Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 MER deel B
Tekst van het document
Figuur 3-4: Maximale bouwhoogten.
Afschermende voorzieningen In dit onderzoek is in eerste instantie alleen rekening gehouden met eventuele al bestaande afscherming langs de wegen. Bij het onderzoek naar de juridisch maakbaarheid wordt de noodzaak en effectiviteit van maatregelen globaal besproken (zie paragraaf 3.4). Hoogteverschillen In het geluidmodel is rekening gehouden met de maaiveldhoogten uit het AHN (Actueel Hoogtebestand Nederland). Voor het voorlopig VKA is het deel waar sprake is van landaanwinning aangepast. Gebruikte rekenmethode De berekeningen ten gevolge van het wegverkeerslawaai zijn uitgevoerd overeenkomstig art. 3.2 van het reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (Rmg2012). Hierin is voorgeschreven dat met alle factoren die van belang zijn rekening gehouden wordt, zoals de samenstelling van het verkeer, afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, hoogteligging. Er is gebruik gemaakt van het geluidprogramma Geomilieu versie 2023.12. Dit rekenprogramma voldoet aan Standaard Rekenmethode 2 (SRM2) van het Rmg2012.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
xlii
3.3.2
Industrielawaai
Kwalitatief onderzoek op nieuwe geluidgevoelige bestemmingen Alleen in het zuidelijk deel van het plangebied, Meerdijkhaven, worden nieuwe geluidgevoelige functies voorzien (NB: de woningen met horeca in de plint rondom Bataviahaven zijn al in 2016 bestemd en deels al gerealiseerd.) De planontwikkeling zelf veroorzaakt geen relevant industrielawaai op bestaande woningen, vandaar dat voor het onderdeel industrielawaai alleen naar de effecten op de nieuwbouw wordt gekeken. De volgende bestaande bedrijventerreinen en (bedrijfs)activiteiten liggen nabij het plandeel Meerdijkhaven en kunnen mogelijk industrielawaai veroorzaken op nieuwe geluidgevoelige functies binnen dat plandeel: • Bedrijventerrein Werkeiland Lelystad Haven; • De laad- en loskade bij bedrijventerrein Lelystad Haven; • Bedrijventerrein Noordersluis (industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder). Kwalitatief wordt gekeken welke effecten bovenstaande bedrijventerreinen en (bedrijfs)activiteiten kunnen hebben op de geluidgevoelige bebouwing in de alternatieven. Wettelijk kader Wet geluidhinder De Wet geluidhinder (Wgh) biedt het wettelijk kader voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe geluidgevoelige bestemmingen binnen de geluidzone van een bestaand industrieterrein.
In artikel 59 Wgh is opgenomen: Met betrekking tot de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting van de gevel zijn de artikelen 44, 45 en 47 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor woningen de vast te stellen waarde 55 dB(A) niet te boven mag gaan. • Op grond van artikel 44 Wgh geldt een ten hoogste toelaatbare waarde voor de geluidbelasting van 50 dB(A). • Op grond van artikel 45 Wgh kan, gelet op artikel 59 Wgh, voor nieuwe woningen een hogere waarde voor de geluidbelasting worden vastgesteld van ten hoogste 55 dB(A). • Op grond van artikel 47 Wgh kan, gelet op artikel 2.2 van het Besluit geluidhinder, voor andere geluidgevoelige bestemmingen dan woningen een hogere waarde voor de geluidbelasting worden vastgesteld van ten hoogste: a. 60 dB(A) voor onderwijsgebouwen, ziekenhuizen of verpleeghuizen; b. 55 dB(A) voor verzorgingshuizen, psychiatrische inrichtingen en kinderdagverblijven; c. 55 dB(A) voor geluidgevoelige terreinen. NB: als het bestemmingsplan geen andere geluidgevoelige bestemmingen dan woningen toelaat, is artikel 47 Wgh niet van toepassing. Activiteitenbesluit/ Wet ruimtelijke ordening Voor inrichtingen geldt het Activiteitenbesluit, waarin een normwaarde voor de geluidbelasting op gevels van woningen is opgenomen van 50 dB(A), waaraan het bedrijf moet voldoen.
Ook gelden er voor de maximale geluidniveaus (LAMax), dat zijn piekgeluiden, samengevat normwaarden van 70 dB(A) overdag (met uitzondering voor het laden en lossen), 65 dB(A) in de avond en 60 dB(A) in de nacht. Voor bedrijven op het industrieterrein geldt aanvullend een normwaarde voor de geluidbelasting van 50 dB(A) op 50 meter van de terreingrens. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bij het projecteren van woningen nabij deze bedrijven rekening gehouden worden met bovengenoemde waarden, zowel in de huidige bedrijfssituatie als na het realiseren van concrete toekomstplannen van het bedrijf. Tenslotte moet rekening gehouden met het geluid bij een representatieve invulling van de maximale planologische mogelijkheden.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
1
3.4
Wegverkeerslawaai
3.4.1
Beoordelingsmethodiek
De beoordeling van het onderdeel wegverkeerslawaai is onderverdeeld in effecten op de bestaande bebouwing en op de nieuwbouw. Onderzoek op bestaande geluidgevoelige bestemmingen Op basis van de gecumuleerde geluidbelasting Lden voor wegverkeer is voor de bestaande woningen de hoge mate van hinder bepaald binnen een bepaald blootstellingsbereik. Daarvoor zijn er geluidcontouren berekend op 5 meter hoogte en is het aantal woningen geteld binnen deze contouren op basis van Adrescoördinaten Nederland (ACN). Voor het bepalen van de hoge mate van hinder is uitgegaan van 2,12 bewoners per huishouden volgens de gegevens van Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) d.d. augustus 2023. Het aantal mensen met een hoge mate van hinder is afhankelijk van de hoogte van de geluidbelasting over de etmaalperiode Lden. In de Regeling geluid milieubeheer is in bijlage 2 behorende bij art. 9, de dosis-effectrelatie voor wegverkeerslawaai opgenomen. In onderstaande tabel zijn de percentages opgenomen. Tabel 3-3: Dosis-effectrelaties Hoge mate van hinder – wegverkeerslawaai.
Blootstellingsbereik Lden
Hoge mate van hinder [%]
50-54 dB
10
55-59 dB
13
60-64 dB
18
65-69 dB
24
70-74 dB
33
≥ 75 dB
43
Maatlat effectbeoordeling bestaande woningen De alternatieven zijn beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie (autonome situatie). In de onderstaande tabel is het beoordelingskader voor de geluidseffecten op woningen opgenomen, omgerekend naar de hoge mate waarin gehinderden toe- of afnemen. Ter indicatie is ook de huidige situatie in beeld gebracht. Deze situatie wordt bij de beoordeling buiten beschouwing gelaten. Tabel 3-4: Effectscores voor het criterium aantal mensen met hoge mate van hinder.
Beoordeling
Omschrijving
Verschil hoge mate van hinder t.o.v. referentiesituatie
++
Sterk positief effect
Afname meer dan 20%
+
Positief effect
Afname tussen 5% en 20%
0
Geen effect/ neutraal
Verschil minder dan ± 5%
-
Negatief effect
Toename tussen 5% en 20%
--
Sterk negatief effect
Toename meer dan 20%
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
2
Onderzoek op nieuwe geluidgevoelige bestemmingen Voor het onderzoek naar de geluidseffecten op de nieuwbouw zijn alle wegen betrokken waarbij het nieuwbouwplan binnen de geluidszone van deze wegen (volgens art. 74 Wet geluidhinder (Wgh) is gelegen. Het gaat daarbij om de Houtribweg en de Visarenddreef. Voor de nieuwbouw is gekeken of het plan juridisch maakbaar is. Daarbij is indicatief getoetst of de geluidbelasting van individuele wegen op de gevels van de nieuwbouw wordt voldaan aan de grenswaarden in de Wet geluidhinder voor wegverkeerslawaai. Bij nieuwbouw is het wegverkeerslawaai getoetst aan de voorkeurswaarde van 48 dB en de maximale ontheffingswaarde van 63 in stedelijk gebied (art. 82, 83 Wet geluidhinder). Bij overschrijding van de voorkeurswaarde dient een onderzoek naar geluidmaatregelen plaats te vinden. Als geluidmaatregelen (bron- en overdrachtsmaatregelen) niet (financieel) doelmatig zijn of bijvoorbeeld vanuit landschappelijk of stedenbouwkundig oogpunt niet gewenst zijn, kunnen hogere waarden worden vastgesteld. Maatlat effectbeoordeling nieuwbouw Voor de vertaling van de geluidbelasting op de gevel van de nieuwbouw is voor de nieuwbouw de volgende schaal gehanteerd: Tabel 3-5: Effectscores voor het criterium wegverkeerslawaai op nieuwbouw.
Beoordeling
Omschrijving
Geluidbelasting nieuwbouw
++
Sterk positief effect
Niet van toepassing
+
Positief effect
Niet van toepassing
0
Geen effect/ neutraal
De geluidbelasting voldoet aan de voorkeurswaarde. Het plan is juridisch maakbaar.
-
Negatief effect
De geluidbelasting overschrijdt de voorkeurswaarde (op een deel van het plan), maar voldoet de geluidbelasting aan de maximale ontheffingswaarde. Het plan is onder voorwaarden juridisch maakbaar.
--
Sterk negatief effect
De geluidbelasting overschrijdt de maximale ontheffingswaarde (op een deel van het plan). Het plan is niet zondermeer juridisch maakbaar.
3.4.2
Referentiesituatie
Geluidseffecten op bestaande woningen Bijlage 3.2 bevat de geluidcontouren ten gevolge van het wegverkeer voor de huidige en autonome situatie. In de onderstaande tabel is het aantal bewoners binnen het studiegebied met een hoge mate van hinder samengevat voor de huidige situatie en de autonome situatie. De getallen zijn gebaseerd op de dosiseffectrelaties.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
3
Tabel 3-6: Aantal bewoners met hoge mate van hinder vanaf 50 dB – huidige situatie & autonome ontwikkeling.
Blootstellingsbereik [Lnight]
Aantal bewoners met hoge mate van hinder Huidig
Autonoom
50-54 dB
131
163
55-59 dB
51
69
60-64 dB
12
32
65-69 dB
0
0
70-74 dB
0
0
≥ 75 dB
0
0
Totaal aantal
195
264
Geluidseffecten op nieuwbouw Voor de nieuwbouw kan logischerwijs geen huidige situatie of referentiesituatie beschreven worden.
3.4.3
Effectbeschrijving en effectbeoordeling
Effecten realisatie In de realisatie kan door de bouwwerkzaamheden er meer vrachtverkeer van en naar het plan rijden. Dit aspect is verder besproken in paragraaf 3.6. Effecten eindsituatie Geluidseffecten op bestaande geluidgevoelige objecten Bijlage 3.2 bevat de geluidcontouren ten gevolge van het wegverkeer voor de toekomstige situatie inclusief alle autonome ontwikkelingen en het plan Waterfront. In de onderstaande tabel en in bijlage 3.3 is het aantal bewoners binnen het studiegebied met een hoge mate van hinder samengevat voor de alternatieven. De getallen zijn gebaseerd op de dosiseffectrelaties. Tabel 3-7: Aantal bewoners met hoge mate van hinder vanaf 50 dB – alternatieven.
Blootstellingsbereik (Lden)
Aantal bewoners met hoge mate van hinder Voorlopig VKA Alternatief zonder landaanwinning
50-54 dB
189
166
55-59 dB
88
75
60-64 dB
39
32
65-69 dB
1
0
70-74 dB
0
0
≥ 75 dB
0
0
317 (20%)
273 (3%)
Totaal aantal (> 50 dB) (..%) = toename t.o.v. autonoom
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
4
De toename van het aantal bewoners met een hoge mate van hinder ten opzichte van de referentiesituatie bedraagt circa 20% bij het voorlopig VKA. Dit is het gevolg van de toename van het verkeer door de verkeersgeneratie door het plan. Volgens Tabel 3-7 wordt deze toename beoordeeld als licht negatief (-). Voor het alternatief zonder landaanwinning is de toename circa 3%. Bij een kleiner plan is de verkeersgeneratie ook minder groot. Dit wordt beoordeeld als neutraal effect (0). De varianten zijn niet onderscheidend voor dit aspect. Geluid op nieuwbouw In bijlage 3.4 zijn de rekenresultaten opgenomen van de alternatieven waarbij de geluidbelasting op de grenzen van de bouwvlakken van de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen is weergegeven per bron en cumulatief voor wegverkeer. In onderstaande tabellen zijn de toetswaarden en de berekende maximale waarden per weg samengevat voor beide alternatieven. Tabel 3-8: Maximale geluidbelasting voorlopig VKA.
Bron
Voorkeurswaarde Lden incl. art. 110g Wgh
Maximale ontheffingswaarde Lden incl. art. 110g Wgh
Maximale geluidbelasting Lden incl. art. 110g Wgh Bouwvlak 1: 55 dB
Houtribweg
48 dB
Bouwvlak 2: 56 dB
63 dB
Bouwvlak 3: 56 dB Bouwvlak 4: ≤ 48 dB
Tabel 3-9: Maximale geluidbelasting alternatief zonder landaanwinning.
Bron
Voorkeurswaarde Lden incl. art. 110g Wgh
Maximale ontheffingswaarde Lden incl. art. 110g Wgh
Maximale geluidbelasting Lden incl. art. 110g Wgh Bouwvlak 1: 54 dB
Houtribweg
48 dB
63 dB
Bouwvlak 2: 55 dB Bouwvlak 3: 55 dB
Uit de resultaten volgt dat ten gevolge van de Houtribweg de voorkeurswaarde wordt overschreden op de bouwvlakken 1, 2 en 3 bij het voorlopig VKA en het alternatief zonder landaanwinning. De maximale ontheffingswaarde wordt niet overschreden in beide alternatieven. Ten gevolge van de Visarenddreef wordt de voorkeurswaarde niet overschreden op de nieuwbouw. Gezien de overschrijding van de voorkeurswaarde op een deel van de nieuwe geluidgevoelige bouwvlakken wordt dit gezien als licht negatief effect (-). Dit geldt voor beide alternatieven. Beschouwing maatregelen Omdat met het voorlopig VKA en het alternatief zonder landaanwinning sprake is van een overschrijding van de voorkeurswaarde ten gevolge van de Houtribweg dienen bij de uitwerking van het plan maatregelen te worden onderzocht. De volgorde die in het nemen van maatregelen wordt aangehouden is: 1) (Stedenbouwkundige) ontwerp oplossingen; 2) Maatregelen aan de bron; 3) Afscherming van de bron; 4) Maatregelen aan de nieuwbouw.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
5
Ad 1. Stedenbouwkundige ontwerpoplossingen Bij ontwerpoplossingen kan gedacht worden aan een andere vorm bebouwing, locatie, indeling en oriëntatie van de woningen: • Niet-geluidgevoelige bestemmingen aan geluidbelaste kant situeren (afscherming voor geluidgevoelige bestemmingen); • Bebouwing meer naar achter (van de weg af) plaatsen; • Geluidgevoelige bestemmingen/ ruimten aan geluidluwe zijde (zoals slaapkamer); • Niet-verblijfsruimten aan de geluidbelaste kant te situeren (bv. badkamer); • Eenzijdig georiënteerde woningen zoveel mogelijk voorkomen aan de geluidbelaste kant. Ad 2. Bronmaatregelen Deze maatregelen worden toegepast aan de ‘bron’ zelf. Mogelijke maatregelen zijn: • Toepassen geluidreducerend asfalt; • Treffen van verkeersmaatregelen. Hierbij valt te denken aan snelheidsverlaging, instellen van een vrachtwagenverbod en instellen van andere routes. Een geluidreducerend wegdek kan een reductie opleveren van circa 3 dB. De bestaande wegen kunnen worden voorzien van een geluidreducerend wegdek. Echter, op en rond kruisingen is dit vaak niet gewenst door het op trekken en afremmen van het verkeer: het geluidreducerende wegdek wordt snel kapotgereden. Ook zijn vanuit onderhoud en beheer korte stukken geluidreducerend wegdek vaak niet gewenst. Het voordeel van bronmaatregelen is dat ook de bestaande woningen in de omgeving hier profijt van kunnen hebben. Ad 3.
Overdrachtsmaatregelen Bij overdrachtsmaatregelen kan aan het volgende gedacht worden: • Geluidschermen; • Geluidwallen; • Afscherming door gebouwen (creëren carrévorm) Schermen of wallen tussen de weg en de woningen kunnen een hoge reductie opleveren, vooral op de lagere verdiepingen. De effectiviteit van schermen op de hoger gelegen verdiepingen is minimaal. Niet altijd is afscherming mogelijk (geen ruimte of belemmering zicht) of is afscherming onwenselijk vanuit veiligheid of landschappelijk oogpunt. Ad 4. Maatregelen aan het gebouw Bij maatregelen aan het gebouw gaat het bijvoorbeeld om afschermende elementen aan het gebouw, afschermende balkons/ borstweringen en loggia’s om een goed woon- en leefklimaat te realiseren. Als maatregelen niet doeltreffend zijn, kunnen hogere waarden worden vastgesteld. In de verdere planuitwerking dient onderzocht te worden hoe ook invulling gegeven kan worden aan de gemeentelijke voorwaarden. Met name de geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimtes zijn daarbij aandachtspunten.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
6
Effectbeoordeling eindsituatie Effectbeoordeling voor bestaande geluidgevoelige bestemmingen Voorlopig VKA De toename van het aantal bewoners met een hoge mate van hinder ten opzichte van de referentiesituatie bedraagt circa 20% bij het voorlopig VKA. Volgens Tabel 2-7 wordt dit beoordeeld als licht negatief (-). Dit is het gevolg van de toename van het verkeer door de verkeersgeneratie van het plan. Alternatief zonder landaanwinning Voor het alternatief zonder landaanwinning, waarin de verkeersgeneratie van het plan beperkter is dan in het voorlopig VKA, is de toename circa 3%. Dit wordt beoordeeld als neutraal effect (0). Effectbeoordeling voor nieuwbouw Gezien de overschrijding van de voorkeurswaarde op een deel van de nieuwe geluidgevoelige bouwvlakken wordt dit gezien als licht negatief effect (-). Dit geldt voor beide alternatieven. Dit is de situatie nog zonder geluidmaatregelen. Varianten In de variant zonder strand bij de Saerdam liggen de bouwvlakken met nieuwe geluidgevoelige bestemmingen op dezelfde locatie en zijn de verkeersgegevens gelijk aan de situatie van het voorlopig VKA. Daarmee komt de geluidbelasting op de bestaande en nieuwe bebouwing overeen met het voorlopig VKA. Daarmee is ook de beoordeling gelijk aan dit alternatief.
De uitvoeringsvarianten (grondverbetering, zand uit vaarweg en zand uit de markt) zijn niet relevant voor het onderdeel wegverkeerslawaai in de eindsituatie. Conclusie effectbeoordeling eindsituatie De tabel geeft de samenvatting van de effectbeoordeling. Tabel 3-10: Beoordeling eindsituatie.
Effectbeoordeling met mitigerende en/of compenserende maatregelen
Voorlopig VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
Wegverkeerslawaai bestaande bouw
-
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0
Wegverkeerslawaai nieuwbouw
-
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
-
Eindbeoordeling
-
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
-
Criterium
Mitigerende en/of compenserende maatregelen Effectbeoordeling voor bestaande geluidgevoelige bestemmingen De bestaande bebouwing ten oosten van de Houtribweg ter hoogte van de nieuwbouw kan profijt hebben van bronmaatregelen. Deze maatregelen kunnen (plaatselijk) voor een verbetering van het geluidniveau zorgen. Nog niet duidelijk is of en waar bronmaatregelen doelmatig of wenselijk zijn, vandaar dat dit met neutraal/ negatief (0/-) wordt beoordeeld voor het voorlopig VKA.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
7
Effectbeoordeling voor nieuwbouw Het implementeren van een combinatie van stedenbouwkundige oplossingen, bron- en overdrachtsmaatregelen en gebouwmaatregelen leidt tot een beter akoestisch klimaat voor de nieuwbouw en het leefklimaat in het plangebied. De mate waarin de geluidbelasting wordt gereduceerd is afhankelijk van de omvang van de maatregelen. In de verdere planuitwerking dient nader onderzocht te worden hoe ook invulling gegeven dient te worden aan de gemeentelijke voorwaarden voor het verlenen van hogere waarden. Met name de geluidluwe gevels en geluidluwe buitenruimtes zijn daarbij aandachtspunten. Afhankelijk van de mogelijkheid en doelmatigheid van maatregelen kan voldaan aan de voorkeurswaarde of kunnen nog overschrijdingen zijn van de voorkeurswaarde en het vaststellen van hogere waarden nodig zijn. Omdat dit bij de uitwerking in het bestemmingsplan bepaald wordt, is dit nu in de beoordeling als neutraal/ negatief (0/-) opgenomen. Variant geen strand bij Saerdam Omdat de verkeersintensiteiten en de afstand van de nieuwbouw tot de Houtribweg niet significant wijzigt in de variant zonder strand ten opzichte van het voorlopig VKA, is hiervoor dezelfde beoordeling opgenomen. Tabel 3-11: Beoordeling eindsituatie wegverkeerslawaai met mitigerende maatregelen.
Effectbeoordeling met mitigerende en/of compenserende maatregelen
Voorlopig VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
Wegverkeerslawaai bestaande bouw
0/-
0/-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0
Wegverkeerslawaai nieuwbouw
0/-
0/-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0/-
Eindbeoordeling
0/-
0/-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0/-
Criterium
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
8
3.5
Industrielawaai
3.5.1
Beoordelingsmethodiek
Voor de vertaling van de geluidbelasting op de gevel van de nieuwbouw naar de +/- beoordeling is voor de nieuwbouw de volgende schaal gehanteerd: Tabel 3-12: Maatlat voor de effectbeoordeling ‘industrielawaai’.
Beoordeling
Omschrijving
Geluidbelasting nieuwbouw
++
Sterk positief effect
Niet van toepassing
+
Positief effect
Niet van toepassing
0
Geen effect/ neutraal
De geluidbelasting voldoet aan de voorkeurswaarde/ geen relevante geluidbelasting door bedrijventerreinen en (bedrijfs)activiteiten.
-
Negatief effect
De geluidbelasting overschrijdt de voorkeurswaarde (op een deel van het plan), maar voldoet de geluidbelasting aan de maximale ontheffingswaarde/ mogelijk relevante geluidbelasting door bedrijventerreinen en (bedrijfs)activiteiten.
--
Sterk negatief effect
De geluidbelasting overschrijdt de maximale ontheffingswaarde (op een deel van het plan)/ relevante geluidbelasting door bedrijventerreinen en (bedrijfs)activiteiten.
3.5.2
Referentiesituatie
Voor de nieuwbouw kan logischerwijs geen huidige situatie of referentiesituatie beschreven worden.
3.5.3
Effectenbeschrijving en effectbeoordeling
Effecten realisatie De realisatie is voor het aspect industrielawaai niet relevant en is daarom niet beoordeeld. Effecten eindsituatie De volgende bestaande bedrijventerreinen en (bedrijfs)activiteiten liggen nabij het plandeel Meerdijkhaven en kunnen mogelijk industrielawaai veroorzaken op nieuwe geluidgevoelige functies binnen dat plandeel: • Steunpunt Rijkswaterstaat • Bedrijventerrein Noordersluis (industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder). • De laad- en loskade die aansluit op het steunpunt Rijkswaterstaat verdwijnt in de plannen. Steunpunt Rijkswaterstaat Het steunpunt van Rijkswaterstaat is bestemd als bedrijventerrein en laat activiteiten toe tot milieucategorie 2 in de zin van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering, met een richtafstand tot rustige woonbebouwing van 30 meter. De voorgenomen woningbouw in het plan ligt op ruime afstand van dit bedrijventerrein (ruim meer dan 100 meter). Bovendien ligt er al bestaande woningbouw op korte afstand van het bedrijventerrein.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
9
Figuur 3-5. Bedrijventerrein Lelystad Haven, enkelbestemming bedrijventerrein volgens bestemmingsplan
Beoordeling Op grond hiervan is de conclusie dat geluid door bedrijventerrein Lelystad Haven niet relevant is voor het planvoornemen. De laad- en loskade naast Steunpunt Rijkswaterstaat Een deel van de kade heeft de functieaanduiding opslag, ten dienste van de aangrenzende bestemming bedrijventerrein. Deze opslagvoorziening ligt eveneens op meer dan 100 meter van de voorgenomen woningbouw in het plan.
Figuur 3-6. Functieaanduiding opslag in bedrijventerrein Lelystad Haven volgens bestemmingsplan
Uit de luchtfoto blijkt dat de kade voor een veel groter deel in gebruik lijkt te zijn voor op- en overslagactiviteiten en het aanmeren van schepen, dan alleen ter plaatse van de aanduiding opslag. Aan de noordoostzijde (onderdeel van het planvoornemen) is een kraan te zien, zie onderstaande foto (rechts). 22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
10
Figuur 3-7: Luchtfoto's kade
Beoordeling Als de activiteiten beperkt blijven tot de gronden met de functieaanduiding opslag, ten dienste van het aangrenzende bedrijventerrein, zijn mede door de afstand van meer dan 100 meter geen negatieve geluideffecten te verwachten op de voorgenomen woningbouw. Bedrijventerrein Noordersluis Industrieterrein Wet geluidhinder Bedrijventerrein Noordersluis is een industrieterrein in de zin van de Wet geluidhinder. Rondom het industrieterrein ligt een geluidzone: De geluidzone rondom het industrieterrein, begrensd door de 50 dB(A) etmaalwaarde contour op 5 meter boven plaatselijk maaiveld, loopt tot binnen het plangebieddeel ten noorden van de Houtribweg, tot een afstand van circa 50 meter vanaf de rand van de Houtribweg. De geluidbelasting wordt deels veroorzaakt door gereserveerde geluidruimte voor lege kavels op het bedrijventerrein. Bij ligging binnen de geluidzone Figuur 3-8. Geluidzone rondom bedrijventerrein Noordersluis De twee middelste in het concept-masterplan (d.d. juni 2023 geprojecteerde woonbuurten (zie onderstaand kaartje) liggen over een afstand van circa 15 meter binnen de geluidzone. Dat betekent dat de geluidbelasting hoger kan zijn dan 50 dB(A) en dat in het kader van het bestemmingsplan onderzoek uitgevoerd moet worden naar de geluidbelasting.
Als die hoger is dan 50 dB(A) moeten er hogere waarden vastgesteld worden, waarbij getoetst moet worden aan het gemeentelijke hogere waarde beleid.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
11
Woonbuurten volgens Stedenbouwkundig Masterplan en Woongebieden volgens planvoornemen
Bij ligging buiten de geluidzone Bij het zodanig situeren van de twee middelste woonbuurten dat deze net buiten de geluidzone komen te liggen, is toetsing van industrielawaai Wet geluidhinder in beginsel niet aan de orde. Echter omdat de woningen hoger zijn dan 5 meter boven maaiveld kan de berekende geluidbelasting op de gevels van woningen net buiten de geluidzone wat hoger zijn dan op een hoogte van 5 meter boven maaiveld, zoals die geldt voor de zonegrens. Dus voor de hogere bouwlagen van de eerstelijnswoonbebouwing (vanaf de Houtribweg) is niet uit te sluiten is dat de geluidbelasting wat hoger is dan 50 dB(A). Daar staat tegenover dat er rekening wordt gehouden met gereserveerde geluidruimte die naar verwachting niet volledig zal worden benut, zeker niet ter plaatse van de zonnevelden met daaronder parkeren. Bovendien gaat er van het geluid vanaf het wegverkeer op de Houtribweg in enige mate een maskerende werking uit. Bedrijven op het industrieterrein AWZI Lelystad Deze afvalwaterzuivering ligt aan de Zuiveringweg 106, op bedrijventerrein Noordersluis. In het bestemmingsplan Noordersluis 2012 heeft de AWZI een maatbestemming. De afstand tot het plangebied (deel ten noorden van de Houtribweg) is ruim 100 meter. De afstand tot de voorgenomen eerstelijnswoonbebouwing binnen het plangebied is circa 135 meter.
Voor de inrichting is in het kader van de milieuvergunningverlening een geluidonderzoek uitgevoerd.
Figuur 3-9: Luchtfoto afvalwaterzuivering Lelystad Haven
Uit het geluidrapport bij de aanvraag milieuvergunning (Witteveen en Bos, kenmerk SEC/LUTM/rap001 d.d. 4 september 2002) blijkt dat de geluidbelasting door de AWZI op de zonegrens van het industrieterrein 44 dB(A) bedraagt. Er treden geen relevante piekgeluiden op. De 50 dB(A) contour vanwege de AWZI ligt ten oosten van de Houtribweg. Gelet hierop is het geluid van de AWZI niet relevant voor de planontwikkeling.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
12
Robeo Casings BV Dit bandenhandelsbedrijf ligt aan de Zuiveringweg 125, op bedrijventerrein Noordersluis. De afstand tot het plangebied (deel ten noorden van de Houtribweg) is ruim 50 meter. De afstand tot de voorgenomen eerstelijnswoonbebouwing binnen het plangebied is circa 85 meter. Het bedrijf handelt in nieuwe en tweedehandsbanden. Het terrein wordt in hoofdzaak gebruikt voor opslag. Het terrein is omgeven door een circa 7 meter hoge Figuur 3-10: Luchtfoto Robeo Castings BV halfopen overkapping. Gezien de afstand tot de te projecteren woonbebouwing, de aard van de werkzaamheden (hoofdzakelijk opslag) en de afschermende werking van de overkapping is er geen relevante geluidbelasting te verwachten door dit bedrijf. Heembeton Deze betonwarenfabriek ligt aan de Vaartweg 131, op bedrijventerrein Noordersluis. In het bestemmingsplan Noordersluis 2012 heeft de betonwarenfabriek een maatbestemming. De afstand tot het plangebied (deel ten noorden van de Houtribweg) is ruim 250 meter. De afstand tot de voorgenomen eerstelijnswoonbebouwing binnen het plangebied is circa 300 meter. De betonwarenfabriek ligt aan de rand van het bedrijventerrein. Uit het geluidrapport bij het bestemmingsplan uit 2012 blijkt dat Heembeton akoestisch relevant is voor de woonwijk LelystadHaven aan de zuidwestzijde van het bedrijf, tot op een afstand van circa 150 meter van het bedrijf.
Figuur 3-11: Luchtfoto Heembeton
Ter plaatse van de voorgenomen woningbouw in het plangebied op een afstand van circa 300 meter is dit bedrijf niet meer akoestisch relevant. Maximale planologische mogelijkheden Voor deze beschouwing geldt het plangebied als gemengd gebied in de zin van de VNG-uitgave Bedrijven en milieuzonering 2009. Dit komt door de ligging van de Houtribweg tussen het bedrijventerrein en het plangebied. Milieucategorie 4.2, richtafstand 200 meter Op bedrijventerrein Noordersluis zijn bedrijven toegelaten tot maximaal milieucategorie 4.2 met een richtafstand voor geluid tot een gemengd gebied van 200 meter. De afstand van de gronden op het bedrijventerrein waar deze milieucategorie is toegelaten tot de rand van het plangebieddeel ten noorden van de Houtribweg is circa 300 meter. Omdat aan de richtafstand wordt voldaan zijn er geen negatieve geluideffecten te verwachten als gevolg van de invulling van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan voor deze terreindelen biedt.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
13
Milieucategorie 4.1, richtafstand 100 meter Op een deel van de gronden van bedrijventerrein Noordersluis zijn bedrijven toegelaten tot maximaal milieucategorie 4.1 met een richtafstand voor geluid tot een gemengd gebied van 100 meter. De afstand van de gronden op het bedrijventerrein waar deze milieucategorie is toegelaten tot de rand van het plangebied deel ten noorden van de Houtribweg is circa 150 meter. Omdat aan de richtafstand wordt voldaan zijn er geen negatieve geluideffecten te verwachten als gevolg van de invulling van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan voor deze terreindelen biedt. Milieucategorie 3.2, richtafstand 50 meter Op een deel van de gronden van bedrijventerrein Noordersluis zijn bedrijven toegelaten tot maximaal milieucategorie 3.2 met een richtafstand voor geluid tot een gemengd gebied van 50 meter. De afstand van de gronden op het bedrijventerrein waar deze milieucategorie is toegelaten tot de rand van het plangebied deel ten noorden van de Houtribweg is circa 50 meter. Omdat aan de richtafstand wordt voldaan zijn er geen negatieve geluideffecten te verwachten als gevolg van de invulling van de maximale planologische mogelijkheden die het bestemmingsplan voor deze terreindelen biedt.
Effectbeoordeling eindsituatie Het planvoornemen is om geluidgevoelige gebouwen te projecteren binnen de geluidzone van bedrijventerrein Noordersluis. Dit kan leiden tot geluid boven de voorkeurswaarde voor industrielawaai op grond van de Wet geluidhinder. Deze effecten leiden tot een negatieve effectbeoordeling (-) voor alle alternatieven en de variant zonder strand Saerdam. De uitvoeringsvarianten zijn niet van toepassing voor dit aspect. Conclusie effectbeoordeling eindsituatie De tabel geeft de samenvatting van de effectbeoordeling. Tabel 3-13: Beoordeling eindsituatie.
Effectbeoordeling met mitigerende en/of compenserende maatregelen Criterium
Industrie nieuwbouw
Voorlopig VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
-
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
-
Mitigerende en/of compenserende maatregelen Maatregel 1: Verschuiving woonbebouwing De woonbebouwing buiten de geluidszone projecteren door de bouwgrens circa 15 meter te verschuiven. Maatregel 2: Geluidgezoneerd industrieterrein De geluidzone wordt mede bepaald door gereserveerde geluidruimte, deels voor gronden die mogelijk niet als industrieterrein benut gaan worden. Onderzocht kan worden of het mogelijk is de geluidzone zodanig te verkleinen, dat de voorgenomen woningbouw buiten de geluidzone komt te liggen, zodat er geen hogere waarden voor industrielawaai vastgesteld behoeven te worden.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
14
Doorvoering van deze maatregelen leidt tot een effectbeoordeling voor industrielawaai van neutraal (0) voor alle alternatieven. Een beoordeling neutraal betekent nog niet, dat er geen industrielawaai waargenomen kan worden en zelfs tot hinder kan leiden. Daar kan in deze situatie nog steeds sprake van zijn. Wel zal het geluid voldoen aan de standaardwaarden, waardoor een score neutraal (0) gerechtvaardigd is. Tabel 3-14: Beoordeling eindsituatie met mitigerende maatregelen.
Effectbeoordeling met mitigerende en/of compenserende maatregelen Criterium
Voorlopig VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
0
0
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0
Industrie nieuwbouw
3.6
Beschouwing van overige geluidseffecten
In deze paragraaf zijn enkele aandachtspunten genoemd die voor geluid relevant zijn bij de uitwerking van het plan.
3.6.1
Bouwlawaai
Voor geluid (bouwlawaai) in de realisatie dient voldaan te worden aan de eisen uit het Bouwbesluit (Besluit bouwwerken leefomgeving onder de Omgevingswet). In het Bouwbesluit, artikel 8.3, zijn normen opgenomen ter beperking van geluidhinder door bouwwerkzaamheden. Hieraan dient te worden voldaan tijdens de bouwperiode. In onderstaande tabel zijn de grenswaarden uit het Bouwbesluit opgenomen. Tabel 3-15. Grenswaarden voor bouwlawaai uit het bouwbesluit
Dagwaarde
Tot 60 dB(A
Boven de 60 dB(A)
Boven de 65 dB(A)
Boven de 70 dB(A)
Boven de 75 dB(A)
Boven de 80 dB(A)
Max. blootstellingsduur in dagen
Geen beperking in dagen
Ten hoogste 50 dagen
Ten hoogste 30 dagen
Ten hoogste 15 dagen
Ten hoogste 5 dagen
0 dagen
De dagwaarde is de waarde van het equivalente geluidsniveau bepaald over de periode lopend van 7.00 tot 19.00 uur, als nodig vermeerderd met een straftoeslag voor geluid met een impulsachtig karakter. De dagwaarde wordt bepaald op de gevel van woningen en andere geluidsgevoelige objecten. De toelaatbare waardes zijn dus afhankelijk van het aantal dagen dat de betreffende geluidbelasting optreedt. Als de geluidbelasting tijdens bouwactiviteiten (of vergelijkbaar) rondom woningen boven de waardes komt die gedefinieerd zijn in het Bouwbesluit is een ontheffing nodig om de werkzaamheden uit te kunnen voeren. Bij de aanvraag van de Omgevingsvergunning dient de aanvrager aan te tonen hoe hinder wordt voorkomen tijdens de realisatie van de werkzaamheden. Welke bouwwerkzaamheden er plaatsvinden en voor welke periode is nu nog niet bekend, maar gezien de korte afstand tot de geluidgevoelige bestemmingen is het mogelijk dat de geluidbelastingen door bouwlawaai niet zonder meer zullen voldoen aan de normen. Dit zal met name het geval zijn als er ter plaatse heipalen worden geslagen, of damwanden worden getrild.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
15
Bij de uitwerking van het plan is dit een aandachtspunt, met name het gebied tot 250 meter vanaf woningen. Voor alle alternatieven en varianten zal hier rekening mee moeten worden gehouden. Naast bouwlawaai dient ook aandacht te worden besteed aan (de routering van) het extra bouwverkeer van en naar de inrichting. Dit met name gezien de lange doorlooptijd van de realisatie.
3.6.2
Scheepvaartlawaai
Voor scheepvaartlawaai bestaat geen wettelijk kader. Scheepvaart is om die reden geen afzonderlijk te beoordelen geluidsaspect. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient dit wel meegenomen te worden in de cumulatieve beoordeling bij de uitwerking in het bestemmingsplan. Zeker wanneer er in beeld gebracht wordt waar gevels geluidluw zijn, kan deze bron relevant zijn. In Hoofdstuk 12 Nautische veiligheid zijn de beoogde wijzigingen voor scheepvaart opgenomen.
3.6.3
Stemgeluid
Stemgeluid op een onoverdekt en onverwarmd terrein wordt uitgesloten van toetsing aan de geluidnormen van het Activiteitenbesluit. Echter, in het kader van een goede ruimtelijke ordening (Wet ruimtelijke ordening) dient dit wel te worden meegewogen bij de verdere uitwerking van het plan. Dit is met name een aandachtspunt voor het strand bij Saerdam in relatie tot de bestaande woningen.
3.7
Conclusie geluid
Realisatie Voor geluid (bouwlawaai) in de realisatie dient voldaan te worden aan de eisen uit het Bouwbesluit (Besluit bouwwerken leefomgeving onder de Omgevingswet). Bij de uitwerking van het plan is dit een aandachtspunt, met name het gebied tot 250 meter vanaf woningen, en zeker bij heiwerkzaamheden. Ook de route van (zwaar) bouwverkeer van en naar het plan, zal een aandachtspunt zijn, gezien de lange doorlooptijd van de realisatie. Voor beide alternatieven zal hier rekening mee moeten worden gehouden. Eindsituatie In onderstaande tabellen is de beoordeling van de geluidseffecten/ het geluid van de verschillende bronnen samengevat voor de situatie zonder en met eventuele mitigerende maatregelen voor de eindsituatie. Dit betreft de onderdelen wegverkeerslawaai (voor bestaande en nieuwe woningen) en industrielawaai (voor nieuwbouw).
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
16
Tabel 3-16: Samenvatting effectbeoordeling eindsituatie.
Variant zonder strand Saerdam
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
Voorlopig VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
Met mitigerende/compenserende maatregelen
Voorlopig VKA
Beoordeling
Wegverkeerslawaai
-
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0/-
0/-
0/-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0/-
Industrielawaai
-
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
-
0
0
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0
Criterium
Uit de tabel volgt dat na maatregelen de alternatieven voor de nieuwbouw gelijk worden beoordeeld voor de onderdelen wegverkeerslawaai en industrielawaai. Voor de bestaande bouw is dit nog afhankelijk van welke maatregelen doelmatig zijn. Verder komt de variant zonder het strand Saerdam in de beoordeling overeen met het voorlopig VKA. Bij de uitwerking van het plan dient rekening te worden gehouden met de eisen uit het geluidbeleid van de gemeente en aandacht te worden besteed aan scheepvaartlawaai en stemgeluid.
3.8
Leemten in kennis en/of informatie
Er zijn geen leemten in kennis en/of informatie voor geluid.
3.9
Aanzet voor monitoring
Aanzet voor monitoring is voor geluid is niet relevant.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
17
4
Luchtkwaliteit
4.1
Inleiding
Dit hoofdstuk bevat de beoordeling van het aspect luchtkwaliteit voor de beoogde ontwikkeling Waterfront Lelystad. In het kader van het MER zijn met modelberekeningen de verkeerseffecten op de luchtkwaliteit van twee alternatieven in beeld gebracht. •
Het voorlopig voorkeursalternatief (voorlopig VKA) is gebaseerd op het Stedenbouwkundig Plan. In dit alternatief wordt er uitgegaan van een nieuwe eigen zandwinput op het Markermeer.
•
De gemeente wil naast het voorlopige voorkeursalternatief nog een alternatief zonder landaanwinning onderzoeken om tegemoet te komen aan de Kamerbrief Water en Bodem Sturend. Dit alternatief leidt tot een beperkter woon- en leisure programma en is geen volwaardig alternatief met het oog op de doelen en ambities van de gemeente.
Van het voorlopig voorkeursalternatief worden in het MER ook een inrichtingsvariant en 3 uitvoeringsvarianten onderzocht. Omdat de onderzochte effecten op de luchtkwaliteit van deze varianten naar verwachting overeenkomen met het voorlopig voorkeursalternatief zijn deze varianten niet apart onderzocht. In dit hoofdstuk worden de gehanteerde uitgangspunten en de effecten van het plan op luchtkwaliteit beschreven.
4.2
Beleid, wet- en regelgeving
In onderstaande tabel staan de kaders vanuit relevante wet- en regelgeving die van belang zijn voor de effectbeschrijving en -beoordeling van het thema. Tabel 4-1: Nederlandse wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit
Wet of beleidsstuk
Toelichting
Wet milieubeheer (Wm)
Grondslagen voor de onderbouwing dat een plan voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit
De Nederlandse wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit in de buitenlucht vloeit voort uit ‘Titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen’ van de Wet milieubeheer (verder Wm) en de onderliggende regelgeving in AMvB’s en ministeriële regelingen. De wettelijke plicht om aannemelijk te maken dat met een project of besluit wordt voldaan aan de luchtkwaliteitseisen in titel 5.2, volgt uit art. 5.16, tweede lid, Wm. Daarin is een limitatieve lijst van bevoegdheden opgenomen voor de projecten en besluiten waarvoor aannemelijk gemaakt moet worden dat aan de eisen voor de luchtkwaliteit wordt voldaan. Grondslagen voor voldoen aan de luchtkwaliteitseisen Indien sprake is van een bevoegdheid of wettelijk voorschrift zoals opgenomen in het tweede lid van artikel 5.16 Wm, dient op grond van het eerste lid van datzelfde artikel aannemelijk gemaakt te worden dat uitoefening van die bevoegdheid of dat wettelijk voorschrift: a) Niet leidt tot overschrijden van de grenswaarden. b) 1. niet leidt tot een verslechtering boven de grenswaarden. Sprake moet zijn van een per saldo verbetering of ten minste gelijkblijvende concentraties.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
18
2. per saldo, dus inclusief eventuele maatregelen, leidt tot een afname van de concentraties in de gebieden waar sprake is van een overschrijding van de grenswaarde voor deze stoffen. c) Niet in betekenende mate bijdraagt. Als grens voor niet in betekenende mate is in de AMvB ‘niet in betekenende mate bijdragen’ uitgegaan van 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10. Dit komt overeen met een maximale toename van de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10 van 1,2 μg/m3. d) Is genoemd of beschreven in, dan wel betrekking heeft op, dan wel past binnen of elk geval niet in strijd is met een vastgesteld programma, te weten het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Alleen als aannemelijk wordt gemaakt dat een project aan één of meer van bovenstaande grondslagen voldoet, voldoet het project aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit. Grenswaarden In bijlage 2 bij de Wm zijn grenswaarden opgenomen voor concentraties van luchtverontreinigende stoffen in de buitenlucht voor de bescherming van de gezondheid van de mens. Voor grenswaarden geldt dat het voorgeschreven kwaliteitsniveau moet zijn bereikt en vervolgens in stand moet worden gehouden. In tabel 4-3 zijn de grenswaarden voor stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5) aangegeven 3. Tabel 4-2: Grenswaarden
Stof
Criterium
Grenswaarde (µg/m3)
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
Uurgemiddelde concentratie van 200 µg/m3
18 uren per jaar
Jaargemiddelde concentratie
40 µg/m3
PM10
Etmaalgemiddelde concentratie van 50 µg/m3
35 etmalen per jaar
PM2.5
Jaargemiddelde concentratie
25 µg/m3
4.3
Onderzoeksaanpak en uitgangspunten
NO2
Om het projecteffect van beide alternatieven in beeld te brengen is de luchtkwaliteit in de situatie na de realisatie vergeleken met de luchtkwaliteit in de situatie zonder deze ontwikkeling (referentiesituatie). De berekeningen zijn uitgevoerd met het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) 4. Naar verwachting gaat de realisatie van het totale Waterfront ongeveer 15 jaar duren. Voor de effectbepaling in het jaar 2040 kan van het eindbeeld van het plan worden uitgegaan. De gevolgen van het project op de luchtkwaliteit zijn onderzocht voor het jaar 2040. Het jaar 2030 is het verst in de toekomst gelegen jaar waarmee gerekend kan worden met het CIMLK. Het CIMLK is een implementatie van de wettelijk voorgeschreven rekenmethoden voor wegverkeer 5 en bevat de emissiefactoren en 3
Ten aanzien van de overige stoffen waarvoor in de Wm grenswaarden zijn opgenomen, zijn in het laatste decennium nergens in Nederland normoverschrijdingen opgetreden en vertonen de concentraties een dalende trend. Dit beeld wordt bevestigd door metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM. Daarmee is het redelijkerwijs niet aannemelijk dat ten gevolge van dit project de grenswaarden voor andere stoffen dan NO2, PM10 en PM2,5 overschreden worden. 4 Voor de NO2-, en PM10-concentraties is gebruik gemaakt van CIMLK versie 2023. De uitkomsten van de PM2.5-concentraties zijn in deze versie nog niet gevalideerd. Voor de PM2.5-concentratie is daarom gerekend met CIMLK versie 2022. 5 Met dit verspreidingsmodel kunnen berekeningen worden uitgevoerd voor wegen die vallen onder het toepassingsbereik van standaard rekenmethode 1 (SRM1, wegen in binnenstedelijk gebied) en standaard rekenmethode 2 (SRM2, wegen in buitenstedelijk gebied). 22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
19
achtergrondconcentraties zoals vastgesteld op 15 maart 2022. Gelet op de dalende trend in de emissiefactoren wordt er met het gebruik van de emissiekentallen voor 2030 een overschatting gegeven in de effectbeoordeling. Om het projecteffect van beide alternatieven in beeld te brengen is de luchtkwaliteit in de situatie na de realisatie vergeleken met de luchtkwaliteit in de situatie zonder deze ontwikkeling (referentiesituatie). Bij de concentratieberekening zijn de volgende wegen meegenomen 6; • de wegen binnen Lelystad die zijn opgenomen in het CIMLK; • de belangrijkste ontsluitingswegen van Lelystad die zijn opgenomen in het CIMLK; • aanvullende wegvakken van ontsluitingswegen van het plangebied en van wegen waarop grote verkeerseffecten te zien zijn. De berekeningen zijn uitgevoerd ter hoogte van de rekenpunten langs deze wegen. De rekenpunten en wegvakken die in het model zijn opgenomen zijn weergegeven in figuur 4-1. De Rekentool luchtkwaliteit compenseert standaard voor de bijdrage van hoofdwegen in de GCN om dubbeltelling van deze wegemissies te voorkomen. Als gevolg hiervan moeten alle SRM2-wegen tot 5 km meegenomen worden in de berekening. In dit onderzoek zijn daarvoor de SRM2 wegen uit de Rekentool luchtkwaliteit versie 2022, prognosejaar 2030 toegepast.
Figuur 4-1: Rekenpunten en wegvakken.
De verkeersgegevens zijn afkomstig uit het Strategisch Verkeersmodel Lelystad-Almere STRAVELA. De geleverde verkeerscijfers betreffen weekdaggemiddelde etmaalintensiteiten, onderverdeeld naar personenauto’s, middelzwaar verkeer en zwaar vrachtverkeer.
6
De wegkenmerken zijn overgenomen uit CIMLK (monitoringsronde 2022, zichtjaar 2030)
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
20
4.4
Luchtkwaliteit
4.4.1
Beoordelingsmethodiek
De beoordelingscriteria voor luchtkwaliteit zijn weergegeven in tabel 4-3. De verschillende aspecten en beoordelingscriteria worden in deze paragraaf besproken. Tabel 4-3: Beoordelingscriteria luchtkwaliteit
Aspect
Beoordelingscriteria
Beoordeling
Effect op jaargemiddelde NO2-concentratie
Kwantitatief
Luchtkwaliteit - Verandering concentraties Effect op jaargemiddelde PM10-concentratie
Kwantitatief
Effect op jaargemiddelde PM2.5-concentratie
Kwantitatief
Luchtkwaliteit - Juridische maakbaarheid Toetsing aan de wettelijke grenswaarden
Kwantitatief
Verandering concentraties Voor de effectboordeling van het thema luchtkwaliteit wordt gekeken naar de verandering van de NO2-, PM10- en PM2,5-concentratie. De gehanteerde beoordelingsschaal is weergegeven in tabel 4-4. De toe- en afnames van concentraties in het studiegebied worden eerst per stof beoordeeld volgens onderstaande methodiek. De score wordt daarna samengevat tot één totaalscore voor luchtkwaliteit. Bij de bepaling van de effectscore wordt de minst gunstige score van NO2, PM10 en PM2,5 aangehouden. Tabel 4-4: Effectscores voor het criterium ’verandering concentraties’
Beoordeling
Omschrijving
Effect op de NO2-, PM10- en PM2,5-concentratie
++
Zeer positief effect
De concentraties langs de weg nemen gemiddeld >= 3% van de grenswaarde af
+
Positief effect
De concentraties langs de weg nemen gemiddeld >= 1% van de grenswaarde af
0
Geen effect/ neutraal
De concentraties langs de weg nemen gemiddeld <1% van de grenswaarden toe of af
-
Negatief effect
De concentraties langs de weg nemen gemiddeld >= 1% van de grenswaarde toe
--
Zeer negatief effect
De concentraties langs de weg nemen gemiddeld >= 3% van de grenswaarde toe
Juridische maakbaarheid Naast effectvergelijking wordt er ook beoordeeld of beide alternatieven voldoen aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit. Het project voldoet aan de luchtkwaliteitseisen (is juridisch haalbaar) als het project in overeenstemming is met artikel 5.16, eerste lid, sub a Wm betreffende de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 (zie paragraaf 4.2).
4.4.2
Huidige situatie en referentiesituatie
Huidige situatie Om een beeld te geven van de luchtkwaliteit in de huidige situatie is gebruik gemaakt van het CIMLK (monitoringsronde 2022, jaar 2021). Hierbij is gekeken naar de concentraties ter hoogte van de NSLtoetspunten. In onderstaande tabel zijn voor de huidige situatie de maximale concentraties binnen het studiegebied weergegeven. In de huidige situatie liggen de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties ruim onder de desbetreffende grenswaarden.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
21
Tabel 4-5: Luchtkwaliteit – Maximale concentraties huidige situatie - 2021
NO2 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
PM10 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
PM10 (# overschrijdingen etmaal grenswaarde van 50 μg/ m3)
PM2.5 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
Grenswaarden
40
40
35
25
Toetspunten
28,8
17,2
6
8,9
Door de maatregelen die zijn genomen tegen de verspreiding van het coronavirus was er in 2021 binnen en buiten Nederland minder verkeer en economische activiteit, en dus minder uitstoot. Deze maatregelen hebben hierdoor een gunstig effect gehad op de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties in Nederland. De verwachting is wel dat de luchtkwaliteit na 2021 verder verbetert. 7 In 2019, het jaar voor de maatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus, lagen de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties ook onder de desbetreffende grenswaarden 8. Referentiesituatie De maximale concentraties in de referentiesituatie in 2040 (autonome ontwikkeling) zijn weergegeven in tabel 4-6. Uit de resultaten van de modelberekeningen blijkt dat overal wordt voldaan aan de desbetreffende grenswaarden. Tabel 4-6: Luchtkwaliteit – Maximale concentraties referentiesituatie (autonome ontwikkeling) - 2040
NO2 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
PM10 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
PM10 (# overschrijdingen etmaal grenswaarde van 50 μg/ m3)
PM2.5 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
Grenswaarden
40
40
35
25
Toetspunten
17,6
15,3
6
8,2
4.4.3
Effectbeschrijving en effectbeoordeling
Luchtkwaliteit in de plansituatie De maximale concentraties die bij de twee alternatieven zijn berekend zijn weergegeven in tabel 4-7 en tabel 4-8.Uit de resultaten van de modelberekeningen blijkt dat bij beide alternatieven wordt voldaan aan de grenswaarden voor de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties. Tabel 4-7: Luchtkwaliteit – Maximale concentraties ‘Voorlopig VKA’ - 2040
NO2 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
7 8
PM10 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
PM10 (# overschrijdingen etmaal grenswaarde van 50 μg/ m3)
PM2.5 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
Grenswaarden
40
40
35
25
Toetspunten
17,7
15,4
6
8,2
Bron: Monitoringsrapportage NSL 2022, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, december 2022 Bron: NSL monitoringstool, monitoringsronde 2020, zichtjaar 2019
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
22
Tabel 4-8: Luchtkwaliteit – Maximale concentraties ‘Alternatief zonder landaanwinning’ - 2040
NO2 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
PM10 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
PM10 (# overschrijdingen etmaal grenswaarde van 50 μg/ m3)
PM2.5 (jaargemiddelde concentratie, μg/ m3)
Grenswaarden
40
40
35
25
Toetspunten
17,6
15,4
6
8,2
Verandering concentraties
Het criterium voor de effectbeoordeling van het thema luchtkwaliteit is het effect op de jaargemiddelde NO2-, PM10- en PM2.5-concentratie. Het effect van beide alternatieven op de jaargemiddelde NO2-, PM10en PM2.5-concentratie is over het algemeen zeer klein. In tabel 4-9 en tabel 4-10 is het minimale, het maximale en gemiddelde effect op de jaargemiddelde concentratie (NO2, PM10 en PM2.5) als gevolg van de realisatie van beide alternatieven weergegeven. Tabel 4-9: Effect op de jaargemiddelde concentratie (NO2, PM10 en PM2.5) - ‘Voorlopig VKA’ - 2040
Jaargemiddelde NO2concentratie (µg/m3)
Jaargemiddelde PM10concentratie (µg/m3)
Jaargemiddelde PM2.5concentratie (µg/m3)
Grenswaarden
40
40
25
Maximale afname
-0,4
0,0
0,0
Maximale toename
0,6
0,1
0,0
Gemiddelde verandering
0,1
0,0
0,0
Tabel 4-10: Effect op de jaargemiddelde concentratie (NO2, PM10 en PM2.5) - ‘Alternatief zonder landaanwinning’ - 2040
Jaargemiddelde NO2concentratie (µg/m3)
Jaargemiddelde PM10concentratie (µg/m3)
Jaargemiddelde PM2.5concentratie (µg/m3)
Grenswaarden
40
40
25
Maximale afname
-0,6
0,0
0,0
Maximale toename
0,5
0,1
0,0
Gemiddelde verandering
0,0
0,0
0,0
Voor de beoordeling van het aspect ‘verandering concentraties’ wordt gekeken naar de gemiddelde verandering van de jaargemiddelde NO2-, PM10- en PM2.5-concentratie. Op basis van de beoordelingsschaal voor het aspect ‘verandering concentraties’ (zie tabel 4-4) zijn de effecten beoordeeld. Hierbij wordt de minst gunstige score van NO2, PM10 en PM2,5 aangehouden. Bij beide alternatieven is er op geen enkele locatie een verandering die groter is dan 3% van de grenswaarde. Op enkele locaties verandert de NO2-concentratie bij beide alternatieven met meer dan 0,4 μg/ m3 (1% van de grenswaarde) maar de gemiddelde verandering is gering. Bij beide alternatieven zijn er geen rekenpunten waarbij de PM10- en PM2.5-concentratie met meer dan 1% van de grenswaarde verandert. Omdat de concentratieveranderingen beperkt zijn, is de beoordeling van beide alternatieven van het aspect ´verandering concentraties´ neutraal. De beoordeling is weergegeven in Tabel 4-11.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
23
Tabel 4-11: Beoordeling thema luchtkwaliteit - Verandering concentraties
Effectbeoordeling Voorlopig VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwin ning
Effect op jaargemiddelde NO2concentratie
0
0*
0*
0*
0*
0
Effect op jaargemiddelde PM10concentratie
0
0*
0*
0*
0*
0
Effect op jaargemiddelde PM2.5concentratie
0
0*
0*
0*
0*
0
Verandering concentraties
0
0*
0*
0*
0*
0
Criterium
* Het effect van deze variant voor dit criterium komt overeen met het ‘voorlopig VKA’
Juridische haalbaarheid Uit de berekende concentraties op toetspunten (zie tabel 4-7 en Tabel 4-8) blijkt dat bij beide alternatieven voor zichtjaar 2040 ruim wordt voldaan aan de grenswaarden voor de NO2-, PM10- en PM2.5-concentraties. Hieruit volgt dat beide alternatieven voldoen aan artikel 5.16, eerste lid onder a van de Wet milieubeheer, waarmee het project voldoet aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit. Mitigerende en/of compenserende maatregelen Overal wordt zowel met als zonder de voorgenomen aanpassingen voldaan aan de wettelijke eisen. Het nemen van maatregelen is daarmee niet nodig.
4.5
Conclusie luchtkwaliteit
Uit de resultaten blijkt dat bij beide alternatieven wordt voldaan aan de grenswaarden voor de NO2-, PM10en PM2.5-concentraties. Daarmee voldoet het project aan de wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid onder a van de Wet milieubeheer). Het effect op de luchtkwaliteit is gering. De beoordeling van beide alternatieven voor het aspect ‘verandering concentraties’ is ‘neutraal’. De beoordeling van alle aspecten van het thema luchtkwaliteit zijn weergegeven in tabel 4-12. Tabel 4-12: Beoordeling thema luchtkwaliteit - Verandering concentraties
Effectbeoordeling Criterium
Luchtkwaliteit - Verandering concentraties
Voorlopig VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
0
0*
0*
0*
0*
0
* Het effect van deze variant voor dit criterium komt overeen met het ‘voorlopig VKA’
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
24
4.6 •
• •
•
•
•
Leemten in kennis en/of informatie
De luchtkwaliteit in Nederland wordt berekend met rekenmodellen die de best beschikbare wetenschappelijke kennis en inzichten bevatten. Desondanks bevatten berekende (en ook gemeten) concentraties onzekerheden. Bij het vergelijken van de berekende lokale concentraties met grenswaarden moet daarom rekening worden gehouden met de onzekerheden in de concentraties. De concentratie langs een willekeurige weg in de toekomst kan niet nauwkeuriger worden bepaald dan met een onzekerheid van ongeveer 20 procent (Velders en Diederen, 2009; Velders et al., 2011a). Gebruikte emissiefactoren voor wegverkeer betreffen landelijk gemiddelde waarden. Lokale verschillen worden buiten beschouwing gelaten. De gebruikte grootschalige concentratiekaarten (GCN) met actuele jaargemiddelde concentraties worden door het RIVM gemaakt met het OPS-model en geijkt aan metingen op regionale en stadsachtergrondstations. De onzekerheid in de jaargemiddelde grootschalige NO2- en PM10concentraties is ongeveer 15 procent (Matthijsen en Visser, 2006). Bij het opstellen van de grootschalige concentratiekaarten (GCN) voor toekomstige jaren maakt het RIVM gebruik van verkenningen. De onzekerheid in de grootschalige NO2- en PM10concentratiekaarten bij verkenningen wordt geschat op ongeveer 15-20 procent.
Bij prognoses worden vaak verschillende scenario’s gebruikt om inzicht te krijgen in de bandbreedte van berekende uitkomsten. De gebruikte GCN-kaarten zijn gebaseerd op referentiescenario met vastgesteld beleid en een gemiddelde economische groei in Nederland voor de periode 2020-2030. Bij toekomstige berekeningen wordt gebruikt gemaakt van meerjarige meteorologie (2005-2014). Hiermee wordt een gemiddeld beeld weergegeven. Door variaties in de meteorologische omstandigheden kunnen de NO2- en PM10-concentraties in de praktijk ongeveer 5, respectievelijk 9 procent hoger of lager zijn dan berekend op basis van de meerjarige meteorologie (Velders en Matthijsen, 2009). De concentraties in de huidige situatie zijn overgenomen uit het CIMLK. De gegevens uit het CIMLK zijn openbaar, de diverse wegeigenaren (Rijkswaterstaat, provincies en gemeenten) dienen te zorgen voor de juistheid van de gegevens en een jaarlijkse update hiervan. Ook zijn toekomstige wegenprojecten in de het CIMLK opgenomen. Dit maakt het CIMLK op dit moment de meest betrouwbare bron voor wegkenmerken als wegligging, weg- en schermhoogtes en wegtypes.
22 november 2023
BJ1923-MI-RP-231027-0840
25
5
Externe veiligheid
5.1
Inleiding
Externe veiligheid beschouwt de risico’s ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen bij het transport, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen waarbij dodelijke slachtoffers kunnen vallen in de omgeving. Het planvoornemen voegt in de nabijheid van verschillende risicobronnen nieuwe populatie toe.
5.2
Beleid, wet- en regelgeving
In de tabel staan de kaders vanuit relevante huidige wet- en regelgeving die van belang zijn voor de effectbeschrijving en -beoordeling van het thema. Daarnaast is een vooruitblik gegeven op de aanstaande wijzigingen onder de Omgevingswet. Tabel 5-1: Wetgeving, beleid en richtlijnen Wet of beleidsstuk
Toelichting
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)
In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen opgenomen. De Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi) legt de bijbehorende rekenvoorschriften, afstandseisen etc. vast.
Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt)
Dit besluit bevat de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het binnenwater.
Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb)
In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vastgelegd.
Activiteitenbesluit milieubeheer
In dit besluit zijn veiligheidsafstanden en risiconormen ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten opgenomen. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations, en gasdrukmeet- en regelstations.
Vuurwerkbesluit
Dit besluit geeft veiligheidsafstanden voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk
Bestemmingsplan Lelystad – Luchthavencontouren
Dit ontwerp bestemmingsplan definieert meerdere vrijwaringszones, waaronder “vrijwaringszone – Luchtvaart 3”. Deze vrijwaringszone is mede bestemd voor het vrijhouden van noodgebied (outer horizontal surface) voor de bereikbaarheid van het vliegveld. Binnen deze vrijwaringszone geldt een maximale bouwhoogte van 146,3 meter ten opzichte van NAP, danwel de bestaande bouw- of tiphoogte. Dit is ook vastgelegd in het Luchthavenbesluit Lelystad.
Routeringsbesluit Gevaarlijke Stoffen Lelystad
Deze kaart geeft aan welke lokale wegen het bevoegd gezag heeft aangewezen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen in aanvulling op de wegen die zijn vastgelegd in de Regeling basisnet.
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het Barro bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.
Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten