Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 14 Aanvulling MER
Tekst van het document
RAPPORT Waterfront Stedelijke Kust Lelystad Aanvulling op het milieueffectrapport (MER) Klant:
Gemeente Lelystad
Referentie:
BJ1923-MI-RP-260106-1338
Status:
Definitief/1
Datum:
28 april 2026
Projectgerelateerd
HASKONING NEDERLAND B.V. Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Mobility & Infrastructure
Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 88 348 20 00 Fax: +31 33 463 36 52 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com
Titel document: Ondertitel: Referentie: Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Classificatie:
Waterfront Stedelijke Kust Lelystad Aanvulling op het milieueffectrapport (MER) BJ1923-MI-RP-260106-1338 Definitief/1 28 april 2026 MER Waterfront BJ1923 Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. Dit document kan zijn opgesteld met behulp van kunstmatige intelligentie (AI); alle door AI gegenereerde inhoud is beoordeeld en gevalideerd door onze experts.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
ii
Inhoud 1
Inleiding
1
2
Gemeentelijke en nationale beleidskaders
4
2.1
Gemeentelijk beleid
4
2.2
Nationaal beleid
7
3
Het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’
9
3.1
Het proces om te komen tot een ‘volwaardig binnendijkse alternatief’
9
3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4 3.1.5
Chronologische stappen Inkadering plangebied Mogelijkheden ter plaatse van Bataviakwartier Mogelijkheden ter plaatse van bedrijventerrein Noordersluis Mogelijkheden ter plaatse van Meerdijkhaven
9 10 12 14 16
3.2
Beschrijving van het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’
20
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4
Bataviakwartier Saerdam & Meerdijkhaven Overige ontwikkelingen Hoofdlijnen van de realisatie
20 20 21 22
3.3
De milieueffecten van het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’
22
3.3.1 3.3.2
Effecten tijdens de realisatiefase Effecten in de eindsituatie
22 27
4
De ‘variant beschermde natuur en water’
35
4.1
Aanpak
35
4.1.1 4.1.2 4.1.3
Natura 2000 Kaderrichtlijn Water (KRW) Oppervlaktewaterkwantiteit
36 37 38
4.2
Vertaling naar een alternatief of variant
40
4.3
Beschrijving van de variant ‘beschermde natuur en water’
42
4.4
De milieueffecten van de ‘variant beschermde natuur en water’
42
4.4.1 4.4.2
Effecten tijdens de realisatiefase Effecten in de eindsituatie
43 44
4.5
Nadere duiding effecten zandwinning
47
5
Natura 2000-gebieden en mitigerende maatregelen
49
5.1
Resultaten van het verkeersmodel
49
5.2
Resultaten stikstofdepositie
52
5.3
Voortoets realisatiefase
54
5.4
Passende beoordeling
56
5.4.1
Locatiespecifieke habitatanalyse
56
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
iii
5.4.2
Conclusies passende beoordeling eindsituatie
57
6
Stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit
58
6.1
Inleiding
58
6.2
Beleid, wet- en regelgeving
58
6.3
Onderzoeksaanpak en uitgangspunten
62
6.4
Stedenbouw
64
6.4.1 6.4.2 6.4.3
Beoordelingsmethodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving en effectbeoordeling
64 65 66
6.5
Ruimtelijke kwaliteit
68
6.5.1 6.5.2 6.5.3
Beoordelingsmethodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving en effectbeoordeling
68 69 70
6.6
Conclusie stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit
73
6.7
Leemten in kennis en/of informatie
73
6.8
Aanzet voor monitoring
73
7
Landschap, cultuurhistorie en archeologie
74
7.1
Inleiding
74
7.2
Beleid, wet- en regelgeving
75
7.3
Onderzoeksaanpak en uitgangspunten
79
7.4
Landschap – herkomstwaarde: landschappelijke structuren en aardkundige gebieden 79
7.4.1 7.4.2 7.4.3 7.4.4
Beoordelingsmethodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving en effectbeoordeling Mitigerende en/of compenserende maatregelen
79 80 85 88
7.5
Landschap - groenstructuren
88
7.5.1 7.5.2 7.5.3 7.5.4
Beoordelingsmethodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving en effectbeoordeling Mitigerende en/of compenserende maatregelen
88 89 90 92
7.6
Cultuurhistorie
92
7.6.1 7.6.2 7.6.3 7.6.4
Beoordelingsmethodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving en effectbeoordeling Mitigerende en/of compenserende maatregelen
92 93 97 100
7.7
Archeologie – archeologische (verwachtings)waarden
101
7.7.1 7.7.2 7.7.3 7.7.4
Beoordelingsmethodiek Referentiesituatie Effectbeschrijving en effectbeoordeling Mitigerende en/of compenserende maatregelen
101 101 106 108
7.8
Conclusie thema landschap, cultuurhistorie en archeologie
109
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
iv
7.9
Leemten in kennis en/of informatie
110
7.10
Aanzet voor monitoring
110
8
Overig
111
8.1
Herziening van het verkeersonderzoek
111
8.1.1 8.1.2
Effectbeoordeling verkeer eindsituatie Conclusies verkeer
111 117
8.2
Herziening van het geluidonderzoek
118
8.2.1 8.2.2 8.2.3 8.2.4 8.2.5
Uitgangspunten onderzoek wegverkeerslawaai Effectbeschrijving en -beoordeling werkverkeerslawaai Effectbeschrijving en -beoordeling industrielawaai Gezondheidsbescherming (geluid) Conclusie geluid
118 119 123 127 129
8.3
Herziening van het luchtkwaliteitsonderzoek
131
8.3.1 8.3.2 8.3.3 8.3.4
Huidige situatie en autonome ontwikkeling Effectbeschrijving Effectbeoordeling Juridische maakbaarheid
131 133 138 139
8.4
Herziening van het natuuronderzoek
140
8.4.1 8.4.2 8.4.3 8.4.4 8.4.5 8.4.6
Natura 2000-gebieden Natuurnetwerk Nederland Beschermde soorten Beschouwing houtopstanden Biodiversiteit Conclusie natuur
140 146 150 157 158 162
9
Overzicht van milieueffecten van alle onderzochte alternatieven en varianten
9.1
Overzichtstabel effecten tijdens de realisatie
165
9.2
Overzichtstabel effecten in de eindsituatie
166
9.3
Beschouwing van de alternatieven
168
9.3.1 9.3.2
Realisatiefase Gebruiksfase
168 170
10
Optimalisatie van het voorlopig voorkeursalternatief
174
10.1
Inleiding
174
10.2
Optimalisatie ten aanzien van stikstofdepositie
174
10.3
Uitgangspunten realisatiefase
175
10.4
Uitgangspunten eindsituatie
175
10.5
Resultaten optimalisatie
176
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
v
Bijlage 1: Verslag Bestuurlijk Overleg Waterfront Bijlage 2: Toetsingskader Waterkwaliteit Rijkswateren Waterfront Lelystad Bijlage 3: Rapportage stikstof Bijlage 4: Uitgangspunten verkeer Bijlage 5: Geluid Bijlage 6: Gezondheid (geluid) Bijlage 7: Rapportage luchtkwaliteit Bijlage 8: Rapportage stikstof i.h.k.v. optimalisatie
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
vi
1
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het waarom van deze aanvulling. Daarbij is in een kadertekst ook weer even kort het plan Waterfront Lelystad toegelicht. Het hoofdstuk sluit af met een leeswijzer. Aanleiding voor deze aanvulling In 2023 is er voor het plan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad een bestemmingplan en bijbehorend milieueffectrapport (hierna: MER) opgesteld. Dit plan is eind 2023 in procedure gegaan. In het MER is de ontwikkeling van het Waterfront met een landaanwinning als voorlopig-voorkeursalternatief benoemd (hierna: V-VKA). Daarnaast is er een binnendijks alternatief onderzocht met een beperkter woon- en leisure programma. Het bestemmingsplan en MER Waterfront is voorgelegd aan de Commissie voor de mer (hierna: Commissie) ter toetsing. De Commissie is een onafhankelijke, wettelijk ingestelde Nederlandse adviesorganisatie die de kwaliteit en inhoud van milieueffectrapporten (MER) beoordeelt. Ze toetst of een MER voldoet aan de eisen, zorgt voor openbare adviezen en helpt zo overheden om milieu een volwaardige plek te geven in besluitvorming over bijvoorbeeld wegen, woningbouw of dijkversterkingen. In mei 2024 is een voorlopig toetsingsadvies uitgebracht. Het voorlopig advies luidt om verbreding te zoeken in de te onderzoeken alternatieven en om de te onderzoeken aspecten verder uit te breiden/aan te passen.
Op basis daarvan is de beslissing genomen om het MER aan te vullen 1. Dit document betreft de aanvulling op het MER van 2023. Het advies van de Commissie In het voorlopig toetsingsadvies van de Commissie zijn de volgende vijf punten genoemd die volgens de Commissie essentieel zijn voor een goede besluitvorming: 1. Beschrijving van de beleidskaders die ten grondslag liggen aan dit plan zowel op gemeentelijk als rijksniveau (Water en Bodem sturend en Buitendijks Bouwen IJsselmeergebied) en de samenhang met het plan Waterfront. Aandachtspunt is ook de vergunbaarheid van de voorgenomen zandwinning n.a.v. de uitspraak van het Europees Hof (paragraaf 2.1 advies Commissie). 2. Uitwerking van stedenbouwkundige en ruimtelijke kwaliteit als beoordelingsaspecten in het MER (paragraaf 2.2 advies Commissie) 3. Aanvulling van het MER met twee alternatieven: één gericht op doelen vanuit beschermde natuur en beschermd water en twee, een volwaardig binnendijkse alternatief (paragraaf 2.3 advies Commissie) 4. Aanvulling van het MER met mitigerende maatregelen voor die specifieke locaties waar sprake is van belasting van stikstofgevoelige habitattypen, bij voorkeur door bronmaatregelen te verkiezen boven extern salderen (paragraaf 2.4 advies Commissie) 5.
Aanvulling van het MER met een navolgbare score voor landschap, cultureel erfgoed en archeologie (paragraaf 2.5 advies Commissie) Op basis van de adviezen is besloten om deze aanvulling op het MER te richten op de beantwoording van de genoemde punten.
1 In de afgelopen 2 jaar die zijn verstreken sinds de publicatie van het MER zijn er ontwikkelingen geweest zoals het verschijnen van een nieuw verkeersmodel en een nieuwe versie van het AERIUS-model. Deze ontwikkelingen zijn eveneens meegenomen in de aanvulling.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
1
Consensus over buitendijks bouwen Naast het advies van de Commissie heeft er ook overleg plaatsgevonden met de verschillende stakeholders in het gebied ten aanzien van de standpunten over buitendijks bouwen. Dat heeft in 2025 overeenstemming geleid om het Waterfront te ontwikkelen met een landaanwinning van maximaal 23,5 hectare. Nieuwe modelberekeningen voor verkeer en stikstof In de periode tussen het gepubliceerde MER uit 2023 en het opstellen van deze aanvulling is een nieuw verkeersmodel opgesteld. Daarnaast is het AERIUS-model in 2024 en 2025 aangepast. De consequenties van deze aanpassingen en gevolgen daarvan voor onder andere verkeer, geluid, lucht, stikstofdepositie en ecologie zijn in deze aanvullingen eveneens in beeld gebracht. Hoe zat het ook alweer met het plan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad?
De gemeente Lelystad wil de komende decennia groeien van 80.000 naar 120.000 inwoners. Om dit te bereiken, wil de gemeente de aantrekkelijkheid van de stad vergroten door het ontwikkelen van het Waterfront, een stedelijke kustzone tussen Lelystad-Haven en de Markerwaarddijk. Dit gebied moet de stad verbinden met het Markermeer en het Nationaal Park Nieuw Land, waardoor Lelystad meer een stad aan het water wordt. Het Waterfront bestaat uit twee deelgebieden: • Bataviakwartier: ontwikkeling tot een leisuregebied van bovenregionale betekenis. • Meerdijkhaven en Saerdam: in het nu nog lege gebied en op een landaanwinning in het Markermeer moet een nieuw woon- en recreatielandschap komen. Hier zal het natuurlijke karakter van de Marker Wadden als het ware de stad in komen en identiteit geven aan het Waterfront en daarmee aan de stad als geheel. Het motto van Lelystad als Hoofdstad van de Nieuwe Natuur moet hier echt voelbaar en beleefbaar worden.
Figuur 1: De begrenzing van het plangebied (rood) van het Waterfront Stedelijke Kust Lelystad, met de deelgebieden Bataviakwartier (blauw) en Meerdijkhaven en Saerdam (groen)
Voor de aanleg en het gebruik van het Waterfront is een nieuw bestemmingsplan nodig. In het bestemmingsplan wordt vastgelegd welke regels er gaan gelden voor de ruimtelijke ordening, zoals het toekomstig gebruik en de bouwmogelijkheden. Bij het bestemmingsplan hoort ook een toelichting op het plan en de relevante omgevingsaspecten en een verbeelding in de vorm van een digitale kaart.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
2
Methodiek Voor de aanvulling van het MER is gebruikt gemaakt van dezelfde methodiek zoals gehanteerd in het MER van 2023. Dit is beschreven in paragraaf 5.2 van hoofdrapport deel A (MER 2023). Leeswijzer Deze aanvulling op het MER sluit zoveel als mogelijk aan bij de opbouw van het advies van de Commissie, waarbij rekening is gehouden met de logische volgordelijkheid van de onderwerpen. De volgende hoofdstukken behandelen de volgende onderwerpen: • Hoofdstuk 2: beschrijft de gemeentelijke en nationale beleidskaders • Hoofdstuk 3: beschrijft het volwaardig binnendijkse alternatief en bevat de effectbeoordeling van dit alternatief • Hoofdstuk 4: beschrijft de variant beschermde natuur en water en bevat de effectbeoordeling van dit alternatief • Hoofdstuk 5: beschrijft mitigerende maatregelen voor locaties waar sprake is van belasting van stikstofgevoelige habitattypen. • Hoofdstuk 6: bevat de uitwerking van het aspect stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit • Hoofdstuk 7: bevat een herziening van de eerdere conclusies van de aspecten landschap, cultureel erfgoed en archeologie. • Hoofdstuk 8: bevat de herziening van overige onderzoeken die in het kader van deze aanvulling zijn uitgevoerd, zoals verkeer, geluid, luchtkwaliteit en natuur. • Hoofdstuk 9: bevat een overzicht van alle effecten op alle onderzochte alternatieven en varianten tijdens de realisatiefase en in de eindsituatie.
• Hoofdstuk 10: bevat een optimalisatie van het V-VKA. De bereikte overeenstemming over buitendijks bouwen met een maximaal oppervlakte van 23,5 hectare en de inzichten uit deze aanvulling met onder andere het nieuwe verkeersmodel hebben geleid tot een optimalisatie van het V-VKA.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
3
2
Gemeentelijke en nationale beleidskaders
Het voorlopig advies van de Commissie Gemeentelijk beleid • Het is onvoldoende duidelijk hoe het plan Waterfront Lelystad aansluit op bestaand gemeentelijk beleid, zoals de Omgevingsvisie Lelystad 2040, het Ruimtelijk Raamwerk en de Woonvisie. • Vooral de landaanwinning en de gekozen stedenbouwkundige opzet zijn niet goed onderbouwd in relatie tot deze beleidsdocumenten. De Commissie adviseert om het MER aan te vullen met een overzicht van de relevante beleidskaders, een analyse hoe het plan past binnen deze kaders, de samenhang tussen de verschillende visies en de relatie met de ambitie om 40.000 woningen toe te voegen (woonvisie). Nationaal beleid • Volgens de Kamerbrief “Water en Bodem sturend” is nieuwe landaanwinning in het Markermeer-IJmeer niet meer toegestaan. Het plan beroept zich op een uitzondering voor projecten in een “vergevorderd stadium”, maar de Commissie stelt dat grote onzekerheid bestaat of Waterfront Lelystad hieraan voldoet. • De Kamerbrief over buitendijks bouwen (2023) adviseert terughoudendheid en stelt dat wat binnendijks kan, ook binnendijks moet worden gerealiseerd. Dit staat op gespannen voet met de buitendijkse uitbreiding van Lelystad.
• Voor zandwinning is onduidelijk of dit past binnen het Programma Zandwinning IJsselmeergebied 2025-2050 en of het juridisch verenigbaar is met de Kaderrichtlijn Water en een uitspraak van het Europees Hof (tijdelijke aantasting waterkwaliteit niet toegestaan). De Commissie adviseert om het MER aan te vullen met een onderbouwing waarom het plan past binnen de nationale kaders en om de juridische haalbaarheid van zandwinning en landaanwinning expliciet te analyseren.
2.1
Gemeentelijk beleid
De ontwikkeling van de stedelijke kustzone Waterfront in Lelystad is geen geïsoleerd project, maar het resultaat van een jarenlang groeiende beleidslijn. Deze lijn begint bij de eerste visiedocumenten en ontwikkelt zich via ruimtelijke kaders en kustvisies naar een krachtige integrale Omgevingsvisie, waarin het Waterfront uitdrukkelijk wordt aangewezen als een prioritair gebied voor stedelijke groei, economie en recreatie. Deze paragraaf beschrijft op hoofdlijnen het relevante beleid van de afgelopen jaren. In het hoofdstuk Stedenbouw en ruimtelijke kwaliteit (hoofdstuk 6) is al het relevante beleid sinds het ontstaan van Lelystad beschreven. Verhaal van Lelystad en Ruimtelijk Raamwerk (2018–2019) In Het Verhaal van Lelystad (2018) en het Ruimtelijk Raamwerk (2019) wordt de basis gelegd voor de Omgevingsvisie 2040. Deze documenten schetsen een stad die sterker wil worden in de regio, aantrekkelijk wil zijn voor bewoners en bezoekers, en haar unieke ligging aan het water beter wil benutten. Hoewel het Waterfront nog niet expliciet wordt uitgewerkt, vormen deze documenten de inhoudelijke bouwstenen voor de beleidsmatige koers die daarna volgt.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
4
Koersdocument Lelystad 2040 (2020) Het Koersdocument Lelystad 2040 vormt het richtinggevende beleidskader. Hier worden drie ambities geformuleerd: (1) urbanisatie, (2) maatschappelijke kracht en (3) gedeeld eigenaarschap, die later worden vertaald in concrete ruimtelijke keuzes. Voor het Waterfront is vooral de ambitie om een uitnodigende en ondernemende stad te ontwikkelen van belang. Lelystad wil groeien, verdichten en aantrekkelijker worden, wat vraagt om nieuwe woonmilieus en sterke stedelijke plekken. Het Waterfront wordt hiermee indirect voorbereid als een toekomstig ontwikkelgebied. Kustvisie 2030 (2020) Met de Kustvisie 2030 ontstaat een samenhangende visie op de gehele kustlijn. De visie noemt meerdere uitgangspunten die rechtstreeks richting geven aan het Waterfront: • Een afwisselende kustlijn met sterke kerngebieden. • Concentratie van elkaar versterkende functies (zoals wonen, recreatie, leisure en natuur). • Verbinden van deelgebieden en versterken van de relatie tussen kust en stad. • Invulling geven aan rijksopgaven zoals waterveiligheid, zoetwater, adaptatie, natuurontwikkeling en energietransitie. Binnen deze visie worden drie hoofdlijnen benoemd: (1) De kust als onderscheidende eenheid, (2) de kust als vitaal en duurzaam gebied, (3) en de kust als verbindend element.
Deze drie principes vormen later de basis voor de manier waarop Lelystad het Waterfront wil ontwikkelen: een levendige, duurzame stedelijke zone die zowel met de stad als met de natuurstructuren verbonden is. Woonvisie 2022-2027 (2022, herijkt in 2024): Een leven lang wonen in Lelystad De Woonvisie Lelystad 2022–2027 vormt één van de centrale beleidskaders voor de ruimtelijke en programmatische ontwikkeling van de stad en is nadrukkelijk ingebed in de brede groeiambitie van Lelystad. In het kader van landelijke en regionale afspraken over het versnellen van de woningbouw, waaronder de Tweede Kamer-motie Koerhuis 2 over het toevoegen van 100.000 woningen in Flevoland, heeft Lelystad aangegeven ruimte te zien voor een substantiële uitbreiding van de woningvoorraad van in totaal 15.000 woningen. In het najaar van 2020 heeft de gemeenteraad van Lelystad aangegeven een toevoeging van 40.000 woningen over de gehele stad te ambiëren. Deze ambitie is door de gemeenteraad verder uitgewerkt in de inzet op een langdurige groei van de stad, met een bouwtempo van minimaal 1.000 woningen per jaar. De Woonvisie onderstreept daarbij dat de kwantitatieve bouwopgave onlosmakelijk is verbonden met kwalitatieve keuzes: het programma en de typologie van de woningen, de doelgroepen waarvoor wordt gebouwd en de ruimtelijke inpassing in bestaande en nieuwe stedelijke milieus.
In dit kader benoemt de Woonvisie ook de ontwikkeling van nieuwe woonmilieus aan de kust van het Markermeer, waaronder het Waterfront, als één van de strategische richtingen om de groei van Lelystad vorm te geven. Deze kustontwikkeling wordt gezien als een kans om onderscheidende woon- en leefomgevingen te realiseren en de relatie tussen stad, water en natuur te versterken, in samenhang met stedelijke voorzieningen, recreatie en economische functies. Tegelijkertijd benadrukt de Woonvisie dat woningbouw niet op zichzelf staat, maar samenhangt met de ontwikkeling van voorzieningen, werkgelegenheid, bereikbaarheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat, evenals met randvoorwaarden zoals duurzaamheid, klimaatadaptatie, imago en financiële stabiliteit. Om die reden kan de Woonvisie niet los worden gezien van andere strategische beleidskaders en programma’s, zoals de Omgevingsvisie en Lelystad Next Level, waarin deze ontwikkelrichtingen integraal worden uitgewerkt.
2 Motie van het lid Koerhuis c.s. over het in kaart brengen van de mogelijkheden voor grootschalige woningbouw in Flevoland. Kamerstuk 32847-621 (d.d. 19 februari 2020): Integrale visie op de woningmarkt | Tweede Kamer der Staten-Generaal
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
5
Omgevingsvisie Lelystad 2040 (2021): Het Waterfront wordt prioritair gebied In de Omgevingsvisie 2040 krijgt het Waterfront een expliciete en duidelijke rol. Het gebied wordt aangemerkt als prioritair gebied, samen met het Stadshart en Zuiderhage. De visie benoemt voor de Kustzone 2040: • een stedelijk woon-werkmilieu; • een voorzieningencentrum met regionale en internationale aantrekkingskracht, met leisure, strand, jachthaven, museumfuncties en boulevard; • mogelijkheden voor klimaatadaptatie en nieuwe natuur; • sterke OV-verbindingen met het Stadshart (HOV, fiets- en voetverbindingen); • een veerverbinding met Marker Wadden. Deze omschrijving vormt een direct beleidskader voor de MER Waterfront: het zegt wat er mag, gewenst is, en wat het gebied moet bijdragen aan de stad. Omgevingsvisie 2050 (2026): Bestendiging van de koers De Omgevingsvisie 2050 bouwt voort op 2040 en bestendigt de groei van Lelystad richting een kwalitatieve, klimaatbestendige stad. Het Waterfront blijft in deze verdere toekomst verankerd als plek waar stedelijke groei samengaat met natuur, waterbeleving en duurzaamheid. Themakaders in de Omgevingsvisie die het Waterfront mogelijk maken • Stedelijke ontwikkeling: De visie benoemt dat Lelystad kwalitatief groeit binnen de bestaande stad. Waterfront hoort tot de drie prioritaire woningbouwgebieden.
Er is ruimte voor diverse programma’s, onder meer: o Detailhandel in outletconcept (Batavia Stad) o Cultuur en musea o Leisure, horeca, sport aan het water o Een levendige boulevard als hart van het gebied • Robuust natuurlijk raamwerk – Stad aan het water: Hier introduceert Lelystad een cruciale beleidskeuze: De gemeente wil echt een ‘stad aan het water’ worden. Het Waterfront speelt hierin een centrale rol door: o water beleefbaar te maken; o een unieke combinatie van wonen, recreatie, toerisme en natuur te realiseren; o de aantrekkingskracht van Lelystad te vergroten voor nieuwe bewoners en bezoekers. • Sterke en beleefbare economie: Het Waterfront draagt bij aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat en versterkt het toeristisch product van Lelystad. De kust wordt een plek waar: o cultuur, vrije tijd en horeca samenkomen, o de boulevard een economische en sociale drager is, o het Bataviakwartier verder wordt ontwikkeld (outlet, musea, hotel, avonturenpark). • Toerisme en recreatie: De kust wordt gezien als een gebied met regionale uitstraling. Voor het Waterfront betekent dit: o realisatie van een grote zwemlocatie, o voorzieningen voor plezierzoekers en gezinnen, o nieuwe recreatieve routes en natuurgebieden langs de kust, o versterking van Batavialand, Batavia Stad en andere leisurefuncties.
• Bereikbaarheid: Voor de ontwikkeling van het Waterfront is hoogwaardige bereikbaarheid noodzakelijk. De visie noemt: o een hoogwaardige OV-verbinding met het Stadshart, o goede fiets- en voetverbindingen, o een toekomstig treinstation Zuiderhage dat de gebiedsontwikkeling ondersteunt.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
6
2.2
Nationaal beleid
Rijksbeleid Water en Bodem Het rijksbeleid betreffende water en bodem heeft zich sinds de eerste Kamerbrief van november 2022 3 verder ontwikkeld en is verder verhelderd. Het uiteindelijke resultaat is vastgelegd in de Ontwerp Nota Ruimte (2025) 4 zoals ook aan de kamer is geschreven in de Kamerbrief van juli 2025: “Voor onze zoetwatervoorziening en waterveiligheid is het van belang dat de huidige zoetwatervoorraad en de waterbergingscapaciteit van het IJsselmeer en Markermeer niet te veel wordt verkleind, en dat er kansen worden verkend voor het vergroten van de buffercapaciteit. Terughoudend zijn met landaanwinning en buitendijks bouwen is daarom geboden. Binnendijks wat binnendijks kan. Tegelijkertijd zijn woningbouwinitiatieven langs de randen van de meren mogelijk. De huidige regels in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) bieden hiervoor de kaders aan gemeenten [Nota Ruimte, pagina 83].” Voor het Waterfront Lelystad is de doorwerking van het Rijksbeleid bekrachtigd in een bestuurlijk overleg op 27 oktober 2025 (zie voor het verslag bijlage 1). Daarin is besloten dat gemeente Lelystad de ruimte krijgt om het Waterfront te ontwikkelen met een landaanwinning van maximaal 23,5 hectare. Uit het verslag: ‘’Voor onze zoetwatervoorziening en waterveiligheid is het van belang dat de huidige zoetwatervoorraad en waterbergingscapaciteit van het IJsselmeergebied (incl.
het Markermeer) niet te veel wordt verkleind. In reactie op de motie Grinwis/De Groot 5 heeft het kabinet daarom aangegeven dat terughoudendheid met landaanwinning en buitendijks bouwen geboden is: bouw binnendijks wat binnendijks kan 6. Tegelijkertijd zijn woningbouwinitiatieven langs de randen van de meren mogelijk, binnen de kaders van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). De gemeente Lelystad heeft daarin altijd een speciale positie gehad met hectares uitbreidingsruimte voor landaanwinning 7. Vanwege reeds bestaande plannen en ontwikkelopgave is tussen de bewindspersonen van I&W en VRO overeengekomen en aangekondigd dat het Rijk bij wijze van uitzondering met de gemeente Lelystad maatwerk-afspraken zal maken 8, 9.’’ Daarmee is de door de Commissie veronderstelde onzekerheid weggenomen. Zandwinning Ten tijde van het opstellen van het MER in 2023 liep vanuit het Rijk een proces om te komen tot een nieuw zandwinbeleid voor het IJsselmeergebied (Programma Zandwinning IJsselmeergebied 2025-2050). Dat proces was nog volop gaande en had nog geen uitkomst. Hierdoor was het niet mogelijk om te beoordelen of het voornemen van de gemeente om voor het Waterfront een eigen zandwinput te realiseren, binnen dit nieuwe beleid past. Binnen het vigerende beleid 10 (2023) past het wel.
Ondertussen is door het Rijk het betreffende proces gepauzeerd omdat mogelijkheden tot zandwinning in het IJsselmeergebied in samenhang moet worden bezien met mogelijkheden in andere gebieden en
3
Kamerbrief Water en Bodem Sturend, 25 november 2022 Ontwerp-Nota Ruimte 5 Kamerstukken 36600-J, nr. 18 6 Kamerstukken 27625, nr. 717. 7 Besluit kwaliteit leefomgeving, paragraaf 5.1.3.5 8 Kamerstukken 27625, nr. 654 9 Kamerstukken 27625 nr. 693 10 Lelystad mocht onder het Barro nog 150 hectare land aanwinnen in het Markermeer 4
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
7
daarmee met een landelijke strategie. Wanneer de landelijke afweging klaar is, wordt vervolgens bekeken of er aanvullend beleid voor het IJsselmeergebied nodig is. Een toetsing hieraan is dan ook niet mogelijk. Ten aanzien van de uitspraak van het Europese Hof 11 aangaande tijdelijke aantasting van de waterkwaliteit is allereerst van belang of het gemeentelijk voornemen leidt tot tijdelijke aantasting van de waterkwaliteit. Om hier zekerheid over te verkrijgen, is het document “Toetsingskader Waterkwaliteit Rijkswateren Waterfront Lelystad opgesteld” (zie bijlage 2). Daarin is ook het Toetsingskader Deel 4: Tijdelijke effecten van fysieke ingrepen doorlopen. Hieruit blijkt dat er geen sprake is van tijdelijke achteruitgang, mits aan een aantal aandachtspunten wordt voldaan, namelijk: • het opstellen van een inrichtings- en onderhoudsplan; • gebruik maken van de best beschikbare technieken; • werken buiten de kritische periodes.
11
Arrest van het Europese Hof met ECLI:EU:C:2022:350, via: 62020CJ0525
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
8
3
Het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’
Het voorlopig advies van de Commissie In het MER is een alternatief met landaanwinning (3.000 woningen) onderzocht en een alternatief zonder landaanwinning (ca. 800 woningen). Daarnaast zijn er enkele uitvoerings- en inrichtingsvarianten onderzocht. Er is niet gevarieerd met de dichtheid van de 3.000 woningen. Daarnaast wordt het alternatief zonder landaanwinning als onvoldoende beschouwd om het hoofddoel te bereiken, waardoor het geen volwaardig alternatief is. De Commissie adviseert om voorafgaand aan de besluitvorming het MER aan te vullen met een volwaardig binnendijks alternatief, dat rekening houdt met ruimtelijk-planologische aspecten.
3.1
Het proces om te komen tot een ‘volwaardig binnendijkse alternatief’
Met de gebiedsontwikkeling Waterfront beoogt de gemeente Lelystad om de stad met het water te verbinden om de unieke omgevingskwaliteit van de ligging aan open water te benutten voor de kwalitatieve verbetering van de stad. Omdat bouwen in het open water complex is (vereist kostbare landaanwinning, betreft N2000-gebied en vergt oplossingen voor het waterbeheer voor de verre toekomst) is in het planproces telkens opnieuw gekeken of zo’n waterfrontontwikkeling ook volledig binnendijks kan. Vanuit de rijksstrategie ‘rekening houden met water en bodem’ (voorheen: ‘water en bodem sturend’) is het belang daartoe groter geworden. Naar aanleiding van ontvangen zienswijzen en het voorlopige toetsingsadvies van de Commissie is samen met medeoverheden door Gemeente Lelystad opnieuw uitvoerig onderzoek gedaan naar een volwaardig binnendijks alternatief. Onderstaand wordt het gevolgde proces chronologisch toegelicht. Het uiteindelijke resultaat van het proces wordt als extra alternatief onderzocht in deze aanvulling op het MER Waterfront Stedelijke Kust Lelystad uit 2023.
3.1.1
Chronologische stappen
De volgende stappen zijn doorlopen in de zoektocht naar een volwaardig binnendijks alternatief: • Een ruimtelijke analyse van de totale kustlijn waaruit de conclusie is getrokken dat ontwikkeling van het Waterfront alleen kansrijk is tussen de Markerwaarddijk en het werkeiland van LelystadHaven (uitgevoerd ten tijde van het opstellen van de Kustvisie 2030). • Ten behoeve van het MER in 2023 zijn alternatieven beschouwd waarbij gekeken is naar een alternatief met landaanwinning en een alternatief zonder landaanwinning. Een aantal andere mogelijke alternatieven zijn in het MER onderbouwd weggeschreven, waaronder de mogelijkheid om de gebiedsontwikkeling te realiseren ter plaatse van het bedrijventerrein Noordersluis. Deze mogelijke alternatieven zijn niet verder onderzocht op effecten. • Naar aanleiding van bespreking binnen het Bestuurlijk Platform IJsselmeergebied is eind 2023/begin 2024 het zogenaamde ‘IJsselmeerkompas’ doorlopen waarbij een groep experts volgens een vaste methodiek naar alternatieven heeft gekeken met als resultaat drie alternatieven waarbij naast een geoptimaliseerd planalternatief er twee zijn onderscheiden die het gebouwde programma voornamelijk binnendijks situeren: voor een volledig woonprogramma een uitbreiding naar bedrijventerrein Noordersluis of naar Bataviakwartier.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
9
•
Op initiatief van Provincie Flevoland zijn in de zomer van 2024 onder leiding van Maurits de Hoog een aantal ateliers gehouden om samen met medeoverheden alternatieven in beeld te krijgen. Dat heeft zes alternatieven opgeleverd: 1. bestaande binnendijkse ruimte (0), 2. binnendijkse ruimte geoptimaliseerd (0+) 3. geoptimaliseerde binnendijkse ruimte aangevuld met bedrijventerrein (Lange Termijn) 4. met landaanwinning als eiland 5. met landaanwinning als buitendijks gebied 6. met landaanwinning met verlegde waterkering.
In maart 2025 zijn in het Bestuurlijk Overleg Waterfront Lelystad randvoorwaarden geformuleerd waar een volwaardige oplossing aan moet voldoen. Advies- en ingenieursbureau Arcadis heeft op basis daarvan twee alternatieven nader uitgewerkt: (1) met landaanwinning en (2) zonder landaanwinning. De resultaten van bovenstaande stappen worden hieronder volgens de volgende indeling nader beschreven: • Inkadering van het plangebied (paragraaf 3.1.2). • Mogelijkheden ter plaatse van Bataviakwartier (paragraaf 3.1.3). • Mogelijkheden ter plaatse van bedrijventerrein Noordersluis (paragraaf 3.1.4). • Mogelijkheden ter plaatse van Meerdijkhaven (paragraaf 3.1.5).
3.1.2
Inkadering plangebied
Ten tijde van het opstellen van de Kustvisie 2030 is de gemeente Lelystad in een participatief proces nagegaan waar welke ontwikkeling het meest passend is. Dit heeft geleid tot onderstaand beeld.
Figuur 2: Visiekaart Kustvisie 2030
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
10
Lelystad heeft circa 30 kilometer kustlijn dat direct grenst aan de polder. Toch komt alleen het gedeelte tussen de Markerwaarddijk en het werkeiland Lelystad-Haven (circa 3 kilometer) in aanmerking voor de ontwikkeling van het Waterfront. Hiervoor zijn de volgende argumenten: • Ten noorden/oosten van de jachthaven Flevo Marina grenst de stad niet aan het water en is er geen ruimte binnendijks aangezien achtereenvolgens A6, Maximacentrale, bedrijventerrein Flevokust en een instituut van Wageningen University & Research direct grenzen aan de dijk. • Tussen de Markerwaarddijk en de jachthaven Flevo Marina liggen binnen- en buitendijks villawijken en neemt de Provinciale weg (N307) de resterende ruimte in. • Tussen de Markerwaarddijk en het werkeiland grenst de stad aan het water, zijn er bestaande leisure-voorzieningen (Bataviakwartier) waarbij aangesloten kan worden en is achter de dijk ten tijde van de polderaanleg al zand opgespoten tot enkele meters boven het peil van het Markermeer waardoor de uitgangsituatie voor ‘stad aan het water’ gunstig is. • Bij Lelystad-Haven ligt het werkeiland tussen de bestaande woonwijk en het Markermeer. • Ten zuiden van Lelystad-Haven grenzen de Oostvaardersplassen aan de dijk.
Figuur 3: Kustlijn van Lelystad
In lijn met de Omgevingsvisie bevinden de overige toekomstige (stedelijke) ontwikkelingen zich in het stadshart en in het zuidelijke gebied (bijvoorbeeld Zuiderhage) en niet in het noordelijk gebied. Daarnaast vindt kwalitatieve verdichting van de bestaande stad plaats. De ligging van het Waterfront tussen Markerwaarddijk en Lelystad-Haven sluit hier het beste op aan. 28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
11
3.1.3
Mogelijkheden ter plaatse van Bataviakwartier
Onder verwijzing naar de grote parkeerplaatsen en enkele nog braakliggende percelen, is onder andere bij het ‘IJsselmeerkompas’ geopperd om een deel van het woonprogramma binnen Bataviakwartier te positioneren samen of in plaats van het toeristisch programma (grootschalige leisure).
Figuur 4: Uitsnede van alternatief uit IJsselmeerkompas waarbij het woonprogramma is verplaatst naar Bataviakwartier
Op basis van de volgende argumenten is deze oplossingsrichting volgens de gemeente Lelystad geen volwaardig alternatief: • Het toeristische programma is een essentieel onderdeel van de doelstelling. Om die doelstelling te kunnen invullen dienen de vestigingsvoorwaarden voor dergelijke leisure-ondernemingen heel gunstig te zijn. Alleen voor bedrijven met een bovenregionale/nationale functie (60 minuten reistijd) is Lelystad geschikt als vestigingsplaats. Dat is niet het geval voor ondernemingen met een meer regionaal profiel (30 minuten reistijd) omdat er relatief weinig mensen in de directe nabijheid van Lelystad wonen. Voor voorzieningen met een lokaal profiel (bioscoop/theater/escaperoom) is voldoende ruimte in het stadshart. Om voldoende reuring in het stadshart te krijgen en behouden is vanwege het vermijden van concurrentie vestiging van dergelijke bedrijven in Bataviakwartier ongewenst. • Aantrekken van grootschalige leisure en woonfunctie gaan niet samen. Essentiële vestigingsvoorwaarden voor leisure-ondernemingen met een bovenregionale/nationale functie zijn: grote kavels, grote parkeervoorzieningen en voldoende afstand tot omwonenden in verband met overlast/klachten van omwonenden. Waar lokale leisure-voorzieningen goed zijn te combineren met een nabijgelegen woonfunctie (denk aan theater en bioscoop) geldt dat niet voor grootschalige voorzieningen.
Deze constatering is voorafgaand aan besluitvorming in het college in maart 2022 geverifieerd middels een second opinion 12. 12
Leisureprogramma Bataviakwartier Lelystad; second opinion haalbaarheid en onderbouwing. First Mate, 9 maart 2022
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
12
•
Onvoldoende ruimte zonder zeer negatieve gevolgen voor bestaande leisure. Batavia Stad Factory Outlet (BSFO) is voor Bataviakwartier als leisuregebied essentieel in de huidige en in de toekomstige situatie. Door de aanwezigheid van deze publiekstrekker zijn ook de andere voorzieningen levensvatbaar. BSFO concurreert met andere fashion outlets en heeft dezelfde voorwaarden als geldt voor nieuwe leisurebedrijven: o.a. grote parkeervoorzieningen en voldoende afstand tot omwonenden in verband met overlast/klachten. De eventuele beschikbare ruimte voor nieuwe woningen bedraagt minder dan 10 ha. Deze ruimte is onvoldoende voor een levensvatbare woonwijk en zou dus ook ten koste gaan van leisurevoorzieningen. Daarmee is geen sprake van een volwaardig alternatief.
Figuur 5: De gele contour geeft de eventuele beschikbare ruimte weer binnen Bataviakwartier (situatie eind 2025) en de oranje het gedeelte waar parkeervoorzieningen zijn voorzien
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
13
3.1.4
Mogelijkheden ter plaatse van bedrijventerrein Noordersluis
Ten tijde van het opstellen van het MER is nagegaan of de gebiedsontwikkeling ook volledig binnendijks kan worden gerealiseerd door het noordelijke gedeelte van het bedrijventerrein Noordersluis te transformeren. Kwalitatief is dit alternatief als niet uitvoerbaar beoordeeld vanwege de hoge te verwachte kosten en lange doorlooptijd die gemoeid zijn bij een dergelijke transformatie.
Figuur 6: Binnendijks alternatief ter plaatse van Noordersluis zoals is beschouwd in het MER maar niet verder is onderzocht
Er zijn meerdere alternatieven op deze locatie mogelijk (zie figuren 6, 7 en 8), maar in al deze alternatieven wordt verplaatsing van de afvalwaterzuivering (AWZI) noodzakelijk geacht. Waterschap Zuiderzeeland staat in beginsel positief tegenover de verplaatsing maar alleen als de verplaatsingskosten voor rekening komen van het Waterfront. Het Waterschap Zuiderzeeland heeft becijferd dat de verplaatsingskosten tenminste 100 miljoen euro zouden bedragen. Ook is nagegaan of deze kosten significant anders zouden zijn als de verplaatsing zou plaatsvinden tegen de tijd dat de afschrijvingstermijn van de huidige installatie zou zijn verlopen. Dat bleek niet het geval. Ook dan liggen de meerkosten voor verplaatsing in dezelfde orde van grootte ten opzichte van vernieuwing ter plaatse van de huidige locatie. De door het waterschap doorgerekende extra kostenpost van 100 miljoen euro maakt de gebiedsontwikkeling financieel onuitvoerbaar. Door de planeconomen van gemeente Lelystad is nagegaan of transformatie van het bedrijventerrein financieel uitvoerbaar is. Dit bleek niet het geval. De bedrijven zijn relatief modern en op basis van de WOZ-waardes is geconcludeerd dat de bedrijven kapitaalintensief zijn. De kosten voor o.a. sloop- en nieuwbouw, verhuizen en aankoop nieuwe grond zijn bij lange na niet terug te verdienen door heruitgifte voor woningbouw.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
14
Figuur 7: Uitsnede van alternatief uit het IJsselmeerkompas waarbij het woonprogramma is opgeschoven naar bedrijventerrein Noordersluis
Figuur 8: Alternatief uit ateliers onder leiding van Maurits de Hoog waarbij de ontwikkeling ter plaatse van Noordersluis wordt gezien als een ontwikkeling die op langere termijn haalbaar zou kunnen zijn
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
15
3.1.5
Mogelijkheden ter plaatse van Meerdijkhaven
In het MER 2023 is een alternatief zonder landaanwinning meegenomen. Dat betrof als het ware het binnendijkse gedeelte van het V-VKA. De landschappelijke opzet was hetzelfde met als gevolg dat het aantal woningen niet hoger uitkwam dan 800. De Commissie heeft geconstateerd dat hierdoor geen sprake was van een volwaardig alternatief. In achtereenvolgende verkenningen is gekeken of een andere opzet wel tot een volwaardig alternatief kan leiden.
Figuur 9: Visualisatie van het MER-alternatief zonder landaanwinning
In de ateliers onder leiding van Maurits de Hoog is gekeken naar de werkelijke ruimte die beschikbaar is. Vanwege waterveiligheid dient ook de binnenbeschermingszone van de dijk vrij van permanente bebouwing te blijven (dit is verderop bij Saerdam en Bataviahaven niet het geval). Dit betreft een strikte eis vanuit Waterschap Zuiderzeeland. Dit 0-alternatief heeft 5,4 ha ruimte beschikbaar voor woningbouw, hetgeen kleiner is dan in het MER-alternatief (ruimte voor ca. 430 woningen). Daarnaast is gekeken of de bebouwingsgrens veel dichter bij de Houtribweg kan liggen. Hiervoor is het nodig om veel meer verkeerslawaai bij de woningen te accepteren (Hogere Waardenbesluit) en het bestemmingsplan voor bedrijventerrein Noordersluis aan te passen zodat de milieuhindercontouren minder ver reiken. Een eerste verkenning van de daadwerkelijk in gebruik zijnde milieuruimte liet zien dat dit op zich mogelijk is. In dat geval zou ten noorden van de Houtribweg in totaal 9 ha voor woningbouw beschikbaar zijn (over een lengte van ca. 1 kilometer een breedte variërend van 50-120 m). Dit biedt onvoldoende ruimte om tot de gewenste gebiedsontwikkeling te kunnen komen. Maurits de Hoog concludeert dat er ruimte is voor circa 800 woningen terwijl volgens hem voor een levensvatbare woonwijk tenminste 1.500-1.800 woningen nodig zijn.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
16
Figuur 10: Alternatieven zonder landaanwinning als resultaat van de ateliers onder leiding van Maurits de Hoog
In het Bestuurlijk Overleg (Waterschap Zuiderzeeland, Provincie Flevoland, Ministeries van I&W en Vro, RWS en gemeente Lelystad) van maart 2025 is de omvang van tenminste 1.500-1.800 woningen overgenomen als minimale omvang. Daarnaast is vastgelegd dat de gebiedsontwikkeling, om succesvol te kunnen zijn, moet voldoen aan de volgende uitgangspunten: • bijdrage aan de aantrekkelijkheid en dynamiek van Lelystad als geheel; • tempo zodat tijdig wordt bijgedragen aan de bredere doelstelling van de stad; • sluitende businesscase met actieve betrokkenheid van marktpartijen; • samenwerking tussen gemeente en de andere vijf medeoverheden.
Figuur 11: Alternatief zonder landaanwinning uit verkenning Arcadis in opdracht van Bestuurlijk Overleg
Met behulp van een aantal ontwerpateliers heeft Arcadis een uitwerking gemaakt voor een volwaardig binnendijks alternatief zonder landaanwinning. In dit alternatief heeft Arcadis de beschikbare ruimte verder opgerekt door verplaatsing van de Houtribweg voor te stellen en het tenniscomplex voor woningbouw te benutten. Door daarbij te kiezen voor een strak orthogonaal grid en een hoge mate van verdichting concludeert Arcadis dat zelfs 3.000 woningen inpasbaar zijn. Bij een dergelijk aantal bleek de businesscase ook sluitend te zijn. Deze uitwerking vormt de basis voor het door de Commissie gevraagde ‘volwaardig binnendijkse alternatief’. In onderstaande figuren is het proces van Arcadis samengevat.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
17
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
18
Figuur 12: Samenvatting van het proces om te komen tot een volwaardig binnendijks alternatief [Arcadis, 2025]
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
19
3.2
Beschrijving van het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’
3.2.1
Bataviakwartier
Het Bataviakwartier strekt zich uit vanaf de toren van Cellnex tot en met Bataviahaven en kenmerkt zich door een mix van wonen en leisure (o.a. Bataviastad, museum Batavialand en de Bataviahaven). Deze huidige gebiedspartijen krijgen ruimte om te groeien. Nieuwe voorzieningen voor leisure, horeca, cultuur, sport en een hotel moeten zorgen voor een langere verblijfsduur en overnachtingsmogelijkheden. In het gebied wordt meer ruimte gegeven aan evenementen. Op dit moment zijn er zo’n 10 evenementen per jaar op de Lelybaan, in de toekomst zal dit groeien tot 15 evenementen. De ontwikkeling van Bataviakwartier geeft invulling aan de ambitie van Lelystad Next Level als onderscheidende speler van bovenregionale betekenis. Bezoekers van het gebied kunnen parkeren op de bestaande parkeerterreinen of in de parkeergarages. In de toekomst komt er meer parkeergelegenheid in parkeergarages (460 extra plekken). Het programma voor het Bataviakwartier in het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’ is gelijk aan het ‘alternatief zonder landaanwinning’ uit het MER 2023.
3.2.2
Saerdam & Meerdijkhaven
Het deelgebied Saerdam bestaat op dit moment uit een kleinschalige woonwijk gelegen aan de Oostvaarderdijk. Dit blijft in de toekomst een woonwijk, er vinden geen veranderen in dit deelgebied plaats. Ten zuiden van Saerdam komt de nieuwe woonwijk Meerdijkhaven. In het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’ komt deze woonwijk op bestaand land te liggen. Functionele programma Het functionele programma bedraagt 3.000 woningen, deze worden met een gemiddelde dichtheid van 150 woningen per hectare ontwikkeld in gebouwen van 3 tot 15 verdiepingen (9 tot 45 meter hoogte). Om dit aantal woningen te kunnen ontwikkelen moet de Houtribweg worden verlegd om ruimte te creëren. Figuur 13 laat een impressie zien van de indeling van het gebied. Voorzieningen De voorzieningen in het gebied zijn qua omvang gelijk aan de voorzieningen van het V-VKA (circa 11.000 m2 bvo). Het gaat om basisvoorzieningen zoals een supermarkt, basisschool, gymzaal, kinderopvang, gezondheidszorg en maatschappelijke dienstverlening.
Figuur 13: Impressie van de globale indeling van het 'volwaardig binnendijkse alternatief' [Arcadis, 2025]
Parkeren Elke woning krijgt de beschikking over één parkeerplaats, door de beperkt beschikbare ruimte komt de parkeervoorziening ondergronds onder de woningen. Verspreid over het gebied komen er daarnaast 2.300 collectieve parkeervoorzieningen in de vorm van parkeerhubs.
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
20
Recreatie Voor Meerdijkhaven wordt een volwaardig strand aangelegd, dit strand heeft een lokale functie en is bedoeld voor Lelystedelingen. Er komt een parkeervoorziening in de buurt van het strand, deze is anders dan de parkeervoorziening voor woningen.
3.2.3
Overige ontwikkelingen
Waterveiligheid In het gebied ligt een primaire kering die volgens het Hoogwaterbeschermingsprogramma versterkt moet worden. Dit zal in de toekomst gebeuren door het Waterschap Zuiderzeeland als autonome ontwikkeling, de versterking maakt daarmee geen onderdeel uit van het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’. Natuurontwikkeling Het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’ wordt binnendijks ingepast. Vanwege de beschikbare ruimte is er in dit alternatief geen sprake van natuurontwikkeling. Landaanwinning en zandwinning Het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’ wordt binnendijks gerealiseerd. Er is geen sprake van een landaanwinning en zandwinning. Ontsluitingsroutes In de huidige situatie wordt het gebied ontsloten door de Houtribweg (N307) en de Oostvaardersdijk. Om 3.000 woningen binnendijks te kunnen realiseren zal de Houtribweg verlegd moeten worden (landinwaarts) en opnieuw aangesloten worden op de Visarenddreef. Op die manier ontstaat er meer ruimte voor de woningbouwontwikkeling. De bestaande Houtribweg zal afgewaardeerd worden en onderdeel worden van Meerdijkhaven. Er komen twee aansluitingen van het gebied op de nieuwe Houtribweg. Onderstaande figuur laat de globale ligging van de nieuwe Houtribweg zien.
Figuur 14: Impressie van de globale ligging van de nieuwe Houtribweg in het 'volwaardig binnendijkse alternatief' [Bron: Arcadis (2025) met bewerking door Haskoning]
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
21
3.2.4
Hoofdlijnen van de realisatie
De manier waarop Waterfront zou worden aangelegd in dit alternatief en de fasering van de werkzaamheden zijn niet precies bekend. Om in het MER toch een goede beoordeling van de milieueffecten van de aanlegwerkzaamheden te kunnen maken, is in deze paragraaf een mogelijke aanpak voor de realisatie van het volwaardig binnendijkse alternatief beschreven. De ontwikkeling is qua bouwtempo en fasering vergelijkbaar met de ontwikkeling van het V-VKA, zoals eerder beschreven in het MER uit 2023, maar exclusief de landaanwinning en is gebaseerd op ervaring van onder andere woningbouwprojecten en redelijke aannames van de gemeente. Ze is geen blauwdruk voor de daadwerkelijke uitvoering. De marktpartijen zullen te zijner tijd hun eigen uitvoeringsstrategie bepalen. Allereerst moet de Houtribweg verlegd worden om ruimte te creëren voor de woningbouw. Hiermee zal in het eerste jaar gestart worden, mogelijk lopen de werkzaamheden door in het tweede jaar. Tegelijkertijd kan gestart worden met het bouwrijp maken van de gronden op het huidige braakliggende terrein. Afhankelijk van de snelheid kan er in jaar 1 of vanaf jaar 2 gestart worden met het bouwen van woningen, waarbij uitgegaan wordt van 10% woningbouw per jaar. Omgerekend gaat het om 300 woningen per jaar.
Dit is een worst-case inschatting qua milieueffecten, in realiteit gaat het waarschijnlijk langer duren en zal 5% woningbouw per jaar realistischer zijn. De realisatie van Bataviakwartier staat in principe los van de ontwikkeling van Meerdijkhaven, maar het uitgangspunt voor het MER is dat de ontwikkelingen in Bataviakwartier gelijktijdig starten met de realisatie van Meerdijkhaven. De ontwikkeling van het Bataviakwartier duurt naar verwachting tenminste 5 jaar. De totale ontwikkeling van het Waterfront gaat naar verwachting tenminste 15 tot 20 jaar duren. Voor de effectbepaling van het eindbeeld van het plan wordt uitgegaan van het jaar 2040.
3.3
De milieueffecten van het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’
De volgende paragrafen beschrijven de milieueffecten van het ‘volwaardig binnendijkse alternatief’ tijdens de realisatiefase (paragraaf 3.3.1) en in de eindsituatie (paragraaf 3.3.2). Eerst is een overzichtstabel gegeven die inzichtelijk maakt op welke thema’s er effecten zijn. Deze thema’s en effecten zijn onder de tabel uitgebreider toegelicht.
3.3.1
Effecten tijdens de realisatiefase
Tabel 1: Effecten van het 'volwaardig binnendijkse alternatief' tijdens de realisatiefase
Beoordeling ‘Volwaardig binnendijkse alternatief’
Mitigerende maatregelen
Land- en waterbodemkwaliteit
0
Niet van toepassing
Grondverzet
0/-
Niet van toepassing
Grondwaterkwaliteit
0
Niet van toepassing
Chemische oppervlaktekwaliteit
0
Niet van toepassing
Ecologische oppervlaktewaterkwaliteit
0
Niet van toepassing
Grondwaterhuishouding
0
Niet van toepassing
Hydrodynamica
0
Niet van toepassing
Thema
Criterium
Bodem
Waterkwaliteit (KRW)
Waterkwantiteit
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
22
Thema
Waterveiligheid en morfologie
Nautische veiligheid
Natuur
Landschap, cultuurhistorie en archeologie 13
Gezondheid
Duurzaamheid
Hinder van de gebouwde omgeving
Criterium
Beoordeling ‘Volwaardig binnendijkse alternatief’
Mitigerende maatregelen
Morfologie
0
Niet van toepassing
Slibinvang
Niet van toepassing
Niet van toepassing
Hoogwaterveiligheid
-
Niet van toepassing
Ruimte voor de vaarweg
0
Niet van toepassing
Vaarverkeersituatie
0/-
Niet van toepassing
Interactie met het Waterfront
0/-
Niet van toepassing
Natura 2000
-
0
Natuurnetwerk Nederland
-
0
Beschermde soorten
-
0/+
Biodiversiteit
-
0
Archeologie
-
-
Gezondheidsbescherming (geluid)
-
Niet van toepassing
Gezondheidsbevordering (leefomgeving en voorzieningen)
0
Niet van toepassing
Energie
-
Niet van toepassing
Klimaat
-
Niet van toepassing
Circulariteit
-
Niet van toepassing
Lichthinder
-
-
Beschrijving effecten per thema Bodem • Land- en waterbodemkwaliteit: in het plangebied zijn in de landbodem en waterbodem hooguit licht verhoogde gehalten aangetoond. De huidige bodemkwaliteit is geschikt voor de gewenste functies en gebruik en vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. De huidige activiteiten in het plangebied blijven behouden, zodat de geplande ontwikkeling wordt gerealiseerd naast deze activiteiten. De geplande ontwikkeling zelf leidt niet tot een verbetering of verslechtering van de land- en waterbodemkwaliteit in het gebied. Voor het volwaardig binnendijkse alternatief wordt de beoordeling 0 (geen effect) toegekend. • Grondverzet: voor het volwaardig binnendijkse alternatief is er geen sprake van een landaanwinning. Wel wordt een beperkte hoeveelheid zand aangevoerd voor het opspuiten van een strand (niet zijnde landaanwinning). Gezien het geringe volume wordt zand van de markt 13 Deze scores zijn naar aanleiding van het advies van de Commissie opnieuw toegekend en kunnen afwijken van de scores die destijds in het MER opgenomen zijn (zie hoofdstuk 7).
28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
23
gehaald en aangevoerd met schepen. Daarnaast is er sprake van grondverzet voor het bouwrijp maken van de terreinen. Uitgangspunt voor het grondverzet is dat het materiaal binnen de planen of gemeentegrenzen wordt verwerkt en er geen aan- en afvoer plaatsvindt. Vanwege de beperkte aanvoer van zand van de markt wordt de beoordeling 0/- (licht negatief effect) toegekend. Waterkwaliteit (KRW) • Grondwaterkwaliteit: er is in het volwaardig binnendijkse alternatief geen sprake van grootschalige activiteiten die de grondwaterhuishouding beïnvloeden of wezenlijk veranderen (zoals afgraving van de waterbodem bij landaanwinning). Het effect is ingeschat als 0 (geen effect). • Chemische oppervlaktekwaliteit: in het volwaardig binnendijkse alternatief is er geen sprake van baggerwerkzaamheden of andersoortige activiteiten die de chemische oppervlaktewaterkwaliteit beïnvloeden. Het effect op de chemische oppervlaktewaterkwaliteit is ingeschat als 0 (geen effect). • Ecologische oppervlaktewaterkwaliteit: naar verwachting heeft geen van de werkzaamheden voor realisatie van het volwaardig binnendijkse alternatief negatieve effecten op de ecologische waterkwaliteit. Het effect op de ecologische oppervlaktewaterkwaliteit is zowel voor Markermeer als het stedelijk watersysteem van Lelystad ingeschat als 0 (geen effect).
Waterkwantiteit • Grondwaterhuishouding: in het volwaardig binnendijkse alternatief is er geen verandering buiten de huidige waterkering. Alleen op het bestaande land wordt het landgebruik anders door de planuitvoering. Hierbij is aangenomen dat het oppervlaktewaterstreefpeil niet verandert. Uitgangspunt is dat er grondwaterneutraal ontwikkeld wordt en dat er niet extra gedraineerd zal worden. Het is de verwachting dat dit alternatief niet leidt tot verandering van kwel en grondwateroverlast in het bestaande landgebied. De beoordeling is 0 (geen effect). Waterveiligheid en morfologie • Hydrodynamica: er vinden geen werkzaamheden in het Markermeer plaats in het volwaardig binnendijkse alternatief. De beoordeling is daarmee 0 (geen effect). • Morfologie: bij het volwaardig binnendijkse alternatief is er geen sprake van vertroebeling van het water door werkzaamheden. Het volwaardig binnendijkse alternatief is neutraal beoordeeld (0). • Slibinvang: bij het alternatief zonder landaanwinning is er geen zandwinput die ook niet als slibinvang kan dienen. Slibinvang is hier niet van toepassing. • Hoogwaterveiligheid: de versterking van de primaire kering in het gebied (volgens het hoogwaterbeschermingsprogramma) staat los van de ontwikkeling van het volwaardig binnendijkse alternatief en heeft daarmee geen bijdrage aan de waterveiligheid.
De dijk wordt autonoom versterkt (naar verwachting vanaf 2030). Dat betekent dat er tijdens de aanleg van het volwaardig binnendijkse alternatief andere werkzaamheden in hetzelfde gebied plaatsvinden (voor de woningbouw in Meerdijkhaven en voor de versterking van de dijk). Bij de gelijktijdige uitvoering kan mogelijk cumulatie van effecten optreden. De werkzaamheden kunnen elkaar ook in de weg zitten. Het volwaardig binnendijkse alternatief is daarom - (negatief effect) beoordeeld. Nautische veiligheid • Ruimte voor de vaarweg: in het volwaardig binnendijkse alternatief wordt geen persleiding toegepast omdat er geen sprake is van landaanwinning en wordt de ruimte voor de vaarweg niet beperkt. Het volwaardig binnendijkse alternatief is neutraal beoordeeld (0). • Vaarverkeerssituatie: in het volwaardig binnendijkse alternatief zal het vervoer over het water en dus het aantal scheepsbewegingen door werkschepen beperkt zijn tot mogelijk enige aanvoer van 28 april 2026
AANVULLING MER WATERFRONT STEDELIJKE KUST LELYSTAD
BJ1923-MI-RP-260106-1338
24
•
bouwmaterialen en zand voor de ontwikkeling van een strand. Dit zal beperkte hinder opleveren voor het vaarverkeer Het volwaardig binnendijkse alternatief is licht negatief beoordeeld (0/-). Interactie met het Waterfront: in het volwaardig binnendijkse alternatief zal het vervoer over het water en dus het aantal scheepsbewegingen door werkschepen beperkt zijn tot mogelijk enige aanvoer van bouwmaterialen en zand voor de ontwikkeling van een strand. Dit zal een beperkt effect hebben op de vaarverkeersituatie. Het volwaardig binnendijkse alternatief is licht negatief beoordeeld (0/-).
Natuur • Natura 2000: de werkzaamheden veroorzaken vergelijkbare, lokaal soms grotere verstoring voor vogels en meervleermuizen dan bij het alternatief zonder landaanwinning. Door verstoring in de realisatiefase zijn de effecten negatief (-) maar wel te mitigeren (0). • Natuurnetwerk Nederland: doordat er geen landaanwinning plaatsvindt, zijn negatieve gevolgen voor het provinciale NNN uitgesloten. Voor het Rijks-NNN-gebied Markermeer blijft de impact vergelijkbaar met de beoordelingen van de andere alternatieven: tijdens de realisatie treden negatieve effecten op door verstoring van vogels en de meervleermuis. Het volwaardig binnendijkse alternatief is beoordeeld als - (negatief effect), maar wel te mitigeren (0). • Beschermde soorten: de ecologische effecten lijken sterk op die van het alternatief zonder landaanwinning, maar door het nieuwe strand ontstaat wel tijdelijk geschikt leefgebied voor rugstreeppad en teunisbloempijlstaart. Voor vleermuizen, grondgebonden zoogdieren, jaarrond beschermde vogelsoorten en ongewervelden treedt aantasting van functioneel leefgebied op door verstoring of vernietiging van vaste verblijfplaatsen en foerageer- of voortplantingsgebieden. Het nieuwe zandige gebied kan lokaal een tijdelijke verbetering bieden, afhankelijk van beheer en beperkte toegang.
Het volwaardig binnendijkse alternatief is beoordeeld als - (negatief effect), maar wel te mitigeren (0/+). • Biodiversiteit: de biodiversiteitseffecten zijn vergelijkbaar met die van het alternatief zonder landaanwinning: tijdens de uitvoering ondervinden soorten verstoring door geluid, licht en menselijke aanwezigheid, en gaat leefgebied verloren, vooral op plekken met bestaand groen zoals bij Meerdijkhaven en Saerdam. Hoewel sommige pionierssoorten tijdelijk profiteren, overheersen verstoring en verlies van leefgebied tijdens de realisatiefase. Het volwaardig binnendijkse alternatief is beoordeeld als - (negatief effect), maar wel te mitigeren (0). Landschap, cultuurhistorie en archeologie • Archeologie: bij dit alternatief zal de ondergrond afgegraven worden voor het onderkelderen van woonbebouwing. Parkeren zal waarschijnlijk in garages plaatsvinden gezien de voorziene woondichtheid. Dat kan leiden tot verstoring of vernietiging van archeologische resten. De invloed op de kwaliteiten van archeologische (verwachtings)waarden binnen het plangebied wordt als negatief (-) beoordeeld. Gezondheid • Gezondheidsbescherming (geluid): toename van het aantal verkeersbewegingen is mogelijk door bouwverkeer, wat een toename kan geven van geluid en daarmee mogelijk slaapverstoring veroorzaken.