CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Kadernota 2025 - 2028 (versie vóór raadsbehandeling)

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.158 Kadernota 2025 - 2028 (vervolg) (zie raadsvergadering 18 juni)30.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

De uitkomsten van de besprekingen met de klankbordgroep - met name ook op de onderdelen van het ontwerp die de raad raken zoals het creëren van geschikte commissieruimten en de functie van de huiskamer van de raad - zijn verwerkt in het Voorlopig Ontwerp (VO) dat als basis heeft gediend voor de raming van de kosten. Voor de realisatie van dit project wordt een investeringskrediet gevraagd ter grootte van €2.200.000. Dit is deels bouwkosten en inrichting. Op basis van de werkelijke levensduur van de inrichting is de afschrijvingsperiode 20 jaar. Dit is in afwijking van de Nota Waarderen, Activeren en afschrijven 2024, waar gemiddeld 10 jaar wordt gerekend voor inventaris. De afschrijvingsduur van de bouwkosten zijn conform deze Nota. De jaarlijkse kapitaallasten komen daarmee uit op €115.000.

4

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

1.2

Capaciteitsbehoefte VTHUP

Bedragen x € 1.000

2025 -371

2026 -371

2027 -371

2028 -371

Binnen Stadstoezicht maken we grofweg onderscheid tussen het team Veiligheidsvergunningen , waarin ook de uitvoering van de Bibob-onderzoeken en de handhaving op de Wet kinderopvang zit, en het team Handhaving (boa’s, inspecteurs en handhavingsjuristen). In het VTHUP 2024-2025, dat op 27 februari 2024 is vastgesteld en ter kennisname aan de raad is aangeboden, is aangegeven dat we momenteel op 7,43 fte tekort zitten als we geen keuzes zouden maken (zie onderstaand overzicht).

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

33

Het maken van deze keuzes is essentieel omdat onze beschikbare capaciteit lager is dan de gewenste capaciteit en er momenteel weinig ruimte is in de begroting voor grote uitbreidingen. Om die reden zijn veel activiteiten geprioriteerd in het VTHUP en is er bij de boa’s op een aantal onderdelen in uren geschrapt om op de beschikbare capaciteit uit te komen waarmee we uiteindelijk uitkomen op een aangepast aantal fte’s dat dicht bij de huidige capaciteit ligt.

In bovenstaand overzicht is de groei van de stad niet meegenomen noch de ambitie van de raad om van Lelystad een evenementenstad te maken en de wens van de raad om handhaving te verbeteren, het opvolgingspercentage te verhogen en de zichtbaarheid te vergroten. Ook in een eventuele autonome groei van handhavingsproblematiek in Lelystad door toename van illegale activiteiten en ondermijning is niet voorzien in de huidige omvang van het team. Met de huidige omvang van het team komen we op dit moment met name in de knel bij het team Veiligheidsvergunningen en bij de handhavingsjuristen. Het huidige tekort van minimaal 0,64 fte bij team Veiligheidsvergunningen heeft betrekking op de handhaving van de Wet Kinderopvang en de uitvoering van Bibob-onderzoeken. Bij de handhaving op de Wet Kinderopvang is de wettelijk verplichte controle van gastoudergezinnen door de GGD verhoogd van 5% naar 50%. Het aantal handhavingszaken dat daaruit voortkomt is dientengevolge ook toegenomen. Voor de Wet Bibob geldt dat aantal gebieden dat ‘gebibobd’ mag worden in de strijd tegen ondermijning de afgelopen jaren is uitgebreid en dat binnen de gemeente Lelystad steeds meer werkvelden een Bibobtoets laten uitvoeren in de strijd tegen ondermijning. Hoewel de Bibobtoets strikt genomen geen wettelijke verplichting betreft, willen we er toch zeer sterk voor pleiten om hierin geen keuzes te hoeven maken.

Voor de nabije toekomst is de verwachting dat het aantal aanvragen voor een evenementenvergunning blijft toenemen. Naast deze groei, die past binnen de ambitie van de stad, worden aanvragen veelal ook complexer door onervaren nieuwe toetreders. Het behandelen van een vergunningsaanvraag is een wettelijke verplichting. Bij de juristen heeft het capaciteitsprobleem vooral te maken met opgelopen en oplopende achterstand. Als we alleen al naar illegale kamerverhuur kijken, dan komen er jaarlijks meer zaken bij dan we met de huidige capaciteit af kunnen handelen. En er is op dit gebied ook nog een achterstand in te lopen. Dit betekent dat als inspecteurs handhaving op basis van een melding een controle uitvoeren en inderdaad illegale kamerverhuur vaststellen, de juridische afhandeling erg lang op zich kan laten wachten. Soms zo lang, dat de controle opnieuw moet worden uitgevoerd. Daarnaast wordt het juridisch team in toenemende mate belast met WOO verzoeken. Bij de inspecteurs handhaving worden meldingen met een lage prioriteit niet meer opgepakt tenzij er een klacht of een handhavingsverzoek over binnen komt. Zo staan er 2 fte inspecteurs handhaving voor illegale kamerverhuur, maar is het aantal zaken jaarlijks hoger dan wat met deze capaciteit kan worden afgehandeld. Aan elke melding zitten meerdere controles vast.

Door de grote inzet op al deze terreinen wordt bij de boa’s minder tijd besteed aan handhaving afvalmilieu en handhaving openbare ruimte overig (o.a. vernieling algemeen en vernieling openbaar groen) terwijl dit juist de onderwerpen zijn die voor de inwoners van belang zijn. Elke dag moet er binnen het team een afweging gemaakt worden over waar de grootste prioriteiten liggen, want niet alles kan momenteel. Gelet op bovenstaande en de beperkte middelen die er zijn in het financieel perspectief worden toch enkele scenario’s voorgelegd. Scenario 1 We vragen alleen extra 0,7 fte voor Bibob en handhaving Wet kinderopvang (schaal 9) en wij monitoren of de uitbreiding van evenementen nog doorzet. Financieel effect -€60.538 structureel per jaar.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

34

Scenario 2 Zoals scenario 1 plus 1 extra fte handhavingsjurist (schaal 10) voor het voorkomen/verkleinen van de huidige achterstanden. In totaal komen we dan uit op 1,7 fte voor Stadstoezicht. Financieel effect €155.972 structureel per jaar. Scenario 3 Zoals scenario 2 plus 2 fte extra boa’s (schaal 7) en 1 fte inspecteur handhaving (schaal 8). Bij de genoemde 2 extra boa’s zou het dan gaan om 1fte jeugdboa, omdat we daar nog meer op in willen zetten en 1 fte als extra capaciteit op met name handhaving afval/milieu en handhaving openbare ruimte overig. Bij de inspecteurs gaat het om ondermijning, illegale kamerverhuur. In totaal komen we dan uit van 4,7 fte extra voor Stadstoezicht. Financieel effect -€371.136 structureel per jaar. Scenario 4 Zoals scenario 3 plus 1 extra boa, 0,9 extra inspecteur handhaving en 0,9 extra handhavingsjurist. Daarmee komen we op de gewenste capaciteit zoals in het overzicht uit het VTHUP is aangegeven. In totaal gaat het dan minimaal om 7,5 fte extra voor Stadstoezicht. Daarmee kunnen we de prioritering grotendeels afschaffen en kunnen ‘geschrapte uren’ teruggedraaid worden. Financieel effect -€595.522 structureel per jaar. Scenario 5 Zoals scenario 4 plus 2 extra boa’s, 1 extra inspecteur handhaving, 1 extra veiligheidsvergunningverlener en 1 extra handhavingsjurist.

Daarmee komen we op de gewenste capaciteit met de groei en de ambities van de stad voor de komende jaren. In totaal komen we dan uit op 12,5 extra fte voor Stadstoezicht. Dit betreft uiteraard de opbouw vanaf 2024 naar 2028. In totaal komen we dan ten opzichte van de huidige capaciteit op 1,7 fte extra bij Veiligheidsvergunningen, 5 fte extra boa’s, 2,9 extra fte inspecteurs handhaving en 2,9 extra fte handhavingsjuristen. Financieel effect -€992.603 structureel per jaar. Advies: Gelet op bovenstaande en de geringe financiële mogelijkheden is ons advies om te kiezen voor scenario 3 waarbij de mogelijkheid zou zijn om dit incidenteel in te zetten voor 3 jaar. Zeker niet onze voorkeur, maar gelet op de financiële mogelijkheden binnen dat termijn verwachten wij dat na die periode een structurele oplossing mogelijk is. Dit komt erbij: Kleding/middelen. Het verschil tussen het 1e jaar en de jaarlijkse kosten betreft eenmalige aanschaf (apparatuur, dienstkleding). Boa’s:

circa 10.000 euro jaarlijks en het 1e jaar 17.500 euro

Inspecteurs handhaving:

circa 10.000 euro jaarlijks en het 1e jaar 15.000 euro

Juristen en vergunningverleners:

circa 6.000 euro jaarlijks en het 1e jaar 8.500 euro

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

5

2.1

Fietsoversteek Middendreef

Bedragen x € 1.000

2025 -63

2026 -

2027 -

2028 -

Op 15 november 2022 heeft de raad de motie M6 Veilige oversteek Middendreef aangenomen, waarin het college is opgedragen: -

-

Dusdanig maatregelen te nemen waardoor het voor fietsers onaantrekkelijk is om gebruik te blijven maken van de gelijkvloerse fietsoversteek aan de Middendreef en met verwijzing naar de veilige oversteek over de Nelson Mandelabrug de beperkte eenmalige kosten hiervoor te bekostigen uit de reserve ontwikkeling stad (ROS)

Op uitdrukkelijk verzoek van Porteum zijn de verkeerslichten niet teruggeplaatst. Naar Porteum loopt geen fietspad tussen de oversteekplaats en de school. De Nelson Mandelabrug is een veiligere oversteek. Fietsers die overstaken bij de verkeerslichten reden daarna via het voetpad naar Porteum, wat een onveilige situatie oplevert voor de voetgangers. Om deze reden is de huidige situatie ontstaan, waarbij alleen voor voetgangers de verkeerslichten in werking zijn. Voor fietsverkeer is het niet meer mogelijk van de oversteek gebruik te maken. Dit wordt door middel van hekken en geslotenverklaring afgedwongen. De oversteek is uitsluitend bedoeld voor voetgangers waarmee de bushaltes langs de Middendreef

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

35

bereikbaar zijn voor voetgangers. De tijdelijke maatregelen zijn genomen vooruitlopend op de definitieve inrichting. In januari 2024 is de raad ter plaatse geïnformeerd over de situatie. Ondanks de genomen maatregelen wordt de oversteek nog steeds door fietsers van en naar Porteum gebruikt, waarmee onveilige situaties ontstaan. Om dit te voorkomen wordt ter plaatse van de oversteek de inleidende fietsinfrastructuur verwijderd. Eveneens wordt het bestaande fietspad achter de carwash verwijderd waarmee een directe verbinding richting deze oversteek voor fietsers wordt voorkomen. De kosten van deze maatregelen zijn geraamd op €63.000. Deze maatregelen vormen een eerste fase en vormen de basis voor verdere uitwerking van voorstellen waarover de raad uiterlijk in de zomer van 2024 een aantal keuzes wordt voorgelegd.

6

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

2.1

Kleine verkeersveiligheidsmaatregelen Voorstraat

Bedragen x € 1.000

2025 -48

2026 -

2027 -

2028 -

Bij de behandeling van de Kadernota 2024-2027 is Motie M04 - M05 Voorstraat aangenomen. In deze motie wordt opgedragen om, vooruitlopend op de grootschalige herinrichtingsmaatregelen aan de Voorstraat, te bekijken of en welke kleine (tijdelijke) maatregelen er mogelijk zijn om de veiligheid te verbeteren, en deze ook uit te voeren. Uit onderzoek is gebleken dat de twee maatregelen die het meest (kosten)effectief zijn bestaan uit: 1. Plaatsen snelheidsdisplays: Op de Voorstraat wordt regelmatig harder gereden dan toegestaan. Snelheidsdisplays op de Voorstraat helpen om bestuurders bewust te maken van de gereden snelheid en deze aan te passen. 2. Benadrukken van de voorrangssituatie op enkele kruispunten: op drie kruispunten is de inrichting (en de verkeersruimte voor fietsers) nog niet optimaal, met name de rode bestrating ontbreekt hier. De rode bestrating van de fiets(suggestie)stroken wordt onderbroken, terwijl deze op andere vergelijkbare kruispunten wél doorloopt over kruispunten. Door het aanbrengen van nieuwe rode bestrating en markering wordt de voorrangssituatie verduidelijkt en ontstaat er een consistent wegbeeld op de Voorstraat. De kosten voor het plaatsen van snelheidsdisplays zijn geraamd op €20.000 en de kosten van het benadrukken van de voorrangssituatie op 3 kruispunten zijn geraamd op €28.000.

De totale investering voor kleine maatregelen om de Voorstraat verkeersveiliger te maken komt daarmee op €48.000.

7

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

2.1

Meer allure Stationsgebied Oost

Bedragen x € 1.000

2025 -10

2026 -10

2027 -10

2028 -10

Op 21 februari 2023 heeft de gemeenteraad met besluit 13A het integraal stedenbouwkundig ontwerp voor het Stationsgebied Oost vastgesteld. Daarbij zijn ook de financiën geregeld voor het ontwerp dat voorlag ter besluitvorming, waarbij een aanvullend investeringskrediet is vrijgegeven in de kadernota 2024-2027 (bijstelling 5). Bij de besluitvorming is echter ook een amendement aangenomen dat oproept tot 'het waar mogelijk plaatsen van elementen die het gebied meer aantrekkingskracht/allure geven'. Het college heeft deze opdracht opgepakt en is samen met adviesbureau Mothership aan het onderzoeken wat passend is op deze locatie. Het college komt hier synchroon aan dit kadernota voorstel voor bij de raad (naar verwachting voor het zomerreces 2024). De raad moet dan inhoudelijk een besluit nemen over het al dan niet toevoegen van een element dat meer allure geeft. In deze kadernota wordt het bedrag van €225.000 aan investering en de bijbehorende kapitaallasten van euro €6.188 beschikbaar gesteld, omdat er anders geen dekking is voor het plaatsen van een element dat meer allure geeft. Dit betreft een inschatting van de kosten voor het toevoegen van één element. Aanvullend ter informatie: in het raadsvoorstel 13A over het Stationsgebied Oost is gemeld dat bij de provincie een subsidieaanvraag ter hoogte van €125.000 is ingediend (Actieplan Biodiversiteit).

Inmiddels is bekend dat deze subsidie wordt toegekend. Hierdoor kan het door de raad beschikbaar gestelde investeringskrediet ter hoogte van het subsidiebedrag terugvloeien. Voorgesteld word om de kapitaallasten behorende bij dit bedrag in te zetten voor deze investering waarmee een totaal bedrag van €350.000 beschikbaar komt.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

36

8

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

2.1

Parkeren grote voertuigen LAB

Bedragen x € 1.000

2025 PM

2026 -

2027 -

2028 -

Op de Ochoaweg staan vrachtwagens en afgekoppelde trailers geparkeerd. Dit veroorzaakt naast schade aan het wegdek ook een verkeersonveilige situatie. De geparkeerde vrachtwagens en trailers blokkeren een deel van de rijbaan. Vrachtwagens mogen binnen de bebouwde kom van Lelystad niet overal staan. Hiervoor zijn gebieden aangewezen die staan vermeld op de website van de gemeente Lelystad. Afdeling handhaving geeft aan dat handhaven niet werkt: Chauffeurs begrijpen/verstaan niet wat wel en niet mag, wegslepen kost veel geld en hiervoor is te weinig mankracht. Tijdelijke voorzieningen zoals bijvoorbeeld het realiseren van een parkeerhaven langs de weg of het instellen van eenrichtingsverkeer is feitelijk het faciliteren van illegaal gedrag en heeft vanuit verkeer (verkeersveiligheid, doorstroming en/of routekeuze) dan ook niet de voorkeur. In een ideale toekomstige situatie zal een gebied moeten worden aangewezen of worden gereserveerd voor dergelijke voertuigen. Dit in samenhang met de verdere ontwikkelingen in het gebied. Dit vergt vanuit de gebiedsontwikkeling initiatief, waarbij verkeer vooral een adviserende rol heeft. Financiering hiervan zal dan ook vanuit de gebiedsontwikkeling moeten plaats vinden.

9

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

2.1

Sloop hoge route Koopmanshof

Bedragen x € 1.000

2025 -30

2026 -

2027 -

2028 -

Parallel aan de kadernota loopt het proces met betrekking tot het vaststellen van een Nota van Uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling van het Lelycentre. De verwachting is dat het deelgebied Koopmanshof zich de komende jaren verder zal gaan ontwikkelen. Een van de mogelijke ontwikkelingen is de sloop en vervangende nieuwbouw van de Uiterton. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken zal de Hoge route aan/over het Koopmanshof moeten worden gesloopt. Deze brug zit nl. letterlijk vast aan de Uiterton. Gedurende de periode dat de oude brug gesloopt is en de nieuwe brug nog niet is aangelegd kunnen voetgangers en fietsers de brug naast de Lidl gebruiken. De kosten voor het slopen zijn geraamd op €60.000 waarvan €30.000 verhaald zal worden op de ontwikkelende partij. In het vervolg proces zal er een anterieure overeenkomst worden opgesteld waarin ook het verhalen van een deel van de kosten voor het aanleggen van een nieuwe brug zullen worden opgenomen. Het gevraagde bedrag is exclusief BTW.

10

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

2.1

Verlengen uitvoeger noordelijke rijbaan Houtribweg naar Houtribhoogte

Bedragen x € 1.000

2025 -

2026 -

2027 -100

2028 -

Verlengen van de bestaande uitvoeger op de noordelijke rijbaan van de Houtribweg naar het gebied Parkhaven, Houtribhoogte en jachthaven. Bewoners van het gebied Parkhaven, Houtribhoogte en bezoekers van de haven hebben slechts één ontsluitingsmogelijkheid om van een naar het gebied te komen. Er zijn diverse klachten van bewoners dat op bepaalde momenten de wijk niet bereikbaar of zelfs geblokkeerd is. Daarom is er samen met de provincie een doorstromingsonderzoek gedaan wat breder kijkt naar de ontsluiting van het hele gebied waarbij ook rekening is gehouden met de ontwikkeling van de stad. Hieruit blijkt dat het voor de korte termijn noodzakelijk is om de bestaande uitvoeger op de noordelijke rijbaan in oostelijke richting te verlengen tot de grote rotonde Houtribweg-Markerwaardijk. Hierdoor heeft bestemmingsverkeer Houtribhoogte gelegenheid om langs de file (als gevolg van de brugopening) te rijden. Het wegvak is in eigendom en beheer van de Provincie Flevoland. Het gereserveerde bedrag is een bijdrage van 50% in de totale kosten. De provincie is bereid het project op te voeren voor het Provinciale investeringsprogramma met als uitvoeringsjaar 2027. De bijdrage is uiteraard onder voorbehoud van bestuurlijke goedkeuring door de provincie van het project.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

37

11

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

2.2

Onderzoek parkeervoorziening Lelycentre

Bedragen x € 1.000

2025 -20

2026 -

2027 -

2028 -

Parallel aan het proces van de kadernota loopt het proces m.b.t.het vaststellen van de Nota van Uitgangspunten voor de verdere ontwikkeling van het Lelycentre. Daarin wordt ook gekeken naar het toevoegen van meer woningen, nieuwbouw en/of transformatie (schatting tussen de 500 en 1.000) in het gebied. Met het toevoegen van een dergelijk aantal woningen volstaat de huidige parkeercapaciteit niet meer. Het clusteren van parkeren op het Noorderwagenplein en het Zuiderwagenplein geeft ruimte om de kwaliteit van de openbare ruimte in de rest van het Lelycentre te verbeteren. Het is daarom van belang om de (on)mogelijkheden van deze clustering van parkeervoorzieningen in beeld te krijgen. Het voorstel is daarom om een onderzoek te laten uitvoeren naar het aanleggen van een (gebouwde) parkeervoorziening op in ieder geval het Zuiderwagenplein. Dit onderzoek moet onder meer ingaan op de grootte, de locatie, de hoogte, de technische implicaties, de inpassing in de openbare ruimte, de exploitatie en uiteraard de kosten. Geschatte kosten onderzoek: €20.000.

12

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

3.4

Evenementenbudget

Bedragen x € 1.000

2025 -150

2026 -150

2027 -150

2028 -150

Om meer evenementen naar Lelystad te halen en om bestaande evenementen te ondersteunen is er meer evenementenbudget nodig. Het huidige structurele budget bedraagt €91.231. Met dit budget is er een structureel tekort voor het ondersteunen van bestaande evenementen zoals; de Nationale Oldtimerdag, de Lichtjesparade, Lelystart, Bevrijdingsfeest en de Tulpenroute. Uit het onlangs gevoerde benchmark onderzoek van bureau Respons in het kader van de nieuwe evenementenvisie 2024 - 2029 is er onderzoek gedaan naar de gemiddelde evenementensubsidie per inwoner over 2023. Voor Lelystad ligt dit bedrag op €2,14 per inwoner (dit betreft cultuur-sport en evenementen subsidies over 2023). Voor de G-50 gemeenten ligt dit bedrag op gemiddeld €4,81 per inwoner. Ons voorstel aan de raad is een extra evenementenbudget van €150.000. Dit betekent een verhoging van evenementensubsidie per inwoner van Lelystad van gemiddeld €2,14 naar € 3 (totaal €250.000 evenementenbudget / gemiddeld 83.000 inwoners). Hiervoor willen wij meer kleinschalige evenementen naar het Stadshart brengen, evenementen in het Bataviakwartier laten plaats vinden en een vrij toegankelijk muzikaal evenement naar Lelystad brengen.

Zo hopen wij de Lelystedelingen met elkaar te verbinden en te zorgen voor levendigheid en de positieve aantrekkingskracht van Lelystad nog meer te versterken en vergroten door in te zetten op ‘Lelystad Evenementenstad’.

13

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

4.2

Tijdelijke Sportzaal

Bedragen x € 1.000

2025 -545

2026 -261

2027 -261

2028 -261

Naast de ontwikkeling van een extra binnen sportaccommodatie in de nabijheid van Porteum heeft de raad in een motie (M15-M05) aangegeven dat het College in 2023 met een voorstel dient te komen voor de plaatsing van een tijdelijke overdekte sportaccommodatie. Het college heeft hiervoor een raadsvoorstel uitgewerkt waarin de raad wordt gevraagd om een kwalitatieve tijdelijke voorziening voor bewegingsonderwijs binnen ZuiderC te onderzoeken. In kwartaal 2 2024 wordt de raad hier verder over geïnformeerd. Wel dient er een reservering opgenomen te worden voor de realisatie van de kwalitatieve tijdelijke voorziening. Deze reservering heeft als uitgangspunt een gehuurde tijdelijke sporthal. De extra kosten in het eerste jaar betreffen de terrein afwerkingskosten + de opbouwkosten van de sporthal.

14

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

5.1

Brede Regeling Combinatiefuncties

Bedragen x € 1.000

2025 -120

2026 -120

2027 -120

2028 -120

In 2023 is de Sport- en beweegvisie 2030 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Een van de concrete acties in de Sport- en beweegvisie om de basis op orde te brengen is het operationeel maken van 5 fte aan leefstijlcoaches. In 2023 is de begrotingsruimte

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

38

bijgesteld met €180.000, conform opgenomen in de Sport- en beweegvisie. Echter dient dit budget wederom bijgesteld te worden gezien het normbedrag van €60.000 per fte (conform Sport- en beweegvisie). Om de 5 fte te kunnen realiseren, is er een structurele ophoging van het budget nodig van €120.000.

15

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

Bedragen x € 1.000

5.2

2025 -

Nieuwbouw Sporthal

2026 -

2027 -

2028 -

2029 -945

In het raadsakkoord 2022 – 2026 is afgesproken dat er op incidentele basis een bedrag van €12 miljoen gereserveerd in afwachting van een voorstel over een passende algemene sportaccommodatie in de nabijheid van het Porteum. Deze ambitie is in lijn met de reeds vastgestelde Sport- en Beweegvisie 2023 – 2030. Deze accommodatie is nodig om te voldoen aan de vraag van sportmogelijkheden in Lelystad. In de raadscommissie van 16 januari jl. heeft de raad gevraagd naar de stand van zaken. Op basis van benodigde ontwikkeling voor de behoefte van Lelystad is investeringskrediet benodigd ter grootte van €29.890.283. De kosten voor bouwrijp maken en inrichting buitenruimte moeten nog nader worden uitgewerkt en maken om die reden nog geen onderdeel uit van deze raming. Voor de gemeentebegroting betekent dit in elk geval een nog te dekken jaarlijkse kapitaallast van €495.481 (dit bedrag is inclusief de €200.000 aan kapitaallasten welke gedekt moeten worden in verband met het vervallen van de beklemde €12 miljoen binnen de reserve ontwikkeling stad). Deze kapitaallasten moeten in de meerjarenraming worden verwerkt in het jaar nadat de sporthal is opgeleverd. Oplevering zou naar verwachting plaatsvinden in 2028, wat inhoudt dat de kapitaallasten actief worden met ingang van 2029.

Deze bijstelling is voor het dekken van de investeringskosten conform het reeds aan de raad voorgestelde scenario 3. Het is nog onduidelijk of de gemeente of Sportbedrijf Lelystad de exploitatie op zich neemt. De geschatte exploitatie worden door het Sportbedrijf op dit moment geschat op een bedrag van jaarlijks €624.878 met ingang van 2029. Voor de uitwerking van het project dient een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld te worden ter grootte van €755.316 (de hieruit voortvloeiende structurele kapitaallasten maken onderdeel uit van de hierboven genoemde bedragen).

16

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

5.5

Informatiebarak Werkeiland

Bedragen x € 1.000

2025 -20

2026 -20

2027 -20

2028 -20

Ter uitvoering van het aanwijzingsbesluit gemeentelijke monumenten Werkeiland Lelystad-haven, is door de gemeente het pand Oostvaardersdijk 15 aangekocht, met als doel er een informatiepunt te vestigen over de geschiedenis van het Werkeiland. Op deze wijze kan aan bezoekers in situ het verhaal over het ontstaan van de Flevopolder en Lelystad worden getoond. Na de noodzakelijke renovatie en benodigde onderzoek- en voorbereidingstijd, is het pand in april 2023 in gebruik genomen. Met Batavialand zijn meerjarige afspraken gemaakt voor de redactie, installatie en het beheer van de presentatie die wordt getoond. Ten behoeve van de aankoop en renovatie zijn structurele en incidentele middelen beschikbaar gesteld. Dit geldt nog niet voor de jaarlijkse beheers- en gebruikslasten van het pand. Pas sinds het pand daadwerkelijk wordt gebruikt is daar een duidelijk beeld over ontstaan. Om de kwalitatieve uitstraling van het pand te behouden die past bij de functie die het heeft om bezoekers als visitekaartje van de stad, de historie van het Werkeiland te tonen, is een structureel budget nodig voor de dekking van de jaarlijkse beheers- en gebruikslasten.

17

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

5.5

Collectie Lely

Bedragen x € 1.000

2025 -45

2026 -

2027 -

2028 -

De gemeenteraad van Lelystad heeft 28 januari 2020 de motie “Behoud collectie Cornelis Lely voor Lelystad” aangenomen. In de motie is uitgesproken dat “de collectie over Cornelis Lely, die voor de gelijknamige stichting beheerd wordt door de heer Ed Voigt, behouden dient te blijven voor Lelystad en toegankelijk moet worden gemaakt voor geïnteresseerden en onderzoekers.” De afgelopen tijd is onderzocht wat de kosten zijn. Deze zijn onderverdeeld in de kosten voor de huisvesting (gereed maken voor opslag en presentatie); en de kosten voor het digitaliseren en

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

39

toegankelijk maken. De kosten voor het digitaliseren en toegankelijk maken zijn €45.000. Het resultaat is dat de panelen, grootformaten, documenten, objecten gedigitaliseerd en beschreven worden, en toegankelijk via Het Flevolands Archief. De publicaties worden alleen beschreven. De collectie is zodoende duurzaam toegankelijk en kan gebruikt worden.

18

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

5.6

Journalistieke professionalisering lokale omroep

Bedragen x € 1.000

2025 -50

2026 -

2027 -

2028 -

Sinds 2014 zet de NLPO, de koepelorganisatie van de lokale publieke omroepen in Nederland, zich in voor het professionaliseren van de publieke lokale omroepen. Deze professionalisering richt zich op het versterken van de journalistieke rol van de lokale omroep. Dit streven is mede ingegeven omdat door het wegvallen van lokale kranten in veel gemeenten de onafhankelijke lokale nieuwsverspreiding in gevaar komt. Vanaf 2021 heeft Radio Lelystad haar nieuwsorganisatie op kunnen bouwen met een eerste professionele journalist vanuit een bijdrage uit een fonds in samenwerking met Omroep Flevoland. Later zijn hier met een subsidie vanuit de NOS nog 2 professionele verslaggevers aan toegevoegd. Vanaf dat moment heeft Radio Lelystad professionele dagelijkse verslaggeving en actuele berichtgeving kunnen verzorgen. Daardoor heeft Radio Lelystad in samenwerking met de gemeente Lelystad onder meer uitgebreid aandacht kunnen besteden aan de gemeenteraadsverkiezingen. Ook hebben de journalisten van de lokale omroep regelmatig Omroep Flevoland voorzien van lokaal nieuws uit Lelystad, dat vaak weer de weg vond naar de site van de NOS. Vanwege de tijdelijkheid van de aanvullende subsidies voor journalistieke professionalisering, eindigde in 2024 de subsidie vanuit de NOS.

Hiermee dreigde de basis weg te vallen wat in de afgelopen jarenbij Radio Lelystad is opgebouwd op het gebied van adequate nieuwsvoorziening. Ten laste van het gemeentelijk cultuurbudget is een incidentele subsidie verleend om de journalistieke professionalisering in elk geval in 2024 met 1 journalist te continueren. Om de druk op het cultuurbudget te verlagen wordt is voor de dekking in 2025 een incidenteel budget noodzakelijk. Met de verwachte inwerkingtreding van de nieuwe mediawet zal de financiering van Lokale Omroepen er vanaf 2026 anders uit gaan zien. Het rijk wordt dan primair verantwoordelijk voor de financiering van de lokale publieke omroep. Radio Lelystad kan dan, als onderdeel van de Flevolandse Media Stichting, meer professionele journalisten inzetten.

19

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

5.7

Gebiedsprogramma NP Nieuw Land

Bedragen x € 1.000

2025 -250

2026 -250

2027 -250

2028 -250

Vanuit de vastgestelde Agenda Natuur 2030 wordt in 2024 een integraal Gebiedsprogramma voor de Lelystadse kant, van het Nationaal park Nieuw Land opgesteld. Dit programma zal bestaan uit een vertaling van verschillende visiedocumenten als de Ontwikkelingsvisie en Kustvisie naar het Lelystadse deel, met heldere doelen, een uitvoeringsprogramma en financieringsstrategie waarbij Lelystad bepaalt op welke manier zij, samen met de gebiedspartners, inzet op de ontwikkeling van de deelgebieden binnen NP NL. Het gaat om de projectperiode 2025-2028 en de projecten zullen gericht zijn op fysieke ontwikkelingen in het Nationaal Park maar ook op het vergroten van het merk, de kennis over de (lokale) natuur en het bewustzijn over de relevantie ervan voor onze inwoners en bezoekers. Gedacht kan worden aan kwaliteitsimpuls natuurwaarden, vervolg fase 1 Poort Lelystad, herinrichting Praambult, zichtbaarheid NP NL vergroten etc. Oplevering van een door gebiedspartners gedragen Gebiedsprogramma wordt eind 2024 verwacht. Vooruitlopend hierop en om te voorkomen dat de ontwikkeling met een jaar vertraagd is het wenselijk hier alvast budget voor te reserveren. Voor de uitvoering van de projecten wordt gestreefd naar een samenwerking met verschillende partners zoals Provincie Flevoland, SBB, Natuurmonumenten, Waterschap Zuiderzeeland.

Samenwerking wordt gezocht op het gebied van projecten en inspanningen en de financiering ervan. Gemeente Lelystad heeft een groot belang in het NP NL en neemt het voortouw in het verder brengen van de gezamenlijke ontwikkeling van het NP NL aan de Lelystadse zijde. Wij zullen dus ook zelf financiële ruimte moeten creëren voor de realisatie van de projecten en om andere financieringsbronnen aan te boren voor de toekomst. In dat kader zien we een relatie met programma's als Lelystad Next Level, NOVEX-MRA Groen-

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

40

Blauw of de ontwikkeling van ZuiderC. Het budget dient naast cofinancieringsmogelijkheden ook ruimte voor de continuering van de reeds ingezette ontwikkeling van het NP NL (voor uitvoering en proces).

20

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

6.1

Subsidie Belevenissenbos

Bedragen x € 1.000

2025 -13

2026 -13

2027 -13

2028 -13

Sinds 2012 bestaat het Belevenissenbos gelegen in het noordelijk deel van het Zuigerplasbos en is een zelfstandige beheerstichting verantwoordelijk voor het beheer en de verdere ontwikkeling van het speelbos. In die 12 jaar is het speelbos flink uitgebreid en een volwaardige recreatieve attractie geworden voor inwoners van Lelystad en ver daar buiten. Het is met 40 hectare en 165 gecertificeerde hindernissen het grootste speelbos van Europa. De beheerstichting bestaat uit 7 onbetaalde vrijwilligers en de beheerkosten zijn de afgelopen jaren gestegen naar ruim €50.000. 75% van deze kosten worden gedekt uit eigen inkomsten (donaties, gebruiksvergoedingen en verhuur) en de overige (structurele) inkomsten zijn de bijdragen van SBB voor het bosbeheer en de gemeentelijke activiteitensubsidie van €8.000. Elk jaar ontstaat er meer spanning tussen de baten en de lasten en zijn de vrijwilligers steeds meer tijd kwijt met het genereren van inkomsten dan met het beheer en onderhoud aan de voorzieningen in het speelbos. Om het Belevenissenbos blijvend in goede en veilige staat te houden is er een noodzaak om meer structurele middelen te ontvangen. Daarom wordt op basis van een binnen gekomen verzoek van de stichting voorgesteld de stichting Belevenissenbos een structurele vrijwilligerssubsidie toe te kennen van € 13.000.

Voor deze subsidiebijdrage kunnen inwoners van Lelystad gratis gebruik maken van het grootste speelbos van Europa.

21

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

6.1

Buurtwerker in de wijk

Bedragen x € 1.000

2025 -300

2026 -300

2027 -300

2028 -300

In 2023 is met incidentele middelen het outreachend Buurtwerk (Buurtwerk in de wijk) gestart. Het Buurtwerk in de Wijk voorziet in een behoefte aan een schakel tussen de inwoner en de basisvoorzieningen die we in onze stad hebben. Na een positieve evaluatie is dit in 2024 met incidentele middelen voortgezet. Het Buurtwerk in de wijk heeft een signalerende en vooral een pro-actief reagerende functie. Zij kennen de wijk en haar (nieuwe) bewoners door hun outreachende benadering. Zij wachten niet op aanmeldingen maar zijn zichtbaar present in de wijk door contact te leggen met de bewoners. De Buurtwerker in de wijk is de spil in het netwerk van professionals, die bewoners aan de hand meeneemt en de weg weet voor meer (professionele) ondersteuning als dit nodig is. Zij reageren op signalen van armoede, eenzaamheid en bijvoorbeeld GGZ problematiek. Tot slot werken zij aan het bouwen van community’s door het ondersteunen van bewonersinitiatieven door de verbinding met Mensen Maken De Buurt en het opzetten van de Lief en Leedstraten waarbij bewoners omzien naar elkaar. Per stadsdeel is er 32 uur Buurtwerk in de wijk beschikbaar. De kosten daarvan bedragen €400.000 waarvan we €100.000 nog met incidentele middelen kunnen bekostigen.

22

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

6.1

Versterken van de basis Jeugd

Bedragen x € 1.000

2025 -775

2026 -775

2027 -775

2028 -775

Bij de behandeling van de kadernota 2024 is een eenmalig bedrag verstrekt van €775.000 om het aanbod “versterken van de basis" gedurende 2024 voort te zetten. In afwachting van de evaluatie en aanbevelingen voor de jaren daarna. Het afgelopen half jaar is het rapport "Zicht op jeugdpreventie" tot stand gekomen. In dit rapport wordt een overzicht gegeven van alle activiteiten die georganiseerd worden in het kader van preventie. Hierbij zijn de activiteiten in het kader van "Versterken van de basis" geëvalueerd. Het rapport is afgestemd met de externe partners en is inmiddels aangeboden aan de raad. Nu we zicht hebben op wat we doen is het van belang te bepalen in welke mate we inhoudelijk het goede doen en de gelden efficiënt inzetten. Daarom wordt, mede ook gezien de ombuigingsopgave, geen bijstelling voorgelegd voor besluitvorming in de kadernota 2025 – 2028. Dit onderwerp maakt deel uit van het knoppenplan voor de Jeugdhulp.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

41

De kosten van de Jeugdhulp blijven hoog, door aan de voorkant in het preventieve veld eerder te signaleren en te normaliseren kan invloed worden uitgeoefend op het gebruik van zwaardere en vaak ook duurdere vormen van Jeugdhulp. Met de externe organisaties die hierbij betrokken zijn bespreken wat kan en wat mogelijk is hierin. Om het minimale te doen en in stand te houden van wat werkt stellen we voor de activiteiten uit "Versterken van de Basis" te behouden. Met de structurele middelen die eerder zijn toegekend (€500.000) en de gevraagde middelen (€775.000) is het mogelijk Lisa (loket voor alle opvoed en opgroeivragen en Limonadebrigade), de extra inzet op zwakke scholen van schoolmaatschappelijk werk en de jeugdverpleegkundige op het BO, de ouderondersteuning aan ouders van VO leerlingen, de begeleiding van kinderen van 0 tot 4 jaar, de casusregisseurs blijven inzetten. In het rapport "Zicht op jeugdpreventie" wordt hier nader op ingegaan en staat een overzicht van de preventieve inzet.

23

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

7.4

Kennis Centrum Nieuwe Natuur

Bedragen x € 1.000

2025 -200

2026 -200

2027 -200

2028 -200

Als hoofdstad van de nieuwe natuur, wil gemeente Lelystad een plek ontwikkelen waar de uitdagingen en oplossingen van nu en de toekomst zichtbaar worden. Een centrale, herkenbare, inspirerende plek op het kruispunt van natuur & stad, land & water, landbouw & natuur, als het kloppende hart voor de transitie naar een natuur inclusieve samenleving. Een plek waar experimenteren, wetenschap, educatie en beleving samenkomen. Vanuit Agenda Natuur werken we aan het Kenniscentrum Nieuwe Natuur (werktitel, afk. KNN) als een centrale plek die verschillende netwerken, activiteiten en momenten verbindt. Het proces daartoe is reeds opgestart vanuit het eerste initiatief zoals geaccordeerd en opgenomen in de programmabegroting 2022-2025 ( pagina 162 7.4 impuls Kennis Centrum Nieuwe Natuur). Om het KNN te verwezenlijken zijn er substantiële middelen nodig. Deze zullen voor het grootste deel betrokken moeten worden vanuit externe financiering en subsidiestromen. Zowel inhoudelijk als strategisch is het gewenst dat het KNN een gedeelde onderneming wordt met verschillende wetenschappelijke en maatschappelijke stakeholders. De gemeente Lelystad zal in de eerste jaren een belangrijke initiërende rol vervullen. De intentie is daarbij om het KNN zo snel mogelijk tot een zelfstandige entiteit te laten worden met gedeeld eigenaarschap en eigen financiële bronnen.

Gedragen door verschillende bij nieuwe natuur betrokken partners zoals terrein beherende organisaties, kennis- en onderwijsinstellingen (zoals universiteiten) en overheden. Bij eerste verkennende gesprekken met mogelijke partners zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Waterschap Zuiderzeeland, stichting Nederlandse Natuurhistorische Collecties en Natuurmuseum Fryslan is groot initieel enthousiasme te vinden met betrekking tot het KNN. Op verschillende niveaus zijn gedeelde belangen benoemd en is er, vanwege het wetenschappelijk fundament, een groot potentieel voor het gezamenlijk aanvragen van (Europese) subsidies en het aanboren van financiële stromen. Het aangevraagde meerjarig incidentele budget wordt ingezet als vliegwiel om het KNN te bestendigen, het biedt ruimte om als (co)financiering ingezet te worden bij subsidieaanvragen en het maakt het mogelijk om het centrum zichtbaarheid te geven. De doelstellingen tot 2028 hebben betrekking op de initiële samenwerkingen en het zowel inhoudelijk als conceptueel vormgeven van het KNN. Met name het verwerven van financiële middelen is cruciaal in die eerste fase.

24

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

8.1

Participatie

Bedragen x € 1.000

2025 -270

2026 -270

2027 -270

2028 -270

In het raadsakkoord is er veel aandacht voor een betere verbinding met de samenleving en staat betrokkenheid van inwoners bij besluitvorming voorop. Daarbij staat in de beleidsvisie participatie (2021) de ambitie om in alle mogelijke gevallen ruimte voor participatie te bieden aan alle inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisatie. Dit gaat dan over het opstellen, uitvoeren en evalueren van beleid en projecten in hun leefomgeving. Om hierin zo goed mogelijk te faciliteren en te ondersteunen werken we aan handreikingen en een implementatieplan zoals staat omschreven in de beleidsvisie participatie. Tegelijkertijd vragen de Omgevingswet en de wet versterking participatie op decentraal niveau om als gemeente vast te leggen hoe we omgaan met de organisatie van participatie, en ook welke eisen daarbij gelden. Tot nu toe is hieraan gewerkt met incidentele middelen.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

42

Het is noodzakelijk dat incidentele middelen structureel worden. Om specifieke participatie-expertise te blijven borgen. Dit om participatie zo goed mogelijk te faciliteren en te begeleiden. Daarnaast betekent het dat er ook middelen beschikbaar moeten zijn om participatietrajecten te ondersteunen, vast te leggen en kennis met elkaar te delen. Daarbij valt te denken aan een online platform, gesprekstools, etc. Kortom, met structurele middelen kan er verder invulling worden gegeven aan de ambities die zijn vastgesteld in het raadsakkoord en de beleidsvisie participatie, en kan er blijvend ondersteuning worden geboden bij de organisatie van participatietrajecten. Concreet wordt gevraagd om: €220.000 structureel per jaar voor participatie expertise en het ondersteunen van participatietrajecten en €50.000 structureel per jaar voor het ontwikkelen en onderhouden van de hulpmiddelen.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

43

Toelichting voorlopig jaarrekeningresultaat 2023 Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de jaarstukken, ter voorbereiding op de accountantscontrole. In onderstaande tabel wordt inzicht geboden in het voorlopige rekeningresultaat 2023. Dit cijfer kan nog wijzigen op basis van ontwikkelingen na balansdatum / zaken die naar voren komen vanuit de accountantscontrole.

Voorlopig jaarrekeningresultaat 2023

(bedragen x €1.000)

Totaal

Jaarrekeningresultaat 2023 - Grondexploitaties bedrijventerreinen (taakveld 3.2) Jaarrekeningresultaat 2023 - Grondexploitaties woningen (taakveld 8.2) Jaarrekeningresultaat 2023 - Algemene dienst (overige taakvelden) Totaal jaarrekeningresultaat 2023

7.861 1.098 9.134 18.093

Indicatie bestemming jaarrekeningresultaat 2023 Af - Nagekomen doorschuifbudgetten Af - Stap 1 Watervalsytematiek - Aanzuiveren algemene reserve tot norm 1.8 Af - Stap 2 Watervalsystematiek - Aanzuiveren reserve ontwikkeling stad

-267 -7.232 -10.594

Totaal jaarrekeningresultaat 2023 na bestemming

-

Bij de interpretatie van dit jaarrekeningresultaat is het van belang te benadrukken dat het hier hoofdzakelijk gaat om enkele grote meevallers aan de inkomstenkant, met een incidenteel karakter. Een aantal voorbeelden van grote afwijkingen ten opzichte van de begroting 2023: -

Incidentele rente inkomsten als gevolg van een tijdelijk liquiditeitsoverschot (+€2,7 miljoen); Verkoop grond Lars / Lily (+€1,6 miljoen) Leges omgevingsvergunningen (+€2,3 miljoen) Gemeentefonds (+€1,7 miljoen)

Het voorstel tot bestemming van het uiteindelijke jaarrekeningresultaat 2023 maakt geen onderdeel uit van de besluitvorming over deze kadernota 2025 – 2028. Bovenstaande tabel is slechts toegevoegd om de raad te informeren over hoe dit voorstel er naar verwachting uit zal komen te zien. Dit op basis van de vastgestelde kaders van de raad. Incidentele jaarrekeningresultaten versus structurele tekorten In de afgelopen jaren is er steeds sprake geweest van aanzienlijke jaarrekeningresultaten. Deze positieve jaarrekeningresultaten zijn in lijn met wat er aan de start van deze bestuursperiode ook al werd voorspeld. Als gevolg van enkele grotere grondverkopen van bedrijfskavels op Flevokust Haven zijn aanzienlijke bedragen aan tussentijdse winst genomen en lieten de inkomsten uit de omgevingsvergunningen een forste stijging zien. Dit soort inkomsten drogen in de komende jaren op, aangezien het aantal uitgeefbare kavels eindig is. Naast bovenstaande incidentele resultaten als gevolg van grondverkopen was er in de afgelopen jaren – net zoals in 2023 – sprake van diverse afwijkingen met een incidenteel karakter. Zoals hierboven al genoemd is wordt het overgrote deel van het jaarrekeningresultaat 2023 veroorzaakt door enkele incidentele meevallers aan de inkomstenkant.

De positieve jaarrekeningresultaten in de afgelopen jaren laten zich op het oog lastig verenigen met de financiële problematiek die voor de deur staat met ingang van 2026. Het is echter wel van belang om het onderscheid tussen te blijven maken tussen enerzijds een incidenteel jaarrekeningresultaat en anderzijds een structureel begrotingstekort. De opbrengsten uit grondverkopen zullen opdrogen en de inkomsten uit het gemeentefonds zullen sterk afnemen. Wanneer er geen ombuigingen worden doorgevoerd zullen er – ook op rekeningbasis – tekorten gaan ontstaan. Als onderdeel van het proces om te komen tot ombuigingsmogelijkheden – zoals dat staat beschreven in hoofdstuk 5 – wordt er in de komende periode nadrukkelijk gekeken naar de diverse afwijkingen ten opzichte van de begroting. Dit ten aanzien van de jaarrekening 2023 die nu wordt opgesteld, alsook ten aanzien van de jaarrekeningresultaten in de afgelopen jaren. Daar waar er in structurele zin sprake is van onderbesteding zal worden voorgesteld het budget structureel af te ramen. Het is hierbij wel van belang om te benadrukken dat door een dergelijke exercitie alle ‘lucht’ uit de begroting wordt geperst. Er zal geen ruimte meer zijn om tegenvallers op te vangen. Tegenvallers die zich vanzelfsprekend ook ieder jaar voor zullen doen. Dit maakt dat budgetdiscipline in de aankomende jaren nog belangrijker zal worden.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

44

(On) mogelijkheden vrijspelen incidentele dekking De incidentele ruimte binnen de reserve ontwikkeling stad is beperkt. De vraag die vaak gesteld wordt is in hoeverre er mogelijkheden zijn om via andere wegen incidentele dekking vrij te spelen. In de passage hieronder wordt kort ingegaan de (on) mogelijkheden daartoe. 1. Interen op het weerstandsvermogen De algemene reserve van de gemeente heeft een bufferfunctie en is bedoeld voor het kunnen opvangen van risico’s. In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing worden ieder jaar bij de begroting en jaarstukken de risico’s geïnventariseerd en wordt de benodigde weerstandscapaciteit afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. Ook in de jaarstukken 2023 zal dit opnieuw worden uitgevoerd. Zoals op de voorgaande pagina’s uiteen is gezet zal een deel van het jaarrekeningresultaat 2023 gebruikt moeten worden om de algemene reserve aan te zuiveren tot de norm. Binnen de systematiek die met de raad is afgesproken wordt de algemene reserve – indien er sprake is van een positief rekeningresultaat – aangezuiverd totdat de norm van 1.8 is bereikt. Dat is nu ook wat wordt voorgesteld bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023, waarmee het weerstandsvermogen zich aan de bovenkant van de bandbreedte bevindt.

Binnen deze systematiek wordt het weerstandsvermogen in goede tijden aangezuiverd en hoeft er niet direct ingegrepen te worden, wanneer risico’s zich voordoen. Behalve natuurlijk wanneer het weerstandsvermogen lager uitvalt dan de ondergrens van 1.2. Er zijn twee argumenten om op dit moment vast te houden aan deze systematiek: A. De zogeheten ‘dempingsreserve’ ter grootte van €6.000.000 maakt op dit moment integraal onderdeel uit van het weerstandsvermogen. De raad heeft deze reserve ingesteld vanuit de gedachte dat er in het ravijnjaar 2026 een buffer gecreëerd moet worden. Dat is ook heel legitiem, omdat het niet in de lijn der verwachting ligt dat straks alle structurele ombuigingsmaatregelen direct in volle omvang zijn in te boeken. Voor het gros van de ombuigingsmaatregelen die straks in de programmabegroting 2025 – 2028 zullen staan zal een ingroeipad gehanteerd moeten worden (bijvoorbeeld 20% van het bedrag in 2025, 50% van het bedrag in 2026 en 100% van het structurele bedrag in 2027 en verder). Om dit te kunnen doen is er incidentele budgetruimte nodig in de vorm van het vrijvallen van deze dempingsreserve ter grootte van €6 miljoen. De inzet van deze dempingsreserve zal betekenen dat de ratio van 1,8 weer zal afnemen naar 1,5 (al het andere gelijk verondersteld). B.

Gezien de diverse ontwikkelingen die momenteel gaande zijn nemen de risico’s richting de toekomst eerder toe dan af. Het ter hand nemen van ambitieuze ontwikkelplannen brengt risico’s met zich mee. Deze risico’s maken op dit moment vanzelfsprekend nog geen onderdeel uit van de geïnventariseerde risico’s. Wanneer die projecten opgestart worden zal het risico ontstaan en mee gaan tellen bij de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit (waardoor de huidige ratio verder af zal nemen). Bovenstaande argumenten maken dat de optie ‘interen op het weerstandsvermogen’ wellicht wat lastig verdedigbaar is bij het vrijspelen van incidentele dekkingsmogelijkheden. Enerzijds zal er afgeweken moeten worden van de afspraak met de raad. Anderzijds ligt het in de lijn der verwachting dat deze ratio richting de toekomst eerder af- dan toe zal nemen. 2. Toekomstige positieve rekeningresultaten (niet vooraf, maar achteraf) Wanneer er gezocht wordt naar incidentele dekking wordt er geregeld verwezen naar de ‘positieve rekeningresultaten’ in de afgelopen jaren. Hierbij moet bedacht worden dat er bij het zoeken naar dekking voor de ambities uit het raadsakkoord reeds is geanticipeerd op deze toekomstige – nog te realiseren – rekeningresultaten.

Het ging om een totaalbedrag van €25.000.000 dat straks - na bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023 – op €1,48 miljoen na, volledig gerealiseerd zal zijn. Het is niet zonder risico om via deze weg te anticiperen op toekomstige rekeningresultaten. Dat kan alleen wanneer er een goed onderbouwd verhaal ligt dat een dergelijk rekeningresultaat in de toekomst realistisch is.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

45

Dat was goed verdedigbaar bij de eerder ingeboekte €25 miljoen. In hoeverre dat in de toekomst nogmaals een optie zou kunnen zijn om te anticiperen op toekomstige rekeningresultaten is onzeker. Voornaamste redenen hiervoor zijn: -

-

-

-

De grondopbrengsten als gevolg van de verkoop van enkele grotere bedrijfskavels, alsmede de daaruit voortvloeiende legesinkomsten, waren incidenteel van karakter. Deze grondopbrengsten drogen richting de toekomst op, aangezien de uitgeefbare kavels op Flevokust Haven inmiddels uitgegeven zijn; Het overgrote deel van de gerealiseerde onderuitputting op de budgetten had en heeft een aantoonbaar incidentele oorzaak. Denk aan de onderuitputting die zich enkele jaren geleden voordeed als gevolg van coronapandemie. Ook het lastig kunnen invullen van vacatures, waardoor het werk niet gedaan wordt en het budget onbenut blijft, is incidenteel van karakter. Een aanzienlijk deel van het rekeningresultaat werd veroorzaakt door een opwaartse bijstelling van de rijksbijdrage die wordt ontvangen via het gemeentefonds. Als gevolg van de trap op / trap af systematiek ging de gemeente met terugwerkende kracht mee de trap op, bijvoorbeeld omdat de voorgenomen ambities van het (inmiddels demissionaire) kabinet zorgden voor een forse stijging van de Rijksuitgaven. De systematiek trap op / trap af is inmiddels buiten werking gesteld en bovendien zal een aankomend kabinet minder geld te besteden hebben. De forse prijsstijgingen in de afgelopen jaren werken door op de gemeentebegroting.

Ook ligt er een toekomstige bezuinigingsopgave, wat maakt dat er – nog meer dan voorheen – een noodzaak ligt om zo scherp mogelijk te begroten. Dat is ook logisch, omdat het voorkomt dat er bezuinigd moet worden op waardevolle voorzieningen. De keerzijde is echter dat er geen ruimte meer is om tegenvallers op te vangen: de ‘plusjes’ zullen immers worden afgeraamd en de ‘minnetjes’ zullen via een strakke budgetdiscipline zo minimaal mogelijk gehouden moeten worden. Daar komt bij dat het realiseren van ingeboekte ombuigingen ook in de praktijk voor de volle omvang mogelijk moet blijken te zijn. Daar moet natuurlijk op gestuurd worden, maar de ervaring leert dat dit geen eenvoudige opgave is. Conclusie: de kans op negatieve jaarrekeningresultaten zal in de toekomst een stuk groter zijn dan in de afgelopen jaren het geval was.

Bovenstaande redenatie pleit ervoor om niet nogmaals - op voorhand - uit te gaan van aanvullende positieve rekeningresultaten. Gezien de onzekerheden die er op het financiële vlak op de gemeente afkomen is het opnieuw anticiperen op nog te realiseren rekeningresultaten risicovol. Het is natuurlijk wel mogelijk om daadwerkelijk gerealiseerde rekeningresultaten beschikbaar te laten stellen (niet vooraf, maar achteraf). Deze lijn is conform de bestendige gedragslijn en is gebaseerd op het voeren van prudent financieel beleid. 3. Overige opties In de afgelopen jaren is er geprobeerd een eenduidige lijn te creëren wat betreft de inzet van incidentele middelen. De reserves die er op dit moment nog zijn hebben een duidelijke functie. Denk bijvoorbeeld de bufferfunctie van de algemene reserve en de egalisatiefunctie van de egalisatiereserve wijziging afschrijving systematiek. Dit soort reserves zijn om verschillende redenen geen optie voor alternatieve dekking, wanneer er gekeken wordt naar mogelijkheden om incidentele middelen vrij te spelen. De reserve ontwikkeling stad is bedoeld voor dekking van initiatieven die vragen om incidentele dekking en dat is op dit moment de enige vrij inzetbare bestemmingsreserve.

Zoals hierboven al is aangegeven ligt er reeds een claim op nagenoeg het gehele beschikbare bedrag binnen deze reserve, aangezien er een verscheidenheid van ambities uit het raadsakkoord via die weg van dekking zijn voorzien. Een optie die wel mogelijk zou zijn is om de incidenteel beklemde middelen voor de bouw van een nieuwe sporthal (€12 miljoen binnen de reserve ontwikkeling stad) weer beschikbaar te maken. Mocht in de toekomst besloten worden tot realisatie van een nieuwe sporthal zal deze €12 miljoen opgevangen moeten worden door het ramen van €200.000 structurele kapitaallasten. Deze handelswijze is ook wat gebruikelijk is en wat wordt voorgeschreven vanuit het BBV. Dergelijke investeringen worden via kapitaallasten toegerekend aan de jaarschijven, op basis van de geldende afschrijvingstermijnen. Dit wordt dan ook voorgesteld in hoofdstuk 4.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

46

Beleidsvrijheid / beïnvloedbare ruimte gemeentebegroting Het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) enkele jaren geleden advies gevraagd over een nadere uitwerking van het begrip ‘beleidsvrijheid’. Beleidsvrijheid wordt door de ROB gedefinieerd als de mate waarin de uitkomsten van beleid tussen gemeenten mogen verschillen. Waar het, kort gezegd om gaat, is om vast te stellen in welke mate gemeenten in staat worden gesteld om eigen afwegingen te maken over de inzet van hun middelen en daarmee zelfstandig de uitkomsten van het beleid mogen en kunnen bepalen. Het is een lijvig rapport van 91 pagina’s8. De conclusie van het rapport is als volgt samen te vatten: ‘Er is geen absoluut objectieve maat voor het vaststellen voor de mate van beleidsvrijheid. Wel kan inzichtelijk gemaakt worden welke factoren de mate van beleidsvrijheid bepalen, door consequent na te gaan in hoeverre de betrokken overheid vrij is om zelf de beleidsdoelen te bepalen. Dit kan worden afgeleid uit wat in wet en regelgeving is bepaald over met name de taak en de beleidsdoelen. Bij de taak gaat het er om wat voor het bereiken van beleidsdoelen moet worden gedaan.

De mate waarin nauwkeuriger is bepaald hoe de taak moet worden uitgevoerd, of aan welke eisen de besluitvorming moet voldoen of en hoe er al dan niet moet worden samengewerkt, geven een indicatie in welk mate de gemeente vrij is zelfde uitkomst van het beleid te bepalen. Als het Rijk bepaalt dat een gemeente een taak moet uitvoeren, dan is de beleidsvrijheid per definitie klein. De mate waarin de gemeente vrij zelf haar beleidsdoelen en daarmee verbonden taak kan vaststellen wordt bepaald door de mate waarin zij zelf aanvullende regels kan stellen, gehouden is aan uitvoeringsregels, regels over besluitvorming en/of vrij is te kiezen in de samenwerking. Dit kan per onderdeel variëren van geheel vrij, wenselijk, dwingend tot verplicht. Door de taken aan de hand van deze termen te scoren ontstaat een indicatie van de mate van formele beleidsvrijheid. Dit leidt tot een glijdende schaal van het geheel gebonden zijn bij het stellen en uitvoeren van de beleidsdoelen, een beperkte mate van vrijheid, het gedeeltelijk vrij zijn tot het nagenoeg geheel vrij zijn’. In het rapport is op basis van bovenstaande criteria een score gegeven voor de formele ‘beleidsvrijheid’ binnen de in een gemeentebegroting te onderscheiden taakvelden. Een score van 1 betekent in het geheel geen beleidsvrijheid en een score van 10 betekent volledige beleidsvrijheid.

Op de volgende pagina’s is inzichtelijk gemaakt tot welke score dit heeft geleid voor elk van de afzonderlijke taakvelden binnen de gemeentebegroting. Hierbij is ook inzichtelijk gemaakt wat de structurele lasten en baten van dat taakveld zijn (inclusief personele inzet). Wat hierbij belangrijk is om te vermelden is dat ‘beleidsvrijheid’ niet hetzelfde is als de ‘beïnvloedbare ruimte’. Bij een relatief lage beleidsvrijheid is er doorgaans ook sprake van weinig beïnvloedbare ruimte, omdat de uitvoering van de desbetreffende taken aan strikte wet- en regelgeving is gebonden. Bij een relatief hoge beleidsvrijheid kán er sprake zijn van veel beïnvloedbare ruimte, maar dit is lang niet altijd het geval. De beïnvloedbare ruimte in de gemeentebegroting wordt namelijk ook beïnvloed door zaken als kapitaallasten, langlopende contracten, bestuurlijke verplichtingen of een relatie met bepaalde inkomstenstromen. Schattingen over de theoretische ‘beïnvloedbare ruimte’ binnen een gemeentebegroting variëren van 20% tot maximaal 30%. In dat geval worden er alleen wettelijke taken uitgevoerd en dan ook op het absolute minimumniveau. Op de volgende pagina’s wordt bij ieder cluster binnen de gemeentebegroting aangegeven met welke kanttekeningen rekening gehouden moet worden in relatie tot de ‘beïnvloedbare ruimte’.

Wat zijn bijvoorbeeld zaken waar rekening mee moet worden gehouden als het gaat over het formuleren van ombuigingsmogelijkheden9?

8 https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2019/03/14/advies-beleidsvrijheid-geduid 9 Ombuigingsmogelijkheden zullen in deze context voornamelijk bezuinigingen betekenen, maar deels ook het anders organiseren

van activiteiten met minder inzet van middelen of het verhogen van inkomsten. Het kijken naar eventuele structurele onderbesteding op de diverse budgetten staat hier los van; dat is een traject dat in de komende gelijktijdig doorlopen wordt.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

47

0. Bestuur en ondersteuning Totaal structurele baten en lasten begroting per taakveld

Baten

Lasten

0.1 Bestuur 0.2 Burgerzaken 0.3 Beheer ov. gebouwen en gronden 0.4 Overhead 0.5 Treasury 0.61 OZB woningen 0.62 OZB niet-woningen 0.63 Parkeerbelasting 0.64 Belastingen overig 0.7 Alg. uitk. e ov. uitk. gem.fonds 0.8 Overige baten en lasten Totaal cluster

1.602.272 898.801 239.144 774.313 13.687.007 16.560.841 2.190.000 321.000 201.410.763 237.684.141

4.689.104 5.188.208 866.483 33.561.809 -381.763 2.251.042 5.680.681 51.855.564

Beleidsvrijheid 1-2 1-2 1-2 4-6 8-9 8-9 8-10 8-9 -

Aanvullende informatie ten aanzien van ‘beïnvloedbare ruimte’ – cluster 0 De beleidsvrijheid binnen dit cluster varieert. De taakvelden met een relatief hoge beleidsvrijheid zijn de taakvelden waarop de inkomsten uit de onroerende zaakbelasting worden begroot, de parkeerbelasting en overige belastingen. De gemeente is vrij om die tarieven te kiezen binnen wat maatschappelijk gezien als acceptabel wordt beschouwd. De taakvelden met een relatief lage beleidsvrijheid hebben betrekking op taken waarvan de uitvoering vrij strikt staat voorgeschreven, zoals de uitgifte van paspoorten of het organiseren van verkiezingen. In termen van ‘beïnvloedbaarheid van het budget’ bestaan er – los van de vraag of dit wenselijk is – echter wel theoretische ombuigingsmogelijkheden. Variërend van de programmakosten voor Lelystad Next Level, de ondersteuning van het college, de centrale personeelsbudgetten, de beveiliging van het stadhuis, het bedrijfsrestaurant, telefonie en IT producten, opleiding- en trainingen. Daarnaast zijn er binnen de gereserveerde budgetten binnen taakveld ‘0.8 Overige baten en lasten ‘nog een aantal afwegingen te maken, zoals de vrijval van (een deel van) enkele stelposten.

Een aanzienlijk deel van de lasten binnen dit cluster – met name binnen taakveld 0.4 Overhead’ ligt echter ook vast in de vorm van kapitaallasten voor de gemeentelijke gebouwen, en lasten voor instandhouding en exploitatie van deze gebouwen. Daarnaast bestaan er natuurlijk tal van verplichtingen voor de gemeente als werkgever en heeft bijna 70% van de lasten binnen taakveld 0.4 betrekking op personeel (variërend van de teamleiders en directie, tot aan financieel beheer, juridische zaken, planning en control, concernadvies, P&O en dergelijke).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=1f2ebcf3-cb30-4a83-b591-3b688717cad4