BL 2. Beleidsadviesrapport_Erfgoed_Lelystad
Tekst van het document
28
Persbericht ontvangen d.d. 27-12-2023.
29
Verhalen - Flevolands geheugen; geraadpleegd op 14-03-2025.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
21
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
De kern van de ambitie van de gemeente Lelystad is volwaardig erfgoedbeleid met aandacht voor het behoud van waardevol erfgoed en dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Deze ambitie van ‘volwaardigheid’ kan worden gesplist in een randvoorwaardelijk deel (het voldoen aan de eisen van de Omgevingswet) en een wat meer subjectief inhoudelijk deel van het begrip ‘aandacht voor het behoud van waardevol erfgoed’. In dit hoofdstuk worden deze zaken beiden behandeld. Drie ambitieniveaus geven richting aan het begrip ‘aandacht voor het behoud van waardevol erfgoed’. In algemene zin vertegenwoordigen ze de richtingen: 1. Alles beschermen; 2. De middenweg; 3. Zo veel mogelijk ruimte voor ontwikkeling. In de eerste paragraaf worden eerst de wettelijke verplichtingen in het kader van de Omgevingswet benoemd. Vervolgens worden in de twee daaropvolgende paragrafen voor bovengronds en ondergronds erfgoed de uitwerking van de drie ambitieniveaus beschreven. 3.1
Wettelijke verplichtingen Omgevingswet
Om rekening te kunnen houden met het belang en behoud van cultureel erfgoed en werelderfgoed, is het noodzakelijk om te weten welke elementen van cultureel erfgoed of werelderfgoed er zich binnen of direct daarbuiten- de gemeentegrenzen bevinden, en wat daarvan beschermd moet worden. Dit geldt voor alle onderdelen van de ‘schijf van vijf’ (een aanzet hier toe is opgenomen in paragraaf 2.4). Een manier om hiervan een overzicht te verkrijgen is het maken van een erfgoedregister, waar voor Lelystad momenteel vooral de gemeentelijk monumenten op aangeduid staan.30 Het erfgoedregister zou echter al het in Lelystad aanwezige erfgoed moeten bevatten. Vervolgens zal moeten worden gekeken hoe dit erfgoed concreet beschermd gaat worden. Alle regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving, moeten in 2031 opgenomen zijn in het omgevingsplan. Gemeenten hebben met betrekking tot het cultureel erfgoed iets minder beleidsvrijheid dan voorheen vanwege de instructieregels van het Rijk in het Bkl en de internationale verdragen. Er dient toetsing vóóraf plaats te vinden bij activiteiten met een mogelijk nadelige invloed op (beschermd) cultureel erfgoed. Hiervoor bestaan twee opties: een omgevingsvergunningplicht en een meldingsplicht in combinatie met maatwerkvoorschriften, voor bijvoorbeeld eenvoudige activiteiten.
In de handreiking begrippenkader cultureel erfgoed onder de Omgevingswet31 pleit de RCE voor het eenduidig toepassen van de wettelijke begrippen voor het cultureel erfgoed in hun omgevingsplannen. De toepassing van dit begrippenkader zorgt ervoor dat de gemeente optimaal gebruik kan maken van de algemene rijksregels en de daarin voor het behoud van cultureel erfgoed opgenomen uitzonderingen, zoals bijvoorbeeld de inperking voor vergunningvrij bouwen. Met ingang van de Omgevingswet dienen in het omgevingsplan regels opgenomen te worden ten aanzien van de omgang met aanwezige en te verwachten archeologische monumenten. De Besluit Kwaliteit Leefomgeving (Bkl) schrijft daarnaast voor dat het hierbij moet gaan over aantoonbaar aanwezige of te verwachten archeologie. Mede om te voldoen aan deze eis is een handleiding opgesteld over het
30
https://www.gemeentelelystad.nl/4/Lelystad/Kunst-en-Cultuur/Erfgoed/Erfgoedregister.html, geraadpleegd d.d. 22-5-2025.
31
Abeling / Altenburg 2022.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
22
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
vervaardigen van een archeologische inventarisatiekaart.32 Hierin is een normstellend kader opgesteld, waaraan een kaart moet voldoen en is invulling gegeven aan het begrip aantoonbare archeologische verwachtingen. Alleen een feitelijke onderbouwing waarom in een bepaalde zone specifieke archeologische resten aanwezig kunnen zijn, op basis van gevalideerd bronnenmateriaal, bepaalt de aantoonbaarheid van de archeologische verwachtingen. De huidige verwachtingskaart voldoet op het gebied van aantoonbaarheid niet aan de eisen van de Omgevingswet en is verouderd. Als laatste is in de Omgevingswet opgenomen dat het tot stand komen van beleid of een vergunning in samenspraak met omwonenden behoort te gaan. Het doel hiervan is om op tijd belangen, meningen en creativiteit op tafel te krijgen. Bij het opstellen van beleid dient inzichtelijk te zijn hoe de verschillende belangen in beeld zijn gebracht en wat daarvan de uitwerking in het beleid is. Publieksparticipatie is daarmee een wezenlijk onderdeel van de Omgevingswet. De acties die voortvloeien uit de wettelijke verplichtingen vallen buiten de ambitieniveaus, want deze moeten sowieso plaatsvinden, en betreffen: - Het opstellen van een erfgoedregister, waarvan de ruimtelijke contouren zijn opgenomen in het Omgevingsplan, inclusief de omgeving van beschermde monumenten; - het eventueel aanpassen van de Erfgoedverordening m.b.t.
de adviseringsreikwijdte van de adviescommissie; - Eventueel aanpassen van de terminologie om aan te sluiten bij de Omgevingswet; - vervolgonderzoek met betrekking tot het nog niet reeds geïnventariseerde cultureel erfgoed dat voorwerp is of kan zijn van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan. Uit het vooronderzoek blijkt dat het gaat om de volgende thema’s: ontbrekende wijken (zoals Wijk III), Erfgoed in het buitengebied en Groen Erfgoed en Kunst in de openbare ruimte; - actualisatie van de Archeologische verwachtings- en waardekaart en de daar uitvloeiende beleidskaart; - participatie een plek geven binnen het gemeentelijk erfgoedbeleid. 3.2
Bovengronds erfgoed
Naast ambitieniveaus met betrekking tot behoud, zijn voor het bovengrondse erfgoed ook ambitieniveaus onderscheiden met betrekking tot de strategische thema’s benutten en beleven (zie ook paragraaf 4.5). Deze ambitieniveaus geven niet de mate van gewenste bescherming aan, maar bieden een verduidelijking of accentuering van de beleidsdoelen, en kunnen binnen het erfgoedbeleid naast elkaar worden toegepast. In dit geval hoeft er dus niet voor één ambitieniveau te worden gekozen. Per strategisch thema zijn de drie ambitieniveaus in onderstaande tabel weer gegeven met daarbinnen per ambitieniveau aangegeven de in te zetten beleidsmiddelen. 3.2.1
Behoud in tijden van sterke groeiambities
Eigenlijk is voor het borgen van het behouden van de fysieke waarde van het cultureel erfgoed maar één middel effectief: het aanwijzen tot gemeentelijk gemeentelijk monument. Ondanks dat dit niet betekent dat er niets meer aan een monument gewijzigd kan worden, is het uitgangspunt bij een monument ‘niet ontwikkelen, tenzij’. De beleidsmiddelen hiervoor bestaan uit regelgeving (aanwijzing tot gemeentelijk monument, opname in omgevingsplan met omgangsregels in de verordening), het opstellen van documenten (redengevende
32
Breimer et al 2020.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
23
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
omschrijving en ontwikkelprincipes (zoals de documenten van de Erfgoedcommissie) en financiële regelingen om eigenaren tegemoet te kunnen komen in de toegenomen (financiële) lasten. Deze beleidsmiddelen worden meestal ingezet voor objecten en stads/dorpsgezichten en zijn minder gebruikelijk (maar niet onmogelijk) voor landschappelijke elementen of structuren.
Ambitieniveau 1: alles beschermen Al het geïnventariseerd erfgoed van alle facetten van het erfgoed worden door middel van aanwijzing tot gemeentelijke monument beschermd. De groslijst bestaat nu uit ongeveer 200 objecten en structuren. De uitkomsten van het aanvullend onderzoek Erfgoed in het buitengebied en Groen erfgoed in de openbare ruimte zullen hier nog aan moeten worden toegevoegd. Slechts een klein deel hiervan is reeds van een redengevende omschrijving voorzien. Voordeel van het eerste ambitieniveau is dat het verhaal van Lelystad zeker goed beschermd is. Nadelen zijn de hoge beperkingen aan ruimtelijke ontwikkeling (hergebruik is vaak duurder dan nieuwbouw) en de hoge kosten, deels voor het (eenmalig) opstellen van de waarderende/redengevende omschrijvingen, deels aan subsidieverstrekking.
Ambitieniveau 2: middenweg Voor alle facetten wordt een deel van het geïnventariseerd erfgoed aangewezen tot Gemeentelijk monument. Op basis van een waarderingskader (bijvoorbeeld in lijn van de reeds door de Erfgoedcommissie gewaardeerde objecten en structuren) worden alle objecten en structuren, inclusief die voortvloeien uit de aanvullende onderzoeken Erfgoed in het Buitengebied en Groen erfgoed in de openbare ruimte, worden gewaardeerd en van een cijfer voorzien. Vervolgens wordt een grens bepaald, waardoor ongeveer 50 objecten/structuren in de hoogste categorie zullen vallen. Vervolgens zullen voor deze 50 redengevende omschrijvingen worden opgesteld. Voordeel van het tweede ambitieniveau is dat er een middenweg is tussen optimale bescherming en zo min mogelijk kosten. Nadeel is dat er veel voorwerk nodig is, dit kost tijd.
Ambitieniveau 3: zo veel mogelijk ruimte voor ontwikkeling In dit laagste ambitieniveau wordt zoveel mogelijk ruimte voor ontwikkeling gegeven, alleen het hoogst nodige wordt beschermd. Uit de groslijst, aangevuld met de bevindingen uit de aanvullende onderzoeken, worden op basis van expert judgement in samenspraak met de Erfgoedcommissie en bewoners 10-20 objecten en structuren (shortlist) gekozen die op monumentwaardigheid worden onderzocht en vervolgens indien dit het geval is als gemeentelijk monument worden aangewezen. Het voordeel van het derde ambitieniveau is dat de gemeentelijke monumentenlijst beperkt in omvang blijft. Hierdoor is de subsidieregeling minder kostbaar en blijft er ruimte over voor aanvullingen in de toekomst. Een nadeel is dat er een groter risico is dat waardevol erfgoed gemist wordt. Ook dit traject vereist nog wat voorwerk en dus nog wat tijd.
3.2.2
Benutten: de kwaliteiten van erfgoed inzetten bij ontwikkeling
Het concept ‘behoud door ontwikkeling’ (Nota Belvedere 1999) wordt gebruikt in de relatie tussen cultuurhistorie en ruimtelijke ordening en houdt in dat door meer ruimte te geven in het fysiek aanpassen van erfgoed, het erfgoed langer te gebruiken is en daarmee langer behouden blijft. Uitgangspunt is daarmee ‘ontwikkelen, mits…” . Erfgoed dient dan als uitgangspunt of inspiratie aan het nieuwe ontwerp. Wanneer je het concept ‘behoud door ontwikkeling’ verder doorvoert, kan het behoud van erfgoed ook via de niet-fysieke kenmerken van het erfgoed plaatsvinden, zoals de functie, de naam of het verhaal.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
24
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
Beleidsmiddelen die hiervoor kunnen worden toegepast zijn regelgeving (opname in het omgevingsplan met uitvoeringsvoorschriften) en het opstellen van documenten (opname erfgoed in ruimtelijke beleidsdocumenten, zoals de Omgevingsvisie en het Omgevingsprogramma).
Ambitieniveau 1: Erfgoed als inspiratiebron in ruimtelijke ontwikkelingen Uit de groslijst, toegevoegd met de uitkomsten van het aanvullend onderzoek, worden de niet als gemeentelijk monument noch als karakteristiek object aangewezen objecten en structuren allen of gedeeltelijk aangeduid als ‘van waarde’, waardoor deze via hun identiteitswaarde worden ingezet bij ruimtelijke ontwikkelingen. Voordeel van het eerste ambitieniveau is dat met zeer beperkte middelen inspiratie vanuit het verleden van Lelystad kan worden geboden aan ontwikkelingen. Nadeel is dat niet kan worden volstaan met de contour van het object zelf, maar beter vanuit de contouren van ruimtelijke ontwikkelingen kan worden geredeneerd. Daarnaast is het toetsen of erfgoed daadwerkelijk is gebruikt als inspiratiebron problematisch.
Ambitieniveau 2: Erfgoed inzetten voor toerisme en educatie Ambitieniveau 2 is gericht op behoud van erfgoed in ruimtelijke ontwikkelingen, maar inspiratie vanuit het cultureel erfgoed kan ook andere beleidsvelden dienen: bv Toerisme/Citymarketing (bv erfgoedroutes) en Educatie. Voordeel van dit ambitieniveau is dat het verleden van Lelystad potentieel meer onder de aandacht kan komen. Nadeel is dat dit ambitieniveau op deze wijze slechts beperkt is tot beleid, en voor uitvoering plannen, financiering en/of fte’s beschikbaar moeten zijn. 3.2.3
Beleven en verbinding: erfgoed als middel voor de eigen identiteit van Lelystad
Om het Erfgoed te kunnen beleven, zal meer aandacht en bekendheid gegeven moeten worden aan het waardevolle erfgoed van en de verhalen áchter het erfgoed van Lelystad. Dit laatste met name vormt een mooie gelegenheid inwoners te betrekken. Dit kan vanuit het beleidsveld Erfgoed zelf (bv door deelname aan de Open Monumentendag) of hiervoor kan aangesloten worden bij andere initiatieven. Tenslotte kan erfgoed ook als drager voor een gezamenlijke identiteit worden gebruikt (als verbinding, in de lijn van het Verdrag van FARO). Erfgoed is hierbij een middel, en behoud van erfgoed niet meer het doel. De gemeente is faciliterend. Beleidsmiddelen die hiervoor kunnen worden ingezet zijn stadsgesprekken en fte’s. Deze richting vereist een ander voortraject dan het inventariseren en voorleggen van het bestaande erfgoed, zoals in het voorbereidende bureauonderzoek is gedaan. De regie ligt hierbij veel minder bij de gemeente en meer bij de bewoners zelf. Het door de gemeente opstellen van ambitieniveaus en regie via beleidsmiddelen past niet bij deze vorm van inzetten van erfgoed. Op dit moment is er nog geen contact met bewoners, de eerste stap is het opstellen van een plan om in contact te komen met bewoners. Doel van dit plan zal zijn te achterhalen welke ideeën en ambities de samenleving heeft.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
25
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
doel
Ambitie Niveau
Behouden
1
Behouden
2
Behouden
3
Regelgeving
Het opstellen van een subsidieregeling in de Erfgoedverordening; Het opstellen van uitvoeringsvoorschriften in Verordening Fysieke Leefomgeving (H16) Het opstellen van een subsidieregeling in de Erfgoedverordening; Het opstellen van uitvoeringsvoorschriften in Verordening Fysieke Leefomgeving (H16).
Het opstellen van een subsidieregeling in de Erfgoedverordening; Het opstellen van uitvoeringsvoorschriften in Verordening Fysieke Leefomgeving (H16)
Beleidsmiddelen Opstellen documenten
Handleiding ter aanwijzing van gemeentelijke monumenten – gebouwde objecten (waarderingscriteria/scoringstabel; overzicht beleidsmaatregelen); Het erfgoedregister aanvullen met redengevende omschrijving Het waarderen van alle objecten en structuren uit de groslijst; Handleiding ter aanwijzing van gemeentelijke monumenten – gebouwde objecten (waarderingscriteria/scoringstabel; overzicht beleidsmaatregelen); Het erfgoedregister aanvullen met redengevende omschrijving; Het selecteren van objecten voor de categorie ‘karakteristiek’; het erfgoedregister aanvullen met een omschrijving en ontwikkelprincipes per object/structuur. Expert judgement in overleg met Erfgoedcommissie en bewoners om tot een shortlist te komen onderzoek monumentwaardigheid objecten en structuren shortlist Handleiding ter aanwijzing van gemeentelijke monumenten – gebouwde objecten (waarderingscriteria/scoringstabel; overzicht beleidsmaatregelen); Het erfgoedregister aanvullen met redengevende omschrijving
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.0, d.d. 27 maart 2025
26
Financiële instrumenten / subsidieregelingen Subsidieregeling voor onderhoud
Subsidieregeling voor onderhoud
Subsidieregeling voor onderhoud
Kosten Financiële Inzet Fte’s consequenties? Ja, vanwege subsidies en extra benodigde fte’s (of uitbesteding opstellen documenten) Ja, vanwege subsidies en extra benodigde fte’s (of uitbesteding opstellen documenten)
ja
Ja, vanwege subsidies en extra benodigde fte’s (of uitbesteding opstellen documenten)
ja
Ja, eenmalig en structureel (beoordelen aanvragen)
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
doel
Ambitie Niveau
Regelgeving
Beleidsmiddelen Opstellen documenten
Financiële instrumenten / subsidieregelingen nee
Benutten
1
Het selecteren van objecten voor de categorie ‘van identiteitswaarde’; Het bepalen van de reikwijdte van de objecten en structuren voor ruimtelijke ontwikkelingen; het erfgoedregister aanvullen met een omschrijving per object/structuur; Opname erfgoed in beleidsdocumenten voor ruimtelijke ontwikkelingen (o.a. Omgevingsvisie en programma).
Benutten
2
Het selecteren van objecten voor de categorie ‘van educatieve waarde’; Het erfgoedregister aanvullen met gebruiksopties per object/structuur; Opname in beleidsdocumenten toerisme en educatie.
nee
Beleven en verbinding
1
‘Stadsgesprekkenplan’ opstellen
Ja/Nee
Tabel 1 Beleidsoptie bovengronds erfgoed. Bron: interne projectdocumentatie Vestigia en gemeente Lelystad.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
27
Kosten Financiële Inzet Fte’s consequenties? Ja, vanwege extra benodigde fte’s (of uitbesteding opstellen documenten)
Ja, eenmalig en structureel (updates beleidsdocument en)
Ja, vanwege extra benodigde fte’s (of uitbesteding opstellen documenten) Ja, vanwege extra benodigde fte’s (of uitbesteding opstellen document)
Ja, eenmalig en structureel (updates beleidsdocument en) Ja, eenmalig en structureel (faciliterend)
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
3.3
Ondergronds erfgoed
Voor het ondergrond erfgoed zijn drie ambitieniveaus geformuleerd: • Scenario 1: een basispakket, waarin het beleid is gericht op het voldoen aan de meest basale gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden. Het uitgangspunt daarbij is de ruimtelijke ordening. Centraal daarbij staat de vastlegging van behoudenswaardige archeologische waarden in bestemmingsplannen en een daaraan gekoppeld stelsel van aanlegvergunningen. Alleen inzetten op de bescherming van de bekende vindplaatsen, beperkte inzet op opsporing en onderzoek. • Scenario 2: een aantal specifieke aanvullingen op het basispakket, toegesneden op de specifieke situatie in de gemeente (politiek en bestuurlijk draagvlak, middelen, aard van het bodemarchief). Hiervoor formuleert de gemeente (in overleg met de provincie) een beleid met lokale cultuurhistorische accenten en prioriteiten, die tot doel hebben de gemeente bij planvorming en –realisatie zoveel mogelijk zelfstandige beslissingsbevoegdheid te geven over de selectie van behoudenswaardige archeologische waarden en verwachtingen. Binnen de ruimtelijke ambitie is oog voor het belang van het archeologie en wordt gezocht naar een realistische balans tussen waar mogelijk behoud in situ en anders door onderzoek ex situ.
• Scenario 3: een maximum scenario, waarin behoud en bescherming van archeologische waarden deel uitmaakt van een gebiedsdekkend, integraal erfgoedbeleid dat zich uitstrekt over alle (zichtbare en niet-zichtbare) cultuurhistorische waarden in de gemeente (gebouwde monumenten, landschap, archeologie). Behoud van bekend en verwacht archeologisch erfgoed wordt zoveel mogelijk in situ geborgd. Bij de uitwerking van deze niveaus is gekeken naar de verschillende elementen waar binnen de omgang met ondergronds erfgoed tot uiting kan komen wat de keuze voor een bepaalde ambitie inhoud. De volgende elementen zijn daarin naar voren gekomen: - Oppervlakte vrijstellingen - Diepte vrijstellingen - Aanwijzing gemeentelijke monumenten - Omgang met vindplaatsen in de waterbodem of op landbodem - Omgang met de verwachting op onbekende scheepswrakken - Archeologisch verwantwoord bouwen, het gebruik van heipalen - Omgang met ophoging 3.3.1
Scenario 1: Maximale ruimte voor ontwikkeling - Inzet op archeologisch wettelijk minimum
Dit ambitieniveau is gebaseerd op het ontwikkeling. De bescherming van archeologische waarden wordt enkel uitgevoerd ten aanzien van de wettelijke verplichtingen en beschermde bekende waarden en bij zeer grote ingrepen. Dit beleid betreft daarmee ruime vrijstellingsgrenzen ten aanzien van oppervlakte. In verband met de verplichte zorgtaak voor het erfgoed blijven wel dieptevrijstellingen van kracht, maar enkel voor de gebieden met een hoge archeologische verwachting. Bij dit ambitieniveau wordt ingezet op de bekende vindplaatsen, de archeologische monumenten. Er worden geen gemeentelijke monumenten te benoemt. Heipalen zijn geen issue. Voor onbekende scheepwrakken geldt een mogelijkheid voor inpassing en opgraven. Voordeel van dit ambitieniveau is dat een kleiner raakvlak bestaat tussen archeologie en ontwikkelingen en agrarisch gebruik De bekende archeologische monumenten zijn voldoende beschermd.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.0, d.d. 27 maart 2025
28
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
Het nadeel is dat vooral onbekende waarden niet of in zeer mindere mate beschermd zijn. Daarnaast is planinpassing en behoud in situ minder van belang bij deze beleidsopties en zullen resten dus veelal opgegraven moeten worden. Dit leidt tot meer kosten bij de initiatiefnemers van grote initiatieven, maar wel tot meer tastbare resultaten. Deze resultaten kunnen aan het publiek gepresenteerd worden. Echter blijft er weinig over van het erfgoed voor de toekomst als alles opgegraven wordt. Nog een nadeel is een grotere kans op toevalsvondsten, doordat gebieden met een lagere archeologische verwachting niet in kaart zijn gebracht. Een grotere hoeveelheid toevalsvondsten kan tot meer kosten leiden voor de gemeente. 3.3.2
Scenario 2: Behoud maar ook ontwikkeling - zoeken naar balans
Archeologisch erfgoed is belangrijk en verdient bescherming, echter ook de mogelijkheid tot ontwikkeling is belangrijk. Het beleid richt zich vooral op differentiatie in diepte, in mindere mate op oppervlakte vrijstellingen. Lelystad betreft over het algemeen zeer kleine vindplaatsen, namelijk scheepswrakken en prehistorische kampementen die soms ook niet groter zijn dan enkele tientallen vierkante meters. Ingrepen van 100m2 kunnen in zulke gevallen al tot aanzienlijke schade leiden. Daardoor is het verstandig niet te grote oppervlakte grenzen te hanteren. De diepte van geplande verstoringen zal vooral leidend zijn voor vergunningstraject. De diepte van de geplande ingrepen bepaalt of een relevant archeologisch niveau te veel in gevaar wordt gebracht. Het aanwijzen van een gemeentelijk monument is mogelijk. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan locaties waar geen grote ontwikkelingen zijn gepland, zoals een aantal scheepswrakken in de waterbodem. Monumenten op landbodem zijn een uitzondering als deze bijvoorbeeld ingepast kunnen worden in de geplande ontwikkeling (scheepswrak bewaard in een parkje). Archeologisch duurzaam bouwen behoort tot de mogelijkheden, waarvoor de RCE in 2016 de brochure ‘archeologievriendelijk bouwen’ heeft opgesteld. Dit betreft richtlijnen, het zijn geen wettelijke bepalingen, van bijvoorbeeld de dekkingsgraad van het heipalenplan vs.
het te bebouwen oppervlak (maximaal 2%) en de afstand tussen de heipalen (minimaal 4,0 m) of een bufferzone van 30 cm dikte boven een sporenniveau.33 Binnen deze optie is meer mogelijk op het gebied van maatwerk en kan bijvoorbeeld rekening gehouden worden met een scheiding tussen water- en landbodem, waar soms andere onderzoeksmogelijkheden zijn. Het uitgangspunt is behoud in situ (inpassing). De initiatiefnemer kan beslissen om een archeologievrij gebied te willen, waardoor onderzoeken mogelijk worden. Voordeel van dit beleid is dat er koppeling bestaat tussen het borgen van de archeologische waarden in de ondergrond en het mogelijk maken van ontwikkelingen. Er is ruimte voor maatwerk. Door te werken met diepte beperkingen is behoud in situ mogelijk voor prehistorische vindplaatsen die zich in de diepere ondergrond kunnen bevinden. Onderzoeken die uitgevoerd worden kunnen uitgelicht worden om het erfgoed van Lelystad te presenteren aan een groot publiek. Doordat binnen dit scenario ook delen in situ behouden worden door inpassing, kan ook dit uitgelicht worden. Nadeel is een grotere hoeveelheid aan categorieën, waardoor er een lappendeken aan gebieden ontstaat in het omgevingsplan. Het behoud van het archeologisch erfgoed is geborgd, maar in vergelijking met scenario 1, zal dit voor de initiatiefnemer tot meer kosten lijden
33
https://www.cultureelerfgoed.nl/publicaties/publicaties/2016/01/01/handreiking-archeologievriendelijk-bouwen.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
29
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
3.3.3
Scenario 3: Behoud (in situ) gaat voor ontwikkeling = maximale bescherming erfgoed
Archeologisch erfgoed is leidend. Alle gebieden met archeologische verwachting beschermen, geen onderscheid in diepteniveau, en kleine vrijstellingsgrenzen in oppervlakte; maximaal 50 m2 is vrijgesteld, de archeologische verwachting binnen Lelystad betreft voornamelijk over het algemeen om zeer kleine vindplaatsen, namelijk scheepswrakken en prehistorische kampementen die soms ook niet groter zijn dan enkele tientallen vierkante meters. Ingrepen van minder dan 100m2 kunnen in zulke gevallen al tot aanzienlijke schade leiden. Het aanwijzen van gemeentelijke monumenten behoort tot de mogelijkheden. Dit kunnen vindplaatsen op het land en in de waterbodem zijn. Uitgangspunt is behoud in situ (inpassing). Binnen deze beleidsoptie worden alle archeologische verwachtingsgebieden beschermd met een maximale bescherming. Het is mogelijk om gemeentelijke archeologische monumenten te benoemen, indien sprake is van waardevolle vindplaatsen. Deze kunnen zowel op het land, als in de waterbodem benoemd worden. Archeologie duurzaam bouwen is niet mogelijk. Heipalen worden als verstoring van het bodemarchief gezien, waarvoor archeologisch onderzoek nodig is. Voordeel van dit beleid is dat al het ondergronds erfgoed geborgd is. Veel van het archeologisch erfgoed zal door middel van behoud in situ behouden blijven voor de toekomst.
Het nadeel is dat kleine vrijstellingsgrenzen er voor zorgen dat er veel raakvlak is met archeologie binnen de gemeente en het zal leiden tot veel archeologische onderzoeken (bureauonderzoeken en verkennend booronderzoek) en dus mogelijk kosten voor de initiatiefnemer. Een tegemoetkoming in de kosten kan mogelijk via een subsidieregeling getroffen worden. Daarnaast leidt behoud in situ ook tot weinig tastbare resultaten, omdat na de waarderingsfase weinig werkelijk opgegraven zal worden.
Het voorgaande hoofdstukken laat zien dat er al veel is. Er zijn visies, de huidige beleidsinstrumenten, een uitgebreide inventarisatie en inzichten van de bewoners. Er zijn beleidsopties geformuleerd. Nu is het van belang om te bepalen hoe dit alles tot zijn recht kan komen en hoe erfgoed bijdraagt aan het Verhaal van Lelystad. De belangrijkste inzichten en aanbevelingen uit de vooronderzoeken betreffen: -
-
-
Er is nog geen overkoepelende erfgoedvisie en -missie. Erfgoed is bij verschillende terreinen belegd. Daardoor mis je kansen om erfgoed integraal op te pakken en het als geheel beter beleefbaar te maken. Vanuit de Omgevingswet is de gemeente verplicht om rekening te houden met al haar cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving. Met name het cultuurlandschappelijke erfgoed en het immaterieel/roerend erfgoed is nog niet goed in beeld binnen de gemeente. Er ligt een grote kans voor het erfgoedbeleid in het betrekken van de verhalen (oral history). Het huidige archeologiebeleid voldoet niet aan de Omgevingswet en moet worden geactualiseerd. Hierbij dient ook (extra )aandacht te zijn voor de waterbodem. Gezien hun directe relatie met het ontstaan en de ontwikkeling van Lelystad komen enkele archeologische vindplaatsen, gebouwd erfgoed, stadsgezichten, cultuurlandschappen en roerend/immaterieel erfgoed in aanmerking voor de bescherming middels de aanwijzing tot gemeentelijk monument.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
30
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
-
De kennis, wensen en aanbevelingen van de bewoners zijn opgehaald, maar hun betrokkenheid stopt niet bij het uitkomen van de nota. In een stad waar ingezet wordt op groei en waar durf en genieten centraal staan, kan erfgoed de verbindende waarde zijn om te voorzien in samenhang, zelfbewustzijn en leefgenot samen met en voor Lelystedelingen.
Om bovenstaande goed te laten landen in een uitvoeringsprogramma, is in het laatste hoofdstuk van dit deel een advies geformuleerd voor (beleids)kaders voor het gemeentelijk erfgoedbeleid voor de komende jaren. 4.1
Kernopgaven
Onderstaande kernopgaven zijn opgesteld vanuit gesprekken met alle betrokken en zijn een aanzet om vanuit de gemeente het beleid vorm en kaders te geven. 1.
Lelystad wil haar meest waardevolle en haar meest kwetsbare erfgoed beschermen
Met het Koersdocument is in 2020 de ambitie vastgelegd dat Lelystad groeit naar 100.000 inwoners. In de gemeenteraad is daarna zelfs de ambitie uitgesproken om door te groeien naar 140.000 inwoners. Bij een relatief nieuwe stad is het besef dat erfgoed waarde kan bieden aan ruimtelijke kwaliteit en identiteit; in vergelijking met veel oudere gemeenten is dit nog niet sterk ontwikkeld. Maar ook wanneer de focus wordt gelegd op een sterke groei, moet goed worden omgegaan met bijzondere parels uit het verleden. Dit is een verantwoordelijkheid die ook gedragen wordt voor de toekomstige inwoners van de stad. Dit geldt zowel voor het gebouwde als voor het minder zichtbare ondergrondse erfgoed. 2.
Lelystad wil reëel en contextafhankelijk erfgoedbeleid dat verenigbaar is met andere ambities in de gemeente, zoals duurzaamheid en woningbouw
Vanuit de gedachte behoud door ontwikkeling dient binnen het nieuwe beleid te worden gezocht naar een realistische balans tussen erfgoed en de ruimtelijke ambitie. Belangen van erfgoed en ruimtelijke ontwikkelingen zijn gelijkwaardig. Raad en bestuur hebben beslissingsruimte om tot maatwerkoplossingen te komen. 3.
Lelystad wil praktische beleidsinstrumenten die een onderdeel gaan vormen van het Omgevingsplan
Het erfgoedbeleid kent een belangrijke ruimtelijke component. Dit component dient een praktische uitwerking te krijgen door middel van een beleidskaart die wordt opgenomen in het Omgevingsplan en regelgeving die wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.
4. Lelystad wil een faciliterende rol spelen in de betrokkenheid van haar inwoners bij erfgoed Sinds de Cultuurnota 2004 – 2007 is het centrale uitgangspunt voor het gemeentelijk cultuurbeleid, waar ook dit erfgoedbeleid onder valt, dat het bijdraagt aan de maatschappelijke ontwikkeling van Lelystad. Het beleid heeft daarbij specifieke aandacht voor maatschappelijke participatie en persoonlijke groei van inwoners en voor de ontwikkeling van een aantrekkelijke stad. 4.2
Visie
Erfgoed vertelt het verhaal van een plek, zorgt voor verbondenheid met de omgeving, en vormt daarmee een belangrijk onderdeel van ruimtelijke kwaliteit, omdat het karakter, schoonheid en een gelaagdheid in tijd aan een gebied geeft. Wanneer je erfgoed integraal en gebiedsgericht benadert, draagt het bij aan het gezamenlijke verhaal en identiteit van de stad en kun je het inzetten voor andere beleidsvelden, zoals economie en toerisme, maar ook voor klimaatbestendige inrichting of verduurzaming van gebouwen. Vestigia stelt dat dit leidt tot de volgende visie op het gemeentelijk erfgoedbeleid:
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
31
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
Lelystad zet in op het erfgoed dat past bij het DNA van Lelystad, Lelystad als uitnodigende hoofdstad van de nieuwe natuur: het vroege verleden dat door land en water doorschemert, de grote werken om het gebied bewoonbaar te houden, het pionierserfgoed van de eerste bewoners in de polder en tenslotte de continue vernieuwingszin van de afgelopen decennia. Deze kenmerkende structuren worden als uitgangspunt voor het beleid genomen. Deze thema’s van het DNA zijn in een voorlopige versie uitgewerkt in bijlage 1.
Afbeelding 10 Vissersboten aan de Lelystadse kust: Land of water?. Bron, Vestigia 24 april 2023.
4.3
Uitgangspunten
In dit beleidsadvies document wordt overkoepelend beleid voor alle onderdelen van de ‘schijf van vijf’ geadviseerd. Binnen de gemeente Lelystad vallen deze onderdelen onder het cultuurbeleid (Sociaal Domein). Echter, de uitvoering van het beleid ligt voor een groot deel in handen van het Fysiek Domein, omdat hier het Omgevingsplan en de vergunningen onder vallen. 4.4
Rolverdeling
Het realiseren van de ambities en uitdagingen voor Lelystad 2040 doet de gemeente niet alleen. De keuzes worden samen gemaakt. Iedere inwoner wordt uitgenodigd om mee te denken, handelen en eigenaar te zijn van het bereiken van de ambities voor Lelystad Next level. Daarvoor heeft de gemeente de strategie Gedeeld Eigenaarschap voor de gezamenlijke opgave in Lelystad opgenomen in het Koersdocument om richting te geven aan de nieuwe werkwijze die nodig is voor deze inzet.34 De rol van de gemeente vanuit dit gedeeld eigenaarschap en binnen het erfgoedbeleid is: • Gelijkwaardige gesprekspartner van partners en bewoners (we werken samen, zijn betrokken en duidelijk);
34
https://www.gemeentelelystad.nl/Documenten/Gemeente/Actueel/Koersdocument%20Lelystad%202040.pdf.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
32
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
• • •
Faciliterend en regisserend: ondersteuning bij initiatieven die het verhaal van Lelystad uitdragen; Stimulerend: verbinding leggen met en tussen partners, burgers en initiatieven om erfgoed onder een breder aandacht te brengen; Toetsend en handhavend: door het scheppen van kaders bij initiatieven en deze vol te houden.
Dit principe van gedeeld eigenaarschap is vervolgens vertaald naar een Maatschappelijke Agenda.35 4.5
Strategische thema’s
Om beter aan te sluiten bij het werken in de geest van de Omgevingswet, wordt voorgesteld door middel van strategische thema’s te richten op processen met externen en de verschillende manieren waarmee je met erfgoed kan omgaan. De voorgestelde strategische thema’s komen regelmatig voor in gemeentelijke nota’s en betreffen Behouden, Benutten/Beleven en Betrekken. Hieronder wordt toegelicht wat deze thema’s betekenen voor de omgang met cultureel erfgoed en de integraliteit het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving onder de Omgevingswet. Behouden Behoud van waardevol erfgoed begint met weten wat je hebt. Deze eerste stap is voor een groot deel uitgevoerd in het voortraject naar dit beleidsadviesrapport met een inventarisatie van het bestaande erfgoed binnen de gemeente Lelystad. Vervolgens zal moeten worden gekeken hoe dit erfgoed concreet beschermd gaat worden. Met een klein deel van je erfgoed wil je extra voorzichtig zijn: vanwege de uitzonderlijke waarde voor de gemeente, of vanwege de grote bedreigingen. Dit geldt voor bodemingrepen in bodemlagen met een archeologische verwachting, maar ook voor gebouwen die leeg staan. Eigenlijk is voor het borgen van het behouden van de fysieke waarde van het cultureel erfgoed maar één middel effectief: het aanwijzen tot gemeentelijk monument.
Borging vindt plaats via de instrumenten van de Omgevingswet: de Omgevingsvisie, het omgevingsplan en het omgevingsprogramma. Vanuit de gedachte ‘behoud door ontwikkeling’ wordt in de regelgeving gezocht naar een realistische balans tussen erfgoed en de ruimtelijke ambitie. Benutten/beleven Erfgoed kan een belangrijke bijdrage leveren aan ruimtelijke en maatschappelijke ontwikkelingen, waaronder klimaatadaptatie en het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving, door te fungeren als kernwaarde binnen de ontwikkeling. Hiermee kan het karakter, de identiteit, de eigenheid en de kwaliteit van de ontwikkeling versterkt worden. Erfgoed is daardoor niet een beperking maar juist een instrument om waarde aan een ontwikkeling toe te voegen. En wanneer erfgoed niet meer geschikt is voor de huidige functie, kan herbestemming erfgoed behouden en benutten. Erfgoed heeft ook een belangrijke recreatieve en toeristische functie. Dat geldt niet alleen voor topmonumenten van nationaal en internationaal belang, maar juist ook voor objecten en structuren kenmerkend voor de regio, het landschap en het gebruik daarvan. In de komende jaren is het aan te bevelen om erfgoed breder onder de aandacht te brengen van zowel inwoners, bezoekers als ontwikkelaars van de stad.
35
https://www.gemeentelelystad.nl/Docs/Maatschappelijke%20Agenda%202023.pdf.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
33
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
Afbeelding 11 Fietsersbrug Galjoenbrug. Bron: Vestigia 24 april 2023.
Betrekken Om het Erfgoed te kunnen benutten/beleven, zal meer aandacht en bekendheid gegeven moeten worden aan het waardevolle erfgoed van en de verhalen áchter het erfgoed van Lelystad. Erfgoed kan ook als drager voor een gezamenlijke identiteit worden gebruikt (als verbinding). Erfgoed is hierbij een middel om samenhang te creëren, en behoud van erfgoed niet meer het doel. Voor de verhalen, de samenhang, de identiteit en vooral ook nog onbekend erfgoed is het betrekken van de inwoners van cruciaal belang. Erfgoed is tenslotte van ons allemaal. Momenteel geldt het verdrag van FARO als uitgangspunt voor het betrekken van de samenleving/ de inwoners bij erfgoed en erfgoedbeleid.36 Binnen Lelystad sluit dit verdrag aan bij strategie gedeeld eigenaarschap bij het verwezenlijken van de ambities(zie ook 3.4). Bij het implementeren van de FARO principes of speerpunten binnen de gemeentelijke organisatie staat verbinding met de samenleving centraal. De bewoner ook als expert benaderen is daarbij het uitgangspunt. Het is belangrijk dat de gemeente daarin een actieve rol speelt, het contact met de samenleving zoekt en vasthoudt. Op dit moment is er vraaggericht contact met bewoners, waarbij de vraag van de gemeente leidend is.
Voor het meer betrekken van de inwoners is de eerste stap is het opstellen van een plan om in contact te komen met alle bewoners, met als doel te achterhalen welke ideeën en ambities de samenleving heeft. Welke initiatieven bestaan al en hoe kunnen die met elkaar en met de gemeente verbonden worden? De focus ligt in eerste instantie bij de nog niet vertelde verhalen en de vergeten groepen. Deze groepen weten zelf vaak niet de weg naar de gemeente te vinden. Om deze groepen te bereiken zal de gemeente actief in gesprek moeten gaan. De wijk in, de straat of het plein op en deze mensen bezoeken om het eerste contact in gang te zetten.
36
https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/erfgoedparticipatie-faro/faro-in-nederland.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
34
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
4.6
Doelstelling
Cultureel erfgoed is integraal onderdeel van gemeentelijk beleid, waarmee het doel van het erfgoedbeleid als volgt kan worden geformuleerd:
Het realiseren van een cultureel voorzieningenniveau en activiteitenaanbod dat: • bewoners en bezoekers van Lelystad stimuleert om kennis te nemen van en deel te nemen aan een breed aanbod van culturele activiteiten; • bijdraagt aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat en de ontwikkeling van Lelystad tot een open, levendige en volwaardige stad ondersteunt. • erfgoedbeleid draagt bij aan de identiteit van een stad en tot een gedeeld en gedragen besef van de geschiedenis van de directe omgeving. Cultureel erfgoed is onderdeel van het culturele voorzieningenniveau, waardoor het doel van het erfgoedbeleid als volgt kan worden geformuleerd: Het erfgoedbeleid dient bij te dragen aan een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, waarbij groei wordt gerealiseerd met respect voor en inspiratie uit het verleden en het erfgoed dient voor alle inwoners en bezoekers bekend en toegankelijk te zijn.
4.7
Prioriteiten
In de Cultuurvisie is actualisatie van het erfgoedbeleid, met aandacht voor de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van een groeiende stad, als prioriteit opgenomen. Binnen het erfgoedbeleid wordt voorrang gegeven aan de ruimtelijke component van het beleid en het voldoen aan de wettelijke verplichtingen die volgen uit de Omgevingswet.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
35
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
Samenvattend geven de geadviseerde beleidskaders aan dat het erfgoedbeleid: -
-
belangrijk is voor de ruimtelijke kwaliteit en identiteit van een groeiende stad; verankerd moet worden in het Omgevingsplan om implementeerbaar te zijn binnen de nieuwe Omgevingswet (beargumenteerbaar en op kaart) een koppeling met de ruimtelijke opgave voor de fysieke leefomgeving als belangrijk speerpunt moet bevatten en een mogelijke koers is de voortgang van ‘Behoud door ontwikkeling’ en zoeken naar balans; de herkenbare geschiedenis en de bestaande stad op haar waarde worden geschat en worden ingezet om sociale samenhang en zelfbewustzijn bij en tussen de inwoners te creëren.
Het Uitvoeringsprogramma kan worden opgesteld aan de hand van de drie strategische thema’s, waarbinnen opties worden gegeven met welke beleidsmaatregelen invulling kan worden gegeven aan het gemeentelijk erfgoedbeleid. Het uitvoeringsprogramma kan op grond van de resultaten tussentijds worden bijgesteld zolang dit binnen het vastgestelde beleid past. Om te zien in welke mate deze beleidsinspanningen bijdragen aan de doelstellingen wordt geadviseerd om het beleid regelmatig bij te stellen (vijfjaarlijks). Ook de instrumenten dienen daarbij up-to-date te zijn (tweejaarlijks evaluatie). Essentieel voor de realisatie van de doelen van het erfgoedbeleid is het ambitieniveau. De kern van de ambitie van de gemeente Lelystad is volwaardig erfgoedbeleid met aandacht voor het behoud van waardevol erfgoed dat voldoet aan de eisen van de Omgevingswet. Deze ambitie van ‘volwaardigheid’ kan worden gesplitst in een randvoorwaardelijk deel (het voldoen aan de eisen van de Omgevingswet) en een wat meer subjectief inhoudelijk deel van het begrip ‘aandacht voor het behoud van waardevol erfgoed’.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
36
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
Behoud van waardevol erfgoed begint met weten wat je hebt. Het inventariseren, beschrijven en waarderen van zowel het bovengrondse en ondergrondse erfgoed vormt daarbij een essentiële eerste stap. De noodzakelijke volgende stap is om de geïnventariseerde objecten en locaties volgens vastgestelde en zo objectief mogelijke criteria te waarderen, en een begin te maken met het behoud en de bescherming daarvan. Zo’n overzicht van het eigen erfgoed is geen statisch geheel, maar dient regelmatig te worden herzien en heroverwogen. 5.1
Het doel
Lelystad heeft al veel (jong) erfgoed, maar slechts een zeer beperkt deel hiervan is op dit moment beschermd. Bij een relatief nieuwe stad is het besef dat erfgoed waarde kan bieden aan ruimtelijke kwaliteit en identiteit in vergelijking met veel oudere gemeenten nog niet sterk ontwikkeld. Wel is duidelijk dat het karakter en identiteit bestaat uit meer dan alleen gebouwen. In het kader van een brede erfgoeddefinitie zal onderzocht moeten worden of en hoe ook bijvoorbeeld het groen of de kunst in de openbare ruimte kan worden beschermd, of onderdelen van het buitengebied, of beschermde gezichten. De inzet van de gemeente om te groeien legt druk op het cultureel erfgoed, terwijl juist het besef in deze jonge gemeente is ontstaan dat er cultureel erfgoed aanwezig is. Als de focus wordt gelegd op een sterke groei, moet goed worden omgegaan met bijzondere parels uit het verleden. Dit is een verantwoordelijkheid die ook wordt gedragen voor de toekomstige inwoners van de stad. Dit geldt zowel voor het gebouwde als voor het minder zichtbare ondergrondse erfgoed. Nu uit het vooronderzoek is gebleken hoe rijk Lelystad is aan cultureel erfgoed dienen de markante bouwwerken, historische gezichten (ontwikkeling architectuur) en ijkpunten behouden te worden tezamen met het minder of onzichtbare erfgoed (ondergronds of immaterieel). Het erfgoed kent een belangrijke ruimtelijke component.
Deze component dient een praktische uitwerking te krijgen door middel van een beleidskaart die wordt opgenomen in het Omgevingsplan en regelgeving die wordt opgenomen in de Verordening Fysieke Leefomgeving.
Afbeelding 12 Uitzicht op Cellnex datacenter toren, Exposure en Houtribsluis vanaf de Oostvaardersdijk. Bron: Vestigia 23 april 2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
37
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
5.2
De route
Aansluiting landelijke trends – jong erfgoed In opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) zijn in de afgelopen jaren door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed meerdere verkennende onderzoeken uitgevoerd. Er is onderzoek geweest naar de jongste periode van het erfgoed, de periode na 1965 (Post 65). Het onderzoek was met name gericht op het vergroten van kennis over de architectuur, stadsvernieuwing, stedenbouw en omgevingskunst van die periode. Zeer recentelijk is het programma Post 65 afgesloten en is begonnen met een selectieprocedure tot aanwijzing van enkele Post 65 rijksmonumenten.37 Met betrekking tot het militair erfgoed is uit onderzoek gebleken dat de periode van de Koude Oorlog nog onderbelicht is in het bestand van rijks- en gemeentelijke monumenten.38 De verkenning naar herinneringserfgoed heeft naar boven gehaald dat het actief uitdragen van de verhalen die verbonden zijn aan een monument een bijdrage levert aan het draagvlak voor bescherming van het onroerend erfgoed.39 Daarnaast is er groeiende aandacht voor het interieur van monumentale gebouwen. In de Erfgoedwet is opgenomen dat een interieur in samenhang met een rijksmonument kan worden aangewezen als ensemble, wanneer de samenhang van bijzondere cultuurhistorische of wetenschappelijke betekenis is.
Tenslotte ligt de laatste jaren een focus op het herbestemmen van erfgoed, met name van het agrarisch erfgoed, religieus erfgoed (kerkenvisies) en militair erfgoed (ontwikkelvisies). Dynamische overzichtskaart cultureel erfgoed / erfgoedregister Een inventarisatie is altijd slechts een momentopname. Nieuwe onderzoeken leveren resultaten op die van invloed zijn op de kennis en daarmee ook op het erfgoedbeleid. Momenteel zijn nog niet alle contouren van openbare kunst vastgesteld. Ook is het gebouwde erfgoed van de zuidwestelijke wijken nog niet geïnventariseerd en wordt momenteel een Parkenplan opgesteld met de plannen voor het beheer van het groene erfgoed. Ook deze elementen dienen te landen in het erfgoedbeleid en het Omgevingsplan. Er wordt daarom geadviseerd om in te zetten op een dynamische overzichtskaart van het cultureel erfgoed voor opname in het Omgevingsplan. De voorlopige waarderingskaart kan hiervoor als uitgangspunt dienen (kaartbijlage 1). Verder is nog onvoldoende zicht op het immaterieel erfgoed binnen de gemeente. Het is daardoor nog te vroeg om in deze rapport beleidsadviezen op te nemen voor dit erfgoed. Geadviseerd wordt dat de gemeente zicht de komende jaren de gemeente inzet om een volledig beeld te krijgen van het immaterieel erfgoed dat van belang is voor de huidige en toekomstige inwoners van Lelystad.
De verhalen van Lelystad in het Flevolands Geheugen, de Nationale Old Timerdag en het festival Sunsation kunnen reeds opgenomen worden en verbonden worden aan een ruimtelijke contour. Eén thema dat zich bij uitstek leent om immaterieel erfgoed ook aan gebouwen en landschappen te koppelen, is het thema agrarisch erfgoed. Het in 2012 uitgebrachte Boerderijenboek vormt hiervoor reeds een uitgebreide basis.40 De komende jaren zullen mogelijk meer initiatieven of uitingen van immateriële cultuur aan het licht komen en moeten worden vastgesteld.
37
Tussen 2017 – 2021 is de Verkenning uitgevoerd (https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/post-65erfgoed/documenten/publicaties/2019/01/01/post-65-verkenningen). In 2023 is opdracht gegeven vanuit het ministerie om een aanwijzingsprogramma op te starten (https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/post-65-erfgoed). 38
https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/militair-erfgoed/erfgoed-koude-oorlog.
39
https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/monumenten-aanwijzen-en-afvoeren/verkennen-nieuwe-thema-s/verkenningherinneringserfgoed. 40
Nijhof 2012.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
38
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
Actualisering archeologisch beleid De huidige archeologisch beleidskaart41 van Lelystad is grotendeels gebaseerd op de landelijke Indicatieve Kaart Archeologische Waarde (IKAW), die onvoldoende recht doet aan de gelaagde ontwikkeling van het landschap in Flevoland en de rijke archeologische bodem van Lelystad. In 2019 is een onderzoek uitgevoerd om op basis van de gelaagde ondergrond van Lelystad tot een betere inschatting te komen van de archeologisch relevante lagen binnen de gemeente.42 Binnen deze studie is naar de diepteligging van de belangrijkste bewoningslagen uit de steentijden (Laat Paleolithicum – Mesolithicum en Neolithicum) gekeken en een aanzet gedaan om te komen tot een archeologische beleid op basis van diepte vrijstellingen tot deze bewoningslagen. Dit betrof een goede aanzet en vertrekpunt voor de nieuwe inventarisatie. Uit de nieuwe inventarisatie voorafgaand aan dit beleidsadviesrapport is nog een extra niveau naar voren gekomen met archeologische resten, namelijk het Hollandveen-pakket (Late IJzertijd – Vroege Middeleeuwen). Het onderzoek in het Kotterbos heeft aangetoond dat ook dit pakket plaatselijk bewoond en gebruikt kan zijn geweest vanaf de Romeinse periode.43 Scheepswrakken zijn een belangrijk onderdeel van het Lelystadse erfgoed.
Deze kunnen in het bovenste deel van de ondergrond over het gehele gemeentegebied worden aangetroffen, dus op het land en in het water. Het is niet op voorhand te voorspellen, waar meer kans is op het aantreffen van een scheepswrak en waar minder kans, althans in ieder geval niet op basis van de huidig beschikbare data. De verwachting op scheepswrakken geldt daarom voor het gehele gemeentegebied. De huidige beleidskaart biedt onvoldoende bescherming voor de archeologische waarden binnen Lelystad. De nieuwe inzichten zijn verwerkt in een nieuwe verwachtingskaart, waarbij extra aandacht uit gegaan is naar de aantoonbaarheid van de archeologische verwachting, zoals gevraagd in de Omgevingswet en het Bkl.44 Om hieraan te voldoen is bij het ontwikkelen van de nieuwe inventarisatieen verwachtingenkaart gebruik gemaakt van de methode zoals deze is omschreven in de Handleiding opstellen gemeentelijke archeologische inventarisatiekaarten, een normstellend kader. 45 Vanuit de archeologische verwachtingskaart kan beleid worden opgesteld om de vastgestelde waarden en verwachtingen binnen het gemeentelijk grondgebied te beschermen. Vestigia adviseert hierbij om nadrukkelijk te zoeken naar balans.
Hieronder wordt verstaan dat binnen de ruimtelijke ambitie is oog voor het belang van het archeologie en wordt gezocht naar een realistische balans tussen waar mogelijk behoud in situ kan worden gerealiseerd en anders door onderzoek behoud ex situ nodig is. De focus ligt hierbij op maatwerkoplossingen, waarbij archeologie en ontwikkelingen gelijkwaardig benaderd worden. Het leidt in voorkomende gevallen zowel tot zorg voor erfgoed op lange termijn via behoud in situ, als aansprekende onderzoeksresultaten. Deze kunnen gebruikt worden in de strategische thema’s benutten/beleven en betrekken door in te zetten op publieksbereik. Onderzoeken die uitgevoerd worden kunnen uitgelicht worden om het erfgoed van Lelystad te presenteren aan een groot publiek. Ook indien een behoud in situ gerealiseerd wordt door inpassing, kan ook dit uitgelicht en aangewend worden om het publiek bekend te maken met de rijke (pre)historie van Lelystad.
41
Hessing/ Alkemade 2007.
42
Pruiksma 2019.
43
Popta et al 2020, Heeringen et al 2014.
44
Beukelaar-Van Gulik / Hazelkamp et al (in publicatie)
45
Breimer (red.) 2020.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
39
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
De mogelijkheid om een gemeentelijk monument aan te wijzen kan ingezet worden als middel om belangwekkende archeologische vindplaatsen nadrukkelijker te beschermen. Hierbij wordt in eerste instantie gedacht aan locaties waar geen grote ontwikkelingen zijn gepland, zoals een aantal scheepswrakken in de waterbodem. Aangewezen monumenten op land zijn binnen de gemeente Lelystad een uitzondering, maar indien vindplaatsen kunnen worden ingepast in de geplande ontwikkeling (bijvoorbeeld een scheepswrak bewaard in een parkje) behoren deze ook tot de mogelijkheden. Van belang daarbij is dat de bekende en te verwachten vindplaatsen en archeologische verwachting aan de hand van oppervlakte en diepte criteria worden behouden, opgespoord en gewaardeerd door passende maatregelen: inpassing, vervolgonderzoek, of definitief onderzoek (opgraving / archeologische begeleiding). Geadviseerd wordt om de vrijstellingsgrenzen te bepalen aan de hand van de archeologische verwachting of bekende vindplaats en de mogelijkheid om regulier agrarisch gebruik en kleine ingrepen niet onevenredig te belasten met onderzoek. De kleine gebieden waar een hogere mate aan conservering aanwezig is en dus sprake is van een hoge archeologische verwachting zijn leidend voor grensoverschrijdende ingrepen.
Hierbij is het de aanbeveling om bij de dieptevrijstelling rekening te houden met de (mogelijke) archeologische potentieel van het Hollandveenniveau en ook dit niveau te borgen. Ook de inzet van archeologie vriendelijk bouwen kan op meerdere manieren plaatsvinden. Aanbevolen wordt om een heipalenplan te toetsen aan een archeologische verwachting, de afstand tussen de palen en de dekkingsgraad en vandaar uit mogelijkheden of beperkingen inzichtelijk te maken. Uitgangspunt zijn de richtlijnen van de RCE ten aanzien van archeologie vriendelijk bouwen, maar afwijkingen zijn mogelijk door het nemen van (extra) mitigerende maatregelen.46 Scheeps- en vliegtuigwrakken nemen hierin een bijzondere plaats in. Het is aantoonbaar dat dit archeologisch erfgoed binnen de gemeente aangetroffen kan worden. Er kan alleen niet op voorhand voorspeld worden waar dit kan. Wrakken gelden daarom beter niet als archeologische toevalsvondst binnen de gemeente.47 Beleidsmatige inzet is ook hier maatwerk, waarbij de mogelijke onderzoekstechnieken leidend kunnen zijn. Het opsporen van wrakresten dient wel steeds onderdeel te zijn van de onderzoeksvraag en ook in vrijgegeven gebieden blijft de verwachting op scheepswrakken gehandhaafd.
Geadviseerd wordt om binnen de gemeente voor werkzaamheden een werkprotocol op te stellen of gebruik te maken van een vooropgesteld programma van eisen indien bij werkzaamheden wrakresten worden aangetroffen.48 Een beleidsadvieskaart is opgenomen als kaartbijlage 2. Hierin is de omgang met land- en waterbodem meegenomen in een voorstel voor beleidsregels op basis van de archeologische beleidskaart. Op landbodem geldt de gebruikelijk AMZ-cyclus met verkennende, waarderende onderzoeken en bij behoudenswaardige vindplaatsen behoud in situ of opgraven. Op de waterbodem wordt ingezet op bodeminformatie en opsporing. Indien sprake van excessieve kosten voor behoud in of ex situ kan een compensatieregeling worden toegepast, waarin bijvoorbeeld aanwijzing van een vergelijkbaar gemeentelijk monument op land of onderzoek kan worden gefaciliteerd. De voorgestelde categorieën met voorbeeldregels betreffen een duidelijk zoeken naar balans met het oog op het behouden en benutten van de archeologische potentie van Lelystad.
46
RCE et al 2016
47
Een teovalsvondst betreft een vondst gedaan buiten archeologisch onderzoek of een vondst gedaan binnen een gebied dat door de gemeente is vrijgesteld van een archeologische onderzoeksplicht. Zie ook: https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/archeologische-vondsten-melden/toevalsvondsten. 48
In het geval van vliegtuigwrakken dient afstemming plaats te vinden met het Ministerie van Defensie.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2693, concept, versie 1.2, d.d. 17 juni 2025
40
In een traditie van vernieuwen! Aandacht voor erfgoed van een jongvolwassen Lelystad Beleidsadviesrapport ten behoeve van de Kadernota Erfgoedbeleid gemeente Lelystad 2025-2030
Waarderen van de groslijsten cultureel erfgoed Er is al een uitgebreide basisinventarisatie die slechts op een aantal aspecten uitbreiding behoeft: een beschrijving van de kernwaarde en een waardering. De gemeente beschikt reeds over een waarderingskader met selectiecriteria (bijlage 2), maar wij adviseren om binnen dit kader steviger in te zetten op het erfgoed dat past bij het DNA van Lelystad: het vroege verleden dat door land en water doorschemert, de grote werken om het gebied bewoonbaar te houden, het pionierserfgoed van de eerste bewoners in de polder en tenslotte de continue vernieuwingszin van de afgelopen decennia. Vanuit deze thema’s is er meer oog voor ensembles en structuren.49 Zoals al eerder gemeld is voor het borgen en het behouden van de fysieke waarde van het cultureel erfgoed maar één middel effectief: het aanwijzen tot gemeentelijk monument. Dit beleidsmiddel wordt meestal ingezet voor objecten, archeologische vindplaatsen en stads/dorpsgezichten en zijn minder gebruikelijk (maar niet onmogelijk) voor landschappelijke elementen of structuren.