CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 MER deel B

Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 16 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.289 Vaststelling bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad29.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In het geval dat er enkel sprake is van een wijziging van de infrastructuur, bij bijvoorbeeld een routeringsbesluit of (afwijking van) een bestemmingsplan/inpassingsplan met als doel de aanleg of wijziging van infrastructuur, zijn de Beleidsregels-EV van toepassing.

Handleiding Risicoanalyse Transport (HART)

De HART is een document dat de rekenmethoden en vuistregels voor het uitvoeren van een risicoberekening van vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water beschrijft.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

26

5.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

In overeenstemming met de hiervoor beschreven regelgeving is het planvoornemen beoordeeld op de criteria plaatsgebonden risico en groepsrisico.

5.3.1

Analysemethoden

De volgende analyses zijn toegepast: • Inventarisatie van de risicobronnen in (de omgeving van) het plangebied met een invloedsgebied over het plangebied aan de hand van de signaleringskaart. • Beoordeling relevante risicobronnen, risicobronnen waarbij een plaatsgebonden risicocontour PR10-6 te verwachten is en een verandering van het groepsrisico ten gevolge van het planvoornemen. Hierbij is onderscheid gemaakt in het type risicobronnen omdat deze in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico anders beoordeeld worden. • Veranderingen van de risico’s van de risicobronnen ten gevolge van het planvoornemen. • De beoordeling van de relevante risicobronnen is getoetst in dit MER. Invloedsgebied Het invloedsgebied is het gebied waarin personen worden meegeteld voor de berekening van het groepsrisico. Dit gebied is over het algemeen bepaald door voor het grootst mogelijke ongeval te berekenen op welke afstand nog 1% van de blootgestelde personen overlijdt (zogenaamde 1% letaliteitsgrens).

Als een invloedsgebied over het plangebied valt is de risicobron relevant. Deze relevante risicobronnen zijn vervolgens getoetst aan de risicomaten plaatsgebonden risico en groepsrisico. Waar nodig, is getoetst aan de hand van de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART). • Plaatsgebonden risico: De kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats verblijft buiten de inrichting, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval met een buisleiding, transportroute of binnen een inrichting, waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. • Groepsrisico: De kans per jaar dat een groep van ten minste tien personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een risicobron. Daarnaast zal er een korte beschouwing plaatsvinden van de onderstaande twee vrijwaringszones. Voor het aspect externe veiligheid is een vrijwaringszone geen beoordelingscriterium, daarom wordt hier alleen een beschouwing gegeven. In het kader van nautische veiligheid is de vrijwaringszone van een vaarweg wel een beoordelingscriterium. In het hoofdstuk nautische veiligheid wordt een effectbeoordeling gegeven van deze vrijwaringszone van de vaarweg.

• Vrijwaringszone vaarweg: Een vrijwaringszone van de vaarweg is een zone waarbinnen een afwegingsplicht geldt bij de besluitvorming voor het toelaten van nieuwe bebouwing in deze zone, waarbij er rekening wordt gehouden met de gevolgen van een plasbrand (Bevt artikel 10). De breedte van een vrijwaringszone is vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening. • Vrijwaringszone luchthaven: een vrijwaringszone van een luchthaven is een zone waarbinnen een afwegingsplicht geldt voor het toelaten van nieuwe bebouwing in deze zone boven een maximale bouwhoogte. Hierbij wordt er rekening gehouden met het vrijhouden van een noodgebied (outer horizontal surface) voor de bereikbaarheid van het vliegveld.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

27

Verantwoordingsplicht groepsrisico In de genoemde besluiten is ook vastgelegd dat het bevoegd gezag verplicht is het groepsrisico te verantwoorden. Hiervoor geldt per besluit een ander beoordelingsregime en geldt in sommige gevallen een beperkte verantwoording. In alle gevallen dient het bevoegd gezag de veiligheidsregio om advies te vragen in het kader van rampenbestrijding en zelfredzaamheid. In het geval van een volledige verantwoording dient het bevoegd gezag ook een afweging te maken in ruimtelijke maatregelen en/of te zoeken naar alternatieve locaties. Vooruitblik Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zal ook het externe-veiligheidsbeleid veranderen. De bestaande besluiten worden ondergebracht in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl), Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). De belangrijkste wijziging is dat het kwantitatieve groepsrisicobeleid komt te vervallen; het kwalitatieve groepsrisicobeleid en de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico blijven in gewijzigde vorm bestaan. De verantwoordingsplicht als zodanig komt te vervallen, maar het blijft verplicht om aandacht te besteden aan aspecten zoals zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid, risicocommunicatie en de afweging van risico’s voor groepen personen. Het groepsrisico mag overigens (in specifieke situaties) nog steeds berekend worden.

De verplichting hiertoe vervalt. Het plaatsgebonden risico blijft als norm wel gehandhaafd. In plaats van het groepsrisico en bijbehorende verantwoordingsplicht worden er aandachtsgebieden rond risicobronnen vastgesteld 9. Deze aandachtsgebieden kunnen een brandaandachtsgebied en/of een explosieaandachtsgebied en/of een gifwolkaandachtsgebied betreffen. Binnen deze aandachtsgebieden moet aandacht worden besteed aan de betreffende risico’s en bijbehorende effecten. Voor het brand- en explosieaandachtsgebied geldt dat het bevoegd gezag ruimtelijke ordening (=de gemeente) in beginsel zogenaamde voorschriftengebieden moet aanwijzen in het omgevingsplan. Hiervan kan gemotiveerd worden afgeweken voor kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen. Voor zeer kwetsbare gebouwen is de gemeente wettelijk verplicht om een voorschriftengebied aan te wijzen. Binnen een aangewezen voorschriftengebied geldt de verplichting om bouwkundige (of gelijkwaardige) maatregelen te treffen aan nieuwbouw. Deze verplichting geldt altijd, zowel voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen (zie bijlage VI, Bkl voor de definities). Een voorschriftengebied hoeft niet voor het gehele aandachtsgebied te gelden. Een gemeente kan er gemotiveerd voor kiezen om slechts een deel van een aandachtsgebied als voorschriftengebied aan te wijzen.

9

Afhankelijk van het type risicovolle milieubelastende activiteit gelden voor de aandachtsgebieden vaste afstanden of moeten deze worden berekend (zie Bijlage VII Bkl).

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

28

5.3.2

Overzicht risicobronnen

In de huidige situatie is volgens de Signaleringskaart een aantal risicobronnen aanwezig.

Figuur 5-1: Ligging risicobronnen ten opzichte van het plangebied aangegeven in rood (uitsnede Signaleringskaart-EV). Tabel 5-2: Overzicht risicobronnen in (de omgeving van) het plangebied. Nr op kaar

Omschrijving

Invloedsgebied [m]

Afstand tot plangebied [m]

Wetgeving

Relevant?

1

Vaarweg Amsterdam – Lemmer (Onderdeel van Corridor Amsterdam – Noord-Nederland)

1.070

80

Bevt

Ja

2

Spoorweg Weesp – Zwolle (Route 40)

4.000

2.200

Bevt

Ja

3

Markerwaarddijk en Houtribweg

>0*

0

Bevt

Ja

4

Routering gevaarlijke stoffen wijk Noordersluis

>0*

0

Bevt

Ja

5

Valspar B.V.

500

400

Bevi

Ja

6

Meester Vuurwerk

35

165

Vuurwerkbesluit

Nee

*Er zijn geen gegevens bekend over de hoeveelheid of classificatie van gevaarlijke stoffen die over de Markerwaarddijk, Houtribweg en door de wijk Noordersluis worden vervoerd. Het is aannemelijk dat het invloedsgebied van deze wegen niet op 0 meter ligt. Daarmee liggen deze invloedsgebieden over het plangebied en zijn deze lokale wegen relevant voor het deelonderzoek externe veiligheid.

Geconcludeerd wordt dat Meester Vuurwerk niet relevant is voor het deelonderzoek externe veiligheid, omdat het plangebied niet binnen het invloedsgebied van deze risicobron ligt. De andere vijf risicobronnen zijn meegenomen in deze beoordeling.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

29

5.4

Plaatsgebonden risico

5.4.1

Beoordelingsmethodiek

De effecten van het Waterfront Stedelijke Kust Lelystad zijn bepaald ten opzichte van de referentiesituatie als het Waterfront niet ontwikkeld wordt. In de tabel is aangegeven welke beoordeling een bepaald effect krijgt, uiteenlopend van positief tot negatief ten opzichte van de referentiesituatie. Het plaatsgebonden risico wordt beoordeeld op het aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour. Tabel 5-3: Maatlat voor de effectbeoordeling ‘plaatsgebonden risico’ Beoordeling ++

+

0 -

--

5.4.2

Oordeel t.o.v. de referentiesituatie

Toelichting

Sterk positief effect

Géén beperkt kwetsbare en/of kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour, er is voldaan aan de grens- en richtwaarden van het plaatsgebonden risico

Positief effect

Het aantal beperkt kwetsbare en/of kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour neemt af, er is voldaan aan de richtwaarden van het plaatsgebonden risico

Geen effect

Situatie blijft gelijk ten opzichte van de referentiesituatie

Negatief effect

Het aantal beperkt kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour neemt toe, er is voldaan aan de grenswaarden van het plaatsgebonden risico

Sterk negatief effect

Het aantal (beperkt) kwetsbare objecten binnen de PR 10-6 per jaar contour neemt toe, er is niet voldaan aan de grens- en richtwaarden van het plaatsgebonden risico

Referentiesituatie

Huidige situatie In deze paragraaf zijn de vijf relevante risicobronnen in (de omgeving van) het plangebied omschreven. Per risicobron wordt er aangegeven waar de PR10-6 per jaar contour van die risicobron ligt. 1. Vaarweg Amsterdam – Lemmer Ten westen van het plangebied bevindt zich de vaarweg Amsterdam – Lemmer waarover het vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het vervoer van gevaarlijke stoffen via het water valt onder het Bevt. Volgens de Regeling basisnet ligt de PR 10-6 per jaar contour van de vaarweg Amsterdam – Lemmer op 0 meter en daarmee op de begrenzingslijn van de vaarweg. Voor de meeste vaarwegen geldt dat deze op de oever ligt. Echter, de vaarweg Amsterdam – Lemmer is gesitueerd in breder water, waardoor de precieze locatie van de begrenzingslijn en daarmee de PR 10-6 per jaar contour is vastgelegd in de Legger Rijkswaterstaatwerken. 2. Spoorweg Weesp – Zwolle Op meer dan twee kilometer ten westen van het plangebied ligt de spoorlijn Weesp – Zwolle (Route 40). Op basis van de Regeling basisnet vindt over dit traject vervoer van gevaarlijke stoffen plaats. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor valt onder de werkingssfeer van het Bevt. Volgens de Regeling Basisnet ligt de PR 10-6 per jaar contour van de spoorlijn Weesp – Zwolle op 1 en op sommige delen van het traject op 6 meter.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

30

3. Markerwaarddijk en Houtribweg Aan de noordkant van het plangebied bevinden zich de Markerwaarddijk en de Houtribweg waarover vervoer van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg valt onder het Bevt. Volgens de HART heeft een lokale weg geen PR10-6 per jaar contour. 4. Routering gevaarlijke stoffen wijk Noordersluis Aan de zuidkant van het plangebied ligt de wijk Noordersluis. Door de ligging van een aantal bedrijven in deze wijk vindt er over een aantal wegen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats, zoals aangegeven in het Routeringsbesluit. Volgens de Hart heeft een lokale weg geen PR10-6 per jaar contour. 5. Valspar B.V. Ten zuidoosten van het plangebied ligt de Bevi-inrichting Valspar B.V. Hier vindt opslag van gevaarlijke stoffen plaats, waaronder ammoniak. Volgens de signaleringskaart ligt de PR 10-6 per jaar contour op de inrichtingsgrens. Autonome ontwikkeling Noordersluis Delen van bedrijventerrein Noordersluis die binnen het plangebied vallen zijn bestemd voor bedrijven tot en met milieucategorie 4.1. Bedrijven met deze milieucategorie kunnen mogelijk een risicobron zijn. Deze risicobronnen zouden een invloedsgebied kunnen hebben die over het plangebied ligt en een PR10-6 per jaar contour buiten de eigen inrichting.

Er zijn geen concrete initiatieven voor deze gronden, maar het is goed mogelijk dat die er in de toekomst wel zouden komen. Met de beoogde ontwikkeling in het Waterfront wordt de functiebestemming van een deel van deze braakliggende gronden gewijzigd. Daarom is in de uitgangspuntennotitie opgenomen dat het van belang is voor de referentiesituatie om het volledig benutten van de huidige (planologische) mogelijkheden als uitgangspunt te nemen. Hiermee wordt de grootst mogelijke verandering als gevolg van het voornemen in beeld gebracht. De bedrijven die door de autonome ontwikkeling van het plangebied toegevoegd worden, zijn ook te categoriseren als (beperkt) kwetsbare objecten. Door de autonome ontwikkeling van bedrijventerrein Noordersluis worden er daarmee (beperkt) kwetsbare objecten aan het plangebied toegevoegd. Overige deel plangebied In de andere locaties binnen het plangebied zijn er aantal onbenutte bestemmingsvlakken. Er zijn geen autonome ontwikkelingen bekend voor deze vlakken. Zonder het vaststellen van het bestemmingsplan Waterfront zou in de toekomst alsnog gebruik kunnen worden gemaakt van nog onbenutte ruimte voor nieuwe ontwikkelingen in dit gebied. De gewenste ontwikkelingen voor het Waterfront geven echter juist aanleiding om een nieuw bestemmingsplan op te stellen.

Daarom is in de uitgangspuntennotitie vastgesteld dat de onbenutte ruimte in het vigerende bestemmingsplan onvoldoende ruimte biedt aan en aansluit bij de gewenste ontwikkelingen en dat deze ruimte autonoom niet ingevuld zou worden als het bestemmingsplan Waterfront niet wordt vastgesteld. Het uitgangspunt voor de referentiesituatie is dus de feitelijke huidige situatie in dit deelgebied; het volledig benutten van (planologische) ruimte wordt niet als onderdeel van de referentiesituatie beschouwd. Hiermee wordt ook de worst case van planeffecten in beeld gebracht.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

31

Autonome ontwikkeling buiten het plangebied Rond de Bataviahaven liggen nog niet ontwikkelde kavels die grenzen aan het plangebied voor het Waterfront. Op grond van het vigerende bestemmingsplan mogen daar woningen gebouwd worden met in de plinten aan de haven ondersteunende voorzieningen zoals nautische dienstverlening en horeca. Voor de referentiesituatie wordt ervan uitgegaan dat deze kavels ontwikkeld worden met circa 600 woningen en 3.200 m2 bvo leisure/ voorzieningen. Geen van de PR 10-6 per jaar contouren van de eerder geïdentificeerde risicobronnen liggen over de autonome ontwikkeling heen.

5.4.3

Effectbeschrijving en effectbeoordeling

Effecten realisatie De realisatie is voor het aspect externe veiligheid niet relevant en is daarom niet beoordeeld. Effecten eindsituatie Voorlopig VKA 1. Vaarweg Amsterdam – Lemmer Volgens het Bevt ligt de PR 10-6 per jaar contour op de begrenzingslijn van de vaarweg Amsterdam – Lemmer. Zoals te zien in onderstaande figuur zal de nieuwe landsgrens door de landaanwinning aan het Bataviakwartier over de bestaande begrenzingslijn komen te liggen. Daarmee komt ook de PR 10-6 per jaar contour van de vaarweg over het plangebied te liggen over een oppervlakte van circa 890 m2. Het planvoornemen maakt op deze locatie een voetgangersgebied en een groene verblijfszone met gemengd programma (horeca, shoppen, attracties en entertainment) mogelijk. In een worst-case scenario zal de ontwikkeling van het planvoornemen daarmee kwetsbare objecten mogelijk maken binnen de PR 10-6 per jaar contour. Een verdere analyse van de effecten van externe veiligheid op het planvoornemen zal in het onderzoek externe veiligheid bij de bestemmingsplanprocedure worden uitgewerkt.

Figuur 5-2: Ligging van de begrenzingslijnen van de vaarweg (in rood) ten opzichte van de beoogde landaanwinning bij Bataviakwartier.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

32

2. Spoorweg Weesp – Zwolle De spoorweg heeft een PR10-6 per jaar contour van 1 meter en op sommige delen van het traject 6 meter. Daarmee ligt deze contour niet over het plangebied. 3. Markerwaarddijk en Houtribweg Volgens de HART heeft een lokale weg geen PR10-6 per jaar contour. Het plaatsgebonden risico ligt daarom niet over het plangebied. 4. Routering gevaarlijke stoffen wijk Noordersluis Volgens de HART heeft een lokale weg geen PR10-6 per jaar contour. Het plaatsgebonden risico ligt daarom niet over het plangebied. 5. Valspar B.V. Het invloedsgebied van Valspar B.V. ligt over een klein gedeelte van het plangebied. De locatie van deze overlap is bestemd voor parkeerplaatsen. Volgens het Bevi is een parkeerplaats niet aan te merken als een (beperkt) kwetsbaar object. Dit houdt in dat er geen populatie wordt toegevoegd binnen het invloedsgebied van deze risicobron. Toetsing aan het plaatsgebonden risico is daarmee niet noodzakelijk. Functiewijziging Noordersluis Door de functiewijziging van de braakliggende grond in de wijk Noordersluis van bedrijventerrein naar parkeerplaatsen, is de ontwikkeling van risicobronnen met een PR 10-6 per jaar contour op deze locatie niet meer mogelijk. Ook kunnen er volgens de Omgevingsvisie Lelystad in het overige deel van het bedrijventerrein Noordersluis geen bedrijven gevestigd worden met een PR10-6 over (kwetsbare) objecten.

Conclusie Voor de vaarweg Amsterdam-Lemmer ligt de PR 10-6 per jaar contour over een klein gedeelte het plangebied heen. Waar deze contour over het plangebied heen ligt, zullen er in een worst-case scenario kwetsbare objecten worden geplaatst. Dit is een sterk negatief effect (- -). Voor geen van de andere bestaande risicobronnen ligt de PR 10-6 per jaar contour over het plangebied heen. Alternatief zonder landaanwinning Voor het alternatief zonder landaanwinning zal er geen landaanwinning plaatsvinden bij Bataviakwartier. De ontwikkeling van het plangebied zal daarmee binnen de PR10-6 per jaar contour van de vaarweg Amsterdam-Lemmer geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk maken. Voor de andere bestaande risicobronnen is dit alternatief niet onderscheidend. Het effect van het alternatief zonder landwinning is neutraal (0). Varianten Niet onderscheidend, omdat de varianten geen invloed hebben op een PR10-6 per jaar contour. Effectbeoordeling eindsituatie De tabel geeft de samenvatting van de effectbeoordeling.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

33

Tabel 5-4: Beoordeling eindsituatie

Effectbeoordeling Criterium

Plaatsgebonden risico

Voorlopig VKA

Variant zonder strand Saerdam

Variant grondverbetering

Variant zand uit vaarweg

Variant zand van de markt

Alternatief zonder landaanwinning

--

--

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

Mitigerende en/of compenserende maatregelen eindsituatie Mitigerende maatregelen Bebouwing uitsluiten binnen de begrenzingslijn en daarmee binnen de PR10-6 per jaar contour van de vaarweg Amsterdam-Lemmer. Tabel 5-5: Beoordeling met mitigerende en/of compenserende maatregelen

Effectbeoordeling Criterium

Plaatsgebonden risico

22 november 2023

Voorlopig VKA

Variant zonder strand Saerdam

Variant grondverbetering

Variant zand uit vaarweg

Variant zand van de markt

Alternatief zonder landaanwinning

0

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

BJ1923-MI-RP-231027-0840

34

5.5

Groepsrisico

5.5.1

Beoordelingsmethodiek

Het groepsrisico is beoordeeld op basis van een kwalitatieve beschouwing van de hoogte van het groepsrisico ten opzichte van de oriëntatiewaarde aan de hand van de vuistregels uit de HART. Tabel 5-6: Maatlat voor de effectbeoordeling ‘groepsrisico’ Beoordeling

Oordeel t.o.v. de referentiesituatie

Toelichting

++

Sterk positief effect

Afname van het GR en de hoogte van het GR is lager dan 0,1 * oriëntatiewaarde

+

Positief effect

Afname van het GR en de hoogte van het GR ligt tussen 0,1 en 1 * oriëntatiewaarde

0 Geen effect

--

5.5.2

1) 2) 3) 4)

Hoogte van het GR is gelijk aan de referentiesituatie/ Afname van het GR en de hoogte van het GR > 1* oriëntatiewaarde/ Toename van het GR en de hoogte van het GR < 0,1 * oriëntatiewaarde/ Toename van het GR en de hoogte van het GR ligt tussen > 0,1 en 1 * oriëntatiewaarde en de toename is minder dan 10%

Negatief effect

Toename van het GR en de hoogte van het GR ligt tussen 0,1 en 1 * oriëntatiewaarde en een toename van het GR is meer dan 10%

Sterk negatief effect

Toename van het GR en de hoogte van het GR ligt boven de oriëntatiewaarde

Referentiesituatie

Huidige situatie Zoals beschreven in paragraaf 6.3.2 ligt er in (de omgeving van) het plangebied een aantal risicobronnen. Hiervan zijn de volgende risicobronnen relevant: 1. Vaarweg Amsterdam – Lemmer (Onderdeel van de Corridor Amsterdam – Noord-Nederland) 2. Spoorweg Weesp – Zwolle, 3. Markerwaarddijk en Houtribweg (routering gevaarlijke stoffen) 4. Routering gevaarlijke stoffen Noordersluis wijk ten behoeve van lokale bedrijven 1. Vaarweg Amsterdam – Lemmer De vaarweg Amsterdam – Lemmer heeft een bevaarbaarheidsklasse Vb. Voor het bepalen van het groepsrisico wordt uitgegaan van de vuistregels zoals vastgelegd in de bijlage van de HART: “Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 wordt de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden”. In de huidige situatie ligt het groepsrisico ten gevolge van de vaarweg Amsterdam – Lemmer daarmee onder de oriëntatiewaarde. Ook wordt volgens de vuistregels van de HART de 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden: Langs een vaarweg bevaarbaarheidsklasse 5 wordt 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Een verdere analyse van de effecten van externe veiligheid op het planvoornemen zal in het onderzoek externe veiligheid bij de bestemmingsplanprocedure worden uitgewerkt. 2.

Spoorweg Weesp – Zwolle Het invloedsgebied van deze spoorlijn is gebaseerd op het vervoer van toxische vloeistoffen (D4) en bedraagt volgens de HART meer dan 4.000 meter.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

35

3. Markerwaarddijk en Houtribweg De routering van gevaarlijke stoffen over de Markerwaarddijk en de Houtribweg heeft met name te maken met de aanvoer van LPG naar de tankstations ten noorden en ten zuiden van de Markerwaarddijk. Bebouwing langs beide zijden van de weg ligt op 160 meter afstand. De hoeveelheid gevaarlijke stoffen dat vervoerd wordt in combinatie met de afstand tot de bebouwing houdt in dat het groepsrisico voor deze wegen laag is. 4. Routering gevaarlijke stoffen Noordersluis De routering van gevaarlijke stoffen door de wijk Noordersluis heeft alleen te maken met lokaal transport. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is daarmee zeer beperkt. Daarmee is het groepsrisico ten gevolge van dit transport beperkt. 5. Valspar B.V. Het invloedsgebied van Valspar B.V. is volgens de signaleringskaart ca 500 meter. De hoogte van het groepsrisico is niet openbaar bekend. Autonome ontwikkeling Zoals beschreven in de paragraaf over de beoordeling van het plaatsgebonden risico, zullen er in een worst-case scenario risicovolle bedrijven worden gerealiseerd op het bedrijventerrein Noordersluis. Deze bedrijven zijn ook (beperkt) kwetsbare objecten en voegen daarmee bevolking toe aan het plangebied. De autonome ontwikkeling van de omgeving rond de Bataviahaven buiten het plangebied zal eveneens (beperkt) kwetsbare objecten toevoegen aan de omgeving van het plangebied.

Dit houdt in dat er door autonome ontwikkeling van het plangebied een (lichte) toename mogelijk is van het groepsrisico ten gevolge van de toevoeging van extra bevolking en de nieuwe risicobronnen.

5.5.3

Effectbeschrijving en effectbeoordeling

Effecten realisatie De realisatie is voor het aspect externe veiligheid niet relevant en is daarom niet beoordeeld. Effecten eindsituatie Voorlopig VKA 1. Vaarweg Amsterdam – Lemmer De vaarweg Amsterdam – Lemmer heeft een bevaarbaarheidsklasse Vb. Bij de realisatie van het planvoornemen wordt voor de beoordeling van het groepsrisico uitgegaan van de vuistregels zoals vastgelegd in de bijlage van de HART. Hieruit blijkt dat ook in de plansituatie de (10% van de) oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden. Wel geldt de verantwoordingsplicht voor de vaarweg omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van de vaarweg ligt. In verband met de bestemmingsplanprocedure dient het bevoegd gezag in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico advies te vragen aan de veiligheidsregio voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. 2. Spoorweg Weesp – Zwolle Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de spoorweg. Gezien de ligging van de spoorweg ten opzichte van het plangebied zijn er geen veranderingen van het groepsrisico te verwachten ten opzichte van de referentiesituatie. Wel geldt de verantwoordingsplicht voor de spoorweg omdat het plangebied binnen het invloedsgebied van de spoorweg ligt.

In verband met de bestemmingsplanprocedure dient het bevoegd gezag in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico advies te vragen aan de veiligheidsregio voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. 22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

36

3. Markerwaarddijk en Houtribweg Voor het beschouwen van het groepsrisico is er gebruik gemaakt van de vuistregels uit de HART: Wanneer het vervoer van brandbare gassen (GF3) minder is dan de drempelwaarde wordt 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden. Het plangebied voorziet in de aanleg van locaties van verschillende typen gebruiksfuncties. Ten zuiden van de weg komen het attractiepark rondom de Cellnextoren, een recreatiegebied met mogelijkheden voor horeca en shoppen, en ook een evenementenlocatie voor theater. Aan de noordkant van de weg ligt een rustige woonwijk op 160 meter afstand. Tabel 5-7: Kentallen gebieden rondom de Markerwaarddijk en Houtribweg. Type locatie

Locatie ten opzichte van Markerwaarddijk en Houtribweg

Kental (volgens Handleiding Populatieservice 2.0 of de HART)

Attractiepark

60 meter ten zuiden

150 personen/hectare

Recreatiegebied / horeca / shoppen

60 meter ten zuiden

150 personen/hectare

Binnenshuis evenementen/theater (bijeenkomstfunctie groot)

160 meter ten zuiden

Woonwijk

160 meter ten noorden

5 m2 b.v.o. per persoon Omgerekend: 20 personen/hectare 25 personen/hectare

In een worst-case scenario is de personendichtheid langs de weg 150 personen per hectare op een afstand van 60 meter met tweezijdige bebouwing. Volgens de HART houdt dit in dat bij een maximum van 700 transporten van GF3 per jaar de 10% van de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet overschrijdt. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen is bepaald dat er zoveel mogelijk gebruik gemaakt dient te worden van het Basisnet. Voor lokaal vervoer van gevaarlijke stoffen dient de aangegeven routering en daarna de kortst mogelijke route gevolgd te worden. Voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Markerwaarddijk en de Houtribweg geldt daarmee dat deze gevaarlijke stoffen met name bestemd zijn voor de LPG-tankstations in Lelystad en Enkhuizen. Andere LPG-tankstations ten noorden van de Markerwaarddijk worden aangevoerd vanaf de A7. Ook in Lelystad zelf is er maar een beperkt aantal LPG-tankstations aanwezig. Het is daarom aannemelijk dat het maximum van 700 transporten GF3 niet overschreden zal worden. Volgens de HART zal 10% van de oriëntatiewaarde niet overschreden worden en kan het groepsrisico voor deze risicobron als neutraal worden beoordeeld. Omdat het invloedsgebied van 355 meter over het plangebied ligt, geldt er wel een verantwoordingsplicht.

In verband met de bestemmingsplanprocedure dient het bevoegd gezag in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico advies te vragen aan de veiligheidsregio voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. 4. Routering gevaarlijke stoffen wijk Noordersluis De routering van gevaarlijke stoffen door de wijk Noordersluis heeft alleen te maken met lokaal transport. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is daarmee zeer beperkt. Het groepsrisico is hiermee zeer beperkt en een toename door de ontwikkeling van het plangebied zal niet boven 10% van de oriëntatiewaarde uitkomen.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

37

Omdat het invloedsgebied van 355 meter over het plangebied ligt, geldt er wel een verantwoordingsplicht. In verband met de bestemmingsplanprocedure dient het bevoegd gezag in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico advies te vragen aan de veiligheidsregio voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Functiewijziging Noordersluis Door de functiewijziging van de braakliggende grond in de wijk Noordersluis, is de ontwikkeling van risicobronnen met een invloedsgebied op deze locatie niet meer mogelijk. Dit houdt in dat de mogelijkheid voor de toekomstige vestiging van risicobronnen verdwijnt. En omdat er parkeerplaatsen worden gerealiseerd in dit deel van het plangebied ontstaat er meer afstand tussen (mogelijk nog te realiseren) risicobronnen en (beperkt) kwetsbare objecten. Dit verkleint het groepsrisico. Het groepsrisico is echter niet bekend, omdat er nog geen risicobronnen binnen Noordersluis gerealiseerd zijn. Conclusie Voor geen van de bestaande risicobronnen zal het groepsrisico met meer dan 10% toenemen en/of boven 1 maal de oriëntatiewaarde komen te liggen. Het planvoornemen heeft daarom geen effect op het groepsrisico. Het ‘verdwijnen’ van de risicobronnen in de wijk Noordersluis zorgt voor meer afstand tussen (mogelijk te realiseren) risicobronnen en (beperkt) kwetsbare objecten. Het effect van het voorlopig VKA is neutraal (0) beoordeeld.

Alternatief zonder landaanwinning In vergelijking met het voorlopig VKA worden minder (beperkt) kwetsbare objecten toegevoegd aan het plangebied, met name in Meerdijkhaven, wat tegen wijk Noordersluis aan ligt. Dit heeft een positiever effect ten opzichte van het voorlopig VKA. Ten opzichte van de huidige situatie en autonome ontwikkeling wordt dit alternatief als neutraal beoordeeld. Varianten De varianten zijn niet onderscheidend voor dit aspect omdat er geen (beperkt) kwetsbare objecten in dit deel van het plangebied gerealiseerd worden. Effectbeoordeling eindsituatie De tabel geeft de samenvatting van de effectbeoordeling. Tabel 5-8: Beoordeling eindsituatie

Effectbeoordeling Criterium

Groepsrisico (GR)

Voorlopig VKA

Variant zonder strand Saerdam

Variant grondverbetering

Variant zand uit vaarweg

Variant zand van de markt

Alternatief zonder landaanwinning

0

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

Mitigerende en/of compenserende maatregelen eindsituatie Mitigerende en compenserende maatregelen zijn niet van toepassing.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

38

5.6

Beschouwing vrijwaringszones

5.6.1

Vrijwaringszone vaarweg Amsterdam – Lemmer

Volgens het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geldt voor de vaarweg Amsterdam Lemmer ter hoogte van het plangebied een vrijwaringszone van 25 tot 50 meter, gemeten vanaf de begrenzingslijn van de vaarweg (zie Figuur 5-3). In deze vrijwaringszone is in principe geen nieuwe bebouwing toegestaan welke belemmeringen vormt voor de veiligheid van de scheepvaart; afstemming hierover dient plaats te vinden met Rijkswaterstaat en het bevoegd gezag. In het kader van externe veiligheid moeten binnen deze zone maatregelen ter bescherming tegen plasbrand afgewogen worden. De vrijwaringszone wordt hieronder in het kader van externe veiligheid beschouwd. In het hoofdstuk nautische veiligheid (hoofdstuk 12) wordt de vrijwaringszone van de vaarweg beoordeeld.

Figuur 5-3: Ligging van de vaarweg Amsterdam Lemmer (blauw) en de bijbehorende vrijwaringszone (rood gearceerd). Uitsnede Signaleringkaart-EV.

Voor het voorlopig VKA zal de vrijwaringszone alleen ter hoogte van Bataviakwartier op het aangewonnen land liggen. In de plannen van het voorlopig VKA is aangegeven dat er op het buitentalud horeca en een hotel gebouwd zullen worden, zoals te zien in onderstaande figuur.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

39

Figuur 5-4: Profiel bebouwing Bataviakwartier.

Afstanden tot de oeverlijn zijn niet gegeven, waardoor niet te bepalen is of deze bebouwing in de vrijwaringszone gepland is. In een worst-case scenario zal er direct tegen de oeverlijn aan gebouwd worden. Dit houdt in dat er bebouwing in de vrijwaringszone geplaatst zal worden. Het gevolg hiervan is dat de gemeente Lelystad in overleg met Rijkswaterstaat een afweging zal moeten maken of deze bebouwing hier inderdaad mag komen. In hoofdstuk 12 is dit aspect beoordeeld.

5.6.2

Vrijwaringszone luchtvaart Lelystad Airport

Het volledige plangebied is in bestemmingsplan Lelystad – Luchthavencontouren aangemerkt als ‘vrijwaringszone – luchtvaart 3’. De ligging van deze vrijwaringszone is weergegeven in onderstaande figuur. In het bestemmingsplan is deze vrijwaringszone beschreven als mede bestemd voor het vrijhouden van een noodgebied (outer horizontal surface) voor de bereikbaarheid van het vliegveld. Volgens het bestemmingsplan geldt hier een maximale bouwhoogte van NAP + 146,3 m danwel de bestaande bouwof tiphoogte. Het college van burgemeester en wethouders mag van deze bouwregels afwijken, mits de minister vooraf een verklaring van geen bezwaar heeft afgegeven. Zowel het voorlopig VKA als het alternatief zonder landaanwinning en de varianten zullen geen bebouwing boven deze bouwhoogte mogelijk maken.

Figuur 5-5 Ligging van de vrijwaringszone luchtvaart 3 (licht gekleurde vlak) ten opzichte van het plangebied (rood gearceerd) (uitsnede ruimtelijkeplannen.nl) 22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

40

5.7

Vooruitblik Omgevingswet

De relevante risicobronnen zullen onder de Omgevingswet de volgende aandachtsgebieden krijgen: • De vaarweg Amsterdam – Lemmer zal een Bag van 30 meter krijgen en een Eag van 200 meter. Deze beide aandachtsgebieden liggen ter hoogte van Bataviakwartier over het plangebied. Het Eag zal eveneens gedeeltelijk over het aan te winnen strand bij Saerdam plangebied heen komen te liggen, waar ook een woonwijk gerealiseerd zal worden. Op de locaties waar het Bag en Eag over de geplande nieuwbouw komen te liggen, zal de gemeente Lelystad een afweging moeten maken voor het al dan niet aanwijzen van voorschriftengebieden. Binnen een aangewezen voorschriftengebied geldt de verplichting om bouwkundige (of gelijkwaardige) maatregelen te treffen aan alle nieuwbouw. • De Spoorlijn Weesp – Zwolle zal een Bag van 30 meter en een Eag van 200 meter krijgen. Deze liggen niet over het plangebied heen. • De lokale wegen Markerwaarddijk en Houtribweg en de wegen in Noordersluis waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt, zullen geen aandachtsgebieden krijgen, omdat deze niet onder het Basisnet vallen. • De inrichting Valspar B.V. zal onder de Omgevingswet waarschijnlijk een gifwolkaandachtsgebied krijgen in verband met de opslag van ammoniak op deze locatie. Het is echter nog onbekend hoe groot dit aandachtsgebied zal zijn. Mogelijk komt deze (gedeeltelijk) over het plangebied te liggen.

Voor een gifwolkaandachtsgebied kan er geen voorschriftengebied worden aangewezen. Bescherming tegen een gifwolk wordt uitgevoerd door de algemene bouwkundige maatregel van afsluitbare mechanische ventilatie die voor alle nieuwbouw geldt. Daarnaast zal er in het omgevingsplan rekening moeten worden gehouden met de kans op overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit.

5.8

Conclusie externe veiligheid

In het deelonderzoek externe veiligheid is onderzocht wat het effect is van het voorlopig VKA, het alternatief zonder zandaanwinning en de verschillende varianten. Plaatsgebonden risico Voorlopig VKA Voor de vaarweg Amsterdam-Lemmer ligt de PR10-6 per jaar contour over een klein deel van het plangebied heen. Waar deze contour over het plangebied heen ligt, zullen er in een worst-case scenario kwetsbare objecten worden geplaatst. Dit is een sterk negatief effect (- -). Voor geen van de andere bestaande risicobronnen ligt de PR10-6 per jaar contour over het plangebied heen. De varianten zijn voor dit aspect niet onderscheidend. Alternatief zonder landaanwinning Voor het alternatief zonder landaanwinning zal er geen landaanwinning plaatsvinden bij Bataviakwartier. De ontwikkeling van het plangebied zal daarmee binnen de PR10-6 per jaar contour van de vaarweg Amsterdam-Lemmer geen (beperkt) kwetsbare objecten mogelijk maken. Voor de andere bestaande risicobronnen is dit alternatief niet onderscheidend. Het effect van het alternatief zonder landwinning is neutraal (0). Mitigerende maatregelen Om de sterk negatieve beoordeling van het voorlopig VKA en de varianten te vermijden, kan ervoor gekozen worden om als mitigerende maatregel geen bebouwing toe te voegen binnen de begrenzingslijn en daarmee binnen de PR10-6 per jaar contour van de vaarweg Amsterdam-Lemmer.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

41

Groepsrisico Voor geen van de bestaande risicobronnen zal het groepsrisico met meer dan 10% toenemen en/of boven 1 maal de oriëntatiewaarde komen te liggen. Het planvoornemen heeft daarom geen effect op het groepsrisico. Het ‘verdwijnen’ van de risicobronnen in de wijk Noordersluis zorgt voor meer afstand tussen (mogelijk te realiseren) risicobronnen en (beperkt) kwetsbare objecten. Het effect van het planvoornemen wordt hiermee als neutraal (0) beoordeeld. Alternatieven en varianten zijn niet onderscheidend voor de beoordeling van het groepsrisico. Wel geldt de verantwoordingsplicht voor de vaarweg, spoorweg en de lokale wegen met een invloedsgebied tot over het plangebied. In verband met de bestemmingsplanprocedure dient het bevoegd gezag in het kader van de verantwoordingsplicht groepsrisico advies te vragen aan de veiligheidsregio voor bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Tabel 5-9: Samenvatting effectbeoordeling eindsituatie

Variant zonder strand Saerdam

Variant grondverbetering

Variant zand uit vaarweg

Variant zand van de markt

Alternatief zonder landaanwinning

Voorlopig VKA

Variant zonder strand Saerdam

Variant grondverbetering

Variant zand uit vaarweg

Variant zand van de markt

Alternatief zonder landaanwinning

Met mitigerende/compenserende maatregelen

Voorlopig VKA

Beoordeling

Plaatsgebonden risico (PR)

--

--

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

0

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

Groepsrisico (GR)

0

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

0

0

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

0

Criterium

Vrijwaringszones Door ontwikkeling van Waterfront zal er ter hoogte van Bataviakwartier gebouwd worden binnen de vrijwaringszone van de vaarweg Amsterdam – Lemmer. De gemeente Lelystad dient in overleg met Rijkswaterstaat een afweging te maken of deze bebouwing hier inderdaad mag komen. In het hoofdstuk nautische veiligheid wordt de vrijwaringszone van deze vaarweg beoordeeld. De hoogtebeperkingen die binnen de vrijwaringszone luchtvaart gelden ten behoeve van het vrijhouden van een noodgebied (outer horizontal surface) voor de bereikbaarheid van het vliegveld zullen door de ontwikkeling van Waterfront niet overschreden worden. Omgevingswet De beoordeling van het plaatsgebonden risico onder de Omgevingswet komt overeen met de beoordeling onder de huidige wetgeving. Op de locaties waar het brandaandachtsgebied of explosieaandachtsgebied van de vaarweg Amsterdam – Lemmer over de geplande nieuwbouw komen te liggen, zal de gemeente Lelystad een afweging moeten maken voor het al dan niet aanwijzen van voorschriftengebieden. Het gifwolkaandachtsgebied van Valspar B.V. zal waarschijnlijk over het planvoornemen komen te liggen. Hiervoor geldt dat de gemeente geen afweging hoeft te maken, maar wel dat er aan de bouwkundige maatregelen zoals mechanische ventilatie voldaan moet worden.

De andere risicobronnen in (de omgeving van) het plangebied hebben geen aandachtsgebieden die over het plangebied liggen of hebben helemaal geen aandachtsgebied.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

42

5.9

Leemten in kennis en/of informatie

Voor het aspect externe veiligheid is er voor de beoordeling van het plaatsgebonden risico en de beschouwing van de vrijwaringszone van de vaarweg een aanname gedaan dat de bebouwing bij Bataviakwartier over de begrenzingslijn heen zal komen te liggen als worst-case scenario. Hiermee komt de bebouwing binnen de PR10-6 per jaar contour en de vrijwaringszone te liggen. Voor de vrijwaringzone heeft de gemeente Lelystad de verplichting om een afweging te maken en mogelijke maatregelen te treffen ten gevolge van een plasbrand. Voor de beoordeling van het plaatsgebonden risico is er eveneens aangenomen dat de bebouwing bij Bataviakwartier binnen de PR10-6 per jaar contour als kwetsbare objecten te beschouwen zijn. Mogelijkerwijs zijn deze gebouwen slechts beperkt kwetsbare objecten. Dit zou inhouden dat het effect als negatief (-) in plaats van sterk negatief (- -) beoordeeld kan worden. In beide gevallen geldt echter nog steeds dat het negatieve effect gemitigeerd kan worden door geen bebouwing toe te voegen binnen deze PR10-6 per jaar contour. Voor de beoordeling van het groepsrisico zijn er aannames gedaan over de hoeveelheid gevaarlijke stoffen die door de wijk Noordersluis en over de Markerwaarddijk en Houtribweg vervoerd worden.

Voor een beter inzicht in de gevolgen voor het groepsrisico en eventuele berekeningen kunnen tellingen uitgevoerd worden door de verantwoordelijke instanties. Van Valspar B.V. is niet openbaar bekend wat de precieze invloedsgebieden zijn. In deze beoordeling is uitgegaan van wat op de signaleringskaart aangegeven is. Deze gegevens kunnen afwijken van de werkelijkheid.

5.10

Aanzet voor monitoring

Voor de effecten van de ontwikkeling van het plangebied voor externe veiligheid is met name het vervoer van gevaarlijke stoffen van belang. De monitoring hiervan ligt bij Rijkswaterstaat. Rijkswaterstaat monitort het vervoer van gevaarlijke stoffen over het basisnet. In het geval van het plangebied gaat het hier om het vervoer van gevaarlijke stoffen over de vaarweg Amsterdam – Lemmer. Daarnaast kunnen ook de vervoersaantallen over Markerwaarddijk en Houtribweg gemonitord worden.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

43

6

Bedrijven- en milieuzonering

6.1

Inleiding

Milieubelastende activiteiten binnen inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer in de directe omgeving van woningen kunnen hinder veroorzaken door geluid, geur, stof en gevaar. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening moet bij het mogelijk maken van nieuwe woningen, zoals in het plan Waterfront, aangetoond worden dat er bij de woningen geen hinder optreedt door nabijgelegen inrichtingen en sprake is van een ‘goed woon- en leefklimaat’. Andersom moet ook worden getoetst of de nieuwe woningen de gebruiks- en uitbreidingsmogelijkheden van de bestaande inrichtingen niet inperken. Om deze toets uit te voeren passen we de systematiek van bedrijven en milieuzonering toe. In deze systematiek wordt ruimtelijk, op basis van hinder-richtafstanden voor verschillende bedrijfstypen en milieuaspecten (geluid, geur, stof en gevaar), getoetst of er knelpunten kunnen ontstaan. Daarbij wordt gekeken naar de huidig gevestigde bedrijven in de omgeving, maar ook naar mogelijke toekomstige bedrijven uitgaande van de maximale planologische mogelijkheden van omliggende bedrijventerreinen en andere locaties waar inrichtingen zijn toegelaten. Het is daarmee een overkoepelende juridischplanologische aanvulling op de monodisciplinaire milieutechnische toetsen in de andere hoofdstukken in dit MER, zoals voor industrielawaai dat in hoofdstuk 3 is uitgewerkt.

In paragraaf 6.3 is toegelicht dat de aspecten gevaar en stof geen relevante hinderaspecten zijn voor het Waterfront. Geurhinder echter wel en dit wordt niet elders in het MER afzonderlijk behandeld zoals industrielawaai. Daarom gaat dit hoofdstuk hierop dieper in. Inhoudelijk komen zo de volgende onderwerpen in dit hoofdstuk aan bod: • De mogelijk hinder bij woningen van bestaande bedrijven en beperkingen voor bestaande bedrijven door: o Geur; o Lawaai van bedrijven, waarbij grotendeels verwezen wordt naar hoofdstuk 3. • De mogelijke knelpunten uitgaande van de maximale planologische mogelijkheden van omliggende bedrijventerreinen en maximale benutting van de geluidsruimte van bedrijventerrein Noordersluis.

6.2

Beleid, wet- en regelgeving

In de tabel staan de kaders vanuit relevante wet- en regelgeving die van belang zijn voor de effectbeschrijving en -beoordeling van het thema bedrijven en milieuzonering. Wet- en regelgeving voor industrielawaai staat beschreven in het hoofdstuk 3.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

44

Tabel 6-1: Wetgeving, beleid en richtlijnen

Wetgeving, beleid, richtlijn

Toelichting

VNG handreiking Bedrijven en milieuzonering

In de VNG-handreiking “Bedrijven en milieuzonering” (2009) zijn richtafstanden voor verschillende bedrijfstypen opgenomen. Buiten deze afstanden is onaanvaardbare milieuhinder voor milieugevoelige bestemmingen (zoals woningen) als gevolg van nieuwe (bedrijfs)activiteiten onwaarschijnlijk. De richtafstanden betreffen milieuhinder door geluid, geur, stof en gevaar.

Beleidsbrief 1995 ministerie van VROM

De brief van 1995 geldt nog steeds als de basis voor het geurbeleid voor industrie en bedrijven (met uitzondering van stallen). De norm is dat geurhinder moet worden voorkomen, of als dat niet mogelijk is, tot een aanvaardbaar niveau moet worden beperkt. Het bevoegd gezag bepaalt zelf welke mate van geurhinder aanvaardbaar is, waarbij wel instructieregels in de algemene regels zijn opgenomen voor het bevoegd gezag (Artikel 2.7a Activiteitenbesluit). Zo moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met de (on)aangenaamheid van een geur. Voor enkele industriële activiteiten staat in de algemene regels (Activiteitenbesluit) een getalsmatige norm, zoals voor waterzuiveringen.

Beleidsregel voor de beoordeling van geurhinder Flevoland van juni 2008

Deze beleidsregel geldt voor de vergunningverlening Wet milieubeheer voor inrichtingen waarvoor gedeputeerde Staten bevoegd gezag zijn.

6.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

Afbakening relevante hinderaspecten Ten zuidoosten van het plangebied Waterfront ligt bedrijventerrein Noordersluis. Dit is geluidgezoneerd terrein waarop in de noordwesthoek een afvalwaterzuiveringsinstallatie (AWZI) ligt. Daarmee zijn lawaai van bedrijven en geur sowieso relevante hinderaspecten om te beschouwen. Voor de gevaaraspecten is het aspect externe veiligheid maatgevend. Dit is een apart onderdeel van dit MER. Het aspect stofhinder is qua afstand tussen bron en ontvanger ondergeschikt aan geluid en geur. Mede ook omdat stofverspreiding al bij de bron moet worden voorkomen. Aanpak lawaai van bedrijven en geur De onderzoeksaanpak en uitgangspunten voor industrielawaai zijn beschreven in hoofdstuk 3. Voor geur is verkend welke geurrelevante bedrijven in de omgeving aanwezig zijn. Van de aanwezige afvalwaterzuiveringsinstallatie op Noordersluis is vervolgens het geuronderzoek geraadpleegd dat is uitgevoerd voor de vergunningverlening. Dit is gebruikt om in te schatten wat de te verwachten geurhinder ter plaatse van de toekomstige nieuwbouw is. Toepassing systematiek Bedrijven en milieuzonering De VNG maakt in de handreiking Bedrijven en milieuzonering onderscheid naar verschillende typen omgevingen. Voor een gemengd gebied wordt een hoger hinderniveau (en dus kortere richtafstanden) aanvaardbaar geacht dan voor een rustige woonwijk.

De omgeving van het Waterfront valt te typeren als een gemengd gebied omdat het direct langs de drukke Houtribweg ligt waarvan het verkeerslawaai het geluid van bedrijven maskeert, en er nabij de nieuw te realiseren woningen ook andere functies aanwezig zijn, zoals het Werkeiland en havenactiviteiten.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

45

Voor de analyse voor het Waterfront is beschouwd: 1. Of de in de omgeving aanwezige en toegestane bedrijvigheid tot knelpunten kan leiden in het woon- en leefklimaat voor de nieuwe woningbouw; 2. Of de nieuwe woningbouw kan leiden tot een belemmering voor de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden voor omliggende bedrijven. Daarbij beschouwen we de omgeving als gemengd gebied in de zin van de VNG-uitgave en nemen we de maximale milieucategorieën voor bedrijvigheid in de omgeving als uitgangspunt. Deze zijn opgenomen in het vigerende bestemmingsplan Noordersluis (vastgesteld 13 maart 2013) en bestemmingsplan Lelystad Haven (vastgesteld 23 april 2013). Getoetst is of de van deze bedrijvigheid te verwachten hinder (op basis van de richtafstanden) overlapt met de nieuw te realiseren woningen. In onderstaande tabel zijn voor de in de omgeving toegelaten milieucategorieën, de maatgevende richtafstanden opgenomen. Tabel 6-2: Richtafstanden voor omgevingstype rustig woongebied

Milieucategorie

Richtafstand tot omgevingstype gemengd gebied

1

0m

2

10 m

3.1

30 m

3.2

50 m

4.1

100 m

4.2

200 m

Voor het in kaart brengen van de mogelijke hinder van bedrijven in relatie tot de nieuwe woningen van Waterfront is alleen de eindsituatie van het Waterfront relevant.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

46

6.4

Hinder van en beperkingen voor bestaande bedrijvigheid

6.4.1

Beoordelingsmethodiek

De effecten van het Waterfront Stedelijke Kust Lelystad zijn bepaald ten opzichte van de referentiesituatie als het Waterfront niet ontwikkeld wordt. In de tabel is aangegeven welke beoordeling een bepaalde situatie krijgt, uiteenlopend van positief tot negatief ten opzichte van de referentiesituatie. De scores zijn gebaseerd op de mate waarin een goed woon- en leefklimaat mogelijk is en bedrijfsactiviteiten mogelijk blijven. Tabel 6-3: Maatlat voor de effectbeoordeling ‘hinder van en beperkingen voor bestaande bedrijvigheid’

Effectscore

Beoordeling

Toelichting

++

Sterk positief effect

Niet van toepassing

+

Positief effect

Niet van toepassing

Geen/ neutraal effect

Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat bij de nieuwe woningen vanuit het perspectief van hinder van gevestigde bedrijven. Gevestigde bedrijven worden niet in hun huidige bedrijfsactiviteiten en toekomstplannen beperkt.

Negatief effect

Er is sprake van enige hinder van gevestigde bedrijven bij de nieuwe woningen; maatregelen om een goed woon- en leefklimaat te realiseren zijn mogelijk of de hinder kan aanvaardbaar worden geacht na het afwegen van maatregelen. Gevestigde bedrijven worden niet in hun huidige bedrijfsactiviteiten beperkt; voor toekomstige uitbreidingen zijn maatregelen nodig en mogelijk.

Sterk negatief effect

Er is sprake van hinder van gevestigde bedrijven bij de nieuwe woningen; maatregelen om een goed woon- en leefklimaat te realiseren zijn niet realistisch en de hinder kan niet aanvaardbaar worden geacht na het afwegen van maatregelen. De nieuwbouw is onverenigbaar met de huidige bedrijfsactiviteiten en toekomstplannen van gevestigde bedrijven.

0

-

--

6.4.2

Referentiesituatie

Planologische situatie Ten zuidoosten van het plangebied ligt bedrijventerrein Noordersluis waar op grond van het bestemmingsplan bedrijven toegestaan zijn tot en met milieucategorie 3.2 aan de rand en 4.1 en 4.2 daarachter. Voor dit bedrijventerrein is een geluidzone vastgesteld waarbuiten de gecumuleerde geluidbelasting van de aanwezige bedrijven op het terrein niet meer dan 50 dB(A) mag bedragen. Ten zuiden van het plangebied ligt bovendien een klein bestemmingsvlak bedrijventerrein in het bestemmingsplan Lelystad Haven, ook wel het ‘werkeiland’ genoemd. Hier zijn bedrijven toegestaan tot en met milieucategorie 2. Naast deze bestemming, op de kade, ligt ook een perceel met de functieaanduiding ‘opslag’. Figuur 6-1 geeft de contour aan van de maatgevende richtafstand weer, gemeten van de bestemmingsgrenzen in de richting van het plangebied Waterfront. Figuur 6-2 geeft de ligging van geluidcontour weer.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

47

Figuur 6-1: Maatgevende contour voor bedrijven en milieuzonering

Figuur 6-2: Ligging geluidzone rond bedrijventerrein Noordersluis

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

48

Feitelijke bedrijvigheid De ruimte aan de westkant op het bedrijventerrein Noordersluis wordt slechts gedeeltelijk benut. Aan de noordwestrand van het terrein liggen een bandenhandel, een staalconstructiebedrijf en een afvalwaterzuiveringsinstallatie. Aan de zuidwestrand ligt het hoofdkantoor en een productielocatie van Heembeton, een bedrijf dat prefabbetonelementen voor de bouw maakt. In Lelystad Haven liggen een kantoor- en opslaglocatie van Rijkswaterstaat, een kantoor van de politie, en een laad- en loskade waar kade-activiteiten plaatsvinden. Lawaai van bedrijven De geluidzone van bedrijventerrein Noordersluis begrenst de geluiduitstraling van de daar gevestigde bedrijven. Omdat grote percelen aan de westkant van het terrein niet worden benut, maar wel meetellen in de vastgelegde zone, is het waarschijnlijk dat de feitelijke geluidbelasting van het bedrijventerrein minder is dan op grond van de geluidzone is toegestaan. Het bedrijventerrein binnen het plan Lelystad Haven, binnen het ‘werkeiland’, laat activiteiten toe tot milieucategorie 2 in de zin van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, met een richtafstand tot woonbebouwing in gemengd gebied van 10 meter. Hier zijn een kantoor en opslag van Rijkswaterstaat gevestigd. De voorgenomen woningbouw in het plan ligt op ruime afstand van dit bedrijventerrein (ruim meer dan 100 m).

Bovendien ligt er al bestaande woningbouw op kortere afstand van het bedrijventerrein waardoor de geluiduitstraling al op die afstand moet voldoen. Op grond hiervan concluderen we dat geluid door de activiteiten binnen bedrijventerrein Lelystad Haven niet relevant is voor het planvoornemen. Buiten de bestemmingsvlakken bedrijventerrein is er een laad- en loskade die in het bestemmingsplan gedeeltelijk de functieaanduiding opslag heeft, ten dienste van de aangrenzende bestemming bedrijventerrein. Deze opslagvoorziening ligt eveneens op meer dan 100 meter van de voorgenomen woningbouw in het plan. Uit de luchtfoto blijkt echter dat de kade voor een veel groter deel in gebruik is voor laden en lossen en kade-activiteiten, dan alleen ter plaatse van de aanduiding opslag. Aan de noordoostzijde (onderdeel van het planvoornemen) is een kraan te zien, zie ook de foto naast de luchtfoto. Wat hiervan de hinder is richting bestaande en toekomstige woningen, is onbekend.

Figuur 6-3: Luchtfoto laad- en loskade

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

49

Geur De afvalwaterzuiveringsinstallatie van Zuiderzeeland is voor zover bekend het enige geurrelevante bedrijf in de directe omgeving van het plangebied. Voor waterzuiveringsinstallaties geldt op grond van het Activiteitenbesluit dat de geurbelasting ter plaatse van geurgevoelige objecten maximaal 0,5 ouE/m3 als 98percentiel mag zijn. In 2008 heeft adviesbureau Witteveen + Bos voor de vergunningverlening van de waterzuiveringsinstallatie op Noordersluis een geuronderzoek uitgevoerd in opdracht van waterschap Zuiderzeeland. Hierin zijn de 1 en 1,5 ge/m3 als 98percentiel contouren berekend. Zie de figuur hiernaast.

Figuur 6-4: Geurcontouren 1 en 1,5 ge/m3 als 98-percentiel van de afvalwaterzuiveringsinstallatie Lelystad

Uit de contouren valt af te leiden dat de op grond van de vergunning toegestane geurhinder bij nabijgelegen woningen niet gehaald wordt. De relevante hindercontouren bevinden zich binnen of op de terreingrenzen. Autonome ontwikkeling Als gevolg van de groei van het aantal huishoudens in Lelystad ligt het voor de hand dat de afvalwaterzuiveringsinstallatie van Zuiderzeeland in de toekomst meer afvalwater te verwerken krijgt en dat de geurbelasting naar de omgeving daardoor wat toeneemt. Gezien de nabijheid van huidige woningen ten noorden van de Visarenddreef mag aangenomen worden dat deze toename, eventueel met toepassing van mitigerende maatregelen, zeer beperkt is. Er zijn vooralsnog geen overige plannen of ontwikkelingen bekend waardoor de hinder van de gevestigde bedrijven zou kunnen wijzigen. De nog niet benutte ruimte op Noordersluis kan in theorie worden ingevuld, maar daarvoor zijn geen concrete plannen.

6.4.3

Effectbeschrijving en effectbeoordeling

Effecten eindsituatie Voorlopig VKA Als onderdeel van het plan Waterfront worden in Meerdijkhaven nieuwe woningen gebouwd. Ook worden enkele nu onbenutte bedrijfspercelen van Noordersluis bij het plangebied van Waterfront getrokken om daar parkeerplaatsen voor bezoekers van Waterfront te realiseren. Tot slot wordt de noordelijke helft van de laad- en loskade van Lelystad Haven verwijderd om plaats te maken voor nieuwbouw. Figuur 6-5 laat de nieuwe woonbestemmingen zien ten opzichte van de aangepaste bedrijfspercelen van Noordersluis en van Lelystad Haven. 22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

50

Figuur 6-5: Contour van maatgevende richtafstand bedrijven en milieuzonering en nieuwe woonbebouwing

Lawaai van bedrijven Uit hoofdstuk 3 komt naar voren dat van de op Noordersluis aanwezige bedrijven individueel geen onaanvaardbare geluidhinder hoeft te worden verwacht ter plaatse van de nieuwbouw van het plan Waterfront. In paragraaf 6.4.2 is betoogd dat hetzelfde geldt voor de kantoor en opslaglocatie van Rijkswaterstaat en de politie binnen de bestemmingsvlakken van Lelystad Haven (binnen het ‘werkeiland’). Voor het laden en lossen en de opslag aan de kade geldt dat als de activiteiten beperkt blijven tot de gronden met de functieaanduiding opslag er geen negatieve geluideffecten te verwachten zijn op de voorgenomen woningbouw. De geluidbelasting zal door de afstand van meer dan 100 meter in voldoende mate afnemen. Als het resterende deel van de kade in gebruik blijft zoals weergegeven op de foto’s dan zijn negatieve geluideffecten door het gebruik van de kade niet uit te sluiten. Hierover is geen informatie beschikbaar. Uitgaande van de planologisch toegestane situatie ter plaatse van de kade hoeft van de individuele bedrijven op Noordersluis en in Lelystad Haven geen geluidhinder verwacht te worden bij de nieuwe woningen. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Andersom vormen de nieuwe woningen geen belemmering voor de aanwezige (legale) individuele bedrijven vanuit geluid beschouwd.

Uitgaande van de feitelijke activiteiten ter plaatse van de kade kan deze conclusie nog niet worden getrokken. Geur Figuur 6-5 laat zien dat de contouren van de richtafstanden niet overlappen met de nieuwe woningen. Ook de geurcontour van de afvalwaterzuiveringsinstallatie overlapt niet met de nieuwe woongebieden. Er hoeft van de bedrijven op Noordersluis en in Haven Lelystad geen geurhinder verwacht te worden bij de nieuwe woningen. Er is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Andersom vormen de nieuwe woningen geen belemmering voor de aanwezige bedrijven vanuit geurhinder beschouwd. 22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

51

Door de nu onbekende hinder van de los-, laad- en overige activiteiten aan de kade van het werkeiland buiten de daarvoor aangewezen gronden, kan een goed woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwbouw nog niet worden vastgesteld. Op basis van een worst case benadering is de beoordeling licht negatief (-). Alternatief zonder landaanwinning en varianten In het alternatief zonder landaanwinning ontbreken enkele (delen van de) nieuwe woonbuurten. Dit betreft echter niet de maatgevende woningen die het dichts bij Lelystad Haven en Noordersluis liggen. De analyse en effectbeoordeling zijn daarom voor dit alternatief gelijk aan het voorlopig VKA. Ook de varianten zijn niet onderscheidend voor de hinder van en beperkingen voor bedrijven. Effectbeoordeling eindsituatie De tabel geeft de samenvatting van de effectbeoordeling. Tabel 6-4: Beoordeling eindsituatie

Effectbeoordeling Criterium

Voorlopig VKA

Variant zonder strand Saerdam

Variant grondverbetering

Variant zand uit vaarweg

Variant zand van de markt

Alternatief zonder landaanwinning

-

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

-

Hinder van en beperkingen voor bestaande bedrijven.

Mitigerende en/of compenserende maatregelen eindsituatie De geluidbelasting van de laad-, los- en overige kade-activiteiten buiten de daarvoor planologisch aangewezen gronden leidt mogelijk tot hinder ter plaatse van de nieuwbouw. Door het beperken van het gebruik van de kade van het werkterrein Lelystad Haven tot de gronden met de bestemming ‘opslag’ ten dienste van de aangrenzende bestemming bedrijventerrein, kan en wil de gemeente voorkomen dat er hinder ontstaat ter plaatse van de nieuwbouw. Dit betekent een beperking van de bedrijfsactiviteiten ter plaatse tot aan wat planologisch is toegelaten. Met deze maatregelen kan in voldoende mate een goed woon- en leefklimaat gerealiseerd worden. Na het treffen van deze maatregel scoort het plan neutraal (0). Tabel 6-5: Beoordeling eindsituatie met mitigerende en/of compenserende maatregelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=525b224a-296e-40d3-aa13-b54bad9c59f3