BL Kadernota 2024 - 2027 (versie vóór raadsbehandeling)
Tekst van het document
De uiteindelijke uitkomsten van dit onderzoek kunnen nog effect hebben op het uiteindelijk aan te vragen bedrag voor het beheer van de MFA's in Lelystad.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
35
Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
6.1
GGZ ervaringsdeskundigheid
Bedragen x € 1.000
2024 -60
2025 -60
2026 -60
2027 -60
De tendens is dat er meer mensen met een psychische kwetsbaarheid met de nodige ambulante ondersteuning / behandeling zelfstandig wonen. Een belangrijke randvoorwaarde om overlast te voorkomen is dat algemene voorzieningen in de sociale basis op orde zijn, zodat deze mensen daar gebruik van kunnen maken. Inzet van ervaringsdeskundigen maakt daar onderdeel vanuit. Zij weten als geen ander wat het betekent wanneer GGZ problematiek het eigen leven en die van het sociaal netwerk domineert. De ervaringsdeskundige helpt bij het herstel / stabiliseren van klachten. In Lelystad zetten we al enige tijd in op de inzet van ervaringsdeskundigen middels incidentele regionale middelen. Deze middelen lopen af en we zien de inzet van ervaringsdeskundigheid als structurele meerwaarde in het contact en ondersteuning van inwoners met GGZ problematiek. De inzet van ervaringsdeskundigheid voor de ondersteuning van inwoners met een GGZ problematiek zetten we als volgt in: 1. Voor het directe contact met inwoners en het opbouwen van een sociale netwerk; 2. Ter ondersteuning in het netwerk van professionals en vrijwilligers. Zo sluit een ervaringsdeskundige aan bij het Stedelijke Integraal Team waarbij er sprake is van vastgelopen casuïstiek en staat de ervaringsdeskundige in nauw contact met onder andere Centrada, Politie, GGD en andere zorginstanties. 3.
Vanuit de kenniswerkplaats Grip op Onbegrepen gedrag wordt er gewerkt aan het opzetten van een (regionale) pool van ervaringsdeskundigen. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
6.1
Regeling vrijwilligersactiviteiten
Bedragen x € 1.000
2024 -40
2025 -40
2026 -40
2027 -40
Voor het ondersteunen van kleinere initiatieven van stichtingen kan een subsidie aangevraagd worden in het kader van de regeling vrijwilligersactiviteiten. Hier wordt gebruik van gemaakt door bijvoorbeeld de scoutingverenigingen, inloophuis Passie, belevenissenbos, Schateiland en dergelijke. In 2023 is dit budget voor het eerst niet meer toereikend. Door succesvolle initiatieven vanuit Mensen maken de Buurt duurzaam te maken is extra budget in de regeling noodzakelijk om de aanvragen te honoreren. In de geest van de Maatschappelijke Agenda wil de gemeente juist bewoners en stichtingen faciliteren bij het uitvoeren van projecten voor de inwoners. Door hier ruimte aan te bieden ontstaat een divers en gedragen aanbod in de stad. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
6.3
Werkplaats financiën
Bedragen x € 1.000
2024 -80
2025 -80
2026 -80
2027 -80
Werkplaats financiën is een project gericht op het verbeteren van de integrale dienstverlening van de schulddienstverleningsorganisaties in de financiële spreekuren en vroegsignalering van betaalachterstanden. Hierin wordt samengewerkt door MDF, Humanitas en IDO door zowel de professionals als de vrijwilligers. Zij zijn de afgelopen tijd getraind in het voeren van gesprekken om meer uit een gesprek te halen en om tijdig te signaleren of er financiële problemen zijn of dreigen. Door dit tijdig signaleren zijn grotere financiële problemen voorkomen. In de afgelopen twee jaar is het project door middel van incidentele middelen gefinancierd. Deze intensivering en verbetering heeft geleerd dat er structurele inzet nodig is voor het behoud van deze goede ontwikkeling. Zeker in de huidige tijd wordt een groot beroep vanuit de samenleving op deze organisaties gedaan en is het zeer wenselijk om dit project voort te zetten en structureel in te bedden in de dienstverlening van deze organisaties. Vroegtijdige dienstverlening bespaart veel kosten (voorkomen van schulddienstverlening) en stress bij de inwoner. Het is aannemelijk dat het rijk extra middelen beschikbaar gaat stellen voor schulddienstverlening en bestrijden van armoede onder kinderen. Indien dit toereikend is om ook dit project te financieren zal deze aanvraag teruggetrokken worden.
Dit zal dan bij de meicirculaire bekend gemaakt worden.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
36
Sport- en beweegvisie 2030 Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.1
Incidentele inzet op sportbeleid
Bedragen x € 1.000
2024 -70
2025 -70
2026 -70
2027 -70
In 2023 is de Sport- en beweegvisie 2030 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Om alle plannen die geschetst zijn in de Sport- en beweegvisie te realiseren, moet ook de organisatie meegroeien. Dit staat in de visie opgenomen als een prioritair punt onder Prio 1, punt e. Concreet vraagt dit 0,5 fte extra aan inzet op sportbeleid. Dat vraagt om een incidentele verhoging van het budget in de begroting van €70.000 tot 2030. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.1
Intensivering sportstimulering om 8300 Lelystedelingen in beweging te brengen
Bedragen x € 1.000
2024 -625
2025 -625
2026 -625
2027 -625
De raad heeft in het Raadsakkoord 2022 - 2026 aangegeven het belangrijk te vinden dat inwoners van Lelystad in 2026 voldoen aan de landelijke beweegnom. Dit is vertaald in de Sport- en Beweegvisie 2030. Die is in januari 2023 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Het gaat om de doelstelling uit de Sport- en Beweegvisie dat het aantal Lelystedelingen dat voldoet aan de beweegnorm toeneemt tussen 2022 en 2030. Hoe hier invulling aan te geven is als Prio 1, punt d. opgenomen in de visie. Dat houdt in dat intensivering op huidige inzet voor interventies en sportstimulering nodig is om minstens 8300 Lelystedelingen extra aan het bewegen en sporten te krijgen. Inschatting is dat daar in totaal €5 miljoen voor nodig is, verdeeld over de komende jaren (€625.000 per jaar). Dit bedrag is gebaseerd op de berekening dat het €600 kost om iemand in beweging te brengen door middel van interventies. Inzet van interventies is wat met name nodig is om de groep van 8300 extra Lelystedelingen in beweging te brengen. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.1
Inzet op de organisatie van sportevenementen
Bedragen x € 1.000
2024 -100
2025 -100
2026 -100
2027 -100
In 2023 is de Sport- en beweegvisie 2030 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Een van de doelstellingen in de Sport- en beweegvisie is het jaarlijks houden van een inspirerend sportevenement in Lelystad dat voornamelijk gericht is op jeugd en jongeren. Hoe hier invulling aan te geven is als prioriteit opgenomen in de Sport- en beweegvisie (Prio 4, punt j). Dit houdt in het organiseren van (top-)sportevenementen met daarnaast een spin-off voor de breedtesport, gericht op regionaal niveau. De evenementen inspireren de verenigingen en andere sportaanbieders. Ook biedt het de mogelijkheid voor lokale talenten om in hun eigen woonplaats te ontwikkelen. Voorgesteld wordt een structureel budget beschikbaar te stellen ad €100.000. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.1
Uitbreiding fte ter bevordering beweegnorm
Bedragen x € 1.000
2024 -60
2025 -60
2026 -68
2027 -
De raad heeft in het Raadsakkoord 2022 - 2026 aangegeven het belangrijk te vinden dat inwoners van Lelystad in 2026 voldoen aan de landelijke beweegnom. Dit is vertaald in de Sport- en Beweegvisie 2030. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Een van de doelstellingen in de Sport- en beweegvisie is Intensievere samenwerking tussen de zorg-, welzijns- en sport- en beweegsector. Hoe hier invulling aan te geven is als Prio 1, punt b. opgenomen in de visie. Het doel is om bewegen en sporten een wezenlijk onderdeel van de preventieve en curatieve inzet op
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
37
Positieve Gezondheid te maken. Deze integrale uitvoering zal zorgen voor een verbetering van de activiteiten uitgevoerd door de verschillende buursportcoaches en leefstijlcoaches. Daarvoor is uitbreiding van de formatie bij sport nodig. In het kader van de Brede Regeling Combinatiefuncties ontvangt de gemeente Lelystad t/m 2026 de volgende bedragen: 2024: €427.950, 2025: €427.950 2026: €413.423. Ten opzichte van de rijksbijdrage 2022 is dat voor 2024 en 2025 een stijging van €40.000 en voor 2026 van €25.000. Om aanspraak te maken op de totale rijksbijdrage, dient de cofinanciering voldoende te zijn en dus toe te nemen. De rijksbijdrage is 40%, cofinanciering 60%. Dat betekent voor 2024 en 2025 extra cofinanciering van €60.000. Daarmee ontstaat er in totaal ruimte ad €100.000 = +/- 1,6 fte uitgaande van het normbedrag van €60.000 per fte (zie Sport- en Beweegvisie). Voor 2026 geldt een cofinanciering van €37.500. Maakt totaal ad €62.500 = +/- 1 fte. In de Sport- en beweegvisie staat ook beschreven dat er voor elke 4000 inwoners groei = 1fte nodig is aan combinatiefuncties. De inschatting is dat het inwonersaantal jaarlijks toeneemt met 2000 inwoners. Maakt dat er richting 2026 jaarlijks 0,5 fte aan combinatiefuncties bij moet komen. Voor 2024 en 2025 kan dit gefinancierd worden met de BRC-regeling (met het verhogen van de cofinanciering).
Voor 2026 ontstaat er een tekort van 0,5 fte = €30.000. Voor dit gedeelte is dan geen sprake meer van cofinanciering. Dat maakt de totale verhoging op de begroting voor 2026 €67.500. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.2
Duurzaamheid binnen de sportaccommodaties
Bedragen x € 1.000
2024 -30
2025 -30
2026 -30
2027 -30
In 2023 is de Sport- en beweegvisie 2030 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Een van de doelstellingen in de Sport- en beweegvisie is werken aan een duurzame toekomst in Lelystad; dus ook op het gebied van sport en bewegen. Hoe hier invulling aan te geven is als prioriteit opgenomen in de Sport- en beweegvisie (Prio 2, punt h). Dit houdt in dat het duurzaamheidsbudget wordt uitgebreid. Alle bestaande en nieuwe accommodaties worden duurzaam en klimaat adaptief (her)ontworpen, zijn toekomstbestendig en voldoen aan de minimale normen. Dit wordt onderdeel van het Huisvestingsplan Sport en Bewegen. Hier wordt een structurele verhoging van het budget voor gevraagd ad € 30.000. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.2
Ontwikkeling 5e sporthal
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 -
2027 -360
In 2023 is de Sport- en beweegvisie 2030 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Een van de doelstellingen in de Sport- en beweegvisie is uitbreiding van het accommodatiebestand voor binnen en buitensport waarmee wordt voldaan aan de vraag naar sportruimte en ingespeeld wordt op de groeiambitie van de stad. Hoe hier invulling aan te geven is onder andere als Prio 3, punt i. opgenomen in de Sport- en beweegvisie. Dit houdt in het ontwikkelen van een 5e sporthal. Hier is een krediet voor nodig van € 12 miljoen. Structureel vraagt dit een budget ad € 360.000. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.2
Ontwikkeling sportpark
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 -960
2027 -960
In 2023 is de Sport- en beweegvisie 2030 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Een van de doelstellingen in de Sport- en beweegvisie is uitbreiding van het accommodatiebestand voor binnen en buitensport waarmee wordt voldaan aan de vraag naar sportruimte en ingespeeld wordt op de groeiambitie van de stad. Hoe hier invulling aan te geven is onder andere als Prio 1, punt c. opgenomen in de Sport- en beweegvisie. Dat houdt in het ontwikkelen van sportpark in het gebied Warande door bestaande verenigingen te verhuizen en nieuwe activiteiten toe te voegen. Dit moet uitgewerkt worden in
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
38
een Integraal Huisvestigingsplan Sport. Voor de grond is een krediet nodig van € 12 miljoen (Grond sportpark 12 ha (mij waarde; €100 per m2). Structureel vraagt het een budget een €60.000. Voor de ontwikkeling van het sportpark (voorzieningen) is een krediet nodig van +/- € 30 miljoen nodig en een structureel budget van €900.000. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.2
Renovatie en uitbreiding overige binnen- en buitensport accommodaties
Bedragen x € 1.000
2024 -100
2025 -100
2026 -100
2027 -100
In 2023 is de Sport- en beweegvisie 2030 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Een van de doelstellingen in de Sport- en beweegvisie is uitbreiding van het accommodatiebestand voor binnen en buitensport waarmee wordt voldaan aan de vraag naar sportruimte en ingespeeld wordt op de groeiambitie van de stad. Hoe hier invulling aan te geven is onder andere als Prio 1, punt g. opgenomen in de Sport- en beweegvisie. Dit houdt in dat er extra ingezet moet worden op binnen en buitenvoorzieningen. Dit wordt nader uitgewerkt in het integraal huisvestingsplan sport. Als dit plan er eenmaal is, vraagt het om regelmatige actualisatie. Een indicatie is dat er structureel € 100.000 per jaar voor nodig is om het niveau van binnen- en buitensportaccommodaties op peil te houden, met het oog op de groei van de stad. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.2
Verbetering inrichting gymzalen
Bedragen x € 1.000
2024 -105
2025 -105
2026 -105
2027 -105
In 2023 is de Sport- en beweegvisie 2030 vastgesteld door de raad. De raad heeft besloten in te zetten op het niveau ‘Basis op Orde’. Om in de toekomst ook de basis op orde te houden, heeft de raad tevens besloten in te zetten op het scenario ‘Klaar voor de Groei’. Een van de doelstellingen in de Sport- en beweegvisie is uitbreiding van het accommodatiebestand voor binnen en buitensport waarmee wordt voldaan aan de vraag naar sportruimte en ingespeeld wordt op de groeiambitie van de stad. Hoe hier invulling aan te geven is onder andere als Prio 1, punt f. opgenomen in de Sport- en beweegvisie. Dit houdt in dat bestaande en nieuwe gymzalen voldoen aan de moderne vereisten van het bewegingsonderwijs zodat de motorische ontwikkeling van kinderen versterkt kan worden. Voor realisatie dient een krediet beschikbaar te worden gesteld van € 1 miljoen, af te schrijven in 10 jaar. De daarbij behorende kapitaallasten ad €105.000 dienen te worden opgenomen in de begroting.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
39
Cultuurvisie 2024 - 2030 Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.3
Budget cultuur in de wijk
Bedragen x € 1.000
2024 -100
2025 -100
2026 -100
2027 -100
Betreft een bijstelling in het kader van de Cultuurvisie 2024- 2030. Met de Programmabegroting 2023 heeft de raad op grond van het raadsakkoord en vooruitlopend op de vaststelling van de cultuurvisie, in de reserve ontwikkeling stad is voor 2023 een incidentele reservering van €100.000 opgenomen ten behoeve van cultuur in de wijken. Deze intensivering maakt structurele inzet voor de culturele activiteiten in de wijken mogelijk. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.3
Expolitatie nieuw poppodium
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 -300
2027 -300
Betreft een bijstelling in het kader van de Cultuurvisie 2024 - 2030. Bij het vaststellen van de Cultuurvisie 2017 - 2020 heeft de gemeenteraad de wens uitgesproken om poppodium met een goede en passende accommodatie te verplaatsen naar het Theaterkwartier. Het haalbaarheidsonderzoek naar een nieuw popodium dat vervolgens door het bureau Lagroup is uitgevoerd heeft aangetoond dat voor de aansluiting op de landelijke ontwikkelingen binnen de popmuziek, een nieuw en toekomstbestendig poppodium in het Theaterkwartier minimaal een capaciteit moet hebben van 600 – 650 staplaatsen. Met de Programmabegroting 2022 heeft de gemeenteraad besloten het poppodium Corneel middels nieuwbouw te vestigen in het centrumgebied en hier 12 miljoen euro voor vrij te maken. Het haalbaarheidsonderzoek heeft gelijktijdig aangetoond dat een nieuw en groter poppodium moet beschikken over een passend (ruimer) subsidiebudget. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.3
Herstel begrotingssubsidie cultuurinstellingen
Bedragen x € 1.000
2024 -100
2025 -100
2026 -100
2027 -100
Betreft een structureel herstel van de begrotingssubsidie voor de instellingen in het Taakveld 5.3. Cultuurpresentatie in het kader van de Cultuurvisie 2024 - 2030. Uitvoering van het besluitpunt 48 van de Kadenota 2022 waarbij €100.000 van het subsidieplafond van taakveld 5.3 wordt herbestemd ten behoeve van de voor amateurkunst heeft vergaande consequenties voor de begrotingssubsidie voor de culturele instellingen in de basisinfrastructuur. Alle cultuurinstellingen hebben vanaf 2022 te maken met verhoogde lasten door de inflatie, energielasten en cao-ontwikkelingen. De podiumkunstinstellingen zijn daarbij nog steeds herstellende van de effecten van de coronamaatregelen; het aantal bezoekers is nog steeds lager dan in 2019. De financiële situatie van de cultuurinstellingen is reeds jaren zwak, zowel qua solvabiliteit als liquiditeit. Een toekomstgerichte culturele infrastructuur vereiste stabiele en weerbare culturele organisaties. Daarom wordt voorgesteld de begrotingssubsidie voor de cultuurinstellingen te ontzien van de financiële consequenties van besluitpunt 48 van de Kadernota 2022. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.3
Investeringen culturele infrastructuur
Bedragen x € 1.000
2024 -50
2025 -
2026 -100
2027 -
Betreft een incidentele investeringsbijdrage voor de culturele voorzieningen in het kader van de Cultuurvisie 2024 - 2030. Het gemeentelijk cultuurbeleid was het afgelopen decennium in hoofdzaak financieel gestuurd. Cultuurinstellingen hebben door bezuinigingen op de subsidie niet altijd de noodzakelijke (vervanging)investeringen kunnen doen. Dit heeft uiteindelijk consequenties voor de kwaliteit van het culturele voorzieningenniveau. Waar nodig wordt met de intensivering incidenteel bijgedragen aan noodzakelijke (vervanging)investeringen op basis van een goede verhouding tussen subsidie en eigen verantwoordelijkheden. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.3
Programmasubsidie Cultuur
Bedragen x € 1.000
2024 -25
2025 -25
2026 -50
2027 -50
Betreft een verruiming van het budget voor de incidentele subsidies in het kader van de Beleidsvisie Cultuur 2024 - 2030. De Programmasubsidie Cultuur vervangt vanaf 2024 de huidige subsidieregelingen
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
40
op het gebied van amateurkunst, beeldende kunst, letteren en podiumkunsten. Het gaat daarbij om activiteiten die van betekenis zijn voor Lelystad (gericht op de toegevoegde waarde voor het culturele klimaat van de stad), en impact hebben op de groei en verbreding van het publieksbereik. Met de verruiming van het budget groeit het culturele aanbod mee met de groei van de stad. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.3
Samenwerking - stadsprogrammering cultuur
Bedragen x € 1.000
2024 -10
2025 -10
2026 -20
2027 -20
Betreft een bijstelling in het kader van de Cultuurvisie 2024-2030. De afstemming en samenwerking tussen de culturele organisaties kan beter. Kansen voor een levendig cultuurklimaat worden nog onvoldoende gepakt. De samenwerking en afstemming tussen de cultuurorganisaties op gebied van programmering en promotie wordt daarom gestimuleerd. In eerste instantie via door het organiseren van een structureel overleg tussen de culturele partners in de stad. Op grond van de ervaringen wordt gekeken of dit kan leiden tot een cultuurplatform waarin de instellingen samen met de gemeente werken aan de Maatschappelijke Agenda. Beleidsvoornemen - op dit moment geen dekking voor
5.4
Onderzoek kunsthal - museum
Bedragen x € 1.000
2024 -
2025 -
2026 -30
2027 -
Dit betreft een bijstelling in het kader van de Cultuurvisie 2024 - 2030. Bij de evaluatie van het culturele klimaat in de stad is geconcludeerd dat het huidige voorzieningenniveau op gebied van beeldende kunst beperkt is. Er zijn weinig expositiemogelijkheden en er is een summier aanbod aan ateliers en werkruimten. Daardoor zijn er niet veel kunstenaars die Lelystad als uitvalsbasis of vestigingsplaats kiezen. De stad mist een goed podium voor de beeldende kunst en vormgeving. Bij de behandeling van de Keuzenota voor de nieuwe cultuurvisie heeft de raad aangegeven dat onderzoek moet worden gedaan of een (museale) kunstvoorziening/podium of kunsthal voor beeldende kunst een adequate bijdrage kan leveren aan het culturele klimaat en de ontwikkeling van de stad als toeristische bestemming.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
41
Bijlage 2:
Aanvullende informatie Zero Based Begroten
1. Hoe ziet een regulier begrotingsproces eruit? In de toelichting bij het door de raad aangenomen amendement werd gesteld dat zero based begroten een alternatief is voor de traditionele manier van budgetteren. Bij deze traditionele methodiek van begroten worden de budgetten alleen aangepast naar aanleiding van de wijzigingen ten opzichte van het voorgaande jaar. Bijvoorbeeld een correctie voor inflatie- en volumeontwikkelingen. In het reguliere begrotingsproces van de gemeente wordt er uiteraard gekeken naar de huidige begroting en de realisatie daarvan, maar daar blijft het niet bij. De nadruk bij het opstellen van de begroting ligt bij het in beeld brengen van ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de reeds door de raad vastgestelde meerjarenraming. Het kan daarbij gaan om onontkoombare ontwikkelingen die op de gemeente afkomen en waarop in financiële zin geanticipeerd moet worden. Denk hierbij aan veranderingen in wet- en regelgeving, conjuncturele ontwikkelingen of het inspelen op de gevolgen van een steeds ouder wordende samenleving of een groeiende stad. De insteek van deze systematiek is budgetteren op basis van prognoses. Daarnaast worden er budgetten geraamd voor het realiseren van gewenste maatschappelijke effecten. Zo bevatte de programmabegroting 2023 – 2026 bijvoorbeeld de inhoudelijke- en financiële vertaling van de beleidsambities uit het raadsakkoord.
De insteek van deze systematiek is budgetteren op basis van strategisch(e) plannen. Bij de behandeling van de kadernota en de programmabegroting vindt jaarlijks de integrale afweging plaats en worden alle ontwikkelingen in beeld gebracht die een effect hebben op de gemeentelijke financiën. In Lelystad is het gebruikelijk dat de voorgestelde begrotingswijzigingen – separaat en voorzien van een onderbouwing – aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd 1. Na vaststelling van de programmabegroting heeft de raad de baten en lasten voor het aankomende begrotingsjaar geautoriseerd en kan het college aan de slag met de uitvoering. De actualisatie van de jaren daarna wordt eveneens door de raad vastgesteld en deze meerjarenraming is het resultaat van alle besluiten die tot aan dat moment door de raad zijn genomen. In dat opzicht is de meerjarenraming dan ook een logisch vertrekpunt voor het opstellen van de – uiteindelijk weer door de raad vast te stellen – programmabegroting voor het komende jaar. 2. Wat wordt er verstaan onder zero based budgeting? Een zoekopdracht naar zero based budgeting levert op internet veel resultaten op. Er is echter geen eenduidige aanpak over hoe een dergelijk proces eruit zou moeten zien. Veel hangt af van de beweegredenen achter het besluit om een zero based begroting op te willen gaan stellen.
Dat kan natuurlijk zijn omdat er bezuinigd moet worden of om meer grip te krijgen op de begroting. Wat in de literatuur wel vaak naar voren komt is dat deze methodiek eigenlijk alleen goed uitgevoerd kan worden wanneer er aan de voorkant overeenstemming is over wat de kerntaken van de organisatie precies zijn. De eerder vastgestelde meerjarenraming – zoals hierboven beschreven - vormt bij het ‘zero based’ begroten in ieder geval niet het vertrekpunt. Bij ‘zero based begroten’ is het de bedoeling dat de budgetten vanaf ‘nul’ worden opgebouwd. Randvoorwaarde hiervoor is dat voor iedereen deelnemer in het proces helder is wat de kerntaken zijn en wat daarbij de te realiseren doelstellingen zijn: A. met zo min mogelijk middelen (dus zo doelmatig / efficiënt mogelijk); B. een maximaal effect te sorteren (zo doeltreffend / effectief mogelijk). Een zeer intensief proces, waarbij alles ter discussie gesteld wordt en er veel lastige dilemma’s op meerdere niveaus beslecht moeten worden. Er moet niet lichtzinnig gedacht worden over een dergelijke exercitie. Keuzes die worden gemaakt kunnen een grote impact hebben, waarbij de implicaties niet in alle gevallen vooraf duidelijk zullen zijn.
1
Er zijn ook gemeenten waarin het gebruikelijk is de raad voor te stellen de programmabegroting als geheel vast te stellen, zonder expliciet besluitpunt voor iedere wijziging.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
42
Op zichzelf zal het opstellen van een ‘zero based begroting’ niet leiden tot het vrijspelen van miljoenen euro’s aan begrotingsruimte. Er zullen hoe dan ook stevige keuzes gemaakt moeten worden. En zoals hierboven wordt beargumenteerd zou het opstellen van een zuivere ‘zero based begroting’ voorafgegaan moeten worden door een kerntakendiscussie, zodat duidelijk is waar precies de prioriteiten liggen. Dit was echter niet de insteek van het amendement en deze route heeft ook niet de voorkeur van het college. Het is wel zo dat er manieren te bedenken zijn om een soortgelijk proces in te richten, waarbij de belangrijkste bezwaren worden weggenomen. Met het voorstel zoals dat is geformuleerd in hoofdstuk 5 wordt hieraan tegemoet gekomen. 3. Kanttekeningen waar rekening mee moet worden gehouden In de afgelopen jaren is er op meerdere momenten kritisch gekeken naar uitvoering van het takenpakket en zijn er de nodige bezuinigingen doorgevoerd. Het laaghangend fruit is onderhand wel geplukt en van lucht in de begroting is geen sprake meer. Wel is het zo dat er op rekeningbasis de afgelopen jaren aanzienlijke rekeningresultaten zijn gerealiseerd. Dat er gedurende het jaar sprake was van onderbesteding op bepaalde budgetten had echter duidelijk aanwijsbare redenen.
Denk aan het niet doorgaan van bepaalde activiteiten in verband met de coronamaatregelen of de krapte in personeel, waardoor werkzaamheden niet (volledig) konden worden uitgevoerd. Ook zorgde de ‘trap op / trap af systematiek’ van het gemeentefonds voor enkele grote meevallers. Deze situatie van onderbesteding – en meevallers vanuit het gemeentefonds – is echter tijdelijk. De stijgende prijzen zorgen bijvoorbeeld nu al voor extra druk op sommige budgetten en het Rijk doet onderzoek naar een nieuwe vorm van financiering met ingang van 2026, waardoor er met ingang van dat jaar vooralsnog sprake is van een structureel tekort. Mocht het Rijk niet over de brug komen met aanvullende middelen zullen er keuzes gemaakt moeten worden. De huidige meerjarenbegroting is het resultaat van alle eerdere raadsbesluiten. Via de integrale afweging bij de kadernota en programmabegroting neemt de raad besluiten die een effect hebben op het meerjarige begrotingssaldo. Gedurende het jaar worden er vervolgens besluiten genomen binnen die eerder vastgestelde financiële kaders. Door de begroting heen liggen de nodige keuzemogelijkheden om zaken anders (of niet meer) te doen, met name bij taken die geen wettelijk karakter hebben. Dat zijn bij uitstek politieke afwegingen en het is de uitdaging dit afwegingsproces zo goed mogelijk voor te bereiden.
De beslissingsbevoegdheid om voor een bepaalde activiteit wel / geen budget beschikbaar te stellen ligt dan ook niet bij de organisatie of het college, maar bij de gemeenteraad. Ook met dit bezwaar is rekening gehouden bij het formuleren van het procesvoorstel, zoals beschreven in hoofdstuk 5.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
43
Bijlage 3: Terugkoppeling aangenomen moties / amendementen Gastheerschap en toeristische informatievoorziening VVV (M7 – M09) Verzoekt het college om: • • •
de Raad, bij de Kadernota 2024, een voorstel te doen waarbij het gastheerschap (waaronder de toeristische informatievoorziening), zowel fysiek als digitaal verbeterd wordt; m.b.t. deze verbetering een locatie buiten het Stadhuis te onderzoeken waarbij de exploitatie eventueel door een externe organisatie/partij verzorgd wordt; bij de exploitatie ook te onderzoeken of deze als voorportaal m.b.t. het verkopen van entreebewijzen van o.a. de Agora, Kubus, Corneel, JTL, theater Posa, etc., kan functioneren.
Terugkoppeling De kadernota 2024 – 2027 komt te vroeg voor het opleveren van de uitkomsten van het gevraagde onderzoek. In de opmaat naar de programmabegroting zullen deze inzichtelijk zijn. Uit het lopende onderzoek komt voort dat een fysieke locatie buiten het Stadhuis past binnen de klantreis, mits deze gevestigd is daar waar de grootste bezoekersstromen zijn. In Lelystad is dit Bataviakwartier en Oostvaardersplassen. In Bataviakwartier is al een fysiek informatiepunt welke 7 dagen per week geopend is, daarnaast is in het stadshart een informatiepunt in het Stadhuis welke 5 dagen per week geopend is. Onderzocht wordt of een derde informatiepunt in Oostvaarderplassen mogelijk is. Digitale verbetering van gastheerschap is opgenomen in het uitvoeringsprogramma vrijetijdseconomie 2022 – 2026. Onderzocht wordt of er een mogelijke combinatie fysiek met digitaal te maken is. Uit onderzoek bij de aanbieders van entreebewijzen, zoals Corneel, blijkt dat de fysieke verkoop lager dan 5% van de totale verkoop is en voornamelijk plaatsvindt op het moment van de voorstelling aan de deur, alle andere verkoop verloopt digitaal. De kosten voor het koppelen van de systemen zijn hoog. Er zijn tot nu toe geen positieve geluiden voor het koppelen van de systemen bij de culturele aanbieders gehoord.
De verwachting is dat de structurele kosten (onder andere huisvestiging en personele kosten met een bezetting van minimaal 2 personen) van een bemande VVV niet opwegen tegen het gebruik. Daarbij zijn aan het koppelen van de systemen van de aanbieders van tickets met een centraal verkooppunt hoge incidentele kosten te verwachten, alsmede structurele kosten voor beheer en onderhoud van het systeem. Een extra informatiepunt bij een locatie met hoge bezoekerstromen zou mogelijk vervangen kunnen worden door "onthaal op locatiepunten" op locaties waar de bezoekers overnachten. Deze kunnen tegen lage kosten worden ingericht met bijvoorbeeld een stimuleringsbudget of integraal worden geproduceerd. Dit zijn punten waar zonder personele bezetting een gedeelte van de locatie wordt ingericht als informatiepunt (al dan niet met digitale ondersteuning).
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
44
Uitbreiding Beheerteam Welzijn (M16 – M12) Draagt het college op: •
De raad met een raadsinformatienota te informeren over de door Welzijn geconstateerde capaciteitstekorten bij het Beheerteam MFA’s/Welzijn en het verzoek tot uitbreiding van de personele capaciteit. Bij de Kadernota 2023 een voorstel aan de raad te doen om het geconstateerde capaciteitstekort op te heffen.
Terugkoppeling: In Lelystad worden de meeste MFA's beheerd door Welzijn Lelystad in opdracht van gebouwenbeheer van de gemeente. De beheerders zijn het gezicht van de MFA, weten om te gaan met de technische installaties, hebben hun horeca- en hygiënepapieren en maken inwoners wegwijs in het gebouw. In de Waterbever wordt het beheer nu ingevuld door vrijwilligers onder leiding van de voorzitter van buurthuis De Bever. Dit kan omdat de voorzitter altijd aanwezig is en toezicht houdt. Nu gaat zij per 1 januari 2024 met pensioen. Zij stopt met haar taken en er is geen vervanger met dezelfde kwaliteiten en beschikbaarheid gedurende de dag en avond. Daarnaast wil de gemeente graag de zeggenschap over het gebouw en de invulling van activiteiten voor de inwoners van onze stad. We streven naar dezelfde regels voor alle MFA's over alcoholgebruik in de panden, promoten van gezonde snacks, de zelfde prijzen voor de zaalhuur en de horeca. Per 1 januari 2024 willen we het beheer onderbrengen bij Welzijn Lelystad. Geen professioneel beheer zal betekenen dat het gebouw minder open kan en er geen toezicht is op de mensen die daar aanwezig zijn. Dat is geen wenselijke situatie (indicatie kosten: €100.000 structureel). Daarnaast wordt er momenteel een onderzoek (op verzoek van de raad) uitgevoerd over openstelling van de MFA's.
De uitkomsten hiervan zijn nog niet beschikbaar (inschatting op dit moment €200.000 structureel). De uiteindelijke uitkomsten van dit onderzoek kunnen er nog voor zorgen dat de hoogte van dit bedrag wijzigt. Gezien het structurele tekort met ingang van 2026 beperkt deze kadernota 2024 – 2027 zich tot onontkoombare actualisaties van het financieel perspectief. Om die reden is bijgevoegde bijstelling ter grootte van €300.000 structureel in beeld gebracht in bijlage 1. Beleidsvoornemens – op dit moment geen dekking voor.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
45
Capaciteitsbehoefte in relatie tot toekomstige groei (A02 – A13)
Terugkoppeling: De programmabegroting 2023 – 2026 is geamendeerd vastgesteld, zoals hierboven zichtbaar is gemaakt: -
Besluitpunt 11a is het vastgestelde uitgangspunt; Besluitpunt 11b is verwerkt in de meerjarenraming (op basis van 1.000 inwoners per jaar). Besluitpunt 11c is opgepakt via bijstelling 32 in deze kadernota. Besluitpunt 11d wordt hieronder teruggekoppeld:
Toelichting formatie-uitbreiding: Na vaststelling van de programmabegroting 2023 – 2026 is in beeld gebracht waar de knelpunten liggen in de organisatie. Na effectuering van besluitpunt 32 uit deze kadernota is er in totaliteit ruimte voor uitbreiding van de personele capaciteit ter grootte van 14 fte (enerzijds vanuit de inhaalslag in 2023 en anderzijds vanuit de groei van het aantal inwoners in jaarschijf 2024). De toename van het aantal inwoners en het aantal gebouwen maakt dat de uit te voeren werkzaamheden toenemen en dat is merkbaar door de hele organisatie heen. Er is kritisch gekeken naar waar de noodzaak tot uitbreiding van de formatie het meest noodzakelijk was, met oog voor een evenwichtige spreiding. Meer inwoners en gebouwen betekent meer werk Bij de uitvoering van de Wet onroerende zaken (Woz) wordt de formatie uitgebreid met 1,5 fte in verband met de toename van het aantal woningen en niet-woningen in combinatie met de steeds complexer wordende Woz-regelingen. Op het vlak van beheer openbare ruimte wordt de formatie uitgebreid met 2 fte in verband met het de toename van werkzaamheden. De toename van het aantal inwoners leidt tot meer aanvragen van paspoorten, rijbewijzen, uittreksels, geboorteaangiften en dergelijke. De complexiteit van aanvragen neemt ook toe door veranderingen in wetgeving en meer arbeidsmigranten.
Om die reden wordt de capaciteit van de Stadswinkel uitgebreid met 1,5 fte. De uitvoering van de Jeugdzorg en Wmo brengt meer partners en regie met zich mee. Het is van groot belang om strak te sturen op de afgesloten contracten, zodat de afgesproken zorg voor inwoners gegarandeerd kan worden en trends / ontwikkelingen goed in beeld blijven. Om die reden wordt de capaciteit van contractmanagement uitgebreid met 1 fte. Ook wordt er 1 fte ingevuld door het aantrekken
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
46
van een extra Jeugd professional huisarts (JPH); een preventieve maatregel om dure jeugdzorgtrajecten te voorkomen. In het verleden is er via incidenteel budget capaciteit beschikbaar gesteld voor accountmanagement op het vlak van economische zaken. Deze contacten met ondernemers en netwerkpartners zijn van groot belang voor de stad, wat maakt dat deze formatie van 1fte structureel wordt ingevuld. Datzelfde geldt voor publiekscommunicatie, waar duidelijk zichtbaar is dat de workload is toegenomen. Er is een groeiende vraag naar informatie over diensten, evenementen, projecten en dergelijke. Om die reden wordt ook op dit vlak de formatie met 1fte uitgebreid. Groter wordende stad in combinatie met een veranderende wereld Een groeiende stad brengt meer risico's met zich mee voor de gemeente, zoals juridische- en financiële risico's. De gemeente moet zich houden aan veranderingen in wet- en regelgeving en zelf zorgen voor rechtmatigheid en compliance, wat moet worden aangetoond moet gaan worden met een ‘in control statement’. De hiervoor benodigde capaciteit is niet aanwezig, maar wel noodzakelijk. Om die reden wordt de formatie uitgebreid meet 1fte op het vlak van compliance. We zien daarnaast een toename van specifieke uitkeringen en geldstromen richting de gemeente ontstaan.
Er zijn meer inspanningen nodig om ervoor te zorgen dat we aan de voorkant in aanmerking komen voor deze middelen. Daarnaast moeten we de besteding volgens de regels laten plaatsvinden en vervolgens op een goede manier verantwoording afleggen. Dit om te voorkomen dat de middelen worden teruggevorderd. De capaciteit op het gemeentelijk subsidiebureau staat reeds onder druk. Om die reden wordt de formatie op dit vlak uitgebreid met 1 fte. De ontwikkelingen gaan snel als het gaat om data. Met de groei van de stad neemt ook de beschikbare hoeveelheid data toe. Voor een gemeente van deze omvang is de inzet van 2 fte aan data-analisten echt van toegevoegde waarde. Door de beschikbare data te verzamelen, te analyseren en te interpreteren kunnen er betere beslissingen worden genomen, waarmee het gemeentelijk beleid beter wordt afgestemd op de behoeften en wensen van haar inwoners. Tot slot is er al enige jaren sprake van een toenemende krapte op de arbeidsmarkt. De gemeente probeert zich hierin te onderscheiden door het zijn van een aantrekkelijke werkgever. Tegelijkertijd is het noodzakelijk om extra in te zetten op recruitment met 1 fte, zodat – zelfs in een krappe arbeidsmarkt – de geschikte kandidaat gevonden kan worden.
Kadernota 2024 – 2027
(versie vóór raadsbehandeling)
47