CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 3 MER deel B

Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 16 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.289 Vaststelling bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad29.043 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

RAPPORT MER Waterfront Stedelijke Kust Lelystad Hoofdrapport deel B: deelonderzoeken Klant:

Gemeente Lelystad

Referentie: BJ1923-MI-RP-231027-0840 Status:

Definitief/1

Datum:

22 november 2023

Projectgerelateerd

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure +31 88 348 20 00 T +31 33 463 36 52 F info@rhdhv.com E royalhaskoningdhv.com W

Titel document: MER Waterfront Stedelijke Kust Lelystad Sub titel: Hoofdrapport deel B: deelonderzoeken Referentie: BJ1923-MI-RP-231027-0840 Status: Definitief/1 Datum: 22 november 2023 Projectnaam: MER Waterfront Projectnummer: BJ1923 Classificatie Projectgerelateerd

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

2

Projectgerelateerd

Inhoudsopgave Inhoudsopgave

3

1

Methodiek

9

1.1

Beoordelingskader

9

1.2

Uitgangspunten voor de effectbeschrijving en classificatie effectbeoordeling

11

1.3

Ontwikkelingen die zijn meegenomen in de referentiesituatie

11

2

Verkeer

13

2.1

Inleiding

13

2.2

Beleid, wet- en regelgeving

13

2.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

13

2.4

Bereikbaarheid per auto

15

2.5

Bereikbaarheid per openbaar vervoer

26

2.6

Bereikbaarheid voor langzaam verkeer

28

2.7

Verkeersveiligheid

30

2.8

Parkeren

31

2.9

Verkeersleefbaarheid

34

2.10

Effecten tijdens realisatie

35

2.11

Conclusie verkeer

36

2.12

Leemten in kennis en/of informatie

36

2.13

Aanzet voor monitoring

37

3

Geluid

38

3.1

Inleiding

38

3.2

Beleid, wet- en regelgeving

38

3.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

38

3.4

Wegverkeerslawaai

2

3.5

Industrielawaai

9

3.6

Beschouwing van overige geluidseffecten

15

3.7

Conclusie geluid

16

3.8

Leemten in kennis en/of informatie

17

3.9

Aanzet voor monitoring

17

4

Luchtkwaliteit

18

4.1

Inleiding

18

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

3

Projectgerelateerd

4.2

Beleid, wet- en regelgeving

18

4.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

19

4.4

Luchtkwaliteit

21

4.5

Conclusie luchtkwaliteit

24

4.6

Leemten in kennis en/of informatie

25

5

Externe veiligheid

26

5.1

Inleiding

26

5.2

Beleid, wet- en regelgeving

26

5.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

27

5.4

Plaatsgebonden risico

30

5.5

Groepsrisico

35

5.6

Beschouwing vrijwaringszones

39

5.7

Vooruitblik Omgevingswet

41

5.8

Conclusie externe veiligheid

41

5.9

Leemten in kennis en/of informatie

43

5.10

Aanzet voor monitoring

43

6

Bedrijven- en milieuzonering

44

6.1

Inleiding

44

6.2

Beleid, wet- en regelgeving

44

6.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

45

6.4

Hinder van en beperkingen voor bestaande bedrijvigheid

47

6.5 Knelpunten met maximale planologische mogelijkheden en maximale benutting geluidzone

53

6.6

Conclusie bedrijven- en milieuzonering en geur

55

6.7

Leemten in kennis en/of informatie

56

6.8

Aanzet voor monitoring

56

7

Bodem

57

7.1

Inleiding

57

7.2

Beleid, wet- en regelgeving

57

7.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

60

7.4

Beschouwing bodemopbouw

60

7.5

Land- en waterbodemkwaliteit

61

7.6

Grondverzet

65

7.7

Conclusie bodem

67

7.8

Leemten in kennis en/of informatie

68

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

4

Projectgerelateerd

8

Waterkwaliteit (KRW)

69

8.1

Inleiding

69

8.2

Beleid, wet- en regelgeving

69

8.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

70

8.4

Grondwaterkwaliteit

71

8.5

Chemische oppervlaktewaterkwaliteit

74

8.6

Ecologische oppervlaktewaterkwaliteit

78

8.7

Conclusie waterkwaliteit

84

8.8

Leemten in kennis en/of informatie

85

8.9

Aanzet voor monitoring

85

9

Waterkwantiteit

86

9.1

Inleiding

86

9.2

Beleid, wet- en regelgeving

86

9.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

88

9.4

Waterbergend vermogen Markermeer

89

9.5

Functioneren binnendijks watersysteem

92

9.6

Grondwaterhuishouding

99

9.7

Conclusie waterkwantiteit

108

9.8

Leemten in kennis en/of informatie

109

9.9

Aanzet voor monitoring

110

10

Waterveiligheid en morfologie

111

10.1

Inleiding

111

10.2

Beleid, wet- en regelgeving

111

10.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

112

10.4

Uitgangspunten voor het verleggen en versterken van de primaire waterkering

112

10.5

Hydrodynamica

115

10.6

Morfologie

116

10.7

Slibinvang

119

10.8

Hoogwaterveiligheid

121

10.9

Beheerbaarheid

126

10.10

Conclusie hoogwaterveiligheid en morfologie

127

10.11

Leemten in kennis en/of informatie

128

10.12

Aanzet voor monitoring

128

11

Nautische veiligheid

129

11.1

Inleiding

129

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

5

Projectgerelateerd

11.2

Beleid, wet- en regelgeving

129

11.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

130

11.4

Ruimte voor de vaarweg

135

11.5

Vaarverkeerssituatie

145

11.6

Interactie met het Waterfront

153

11.7

Conclusie nautische veiligheid

161

11.8

Leemten in kennis en/of informatie

162

11.9

Aanzet voor monitoring

163

12

Natuur

164

12.1

Inleiding

164

12.2

Beleid, wet- en regelgeving

164

12.3

Natura 2000

165

12.4

Natuurnetwerk Nederland

193

12.5

Beschermde soorten

202

12.6

Beschouwing Houtopstanden

216

12.7

Biodiversiteit

217

12.8

Conclusie natuur

221

12.9

Leemten in kennis en/of informatie

223

12.10

Aanzet voor monitoring

223

13

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

224

13.1

Inleiding

224

13.2

Beleid, wet- en regelgeving

224

13.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

228

13.4

Landschapstype- en structuur, (aardkundige) gebieden en patronen

229

13.5

Groenstructuren

237

13.6 Historisch-geografische patronen en structuren en historische-(steden)bouwkundige elementen 240 13.7

Archeologische (verwachtings)waarden

248

13.8

Conclusie landschap, cultuurhistorie en archeologie

256

13.9

Leemten in kennis en/of informatie

259

13.10

Aanzet voor monitoring

259

14

Gezondheid

260

14.1

Inleiding

260

14.2

Beleid, wet- en regelgeving

260

14.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

261

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

6

Projectgerelateerd

14.4

Studiegebied/ afbakening

262

14.5

Gezondheidsbescherming (geluid)

262

14.6

Gezondheidsbescherming (luchtkwaliteit)

268

14.7

Gezondheidsbevordering

270

14.8

Conclusie gezondheid

273

14.9

Leemten in kennis en/of informatie

274

14.10

Aanzet voor monitoring

274

15

Duurzaamheid

275

15.1

Inleiding

275

15.2

Beleid, wet- en regelgeving

275

15.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

276

15.4

Energie

280

15.5

Klimaat

289

15.6

Circulariteit

295

15.7

Conclusies duurzaamheid

299

15.8

Leemten in kennis en/of informatie

300

15.9

Aanzet voor monitoring

300

16

Hinder van de gebouwde omgeving

301

16.1

Inleiding

301

16.2

Beleid, wet- en regelgeving

301

16.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

302

16.4

Lichthinder

304

16.5

Schaduwwerking naar omgeving en bezonning

312

16.6

Windhinder

319

16.7

Conclusie hinder van de gebouwde omgeving

325

16.8

Leemten in kennis en/of informatie

325

16.9

Aanzet voor monitoring

325

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

7

Projectgerelateerd

Referenties

326

Bijlagen Bijlage 1: Uitgangspuntennotitie MER Bijlage 2: Verkeer Bijlage 3: Geluid Bijlage 4: Bodem Bijlage 5: Waterkwantiteit Bijlage 6: Gezondheid

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

8

Projectgerelateerd

1

Methodiek

De effecten van de alternatieven en varianten van het Waterfront zijn thematisch door specialisten beschreven en getoetst in de volgende hoofdstukken. Voor het bepalen van de milieueffecten zijn model-, veld- en bureaustudies uitgevoerd. Daarnaast is informatie verkregen uit overleggen met betrokken instanties. De effecten van de alternatieven en varianten zijn beschreven en getoetst als veranderingen ten opzichte van de referentiesituatie. Dat is de milieusituatie die ontstaat op basis van de huidige situatie en trends en autonome ontwikkelingen die ook zullen optreden zonder dat het Waterfront wordt gerealiseerd. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk zijn de autonome ontwikkelingen beschreven waarmee rekening is gehouden in dit MER. De referentiesituatie is per thema beschreven in de volgende hoofdstukken.

1.1

Beoordelingskader

In de tabel staan de milieuthema’s en criteria waarvan de effecten zijn beoordeeld. In de tabel is aangegeven of de beoordeling betrekking heeft op de realisatie en/of de eindsituatie. Voor enkele criteria is een beschouwing gegeven en geen beoordeling. Deze criteria zijn niet onderstaande tabel opgenomen. Tabel 1-1: Beoordelingskader Thema

Criterium

Realisatie

Eindsituatie

Bereikbaarheid per auto Bereikbaarheid per openbaar vervoer Verkeer

Bereikbaarheid voor Langzaam verkeer Verkeersveiligheid Parkeren Verkeersleefbaarheid Wegverkeerslawaai

Geluid

Industrielawaai (milieuzonering, evenementen, strand) Bouwlawaai, scheepvaart, luchtvaart

Luchtkwaliteit

Verandering concentratie luchtkwaliteit

Stikstofdepositie *onderdeel van de passende beoordeling

Stikstofdepositie op natuurgebieden

Externe veiligheid

Bedrijven en milieuzonering

Bodem Waterkwaliteit (KRW)

22 november 2023

Depositie van ammoniak op natuurgebieden Toe- en afnames stikstofdepositie Plaatsgebonden risico (PR) Groepsrisico (GR) Knelpunten met maximale planologische mogelijkheden met het oog op omliggende bedrijventerreinen Knelpunten met feitelijke bedrijvigheid voor relevante bedrijven Land- en waterbodemkwaliteit Grondverzet Grondwaterkwaliteit Chemische oppervlaktewaterkwaliteit

BJ1923-MI-RP-231027-0840

9

Projectgerelateerd

Thema

Criterium

Realisatie

Eindsituatie

Ecologische oppervlaktewaterkwantiteit Waterbergend vermogen Waterkwantiteit

Functioneren binnendijks watersysteem Grondwaterhuishouding Hydrodynamica Morfologie

Hoogwaterveilighe id en morfologie

Slibinvang Hoogwaterveiligheid Beheerbaarheid Ruimte voor de vaarweg

Nautische veiligheid

Vaarverkeerssituatie Interactie met het Waterfront Natura 2000

Natuur

Natuurnetwerk Nederland Beschermde soorten Biodiversiteit Landschapstype en -structuur, (aardkundige) gebieden en patronen

Landschap, cultuurhistorie en archeologie

Groenstructuren Historisch-geografische patronen, structuren en ensembles en stedenbouwkundige en bouwkundige ensembles, relicten en objecten Archeologische (verwachtings)waarden Gezondheidsbescherming (geluid)

Gezondheid

Gezondheidsbescherming (luchtkwaliteit) Gezondheidsbevordering (leefomgeving en voorzieningen) Energie

Duurzaamheid

Klimaat Circulariteit

Lichthinder, bezonning en windhinder

22 november 2023

Lichthinder Schaduwwerking Windhinder

BJ1923-MI-RP-231027-0840

10

Projectgerelateerd

1.2

Uitgangspunten voor de effectbeschrijving en classificatie effectbeoordeling

Voor het beschrijven van de effecten is de volgende werkwijze gehanteerd: • De effecten zijn getoetst aan wet- en regelgeving, of, als er voor een thema geen specifieke regels van toepassing zijn, op basis van een deskundigen oordeel. • Bij de beschrijving van de effecten is, daar waar dit aan de orde is, onderscheid gemaakt tussen tijdelijk optredende effecten en permanente effecten. • Er is gekeken of er bij de thema’s een risico op cumulatie van effecten speelt met andere ontwikkelingen die tegelijkertijd plaatsvinden. Er wordt geen cumulatie verwacht met de autonome ontwikkelingen in de omgeving. • De effectbeschrijving vindt plaats op basis van bestaande en beschikbare gegevens. • Daar waar sprake is van onzekerheden met betrekking tot de te verwachten effecten is een conservatieve benadering toegepast en zijn de leemten in kennis en informatie aangegeven. Voor de beoordeling van de effecten is gewerkt met maatlatten. Daarbij is een vijfpuntsschaal gehanteerd, waarbij de beoordeling van effecten kan variëren tussen een sterk negatief effect (- -) en een sterk positief (++) effect. Tabel 1-2: Classificatietabel effectbeoordeling

Score

Betekenis

++

Sterk positief effect ten opzichte van de referentiesituatie, groot van omvang of in een kritisch gebied

+

Licht positief effect, relatief beperkt, tijdelijk of lokaal

0

Neutraal, geen effect ten opzichte van de referentiesituatie

-

Licht negatief effect, relatief beperkt, tijdelijk of lokaal

--

Sterk negatief effect, groot effect of in een kritische periode of gebied

1.3

Ontwikkelingen die zijn meegenomen in de referentiesituatie

De referentiesituatie is de situatie die in de toekomst zal ontstaan als het Waterfront niet wordt gerealiseerd. Het referentiejaar voor dit MER is 2040 als alle aanlegwerkzaamheden zijn afgerond. De referentiesituatie bestaat uit de huidige situatie én autonome ontwikkelingen. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen waarover al besluitvorming heeft plaatsgevonden en die zullen plaatsvinden ook als het Waterfront er niet zou komen. Het uitgangspunt voor de referentiesituatie in het plangebied is de feitelijke huidige situatie in Bataviakwartier en Meerdijkhaven. Dat wil zeggen dat het volledig benutten van (planologische) ruimte niet als onderdeel van de referentiesituatie wordt beschouwd. Hiermee wordt de worst case van planeffecten in beeld gebracht. Alleen voor de binnen het plangebied gelegen delen van bedrijventerrein Noordersluis wordt het benutten van de planologische ruimte wél als onderdeel van de referentiesituatie beschouwd, omdat de huidige functie van dit gebied niet in lijn is met de beoogde ontwikkeling in het Waterfront en de gemeente tot een duidelijke wijziging besluit. Zo wordt de grootst mogelijke verandering als gevolg van het voornemen in beeld gebracht.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

11

Projectgerelateerd

De dijkversterking van de Oostvaardersdijk wordt als autonome ontwikkeling meegenomen in het alternatief zonder landaanwinning. In het voorlopig VKA en de varianten is de dijkversterking naar voren getrokken en meegenomen als onderdeel van het voornemen. In de directe omgeving van het plangebied worden, onafhankelijk van het plan voor het Waterfront, de komende jaren de volgende autonome ontwikkelingen voorzien: • Rond de Bataviahaven liggen nog niet ontwikkelde kavels die grenzen aan het Waterfront. Op grond van het vigerende bestemmingsplan mogen daar woningen gebouwd worden met in de plinten aan de haven ondersteunende voorzieningen zoals nautische dienstverlening en horeca. Uitgangspunt voor de referentiesituatie is dat deze kavels ontwikkeld worden met circa 600 woningen en 3200 m2 bvo leisure/voorzieningen. • Niet alle gronden van bedrijventerrein Noordersluis worden momenteel benut. Er zijn geen concrete initiatieven voor deze gronden, maar het is goed mogelijk dat die er in de toekomst wel komen. Voor de referentiesituatie wordt het volledig benutten van de huidige (planologische) mogelijkheden als uitgangspunt genomen. • De in de omgeving van het plangebied gelegen primaire waterkering wordt in het kader van het Hoogwaterbeschermingsprogramma versterkt. • Er wordt onderzoek gedaan naar de mogelijke aanleg van een 380 kV verbinding tussen Diemen en Ens.

Omdat dit nog niet concreet genoeg is, is dit niet als autonome ontwikkeling onderzocht in dit MER. In de verdere omgeving van het plangebied vinden de komende jaren ook ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen plaats die invloed hebben op de verkeers- en milieusituatie in en om het plangebied. Tabel 1-3: Autonome ontwikkelingen in de omgeving van het plangebied

Ontwikkeling

2030

2040

Warande: woningbouw en ontsluitingsstructuur van de wijk

6.407 woningen

14.933 woningen

Gebiedsontwikkeling Lelystad Centrum (VCP): Hanzepark, Rechtbank en Getronics

525 woningen en 10.100 m2 bvo commercieel

Idem

Rondweg Zuid: Laan van Nieuwland inclusief aansluiting op de A6

Ja

Idem

Generieke autonome groei (conform STRAVELA)

Ja

Ja

Groei bezoekersaantal Nationaal Park Nieuwland

Ja

Ja

Verbreding A6

Nee

Ja

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

12

Projectgerelateerd

2

Verkeer

2.1

Inleiding

Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van het Waterfront Stedelijke Kust Lelystad op het thema verkeer. De effectbeoordeling van dit thema is gebaseerd op de volgende criteria: • Bereikbaarheid per auto • Bereikbaarheid voor openbaar vervoer • Bereikbaarheid voor langzaam verkeer • Verkeersveiligheid • Parkeren • Verkeersleefbaarheid

2.2

Beleid, wet- en regelgeving

Er is geen beleid, wet- en regelgeving voor het aspect verkeer waaraan getoetst wordt in dit MER. De beoordeling van de effecten gebeurt aan de hand van inhoudelijke richtlijnen en consensus binnen het vakgebied, zoals die van het CROW. Voor zover van toepassing zijn deze bij de uitgangspunten benoemd.

2.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

Voor de beoordeling van de verkeerskundige effecten bestaat geen strikte wettelijke regelgeving waaraan de situatie moet voldoen. Vigerende richtlijnen van het CROW (landelijke kennisinstituut voor verkeer en vervoer) zijn veelal het uitgangspunt voor de toetsing. De effectbeoordeling voor verkeer heeft op de volgende basis plaatsgevonden: Tabel 2-1: Werkwijze onderzoek verkeerseffecten

Aspecten

Te beschrijven effecten

Werkwijze

Bereikbaarheid per auto

Ontsluitingsstructuur, effect op verkeersafwikkeling (verkeersintensiteiten op omliggende wegennet en kruispunten), in spits, bij open brug en bij evenement

Kwantitatief

Bereikbaarheid voor OV

Toetsing in hoeverre ambities voor OV worden uitgewerkt, netwerkstructuur en kwaliteit

Kwalitatief

Bereikbaarheid voor langzaam verkeer

Toetsing in hoeverre ambities voor langzaam verkeer worden uitgewerkt, netwerkstructuur en kwaliteit

Kwalitatief

Verkeersveiligheid

Effect op basis van intensiteiten en mate van scheiding verkeersstromen / aantallen kruisingen

Deels kwantitatief, deels kwalitatief

Parkeren

Toetsing parkeersituatie (op basis van extern onderzoek) en in Kwalitatief hoeverre ambities in plan worden uitgewerkt, parkeerbalans per deelgebied voor reguliere situaties, voor evenementensituatie, parkeerbehoefte voor strand, fietsparkeren (voor zover beschikbaar)

Verkeersleefbaarheid

Effect verkeer op bestaande wegen en straten, mate waarin zoek- en sluipverkeer ontstaat in omliggende wijken, barrièrewerking

22 november 2023

Deels kwantitatief, deels kwalitatief

BJ1923-MI-RP-231027-0840

13

Projectgerelateerd

Om de verkeerseffecten waar mogelijk kwantitatief en zo betrouwbaar mogelijk inzichtelijk te maken, is gebruik gemaakt van het verkeersprognosemodel van Lelystad en omgeving “Stravela” (Strategisch Verkeersmodel Lelystad - Almere). De getoetste alternatieven zijn gemodelleerd in deze modelomgeving, waarmee de wijzigingen in verkeersstromen multimodaal, voor gemotoriseerd verkeer (auto en vracht), fiets en openbaar vervoer, beschikbaar zijn gemaakt. De berekeningen zijn gemaakt op basis van het planjaar 2040 en ook voor het planjaar 2030. De bevindingen voor het planjaar 2030, de verkeerskundige effecten, worden in deze deelrapportage niet verder gespecificeerd. De effecten die voor het jaar 2040 optreden, treden ook of in mindere mate op voor het jaar 2030. In samenspraak met de gemeente zijn de modeluitgangspunten bepaald en welke aanpassingen gedaan moesten worden ten aanzien van de beschikbare ‘referentiesituatie’ voor de planjaren, opdat hier de meest recente inzichten in opgenomen zitten en daarmee de juiste vergelijkingsbasis verkregen werd. In bijlage 2.1 is de notitie opgenomen met de afgestemde gehanteerde uitgangspunten voor de verkeersmodellering.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

14

Projectgerelateerd

2.4

Bereikbaarheid per auto

2.4.1

Beoordelingsmethodiek

De algemene classificatietabel (Tabel 1-2) is gebruikt om de effecten te beoordelen.

2.4.2

Referentiesituatie

Huidige situatie De hoofdontsluitingsroutes voor autoverkeer zijn de Houtribweg, die van noord naar zuid langs het plangebied loopt, de Houtribdreef en Visarenddreef, die het plangebied verbinden met andere stadsdelen en het achterland oostwaarts, en de N307, die Lelystad in westelijke richting verbindt met Enkhuizen en in noordoostelijke richting met de A6 en verder. De deelgebieden zijn via een meer fijnmazig wegennetwerk ontsloten op de hoofdinfrastructuur. Figuur 2-1 geeft dit wegennetwerk weer.

Figuur 2-1: Hoofdontsluitingsroutes plangebied en omgeving.

Autonome ontwikkeling In de directe en verdere omgeving van het plangebied worden, onafhankelijk van het Waterfront, de komende jaren diverse autonome ontwikkelingen voorzien. Op het gebied van weginfrastructuur betreft dit de volgende ontwikkelingen: • Rondweg Zuid (Laan van Nieuw Land), inclusief aanpassing van de aansluiting op de A6 (al in 2030 gerealiseerd); • Verbreding van de A6 van 2x2 naar 2x3 rijstroken, tussen Almere en Lelystad (nog niet in 2030 gerealiseerd, wel in 2040).

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

15

Projectgerelateerd

2.4.3

Effectbeschrijving en effectbeoordeling

Effecten eindsituatie Voorlopig VKA Het voorlopig VKA heeft een woningopgave van maximaal 3000 woningen met grootschalige leisure voorzieningen. De woonbuurten van Meerdijkhaven krijgen een afzonderlijke auto ontsluiting naar de Houtribweg, zoals schematisch weergegeven in Figuur 2-2. Parkeren voor bewoners is voorzien bij de woningen. Voor bezoekers zijn twee parkeerterreinen aan de overzijde van de Houtribweg gepland.

Figuur 2-2: Ontsluitingsstructuur planvorming Saerdam en Meerdijkhaven.

De leisure ontwikkeling in Bataviakwartier brengt een andere verkeersaanbod en parkeerbehoefte. Bij deze ontwikkeling is het autovrij maken van de Oostvaardersdijk van Bataviahaven tot aan de Museumweg voorzien. In Figuur 2-3 is de beoogde ontsluitingsstructuur weergegeven voor Bataviakwartier,

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

16

Projectgerelateerd

Figuur 2-3: Planvorming met ontsluitingsstructuur voor Bataviahaven.

Met het verkeersprognosemodel is verkend wat de effecten zijn van de ontwikkelingen voor het wegennet en de omvang van de verkeersstromen voor de toekomstige situatie in het jaar 2040, voor de reguliere, dagelijkse werkdagsituatie. De resulterende plots met de intensiteiten per tijdsperiode (ochtendspits, avondspits, etmaalperiode) en de verschilplots ten opzichte van de referentiesituatie behoren als Bijlage 2.2 bij deze rapportage. Tabel 2-2 geeft een overzicht van de verkeersintensiteiten op een selectie van wegen in en rond het plangebied. De locaties van de beschouwde wegvakken staat aangegeven in Figuur 2-4.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

17

Projectgerelateerd

Tabel 2-2: Verkeersintensiteiten 2040 op wegdoorsneden (in voertuigen per etmaal).

Wegvak

Referentiesituatie

Voorlopig VKA

Toename t.o.v. Ref.

1

Houtribweg

11.200

19.100

7.900

2

Visarenddreef

8.700

14.800

6.100

3

Houtribweg (t.h.v. Knardijk)

8.200

9.100

900

4

Westerdreef

33.500

35.500

2.000

5

Laan van Nieuw Land

25.700

27.100

1.400

6

Larserdreef (westzijde)

20.200

20.300

100

7

Larserdreef (oostzijde)

38.500

39.000

500

8

Geldersedreef

10.400

10.400

0

9

Visarenddreef

20.500

23.700

3.200

10

Houtribweg (t.h.v. Vliegende Hert)

7.900

10.700

2.800

11

Westerdreef

24.900

25.600

700

12

Stationsdreef

10.700

11.200

500

13

Kustendreef

8.100

7.800

-300

14

Houtribdreef

19.400

20.400

1.000

15

Houtribdreef (t.h.v. Kustwijk)

16.600

19.700

3.100

16

Houtribweg (t.h.v. Bataviaplein)

15.600

14.300

-1.300

17

Houtribsluisbrug

13.400

13.300

-100

18

Houtribweg (N307)

10.900

11.100

200

19

A6 (knp. Lelystad Noord)

67.900

67.500

-400

20

A6 (t.h.v Natuurpark)

74.700

74.800

100

21

A6 (knp. Lelystad Airport)

112.100

113.500

1.400

Figuur 2-4: Locaties van wegdoorsneden. 22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

18

Projectgerelateerd

In Figuur 2-5 is een verschilplot voor de verkeersintensiteiten op etmaalniveau opgenomen. Deze laat zien op welke wegen een verkeerstoename wordt verwacht (in rood aangegeven), op welke wegen de verkeersintensiteiten afnemen (in groen aangegeven) en hiermee hoe de wijzigingen van intensiteiten zijn verdeeld over het verdere wegennet.

Figuur 2-5: Verschilplot met verschil tussen intensiteiten tussen Voorlopig VKA en Referentiesituatie 2040.

Uit de tabel en de verschilplot is af te leiden dat de toename van verkeersintensiteit ten gevolge van het plan zich met name op de Houtribweg en de Visarenddreef manifesteert. Op delen van deze wegen groeit de intensiteit met 6.000 à 8.000 motorvoertuigen per etmaal. Deze wegen vormen ook de meeste directe verbinding richting het centrum en de ontsluiting naar de A6. Op de andere omliggende gebiedsontsluitingswegen is de verkeerstoename ten gevolge van het plan geringer, rond 2.000 á 3.000 motorvoertuigen per etmaal. Naarmate je verder wegkomt van de locatie van de planontwikkeling dempt het effect uit; het verkeer spreidt zich over verschillende routes.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

19

Projectgerelateerd

De ontsluiting van het plangebied gaat uitsluitend over gebiedsontsluitingswegen, die hiervoor zijn bedoeld en zijn ingericht. Erftoegangswegen (woonstraten) krijgen, behalve in het plangebied zelf uiteraard, nauwelijks meer verkeer te verwerken. Aan de noordzijde van Bataviahaven zijn verkeersafnames te zien, die direct het gevolg van het autovrij maken van dit deelgebied en de tweede toegang tot Bataviakwartier, als onderdeel van de planvorming.

Figuur 2-6: Locaties van getoetste kruispunten.

Het meest kritisch in termen van verkeersafwikkeling zijn in stedelijk gebied de kruispunten. Met het verkeersmodel is inzicht verkregen in de verhouding tussen de intensiteit (I) en capaciteit (C) van kruispunten, in beide spitsperioden. Deze verhouding is een maat voor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling, de doorstroming op kruispunten. Zolang de I/C-verhouding onder de 0,80 blijft, is de verkeersafwikkeling goed; een waarde tussen de 0,80 en 0,90 duidt op een kans op filevorming, een waarde tussen 0,9 en 1,0 op een knelpunt met filevorming en waardes van 1,0 of hoger of structurele overbelasting van het kruispunt. Voor de 11 kruispunten als aangegeven in Figuur 2-6 zijn de I/Cverhoudingen beschouwd, weergegeven in Tabel 2-3.Op andere kruispunten is de invloed van de verkeerswijzigingen ten gevolge van de planvorming minimaal.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

20

Projectgerelateerd

Tabel 2-3: Verzadigingsgraad kruispunten volgens verkeersmodel 2040.

Kruispunten

Ochtendspits

Avondspits

Ref

VKA 2040

Ref

VKA 2040

1

Kruispunt Houtribweg – Visarenddreef

0,83

1,00

1,00

0,52

2

Kruispunt Houtribweg – Houtribdreef

0,40

0,39

0,66

0,61

3

Kruispunt Houtribdreef – Westerdreef

0,29

0,30

0,55

0,44

4

Kruispunt Visarenddreef – Westerdreef

0,92

1,01

1,00

1,00

5

Kruispunt Westerdreef – Larserdreef

1,00

1,00

0,86

0,99

6

Kruispunt Larserdreef – Middendreef

0,58

0,70

0,88

0,62

7

Kruispunt Visarenddreef – Stationsplein

0,89

1,01

0,96

1,01

8

Kruispunt Ziekenhuisweg – Zuigerplasdreef

0,73

0,91

0,62

0,82

9

Kruispunt Larserdreef – Zuigerplasdreef

1,00

1,00

1,00

0,99

10

Noordelijke rotonde A6

0,93

0,98

1,00

1,00

11

Zuidelijke rotonde A6

0,75

0,78

0,83

0,73

12

Kruispunt Westerdreef – Buizerdlaan

0,98

0,9

0,91

0,87

De ontsluiting naar de A6 en het centrum via de Houtribweg en de Visarenddreef worden het meest belast door extra verkeer van en naar het plangebied. Door de verkeerstoename op dit traject neemt de ICverhouding met name op de kruispunten 1, 4, 7 en 8 (kruispunten van de Visarendreef met de Houtribweg, de Westerdreef en met het Stationsplein, en het kruispunt Ziekenhuisweg – Zuigerplasdreef) in de spitstijden, waarbij met name de ochtendspits kritisch is. Op deze kruispunten treedt overbelasting van de kruispunten en zal zonder nadere maatregelen congestie en files ontstaan. Andere kruispunten op het netwerk worden minder beïnvloed door de planontwikkeling. Op sommige kruispunten ligt de IC-verhouding al hoog in de referentiesituatie, zoals op kruispunt 5 en 9 (kruispunten van de Larserdreef met de Westerdreef en met de Zuigerplasdreef), maar is dit niet als gevolg van de planontwikkeling Waterfront. Aanpak van deze knelpunten overstijgt dus de planontwikkeling en wordt in een ander kader onderzocht en aangepakt. De beoordeling van de bereikbaarheid per auto is met het ontstaan van enkele knelpunten in het wegennet van Lelystad licht negatief (-). Open brug situatie Nabij het plangebied bevindt zich de Houtribsluisbrug, locatie 17 in Figuur 2-4.

Uit de gegevens van Rijkswaterstaat blijkt dat deze brug gemiddeld 28 keer per dag opengaat, met een gemiddelde tijdsduur van 5:49 minuten. De verkeersmodelexercitie laat geen extra verkeer zien op de N307 richting de Houtribbrug. Met andere woorden, het verkeer dat de N307 de brug op gaat is maar een fractie van het verkeer van/naar het plangebied. Hierdoor blijft het verkeersbeeld bij de brug gelijk aan de referentiesituatie en ontstaat geen extra risico op wachtrijen in geval van een open brug situatie.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

21

Projectgerelateerd

Evenementen In Bataviakwartier vinden momenteel jaarlijks twee evenementen plaats die veel bezoekers trekken: de HISWA te water en de Oldtimerdag. Voor de betreffende evenementen zijn mobiliteitsplannen opgesteld en operationeel. Het plangebied genereert per etmaal ongeveer 3.000 extra motorvoertuigen op de Houtribweg. Dit zorgt voor meer verkeer op de ingestelde omleidingsroutes en vraagt ook om afstemming om de bereikbaarheid van het plangebied te waarborgen en geen overlast te geven voor de evenementen. Tijdens de evenementen wordt de Houtribweg voor een gedeelte afgezet en ingericht als parkeerterrein. De achterliggende wijken en de parkeerplaatsen aldaar blijven wel bereikbaar voor bestemmingsverkeer. Het kan zijn dat er extra parkeerplaatsen nodig zijn. De collectieve parkeerplaatsen bij Meerdijkhaven kunnen hiervoor worden gebruikt, omdat overdag de bezettingsgraad lager is dan maximaal. De gemeente verwacht dat het aantal grote evenementen met de leisure ontwikkeling in Bataviakwartier zal toenemen. Tijdens evenementen worden ook omleidingsroutes voor fietsverkeer aangegeven. Door het aanleggen van een extra fietspad te midden van de deelgebieden geeft dit extra mogelijkheden voor het ontsluiten van de evenementen. Alternatief zonder landaanwinning Door het kleinere beschikbare landoppervlak is het functionele programma aanzienlijk kleiner dan bij de voorlopig VKA.

De ontsluitingsstructuur voor dit alternatief is identiek, met op vergelijkbare wijze parkeervoorzieningen voor bewoners aan de overzijde van de Houtribweg (zie Figuur 2-7).

Figuur 2-7: Beoogde structuur Saerdam en Meerdijkhaven in ‘alternatief zonder landaanwinning’.

Door het beperkte functionele programma is de verkeersgeneratie van het alternatief minder dan in het voorlopig VKA. De toename van de verkeersintensiteiten op het wegennet is zodoende op de meeste plaatsen minder dan in de voorlopig VKA. 22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

22

Projectgerelateerd

Ook voor dit alternatief is met het verkeersprognosemodel is berekend wat de effecten zijn van de ontwikkelingen voor het wegennet en de omvang van de verkeersstromen voor de toekomstige situatie in het jaar 2040, voor de reguliere, dagelijkse werkdagsituatie. De resulterende plots met de intensiteiten per tijdsperiode (ochtendspits, avondspits, etmaalperiode) en de verschilplots ten opzichte van de referentiesituatie behoren als bijlage 2.2 bij deze rapportage. In Tabel 2-4 staan de intensiteiten op een selectie van wegvakken in Lelystad. Tabel 2-4: Verkeersintensiteiten 2040 op wegdoorsneden (in voertuigen per etmaal)

Wegvak

Referentiesituatie

Voorlopig VKA

Alt. zonder landaanwinning

Toename t.o.v. Referentie

1

Houtribweg

11.200

19.100

13.100

1.900

2

Visarenddreef

8.700

14.800

9.900

1.200

3

Houtribweg (t.h.v. Knardijk)

8.200

9.100

8.200

0

4

Westerdreef

33.500

35.500

35.100

1.600

5

Laan van Nieuw Land

25.700

27.100

26.300

600

6

Larserdreef (westzijde)

20.200

20.300

20.800

600

7

Larserdreef (oostzijde)

38.500

39.000

38.500

0

8

Geldersedreef

10.400

10.400

10.300

-100

9

Visarenddreef

20.500

23.700

20.900

400

10

Houtribweg (t.h.v. Vliegende Hert)

7.900

10.700

9.000

1.100

11

Westerdreef

24.900

25.600

26.000

1.100

12

Stationsdreef

10.700

11.200

10.600

-100

13

Kustendreef

8.100

7.800

7.900

-200

14

Houtribdreef

19.400

20.400

19.800

400

15

Houtribdreef (t.h.v. Kustwijk)

16.600

19.700

18.400

1.800

16

Houtribweg (t.h.v. Bataviaplein)

15.600

14.300

14.300

-1.300

17

Houtribsluisbrug

13.400

13.300

13.400

0

18

Houtribweg (N307)

10.900

11.100

11.200

300

19

A6 (knp. Lelystad Noord)

67.900

67.500

67.800

-100

20

A6 (t.h.v. Natuurpark)

74.700

74.800

74.600

-100

21

A6 (knp. Lelystad Airport)

112.100

113.500

112.900

800

Door een kleiner functioneel programma is de orde grootte van verkeerstoename bij deze variant kleiner. Op de gebiedsontsluitingswegen waar het plangebied op ontsluit neemt het verkeer met 1.000 tot 2.000 motorvoertuigen per etmaal toe. Verder weg van het plangebied nemen de verschillen af.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

23

Projectgerelateerd

In Tabel 2-5 staan de I/C-verhoudingen van de kruispunten voor dit alternatief, als indicatie voor de kwaliteit van de verkeersafwikkeling. Tabel 2-5: Verzadigingsgraad kruispunten volgens verkeersmodel 2040

Ochtendspits Kruispunten

Avondspits

Referentie

Alt. zonder landaanw.

Referentie

Alt. zonder landaanw.

1

Kruispunt Houtribweg – Visarenddreef

0,83

0,94

1,00

0,69

2

Kruispunt Houtribweg – Houtribdreef

0,4

0,35

0,66

0,75

3

Kruispunt Houtribdreef – Westerdreef

0,29

0,29

0,55

0,48

4

Kruispunt Visarenddreef – Westerdreef

0,92

1,00

1,00

1,00

5

Kruispunt Westerdreef – Larserdreef

1,00

0,99

0,86

0,92

6

Kruispunt Larserdreef – Middendreef

0,58

0,64

0,88

0,64

7

Kruispunt Visarenddreef – Stationsplein

0,89

0,99

0,96

1,00

8

Kruispunt Ziekenhuisweg – Zuigerplasdreef

0,73

1,00

0,62

0,84

9

Kruispunt Larserdreef – Zuigerplasdreef

1,00

1,00

1,00

1,03

10

Noordelijke aansluiting A6

0,93

0,95

1,00

1,00

11

Zuidelijke aansluiting A6

0,75

0,76

0,83

0,86

12

Kruispunt Westerdreef – Buizerdweg

0,98

1,00

0,91

0,81

Het beeld is hier vergelijkbaar met dat van het voorlopig VKA, waarbij de toenames van de ICverhoudingen en daarmee het risico op een verminderde verkeersafwikkeling, minder groot zijn in dit alternatief. Ook in dit alternatief neemt de IC-verhouding met name op de kruispunten 1, 4, 7 en 8 (kruispunten van de Visarendreef met de Houtribweg, de Westerdreef en met het Stationsplein, en het kruispunt Ziekenhuisweg – Zuigerplasdreef) in de spitstijden toe door de verkeerstoename ten gevolge van de planontwikkeling. De hoogte van de IC-verhoudingen duiden ook hier op overbelasting van de kruispunten, met name in de ochtendspits, en vraagt om nadere maatregelen om congestie en files te vermijden. De beoordeling van het alternatief zonder landaanwinning van de bereikbaarheid per auto is licht negatief (-). Open brug situatie en evenementen De verkeersintensiteit op de N307 richting Enkhuizen neemt door deze ontwikkeling niet toe. Hierdoor blijft het verkeersbeeld gelijk aan de referentiesituatie. Conclusie effectbeoordeling eindsituatie Bovenstaande effectbeoordeling laat zien dat er ten gevolge van de alternatieve planontwikkelingen extra verkeer komt, die op bepaalde kruispunten naar verwachting negatieve effecten zal geven in termen van verkeersafwikkeling (risico op vertragingen). Dit resulteert in een licht negatief effect (-) voor beide alternatieven.

De varianten zijn niet van toepassing voor dit aspect.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

24

Projectgerelateerd

Tabel 2-6: Beoordeling eindsituatie.

Effectbeoordeling Criterium

Bereikbaarheid per auto

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Varianten voorlopig VKA

-

-

Niet van toepassing

Mitigerende en/of compenserende maatregelen eindsituatie Om de knelpunten die mogelijk ontstaan of verergeren op kruispuntniveau ten gevolge van de planontwikkeling is nader onderzoek en wellicht aanvullende maatregelen nodig om de verkeersafwikkeling ook op deze kruispunten en weer op orde te krijgen (of te houden). Het betreft de volgende vier kruispunten: • Kruispunt Houtribweg – Visarenddreef; • Kruispunt Visarenddreef – Westerdreef; • Kruispunt Visarenddreef – Stationsplein; • Kruispunt Ziekenhuisweg – Zuigerplasdreef. Met nadere studie en het nemen van infrastructurele maatregelen, aanpassingen aan deze kruispunten wordt de negatieve beoordeling op het aspect ‘bereikbaarheid per auto’ gemitigeerd en krijgt deze de beoordeling neutraal (0). Voor het kruispunt Houtribweg – Visarenddreef ligt het voor de hand dit voorrangskruispunt te wijzigen in een (turbo)rotonde. Voor de andere kruispunten, allen al rotondes, zijn het realiseren van vrije afslaande bewegingen (‘vrije rechtsaffers’) of het opwaarderen van een enkelstrooksrotonde naar een turborotonde mogelijke opties. Tabel 2-7: Beoordeling realisatie met mitigerende en/of compenserende maatregelen.

Effectbeoordeling met mitigerende en/of compenserende maatregelen Criterium Bereikbaarheid per auto

22 november 2023

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Varianten voorlopig VKA

0

0

Niet van toepassing

BJ1923-MI-RP-231027-0840

25

Projectgerelateerd

2.5

Bereikbaarheid per openbaar vervoer

2.5.1

Beoordelingsmethodiek

De algemene classificatietabel (Tabel 1-2) is gebruikt om de effecten te beoordelen.

2.5.2

Referentiesituatie

Huidige situatie Aan de Houtribweg is één bushalte gevestigd ter hoogte van het plangebied. Deze buslijn staat in verbinding met het treinstation van Lelystad. Bataviastad wordt ontsloten door twee buslijnen die in verbinding staan met het treinstation.

Figuur 2-8: Buslijnen in Lelystad in bestaande situatie.

Autonome ontwikkeling Er zijn geen relevante autonome ontwikkelingen voorzien op het gebied van openbaar vervoer.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

26

Projectgerelateerd

2.5.3

Effectbeschrijving en effectbeoordeling

Effecten eindsituatie Voorlopig VKA Behalve de bestaande bushalte ter hoogte van Saerdam, komen er voor dezelfde buslijn nog twee haltes bij; een ter hoogte van de aansluiting van de Oostvaardersdijk op de Houtribweg (helemaal in het zuiden van het plangebied) en een ter hoogte van de Zuiveringsweg. Het plangebied wordt hiermee ontsloten door drie bushaltes, die zich op loopafstand van het Waterfront bevinden (binnen circa 300 meter). Dit geeft een beperkte verbetering van de bereikbaarheid van het gebied per openbaar vervoer; de gemiddelde loopafstand van en naar het plangebied neemt af. Daarmee krijgt de effectbeoordeling op dit aspect een licht positieve beoordeling (+). Alternatief zonder landaanwinning Bij het alternatief zonder landaanwinning is het voorziene OV-aanbod, inclusief de extra bushaltes gelijk aan het voorlopig VKA. Daarmee is ook de effectbeoordeling identiek (+) Conclusie effectbeoordeling eindsituatie Tabel 2-8: Beoordeling eindsituatie.

Effectbeoordeling Criterium

Bereikbaarheid per openbaar vervoer

22 november 2023

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Varianten voorlopig VKA

+

+

Niet van toepassing

BJ1923-MI-RP-231027-0840

27

Projectgerelateerd

2.6

Bereikbaarheid voor langzaam verkeer

2.6.1

Beoordelingsmethodiek

De algemene classificatietabel (Tabel 1-2) is gebruikt om de effecten te beoordelen.

2.6.2

Referentiesituatie

Huidige situatie Lelystad beschikt over een fietsnetwerk van verbindende en dragende fietsroutes van hoge kwaliteit met daartussen een fijnmazig netwerk van basiskwaliteit dat op buurtniveau verbindingen legt. In Figuur 2-9 is het hoofdfietsnetwerk weergegeven.

Figuur 2-9: Netwerk van verbindende fietsroutes (rood) en dragende routes (blauw).

Autonome ontwikkeling Er zijn geen relevante autonome wijzigingen voorzien voor het langzaam verkeer.

2.6.3

Effectbeschrijving en effectbeoordeling

Effecten eindsituatie Voorlopig VKA Onderdeel van het plan is een investering in langzaam verkeersverbindingen, in aansluiting op de huidige (hoofdfiets)routes. Binnen het plangebied verbindt een doorgaand fietspad, gescheiden van de infrastructuur voor het gemotoriseerde verkeer, de deelgebieden met elkaar. Daarnaast wordt de Oostvaardersdijk ter hoogte van Bataviastad ingericht als boulevard met een fietsverbinding.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

28

Projectgerelateerd

Figuur 2-10: Wandel- en fietsverbindingen in plangebied en met bestaande structuur.

Het plangebied takt op diverse punten aan op het hoofdfietsnetwerk van Lelystad. Deze fietsradialen zorgen voor goede verbindingen naar het station, naar het stadscentrum en naar overige bestemmingen in Lelystad. Ook de prioriteit voor langzaam verkeersgebruikers in Bataviahaven, als onderdeel van de planvorming, is een positief effect voor dit aspect. Hiermee krijgt de effectbeoordeling voor de bereikbaarheid voor langzaam verkeer in dit alternatief een licht positieve beoordeling (+). Alternatief zonder landaanwinning De ontsluitingsstructuur voor langzaam verkeer en beoogde nieuwe voorzieningen is bij het alternatief zonder landaanwinning gelijk aan het Voorlopig VKA. De effectbeoordeling voor de bereikbaarheid voor langzaam verkeer is daarmee ook identiek (+). Conclusie effectbeoordeling eindsituatie Tabel 2-9: Beoordeling eindsituatie

Effectbeoordeling Criterium Bereikbaarheid voor langzaam verkeer

22 november 2023

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Varianten voorlopig VKA

+

+

Niet van toepassing

BJ1923-MI-RP-231027-0840

29

Projectgerelateerd

2.7

Verkeersveiligheid

2.7.1

Beoordelingsmethodiek

De algemene classificatietabel (Tabel 1-2) is gebruikt om de effecten te beoordelen.

2.7.2

Referentiesituatie

Huidige situatie De verkeersveiligheid is de huidige situatie, het aantal ongevallen en bestaande veiligheidsrisico’s is het referentiepunt voor de beoordeling van dit aspect. Autonome ontwikkeling In de autonome situatie zijn er geen ontwikkelingen die aantoonbaar effect hebben op de verkeersveiligheid in en rond het plangebied.

2.7.3

Effectbeschrijving en effectbeoordeling

Effecten eindsituatie Voorlopig VKA Theoretisch geeft een toename van verkeer, in dit geval ten gevolge van de ruimtelijke ontwikkelingen, meer risico’s voor de verkeersveiligheid, omdat het aantal voertuigbewegingen toeneemt. Zo lang deze verkeersstromen goed, met adequate weginfrastructuur wordt afgehandeld (duurzaam veilig verkeerssysteem en weginrichting), is er geen direct effect op de verkeersveiligheid. Het eerder benoemde risico van onvoldoende verkeersafwikkeling op de kruispunten is dat wel; als de capaciteit van een kruispunt onvoldoende is om de verkeersvraag goed af te wikkelen, zullen automobilisten genegen zijn meer risico’s te nemen. Voor de effectbeoordeling is ervan uitgegaan dat door de gemeente, als nodig, passende maatregelen genomen zullen worden op de kruispunten om de afwikkeling naar wens te laten verlopen. Een positief onderdeel van het plan voor de verkeersveiligheid betreft de voorgenomen investeringen en beoogde structuur voor het langzaam verkeer, die fysiek gescheiden is van het gemotoriseerde verkeer. Ook het autovrij maken van de Oostvaardersdijk ter hoogte van Bataviastad geeft een positief effect op de verkeersveiligheid Deze aspecten samen zorgen voor een licht positief effect voor de verkeersveiligheid van de plannen ten opzichte van de referentiesituatie (+).

Alternatief zonder landaanwinning De genoemde effecten bij het voorlopig VKA zijn identiek voor het alternatief zonder landaanwinning. Daarmee is ook de score voor de effectbeoordeling licht positief (+). Conclusie effectbeoordeling eindsituatie Tabel 2-10: Beoordeling eindsituatie

Effectbeoordeling Criterium Verkeersveiligheid

22 november 2023

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Varianten voorlopig VKA

+

+

Niet van toepassing

BJ1923-MI-RP-231027-0840

30

Projectgerelateerd

2.8

Parkeren

2.8.1

Beoordelingsmethodiek

De algemene classificatietabel (Tabel 1-2) is gebruikt om de effecten te beoordelen.

2.8.2

Referentiesituatie

Huidige situatie De huidige parkeercapaciteit bij Bataviastad bestaat uit circa 3.500 parkeerplaatsen, zie Figuur 2-11. Deze voorzien in de parkeerbehoefte van de huidige voorzieningen. Dit parkeerterrein wordt via twee inen uitgangen ontsloten. Beide ontsluitingen takken aan op de Houtribweg.

Parkeerterrein Ontslui�ng Figuur 2-11: Parkeervoorziening Bataviastad in bestaande situatie.

Autonome ontwikkeling Er zijn geen autonome ontwikkelingen voorzien over de parkeersituatie in en rond het plangebied.

2.8.3

Effectbeschrijving en beoordeling

Effecten eindsituatie Voorlopig VKA Bataviakwartier De ontwikkeling van Bataviakwartier met het beoogde programma leidt naar verwachting tot een toename van mobiliteit. De parkeercapaciteit van Bataviakwartier wordt uitgebreid door het groene terrein ten zuiden van het Bataviaplein in te richten als parkeerplaats en de zuidelijke parkeerplaatsen te voorzien

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

31

Projectgerelateerd

van een (meerlaags) parkeerdek, zie Figuur 2-12. Hiermee worden circa 1.200 extra parkeerplaatsen gerealiseerd.

Figuur 2-12: Beoogde uitbreiding parkeervoorziening Bataviakwartier.

Saerdam en Meerdijkhaven Voor de ontwikkeling van de woningen in dit gebied wordt de Nota Parkeernormen Lelystad 2023 als uitgangspunt gehanteerd voor het bepalen van het aantal parkeerplaatsen en verdere eisen ten aanzien van het parkeren. In het Stedenbouwkundig Plan is opgenomen dat voor Meerdijkhaven een uitzondering gehanteerd wordt ten aanzien van de plaatsbepaling voor de parkeerplaatsen. Parkeerplaatsen voor woningen dienen volgens het vigerende parkeerbeleid binnen een loopafstand van 100 meter gerealiseerd te worden. Bij Meerdijkhaven wordt per woning 1 parkeerplaats binnen een loopafstand van 100 meter gerealiseerd. De resterende parkeervraag wordt op 500 meter loopafstand buiten de wijk gerealiseerd, met twee collectieve parkeerterreinen, die gecreëerd worden aan de andere zijde van de Houtribweg. Door de parkeervraag op deze wijze op te lossen bestaat een kans op zoekverkeer in de wijk. Door parkeer regulerende maatregelen (parkeervergunningen) kan dit worden voorkomen, zodat voor automobilisten duidelijk is of zij in de wijk kunnen parkeren of op de collectieve parkeervoorziening aan de overzijde van de Houtribweg. Bij een parkeer regulerende maatregel ontstaat het risico op uitwijkgedrag naar omliggende wijken. Door de realisatie van parkeerterreinen aan de randen van de ontwikkeling wordt dit risico beperkt, waardoor het uitwijkgedrag naar verwachting nihil is.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

32

Projectgerelateerd

Figuur 2-13: Parkeervoorzieningen Saerdam en Meerdijkhaven.

Zonder kwantitatief te toetsen op de beoogde parkeervoorzieningen 1 lijkt hiermee het parkeren adequaat opgelost en ingevuld. Met deze kanttekening leidt dit tot een neutrale effectbeoordeling van het plan op het aspect parkeren (0). Alternatief zonder landaanwinning Ook bij het alternatief zonder landaanwinning is uitgangspunt dat de parkeereisen en de te hanteren parkeervraag gebaseerd is op de Nota Parkeernomen Lelystad 2023. Door een kleiner leisure- en woningprogramma is de parkeervraag lager. De parkeervoorzieningen zoals weergegeven bij de het voorlopig VKA wordt geschaald naar het aantal benodigde parkeerplaatsen voor dit programma. De beoordeling is hiermee identiek aan de beoordeling van het voorlopig VKA (0). Conclusie effectbeoordeling eindsituatie Tabel 2-11: Beoordeling eindsituatie.

Effectbeoordeling Criterium Parkeren

1

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Varianten voorlopig VKA

0

0

Niet van toepassing

Dit vindt plaats in een separate, extern uitgezette studie.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

33

Projectgerelateerd

2.9

Verkeersleefbaarheid

2.9.1

Beoordelingsmethodiek

De algemene classificatietabel (Tabel 1-2) is gebruikt om de effecten te beoordelen.

2.9.2

Referentiesituatie

Huidige situatie De hoofdwegenstructuur van Lelystad is opgebouwd uit gebiedsontsluitingswegen die de wijken ontsluit, zoals in Figuur 2-14 weergegeven. Geel zijn de bovenregionale wegen, rood de regionale gebiedsontsluitingswegen. Het doel is om de wijken direct te ontsluiten naar deze gebiedsontsluitingswegen, om zo het doorgaande verkeer in wijken te voorkomen.

Figuur 2-14: Hoofdwegenstructuur Lelystad (gebiedsontsluitingswegen).

2.9.3

Effectbeschrijving en effectbeoordeling

Effecten eindsituatie Voorlopig VKA Met de beoogde ontwikkeling wordt het principe om verkeer van en naar de drie verschillende deelgebieden direct te ontsluiten op de hoofdwegenstructuur, op de Houtribweg. Tussen de deelgebieden is uitsluitend een langzaam verkeer verbinding. Hiermee worden de gemotoriseerde verkeersbewegingen binnen de wijk geminimaliseerd. Op basis van de berekeningen met het verkeersmodel is de verwachting dat dit ook zo gaat plaatsvinden. Het model laat zien dat het verkeer zich verder afwikkelt over de hoofdwegen en dat woonstraten en woonwijken niet extra belast worden (zie Figuur 2-5). Daarmee is er geen effect op de verkeersleefbaarheid van de woongebieden in Lelystad en is de effectscore neutraal (0).

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

34

Projectgerelateerd

Alternatief zonder landaanwinning Voor het alternatief zonder landaanwinning is de effectbeoordeling identiek aan die van het voorlopig VKA en daarmee neutraal (0). Conclusie effectbeoordeling eindsituatie Tabel 2-12: Beoordeling eindsituatie.

Effectbeoordeling Criterium Verkeersleefbaarheid

2.10

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Varianten voorlopig VKA

0

0

Niet van toepassing

Effecten tijdens realisatie

Voorlopig VKA In dit stadium van de planvorming is nog niet concreet aan te geven wat de verkeerseffecten voor de realisatie zijn. Deze verkeerseffecten zijn afhankelijk van de uitvoeringsplannen en bijbehorende mobiliteitsplannen van de aannemer en eisen vanuit betrokken overheden. Om de verkeerseffecten en met name de verkeershinder in de realisatie te minimaliseren, zijn de volgende aspecten relevant: • Routering, planning en afspraken voor (zwaar) bouwverkeer, om bereikbaarheid van de wijken, de parkeergelegenheden en de verkeersveiligheid te waarborgen en de verkeersdoorstroming niet of minimaal te verstoren. Hierbij komen mogelijk omleidingen voor regulier verkeer of tijdafspraken voor zwaar bouwverkeer aan de orde; • Mogelijkheid voor aan- en afvoer van goederen, materieel of materiaal via het water. De realisatie zal in totaal 15 jaar duren, waarbij de werkzaamheden zich in het plangebied verplaatsen en op de gerealiseerde locaties al de eindsituatie zal zijn. Daardoor zullen de verkeers- en bereikbaarheidsvoorzieningen 'meegroeien' met de bouw. In deze zin is het lastig een beoordeling te geven voor de verkeerseffecten van de realisatie. De effecten zullen nooit positief zijn, maar de omvang van de hinder voor verkeer, hangt geheel van de invulling van de uitvoeringsplannen af.

Alternatief zonder landaanwinning Voor de verkeerseffecten tijdens de realisatie van het alternatief zonder landaanwinning geldt in de basis eenzelfde beschouwing als voor het voorlopig VKA. De realisatie van dit alternatief duurt wel enkele jaren korter.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

35

Projectgerelateerd

2.11

Conclusie verkeer

De effectbeoordeling voor het aspect verkeer levert samengevat de volgende conclusies op: • De bereikbaarheid per auto van de planvorming zelf is op orde, maar door de extra autostromen ten gevolge van de planontwikkelingen, raken naar verwachting enkele kruispunten in Lelystad overbelast. Hiervoor zijn infrastructurele aanpassingen nodig: wijziging van de kruispuntvorm of het realiseren van vrije afslaande bewegingen; • Het effect van de planontwikkeling op de bereikbaarheid per openbaar vervoer is beperkt positief, omdat er enkele bushaltes extra op de Houtribweg zijn voorzien; • Ook de bereikbaarheid voor langzaam verkeer (fietsers en voetgangers) verbetert, met name door een nieuwe, gescheiden fietsverbinding door het plangebied en het autoluw maken van de Bataviahaven; • De genoemde punten bij het langzaam verkeer zorgen ook voor een licht positief effect, naar verwachting, op de verkeersveiligheid; • Het parkeren is adequaat opgelost en ingevuld voor de planvorming, waarmee dit aspect geen positieve of negatieve beoordeling geeft; • Denkbaar is het introduceren van een parkeerregulering om zo een eerlijke verdeling van parkeerbehoefte af te dwingen.

Voor het aspect verkeersleefbaarheid, met name in de bestaande wijken, zijn geen effecten voorzien vanuit de planvorming; • Er is voor geen enkel verkeerseffect (duidelijk) onderscheid tussen het voorlopig VKA en het alternatief zonder landaanwinning, waarmee op alle aspecten identiek is ‘gescoord’. De varianten zijn niet van toepassing op het thema verkeer. Tabel 2-13: Samenvatting effectbeoordeling eindsituatie.

Met mitigerende/compenserende maatregelen

Criterium

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Voorlopig VKA

Alternatief zonder landaanwinning

Beoordeling

Bereikbaarheid per auto

-

-

0

0

Bereikbaarheid per openbaar vervoer

+

+

+

+

Bereikbaarheid voor langzaam verkeer

+

+

+

+

Verkeersveiligheid

+

+

+

+

Parkeren

0

0

0

0

Verkeersleefbaarheid

0

0

0

0

2.12

Leemten in kennis en/of informatie

Het aspect parkeren is kwalitatief beoordeeld. Wenselijk is een kwantitatieve toets, het opstellen van een parkeerbalans, waarmee inzichtelijk wordt of er voldoende parkeergelegenheid, passend bij de vraag wordt voorzien. Dit parkeeronderzoek vindt op het moment van schrijven van deze rapportage nog plaats, extern, in een separaat onderzoek.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

36

Projectgerelateerd

2.13

Aanzet voor monitoring

Na realisatie van de plannen is het zinvol de verkeerseffecten die daadwerkelijk in de praktijk optreden te monitoren en daarmee te bezien of de prognoses van de verkeersbewegingen en verkeersveiligheid en leefbaarheid optreden zoals verwacht. Op basis van deze monitoring kunnen alsnog aanvullende, mitigerende maatregelen overwogen worden om eventueel optredende knelpunten aan te pakken.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

37

Projectgerelateerd

3

Geluid

3.1

Inleiding

In dit hoofdstuk zijn de geluidseffecten van het wegverkeer en industrie in beeld zijn gebracht. Daarbij is gekeken naar het geluid van deze bronnen op de nieuwe geluidgevoelige bestemmingen en voor het onderdeel wegverkeerslawaai ook naar de effecten van het plan op de bestaande omgeving. De effecten voor wegverkeer zijn kwantitatief (op basis van berekeningen) in beeld gebracht en voor industrielawaai kwalitatief (op basis van deskundigen oordeel) voor de huidige situatie, autonome situatie, voorlopig VKA en alternatief zonder landaanwinning. De effecten van de varianten zijn kwalitatief geanalyseerd. In paragraaf 3.6 zijn ook andere geluidsaspecten, namelijk bouwlawaai, scheepvaartlawaai en stemgeluid tijdens realisatie besproken waar in de uitwerking van het plan rekening mee dient te worden gehouden.

3.2

Beleid, wet- en regelgeving

In onderstaande tabel is het relevante beleid, wet- en regelgeving opgenomen wat van toepassing is voor dit MER voor de verschillende geluidonderdelen. Tabel 3-1: Beoordelingscriteria Geluid MER Waterfront

Naam beleid, wet-/regelgeving

Beknopte inhoud + relevantie voor MER Wegverkeers- en industrielawaai

•

•

Wet geluidhinder (Wgh), Besluit • geluidhinder (Bg), VNG publicatie Bedrijven & Milieuzonering, Regeling geluid milieubeheer • Geluidbeleid Lelystad/ Actieplan Geluid Flevoland

Landelijke wetgeving voor toetsing effect van de bronnen op de omgeving/ op de nieuwe woningen voor juridische maakbaarheid en overzicht dosis-effectrelaties. Gemeentelijke/ provinciale beleidsregels waarin eisen en streefwaarden, aanvullend op de wettelijke kaders.

Meer uitleg over beleid, wet- en regelgeving is opgenomen in de beschrijving van het beoordelingskader, waar ook is toegelicht hoe het toegepast wordt in de effectbeoordeling.

3.3

Onderzoeksaanpak en uitgangspunten

De alternatieven zijn beoordeeld op de criteria die zijn opgenomen in onderstaande tabel. Omdat er in het planvoornemen geen wijzigingen plaatsvinden aan de spoorwegen en luchtvaart en deze bronnen ver van de nieuwbouw zijn gesitueerd, is het effect hiervan niet onderzocht. Tabel 3-2: Beoordelingscriteria geluid.

Onderzoeksthema

Criteria

Werkwijze

Geluid

Effecten wegverkeerslawaai op bestaande bebouwing en nieuwbouw

Kwantitatief

Effecten industrielawaai op nieuwbouw

Kwalitatief

Hieronder zijn de onderzoeksaanpak en uitgangspunten voor de criteria beschreven.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

38

Projectgerelateerd

3.3.1

Wegverkeerslawaai

Onderzoek op bestaande geluidgevoelige bestemmingen De afbakening van het studiegebied voor de geluidseffecten ten gevolge van wegverkeer op de bestaande bebouwing is verricht aan de hand van het zogenoemde -20%/+30%-criterium, een gebruikelijk criterium bij MER-studies. In het studiegebied worden de wegen betrokken waarop sprake is van een afname van de verkeersintensiteiten van 20% of meer en van alle bestaande wegen waarop sprake is van een toename van de verkeersintensiteiten van 30% of meer, met een minimum van 1.000 motorvoertuigen per etmaal (doorsnede). Een afname van 20% in verkeersintensiteit geeft een afname van het geluid met 1 dB. Een toename van 30% in verkeersintensiteit geeft een toename van het geluid met 1 dB. Hierbij wordt de verkeersintensiteit van het plan telkens beschouwd ten opzichte van de autonome ontwikkeling. In onderstaande figuur zijn de wegen opgenomen die zijn betrokken bij het bepalen van de geluidseffecten van het plan op de bestaande bebouwing.

Figuur 3-1: Wegen met toe- en afnames > 1 dB ten gevolge van de planontwikkeling – voorlopig VKA.

Binnen het studiegebied zijn in de referentiesituatie enkele geluidgevoelige bestemmingen gelegen. Volgens de wet zijn geluidgevoelige bestemmingen woningen, andere geluidgevoelige gebouwen (zoals onderwijs, gezondheidzorg) en geluidgevoelige terreinen (zoals woonwagenstandplaatsen). In onderstaande figuur zijn de bestaande geluidgevoelige bestemmingen omcirkeld.

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

39

Projectgerelateerd

Figuur 3-2: Bestaande geluidgevoelige bestemmingen nabij planontwikkeling

Onderzoek op nieuwe geluidgevoelige bestemmingen Voor het onderzoek naar de geluidseffecten op de nieuwbouw zijn alle wegen betrokken waarbij het nieuwbouwplan binnen de geluidszone van deze wegen (volgens art. 74 Wet geluidhinder (Wgh)) is gelegen. Het gaat daarbij om de volgende wegen: • Houtribweg (50 km/uur); • Visarenddreef (deels 50, deels 70 km/uur). Wegen die geen zone hebben (art. 74 lid 2 Wgh), en waarop de Wet geluidhinder dus niet van toepassing is, zijn: • wegen die gelegen zijn binnen een als woonerf aangeduid gebied; • wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt. De inrichting van het nieuwe plangebied is nog niet uitgewerkt. Aangegeven is dat het plangebied zoveel mogelijk geluidluw wordt ingericht en dat verkeer bij de randen wordt opgevangen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij de uitwerking van het plan wel rekening te worden gehouden met deze mogelijke geluidbron. Verkeersgegevens Etmaalintensiteiten In het geluidonderzoek worden de verkeersintensiteiten op de wegen uitgedrukt in het gemiddeld aantal motorvoertuigen dat in de dag-, avond- en nachtperiode per uur over de weg rijdt, uitgedrukt in weekdaggemiddelden. De gegevens zijn afkomstig uit het Strategisch Verkeersmodel Lelystad-Almere STRAVELA. Voor de etmaalintensiteiten van de onderzochte wegen voor de verschillende situaties wordt

22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

40

Projectgerelateerd

verwezen naar bijlage 3.1. Voor de verkeersgegevens, de verkeersgeneratie van het plan en achtergrondinformatie daarvan wordt verwezen naar het deelrapport Verkeer. Wegdekverharding Op de voor het geluidonderzoek relevante wegvakken is voor alle situaties uitgegaan van dicht asfaltbeton 2(DAB). Ervan uit wordt gegaan dat de wegdekverharding in de verschillende situaties (huidig, autonoom en alternatieven) gelijk is. Rijsnelheden In onderstaande afbeelding zijn de rijsnelheden opgenomen van de verschillende situaties op de voor het onderzoek relevante wegen.

Figuur 3-3: Maximumrijsnelheden huidig, autonoom en alternatieven (groen = 30 km/uur, geel = 50 km/uur, oranje = 70 km/uur, rood = 80 km/uur).

Peiljaren Voor toetsing aan de Wet geluidhinder dient bij de uitwerking van het plan bij de geluidberekeningen voor het wegverkeer voor de toekomstige situaties uitgegaan te worden van een representatief peiljaar circa 10 jaar in de toekomst. Voor nu zijn voor het indicatieve onderzoek naar de juridische maakbaarheid de gegevens gebruikt die voor deze MER van toepassing zijn en is uitgegaan van het peiljaar 2040 als toekomstig jaar. Afwijking van enkele jaren geeft geen significant andere geluidbelasting en is voldoende nauwkeurig om een beeld te krijgen van de haalbaarheid van het aspect geluid.

2 Ten tijde van het opstellen van het MER was niet bekend welk type asfalt op het onderliggend wegennet en binnen

het plan is/wordt toegepast. Er is daarom uitgegaan van het referentiewegdek dicht asfaltbeton. Als noodzakelijk en mogelijk kan in een later stadium gekeken worden naar de toepassing van een geluidreducerend wegdek. 22 november 2023

BJ1923-MI-RP-231027-0840

41

Rekenmodel wegverkeerslawaai Bebouwing De adressen en functies van de bestaande objecten zijn ontleend aan de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG). Aan de hand van de BAG zijn de relevante geluidgevoelige objecten geïnventariseerd. In het akoestisch model zijn alle objecten ingevoerd voor zover deze door reflectie of afscherming invloed hebben op de geluidbelasting op de geluidgevoelige objecten. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om waterpartijen en bebouwingsgebieden. Voor de nieuwbouw is nog geen definitief ontwerp bekend. In dit MER is uitgegaan van een uiterste bebouwingslijn ten opzichte van de wegen en een maximale hoogte per bouwvlak, zie onderstaande figuur. Op representatieve punten zijn op de rand van de bouwvlakken van de nieuwbouw waar woningbouw mogelijk is rekenpunten gelegd en is de geluidbelasting berekend voor de alternatieven. Alleen de toekomstige situatie is van belang voor toetsing aan het wettelijk kader.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=525b224a-296e-40d3-aa13-b54bad9c59f3