BL Kadernota 2024 - 2027 (versie vóór raadsbehandeling)
Tekst van het document
22
Bijstelling
0.7
Aanvulling nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds
Bedragen x € 1.000
2024 4.520
2025 4.520
2026 4.520
2027 4.520
Zoals in de vorige bijstelling reeds is beschreven komt er een bedrag van €5,9 miljoen structureel beschikbaar voor het afdekken van loon- en prijsstijgingen gedurende 2024. Dit op basis van de informatie uit de septembercirculaire 2022. In aanvulling hierop zal er bij de meicirculaire 2023 een aanvullend bedrag beschikbaar worden gesteld, waarvan de omvang op dit moment nog niet bekend is. Eén en ander zal afhangen van de besluitvorming door het kabinet bij het opstellen van de Voorjaarsnota. Op basis van het Centraal Economisch Plan - dat afgelopen maart door het CPB is gepubliceerd - ligt het in lijn der verwachting dat er een compensatie volgt voor: 1. de harder dan verwachte loon- en prijsontwikkeling in 2022 Het kabinet heeft bij het opstellen van de Najaarsnota 2022 aangegeven gemeenten te gaan compenseren voor loon- en prijsontwikkeling gedurende de tweede helft van 2022. In de reguliere systematiek wordt er ieder jaar namelijk in het voorjaar bepaald met welke percentages wordt gerekend. Dat gaat normaalgesproken zonder noemenswaardige problemen, maar afgelopen jaar was in veel opzichten niet representatief, gezien de sterke loon- en prijsontwikkeling in de loop van dat jaar. Het gaat hierbij om structurele bedragen, waarvan de omvang nog niet bekend is.
In de decembercirculaire is een bedrag van €291 miljoen structureel als inschatting gegeven (zou voor Lelystad een kleine €1,5 miljoen structureel betekenen). Op basis van het Centraal Economisch Plan 2023 zou een bedrag van €498 miljoen structureel als inschatting gegeven kunnen worden (zou voor Lelystad ruim €2,35 miljoen structureel betekenen). Het kabinet zal hier een besluit over nemen bij het opstellen van de Voorjaarsnota. Gemeenten worden hierover geïnformeerd in de meicirculaire 2023. 2. de harder dan verwachte loon- en prijsontwikkeling in 2023 Op basis van het Centraal Economisch Plan wordt duidelijk dat de loon- en prijsontwikkeling gedurende 2023 hoger uitvalt dan waar in eerdere ramingen vanuit werd gegaan. Een inschatting op dit moment is dat er met ingang van 2023 structureel €148 miljoen toegevoegd zal worden als compensatie voor deze hogere loon- en prijsontwikkeling (zou voor Lelystad zo'n €0,7 miljoen structureel betekenen). 3. de hogere inschatting omtrent de verwachte loon- en prijsontwikkeling in 2024 Op basis van het Centraal Economisch Plan wordt duidelijk dat de loon- en prijsontwikkeling gedurende 2024 hoger uitvalt dan waar in eerdere ramingen vanuit werd gegaan.
Een inschatting op dit moment is dat er met ingang van 2024 structureel €312 miljoen toegevoegd zal worden als compensatie voor deze hogere loon- en prijsontwikkeling (zou voor Lelystad ruim €1,47 miljoen structureel betekenen). In totaliteit gaat het om maximaal €4,52 miljoen structureel dat er aan aanvullende nominale compensatie beschikbaar voor 2024 en verder, maar het kan ook lager uitvallen. Zoals gezegd zal één en ander afhangen van de Voorjaarsbesluitvorming door het kabinet. Mocht deze compensatie lager uitvallen zal in opmaat naar het opstellen van de programmabegroting 2024 – 2027 worden gekeken naar een verlaging van de corresponderende bijstellingen die betrekking hebben op de lastenkant van de begroting (bijstellingen 24, 25 en 26). Voorgesteld besluit: 22. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Aanvullende nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met €4.520.000.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
18
23
Bijstelling
0.8
Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2023)
Bedragen x € 1.000
2024 -1.173
2025 -1.173
2026 -1.173
2027 -1.173
In de programmabegroting 2023 - 2026 was rekening gehouden met een structurele loonsverhoging van 4,5% met ingang van 1 januari 2023. Eind februari van dit jaar is er een principe overeenstemming bereikt over een nieuwe CAO, waarbij er afspraken zijn gemaakt over de loonontwikkeling. Voor Lelystad betekenen de afspraken een gemiddelde loonstijging van 7,65%, wat dus ruim 3% hoger ligt dan waar in de begroting en meerjarenraming rekening mee is gehouden. De CAO afspraken zijn inmiddels definitief geworden, waardoor er een negatief effect ontstaat ten opzichte van de begroting en meerjarenraming. Daarnaast vinden er nog een aantal wijzigingen plaats in de door de werkgever af te dragen sociale lasten, voornamelijk op het vlak van de pensioenpremies. Deze wijzigingen zorgen voor een voordelig effect ten opzichte van de begroting en meerjarenraming. Per saldo gaat het om een onontkoombare bijstelling van -€1.173.000 structureel. Zoals gezegd kon een dergelijke stijging van de CAO lonen bij het opstellen van de programmabegroting 2023 - 2026 niet worden voorzien. Het is met name de sterk oplopende inflatie in de tweede helft van afgelopen jaar die ervoor gezorgd heeft dat de vakbonden hogere looneisen zijn gaan stellen. Uiteindelijk met dit onderhandelingsresultaat als gevolg. Het is hierbij van belang om een koppeling te maken met de inkomstenkant van de begroting.
De algemene uitkering die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds wordt namelijk ieder jaar geïndexeerd op basis van de inflatieverwachtingen die in het voorjaar door het CPB worden ingeschat. Uiteindelijk is de inflatie aanzienlijk hoger uitgevallen, wat maakt dat het kabinet heeft besloten gemeenten in de meicirculaire 2023 met terugwerkende kracht hiervoor te compenseren (zie daarvoor de toelichting onder bijstelling 22). Voorgesteld besluit: 23. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2023)’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€1.173.000.
24
Bijstelling
0.8
Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2024)
Bedragen x € 1.000
2024 -3.284
2025 -3.284
2026 -3.284
2027 -3.284
In de vorige bijstelling is het effect op de meerjarenraming opgenomen als gevolg van de recent gemaakte CAO afspraken en de doorwerking van de sociale lasten. Deze CAO heeft een looptijd van één jaar, wat inhoudt dat er in de loop van 2023 nieuwe onderhandelingen worden opgestart aangaande de salarisontwikkeling voor 2024. Gemeenten moeten bij het opstellen van de programmabegroting voor aankomend jaar rekening houden met een structurele stijging van de salarissen met ingang van 1 januari 2024. Het te hanteren indexpercentage voor 2024 komt - conform de gebruikelijke systematiek - uit op 5,4%. Dit percentage is vergelijkbaar met de index die het CPB heef ingeschat voor de ontwikkeling van de loonvoet voor de sector overheid in 2024. Een stijging van de salarissen met 5,4% - inclusief doorwerking op de sociale lasten - resulteert in een budgetbeslag van €3.284.000 structureel. Op het moment dat de daadwerkelijke ontwikkeling van de salarissen en sociale lasten hoger of lager uitvalt ten opzichte van deze inschatting zal het effect daarvan betrokken bij de kadernota 2025 – 2028 (op soortgelijke wijze als deze keer onder bijstelling 23 is gedaan). Voorgesteld besluit: 24. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2024)’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€3.284.000.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
19
25
Bijstelling
0.8
Compensatie inflatie - gemeentebegroting (tranche 2024)
Bedragen x € 1.000
2024 -7.020
2025 -7.020
2026 -7.020
2027 -7.020
De budgetten in de gemeentebegroting zijn in de afgelopen jaren niet altijd gecorrigeerd voor inflatie. Dit heeft er toe geleid dat er, indirect via de kaasschaafmethode, over de gehele begroting bezuinigingen zijn doorgevoerd. Bij een stijgend prijspeil betekent dit dat er met dezelfde middelen steeds minder kan worden gedaan. Het niet indexeren van de budgetten in de gemeentebegroting heeft echter een grens. Om die reden is er voor 2022 en 2023 weer budget toegekend om de effecten van inflatie in die jaren structureel op te kunnen vangen. In de loop van 2022 is de inflatie sterk opgelopen, met als gevolg diverse financiële knelpunten - waar in de programmabegroting 2023 - 2026 zo goed als mogelijk op is geanticipeerd. Enerzijds door het actualiseren van de beschikbare budgetten bij significatie prijsstijgingen (denk aan de actualisatie van de energiebudgetten en de kosten voor het groenonderhoud). Anderzijds door het reserveren van middelen om de begroting en gesubsidieerde instellingen te kunnen compenseren voor deze prijsstijgingen. Met ingang van 2024 zal de reguliere systematiek weer worden gehanteerd, resulterend in een indexatie van de gemeentebegroting met 5,4%.
Een indexatiepercentage van 5,4% resulteert in een bedrag van afgerond €7.020.000 structureel (gerekend over een totaalbedrag van afgerond €130 miljoen aan budgetten die aan inflatie onderhevig zijn, inclusief het sociaal domein). Voorgesteld besluit: 25. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – gemeentebegroting (tranche 2024)’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€7.020.000.
26
Bijstelling
0.8
Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2024)
Bedragen x € 1.000
2024 -1.271
2025 -1.271
2026 -1.271
2027 -1.271
Gesubsidieerde instellingen worden eveneens geconfronteerd met stijgende prijzen en afgesloten CAO's. Dit maakt het jaarlijks indexeren van de instellingen noodzakelijk. In aanvulling op de reguliere indexatie ontvangen de gesubsidieerde instellingen dit jaar een structurele aanvullende indexatie van 3,6% (voor een totale compensatie in 2023 van 7%). Dit ter compensatie van de hoger dan verwachte loon- en prijsontwikkeling in de afgelopen periode. Met ingang van 2024 zal de reguliere systematiek weer worden gehanteerd, resulterend in een indexatie van de begroting subsidies met 5,4%. Gerekend over een subsidiebedrag ter grootte van €23,5 miljoen resulteert dit in een bedrag van afgerond €1.271.000 structureel. Voorgesteld besluit: 26. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Compensatie inflatie – gesubsidieerde instellingen (tranche 2024)’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€1.271.000.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
20
C. Gemeentefonds De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan mutaties binnen de uitkeringen die de gemeente ontvangt uit het gemeentefonds. Gemeenten worden doorgaans drie maal per jaar geïnformeerd over de ontwikkelingen binnen het gemeentefonds (in de mei-, september- en decembercirculaire). De meicirculaire 2023 verschijnt naar verwachting rond 1 juni en zal dan doorgerekend en geanalyseerd moeten worden. De raad zal via een informatienota worden geïnformeerd over de inhoud van deze circulaire.
27
Bijstelling
0.7
Doorwerking bredere financieringsystematiek
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 PM
2027 PM
Na actualisatie van het financieel perspectief – zoals gebruikelijk is in de kadernota - zou idealiter duidelijk moeten zijn wat het financiële kader is. Ook dit jaar is deze duidelijkheid in dit stadium niet te geven. Net zoals voorgaande jaren is de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds met onzekerheid omgeven. De VNG heeft afgesproken met het Rijk om het accres van de algemene uitkering tot en met jaarschijf 2025 vast te zetten. Dit betekent dat de reguliere trap op / trap af systematiek wordt vastgeklikt en dat de ontwikkeling van de algemene uitkering in deze jaren alleen nog wordt aangepast op basis van loon- en prijsontwikkelingen. Dit levert in deze jaren een meer stabiele algemene uitkering op, omdat er niet tussentijds wordt aangepast in verband met meer- of minder uitgaven van het Rijk. Met ingang van jaarschijf 2026 is het beeld heel anders. Bij het aantreden van dit kabinet is het voornemen bekend gemaakt om in dat jaar een bredere financiering systematiek voor gemeenten in te voeren. Vooruitlopend hierop is de reguliere systematiek met ingang van 2026 buiten werking gesteld, wat ervoor heeft gezorgd dat gemeenten er enkele miljarden per jaar op achteruit gaan. Om die reden wordt jaarschijf 2026 ook wel aangeduid als ‘het ravijnjaar’. Er zijn op dit moment nog geen nadere afspraken gemaakt over deze bredere financiering systematiek.
De minister heeft op 7 april de Tweede Kamer per brief geïnformeerd over de stand van zaken. Aangegeven wordt dat er constructieve gesprekken worden gevoerd met vertegenwoordigers van medeoverheden en dat er ten aanzien van de nieuwe financiering systematiek voor de meicirculaire 2023 ‘een uitvoeringsplan met tijdpad’ naar de Tweede Kamer zal worden verstuurd. Wat hier precies in zal staan en in hoeverre gemeenten op dat moment al duidelijkheid krijgen over de rijksbijdragen met ingang van 2026 is onduidelijk. De context waarin deze gesprekken worden gevoerd is in het afgelopen jaar wel veranderd. Het financiële vooruitzicht voor de overheidsfinanciën zag er begin 2022 rooskleuriger uit dan nu het geval is. De Rijksbegroting zal in de aankomende jaren verder onder druk komen te staan. Voorgesteld besluit: 27. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Doorwerking bredere financiering systematiek’ de meerjarenraming met ingang van 2026 vooralsnog niet bij te stellen.
28
Bijstelling
0.7
Herijking algemene uitkering
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 PM
2027 PM
De afgelopen jaren hebben de beheerders van het gemeentefonds samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) gewerkt aan de nieuwe verdeling van het gemeentefonds. In de meicirculaire 2022 werd aangegeven dat de nieuwe verdeling wordt ingevoerd per 1 januari 2023. Voor Lelystad is het negatieve herverdeeleffect becijferd op -€62,50 per inwoner per jaar. Gegeven de ontvangen adviezen van de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) en de VNG en de reacties van gemeenten hebben de fondsbeheerders besloten het ingroeipad – het pad waarmee gemeenten naar de nieuwe verdeling ingroeien – in eerste instantie te beperken tot 3 jaar. Het maximale
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
21
negatieve herverdeeleffect is -€ 7,50 per inwoner in 2023, -€22,50 per inwoner in 2024 en -€37,50 per inwoner in 2025 en verder. Voor gemeenten met een beperkte financiële draagkracht en een lage sociaal economische status geldt tot en met 2025 een aangepast ingroeipad. Lelystad valt onder de criteria die hierbij worden toegepast, waardoor het negatieve herverdeeleffect in eerste instantie is gemaximeerd op -€5 per inwoner in 2023, -€12,50 per inwoner in 2024 en -€22,50 per inwoner in 2025 en verder. Deze effecten zijn reeds verwerkt in de huidige meerjarenraming. Op basis van het advies van de ROB zal er in de komende jaren een onderzoeksagenda worden uitgevoerd en zal de werking van het nieuwe verdeelmodel worden geëvalueerd. Aan de hand hiervan zal nog nadere besluitvorming plaatsvinden. Dan zal ook pas meer duidelijkheid ontstaan over het al dan niet effectueren (en met welk tijdspad) van het resterende nadelige herverdeeleffect. Voor Lelystad gaat het dan nog om een bedrag van -€62,5 minus -€22,5 = -€40 per inwoner per jaar structureel. Het maximale risico is zo’n -€1,2 miljoen in 2026, -€2,4 miljoen in 2027 en -€3,2 miljoen met ingang van 2028. Let wel: dit zou de situatie zijn bij het volledig en ongewijzigd doorvoeren van het herijkte model op de kortst mogelijke termijn (-€15 per inwoner in 2026, €-30 per inwoner in 2027 en -€40 per inwoner met ingang van 2028).
Dergelijke trajecten kennen doorgaans echter een lange doorlooptijd en het is op dit moment nog niet in te schatten wat er uit de vervolgonderzoeken naar voren komt. Voorgesteld besluit: 28. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Herijking algemene uitkering’ de meerjarenraming met ingang van 2026 vooralsnog bij te stellen.
29
Bijstelling
0.7
Structureel ramen eenmalige uitkering 2026
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 -
2027 4.356
In het coalitieakkoord van het kabinet Rutte IV staat de volgende tekst: 'Om een stabielere financiering voor gemeenten en provincies te realiseren en hun autonomie te vergroten, wordt in de komende jaren een nieuwe financieringssystematiek voor de periode na 2025 uitgewerkt, waarbij de mogelijkheid voor een groter eigen belastinggebied wordt betrokken'. Onderdeel van deze afspraak is dat het kabinet heeft besloten het accres met ingang van 2026 alleen te corrigeren voor loon- en prijsontwikkelingen. Een besluit over hoe om te gaan met een tegemoetkoming voor volumeontwikkelingen moet nog worden genomen. In de tussentijd worden gemeenten geconfronteerd met een sterk teruglopende algemene uitkering met ingang van 2026. Zie hiervoor de uitgebreide toelichting onder bijstelling 27. De VNG heeft in sterke bewoordingen vraagtekens bij deze handelswijze geplaatst. Wat de VNG betreft wordt de afspraak van samen trap op / samen trap af op meerdere fronten geweld aan gedaan. In de media uitingen wordt ook wel gesproken over het 'ravijnjaar 2026'. Gesprekken over deze problematiek worden nu gevoerd, maar er is tot dusver geen uitsluitsel. Afgelopen jaar heeft het kabinet voor jaarschijf 2026 eenmalig €1 miljard beschikbaar gesteld, wat voor Lelystad een bedrag van €4.356.000 betekende.
Dit bedrag is als incidentele opbrengst in 2026 meegenomen bij het opstellen van de programmabegroting 2023 - 2026. Vanuit het financieel toezicht is inmiddels de uitspraak gedaan dat gemeenten deze eenmalige bijdrage structureel mogen ramen, vooruitlopend op de nog te maken afspraken over de uiteindelijke financiering systematiek. Begrotingstechnisch betekent dit een bijstelling van het begrotingssaldo met ingang van 2027. Voorgesteld besluit: 29. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Structureel ramen eenmalige uitkering 2026’ de meerjarenraming met ingang van 2027 bij te stellen met €4.356.000.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
22
30
Bijstelling
0.7
Wet goed verhuurderschap Doorvertalen lastenkant - Wet goed verhuurderschap
Bedragen x € 1.000
2024 44 -44
2025 44 -44
2026 44 -44
2027 44 -44
In het coalitieakkoord is afgesproken dat gemeenten meer mogelijkheden krijgen om malafide verhuurderschap en discriminatie op de huurmarkt gerichter aan te pakken. Deze afspraken worden uitgevoerd in de vorm van het wetsvoorstel goed Verhuurderschap. Het wetsvoorstel zal naar verwachting op 1 juli 2023 in werking treden. Het wetsvoorstel introduceert een landelijke basisnorm voor goed verhuurderschap, in de vorm van algemene regels, waaraan verhuurders en verhuurbemiddelaars zich dienen te houden. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om gemeenten financieel te ondersteunen bij de implementatie en uitvoering van het wetsvoorstel. Voorgesteld wordt deze middelen beschikbaar te stellen voor de uitvoering. Voorgesteld besluit: 30. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Wet goed verhuurderschap’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met €44.000 en deze middelen budgetneutraal beschikbaar te stellen voor de uitvoering.
31
Bijstelling
0.7
Wet kwaliteitsborging voor het bouwen Doorvertalen lastenkant - Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
Bedragen x € 1.000
2024 -12 12
2025 -12 12
2026 -12 12
2027 -
Via de septembercirculaire 2022 zijn gemeenten geïnformeerd over de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) en de middelen die daarvoor aan gemeenten ter beschikking worden gesteld (voor Lelystad ging het om €50.000 per jaar tot en met 2026). In de decembercirculaire 2022 valt te lezen dat de verdeelsleutel is gewijzigd op verzoek van de VNG. Voor Lelystad betekent dit dat de bijdrage €12.000 lager uitvalt. Voorgesteld deze wegvallende middelen budgetneutraal in mindering te brengen op het reeds beschikbaar gestelde budget. Voorgesteld besluit: 31. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Wet kwaliteitsborging voor het bouwen’ de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 – 2026 bij te stellen met -€12.000 en deze wegvallende middelen budgetneutraal in mindering te brengen op het reeds beschikbaar gestelde budget.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
23
D. Personeel De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan de personele inzet. De eerste bijstelling vloeit rechtstreeks voort uit het amendement (A02 - A13) zoals dat bij de programmabegroting 2023 – 2026 door de raad is vastgesteld. Deze bijstelling heeft primair betrekking op de uitvoering van het huidige takenpakket, waarbij de omvang van het ambtelijk apparaat in verhouding moet blijven staan met de omvang van de stad. De tweede bijstelling is ook een direct uitvloeisel uit de programmabegroting 2023 – 2026 en heeft betrekking op de benodigde capaciteit teneinde de gewenste groei te bewerkstelligen – wat iets wezenlijks anders is dan de eerste bijstelling.
32
Bijstelling
0.4
Capaciteitsbehoefte in relatie tot groei van de stad
Bedragen x € 1.000
2024 -328
2025 -328
2026 -328
2027 -328
Het spreekt voor zich dat de omvang van het ambtelijk apparaat in verhouding moet staan tot het aantal inwoners. Gemeenten van vergelijkbare grootte als Lelystad hebben gemiddeld 7,9 fte per 1.000 inwoners. De formatie die in de afgelopen jaren op enkele plekken in de begroting is toegevoegd heeft primair betrekking op de uitvoering van nieuwe wettelijke taken cq. enkele wenselijke intensiveringen. Slechts zeer sporadisch is er in de afgelopen jaren formatie toegevoegd als gevolg van de doorgemaakte groei (van 76.418 inwoners op 1 januari 2025 tot 81.214 inwoners op 1 januari 2022). Als gevolg daarvan is er druk ontstaan op diverse plekken in de organisatie. Dat gaat lang goed, maar is op een bepaald moment niet langer houdbaar. Nu met de groeiambitie voor de aankomende jaren is het noodzakelijk hierop te anticiperen. In de programmabegroting 2023 - 2026 had het college de raad voorgesteld om met ingang van 2023 voor iedere 1.000 inwoners de dekking voor 7,9FTE aan structurele formatieruimte beschikbaar te stellen (omgerekend zo'n €800.000 structureel voor iedere 1.000 inwoners). De raad heeft vervolgens per amendement besloten in 2023 een inhaalslag te maken voor de beperkte formatiegroei sinds 2015, door het beschikbaar stellen van €800.000 structureel.
In het amendement is verder bepaald dat met ingang van 2024 de formatie meebeweegt met de groei van het aantal inwoners, met als uitgangspunt dat de formatie wordt bijgesteld met 4 FTE voor elke 1.000 inwoners er bij (of er af). Uitgaande van 1.000 inwoners groei per jaar betekende dit een cumulatieve bijstelling van €400.000 structureel per jaar met ingang van 2024, dat ook als zodanig in de meerjarenraming is verwerkt. Verder stelde het amendement dat de begroting en meerjarenraming ieder jaar bij de kadernota wordt geactualiseerd op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde groei van het aantal inwoners. Actualisatie op basis van de daadwerkelijk gerealiseerde groei In de programmabegroting 2023 - 2026 is gerekend met 81.214 inwoners op 1 januari 2022 en een groei van 1.000 inwoners per jaar (dus 82.214 inwoners op 1 januari 2023). Het daadwerkelijk inwoneraantal op 1 januari 2023 is echter uitgekomen op 83.033 inwoners (een stijging van 1.819 inwoners in plaats van 1.000). Op basis van bovenstaand geamendeerde besluit betekent dit een aanvullende bijstelling met ingang van 2024 ter grootte van €328.000 structureel (zijnde €400.000 x 0,819). In bijlage 3 wordt de raad geïnformeerd over de inzet van deze FTE’s met ingang van 2024. Voorgesteld besluit: 32.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Capaciteitsbehoefte in relatie tot groei van de stad’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€328.000.
33
Bijstelling
8.3
Capaciteitsbehoefte in relatie tot verstedelijkingsopgave
Bedragen x € 1.000
2024 -200
2025 -400
2026 -600
2027 -800
In de programmabegroting 2023 – 2026 is de raad meegenomen in de capaciteitsbehoefte om de verstedelijkingsopgave vorm te kunnen geven. De raad heeft besloten een nadere uitwerking tegemoet te zien in de kadernota 2024 – 2027.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
24
De doorontwikkeling van de omgevingsvisie biedt inzicht in de groei van de stad in balans. En geeft daarbij richting aan de woningbouwversnelling. De raad heeft in maart 2022 de woonvisie vastgesteld. Eén van de belangrijkste opgaven is het versnellen van de woningbouw. Met het ministerie van BZK zijn afspraken gemaakt over de op te voeren woningbouwproductie naar 1.000 woningen per jaar. In het raadsakkoord 2023 - 2026 is een productie tot 1400 woningen per jaar opgenomen en eind 2022 is de nota woningbouw in de vijfde versnelling besproken in uw raad. Om te komen tot een versnelling geldt dat de organisatie daarop ingericht moet worden. Er zijn op veel onderdelen stappen nodig en moeten randvoorwaarden worden ingevuld. Lelystad moet van de derde of de vierde naar de vijfde versnelling. Dit vraagt een prestatie op alle onderdelen van de keten: van planvorming tot uitvoering (o.a. programmering, planontwikkeling, voorbereiding besluitvorming). Om als organisatie 'fit' te zijn voor de opgave wordt op verschillende sporen toegewerkt naar de versnelling gekoppeld aan groei in balans. Duidelijke visievorming, voldoende capaciteit en een helder planproces tot en met realisatie zijn daarin belangrijke randvoorwaarden. Als uitbreiding op de bestaande capaciteit is op termijn €800.000 per jaar benodigd.
De groei in balans is een langjarige opgave - en vereist om die reden de inzet van structurele middelen. Voorgesteld wordt de benodigde middelen voor personele capaciteit gefaseerd beschikbaar te stellen. Voorgesteld besluit: 33. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Capaciteitsbehoefte in relatie tot verstedelijkingsopave’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: -€200.000 in 2024, -€400.000 in 2025, -€600.000 in 2026 en -€800.000 met ingang van 2027.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
25
E. Overig De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd vallen niet in één van de vorige vier categorieën. Zoals in de bestuurlijke boodschap staat beschreven is er geen ruimte voor het honoreren van wenselijke voorstellen met een structureel karakter. Onderstaande bijstellingen worden wel ter besluitvorming aan de raad voorgelegd, omdat er geen aanspraak wordt gedaan op het begrotingssaldo.
34
Bijstelling
7.3
Structurele subsidie Stichting Lelystad Schoon
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 -
2027 -
Stichting Lelystad Schoon is ontstaan uit een initiatief van bewoners die zeer betrokken zijn bij de stad en is in 2021 opgericht met draagvlak van het toenmalige college van B&W. Lelystad Schoon zorgt met haar activiteiten niet alleen voor bewustwording onder inwoners, ondernemers en bezoekers over de gevolgen van zwerfafval en voor een sterke afname van dat zwerfafval, maar ook zorgt voor een positieve, sociale verbinding tussen inwoners (jong en oud, uit alle delen van Lelystad). Hiermee wordt eenzaamheid bestreden en participatie bevorderd. Lelystad Schoon verstrekt namens de gemeente de materialen aan inwoners om het zwerfafval op te ruimen. Ze int hiervoor een borg en houdt zowel een financiële als ‘leden’ administratie bij. Door het intensieve contact met zo veel verschillende inwoners uit heel Lelystad, heeft Lelystad Schoon ook een goed beeld van wat er speelt op het gebied van de openbare ruimte/(zwerf)afval. Het is belangrijk om de vrijwilligers regelmatig te bedanken voor hun inzet, om zo waardering uit te spreken voor hun bijdrage aan een schone stad. Dit draagt bij aan de motivatie om door te gaan met het opruimen van afval dat door anderen wordt veroorzaakt.
Het bestuur van de stichting heeft een goede relatie met de gemeente en werkt samen met Concern voor Werk, het Waterschap Zuiderzeeland, Staatsbosbeheer, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, provincie Flevoland en scholen aan een schone omgeving. Want een schone omgeving nodigt uit, voelt gastvrij en veilig. De goede contacten met de gemeente (Fixi-app, buurtconciërges, buurtcoördinatoren, ambtenaren) worden zeer gewaardeerd door Lelystad Schoon en zijn ook essentieel, omdat we alleen samen de stad zwerfafvalvrij kunnen krijgen. Omdat Lelystad Schoon steeds groter wordt en vele activiteiten organiseert is voor de continuïteit van de bedrijfsvoering een structurele subsidie van €40.000 nodig. De kosten van deze subsidie worden verrekend met de UPV (uitgebreide producenten vergoeding) die in de plaats gaat komen van de zwerfafvalvergoeding. Deze ontvangen we van het Afvalfonds Verpakkingen in november 2024. Er vindt nog afstemming plaats hoe dit landelijk uitgekeerd gaat worden in de jaren hierna. Voorgesteld besluit: 34. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Structurele subsidie Stichting Lelystad Schoon’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€40.000 en deze bijdrage budgetneutraal te dekken via een verrekening met de uitgebreide producenten vergoeding.
35
Bijstelling
8.2
Voorbereidingskrediet Stedelijk Waterfront Kust
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 -
2027 -
In het Raadsakkoord is opgenomen dat voor het project Waterfront Kust een stedenbouwkundig plan wordt opgesteld dat eind 2023 aan de raad ter besluitvorming wordt aangeboden. Parallel hieraan wordt het bestemmingsplan opgesteld met de daarbij behorende milieueffectrapportage zodat na vaststelling van het stedenbouwkundig plan ook de planologische borging plaatsvindt. Het opstellen van de beide plannen vergt ambtelijke inzet en de inzet van diverse adviesbureaus. Het stedenbouwkundig plan en het bestemmingsplan vormen uiteindelijk de basis voor een grondexploitatie. Om tot het opstellen van de plannen te komen en de daarvoor benodigde onderzoeken uit te kunnen voeren is een voorbereidingskrediet nodig, dat bestaat uit: -
kosten voor uren ambtelijke inzet t/m vaststelling grondexploitatie: €700.000 kosten voor benodigde onderzoeken en inzet van adviseurs: €700.000
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
26
Voorgesteld wordt een voorbereidingskrediet van €1.400.000 beschikbaar te stellen voor Waterfront Kust en dit voorbereidingskrediet als kosten van onderzoek en ontwikkeling te activeren onder de immateriële activa. Aan dit voorbereidingskrediet zijn geen directe lasten verbonden. De voorbereidingskosten worden te zijner tijd ten laste gebracht van een nieuw vast te stellen grondexploitatie. Voor zover de voorbereidingskosten in de toekomst niet geheel aan de ontwikkeling kunnen worden toegerekend, worden deze ten laste gebracht van het rekeningresultaat van dat boekjaar. Het rekeningresultaat wordt toegevoegd of onttrokken aan de algemene reserve waardoor de algemene reserve indirect als achtervang dient. Voorgesteld besluit: 35. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Voorbereidingskrediet Stedelijk Waterfront Kust’ een investeringskrediet ter grootte van €1.400.000 beschikbaar te stellen.
Bijstelling
36
8.2
Voorbereidingskrediet Zilverpark West
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 -
2027 -
Bij de besluitvorming over het integraal stedenbouwkundig ontwerp voor Stationsgebied Oost in februari 2023 heeft de raad een amendement aangenomen waarin als uitgangspunt wordt vastgesteld dat het perceel bij het Zilverpark-west moet worden bebouwd (raadsbesluit 13A, besluitpunt k). In het preadvies op dit amendement heeft het college reeds aangegeven dat dit een aparte stedenbouwkundige uitwerking vergt. Hierbij moeten de stedenbouwkundige kaders uitgewerkt worden, welke te zijner tijd nog voorgelegd worden aan de gemeenteraad. Daarbij moet ook de ruimtelijke inpassing in de directe omgeving meegenomen worden om te zorgen voor integraliteit, zoals de aansluiting op de rotonde Ziekenhuisweg, de ontwikkeling van het Ziekenhuisgebied, het skatepark en het Zilverpark in geheel. In de door het college aangekondigde stedenbouwkundige uitwerking moeten diverse onderzoeken uitgevoerd worden zodat een (concept) ontwerp opgesteld kan worden dat de basis vormt voor een grondexploitatie (grex). Voor deze onderzoeken en de benodigde ambtelijke inzet is een voorbereidingskrediet nodig, dat bestaat uit: -
kosten voor uren ambtelijke inzet t/m vaststelling grondexploitatie (o.b.v. de 50-woningennorm): €450.000 kosten voor benodigde onderzoeken t/m vaststelling grondexploitatie (o.a. voor bestemmingsplan, milieuonderzoek en civieltechnisch onderzoek): €50.000
TOTAAL: €500.000 Voorgesteld wordt een voorbereidingskrediet van €500.000 beschikbaar te stellen voor Zilverpark West en dit voorbereidingskrediet als kosten van onderzoek en ontwikkeling te activeren onder de immateriële vaste activa. Aan dit voorbereidingskrediet zijn geen directe lasten verbonden. De voorbereidingskosten worden te zijner tijd ten laste gebracht van een nieuw vast te stellen grondexploitatie. Voor zover de voorbereidingskosten in de toekomst niet geheel aan de ontwikkeling kunnen worden toegerekend worden deze ten laste gebracht van het rekeningresultaat van dat boekjaar. Het rekeningresultaat wordt toegevoegd of onttrokken aan de algemene reserve waardoor de algemene reserve indirect als achtervang dient. Voorgesteld besluit: 36. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Voorbereidingskrediet voorbereidingskrediet van €500.000 beschikbaar te stellen.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
Zilverpark
West’
27
een
4.
Inzet incidentele middelen
Vanuit het financieel toezicht is het van belang om onderscheid te maken tussen baten en lasten die structureel van karakter zijn (en dus jaar in jaar uit terugkeren) en incidenteel van karakter zijn (en dus maar voor enkele jaren van toepassing zijn). Achterliggende reden hiervoor is dat moet worden voorkomen dat structurele lasten gedekt worden door incidentele baten en er daarmee geen sprake is van structureel begrotingsevenwicht. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen structurele bijstellingen (zie vorige hoofdstuk) en bijstellingen die incidenteel van karakter zijn (dit hoofdstuk).
Wat is beschikbaar? In de programmabegroting 2023 – 2026 is de inschatting gemaakt dat er in deze bestuursperiode zo’n €25 miljoen aan incidentele opbrengsten gegenereerd zullen gaan worden. Het gaat hierbij enerzijds om winstneming als gevolg van grondverkopen en anderzijds om toekomstige legesinkomsten. Deze inkomsten zijn lastig op voorhand exact te begroten: 1. De winstneming als gevolg van grondverkopen vindt jaarlijks plaats op basis van de ‘percentage of completion’ methode, waarbij het nadrukkelijk niet alleen gaat om de cashflow als gevolg van de grondverkopen zelf, maar ook om de (ingeschatte) ontwikkeling van nog te maken kosten. 2. De legesinkomsten zijn afhankelijk van het jaar waarin de vergunningaanvraag wordt afgerond en ook de precieze omvang van de bouwsom. Deze factoren maken het erg lastig om op voorhand exacte bedragen in de begroting te verwerken. Tegelijkertijd is het wel aannemelijk dat een dergelijk bedrag aan incidentele opbrengsten gegenereerd zullen worden in deze bestuursperiode, wat maakt dat in de programmabegroting 2023 – 2026 is besloten de positieve jaarrekeningresultaten als gevolg van deze hogere incidentele niet begrote inkomsten op rekeningbasis toe te voegen aan de reserve ontwikkeling stad.
Op het moment dat er in totaliteit €25 miljoen is toegevoegd aan de reserve ontwikkeling stad zal de reguliere bestemming van het jaarrekeningresultaat weer van toepassing zijn. Met deze toevoeging van €25 miljoen aan de reserve ontwikkeling stad is de dekking gecreëerd voor de ambities uit het raadsakkoord die vroegen om incidentele dekking. Per saldo resteert er, na besluitvorming in de programmabegroting 2023 – 2026, nog zo’n €3,9 miljoen aan onbeklemde ruimte. Deze middelen zijn beschikbaar als incidentele dekking.
Bijstelling
Taakveld
Voorgestelde inzet incidentele middelen
37 38 39 40 41
0.4 2.1 2.1 2.1 2.1
37
Meerjarenraming 2024 - 2027 2024 2025 2026 2027
Inzet incidentele middelen Implementatiekosten ondersteuning werkplekconcept Bijdrage MIRT-onderzoek Lelylijn Fietsovergangen op Ijsselmeerdijk t.h.v. Klokbekerweg Fietsverbinding tussen Centrumbrug - Maerlant Kruispuntplateau Salland Totaal inzet incidentele middelen
Inzet incidentele middelen
-275 -400 -175 -185 -20 -1.055
0.4
Implementatiekosten ondersteuning werkplekconcept
-
-
-
Bedragen x € 1.000
2024 -275
2025 -
2026 -
2027 -
Vanwege het aflopen van ondersteuning op een element in ons werkplekconcept zijn wij genoodzaakt hier een alternatief voor te zoeken. Wij grijpen dit aan om de organisatie optimaal te blijven ondersteunen met een eigentijdse werkplek die innovatief samenwerken ondersteunt, flexibel is in omvang, maar ook aansluit bij de duurzaamheidseisen van deze tijd en volledig ondersteund blijft door onze leveranciers. Hiervoor is een werkplekvisie opgesteld die in het voorjaar van 2023 wordt vertaald naar producten en diensten, deze leiden tot inzicht in de benodigde eenmalige implementatiekosten. Voorgesteld besluit: 37. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Implementatiekosten ondersteuning werkplekconcept’ de begroting 2024 bij te stellen met -€275.000 ten laste van de reserve ontwikkeling stad.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
28
38
Inzet incidentele middelen
2.1
Bijdrage MIRT-onderzoek Lelylijn
Bedragen x € 1.000
2024 -400
2025 -
2026 -
2027 -
Op 16 juni 2022 hebben het Rijk (IenW, BZK en EZK) en de regio Noordelijk Nederland op het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving afgesproken te starten met het MIRT-onderzoek Lelylijn. Dit MIRT onderzoek is gestart in 2023 en zal worden afgerond in 2024. In het raadsakkoord is uitgesproken de gemeentelijke lobby inspanningen te intensiveren om onder andere Lelylijn te realiseren en zo de bereikbaarheid te versterken. Voor de plankosten is afgesproken dit te verdelen naar 50% voor het Rijk en 50% voor de regio. De totale plankosten voor het MIRT onderzoek Lelylijn zijn geraamd op €8 miljoen. Dit vertaalt zich naar €4 miljoen voor de regio. Dit kan verdeeld worden over de drie provincies waar de Lelylijn door heen zal lopen (Flevoland, Friesland, Groningen). Dit leidt tot een bedrag van €1,33 miljoen voor de decentrale overheden in Flevoland. De Provincie Flevoland en de Gemeente Noordoostpolder hebben reeds (ambtelijk) aangegeven zo’n €400.000 bij te willen dragen aan het gehele onderzoek (€200.000 per jaar). Om invulling te geven aan het raadsakkoord en als gelijkwaardige partner binnen de Flevolandse samenwerking deel te kunnen nemen aan het MIRT onderzoek Lelylijn stellen wij voor om eenmalig €400.000 beschikbaar te stellen. Voorgesteld besluit: 38.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Bijdrage MIRT- onderzoek Lelylijn’ de begroting 2024 bij te stellen met -€400.000 ten laste van de reserve ontwikkeling stad.
39
Inzet incidentele middelen
2.1
Fietsovergangen op Ijsselmeerdijk t.h.v. Klokbekerweg
Bedragen x € 1.000
2024 -175
2025 -
2026 -
2027 -
Het waterschap gaat aan de slag met de dijkverzwaring IJsselmeerdijk. De provincie steekt €1 mln. in het verbeteren van het fietspad. Om de aansluiting van het nieuwe fietspad goed te kunnen laten aansluiten op de Klokbekerweg is het nodig om hellingbanen over de dijk te maken naar de Klokbekerweg en vice versa. Het geheel wordt dan in 2024 meegenomen, tegelijk met de dijkverzwaring. De globale kostenraming bedraagt €175.000 en wordt als onontkoombaar gezien voor een goede aansluiting, welke mee kan lopen met de dijkverzwaring (waterschap) en aanleg van het verbeterde fietspad (provincie). Op deze wijze wordt werk met werk gecombineerd. Voorgesteld besluit: 39. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Fietsovergangen op IJsselmeerdijk t.h.v. Klokbekerweg’ de begroting 2024 bij te stellen met -€175.000 ten laste van de reserve ontwikkeling stad.
40
Inzet incidentele middelen
2.1
Fietsverbinding tussen Centrumbrug - Maerlant
Bedragen x € 1.000
2024 -185
2025 -
2026 -
2027 -
In de vastgestelde Nota Fietsen in Lelystad is het fietsnetwerk ingedeeld in het verbindend net, het dragend net en de overige fietsverbindingen. Hierbij is het verbindend net de hoogste orde hoofd fietsverbindingen binnen de gemeente. Het wensbeeld voor deze verbindingen is gesloten rode verharding van minimaal 3,50 meter breed. In de eerste helft van 2023 wordt de ontbrekende schakel in dit verbindend net, het fietspad langs de Polderdreef gerealiseerd. Dit fietspad zal dan eerst eindigen ter hoogte van het Maerlant. Na de sloop en nieuwbouw van 2 woningcomplexen op het Maerlant (planning 'bouw gereed' eind 2024) zal er gestart worden met het terreininrichtingsplan (aanbesteding 2024). Binnen dit terreininrichtingsplan wordt de hoofdfietsroute vanaf het nieuwe fietspad langs de Polderdreef aangesloten op het fietspad richting de Centrumbrug ter hoogte van het Bastion. Hier zit wel een afhankelijkheid in van de planning van de ontwikkelaar. Mocht 'bouw gereed' doorschuiven, dan schuift de planning van de terreininrichting
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
29
ook door. Het laatste deel van het fietspad vanaf het Bastion, richting de Centrumbrug, is niet conform de inrichtingseisen voor het verbindend net ingericht. Wanneer we dit laatste stuk fietspad tot aan de centrumbrug ook opwaarderen is de route compleet hoogwaardig. Middelen hiervoor zijn niet binnen het Maerlant project beschikbaar. Voordelen van het gelijktijdig met het Maerlant uitvoeren zijn dat de totale werkzaamheden in de openbare ruimte in één keer kunnen worden aanbesteed. Ook kunnen we een veilige fietsoversteek over de weg 'het Bastion' en de verdere route richting de centrumbrug op deze manier in één keer ontwerpen en goed op elkaar aan laten sluiten. Zonder dit budget zullen we de fietsoversteek over de weg 'het Bastion' eerst op het bestaande fietspad moeten aansluiten, terwijl het wenselijk is deze aansluiting te verplaatsen. Dit heeft tot gevolg een minder veilige oversteek op een ongewenste plek. Het compleet maken van de vormgeving van dit onderdeel in het verbindend net draagt bij aan de ambitie uit het raadsakkoord om in 2026 bij de beste fietssteden van Nederland te horen. En is ook een verzoek van de Fietsersbond. De kosten zijn geraamd op €185.000 exclusief btw. Voorgesteld besluit: 40.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Fietsverbinding tussen Centrumbrug - Maerlant’ de begroting 2024 bij te stellen met -€185.000 ten laste van de reserve ontwikkeling stad.
41
Inzet incidentele middelen
2.1
Kruispuntplateau Salland
Bedragen x € 1.000
2024 -20
2025 -
2026 -
2027 -
Door bewoners op het Salland zijn er meldingen binnengekomen over te hardrijden in de straat. Deze meldingen zijn met behulp van meetapparatuur onderzocht en het blijkt inderdaad dat de snelheid ruim boven de 30 km/uur ligt. Het probleem speelt zich af bij het binnenkomen van de wijk vanaf de Larserdreef ter hoogte van het kruispunt Salland-De Peel. Voorgesteld wordt op dit kruispunt een verkeersplateau aan te leggen als snelheidremmer. De kosten voor aanleg worden geraamd op €40.750 exclusief btw. Eind vorig jaar hebben we 50% SPV-subsidie (Strategisch Plan Verkeersveiligheid subsidie van het ministerie van I&W) aangevraagd en toegekend gekregen. Dit betekent dat er nog een gemeentelijke bijdrage van €20.375 benodigd is om de uitvoering in 2024 te kunnen realiseren. Voorgesteld besluit: 41. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Kruispuntplateau Salland’ de begroting 2024 bij te stellen met -€20.000 ten laste van de reserve ontwikkeling stad.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
30
5.
Proces om te komen tot een sluitend meerjarenraming
Zoals zichtbaar wordt in hoofdstuk 3 laat het financieel perspectief een structureel tekort zien met ingang van 2026. In de programmabegroting 2023 – 2026 was er eveneens sprake van een niet sluitende meerjarenraming, wat maakt dat de raad bij de behandeling het volgende geamendeerde besluit heeft vastgesteld:
In lijn met de gedachte achter dit amendement is een procesvoorstel – toegespitst op de Lelystadse situatie - besproken met de Commissie van de Rekening. In dit hoofdstuk wordt dit procesvoorstel uiteen gezet. Procesvoorstel Een zoekopdracht naar zero based begroten levert op internet veel resultaten op. Er is echter geen eenduidige aanpak over hoe een dergelijk proces eruit zou moeten zien. Veel hangt af van de beweegredenen achter het besluit om een zero based begroting op te willen gaan stellen. Ook moet rekening worden gehouden met het bijzondere karakter van de gemeente en het budgetrecht van de raad. Om die reden zijn er allereerst een aantal doelen en uitgangspunten geformuleerd: Doelen: -
Het ontstaan van meer in- en overzicht voor de ambtelijke organisatie, college en raad; Het opnieuw inrichten van de begroting op een overzichtelijke en eenduidige manier; Het voorbereiden van keuzemogelijkheden in het geval er in de toekomst bezuinigd moet worden.
Uitgangspunten: -
Het budgetrecht van de raad is en blijft het leidende uitgangspunt; Het proces moet behapbaar blijven voor de organisatie; Het proces moet zorgvuldig worden doorlopen, zodat ad hoc besluitvorming wordt voorkomen.
Aan de hand van deze doelen en uitgangspunten is er nagedacht over een proces dat eventuele praktische bezwaren zoveel mogelijk wegneemt, maar tegelijkertijd wel in lijn ligt met het gedachtegoed achter het amendement ‘zero based begroten’. Het systematisch doorlichten en opnieuw opbouwen van de begroting begint in ieder geval bij het creëren van overzicht. Stap 1 – inzichtelijk maken doelstellingen en maatschappelijke effecten Voor ieder taakveld binnen het desbetreffende cluster zal allereerst inzichtelijk gemaakt moeten worden wat de doelstellingen en de te realiseren maatschappelijke effecten zijn. Natuurlijk staat dit op hoofdlijnen opgenomen in de programmabegroting. Het is echter niet verkeerd om hier – los van de waan van de dag – met het raadsakkoord en de maatschappelijke agenda in de hand kritisch naar te kijken. Om het behapbaar te houden voor de organisatie zal er steeds één cluster van taakvelden tegelijk worden opgepakt. Stap 2 – inzichtelijk maken van de activiteiten + bijbehorende budgetten Van daaruit kan vervolgens inzichtelijk gemaakt worden welke activiteiten op dit moment worden uitgevoerd, teneinde de onder stap 1 beschreven doelstellingen en maatschappelijke effecten te bereiken. Het gaat dan om het maken van een koppeling tussen output en outcome.
De budgetten die structureel beschikbaar zijn in de begroting worden aan deze activiteiten gekoppeld, waarbij voor iedere activiteit
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
31
afzonderlijk in beeld gebracht wordt wat de wettelijke basis is en wat de daarbij behorende ambtelijke inzet is. Stap 3 – vervolgstappen Een dergelijke inventarisatie biedt enorm veel inzicht. Hiermee wordt er binnen de eerder geschreven uitgangspunten invulling gegeven aan de eerder beschreven doelen. Deze exercitie is breder dan alleen de focus op het ‘sluitend maken van het meerjarenperspectief’, omdat er vanuit de inhoud kritisch gekeken wordt naar doelen / activiteiten en inzet van middelen. Dit heeft op zichzelf al de nodige voordelen, doordat het hebben van een goed overzicht bijdraagt aan het maken van goede afgewogen keuzes. In de programmabegroting 2024 – 2027 zal hopelijk meer duidelijk zijn over de precieze omvang van de bezuinigingsopgave. Op dat moment kan de raad een besluit nemen over het verdere proces en het concretiseren van de bezuinigingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het voorjaar van 2024. Dit op basis van de afgeronde inventarisatie over alle taakvelden en de op basis daarbij in beeld gebrachte keuzemogelijkheden. Resumerend Het procesvoorstel dat hierboven inzichtelijk is gemaakt komt tegemoet aan de eerder geformuleerde doelen en uitgangspunten. In deze kadernota 2024 – 2027 wordt concreet voorgesteld een dergelijk traject op te starten, met een vooruitblik op wat de raad wanneer kan verwachten.
Vooruitlopend daarop zal er op korte termijn worden gestart met de eerste taakvelden binnen het sociaal domein. Dit met het oog op de Maatschappelijke Agenda en de daarin aangekondigde verkenning. Door beide processen te stroomlijnen wordt dubbel werk voorkomen en ontstaan tevens waardevolle inzichten die van pas komen wanneer het traject straks stapsgewijs wordt uitgerold over de rest van de organisatie. Het leereffect is het grootst door de uitvoering zoveel als mogelijk met en door de medewerkers van de gemeente te doen. Dat geeft ontegenzeggelijk druk op de organisatie maar het is nu nog niet met zekerheid te zeggen waar en hoe groot die exact gaat zijn. Daarom zit er nu in de kadernota ook nog geen voorstel voor het kunnen inzetten van aanvullende externe expertise. Echter wanneer de situatie daar om gaat vragen en de uitvoering van de reguliere werkzaamheden in het gedrang komen zal in de programmabegroting dan wel volgende kadernota een voorstel hiervoor worden opgenomen. Voorgesteld besluit: 42. Op basis van bovenstaand procesvoorstel te beginnen met ‘Zero Based Begroten’, zodat op een later moment keuzes gemaakt kunnen worden om het financieel perspectief met ingang van 2026 sluitend te maken.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
32
Bijlage 1:
Beleidsvoornemens – op dit moment geen dekking voor
De in deze bijlage gepresenteerde beleidsvoornemens zijn wel in beeld gebracht, maar worden – in verband met het ontbreken van dekking – niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Taakveld
Meerjarenraming 2024 - 2027 2024 2025 2026 2027
Beleidsvoornemens - op dit moment geen dekking voor
2.1 2.1 2.1 3.1 4.3 6.1 6.1 6.1 6.3
Actualisatie verkeersmodel (structureel) Herinrichting Neringpassage Herinrichting Voorstraat Leader cofinanciering Versterken van de basis Beheer MFA's GGZ ervaringsdeskundigheid Regeling vrijwilligersactiviteiten Werkplaats financiën
-50 -66 -35 -775 -300 -60 -40 -80
-50 -26 -66 -35 -1.010 -300 -60 -40 -80
-50 -26 -66 -35 -1.010 -300 -60 -40 -80
-50 -26 -66 -35 -1.010 -300 -60 -40 -80
5.1 5.1 5.1 5.1 5.2 5.2 5.2 5.2 5.2
Sport- en beweegvisie 2030 Incidentele inzet op sportbeleid Intensivering sportstimulering om 8300 Lelystedelingen in beweging te brengen Inzet op de organisatie van sportevenementen Uitbreiding fte ter bevordering beweegnorm Duurzaamheid binnen de sportaccommodaties Ontwikkeling 5e sporthal Ontwikkeling sportpark Renovatie en uitbreiding overige binnen- en buitensport accommodaties Verbetering inrichting gymzalen
-70 -625 -100 -60 -30 -100 -105
-70 -625 -100 -60 -30 -100 -105
-70 -625 -100 -68 -30 -960 -100 -105
-70 -625 -100 -30 -360 -960 -100 -105
5.3 5.3 5.3 5.3 5.3 5.3 5.4
Cultuurvisie 2024 - 2030 Budget cultuur in de wijk Expolitatie nieuw poppodium Herstel begrotingssubsidie cultuurinstellingen Investeringen culturele infrastructuur Programmasubsidie Cultuur Samenwerking - stadsprogrammering cultuur Onderzoek kunsthal - museum
-100 -100 -50 -25 -10 -
-100 -100 -25 -10 -
-100 -300 -100 -100 -50 -20 -30
-100 -300 -100 -50 -20 -
-2.781
-2.992
-4.425
-4.587
Financieel effect beleidsvoornemens - op dit moment geen dekking voor
Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
2.1
Actualisatie verkeersmodel (structureel)
Bedragen x € 1.000
2024 -50
2025 -50
2026 -50
2027 -50
In de zomer van 2022 is het vernieuwde verkeersmodel gereed gekomen. Met dit verkeersmodel zijn prognoses te maken van de te verwachte groei aan verkeer de komende jaren. Daarnaast kan er geanticipeerd worden op mogelijke knelpunten op kruispunt- en/of wegvakniveau. Een stevige woningbouwambitie met economische ontwikkelingen gaat ook gepaard met een toename aan verkeersstromen. Om in te kunnen inspelen op deze ontwikkelingen en ervoor te zorgen dat het verkeerssysteem blijft functioneren is geactualiseerde data van cruciaal belang in het verkeersmodel. Actuele data is nodig om juiste verkeersprognoses te kunnen maken. Om het verkeersmodel up-to-date te houden en te kunnen ondersteunen bij kleine en grootschalige onderzoeken wordt voorgesteld structureel €50.000 beschikbaar te stellen. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
2.1
Herinrichting Neringpassage
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -26
2026 -26
2027 -26
Voor de herinrichting van de Neringpassage is een investeringskrediet benodigd. Vele ondernemers hebben hier reeds om verzocht. De huidige inrichting is zeer gedateerd en rommelig. Het Agoraplein is in 2022 opnieuw ingericht, andere straten zijn inmiddels ook opnieuw ingericht en de Neringpassage is achtergebleven. De herinrichting zal afgestemd wordt met de betrokken partijen. De fasering van de aanleg zal worden afgestemd met de mogelijke ontwikkelingen langs de Neringpassage.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
33
De herinrichting van de Neringpassage zal bestaan uit nieuw straatwerk, passend bij de rest van het centrum, en nieuw straatmeubilair. Hiervoor is een investeringskrediet van €936.000 (excl. btw) benodigd en voor dekking van de hieruit voortvloeiende kapitaallasten is een bedrag van €26.000 met ingang van 2025 benodigd. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
2.1
Herinrichting Voorstraat
Bedragen x € 1.000
2024 -66
2025 -66
2026 -66
2027 -66
Naar aanleiding van een fietstocht die de raad heeft gemaakt in 2021 is onder andere de Voorstraat beschouwd en heeft men geconcludeerd dat de verkeersituatie dient te worden verbeterd. In de gemeenteraad is hierover vervolgens een amendement aangenomen. In de programmabegroting 2022 - 2025 zijn er middelen (voorbereidingskrediet) beschikbaar gesteld voor het uitwerken van een herinrichtingsvoorstel voor de Voorstraat. Deze opdracht is vorig jaar opgepakt. Met dit voorbereidingskrediet is onderzocht welke maatregelen nodig zijn ter verbetering van de verkeerssituatie en vertaald in een schetsontwerp met kostenraming. Om de herinrichting te kunnen realiseren dient er een project gestart te worden, waarbij er een investeringsbudget beschikbaar dient te worden gesteld van €2,4 miljoen (excl. btw). Voor dekking van de hieruit voortvloeiende kapitaallasten is een bedrag van €66.000 per jaar benodigd. Deze herinrichtingswerkzaamheden kunnen in uitvoering gecombineerd worden met grootonderhoudswerkzaamheden (werk met werk) in 2024. Bij de start van dit project zal er als onderdeel van het proces ook participatie plaats moeten vinden met de omgeving van de Voorstraat en stakeholders in het gebied. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
3.1
Leader cofinanciering
Bedragen x € 1.000
2024 -35
2025 -35
2026 -35
2027 -35
De provincie werkt aan een nieuw programma voor Leadersubsidies (2023-2027). Dat zijn Europese subsidies voor (bewoners)initiatieven die de leefbaarheid van het platteland (en stad-platteland) versterken. De overkoepelende doelstelling is om het platteland van de provincie Flevoland duurzaam te ontwikkelen door bottom-up initiatieven te stimuleren die zich richten op economie, sociale cohesie en duurzaamheid. Deze zijn nader omschreven in de LOS (locale ontwikkel strategie) en hebben voldoende raakvlakken met gemeentelijk beleid. De provincie (PS) stelt het programma formeel vast en verstrekt de subsidies (dat doet Rvo namens GS). In onze gemeente wordt beperkt gebruik gemaakt van deze regeling door vooral de grotere gebiedspartners. De afgelopen periode zijn er drie projecten (Markerwadden, Otter verblijf Natuurpark en Poort Lelystad) ondersteund met leader geld waarbij in totaal een bedrag van €450.000 is “geland” in onze gemeente. Bij deelname aan het Leader programma wordt er cofinanciering van de gemeente(n) in Flevoland verwacht bij leaderwaardige initiatieven. Voor de huidige periode is €3,6 miljoen Leader geld beschikbaar en €0,9 miljoen provinciale cofinanciering. Voor iedere inzet van Leader middelen dient er verplicht nationale overheid cofinanciering ingezet te worden.
De provincie Flevoland gaat de helft van deze verplichting invullen, de andere helft moet vanuit de Flevolandse gemeenten ingebracht worden. Uiteraard is er bij ieder project ook een eigen bijdrage nodig van de initiatiefnemers. Bij deelname aan het leaderprogramma (de mogelijkheid tot indienen subsidieaanvragen vanuit het grondgebied van de gemeente Lelystad) wordt aan de voorkant van het programma verwacht dat er een reservering van cofinanciering vanuit de gemeente wordt toegezegd. Daarnaast is er de verwachting dat er financieel wordt bijgedragen aan de inrichting van een programmabureau voor de uitvoering. Voordeel hiervan is dat er minimale ambtelijke capaciteit nodig is en initiatieven centraal en éénduidig advies krijgen. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
4.3
Versterken van de basis
Bedragen x € 1.000
2024 -775
2025 -1.010
2026 -1.010
2027 -1.010
In het kader van Versterken van de basis (ook wel 'De school als werkplaats' genoemd) wordt de professionele basisondersteuning in en rondom het basisonderwijs versterkt. Hierdoor ontvangt een
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
34
leerling eerder de gewenste basisondersteuning. Deze basisondersteuning wordt verzorgd door schoolmaatschappelijk werkers van MDF en jeugdverpleegkundigen van de GGD-jgz. Het primair onderwijs merkt dat het in een later stadium inzetten van de basisondersteuning vaak leidt tot grotere problemen bij leerlingen. Dit is onwenselijk voor de ontwikkeling van een kind en heeft soms onoverkomelijke grote gevolgen voor het kind. Met als gevolg dat er ook geregeld zwaardere en intensieve geïndiceerde (jeugd)hulp ingezet moet worden. Om deze reden hebben de bestuurders van het primair onderwijs de wens dat Versterken van de basis over alle basisscholen in Lelystad wordt uitgerold. In 2024 en 2025 zal gemonitord gaan worden of het op een eerder moment bieden van basisondersteuning op de basisscholen leidt tot een afname aan indicaties voor zwaardere en intensieve geïndiceerde jeugdhulp. Hetgeen betekent dat er ook sprake is van een afname in de benodigde financiële middelen voor deze vormen van geïndiceerde jeugdhulp. Als dit effect aangetoond wordt, kan vervolgens overwogen worden om voor de structurele financiering van 5 fte schoolmaatschappelijk werkers en 5,1 fte jeugdverpleegkundigen vanaf 2026 e.v. jaren geld te onttrekken uit de bestaande financiële middelen voor jeugdhulp.
Voor een totale uitrol is berekend dat in totaal 5 fte schoolmaatschappelijk werkers en 5,1 fte jeugdverpleegkundigen (1 fte kost €100.000) extra nodig is. Met incidentele financiële middelen (€400.000 NPO-middelen en €160.000 uit het budget Versterken van de basis) wordt een start gemaakt met deze uitbreiding aan capaciteit (voor de periode 1 januari 2023 tot 1 april 2024). Voor een totale uitrol op alle basisscholen is voor 2024 echter aanvullend budget nodig: -
-
€137.500 voor de periode 1 januari tot 1 april: uit incidentele middelen kan 2.8 fte schoolmaatschappelijk werkers en 2.8 fte jeugdverpleegkundigen worden gefinancierd, aanvullend is financiering nodig voor 2,2 fte schoolmaatschappelijk werkers en 2,3 fte jeugdverpleegkundigen (totaal 5,5 fte x €25.000 - is budget van 1 fte per kwartaal = €137.500) €637.500 voor de periode van 1 april tot en met 31 december: uit incidentele middelen wordt 0,8 fte schoolmaatschappelijk werkers en 0,8 fte jeugdverpleegkundigen gefinancierd, aanvullend is financiering nodig voor 4.2 fte schoolmaatschappelijk werkers en 4.3 fte jeugdverpleegkundigen, totaal 8,5 fte x €75.000 - is budget van 1 fte voor driekwart jaar = €637.500
Vanaf 1 januari 2025 is de bovengenoemde incidentele financiering (NPO-middelen en budget Versterken van de basis) niet meer aanwezig. Dit betekent dat voor 2025 voor het gehele bedrag van €1.010.000 dekking geregeld moet worden. Er wordt nagedacht over mogelijkheden die er zijn om dit te kunnen bewerkstelligen. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
6.1
Beheer MFA's
Bedragen x € 1.000
2024 -300
2025 -300
2026 -300
2027 -300
In Lelystad worden de meeste MFA's beheerd door Welzijn Lelystad in opdracht van gebouwenbeheer van de gemeente. De beheerders zijn het gezicht van de MFA, weten om te gaan met de technische installaties, hebben hun horeca- en hygiënepapieren en maken inwoners wegwijs in het gebouw. In de Waterbever wordt het beheer nu ingevuld door vrijwilligers onder leiding van de voorzitter van buurthuis De Bever. Dit kan omdat de voorzitter altijd aanwezig is en toezicht houdt. Nu gaat zij per 1 januari 2024 met pensioen. Zij stopt met haar taken en er is geen vervanger met dezelfde kwaliteiten en beschikbaarheid gedurende de dag en avond. Daarnaast wil de gemeente graag de zeggenschap over het gebouw en de invulling van activiteiten voor de inwoners van onze stad. We streven naar dezelfde regels voor alle MFA's over alcoholgebruik in de panden, promoten van gezonde snacks, de zelfde prijzen voor de zaalhuur en de horeca. Per 1 januari 2024 willen we het beheer onderbrengen bij Welzijn Lelystad. Geen professioneel beheer zal betekenen dat het gebouw minder open kan en er geen toezicht is op de mensen die daar aanwezig zijn. Dat is geen wenselijke situatie (€100.000 structureel). Daarnaast wordt er momenteel een onderzoek (op verzoek van de raad) uitgevoerd over openstelling van de MFA's. De uitkomsten hiervan zijn nog niet beschikbaar (inschatting op dit moment €200.000 structureel).