CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

BL Kadernota 2025 - 2028 (versie vóór raadsbehandeling)

Raadsvergadering 2 juli 2024, gemeente LelystadBij agendapunt: 24.158 Kadernota 2025 - 2028 (vervolg) (zie raadsvergadering 18 juni)30.117 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

16

rechtmatig aan te besteden en snelheid te houden, waardoor Lelystad Oost en haar inwoners naar een hoger niveau getild kunnen worden. Voorgesteld besluit: 11. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie uitvoering SPUK Kansrijke Wijk’ de begroting 2025 en de meerjarenraming 2026 bij te stellen met -€100.000.

12

Bijstelling

7.1

Actualisatie Jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar

Bedragen x € 1.000

2025 -268

2026 -268

2027 -268

2028 -268

De werkzaamheden van Icare JGZ (jeugdgezondheidszorg) betreffen de zorg voor alle zuigelingen en peuters in Lelystad volgens het landelijk professioneel kader uitvoering basispakket JGZ (Wet publieke gezondheid). Voor het uitvoeren van de wettelijke taak heeft de gemeente Lelystad in 2024 €1.377.801 beschikbaar. Het doel van het basispakket JGZ is het bevorderen, beschermen en beveiligen van de gezondheid en de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling van jeugdigen van 0-18 jaar, zowel individueel als op populatieniveau. De JGZ voert voor alle kinderen preventieve screenings uit: lichamelijk, cognitief en psychosociaal. JGZ vervult zo een belangrijke rol in vroeg signalering van risico’s, korte interventies en doorverwijzing. In de Gemeente Lelystad zijn er consultatiebureaus op drie fysieke locaties ingericht. De expertise van de jeugdgezondheidszorg is een van de pijlers die helpt voorkomen dat problemen ontstaan of verergeren bij kinderen. De expertise draagt ook bij aan het normaliseren van de situatie in gezinnen. Na signalering van een (risico)situatie of probleem vindt ondersteuning plaats vanuit de preventieve activiteiten op grond van de Jeugdwet. De jeugdarts kan rechtstreeks doorverwijzen naar jeugdhulp. Lelystad is een groeigemeente, waardoor we zien dat er een stijging plaatsvindt in het aantal geboortes in Lelystad.

In 2020 werden er 806 kinderen geboren, de prognose is dat er in 2025 975 kinderen geboren worden en 1.054 in 2028. Dit heeft als consequentie dat er meer consultaties verleend moeten worden. Ondanks dat Lelystad groeit, is het budget om de wettelijk taak geboortezorg JGZ uit te voeren niet meegegroeid. De cijfers uit het verleden laten al zien dat Icare JGZ tekort komt. In de toekomst zal dit tekort verder oplopen. Het gevolg hiervan is dat de geboorte zorg in Lelystad, niet meer als voldoende bestempeld kan worden. Om een duurzame situatie te creëren waarin de druk op de geboortezorg afneemt is het voorstel om voor de subsidie 2025 voor Icare JGZ vast te stellen op basis van de geboorteprognoses van de Gemeente Lelystad en de gemiddelde kosten per kind van €410 voor 2025. De huidige begroting wordt via die weg bijgesteld met €268.000. Voorgesteld besluit: 12. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€268.000.

13

Bijstelling

7.4

Actualisatie bijdrage Omgevingsdienst OFGV

Bedragen x € 1.000

2025 -80

2026 -80

2027 -80

2028 -80

De Kadernota 2025 van de Omgevingsdienst OFGV is opgesteld met de bijdragen van de deelnemers, doorberekend op basis van de KVS 2024-2025-2026 en verhoogd met de jaarlijkse indexatie. In het jaar 2025 zal de herijking van de KVS plaatsvinden voor de volgende KVS-periode van 2027-2028-2029. Conform de vigerende gemeenschappelijke regeling worden salarissen en kosten van inhuur personeel (ongeveer 80% van het begrotingstotaal) verhoogd met de ‘Loonvoet sector overheid’ en de overige kosten (circa 20% van het begrotingstotaal) met de ‘prijs overheidsconsumptie, netto materieel’ uit de septembercirculaire van het gemeentefonds. Per saldo gaat het om een bijstelling ter grootte van €80.000 structureel. Voorgesteld besluit: 13. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage Omgevingsdienst OFGV’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€80.000.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

17

Bijstelling

14

8.2

Actualisatie voorbereidingskrediet Waterfront

Bedragen x € 1.000

2025 -

2026 -

2027 -

2028 -

In 2023 is een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld van €1,4 mln. ten behoeve van: -

Kosten ambtelijke inzet t/m vaststelling grondexploitatie: €700.000 Kosten onderzoek en advies: €700.000

In de vergadering van 5 december 2023 heeft het college besloten om de gebiedsontwikkeling Waterfront gefaseerd ter hand te nemen en te starten met de voorbereiding van als eerste een grondexploitatie voor Meerdijkhaven voor te bereiden. Het bestemmingsplan is in december 2023 ter visie gelegd. Op basis van de ontvangen zienswijzen is extra tijd nodig om tot een vaststelling van het bestemmingsplan te komen. De actuele planning gaat uit van een vaststelling eind 2024 / begin 2025. Ook is in 2024 tijd nodig voor de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan en het opstellen van een beeldregieplan. Op basis van deze uitwerking kan vervolgens een raadsvoorstel worden opgesteld om een grondexploitatie vast te stellen. De doorloop van de voorbereidingstijd in 2024 vraagt om een bijstelling van het in 2023 beschikbaar gestelde voorbereidingskrediet met €0,7 mln.. Het herziene totale voorbereidingskrediet bedraagt dan €2,1 mln. De kosten 2025 en verder worden betrokken bij de opstelling en vaststelling van de grondexploitatie. De voorbereidingskosten worden geactiveerd onder de immateriële activa. Aan dit voorbereidingskrediet zijn geen directe lasten verbonden. De voorbereidingskosten worden te zijner tijd ten laste gebracht van een nieuw vast te stellen grondexploitatie.

Voor zover de voorbereidingskosten in de toekomst niet geheel aan de ontwikkeling kunnen worden toegerekend, worden deze ten laste gebracht van het rekeningresultaat van dat boekjaar. Voorgesteld besluit: 14. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie voorbereidingskrediet Waterfront’ een aanvullend voorbereidingskrediet beschikbaar te stellen ter grootte van €700.000 en deze te zijner tijd toe te rekenen aan de nieuw vast te stellen grondexploitatie.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

18

B. Loon- en prijsontwikkelingen De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan de loon- en prijsontwikkeling. De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting en de inkomsten uit de algemene uitkering worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. De effecten van loon- en prijsstijgingen in het aankomende begrotingsjaar komen terug in de kadernota, als een meerjarig doorwerkende reeks (zowel aan de baten- alsook aan de lastenkant van de begroting). Het te hanteren indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt bepaald door te kijken naar het gemiddelde percentage van de consument prijsindex over het voorgaande begrotingsjaar, het lopende begrotingsjaar en het aankomende begrotingsjaar. De inschatting die in deze kadernota wordt gemaakt is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2024 van het CPB en resulteert voor 2025 in een percentage van 3,2%.

15

Bijstelling

0.61

Actualisatie OZB inkomsten - indexatie en areaal

Bedragen x € 1.000

2025 1.688

2026 1.688

2027 1.688

2028 1.688

De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. Ieder jaar wordt er bij de kadernota een besluit genomen over het indexeren van de totaal te realiseren opbrengst en wordt er gecorrigeerd voor de verwachte uitbreiding van het areaal. Indexatie (batenkant begroting) Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over de jaren 2023, 2024 en 2025, zijnde 3,2%. Deze index over een totaalopbrengst van bijna €30 miljoen resulteert in een bijstelling ter grootte van €959.000 structureel. Areaaluitbreiding (batenkant begroting) Op basis van de vastgestelde en op Lelystad in zicht gepubliceerde prognose van opgeleverde woningen (scenario 2) worden de extra inkomsten voor de OZB woningen geraamd op €246.000 (taakveld 0.61). De extra inkomsten voor de OZB niet-woningen worden op basis van de verwachte vergunningaanvragen geraamd op €597.000 (taakveld 0.62). Dit maakt een totaal van €843.000 structureel met ingang van 2025.

Actualisatieslag daadwerkelijke areaaluitbreiding afgelopen jaren (baten- en lastenkant begroting) De areaaluitbreiding zoals hierboven beschreven wordt ieder jaar geactualiseerd voor de verwachte areaaluitbreiding in het komende begrotingsjaar. In de praktijk zijn de inkomsten structureel hoger uitgevallen doordat het daadwerkelijke areaal groter was dan geprognosticeerd. Deze actualisatieslag leidt tot een structurele meeropbrengst van €725.000 aan de batenkant van de begroting. Daarnaast zijn er in de afgelopen jaren ook diverse gemeentelijke gebouwen bijgekomen, die ook belastingplichtig zijn. Dit moet nog worden meegenomen voor een totaalbedrag van €743.000 aan de lastenkant van de begroting. Vanaf nu worden beide ontwikkelingen jaarlijks gelijktijdig meegenomen in de kadernota. Uitvoering WOZ (lastenkant begroting) Gemeenten zijn belast met de uitvoering van de basisregistratie Waardering Onroerende Zaken (WOZ). De groeiambties van onze gemeente genereren extra inkomsten. Daar staat tegenover dat ook de werkzaamheden toenemen, niet alleen in omvang maar ook in complexiteit. Om de uitvoering van deze wettelijke taken te kunnen blijven continueren zijn extra middelen nodig ter hoogte van €96.000. Voorgesteld besluit: 15.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie OZB inkomsten – indexatie en areaal’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met €1.688.000.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

19

16

Bijstelling

0.7

Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds

Bedragen x € 1.000

2025 6.005

2026 6.005

2027 6.005

2028 6.005

Zowel de lastenkant van de begroting alsook de batenkant van de begroting wordt geraamd in constante prijzen. Ieder jaar wordt bij het opstellen van de kadernota de structurele loon- en prijsstijgingen voor het komende begrotingsjaar betrokken. Aan de inkomstenkant van de begroting betekent dit voor jaarschijf 2025 dat er een totaalbedrag van afgerond €6 miljoen structureel beschikbaar zal komen via de algemene uitkering. Voorgesteld besluit: 16. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met €6.005.000.

17

Bijstelling

0.8

Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2025)

Bedragen x € 1.000

2025 -864

2026 -864

2027 -864

2028 -864

In de loop van 2022 is de inflatie sterk opgelopen, met als gevolg diverse financiële knelpunten - waar in de programmabegroting 2023 - 2026 zo goed als mogelijk op is geanticipeerd. Enerzijds door het actualiseren van de beschikbare budgetten bij significatie prijsstijgingen (denk aan de actualisatie van de energiebudgetten en de kosten voor het groenonderhoud). Anderzijds door het reserveren van middelen om de begroting en gesubsidieerde instellingen te kunnen compenseren voor deze prijsstijgingen. Met ingang van 2024 wordt de reguliere systematiek weer gehanteerd, waarbij het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Voor jaarschijf 2025 wordt hierbij gekeken naar het gemiddelde percentage genomen over de jaren 2023, 2024 en 2025, zijnde 3,2%. Een indexatiepercentage van 3,2% resulteert in een bedrag van afgerond €864.000 structureel (gerekend over een totaalbedrag van afgerond €27.000.000 aan begroting subsidies en -regelingen). Voorgesteld besluit: 17. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – gesubsidieerde instellingen (tranche 2025)’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€864.000.

18

Bijstelling

0.8

Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2025)

Bedragen x € 1.000

2025 -2.912

2026 -2.912

2027 -2.912

2028 -2.912

Gemeenten moeten bij het opstellen van de programmabegroting voor aankomend jaar rekening houden met een structurele stijging van de salarissen. Eind 2023 zijn er CAO afspraken gemaakt met een looptijd tot en met 31 maart 2025. Het effect van de gemaakte afspraken op de realisatie 2024 past nagenoeg precies binnen de daarvoor gereserveerde middelen. De afspraken uit deze CAO werken door in 2025 en naar verwachting zullen er gedurende 2025 nieuwe afspraken worden gemaakt die van kracht zullen worden per 1 april 2025. De ontwikkeling van de loonvoet voor de sector overheid wordt in het Centraal Economisch Plan 2024 ingeschat op 4,4% voor 2025. De daadwerkelijke loonontwikkeling is afhankelijk van nog te voeren onderhandelingen. Een dergelijke stijging van de salarissen met 4,4% op jaarbasis - inclusief doorwerking op de sociale lasten - resulteert in een budgetbeslag van €2.912.000 structureel. Op het moment dat de daadwerkelijke ontwikkeling van de salarissen en sociale lasten hoger of lager uitvalt ten opzichte van deze inschatting wordt het effect daarvan betrokken bij de kadernota 2026 – 2029 (wanneer er opnieuw een inschatting wordt gemaakt voor de ontwikkeling van de lonen en sociale lasten met ingang van 1 januari 2026). Voorgesteld besluit: 18.

Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2025)’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€2.912.000.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

20

19

Bijstelling

0.8

Compensatie inflatie - gemeentebegroting (tranche 2025)

Bedragen x € 1.000

2025 -4.640

2026 -4.640

2027 -4.640

2028 -4.640

In de loop van 2022 is de inflatie sterk opgelopen, met als gevolg diverse financiële knelpunten - waar in de programmabegroting 2023 - 2026 zo goed als mogelijk op is geanticipeerd. Enerzijds door het actualiseren van de beschikbare budgetten bij significatie prijsstijgingen (denk aan de actualisatie van de energiebudgetten en de kosten voor het groenonderhoud). Anderzijds door het reserveren van middelen om de begroting en gesubsidieerde instellingen te kunnen compenseren voor deze prijsstijgingen. Met ingang van 2024 wordt de reguliere systematiek weer gehanteerd, waarbij het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Voor jaarschijf 2025 wordt hierbij gekeken naar het gemiddelde percentage genomen over de jaren 2023, 2024 en 2025, zijnde 3,2%. Een indexatiepercentage van 3,2% resulteert in een bedrag van afgerond €4.640.000 structureel (gerekend over een totaalbedrag van afgerond €145.000.000 aan budgetten die aan inflatie onderhevig zijn, inclusief het sociaal domein). Voorgesteld besluit: 19. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – gemeentebegroting (tranche 2025)’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€4.640.000.

20

Bijstelling

0.8

Exploitatie cultuurinstellingen

Bedragen x € 1.000

2025 -200

2026 -200

2027 -200

2028 -200

De gesubsidieerde culturele instellingen hebben een belangrijke maatschappelijke functie. Veel inwoners maken op verschillende manieren gebruik van deze voorzieningen. Dit neemt niet weg dat de instellingen in financiële zin al vele jaren kwetsbaar zijn. Door de diverse taakstellingen in het afgelopen decennium is hun eigen vermogen dermate gedaald, dat ze niet in staat zijn om financiële tegenvallers of autonome kostenstijgingen zelf op te vangen. In aanvulling op de algemene kostenstijging door inflatie, energie en cao, zien de instelling ook de effecten van het landelijke fair pay beleid op de kosten van culturele producties. Fair pay is een eerlijke beloning voor mensen die professioneel werkzaam zijn in de cultuursector. Hiervoor zijn nu in de sector collectieve tariefafspraken gemaakt voor de beloning van bijvoorbeeld artiesten, technici en makers. Dit heeft echter tot gevolg dat de kosten van de inkoop van voorstellingen en inhuur van cultuurmakers en cultuurondersteuners extra zijn gestegen boven op de inflatie. Daarnaast worden instellingen soms ook geconfronteerd met extra noodzakelijke uitgaven voor bijvoorbeeld toezicht. Hoewel de bezoekcijfers na corona weer duidelijk stijgen, zijn deze nog niet op het niveau voor de pandemie. Het effect op de exploitatie is daarmee nog steeds merkbaar.

Het is voor de cultuurinstellingen niet mogelijk om de diverse kostenstijgingen door te berekenen aan het publiek omdat dit ook rechtstreeks een effect heeft op de bereikbaarheid van en deelname aan cultuur voor grote groepen in de samenleving. Bij de bibliotheek is voor grootste groep gebruikers (tot 18 jaar) de dienstverlening zelfs gratis. Voor 2024 is eenmalig budget vrijgemaakt om de culturele infrastructuur bij hun exploitatie te ondersteunen. De kostenstijging voor de instellingen heeft echter een structureel karakter en vraagt daarmee om een structurele oplossing. Voorgesteld besluit: 20. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Exploitatie cultuurinstellingen’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€200.000.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

21

C. Gemeentefonds De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan mutaties binnen de uitkeringen die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds. Gemeenten worden doorgaans drie maal per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds (in de mei-, september- en decembercirculaire). De meicirculaire 2024 verschijnt traditiegetrouw rond 1 juni en zal dan doorgerekend en geanalyseerd moeten worden. De raad zal via een informatienota worden geïnformeerd over de inhoud van deze circulaire. 21

Bijstelling

0.7

Afschaffen 'opschalingskorting'

Bedragen x € 1.000

2025 -3.238

2026 3.238

2027 3.238

2028 3.238

In verband met de onderhandelingen om te komen tot een nieuw kabinet heeft het demissionaire kabinet dit jaar de publicatie van de Voorjaarsnota vervroegd naar maandag 15 april. Onderdeel van de voorstellen is het afschaffen van de zogeheten ‘opschalingskorting’. Met ingang van 2026 neemt de algemene uitkering als gevolg hiervan structureel toe met een bedrag van €675 miljoen. Voor Lelystad gaat het om bovenstaande bedragen, die via de meicirculaire 2024 gecommuniceerd zullen worden. Onderdeel van de besluitvorming in de Voorjaarsnota is echter ook het naar voren halen van de nieuwe financiering systematiek, wat per saldo zorgt voor een negatief effect in de eerste jaarschijven. Dit negatieve effect is vervolgens wel deels gecompenseerd, maar niet voor jaarschijf 2025. Per saldo leidt dit tot een korting van €675 miljoen in 2025. De informatie uit de Voorjaarsnota is echter niet op alle punten even duidelijk. Er worden namelijk diverse mutaties doorgevoerd, die per saldo resulteren in bovenstaande macro bedragen (die in totaliteit in omvang vervolgens gelijk zijn aan het afschaffen van de opschalingskorting). Wat niet duidelijk wordt is welke uitgangssituatie is gehanteerd. Meer specifiek gaat het dan om de vraag of er een vergelijking wordt gemaakt met de Macro Economische Verkenningen 2023 of met het Centraal Economisch Plan 2024.

In hoeverre het uiteindelijke effect afwijkt van bovenstaande bedragen is nog niet aan te geven. De precieze uitwerking van deze afspraken zal worden opgenomen in de meicirculaire 2024. Voorgesteld besluit: 21. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Afschaffen ‘opschalingskorting’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met de volgende bedragen: -€3.238.000 in 2025 en €3.238.000 met ingang van 2026.

22

Bijstelling

0.7

Doorwerking mei- en septembercirculaire 2024

Bedragen x € 1.000

2025 PM

2026 PM

2027 PM

2028 PM

In de huidige meerjarenraming vormt de septembercirculaire 2023 de basis voor wat betreft de raming van de inkomsten die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds. Met het verschijnen van de mei- en septembercirculaire 2024 zal deze raming nog gewijzigd worden. 1. Ravijnjaar 2026 en verder Op dit moment wordt er gediscussieerd over de te hanteren normeringsystematiek. Het inmiddels demissionaire kabinet heeft enkele jaren geleden besloten de zogeheten 'trap op / trap af' systematiek buiten werking te stellen met ingang van 2026. Tegelijkertijd is er een aanzienlijke korting toegepast op de structurele bijdrage die met ingang van dat jaar naar gemeenten komt. Deze korting zit reeds verwerkt in de raming en is primair de oorzaak van het structurele begrotingstekort dat zich met ingang van 2026 voordoet. Op het moment dat een nieuw kabinet zou besluiten tot een andere systematiek - of een andere vorm van compensatie toe zal kennen - zal dat zorgen voor meer financiële ruimte binnen de meerjarenraming. Door het afschaffen van de ‘opschalingskorting’ (zie bijstelling hierboven) is het ravijnjaar verkleind van €3 miljard naar €2,3 miljard. 2. Herijking gemeentefonds Wat verder nog speelt is de herijking van het gemeentefonds. Er worden op dit moment nog onderzoeken uitgevoerd.

Voor Lelystad is er sprake van een risico, aangezien de voorlopige herijking een structureel nadeel opleverde. Het maximale risico is zo’n -€1,2 miljoen in 2026, -€2,4 miljoen in 2027 en -€3,2 miljoen met ingang van 2028. Let wel: dit zou de situatie zijn bij het volledig en ongewijzigd doorvoeren van het

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

22

herijkte model op de kortst mogelijke termijn (-€15 per inwoner in 2026, -€30 per inwoner in 2027 en -€40 per inwoner met ingang van 2028). Zo'n traject kent doorgaans een lange doorlooptijd en het is onzeker wat daar uit komt. 3. Reguliere actualisatie binnen iedere circulaire De raming van de algemene uitkering wordt iedere circulaire geactualiseerd. Het gaat daarbij niet alleen om de actualisatie van lokale maatstafeenheden (bijvoorbeeld het aantal inwoners, ouderen, jongeren, areaal en dergelijke), maar ook om de actualisatie van de landelijke aantallen. Het totaal aan algemene uitkering te verdelen bedrag blijft daarbij gelijk: een stijging van het aantal inwoners in Nederlands zorgt op zichzelf dus niet voor een hogere algemene uitkering (hiervoor wordt gecorrigeerd via een verlaging van de uitkeringsfactor). Naast deze actualisatie wordt iedere circulaire gecorrigeerd voor daadwerkelijke loon- en prijsontwikkelingen en de verwachte ruimte onder het plafond van het BTW- compensatiefonds. Deze actualisaties kunnen resulteren in voor- of nadelen ten opzichte van de huidige meerjarenraming. Voorgesteld besluit: 22. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Doorwerking mei- en septembercirculaire 2024’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 vooralsnog niet bij te stellen, in afwachting van de mei- en septembercirculaire 2024.

23

Bijstelling

0.7

Problematiek achterblijvende volumeindex algemene uitkering

Bedragen x € 1.000

2025 PM

2026 PM

2027 PM

2028 PM

Op dit moment wordt de ontwikkeling van de algemene uitkering - het zogeheten accres - nog gesplitst in twee onderdelen: een loon-/ prijsindex en een volume index via de trap op / trap af systematiek. Via die weg ontvangen gemeenten dekking voor autonome kostenstijgingen. De indexatie voor het volumedeel wordt vanaf 2027 echter gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De (gemiddelde) ontwikkeling van het bbp ligt doorgaans een stuk lager dan de daadwerkelijke kostenontwikkeling waar gemeenten zich mee geconfronteerd zien. In de nieuwe situatie ontvangen gemeenten te weinig compensatie via het gemeentefonds om dit soort kostenstijgingen te dekken. Eigenlijk gaat het hierbij grotendeels om de onderwerpen die ieder jaar terugkomen als bijstellingen binnen de categorie onontkoombaar / actualisaties. Op het moment dat hier geen nadere afspraken over worden gemaakt zal dit betekenen dat het voorzieningenniveau jaar in jaar uit verder onder druk zal komen te staan. In de Voorjaarsnota van het demissionaire kabinet is opgenomen dat – naast het afschaffen van de opschalingskorting – de nieuwe financieringssystematiek naar voren wordt gehaald. Het nadelige effect van deze systematiek wordt daardoor ook zichtbaar in de eerste jaarschijven.

Deze aanpassing leidt met name in de jaren 2024 en 2025 tot nadelige effecten. In de Voorjaarsnota valt te lezen dat dit nadelige effect voor 2024 volledig zal worden gecompenseerd, maar dat er in 2025 slechts voor de helft wordt gecompenseerd. Per saldo resulterend in een nadeel ter grootte van €675 miljoen in 2025, zie ook de toelichting onder bijstelling 21. De nieuwe financieringssystematiek is gebaseerd op de gemiddelde ontwikkeling van het bbp. Zo zal er voor jaarschijf 2028 naar verwachting nog zo’n €2,5 miljoen aan structurele volume index beschikbaar komen. Dit terwijl er in de jaren daarvoor – op basis van de vorige systematiek – steevast het dubbele beschikbaar kwam in de nieuw toegevoegde jaarschijf. Gemeenten hebben deze middelen nodig als dekking voor de autonome kostenontwikkelingen, denk aan de volumegroei binnen de Wmo en als dekking voor de kosten die verband houden met het op peil houden van het voorzieningenniveau (bij een stijgend aantal inwoners). De VNG is hierover in gesprek met het demissionaire kabinet en probeert invloed uit te oefenen op de partijen die op dit moment onderhandelen over een nieuw kabinet. Op basis van de Voorjaarsnota die op 15 april is gepubliceerd worden er in ieder geval middelen gereserveerd voor het aanvullend kunnen indexeren van de Wmo uitgaven (€75 miljoen in 2026, €150 miljoen in 2027 en €225 miljoen in 2028).

Een nadere uitwerking van hoe dit in de praktijk beschikbaar zal worden gesteld moet echter nog worden opgesteld. Voor de bredere problematiek die deze gewijzigde systematiek met zich meebrengt is echter nog geen oplossing. Het is ook niet duidelijk of die oplossing er wel komt.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

23

Voorgesteld wordt om de ontwikkelingen af te wachten en de ingeschatte volume index vooralsnog niet te ramen. Op het moment dat er meer duidelijkheid is over de definitieve afspraken wordt het effect betrokken bij de programmabegroting 2025 – 2028. Het is hierbij ook van belang om te kijken naar de ontwikkeling van de lastenkant van de begroting, bijvoorbeeld omdat er bij de ontwikkeling van de Wmo uitgaven reeds rekening wordt gehouden met een (beperkte) volumegroei. Voorgesteld besluit: 23. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Problematiek achterblijvende volume index algemene uitkering’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 vooralsnog niet bij te stellen, in afwachting van de mei- en septembercirculaire 2024.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

24

D. Overig Gezien de financiële krapte binnen het meerjarenperspectief beperkt deze kadernota 2025 – 2028 zich tot onontkoombare bijstellingen en actualisaties. Het onderscheid tussen wat redelijkerwijs als onontkoombaar beschouwd moet worden is soms lastig te maken. De verplaatsing van 4 Fusion is al eerder onderwerp van gesprek geweest en wat het college betreft is dit een ontwikkeling die – strikt gezien wellicht niet onontkoombaar is – maar wel doorgang moet vinden. 24

Bijstelling

6.1

Verplaatsing 4 Fusion

Bedragen x € 1.000

2025 -39

2026 -39

2027 -39

2028 -39

In 2022 heeft de gemeenteraad de locatie Dubbelop aan het Wold toegevoegd aan de ontwikkellocaties. Daarbij is middels raadsbesluit van 15 februari 2022 tevens een amendement vastgesteld: In het onderzoek mee te nemen op welke manier de huidige huurder van Wold 11-08, 4Fusion, ofwel geïntegreerd wordt in de bouwplannen, ofwel verplaatst kan worden naar een andere locatie die voldoende passend is om hun aanbod op dezelfde voet voort te kunnen zetten. In mei 2023 heeft het college daarnaast besloten om het project Wold dubbelop aan te wijzen als turbolocatie en daarnaast een CPO-initiatief toe te staan op het nabijgelegen perceel. De verplaatsing van stichting 4 Fusion naar het Woldpark blijft onderdeel uitmaken van de totale, aangepaste opdracht. Genoemde besluitvorming heeft tot gevolg dat er in en rond het Woldpark momenteel sprake is van 3 concrete projecten: 1. Het realiseren van 49 appartementen op de (turbo)locatie DubbelOp 2. Het realiseren van een kleinschalig CPO- initiatief 3. Het verplaatsen Stichting 4 Fusion van de huidige locatie (DubbelOp) naar het Woldpark Uitgangspunt De verplaatsing van stichting 4 Fusion van de huidige locatie naar het Woldpark (en voor een deel naar een locatie aan de Bosweg) is noodzakelijk om woningen te kunnen realiseren.

Door middel van dit kadernota voorstel worden het hiervoor benodigde investeringskrediet en de structurele budgetten aangevraagd. Zonder het toekennen van een investeringskrediet en de structurele budgetten kan de grondverkoop en woningbouwontwikkeling op de locatie DubbelOp niet plaatsvinden, in uitvloeisel van het vastgestelde amendement van 15 februari 2022. Er staan echter ook opbrengsten tegenover Het 1e project betreft een ontwikkelproject met grondverkoop ten behoeve van de realisatie van 49 appartementen. Op basis van de huidige plannen en de nog te sluiten anterieure overeenkomst zal de verwachte grondopbrengst ca. € 1,7 miljoen bedragen. Dit project kent daarmee een positief resultaat. Dit positieve resultaat is niet verwerkt in deze kadernota omdat het pas gerealiseerd kan worden wanneer de verplaatsing van 4 Fusion geregeld is (waarvoor dit kadernota voorstel wordt ingediend) en de anterieure overeenkomst definitief en ondertekend is. Het 2e project betreft een kleinschalig ontwikkelproject van ongeveer 8 grondgebonden woningen met grondverkoop aan een CPO- initiatiefnemer. Hiervoor zal een grondexploitatie worden opgesteld. Uitgangspunt is een minimaal sluitende grondexploitatie maar gezien het stadium waarin dit project zich bevindt is hier nog geen duidelijkheid over te geven.

Argumenten 4 Fusion vervult al sinds 2015 een maatschappelijke behoefte en er is een breed draagvlak voor deze stichting. 4 Fusion zet zich met name in voor jongeren in de leeftijd van 4 tot 27 jaar die in ons huidige schoolsysteem en/of maatschappij vastlopen of dreigen uit te vallen. Inmiddels zijn stevige verbindingen en samenwerkingen aangegaan met o.a. scholen, bedrijven en Gemeente Lelystad die zorgen voor groei. Om de groei van 4 Fusion te kunnen faciliteren is in de toekomst een groter terrein en onderkomen noodzakelijk. Waar nu gebruik wordt gemaakt van een terrein van 1752m2 is, grondgebruik van in totaal 3200m2 of meer, dringend gewenst. Deze gevraagde ruimte is in het Woldpark ruimtelijk niet in te passen, hier kan een terrein van 2000m2 beschikbaar worden gesteld. Om in te kunnen spelen op toekomstige behoefte is de wens de activiteiten van 4 Fusion op twee plaatsen in Lelystad voort te zetten. In Lelystad

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

25

oost in het Woldpark en in Lelystad west aan de Bosweg. Om een start van de activiteiten in Lelystad west mogelijk te maken is een locatie gevonden aan de Bosweg, naast de bestaande stadsweides. Een te verhuren perceel met een oppervlakte van 1800-2000 m2 zou dan een uitstekende opstart zijn. Deze locatie is met name geschikt voor het onderbrengen van de dieren, die door de beperkte oppervlakte in het Woldpark, elders moeten worden gehuisvest. Het verplaatsen van stichting 4 Fusion naar het Woldpark en een aanvullende locatie aan de Bosweg, inclusief de realisatie van een nieuw, duurzaam, onderkomen vraagt om een investering en ten gevolge daarvan ook structurele budgetten. Kostenraming/ benodigd investeringskrediet Op basis van de indicatieve kostenraming is een totale investering van €1.341.000, (inclusief de fiscale consequenties zoals btw) noodzakelijk ten behoeve van planvorming, bouwrijp maken, ontwerp- en advieskosten, bouwkundige kosten en terreininrichting etc. De aan de investering verbonden structurele lasten voor rente en afschrijving bedragen met ingang van 2025 €22.350. Vanuit de nota waarderen, activeren en afschrijven 2024 is een afschrijvingstermijn van 60 jaar voor duurzame bedrijfsgebouwen mogelijk. Uitgangspunt is dat dit gebouw aan de duurzaamheidseisen voldoet. Het te realiseren vastgoed blijft eigendom van de gemeente.

Naast de afschrijving van €22.350 zijn de hieraan verbonden structurele eigenaarslasten: belastingen en heffingen €8.575, verzekeringspremie €1.341 en storting voorziening groot onderhoud €9.100. De structurele lasten bedragen met ingang van 2025 totaal €41.366 (incl. BTW, BTW is niet verrekenbaar of compensabel). Hierbij is voorzichtigheidshalve uitgegaan van een maatschappelijke jaarlijkse huurprijs van € 2.500, conform de huidige huisvestingskosten van 4 Fusion. Kanttekeningen Bij niet toekennen van het gevraagde investeringskrediet en de structurele budgetten kan er geen uitvoering gegeven worden aan het raadsbesluit van 15 februari 2022 en het daarbij vastgestelde amendement. In dat geval kan er ook geen sprake zijn van ( turbo-) woningbouwontwikkeling op de voormalige DubbelOp locatie. Een eventuele bijstelling van het totale investeringskrediet -o.a. na eventuele toekenning van de aangevraagde VHF bijdrage- en de structurele lasten en baten kan in de Programmabegroting 2025 2028 worden opgenomen. In dit voorstel worden dan de werkelijke investering, de eventuele bijdrage vanuit het VHF, mogelijk andere (rijks) bijdragen en de nadere uitwerking van de huurvergoeding door 4 Fusion verwerkt. Risico -

-

Noodzakelijke investeringskosten blijken hoger dan geraamd door bijvoorbeeld marktwerking Continuïteit 4 Fusion als gevolg van te weinig opdrachten en daardoor mogelijk beëindigen activiteiten Dekking gebruikerslasten door 4 Fusion

Gevolg - Er is onvoldoende budget beschikbaar, een verzoek tot aanvullen van het investeringskrediet volgt dan -

Leegstand van gemeentelijk vastgoed

-

Extra structurele lasten voor gemeente

Voorgesteld besluit: 24a. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Verplaatsing 4 Fusion’ een investeringskrediet ter grootte van €1.341.000 beschikbaar te stellen. 24b. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Verplaatsing 4 Fusion’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€39.000.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

26

4.

Inzet incidentele middelen

Vanuit het financieel toezicht is het van belang om onderscheid te maken tussen baten en lasten die structureel van karakter zijn (en dus jaar in jaar uit terugkeren) en incidenteel van karakter zijn (en dus maar voor enkele jaren van toepassing zijn). Achterliggende reden hiervoor is dat moet worden voorkomen dat structurele lasten gedekt worden door incidentele baten en er daarmee geen sprake is van structureel begrotingsevenwicht. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen structurele bijstellingen (zie vorige hoofdstuk) en bijstellingen die incidenteel van karakter zijn (dit hoofdstuk). In de programmabegroting 2024 – 2027 is reeds aangegeven dat er wordt gewerkt aan diverse gebiedsontwikkelingen, die in de basis niet dekkend zijn. Tegelijkertijd is aangegeven dat de beschikbare incidentele ruimte beperkt is en dat er keuzes gemaakt moeten worden. De raad heeft om die reden het besluit genomen dat er in de kadernota 2025 – 2028 een integrale afweging gemaakt moet worden. Dit hoofdstuk maakt de nu bekende gebiedsontwikkelingen inzichtelijk, waarbij een voorstel wordt gedaan voor de inzet van de beschikbare incidentele middelen.

Wat is beschikbaar? Op basis van de huidige inzichten zal de reserve ontwikkeling stad met een bedrag van €10.594.000 aangezuiverd kunnen worden bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2023 4. Hierbij moet wel opgemerkt worden dat er nog een bedrag van €12.073.829 benodigd is voor dekking van de – reeds door de raad vastgestelde – ambities uit het raadsakkoord. Met de toevoeging van deze middelen is er per saldo dus nog zo’n €1,48 miljoen benodigd aan toekomstig rekeningresultaat deze bestuursperiode 5. Op dit moment zit er nog zo’n €329.000 aan onbeklemde ruimte binnen de reserve ontwikkeling stad.

Wat is benodigd?

Bijstelling

Er zijn op dit moment een tweetal concrete gebiedsontwikkelingen die vragen om incidentele dekking. Het gaat om de cofinanciering voor het Volkshuisvestingsfonds en de ontwikkelingen met betrekking tot Campus Midden. Het gaat om een totaal benodigd bedrag ter grootte van €11.917.000.

Inventarisatie gebiedsontwikkelingen

26 27

Cofinanciering Volkshuisvestingsfonds Campusgebied Midden

-8.071 -3.846

Totaal incidenteel benodigd

-11.917

Totaal (bedragen x €1.000)

Naast bovenstaande ontwikkelingen wordt er ook gewerkt aan de gebiedsontwikkelingen ZuiderC en Waterfront Kust. De fase waarin beide gebiedsontwikkelingen zich bevinden maken dat er nu nog geen harde inschatting te geven is van de noodzaak tot het beschikbaar stellen van aanvullende incidentele middelen. Dat is namelijk afhankelijk van de fasering van beide projecten en de nog te maken keuzes, bijvoorbeeld binnen de vaststelling van een stedenbouwkundig plan.

Wat wordt voorgesteld? Zoals gezegd bedraagt de onbeklemde ruimte binnen de reserve ontwikkeling zo’n €329.000. Het deel van het rekeningresultaat dat toegevoegd wordt aan de reserve is nodig ter dekking van de reeds besloten ambities uit het raadsakkoord. In bijlage 3 wordt ingegaan op de mogelijkheden en onmogelijkheden om incidentele dekking vrij te spelen. Wat het college betreft zijn de opties ‘interen op het weerstandsvermogen’ en ‘anticiperen op toekomstige rekeningresultaten’ niet opportuun. Wat wel een reële oplossingsrichting kan zijn is om de incidenteel beklemde middelen voor de bouw van een nieuwe sporthal vrij te geven binnen de reserve ontwikkeling stad.

4 Zie bijlage 2 voor een toelichting op het jaarrekeningresultaat 2023 op hoofdlijnen. 5 In de programmabegroting 2023 – 2026 is geanticipeerd op positieve rekeningresultaten in deze bestuursperiode, voor een

totaalbedrag van €25 miljoen (hoofdzakelijk als gevolg van de incidentele verkoop van enkele bedrijfskavels en de daar indirect uit voortkomende incidentele inkomsten uit omgevingsvergunningen).

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

27

25

Bijstelling

(bedrag x € 1.000)

Opheffen beklemming 'investeren in sportaccomodaties'

Totaal 12.000

Als onderdeel van het raadsakkoord is de afspraak gemaakt om een bedrag van €12 miljoen te beklemmen binnen de reserve ontwikkeling stad. De gedachte hierachter was dat deze ‘dekkingsreserve’ dan op termijn vrij zou kunnen vallen ter gedeeltelijke dekking van de structurele kapitaallasten die voortvloeien uit een dergelijke investering. Deze constructie via een dekkingsreserve wordt vanuit het BBV niet op voorhand verboden, maar het is niet gebruikelijk. Bij dergelijke investeringen is het gebruikelijk dat de raad een investeringskrediet beschikbaar stelt en dat de uit deze investering voortvloeiende kapitaallasten van dekking worden voorzien in de meerjarenraming. In bijlage 1 worden alle beleidsvoornemens benoemd waar geen dekking voor beschikbaar is. Het onderwerp ‘Nieuwbouw sporthal’ staat daar ook in benoemd, waarbij het totaal benodigde investeringskrediet wordt ingeschat op €29.890.283, exclusief de kosten voor het bouwrijp maken en de inrichting van de buitenruimte. Dit resulteert in een kapitaallast ter grootte van afgerond -€495.000 per jaar. De geschatte kosten voor de exploitatie worden door het Sportbedrijf ingeschat op afgerond €625.000 per jaar. Er is reeds €175.000 aan structurele dekking beschikbaar, wat maakt dat er op termijn nog minimaal €945.000 aan structurele dekking benodigd is.

Gezien de structurele tekorten binnen het financieel perspectief ziet het college op dit geen mogelijkheden om op korte termijn over te gaan tot een dergelijk investeringsbesluit. De reeds beklemde incidentele middelen ter grootte van €12 miljoen kunnen weer beschikbaar gemaakt worden binnen de reserve ontwikkeling stad, zodat er in totaal afgerond €12,5 miljoen aan onbeklemde ruimte ontstaat. Hierdoor ontstaat de benodigde ruimte om te voldoen aan de cofinanciering voor het Volkshuisvestingsfonds en is er dekking om Campusgebied Midden tot ontwikkeling te brengen. Voorgesteld besluit: 25. Op basis van bovenstaand voorstel de beklemming van €12 miljoen binnen de reserve ontwikkeling stad op te heffen.

26

Bijstelling

(bedrag x € 1.000)

Cofinanciering Volkshuisvestingsfonds

Totaal -8.071

In mei 2021 is er door de gemeente Lelystad een, met Centrada opgestelde, aanvraag gedaan voor het Volkshuisvestingsfonds (hierna VHF). Deze aanvraag is in juli 2021 door het Rijk toegekend en geeft gemeente Lelystad de mogelijkheid om een fysieke impuls te geven aan de leefbaarheid en de woningverbetering binnen Lelystad Oost. Mede als gevolg van deze toekenning en het zichtbaar worden van de problematiek binnen Lelystad Oost heeft Lelystad Oost daarna haar plek gekregen binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid en ook de status van Focus Wijk. Een unieke kans waarbij het Rijk niet alleen aandacht geeft, maar ook veel financiële en overige middelen beschikbaar stelt. De 39 miljoen van het VHF was het begin, daarna volgden de andere programma's (inclusief subsidie) als Preventie met gezag, School en omgeving, Nationaal isolatie Programma en natuurlijk Kansrijke Wijken. Het rijk stelt zich daarbij op het standpunt dat er ook vanuit de gemeente zelf middelen beschikbaar moeten worden gesteld voor deze integrale wijkaanpak. Deze eerste impuls binnen het VHF is echter niet genoeg om alles aan te pakken. Daarom is in juli 2023 de 2e tranche opengesteld vanuit het Rijk. Hiervoor hebben wij als gemeente een aanvraag gedaan waarbij de cofinanciering gedekt zou worden vanuit de investering in maatschappelijk vastgoed.

Ons doel was om subsidie te ontvangen voor de aanpak van de problematiek rond Vereniging van Eigenaars (denk aan Bastion) en maatschappelijk vastgoed (denk aan buurthuizen en scholen). Deze aanvraag is op de wijze van cofinanciering in december 2023 afgewezen. Het rijk stelt in februari 2024 de 3e tranche van deze regeling open. Voor Lelystad is dit een grote kans om alsnog de gewenste ontwikkeling in de meest kwetsbare wijken van Lelystad Oost door te zetten en effectief aan te pakken. Het is de kans om naast de grondgebonden woningen (lees eengezinswoningen) en de openbare ruimte, nu ook de appartementen (lees VvE's) en het maatschappelijk vastgoed aan te pakken.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

28

De inzet van cofinanciering is cruciaal voor de voortgang van het programma Lelystad Oost. Voor Lelystad is dit op dit moment de grootste opgave. Het ontbrekende deel van de cofinanciering van de 1e tranche, destijds is door de raad de helft van de cofinanciering beschikbaar gesteld, en de benodigde middelen voor de 3e tranche maakt dat we nu op een kantelpunt staan. Pakken we door en maken we echt werk van de integrale wijkaanpak en doorbreken we de neerwaartse spiraal, krijgen we daarvoor ook de maximale middelen vanuit het Rijk die noodzakelijk zijn voor de aanpak in deze 4 wijken. Tijdens de raadsvergadering van 26 maart 2024 heeft de raad het principebesluit genomen om de aanvullend benodigde cofinanciering voor de subsidie uit het Volkshuisvestingsfonds beschikbaar te stellen vanuit de reserve ontwikkeling stad. Hiervan is afgerond €5,6 miljoen bestemd voor de 30% cofinanciering voor de 1ste tranche en afgerond €2,5 miljoen bestemd voor de 30% cofinanciering voor de 3de tranche. Voorgesteld besluit: 26. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Cofinanciering Volkshuisvestingsfonds’ een bedrag van €8.071.000 te beklemmen binnen de reserve ontwikkeling stad.

27

Bijstelling

(bedrag x € 1.000)

Campusgebied Midden

Totaal -3.846

Campusgebied Midden is een woningbouw ontwikkeling van tenminste 416 woningen (maximaal 1000 woningen) binnen de Centrumzone. In december 2022 heeft de raad voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld voor de doorontwikkeling van Campusgebied Midden. In januari 2024 is de Nota van Uitgangspunten voor het gebied vastgesteld door de raad. Deze Nota dient als de onderlegger voor de in maart 2024 uit te zetten tender. De selectieleidraad voor deze tender is in februari 2024 vastgesteld door het college. De grondexploitatie Campusgebied Midden wordt in mei 2024 voorgelegd aan de raad onder voorbehoud dat deze bijstelling in de kadernota 2025 – 2028 wordt vastgesteld. De doorontwikkeling van Campusgebied Midden draagt bij aan de groeiende centrumzone en stedelijkheid van de centrale as van Lelystad. Daarnaast is het gebied een belangrijke verbinder van het Centrum met de toekomstige ontwikkeling ZuiderC. Daarnaast verbindt het Lelystad met Almere via een langzaam-verkeers-route. Het gebied is het begin van het Lelystadse Centrum waardoor het gebied zich leent als eerste indruk van de stad. Daarnaast kunnen er 416 tot 1000 woningen landen in het gebied, waarbij de nadruk ligt op het realiseren van betaalbare woningen. Deze woningen zijn nodig voor de beoogde groei van de stad Lelystad. De onontkoombare lasten zijn circa €3,85 miljoen.

Deze lasten zijn het gevolg van de sloopkosten en boekwaarde van de Rietlanden die in de grondexploitatie Campusgebied Midden moeten landen van circa €2,1 miljoen en een kwalitatief hoogwaardige parkeeroplossing. In een eerder raadsbesluit uit januari 2017 is besloten dat de sloopkosten en boekwaarde van de voormalige school De Rietlanden in de grondexploitatie van de toekomstige ontwikkelingen moeten landen. Het uitgangspunt van het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige parkeeroplossing is eerder benoemd in de Nota van uitgangspunten Campusgebied Midden, die in januari 2024 is vastgesteld door de Raad. De grondexploitatie Campusgebied Midden is gebaseerd op het door de raad vastgestelde minimale programma van 416 woningen. Echter kan een nog te selecteren ontwikkelaar mogelijk een groter woningbouwprogramma realiseren dat tot een gewijzigd (positiever) resultaat kan leiden. Er wordt nu afgerond €3,8 miljoen aangevraagd, zodat de woningbouwontwikkeling van het Campusgebied Midden mogelijk gemaakt kan worden. Wanneer er geen aanvullende incidentele dekking beschikbaar komt dan kan de ontwikkeling niet plaatsvinden.

Daarnaast is het dan zo dat indien er binnen 5 jaar geen middelen beschikbaar worden gesteld de voorbereidingskosten, waaronder het voorbereidingskrediet van €1 miljoen en het aanvullend krediet van circa €2 miljoen voor de sloopkosten en boekwaarde van de Rietlanden alsnog ten laste komen van het rekeningresultaat van dat boekjaar. Tegelijkertijd zal dan de tijdelijke parkeerplaats Porteum in stand gehouden moeten worden. Voorgesteld besluit: 27. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Campusgebied Midden’ een bedrag van €3.846.000 te beklemmen binnen de reserve ontwikkeling stad.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

29

5.

Proces om te komen tot een sluitend perspectief

Zoals in de voorgaande hoofdstukken valt op te maken is er de hoop dat het nieuwe kabinet gemeenten deels tegemoet zal komen. Dat is echter allerminst zeker en ook al zullen er op onderdelen aanvullende afspraken gemaakt kunnen worden, zal er alsnog fors bezuinigd moeten worden. Dit hoofdstuk omvat een procesvoorstel om in het komende half jaar tot een sluitend perspectief te komen. Dit procesvoorstel ligt in lijn met het advies van de VNG, waarin gemeenten worden opgeroepen ombuigingsmogelijkheden in beeld te brengen – maar deze vooralsnog niet in te boeken. De bezuinigingsopgave zoals die er nu ligt – na actualisatie in deze kadernota – zal uitkomen op een bedrag dat schommelt rond de €17 miljoen structureel. Het spreekt voor zich dat het een grote opgave is om een dergelijk bedrag om te buigen op een begrotingstotaal van ruim €320 miljoen structureel6. De organisatie is na afronding van het proces ‘Zero Based Begroten’ gevraagd om theoretische ombuigingsmogelijkheden uit te werken. Aan de voorkant worden er geen belemmeringen opgelegd, om de lijst met potentiële ombuigingsmogelijkheden zo groot mogelijk te houden.

Het college koerst erop de raad nog voor het zomerreces (uiterlijk dinsdag 2 juli) een concreet voorstel aan te bieden, dat bestaat uit de volgende vijf elementen: 1) Aframen budget – structurele onderbesteding / ruimte binnen de budgetten Er wordt een analyse uitgevoerd naar alle budgetten binnen de gemeentebegroting, waarbij gekeken wordt naar structurele onderbesteding in de jaren 2021, 2022 en 2023. Daar waar zogezegd ‘lucht’ in de begroting zit wordt dit structureel afgeraamd. Wanneer er sprake is van structurele meeropbrengsten ten opzichte van de begroting zal dit ingeboekt worden, denk aan bijvoorbeeld de inkomsten uit omgevingsvergunningen en de toeristenbelasting. Ook wordt er gekeken naar de beschikbare budgetten voor het kunnen indexeren van de gemeentebegroting / gesubsidieerde instellingen. De insteek is om hier echt selectief mee om te gaan en alleen budgetten te indexeren waarbij redelijkerwijs niet aan een stijging van kosten valt te ontkomen. Indicatie bijdrage aan de totale opgave: tussen de €2 - €4 miljoen. 2) Aframen budget – temporisering in reeds beschikbaar gestelde budgetten / ambities In het raadsakkoord is er voor ruim €4 miljoen aan structureel budget beschikbaar gesteld voor diverse afspraken. Zoals blijkt uit de tussentijdse evaluatie zijn nog niet alle afspraken opgepakt / moeten er nog een aantal afspraken verder worden uitgewerkt.

Denk aan het openlucht natuurzwembad, het aanvullend investeren in bestaande wijken en de versterking van de ombudsfunctie. De overweging die gemaakt kan worden is om op onderdelen te temporiseren, aangezien het niet inzetten van deze middelen een directe bijdrage kan leveren aan de terugdringing van het structurele begrotingstekort. Indicatie bijdrage aan de totale opgave: tussen de €0,5 - €1,5 miljoen. 3) Aframen budget – taken uitgevoerd in medebewind De gemeente voert een verscheidenheid van taken uit in medebewind. Conform het advies van de VNG wordt er bij het inventariseren van ombuigingsmogelijkheden nadrukkelijk gekeken naar de uitvoering van deze wettelijke taken. Er zit echter wel verschil in dit soort taken wat betreft de mogelijkheden die gemeenten hebben in termen van beleidsvrijheid en beïnvloedbaarheid van de budgetten. Een inwoner die voldoet aan de criteria om in aanmerking te komen voor een bijstandsuitkering zal deze uiteraard niet geweigerd worden. Wel zijn er bij diverse andere wettelijke taken afwegingen te maken in de uitvoering. De Raad voor het Openbaar Bestuur heeft daar een onderzoeksrapport over geschreven, waarbij het concept van gemeentelijke ‘beleidsvrijheid’ van een duiding wordt voorzien 7. Tegelijkertijd moet hierbij bedacht worden dat het concept ‘beleidsvrijheid’ wat anders is dan ‘beïnvloedbare ruimte’.

6 De structurele baten en lasten binnen de gemeentebegroting zijn binnen het proces van ‘Zero Based Begroten’ opgesplitst in

afzonderlijke activiteiten, die vervolgens van een duiding zijn voorzien. Het gaat daarbij jaarlijks om een totaalbedrag van afgerond €311 miljoen aan baten en €322,5 miljoen aan lasten (inclusief personele inzet ter grootte van €62,5 miljoen). De incidentele baten en lasten binnen de gemeentebegroting zijn voor de overzichtelijkheid buiten beschouwing gelaten in dat proces. 7 Zie: https://www.raadopenbaarbestuur.nl/documenten/publicaties/2019/03/14/advies-beleidsvrijheid-geduid

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

30

Op basis van het in- en overzicht dat is ontstaan vanuit het proces ‘Zero Based Begroten’ is alvast een eerste analyse gemaakt van de diverse clusters binnen de gemeentebegroting, om een gevoel te krijgen bij de onderwerpen waarover gesproken kan worden bij de inventarisatie van ombuigingsmogelijkheden. In bijlage 4 wordt deze samenvatting gegeven, waarbij meteen een aantal kanttekeningen worden geplaatst waar in de uitwerking van ombuigingsmogelijkheden rekening mee gehouden zal moeten worden. Er zal binnen dit onderdeel nadrukkelijk worden gekeken naar de jeugdhulp. Tarieven stijgen, terwijl steeds meer kinderen een vorm van jeugdhulp krijgen. Dat vraagt sturing op volume, de zwaarte en de aard van de geboden hulp. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de kwaliteit van de hulp. We hebben gemerkt dat sommige hulp, met de beste intenties en grote inzet gegeven, niet gebracht heeft wat was bedoeld, soms juist meer schade berokkend heeft. Dan moeten we hiermee durven te stoppen om te kiezen voor datgene wat wel bijdraagt of meer passend is. Indicatie bijdrage aan de totale opgave: jeugdhulp tussen de €6 - €8 miljoen. Indicatie bijdrage aan de totale opgave: alle overige taken tussen de €6 - €10 miljoen. 4) Aframen budget – autonome takenpakket Gemeenten voeren diverse taken uit waar geen harde wettelijke grondslag voor bestaat, bijvoorbeeld op de gebieden sport en cultuur.

In de hierboven al aangehaalde bijlage 4 wordt ook ingegaan op de beïnvloedbare ruimte binnen deze beleidsterreinen. Indicatie bijdrage aan de totale opgave: tussen de €0,5 - €3 miljoen. 5) Verhogen inkomsten – onroerende zaakbelasting en toeristenbelasting De gemeente is vrij om de inkomsten uit de onroerende zaakbelasting en de toeristenbelasting te verhogen binnen de grenzen die maatschappelijk gezien als acceptabel beschouwd worden. Als onderdeel van het totaalpakket aan ombuigingsmogelijkheden kan er ook gekeken worden naar het verhogen van deze inkomsten. Indicatie bijdrage aan de totale opgave: tussen de €1 - €4 miljoen. Het totaalpakket met ombuigingsmogelijkheden moet voldoende zijn om het financieel perspectief 2025 – 2028 sluitend te kunnen maken. Bovendien moet de raad in staat worden gesteld om een eigen afweging te kunnen maken. Belangrijk uitgangsput bij deze uitwerking is dat er éérst gekeken wordt naar de uitvoering van het takenpakket en daarna – wanneer er besloten wordt een ombuiging in te boeken – naar het aframen van de hieraan gekoppelde personele inzet. Dit om te voorkomen dat er generieke bezuinigingen op personeel worden ingeboekt, zonder dat duidelijk is welke taken niet meer worden uitgevoerd. Voorgesteld besluit: 28.

Op basis van bovenstaand procesvoorstel nog voor het zomerreces te komen tot concrete ombuigingsvoorstellen, teneinde in de programmabegroting 2025 – 2028 een sluitend financieel perspectief vast te kunnen stellen.

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

31

Beleidsvoornemens – geen dekking voor

Onderwerp

Taakveld

De in deze bijlage gepresenteerde beleidsvoornemens zijn wel in beeld gebracht, maar worden – in verband met het ontbreken van dekking – niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Het gaat om onderstaande onderwerpen:

Beleidsvoornemens - geen dekking voor

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24

0.1 0.4 0.4 1.2 2.1 2.1 2.1 2.1 2.1 2.1 2.2 3.4 4.2 5.1 5.2 5.5 5.5 5.6 5.7 6.1 6.1 6.1 7.4 8.1

Plan voor viering 60 jarig bestaan Lelystad Doorontwikkeling inkoop Herinrichting begane grond stadhuis Capaciteitsbehoefte VTHUP Fietsoversteek Middendreef Kleine verkeersveiligheidsmaatregelen Voorstraat Meer allure Stationsgebied Oost Parkeren grote voertuigen LAB Sloop hoge route Koopmanshof Verlengen uitvoeger noordelijke rijbaan Houtribweg naar Houtribhoogte Onderzoek parkeervoorziening Lelycentre Evenementenbudget Tijdelijke Sportzaal Brede Regeling Combinatiefuncties Nieuwbouw Sporthal Informatiebarak Werkeiland Collectie Lely Journalistieke professionalisering lokale omroep Gebiedsprogramma NP Nieuw Land Subsidie Belevenissenbos Buurtwerker in de wijk Versterken van de basis Jeugd Kennis Centrum Nieuwe Natuur Participatie Beleidsvoornemens - geen dekking voor

1

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

0.1

Plan voor viering 60 jarig bestaan Lelystad

Meerjarenraming 2025 - 2029 2025 2026 2027 2028

2029

-288 -371 -63 -48 -10 PM -30 -20 -150 -545 -120 -20 -45 -50 -250 -13 -300 -775 -200 -270

PM -288 -115 -371 -10 -150 -261 -120 -20 -250 -13 -300 -775 -200 -270

-288 -115 -371 -10 -100 -150 -261 -120 -20 -250 -13 -300 -775 -200 -270

-288 -115 -371 -10 -150 -261 -120 -20 -250 -13 -300 -775 -200 -270

-288 -115 -371 -10 -150 -261 -120 -945 -20 -13 -300 -775 -270

-3.568

-3.143

-3.243

-3.143

-3.638

Bedragen x € 1.000

2025 -

2026 PM

2027 -

2028 -

Bij de behandeling van de programmabegroting 2024 - 2027 heeft de raad een motie aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen bij de volgende kadernota middelen aan te vragen voor de viering van het 60 jarig bestaan van Lelystad. Omvang van het budget dat benodigd is hangt af van hoe deze viering wordt vormgegeven.

2

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

0.4

Doorontwikkeling inkoop

Bedragen x € 1.000

2025 -288

2026 -288

2027 -288

2028 -288

Een zorgvuldige inkoop en het correct uitvoeren van aanbestedingen zijn van groot belang voor de gemeente Lelystad. Het is dan ook cruciaal om aandacht te besteden aan het professionaliseren van de inkoop- en aanbestedingspraktijk, met aandacht voor doelmatigheid, rechtmatigheid, Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen en Inkopen (MVOI), integriteit, en voor het waarborgen van kennis. Een professioneel inkoop- en aanbestedingsbeleid draagt bij aan het succes van Lelystad, waarbij een helder inkoopproces en een gestandaardiseerde aanbestedingspraktijk, evenals professioneel contractbeheer en -management, onmisbaar zijn. Bovendien kan een professioneel inkoop- en aanbestedingsbeleid bijdragen aan inkoopvoordelen, wat gezien de naderende bezuinigingen van groot belang is. Daarom worden de komende periode onder meer de volgende stappen gezet: implementatie van een nieuw duidelijk inkoopproces gemeente breed met transparante procedures, opleidingstraject om de kennis over de inkoopfunctie binnen de teams te vergroten, rollen, taken en verantwoordelijkheden voor inkoop en aanbesteden vastleggen, structurele inbedding MVOI en verdere opzet en inrichting contractbeheer en -management. Om dit te realiseren is uitbreiding van de capaciteit bij inkoop noodzakelijk. Maar ook om aan de toegenomen vraag vanuit de organisatie te voldoen. Dit wordt bevestigd door een in 2023 uitgevoerde

Kadernota 2025 – 2028

(versie vóór raadsbehandeling)

32

enquête onder medewerkers uit diverse lagen en teams binnen de gemeente. Er is sprake van een structurele druk op de capaciteit die ervoor zorgt dat niet alle werkzaamheden (tijdig) kunnen worden opgepakt of de noodzakelijke aandacht krijgen. De belangrijkste risico’s die hieruit voortkomen zijn de financiële risico’s vanuit rechtmatigheid en doelmatigheid. De kosten voor de benodigde uitbreiding bedragen €287.604. Dit bedrag dekt de uitbreiding van 3 fte (senior inkoopadviseur, inkoopadviseur en contractbeheerder). Om te onderzoeken wat de benodigde capaciteit is, is onder meer een berekening gemaakt van het gemiddeld aantal Europese aanbestedingen op jaarbasis afgezet tegen het aantal uur dat nodig is om deze te begeleiden. Op basis daarvan zou meer fte nodig zijn dan voorliggend verzoek tot uitbreiding. Echter, we verwachten dat voornoemde doorontwikkeling van Inkoop zal leiden tot een lagere behoefte aan begeleiding. Daarom hebben we dit aantal teruggebracht naar 3. De aanbestedingen die voortkomen uit de programma's zijn hier niet in meegenomen. Deze worden momenteel vanuit de programma's gefinancierd.

3

Beleidsvoornemen - geen dekking voor

0.4

Herinrichting begane grond stadhuis

Bedragen x € 1.000

2025 -

2026 -115

2027 -115

2028 -115

De aanleiding voor dit voorstel is de herinrichting van de begane grond van het stadhuis. De huidige inrichting en indeling van de hal op de begane grond van het stadhuis dateert uit 2011 en sluit niet meer aan bij alle veranderingen en huidige inzichten ten aanzien van dienstverlening en hospitality. De raad heeft de ambitie uitgesproken dat de dienstverlening wordt verbeterd en doorontwikkeld en heeft dit als een speerpunt is in het raadsakkoord opgenomen. Zo wordt nu gewerkt aan een nieuwe Visie op dienstverlening. Dit raakt ook de inrichting van de begane grond. Dat wat we willen uitstralen en verwezenlijken (bij binnenkomst en) in de hal moet aansluiten bij de opgaven en ambities – bij wat we willen zijn (branding) – bij wie we zijn (sfeer) – en bij onze manier van dienstverlenen (hospitality). Dat vraagt om een herinrichting van de huidige indeling en inrichting. Tevens is er planmatig en noodzakelijk onderhoud nodig. Het structuurontwerp begane grond is door de architect gepresenteerd in de commissievergadering BME op 5 december 2023. Tijdens deze vergadering is afgesproken een klankbordgroep in te stellen, om de raad een stem te geven in het ontwerp en de inrichting van de begane grond en de huisvesting van de raad en griffie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=1f2ebcf3-cb30-4a83-b591-3b688717cad4