CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 14 Aanvulling MER

Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 16 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.289 Vaststelling bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad36.218 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Dit zal erg lokaal en tijdelijk zijn, maar gezien de lange bouwperiode (15-20 jaar), is het mogelijk wel relevant. Vanwege de lange doorlooptijd is het volwaardig binnendijkse alternatief negatief beoordeeld (-). • Gezondheidsbevordering: in het volwaardig binnendijkse alternatief worden de recreatieve mogelijkheden in de realisatie niet zo sterk mogelijk gemaakt omdat de ruimte hiervoor zeer beperkt is (vanwege hoge dichtheden op een relatief klein oppervlak). Omwonenden en eerste bewoners zullen vooral hinder ervaren door vermindering van het (uit)zicht, nog niet ver uitgewerkt groen en de werkzaamheden. In de gerealiseerde woonbuurten zal de

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

25

groenontwikkeling en beperkte recreatieve voorzieningen in de loop der tijd ook tot ontwikkeling komen. Daarom is dit alternatief neutraal beoordeeld (0). Duurzaamheid • Energie: tijdens de aanleg van Waterfront vinden grootschalige werkzaamheden plaats. Bij deze werkzaamheden wordt zwaar materieel (graafmachines, vrachtwagens, hijskranen, etc.) gebruikt. De bouwsector is stapsgewijs aan het verduurzamen door het gebruiken van elektrisch materieel, of aangedreven door waterstof, maar het is onzeker of alle bouwwerkzaamheden door elektrische voertuigen kunnen worden uitgevoerd (er wordt in dat geval uitgegaan van de worst-case). Dit zal resulteren in een significante uitstoot door het gebruik van conventionele brandstoffen gedurende de realisatie. Het aandeel materieel dat wel elektrisch is, zal een grote tijdelijke belasting van het elektriciteitsnet vragen. Dit leidt tot de beoordeling – (negatief effect). • Klimaat: Meerdijkhaven is volgens het klimaatmodel een braakliggend terrein met zanderig klein bodem dat kwetsbaar is voor heftige neerslag en slecht het water kan verwerken. Echter heeft het gebied geen bestaande partijen die last hebben van deze effecten. Gedurende de realisatie zullen deze effecten blijvend effect hebben tot de benodigde aanpassingen en maatregelen zijn geïmplementeerd samen met de geplande nieuwbouw.

De werkzaamheden kunnen dus beïnvloed worden in geval van wateroverlast na heftige regen of hittestress gedurende warme periodes. Het volwaardig binnendijkse alternatief is negatief beoordeeld (-). • Circulariteit: tijdens de realisatie moeten veel materialen worden geïmporteerd voor de nieuwbouw. In het plan wordt ingezet op bio-based materialen en circulaire ontwerpprincipes om het materiaalgebruik te beperken, waarde te behouden en hergebruik in de toekomst te vergroten. Hoewel de import van materialen tijdens de bouwfase een negatief effect heeft op de circulariteit, biedt deze fase ook kansen om langdurige materiaalwaarde te creëren. Het volwaardig binnendijkse alternatief is negatief beoordeeld (-). Hinder van de gebouwde omgeving • Lichthinder: de bouwwerkzaamheden voor realisatie van het volwaardig binnendijkse alternatief zullen naar verwachting een periode van 15 tot 20 jaar in beslag nemen. Gedurende deze periode is de kans op lichthinder aanwezig op de bestaande bebouwing (met name in Saerdam en rond de Bataviahaven). Dit wordt veroorzaakt door verlichting op bouwterreinen tijdens bouwwerkzaamheden en de aanvoer van bouwmaterialen. Aan het volwaardig binnendijkse alternatief wordt de beoordeling - (negatief effect) toegekend.

Om de kans op lichthinder door bouwwerkzaamheden te minimaliseren wordt aangeraden te onderzoeken of het mogelijk is om (bouw)lampen te vervangen voor natuurvriendelijke verlichting dan wel de lichten te dimmen gedurende de uren dat er niet gewerkt wordt, verlichting afschermen van omwonenden en de werktijden aan te passen (werken bij daglicht). Daarmee is het de verwachting dat de kans op lichthinder hinder deels voorkomen wordt, maar niet geheel. De effectscores blijven daarom negatief (-).

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

26

3.3.2

Effecten in de eindsituatie

Tabel 2: Effecten van het 'volwaardig binnendijkse alternatief' in de eindsituatie

Thema

Verkeer

Geluid Luchtkwaliteit Externe veiligheid Bedrijven- en milieuzonering Bodem

Waterkwaliteit (KRW)

Waterkwantiteit

Waterveiligheid en morfologie Nautische veiligheid Natuur

28 april 2026

Beoordeling ‘Volwaardig binnendijkse alternatief’

Mitigerende maatregelen

Bereikbaarheid per auto

0

Niet van toepassing

Bereikbaarheid per OV

++

Niet van toepassing

Bereikbaarheid langzaam verkeer

++

Niet van toepassing

Verkeersveiligheid

+

Niet van toepassing

Parkeren

0

Niet van toepassing

Verkeersleefbaarheid

0

Niet van toepassing

Wegverkeerslawaai

0/-

0

Industrielawaai

--

0

Verandering concentratie luchtkwaliteit

0

0

Plaatsgebonden risico (PR)

0

Niet van toepassing

Groepsrisico (GR)

0

Niet van toepassing

Hinder en beperkingen voor bestaande bedrijvigheid

--

0

Feitelijke bedrijvigheid

--

0

Land- en waterbodemkwaliteit

0

Niet van toepassing

Grondwaterkwaliteit

0

Niet van toepassing

Chemische oppervlaktekwaliteit

0

Ecologische oppervlaktewaterkwaliteit

0

Waterbergend vermogen

0

Functioneren binnendijks watersysteem

0

Grondwaterhuishouding

0

Beheerbaarheid

0

Ruimte voor de vaarweg

0

Niet van toepassing

Vaarverkeerssituatie

-

-

Interactie met het Waterfront

-

Niet van toepassing

Natura 2000

-

-

Criterium

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Niet van toepassing Niet van toepassing

Niet van toepassing Niet van toepassing

BJ1923-MI-RP-260106-1338

27

Thema

Landschap, cultuurhistorie en archeologie Stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit 14

Gezondheid

Duurzaamheid

Hinder gebouwde omgeving

Beoordeling ‘Volwaardig binnendijkse alternatief’

Mitigerende maatregelen

Natuurnetwerk Nederland

-

0

Beschermde soorten

0

0

Biodiversiteit

0

0

Herkomstwaarde

--

-

Groenstructuren

--

--

Cultuurhistorie

0/-

0

Stedenbouw

--

--

Ruimtelijke kwaliteit

-

-

Gezondheidsbescherming (geluid)

-

0

Gezondheidsbescherming (lucht)

0

0

Gezondheidsbevordering

+

Niet van toepassing

Energie

0

Niet van toepassing

Klimaat

-

-

Circulariteit

0

Niet van toepassing

Lichthinder

-

0

Schaduwwerking

-

0

Windhinder

-

0

Criterium

Beschrijving effecten per thema Verkeer • Bereikbaarheid per auto: naast het effect van de planontwikkeling zorgt de snelheidsverlaging op de Houtribweg tussen de Visarenddreef en de Houtribdreef voor een herverdeling van verkeersstromen. Met name de Westerdreef en de Visarenddreef worden in het volwaardig binnendijkse alternatief drukker (tussen 5.000 en 7.000 voertuigen per etmaal extra). De verzadigingsgraden op kruispunten nemen beperkt toe als gevolg van de planontwikkeling. De kruispunten leiden in dit alternatief niet tot (extra) overlast als gevolg van de plannen, omdat deze waarden in de referentiesituatie ook al kritisch zijn. Het volwaardig binnendijkse alternatief is neutraal beoordeeld (0). • Bereikbaarheid per OV: als onderdeel van de plannen worden extra bushaltes voorzien. Net als voor de overige alternatieven komt er een directe busverbinding met het centrum en station van Lelystad. Het volwaardig binnendijkse alternatief is beoordeeld als sterk positief effect (++). • Bereikbaarheid langzaam verkeer: met het volwaardig binnendijkse alternatief wordt het woongebied en de kustzone autoluwer en daarnaast wordt een snelheidsverlaging op de Houtribweg voorgesteld in het plan. Dit is gunstig voor fiets- en voetgangersverkeer. Het volwaardig binnendijkse alternatief is beoordeeld als sterk positief effect (++).

14 Dit thema is uitgewerkt in deze aanvulling op het MER en maakt geen onderdeel uit van het MER 2023. De uitgebreide beargumentatie is te vinden in hoofdstuk 6 van dit document.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

28

•

•

•

Verkeersveiligheid: voor het volwaardig binnendijkse alternatief kan het autoluw maken van de kustzone door middel van de afwaardering van de bestaande Houtribweg de verkeersveiligheid verder verbeteren, de beoordeling wijkt niet af van de andere alternatieven. Het volwaardig binnendijkse alternatief is beoordeeld als positief effect (+). Parkeren: voor het volwaardig binnendijkse alternatief is het uitgangspunt (net als in de andere alternatieven) dat de parkeereisen en de te hanteren parkeervraag gebaseerd is op de Nota Parkeernormen Lelystad 2023. Hiermee moet parkeren in de planvorming adequaat ingevuld en opgelost worden. De beoordeling wordt daarmee 0 (geen effect). Verkeersleefbaarheid: uit de berekeningen met het verkeersmodel blijkt dat er geen effecten van extra verkeer voorzien zijn in de woonwijken, het verkeer wikkelt zich af via de hoofdstructuur. Het effect op de leefbaarheid is daarmee neutraal beoordeeld (0).

Geluid • Wegverkeerslawaai: voor het volwaardig binnendijkse alternatief is er sprake van een afname van 8% op bestaande woningen, met name doordat een deel van de woningen in Saerdam buiten de geluidcontour komt te liggen. Dit is het gevolg van de afwaardering van de Houtribweg die langs de woonwijk loopt. Dit wordt beoordeeld als positief. Voor nieuwbouw geldt dat door de ligging van de Visarenddreef in relatie tot bouwvlak 2 de voorkeurswaarde wordt overschreden op. In dit alternatief komen de woningen dichter bij een deel van de Visarenddreef te liggen. Dit wordt negatief beoordeeld. De eindboordeling komt daarmee per saldo op 0/- (licht negatief). Voor bestaande en nieuwe woningen kunnen bron-, overdrachts- en gebouwmaatregelen mogelijk het geluidniveau verbeteren, maar omdat de doelmatigheid hiervan nog onderzocht moet worden, wordt het effect voorlopig als neutraal beoordeeld. Bij de verdere planuitwerking moet worden vastgesteld in hoeverre aan het gemeentelijk geluidbeleid kan worden voldaan en of hogere waarden noodzakelijk zijn. • Industrielawaai: het volwaardig binnendijkse alternatief realiseert geluidgevoelige gebouwen binnen de geluidzone van bedrijventerrein Noordersluis. Dit kan leiden tot geluid boven de voorkeurswaarde voor industrielawaai op grond van de Wet geluidhinder.

Door de korte afstand tot de AWZI is geluid boven de maximale ontheffingswaarde bij de dichtstbijzijnde woningen voor industrielawaai niet uit te sluiten. Daarnaast ligt in de nabijheid van het plangebied het werkterrein Lelystad-Haven. Bij voortzetting van de huidige benutting van de kade van het werkterrein Lelystad-Haven is geluidhinder op de geprojecteerde geluidgevoelige gebouwen door de activiteiten op die kade niet uit te sluiten. Deze effecten leiden tot de beoordeling - - (sterk negatief) voor het volwaardig binnendijkse alternatief. De mogelijke mitigerende maatregelen (het verkleinen van de geluidzone of verplaatsen van bedrijven, het beperken van het gebruik van de kade en stedenbouwkundige oplossingen zoals het plaatsen van niet-gevoelige functies richting de AWZI) kunnen ervoor zorgen dat voor het volwaardig binnendijkse alternatief kan worden voldaan aan de standaardwaarden voor industrielawaai. Hierdoor wordt het effect als neutraal (0) beoordeeld, al blijft enige hinder in de praktijk mogelijk Luchtkwaliteit • Verandering concentratie luchtkwaliteit: Het effect van het volwaardig binnendijks alternatief is 0,05 μg/m3 op NO2, 0,03 μg/m3 op PM10, en 0,01 μg/m3 op PM2,5. Er is geen sprake van een verandering die groter is dan 3% van de grenswaarde.

Het effect van het volwaardig binnendijks alternatief ten opzichte van de referentiesituatie is klein, daarmee is de beoordeling neutraal (0). Externe veiligheid • Plaatsgebonden risico (PR): in de nabijheid van het plangebied liggen de volgende vijf risicobronnen: vaarweg Amsterdam-Lemmer, spoorlijn Weesp-Zwolle, N-wegen (Markerwaarddijk en Houtribweg), Routering gevaarlijke stoffen Noordersluis en Valspar B.V. (opslag gevaarlijke 28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

29

•

stoffen). De vaarweg Amsterdam-Lemmer ligt ter hoogte van het Bataviakwartier. Omdat er in het volwaardig binnendijkse alternatief geen landaanwinning plaatsvindt is er geen sprake van overlap met de plaatsgebonden risicocontour. De spoorlijn Weesp-Zwolle ligt op voldoende afstand en overlapt niet met het plangebied. De Markerwaarddijk en Houtribweg hebben als lokale wegen geen plaatsgebonden risicocontour (PR10-6). Dit geldt ook voor de routering op bedrijventerrein Noordersluis. Tenslotte ligt de PR10-6 risicocontour voor Valspar B.V. niet over het plangebied heen 15. Ook dit vormt geen probleem voor de ontwikkeling van het volwaardig binnendijkse alternatief, deze is dan ook neutraal beoordeeld (0). Groepsrisico (GR): voor het groepsrisico zijn de volgende vier risicobronnen in de omgeving van het plangebied relevant: vaarweg Amsterdam-Lemmer, spoorlijn Weesp-Zwolle, N-wegen (Markerwaarddijk en Houtribweg) en Routering gevaarlijke stoffen Noordersluis. Voor de vaarweg Amsterdam-Lemmer geldt dat de oriëntatiewaarde (10%) van het groepsrisico niet wordt overschreden. Het plangebied ligt wel binnen de invloedsfeer van de spoorlijn Weesp-Zwolle, maar de verwachting is dat het groepsrisico niet wijzigt ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de Markerwaarddijk en Houtribweg geldt dat de oriëntatiewaarde van het groepsrisico niet wordt overschreden.

De routering van gevaarlijke stoffen door de wijk Noordersluis heeft alleen te maken met lokaal transport. Het vervoer van gevaarlijke stoffen is daarmee zeer beperkt. Het groepsrisico is hiermee zeer beperkt en een toename door de ontwikkeling van het plangebied zal niet boven 10% van de oriëntatiewaarde uitkomen. Het volwaardig binnendijkse alternatief is daarmee neutraal beoordeeld (0).

Bedrijven- en milieuzonering • Hinder en beperkingen voor bestaande bedrijvigheid: met het volwaardig binnendijkse alternatief komen woonblokken dichter bij het bedrijventerrein Noordersluis te liggen. Uit het geluidonderzoek blijkt dat hinder van bedrijfsactiviteiten niet uit te sluiten is (beoordeling - -). Voor wat betreft geur ligt de nieuwe woonwijken direct naast de AWZI. Ondanks dat de geurcontour niet met dit gebied overlapt kan het zijn dat er in de feitelijke situatie geurhinder ontstaat. Vanwege de mogelijke hinder door geluid wordt het alternatief als sterk negatief beoordeeld (- -). Mitigerende maatregelen zoals benoemd bij geluid zouden dit kunnen reduceren naar een neutraal effect (0). • Feitelijke bedrijvigheid: met het volwaardig binnendijkse alternatief komen woonblokken binnen de geluidcontour van het bedrijventerrein Noordersluis te liggen. Hiermee is de beoordeling in lijn met geluid een sterk negatief effect (- -). Als mitigerende maatregel kan de onbenutte geluidsruimte van de geluidszone worden weggenomen. Hierdoor zal de contour van de geluidzone waarschijnlijk een stuk terugvallen richting het bedrijventerrein, waardoor een overlap met de woonbestemmingen voorkomen wordt. Hiervoor is een wijziging van de geluidzone nodig, dit kan alleen via een wijziging van het bestemmingplan Noordersluis.

Bodem • Land- en waterbodemkwaliteit: de (water)bodemkwaliteit voldoet aan het gewenste gebruik en de functie van het gebied. Er is geen sprake van (rest)verontreinigingen in de (water)bodem en daarmee samenhangende gebruiksbeperkingen. Het volwaardig binnendijkse alternatief is daarom neutraal beoordeeld (0). Waterkwaliteit (KRW) • Grondwaterkwaliteit: in het volwaardig binnendijkse alternatief vinden er geen wezenlijke veranderingen plaats in de grondwaterhuishouding (zoals een landaanwinning). Daarmee is dit alternatief neutraal beoordeeld (0). 15 Ten tijde van het MER uit 2023 was de oude wetgeving van kracht. In dat MER werd gesteld dat het invloedsgebied van Valspar B.V. over het plangebied lag. Het invloedsgebied is onder de Omgevingswet komen te vervallen en hier niet meer van toepassing.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

30

•

•

Chemische oppervlaktekwaliteit: in het volwaardig binnendijkse alternatief vinden er geen wezenlijke veranderingen plaats die leiden tot een wijziging en achteruitgang van de chemische oppervlaktewaterkwaliteit. Daarmee is dit alternatief neutraal beoordeeld (0). Ecologische oppervlaktewaterkwaliteit: naar verwachting heeft geen van de activiteiten in het volwaardig binnendijkse alternatief negatieve effecten op de ecologische waterkwaliteit. Het effect op de ecologische oppervlaktewaterkwaliteit is zowel voor Markermeer als het stedelijk watersysteem van Lelystad neutraal ingeschat (0).

Waterkwantiteit • Waterbergend vermogen: het volwaardig binnendijkse alternatief voorziet niet in een landaanwinning waarbij er geen sprake is van een permanente afname van het waterbergend vermogen. Daarmee is dit alternatief neutraal beoordeeld (0). • Functioneren binnendijks watersysteem: door de ontwikkeling van het volwaardig binnendijkse alternatief neemt het verhard afstromend oppervlak in de deelgebieden Bataviakwartier en Meerdijkhaven toe. De beoogde inrichting is echter zodanig dat er geen toename van de versnelde afvoer van hemelwater op het binnendijks watersysteem op zal treden. Daarom is de beoordeling voor dit criterium neutraal (0). • Grondwaterhuishouding: het volwaardig binnendijkse alternatief leidt niet tot veranderingen van kwel of grondwateroverlast in het bestaande poldergebied. Daarmee is dit alternatief neutraal beoordeeld (0). Waterveiligheid en morfologie • Beheerbaarheid: het volwaardig binnendijkse alternatief heeft geen landaanwinning. Wel wordt er een stadsstrand gerealiseerd (kleiner dan in het V-VKA), waardoor in de toekomst beperkte zandsuppleties nodig zijn. Dit zorgt voor minder onderhoudsmaatregelen vergeleken met het VVKA. Het zandstrand staat los van de waterkering en daarmee van de waterveiligheid in het gebied. Wel kan het van invloed zijn op de beheerbaarheid van de waterkering ter hoogte van het zandstrand.

Het zandstrand kan een golfbrekend effect hebben op de bestaande kering. Het volwaardig binnendijkse alternatief is neutraal beoordeeld (0). Nautische veiligheid • Ruimte voor de vaarweg: in het volwaardig binnendijkse alternatief is er geen sprake van landaanwinning wat kan conflicteren met de vaarwegen en is daarom neutraal beoordeeld (0). • Vaarverkeerssituatie: in het volwaardig binnendijkse alternatief is er geen sprake van landaanwinning ter hoogte van het Bataviakwartier (zoals in het V-VKA). In het volwaardig binnendijkse alternatief vindt er net als in het V-VKA een verandering plaats in de ligplaatsen van riviercruises. De nieuwe ligplaatsen van de riviercruises aan de Bataviahaven liggen dicht op de hoofdvaarweg. Door extra manoeuvres kan dit de beroepsvaart hinderen wat leidt tot een licht negatief effect (versterkt door verwachte toename in aan/afvaarten). Voor Meerdijkhaven geldt dat er geen sprake is van een landaanwinning en dat de plezier en beroepsvaart die van dit deel van het water gebruikt maakt geen hinder ondervindt van het alternatief. De beoordeling is in lijn met de beoordeling van het alternatief zonder landaanwinning negatief (-). In het MER uit 2023 zijn enkele mitigerende maatregelen genoemd, deze leiden niet tot een andere beoordeling.

• Interactie met het Waterfront: in het volwaardig binnendijkse alternatief is er sprake van de ontwikkeling van een stadsstrand. Er is daardoor een toename te verwachten in watergebonden activiteiten (zwemmen/bootjes). Vanwege het ontbreken van de landaanwinning zoals in het VVKA liggen de watergebonden activiteiten op afstand van de vaargeul, desondanks kan het leiden tot interactie met het vaarverkeer. Het volwaardig binnendijkse alternatief is negatief beoordeeld (-).

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

31

Natuur • Natura 2000: door de verplaatsing en afwaardering van de bestaande houtribweg verandert de omvang van het door verkeersgeluid verstoorde gebied niet en blijft de geluidverstoring voor vogels naar verwachting verwaarloosbaar. Er zijn in de eindsituatie zonder maatregelen wel belangrijke negatieve effecten te verwachten door lichtverstoring voor de meervleermuis en verstoring van niet-broedvogels en de lepelaarkolonie. Deze effecten zijn vergelijkbaar met het alternatief zonder landaanwinning; positieve effecten van natuurontwikkeling ontbreken. Het volwaardig binnendijkse alternatief is negatief beoordeeld (-). • Natuurnetwerk Nederland: de eindsituatie veroorzaakt geen aantasting van oppervlak, samenhang of kernkwaliteiten van het provinciale NNN en wordt daarom neutraal beoordeeld (0). Menselijke activiteiten kunnen leiden tot verstoring van vogels en meervleermuizen. Daarmee zijn de gevolgen per saldo negatief (-). • Beschermde soorten: het volwaardig binnendijkse alternatief biedt, net als het alternatief zonder landaanwinning, beperkte ruimte voor groene buitenruimte doordat 3000 in plaats van 800 woningen worden gebouwd. Daardoor is er minder mogelijkheid om leefgebied te integreren. Voor gebouwbewonende soorten zoals huismus en voor verblijfplaatsen van vleermuizen blijft voldoende ruimte beschikbaar.

Het nieuwe strand levert weinig ecologische meerwaarde omdat het vooral recreatief bedoeld is. Voor vleermuizen en de lepelaarkolonie zijn de effecten negatief. Voor broedvogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën verbetert het leefgebied niet ten opzichte van de huidige situatie, wat leidt tot een neutrale score (0). • Biodiversiteit: in het volwaardig binnendijkse alternatief is door de bouw van circa 3000 woningen minder ruimte voor groen dan bij het alternatief zonder landaanwinning. Door de hogere dichtheid raken groene gebieden sneller verstoord en worden ze minder geschikt voor gevoelige soorten, terwijl extra verlichting nadelig is voor vleermuizen. Hoewel natuurinclusieve elementen zoals groene daken zijn voorzien, levert het plan vergeleken met de huidige en referentiesituatie slechts een zeer beperkte toename aan groene ruimte op. Hierdoor is er nauwelijks verbetering voor de biodiversiteit. Het volwaardig binnendijkse alternatief is neutraal beoordeeld (0). Landschap cultuurhistorie en archeologie • Herkomstwaarde: voor dit plan moeten belangrijke kenmerkende landschapsstructuren wijken om ruimte te maken voor het woonprogramma. Per saldo wordt dit aspect als sterk negatief (- -) beoordeeld.

Verschillende voor Lelystad en de Flevopolder beeldbepalende structuren worden in dit alternatief verwijderd of komen in een geheel andere verschijningsvorm terug in het plan. De ruimte voor structuren en patronen neemt sterk af in dit alternatief. • Groenstructuren: de groenstructuur van de Houtribweg gaan grotendeels verloren in dit alternatief. Ook is er geen sprake van het doorzetten van de voor Lelystad kenmerkende groene rasterstructuur. Per saldo wordt het Volwaardig binnendijkse alternatief als sterk negatief (- -) beoordeeld. • Cultuurhistorie: het verdwijnen van een deel van de Oostvaardersdijk onder duinen leidt tot aantasting van de cultuurhistorische waarden van de dijk, al is de dijk in de huidige situatie al minder herkenbaar doordat het gebied tot aan de houtribweg hoger gelegen is dan het achterliggen polderlandschap. Daarnaast verdwijnt nog een historisch belangrijke structuur en dat is de Houtribweg, die verlegd wordt. De lijn blijft intact maar als stadsstraat en niet langer als hoofdweg voor de dijkroute Almere - Lelystad. De invloed op de kwaliteiten van alle cultuurhistorische waarden binnen het plangebied is als negatief (-) beoordeeld.

Stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit • Stedenbouw: het volwaardig binnendijkse alternatief tast de ruimtelijke structuur van Lelystad aan doordat de Houtribweg zijn herkenbare, open dragende functie verliest en opgaat in de nieuwe wijk, terwijl de wijk zelf zeer stedelijk is en zonder landschappelijk raamwerk hard 28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

32

•

contrasteert met het omliggende landschap. Hierdoor ontstaat geen vloeiende overgang maar een duidelijke barrière. Hoewel er ruimte is voor wijkvoorzieningen, ontbreekt voldoende uitloop, wat tot drukte kan leiden. In totaal wijkt het alternatief sterk af van de karakteristieke opbouw van Lelystad en heeft het een sterk negatief effect (- -). Ruimtelijke kwaliteit: het volwaardig binnendijkse alternatief doorbreekt de structuur van Lelystad doordat de Houtribweg verdwijnt als ruimtelijke drager en de nieuwe wijk een harde, stedelijke overgang naar het landschap vormt. De wijk mengt bestaande structuren, biedt weinig uitloopruimte en heeft daardoor een negatief effect (-).

Gezondheid • Gezondheidsbescherming (geluid): voor nieuwbouw in het volwaardig binnendijkse alternatief is er sprake van overschrijding van WHO-normen voor slaapverstoring, wat leidt tot een negatief effect. Voor bestaande woningen (Saerdam) neemt het aantal slaapverstoorden in het volwaardig binnendijkse alternatief af als gevolg van snelheidsverlaging op de naastgelegen Houtribweg, maar worden WHO-advieswaarden lokaal nog steeds overschreden; daarom wordt het beoordeeld met een – (negatief effect). Vanuit geluid dienen bron- en overdrachtsmaatregelen te worden onderzocht aangezien sprake zal zijn van overschrijdingen van de wettelijke voorkeurswaarde, dit geldt voor alle alternatieven. Dit kan positieve gevolgen hebben voor slaapverstoring, waarmee de beoordeling met mitigerende maatregelen een neutraal (0) effect is. • Gezondheidsbescherming (lucht): volgens de GGD dient voor wegen met een etmaalintensiteit van 10.000 motorvoertuigen per etmaal een minimale afstand van 25 m aangehouden te worden. In het volwaardig binnendijkse alternatief wordt de houtribweg verplaatst, de huidige houtribweg wordt afgewaardeerd. De woningen komen op een afstand van meer dan 25 m van de verlegde houtribweg te liggen. Daarmee wordt voldaan aan het advies van de GGD. De beoordeling is daarmee neutraal (0).

• Gezondheidsbevordering: de mogelijkheden voor bewegen en ontmoeten zijn in het volwaardig binnendijkse alternatief vergelijkbaar met het V-VKA. De boardwalk/boulevard wordt ontwikkeld, er komen een duinlandschap en een stadsstrand en wandel- en fietspaden. Het volwaardig binnendijkse alternatief is positief beoordeeld (+). Duurzaamheid • Energie: het volwaardig binnendijkse alternatief maakt de ontwikkeling van 3000 woningen mogelijk, in lijn met het V-VKA. Nieuwe woningen worden door de BENG-norm energieneutraal gebouwd. De parkeerplaatsen liggen voornamelijk onder gebouwen waardoor de mogelijkheid om solar carpoorten toe te passen vermindert. De nieuwe woningen zullen ook een relatief lage warmtevraag hebben, waardoor ze in de toekomst geschikt zijn om aan te haken op een warmtenet met lage of middentemperatuur warmtebronnen. De verwachting is dat de energiebalans door een stijging van beide afname en opwekking relatief hetzelfde zal blijven en geen duidelijk negatief effect zal hebben. Het uiteindelijke effect voor het plangebied is afhankelijk van de gekozen oplossingen om in zowel de warmtevraag en elektriciteitsvraag het Waterfront gedurende het hele jaar te voorzien. Daarmee is het volwaardig binnendijkse alternatief neutraal (0). • Klimaat: het volwaardig binnendijkse alternatief voorziet in een ontwikkeling van 3000 woningen op een relatief klein oppervlak.

Daarmee is er geen ruimte voor groen en water en met name sprake van verstening. Met name tijdens warme dagen kan dit leiden tot een toename in hittestress en tijdens regen op wateroverlast. Daarmee is dit alternatief negatief beoordeeld (-). Er is weinig ruimte om mitigerende maatregelen zoals extra groenoppervlak toe te voegen. • Circulariteit: het stedenbouwkundig plan voor Waterfront richt zich op het gebruik van biobased materialen en circulaire ontwerpprincipes. Hoewel nog onduidelijk is in welke mate deze principes worden toegepast, kan dit in de eindsituatie leiden tot langdurig behoud van materiaalwaarde, 28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

33

langere levensduur van gebouwen en hergebruik bij renovaties. Bestaande gebouwen (o.a. in Bataviakwartier en Saerdam) vallen hier deels buiten omdat ze niet circulair zijn ontworpen, maar renovaties en recycling kunnen wel materiaalhergebruik bevorderen. De mate waarin afvalstromen circulair worden verwerkt is nog onbekend. Voor het volwaardig binnendijkse alternatief leidt dit tot een neutrale beoordeling (0). Hinder gebouwde omgeving • Lichthinder: voor lichthinder zijn de volgende bronnen relevant: openbare verlichting en verlichting van verkeer en gebouwen. Door de ontwikkeling van het Bataviakwartier kan er sprake zijn van een toename van lichthinder op bestaande bebouwing, dit is echter beperkt doordat er in de huidige situatie ook al sprake is van verlichting. Nieuwe woningen in Meerdijkhaven kunnen leiden tot meer lichthinder. Met name de woningen die aan de Houtribweg komen te liggen en de gebiedsontsluitingsweg kunnen hier hinder van ondervinden (met name bij rotondes). Het volwaardig binnendijkse alternatief is negatief beoordeeld (-). Voor mitigerende maatregelen wordt verwezen naar hoofdstuk 16.4 uit het MER deel B (2023). Indien mitigerende maatregelen worden geïmplementeerd kan het effect gemitigeerd worden naar neutraal (0). • Schaduwwerking: het volwaardig binnendijkse alternatief voorziet in de bouw van 3000 woningen op een relatief klein oppervlak.

Dit betekent dat er in grotere hoogten gebouwd wordt waarbij gebouwen dicht bij elkaar komen te staan. Hiermee zal er sprake zijn van meer schaduwwerking dan in het V-VKA. Het volwaardig binnendijkse alternatief is beoordeeld als negatief effect (–). Maatregelen om het negatieve effect te mitigeren naar neutraal (0) zijn onder andere stedenbouwkundige maatregelen in de vorm van verschil in bouwhoogtes, zongevoelige functies op de juiste plek, minimale afstanden tussen gebouwen om zonlichttoetreding te verbeteren, daglicht en bezonningsnormen toepassen. Dit zal bij verdere uitwerking nader onderzocht moeten worden. • Windhinder: het volwaardig binnendijkse alternatief voorziet in de bouw van 3000 woningen op een relatief klein oppervlak. Dit betekent dat er in grotere hoogten gebouwd wordt waarbij gebouwen dicht bij elkaar komen te staan. Dit kan leiden tot verstoring van luchtstromen met verschillende gevolgen. Het downwash-effect waarbij wind hoog op een gebouw komt en daarna naar beneden valt kan zorgen voor sterke windvlagen op straatniveau. In smalle straten tussen hoge gebouwen kunnen windtunnels ontstaan en rond hoeken van woontorens kan een lage drukzone ontstaan waardoor er hinderlijke windstoten ontstaan voor fietsers en voetgangers.

Dit alles kan leiden tot onveiligheid voor fietsers en voetgangers, minder bruikbare buitenruimtes (zoals terrassen en pleinen), comfortproblemen op balkons en daktuinen en onvoorspelbare windstoten die gevaarlijk zijn voor kinderen en ouderen. Daarmee is het volwaardig binnendijkse alternatief negatief beoordeeld (-). Maatregelen om het negatieve effect te mitigeren naar neutraal (0) zijn onder andere stedenbouwkundige maatregelen in de vorm van strategische positionering van gebouwen, variatie in bouwhoogten, architectonische maatregelen zoals afgeschuinde hoeken en gevelverdiepingen en het werken met windschermen. Dit zal bij verdere uitwerking nader onderzocht moeten worden.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

34

4

De ‘variant beschermde natuur en water’

Het voorlopig advies van de Commissie In het MER is een alternatief met landaanwinning (3.000 woningen) onderzocht en een alternatief zonder landaanwinning (ca. 800 woningen). Daarnaast zijn er enkele uitvoerings- en inrichtingsvarianten onderzocht. De Commissie wijst op het belang van het centraal stellen van de doelen van beschermd water en natuur bij plannen in gebieden met bijzondere bescherming vanuit waterkwaliteit en natuur. Daarbij moet duidelijk inzicht worden gegeven in de vraag of de ingreep de waterdoelen (waterberging en Kaderrichtlijn Water-doelen) en Natura 2000-doelen nu én in de toekomst schaadt. Ontwikkelingen in Natura 2000-gebieden en KRW-gebieden zouden namelijk juist ten dienste moeten staan aan het behalen van de doelen voor deze gebieden. Ook moet worden aangegeven in hoeverre de ingreep in lijn is met de landschappelijke en cultuurhistorische identiteit van het gebied. De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming het MER aan te vullen met een alternatief dat rekening houdt met de doelen vanuit beschermde natuur en beschermd water, rekening houdend met de landschappelijke en cultuurhistorische identiteit.

4.1

Aanpak

De Commissie stelt in haar voorlopig toetsingsadvies dat er geen (andere) mogelijkheden zijn onderzocht vanuit de geldende doelen van beschermde natuur en water en dat de gemeente bewust kiest voor landaanwinning in beschermd water en natuur. Voor het Waterfront kiest de gemeente echter in haar VVKA voor een gedeeltelijke binnendijkse en buitendijkse ontwikkeling waarbij de consequentie is dat men daarbij in beschermd gebied zoals Natura 2000-gebied komt. Daar heeft de gemeente in haar uitwerking rekening mee gehouden. Op de vraag van de Commissie om nadrukkelijk te kijken naar de mogelijkheden om nu en in de toekomst schade aan de doelen voor natuur en water te voorkomen wordt in dit hoofdstuk ingegaan. Dat kan niet door de doelen van beschermd water en natuur zonder meer centraal te stellen, het gaat hier immers om gebiedsontwikkeling met woningbouw met de daarvoor geformuleerde doelen 16, maar wel door te kijken of doelen ten aanzien van water en natuur zo weinig mogelijk worden geschaad dan wel kunnen worden versterkt binnen het initiatief. Om te kijken op welke wijze de doelen van de gemeente gerealiseerd kunnen worden vanuit de doelen van de beschermde natuur en beschermd water moet met name gekeken worden naar: 1.

Het voldoen aan de Natura 2000-doelstellingen voor beschermde habitats, habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en niet-broedvogels in Natura 2000-gebied Markermeer. 2. Het realiseren van KRW-doelen voor de ecologische waterkwaliteit in het KRWoppervlaktewaterlichaam Markermeer. 3. Het waarborgen dat de waterberging in peilbesluitgebied Markermeer niet vermindert. In de volgende paragrafen is aangegeven wat dit voor deze drie aspecten betekent in het geval van buitendijkse Waterfrontontwikkeling. Landschap en cultuurhistorie komt aan de orde in hoofdstuk 7.

Er is alleen sprake van een alternatief als deze beantwoordt aan de doelstelling van het plan (Soppe, M., Hoofdlijnen regelgeving milieueffectrapportage, maart 2021). 16

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

35

4.1.1

Natura 2000

Het Natura 2000-gebied Markermeer & IJmeer kent instandhoudingsdoelstellingen voor twee habitattypes, drie habitatrichtlijnsoorten, twee broedvogelsoorten en achttien niet-broedvogelsoorten. Voor een deel hiervan kan buitendijkse ontwikkelingen positieve of negatieve effecten hebben. Belangrijke knelpunten voor een deel van deze instandhoudingsdoelstellingen waarvoor mogelijk oplossingsrichtingen kunnen worden gevonden in buitendijkse ontwikkelingen betreffen: • Onvoldoende luwe, ondiepe wateren waarin kranswieren en fonteinkruiden kunnen groeien. Waterplanten zijn een belangrijke voedselbron voor plantenetende watervogels, zoals krooneend, tafeleend en meerkoet 17. • Te lage voedselbeschikbaarheid voor visetende vogels, zoals visdief, fuut, nonnetje en grote zaagbek. Er zijn te weinig ondiepe zones met paai- en opgroeihabitat voor vis, te weinig ondiepe zones met riet en te weinig geleidelijke land-waterovergangen 18 • Onvoldoende robuustheid van het systeem. Overstromingsgrasland, bossen en ruigten zijn vrijwel niet aanwezig. Uitbreiding van deze gebieden kan de robuustheid van het systeem vergroten. Ook uitbreiding van de arealen rietmoeras, ondiep waterplantenrijk water en kale zandplaten is nodig om het ecologisch systeem te verbeteren.

In het Markermeer is er onvoldoende variatie in leefgebieden: ten opzichte van de gewenste situatie is er te veel (diep en ondiep) water zonder waterplanten en te weinig ondiep water met waterplanten, te weinig rietmoeras en te weinig overstromingsgrasland en -bos (zie).

Figuur 15: Verdeling van leefgebieden in het Markermeer (links) en vanuit ecologisch oogpunt gewenste situatie(rechts) 19

Samenvattend kan worden gesteld dat een buitendijkse ontwikkeling vanuit Natura 2000 oogpunt vooral een positieve bijdrage moet leveren aan het areaal luw, ondiep water, geleidelijke landwaterovergangen, rietmoeras en overstromingsgrasland en -bos.

17 Hut, R. van der, P. Heerink, W. Bil, E. van der Heijden & I. Grimm (2025). Ecologische evaluatie Natura 2000-beheerplannen, Natura 2000-beheerplan Markermeer & IJmeer. Witteveel + Bos en Altenburg & Wymenga. 18 idem 19 Haskoning (2025). Eco-logisch Toekomstbeeld IJsselmeergebied. Gezond water en een robuust ecologisch systeem als fundament voor de toekomst. In opdracht van platform IJsselmeergebied.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

36

4.1.2

Kaderrichtlijn Water (KRW)

De KRW-toestand van het KRW-oppervlaktewaterlichaam Markermeer is goed voor de fysisch-chemische parameters, maar matig voor de biologische kwaliteitselementen macrofauna, overige waterflora en vis (zie Tabel 3 20). Verbetering van de toestand voor overige waterflora is mogelijk door verbetering van groeiomstandigheden middels het creëren van ondiepe zones en geleidelijke landwaterovergangen. Daarmee wordt ook leefgebied gecreëerd voor plantminnende macrofauna en voor vissen. Een deel van de maatregelen die zijn gepland voor de lopende KRW-planperiode is dan ook hierop gericht. De KRW-doelen voor stikstof en fosfaat worden gehaald dankzij verlaging van de nutriëntenbelasting. Daardoor is ook de toestand voor fytoplankton ‘goed’, maar inmiddels is het systeem feitelijk te nutriëntenarm. Mogelijk wordt aan zwevend stof gebonden fosfaat ook nog onttrokken aan het systeem doordat het slib in diepe putten neerslaat. De lage nutriëntenconcentratie werkt door in de hele voedselketen en zorgt voor een lagere voedselbeschikbaarheid voor macrofauna en vis. Daarom is voor kwaliteitselementen macrofauna en vis gewenst dat nutriënten vanuit nieuw te creëren natuur (zoals rietmoeras en overstromingsgraslanden) beschikbaar komen. Tabel 3: Doel en Toestandoordeel Ecologie voor het Markermeer 21

Samenvattend kan worden gesteld dat een buitendijkse ontwikkeling vanuit KRW-oogpunt vooral een positieve bijdrage kan leveren door aanleg van ondiepe zones en geleidelijke landwaterovergangen ten behoeve van overige waterflora en als leefgebied voor macrofauna en vis. En daarnaast profiteren macrofauna en vis van aanleg van natuurlijke leefgebieden zoals rietmoeras en overstromingsgrasland, omdat deze kunnen zorgen voor interne levering van nutriënten.

20 Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat (2025). KRW-factsheet behorende bij de Stroomgebiedbeheer-plannen 2022-2027. Waterlichaam Markermeer. https://www.waterkwaliteitsportaal.nl/ 21 idem

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

37

4.1.3

Oppervlaktewaterkwantiteit

Het Markermeer is 70.000 hectare groot en vervult een belangrijke rol in de waterhuishouding van het IJsselmeergebied en aangrenzende waterschappen. In situaties van watertekort vormt het Markermeer een voorraad die kan worden aangesproken, bij overschot vormt het een buffer waar het extra water kan worden geborgen (komberging). De enorme schaal van het meer is belangrijk om grote peilschommelingen op te kunnen vangen zodat bij droogte het waterpeil in het meer niet te laag wordt en bij overschotten niet te hoog. Het vermijden van te hoge waterstanden heeft nog een ander doel: het waarborgen van de bescherming van de rondom gelegen dijkringen tegen hoog water. Het is waarschijnlijk dat door klimaatverandering het belang van waterberging in de toekomst verder toeneemt. Het Nieuw Peilbesluit IJsselmeergebied (2018) is een belangrijk instrument in de effectuering van de beleidsdoelen ten aanzien van oppervlaktewaterkwantiteit. Het peilbesluit voorziet in de vaststelling van waterstanden of bandbreedte waarbinnen waterstanden kunnen variëren, die gedurende daarbij aangegeven perioden of omstandigheden zoveel mogelijk in stand worden gehouden (Artikel 5.2 Waterwet). Het peilbesluit vormt het kader voor het peilbeheer en biedt duidelijkheid aan belanghebbenden over de te handhaven peilen. Het peilbeheer is een essentiële factor voor de waterhuishouding in het IJsselmeergebied.

Beheer van het peil is nodig om de veiligheid van de omgeving zo goed mogelijk te borgen, om grote delen van Midden- en Noord-Nederland van voldoende zoetwater te voorzien en om de waterhuishouding zo goed mogelijk af te stemmen op de vele functies in het IJsselmeergebied. Voor het Markermeer zijn in het peilbesluit de volgende bandbreedtes voor (gemiddelde meer-)peilen vastgelegd (zie onderstaande figuur): • november tot februari NAP -0,4 tot NAP -0,2 m • oktober en maart NAP -0,4 tot NAP -0,1 m • april tot september NAP -0,3 tot NAP -0,1 m

Figuur 16: Beoogd en huidig zomer- en winterpeil in het Markermeer (Peilbesluit 2018)

Bij verwachte droogte kan het meerpeil in de zomer opgezet worden tot NAP -0,1 m, zodat de gewenste waterbuffer ontstaat. In periodes van droogte mag het peil uitzakken tot NAP -0,3 m. Met deze waterschijf van 20 centimeter ontstaat in het IJsselmeergebied een waterbuffer van 400 miljoen m3 waarvan 140 miljoen m3 in het Markermeer, die meerdere keren per jaar kan worden ingezet. Tot het zichtjaar 2050 voldoet deze waterbuffer naar verwachting en kan ze in voldoende mate voorzien in de waterbehoefte van

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

38

Noord-Nederland. In de kamerbrief ‘Water en bodem sturend, 25 november 2022’ wordt de optie genoemd om de zoetwaterbuffer van 20 naar 50 cm te vergroten. Redenerend vanuit de doelen voor oppervlaktewaterkwantiteit is het van belang dat het Waterfront zo min mogelijk de watervoorraad en komberging verkleint en toekomstige peilverhogingen zo min mogelijk belemmert. Gezien de maximale omvang van 35 ha in een meer van 70.000 ha (1/2.000ste = 0,05%) is de omvang van het effect per definitie beperkt. Impact op de watervoorraad In de huidige situatie bedraagt de zoetwatervoorraad van het Markermeer 140 miljoen m3 water in de waterschijf tussen NAP -0,3 en NAP -0,1 m. Het verlies aan watervoorraad is 35 hectare * 0,2 m = 70.000 m3. Dat is 0,05% van 140 miljoen m3, overeenkomend met een waterschijf van 0,1 mm (bruto effect). Door in het ontwerp van de landaanwinning hier rekening mee te houden, kan de werkelijke impact (nettoeffect) nog kleiner zijn. Het poriënvolume van zand is ca. 40%. Bij een landaanwinning volledig van zand staat het oppervlaktewater in open verbinding met het grondwater ter plaatse van de landaanwinning. Daarnaast is de verdamping ter plaatse van de landaanwinning veel kleiner dan de openwaterverdamping.

Wanneer het bruto effect wordt gecorrigeerd voor grondwater en verschil in verdamping tussen dan heeft het Waterfront bij de huidige waterschijf niet of nauwelijks gevolgen voor de zoetwatervoorraad (Sweco, 2024).

Figuur 17: Schematische weergave van het effect van uitwisseling met grondwater (boven) en het effect van verschil in verdamping (onder) [Sweco, 2024, bewerking door Haskoning, 2026]

Impact op de waterveiligheid De hoeveelheid komberging in het Markermeer is van belang voor de waterveiligheid. In extreme neerslag-, afvoer- en stuwingssituaties kan het Markermeer peil fors stijgen. In het Markermeer stijgt bij T=1.000 22 het peil tot NAP +0,47 m en bij T=10.000 tot NAP +0,78 m (Sweco, 2024). Vanaf het winterpeil van NAP -0,4 m is dan een waterschijf van 0,4 + 0,78 = 1,18 m aanwezig.

22 Een T=1000 waterpeil (of T1000-waterstand) betekent dat het waterpeil een hoogte bereikt die statistisch gezien gemiddeld eens in de 1000 jaar voorkomt.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

39

In extreme situaties is het soms niet mogelijk dat het Markermeer naar het IJsselmeer afvoert. Om die reden is het verlies van komberging op Markermeer-niveau beschouwd. Het volume berging in deze (zeer extreme) situatie bedraagt 700 km2 * 1,18 m. = 826 miljoen m3. Het verlies aan berging in deze situatie is 35 hectare maal 1,18 m = 413.000 m3. Dat is 0,05% van de 826 miljoen m3. Het verlies van 413.000 m3 komt overeen met een waterschijf op 700 km2 van 0,6 mm dikte. Dit betekent theoretisch dat door de ontwikkeling van Waterfront Lelystad de dijken rondom het Markermeer grofweg een halve millimeter hoger zouden moeten zijn bij een volgende toetsingsronde. De stijging van de waterstand van 0,5 mm kan worden beschouwd als een vermindering van de levensduur van de primaire waterkeringen rondom het Markermeer. Er is als het ware eerder een noodzaak tot dijkversterking al is dat vanwege het geringe getal primair een theoretisch effect. Als wordt uitgegaan van een autonome peilstijging van het Markermeer van 50 cm door klimaatadaptatie tot het jaar 2100, dan is 0,5 mm daarvan 1/1.000ste deel. Anders gezegd: de levensduur van de dijken neemt theoretisch gezien af met 1/1.000ste deel. Daar staat tegenover dat het deel in het plan Waterfront (ca. 3 km, zijnde ca. 1/70ste deel) door de overhoogte en voorland juist veiliger wordt.

Uitgedrukt in dezelfde eenheid is de winst qua orde van grootte een factor 15 groter dan het verlies (Sweco, 2024). Impact op de mogelijkheid om in de toekomst de meerpeilen te laten stijgen Naar verwachting zal tot het jaar 2100 het meerpeil 50 cm stijgen maar omdat de gevolgen van klimaatverandering met grote onzekerheden omgeven is, kan het in werkelijkheid nog meer blijken te zijn. Peilstijging heeft grote gevolgen voor functies in en rondom het meer (o.a. benodigde dijkhoogtes, aanpassing van steigers en kades) waardoor het ook gepaard gaat met hoge kosten. Wanneer niet op toekomstige peilstijgingen zou worden geanticipeerd, kan het Waterfront toekomstige peilstijgingen bemoeilijken. Aangezien de grootste kosten die van de verhoging van de primaire waterkering zouden zijn, gaat het project uit van veel extremere peilstijgingen dan nu zijn voorzien. Dat is relatief eenvoudig en met beperkte meerkosten uitvoerbaar omdat de landaanwinning in de luwte van de leidammen is gesitueerd. Daarmee staat het niet direct bloot aan golfaanval vanaf het Markermeer en moet bij het dijkontwerp vooral rekening worden gehouden met lokaal opgewekte golven in combinatie met de maatgevende hoogwaterstand.

4.2

Vertaling naar een alternatief of variant

Kijkend naar de natuurontwikkeling die is opgenomen in het V-VKA in het MER dan blijkt dat deze goed aansluit bij de gewenste ontwikkelingen vanuit Natura 2000 en KRW. In het V-VKA is voor natuurontwikkeling het volgende opgenomen: Langs de leidam wordt een nieuw natuurgebied gerealiseerd met het Holocene materiaal uit de zandwinput. Het gaat om 25 hectare overstroombare natuur (plasdras/zeer ondiep water) die bijdraagt aan de ecologische verbetering van het Markermeer en daarmee Natura 2000-waarden versterkt.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

40

De ruimte langs het water en tussen de woningen in Meerdijkhaven wordt natuurinclusief ingericht. Dit betekent dat de inrichting van de openbare ruimte ‘ecologisch functioneert’. Het gaat om 4 hectare oeverland (plasdras/ zeer ondiep water) langs het water en 18 hectare natuurlijke landvegetaties (zandige natuur met gradiënten van droog naar nat) in het duinlandschap van Meerdijkhaven (zie Figuur 18). De ontwikkeling van met name het Figuur 18: Natuurontwikkeling in het Voorlopig VKA. natuureiland heeft ook een positieve invloed op de KRW-doelen. De ecologische oppervlaktewaterkwaliteit neemt toe door de aanleg van geleidelijke land-waterovergangen omdat daarmee de groei van oever- en waterplanten wordt gestimuleerd. Ook de biologische kwaliteitselementen macrofauna en vis profiteren daarvan. Als natuur en water nog nadrukkelijker in het ontwerp zouden worden meegenomen (een vertaling van het verzoek van de Commissie om de doelen voor natuur en water centraal te stellen) dan zou het creëren van een groter areaal land- waterovergangen het meeste bijdragen aan de verbeteren van de situatie van Natura 2000 en KRW binnen de mogelijkheden van het initiatief en passend binnen de doelen van de gemeente voor het Waterfront. Het natuureiland zorgt voor een vergroting van de arealen ondiep water, overstromingsgrasland en rietmoeras.

Om die reden wordt een breder areaal oeverland met potentie voor water en moerasnatuur meegenomen als variant op het V-VKA. Ook vanuit de impact op oppervlaktewaterkwantiteit biedt het V-VKA reeds de nodige aanknopingspunten. Om zo min mogelijk impact te hebben op de zoetwatervoorraad is niet de omvang van de landaanwinning bepalend maar of het grondwatersysteem onder de landaanwinning goed kan uitwisselen met het oppervlaktewatersysteem. Dat betekent dat de landaanwinning volledig moet bestaan uit zand, er sprake is van een grote randlengte ten opzichte van de breedte en er geen ondoorlatende barrières zijn tussen beide systemen terwijl de wegzijging naar de achterliggende polder wel wordt beperkt. Ook dient de hoogte van de landaanwinning zodanig te zijn dat het grondwater relatief laag ligt zodat verdamping minimaal is. Al deze inrichtingsaspecten zijn goed inpasbaar in het V-VKA en geven dan ook geen aanleiding tot een nieuw alternatief of variant. Het effect op de waterveiligheid zou nog iets gunstiger zijn wanneer de landaanwinning kleiner zou zijn in omvang en/of voor een groter deel zou bestaan uit overstroombare delen (lager dan NAP+0,78 m). Een reductie met 1/3 (23,3 ha i.p.v. 35 ha) zou het effect terugbrengen van 0,6 mm naar 0,4 mm bij een waterschijf van 118 centimeter. Dit verschil is minimaal om een nieuw alternatief of variant te rechtvaardigen.

Ook vanuit de impact op de mogelijkheden om in de toekomst de meerpeilen te kunnen laten stijgen, geeft geen aanleiding tot een geheel andere opzet. In het V-VKA is al opgenomen dat rekening wordt gehouden met 1 meter extra peilstijging.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

41

Conclusie De beschouwing vanuit water- en natuurdoelen leidt niet tot een geheel ander alternatief maar eerder tot een variant ‘beschermde natuur en water’. Dat is ook niet verwonderlijk omdat het plan van Mecanoo waarop het V-VKA is gebaseerd het resultaat was van een integrale benadering waarbij van begin af aan rekening is gehouden met zowel de natuurwaarden als de waterfuncties.

4.3

Beschrijving van de variant ‘beschermde natuur en water’

Op basis van bovenstaande is gekeken naar een variant ‘beschermde natuur en water’ waarbij een bredere band oeverland is ingetekend met land- waterovergangen. De bredere delen van het oeverland zijn alleen op die plekken voorzien waar vaarbewegingen niet verder beperkt of gehinderd worden en waar de nautische veiligheid gelijk blijft aan het V-VKA.

Figuur 19: Natuurontwikkeling in de ‘Variant beschermde natuur en water’ (met t.o.v. het V-VKA een bredere strook oeverland met land-waterovergangen, hier weergeven in het lichtblauw)

4.4

De milieueffecten van de ‘variant beschermde natuur en water’

De volgende paragrafen beschrijven de ‘variant beschermde natuur en water’ voor de eindsituatie (paragraaf 4.3.1) en tijdens de realisatie (paragraaf 4.3.2). Voor veruit de meeste thema’s heeft de ‘variant beschermde natuur en water’ dezelfde effecten in de eindsituatie als het V-VKA. Alleen voor de thema’s waterkwaliteit (KRW), waterkwantiteit en natuur kunnen effecten afwijken. Daarom zijn deze thema’s hier toegelicht. Deze thema’s en effecten zijn onder de tabel uitgebreider toegelicht.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

42

4.4.1

Effecten tijdens de realisatiefase

Tabel 4: Effecten van de variant 'beschermde natuur en water' tijdens de realisatiefase

Thema

Waterkwaliteit (KRW)

Waterkwantiteit

Natuur

Criterium

Conclusie variant ‘beschermde natuur en water’

Conclusie V-VKA Zonder mitigatie

Na mitigatie

Zonder mitigatie

Na mitigatie

Grondwaterkwaliteit

0

0

0

0

Chemische oppervlaktekwaliteit

0

0

0

0

Ecologische oppervlaktewaterkwaliteit

-

0

-

0

Waterbergend vermogen

0

0

0

0

Grondwaterhuishouding

0

0

0

0

Natura 2000

-

0

-

0

Natuurnetwerk Nederland

-

0

-

0

Beschermde soorten

-

0/+

-

0/+

Biodiversiteit

-

0

-

0

Toelichting milieueffecten tijdens realisatiefase (aanleg) Alleen relevant voor water en natuur thema’s Waterkwaliteit • Grondwater: het effect van de aanleg, met bijzondere aandacht voor de zandwinning, is voor het V-VKA ingeschat als neutraal (0). De ‘variant beschermde natuur en water’ wijkt niet af van het VVKA. De effecten op de grondwaterkwaliteit van deze variant zijn daarom ook neutraal (0). • Chemische waterkwaliteit: voor het V-VKA zijn er geen negatieve effecten op de chemische waterkwaliteit verwacht; de score is neutraal (0). Hetzelfde geldt voor de ‘variant beschermde natuur en water’: ook deze scoort neutraal (0). • Ecologische waterkwaliteit: de zandwinning leidt tot verstoring en vertroebeling en de effecten daarvan zijn ingeschat als negatief (-). De ‘variant beschermde natuur en water’ wijkt niet af van het V-VKA. De effecten op de ecologische waterkwaliteit van deze variant zijn daarom ook negatief (-). De effecten als gevolg van vertroebeling en verstoring door werkzaamheden kunnen in beperkte mate worden gemitigeerd door zorgvuldig te werken en zo vertroebeling en verstoring tot een minimum te beperken.

Voor de toename van brakke kwel als gevolg van aanleg van een zandwinput of verdieping van de vaargeul zijn geen mitigerende maatregelen voorhanden Waterkwantiteit • Waterbergend vermogen: in het MER is het effect van het V-VKA op waterbergend vermogen beoordeeld als neutraal (0). De realisatie van het Waterfront heeft geen effecten op het waterbergend vermogen anders dan is aangegeven voor de eindsituatie. Net als voor het V-VKA is dit voor de ‘variant beschermde natuur en water’ vertaald naar een neutrale score (0). • Grondwaterhuishouding: de zandwinning leidt tijdens de realisatie tijdelijk tot verhoogde stijghoogten in het zandpakket. Daardoor neemt de kwel ter plekke van het vaste land tijdelijk iets toe, wat een stijging van de grondwaterstand tot gevolg kan hebben. De verwachting is niet dat dit tot (grond)wateroverlast leidt. Daarom is dit criterium als negatief beoordeeld (-) 28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

43

Natuur • Natura 2000: in het beoordelingskader voor Natura 2000 wordt een activiteit met negatieve effecten op instandhoudingdoelstellingen die wel mitigeerbaar zijn beoordeeld als negatief (-), terwijl een activiteit met negatieve effecten die een complexe opgave voor mitigatie en/of compensatie met zich meebrengen zijn beoordeeld als sterk negatief (- -) o Door verstoring tijdens de realisatiefase is er in het V-VKA sprake van mogelijk significant negatieve effecten op met name vogels en de meervleermuis. Omdat deze negatieve effecten mitigeerbaar zijn 23, is de score vastgesteld op (-). o Met mitigerende maatregelen zoals het niet werken in kwetsbare perioden en het vermijden van lichtverstoring voor meervleermuizen zijn negatieve effecten te voorkomen. Dit leidt tot een score (0). o Voor de ‘variant beschermde natuur en water’ gelden dezelfde uitgangspunten. Daarmee zullen de scores ook gelijk zijn aan de sores voor het V-VKA. • Natuurnetwerk Nederland (NNN): De effecten van het V-VKA op NNN-gebied Markermeer zijn als gevolg van verstoring van meervleermuis en vogels, ingeschat als negatief (-). Voor de ‘variant beschermde natuur en water’ geldt hetzelfde: een negatieve score (-). Net als bij Natura 2000 zijn met mitigerende maatregelen zoals het niet werken in kwetsbare perioden en het vermijden van lichtverstoring voor meervleermuizen negatieve effecten te voorkomen.

Dit leidt tot een score (0). Voor de ‘variant beschermde natuur en water’ gelden dezelfde uitgangspunten waarmee de scores ook gelijk zijn aan de scores voor het V-VKA. • Beschermde soorten: Vanwege verstoring of vernietiging van potentieel leefgebied van veel beschermde soorten zijn de effecten van aanlegwerkzaamheden beoordeeld als negatief (-). Uitzondering vormen rugstreeppad en teunisbloempijlstaart, die juist kunnen profiteren van tijdelijke uitbreiding van het leefgebied. Door het treffen van mitigerende maatregelen zijn de negatieve gevolgen te vermijden terwijl de gevolgen voor rugstreeppad en teunisbloempijlstaart potentieel positief blijven. De overall score is licht positief (0/+). Voor de ‘variant beschermde natuur en water’ geldt hetzelfde: een negatieve score (-) vóór mitigerende maatregelen en een licht positieve score (0/+) na mitigerende maatregelen. • Biodiversiteit: Door verstoring van soorten en verlies aan leefgebied tijdens de realisatie scoort het V-VKA negatief op biodiversiteit (-). Na mitigerende maatregelen wordt deze beoordeling neutraal (0). Ook de ‘variant beschermde natuur en water’ scoort negatief op biodiversiteit (-) en neutraal na mitigerende maatregelen (0).

4.4.2

Effecten in de eindsituatie

Tabel 5: Effecten van de variant 'beschermde natuur en water' in de eindsituatie

Thema

Waterkwaliteit (KRW)

Waterkwantiteit

23

Criterium

Conclusie variant ‘beschermde natuur en water’

Conclusie V-VKA Zonder mitigatie

Na mitigatie

Zonder mitigatie

Na mitigatie

Grondwaterkwaliteit

0

0

0

0

Chemische oppervlaktekwaliteit

0

0

0

0

Ecologische oppervlaktewaterkwaliteit

+

+

+

+

Waterbergend vermogen

0

0

0

0

Grondwaterhuishouding

0

0

0

0

Zie Haskoning (2023). Passende Beoordeling Waterfront Lelystad.

28 april 2026

AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD

BJ1923-MI-RP-260106-1338

44

Thema

Natuur

Criterium

Conclusie variant ‘beschermde natuur en water’

Conclusie V-VKA Zonder mitigatie

Na mitigatie

Zonder mitigatie

Na mitigatie

Natura 2000

-

-

-

-

Natuurnetwerk Nederland

+

+

+

+

Beschermde soorten

0/+

+

0/+

+

Biodiversiteit

++

++

++

++

Toelichting milieueffecten In afwijking van de eerdere beoordeling in de MER is hier voor het criterium Natura 2000 onderscheid gemaakt tussen effecten van stikstofdepositie en effecten op de Natura 2000-doelen van het Markermeer. De reden hiervoor is dat de negatieve beoordeling van het V-VKA in de MER deels het gevolg is van de mogelijke effecten door stikstofdepositie op Natura 2000-gebied Veluwe. Er is in beginsel geen verschil in stikstofdepositie tussen het V-VKA en de ‘variant beschermde natuur en water’. Overigens is vanwege nieuwe inzichten en uitgangspunten wel opnieuw gekeken naar de stikstofemissie en de ecologische effecten van stikstofdepositie op de Veluwe (zie Hoofdstuk 5), maar deze effecten zijn hier buiten beschouwing gelaten. De vergelijking voor dit criterium gaat daarom alleen in op de effecten voor de beschermde waarden in het Markermeer. Effecten in de eindsituatie Waterkwaliteit • Grondwaterkwaliteit: zowel de zandwinning als de landaanwinning hebben in het V-VKA geen effect op de grondwaterkwaliteit: de score is neutraal (0). Dezelfde neutrale score (0) geldt voor de ‘variant beschermde natuur en water’ (0). • Chemische waterkwaliteit: het V-VKA heeft naar verwachting geen negatief effect op de chemische waterkwaliteit en scoort daarom neutraal (0). Dezelfde neutrale score (0) geldt voor de ‘variant beschermde natuur en water’ (0).

• Ecologische waterkwaliteit: door het vergrote areaal plasdras en geleidelijke landwaterovergangen scoort het V-VKA positief (+). Deze gebieden bieden immers vestigingsmogelijkheden aan oever- en waterplanten en paai- en opgroeimogelijkheden voor vissen. De ‘variant beschermde natuur en water’ heeft zelfs een nog groter areaal geleidelijke land-waterovergangen. Het verschil is echter niet zodanig dat dit – mede gezien het enorme oppervlak van het Markermeer - als sterk positief effect wordt beoordeeld, maar net als het V-VKA als positief (+). Waterkwantiteit • Waterbergend vermogen: hierboven onder paragraaf 4.2 is aangegeven dat de effecten zeer beperkt zijn. Dit is zowel voor het V-VKA als voor de ‘variant beschermde natuur en water’ vertaald naar een neutrale score (0) omdat de verschillen tussen beide varianten in vergelijking met het Markermeer als geheel heel klein zijn. • Grondwaterhuishouding: in het MER is het netto-effect van enerzijds een hogere grondwateraanvulling en anderzijds een iets lagere stijghoogte in de eindsituatie is beoordeeld als neutraal (0). In de variant ‘beschermde natuur en water’ is dit niet anders.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=7a85b0b3-ab78-4ac1-b3cd-1ff7fa3c3a84