BL Kadernota 2024 - 2027 (versie vóór raadsbehandeling)
Tekst van het document
KADERNOTA 2024 – 2027
Inhoudsopgave
Kadernota 2024 - 2027 1. 2. 3.
BESTUURLIJKE BOODSCHAP ............................................................................. 2 LEESWIJZER .................................................................................................... 4 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF 2024 - 2027 ........................................ 5 A. ONONTKOOMBAAR / ACTUALISATIES ................................................................. 7 B. LOON- EN PRIJSONTWIKKELINGEN .................................................................. 17 C. GEMEENTEFONDS ......................................................................................... 21 D. PERSONEEL .................................................................................................. 24 E. OVERIG ........................................................................................................ 26 4. INZET INCIDENTELE MIDDELEN ......................................................................... 28 5. PROCES OM TE KOMEN TOT EEN SLUITEND MEERJARENRAMING ......................... 31 BIJLAGE 1: BELEIDSVOORNEMENS – OP DIT MOMENT GEEN DEKKING VOOR ......... 33 BIJLAGE 2: AANVULLENDE INFORMATIE ZERO BASED BEGROTEN....................... 42 BIJLAGE 3: TERUGKOPPELING AANGENOMEN MOTIES / AMENDEMENTEN.............. 44
1.
Bestuurlijke boodschap
De programmabegroting 2023 – 2026 bevatte de uitwerking- en financiële vertaling van de ambities uit het raadsakkoord. De keuze om het gros van de afspraken uit het raadsakkoord uit te werken en meteen voor de volledige bestuursperiode financieel te vertalen is ambitieus. Het uitvoering geven aan de gemaakte afspraken zal dit jaar nadrukkelijk de prioriteit hebben binnen de ambtelijke organisatie. In de aankomende jaren zal de ruimte worden genomen om te kijken hoe de uitvoering verloopt.
Een goede start
Inmiddels zijn er al mooie stappen gezet en komen we op stoom met de uitvoering van het raadsakkoord. Het Stationsgebied Oost wordt ontwikkeld tot dé stadsentree van Lelystad en de aankomende jaren wordt de werkgelegenheid op Flevokust Haven fors uitgebreid. Lelystad ligt uniek te midden van Nationaal Park Nieuw Land met de Oostvaardersplassen en Marker Wadden. Ook ín de stad is veel natuur aanwezig en met de onlangs aan de raad aangeboden Strategie Agenda Natuur wordt een eerst stap gezet om invulling te geven aan de hoge ambities voor de toekomst op gebied van natuurbehoud en –ontwikkeling in en om de stad. De raad heeft inmiddels ook de doelstellingen uit de Lelystadse adaptatie strategie Klimaat Adaptatie (LAS) vastgesteld, waarmee we inzetten op het vermijden van hittestress en het kunnen opvangen van wateroverlast. De principes voor de aanpak van de energietransitie en de volgorde der wijken zijn eveneens door de raad vastgesteld, zodat samen met de buurtbewoners bepaald kan worden op welke wijze de energietransitie wordt doorlopen. De Sport- en Beweegvisie 2030 is inmiddels unaniem door de raad vastgesteld en de Cultuurvisie 2024 – 2030 staat op het punt te worden vastgesteld. Een ander mooi voorbeeld waar echt stappen zijn gezet is de totstandkoming van de Maatschappelijke Agenda, die onlangs unaniem door de raad is vastgesteld.
Tijdens de zomertour ‘Thuis in Lelystad’ zijn ervaringen opgehaald bij inwoners, (maatschappelijke) partners, cliëntenraad en andere betrokkenen. Daarnaast zijn de uitgangspunten uit het raadsakkoord, Lelystad Next Level, Samen Lelystad Oost en bestaande kadernota’s uit het sociaal domein meegenomen. De Maatschappelijke Agenda is nadrukkelijk geen eindproduct, maar vormt het breed gedragen startpunt voor de gezamenlijk uit te werken concrete acties. Naast uitvoering geven aan de ambities uit het raadsakkoord is het afgelopen jaar ook ingezet op het uitkeren van de eenmalige energietoeslag aan inwoners die daarvoor in aanmerking komen. Ook in 2023 gaan we door met de uitvoering van deze landelijke regeling en wordt er volop ingezet op isolatie en het terugdringen van armoede mede als gevolg van de gestegen energiekosten. In aanvulling daarop wordt er op initiatief van de raad €1 miljoen ingezet om de samenleving tegemoet te komen in de problematiek van de stijgende energieprijzen. In de programmabegroting 2023 – 2026 hebben we ons sterk laten leiden door wat er mogelijk was op basis van het raadsakkoord. Ondanks dat er op het gebied van financiën beperkingen zijn kan er voor de stad veel worden georganiseerd. Wat het college betreft blijft dat ook de focus voor de komende jaren en wordt er vol enthousiasme doorgepakt op de voor Lelystad zo belangrijke dossiers.
Het raadsakkoord blijft hierbij het leidende uitgangspunt. De steeds complexere context waarmee de gemeente wordt geconfronteerd is geen reden om af te wachten. De context waarbinnen de gemeente opereert is in de afgelopen jaren steeds complexer geworden. De coronapandemie lijkt inmiddels achter ons te liggen, maar er woedt nog steeds een oorlog op Europees grondgebied. De prijzen voor gas en elektra laten inmiddels weer een dalende lijn zien, maar tegelijkertijd heeft de Europese Centrale Bank moeite om de oplopende inflatie te beteugelen. De renteverhogingen die daartoe worden doorgevoerd hebben op zichzelf weer nadelige effecten op de economie. Banken kunnen in de problemen komen en de hypotheekrentes zijn fors gestegen. De stikstofcrisis houdt de gemoederen bezig en een eenvoudige oplossing voor dit probleem is er niet.
Complexe context en financiële onzekerheid
De gemeentelijke overheid heeft de oplossing voor deze problemen niet in handen, maar heeft wel de verantwoordelijkheid om zo goed mogelijk met de situatie om te gaan. Het is juist in dit soort
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
2
omstandigheden belangrijk om te kijken naar wat er wel kan. Dat zullen we samen doen, binnen de mogelijkheden en verantwoordelijkheden die we als gemeente hebben. De gemeentelijke financiën waren altijd al lastig te voorspellen, maar dat is in de afgelopen jaren nog ingewikkelder geworden. Zo zijn er doorlopende discussies met het Rijk over de omvang van het gemeentefonds. De verdeelmodellen worden geregeld herijkt, met aanzienlijke herverdeeleffecten tussen gemeenten als gevolg. De bekostiging van de Jeugdzorg is een voorbeeld van een dossier waarover veel wordt gediscussieerd. De onderhandelingen tussen het Rijk en de VNG over de Hervormingsagenda verlopen moeizaam; gemeenten wachten op duidelijkheid en willen weten waar ze aan toe zijn. De voornaamste onzekerheid op financieel vlak is nog steeds het zogeheten ‘ravijnjaar’ 2026. Daar is nu ook 2027 bijgekomen. Vanaf 2026 moet er een nieuwe financiering systematiek voor gemeenten van kracht worden en vooruitlopend hierop heeft het Rijk de reguliere systematiek ‘samen trap op / samen trap af’ buiten werking gesteld. Gemeenten zien zich als gevolg hiervan geconfronteerd met fors teruglopende inkomsten met ingang van 2026. Het is nog steeds onduidelijk in hoeverre het Rijk gemeenten hierin tegemoet zal komen.
Op basis van de laatste inzichten zal de minister uiterlijk in de meicirculaire 2023 ‘een uitvoeringsplan met tijdpad’ naar de Tweede Kamer sturen. Deze kadernota is tot stand gekomen op basis van de informatie zoals we die nu kennen – op basis van de meest recente informatie uit de decembercirculaire 2022. Desondanks is er nog steeds sprake van een aanzienlijke onzekerheid, met name voor de periode 2026 en daarna. Het blijft zaak de ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen en indien nodig daar in de toekomst op te anticiperen. Op dit moment laat het financieel perspectief 2024 – 2027 een structureel tekort zien met ingang van 2026. Om die reden beperken de voorstellen in deze kadernota zich dan ook tot onontkoombare bijstellingen en actualisaties.
Insteek kadernota 2024 - 2027
Wenselijke bijstellingen zijn wel in beeld gebracht, maar worden gezien het ontbreken van financiële dekking niet ter besluitvorming aan uw raad voorgelegd. Deze onderwerpen uit bijvoorbeeld de Sporten Beweegvisie en de Cultuurvisie blijven de komende jaren nadrukkelijk in beeld gebracht worden in opeenvolgende kadernota’s. Op het moment dat er financiële ruimte beschikbaar komt zijn dit de onderwerpen die betrokken kunnen worden in de integrale afweging. In overleg met de Commissie van de Rekening is er een procesvoorstel opgesteld om aan de slag te gaan met zero based begroten. Dit naar aanleiding van een aangenomen amendement bij de programmabegroting 2023 – 2026. Via deze weg zullen ombuigingsmogelijkheden in beeld gebracht worden. Daar willen we de tijd voor nemen om met elkaar op een later moment afgewogen keuzes in te kunnen maken. Het is zaak de groei van de stad maximaal te accommoderen, maar met oog voor de maatschappelijke opgave in de bestaande stad. Er liggen veel kansen voor de stad en we kunnen het ons simpelweg niet veroorloven om stil te zitten. De stad moet groeien om financieel gezond te blijven en daar is de inzet ook op gericht.
Blijven inzetten op de ambities
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
3
2.
Leeswijzer
Deze kadernota 2024 – 2027 bestaat, naast de bestuurlijke boodschap en deze leeswijzer, uit een aantal hoofdstukken en bijlagen. Hieronder wordt kort ingegaan op de inhoud daarvan. 3. Voorgestelde begrotingsbijstellingen 2024 - 2027 Binnen dit hoofdstuk worden alle voorgestelde bijstellingen op de begroting en meerjarenraming uiteen gezet. Dit zijn bijstellingen ten opzichte van de eindstand van de programmabegroting 2023 – 2026. Deze bijstellingen zijn onderverdeeld in de volgende categorieën: A. B. C. D. E.
Onontkoombaar / actualisaties Loon- en prijsontwikkeling Gemeentefonds Personeel Overig
Na verwerking van de voorgestelde begrotingsbijstellingen is er sprake van structureel en reëel begrotingsevenwicht in de jaren 2024 en 2025. Met ingang van het jaar 2026 is er op dit moment sprake van een structureel tekort. Ten opzichte van de programmabegroting 2023 – 2026 is het beeld in de laatste jaarschijven negatiever geworden. 4. Voorgestelde inzet incidentele middelen Vanuit het financieel toezicht wordt onderscheid gemaakt tussen baten en lasten die structureel- en incidenteel van karakter zijn. Achterliggende reden hiervoor is dat moet worden voorkomen dat structurele lasten gedekt worden door incidentele baten en er daarmee geen sprake is van structureel begrotingsevenwicht. Ook in deze kadernota wordt deze splitsing aangehouden: daar waar hoofdstuk 3 ingaat op de structurele bijstellingen heeft hoofdstuk 4 betrekkingen op bijstellingen met een incidenteel karakter. Er worden in dit hoofdstuk een vijftal bijstellingen met een incidenteel karakter ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. 5. Proces om te komen tot een sluitende meerjarenraming Er lopen nog gesprekken met het Rijk over de bredere financiering systematiek die met ingang van 2026 zal worden ingevoerd. Op dit moment is er echter nog steeds geen duidelijkheid over.
Gezien de ontwikkelingen is de kans dat er daadwerkelijk bezuinigd moet worden om het financieel perspectief met ingang van 2026 sluitend te krijgen een stuk aannemelijker geworden. De raad heeft bij de behandeling van de programmabegroting 2023 – 2026 een amendement aangenomen waarmee het college werd opgeroepen te onderzoeken of ‘zero based begroten’ bij zou kunnen dragen aan het sluitend maken van het financieel perspectief. In afstemming met de Commissie van de Rekening is een procesvoorstel opgesteld, dat in dit hoofdstuk aan de raad ter besluitvorming wordt voorgelegd. Bijlage 1: Beleidsvoornemens – op dit moment geen dekking voor Zoals ook staat verwoord in de bestuurlijke boodschap is er op dit moment sprake van een structureel tekort met ingang van 2026. Om die reden blijven de bijstellingen met een structureel karakter beperkt tot onontkoombare ontwikkelingen en actualisaties. Er zijn daarnaast diverse beleidsvoornemens in beeld gebracht, welke - in verband met het ontbreken van dekking - op dit moment niet aan de raad ter besluitvorming worden voor gelegd. Bijlage 1 bevat de onderbouwing van deze beleidsvoornemens. Bijlage 2: Aanvullende informatie zero based begroten In hoofdstuk 5 wordt een procesvoorstel gedaan om van start te gaan met zero based begroten.
Bijlage 2 bevat aanvullende informatie over het huidige begrotingsproces en gaat in op wat er precies verstaan kan worden onder zero based begroten en hoe zich dat verhoudt tot het reguliere begrotingsproces. Bijlage 3: Terugkoppeling aangenomen moties en amendementen Bij de programmabegroting 2023 – 2026 zijn enkele moties en amendementen aangenomen waarin het college werd opgeroepen in de kadernota 2024 – 2027 te komen met een terugkoppeling. Voorbeelden zijn de VVV informatievoorziening, openingstijden van MFA’s en inzet personele capaciteit naar aanleiding van de groei van de stad. Deze onderwerpen worden toegelicht in bijlage 3.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
4
3.
Actualisatie financieel perspectief 2024 - 2027 Meerjarenraming 2024 - 2027 2024 2025 2026 2027 Beginstand meerjarenraming 2024 - 2027 (= eindstand programmabegroting 2023 - 2026)
457
2.686
-7.298 -11.697
Bijstelling
Taakveld
Meerjarenraming 2024 - 2027 2024 2025 2026 2027
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19
0.2 Actualisatie bijdrage GR Het Flevolands Archief 0.2 Vervanging bedrijfsauto 0.8 Actualisatie rondweg Lelystad Zuid 1.1 Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio 2.1 Actualisatie integraal stedenbouwkundig ontwerp Stationsgebied Oost 2.2 Actualisatie fietsenstalling station 4.2 Actualisatie IHP 5.1 Inzet Brede Regeling Combinatiefuncties 5.2 Actualisatie openlucht natuurzwembad 5.2 Actualisatie sporthal infrastructuur 5.3 Actualisatie onderhoud kunstcollectie 5.3 Actualisatie investering nieuw poppodium 5.7 Actualisaties onderhoudbestekken 6.3 Actualisatie Participatiewet 6.4 Actualisatie Wet Sociale Werkvoorziening (Social Firm) 6.71 Actualisatie Wmo 6.72 Actualisatie jeugdzorg 7.1 Actualisatie bijdrage GR GGD 8.3 Actualisatie uitwerking investeren bestaande wijken
A. Onontkoombaar / actualisaties
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
-123 -10 547 -296 -95 382 -871 -180 125 175 -13 300 -740 PM PM PM -279 500
-123 -10 547 -296 -94 382 -568 -180 175 -13 300 -740 PM PM PM -279 -
-123 -10 266 -296 -94 -1.092 -180 -25 -50 -740 PM 403 PM PM -279 -
-123 -10 -131 -296 -94 -957 -180 -25 -50 -740 PM PM PM -279 -
-578
-899
-2.220
-2.885
Bijstelling
Taakveld
Meerjarenraming 2024 - 2027 2024 2025 2026 2027
20 21 22
0.61 Actualisatie OZB inkomsten - indexatie en areaal 0.7 Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds 0.7 Aanvulling nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds
2.158 5.910 4.520
2.158 5.910 4.520
2.158 5.910 4.520
2.158 5.910 4.520
23 24 25 26
0.8 0.8 0.8 0.8
Lastenkant begroting Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2023) Compensatie stijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2024) Compensatie inflatie - gemeentebegroting (tranche 2024) Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2024)
-1.173 -3.284 -7.020 -1.271
-1.173 -3.284 -7.020 -1.271
-1.173 -3.284 -7.020 -1.271
-1.173 -3.284 -7.020 -1.271
-160
-160
-160
-160
B. Loon- en prijsontwikkeling Batenkant begroting
B. Financieel effect loon- en prijsontwikkeling
Bijstelling
Taakveld
Meerjarenraming 2024 - 2027 2024 2025 2026 2027
27 28 29
0.7 Doorwerking bredere financieringsystematiek 0.7 Herijking algemene uitkering 0.7 Structureel ramen eenmalige uitkering 2026
30a 31a
0.7 Wet goed verhuurderschap 0.7 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
30b 31b
C. Gemeentefonds Algemene mutaties -
-
PM PM -
PM PM 4.356
44 -12
44 -12
44 -12
44 -
8.3 Wet goed verhuurderschap 8.3 Wet kwaliteitsborging voor het bouwen
-44 12
-44 12
-44 12
-44 -
C. Financieel effect gemeentefonds
-
-
-
4.356
Taakgerelateerde mutaties
Doorvertalen taakgerelateerde mutaties
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
5
Bijstelling
Taakveld
Meerjarenraming 2024 - 2027 2024 2025 2026 2027
32 33
0.4 Capaciteitsbehoefte in relatie tot groei van de stad 8.3 Capaciteitsbehoefte in relatie tot verstedelijkingsopgave
D. Personeel
D. Financieel effect personeel
-328 -200
-328 -400
-328 -600
-328 -800
-528
-728
-928
-1.128
Bijstelling
Taakveld
Meerjarenraming 2024 - 2027 2024 2025 2026 2027
34 35 36
7.3 Structurele subsidie Stichting Lelystad Schoon 8.2 Voorbereidingskrediet Stedelijk Waterfront Kust 8.2 Voorbereidingskrediet Zilverpark West
E. Overig
E. Financieel effect overig
-
-
-
-
-
-
-
-
Meerjarenraming 2024 - 2027
Recapitulatie kadernota 2024 - 2027
2024
2025
Beginstand meerjarenraming 2024 - 2027 (= eindstand programmabegroting 2023 - 2026)
457
2.686
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
-578
-899
-2.220
-2.885
B. Financieel effect loon- en prijsontwikkeling
-160
-160
-160
-160
-
-
-
4.356
-528
-728
-928
-1.128
-
-
-
-
-1.266
-1.787
-3.308
183
C. Financieel effect gemeentefonds D. Financieel effect personeel E. Financieel effect overig Subtotaal effect bijstellingen op beginstand
Voorlopige eindstand kadernota 2024 - 2027
-809
2026
2027
-7.298 -11.697
899 -10.606 -11.514
Voor jaarschijf 2024 is er vooralsnog sprake van een beperkt tekort, wat naar verwachting afgedekt kan worden doordat er – op basis van de ervaringen in de afgelopen jaren – wederom sprake zal zijn van enige onderbesteding op de structurele budgetten: Voorlopige eindstand kadernota 2024 - 2027
-809
Analyse doorwerking jaarresultaten afgelopen jaren - effect 2024
809
Eindstand kadernota 2024 - 2027
-
899 -10.606 -11.514 -
-
-
899 -10.606 -11.514
Resumé De actualisatie van het financieel perspectief 2024 – 2027 laat zien dat er met ingang van 2026 nog steeds sprake is van een substantieel structureel tekort. Ten opzichte van het beeld in de programmabegroting 2023 – 2026 is het beeld zelfs iets negatiever geworden. De gesprekken over het ‘ravijnjaar’ tussen het kabinet en de VNG zijn nog steeds niet afgerond. Het is mogelijk dat er in de meicirculaire 2023 meer duidelijkheid geboden wordt, maar dit is allerminst zeker. In hoofdstuk 5 van deze kadernota wordt ingegaan op het proces van ‘zero based begroten’ dat in de aankomende periode wordt opgestart. Aan de hand van dit proces worden keuzemogelijkheden voorbereid op basis waarvan op termijn besluitvorming plaats kan vinden over noodzakelijk door te voeren ombuigingen. Op de volgende pagina’s worden de hierboven gepresenteerde afzonderlijke bijstellingen van een toelichting voorzien.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
6
A. Onontkoombaar / actualisaties De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd hebben een onontkoombaar karakter en zijn veelal direct gerelateerd aan uitvoering van het wettelijk takenpakket. Het kan ook gaan om actualisaties van bijdragen aan gemeenschappelijke regelingen en actualisaties van eerder gereserveerde middelen als gevolg van externe onvermijdelijke ontwikkelingen. Naar aanleiding van de aangenomen motie M03 bij de programmanbegroting 2023 – 2026 is nadrukkelijk gekeken naar de bijstellingen die in deze categorie zijn opgenomen. In de toelichting wordt uiteen gezet waarom de desbetreffende bijstelling noodzakelijk wordt geacht.
1
Bijstelling
0.2
Actualisatie bijdrage GR Het Flevolands Archief
Bedragen x € 1.000
2024 -123
2025 -123
2026 -123
2027 -123
De begroting van de gemeenschappelijke regeling Het Flevolands Archief (HFA) wordt jaarlijks bijgesteld aan de hand van loon- en prijsindexatie. Eind juni 2023 wordt de ontwerpbegroting 2024 - 2027 ter vaststelling aangeboden aan het Algemeen Bestuur van HFA. In 2024 stijgt de bijdrage aan HFA naar €191.295 waar in de Lelystadse begroting €180.000 is opgenomen. Per saldo een toename van €11.295. Daarnaast moet de bijdrage aan HFA worden bijgesteld vanwege uitbreiding van de dienstverlening met een wettelijk verplicht digitaal archiefdepot. Een zogeheten e-depot. Deze bijstelling is onderdeel van het vastgestelde beleidsprogramma Lelystad Digitaal 2025. Citaat uit Lelystad Digitaal 2025: "De toename in digitale dienstverlening brengt met zich mee dat de meerjarige digitale opslag van informatie goed gewaarborgd wordt. Conform de archiefwet zal in 2024 een e-depot worden ingericht waarvoor gevraagd wordt de raming van kosten in de begroting 2023 - 2026 op te nemen." De bijdrage ten aanzien van het e-depot wordt geraamd op jaarlijks €112.000 en wordt eind 2024 geëvalueerd. Herziening van de bijdrage voor 2025 en verder is mogelijk. Dit bedrag is onder voorbehoud van instemming van alle deelnemers aan de GR. Voorgesteld besluit: 1.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR Flevolands Archief’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€123.000.
2
Bijstelling
0.2
Vervanging bedrijfsauto
Bedragen x € 1.000
2024 -10
2025 -10
2026 -10
2027 -10
Voor de uitoefening van de wettelijke taken op het gebied van de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT), Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) en Wet Waardering Onroerende Zaken (WOZ) verzorgt het team Geoinformatie en Belastingen de uitvoering van diverse landmeetkundige werkzaamheden. Voor de uitvoering van deze werkzaamheden wordt gebruik gemaakt van bedrijfsauto's. Een van de huidige bedrijfsauto's is ruim 20 jaar oud. Gelet op de technische staat zal deze binnen afzienbare tijd vervangen dienen te worden. De vervangingsinvestering bedraagt €60.000, wat zich vertaalt in een kapitaallast van afgerond €10.000 per jaar in de periode 2024 - 2029. Voorgesteld besluit: 2a. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Vervanging bedrijfsauto’ een investeringskrediet beschikbaar te stellen van €60.000. 2b. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Vervanging bedrijfsauto’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€10.000.
3
Bijstelling
0.8
Actualisatie rondweg Lelystad Zuid
Bedragen x € 1.000
2024 547
2025 547
2026 266
2027 -131
In de programmabegroting 2021 - 2024 heeft de raad besloten om met ingang van 2024 een bedrag ter grootte van €547.000 structureel te reserveren. Dit ter dekking van de kapitaallasten die voortvloeien uit
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
7
een verwachte investering van €15 mln. (exclusief btw). Deze inschatting was gebaseerd op het toenmalige prijspeil, zonder rekening te houden met indexering. De brug Lage Dwarsvaart was hierin geraamd op €4 mln., uitgaande van: • •
€3 mln. voor aanleg van een nieuwe fietsbrug; €1 mln. voor handhaving van de verkeersbrug en aanbrengen van: - een nieuwe asfalt laag; - voertuig kerende leuningen en versterken van de rand van het brugdek.
Update raming Eind 2022 is een schetsontwerp opgesteld en is een update van de kostenraming gemaakt. De actuele kostenraming bedraagt €19,6 mln. (exclusief btw). Dit is €4,6 mln. hoger dan de eerder verwachte €15 mln.. De hogere uitkomst van de raming is het gevolg van noodzakelijke indexering t/m 2026 (€1,4 mln.), hogere kosten voor grondverwerving en milieuonderzoeken (€0,6 mln.) en het toevoegen van een noodzakelijke volledige vervanging van brug Lage Dwarsvaart met een extra investering van €2,5 mln.. Uit berekeningen is namelijk gebleken dat de bestaande verkeersbrug Lage Dwarsvaart niet voldoet aan de huidige bouwnormen en dat per direct een aslastbeperking nodig is. Om een onbeperkte en veilige bereikbaarheid van Hollandse Hout te blijven garanderen, moet de verkeersbrug in zijn geheel en op zo kort mogelijke termijn worden vervangen. Dit is een extra project en onvermijdelijke uitbreiding van het project rondweg. Gelet op aard en noodzaak van de brugvervanging moet deze vooruitlopend op de rondweg in 2024 en 2025 worden gerealiseerd. Dit betreft een geraamd totaalbedrag van €6,6 mln. (prijspeil 2022) ofwel €7,1 mln. inclusief indexering. In die raming is nog geen rekening gehouden met meerkosten ten behoeve van de beeldkwaliteit. Hiervoor wordt vooruitlopend op de ontwerpfase alvast rekening gehouden met €1 mln. extra investering, bovenop het bedrag van €7,1 mln.
In de loop van 2023 wordt dit verder uitgewerkt. In het schetsontwerp van 2022 is nog geen rekening gehouden met de aanvullende eisen die de ontwikkeling van Warande 2.0 aan de aanleg van de Verlengde Westerdreef en de Laan van Nieuwland stelt. Eerste inschatting gaat uit van een scopewijziging ter grootte van €8 mln. Uitgaande van de vastgestelde lastenverdeling tussen provincie Flevoland en gemeente Lelystad komt 15/39e deel van dat bedrag (€3,1 mln.) voor rekening van gemeente Lelystad. Dekking Vorenstaande update van het project tot €19,6 mln. betekent voor 2026 een jaarlast als gevolg van rente en afschrijving van ca. €245.000 en voor 2027 en verder een jaarlast van circa €600.000 (gebaseerd op een lineaire afschrijving van 30 jaar voor bruggen en fietstunnel, 40 jaar voor wegen, fiets- en voetpaden en een omslagrente van 0,25%). Ten opzichte van de beschikbare structurele stelpost van €547.000 is er tot en met 2026 sprake van vrijval van budget. Met ingang van 2027 is hiervoor aanvullend budget nodig van circa €53.000 structureel. Binnen de begroting is vanuit de stelpost loon-/ prijscompensatie voor de hogere inflatiekosten circa €43.000 structurele dekking beschikbaar. Het restant van €10.000 wordt nu opgevoerd via deze kadernota als reservering voor de verwachte toekomstige investering.
Ondanks de hogere investering zijn de structureel extra benodigde middelen vanaf 2027 beperkt. Enerzijds door dekking vanuit de stelpost loon-/ prijscompensatie, anderzijds door de lagere omslagrente van 0,25% (de omslagrente was bij de programmabegroting 2021 - 2024 nog 1%). Aanvullend op deze €10.000 extra kapitaallastenruimte per 2027 op basis van de actualisatie van het schetsontwerp is er vanaf 2026 ook nog structureel kapitaallastenruimte van €36.000 nodig voor de beeldkwaliteit (€1,0 mln. in 30 jaar afschrijven) en €85.000 vanaf 2027 voor de scopewijziging (€3.1 mln. in 40 jaar afschrijven). Voorbereidingskrediet 2023 In de programmabegroting 2021 - 2024 heeft de gemeenteraad een voorbereidingskrediet van €300.000 beschikbaar gesteld. Dit krediet was bedoeld voor de initiatieffase en het bepalen van de scope en de kosten van het project. Voor de voortgang van het project is ophoging van het voorbereidingskrediet nu nodig voor onder andere projectmanagement, omgevingsmanagement, participatie, overleg en afstemming met de provincie, voorlopig ontwerp, de MER-procedure, alsmede onderzoek, voorbereiding en engineering door externe bureaus bijv. geotechnisch, constructief, verkeer, milieu.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
8
Het project kent een strakke planning, vooral ingegeven door de MER-procedure en besluitvorming bij de provincie, om daarmee het beoogde einddoel (gereed 2026) te behalen. Voorgesteld wordt om thans het voorbereidingskrediet op te hogen tot een bedrag van €2 mln. waarvan €0,7 mln. voor het onderdeel wegen (afschrijving 40 jaar) en €1,3 mln. voor bruggen (afschrijving 30 jaar), ter dekking van gerealiseerde en geraamde voorbereidingskosten tot en met 2023. Aan het voorbereidingskrediet zijn geen directe lasten verbonden. De voorbereidingskosten worden te zijner tijd gedekt binnen de nog aan te vragen investeringskredieten. Voor zover de voorbereidingskosten in de toekomst niet aan de ontwikkeling kunnen worden toegerekend, bijvoorbeeld wanneer het project onverhoopt niet door zou gaan, dan moeten deze in één keer worden afgeschreven ten laste van het rekeningresultaat van dat boekjaar (het rekeningresultaat wordt toegevoegd of onttrokken aan de algemene reserve waardoor de algemene reserve indirect als achtervang dient). Vervolg Naar verwachting worden in 2023 de MER-procedure en het Voorlopig Ontwerp afgerond. Deze worden zoveel mogelijk afgestemd op de geplande woningbouw van Warande en de poortfunctie van Nationaal Park Nieuw Land. In de loop van 2023 wordt de raad separaat geïnformeerd over de resultaten.
Ook wordt dan aan de raad gevraagd om het krediet voor de werkzaamheden in 2024 - 2025 beschikbaar te stellen en de brug Lage Dwarsstraat volledig te vervangen. Risico
Gevolg
Brug Lage Dwarsvaart wordt niet vervangen.
Gebied Hollandse Hout en de Lelystadse kant van Nationaal Park zijn voor zwaar verkeer onvoldoende c.q. beperkt bereikbaar. Verkeersbrug wordt flessenhals en leidt tot congestie van verkeer van/naar Hollandse Hout. Onvoldoende veiligheid c.q. gevaarlijke situaties op en onder de brug. Schade of bezwijken van brug als gevolg van te hoge verkeersbelasting.
Niet doorgaan van het project.
De gemaakte kosten moeten in een keer worden afgeschreven. Claims te verwachten, bijvoorbeeld van provincie. Imagoschade voor Lelystad en provincie. Schade aan wederzijds vertrouwen en voor toekomstige samenwerking tussen Lelystad en provincie. Ontwikkeling van woningbouw Warande loopt ernstige vertraging op. Bereikbaarheid van de stad loopt vast. Rem op de groei van de stad en het welzijn van inwoners en ondernemers.
Scopewijziging naar ontwikkelingen Warande.
aanleiding
van
Consequenties voor ontwerp, planning en financiën van rondweg en Warande. Geen overeenstemming over kostenverdeling. Imagoschade.
Scopewijziging naar aanleiding onderzoeksresultaten / MER.
van
Indexering blijkt hoger dan geraamd.
Consequenties voor ontwerp, planning en financiën. Onvoldoende budget.
Voorgesteld besluit: 3a. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie rondweg Lelystad Zuid’ het voorbereidingskrediet in 2023 op te hogen tot een totaalbedrag van €2.000.000 (exclusief BTW), waarvan €700.000 voor de wegen, fiets- en voetpaden (afschrijving 40 jaar) en €1.300.000 voor de bruggen en tunnel (afschrijving 30 jaar). 3b. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie rondweg Lelystad Zuid’ de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 – 2027 bij te stellen met de volgende bedragen: €547.000 in 2024 en 2025, €266.000 in 2026 en -€131.000 met ingang van 2027.
4
Bijstelling
1.1
Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio
Bedragen x € 1.000
2024 -296
2025 -296
2026 -296
2027 -296
De begroting van de Veiligheidsregio wordt ieder jaar geactualiseerd conform de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen uitgangspunten, zoals volumegroei, loon- en prijsindexatie. De volgende factoren zijn van invloed op de hoogte op de bijstelling:
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
9
-
-
Recent is er een CAO principeakkoord voor medewerkers van veiligheidsregio's bereikt. Het financiële effect voor 2024 zal naar verwachting resulteren in een kostenverhoging tussen de €900.000 en €1.100.000 structureel. Voor Lelystad zal dit effect rond de €200.000 liggen. De jaarlijkse eerder ingeschatte prijscompensatie van 1,5% is niet toereikend. Gezien de aanzienlijke inflatie als gevolg van economische en maatschappelijke ontwikkelingen in 2022 is het in de septembercirculaire gemeentefonds 2022 genoemde inflatiecijfer voor 2023 en verder bijgesteld naar 5,9% (wat een toename van 4,4% inhoudt).
Bovenstaande leidt ertoe dat voor Lelystad de kosten met ingang van 2024 toenemen met €296.368 ten opzichte van het bedrag wat er in de begroting is opgenomen, te weten € 5.185.989. Voorgesteld besluit: 4. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR Veiligheidsregio’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€296.000.
5
Bijstelling
2.1
Actualisatie integraal stedenbouwkundig ontwerp Stationsgebied Oost
Bedragen x € 1.000
2024 -95
2025 -94
2026 -94
2027 -94
In 2022/2023 is een integraal stedenbouwkundig ontwerp opgesteld voor Stationsgebied Oost. Dit ontwerp omvat de ontwikkeling van een nieuw eilandbusstation, een vrije busbaan, autoweg en de omliggende openbare ruimte, inclusief het Stationsplein. Het betreft de herinrichting van de openbare ruimte. Op basis van dit ontwerp is een gedetailleerde SSK-kostenraming opgesteld. Hieruit blijkt dat het reeds beschikbare/ gereserveerde investeringskrediet overschreden wordt en er een aanvullend investeringskrediet nodig is van €3.842.00 om de realisatie van het ontwerp mogelijk te maken. Er zijn geen reële mogelijkheden voor substantiële besparingen; het betreft een samenhangend geheel dat niet zonder consequenties op onderdelen aangepast kan worden. Het is voor de stad van belang om de samenhang en de kwaliteit van het ontwerp te handhaven. Op 21 februari 2023 heeft er besluitvorming plaatsgevonden in de raad over het ontwerp en de bijbehorende financiering. De raad heeft hierbij ingestemd om de bij het aanvullende investeringskrediet behorende kapitaallasten van €95.000 op te nemen als onontkoombaar in de kadernota 2024 - 2027 (raadsbesluit 13A, besluitpunt 4). Voorgesteld besluit: 5.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie integraal stedenbouwkundig ontwerp Stationsgebied Oost’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: -€95.000 in 2024 en -€94.000 met ingang van 2025.
6
Bijstelling
2.2
Actualisatie fietsenstalling station
Bedragen x € 1.000
2024 382
2025 382
2026 -
2027 -
In de programmabegroting 2021 – 2024 heeft de raad middelen gereserveerd voor fietsparkeren in het stationsgebied. De reeds geraamde kapitaallasten in 2024 en 2025 kunnen vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo. De middelen voor 2026 en verder blijven in de begroting gereserveerd ter dekking van het nog definitief uit te werken investeringsvoorstel. Voorgesteld besluit: 6. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie fietsenstalling station’ de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 bij te stellen met €382.000.
7
Bijstelling
4.2
Actualisatie IHP
Bedragen x € 1.000
2024 -871
2025 -568
2026 -1.092
2027 -957
Het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) geeft concrete uitwerking aan de wettelijke zorgplicht van de gemeente voor de onderwijshuisvesting voor het primair, speciaal en voortgezet onderwijs in de stad.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
10
Ieder jaar wordt het Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP) geactualiseerd. De actualisatie die volgt uit het IHP Jaarprogramma 2023 - 2024 omvat de bijstellingen van al geplande nieuwbouwprojecten op basis van leerlingenprognoses, prijsstijgingen en andere gewijzigde omstandigheden. De actualisatie van het IHP omvat daarnaast de bekostiging van door de schoolbesturen ingediende aanvragen die op basis van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs in aanmerking komen voor honorering. Voor 2024 betreffen de toe te kennen aanvragen vergoedingen voor het herstel van constructiefouten in de gebouwen van basisschool De Boeier (ventilatievoorziening) en (v)so scholen De Rede en Herman Bekius (dakbedekking). In afwachting van definitieve besluitvorming van de minister van OCW over de bekostiging van deze school, zijn ook de kosten van huisvesting meegenomen voor een derde basisschool in Warande. In overleg met het schoolbestuur is de in het voorgaande IHP Jaarprogramma toegekende uitbreiding voor basisscholen De Tjotter en De Triangel daarnaast gewijzigd van een permanente naar een tijdelijke voorziening, mede in relatie tot de verwachte derde basisschool in Warande. Andere bijstellingen die zijn meegenomen in het IHP Jaarprogramma 2023 - 2024 betreffen: -
-
de kosten van tijdelijke voorzieningen die nodig zijn gedurende de bouwperiode van de schoolgebouwen en gymzalen voor het primair onderwijs volgend uit het IHP Meerjarenperspectief. een indexering met 14,08% van de reeds in de begroting opgenomen middelen voor onderwijshuisvestingsvoorzieningen, nodig om gezien de sterk gestegen bouwkosten deze voorzieningen conform besluitvorming te kunnen realiseren. Indexering met dit percentage is middels een separaat raadsvoorstel toegelicht en voor besluitvorming voorgelegd.
Een ‘wenselijk’ voorstel voor 2024 betreft verder het ‘vergroenen’ en het verbeteren van de kwaliteit van de brede schoolpleinen van basisscholen De Sluis, Grundel, Driestromenland en De Brink. Dit voorstel vloeit voort uit het beleid omtrent brede schoolpleinen zoals vastgelegd in het beleidskader onderwijshuisvesting. Het budget hiervoor was reeds begroot. De actualisering van het IHP jaarprogramma 2023 - 2024 omvat ook budget voor klimaatadaptieve maatregelen bij nieuwbouwprojecten. Hiermee wordt een eerste stap gezet in de uitvoering van de motie hieromtrent van november 2022. De besluitvorming over de gefaseerde uitvoering van deze motie is met een separaat voorstel aan de raad voorgelegd. Een uitgebreide toelichting op de voorgestelde bijstellingen, is opgenomen in IHP Jaarprogramma 2023 - 2024. Voorgesteld besluit: 7. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie IHP’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: -€871.000 in 2024, -€568.000 in 2025, €1.092.000 in 2026 en -€957.000 met ingang van 2027.
8
Bijstelling
5.1
Inzet Brede Regeling Combinatiefuncties
Bedragen x € 1.000
2024 -180
2025 -180
2026 -180
2027 -180
De centrale doelstelling van de Rijksoverheid en gemeente Lelystad is een gezonde generatie in 2040. Dat bereiken we onder andere door het terugdringen van gezondheidsachterstanden, het bevorderen van een gezonde leefstijl en werken aan de sociale basis. Alle gemeenten krijgen in de periode van 2023 - 2026 met een Brede SPUK- regeling de mogelijkheid om de diverse afspraken te kunnen uitvoeren. Een van de beproefde onderdelen is de Brede Regeling Combinatiefuncties (BRC). Het Rijk stelt 40% van de vergoeding beschikbaar, vanuit de gemeente wordt een cofinanciering van 60% gevraagd. Tot en met 2022 ontving de gemeente Lelystad een bijdrage vanuit de BRC om 17,5 fte aan combinatiefunctionarissen te realiseren op het gebied van cultuur, sport en bewegen en welzijn. Wegens een in het verleden doorgevoerde taakstelling bij de welzijnsorganisatie kon de lokale cofinanciering onvoldoende worden gerealiseerd, wat heeft gezorgd voor het schrappen van 5fte aan leefstijlcoaches. In de Sport- en Beweegvisie 2030 is als eerste prioriteit de leefstijlcoach opgenomen. Zij hebben de rol om de samenwerking tussen de zorg-, welzijns- en de sport- en beweegsector te versterken met als doel
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
11
deelnemers toe te leiden naar de verschillende activiteiten ter bevordering van de gezondheid. De leefstijlcoach draagt dus niet alleen bij aan de sport- en beweeg doestellingen maar ook aan de doelstellingen op het gebied van gezondheidsbevordering en de sociale basis. Vanuit de Sport- en Beweegvisie 2030 is het uitgangspunt om 5 fte leefstijlcoaches opnieuw in te voeren, vanuit het scenario ‘Basis op orde’. Het normbedrag voor 1 fte combinatiefunctie is €60.000 (zie Sport- en Beweegvisie 2030). Dit maakt een totaal van €300.000. De gemeente dient 60% cofinanciering bij te dragen. Dat vraagt een structurele ophoging van het budget op de begroting ad €180.000. Indien de €180.000 cofinanciering niet beschikbaar wordt gemaakt is de consequentie dat de gemeente een deel van de rijksmiddelen vanuit de Brede SPUK terug moet betalen. Gezien de opgaven in Lelystad op het terugdringen van gezondheidsachterstanden en het bevorderen van sport- en beweegparticipatie (beweegnorm) is dit zeer ongewenst. Voorgesteld besluit: 8. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Inzet Brede Regeling Combinatiefuncties’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€180.000.
9
Bijstelling
5.2
Actualisatie openlucht natuurzwembad
Bedragen x € 1.000
2024 125
2025 -
2026 -
2027 -
Op basis van het raadsakkoord zijn er middelen in de begroting gereserveerd voor realisatie van een natuurzwembad. In de programmabegroting 2023 – 2026 is aangegeven dat hiertoe in 2023 een onderzoek zal worden uitgevoerd. Dit betekent evenwel dat eventuele realisatie van een dergelijke voorziening niet op korte termijn zal zijn afgerond. De in jaarschijf 2024 opgenomen kapitaallasten kunnen om die reden incidenteel vrijvallen. Voorgesteld besluit: 9. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie openlucht natuurzwembad’ de begroting 2024 bij te stellen met €125.000.
10
Bijstelling
5.2
Actualisatie sporthal infrastructuur
Bedragen x € 1.000
2024 175
2025 175
2026 -
2027 -
In de programmabegroting 2022 – 2025 heeft de raad met ingang van 2024 structureel €175.000 gereserveerd voor de versterking van de sporthallen infrastructuur. Nadere besluitvorming hieromtrent moet nog plaats vinden. Wanneer realisatie van een nieuwe sporthal in 2025 zou worden afgerond zal de gereserveerde dekking pas benodigd zijn met ingang van 2026. De in 2024 en 2025 opgenomen kapitaallasten kunnen om die reden incidenteel vrijvallen. Voorgesteld besluit: 10. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie sporthal infrastructuur’ de begroting 2024 en de meerjarenraming 2025 bij te stellen met €175.000.
11
Bijstelling
5.3
Actualisatie onderhoud kunstcollectie
Bedragen x € 1.000
2024 -13
2025 -13
2026 -25
2027 -25
Dit betreft een bijstelling in het kader van de Cultuurvisie 2024 - 2030. In de auteurswet van 1912 is vastgelegd dat eigenaren van een kunstwerk de verplichting hebben dit werk naar behoren te beheren, te onderhouden en waar nodig te restaureren. Als eigenaar van een groot aantal kunstwerken in de openbare ruimte en in het stadhuis draagt ook de gemeente deze verantwoordelijkheid. Daarnaast is het bij enkele kunstwerken (o.a. de Zuil van Lely) voor de openbare veiligheid noodzakelijk dat de constructie periodiek worden geïnspecteerd.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
12
Voor de gemeentelijke kunstcollectie in de openbare ruimte wordt een meerjarig onderhoud- en inspectieprogramma uitgevoerd. Diverse taakstellingen op het cultuurbudget en de jaarlijkse prijsstijgingen, hebben ertoe geleid dat het huidige onderhoudsbudget niet meer toereikend is om het regulier en specifiek onderhoud goed uit te kunnen voeren. Dit heeft tot gevolg dat de kwaliteit en behoud van de kunstwerken wordt aangetast. Voorgesteld besluit: 11. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie onderhoud kunstcollectie’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: -€13.000 in 2024 en 2025 en -€25.000 met ingang van 2026.
12
Bijstelling
5.3
Actualisatie investering nieuw poppodium
Bedragen x € 1.000
2024 300
2025 300
2026 -50
2027 -50
Met het vaststellen van de programmabegroting 2022 - 2025 heeft de raad per amendement besloten structureel €300.000 te reserveren voor de onderhouds- en kapitaallasten, voortvloeiend uit de toekomstige hernieuwbouw van poppodium Corneel. Deze lasten worden pas actief met ingang van 1 januari van het jaar nadat het actief is opgeleverd. Vooruitlopend op verdere besluitvorming kan de reservering in 2024 en 2025 vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo (ervan uitgaande dat de oplevering van het nieuwe poppodium in 2025 plaats zal vinden). Het is op dit moment nog niet bekend in hoeverre het initieel ingeschatte investeringskrediet toereikend zal zijn. Gedurende 2022 en 2023 zijn de prijzen namelijk aanzienlijk gestegen. Om die reden zal er met ingang van 2026 €25.000 worden toegevoegd aan bovengenoemd budget vanuit de daarvoor beschikbare stelpost (budgetneutraal). Onderdeel van het totaalbesluit bij de programmabegroting 2022 - 2025 was dat er €2 miljoen beklemd moest worden vanuit de algemene reserve, ter dekking van de toekomstige investering. Dit in aanvulling op het investeringskrediet dat met 'vreemd vermogen' gefinancierd zou moeten worden en waarvoor in de meerjarenraming kapitaallastenruimte is gereserveerd (zie toelichting hierboven).
Wet- en regelgeving schrijft echter voor dat dit soort investeringen volledig op de balans geactiveerd moeten worden en over de looptijd moeten worden afgeschreven. Een dergelijke constructie via de algemene reserve is dan ook niet toegestaan. Om die reden wordt voorgesteld de beklemming van €2 miljoen op te heffen en de kapitaallasten (afgerond €50.000 per jaar) behorende bij een investering van €2 miljoen op te nemen in de meerjarenraming met ingang van 2026. Voorgesteld besluit: 12a. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie investering nieuw poppodium’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met de volgende bedragen: €300.000 in 2024 en 2025 en -€50.000 met ingang van 2026. 12b. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie investering nieuw poppodium’ de hiervoor doorgevoerde beklemming van €2.000.000 binnen de algemene te laten vervallen.
13
Bijstelling
5.7
Actualisaties onderhoudbestekken
Bedragen x € 1.000
2024 -740
2025 -740
2026 -740
2027 -740
Afgelopen jaren zien we bij het aanbesteden van onderhoudswerkzaamheden in de openbare ruimte een tendens van stijgende prijzen en steeds minder inschrijvers. Begin 2023 is het dagelijks onderhoud groen en reiniging van de stadhoofdwegen opnieuw aanbesteed. Het aanbestedingsresultaat laat een prijsverhoging zien van meer dan 100% (van €213.800 naar €489.000). Deze verhoging kan worden opgevangen vanuit de beschikbare middelen, die reeds in een eerdere begrotingsronde zijn geactualiseerd. Eind 2023 lopen de 4 stadsdeelbestekken voor het dagelijks onderhoud groen en reiniging af. Deze zullen voor 2024 opnieuw moeten worden aanbesteed. De totale financiële omvang van deze bestekken
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
13
bedroeg, bij aanbesteding eind 2021, bijna €3,7 miljoen. Een deel van de verwachte loon- en prijsstijgingen voor lopende werken zijn in de begroting 2023 verwerkt. Dit zal echter onvoldoende zijn om verwachte aanbestedingsresultaten vanaf 2024 op te vangen. Op basis van het aanbestedingsresultaat van het bestek Stadshoofdwegen wordt nu uitgegaan van een stijging van de kosten van minimaal 20% structureel. Voorgesteld besluit: 13. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisaties onderhoudsbestekken’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€740.000.
14
Bijstelling
6.3
Actualisatie Participatiewet
Bedragen x € 1.000
2024 PM
2025 PM
2026 PM
2027 PM
Bijstandsuitkeringen worden verstrekt aan inwoners die recht hebben op een inkomen in het kader van de Participatiewet en de IOAW, gedurende de periode waarin zij nog niet in staat zijn om (volledig) in eigen onderhoud te voorzien. Daarnaast zijn er werkende inwoners, vallend onder de doelgroep Banenafspraak, waarvoor de werkgever loonkostensubsidie ontvangt (de loonkostensubsidie vergoedt het verschil tussen loonwaarde en minimumloon). De gemeente ontvangt een specifieke Rijksbijdrage voor de uitvoering van de wettelijke taken geformuleerd in de Participatiewet, waarbij het bedrag wordt bepaald op basis van een zogeheten objectief verdeelmodel. Vanaf 2022 wordt er binnen het macrobudget onderscheid gemaakt tussen het budget bijstandsuitkeringen (algemene bijstand, IOAW, IOAZ en het Bbz) voor inwoners en het budget voor de loonkostensubsidie voor werkgevers. In de begroting 2023 is uitgegaan van een totale uitkeringslast ter grootte van €31.7 miljoen en een bedrag voor Loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van €1.2 miljoen. Deze raming komt neer op een gemiddeld aantal klanten vallend onder de Participatiewet van 2.015 bij een gemiddelde prijs per uitkering van €15.736. In hoeverre deze aantallen daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden is afhankelijk van diverse factoren en omgeven door onzekerheid.
Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat de Rijksbijdrage gelijke tred zal houden met de ontwikkeling van de uitkeringslasten. Er is hierbij sprake van aanzienlijke bandbreedtes, die zowel voor- als nadelig kunnen uitpakken. De voorlopige Rijksbijdrage 2023 zal in de loop van het kalenderjaar nog tweemaal worden bijgesteld als gevolg van realisatiecijfers over 2022, de effecten van de conjunctuur, Rijksbeleid en de loon- en prijsontwikkeling. Voorgesteld besluit: 14. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Participatiewet’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 vooralsnog niet bij te stellen.
15
Bijstelling
6.4
Actualisatie Wet Sociale Werkvoorziening (Social Firm)
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 403
2027 -
De gemeente geeft uitvoering aan de Wet Sociale Werkvoorziening (Wsw) via de GR IJsselmeergroep waarin ook de gemeenten Noordoostpolder en Urk participeren (de gemeente Zeewolde heeft hun deelname aan de GR IJsselmeergroep in 2019 beëindigd). Na besluitvorming in de drie gemeenteraden van de deelnemende gemeenten is de GR IJsselmeergroep per 01-01-2020 omgezet in een bedrijfsvoeringsorganisatie. De Wsw wordt de komende jaren verder afgebouwd en dit gebeurt financieel sneller dan de geprognosticeerde afname van het aantal medewerkers binnen de Wsw. Dit zorgt - naast de jaarlijks krimpende Rijksbijdrage per gerealiseerde arbeidsplaats (uitgedrukt in arbeidsjaren) op middellange termijn voor financiële uitdagingen. Op verzoek van de raad is er gekeken naar mogelijke oplossingsrichtingen en zijn er scenario's uitgewerkt over het oprichten van een social firm/onderneming. De besluitvorming hierover is bij de deelnemende gemeenten in 2019 afgerond.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
14
In de programmabegroting 2018 - 2021 is een zo realistisch mogelijk beeld geschetst van de financiële effecten van de oprichting van een social firm voor Lelystad en is dit vertaald in de gemeentelijke begroting door middelen te reserveren voor eventuele (aanloop)tekorten. Op grond van de begroting 2023 van de GR IJsselmeergroep is naar verwachting het eigen vermogen van de GR IJsselmeergroep toereikend om de geprognosticeerde tekorten tot en met 2026 af te dekken. Om deze reden wordt een nadere bijstelling voorgesteld waarbij de gereserveerde middelen 2026 ter grootte van €403.000 vrijvallen ten gunste van het begrotingssaldo. Voorgesteld besluit: 15. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Wet Sociale Werkvoorziening (Social Firm)’ de meerjarenraming 2026 bij te stellen met €403.000.
Bijstelling
16
6.71
Actualisatie Wmo
Bedragen x € 1.000
2024 PM
2025 PM
2026 PM
2027 PM
De gemeente is op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners zodat zij zoveel mogelijk meedoen en zelfstandig kunnen (blijven) participeren in de maatschappij. Belangrijke groepen van aandacht binnen de Wmo zijn kwetsbare ouderen, inwoners met fysieke of verstandelijke beperking en inwoners met psychische problematiek. In de programmabegroting 2023 - 2026 is voor de Wmo voor 2024 een budget van circa €24,8 miljoen gereserveerd (saldo lasten en baten). Het grootste deel van de Wmo uitgaven bestaat uit individuele maatwerkvoorzieningen zoals huishoudelijke ondersteuning, ondersteuning thuis, dagbesteding, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen. Een deel van deze uitgaven wordt bepaald door het aantal gebruikers en dit hangt weer samen met de vergrijzing, extramuralisering en het eigen bijdrage beleid (bepaald door de Rijksoverheid). In de afgelopen periode zijn maatregelen genomen om het gebruik van de Wmo te beperken waarbij het uitgangspunt was dat de voorzieningen beschikbaar blijven voor inwoners waarvoor dit echt nodig is. Het gebruik lijkt door deze maatregelen minder snel te stijgen dan eerder voorzien, maar het is onzeker hoe dit op (middel)lange termijn uit zal pakken.
Het voornemen van de Rijksoverheid om de eigen bijdragen voor de Wmo op de schop te nemen en voor huishoudelijke ondersteuning toch weer een inkomensafhankelijke bijdrage in te gaan voeren zal ook naar alle waarschijnlijkheid effect hebben op het gebruik van de Wmo maar dit zal naar verwachting niet eerder dan 1 januari 2025 worden ingevoerd. Al met al zijn er onzekerheden die de vraag naar - en daarmee het kostenniveau van - de Wmo bepalen. Gezien de vele onzekerheden worden de ontwikkelingen actief gemonitord en zal in opmaat naar de Programmabegroting 2024 – 2027 een actueel overzicht worden opgesteld van lasten en baten. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat deze actualisatie budgetneutraal kan worden uitgevoerd. Indien mogelijk wordt de gefaseerde doordecentralisatie van de regionale Wmo taak Beschermd Wonen in de actualisatie meegenomen. De financiële consequenties hiervan zijn op dit moment nog niet bekend. Mogelijk geeft de meicirculaire 2023 hierover meer duidelijkheid. Voorgesteld besluit: 16. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Wmo’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 vooralsnog niet bij te stellen.
Bijstelling
17
6.72
Actualisatie jeugdzorg
Bedragen x € 1.000
2024 PM
2025 PM
2026 PM
2027 PM
De jeugdzorg staat zowel inhoudelijk als financieel onder druk. Ook voor Lelystad brengt dit onzekerheid voor het toekomstige financieel jaarresultaat jeugdzorg met zich mee. De onzekerheden komen onder andere door: -
post corona effecten leiden tot hoger beroep op specialistische GGZ (meer ernstige psychische problematiek/verminderde mentale weerbaarheid);
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
15
-
hogere kosten door (landelijke) ontwikkeling naar kleinere groepen in de residentiële jeugdhulp en lagere caseload in de jeugdbescherming en jeugdreclassering; inflatie/CAO's, en krappe arbeidsmarkt leiden tot stijgende tarieven; onzekere positie van grote zorgaanbieders in relatie tot zorgcontinuïteit vraagt om een toenemend budget voor een dekkend zorgaanbod; de impact van de Hervormingsagenda Jeugd en de uitkomst van de onderhandelingen tussen Rijk en VNG over compensatie van de uitgaven voor jeugdzorg zijn nog niet bekend. Het bezuinigingspotentieel uit de Hervormingsagenda Jeugd kent een onzekerheid of de maatregelen de geschatte kostenbesparing opleveren en hoe realistisch tijdige realisatie is. Het gaat hierbij om het reeds ingeboekte besparingspotentieel alsmede de aanvullend ingeboekte taakstelling die oploopt tot landelijk €0,5 miljard (€2,4 miljoen voor Lelystad). Deze gesprekken daarover lopen nog en in dit stadium kan moeilijk op de uitkomsten vooruit worden gelopen.
Voor het continuïteitsrisico bij een van de grote aanbieders waarvoor wij de accounthoudende regio zijn is een herstelplan incl. businesscase gemaakt. Voor borging van de zorgcontinuïteit op de korte termijn met betrekking tot deze aanbieder is een voorziening getroffen in 2022. Voor de middellange en lange termijn brengt het college momenteel een aantal scenario’s in beeld hoe ingegrepen kan worden op de jeugdhulp. Bedoeling is de resultaten hiervan te betrekken bij de beheersing en actualisatie van de meerjarig benodigde middelen. Voorgesteld besluit: 17. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie Jeugdzorg’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 vooralsnog niet bij te stellen.
18
Bijstelling
7.1
Actualisatie bijdrage GR GGD
Bedragen x € 1.000
2024 -279
2025 -279
2026 -279
2027 -279
De GGD is een gemeenschappelijke regeling en dus zijn de hieruit voortvloeiende kosten onvermijdelijk. De inwonersbijdrage moet worden verhoogd enerzijds als gevolg van de stijging van het aantal inwoners en anderzijds vanwege stijgende personeels- en energiekosten. Daarnaast worden extra werkzaamheden uitgevoerd voortvloeiend uit het GGD uitvoeringsplan (Positieve Gezondheid en Preventieve ouderen gezondheidszorg). Voorgesteld besluit: 18. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie bijdrage GR GGD’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met -€279.000.
19
Bijstelling
8.3
Actualisatie uitwerking investeren bestaande wijken
Bedragen x € 1.000
2024 500
2025 -
2026 -
2027 -
In de programmabegroting 2023 – 2026 is opgenomen dat we willen investeren in het onderhoud en de leefbaarheid van de bestaande wijken, met levensloop bestendig wonen, voldoende voorzieningen en voldoende mogelijkheden voor beschermd wonen. Aangegeven is dat er in de komende jaren wijkvisies worden ontwikkeld, waarin aangegeven wordt hoe invulling gegeven kan worden aan het verbeteren van de leefbaarheid in de wijken. Hiertoe is €500.000 structureel geraamd met ingang van 2024. Voorgesteld wordt de voor 2024 gereserveerde middelen vrij te laten vallen. Voorgesteld besluit: 19. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie uitwerking investeren bestaande wijken’ de begroting 2024 bij te stellen met €500.000.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
16
B. Loon- en prijsontwikkelingen De bijstellingen die in deze categorie aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd zijn direct gerelateerd aan de loon- en prijsontwikkeling. De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting en de inkomsten uit de algemene uitkering worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. De effecten van loon- en prijsstijgingen in het aankomende jaar komen terug in de kadernota, zowel aan de baten- alsook aan de lastenkant. Het te hanteren indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt bepaald op basis van de gebruikelijke systematiek. Hierbij wordt gekeken naar het gemiddelde percentage van de consument prijsindex over het voorgaande begrotingsjaar, het lopende begrotingsjaar en het aankomende begrotingsjaar. Voor 2024 resulteert dit in een percentage van 5,4%. Belangrijke kanttekening hierbij is dat de compensatie die via de algemene uitkering uit het gemeentefonds wordt ontvangen nog niet bekend is. De inschatting die in deze kadernota wordt gemaakt is gebaseerd op het Centraal Economisch Plan 2023 van het CPB. Dit document ligt doorgaans ook ten grondslag ligt aan de bedragen die doorwerken in de meicirculaire, maar het kabinet zal hier in de Voorjaarsbesluitvorming een definitief besluit over nemen.
De bedragen aan de batenkant van de begroting, zoals genoemd onder bijstelling 21 en 22, kunnen in theorie dus nog lager uitvallen dan nu wordt ingeschat. Mocht dit het geval zijn zal bij het opstellen van de programmabegroting 2024 – 2027 een koppeling gemaakt worden met de corresponderende bijstellingen aan de lastenkant. Dit betekent dat er minder dekking beschikbaar zal zijn voor het kunnen opvangen van loon- en prijsontwikkelingen.
20
Bijstelling
0.61
Actualisatie OZB inkomsten - indexatie en areaal
Bedragen x € 1.000
2024 2.158
2025 2.158
2026 2.158
2027 2.158
De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. Ieder jaar wordt er bij de kadernota een besluit genomen over het indexeren van de totaal te realiseren opbrengst en wordt er gecorrigeerd voor de verwachte uitbreiding van het areaal. De correctie voor uitbreiding van het areaal en indexatie resulteren in een totale bijstelling ter grootte van €2.158.542. Areaaluitbreiding Op basis van de vastgestelde en op Lelystad in zicht gepubliceerde prognose van opgeleverde woningen (scenario 2) worden de extra inkomsten voor de OZB woningen geraamd op €256.000 (taakveld 0.61). De extra inkomsten voor de OZB niet-woningen worden op basis van de verwachte vergunningaanvragen geraamd op €400.000 (taakveld 0.62). Dit maakt een totaal van €656.000 structureel met ingang van 2024. Indexatie Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over de jaren 2022, 2023 en 2024, zijnde 5,4%. Deze index over een totaalopbrengst van €27,8 miljoen resulteert in een bijstelling ter grootte van €1.502.000 structureel. Voorgesteld besluit: 20.
Op basis van bovenstaand voorstel ‘Actualisatie OZB inkomsten – indexatie en areaal’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met €2.158.000.
21
Bijstelling
0.7
Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds
Bedragen x € 1.000
2024 5.910
2025 5.910
2026 5.910
2027 5.910
De bijdrage die de gemeente ontvangt als algemene uitkering uit het gemeentefonds is gekoppeld aan de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Via deze trap op / trap af systematiek ontvangen gemeenten indirect compensatie voor loon- en prijsontwikkeling. De rijksbegroting neemt immers ook ieder jaar toe als gevolg van stijgende lonen en prijzen. Gemeenten gaan dus automatisch mee 'de trap op' en ontvangen via die weg gedeeltelijke dekking voor het kunnen opvangen van de loon- en prijsontwikkeling.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
17
Bij het opstellen van de raming van de algemene uitkering wordt rekening gehouden met een opslag voor loon- en prijsstijgingen. Met andere woorden: bij het 'defleren' naar constante prijzen wordt een deel van het accres afgezonderd voor het opvangen van loon- en prijsstijgingen. Voor jaarschijf 2024 gaat het om een totaalbedrag van afgerond €5,9 miljoen dat structureel beschikbaar komt. Voorgesteld besluit: 21. Op basis van bovenstaand voorstel ‘Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds’ de begroting 2024 en de meerjarenraming met ingang van 2025 bij te stellen met €5.910.000.