CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Kadernota 2026 - 2029 (versie vóór raadsbehandeling)

Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente LelystadBij agendapunt: Kadernota 2026 - 202930.775 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

KADERNOTA 2026 – 2029

Inhoudsopgave

Kadernota 2026 - 2029 1. 2. 3.

BESTUURLIJKE BOODSCHAP ............................................................................. 2 LEESWIJZER .................................................................................................... 9 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF 2026 - 2029 ...................................... 12 A. ONONTKOOMBAAR / ACTUALISATIES ............................................................... 14 B. LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGEN .................................................................. 28 C. GEMEENTEFONDS ......................................................................................... 32 D. OVERIG ........................................................................................................ 34 4. INZET INCIDENTELE MIDDELEN ......................................................................... 37 5. PROCES RICHTING PROGRAMMABEGROTING 2026 - 2029 ................................. 47 TOELICHTING VOORLOPIG REKENINGRESULTAAT 2024 ..................... 49 MOGELIJKE DOORWERKING ADVIESRAPPORT COMMISSIE VAN ARK ... 53 BELEIDSVOORNEMENS – GÉÉN DEKKING VOOR ................................. 55

1.

Bestuurlijke boodschap

De context waarbinnen de gemeente opereert is Veranderende context in de afgelopen jaren steeds complexer geworden. Bovendien volgen de ontwikkelingen elkaar in hoog tempo op. Bij de start van deze bestuursperiode moest er meteen geschakeld worden in verband met de oorlog in Oekraïne en de noodzakelijke opvang van toegestroomde vluchtelingen. Stijgende energieprijzen zorgden voor een sterk oplopende inflatie, met alle problemen die daarmee samenhingen. De oorlog is nog steeds niet voorbij en de veranderende rol die Amerika inneemt op het wereldtoneel maakt dat de onzekerheid voor Europa verder is toegenomen. Europa lijkt meer op zichzelf aangewezen als het gaat om het bewaken van vrede en veiligheid. Ook op het gebied van handel zijn we in onbekend vaarwater terecht gekomen met de op handen zijnde handelsoorlog. Hoe de situatie zich verder ontwikkelt in de komende jaren is niet op voorhand in te schatten. Op de Rijksbegroting zal in ieder geval gezocht worden naar ruimte voor het verhogen van de defensieuitgaven. De partijen die op dit moment overleggen over de Voorjaarsnota stonden sowieso al voor een aanzienlijke financiële opgave. De financiële problematiek van gemeenten is één van de vele pijnpunten die op de onderhandelingstafel besproken worden.

Nog minder dan vorig jaar ligt het in de lijn der verwachting dat het kabinet de financiële problemen van gemeenten zal wegnemen. De financiële vooruitzichten met ingang van 2026 waren de reden dat de gemeenteraad afgelopen jaar een omvangrijk pakket met ombuigingsmaatregelen heeft vastgesteld. Na het doorlopen van een zorgvuldig proces zijn inkomsten en uitgaven weer in evenwicht gebracht. Dit vroeg om scherpe keuzes en het college waardeert de constructieve opstelling van de diverse fracties in dit hele proces. Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu kennen. Zoals gebruikelijk is er in dit proces gekeken naar onontkoombare ontwikkelingen en noodzakelijke actualisaties van budgetten. Ten opzichte van het beeld in de programmabegroting 2025 – 2028 leidt deze actualisatie per saldo tot een verslechtering van het financieel perspectief. De voornaamste reden hiervoor is de herijking van het gemeentefonds met ingang van 2027. Voor Lelystad betekent deze nieuwe verdeling een aanvullend nadelig effect dat oploopt tot ruim €3 miljoen per jaar in 2029 en latere jaren.

Insteek kadernota 2026 - 2029

Een andere belangrijke ontwikkeling is publicatie van het adviesrapport ‘Groeipijn’ door de commissie van Ark. Dit rapport beschrijft het eerste advies van de Deskundigencommissie over de Hervormingsagenda Jeugd. Deze Hervormingsagenda is eerder al ondertekend door vijf partijen, te weten het Rijk, de gemeenten, de aanbieders, de professionals en de vertegenwoordigers van jongeren en ouders. De commissie heeft tot taak ‘onafhankelijk zwaarwegend advies uit te brengen aan partijen over de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de Hervormingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling’. De commissie geeft aan dat de kramp van te hoge planningsambities en een te strak financieel keurslijf de voortgang en effectiviteit van de benodigde maatregelen beperken. Tegelijkertijd benadrukt de commissie dat één op de zeven jongeren nu gebruikmaakt van jeugdzorg. Om die reden blijft het wat de commissie betreft nodig om de druk erop te houden. In samenwerking met elkaar moeten alle partijen blijven werken aan een effectief en werkend jeugdzorgstelsel. De VNG roept het kabinet op dit adviesrapport ‘van kaft tot kaft’ over te nemen. Gemeenten dienen dan ook volledig gecompenseerd te worden voor de forse kostenstijgingen. Het kabinet zal hierover komen te spreken bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota.

Naast onzekerheden aan de inkomstenkant speelt er nog een belangrijk vraagstuk binnen de jeugdzorg. Met name met betrekking tot de (regionaal gecontracteerde) specialistische jeugdhulp zien we een kostenstijging. In het lokale beleid lijken we met nadruk meer grip te krijgen op beter passende jeugdhulp en kostenbeheersing. Daarom hecht het college er groot belang aan dat binnen de regionale samenwerking maximale ruimte blijft voor lokaal beleid, toewijzing en financiering, zoals ook expliciet verwoord is in (de memorie van toelichting bij) het wetsvoorstel Verbetering beschikbaarheid jeugdhulp. In het kader van de regionale samenwerking zetten we in op gezamenlijk inkopen van jeugdhulp, die na

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

2

de wetsaanpassing vereist is. Mocht bij andere gemeenten in de regio de wens bestaan voor een verdergaande samenwerking tussen 2 of meerdere gemeenten dan kan dit separaat afgesproken worden. Het college heeft een voorstel gedaan om de intentieovereenkomst dienovereenkomstig aan te passen zodat het gesprek over de andere gemeenschappelijke regeling verder gevoerd kan worden. Parallel daaraan loopt het proces met een commissie van deskundigen die advies kan uitbrengen op de vraag hoe je met elkaar samenwerkt ondanks lokale verschillen. Het is onze verwachting dat er komende periode meer duidelijk wordt voor wat betreft bovengenoemde ontwikkelingen en onzekerheden. Doorwerking daarvan zal betrokken worden bij het formuleren van een integraal actualisatievoorstel in de ontwerp programmabegroting 2026 - 2029. De dreiging van het ‘ravijnjaar 2026’ is afgewend doordat er in de programmabegroting 2025 – 2028 een verder bezuinigen groot pakket met ombuigingsmaatregelen is vastgesteld. Tegelijkertijd is destijds ook aangegeven dat het financieel perspectief onder druk zal blijven staan in verband met de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds. De stijging van het loon- prijspeil en de volumeontwikkelingen liggen namelijk hoger dan de compensatie die het Rijk hiervoor beschikbaar stelt binnen het gemeentefonds.

Het zal voor gemeenten ieder jaar een klein beetje moeilijker worden om het voorzieningenniveau te handhaven op het huidige niveau.

Op dit moment niet nog

Deze kadernota 2026 – 2029 bevestigt dit beeld. In de jaren 2026, 2027 en 2028 is er sprake van een relatief beperkt tekort, maar in 2029 loopt dit tekort op tot afgerond €6,5 miljoen. Wat het college betreft vormt dit vooruitzicht op dit moment echter geen aanleiding om opnieuw een omvangrijk bezuinigingstraject op te starten. Het college wil voorkomen dat er nu besluiten worden genomen over 2029 en verder die – achteraf gezien – wellicht niet nodig waren. Er zijn twee overwegingen die hierin een rol spelen. Aan de ene kant speelt de financiële problematiek pas richting het einde van het huidige meerjarenperspectief. De raad heeft in de programmabegroting 2025 – 2028 al een omvangrijk pakket met ombuigingen vastgesteld. Hierdoor zijn de budgetten met ingang van 2025 naar beneden toe bijgesteld en is de nog aanwezige ‘lucht’ in de begroting eruit gehaald. Op een aantal terreinen ligt er een forse taakstellende opgave om richting de toekomst via een andere werkwijze de kosten naar beneden te brengen. De implementatie van deze ombuigingen moet zorgvuldig gebeuren en het stapelen van nieuwe bezuinigingen helpt daar niet bij. Aan de andere kant kan de gemeente het zich in de eerstkomende jaren ook permitteren om alle ontwikkelingen nog even aan te zien. Het voorlopige rekeningresultaat over 2024 wordt op dit moment ingeschat op een bedrag ter grootte van €15,87 miljoen.

Dit resultaat wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door enkele incidentele meevallers aan de inkomstenkant. Daarnaast is er sprake van een winstname uit de grondexploitaties ter grootte van €11,63 miljoen. Op de korte termijn staat de financiële positie van de gemeente er goed voor. Het weerstandsvermogen is op niveau en in de komende paar jaar zal er – naar verwachting – nog sprake zijn van incidentele winstname vanuit de grondexploitaties. Bovenstaande afwegingen maken dat het college er niets voor voelt om bezuinigingen door te voeren voor jaarschijf 2029 en verder. Mocht dat noodzakelijk zijn dan is dat iets waarover in de nieuwe bestuursperiode een weloverwogen afweging gemaakt kan worden. Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2024 zal een aanzienlijk bedrag toegevoegd worden aan de reserve ontwikkeling stad. De aanwezigheid van incidentele middelen maakt dat het college de raad in deze kadernota vraagt budget beschikbaar te stellen voor een aantal ontwikkelingen die voor de stad belangrijk zijn.

Inzet incidentele middelen

Zo wordt voorgesteld om de extra inzet op het vlak van de jongerenwerkers in ieder geval tot en met 2029 van dekking te voorzien. De afhankelijkheid van de specifieke rijksbijdrage en de daarbij behorende onzekerheden maakt deze keuze verdedigbaar. Datzelfde geldt voor het continueren van de inzet onder

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

3

de noemer ‘versterken van de basis’. Dit traject wordt al sinds 2022 uitgevoerd door verschillende maatschappelijke partners en uit de diverse verantwoordingen blijkt de meerwaarde. Er is in een eerder stadium steeds voor één of twee jaar dekking beschikbaar gesteld en het college stelt de raad nu voor om dekking in ieder geval tot en met 2029 te borgen. Datzelfde geldt voor het kunnen continueren van de ‘WachtVerzachter’, een initiatief gericht op jongvolwassen die op de wachtlijst staan voor de GGZ. Het continueren van bovenstaande ontwikkelingen draagt bij aan het realiseren van de ambities zoals genoemd in de Hervormingsagenda Jeugd en het knoppenplan. Daarnaast wordt de raad voorgesteld het programma ‘Hart van de stad’ van dekking te voorzien. Het Stadshart is een veelzijdig gebied waar diverse uitdagende opgaven en kansen liggen. De complexiteit en samenhang van de projecten binnen dit gebied is groot en om die reden wordt voorgesteld in te zetten op een integrale benadering, gericht op het kunnen maken van de juiste keuzes voor de stad. Verder wordt de raad gevraagd om incidentele middelen beschikbaar te stellen om de gewenste woningbouwversnelling verder vorm te geven. In lijn met de wens om op een vernieuwende manier samen te werken zijn we aan het begin van deze bestuursperiode gestart met een raadsakkoord.

In het voorjaar van 2024 is een eerste tussentijdse evaluatie van het raadsakkoord opgesteld, met daarbij de stand van zaken behorende bij elk van de 141 afspraken uit het raadsakkoord. Nu we weer een jaar verder zijn zien we dat er binnen de negen hoofdopgaven van het raadsakkoord al veel is bereikt. Dit wordt inzichtelijk gemaakt in de tweede tussentijdse evaluatie van het raadsakkoord, die als separate bijlage met deze kadernota 2026 – 2029 aan uw raad is aangeboden.

Het raadsakkoord als basis

De ontwikkeling van Lelystad gaat gestaag verder en er kan een heleboel. Veel van de ambities uit het raadsakkoord vragen om een blijvende inzet en in het laatste jaar van deze bestuursperiode zal het college zich met veel energie daarvoor in blijven zetten. Het college is trots op de resultaten die tot dusver zijn behaald binnen de negen hoofdopgaven van het raadsakkoord.

Hoofdopgave 1 - Bereikbaarheid In de afgelopen periode is er volop gelobbyd voor de realisatie van grote infrastructurele verbeteringen zoals Station Lelystad-Zuid, Lelystad Airport en de Lelylijn. Dit zijn trajecten die niet van vandaag op morgen gerealiseerd zijn, maar om vasthoudendheid vragen. Afgelopen jaar heeft de raad het Verkeerscirculatieplan Stationsgebied en hoofdwegenstructuur vastgesteld en datzelfde geldt voor het plan van aanpak ‘Lelystad Fietsstad’. Bij de beoordeling van ruimtelijke plannen wordt prioriteit gegeven aan meer duurzame vormen van mobiliteit. Eind 2024 hebben 30 van de 37 basisscholen een veiligheidslabel. Verder is er in september 2024 een gedragscampagne gestart met als doel kinderen te stimuleren lopend en fietsend naar school te gaan. In 2025 staan er drie scholen op de planning voor het uitvoeren van infrastructurele maatregelen, gericht op het verbeteren van de verkeersveiligheid. Daarnaast zijn er diverse bushaltes toegankelijker gemaakt. Tot slot is de herinrichting van het Stationsgebied Oost inmiddels van start gegaan en volgt dit jaar nog besluitvorming over de ontwerpen / onderzoeken naar de Visarendreef / Stationslaan, Zuigerplasdreef / Ziekenhuisweg en de T-aansluiting Middendreef / Ziekenhuisweg.

Hoofdopgave 2 - Onderwijs Er wordt volop geïnvesteerd in duurzame huisvesting van scholen. Zo heeft basisschool De Schakel inmiddels haar intrek genomen in MFA de Botter en wordt het nieuwe gebouw voor basisschool De Tjalk nog voor de zomer opgeleverd. De nieuwbouw voor basisscholen De Regenboog en De Wingerd start dit kwartaal en de renovatiewerkzaamheden voor het gebouw van basisschool Timotheus zijn in volle gang. Daarnaast zijn de kaders voor de nieuwbouw voor basisscholen De Albatros en Stella Nova in november 2024 vastgesteld door uw raad en is de aanbestedingsprocedure voor het ontwerpteam voor het nieuwe gebouw van De Windroos afgerond. De voorbereidingen voor de nieuwbouw van de Pionier worden op korte termijn opgestart.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

4

In 2024 is het project ‘schoolconciërges’ van start gegaan met heldere kaders en uitgangspunten vanuit het raadsakkoord. Er zijn samen met de schoolbesturen vijf scholen geselecteerd waar een schoolconciërge wenselijk zou zijn om de druk op leerkrachten en de school te verminderen. Tegelijkertijd blijft het lerarentekort misschien wel de grootste uitdaging binnen het onderwijs. De gemeente doet al het mogelijke om de onderwijspartners te ondersteunen in het verminderen hiervan. Met de scholen in het voortgezet onderwijs en het middelbaar beroeps onderwijs wordt gesproken over de behoefte aan stageplaatsen. Overwegend zijn er voldoende stageplaatsen beschikbaar voor jongeren, maar voor enkele opleidingen overtreft de behoefte aan stageplaatsen het aanbod. Met de scholen wordt verkend welke alternatieven mogelijk zijn om de jongeren naar behoefte stage-ervaring op te laten doen, waarbij er gebruik wordt gemaakt van de brede netwerken van partners als het Werkbedrijf Lelystad, Lelystad Akkoord en Bedrijfskring Lelystad.

Hoofdopgave 3 - Natuur Als onderdeel van de Agenda Natuur 2030 en het ‘Programma van Groen Dromen naar Groen Doen 2024 – 2027’ zijn er mooie resultaten behaald. Er wordt breed ingezet op een meer ecologische wijze van aanleg en beheer en verbetering van de beleving van het openbaar groen, waarbij naast biodiversiteit ook gekeken wordt naar gebruikswaarde en klimaatadaptatie. Om natuurinclusief ontwerpen op een goede manier in te zetten is er in 2024 gewerkt aan het op orde brengen van de basis. Dit jaar ligt er een basiskwaliteit natuur inclusief doelsoorten en maakt de groenblauwe (ecologische) structuur integraal onderdeel uit van de Omgevingsvisie. De Groene vingers doelen op de groenstructuren die de stad in komen. Dit zijn voornamelijk de stadsparken. Dit jaar wordt er gewerkt aan de afronding van het Parkenplan met als doel om de groene vingers van grotere toegevoegde waarde te laten zijn voor onze inwoners en voor de biodiversiteit. Sinds 2023 neemt Lelystad deel aan de Groene Stad Challenge. Hiermee is het mogelijk om aan de hand van een aantal indicatoren een vergelijking te maken met andere steden en dorpen. Uit die vergelijking is gebleken dat in 2023 Lelystad op de 7de plek staat als Groenste Stad. In het 'Programma van Groen Dromen naar Groen Doen' zijn inspanningen opgenomen om binnen de top-5 terecht te komen.

Voorbeelden van gerealiseerde resultaten zijn de realisatie van een bomendepot, het project Groene Ambassadeurs en een monitoringsplan voor wilde bestuivers. Daarnaast zijn een aantal processen gestart die inmiddels in de afrondende fase zitten. Denk hierbij aan het opstellen van een Basiskwaliteit Natuur en groenblauwe hoofdstructuur, de leidraad ontwerpprincipes vergroening Stadshart, de aanpak ecologische bermen landelijk gebied en het gebiedsprogramma Nationaal Park Nieuw Land Lelystadse zijde.

Hoofdopgave 4 - Economie De werkgelegenheid is gegroeid met 3.150 banen ten opzichte van 2021. Inmiddels is het bedrijventerrein Flevokust Haven en LAB-1 volledig uitgegeven en dat zal in de aankomende jaren ook tot veel nieuwe banen leiden. Een goedwerkend elektriciteitsnet is een randvoorwaarde voor een goed vestigingsbeleid en daarom spant het college zich in om het onderwerp netcongestie hoog op de agenda te houden bij de uitvoeringspartners en mede overheden. Het evenementenbeleid is afgelopen jaar vastgesteld en momenteel wordt gewerkt aan de uitvoering hiervan. Het afgelopen half jaar is hard gewerkt aan de aanbesteding om de kermis weer terug te brengen naar Lelystad. Met succes: de kermis keert in 2025 terug op de Meent. Er is daarnaast onderzocht wat er nodig en mogelijk is om bezoekers aan de grote publiekstrekkers in Lelystad te verleiden hun bezoek aan Lelystad te verlengen. Op basis van de bevindingen is het doel om in 2025 verwijzingen te plaatsen bij het Aviodrome, Belevenissenbos, Toms Creek en Bataviastad. Dit met als doel om bezoekers te stimuleren de andere parels van Lelystad te bezoeken.

Hoofdopgave 5 - Wonen De Woonvisie is in 2024 herijkt en daarmee is het beter mogelijk te sturen op de woningbouwprogrammering en de gewenste mix aan woningtypen voor diverse doelgroepen. Naast de ambities van de Woonvisie blijven ook de ambities van de Warmtevisie onverkort van kracht. Er zijn

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

5

inmiddels verschillende isolatieaanpakken in uitvoering, waarvoor collectieve inkoopacties zijn georganiseerd door het gemeentelijk energieloket. Er is hard gewerkt aan een andere wijze voor projectmatig werken en het creëren van een centrale ingang voor nieuwe initiatieven. Hierdoor is meer sturing door overheid en samenwerking met marktpartijen. Door monitoring, gesprek en samenwerking (onder andere de versnellingstafels en bewonersavonden), kan er adequaat op ontwikkelingen en veranderingen worden ingespeeld. In 2024 was er een forse stijging te zien qua vergunde wooneenheden. Er zijn voor 1.000 nieuw te bouwen wooneenheden vergunningen verleend, wat veel perspectief biedt voor de komende jaren. Een voorbeeld van de nieuwe werkwijze is het proces voor Campus Midden. Door de markt al eerder te betrekken en ruime kaders mee te geven kunnen we het (bouw)proces daarna samen versnellen. Door met een ‘centrale ingang’ te werken kunnen al vroeg in het proces de belangrijkste kaders meegegeven worden. We gaan van een stapeling van ambities (alles is belangrijk) naar de meest kansrijke ambities voor het specifiek voorliggende initiatief (weging van ambities). Daarmee brengen we versnelling aan in het vervolgproces, waarbij we nieuwe initiatieven prioriteren in planning en tijd.

Hoofdopgave 6 - Voorzieningen De raad heeft in de programmabegroting 2025 - 2028 middelen vrijgemaakt voor de bouw van een nieuwe sporthal in de nabijheid van Porteum. Het is de bedoeling eind 2025 een ontwerp aan de raad te kunnen presenteren. In 2024 heeft de raad het Integraal Huisvestingsplan Sport vastgesteld, waarmee inzicht is gegeven in de huidige situatie rondom fysieke sport- en beweeglocaties in Lelystad. Er is geschetst welke behoeften er zijn op korte, middellange en lange termijn, ook met het oog op de verwachte groei van de stad. Het beheer van de MFA’s wordt geoptimaliseerd en er wordt ingezet op het behoud van de culturele infrastructuur en het bevorderen van kleinschalige culturele activiteiten in de wijk. Voor grotere culturele activiteiten is het programma ‘Breng cultuur in de wijk’ gestart, waarbij cultuurorganisaties en initiatiefnemers in de wijk in de gelegenheid worden gesteld om culturele activiteiten voor de wijkbewoners te organiseren. De voorgenomen nieuwbouw van een toekomstbestendig ziekenhuis in Lelystad door Ziekenhuis St. Jansdal is een concrete stap naar behoud van - en een ontwikkeling naar – een volwaardig zorgaanbod.

In samenhang daarmee is de ontwikkeling in gang gezet die moet leiden tot een zorgcampus waar zorg als onderdeel van de stedelijke leefomgeving in al zijn mogelijke facetten aanwezig en toegankelijk is voor iedereen en waarbij preventie en gezond leven voorop staan. In 2024 heeft de raad de nota van uitgangspunten vastgesteld. Hoewel de samenwerking ten behoeve van de planvorming voortvarend is opgepakt, heeft het St. Jansdal op basis van financiële gronden moeten besluiten om de beoogde bouw van het nieuwe ziekenhuis te vertragen. In dat kader is in goed overleg besproken dat de gemeente gaat verkennen of er binnen de gebiedsontwikkeling voldoende kansen en mogelijkheden zijn om een andere (meer initiërende) rol aan te nemen, met als doel om de bouw van het ziekenhuis en de gebiedsontwikkeling (sneller) te kunnen voortzetten.

Hoofdopgave 7 - Stedelijke vernieuwing Voor Samen Lelystad Oost zijn we volop aan de slag vanuit de drie programmaclusters Wonen en Werk, Jongeren met Perspectief, en Veilige Wijken. De inzet is gericht op het realiseren van concrete doelen zoals het renoveren en verduurzamen van woningen, het verbeteren van de veiligheid in de wijken, het voorkomen dat jongeren in de criminaliteit afglijden, het vergroten van de bestaanszekerheid van de wijkbewoners en het bieden van een toekomst aan de jongeren die in deze wijken opgroeien. Op 16 juli is het Actieplan Stadshart door de raad vastgesteld. Het plan voorziet in een brede mix van maatregelen om te komen tot een aantrekkelijker, levendiger en economisch goed functionerend stadshart. Daarmee zal de komende jaren een stevige impuls gegeven worden om het stadshart te verbeteren met een duurzaam karakter. Om participatie in de processen te borgen, zijn diverse stappen gezet. We hebben een interne Handreiking participatie ontwikkeld en een Leidraad participatie voor externe initiatiefnemers opgesteld.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

6

Via het participatieplatform (www.praatmeelelystad.nl) worden participatietrajecten steeds zichtbaarder voor iedereen. Daarnaast verplicht de Wet versterking participatie ons om aan te geven wanneer en hoe inwoners betrokken worden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid, en hoe we omgaan met het uitdaagrecht. Voor 1 januari 2027 moet dit worden vastgelegd in een participatieverordening. Dit biedt ons de mogelijkheid om processen vast te leggen en de invloed van inwoners en stakeholders bij besluiten die hen direct aangaan te vergroten.

Hoofdopgave 8 - Sociaal domein In het sociaal domein zijn we trots op de Maatschappelijke Agenda, een sociaal plan hoe we samen van Lelystad een stad maken waar iedereen mee kan doen en zich thuis voelt. De bekendheid van minimaregelingen is uitgebreid via de campagne ‘Laat geen hulp liggen’ en dit zorgt voor herkenbaarheid en meer bekendheid met de verschillende regelingen en vormen van hulpverlening. Over de afgelopen tijd zien we een duidelijke toename in het gebruik van de verschillende regelingen. Bij het armoedebeleid hebben we vooral de kinderen die opgroeien in armoede voor ogen. We zetten in op versterking van beschermende factoren, zodat ieder kind dezelfde kansen krijgt. Het gaat dan om het kunnen meedoen met sport en cultuur en het krijgen van goed onderwijs. In Lelystad wordt door 92 coalitiepartners met ‘Een tegen eenzaamheid’ op allerlei manieren samengewerkt om eenzaamheid bespreekbaar te maken en activiteiten te ontwikkelen waarbij ontmoeting centraal staat. Met activiteiten als het buurtwerk in de wijk, Welzijn op recept, cursus creatief leven, wandelgroepen en dergelijke zijn er verschillende mogelijkheden om te signaleren en inwoners mee te laten doen. Bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning hanteren we reële tarieven en wordt er op basis van kwaliteit aanbesteed.

Zorgaanbieders worden geconfronteerd met een forse stijging van kosten en daar is in de programmabegroting 2025 – 2028 rekening mee gehouden, waardoor een verschraling van zorg is voorkomen. Met het vaststellen van het knoppenplan jeugdzorg in november vorig jaar heeft de raad de richting vastgesteld om te komen tot een andere kijk op jeugdzorg. De samenhang van deze maatregelen moet bijdragen aan het ondersteunen van het gezin wat altijd in de lead is met daar omheen het (eigen) netwerk, het versterken van de kracht van de samenleving en de maatschappelijke partners en het terugdringen van de specialistische jeugdhulp. Met verschillende partijen worden gesprekken gevoerd om richting te geven aan deze ambities. Vanuit deze gesprekken en verschillende evaluaties en inventarisaties komt naar voren dat een sterk netwerk rondom de pedagogische basis en communities nodig is om ambities waar te kunnen maken. Twee essentiële onderdelen zijn daarbij het jongerenwerk en de inzet vanuit het project ‘Versterken van de basis’. In deze kadernota 2026 – 2029 wordt de raad daarom voorgesteld om dekking beschikbaar te stellen, zodat de aanvullende inzet op deze terreinen in ieder geval tot en met 2029 gecontinueerd kan worden.

Hoofdopgave 9 - Openbare orde en veiligheid Met de aanpak van ondermijning is al veel bereikt. Het afgelopen jaar zijn de controles op bedrijventerreinen en op illegale prostitutie (aanpak mensenhandel) geïntensiveerd. Ook zijn er verschillende bewustwordingscampagnes gehouden. Om de aanpak van ondermijning effectief aan te pakken is er blijvende aandacht voor het actualiseren van het bestuurlijk instrumentarium. Zo is het uitvoeringsplan mensenhandel vastgesteld in 2024 en wordt in 2025 het Bibob beleid geactualiseerd. Ook worden stappen gezet om te komen tot een algeheel drugsconvenant op regionaal niveau. In 2023 is het programma ‘Preventie met gezag’ (PMG) in uitvoering gegaan en dat ligt goed op koers. Er is geïntensiveerd in meer preventieve inzet, bijvoorbeeld door uitbreiding van het jongerenwerk en jeugdboa’s. Ook is er ingezet op uitbreiding en intensivering van de individuele aanpak van jongeren die aangemerkt kunnen worden als doorgroeiers. Het gaat dan met name om de persoonsgerichte aanpak. Het jongerenwerk vormt daarbij een onmisbare schakel op straat, in de wijk en op de scholen. We zien dat ze met veel jongeren in contact staan. Het jongerenwerk bouwt in vroegtijdig stadium een band op en

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

7

zet in op positieve (gemeenschaps)ontwikkeling bij jongeren. Het jongerenwerk maakt verschil en helpt te voorkomen dat jongeren (verder) afglijden in criminaliteit. Dit geldt ook voor andere partijen zoals Halt en de Buurjongens. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft altijd de intentie uitgesproken langjarig te investeren. De eerste tranche PMG loopt tot en met 2025. Op dit moment is nog niet duidelijk op welke manier de middelen beschikbaar worden gesteld na 2025, omdat het Rijk de systematiek van specifieke uitkeringen zoveel mogelijk gaat stoppen. Het is niet wenselijk is dat een basisvoorziening als het jongerenwerk hiervan afhankelijk is en om die reden stelt het college in deze kadernota voor om de inzet in ieder geval tot en met 2029 te bekostigen vanuit gemeentelijke middelen.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

8

2.

Leeswijzer

Deze kadernota 2026 – 2029 bestaat, naast de Bestuurlijke boodschap (1) en deze Leeswijzer (2), uit een aantal hoofdstukken en drie bijlagen. Hieronder wordt kort ingegaan op de inhoud van de diverse hoofdstukken, met daarbij een inhoudelijke toelichting op hoofdlijnen. Hoofdstuk 3. Voorgestelde begrotingsbijstellingen 2026 - 2029 Binnen dit hoofdstuk worden alle voorgestelde bijstellingen op de begroting en meerjarenraming uiteen gezet. Dit zijn bijstellingen ten opzichte van de eindstand van de programmabegroting 2025 – 2028. Na verwerking van deze bijstelling is er sprake van een structureel tekort. In de eerste drie jaren is het tekort nog relatief beperkt in omvang, maar in 2029 loopt het tekort op tot afgerond €6,5 miljoen. De afzonderlijke bijstellingen zijn onderverdeeld in de volgende vier categorieën: A. Onontkoombaar / actualisaties De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd hebben betrekking op ontwikkelingen waaraan redelijkerwijs niet te ontkomen valt. Denk aan de actualisatie van bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en aan ontwikkelingen binnen de uitvoering van het wettelijke takenpakket. Het kan ook gaan om de actualisatie van eerdere gereserveerde middelen, waarbij er sprake is van externe ontwikkelingen met een direct financieel effect.

Bij de programmabegroting 2023 – 2026 heeft de raad een motie aangenomen, op basis waarvan het college werd opgeroepen de bijstellingen in deze categorie te beperken tot posten die daadwerkelijk onontkoombaar zijn en voortvloeien uit onze wettelijke taken, dan wel onvermijdelijke kostenstijgingen of reeds genomen besluiten van de raad. Er is in het totstandkomingsproces van deze kadernota daarom nadrukkelijk gekeken naar de bijstellingen die in deze categorie zijn opgenomen. In de toelichting is uiteen gezet waarom de desbetreffende bijstelling is opgenomen in deze categorie. B. Loon- en prijsontwikkeling De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan de loon- en prijsontwikkeling. De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting en de inkomsten uit de algemene uitkering worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. De effecten van loon- en prijsstijgingen in het aankomende begrotingsjaar komen terug in de kadernota, als een meerjarig doorwerkende reeks (zowel aan de baten- alsook aan de lastenkant van de begroting). Het te hanteren indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt bepaald door te kijken naar het gemiddelde percentage van de consument prijsindex over het voorgaande begrotingsjaar, het lopende begrotingsjaar en het aankomende begrotingsjaar.

De inschatting die in deze kadernota wordt gemaakt is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2025 van het CPB en resulteert voor 2026 in een percentage van 3,0%. C. Gemeentefonds De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd houden direct verband met het verschijnen van de circulaires over het gemeentefonds. De huidige meerjarenraming is gebaseerd op de uitkomsten van de septembercirculaire 2024, wat inhoudt dat er op dit moment nog geen officiële nieuwe informatie voor handen is. De meicirculaire 2025 verschijnt naar verwachting rond eind mei / begin juni en zal dan doorgerekend en geanalyseerd moeten worden. De raad zal via een informatienota worden geïnformeerd over de inhoud van deze circulaire. Vooruitlopend op deze circulaire is er al wel meer duidelijk geworden over de toekomstige ontwikkeling van de algemene uitkering. De minister heeft gemeenten bijvoorbeeld geïnformeerd over de herijking van het gemeentefonds, welke met ingang van 2027 alsnog zal worden geëffectueerd. Tegelijkertijd is er nog altijd sprake van veel onzekerheid en lopen nog veel discussies met het Rijk. Er is sprake van een achterblijvende compensatie voor loon-/prijs- en volumeontwikkelingen.

Doordat de groei van de algemene uitkering is gekoppeld aan de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) ontvangen gemeenten eigenlijk te weinig compensatie om bijvoorbeeld de stijging van de zorgkosten te dekken en het voorzieningenniveau op peil te houden. Ook op het vlak van de jeugdzorg wordt er al jaren gediscussieerd over de tekortschietende compensatie van het Rijk.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

9

D. Overig Gezien de financiële krapte binnen het meerjarenperspectief beperkt deze kadernota 2026 – 2029 zich in hoofdzaak tot onontkoombare bijstellingen en actualisaties. Het onderscheid tussen wat redelijkerwijs als onontkoombaar beschouwd moet worden is soms lastig te maken. Voor enkele ontwikkelingen geldt dat de inzet van middelen wel zeer wenselijk is. Dit type bijstellingen wordt aan de raad ter besluitvorming voorgelegd binnen deze categorie. Hoofdstuk 4. Inzet incidentele middelen Zoals in de bestuurlijke boodschap al staat verwoord is er op het vlak van de incidentele middelen enige ruimte ontstaan in verband met het verwachte positieve jaarrekeningresultaat 2024. Ook in de afgelopen jaren was er sprake van aanzienlijke jaarrekeningresultaten en daar wordt in dit hoofdstuk nader op ingegaan. Het is hierbij belangrijk om te kijken naar de aard van deze jaarrekeningresultaten. Zoals duidelijk wordt gemaakt in dit hoofdstuk is er niet zo zeer sprake van ‘onderbesteding’ van de budgetten, maar zijn er een aantal forse incidentele meevallers aan de inkomstenkant. In de komende drie jaren zijn de vooruitzichten nog goed. Richting het einde van het financieel perspectief moet echter rekening gehouden worden met het wegvallen van deze incidentele meevallers.

Vanuit het financieel toezicht wordt onderscheid gemaakt tussen baten en lasten die structureel- en incidenteel van karakter zijn. Achterliggende reden hiervoor is dat moet worden voorkomen dat structurele lasten gedekt worden door incidentele baten, waardoor er geen sprake meer is van structureel begrotingsevenwicht. Ook in deze kadernota wordt deze splitsing aangehouden. Daar waar hoofdstuk 3 ingaat op de structurele bijstellingen heeft hoofdstuk 4 betrekkingen op bijstellingen met een incidenteel karakter. Dit hoofdstuk bevat een aantal voorstellen aan de raad om over te gaan tot de inzet van een deel van de beschikbare incidentele middelen. Hoofdstuk 5. Proces richting programmabegroting 2026 - 2029 In de jaren 2026, 2027 en 2028 is er sprake van een relatief beperkt tekort, maar in 2029 loopt dit tekort op tot afgerond €6,5 miljoen. Zoals ook is aangegeven in de bestuurlijke boodschap vormt dit vooruitzicht voor het college op dit moment geen aanleiding om opnieuw een omvangrijk bezuinigingstraject op te starten. Het college wil voorkomen dat er nu besluiten worden genomen over 2029 en verder die – achteraf gezien – wellicht niet nodig waren. Tegelijkertijd liggen er wel wat mogelijkheden om op onderdelen nog eens kritisch te kijken naar de ramingen. Er is op rekeningbasis sprake van enkele incidentele meevallers aan de inkomstenkant.

In opmaat naar de programmabegroting 2026 – 2029 zal gekeken worden in hoeverre er mogelijkheden liggen om hier op begrotingsbasis rekening mee te gaan houden. Het volledige tekort in 2029 zal hier niet mee weggewerkt worden, maar het is op dit moment niet nodig om op meerdere plekken behoudend te begroten. Bijlage 1: Toelichting voorlopig rekeningresultaat 2024 Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de jaarstukken, ter voorbereiding op de accountantscontrole. Het voorlopige rekeningresultaat 2024 bedraagt €15,87 miljoen. Daarnaast is er sprake van een winstname uit de grondexploitaties ter grootte van €11,63 miljoen. Dit voorlopige rekeningresultaat kan nog wijzigen op basis van ontwikkelingen na balansdatum / zaken die naar voren komen vanuit de accountantscontrole. In deze bijlage wordt ingegaan op de watervalsystematiek die – zoals gebruikelijk - gebruikt wordt bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. Conform deze door de raad vastgestelde systematiek zal het overgrote deel van deze middelen worden toegevoegd aan de reserve ontwikkeling stad. Hierdoor ontstaat er ruimte voor dekking van voorstellen die vragen om incidentele dekking. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de voorstellen die hierom vragen, als onderdeel van de te maken integrale afweging.

In deze bijlage wordt op hoofdlijnen ook ingegaan op de voornaamste afwijkingen die aan dit jaarrekeningresultaat ten grondslag liggen. Er wordt ook inzicht geboden in de jaarrekeningresultaten van de afgelopen jaren. Hierbij wordt ook een duiding gegeven van deze incidentele rekeningresultaten versus de druk op de budgetten in de meerjarenraming.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

10

Bijlage 2: Mogelijke doorwerking adviesrapport commissie Van Ark Zoals in de bestuurlijke boodschap al wordt aangegeven is er een adviesrapport gepubliceerd door de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd. De financiële doorwerking van dit rapport is op dit moment nog niet bekend. Enerzijds omdat het adviesrapport op meerdere manieren geïnterpreteerd kan worden. Anderzijds omdat het kabinet nog een besluit moeten nemen over hoe hiermee om te gaan. De VNG staat op het standpunt dat het adviesrapport ‘van kaft tot kaft’ moet worden overgenomen en dreigt het kabinet met rechterlijke stappen wanneer het kabinet dat niet doet. In deze bijlage wordt ingegaan op de mogelijke doorwerking van dit adviesrapport. Bijlage 3: Beleidsvoornemens – geen dekking voor Deze bijlage hoort bij hoofdstuk 3 – Actualisatie financieel perspectief 2026 – 2029 en bevat diverse beleidsvoornemens. Zoals ook staat verwoord in de bestuurlijke boodschap staat het financieel perspectief onder druk. Om die reden is het college zeer terughoudend geweest in het doen van voorstellen die vragen om structurele dekking. De beleidsvoornemens in deze bijlage zijn wel inzichtelijk gemaakt voor de raad, maar worden niet ter besluitvorming voor gelegd in verband met het ontbreken van structurele begrotingsruimte.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

11

3.

Actualisatie financieel perspectief 2026 - 2029 Meerjarenraming 2026 - 2029 2026 2027 2028 2029

Onderwerp

Taakveld

Beginstand meerjarenraming 2026 - 2029 (= eindstand programmabegroting 2025 - 2028)

A. Onontkoombaar / actualisaties

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24

0.4 0.4 0.4 0.4 0.4 0.5 0.8 1.1 2.1 4.2 4.2 4.2 4.2 4.2 5.2 5.3 5.5 6.J 6.W 6.3 7.1 7.4 7.4 7.4

Actualisatie bijdrage GR Het Flevolands Archief Actualisatie investeringen ICT Correctie - Tijdelijke formatiewijziging Nieuw subsidiesysteem Voldoen aan nieuwe informatiewetgeving Actualisatie treasury Actualisatie Rondweg Lelystad Zuid Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio Areaaluitbreidingen Golfresort en Buitenhof Actualisatie IHP Actualisatie verzekeringen gemeentelijk vastgoed Actualisatie exploitatie nieuwbouw IHP onderwijs Actualisatie exploitatie Sportzaal Kofschip Actualisatie verduurzamen gemeentelijk vastgoed (budgetneutraal) Actualisatie nieuwbouw Sporthal Rietlanden 3 Correctie - Investeringen Kubus en luchtverversing Corneel Boven- en ondergronds erfgoed Actualisatie Jeugdzorg Actualisatie Wmo Actualisatie Participatiewet - Bijstand Actualisatie bijdrage GGD Flevoland Actualisatie bijdrage OFGV Voorbereiding vastleggen basisgeluidemissie (BGE) Wettelijke taken ecologie

-

-

-

-2.757

Meerjarenraming 2026 - 2029 2026 2027 2028 2029

A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties

-67 -133 -49 -277 401 -950 -475 642 300 -10 -39 -200 -473 -98 -60 -40

-67 -121 214 -49 -277 221 -142 -475 130 300 -1 -10 -39 -200 -473 -98 -60 -40

-67 13 214 -49 -277 220 -142 -475 135 300 -52 -10 -39 -200 -473 -98 -60 -40

-67 13 214 -49 -277 PM 484 -142 -475 -597 300 -52 -92 -39 -200 -473 -98 -60 -40

-1.528

-1.187

-1.100

-1.650

Onderwerp

Taakveld

Meerjarenraming 2026 - 2029 2026 2027 2028 2029

25 26 27 28

0.61 Actualisatie OZB inkomsten woningen - bijstelling, indexatie en areaal 0.62 Actualisatie OZB inkomsten niet woningen - bijstelling, indexatie en areaal 0.7 Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds 0.7 Aanvullende nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds

29 30 31 32

0.8 0.8 0.8 0.8

B. Loon- en prijsontwikkeling Batenkant begroting

Lastenkant begroting Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2026) Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2026) Compensatie inflatie - gemeentebegroting (tranche 2026) Compensatie inflatie - aanvullende stelpost loon- / prijsontwikkeling (tranche 2026) B. Financieel effect loon- en prijsontwikkeling

691 2.300 5.285 1.600

691 2.300 5.285 1.600

691 2.300 5.285 1.600

691 2.300 5.285 1.600

-893 -3.591 -4.500 -800

-893 -3.591 -4.500 -800

-893 -3.591 -4.500 -800

-893 -3.591 -4.500 -800

92

92

92

92

Onderwerp

Taakveld

Meerjarenraming 2026 - 2029 2026 2027 2028 2029

33 34 35

0.7 Algemene uitkering - herijking gemeentefonds 0.7 Algemene uitkering - herziening accresberekening 0.7 Algemene uitkering - overige ontwikkelingen

C. Gemeentefonds Algemene mutaties

C. Financieel effect gemeentefonds

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

414 PM

-1.261 697 PM

-2.522 972 PM

-3.191 1.094 PM

414

-564

-1.550

-2.097

12

Onderwerp

Taakveld

D. Overig

36 37 38 39 40 41

0.1 2.2 3.3 5.2 8.2 8.2

Samen maken we Flevoland, Kernteam Flevoland Parkeerhub Campusgebied Midden Verplaatsing zaterdagmarkt Blaashal tbv binnensportcapaciteit Grondexploitatie & investerings- en exploitatielasten Fjord Centrada Grondexploitatie & investerings- en exploitatielasten Voorhof Centrada

Meerjarenraming 2026 - 2029 2026 2027 2028 2029

-90 -10 -95 -240

-90 -10 -77 -48 -20

-90 -10 -77 -48 -20

-90 -10 -77 -48 -20

D. Overig

-435

-244

-244

-244

Meerjarenraming 2026 - 2029

Recapitulatie kadernota 2026 - 2029 Beginstand meerjarenraming 2026 - 2029 (= eindstand programmabegroting 2025 - 2028)

A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties

2026

2027

2028

2029

-

-

-

-2.757

-1.528

-1.187

-1.100

-1.650

B. Financieel effect loon- en prijsontwikkeling

92

92

92

92

C. Financieel effect gemeentefonds

414

-564

-1.550

-2.097

D. Overig

-435

-244

-244

-244

Subtotaal effect bijstellingen op beginstand

-1.457

-1.903

-2.802

-3.899

Eindstand kadernota 2026 - 2029

-1.457

-1.903

-2.802

-6.656

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

13

A. Onontkoombaar / actualisaties De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd hebben betrekking op ontwikkelingen waaraan redelijkerwijs niet te ontkomen valt. Denk aan de actualisatie van bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en aan ontwikkelingen binnen de uitvoering van het wettelijke takenpakket. Het kan ook gaan om de actualisatie van eerdere gereserveerde middelen, waarbij er sprake is van externe ontwikkelingen met een direct financieel effect. Bij de programmanbegroting 2023 – 2026 heeft de raad een motie aangenomen, op basis waarvan het college werd opgeroepen de bijstellingen in deze categorie te beperken tot posten die daadwerkelijk onontkoombaar zijn en voortvloeien uit onze wettelijke taken, dan wel onvermijdelijke kostenstijgingen of reeds genomen besluiten van de raad. Er is in het totstandkomingsproces van deze kadernota daarom nadrukkelijk gekeken naar de bijstellingen die in deze categorie zijn opgenomen. In de toelichting wordt telkens uiteen gezet waarom de desbetreffende bijstelling in deze categorie is opgenomen.

Bijstelling

1

0.4

Actualisatie bijdrage GR Het Flevolands Archief

Bedragen x € 1.000

2026 -67

2027 -67

2028 -67

2029 -67

De begroting van de gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief (HFA) wordt jaarlijks bijgesteld aan de hand van loon- en prijsindexatie. Het algemeen bestuur van Het Flevolands Archief heeft echter nog geen besluit genomen over de drie mogelijke scenario’s van kostenstijgingen: -

Noodzakelijke kosten; Kosten voor het in stand houden van de organisatie in de huidige omvang om aan wettelijke taken te kunnen blijven voldoen. Reëel begroten; Inzetten op toekomstbestendigheid van de organisatie.

Het algemeen bestuur heeft gekozen voor scenario 1 en 2. In het eerste scenario (“Noodzakelijke kosten”) wordt de bijdrage van Lelystad aan HFA met € 50.040 verhoogd. In het tweede scenario ("Kosten in stand houden organisatie") wordt de bijdrage van Lelystad aan HFA met een additionele €17.000 verhoogd. Daarnaast is er nog geen besluit genomen over de verhoging van de bijdrage aan het e-Depot. In 2024 is gebleken dat de ontwikkeling van een e-depotvoorziening met een externe leverancier meer tijd, interne inzet en middelen vergt dan vooraf geschat. Omdat indexatie nog niet heeft plaats gevonden en omdat de tijdelijke bijdrage van €50.000 van OCW vervalt, acht HFA een verhoging van de bijdrage van deelnemers voor het e-Depot noodzakelijk. Voor Lelystad zou dit kunnen leiden tot een verhoging van €27.715. Ook staat het algemeen bestuur voor de keuze over de huisvesting van Het Flevolands Archief. Het algemeen bestuur kan kiezen tussen drie mogelijke scenario's, namelijk blijven op de huidige locatie (maar gebruik maken van meer ruimte); uitbreiden op een tweede locatie; of volledig verhuizen naar een andere locatie. Ongeacht de keuze in scenario moet richting de toekomst rekening gehouden worden met een stijging in huisvestingskosten. Voorgesteld besluit: 1.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR Het Flevolands Archief’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€67.000.

2

Bijstelling

0.4

Actualisatie investeringen ICT

Bedragen x € 1.000

2026 -133

2027 -121

2028 13

2029 13

Op het vlak van ICT wordt gewerkt met een meerjareninvesteringsplan ten einde de bedrijfsmiddelen te vervangen volgens de vastgestelde bedrijfseconomische afschrijvingstermijnen. Wanneer blijkt dat de bedrijfsmiddelen technisch nog langer mee kunnen, vindt vervanging later plaats. De investeringen in ICT bedrijfsmiddelen zijn nodig om de beschikbaarheid van informatiesystemen plaats- en tijd-onafhankelijk te kunnen blijven waarborgen. Dit op de diverse servers, werkplekken en mobiele platformen die ondersteund worden.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

14

De jaarlijkse actualisatie van de vervangingsinvesteringen ICT zijn geen 'extra' investeringen, maar betreffen een actualisatie van de reeds geplande vervangingsinvesteringen in de komende 10 jaar. Het niet vervangen van onderdelen van de ICT-infrastructuur (AV, servers, opslagcapaciteit, netwerk & wifi, werkplekken, mobiele devices, laptops, telefoons) zal onherroepelijk leiden tot uitval, verstoring, performance verlies en niet kunnen actualiseren van systemen. Voorgesteld besluit: 2. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie investeringen ICT’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: -€133.000 in 2026, €121.000 in 2027 en €13.000 met ingang van 2028.

3

Bijstelling

0.4

Correctie - Tijdelijke formatiewijziging

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 214

2028 214

2029 214

Een incidentele formatiewijziging is per abuis structureel verwerkt in de meerjarenraming. Het corrigeren hiervan resulteert in een vrijval ter grootte van €214.000 met ingang van 2027. Voorgesteld besluit: 3. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Correctie – Tijdelijke formatiewijziging’ de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met €214.000.

4

Bijstelling

0.4

Nieuw subsidiesysteem

Bedragen x € 1.000

2026 -49

2027 -49

2028 -49

2029 -49

De hoofdopgave van Innovatieve Dienstverlening uit de Strategische Koers 2030 in Lelystad richt zich op het creëren van een moderne en klantgerichte dienstverlening die aansluit bij de behoeften van onze diverse gemeenschap. Dit vraagt een transparante werkwijze, waarbij het uitgangspunt digitaal werken is waar het kan en persoonlijk en betrokken waar het moet. De toename van de digitalisering verandert de verwachting van ondernemers, instellingen en ambtenaren. Subsidieaanvragers willen in eigen regie snel, eenvoudig, plaats- en tijdsonafhankelijk producten en diensten digitaal af kunnen nemen van de gemeente. Ons verouderde subsidiesysteem kon hier niet aan voldoen en voldeed niet meer aan de huidige wet- en regelgeving. Om te kunnen blijven voldoen aan onze wettelijke verplichtingen, onze digitale dienstverlening te verbeteren en de toegankelijkheid van subsidies te vergroten, is het afgelopen jaar een innovatief en gebruiksvriendelijk digitaal subsidiesysteem geïmplementeerd. Dit systeem stelt aanvragers in staat om eenvoudiger (digitaal) subsidies aan te vragen, de status van hun aanvraag real-time te volgen en ontbrekende documenten direct aan te vullen. De kwaliteit van de dienstverlening neemt hierdoor toe en we voldoen aan de huidige wet- en regelgeving.

Tegelijkertijd zorgt het voor een efficiëntere interne afhandeling, door collega’s inzicht te geven in de actuele stand van zaken en workflow-processen te optimaliseren. De implementatie is gefinancierd vanuit de incidentele middelen die in de programmabegroting 20232026 zijn toegekend in het kader van Lelystad Digitaal – Voorzieningen op orde. De licentiekosten zijn echter structureel van aard en hoger dan de oude situatie, onder andere doordat het oude systeem veel beperkter was in functionaliteit en niet voldeed aan de genoemde hedendaagse (wettelijke) eisen. Deze extra lasten kunnen niet worden opgevangen in de huidige exploitatie. Deze stijging is in lijn met de bredere ontwikkeling waarin toenemende eisen aan de informatievoorziening door wet- en regelgeving vanuit de gemeentelijke taken leiden tot hogere structurele lasten. Door middel van een professionele doorontwikkeling van de organisatie wordt er voor gezorgd dat deze stijging voor de gemeente in control blijft. De planvorming van deze doorontwikkeling is gestart. Voorgesteld besluit: 4. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Nieuw subsidiesysteem’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€49.000.

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

15

Bijstelling

5

0.4

Voldoen aan nieuwe informatiewetgeving

Bedragen x € 1.000

2026 -277

2027 -277

2028 -277

2029 -277

Om te kunnen voldoen aan de nieuwe informatiewetgeving wordt er structureel meer gevraagd aan inzet van de ambtelijke organisatie. De gemeente Lelystad voldoet op dit moment op basisniveau aan de wettelijke eisen en heeft hier net voldoende formatie voor. Er is echter geen ruimte om de nieuwe eisen op te vangen op het hogere basisniveau. Ook bepaalde zaken niet of minder doen is geen optie. De nieuwe wet- en regelgeving die in 2025 en 2026 van toepassing is - en waar we risico lopen om niet op basisniveau te voldoen aan de eisen ten aanzien van het beheer van de informatiehuishouding - zijn: -

-

-

Nieuwe wetgeving ten aanzien van de informatievoorziening aan inwoners en organisaties, zoals nieuwe verplichtingen Wet open overheid, de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (per 1 januari 2026) en de Wet gegevensuitwisseling door samenwerkingsverbanden (per 1 maart 2025); Wetgeving ten aanzien van het beheer en opslag van de informatie, zoals de herziening van de Archiefwet (1 juli 2026), de nieuwe verplichtingen ten aanzien van de archivering van e-mail (lopend vanaf 2024) en ander berichtenverkeer en de Wet hergebruik van overheidsinformatie vanuit Europa (vanaf 2024); Wetgeving ten aanzien van de staat, de inrichting en het gebruik van techniek, zoals de Cyberbeveiligingswet (najaar 2025) en de AI-verordening (maart 2025).

In deze bijstelling wordt een structurele uitbreiding van de capaciteit gevraagd voor het beheer van de (digitale) informatiehuishouding en verdere professionalisering. De kosten bedragen circa €180.000 structureel. Daarnaast is een structurele uitbreiding van de formatie met 1 fte (€97.000) noodzakelijk voor het beter vormgeven van de gebruikersondersteuning en -vertegenwoordiging voor standaard werkplekapplicaties. Deze structurele inzet is noodzakelijk voor de juiste opslag en verwerking van gegevens en documenten binnen de ambtelijke organisatie. We willen binnen de ambtelijke organisatie de kennis op dit domein kunnen borgen en we willen zorgen dat de medewerkers de organisatie kennen. Dit kan alleen als we mensen voor langere tijd aan ons kunnen binden op structurele werkplekken. Incidentele middelen voor inhuur of voor de implementatie van extra technische beheersmaatregelen in soft- en hardware zijn voldoende beschikbaar gesteld op eerdere momenten. Het is echter niet mogelijk om deze aan te wenden voor de structurele inzet die nu noodzakelijk is. Deze aanvraag past binnen een bredere professionele doorontwikkeling van de informatie-organisatie, zodat deze geschikt is voor de vragen van de huidige tijd en die in de nabije toekomst. Voorgesteld besluit: 5.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Voldoen aan nieuwe informatiewetgeving’ de begroting 2026 en de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met -€277.000.

6

Bijstelling

0.5

Actualisatie treasury

Bedragen x € 1.000

2026 -

2027 -

2028 -

2029 PM

In de programmabegroting 2025 - 2028 zijn de baten en lasten van het taakveld treasury geactualiseerd. In verband met grondopbrengsten is er sprake van een positieve cashflow, wat maakt dat er in de eerstvolgende jaren liquiditeit gestald moet worden bij de schatkist. Hierover wordt een vergoeding ontvangen in de vorm van rente en dit voordelige effect is verwerkt in de begroting tot en met 2028. Destijds is in verband met diezelfde reden ook aangegeven dat in de eerste jaren relatief weinig budget benodigd is voor het betalen van rentelasten, wat eveneens leidde tot een voordelig effect op het begrotingssaldo. De budgetten in de meerjarenraming met ingang van 2029 zijn niet geactualiseerd met die bijstelling, omdat er - gezien de geplande investeringen in de komende jaren - op een bepaald moment weer een financieringsbehoefte zal ontstaan. Het is op voorhand lastig in te schatten wanneer dit omslagpunt precies is en wat de dan geldende rentepercentages zullen zijn. Een voorzichtige inschatting is dat het omslagpunt in 2028 zal liggen, wat maakt dat er in 2029 weer - in beperkte mate - leningen aangetrokken

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

16

moeten worden. Er is met ingang van die jaren budget beschikbaar voor dekking van de hieruit voortvloeiende rentelasten. Er zal een nieuwe prognose opgesteld moeten worden op basis waarvan indien blijkt dat die mogelijkheid er is - in 2029 en 2030 nog een beperkt bedrag aan budgetruimte vrij kan vallen. Voorgesteld besluit: 6. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie treasury’ de meerjarenraming 2029 vooralsnog niet bij te stellen, maar in de programmabegroting 2026 – 2029 een uitgewerkt voorstel tegemoet te zien op basis van de op dat moment bekende inzichten.

7

Bijstelling

0.8

Actualisatie Rondweg Lelystad Zuid

Bedragen x € 1.000

2026 401

2027 221

2028 220

2029 484

Investeringsniveau In de kadernota 2025 – 2028 zijn voor de Rondweg Lelystad Zuid lasten opgenomen die horen bij een investeringsniveau van €31,4 miljoen. Naar aanleiding van het stijgend prijspeil zijn de ramingen eind 2024 nog geactualiseerd vanuit de beschikbare middelen voor loon- en prijscompensatie. Het investeringsniveau is hiermee bijgesteld tot €32,9 miljoen. In de Voortgangsrapportage Rondweg Lelystad Zuid van december 2024 is de planning van de rondweg gewijzigd, waarmee investeringen in de tijd zijn verschoven. De financiële effecten hiervan zijn verwerkt in deze bijstelling. Voorbereidings- en investeringskrediet Het beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet wordt in 2025 volledig benut voor de voortzetting van de ruimtelijke procedure, het opstellen van het definitief ontwerp en de voorbereidingen (in een bouwteam) voor de bruggen. Daarnaast is begin 2026 de realisatie gepland van zowel de brug over het Havendiep als de brug over de Lage Dwarsvaart, ter voorbereiding op de verdere aanleg van de rondweg Lelystad Zuid. Voor deze werkzaamheden is een aanvullend voorbereidingskrediet, almede (het eerste deel) van het investeringskrediet benodigd. Beide kredietaanvragen worden in de loop van 2025 in een separaat voorstel ter besluitvorming voorgelegd.

Risico’s (R) en gevolgen (G) R1 - Opstellen ontwerp MER en ontwerp projectbesluit duurt langer dan verwacht als gevolg van de constant veranderlijke situatie rondom stikstof en andere landelijke thema’s. G1 - Langere voorbereidingstijd noodzakelijk. Oplevering wegtracé naar Rijksweg 6 vertraagd. Langere periode van verminderde bereikbaarheid voor gebied Hollandse Hout. R2 - Beroep bij Raad van State tegen ruimtelijke procedure. G2 - Oplevering wegtracé naar Rijksweg 6 vertraagd. Langere periode van verminderde bereikbaarheid voor gebied Hollandse Hout. Planning doorfietsroute mogelijk herzien. R3 - De benodigde investering voor de rondweg is hoger dan voorzien (als gevolg van prijsstijgingen en hogere kosten voor natuurcompensatie voor onder andere de Kiekendief). G3 - Aanvullende structurele dekking nodig. R4 - Project wordt – om welke reden dan ook – alsnog niet voortgezet. G4 - Gedane investeringen in één keer afschrijven Voorgesteld besluit: 7. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Rondweg Lelystad Zuid’ de begroting 2026 en de meerjarenraming 2027 – 2029 bij te stellen met de volgende bedragen: €401.000 in 2026, €221.000 in 2027, €220.000 in 2028 en €484.000 in 2029.

8

Bijstelling

1.1

Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio

Bedragen x € 1.000

2026 -950

2027 -142

2028 -142

2029 -142

De begroting van de Veiligheidsregio 2026 laat veel risico's zien en doordat het Rijk nog geen besluit heeft genomen op een bijdrage voor verplichtend karakter (inmiddels al voor de 4e keer uitgesteld) en PTSS is de begroting niet sluitend te krijgen. Dit heeft gevolgen voor de bijdrage van de gemeenten in 2026. Daarnaast voert het Rijk misschien een bezuiniging uit van 10% op de bijdrage die de

Kadernota 2026 – 2029

(versie vóór raadsbehandeling)

17

Veiligheidsregio ontvangt van het Rijk onder de noemer ‘Brede Doeluitkering Rampenbestrijding’ (de BDuR bijdrage). Vanuit de gemeenten is verzocht een technische analyse te maken waar naast de reeds gevonden €230.000 nog ruimte zit voor bezuinigingen. Verplichtend karakter Al enkele jaren wordt de versterking van de beroepsbrandweer als gevolg van Europese wetgeving (verplichtend karakter) incidenteel gedekt vanuit de algemene reserve, in afwachting van een claim van de kosten richting het Rijk. Landelijke besluitvorming over Rijksfinanciering is met de komst van een nieuw kabinet verder weggeraakt. Inmiddels vangen we signalen op die vragen om een structurele financiering van onze brandweerorganisatie. Echter voor 2026 hebben de gemeenten aangegeven dit incidenteel te willen ondervangen. Het gaat om een geschat bedrag van €4,1 miljoen voor 2026, waarvan €0,8 miljoen voor ons als gemeente Lelystad. Het totale bedrag loopt op tot €5,1 miljoen in 2027. Loon- en prijscompensatie Voor 2026 wordt de begroting geïndexeerd met loon- en prijscompensatie. De percentages zijn, conform financiële verordening, afkomstig uit de septembercirculaire van het gemeentefonds. Voorgesteld wordt om de loon- en prijscompensatie ter grootte van €142.000 structureel beschikbaar te stellen.

Ontwikkeling BDUR Wat dit jaar afwijkt van voorgaande jaren, is dat de nieuwe regering in haar hoofdlijnenakkoord heeft opgenomen de specifieke uitkeringen terug te dringen. Deze worden integraal in het gemeentefonds verwerkt met een korting van 10%. De (BDuR) valt hier ook onder. Inmiddels is duidelijk geworden dat de BDuR niet wordt overgeheveld naar het gemeentefonds, maar zoals gewoonlijk rechtstreeks wordt uitbetaald aan de veiligheidsregio. De 10% korting lijkt echter - volgens de laatste signalen - wel doorgang te vinden. Indien de korting doorgang vindt zal het uitgangspunt zijn om eerst te kijken waar dit binnen de bestaande begroting opgevangen kan voordat extra middelen aan gemeenten worden gevraagd. Meldkamer Midden-Nederland Bij de overgang naar de Meldkamer Midden-Nederland hoort een nieuw kostenplaatje en een nieuwe verdeelsleutel tussen VRF, VRGV en VRU. Dit leidt voor VRF tot een structurele kostenverhoging van circa €0,23 miljoen vanaf 2026. De nieuwe meldkamer in Hilversum wordt duurder ten opzichte van de huidige situatie en ten opzichte van de businesscase 2016. Oorzaak ligt met name in loonkosten. Ondanks de kostenverhoging vanaf 2026 blijven de totale kosten nog ruim onder het niveau van 2020 (voor de samenvoeging van de meldkamer met de meldkamer van VRGV). Deze hogere kosten worden gedekt door reeds gevonden bezuinigingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=e961de3c-0a15-4c31-83b0-2a8a771f44b4