Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 14 Aanvulling MER
Tekst van het document
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
66
bij de stedelijke structuur en opbouw van Lelystad. De ruimtelijke principes van Lelystad worden versterkt. Er is sprake van een positief effect (+). Varianten op het voorlopig VKA Inrichtingsvariant zonder strand bij Saerdam Ten opzichte van het V-VKA zal alleen op puntniveau een kleine aanpassing plaatsvinden door de afwezigheid van het strand. Verder is er geen verandering ten opzichte van het V-VKA. Het plan zonder het strand sluit daarom ook volledig aan bij de stedelijke structuur en opbouw van Lelystad. De ruimtelijke principes van Lelystad worden versterkt. Er is sprake van een positief effect (+). Variant beschermde natuur en water Er is geen wezenlijk verschil met het V-VKA. Alternatief zonder landaanwinning Lijnen De herkenbare opbouw van orthogonale structuren die tegelijkertijd voor het natuurlijke raamwerk van de stad zorgen zijn herkenbaar in het plan. De Houtribweg blijft grotendeels als structurerend element zichtbaar en behouden. De Oostvaardersdijk blijft in dit alternatief over de volledige lengte herkenbaar. Vlakken Ten opzichte van het V-VKA zijn de woonvlekken veel kleiner waardoor minder sprake is van een eigenstandige nieuwe Lelystadse woonwijk waardoor de drie woonvlekken in een landschappelijke setting eerder als een ‘incident’ is te beoordelen dan als een echt onderdeel van de stad.
Qua groenstructuur is er mindere mate sprake van een geleidelijke schaalovergang van het grote open Markermeer, naar het Oostvaardersdiep en dan via een smaller duinlandschap naar de smallere valleien tussen de woonvlekken. Qua hoogteverloop is er ten opzichte van het V-VKA sprake van een geleidelijke schaalovergang doordat de extreme hoogbouw niet aanwezig is al verzacht het duinlandschap dit in minder mate. Punten Binnen dit alternatief zijn op buurtniveau geen extra voorzieningen aanwezig, omdat het aantal extra woningen daarvoor te gering is. Conclusie Het alternatief zonder landaanwinning sluit in zekere mate aan op de stedelijke structuur van Lelystad, maar versterkt de stedelijke structuur niet. Er is sprake van een neutraal effect (0). Volwaardig binnendijkse alternatief Lijnen De Houtribweg wordt doorsneden en is als drager en structurerend element niet meer zichtbaar. Daarmee verliest de Houtribweg ook de openheid en is niet meer herkenbaar als drager voor de structuur van Lelystad. De Oostvaardersdijk daarentegen blijft in dit alternatief wel over de volledige lengte als element zichtbaar zij het met een veel landschappelijker karakter. Vlakken Het volwaardig binnendijkse alternatief voegt vlakken (verschillende gebieden) samen door het afwaarderen van de Houtribweg, en deze structurerende drager onderdeel te maken van de nieuwe wijk.
De wijk zelf heeft een zodanig hoge mate van verstedelijking zonder een landschappelijk raamwerk dat het eerder passend is in het stadshart dan aan de kust. Er is in dit alternatief dan ook geen sprake van
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
67
een geleidelijk schaalovergang naar het landschap. De nieuwe wijk zorgt voor een harde overgang naar het omliggende landschap en vormt eerder een barrière dan een verbinding. Punten Binnen dit alternatief is sprake van voldoende omvang dat wijkvoorzieningen onderdeel van het plan zijn. Het alternatief biedt weinig ruimte tot uitloop door wandelaars rondom het gebied, wat kan leiden tot drukte als bestaande buurten en plekken gebruikt gaan worden als uitloop. Conclusie Het volwaardig binnendijkse alternatief doet afbreuk aan de ruimtelijke principes van Lelystad. De structuren worden doorbroken, bestaande en nieuwe wijken worden samengevoegd. Dit alternatief wijkt fundamenteel af van stedelijke structuur en opbouw van Lelystad. Er is sprake van een sterk negatief effect (- -). Effectbeoordeling eindsituatie De tabel geeft de samenvatting van de effectbeoordeling Tabel 16: Beoordeling eindsituatie
Effectbeoordeling Criterium
Stedenbouw
V-VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant beschermde natuur en water
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
Volwaardig binnendijkse alternatief
+
+
+
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0
--
Mitigerende en/of compenserende maatregelen Voor het V-VKA kan worden nagedacht om de Oostvaardersdijk beter zichtbaar te houden binnen Meerdijkhaven.
6.5
Ruimtelijke kwaliteit
6.5.1
Beoordelingsmethodiek
In onderstaande tabel is de specifieke invulling van de maatlat voor dit aspect toegelicht. De beoordeling voor ruimtelijke kwaliteit vindt plaats op basis van deskundigen oordeel. Ruimtelijke kwaliteit draait om de samenhang tussen belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. • De belevingswaarde betreft het imago, de uitstraling en aantrekkelijkheid van het gebied. Hierbij gaat het om uiterlijk en sfeer; bijvoorbeeld de schaal van gebouwen en ruimtes, sociale veiligheid en identiteit. • De gebruikswaarde betreft de mate waarin het gebied gebruikt kan worden door verschillende gebruikers (bewoners, recreanten, mensen die aan de randen wonen). Hieronder vallen thema’s als toegankelijkheid, routes, infrastructuur, keuzemogelijkheden en gecombineerd gebruik. • De toekomstwaarde betreft de duurzaamheid, flexibiliteit en adaptiviteit van het gebied en beheersbaarheid van het gebied.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
68
Tabel 17: Schaallat voor de effectbeoordeling ‘ruimtelijke kwaliteit’
Score
Beoordeling t.o.v. referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Zeer grote bijdrage aan versterking van de gebruikswaarde, belevingswaarde of toekomstwaarde.
+
Positief effect
Beperkte versterking van de gebruikswaarde, belevingswaarde of toekomstwaarde.
0
Geen effect
Neutraal, per saldo geen effect op de ruimtelijke kwaliteit
-
Negatief effect
Beperkte aantasting of vermindering van de gebruikswaarde, belevingswaarde of toekomstwaarde.
--
Sterk negatief effect
Grote aantasting of vermindering van de gebruikswaarde, belevingswaarde of toekomstwaarde.
6.5.2
Referentiesituatie
Huidige situatie Bataviakwartier Het Bataviakwartier kent op dit moment een matige gebruikswaarde. Positief is de aanwezigheid van recreatieve en toeristische voorzieningen zoals Batavia Stad, Batavialand, horeca en de Bataviahaven. De haven wordt frequent gebruikt door riviercruises, wat zorgt voor periodieke activiteit en bezoekersstromen. Tegelijkertijd is sprake van grote open ruimtes (braakliggend terrein/tijdelijke parkeervoorzieningen) tussen de voorzieningen, onplezierige openbare ruimte en weinig-samenhangende bebouwing (m.n. van Batavialand). Daardoor is het gebied slechts plaatselijk levendig en functioneel voor inwoners en bezoekers. De belevingswaarde is beperkt omdat de maritieme sfeer, de levendige kade, evenementen en de zichtlijnen over het water slechts in beperkte fase is geëffectueerd. Het gebied heeft een onduidelijke identiteit hetgeen problematisch is voor een plek waar Lelystad zich presenteert aan de regio. De toekomstwaarde van het Bataviakwartier in de huidige setting is matig. Er is potentie tot verdere ontwikkeling op de nog onontwikkelde kavels maar het functioneren van het gebied is qua bezoekersaantallen momenteel vrijwel geheel afhankelijk van één voorziening (BataviaStad) hetgeen kwetsbaar is. Saerdam Saerdam heeft overwegend een woonfunctie, waarbij de gebruikswaarde vooral ligt in de rust en de directe ligging aan de waterkant.
Bewoners gebruiken de dijkzone en omliggende paden als uitloopgebied. Het gebied kent geen omvangrijke recreatieve functies (alleen twee steigervoorzieningen die bij mooi weer gebruikt worden om te zwemmen en recreëren), waardoor het vooral dienst doet als woongebied met beperkte ondersteunende voorzieningen. De belevingswaarde wordt sterk bepaald door het open uitzicht over het Markermeer en de rustige setting. De relatie met het water is direct, bewoners ervaren rust, natuur en ruimte. Tegelijk is de toegankelijkheid beperkt door de dijk en de Houtribweg, die het contact met het water niet overal even eenvoudig maken. De toekomstwaarde van Saerdam kent twee kanten: de ligging aan het water biedt kansen voor versterking van de woon- en verblijfskwaliteit, maar de fysieke ruimte voor ontwikkeling is beperkt. De aanwezige kwaliteiten, zoals uitzicht en nabijheid van open water, vormen een belangrijke basis voor 28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
69
toekomstige inpassing van functies in de directe omgeving, maar vragen om zorgvuldige omgang om bestaande woonkwaliteit niet aan te tasten. Meerdijkhaven Het braakliggende terrein heeft momenteel een lage gebruikswaarde. Het wordt slechts beperkt gebruikt door omwonenden voor wandelen en informele recreatie. De pioniersvegetatie is spontaan ontstaan en het gebied heeft geen expliciete inrichting, voorzieningen of routing. De belevingswaarde is bijzonder: de natuurlijke, ongeordende uitstraling en de open relatie met het water geven het gebied een karakter dat afwijkt van de rest van het Waterfront. Het gebied voelt rustig en natuurlijk, maar mist herkenbare verblijfskwaliteiten, belevingselementen of structuur. De toekomstwaarde is juist hoog. Dit gebied vormt een grote onontwikkelde plek langs de kustlijn van Lelystad. De openheid, het zicht op het water en de strategische ligging maken het geschikt voor toekomstige transformatie tot een hoogwaardig woon-, recreatie- of natuurgebied. De huidige informele staat biedt flexibiliteit voor verschillende ontwikkelrichtingen.
Autonome ontwikkeling De autonome ontwikkelingen rond de Bataviahaven (de bouw van circa 600 woningen met ondersteunende voorzieningen) versterken de gebruikswaarde door meer levendigheid en dagelijks functioneren aan de kade, terwijl de belevingswaarde toeneemt dankzij een aantrekkelijker Waterfront met een gemengd stedelijk programma. Voor Noordersluis leidt het volledig benutten van de bestaande planologische ruimte vooral tot een efficiënter functionerend bedrijventerrein, met beperkte effecten op de belevingswaarde, maar wel met een stabiele toekomstwaarde door versterking van de economische functie van het gebied.
6.5.3
Effectbeschrijving en effectbeoordeling
Effecten tijdens de realisatie In het kader van de besluitvorming worden geen relevante (tijdelijke) effecten verwacht op ruimtelijke kwaliteit tijdens de realisatie. Effectbeschrijving eindsituatie Voorlopig VKA Het doel voor het Waterfront is te profiteren van haar unieke ligging en de stad te verbinden met het water en de natuur van het Nationaal Park Nieuw Land. De verbinding tussen bestaande stad en water komt hiermee beter tot stand dan in de huidige situatie. Het kustlandschap wordt ten opzichte van de huidige situatie een zeer toegankelijk en beleefbaar gebied, fiets- en voetpaden slingeren door het duinlandschap. Een nu deels braakliggend gebied komt tot leven voor mens en natuur. Bataviakwartier In de toekomst transformeert Bataviakwartier in een samenhangend geheel van meerdere grote leisurevoorzieningen, waarbij de Oostvaardersdijk functioneert als autovrije levendige boulevard met recreatieve voorzieningen en vergezichten op het open water. Doordat de huidige open ruimtes zijn opgevuld en de afzonderlijke onderdelen van Batavialand zijn samengebracht binnen één samenhangend geheel wordt de openbare ruimte ingekaderd door aantrekkelijke gevels hetgeen ook zorgt voor een beschut klimaat. De gebruikswaarde en belevingswaarde van het gebied nemen sterk toe.
Ook zorgt verbreding van het aanbod voor een verminderde afhankelijkheid van BataviaStad hetgeen de toekomstwaarde goed doet.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
70
Bataviahaven zal vaker worden gebruikt als vertrekpunt voor riviercruises, waarbij passagiers hier aan boord gaan. Doordat het gebied ook steeds vaker het daadwerkelijke reisdoel wordt, ontstaat meer verblijf en activiteit direct aan de kade. De nieuwe positionering van de afmeervoorzieningen (kwartslag gedraaid en voorzien van vier steigers met afmeerpalen) zorgt voor een efficiëntere en overzichtelijke inrichting van de haven. Deze ontwikkeling verhoogt de gebruikswaarde door een beter functionerend havengebied. Het versterkt de belevingswaarde door een levendiger en aantrekkelijker Waterfront en draagt bij aan de toekomstwaarde doordat Bataviahaven zich doorontwikkelt tot een volwaardige regionale bestemming. Saerdam In dit alternatief ontstaat voor Saerdam een nieuw parkachtig gebied met strand en natuurlijke oevers, waardoor Oostvaardersdiep en het Markermeer fysiek iets verder van de woningen komt te liggen en het gebied aantrekkelijker wordt voor recreanten uit Lelystad. Voor (een deel van) de huidige bewoners betekent dit een afname van de belevingswaarde, omdat de openheid en rust plaatsmaken voor een levendiger en intensiever gebruikt Waterfront. Voor de stad als geheel neemt de gebruikswaarde juist toe, doordat het strand een nieuw type uitloopgebied en recreatieve voorziening biedt die Lelystad nu niet kent.
Daarmee draagt de ontwikkeling op langere termijn ook bij aan de toekomstwaarde, doordat het gebied beter aansluit bij de stedelijke ambitie om de relatie met het water te versterken. Meerdijkhaven en landaanwinning Het braakliggende terrein verandert van een uitloopgebied in een levendig woongebied wat gebruik kan maken van het duinachtige landschap. Door de opzet met afzonderlijke woonclusters met tussenliggende valleien krijgen de meeste inwoners direct uitzicht op het Oostvaardersdiep en het Markermeer, wat de belevingswaarde voor nieuwe bewoners sterk vergroot. Tegelijkertijd neemt de gebruikswaarde toe doordat het gebied een volwaardige woonomgeving wordt met betere verblijfskwaliteiten. Hiermee groeit ook de toekomstwaarde, omdat het gebied zich ontwikkelt tot een kwalitatief sterk en duurzaam onderdeel van de stedelijke kustzone. Conclusie Samengevat neemt de ruimtelijke kwaliteit voor het totale gebied toe: de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde worden op stedelijk niveau versterkt. Eventuele lokale verminderingen van specifieke kwaliteiten wegen daarbij niet op tegen de duidelijke, algehele verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Er is sprake van een sterk positief effect (++).
Varianten Inrichtingsvariant zonder strand bij Saerdam Waar voor de bewoners van Saerdam de belevingswaarde behouden blijft, zal voor de Lelystedeling de gebruikswaarde ten opzichte van het V-VKA afnemen. Er is netto sprake van een (minder) positief effect (+). Variant beschermde natuur en water In deze variant kan het aantal fysiek toegankelijke en beleefbare plekken licht afnemen, waardoor de gebruikswaarde voor bewoners iets vermindert. Tegelijkertijd zorgt de toevoeging van extra natuur en een rijkere biodiversiteit voor een aantrekkelijker woon-natuurgebied, wat de belevingswaarde versterkt. De verschillen met het V-VKA zijn klein waardoor ook hier sprake is van een sterk positief effect (++). Alternatief zonder landaanwinning De ruimtelijke opzet van het alternatief zonder landaanwinning resulteert in een publieke buitenruimte die qua gebruikswaarde vergelijkbaar is met het V-VKA. Waar voor de bewoners van Saerdam de belevingswaarde behouden blijft, zal voor de Lelystedeling de gebruikswaarde ten opzichte van het VVKA afnemen. Dit komt omdat er geen strand bijkomt ter hoogte van Saerdam.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
71
Zonder landaanwinning bij Bataviakwartier kan de boulevard niet worden ontwikkeld met leisurevoorzieningen. Dat gaat ten koste van de mogelijkheden om de unieke ligging aan het open water te benutten. De gebruikswaarde en belevingswaarde zijn daardoor minder dan bij het V-VKA. Voor Meerdijkhaven geldt dat de belevingswaarde beperkter is dan bij het VKA, door de geringere omvang van het duinlandschap ten opzichte van het V-VKA. Er blijft sprake van een positief effect (+), maar dit positieve effect geringer dan bij het V-VKA. Volwaardig binnendijkse alternatief Voor dit alternatief geldt voor Bataviakwartier dezelfde conclusie als bij het alternatief zonder landaanwinning. Bij het volwaardig binnendijkse alternatief wordt in Meerdijkhaven de druk op de beperkte buitenruimte in directe nabijheid voor de nieuwe bewoners twijfelachtig hoog. Alleen het voorgestelde stadsstrand is een landschapselement van formaat dat beleefd kan worden. De belevingswaarde van de Oostvaardersdiep en het Markermeer zal alleen aanwezig zijn voor een deel van de toekomstig bewoners die zicht hebben op het open water. Dat is als gevolg van de noodzakelijke opzet een relatief klein aandeel. De gebruikswaarde en belevingswaarde van de Oostvaardersdiep en het Markermeer zal voor de Lelystedeling niet toenemen. Er is sprake van een negatief effect (-).
Effectbeoordeling eindsituatie De tabel geeft de samenvatting van de effectbeoordeling Tabel 18: Beoordeling eindsituatie
Effectbeoordeling Criterium
Ruimtelijke kwaliteit
V-VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant beschermde natuur en water
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
Volwaardig binnendijkse alternatief
++
+
++
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
+
-
Mitigerende en/of compenserende maatregelen Om de ruimtelijke kwaliteit (verder) te versterken kunnen enkele gerichte maatregelen worden toegepast, zoals het verbeteren van zichtlijnen naar het Markermeer, het toevoegen van rustige groene plekken als tegenhanger van drukkere zones en het waarborgen van goede openbare toegang tot het water. Ook kan natuurinclusief ontwerp bijdragen aan een hogere belevings- en toekomstwaarde. Deze maatregelen zorgen ervoor dat eventuele lokale nadelen worden gecompenseerd en de totale ruimtelijke kwaliteit van het Waterfront verder toeneemt. Met dit soort maatregelen kan in ieder geval het ‘gemis’ van een strand bij Saerdam gecompenseerd worden. Ook de ruimtelijke kwaliteit van het alternatief zonder landaanwinning kan hiermee verder versterkt worden. Bij het volwaardig binnendijkse alternatief ontbreekt openbare ruimte om deze maatregelen toe te passen.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
72
6.6
Conclusie stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit
In onderstaande tabellen is de effectbeoordeling (beschreven en beoordeeld in de vorige paragrafen) samengevat voor de eindsituatie. Tabel 19: Samenvatting effectbeoordeling eindsituatie
Variant zonder stand Saerdam
Variant beschermde natuur en water
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
+
++
6.7
Volwaardig binnendijkse alternatief
Voorlopig VKA
++
Alternatief zonder landaanwinning
Volwaardig binnendijkse alternatief
Ruimtelijke kwaliteit
n.v.t.
Alternatief zonder landaanwinning
++
Variant zand van de markt
n.v.t. n.v.t.
++
Variant zand uit vaarweg
++
+
n.v.t.
-
+
n.v.t.
+
Variant grondverbetering
+
+
n.v.t.
+
Stedenbouw
n.v.t.
+
Variant beschermde natuur en water
--
Variant zonder stand Saerdam
0
Voorlopig VKA
Stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit
0
--
n.v.t.
Met mitigerende/compenserende maatregelen
Beoordeling
++
-
Leemten in kennis en/of informatie
Hoewel de hoofdopzet van de alternatieven voor het Waterfront (waaronder het V-VKA) duidelijk is, ontbreekt op dit moment de nadere stedenbouwkundige en architectonische uitwerking. Het bestemmingsplan biest op dit punt veel flexibiliteit. Hierdoor zijn essentiële aspecten zoals exacte bouwvolumes, materialisatie, inrichting van de openbare ruimte en de overgang tussen woongebied en landschap nog niet bekend. Deze beperkte detaillering maakt dat bepaalde effecten op gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde nog niet volledig kunnen worden beoordeeld. Bij verdere planvorming is aandacht hiervoor dan ook noodzakelijk om de stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit goed te kunnen waarborgen.
6.8
Aanzet voor monitoring
Niet van toepassing.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
73
7
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
Het voorlopig advies van de Commissie Landschap Het MER beoordeelt het effect op landschap als sterk positief, vooral door toevoeging van nieuwe natuur, zandige oevers en een strand. De Commissie is van mening dat het verlies van bestaande landschappelijke waarden (zoals polderstructuren) onvoldoende in beeld is gebracht. Daarnaast zouden bestaande en nieuwe waarden apart beoordeeld moeten worden, evenals de fysieke waarde en belevingswaarde. Waarbij de afzonderlijke positieve en negatieve effecten in beeld gebracht worden. Cultuurhistorie In het MER is cultuurhistorie beoordeeld als (per saldo) licht positief, vanwege de verbeteringen in de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de Oostvaardersdijk als waterbouwkundig bouwwerk. De Commissie wijst erop dat de Oostvaardersdijk over de gehele lengte een (zelfs internationaal geroemde) hoge cultuurhistorisch en landschappelijke waarde heeft. De dijk is het symbool van het grootste landwinningsproject in Nederland en wordt door dit project 'onzichtbaar'. De Commissie constateert dat de positieve score op cultureel erfgoed niet navolgbaar is gezien het verlies van deze cultuurhistorische waarden. Een neutrale (of licht negatieve) beoordelingsscore was logischer geweest. Archeologie Het plangebied kent een archeologische verwachting zowel voor water- als landbodems.
Zetting en bebouwing zijn in principe schadelijk voor archeologische resten. In het MER wordt inventariserend onderzoek voorgesteld voor zowel water- als landbodems. Dit betekent dat nog niet bekend is of er daadwerkelijk archeologische waarden aanwezig zijn. Door deze onzekerheid is het niet duidelijk waarom de effecten als licht negatief zijn beoordeeld. De Commissie adviseert om het MER aan te vullen met een navolgbare effectbeoordeling op landschap, cultuurhistorie en archeologie waarbij de gemaakte opmerkingen zijn meegenomen.
7.1
Inleiding
Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van het Waterfront op het thema landschap, cultuurhistorie en archeologie. De effectbeoordeling van dit thema is gebaseerd op de volgende criteria: Tabel 20: Wijze van beschouwing aspecten landschap, cultuurhistorie en archeologie in het kader van het MER
Aspecten
Criteria •
Landschap
• • Cultuurhistorie
28 april 2026
Herkomstwaarde: landschappelijke structuren en aardkundige gebieden Groenstructuren Historisch-geografische patronen, structuren en ensembles en stedenbouwkundige en
Analyse • • •
Kwalitatieve analyse van de impact op de kwaliteiten van het (stedelijke) landschap, bijbehorende structuren en aardkundige gebieden Kwalitatieve analyse van de impact op groenstructuren (lanen, parken, groenstroken) Kwalitatieve analyse van de impact en mate van aantasting van historische geografische patronen, structuren en ensembles en van historisch(steden)bouwkundige elementen, relicten en objecten.
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
74
bouwkundige ensembles, relicten en objecten • •
Archeologie
7.2
Archeologische (verwachtings)waarden
•
Kwalitatieve analyse van de mate van aantasting van archeologische terreinen en waarnemingen; Kwalitatieve analyse van de mate van aantasting van archeologische verwachtingswaarden
Beleid, wet- en regelgeving
Hieronder wordt voor het thema landschap, cultuurhistorie en archeologie de wet- en regelgeving en het beleidskader omschreven welke direct of indirect van invloed zijn op de ontwikkeling van het Waterfront. Het gaat daarbij om bestaande en vastgestelde plannen en om (in de nabije toekomst) van kracht zijnde wet- en regelgeving die kaderstellend kunnen zijn voor de ontwikkeling. Tabel 21: Wet- en regelgeving: nationale wet- en regelgeving
Wettelijk kader
Relevantie voor Waterfront Nationale beleid, wet- en regelgeving
De Erfgoedwet regelt door wet- en regelgeving behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland. De voorgenomen maatregelen hebben mogelijk effect op de cultuurhistorische en archeologische waarden in het studiegebied.
Erfgoedwet (2016)
De Nationale Omgevingsvisie vraagt aandacht voor onder meer het behouden en versterken van cultureel erfgoed en landschappelijke en natuurlijke kwaliteiten van (inter)nationaal belang (nationaal belang nr. 19).
Nationale Omgevingsvisie (2020) 47
‘Kiezen voor karakter, visie, erfgoed en ruimte’ (Rijk, 2011)
Het is van nationaal belang de kernkwaliteiten van stad en land te waarborgen. Dit uit zich in bescherming van waardevolle, open en kwetsbare landschappen en bebouwde gebieden, uitgaand van hun kernkwaliteiten. Bij (stedelijke) groei, verdichting, transformatie of krimp moet rekening worden gehouden met unieke landschappelijke structuren en objecten, cultuurlandschappen (of onderdelen daarvan), archeologische monumenten, gebouwde of aangelegde monumenten, beschermde stads- en dorpsgezichten en (genomineerde) werelderfgoederen en wederopbouwgebieden van nationaal belang. Die kernkwaliteiten kunnen ook benut worden bij ruimtelijke opgaven en transformaties, bijvoorbeeld met de inzet van ruimtelijk ontwerp. De visie ‘Kiezen voor karakter, visie, erfgoed en ruimte’ vraagt een integrale en omgevingsgerichte benadering van landschappelijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Bij de beschrijving en waardering van effecten wordt deze benadering als uitgangspunt gehanteerd.
Tabel 22: Wet- en regelgeving: provinciale en regionale beleid
Wettelijk kader
Relevantie voor Waterfront Provinciaal en regionaal beleid
De provinciale Omgevingsvisie ‘FlevolandStraks’
Provinciale Staten van Flevoland hebben op 8 november 2017 de Omgevingsvisie ‘FlevolandStraks’ vastgesteld. De Omgevingsvisie FlevolandStraks geeft de visie van de provincie Flevoland op de toekomst van het gebied. Het bijzondere verleden van
47
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet en heeft de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (Rijk, 2012) vervangen.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
75
(2017)
de jongste provincie van Nederland vormt de basis van de visie. Voor de uitwerking van de visie is een agenda vastgesteld. Een drietal kernopgaven vormen de kern voor alle ontwikkelingen waar de Provincie Flevoland bij betrokken is: • Het Verhaal van Flevoland (fysieke omgeving); • Krachtige samenleving (sociaal-economische omgeving); • Ruimte voor Initiatief (bestuurlijke omgeving). De fysieke omgeving In de Omgevingsvisie worden bepaalde landschapstypes en -structuren, stedenbouwkundig ensemble en archeologische waarden genoemd die ook typerend zijn voor Lelystad, namelijk dat: • de stedenbouwkundige opzet van Cornelis van Eesteren voor Lelystad bestempeld wordt als eigentijds stedenbouwkundig concept; • Dijken, vaarten, verkavelingen, wegbeplanting, erfsingels, openheid of juist grote bosgebieden voorbeelden zijn van Flevolandse karakteristieken; • lange rechte wegen veelal geflankeerd zijn door majestueuze bomenrijen; • polders omlijst zijn met grote wateren en groene gebieden met ruimte voor recreatie; • relicten zoals scheepswrakken, voormalige eilanden en oude stroomgeulen verwijzen naar de periode voor de inpoldering Gedeputeerde Staten van Flevoland hebben op 13 oktober 2021 het ‘Programma Landschap van de Toekomst’ vastgesteld.
Het ‘Programma Landschap van de Toekomst’ biedt handreikingen voor behoud, versterking en ontwikkeling van de ruimtelijke kwaliteit in het landschap van de toekomst in de vorm van overwegingen.
Landschapsvisie – het Programma Landschap van de toekomst (2021)
Enkele overwegingen zijn voor landschap van provinciaal belang en relevant voor het Waterfront en moeten in het kader van de ruimtelijke kwaliteit als overweging worden meegenomen: • behoud het waterbouwkundig bouwwerk als fundament van de polders en de landschappelijke identiteit. Maak de verschillende onderdelen (dijkzones, gemalen, vaarten, sluizen) daarvan zichtbaar en beleefbaar; • versterk monumentale belevingsassen om de beleving van het open polderpanorama te garanderen; • Geef extra aandacht aan hybride gebieden met een hoge dynamiek en waar meerdere opgaven samen komen.
Figuur 21: Kernkwaliteiten van het Waterfront
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
76
Provinciale Staten van Flevoland hebben op 27 februari 2019 het Omgevingsprogramma Flevoland vastgesteld. In het Omgevingsprogramma Flevoland is al het bestaande beleid voor de ontwikkeling, het gebruik, het beheer, de bescherming of het behoud van de fysieke leefomgeving gebundeld in één programma. Het Omgevingsprogramma bevat cultuurhistorische-, landschappelijke-, archeologische-, en aardkundige waardenkaarten, welke het beleid voor de fysieke leefomgeving van Flevoland bevat. De provincie wil de Flevolandse karakteristieken behouden door deze in te zetten als ruimtelijke kwaliteit ter versterking van nieuwe ontwikkelingen. Daartoe maakt de provincie onderscheid tussen landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten en basiskwaliteiten. Tot de kernkwaliteiten worden die elementen en patronen gerekend die bepalend zijn voor het karakter van Flevoland, waarmee de essentie van het polderconcept wordt gewaarborgd. Naast de kernkwaliteiten valt een aantal cultuurhistorische en landschappelijke elementen en patronen in de categorie basiskwaliteit. Het gaat dan om openheid, de verkavelingsstructuur, het bijzondere stedenbouwkundige concept van Nagele en het werkeiland LelystadHaven, de gemalen, hoge bruggen en de voormalige Zuiderzeekustlijn en de erfbeplanting.
Omgevingsprogramma Flevoland (2019)
Het plangebied grenst aan een Archeologisch aandachtsgebied. Binnen het plangebied zijn de Oostvaardersdijk / Saerdam en de Lage Dwarsvaart aangeduid als kernkwaliteiten. Tot de basiskwaliteiten behoort het gemaal Wortman aan de zuidzijde van het plangebied.
Figuur 22: Cultuurhistorische Waardenkaart Flevoland - Provincie Flevoland Tabel 23: Wet- en regelgeving: gemeentelijk beleid
Wettelijk kader
Relevantie voor Waterfront Gemeentelijk beleid
Omgevingsvisie Lelystad (2026)
28 april 2026
De gemeenteraad heeft op 17 februari 2026 de Omgevingsvisie Lelystad 2050 vastgesteld. Aan de basis van het beleid voor de fysieke leefomgeving ligt het uitgangspunt dat inwoners centraal gesteld worden. Thema’s als landschap, cultuurhistorie en archeologie komen in de visie aan bod. Het hoofddoel van deze nieuwe visie voor 2050 is het versterken van de bestaande stad en evenwichtige,
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
77
kwalitatieve- en klimaatbestendige groei realiseren om zo Lelystad toekomstbestendig te maken. Onder dit hoofddoel zijn vijf hoofdlijnen (met ambities) voor de Omgevingsvisie geformuleerd die een evenwichtige kwalitatieve groei moeten bewerkstelligen. Voor dit hoofdstuk is met name hoofdlijn 2 van belang: 2. Robuust natuurlijk raamwerk: Lelystad groeit kwalitatief doordat de kwaliteit van de natuur meegroeit met de stad waarbij de natuur beleefbaar, divers en verbonden is. Ambities: a) Lelystad wil de kwaliteit van de groen-blauwe structuur verbeteren en versterken. Zo werken we integraal aan gezondheid, biodiversiteit en klimaatadaptatie. b) Lelystad wil dat de natuur altijd dichtbij is. c) Lelystad wil het open polderlandschap behouden en versterken in samenhang met de ontwikkelingen. Binnen deze hoofdlijn wordt gesteld dat de groen-blauwe structuur, het robuuste raamwerk versterkt en verder uitgebouwd wordt. Daarbij is aandacht voor de Groen Rand van Lelystad, het behoud van het open polderlandschap (buitengebied) en het benoemen van het verder versterken van de ambitie Lelystad als stad aan het water. Cultuurhistorisch wordt de jonge ontstaansgeschiedenis benadrukt waarbij de waterstaatkundige geschiedenis beeldbepalend is voor het landschap.
Voor de ontwikkeling van Lelystad Waterfront naar een levendige boulevard met een rijke variatie aan programma en beleving wordt en link gelegd met deze waterstaatkundige geschiedenis in en rondom het plangebied. Voor wat betreft de archeologische waarden in de bodem van de stad wordt aangegeven dat hiervoor een vernieuwing van het beleid wordt aangekondigd.
Welstandsnota
Archeologische beleidskaart
In opdracht van de gemeente Lelystad heeft het Bureau STOA in 2007 een inventarisatie gedaan en een waardering opgesteld van het gebouwde cultuurhistorisch erfgoed in Lelystad. De waarderingen zijn hierbij vertaald naar aanbevelingen voor een gemeentelijk beleidskader voor de cultuurhistorische kwaliteiten in Lelystad. In 2015 is de Welstandnota door de gemeenteraad vastgesteld. In hoofdstuk 3 van de Welstandnota zijn de kaders aangegeven voor Gebieden met Architectonische welstand en Cultuurhistorisch erfgoed. Daarnaast zijn er de afgelopen jaren, door onder meer de Erfgoedcommissie en andere partijen, diverse cultuurhistorische waarderingen en studies en verkenningen gedaan naar de cultuurhistorische elementen in Lelystad. Op dit moment heeft de gemeente Lelystad geen specifiek beleid met betrekking tot cultuurhistorische landschapselementen. Wel zijn binnen de bovengenoemde in 2007 uitgevoerde inventarisatie een aantal cultuurlandschappelijk elementen of objecten met een landschappelijk aspect aangewezen als gemeentelijk monument (het werkeiland). De gemeente Lelystad beschikt over een vastgestelde gemeentelijke archeologische beleidskaart 48, opgesteld door Vestigia. Hierbij is het plangebied aangeduid als liggende binnen een lage archeologische verwachting op het land en is ter plaatse van het water geen verwachting opgenomen.
Deze indicaties zijn destijds voornamelijk gebaseerd op de toen beschikbare Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW). De IKAW is echter ongeschikt gebleken voor de dynamische Flevolandse ondergrond. Vestigia is voor de gemeente Lelystad bezig met het opstellen van nieuw Erfgoedbeleid, waaronder het actualiseren van de archeologische beleidskaart en
48
Archeologische Monumentenzorg in Lelystad 2008;
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
78
opstellen van een bovengrondse erfgoedkaart behoren. De gemeente heeft in 2025 het nieuwe erfgoedbeleid voorbereid, waarbij het actualiseren van het archeologiebeleid en het opstellen van erfgoedkaarten onderdeel wordt van het uit te werken omgevingsprogramma. Vooruitlopen op het nieuw te implementeren beleid op basis van de meest recente inzichten zal ten aanzien van de archeologische verwachting binnen het plangebied in ieder geval rekening gehouden worden met archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek 49 (d.d. 27 juli 2023) dat Vestigia heeft uitgevoerd in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad.
7.3
Onderzoeksaanpak en uitgangspunten
Voor de beschrijving van de huidige situatie en de autonome ontwikkelingen zijn verschillende onderzoeksmethodes gebruikt. De landschappelijke, cultuurhistorische en archeologische waarden binnen en in de omgeving van het plangebied zijn geanalyseerd op basis van: • kaartmateriaal uit diverse bronnen (zoals beleid en atlassen); • historische kaarten; • veldwerk. De alternatieven zijn met behulp van het stedenbouwkundig masterplan ‘Waterfront Stedelijke Kust Lelystad’ beoordeeld. In het Masterplan zijn themakaarten, kaartbeelden, visualisaties, en profielen weergegeven, die inzicht geven in het ruimtelijke beeld van een mogelijke invulling van de alternatieven.
7.4
Landschap – herkomstwaarde: landschappelijke structuren en aardkundige gebieden
7.4.1
Beoordelingsmethodiek
In onderstaande tabel is de specifieke invulling van de maatlat voor dit aspect toegelicht. De beoordeling voor herkomstwaarde: landschappelijke structuren en aardkundige gebieden vindt plaats op basis van deskundigen oordeel. Om de effecten op landschap te kunnen beoordelen is gekeken naar herkomstwaarde. De belevingswaarde van het landschap en het gebied is hierin niet meegenomen omdat dit onderdeel uitmaakt van het aspect ‘ruimtelijke kwaliteit’. Tabel 24: Maatlat voor de effectbeoordeling ‘Landschap – herkomstwaarde: landschappelijke structuren en aardkundige gebieden’.
Score
49
Beoordeling t.o.v. referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Toevoegen van passende (historische) landschappelijke structuren/elementen, of versterking van (historische) landschappelijke structuren en/of aardkundige gebieden
+
Positief effect
Lichte versterking van (historische) landschappelijke structuren en/of aardkundige gebieden
0
Geen effect
Neutraal, geen invloed op (historische) landschappelijke structuren en/of aardkundige gebieden.
Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek (Vestigia, 2023)
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
79
-
--
7.4.2
Negatief effect
Lichte aantasting van (historische) landschappelijke structuren en/of aardkundige gebieden, of toevoeging van structuren/elementen op een manier die matig past bij het (historische) landschap.
Sterk negatief effect
Aantasting van (historische) landschappelijke structuren en/of aardkundige gebieden, of toevoeging van structuren/elementen op een manier die niet past bij het (historische) landschap.
Referentiesituatie
Huidige situatie Landschappelijke structuren Als onderdeel van het Zuiderzeeproject zijn de IJsselmeerpolders drooggelegd. Veel bouwkundige objecten en landschappelijke structuren in Lelystad verwijzen naar de inpolderings- en ontginningsfase en zijn nog steeds in het landschap zichtbaar. Groen en water zijn vanaf de eerste ontwikkeling ingeweven in de stad: van grootschalige bossen die de stad omzoomen tot lommerrijke groenzones rondom de woonbuurten. Een Oost-West Noord-Zuid rastersysteem dat nog zichtbaar is in de stad fungeert als kwaliteitsdrager van Lelystad 50. In en nabij het plangebied behoort de Houtribweg daartoe, maar ook Oost-West verbindingen als het parkgebied ten noorden van de wijken Boeier en Karveel, de verbindingswegen Houtribdreef en Visarendreef. De Oostvaardersdijk is meer als een structuurdrager van een hoger schaalniveau te beschouwen, op het niveau van de gehele Flevopolder.
Boeier
Karveel
Figuur 23: Landschappelijke structuren in en rondom het plangebied
50
Omgevingsvisie Lelystad (juli 2021)
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
80
Het plangebied van het Waterfront ligt binnendijks en buitendijks. In het gebied ligt de Oostvaardersdijk, een primaire waterkering die als continu structurerend element goed herkenbaar is in het gebied, het volgt de waterkant van het Oostvaardersdiep. Deze primaire kering is ter hoogte van Lelystad echt anders dan elders in Flevoland waar gelijk achter de dijk de diepte van de Flevopolder wordt bereikt. In het gebied is de maaiveldhoogte grotendeels door ophoging min of meer gelijk aan de kruinhoogte van de Oostvaardersdijk. Dat is iets hoger dan het Werkeiland waar de aanleg van de Flevopolders in 1949 mee begonnen is. De hoogte van het plangebied, een voormalig zanddepot, is circa 5 meter hoger dan het voor de Flevopolder meer gemiddelde maaiveldniveau van -3,50 m NAP tot -5,50 m NAP. De gronden ten noordwesten van de Houtribweg (-3,50 m NAP) liggen allemaal boven NAP van ongeveer +1,50 m NAP in het deel tussen gemaal Wortman en de wijk Saerdam. Saerdam kent een hoogte van +2,40 m NAP en hele delen van het Bataviakwartier liggen op kruinhoogte van de Oostvaardersdijk, +3,00 m en hoger (zie Figuur 24).
Figuur 24: Hoogtekaart van plangebied en omliggende Flevopolder [bron: www.ahn.nl, bewerkt door Haskoning]
De Oostvaardersdijk is onderdeel van de waterstaatkundige geschiedenis van de Flevopolder. De aanleg van de dijk leidde tot het ontstaan van een van de jongste landschappen van Nederland en vormt daarmee het fundament voor het landschap van Flevoland. Samen met het voormalige werkeiland zijn deze elementen herkenbare dragers van het landschap (in de nabijheid) van het plangebied die Lelystad doen herinneren aan de drooglegging van de IJsselmeerpolders. Iets waarmee Nederland internationaal telkens haar unieke verhaal van fysieke adaptatie vertellen kan. De meest recente verhaallijn in het licht van geheel Flevoland is de ontwikkeling van de Marker Wadden, nieuwe eilanden in het Markermeer langs de Houtribdijk tussen Enkhuizen – en Lelystad. Voor de kust van Lelystad ligt een leidam, deze vormt de grens tussen het Markermeer en het Oostvaardersdiep, dat grotendeels evenwijdig aan de kustlijn loopt. De leidam markeert tegelijkertijd de grens van het plangebied.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
81
Figuur 25: Oostvaardersdijk als primaire waterkering in het plangebied [Bron: maps.google.nl; bewerking: Haskoning, 2023]
Figuur 26: Landschappelijke en cultuurhistorische basiskwaliteiten in het plangebied [Bron: omgevingsprogramma Flevoland, 2023]
De Houtribweg is een belangrijke landschappelijke structuurdrager in het zuidelijk deel van het plangebied en vormt de zuidelijke entree van het plangebied. Het Werkeiland uit 1949 als bijzonder landschappelijk stedenbouwkundig concept en het gemaal Wortman als waardevol cultuurhistorische bouwkundige ensemble bevinden zich pal aan de Houtribweg en vormen herkenbare basiskwaliteiten van de inpoldering van het gebied. Zowel het Werkeiland als het gemaal Wortman grenzen aan de zuidzijde van het plangebied. 28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
82
Figuur 27: Houtribweg met het Werkeiland op de achtergrond [Bron: maps.google.nl; bewerking: Haskoning, 2023]
Figuur 28: Landschappelijke en cultuurhistorische basiskwaliteiten in het plangebied [Bron: omgevingsprogramma Flevoland, 2023]
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
83
Aardkundige waarden Aardkundige waarden zijn onderdeel van de bodemkwaliteit en vormen als het ware het archief van de opbouw van de ondergrond. Het bestaat uit sporen van vroegere landschappen zoals oude geulsystemen in rivierduinen, zeldzame veenresten en bijzonder oude bodems. In Figuur 29 is te zien dat een heel klein deel van het aardkundig waardevol gebied binnen het plangebied ligt 51. Het betreft het stroomgebied van de oer-IJssel met rivierduinen. In deze ondergrond van Flevoland bevinden zich sporen van zeer oude, fossiele landschappen met rivierduinen en oeverwallen waar zich mogelijk sporen van de midden fase van de Swifterbantcultuur (circa 5200-3800 v. Chr.) kunnen bevinden. Deze aardkundige elementen vertellen de geschiedenis van de Flevolandse bodem. Het niveau waarop deze sporen te verwachten zijn bevindt zich binnen NAP - 6 8 m -, ofwel tenminste 2,5 beneden maaiveld (voor het hoger geleden plangebied kan dit oplopen tot 10 m diepte), met daarbinnen mogelijke opduikingen (zandrug). De Provincie Flevoland streeft ernaar deze waarden zoveel mogelijk te beschermen, en daarnaast aandacht te vragen voor aardkundige waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen. Geadviseerd wordt bij ontgrondingen groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm -mv in het kader van de Ontgrondingenvergunning vroegtijdig in overleg te treden met de Provincie.
Figuur 29: Aardkundige waardevol gebied (roze) in het plangebied (rood gestipt) [Bron: Cultuurhistorische Waardenkaart Flevoland Provincie Flevoland]
Autonome ontwikkeling Bataviahaven Rond de Bataviahaven liggen naast de twee bestaande (reeds gerealiseerde) bouwblokken nog niet ontwikkelde kavels die grenzen aan het plangebied voor het Waterfront. Op grond van het vigerende bestemmingsplan mogen daar woningen gebouwd worden met in de plinten aan de haven ondersteunende voorzieningen zoals nautische dienstverlening en horeca 52. Deze kavels worden ontwikkeld met ca. 600 woningen en 3200 m2 bvo leisure/ voorzieningen. Daarmee ontstaat een 51 52
Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek [Vestigia, 2023] Deze ontwikkeling valt buiten de plangebiedgrens van het bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
84
aaneengesloten stadsgebied dat valt binnen het groene raamwerk van Lelystad waarbij structuren als de Houtribweg en Houtribdreef de voor dit gebied relevante grote groenstructuren zijn die deze gebieden verbinden met de rest van Lelystad. Met de ontwikkeling van de kavels ontstaat een afgerond stedelijk kwartier met compacte openbare ruimte die zal uitkomen op de boulevard bij de haven. Daarmee ontstaat een passend beschut gebied voorzien van een hoogwaardige openbare ruimte. Noordersluis Niet alle gronden van bedrijventerrein Noordersluis worden benut. Er zijn geen concrete initiatieven voor deze gronden, maar het is mogelijk dat die er in de toekomst wel komen. Voor de referentiesituatie wordt het volledig benutten van de huidige (planologische) mogelijkheden als uitgangspunt genomen. Sommige gronden zijn nu volop begroeid zoals het bosgebiedje tussen waterzuivering en Houtribweg dat ook onderdeel is van het plangebied en in het bestemmingsplan Noordersluis aangeduid is als groen. Hier komen in de autonome ontwikkeling geen bedrijven. Waterkering De primaire waterkering maakt onderdeel uit van het Hoogwaterbeschermingsprogramma versterkt. Mogelijk is versterking aan de orde. Daarvoor zal de komende jaren een voorverkenning worden verricht.
De Waterkering is een van de beeldbepalend landschappelijke elementen van de Flevopolder die de waterstaatkundige geschiedenis van Flevoland illustreren. Dit is hierboven reeds beschreven.
7.4.3
Effectbeschrijving en effectbeoordeling
Effecten tijdens de realisatie In het kader van de besluitvorming worden geen relevante (tijdelijke_ effecten verwacht op de herkomstwaarde tijdens de realisatie. Effecten eindsituatie Voorlopig VKA Meerdijkhaven Het V-VKA voorziet in nieuwe (beleefbare) natuur, zandige oevers en een strand in plaats van een harde kustlijn; parklandschap en strand worden afgewisseld met nieuwe natuur in een voor natuur- en landschap groot samenhangend systeem. Tussen de woonclusters komen valleien met publieke buitenruimte die aansluit op de bestaande groenstructuur van Lelystad en deze doorzet tot in het water.
Figuur 30: Valleien tussen de woonclusters in Meerdijkhaven
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
85
In lijn met het landschapsvisie ‘Landschap van de toekomst’ van de provincie Flevoland blijft de verlegde dijkzone als waterbouwkundig bouwwerk een van de landschappelijke kwaliteitsdragers van het plangebied. De verlegde dijk wordt ‘overlaagd’ met duinen en wordt op deze manier geïntegreerd in het landschap. Het kustlandschap is samenhangend en gericht om de verbinding te zoeken met de omliggende natuur van het Nationaal Park Nieuw Land. Het glooiende open duinlandschap van de valleien brengt verbinding tussen de stad en de kuststrook met in de lage delen kwelnatuur. Daarmee wordt op groter schaalniveau wel meer afstand genomen van de oorspronkelijk voor heel Flevoland herkenbare waterbouwkundige structuur in de vorm van een recht-toe-recht-aan dijklichaam dat de Flevopolder van overstromingen beschermt. Tegelijkertijd is die herkenbaarheid aan de binnendijkse zijde van de dijk juist in het plangebied al minder doordat het plangebied tussen Houtribweg en Oostvaardersdijk grotendeels op dijkhoogte is gebracht en daarmee (ruim) 5 meter hoger ligt dan de rest van Lelystad. Door zoveel ruimte op te nemen voor de ontwikkeling van het kustlandschap wordt aan de tweede hoofdlijn van de Omgevingsvisie Lelystad 2050 – Robuust natuurlijk raamwerk – uitwerking gegeven. Bataviakwartier De boulevard vormt de verbinding langs de kust van Lelystad.
Alleen ter plaatse van de weg Bataviahaven wordt een nieuw kustlandschap onderbroken door een harde kustlijn. Toevoeging van een bomenstructuur verbindt de parkachtige zone langs de kade in Bataviakwartier met de kustzone van Meerdijkhaven enigszins. Dankzij landaanwinning kan in Bataviakwartier de Oostvaardersdijk landschappelijk worden ingepast waardoor er ruimte ontstaat voor een licht glooiend parkachtige zone. Over de aanwezige aardkundige waarden uit het Swifterbantcultuur in het plangebied ter plaatse van een nieuwe te realiseren parkeergarage ten oosten van het waterpark, kan niet uitgesloten worden dat deze waarden onaangetast blijven. Het niveau waarop deze sporen te verwachten zijn bevindt zich echter binnen NAP - 6 - 8 m (ca. 5-8 m beneden maaiveld), waardoor het onwaarschijnlijk is dat deze aardkundige waarden worden aangetast. Effectbeoordeling Samengevat kan gesteld worden dat de landschappelijke kwaliteiten van en in het plangebied versterkt worden door het doorzetten van de groenstructuur van Lelystad en de grote uitbreiding daarvan met een geheel nieuw landschapstype, dat van een gevarieerd duin- en strandlandschap. Voor wat betreft de oorspronkelijke waterkerende functie van de Oostvaardersdijk gaat dit niet op. Deze dijk die al minder herkenbaar is in het plangebied, wordt opgenomen in het nieuwe duinenlandschap.
De duinen nemen de waterkerende functie van de dijk over. De dijk als dijk is al minder als structurerend element herkenbaar door Bataviakwartier, een opgehoogde wijk als Saerdam en het voormalige zanddepot. De terreinen van het plangebied zijn daarmee gaan horen bij het maaiveldniveau van de kruin van de Oostvaardersdijk en niet meer bij die van de Flevopolder. Dit deel van het land heeft de oriënterende stap naar het water al eerder gemaakt, het landschap op het voormalig zanddepot is al enigszins te beschouwen als een duinachtig gebied vanwege het stuivende zand dat gestaag begroeid is geraakt. Per saldo wordt de waardering van het aspect herkomstwaarde: landschappelijke structuren en aardkundige gebieden als negatief (-) beoordeeld, mede door het (verder) onder een duinenlandschap laten verdwijnen van een voor de ontstaansgeschiedenis van de Flevopolder beeldbepalende structuur. De herkomstwaarde wordt in het plangebied daardoor minder leesbaar. Echter, deze leesbaarheid stond al onder druk in het plangebied door de afwijkende hoogte van de terreinen (kruinhoogte dijk) ten opzichte
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
86
van de rest van de Flevopolder. Een nieuw duinlandschap past wel als de functionele landschapsstructuur: duinen zijn als primaire waterkering gangbaar. Varianten Inrichtingsvariant zonder strand bij Saerdam Het verschil met het ‘V-VKA’ is het ontbreken van het strand bij Saerdam. Het huidige beeld – de Oostvaardersdijk met daaraan de woonwijk Saerdam gelegen en open water van het Oostvaardersdiep – blijft daar deels behouden. Het duinenlandschap wordt zo kleiner en beperkt zich tot het gebied van Meerdijkhaven. Het deel Meerdijkhaven wordt wel als nieuw gevarieerd duinenlandschap ontwikkeld en vervangt de huidige dijkzone daar voor een duingebied. Daarmee verdwijnt nog steeds een deel van de Oostvaardersdijk onder duinen. Per saldo wordt dit aspect als negatief beoordeeld (-), om vergelijkbare redenen als het V-VKA staat de leesbaarheid van de herkomstwaarde onder druk. Variant beschermde natuur en water Een variant waar meer beschermde natuur en water wordt ontwikkeld leidt niet tot een sterk afwijking ten opzichte van het V-VKA, zo is de stellingname in hoofdstuk 4 (paragraaf 4.2). Meer natuurontwikkeling op de overgang van land naar water heeft geen extra positief effect op de herkomstwaarde: landschappelijke structuren en aardkundige gebieden ten opzichte van het V-VKA. De voor de Flevopolder beeldbepalende structuur Oostvaardersdijk verdwijnt onder een duinlandschap.
Deze variant wordt daarom op gelijke wijze beoordeeld als het V-VKA, negatief (-). Alternatief zonder landaanwinning Het strand als verbindende schakel in de kustzone wordt in dit alternatief niet ontwikkeld; er komt mogelijk een klein strand langs de bestaande, autonoom te versterken, dijk. De dijkzone krijgt daarbij mogelijk een duinachtige inrichting. Daarmee vermindert de leesbaarheid van de herkomstwaarde van het landschap maar blijft de oorspronkelijk vorm van de Flevopolder nog overeind, die van een min of meer recht doorgaande waterkering. Het functioneel programma van dit alternatief zal aanzienlijk kleiner zijn, met als resultaat dat de ruimtelijke opzet zoals ook bedoeld in het V-VKA, grotendeels intact blijft. De valleien, de zandige oevers van de kustzone en de landschappelijke inrichting van de woonclusters creëren ook in dit alternatief een hoogwaardig (stedelijk) milieu met landschappelijke kwaliteiten. In Bataviakwartier is dit alternatief onderscheidend van het V-VKA doordat hier geen landaanwinning plaatsvindt. Per saldo wordt dit alternatief als neutraal (0) beoordeeld. De lijn als dijk blijft overeind, mogelijk door wat duinen omkleed. Belangrijke structuren zoals de Houtribweg blijven intact.
Volwaardig binnendijkse alternatief In dit plan is veel minder ruimte voor de landschappelijke inrichting die nog wel overeind bleef in het ‘Alternatief zonder landaanwinning’. In heel compacte blokken van hoge dichtheid wordt het woonprogramma ingepast (3000 woningen). Daarvoor moeten belangrijke kenmerkende landschapsstructuren wijken om ruimte te maken voor het woonprogramma. De Houtribweg wordt afgewaardeerd en omgelegd. De brede groene structuurdrager van het Lelystadse groene raamwerk wordt een stadsstraat. De omlegging van de weg is een aanpassing van de heldere polderstructuur, al wordt daarbij de orthogonaliteit behouden. Alleen ten hoogte van de Visarenddreef wordt een verbreding van het profiel gerealiseerd waardoor deze groene structuurdrager richting dijk/strand reikt. Het is niet helder hoe de Oostvaardersdijk ten hoogte van het strand herkenbaar blijft als primair waterkerend element. De aanleg van een stadsstrand en de suggestie van slingerende paden in
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
87
combinatie met hoogbouw tot heel dicht op de dijk doet vermoeden dat de herkenbaarheid van de dijk hier vermindert. Per saldo wordt dit aspect als sterk negatief (- -) beoordeeld. Verschillende voor Lelystad en de Flevopolder beeldbepalende structuren worden in dit alternatief verwijderd of komen in een geheel andere verschijningsvorm terug in het plan. De ruimte voor structuren en patronen neemt sterk af in dit alternatief. Effectbeoordeling eindsituatie De tabel geeft de samenvatting van de effectbeoordeling Tabel 25: Beoordeling eindsituatie
Effectbeoordeling Criterium
V-VKA
Variant zonder strand Saerdam
Variant beschermde natuur en water
Variant grondverbetering
Variant zand uit vaarweg
Variant zand van de markt
Alternatief zonder landaanwinning
Volwaardig binnendijkse alternatief
-
-
-
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
0
--
Herkomstwaarde – landschappelijke structuren en aardkundige gebieden
7.4.4
Mitigerende en/of compenserende maatregelen
Om de bestaande en bepalende landschappelijke structuren overeind en leesbaar te houden kan hiermee in de nieuw te creëren landschappen rekening gehouden worden. Het plangebied speelt een rol in de primaire waterkerendheid van de Flevopolder. Dat is nu herkenbaar door de aanwezigheid van de dijkzone (dijk en op dijkhoogte gebrachte gebieden). Ook in een nieuw te realiseren duinlandschap zou die primaire waterkerendheid goed afleesbaar en adaptief moeten zijn (ophogen, versterken vanwege bijvoorbeeld een veranderend klimaat). Het houdt in dat in de plannen een duidelijk herkenbare primair waterkerende zone aanwezig zou moeten zijn, afleesbaar als een voor de kustzone Lelystad structurerend element met een veilige kant aan polderzijde en een avontuurlijke maar veilige kant aan de waterzijde (eilanden en opgehoogde delen).
7.5
Landschap - groenstructuren
7.5.1
Beoordelingsmethodiek
In onderstaande tabel is de specifieke invulling van de maatlat voor dit aspect toegelicht. De beoordeling voor Groenstructuren vindt plaats op basis van deskundigen oordeel. Tabel 26: Maatlat voor de effectbeoordeling ‘groenstructuren’
Score
Beoordeling t.o.v. referentiesituatie
Toelichting
++
Sterk positief effect
Zeer grote bijdrage aan de versterking op de kwaliteiten van groenstructuren (lanen, parken, groenstroken).
+
Positief effect
Beperkte versterking op de kwaliteiten van groenstructuren (lanen, parken, groenstroken).
0
Geen effect
Neutraal, geen invloed op de kwaliteiten van groenstructuren (lanen, parken, groenstroken).
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
88
-
Negatief effect
Beperkte aantasting of verslechtering van de kwaliteiten van groenstructuren (lanen, parken, groenstroken).
--
Sterk negatief effect
Grote aantasting of verslechtering van de kwaliteiten van groenstructuren (lanen, parken, groenstroken).
7.5.2
Referentiesituatie
Huidige situatie Aan de stadsranden van Lelystad vormen de groengebieden een overgangszone tussen de bebouwde omgeving en het open polderlandschap 53. Lelystad is verweven met het landschap en dit geeft de stad haar ruimtelijke identiteit. Rond de stad zijn sinds de inpoldering grootschalige bossen aangeplant die zijn uitgegroeid tot volwaardige bosgebieden met hoge natuur- en recreatieve waarden. Het plangebied grenst aan de zuidzijde aan het Nationaal Park Nieuw Land. Het Nationaal Park Nieuw Land omvat de Oostvaardersplassen, de Marker Wadden, de Lepelaarplassen, het Trintelzand aan de Houtribdijk en een groot deel van het Markermeer. Dit park bestaat voor ruim driekwart uit water. Het Markermeer, IJsselmeer en de Oostvaardersplassen zijn Natura 2000-gebieden. De Houtribweg is een belangrijke structuurdrager (structuren en elementen die een landschapsvormende functie hebben) van het plangebied. De weg verbindt de Oostvaardersplassen ten zuiden van het plangebied met Houtribhoogte en kent een ruime groene opzet met laanbeplanting en bosschages (bosplantsoen) aan weerszijden van de weg. Vanaf de zuidelijke entree van het plangebied ter hoogte van gemaal Wortman tot aan de Visarenddreef wordt het bedrijventerrein Noordersluis visueel afgeschermd door volwassen bomen met onderbegroeiing.
Ter hoogte van Bataviakwartier is de houtribweg een 2x2baans 70 km/h weg met een groene middenberm als middengeleider en laanbeplanting met water als structuurelementen aan weerszijden van de weg. De Oostvaardersdijk loopt grotendeels evenwijdig met de Houtribweg. De groenstrook tussen de Oostvaardersdijk en het Oostvaardersdiep (afgezien ter plaatse van de Bataviahaven) is een typische grasoever met basalt en een dunne rietkraag. Tussen de Oostvaardersdijk, de Houtribweg, Saerdam en het Werkeiland bevindt zich op het braakliggende terrein opschot van diverse pionierssoorten dat gebiedseigen is (passen bij een stuivend zanddepot) en gedurende de laatste tien jaar zich heeft kunnen ontwikkelen. Het Bataviakwartier kent enkele hoogwaardige beplantingsstroken rondom Batavialand, het Bataviaplein en Bataviastad. Op het parkeerterrein van Bataviastad staan volwassen bomen zonder duidelijke (laan)structuur. In het uiterste noordwesten van het plangebied aan het Oostvaardersdiep bevinden zich beeldbepalende bomen met een totale bladerdak oppervlakte van circa 1 ha.
53
Omgevingsvisie Lelystad (juli 2021)
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
89
Figuur 31: Groenstructuur aan het Bataviaplein [bron: Haskoning]
Het plangebied ligt gedeeltelijk in het Oostvaardersdiep. Het Oostvaardersdiep is de vaargeul in het Markermeer, en wordt ter plaatse van het plangebied van het grote open water gescheiden door enkele langsdammen. Het gebied is aangewezen als natuurgebied/Natura 2000-gebied (Vogelrichtlijn) en waterrecreatiegebied. Autonome ontwikkeling Er zijn geen ruimtelijk relevante ontwikkelingen voorzien.
7.5.3
Effectbeschrijving en effectbeoordeling
Effecten tijdens de realisatie In het kader van de besluitvorming worden geen relevante (tijdelijke) effecten verwacht op de groenstructuren tijdens de realisatie.
Effectbeschrijving eindsituatie
Voorlopig VKA Het V-VKA gaat uit van een groenstructuur die doorgetrokken wordt vanuit de bestaande dreven (ontsluitingswegen) richting het Waterfront. Vanuit de stad bezien biedt de Visarenddreef een directe groene verbinding naar het duinlandschap van Meerdijkhaven. Brede groenstructuren scheiden de vier woonbuurten in Meerdijkhaven, waardoor het woningprogramma wordt geïntegreerd in een natuurlijke omgeving. Daarmee sluit de nieuwe structuur aan op de groenstructuren van Lelystad. Het verwilderde groen op het voormalige zanddepot tussen de Houtribweg en de Oostvaardersdijk wijkt voor een hoogstedelijk woonmilieu in een groene – bij duinlandschap passende setting – en verhoogt de gebruiks- en belevingswaarde van het gebied. Daarbij dient aangetekend te worden dat dit verruigde gebied inmiddels soorten zou kunnen bevatten die aansluiten bij het gewenste eindbeeld van soorten in 28 april 2026