BL Kadernota 2025 - 2028 (versie vóór raadsbehandeling)
Tekst van het document
KADERNOTA 2025 – 2028
Versie vóór raadsbehandeling
Inhoudsopgave
Kadernota 2025 - 2028 1.
BESTUURLIJKE BOODSCHAP ............................................................................. 2
2.
LEESWIJZER .................................................................................................... 6
3.
ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF 2025 - 2028 ........................................ 9 A. ONONTKOOMBAAR / ACTUALISATIES ............................................................... 10 B. LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGEN .................................................................. 19 C. GEMEENTEFONDS ......................................................................................... 22 D. OVERIG ........................................................................................................ 25
4.
INZET INCIDENTELE MIDDELEN ......................................................................... 27
5.
PROCES OM TE KOMEN TOT EEN SLUITEND PERSPECTIEF ................................... 30 BELEIDSVOORNEMENS – GEEN DEKKING VOOR ................................. 32 TOELICHTING VOORLOPIG JAARREKENINGRESULTAAT 2023 .............. 44 (ON) MOGELIJKHEDEN VRIJSPELEN INCIDENTELE DEKKING ................ 45 BELEIDSVRIJHEID / BEÏNVLOEDBARE RUIMTE GEMEENTEBEGROTING .. 47
1.
Bestuurlijke boodschap
Als onderdeel van de breed gedragen wens om op een andere manier te gaan werken wordt er sinds de start van deze bestuursperiode gewerkt met een raadsakkoord. Direct na de vaststelling van het raadsakkoord in de zomer van 2022 is gestart met de vertaling van de gemaakte afspraken. In de programmabegroting 2023 – 2026 is de ambitieuze keuze gemaakt om meteen een financiële vertaling te maken voor de volledige bestuursperiode. Het oppakken van- en het uitvoering geven aan de gemaakte afspraken had het afgelopen jaar nadrukkelijk de prioriteit. Halverwege deze bestuursperiode is een natuurlijk moment om te kijken naar hoe de uitvoering verloopt.
Het raadsakkoord – een goede start
In de tussentijdse evaluatie van het raadsakkoord wordt de stand van zaken weergegeven ten aanzien van de 141 gemaakte afspraken. Er is nog veel werk te verzetten in de tweede helft van deze bestuursperiode, aangezien veel van de gemaakte afspraken blijvende inzet vragen en eigenlijk nooit als ‘afgerond’ beschouwd kunnen worden. Deze tussentijdse evaluatie is via een separaat document aan uw raad aangeboden, gelijktijdig met deze kadernota 2025 – 2028. Er zijn intussen mooie stappen gezet en verreweg de meeste afspraken zijn opgepakt. De context waarbinnen de gemeente opereert is in de afgelopen jaren steeds complexer geworden en de ontwikkelingen volgen elkaar bovendien in hoog tempo op. Gelijk bij de start van deze bestuursperiode moest er al geschakeld worden in verband met de oorlog in Oekraïne en de noodzakelijke opvang van toegestroomde vluchtelingen. De stijgende prijzen voor energie waren een direct gevolg van de Russische inval en bracht grote problemen voor inwoners en instellingen met zich mee. Daar is direct actie op ondernomen en met het verstrekken van de eenmalige energietoeslag zijn veel inwoners geholpen.
Het raadsakkoord – een veranderende context
Hoe de situatie zich verder ontwikkelt is niet op voorhand in te schatten, maar duidelijk is wel dat er op de Rijksbegroting gezocht wordt naar ruimte voor het verhogen van de defensie-uitgaven. De partijen die op dit moment in de landelijke politiek tot een coalitie proberen te komen staan sowieso voor een aanzienlijke financiële opgave. In de aankomende jaren loopt het begrotingstekort steeds verder op, met name door de vergrijzing en de stijgende zorgkosten. De financiële problematiek van gemeenten is één van de vele pijnpunten die op de onderhandelingstafel besproken worden. Gezien de totale opgave die er ligt moeten gemeenten serieus rekening houden met een forse ombuigingsopgave. Dat is ook de harde boodschap van deze kadernota 2025 – 2028. Het raadsakkoord is ook in deze ombuigingsopgave een belangrijk uitgangspunt, maar we zullen er niet aan ontkomen om op onderdelen besluiten te nemen die indruisen tegen de geformuleerde ambities. Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu kennen. Zoals gebruikelijk is er in dit proces gekeken naar onontkoombare ontwikkelingen en noodzakelijke actualisaties van budgetten. Ten opzichte van het beeld in de programmabegroting 2024 – 2027 leidt deze actualisatie tot een verslechtering van het financieel perspectief.
Daar waar het tekort in 2025 nog beperkt blijft tot iets meer dan €5 miljoen is er met ingang van 2026 sprake van een tekort dat schommelt rond de €17 miljoen per jaar. Deze kadernota 2025 – 2028 bevat om die reden dan ook géén bijstellingen met een wenselijk karakter, omdat het tekort daardoor nog verder op zou lopen. Het college vindt dit niet verantwoord.
Insteek kadernota 2025 - 2028
Er is nog steeds sprake van een aanzienlijke onzekerheid, maar zoals ook uit de actualisatie van het financieel perspectief blijkt komt de dreiging van het ‘ravijnjaar 2026’ steeds dichterbij. Inmiddels is duidelijk geworden dat het demissionaire kabinet in de Voorjaarsnota heeft voorgesteld om de zogeheten ‘opschalingskorting’ te schrappen1. Het effect hiervan is meegenomen in deze kadernota 2025 – 2028 en zorgt ervoor dat de totale structurele korting op het gemeentefonds wordt teruggebracht van €3 miljard 1 https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2024/04/15/voorjaarsnota-2024
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
2
tot €2,3 miljard. De VNG blijft zich inspannen om ook voor dit resterende tekort te komen tot nadere afspraken2. Tegelijkertijd moet voorkomen worden dat er nieuwe aanvullende bezuinigingen over gemeenten worden uitgerold. De VNG heeft ook afspraken kunnen maken met het demissionaire kabinet over de compensatie voor volumeontwikkelingen via de algemene uitkering. De lijn was om deze compensatie voortaan te koppelen aan de groei van het bruto binnenlands product (bbp). Het probleem is echter dat de groei van het bbp gemiddeld gezien een stuk lager ligt dan de stijgende kosten waar gemeenten zich mee geconfronteerd zien. Deze problematiek doet zich met name voor bij de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning. In verband met de vergrijzende samenleving sprake is er op dit vlak sprake van aanzienlijke kostenstijgingen en het is de VNG gelukt om hier afspraken over te maken met het demissionaire kabinet. Hoe dit precies vorm zal krijgen moet nog verder worden uitgewerkt, maar het is in ieder geval een eerste stap. Tegelijkertijd is er in het bredere plaatje nog steeds sprake van een mismatch tussen wat er aan volumeontwikkelingen gecompenseerd zal worden en wat er nodig is voor gemeenten om het voorzieningenniveau - ook op termijn - op peil te kunnen houden. Ook dit onderwerp wordt door de VNG nadrukkelijk onder de aandacht gebracht in Den Haag.
De VNG heeft afgelopen maand al een ledenbrief verspreid, met daarin een begrotingsadvies in twee delen3. Het eerste deel van het advies roept gemeenten op ombuigingen zo goed mogelijk in kaart te brengen, maar op dit moment nog niet in gang te zetten. Het tweede deel van het advies volgt kort na verschijnen van de meicirculaire 2024, tenzij er eerder nieuwe ontwikkelingen te melden zijn. Zoals de VNG ook aangeeft is het onverantwoord om nu géén concrete voorbereidingen in gang te zetten. De financiële situatie van gemeenten laat zich volgens de VNG dan ook het best beschrijven als ‘prepare for the worst, hope for the best’.
‘Prepare for the worst, hope for the best’
Hoewel de VNG duidelijke eisen heeft neergelegd bij het nieuwe kabinet, ontbreekt het simpelweg aan de financiële ruimte om over alle discussiepunten afspraken te maken. Dit betekent dat er hoe dan ook bezuinigd zal moeten worden. Een ombuigingsoperatie van dergelijke omvang maakt het maken van scherpe keuzes onvermijdelijk. Dat moet zorgvuldig gebeuren en het college onderschrijft het advies van de VNG. Deze kadernota 2025 – 2028 bevat dan ook een concreet procesvoorstel om uiteindelijk – bij de vaststelling van de programmabegroting – te kunnen komen tot een begroting die structureel en reëel in evenwicht is. De organisatie is gevraagd over de hele linie van de gemeentebegroting inzichtelijk te maken wat de consequenties zijn van diverse ombuigingsmogelijkheden. Als vertrekpunt hierbij wordt gebruik gemaakt van de informatie vanuit het proces ‘Zero based begroten’. Dat traject was primair gericht op het verkrijgen van in- en overzicht. De resultaten daarvan zijn via een separaat document aan uw raad aangeboden, gelijktijdig met deze kadernota 2025 – 2028. De stap waar op dit moment aan gewerkt wordt is de vertaalslag van deze uitgevoerde activiteiten naar concrete ombuigingsmogelijkheden, met daarbij een duiding van de bijbehorende consequenties. De financiële situatie noodzaakt tot afweging en scherpte.
Niet alles wat we willen is meer mogelijk waardoor keuzes onvermijdelijk zijn. Met een verwachte bezuinigingsopgave van €17 miljoen structureel wordt van een ieder veel gevraagd. We moeten een stap terug om weer vooruit te komen zonder hierbij het belang van onze inwoners uit het oog te verliezen. Dit vraagt richting van het college en duidelijke keuzes van uw raad. Wanneer we over een aantal jaren terugkijken op deze periode zullen we concluderen dat het een enorme klus was, die we in gezamenlijkheid hebben geklaard. Ondanks dat er lastige besluiten genomen moeten worden is het noodzakelijk om de inkomsten en uitgaven met elkaar in evenwicht te brengen. Een gezonde financiële
Oog houden op de toekomst
2 https://vng.nl/nieuws/voorjaarsnota-kabinet-schrapt-opschalingskorting 3 https://vng.nl/brieven/begrotingsadvies-2025-2028
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
3
positie is een belangrijke randvoorwaarde om ook in de komende jaren focus te kunnen houden op wat voor Lelystad zo belangrijk is. Onze Lelystadse samenleving is divers, krachtig en vol creativiteit. In onze moderne tijd zijn we als samenleving verleerd om deze kracht ook in te zetten voor elkaar. Als college willen we daarom gemeenschappen versterken en het ontstaan van nieuwe gemeenschappen stimuleren. Mensen die oog hebben voor elkaar en voor elkaar klaar staan. Zo kan veel in de kiem opgelost worden en voorkomen we onnodige problematisering. We gaan uit van mensen zelf en de kracht van de samenleving om hen heen. Daar waar inwoners het nodig hebben bieden we een vangnet. We staan naast mensen, zorgen voor passende en kwalitatieve ondersteuning, vanuit de vraag van mensen zelf.
Het belang van de gemeenschap
Als gemeente hebben we ook binnen het sociaal domein een financiële uitdaging, met name in de jeugdhulp. Kostenbeheersing vraagt dat we sturen op volume, de zwaarte en de aard van de geboden hulp. Dat hoeft niet ten koste te gaan van de kwaliteit van de hulp. Passende ondersteuning is lang niet altijd zoveel mogelijk hulp of zware professionele ondersteuning. Soms geldt ook dat andere ondersteuning beter is. Bijvoorbeeld als er sprake is van armoede of schulden. Dit vraagt een integrale blik. We moeten doen wat het beste is, passend bij de vraag van inwoners en zo kritisch zijn en blijven op de ondersteuningsmaatregelen die we aanbieden. Op het fysieke vlak zijn de plannen rondom stedelijke ontwikkeling inspirerend voor ons, de inwoners en de markt. Deze ontwikkelingen zullen de stad aantrekkelijker maken, wat de groei zal bevorderen. Met de omgevingsvisie willen we samen met inwoners kijken naar de stad van de toekomst. Het Waterfront, Campusgebied en Stadshart zijn stuk voor stuk plannen die de aantrekkelijkheid van de stad vergroten en met de nieuwe ontwikkelstrategie bieden we ruimte aan de markt om actief deel te nemen. Verder willen we met de herijking van Lelystad Next Level ervoor zorgen dat we samen met Rijk, Provincie en partners aan onze stad bouwen.
Inzet op stedelijke ontwikkeling en groei
De plannen worden ook werkelijkheid. We zijn bezig met daadwerkelijke fysieke ingrepen, zoals het starten van de werkzaamheden in het stationsgebied deze zomer. Eind 2024 wordt de eerste paal in de grond geslagen in Hanzepark. De aanpassingen in onze stad zijn ook een inspiratie voor nieuwe plannen, waarmee we blijven bouwen aan een bloeiende toekomst. Lelystad is een belangrijke logistieke hub. Dit zorgt voor de ontwikkeling van de bedrijventerreinen en werkgelegenheid. Tegelijkertijd is het belangrijk dat ook andere sectoren in Lelystad zich vestigen en gevestigd blijven. Te denken valt aan bedrijven gericht op de hoogwaardige maakindustrie en de markt voor alternatieve energie. Daarom is het belangrijk dat bedrijventerreinen ontwikkeld worden of aangepast naar de huidige en toekomstige behoefte. Lelystad wil een aantrekkelijke stad zijn voor ondernemers en bezoekers. Ondernemers worden gefaciliteerd met een ‘ja, tenzij houding ‘ en de lijnen naar de ambtelijke organisatie en bestuur zijn kort en daadkrachtig. Evenementen maken onderdeel uit van onze jaaragenda en verrijken de stadsbeleving voor onze inwoners. Alle ondernemers worden gelijk en volgens vaste procedures gefaciliteerd. Er is een grote behoefte aan woningen. De oorspronkelijke processen passen niet meer bij de huidige markt en behoeften.
Daarom zijn er door dit college stappen gezet om de achterstand op de woningbouw in te lopen. De eerste resultaten hiervan zijn inmiddels zichtbaar in Campus Midden en de voortgang van ZuiderC. Ook de CPO’s krijgen een plek en diverse Turbolocaties komen tot ontwikkeling. Alle verschillende doelgroepen hebben behoefte aan woonruimte: jongeren, studenten, doorstromers, gezinnen, ouderen, spoedzoekers, arbeidsmigranten en statushouders. Dit college wil realiseren dat al deze doelgroepen bedient worden. Daarom is de integrale woningbouwaanpak erop gericht dat aan al deze doelgroepen op de juiste wijze en in redelijkheid aandacht wordt besteed.
Woningbouw, onderwijs en sport
Onderwijs biedt toekomst. Dit college heeft daarom korte lijnen met de onderwijsbesturen en draagt zorg voor optimalisatie van de onderwijs huisvesting. Onder meer door het toevoegen van de benodigde extra
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
4
tijdelijke huisvesting of het verbeteren van de sportfaciliteiten. Ook wordt aandacht besteed aan de veiligheid op school. Bijvoorbeeld door de aanpak vandalisme en overlast. Iedere leerling verdient immers een veilige en adequate schoolomgeving. Alles gericht op het versterken van de onderwijskwaliteit en het verbreden van het onderwijsaanbod. Sport en bewegen is belangrijk en dient voor een brede doelgroep toegankelijk te zijn en blijven. Zeker de meer kwetsbare doelgroepen en bovenal kinderen en jongeren dienen zich bewust te zijn van het feit dat ze kunnen sporten en verdienen onze aandacht. Betaalbaar sporten voor iedereen blijft het uitgangspunt. In de toekomst hebben we het beleidsvoornemen om de sporthallen van een upgrade te voorzien, maar omwille van de financiële krapte wordt daartoe nu geen voorstel gedaan. Veiligheid is een belangrijk thema voor de inwoners van Lelystad. Een veilig Lelystad is ook een voorwaarde voor een levendig Lelystad. Dit vraagt een doeltreffende aanpak van criminaliteit, overlast en onveilige situaties. Samen met haar partners heeft de gemeente voor de komende jaren de volgende prioriteiten vastgesteld: cybercriminaliteit; jeugd en veiligheid; ondermijning: zorg & veiligheid; crisisbeheersing en rampenbestrijding.
Veiligheid, stadstoezicht en handhaving
Wij zetten komende jaren in op zowel preventie als repressie. Mocht het onverhoopt toch mis gaan dan moet er een goede crisisorganisatie staan en voldoende brandweer en politie beschikbaar zijn. We vragen van onze professionele partners en inwoners dat ze actief meewerken aan het realiseren van een veilige en leefbare gemeente. Daarbij zetten wij in op onveilige en overlastsituaties. We hechten grote waarde aan een veilige woon- en leefomgeving voor iedereen. Met de aanbieding van het VTHUP is de richting van stadstoezicht en handhaving in afstemming met uw raad bepaald. Het spreekt voor zich dat overlast in de breedste zin van het woord wordt aangepakt. Tegelijkertijd hebben we te maken met beperktere financiële mogelijkheden en is het niet altijd eenvoudig om het benodigd aantal FTE’s te vinden en duurzaam te behouden. Dit vraagt om een doorontwikkeling en een veranderende aanpak op het gebied van stadstoezicht en handhaving. De eerste stappen zijn hiervoor gezet en hier houdt het college in de toekomst, samen met uw raad aandacht voor.
Het college zet in op de uitwerking van een programma natuur, met onder andere de ontwikkeling van een parkenvisie die onze groene ruimtes versterkt en het opzetten van de contouren van een Kenniscentrum Nieuwe Natuur, dat een cruciale rol gaat spelen in het bevorderen van landelijke innovatie en kennisuitwisseling binnen het domein van natuurbehoud en ontwikkeling alsmede de positionering van onze groene stad.
Natuur, warmtetransitie en cultuur
De warmtetransitie is inmiddels organisatorisch geborgd en met het verschijnen van deze kadernota zijn de gesprekken met de stad gestart. Input is essentieel voor het succesvol doorvoeren van deze majeure verandering. Daarbij heeft de netcongestie voortdurend de aandacht van het college. De vastgestelde cultuurvisie wordt merkbaar breed gedragen door onze culturele partners en het college blijft zich inzetten om cultuur naar de wijken te brengen, als onderdeel van de Maatschappelijke Agenda, zodat ook mensen die daar anders niet mee in aanraking komen, kunnen genieten van kunst en cultuur. In lijn met de cultuurvisie, hebben we een massastudie uitgevoerd voor het stedenbouwkundig ontwerp van het poppodium Corneel. Dit zal niet alleen een culturele hotspot worden, maar mogelijk ook een combinatie met een iconisch multifunctioneel gebouw dat de kwaliteit van het stadshart zal versterken. Een belangrijk project is de ontwikkeling van het Zilverpark, waarbij het college niet alleen streeft naar een herdenkingsplek die recht doet aan de geschiedenis, maar ook naar de realisatie van een skatepark, waar jongeren hun passie kunnen uiten en samenkomen. Dit integrale project symboliseert onze visie op een stad, die ruimte biedt voor herdenking, recreatie en ontmoeting.
De plannen voor de herdenkingsplek zijn in nauwe samenwerking met diverse belangengroepen tot stand gekomen en er wordt door hen met veel enthousiasme uitgekeken naar het vervolg. Bij de plannen voor het skatepark denken jongeren actief mee. Dat is een voorbeeld van hoe het college jongeren blijft betrekken bij relevante onderwerpen. Het tot stand komen van nieuw speelruimtebeleid is daar ook een voorbeeld van. We geloven in de kracht van jongeren om onze gemeente en stad nog beter te maken.
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
5
2.
Leeswijzer
Deze kadernota 2025 – 2028 bestaat, naast de Bestuurlijke boodschap (1) en deze Leeswijzer (2), uit een aantal hoofdstukken en een bijlage. Hieronder wordt kort ingegaan op de inhoud van de diverse hoofdstukken, met daarbij een inhoudelijke toelichting op hoofdlijnen. Hoofdstuk 3. Voorgestelde begrotingsbijstellingen 2025 - 2028 Binnen dit hoofdstuk worden alle voorgestelde bijstellingen op de begroting en meerjarenraming uiteen gezet. Dit zijn bijstellingen ten opzichte van de eindstand van de programmabegroting 2024 – 2027. Na verwerking van deze bijstelling is er sprake van een structureel tekort. In het jaar 2025 komt het tekort uit op afgerond -€5 miljoen en met ingang van het jaar 2026 is er op dit moment sprake van een structureel tekort dat schommelt rond de €17 miljoen per jaar. De afzonderlijke bijstellingen zijn onderverdeeld in de volgende vier categorieën: A. Onontkoombaar / actualisaties De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd hebben betrekking op ontwikkelingen waaraan redelijkerwijs niet te ontkomen valt. Denk aan de actualisatie van bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en aan ontwikkelingen binnen de uitvoering van het wettelijke takenpakket. Het kan ook gaan om de actualisatie van eerdere gereserveerde middelen, waarbij er sprake is van externe ontwikkelingen met een direct financieel effect.
Bij de programmabegroting 2023 – 2026 heeft de raad een motie aangenomen, op basis waarvan het college werd opgeroepen de bijstellingen in deze categorie te beperken tot posten die daadwerkelijk onontkoombaar zijn en voortvloeien uit onze wettelijke taken, dan wel onvermijdelijke kostenstijgingen of reeds genomen besluiten van de raad. Er is in het totstandkomingsproces van deze kadernota daarom nadrukkelijk gekeken naar de bijstellingen die in deze categorie zijn opgenomen. In de toelichting is uiteen gezet waarom de desbetreffende bijstelling als onontkoombaar wordt beschouwd. B. Loon- en prijsontwikkeling De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan de loon- en prijsontwikkeling. De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting en de inkomsten uit de algemene uitkering worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. De effecten van loon- en prijsstijgingen in het aankomende begrotingsjaar komen terug in de kadernota, als een meerjarig doorwerkende reeks (zowel aan de baten- alsook aan de lastenkant van de begroting). Het te hanteren indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt bepaald door te kijken naar het gemiddelde percentage van de consument prijsindex over het voorgaande begrotingsjaar, het lopende begrotingsjaar en het aankomende begrotingsjaar.
De inschatting die in deze kadernota wordt gemaakt is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2024 van het CPB en resulteert voor 2025 in een percentage van 3,2%. C. Gemeentefonds De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd houden direct verband met het verschijnen van de circulaires over het gemeentefonds. De huidige meerjarenraming is gebaseerd op de uitkomsten van de septembercirculaire 2023, wat inhoudt dat er op dit moment nog geen officiële nieuwe informatie voor handen is. De meicirculaire 2024 verschijnt naar verwachting rond 1 juni en zal dan doorgerekend en geanalyseerd moeten worden. De raad zal via een informatienota worden geïnformeerd over de inhoud van deze circulaire. In verband met de onderhandelingen om te komen tot een nieuw kabinet heeft het demissionaire kabinet dit jaar de publicatie van de Voorjaarsnota vervroegd naar maandag 15 april. Onderdeel van de voorstellen is het afschaffen van de zogeheten ‘opschalingskorting’ met ingang van 2026. Wel wordt de nieuwe financiering systematiek naar voren gehaald, wat voor jaarschijf 2025 per saldo resulteert in een nadelig effect. Het zogeheten ‘ravijnjaar’ dat zich met ingang van 2026 voordoet wordt daarmee teruggebracht van €3 miljard naar €2,3 miljard. Daarnaast is er ook sprake van een achterblijvende compensatie voor volumeontwikkelingen.
Doordat het demissionaire kabinet de groei van de algemene uitkering heeft gekoppeld aan de meerjarige
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
6
ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp) ontvangen gemeenten eigenlijk te weinig compensatie om de stijging van de zorgkosten te dekken en het voorzieningenniveau op peil te houden. In de Voorjaarsnota is al wel een reservering opgenomen om een aanvullende compensatie te gaan verstrekken voor de groei binnen de Wmo uitgaven, maar dit moet nog nader worden uitgewerkt. De VNG blijft onverkort doorgaan met het adressen van deze financiële problematiek. D. Overig Gezien de financiële krapte binnen het meerjarenperspectief beperkt deze kadernota 2025 – 2028 zich tot onontkoombare bijstellingen en actualisaties. Het onderscheid tussen wat redelijkerwijs als onontkoombaar beschouwd moet worden is soms lastig te maken. De verplaatsing van 4 Fusion is al eerder onderwerp van gesprek geweest en wat het college betreft is dit een ontwikkeling die – strikt gezien wellicht niet onontkoombaar is – maar wel doorgang moet vinden. Hoofdstuk 4. Inzet incidentele middelen Vanuit het financieel toezicht wordt onderscheid gemaakt tussen baten en lasten die structureel- en incidenteel van karakter zijn. Achterliggende reden hiervoor is dat moet worden voorkomen dat structurele lasten gedekt worden door incidentele baten, waardoor er geen sprake meer is van structureel begrotingsevenwicht.
Ook in deze kadernota wordt deze splitsing aangehouden: daar waar hoofdstuk 3 ingaat op de structurele bijstellingen heeft hoofdstuk 4 betrekkingen op bijstellingen met een incidenteel karakter. Zoals in de programmabegroting 2024 – 2027 al stond verwoord is er ook op het vlak van de incidentele middelen sprake van schaarste. Dit terwijl er destijds al gewerkt werd aan diverse gebiedsontwikkelingen die – op termijn – wellicht om aanvullende incidentele middelen zullen gaan vragen. De incidentele ruimte binnen de reserve ontwikkeling stad is ontoereikend voor dekking van de gewenste toekomstige gebiedsontwikkelingen, zoals deze nu in beeld zijn. Vanuit het rekeningresultaat 2023 komt er weliswaar een bedrag beschikbaar om toe te voegen aan de reserve ontwikkeling stad, maar dat zal niet toereikend zijn voor dekking van bijvoorbeeld de cofinanciering in het kader van het Volkshuisvestingsfonds. In dit voorstel wordt de raad een voorstel gedaan over hoe hiermee om te gaan. Hoofdstuk 5. Proces om te komen tot een sluitend perspectief Er lopen nog gesprekken met het Rijk over het ‘ravijnjaar’ waarmee gemeenten zich geconfronteerd zien met ingang van 2026. Naast deze discussie over de korting van €2,3 miljard per jaar die met ingang van dat jaar wordt toegepast op het gemeentefonds, loopt er ook een discussie over de compensatie voor volumeontwikkelingen.
Ook al worden er op onderdelen nog aanvullende afspraken gemaakt, dan nog zal er zeer waarschijnlijk fors bezuinigd moeten worden. Dit hoofdstuk omvat een concreet procesvoorstel om in het komende half jaar tot een sluitend perspectief te komen. Bijlage 1: Beleidsvoornemens – geen dekking voor Deze bijlage hoort bij hoofdstuk 3 – Actualisatie financieel perspectief 2025 – 2028 en bevat diverse beleidsvoornemens. In verband met het ontbreken van dekking worden deze niet aan de raad ter besluitvorming voor gelegd. Zoals ook staat verwoord in de bestuurlijke boodschap is er op dit moment sprake van een omvangrijk structureel tekort. De eerste prioriteit in de komende periode zal gericht zijn op het weer sluitend maken van het financieel perspectief 2025 – 2028. Dat zal niet eenvoudig zijn en om die reden blijven de bijstellingen met een structureel karakter beperkt tot onontkoombare ontwikkelingen en actualisaties. Bijlage 2: Toelichting voorlopig rekeningresultaat 2023 Deze bijlage hoort bij hoofdstuk 4 – Inzet incidentele middelen. Op dit moment wordt de laatste hand gelegd aan de jaarstukken, ter voorbereiding op de accountantscontrole. Op dit moment wordt een voorlopig jaarrekeningresultaat over 2023 ingeschat ter grootte van €18.093.000.
Bij de interpretatie van dit jaarrekeningresultaat is het van belang te benadrukken dat het hier hoofdzakelijk gaat om enkele grote meevallers aan de inkomstenkant, met een incidenteel karakter. In deze bijlage wordt inzichtelijk gemaakt wat dit jaarrekeningresultaat naar verwachting betekent voor de aanzuivering van het weerstandsvermogen en de onbeklemde ruimte binnen de reserve ontwikkeling stad.
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
7
Bijlage 3: (On) mogelijkheden vrijspelen incidentele dekking Deze bijlage hoort bij hoofdstuk 4 – Inzet incidentele middelen. De incidentele ruimte binnen de reserve ontwikkeling stad is beperkt. De vraag die vaak gesteld wordt is in hoeverre er mogelijkheden zijn om via andere wegen incidentele dekking vrij te spelen. In deze bijlage wordt kort ingegaan de (on) mogelijkheden daartoe. Bijlage 4: Beleidsvrijheid / beïnvloedbare ruimte gemeentebegroting Deze bijlage hoort bij hoofdstuk 5 – Proces om te komen tot een sluitend perspectief, waarin de raad een concreet procesvoorstel wordt gedaan. Zoals ook wordt aangegeven in dit hoofdstuk is het bij een dergelijke ombuigingsopgave noodzakelijk om te kijken naar zaken als beleidsvrijheid en beïnvloedbare ruimte. Hoewel beide begrippen nauw met elkaar samenhangen is het van belang het onderscheid scherp te hebben. Binnen de inventarisatie van ombuigingsmogelijkheden wordt er nadrukkelijk gekeken naar de beïnvloedbare ruimte binnen de gemeentebegroting. Deze bijlage bevat een eerste duiding van de mogelijke ombuigingen binnen de diverse clusters.
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
8
3.
Actualisatie financieel perspectief 2025 - 2028 Meerjarenraming 2025 - 2028 2025 2026 2027 2028 Beginstand meerjarenraming 2025 - 2028 (= eindstand programmabegroting 2024 - 2027)
Bijstelling
Taakveld
A. Onontkoombaar / actualisaties
0.4 0.4 0.8 1.1 3.3 4.2 4.2 4.2 4.2 5.7 6.1 7.1 7.4 8.2
Actualisatie capaciteitsbehoefte in relatie tot groei van de stad Actualisatie bijdrage Het Flevolands Archief Actualisatie rondweg Lelystad Zuid Actualisatie bijdrage Veiligheidsregio Flevoland Actualisatie markten Actualisatie schoonmaakkosten gemeentelijk vastgoed Actualisatie IHP Actualisatie exploitatie nieuwbouw onderwijshuisvesting Actualisatie beheer wijkentrum MFA de Botter Actualisatie beheerbijdrage Houtribhoogte Actualisatie uitvoering SPUK Kansrijke Wijk Actualisatie Jeugdgezondheidszorg 0-4 jaar Actualisatie bijdrage Omgevingsdienst OFGV Actualisatie voorbereidingskrediet Waterfront
Taakveld
Bijstelling
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
-23 -10 -83 -173 -52 -460 -2.385 -555 -178 -25 -100 -268 -80 -
-23 -10 146 -173 -52 -460 -2.574 -661 -178 -25 -268 -80 -
-23 -10 147 -173 -52 -460 -2.355 -945 -178 -25 -268 -80 -
-2.282
-4.392
-4.358
-4.422
B. Loon- en prijsontwikkeling
15 16
17 18 19 20
0.8 0.8 0.8 0.8
Lastenkant begroting Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2025) Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2025) Compensatie inflatie - gemeentebegroting (tranche 2025) Exploitatie cultuurinstellingen B. Financieel effect loon- en prijsontwikkeling
Taakveld
-23 -10 -173 -52 -460 -628 -285 -178 -25 -100 -268 -80 -
Meerjarenraming 2025 - 2028 2025 2026 2027 2028
Batenkant begroting 0.61 Actualisatie OZB inkomsten - indexatie en areaal 0.7 Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds
Bijstelling
-14.895 -12.831 -14.867
Meerjarenraming 2025 - 2028 2025 2026 2027 2028
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14
21 22 23
1.291
1.688 6.005
1.688 6.005
1.688 6.005
1.688 6.005
-864 -2.912 -4.640 -200
-864 -2.912 -4.640 -200
-864 -2.912 -4.640 -200
-864 -2.912 -4.640 -200
-923
-923
-923
-923
Meerjarenraming 2025 - 2028 2025 2026 2027 2028
C. Gemeentefonds
Algemene mutaties 0.7 Afschaffen 'opschalingskorting' 0.7 Doorwerking mei- en septembercirculaire 2024 0.7 Problematiek achterblijvende volumeindex algemene uitkering C. Financieel effect gemeentefonds
-3.238 PM PM
3.238 PM PM
3.238 PM PM
3.238 PM PM
-3.238
3.238
3.238
3.238
Bijstelling
Taakveld
Meerjarenraming 2025 - 2028 2025 2026 2027 2028
D. Overig
24
6.1
Verplaatsing 4 Fusion
-39
-39
-39
-39
D. Financieel effect overig
-39
-39
-39
-39
Meerjarenraming 2025 - 2028
Recapitulatie kadernota 2025 - 2028
2025
2026
2027
2028
Beginstand meerjarenraming 2025 - 2028 (= eindstand programmabegroting 2024 - 2027)
1.291
-14.895 -12.831 -14.867
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
-2.282
-4.392
-4.358
-4.422
-923
-923
-923
-923
-3.238
3.238
3.238
3.238
-39
-39
-39
-39
Subtotaal effect bijstellingen op beginstand
-6.482
-2.116
-2.082
-2.146
Eindstand kadernota 2025 - 2028
-5.191 -17.011 -14.913 -17.013
B. Financieel effect loon- en prijsontwikkeling C. Financieel effect gemeentefonds D. Financieel effect overig
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
9
A. Onontkoombaar / actualisaties De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd hebben betrekking op ontwikkelingen waaraan redelijkerwijs niet te ontkomen valt. Denk aan de actualisatie van bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en aan ontwikkelingen binnen de uitvoering van het wettelijke takenpakket. Het kan ook gaan om de actualisatie van eerdere gereserveerde middelen, waarbij er sprake is van externe ontwikkelingen met een direct financieel effect. Bij de programmanbegroting 2023 – 2026 heeft de raad een motie aangenomen, op basis waarvan het college werd opgeroepen de bijstellingen in deze categorie te beperken tot posten die daadwerkelijk onontkoombaar zijn en voortvloeien uit onze wettelijke taken, dan wel onvermijdelijke kostenstijgingen of reeds genomen besluiten van de raad. Er is in het totstandkomingsproces van deze kadernota daarom nadrukkelijk gekeken naar de bijstellingen die in deze categorie zijn opgenomen. In de toelichting wordt telkens uiteen gezet waarom de desbetreffende bijstelling als onontkoombaar wordt beschouwd.
1
Bijstelling
0.4
Actualisatie capaciteitsbehoefte in relatie tot groei van de stad
Bedragen x € 1.000
2025 -23
2026 -23
2027 -23
2028 -23
Het spreekt voor zich dat de omvang van het ambtelijk apparaat in verhouding moet staan tot het aantal inwoners. Gemeenten van vergelijkbare grootte als Lelystad hebben gemiddeld 7,9 fte per 1.000 inwoners. De formatie die in de afgelopen jaren op enkele plekken in de begroting is toegevoegd heeft primair betrekking op de uitvoering van nieuwe wettelijke taken cq. enkele wenselijke intensiveringen. Slechts zeer sporadisch is er in de afgelopen jaren formatie toegevoegd als gevolg van de doorgemaakte groei (van 76.418 inwoners op 1 januari 2025 tot 81.214 inwoners op 1 januari 2022). Als gevolg daarvan is er druk ontstaan op diverse plekken in de organisatie. Dat gaat lang goed, maar is op een bepaald moment niet langer houdbaar. Nu met de groeiambitie voor de aankomende jaren is het noodzakelijk hierop te anticiperen. In de programmabegroting 2023 - 2026 had het college de raad voorgesteld om met ingang van 2023 voor iedere 1.000 inwoners de dekking voor 7,9FTE aan structurele formatieruimte beschikbaar te stellen (omgerekend zo'n €800.000 structureel voor iedere 1.000 inwoners). De raad heeft vervolgens per amendement besloten in 2023 een inhaalslag te maken voor de beperkte formatiegroei sinds 2015, door het beschikbaar stellen van €800.000 structureel.
In het amendement is verder bepaald dat met ingang van 2024 de formatie meebeweegt met de groei van het aantal inwoners, met als uitgangspunt dat de formatie wordt bijgesteld met 4 FTE voor elke 1.000 inwoners er bij (of er af). Uitgaande van 1.000 inwoners groei per jaar betekende dit een cumulatieve bijstelling van €400.000 structureel per jaar met ingang van 2024, dat ook als zodanig in de meerjarenraming is verwerkt. Verder stelde het amendement dat de begroting en meerjarenraming ieder jaar bij de kadernota wordt geactualiseerd op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde groei van het aantal inwoners. Actualisatie op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde groei In de programmabegroting 2024 - 2027 is gerekend met 83.033 inwoners op 1 januari 2023 en een groei van 1.000 inwoners per jaar (dus 83.033 inwoners op 1 januari 2024). Het daadwerkelijk inwoneraantal op 1 januari 2024 is echter uitgekomen op 84.091 inwoners (een stijging van 1.058 inwoners in plaats van 1.000). Op basis van bovenstaand geamendeerde besluit betekent dit een aanvullende bijstelling met ingang van 2024 ter grootte van €23.200 structureel (zijnde €400.000 x 0,058). Voorgesteld besluit: 1. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie capaciteitsbehoefte in relatie tot groei van de stad’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€23.000.
2
Bijstelling
0.4
Actualisatie bijdrage Het Flevolands Archief
Bedragen x € 1.000
2025 -10
2026 -10
2027 -10
2028 -10
De begroting van de gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief (HFA) wordt jaarlijks bijgesteld aan de hand van loon- en prijsindexatie. In de programmabegroting 2025 – 2028 van HFA wordt voor de loonaanpassing de cao-wijzigingen als uitgangspunt gehanteerd. Op basis van de van de huidige CAO
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
10
zijn de salarissen voor 2024 met 1,5% omhoog gegaan. Dit percentage wordt aangehouden in de begroting voor de jaren na 2025 voor verwachte toekomstige stijgingen van personeelskosten. Voor prijsaanpassingen wordt uitgegaan van het cijfer van de nationale consumentenprijsindex (cpi) van het Centraal Planbureau (CPB). Op basis van het CPB (2023) is een prijsstijging toegepast van 4%. Hierdoor stijgt de bijdrage aan HFA in 2025 van €191.295 naar €198.946. Daarnaast doen de deelnemers van de GR vanaf 2024 een jaarlijkse bijdrage ter financiering van structurele kosten voor de e-depotvoorziening. Deze bijdrage is voor 2025 aangepast op de meeste recente cijfers van inwonersaantallen van gemeentes (2023) en de provincie (2022), zoals het Centraal Bureau voor Statistiek (CBS) die verzameld heeft. Voor Lelystad wordt de bijdrage hierdoor verhoogd naar €114.170. De totale bijdrage van Lelystad aan HFA wordt daarmee €313.116, waar in de Lelystadse begroting €303.000 is opgenomen. Per saldo een toename van afgerond €10.000. Voorgesteld besluit: 2. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage Het Flevolands Archief’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€10.000.
3
Bijstelling Actualisatie rondweg Lelystad Zuid
0.8
Bedragen x € 1.000
2025 -
2026 -83
2027 146
2028 147
2029 -247
2030 -245
Bij de kadernota 2024 - 2027 zijn de reserveringen voor de rondweg Lelystad Zuid in de meerjarenbegroting geactualiseerd op basis van het toen bekende investeringsniveau van €23,7 mln. In de voorliggende kadernota 2025 – 2028 wordt uitgegaan van een investeringsniveau van €31,4 mln. De stijging van ruim €7,7 mln. is het gevolg van enerzijds extra investeringen in de scopewijzigingen €6,8 mln. (bovenop de eerdere 3 mln), beeldkwaliteit €1,1 mln. en €0,2 mln. lagere investeringen op basis van het in 2023 opgestelde voorlopig ontwerp. Scopewijzigingen €9,8 mln. Om een toekomstbestendige kwalitatief goede gebiedsontwikkeling ZuiderC te realiseren is in de Mastervisie vastgelegd dat de aspecten water & bodem sturend en natuur medebepalend zijn voor de inrichting van de ontwikkeling ZuiderC. Daartoe is het nodig dat het ontwerp van de Rondweg Lelystad Zuid aangepast wordt. De aanpassingen (scopewijzigingen) in de rondweg bestaan uit een tweetal onderdoorgangen voor de aan te brengen slenken (watergangen) naar ZuiderC, een extra rotonde voor de ontsluiting van het woongebied van ZuiderC en het aanbrengen van een voetgangersdeel op de nieuw aan te brengen fietsbrug bij de Torenvalkweg.
In de Bestuursovereenkomst ontwikkeling Grootschalige Woningbouw ZuiderC is overeengekomen dat ter dekking van deze scopewijzigingen een bedrag van € 9,8 miljoen ten laste komt van de ontwikkeling ZuiderC in de vorm van een vaste bijdrage (deze bijdrage wordt niet geïndexeerd waardoor er een risico op tekorten bestaat als gevolg van prijsstijgingen). Deze vaste bijdrage komt naar verwachting vanuit de ontwikkeling pas op termijn gefaseerd beschikbaar (in deze kadernota is met deze bijdrage om die reden geen rekening gehouden). Het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) schrijft echter voor dat tot die tijd in de dekking van de investering moet worden voorzien. Het BBV en de Nota Waarderen, Activeren en Afschrijven bieden de mogelijkheid dat de scopewijzigingen als “bijdrage aan activa in eigendom van derden” worden geactiveerd indien aan de daarvoor geldende voorwaarden wordt voldaan. Op grond van de gemeentelijke richtlijn dient de raad daartoe bij het toekennen van het investeringskrediet te zijner tijd een expliciet besluit te nemen. De afschrijvingstermijn die de provincie voor deze investeringen hanteert is daarbij leidend (40 jaar). In deze kadernota zijn de lasten verbonden aan de scopewijzigingen (€9,8 mln. investering in 2028) structureel verwerkt.
Dekking In de kadernota 2024 - 2027 is voor de rondweg Lelystad Zuid voor 2026 €281.000 aan lasten gereserveerd en vanaf 2027 structureel €678.000. Daarnaast wordt vanaf 2026 als gevolg van de hogere inflatiekosten structureel jaarlijks voor ruim €32.000 een beroep gedaan op de binnen de begroting beschikbare stelpost loon-/ prijscompensatie. De update van het project tot €31,4 mln. betekent voor 2026 een extra jaarlast van ruim €83.000 en voor 2027 en 2028 lagere lasten van respectievelijk circa €146.000
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
11
en €147.000. Als gevolg van de hogere investering van €7,7 mln. is op termijn vanaf 2029 sprake van structureel hogere lasten van ca. €247.000 (vervolgens jaarlijks aflopend met circa €2.000). De hogere investeringslasten worden vooral veroorzaakt door de scopewijzigingen ten behoeve van de gebiedsontwikkeling en zijn naar verwachting tijdelijk van aard omdat het uitgangspunt is dat deze in de toekomst ten laste van de gebiedsontwikkeling worden gebracht. Rentepercentage In lijn met de berekeningen in de kadernota 2024 - 2027 is voor de rondweg Lelystad Zuid ook in de voorliggende kadernota 2025 - 2028 voor de reservering van de toekomstige lasten voorzichtigheidshalve gerekend met een rentepercentage van 0,25%. Dit in afwijking van het thans geldende rentepercentage voor nieuwe investeringen van 0%. Het rentepercentage van 0% is wel gehanteerd voor het in deze kadernota aangevraagde investeringskrediet voor de grondverwerving. Investeringskrediet voor grondverwerving Eind 2024 wordt gestart met het aanbrengen van voorbelasting van het beoogde wegtracé en moet over de gronden worden beschikt. Hiervoor moet de grondverwerving van het RVB plaatsvinden. Voor de grondverwerving in 2024 is een investeringskrediet benodigd van €805.000 (excl. btw).Op grond wordt niet afgeschreven en de rekenrente voor nieuwe investeringen is 0%.
Als gevolg daarvan zijn de hieraan verbonden structurele jaarlasten nihil. Voorbereidingskrediet Het voorbereidingskrediet tot en met 2023 bedraagt €2 mln. (excl. BTW). Dit loopt in de pas met de geraamde prognose van de jaarschijven en de werkelijke uitgaven. De voorbereidingskosten voor 2024 zijn begroot op ruim €1,5 mln. (excl. btw). Dit betreft €641.000 voor de wegen, fiets- en voetpaden met een afschrijvingstermijn van 40 jaar en €885.000 voor de bruggen en fietstunnel met een afschrijvingstermijn van 30 jaar. Hierdoor komt het totale voorbereidingskrediet tot en met 2024 op ruim €3,5 mln. (excl. btw). He voorlopig ontwerp is afgerond in 2023. Het voorbereidingskrediet in 2024 wordt benut voor het vervolg van de MER-procedure, het opstellen van definitief ontwerp, voorbereiding van aanbestedingsprocedures, realisatie van grondwerkzaamheden en verleggen van kabels en leidingen. Daarna volgt in begin 2025 de realisatie van rotonde Larserdreef-Westerdreef. Aan het voorbereidingskrediet zijn geen directe lasten verbonden. Het voorbereidingskrediet is onderdeel van het totale investeringskrediet en de in het kader daarvan gereserveerde kapitaallasten.
Voor zover de voorbereidingskosten in de toekomst niet aan de ontwikkeling kunnen worden toegerekend, bijvoorbeeld wanneer het project onverhoopt niet door zou gaan, dan moeten deze in één keer worden afgeschreven ten laste van het rekeningresultaat van dat boekjaar (het rekeningresultaat wordt toegevoegd of onttrokken aan de algemene reserve waardoor de algemene reserve indirect als achtervang dient). Risico
Gevolg
Niet doorgaan van het project.
De gemaakte kosten moeten in een keer worden afgeschreven. Claim(s) te verwachten, bijvoorbeeld van provincie. Imagoschade voor Lelystad en provincie. Schade aan wederzijds vertrouwen en voor toekomstige samenwerking tussen Lelystad en provincie. Ontwikkeling van woningbouw loopt ernstige vertraging op. Bereikbaarheid van de stad loopt vast. Rem op de groei van de stad en het welzijn van inwoners en ondernemers. Consequenties voor ontwerp, planning en financiën (aard en omvang nog onbekend).
Scopewijzigingen naar aanleiding van onderzoeksresultaten en procedure van MER zoals extra voorzieningen in verband met geluid, compensatie van natuur of uitstel van realisatie. MER-procedure start later of duurt langer dan verwacht, bijv. vanwege stikstof en bezwarenprocedures Indexering blijkt hoger dan geraamd. Compensatie voor kiekendief blijkt complexer en/of niet (tijdig) haalbaar.
Kadernota 2025 – 2028
Noodzakelijke vervanging van brug Lage Dwarsvaart kan (nog) niet plaatsvinden. Hogere kosten vanwege indexering. Langere periode van verminderde bereikbaarheid voor gebied Hollandse Hout. Uitstel van Doorfietsroute Almere-Lelystad omdat brug Lage Dwarsvaart (nog) niet is vervangen. Onvoldoende budget. Consequenties voor planning, financiën en imago.
(versie vóór raadsbehandeling)
12
Mitigatie foerageergebied Kiekendief Zowel de Rondweg als de gebiedsontwikkeling ZuiderC hebben te maken met mitigerende maatregelen ten behoeve van de blauwe kiekendief voortvloeiende uit de Wet natuurbescherming, waarvoor een uitwerking gevonden moet worden in tijdelijke en permanente maatregelen. In art. 8.3 van de Bestuursovereenkomst ontwikkeling Grootschalige Woningbouw ZuiderC zijn de Provincie, de Gemeente en het Rijksvastgoedbedrijf overeengekomen dat de met de gezamenlijke oplossing verband houdende kosten ten laste worden gebracht van de ontwikkeling ZuiderC en de Rondweg, overeenkomstig het aandeel van de ontwikkeling ZuiderC en de Rondweg in de totale mitigatieopgave. Op dit moment is onduidelijk wat dit financieel voor de Rondweg gaat betekenen. In de kostenraming van de Rondweg is voor de kiekendiefcompensatie ten behoeve van de rondweg vooralsnog uitgegaan van een stelpost van €200.000. Voorgesteld besluit: 3a. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie rondweg Lelystad Zuid’ het voorbereidingskrediet in 2024 op te hogen met €1.526.000 (exclusief BTW) en voor de grondverwerving een investeringskrediet beschikbaar te stellen van €805.000 (exclusief BTW). 3b.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie rondweg Lelystad Zuid’ de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met de volgende bedragen: -€83.000 in 2026, €146.000 in 2027, €147.000 in 2028, -€247.000 in 2029 en -€245.000 met ingang van 2030.
Bijstelling
4
1.1
Actualisatie bijdrage Veiligheidsregio Flevoland
Bedragen x € 1.000
2025 -173
2026 -173
2027 -173
2028 -173
De begroting van de Veiligheidsregio wordt ieder jaar geactualiseerd conform de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen uitgangspunten, zoals volumegroei, loon- en prijsindexatie. De volgende factoren zijn van invloed op de hoogte op de bijstelling: -
-
Looncompensatie, dit is berekend op de stijging van de loonstijging in 2023, echter de huidige CAO loopt tot 1 mei 2024. Als in de nieuwe cao aanvullend hogere indexatiepercentages worden afgesproken dan opgenomen in de programmabegrotingen van 2024 en 2025, dan is het niet mogelijk om deze extra toename van de loonkosten op te vangen binnen de programmabegroting van 2025 en zal er naast deze bijstelling nog een eindafrekening volgen. Gezien de aanzienlijke inflatie als gevolg van economische en maatschappelijke ontwikkelingen in 2023 is het genoemde inflatiecijfer voor 2024 en verder bijgesteld.
Bovenstaande leidt ertoe dat de kosten voor Lelystad met ingang van 2025 toenemen met €173.000 ten opzichte van het bedrag dat in de begroting is opgenomen. Voorgesteld besluit: 4. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage Veiligheidsregio Flevoland’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€173.000.
5
Bijstelling
3.3
Actualisatie markten
Bedragen x € 1.000
2025 -52
2026 -52
2027 -52
2028 -52
De budgetten voor de organisatie van de markten en ambulante handel staan al enige jaren onder druk. De kosten lopen op en de inkomsten lopen terug. De markttarieven worden jaarlijks geïndexeerd en zijn vergelijkbaar met andere markten in het land. De tarieven verder verhogen heeft mogelijk een negatief effect op het aantal kooplieden die mede bepalend zijn voor een gevarieerd aanbod op en aantrekkelijkheid van de markten. Daarom wordt voorgesteld om de begroting te actualiseren en daarmee weer in overeenstemming te brengen met de realisatie. Voorgesteld besluit: 5. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie markten’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€52.000.
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
13
Bijstelling
6
4.2
Actualisatie schoonmaakkosten gemeentelijk vastgoed
Bedragen x € 1.000
2025 -460
2026 -460
2027 -460
2028 -460
Het gemeentelijk vastgoed wordt schoongemaakt. Het betreft hierbij objecten zoals gymzalen, onderwijshuisvesting en overige gebouwen. De schoonmaak van het gemeentelijk vastgoed wordt gedaan door de sociale partner van de gemeente Lelystad, Schoonmaak Service Flevoland welke een onderdeel is van het Werkbedrijf. Afgelopen periode zijn de kosten rondom schoonmaak aanzienlijk gestegen. Dit heeft een drietal hoofdoorzaken. De schoonmaak intensiteit is tijdens de Covid-19 pandemie aanzienlijk omhooggegaan. Inmiddels is deze enigszins afgebouwd maar de intensiteit blijft hoger dan voor de pandemie. Afschalen op deze intensiteit wordt als niet realistisch beoordeeld door de ervaringen vanuit gebruikers. Daarnaast is het aantal objecten dat schoongemaakt wordt in opdracht van de gemeente Lelystad in de afgelopen jaren omhoog gegaan. Een belangrijke reden dat de kosten voor schoonmaak zijn gestegen komt door aanzienlijke loon- en prijsontwikkelingen in de sector, welke worden doorberekend aan de gemeente als opdrachtgever. Voorgesteld besluit: 6. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie schoonmaakkosten gemeentelijk vastgoed’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€460.000.
7
Bijstelling Actualisatie IHP
4.2
Bedragen x € 1.000
2025 -628
2026 -2.385
2027 -2.574
2028 -2.355
2029 -2.591
2030 -310
Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) geeft concrete uitwerking aan de wettelijke zorgplicht van de gemeente voor ‘de onderwijshuisvesting voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs in de stad. Ieder jaar wordt het IHP geactualiseerd en de actualisatie die volgt uit het IHP Jaarprogramma 24-25 omvat de bijstellingen van al geplande (nieuwbouw)projecten op basis van leerlingenprognoses, prijsstijgingen en andere gewijzigde omstandigheden. De actualisatie van het IHP omvat daarnaast de bekostiging van door de schoolbesturen ingediende aanvragen die op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs in aanmerking komen voor honorering. Voor 2025 betreft de toe te kennen aanvraag budget voor 1e inrichting voor de nieuw te starten christelijke basisschool in Warande ‘IKC Stella Nova’. Voor het grootste deel betreft de voorgestelde bijstelling die volgt uit IHP Jaarprogramma 24-25 de actualisatie van lopende projecten en dan in het bijzonder de kosten van tijdelijke huisvesting. Dit zijn onontkoombare kosten op basis van de gemeentelijke zorgplicht om te voorzien in voldoende onderwijshuisvesting. Zo is voor basisschool De Boeier per 2026 een tijdelijke voorziening nodig voor het huisvesten van (een deel van) diens leerlingen gedurende de periode dat het oude deel van het huidige schoolgebouw wordt vervangen.
Daarnaast dient per zomer 2025 een tijdelijke voorziening gereed te zijn om de nieuwe basisschool IKC Stella Nova te huisvesten in afwachting van de realisatie van een permanent schoolgebouw. Doordat in nog niet direct gestart kan worden met de bouw van deze permanente voorziening, in afwachting van besluitvorming over de exacte locatie en het bouwrijp maken daarvan, zal de school bovendien langer gebruik moet maken van tijdelijke huisvesting en daardoor naar alle waarschijnlijkheid moeten worden uitgebreid om de groei van het leerlingenaantal op te vangen. Eveneens onontkoombaar op basis van de gemeentelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting is het gymvervoer van de leerlingen van basisscholen die – als gevolg van (vervangende) nieuwbouw in het kader van het IHP meerjarenperspectief – tijdelijk geen gebruik kunnen maken van een nabij gelegen gymzaal. Andere bijstellingen die zijn meegenomen in het IHP Jaarprogramma 24-25 betreffen: -
Een indexering met 5,4% van de reeds in de begroting opgenomen middelen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen om in de pas te blijven lopen met de ontwikkeling van de bouwmarkt. Indexering met dit percentage is middels een separaat raadsvoorstel toegelicht en voor besluitvorming voorgelegd.
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
14
-
In verband met de netcongestie: een stelpost voor noodaggregaten voor nieuw op te leveren schoolgebouwen. De bijstelling ten behoeve van de nieuwbouw voor basisschool De Windroos conform scenario 4 dat, middels een separaat raadsvoorstel is toegelicht en voor besluitvorming voorgelegd.
Een uitgebreide toelichting op de voorgestelde bijstellingen, is opgenomen in IHP Jaarprogramma 24-25. Voorgesteld besluit: 7. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie IHP’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met de volgende bedragen: -€628.000 in 2025, -€2.385.000 in 2026, €2.574.000 in 2027, -€2.355.000 in 2028, -€2.591.000 in 2029 en -€310.000 met ingang van 2030.
8
Bijstelling
4.2
Actualisatie exploitatie nieuwbouw onderwijshuisvesting
Bedragen x € 1.000
2025 -285
2026 -555
2027 -661
2028 -945
In 2025 worden 4 nieuwbouw onderwijs gebouwen opgeleverd. Dit betreft MFA de Botter, IKC de Tjalk, IKC de Kring en KC Voorhof. Twee van deze gebouwen zullen volledig bij de gemeente in beheer komen. Dat zijn MFA de Botter en KC Voorhof. Daarnaast blijven de gymzaal van IKC de Tjalk en IKC de Kring ook in beheer bij de gemeente Lelystad. Naast deze vier gebouwen wordt er ook rekening gehouden met alle overige vervangende nieuwbouwprojecten vanuit het IHP. Zijnde; de Windroos, de Boeier, de Albatros, Stella Nova, de Torenvalk. De exploitatielasten zijn hiermee voor alle onderwijshuisvesting projecten welke nu onderdeel uitmaken van het IHP meerjaren plan. De exploitatielasten voor deze gebouwen bestaan uit; beheer, reserveringen groot onderhoud, dagelijks onderhoud, onderhoudscontracten, belastingen, verzekeringen, schoonmaak, afvalverwerking, energielasten. De benodigde middelen voor het beheer en onderhoud van deze gebouwen is noodzakelijk. De baten komen vanuit de huurkosten welke betaald worden door derden zoals kinderopvang organisatie en welzijnsorganisaties. Ook komen er baten vanuit de mi-vergoeding welke door de schoolbesturen wordt afgedragen voor het gebruik van de onderwijsruimtes in de nieuwbouw. Na aftrek van deze baten resteren per saldo de bovenstaande bedragen die ten laste komen van het financieel perspectief. Voorgesteld besluit: 8.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie exploitatie nieuwbouw onderwijshuisvesting’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met de volgende bedragen: -€285.000 in 2025, -€555.000 in 2026, -€661.000 in 2027 en -€945.000 met ingang van 2028.
9
Bijstelling
4.2
Actualisatie beheer wijkentrum MFA de Botter
Bedragen x € 1.000
2025 -178
2026 -178
2027 -178
2028 -178
MFA de Botter wordt eind 2024 opgeleverd. In MFA de Botter zit ook een wijkcentrum gedeelte welke als zelfstandig wijkcentrum beheerd dient te worden. Dit beheer zal professioneel uitgevoerd worden cf. eerder uitgevoerde onderzoeken naar het beheer van de MFA's. Voor het beheer is als uitgangspunt genomen dat de MFA door de weeks dagelijks open is van 08:00 tot 18:00. Daarnaast is een openstelling voor twee avonden per week van 18:00 tot 22:00 aangehouden. Aan de hand van de bovenstaande openingstijden zijn de geraamde kosten berekend. Voorgesteld besluit: 9. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie beheer wijkcentrum MFA de Botter’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€178.000.
Kadernota 2025 – 2028
(versie vóór raadsbehandeling)
15
10
Bijstelling
5.7
Actualisatie beheerbijdrage Houtribhoogte
Bedragen x € 1.000
2025 -25
2026 -25
2027 -25
2028 -25
Met een projectontwikkelaar is een overeenkomst gesloten voor de ontwikkeling van het woongebied Houtribhoogte. Het gebied wordt zo ontwikkeld dat gronden welke bestemd zijn als openbaar gebied (wegen, paden, openbare verlichting en riolering) na realisatie in eigendom en beheer worden overgedragen aan de gemeente. De overige gronden (groenvoorzieningen) worden als mandelig gebied gemeenschappelijk eigendom van de woningeigenaren. De projectontwikkelaar is verantwoordelijk voor het regelen van de mandeligheid. In de akte van levering en het beheerplan is opgenomen dat de gemeente een jaarlijks te indexeren financiële bijdrage levert aan het beheer en onderhoud van het mandelig gebied (€ 90/ woning) omdat er door de opzet van de wijk geen openbaar groen onderhouden hoeft te worden. Tot op heden is, zonder resultaatsverplichting, de bijdrage aan de stichting betaald met middelen die bedoeld zijn voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte en komen daarmee indirect ten laste van het rekeningresultaat. Het gebied is nog in ontwikkeling en het aantal woningen zal nog uitbreiden. Het betreft een bijdrage aan derde voor beheer en onderhoud van mandelig gebied van bewoners. Er is geen relatie met het beheer van openbare ruimte. Voorgesteld wordt deze bijdrage beschikbaar te stellen en dit in de begroting te borgen. Voorgesteld besluit: 10.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie beheerbijdrage Houtribhoogte’ de begroting 2025 en de meerjarenraming met ingang van 2026 bij te stellen met -€25.000.
11
Bijstelling
6.1
Actualisatie uitvoering SPUK Kansrijke Wijk
Bedragen x € 1.000
2025 -100
2026 -100
2027 -
2028 -
In december 2023 is er voor de periode 2023-2025, middels de Specifieke Uitkering (SPUK) ‘Kansrijke Wijk’’, bijna € 6 miljoen beschikbaar gesteld voor het focusgebied Lelystad Oost. Dit geld moet worden besteed in de periode 2023-2025. Het is mogelijk om een verzoek in te dienen tot uitstel van de bestedingstermijn. De uiterste bestedingsdatum wordt dan uiterlijk 31 december 2026. Deze subsidie is tot stand gekomen door een samenwerking van de ministeries BZK, OCW en SZW en bevat een aantal hoofdthema’s: Re-integratie, Preventie van Schulden en Armoede, Ontwikkeling van het jonge kind, Veerkracht en Weerbaarheid en Integraal in te zetten budget. Deze middelen gaan we inzetten volgens de kaders die u als raad heeft meegegeven en in samenwerking met onze inwoners. Het grootste gedeelte van dit geld moet en gaat bij onze inwoners terecht komen. De gelden zijn verstrekt aan het college van burgemeester en wethouders. Het college legt verantwoording af over de besteding van de uitkering (vastgelegd in artikel 14 van de Regeling Kansrijke wijk). Anders dan binnen de programma's Volkshuisvestingsfonds en Preventie met Gezag, beiden onderdeel van het programma Samen Lelystad Oost, is er binnen deze Specifieke Uitkering geen ruimte voor formatie om het rechtmatig verstrekken van de ontvangen middelen uit te kunnen voeren.
De gemeentelijke organisatie is verantwoordelijk voor het op rechtmatige wijze verstrekken van de SPUK gelden aan de betrokken partners en het onderzoeken van alle aspecten die aan het rechtmatig verstrekken van de gelden verbonden zijn (denk aan het bepalen of sprake is van een subsidie of toch een inkoopproces gestart moet worden, het op juiste wijze uitvoeren van het gemeentelijke inkoopbeleid, het uitzoeken van juridische vraagstukken als staatssteun). De gemeente neemt een bijzondere positie in het programma in. We zijn één van de partners binnen de alliantie (in Lelystad de Gebiedstafel genoemd),maar ook verantwoordelijk voor het op rechtmatige wijze verstrekken van de middelen. Op dit moment is er binnen de bestaande middelen voor de benodigde personele inzet geen dekking. Om die reden wordt voorgesteld voor 2025 en 2026 incidenteel €100.000 per jaar beschikbaar te stellen, zodat wij aan onze verantwoordelijkheden en verplichtingen kunnen voldoen. Zowel richting onze partners als richting onze inwoners. De gemeente heeft een groot programma in Lelystad Oost. Het incidenteel beschikbaar stellen van deze middelen biedt ons de mogelijkheid om goed te kunnen verantwoorden,