedere procent loonsverhoging betekent voor de gemeente Lelystad - inclusief doorwerking op de sociale lasten - een bedrag van afgerond €790.000. In de meerjarenraming is er nog budget beschikbaar voor het opvangen van een structurele loonstijging van 3,8 % in 2025 (inclusief de aanvullend geraamde stelpost voor loon- / prijsbijstelling uit de programmabegroting 2025 - 2028). Een totale loonstijging van 6% in 2025 en 2% in 2026 betekent dat een structureel benodigd bedrag ter grootte van €3.266.000. Daarnaast stijgen de sociale lasten van 28,5% naar 29,04%, wat neerkomt op een effect van €325.000 structureel.

Op het moment dat de daadwerkelijke ontwikkeling van de salarissen en sociale lasten hoger of lager uitvalt ten opzichte van deze inschatting wordt het effect daarvan betrokken bij het opstellen van de programmabegroting 2026 - 2029. Voorgesteld besluit: 30. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2026)’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€3.591.000.

31

Bijstelling

0.8

Compensatie inflatie - gemeentebegroting (tranche 2026)

Bedragen x € 1.000

2026 -4.500

2027 -4.500

2028 -4.500

2029 -4.500

De begroting wordt jaarlijks in de kadernota geactualiseerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Het hierbij gehanteerde indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals eind februari door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

30

(CEP). Voor jaarschijf 2026 wordt hierbij gekeken naar het gemiddelde percentage over de jaren 2024, 2025 en 2026, zijnde 3,0%. Een indexatiepercentage van 3,0% resulteert in een bedrag van afgerond €4.500.000 structureel (gerekend over een totaalbedrag van afgerond €150.000.000 aan budgetten die aan inflatie onderhevig zijn, inclusief het sociaal domein). Voorgesteld besluit: 31. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – gemeentebegroting (tranche 2026)’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€4.500.000.

32

Bijstelling

0.8

Compensatie inflatie - aanvullende stelpost loon- / prijsontwikkeling (tranche 2026)

Bedragen x € 1.000

2026 -800

2027 -800

2028 -800

2029 -800

Zoals in bijstelling ’28 - Aanvullende nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds' staat verwoord is het de verwachting dat er nog een aanvullende bijstelling zal worden doorgevoerd wat betreft de compensatie voor loon- en prijsontwikkelingen. De actuele raming van het prijs bbp 2025 ligt namelijk hoger dan waar in de septembercirculaire 2024 nog mee werd gerekend (3,6% in plaats van 2,7%). Dit resulteert in een positieve bijstelling van de algemene uitkering die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds ter grootte van €1,6 miljoen structureel. Zoals ook in de toelichtende tekst bij die bijstelling staat verwoord wordt voorgesteld de helft van dit bedrag structureel beschikbaar te stellen als aanvullende stelpost voor het opvangen van loon- en prijsontwikkelingen (=€0,8 miljoen structureel). Dit zal betekenen dat er nog kritischer gekeken moet worden naar het corrigeren van budgetten voor prijsontwikkelingen. Voorgesteld besluit: 32. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – aanvullende stelpost loon/prijsontwikkeling (tranche 2026)’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€800.000.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

31

C. Gemeentefonds De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan mutaties binnen de uitkeringen die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds. Gemeenten worden doorgaans drie maal per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds (in de mei-, september- en decembercirculaire). De meicirculaire 2025 verschijnt traditiegetrouw eind mei / begin juni en zal dan doorgerekend en geanalyseerd moeten worden. De raad zal via een informatienota worden geïnformeerd over de inhoud van deze circulaire.

33

Bijstelling

0.7

Algemene uitkering - herijking gemeentefonds

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -1.261

2028 -2.522

2029 -3.191

Het verdeelmodel van het gemeentefonds heeft als doel om iedere gemeente een gelijkwaardige financiële uitgangspositie te geven, zodat gemeenten een gelijkwaardig voorzieningenniveau kunnen realiseren tegen gelijke belastingdruk. Aan de uitgavenkant bij de verdeling van de middelen van het gemeentefonds wordt rekening gehouden met de kosten die gemeenten moeten maken, gegeven de objectieve kostenbepalende kenmerken van elke gemeente (kostenoriëntatie). Daarnaast wordt aan de inkomstenkant rekening gehouden met verschillen in de mogelijkheden die gemeenten hebben om een deel van hun uitgaven uit eigen middelen te bekostigen (inkomstenverevening). In 2022 is besloten tot invoering van het herijkte verdeelmodel voor het gemeentefonds per 1 januari 2023. Invoering van dit verdeelmodel vindt gefaseerd plaats in afwachting van een aantal nog uit te voeren onderzoeken: 1. onderzoek naar de maatstaf regionale centrumfunctie / stapeling problematiek sociaal domein; 2. onderzoek naar de overige eigen middelen van gemeenten en de mogelijkheden tot verevening; 3. onderzoek naar grootstedelijkheid / meerkosten bebouwingsdichtheid en sociale problematiek). De herijking resulteerde voor Lelystad in een nadelig herverdeeleffect van -€60 per inwoner per jaar.

Tot en met dit jaar is -€22,50 per inwoner per jaar reeds doorgevoerd (-€5 per inwoner in 2023; -€12,50 per inwoner in 2024 en -€22,50 per inwoner in 2025). Dit nadelige effect is in een eerder stadium al structureel verwerkt in de meerjarenraming van de gemeente. Het resterende negatieve herverdeeleffect van -€37,50 hangt nog boven de markt en dit is ook consequent als risico benoemd in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de programmabegroting en jaarstukken. De hierboven genoemde vervolgonderzoeken zijn in februari 2025 gepubliceerd. De conclusie van de fondsbeheerders is dat er op dit moment niet voldoende houvast is voor een concrete aanpassing van het verdeelmodel en dat er verder vervolgonderzoek nodig is. De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft per brief (dd 7 februari 2025) aangegeven dat per 1 januari 2027 een volgende stap wordt gezet met betrekking tot het ingroeipad. Het maximale herverdeeleffect wordt - zoals gebruikelijk - gemaximeerd op -€15 per inwoner per jaar. Indien van toepassing wordt er voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een relatief hoog aantal inwoners met een lage sociaal economische status een aangepast ingroeipad gehanteerd. Het is op dit moment nog niet duidelijk of Lelystad daarvoor in aanmerking komt.

Vooralsnog wordt ervanuit gegaan dat het herijkte verdeelmodel volledig wordt ingevoerd in de periode 2027 - 2029, wat voor Lelystad resulteert in een nadelig effect dat oploopt tot €3,2 miljoen structureel. Voorgesteld besluit: 33. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Algemene uitkering – herijking gemeentefonds’ de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: -€1.261.000 in 2027, -€2.522.000 in 2028 en -€3.191.000 met ingang van 2029.

34

Bijstelling

0.7

Algemene uitkering - herziening accresberekening

Bedragen x € 1.000

2026 414

2027 697

2028 972

2029 1.094

De minister heeft op 7 oktober de Tweede Kamer geïnformeerd dat actuele CBS cijfers over de ontwikkeling van het bruto binnenlands product abusievelijk slechts gedeeltelijk waren verwerkt in de

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

32

septembercirculaire 2024. Dit betekent dat de index voor het volumedeel van de algemene uitkering circa 0,1% hoger uitvalt in de komende jaren. Deze ontwikkeling is bekend geworden nadat de ontwerp programmabegroting 2025 – 2028 aan de raad ter besluitvorming is aangeboden. Via informatienota met kenmerk 24.360 is de raad hierover geïnformeerd. Aangegeven is dat de bestendige gedragslijn zou worden gevolgd en dat deze ontwikkeling zal worden betrokken bij het opstellen van deze kadernota 2026 - 2029. Deze meerjarige wijziging van de algemene uitkering is inmiddels ook formeel verwerkt in de decembercirculaire 2024 en wordt via deze bijstelling verwerkt in de meerjarenraming. Voorgesteld besluit: 34. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Algemene uitkering – herziening accresberekening’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: €414.000 in 2026, €697.000 in 2027, €972.000 in 2028 en €1.094.000 met ingang van 2029.

Bijstelling

35

0.7

Algemene uitkering - overige ontwikkelingen

Bedragen x € 1.000

2026 PM

2027 PM

2028 PM

2029 PM

In de bijstellingen hierboven wordt ingegaan op de ontwikkelingen die effect hebben op de bijdrage die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds. Het gaat om ontwikkelingen die op voorhand redelijk goed zijn in te schatten. Dat maakt ook dat er in die gevallen een concrete bijstelling is voorbereid, vooruitlopend op de mei- en septembercirculaire 2025. Daarnaast zijn er een aantal ontwikkelingen die op voorhand nog niet goed te kwantificeren zijn, bijvoorbeeld omdat er nog duidelijkheid over moet ontstaan vanuit het kabinet. Een belangrijk voorbeeld daarvan is wat het kabinet zal doen met het adviesrapport van de Commissie van Ark met betrekking tot de Hervormingsagenda Jeugd (zie ook de toelichting onder bijstelling 18 en de duiding in bijlage 2). Naast de discussie over de eventuele compensatie van financiële tekorten binnen de jeugdzorg spelen er nog diverse andere ontwikkelingen, die in meer of mindere mate een effect kunnen gaan hebben op de bijdrage die gemeenten uit het gemeentefonds ontvangen. De VNG voert daar gesprekken over met het Rijk en voorbeelden hiervan zijn: -

-

Discussie over het 'ravijnjaar' waarbij het in eerste instantie gaat om een structurele korting van €2,3 miljard per jaar met ingang van 2026 (als gevolg van de nieuwe financiering systematiek). Discussie over de compensatie van loon- en prijsontwikkelingen via de prijs bbp systematiek, waarbij de prognose (waarop de compensatie wordt gebaseerd) gemiddeld 1% lager ligt dan wat het had moeten zijn op basis van de daadwerkelijke realisatie. Dit maakt op lange termijn de problematiek van het 'ravijnjaar' ieder jaar een stukje groter. Het toevoegen van diverse specifieke uitkeringen aan de algemene uitkering (voorzien van een korting van 10%).

Voorgesteld besluit: 35. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Algemene uitkering – overige ontwikkelingen’ de begroting en meerjarenraming niet bij te stellen en – op het moment dat er meer informatie beschikbaar is – een voorstel tegemoet te zien in de programmabegroting 2026 - 2029.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

33

D. Overig Gezien de financiële krapte binnen het meerjarenperspectief beperkt deze kadernota 2026 – 2029 zich tot onontkoombare bijstellingen en actualisaties. Het onderscheid tussen wat redelijkerwijs als onontkoombaar beschouwd moet worden is niet altijd eenvoudig te maken. In de categorie D. Overig worden enkele bijstellingen aan de raad voorgelegd die om diverse redenen als zeer wenselijk beschouwd worden. Daarnaast zijn er nog meer beleidsvoornemens inzichtelijk gemaakt in bijlage 3. Die beleidsvoornemens worden echter niet aan de raad ter besluitvorming voor gelegd in verband met het ontbreken van voldoende dekking.

36

Bijstelling

0.1

Samen maken we Flevoland, Kernteam Flevoland

Bedragen x € 1.000

2026 -90

2027 -90

2028 -90

2029 -90

Samen Maken We Flevoland is een informeel bestuurlijk overlegplatform van alle Flevolandse overheden (6 gemeenten, provincie en waterschap), gericht op de behartiging van de strategische belangen van Flevoland. Het is een informele publiekrechtelijke samenwerking, met korte lijnen die heeft geleid tot de vorming van de Strategische Agenda Flevoland (SAF) en leidt tot langjarige samenwerking. De bijbehorende Uitvoeringsagenda heeft een ‘rollend’ karakter. Deze wordt periodiek aangepast en aangevuld. Een ondersteunend Kernteam Regio Flevoland (KRF) is ingesteld om deze samenwerking te faciliteren. De besluitvorming hiertoe heeft in de colleges van alle acht overheden in mei/juni 2023 plaatsgevonden. Ook is besloten eind 2024 een evaluatie uit te voeren en op basis daarvan te besluiten over voortzetting van het KRF. Na oplevering heeft het secretarissenoverleg deze onafhankelijk uitgevoerde evaluatie met een positief advies laten agenderen bij de Bestuurlijke Contactgroep (BCG) (hieraan nemen alle kroon benoemden van de regio deel). In de BCG is afgesproken dat in alle dagelijkse besturen wordt voorgesteld over te gaan tot borging van de structurele inzet door het KRF. Dit voorstel ligt in maart voor aan het college.

In principe wordt de bezetting geleverd door de deelnemende overheden, maar om tot een eerlijke verdeling te komen, worden de kosten hiervan omgeslagen en vergoed aan de werkgevers van de medewerkers van het kernteam. Zo levert iedere Flevolandse overheid een bijdrage naar rato van de organisatieomvang. Voorgesteld wordt om vanaf 2026 structureel middelen beschikbaar te stellen voor de inzet en de proceskosten conform de eerder (incidenteel) gemaakte afspraken, voor Lelystad is dat €90.000. Voorgesteld besluit: 36. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Samen maken we Flevoland, Kernteam Flevoland’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€90.000.

37

Bijstelling

2.2

Parkeerhub Campusgebied Midden

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -

In het plan van de ontwikkelaar Verwelius voor Campusgebied Midden zit een parkeerhub voor de leerlingen van Porteum, de sporthal De Rietlanden, bezoekers en bewoners. Deze parkeerhub is onderdeel van de overdracht van de openbare ruimte aan de gemeente. De gemeente is na overdracht verantwoordelijk voor het eigendom en beheer van deze parkeeroplossing. De gemeentelijke projectgroep werkt aan een verkenning hoe deze parkeerhub beheerd kan gaan worden. Dit vraagt op de langere termijn mogelijk structurele dekking vanuit de gemeentelijke begroting. De ‘sporthub’ zal naar verwachting op zijn vroegst in 2030 eigendom worden van de gemeente. Wanneer het onderzoek naar de kosten is afgerond zal hiervoor structurele dekking aangevraagd worden in de eerstvolgende kadernota / programmabegroting. Voorgesteld besluit: 37. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Parkeerhub Campusgebied Midden’ op een later moment een uitgewerkt voorstel tegemoet te zien.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

34

38

Bijstelling

3.3

Verplaatsing zaterdagmarkt

Bedragen x € 1.000

2026 -10

2027 -10

2028 -10

2029 -10

Op 8 februari 2022 is het bestemmingsplan "Parapluplan Algemene regels evenemententerreinen Lelystad" door de raad vastgesteld. In dit plan is opgenomen dat de Agorahof de noordelijke poort naar het Stadshart vormt. Op zaterdag wordt de weekmarkt op de Agorahof gehouden, mogelijkheden voor evenementen in het weekend zijn daarmee beperkt tot een aantal keren per jaar. De markt kan ten tijde van een evenement tijdelijk worden verplaatst naar de ABC-locatie (Agoraweg). Oppervlakte van het plein binnen de plantenbakken is ca 1500 m2. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zou de zaterdagmarkt, voor de herinrichting van de Agorahof, nog tijdelijk verplaatst gaan worden naar de heringerichte ABC locatie. Deze locatie zou dan ook na het terugverhuizen van de zaterdagmarkt naar de Agorahof, als uitwijklocatie beschikbaar blijven. De herinrichting van de ABC locatie heeft echter nooit plaatsgevonden en voor de herinrichting van de Agorahof is de zaterdagmarkt tijdelijk verplaatst naar Station Balkon Noord. Station Balkon Noord is niet meer beschikbaar voor de zaterdagmarkt en de ABC locatie is hiervoor, met de huidige inrichting ongeschikt. In het raadsakkoord is opgenomen dat we de naamsbekendheid en positieve aantrekkingskracht van Lelystad nog meer versterken en vergroten door in te zetten op “Lelystad Evenementenstad”.

Als er nu aanvragen binnen komen voor het organiseren van een evenement op de Agorahof, op zaterdag, wordt hier negatief op geadviseerd omdat er geen alternatieve locatie voor de zaterdagmarkt beschikbaar is. Dit draagt niet bij aan de ambities uit het raadsakkoord. Voor de herinrichting van de ABC locatie gaat de A-H tijdelijk verplaatst worden naar de locatie waar de Arcus is gesloopt. Voor deze tijdelijke A-H wordt een parkeerplaats aangelegd waar incidenteel de zaterdagmarkt, ten tijde van een evenement op zaterdag, georganiseerd zou kunnen worden. De aangevraagde middelen zijn voor het huren van stroomen afvalwatervoorzieningen die nodig zijn voor het organiseren van de zaterdagmarkt op deze locatie. De aangevraagde middelen zijn vooralsnog structureel omdat niet duidelijk is wanneer er in het stadshart een definitieve uitwijklocatie voor de zaterdagmarkt beschikbaar is. Voorgesteld besluit: 38. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Verplaatsing zaterdagmarkt’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€10.000.

39

Bijstelling

5.2

Blaashal tbv binnensportcapaciteit

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -77

2028 -77

2029 -77

Op 16 juli 2024 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan Sport (IHP Sport) vastgesteld. De raad heeft bij de vaststelling van dit plan onder andere besloten bij de kadernota 2026 - 2029 integraal een afweging te maken over het budget voor het op orde brengen van de basis op het gebied van sportfaciliteiten. Uit het IHP Sport is naar voren gekomen dat voor het oplossen van huidige knelpunten in vraag en aanbod een blaashal uitkomst biedt. Dit gaat om een blaashal die in ieder geval voor zaalhockey gebruikt kan worden. In Lelystad wordt het gebruik van sportzalen door de hockeyvereniging voor een groot deel ingeroosterd op piekmomenten (18.00 – 22.00 uur), van december t/m februari. Dit leidt tot een minder optimale exploitatie van de accommodaties. De aanschaf van een blaashal voor zaalhockey lost het capaciteitsprobleem van andere binnensportverenigingen op. De keuze voor het plaatsen van een blaashal tijdens het zaalhockeyseizoen is een gangbare oplossing. De eenmalige investeringslasten bedragen € 735.000 en de daarbij horende kapitaallasten zijn € 31.238. De bijdrage in de exploitatielijsten zijn jaarlijks € 46.000 en de ingebruikname is vanaf 2027. Met dit voorstel worden de middelen hiervoor gereserveerd. Definitieve besluitvorming over het daadwerkelijk beschikbaar stellen kan dan op een later moment plaatsvinden. Voorgesteld besluit: 39.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e961de3c-0a15-4c31-83b0-2a8a771f44b4