Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 12 Archeologisch vooronderzoek
Tekst van het document
27
Zie ook De Roever 2004.
28
https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=IJsselmeer#, periode 2. De grens voor de verdrinking van het veen ca. 5500 v. Chr is gelegen ten zuiden en grenzend aan het plangebied. 29
De steekproef bestond uit de volgende boringen: 'B20D2326', 'B20D2279', 'B20D0956', 'B20D1025', 'B20D1054', 'B20D2400', 'B20D1059', 'B20D0994', 'B20D2458', 'B20D1084', 'B20D0960', 'B20D1004', 'B20D1252', 'B20D2308', 'B20D1046', 'B20D1018', 'B20D0068', 'B20D1041', 'B20D2301', 'B20D2146', 'B20D0957', 'B20D2321', 'B20D2281', 'B20D0953', 'B20D0989', 'B20D0967', 'B20D2131', 'B20D2311', 'B20D1235', 'B20D0988', 'B20D1272', 'B20D1152', 'B20D2098', 'B20D2114', 'B20D2059', 'B20D1039', 'B20D0350', 'B20D2269', 'B20D1064', 'B20D2359', 'B20D1106', 'B20D0185', 'B20D2272', 'B20D2313', 'B20D2330', 'B20D1042', 'B20D1001', 'B20D1276', 'B20D1402', 'B20D1067', 'B20D1036', 'B20D2116', 'B20D2464', 'B20D1259', 'B20D1074', 'B20D2094', 'B20D2295', 'B20D2302', 'B20D1049', 'B20D0192', 'B20D1068', 'B20D2289', 'B20D1023', 'B20D0447', 'B20D1255', 'B20D1101', 'B20D1007', 'B20D2267', 'B20D1017', 'B20D0955', 'B20D1091', 'B20D1013', 'B20D0067', 'B20D1095', 'B20D2294', 'B20D1016', 'B20D2300', 'B20D2128', 'B20D0954', 'B20D1232', 'B20D1022', 'B20D1053', 'B20D1098', 'B20D1061', 'B20D2108', 'B20D1343', 'B20D1050', 'B20D1058', 'B20D2147', 'B20D1395', 'B20D2056', 'B20D1185', 'B20D2355', 'B20D2325', 'B20D0141', 'B20D1083', 'B20D2320', 'B20D2145', 'B20D2467', 'B20D1213', 'B20D1035', 'B20D1206', 'B20D2397', 'B20D1006', 'B20D0147', 'B20D2069', 'B20D1075', 'B20D1108', 'B20D1078', 'B20D1014', 'B20D1102', 'B20D1284',
'B20D2465', 'B20D1019', 'B20D2139', 'B20D0183', 'B20D2457', 'B20D2329', 'B20D2270', 'B20D1076', 'B20D1139', 'B20D0961', 'B20D1082', 'B20D2137', 'B20D2304', 'B20D2455', 'B20D1028', 'B20D1009', 'B20D0992', 'B20D1029', 'B20D1244', 'B20D1040', 'B20D2050', 'B20D0993', 'B20D1151', 'B20D1048', 'B20D1055', 'B20D1140', 'B20D1237', 'B20D0186', 'B20D1088', 'B20D1003', 'B20D1060', 'B20D1212', 'B20D0144', 'B20D1094', 'B20D2132', 'B20D0958', 'B20D2285', 'B20D2463', 'B20D0181', 'B20D2048', 'B20D2319', 'B20D1590', 'B20D2322', 'B20D1210', 'B20D1345', 'B20D1069', 'B20D1073', 'B20D0503', 'B20D1063', 'B20D1099', 'B20D0182', 'B20D0962', 'B20D1056', 'B20D2071', 'B20D0145', 'B20D1796', 'B20D1147', 'B20D2124', 'B20D1079', 'B20D1215', 'B20D2403', 'B20D1037', 'B20D2275', 'B20D1093', 'B20D1066', 'B20D1071', 'B20D2396', 'B20D1030', 'B20D0991', 'B20D2394', 'B20D2310', 'B20D1142', 'B20D1884', 'B20D0999', 'B20D2327', 'B20D1086', 'B20D1280', 'B20D1156', 'B20D2291', 'B20D2130', 'B20D1301', 'B20D1051', 'B20D1070', 'B20D0180', 'B20D1104', 'B20D2125', 'B20D1328', 'B20D1057', 'B20D2323', 'B20D2067', 'B20D1224', 'B20D2293', 'B20D1090', 'B20D1045', 'B20D1269', 'B20D2077', 'B20D1033', 'B20D0142', 'B20D2460', 'B20D1789', 'B20D2317', 'B20D0143', 'B20D1218', 'B20D0998', 'B20D0184', 'B20D1258', 'B20D2284', 'B20D1136', 'B20D2266', 'B20D1012', 'B20D2135'. Zie www.dinoloket.nl
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
26
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
van deze 223 boringen komt tenminste een ondiepe en een dieper gelegen veenlaag voor. De variatie in diepteligging van de top van het hoogste veenvoorkomen is zeer groot: in boring B20D0955 bevindt de top van de bovenste veenlaag zich op 17,63 m beneden NAP, terwijl ze in boring B20D2467 op 4,80 m beneden NAP aanwezig is. Overigens is in bijna 10 procent van de boringen waarin meerdere veenlagen zijn aangetroffen echter geen NAP waarde van de top van de kolom bekend. Waar deze waarde wel bekend is, zou op basis van de diepteligging en de ontwikkeling van de zeespiegel/grondwaterspiegel, maar zonder inachtname van latere beïnvloeding door inklinking, gezegd kunnen worden dat het nog voorkomende veen binnen het plangebied voor het eind van het Neolithicum reeds verdronken was. Geomorfologisch en bodemkundig gezien is er niets of nauwelijks iets binnen de grenzen van het plangebied gekarteerd (zie kaarten ‘Natuurlijk landschap – geomorfologie’ en ‘Natuurlijk landschap – bodem’). Daar deze (mogelijke) informatie alleen zou bijdragen aan het inzicht van het maaiveld en de eerste 1,20 m van de bodem daaronder, verandert de aan- of afwezigheid ervan in dit geval niets aan het inzicht in de archeologische potentie van de natuurlijke ondergrond in het plangebied.
Afbeelding 10 Plangebied aangeduid met de verspreiding van het veen (bruine en oranje lijnen met jaartal) en de aanduiding van verdronken land (blauw gestippelde lijn). Bron: Archeologische kaart IJsselmeer.
Op de AHN (Afbeelding 11) is te zien dat het plangebied ter plaatse van de landbodem een vrij vlak verloop heeft en gelegen is op ca. 1 m NAP. Het gebied ten zuiden – westen van de Houtribweg is echter lager gelegen, namelijk op 3 - 4 m -NAP. Uit een overleg met de gemeente blijkt dat het gebied aan de zijde van het IJsselmeer is opgehoogd bij de aanleg van de dijken alhier. 30 De eerste ca. 4 m bestaat in dit gebied uit zand uit het IJsselmeer, waaronder de overige afzettingen kunnen voorkomen.
30
Telefonisch overleg met mevr. Rozema d.d. 10 november 2023.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
27
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Afbeelding 11 Plangebied aangeduid op de AHN 3 DTM 0,5 m. Bron: PDOK.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
28
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
3.2
Historisch landschap (LS03, LS04)
Bewoningsgeschiedenis (LS04) De bewoningsgeschiedenis van Flevoland gaat terug tot in de laatste fase van het Paleolithicum (ca. 12.000-9.600 voor Chr.). Het betreft dan menselijke activiteit op het dekzand in het gebied van het dalsysteem van de Eem, Vecht en IJssel (Laagpakket van Wierden). 31 In Flevoland zijn echter tot op heden alleen in de Noordoostpolder daadwerkelijk archeologische sporen van menselijke activiteit uit deze periode aangetroffen (op kavels M131 en M132 10 en op Schokland). Sterkere aanwijzingen voor menselijke bewoning in Flevoland dateren uit het Mesolithicum (9.600-4.900 v. Chr.).32 Door het veranderende klimaat en de hieruit voortvloeiende diversiteit in flora en fauna kon de mens leven van de jacht, de visvangst en het verzamelen van vruchten (zoals bramen en wilde appels), noten (hazelnoten en waternoten) en wortels van planten. De jager-verzamelaars-gemeenschappen hadden nog een nomadische bestaanswijze, waarbij het omliggende gebied vanuit verschillende typen kampen geëxploiteerd werd. Een goed voorbeeld van een dergelijk kampement is de vindplaats De Bult aan het Zwaanpad in Almere Hout waar op een dekzandrug op ca. 6,5 meter beneden NAP een jachtkampje met vrijwel uitsluitend micro spitsen/pijlpunten (met een lengte van 0,5 - 1,5 cm) uit omstreeks 7.000 voor Chr.
is aangetroffen.33 Vanaf het Neolithicum (4.900-2.000 voor Chr.) ging men geleidelijk over op landbouw en werd men, in plaats van rond te trekken, sedentair. In Zuidelijk Flevoland zijn, bij archeologisch karterend veldonderzoek langs de Rassenbeektocht in 1996, aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van een groot aantal mesolithische en neolithische nederzettingen. 34 Deze liggen op dekzandruggen langs een voormalige hoofdgeul van de Eem. Een voorbeeld van wat men zich bij een dergelijke vindplaats voor moet stellen is in 1994-1996 opgegraven bij de ‘Hoge Vaart’ in het kader van de aanleg van de A27.35 Hier werden prehistorische nederzettingsresten opgegraven, waaronder drie visweren met fuiken uit de Swifterbantcultuur. De naam Swifterbantcultuur (5.200–3.800 voor Chr.) is genoemd naar de gelijknamige rijke vindplaats in Oostelijk Flevoland. Vindplaatsen zijn bekend uit het Rivierduingebied Swifterbant tussen Lelystad en Swifterbant (onder andere vindplaatsen S2 en S4) en op een rivierduin nabij Urk (kavel E4).36 Naast de rivierduinen en dekzandruggen werden nu ook de oeverwallen langs de kreken in het getijdengebied (Laagpakket van Wormer) voor bewoning gebruikt. Visweren met visfuiken uit de Swifterbantcultuur, maar ook uit het Laat Neolithicum tot en met de Midden Bronstijd, werden aangetroffen ter hoogte van het Bedrijventerrein A6 nabij Emmeloord.
De visweren waren gelegen in een geul in het voormalig stroomgebied van de Vecht. 37 Langzamerhand ontstond een sedentaire levenswijze die gepaard ging met het bouwen van huizen (bijvoorbeeld op kavel P14 bij Schokland)38 en het aanleggen van grafveldjes in de buurt van de nederzetting (bijvoorbeeld S2 bij Swifterbant).39 Als gevolg van de relatieve zeespiegelstijging vernatte het gebied gaandeweg vanaf de IJzertijd. In de Romeinse Tijd ontstond een open merengebied, dat zich steeds verder uitbreidde en na verloop van tijd in verbinding met de Noordzee kwam te staan. In de Vroege Middeleeuwen werd dit het Almere genoemd. Op verschillende plaatsen in de Noordoostpolder, Oostelijk Flevoland (veenrug Schokland-Elburg) en Zuidelijk Flevoland (polder en dorp Arkemheen) zijn verspoelde middeleeuwse bewoningssporen bewaard gebleven.40 De eilanden Urk en Schokland kenden oorspronkelijk een veel
31
Zie voor landschapsreconstructies bijvoorbeeld Gotjé 1997; Makaske et al. 2003; Peeters 2007.
32
Zie Hogestijn/Peeters 2001; Hamburg/Müller/Quadflieg (red.) 2012.
33
Niekus/Smit 2006; Niekus et al. 2012; Van Smeerdijk 2003. Zie ook bijvoorbeeld de vindplaats in het tracé van de N23/N307: Hamburg/Müller/Quadflieg 2012. 34
Van der Heijde/van Eijk 1996.
35
Hogestijn/Peeters 2001.
36
Peters/Peeters (red.) 2001.
37
Bulten/Van der Heijden/Hamburg 2002.
38
Ten Anscher 2012.
39
Raemakers et al. 2005.
40
Popta 2020.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
29
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
grotere omvang dan op het moment van inpoldering en de kustlijn ten zuiden van Lemmer, ten westen van Kuinre-Blankenham en ten westen van Vollenhove (Kraggenburg), lag veel verder terug in de zee. Schokland en Elburg waren verbonden door een veenrug en bij Nijkerk strekte de polder Arkemheen zich een eind westwaarts uit, de zee in. Door aanhoudende stormvloeden in de Middeleeuwen breidde het Almere zich uit tot de Zuiderzee. De zee zorgde voor visserij en de een verbindingsroute voor transport en handel. Wel heeft de zee zijn tol geëist, getuige het grote aantal scheepswrakken dat sinds de droogmaking en inrichting van Flevoland is ontdekt. In totaal gaat het voor Flevoland om 430 bekende scheepswraklocaties. 41 Veel van deze wrakken zijn direct na de inpoldering geruimd Historisch-geografische ontwikkeling (LS03) Op kaarten uit de 17e eeuw van Johannes Janssonius (Afbeelding 12) en uit de 18e eeuw van Gerard Hulst van Keulen (Afbeelding 13) is te zien dat het plangebied In de Zuiderzee gelegen is. Ten noorden van het plangebied is nog een ondiepte gelegen die als toponiem nog terugkomt in Lelystad, namelijk een de Houtrib, een uitsteeksel van het Enkhuyzerzand, op enige afstand van de eilanden Urk en Schokland.
Afbeelding 12 Uitsnede historische kaart Johannes Janssonius (ca. 1650). Het plangebied is globaal in blauw aangegeven. Bron: Walsmit et al. 2009.
41
Van Popta 2018, 6.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
30
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Afbeelding 13 Uitsnede historische kaart Gerard Hulst van Keulen (ca. 1780). Het plangebied is globaal in blauw aangegeven. Bron: Walsmit et al. 2009.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
31
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Uit de archeologische kaart van het IJsselmeer blijkt dat de vaarroute ten behoeve van de binnenvaart en de Gouden eeuw ten westen langs het plangebied gelegen zijn. Vermoedelijk kunnen meer scheepswrakken binnen de vaarroute verwacht worden dan daarbuiten (Afbeelding 14).
Afbeelding 14 Plangebied aangeduid met de vaarroutes van de Archeologische kaart van het IJsselmeer. Licht Oranje is de binnenvaart en het donkere oranje duid de grote vaart van de Gouden Eeuw aan. Bron: Archeologische kaart van het IJsselmeer, periode 5.
De historische ontwikkeling binnen het plangebied valt vooral samen met de inpoldering na de Tweede Wereldoorlog. De eerste plannen voor het afsluiten van de Zuiderzee van de Noordzee dateren – voor zover bekend – uit de 17e eeuw. In 1667 deed Hendrick Stevin een voorstel voor het aanleggen van een dijk vanaf de kop van Noord-Holland, langs de Waddeneilanden naar de Friese zeedijken om zo de invloed van de Noordzee in te perken. Ook wilde hij de duinen bij Beverwijk doorsteken om Amsterdam een nieuwe verbinding met de Noordzee te geven. Na de succesvolle introductie van de stoomgemalen bij de droogmaking van de Haarlemmermeer werden nieuwe plannen gemaakt voor de Zuiderzee. Met het doel orde te scheppen in de vele plannen, werd in 1886 de Zuiderzeevereniging opgericht. In 1891 kwam Lely in opdracht van de Zuiderzeevereniging met een plan dat zich beperkte tot de afsluiting van de Zuiderzee, maar dat ook een basis legde voor de realisatie van vier polders daarin. Toen Lely datzelfde jaar minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid werd, stelde hij in 1892 een Staatscommissie in die zijn voorstellen nader zou onderzoeken. Deze commissie bracht in 1894 haar eindrapport uit. Vanwege het aftreden van het kabinet in dat jaar kwam het niet tot een wetsontwerp. Het zou nog tot 1916 duren voor er een voorlopig wetsontwerp tot stand kwam.
Hierin werd onder andere de instelling van de Zuiderzeeraad (1918) en de Dienst Zuiderzeewerken (1919) vastgelegd. In de daarop volgende jaren werd de Afsluitdijk aangelegd. Het laatste gat, het westelijke sluitgat van de Vlieter, werd op 28 mei 1932 gesloten. De Noordoostpolder was de eerste van de vier geplande IJsselmeerpolders. De eilanden Schokland en Urk kwamen binnen de polder te liggen. Na enkele planwijzigingen werd in 1937 begonnen
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
32
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
met de aanleg van de dijken waaraan tot eind 1940 werd gewerkt. In 1941 begon – onder Duitse bezetting - de ontginning en legde men de eerste wegen aan. Op 9 september 1942 viel de polder droog. Het duurde nog vijf jaar voordat de bodem van de polder werkelijk droog en geschikt was voor landbouw. Hiertoe werd op grote schaal grondverbetering toegepast waarbij gebaggerde klei uit de kanalen, tochten, vaarten en sloten werd opgebracht in gebieden waar veel zand aan de oppervlakte lag. Ook werd grondverbetering door diepploegen (tot 2 meter beneden maaiveld) toegepast. In het voorjaar van 1939 moest de een beslissing worden genomen over de voortzetting van de Zuiderzeewerken. Hiertoe werd een inpolderingsplan opgesteld met als alternatieven het maken van één grote polder of de splitsing in een zuidwestelijke polder (de latere Markerwaard) en een zuidoostelijke polder (het latere Flevoland). Gekozen werd voor de zuidwestelijke polder, die minder groot was dan de zuidoostelijke polder.
Afbeelding 15 Aanleg van de Knardijk 1955 (fotograaf: Freek Aal). Bron: Nederlands Fotomuseum, Collectie: De Waarheid. In de schaduw van de wederopbouw (FHA-776-1 en FHA-777-5) via http://www.geheugenvannederland.nl/.
Afbeelding 16 Foto’s uit het Historisch archief 1900-1960 van Rijkswaterstaat, van het diepploegen in de Noordoostpolder. Bron: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Afdeling Multimedia Rijkswaterstaat.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
33
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Afbeelding 17 Foto’s uit het Historisch archief 1900-1960 van Rijkswaterstaat, met links grondverbetering en rechts een greppelploeg in de Noordoostpolder. Bron: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Afdeling Multimedia Rijkswaterstaat.
Begin 1941 kwam het plan gereed en al in het voorjaar werd met de bedijking gestart. Vanuit de noordwestpunt van het eiland Marken werd begonnen met een dijk richting Volendam. Tijdens de bezetting vorderden de werken maar moeizaam, tot zij in 1943 geheel stilvielen. Na de Tweede Wereldoorlog werd het werk aan de Markerwaard afgebroken. 42 In 1949 werd besloten de droogleggingswerken te hervatten door met de zogeheten Oosterpolder (Oost Flevoland) te beginnen. Uit de Marshallhulp kwam in 1950 een bedrag beschikbaar voor de inpoldering. Om economische redenen werd besloten de inpoldering in twee etappes uit te voeren, eerst Oostelijk Flevoland, daarna Zuidelijk Flevoland. De dijkaanleg ging van start op 2 juni 1952. Door de watersnoodramp van 1953 lag het werk noodgedwongen bijna een jaar stil, omdat het zware materieel bij het Zeeuwse dijkherstel moest worden ingezet. In het voorjaar 1954 kon het werk worden hervat, waarna de dijk op 13 september 1956 gesloten werd.43 Op 29 juni 1957 viel Oostelijk Flevoland droog en begon het cultuurrijp maken. Allereerst werd de polder vanuit een helikopter met rietzaad ingezaaid omdat riet veel water aan de ondergrond onttrekt en het onkruid verstikt. Vervolgens kwam vanuit het noordoosten de ontginning op gang. De nieuwe polder zou vooral ook de bevolking van de inmiddels overvolle Randstad moeten gaan opvangen.
In de nieuw aan te leggen polder kreeg dan ook uiteindelijk 25 procent van de grond geen landbouwbestemming meer.44 Het werk aan Zuidelijk Flevoland begon aan de oorspronkelijk als oostelijke dijk van de Markerwaard gedachte dijk van Lelystad richting Pampus. In 1959 kwam deze Oostvaardersdiepdijk gereed, waarna het nog enige jaren zou duren alvorens de resterende dijken langs de randmeren gesloten werden. Dit gebeurde op 25 oktober 1967, waarna de polder op 29 mei 1968 droogviel. Na verdere aftrek van gronden voor stadsontwikkeling en andere bestemmingen (zoals de Oostvaardersplassen) bleef ten slotte minder dan de helft van de polder over voor de landbouw. 45 Lelystad is gebouwd volgens een van te voren vastgesteld plan. In eerste instantie zijn de plannen gemaakt door C. van Eesteren, maar deze kregen elle kritiek die geen weerslag vonden in de verdere ontwikkelingen van zijn plannen. Vanaf 1967 neemt de RIJP het over. De eerste groei fase betreft het wijkcentrum dat kon uitgroeien tot een stadscentrum. Belangrijk concept in deze plannen is de bereikbaarheid van het stadcentrum voor het autoverkeer. Daarbij behoorde ook het scheiden van de verkeersstromen, waarvan voetgangers- en fietsbruggen een belangrijk onderdeel van waren. Een voorbeeld hiervan is de Sluisbrug binnen het plangebied.46
42
Stenvert/Kolman 2006, 36.
43
Stenvert/Kolman 36-37.
44
Stenvert/Kolman 2006, 37.
45
Stenvert/Kolman 2006, 39-41.
46
INTI 2022.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
34
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
De eerste topografische kaart waarop de Oostvaardersdijk te zien is, dateert van 1962 (Afbeelding 18). De dijk is aanwezig. De Houtribsluizen aan de noordzijde zijn nog in aanleg. Het Wortmangemaal in het zuiden is wel reeds aanwezig. De landszijde van het plangebied is nog volledig leeg. Ter plaatse van het Markermeer, zijn wel de dijken reeds aanwezig. Bewoning in Lelystad beperkt zich in de eerste jaren rondom het Wortmangemaal en vanaf 1973 ook ten oosten van de Zuigerplasdreef ca. 2,3 km ten oosten van het plangebied. Vanaf dat moment breidt de bewoning zich steeds verder uit. In 1988 (Afbeelding 19) is het gehele gebied tussen het plangebied en de Zuigerplasdreef bebouwd. Binnen het plangebied beperkt de bebouwing zich nog tot het informatiecentrum Nieuw Land en de straalzender in het noordelijke deel van het plangebied. De Houtribhoogte staat hier aangeduid. Het toponiem dat verwijst naar de verhoging in de Zuiderzee op de historische kaarten. Of dit slechts een verwijzing is of mogelijk een restant van deze hoogte aanduid is niet bekend. Vanaf 1994 (Afbeelding 20) wordt de Bataviakwartier rondom het informatiecentrum Nieuwland verder in gebruik genomen. In 2010 (Afbeelding 21) is dan ook de Bataviahaven aangelegd.
Afbeelding 18 Uitsnede topografische kaart 1962. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
35
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Afbeelding 19 Uitsnede topografische kaart 1988. Bron: Topotijdreis.
Afbeelding 20 Uitsnede topografische kaart 1994. Bron: Topotijdreis.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
36
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Afbeelding 21 Uitsnede topografische kaart 2010. Bron: Topotijdreis.
Historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03) Het plangebied bestaat uit een dijklichaam, aangelegd in de jaren 50 van de vorige eeuw met aan de westzijde water met dammen en aan de oostzijde iets later drooggelegd land. De Oostvaardersdijk gelegen in het plangebied is vermoedelijk op dezelfde wijze vervaardigd als de IJsselmeerdijk. Op basis van de aanleg van de IJsselmeerdijk, kan gesteld worden dat de slappe lagen zijn weggebaggerd tot op en in het pleistoceen en vervangen door een zandcunet. In een bureauonderzoek dat is uitgevoerd ten behoeve van ontwikkelingen ij de IJsselmeerdijk zijn dwarsprofielen geanalyseerd, waaruit blijkt dat het zandcunet tot een diepte van 8 tot 10,75 m -NAP is aangelegd47, dat wil zeggen de diepte van het pleistocene zand. Er kan dus worden gesteld dat onder de dijk geen archeologie meer valt te verwachten. Uit de omgevingsrapportage van de provincie Flevoland blijken binnen het plangebied 32 onderzoeken te zijn uitgevoerd.48 Op slechts twee locaties in het zuiden van het plangebied zijn saneringen uitgevoerd, namelijk aan de Vaartweg 31 en aan de Oostvaardersdijk 32. Voor beiden locaties geldt dat de vervuiling verwijderd is en er een schone leeflaag is aangebracht. 49 Het is niet bekend op welke diepte de vervuiling zich bevond en in welke mate het plangebied dus verstoord is geraakt.
Uit BIS-Nederland blijken verder geen grote ontgravingen of leidingen te zijn geregistreerd binnen het plangebied.50
47
Weerheijm et al 2021.
48
https://flevoland.omgevingsrapportage.nl/.
49
Locatiecode: FL09950024 en FL099500035.
50
https://bodemdata.nl/.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
37
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Vooral binnen het noordelijke deel van het plangebied is bebouwing aanwezig. Uit de topografische kaarten blijkt dit vooral te zijn aangelegd vanaf de jaren ’90 m.u.v. het informatie centrum Nieuwe land en de straalzender. De funderingen van de bebouwing kunnen de ondergrond verstoord hebben. Daarnaast zal de aanleg van de Batavia haven de ondergrond behoorlijk verstoord hebben.
3.3
Cultuurhistorie / Bouwhistorische waarden (LS04)
Voor de inventarisatie van de cultuurhistorische en bouwhistorische waarden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • het rijksmonumentenregister;51 • objecten uit de MIP (Monumenten Inventarisatie Project); • de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Flevoland; 52 • Gemeentelijke monumenten, Beeldbepalende objecten en geïnventariseerde en gewaardeerde objecten van de gemeente Lelystad; • Huidige stand van zaken van het onderzoek ten aanzien van het erfgoedbeleid van de gemeente Lelystad, waaronder elementen in CultGIS (Cultuurhistorisch GIS)53 en informatie uit de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG) 54; • Topotijdreis Rijksmonumenten Lelystad heeft geen beschermd stadsgezicht en geen gebouwde rijksmonumenten. Ook de landelijke MIPinventarisatie, die is uitgevoerd eind jaren ’80 – begin jaren ’90, heeft zich niet gericht op de jonge bouwkunst van Noordelijk en Zuidelijk Flevoland. Er bevinden zich dus geen rijksmonumenten of MIPobjecten in het plangebied. Cultuurhistorische waardenkaart De Cultuurhistorische Waardenkaart van de Provincie Flevoland (Afbeelding 22) geeft een overzicht op hoofdlijnen van de cultuurhistorische kenmerken en waarden in de provincie Flevoland. Hij is opgebouwd uit kaarten die opgenomen zijn in het Omgevingsplan Flevoland 2006-2015.55 De achterliggende data en GIS-bestanden zijn niet (direct) toegankelijk.
Binnen het plangebied is de IJsselmeerdijk aangegeven op de kaart en is te zien dat een heel klein deel van het Aardkundig waardevol gebied / Beschermd gebied Aardkundige Waarden doorloopt in het plangebied. Het betreft het stroomgebied van de oer-IJssel met rivierduinen. In alle drie polders van Flevoland zijn er aardkundig waardevolle gebieden. Binnen deze gebieden zijn negen sterlocaties aangewezen, die uitblinken door hun gaafheid, zeldzaamheid of combinatie met archeologische en landschappelijke waarden. Het gaat om rivierduinen en stroomgeulen bij Swifterbant (doorlopend tot net binnen het plangebied) en in de Noordoostpolder, een unieke laag eemveen bij Kraggenburg, veenkuilen bij Kuinre, een Almere afzetting bij Emmeloord en de keileemhoogtes Urk en Schokland. Verder op de kaart aangegeven en net buiten het plangebied gelegen zijn het landschapskunstwerk Exposure van Antony Gormly (nr. 6), het Gemaal Wortman (nr. 3), de Lage Dwarsvaart en het bijzonder stedenbouwkundig concept Werkeiland Lelystad-Haven (nr. 2).
51
https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/.
52
http://kaart.flevoland.nl/cultuurhistorie/.
53
https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=CultGIS#.
54
https://bagviewer.kadaster.nl/.
55
https://kaart.flevoland.nl/cultuurhistorie
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
38
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Afbeelding 22 Uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Flevoland. Bron: Provincie Flevoland.
Beeldbepalende panden De gemeente heeft een gemeentelijke monumentenlijst. Daarnaast heeft zij een aantal beeldbepalende panden aangewezen en is er vanuit een in 2007 uitgevoerde inventarisatie56 door de Erfgoedcommissie van Lelystad voor een aantal objecten een cultuurhistorische waardering opgesteld. Voor deze twee laatste categorieën is nog geen specifiek beleid opgesteld. Er bevinden zich geen gemeentelijke monumenten binnen het plangebied. Wel bevindt zich één object met een cultuurhistorische waardering binnen het plangebied: de Straalverbindingstoren (zie bijlage 3). Tenslotte bevindt zich één beeldbepalend, ongewaardeerd, pand in het plangebied: de Cantine. Deze zullen hieronder besproken worden. Net buiten het plangebied ligt het gemeentelijk monument het Werkeiland. Het betreft het eerste punt vanuit waar de drooglegging van de Flevopolders is gestart. De paal is voor het zogenoemde Perceel P (het werkeiland) is geslagen op 31 oktober 1949.57 Binnen dit gebied worden twee ensembles onderscheiden: het ensemble ‘Stenen kamp’ en het ‘Waterstaatkundig’ ensemble. De volledige redengevende omschrijving van het Werkeiland is opgenomen in bijlage 2. De net ten noorden van het plangebied gelegen Houtribsluizen zijn opgenomen in de lijst van beeldbepalende gebouwen. Hiervoor wordt door de Erfgoedcommissie een waardering voorbereid.
Het complex bestaat uit twee schutsluizen en een spuisluis en is vanaf 1975 in gebruik. 58
56
Meijel, L. van en P. Opmeer, 2007.
57
Project Werkeiland.
58
https://www.flevolanderfgoed.nl/home/erfgoed/oostelijk-flevoland-2/gemalen-2/houtribsluizen.html.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
39
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Straalverbindingstoren De straalverbindingstoren is gebouwd door de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders in de periode 1975/76. Hij werd gebouwd op de Houtribhoogte, vanwege de hogere ligging, de kruising van water- en landwegen en het ontbreken van bebouwing in het straalpad. De toren ondersteunt vanaf 1979 het telefoon- en telexverkeer tussen het noorden en westen van Nederland. Vanaf 1980 werd het televisieontvangstation op de toren in gebruik genomen. De toren is nog maar beperkt in gebruik. 59
Afbeelding 23 De straalverbindingstoren aan de Oostvaardersdijk. Bron: GoogleStreetView (nov. 2022).
De toren is door de Erfgoedcommissie Lelystad gewaardeerd op selectiecriteria met betrekking tot stedenbouw en bouwkunst (zie bijlage 3).60 Onder deze hoofdselectiecriteria valt een aantal subcriteria (cultuurhistorische waarden, historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden, situationele waarden, gaafheid / herkenbaarheid en zeldzaamheid voor het selectiecriterium Stedenbouw, en cultuurhistorische waarden, architectuurhistorische waarden en ensemblewaarden). De waarden zijn beschreven, maar niet gekwantificeerd of geschaald door middel van een beoordeling van bijvoorbeeld laag-middel-hoog. Ze zijn hieronder overgenomen:61
Selectiecriteria Stedenbouw Cultuurhistorische waarden: De straalverbindingstoren heeft een beperkte cultuurhistorische waarde. De toren was vooral belangrijk op het vlak van de communicatie. Hij was een belangrijke schakel in de radio-, telefoon- en televisieverbindingen tussen de verschillende gebiedsdelen van Nederland: de toren bracht in Nederland oost en west, noord en zuid dichter bij elkaar.
59
Erfgoedcommissie Lelystad, Rapport 2, 2014.
60
Erfgoedcommissie Lelystad, Rapport 2, 2014, p. 8-10.
61
Overgenomen uit Erfgoedcommissie Lelystad, Rapport 2, 2014.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
40
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Historisch-ruimtelijke of stedenbouwkundige waarden: De situering van de straalverbindingstoren is van belang voor de geschiedenis van de ruimtelijke ordening en stedenbouw van Flevoland, omdat de toren in het midden van Flevoland staat. Verder is de toren specifiek voor Lelystad van belang, omdat hij op een kruising van land- en waterwegen staat, namelijk de autoweg van Zwolle naar Enkhuizen en de vaarverbinding tussen Amsterdam en Lemmer. Overigens staat de verbindingstoren precies op de niet uitgevoerde centrale as zoals Van Eesteren die voor ogen stond in zijn plan voor Lelystad. De straalverbindingstoren heeft ook een speciale relatie tot de regionale ontwikkelingsgeschiedenis. Door zijn centrale positie in de provincie Flevoland laat de toren zien dat plannen niet altijd worden uitgevoerd zoals ze zijn bedacht. Door het niet doorgaan van de Markerwaard staat de toren aan de rand en niet in het midden van Lelystad. In deze zin refereert de straalverbindingstoren aan de oorspronkelijke inrichting van de openbare ruimte in en rond Lelystad. Tegenwoordig benadrukt de toren de samenhang tussen land en water, als de grens tussen het wel en het niet ingepolderde deel van de voormalige Zuiderzee.
Situationele waarden: Het gebied van de straalverbindingstoren heeft geen waarde vanwege de bijzondere samenhang van historisch-ruimtelijke, structurele, esthetische en/of functionele kwaliteiten van bebouwde en onbebouwde ruimten in relatie tot hun stedelijke of landschappelijke omgeving. Ook niet vanwege de hoogwaardige kwaliteit van de aanwezige bebouwing (monumenten) en hun groepering in relatie met groenvoorzieningen, wegen, wateren en/of terreingesteldheid. Gaafheid / herkenbaarheid: Met betrekking tot de gaafheid en/of herkenbaarheid heeft het gebied van de straalverbindingstoren geen waarde. Dit geldt ook ten aanzien van de architectonische gaafheid van de (oorspronkelijke) bebouwing en de structurele en/of visuele gaafheid van de stedelijke of landschappelijke omgeving. Zeldzaamheid: De onmiddellijke omgeving van de straalverbindingstoren heeft vanuit historisch-ruimtelijk, stedenbouwkundig, functioneel en/of landschappelijk oogpunt een zeldzaamheidswaarde.
Selectiecriteria Bouwkunst Cultuurhistorische waarden: De straalverbindingstoren als gebouw heeft cultuurhistorische waarde, omdat hij een bijzondere uitdrukking van een maatschappelijke ontwikkeling is. Dankzij deze toren was er sprake van een landelijk dekkend communicatiesysteem. Ook is de toren een bijzondere uitdrukking van een geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling. De straalverbindingstoren is in het middelpunt van Flevoland gesitueerd om heel Flevoland te kunnen bestrijken. De toren is tevens een bijzondere uitdrukking van een technische ontwikkeling, want toen hij in de tweede helft van de jaren zeventig van de vorige eeuw werd gebouwd, was de hoogte van het object zeker uitdagend en de technische uitvoering daarvan geen sinecure. Tenslotte is het object vanwege zijn pionierskarakter van belang, want hierdoor voelden de bewoners van het nieuwe land zich met heel Nederland verbonden. Architectuurhistorische waarden: De straalverbindingstoren heeft geen bijzondere architectuurhistorische waarde. Ensemblewaarden: Door de bijzondere verschijningsvorm van de toren als verticaal object in contrast met de vlakke stad is een extra dimensie toegevoegd aan de ruimtebeleving: hij draagt bij aan het samenhangend geheel van architectuur en stedenbouw.
De straalverbindingstoren staat op een bijzondere plek en is door zijn specifieke verschijningsvorm een belangrijk onderdeel voor de invulling van de openbare ruimte en geeft daaraan sturing.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
41
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
De Cantine Oorspronkelijk stond de Cantine op het werkeiland. Nadat het als kantine dienst heeft gedaan voor de werklieden op het werkeiland is het uitgebaat als restaurant ‘Stake 5’. In 2008 moest dit plaatsmaken en is het gebouw gesloopt. Delen van het gebouw zijn bewaard gebleven. Nadat de uitbaters een nieuwe locatie (Oostvaardersdijk 111) hadden bemachtigd, is het huidige gebouw met de restanten van de oorspronkelijke gebouw opgebouwd. Daarbij is het karakter van de werkkantine zo veel mogelijk in stand gehouden. Dit gebouw is nog ongewaardeerd, maar beschikt reeds over gemeentelijke bescherming als beeldbepalend pand.62 Huidige stand van zaken Erfgoedbeleid: In het kader van de actualisatie van het erfgoedbeleid voor de gemeente Lelystad is in de periode 20222023 door Vestigia een nieuwe inventarisatie gemaakt voor het boven- en ondergrondse erfgoed binnen de gemeente. Hiervoor zijn reeds bestaande (deel)inventarisaties samengebracht 63 en is een beperkt aanvullend bureauonderzoek verricht. Het onderzoek is nog bezig, de voorlopige resultaten zijn in een (concept)rapport opgeleverd.64 Cultuurhistorisch GIS (CultGIS) is een landsdekkend datasysteem met informatie over historischgeografische fenomenen en is ontwikkeld in het Monitoringsprogramma Meetnet Landschap (1992-2006) van het toenmalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, nu Economische Zaken.
De informatie in CultGIS is gerelateerd aan de rapporten die onder de naam Ontgonnen Verleden zijn gepubliceerd. Het eerste rapport bevatte de selectie van historisch-geografische elementen, patronen en gebieden van nationale betekenis.65 De binnen het plangebied gelegen IJsselmeerdijk is opgenomen in CultGIS. Net buiten het plangebied zijn ook het Gemaal Wortman en het Aanvoerkanaal opgenomen. Het International New Town Institute heeft in 2022 een cultuurhistorische verkenning uitgevoerd voor de gemeente Lelystad naar aanleiding van de grote (her)ontwikkelplannen die voor Lelystad worden opgesteld. Naast een inventarisatie, kartering en beschrijving van de wijken I, II, IV en Centrumzone, en de ensembles, bijzondere objecten en hoofdinfrastructuur hierbinnen, is ook een waardering gegeven van de ensembles en bijzondere objecten.66 Het noordelijk deel van het plangebied (ten noorden van de Visarenddreef) valt onder wijk II. Het zuidelijk deel is niet onderzocht. Er bevinden zich geen bijzondere objecten of ensembles in het plangebied. De Houtribweg is opgenomen op de kaart als hoofdinfrastructuur. Het Waterschap Zuiderzeeland heeft in 2015 en 2016 een eigen inventarisatie en waardering van het watererfgoed in eigen beheer uitgevoerd. 67 Uit deze inventarisatie ligt alleen de Oostvaardersdijk (waardering 6 / 10) binnen het plangebied.
De voet van een dijk is doorgaans beschermd door stortsteen. Jaarlijks wordt nieuwe stortsteen aangebracht op delen van de stortberm aan de teen ( de onderzijde van het talud) aan de buitenzijde van de dijk. De stortberm verzakt door de inwerking van golven. Om de golven goed te breken wordt de stortberm op hoogte gehouden. De zone van de dijk die wordt belast door golven, de onderzijde van het buitentalud, wordt beschermd door steenzettingen van natuursteen (basalt of graniet) of betonblokken. Naast de steenbekledingen aan de buitenzijde van de dijk is de grasbekleding van de dijk van groot belang voor de sterkte van de dijk. De kern van de dijken rondom Flevoland bestaat uit zand. Dit zand is
62
https://www.nationaalparknieuwland.nl/nl/locatieoverzicht/2912454768/restaurant-de-cantine.
63
Het betreft de studies van CultGIS, het International New Town Institute (2022) en het Waterschap Zuiderzeeland (2016).
64
Van den Hazelkamp, A. en T. Beukelaar – van Gulik, 2023.
65
Baas e.a., 2000.
66
INTI 2022.
67
Kemenade et al. 2015; Reinhold/Houweling 2016.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
42
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
afgedekt met een kleilaag die, in combinatie met de steenbekledingen aan de buitenzijde van de dijk, er voor zorgt dat de dijk onder invloed van wind en water niet uitspoelt en uiteindelijk kan doorbreken. Het gras op de dijk heeft in de kleilaag een wortelstelsel dat als een soort haarnet de kleilaag goed bij elkaar houdt. Een goed doorwortelde grasmat zorgt voor een sterke erosiebestendige dijk. Het zand in de kern van de dijken laat gemakkelijk water uit de meren aan de buitenzijde door. Om de stabiliteit van de dijk te verbeteren en de binnenkant van de dijk en het benedenbeloop (vlakke strook binnendijks naast de dijk) begaanbaar te houden voor schapen en onderhoudsapparatuur ligt in strook tussen de dijk en de kwelsloot een drainagesysteem. Typerend voor de IJsselmeerdijk is dat deze dijk direct grenst aan diep water. De dijk is aan de buitenzijde bekleed met basalt en aan de voet beschermd met zware stortsteen. De IJsselmeerdijk scoort hoog als element van cultuurhistorische waarde, maar begrijpelijkerwijs niet op architectonische waarde. De ensemblewaarde en de zichtbaarheid zijn hoog; maar de dijk scoort laag op zeldzaamheid.68 Het plangebied is onderdeel van de Oostelijke Flevopolder, een structuurdrager die binnen het Panorama Landschap (RCE 2022) voor de regio Flevopolders zijn onderscheiden.
Ook windturbines langs landschappelijke worden als structuurdrager en (spoor-)wegbeplanting worden benoemd. Deze komen echter niet voor in het plangebied. In het gemeentelijk onderzoek voor het erfgoedbeleid zijn alle in het BAG nog bestaande gebouwen van vóór 1965 geïdentificeerd en op de groslijst geplaatst ter nadere verkenning. Er bevinden zich geen gebouwen van vóór 1965 in het plangebied. Net buiten het plangebied op het Werkeiland bevindt zich één object (niet opgenomen binnen de contour van het gemeentelijk monument). Het betreft een kantoorpand uit 1958. Tenslotte is in het gemeentelijk onderzoek voor het erfgoedbeleid ook kunst in de openbare ruimte opgenomen. Er zijn diverse lijsten (één van de gemeente, één van een particulier initiatief), maar de objecten zijn nog niet gekarteerd. Mogelijk bevinden zich één of meerdere objecten binnen het plangebied. Op basis van de in paragraaf 3.2 beschreven ontwikkeling van het historisch landschap en een vergelijking van topografische kaarten in de periode 1962 tot nu kunnen nog een aantal elementen van mogelijk cultuurhistorische waarde binnen het plangebied aan de inventarisatie voor het Waterfront worden toegevoegd: - de langsdam die de scheiding vormt tussen het Oostvaardersdiep en het Markermeer - de strekdammen met havenlichten - Sluisbrug (eind jaren ’80)
68
Kemenade et al., 2015.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
43
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Bron Inventarisatie ten behoeve van de actualisatie van het Erfgoedbeleid Lelystad / Panorama Landschap Inventarisatie ten behoeve van de actualisatie van het Erfgoedbeleid Lelystad / RCE – Leven met Water / Inventarisatie Waterschap Zuiderzeeland Inventarisatie ten behoeve van de actualisatie van het Erfgoedbeleid Lelystad / Inventarisatie Waterschap Zuiderzeeland / Provinciale Waardenkaart Inventarisatie ten behoeve van de actualisatie van het Erfgoedbeleid Lelystad / Lijst beeldbepalende gebouwen, objecten en stadsgezichten (2021) Lijst beeldbepalende gebouwen, objecten en stadsgezichten (2021) Lijst beeldbepalende gebouwen, objecten en stadsgezichten (2021) Lijst beeldbepalende gebouwen, objecten en stadsgezichten (2021) Topotijdreis Topotijdreis
Object / element / structuur Type Oostelijke Flevopolder polder
Waardering ongewaardeerd
Datering 1957
Oostvaardersdijk – ringdijk droogmakerij
dijk
6/10
1965
IJsselmeerdijk
dijk
6/10
1955
Houtribsluizen
Inpoldering
Beeldbepalend pand
1975
De Cantine
Kantine
Beeldbepalend, ongewaardeerd
2012?
De Straalverbindingstore n
straalverbinding storen
Beeldbepalend, gewaardeerd
1976
Sluisbrug
fietsbrug
Beeldbepalend, ongewaardeerd
Eind jaren ’70 / begin jaren ‘80
Langsdam met havenlichten Strekdammen met havenlichten
langsdam
Ongewaardeerd
Eind jaren ‘50
strekdam
ongewaardeerd
Eind jaren ‘50
Tabel 2 Overzicht in het plangebied gelegen cultuurhistorie.
Bron Object / element / structuur Thema Waardering Gemeentelijke Werkeiland Inpoldering Zeer hoog, gemeentelijk monumentenlijst monument Inventarisatie ten Lage Dwarsvaart inpoldering Ongewaardeerd behoeve van de actualisatie van het Erfgoedbeleid Lelystad / Provinciale Waardenkaart Tabel 3 Overzicht in de directe omgeving van het plangebied gelegen cultuurhistorie.
Datering 1956
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
44
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
3.4
Archeologische waarden (LS04)
Voor de archeologische gegevens omtrent het plangebied is het Archeologisch Informatiesysteem (Archis) geraadpleegd, dat alle geregistreerde archeologische monumenten, onderzoeken, en waarnemingen/vondstlocaties bevat (kaart 5). Archeologische monumenten zijn terreinen met een (hoge/zeer hoge) archeologische waarde, die ofwel fysiek (wettelijk en juridisch) beschermd worden, ofwel een planologische bescherming hebben waarbij in het bestemmingsplan voorschriften voor het gebruik zijn opgenomen. Vondstlocaties zijn locaties waar archeologische vondsten zijn gedaan. Deze zijn al dan niet gekoppeld aan een archeologisch onderzoek. Binnen en in een buffer van 500 m het plangebied zijn geen archeologische rijksmonumenten of terreinen van archeologische waarden (AMK-terreinen) geregistreerd. Archis3 ZaakID 3064687100 2860786100
Vondsten / Plaats objnr_vloc sporen Datering Lelystad 1078909 hout/houtskool NTM - NTL
Jaar Verwerving 1955 niet-archeologisch: baggerwerk
Toponiem OF Dijkvak 3
1966 verwervingswijze niet te bepalen
Houtribsluizen Lelystad
1029482 gewei
MESO - IJZ
Tabel 4 Vondstlocaties in het plangebied zelf en in een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: Archis3.
Binnen het plangebied staan twee vondstlocaties geregistreerd in Archis3 (Tabel 4 Vondstlocaties in het plangebied zelf en in een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: Archis3.). De eerste is afkomstig van baggerwerkzaamheden net ten zuiden van het plangebied. De toelichting vermeldt dat het om vondsten gaat uit 1955, opgebaggerd tijdens werkzaamheden aan de bouw van de dijk rond Oostelijk Flevoland, nabij Lelystad. In de toelichting staat dat het gaat om hout van een schip gaat dat op basis van aardewerk en andere niet nader gespecificeerde lading dateert uit de 19e eeuw. De locatie is bij benadering aangeduid.69 Van de tweede vondlocatie is de verwervingswijze niet te bepalen. Het betreft een basisbijl type 1 gemaakt van een gewei aangetroffen ter plaatse van de Markerwaarddijk net ten noorden van het plangebied.70 Binnen een straal van 500 m staan 14 onderzoeken in Archis geregistreerd; 8 bureauonderzoeken, 1 booronderzoek, 2 geofysische onderzoeken, 1 archeologisch onderwateronderzoek en 1 begeleiding (Tabel 5). De meest relevante onderzoeken worden hieronder besproken. Voor het Markermeer en IJmeer is een bureauonderzoek uitgevoerd door de RCE, waarbij het doel is om een kaartenset te creëren die als basis kan dienen voor het opstellen van verwachtingskaarten en beleidskaarten.
Hierbij is onder andere de top van de Wormer, verschillende verstoringen en sonarcontacten in kaart gebracht. Uit deze gegevens blijkt dat binnen het plangebied geen contacten van belang(zoals scheeps- of vliegtuigwrakken) zijn aan te merken. Wel bevindt zich door het plangebied een vaargeul. De diepte van de Vaargeul is vastgesteld op 45 NAP. Op basis van deze studie is de top van het pakket van Wormer gelegen op ca. 650 – 850 cm beneden NAP.71 Echter blijkt uit een studie ter plaatse van de Markerwadden dat het gehanteerde boorgrid te groot is om de nuances in de Wormerafzettingen gedetailleerd in kaart te brengen.72 Het plangebied ligt daarbij precies gelegen in een kennislacune,
69
ZaakID: 3064687100.
70
ZaakID: 2860786100.
71
Houkes et al 2014; ZaakID: 2475663100.
72
Schrijvers / Waugh 2015.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
45
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
waarbij niet duidelijk is in hoeverre het Eem en IJssel systeem werkelijk doorloopt. Er is geen zicht op kleinere kreken waar bewoning / gebruik verwacht kan worden. Ten aanzien van de vaarweg is in 2017 een geofysisch en booronderzoek uitgevoerd. Het gebied VAL1 is gelegen ter plaatse van het zuidelijke deel van het onderhavige plangebied. Uit het onderzoek is gebleken dat de vaargeul een verstoring tot ca. -6 m NAP heeft opgeleverd. Vermoedelijk betreft de 45 m NAP verstoring zoals die hierboven gemeld is een typefout en betreft het 4,5 m NAP, waarbij nadere inspectie ter plaatse van het deelgebied VAL1 een iets diepere verstoring te zien is. Verder zijn vooral onbekende objecten en clusters stenen aangetroffen. Het geofysisch onderzoek adviseerde om nader onderzoek te doen ter plaatse van VAL 1.73 Het booronderzoek is enkel ter plaatse van de andere deelgebieden uitgevoerd en niet VAL1.74 Het is niet bekend waarom ter plaatse van VAL1 uiteindelijk geen onderzoek is uitgevoerd. Dit staat helaas niet vermeld in het rapport. Aanvullend hierop is op de Archeologische kaart van het IJsselmeer de vaargeul in de periode 1 tot en met 4 als verstoord aangeduid.75 Ook uit kaart 6 blijkt dat de waterbodem binnen de vaargeul op 5 tot 6 m -NAP gelegen is. Ten noorden zijn twee bureauonderzoeken geregistreerd ter plaatse van de IJsselmeerdijk.
Beiden betreffen hetzelfde project; het ene rapport betreft een aanvullend maritiem-archeologisch vooronderzoek en het andere het archeologisch bureauonderzoek. Hierbij zijn een aantal zones geformuleerd waar in het geval van ingrepen in de bodem over een groter oppervlak dan 100 m2 en dieper dan 50 cm of ophogingen meer dan 2 m, vervolgonderzoek is geadviseerd. Nabij het onderhavige plangebied is vastgesteld er voornamelijk een verwachting op Paleolithische en Mesolithische resten is en dat deze op een diepte van ca. 10 m –NAP aangetroffen kunnen worden. Ten aanzien van de waterbodem is aansluitend bij het onderhavige plangebied wel vervolgonderzoek geadviseerd, ook bij geplande ophogingen.76 Vanuit deze studie blijkt dat de IJsselmeerdijk is aangelegd door een groot deel uit te graven en dit weer aan te vullen met een zandcunet. Onder de IJsselmeerdijk worden daarom geen archeologische waarden meer verwacht.77 Daar de Oostvaardersdijk tegelijk is aangelegd, kan aangenomen worden dat deze op eenzelfde wijze is aangelegd. Ook onder deze dijk worden daarom geen archeologische waarden meer verwacht. In paragraaf 3.2 is hier ook aan gerefereerd. Het geofysisch onderzoek dat ten zuiden van het plangebied is uitgevoerd heeft geleid tot een archeologische begeleiding ter plaatse van een gebied dat heet VAL10. Dit gebied betreft geen aansluiting aan het onderhavige plangebied.78
73
Brenk / Lil 2017; ZaakID: 4550672100.
74
Lil / Brenk 2018; ZaakID: 4550672100.
75
https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=IJsselmeer#.
76
Weerheijm et al 2022, ZaakID: 5125212100 en Weerheijm et al 2021, ZaakID: 4928140100.
77
Weerheijm et al 2021, 28-29.
78
ZaakID: 2207569100 en 2429622100.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
46
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Archis3 ZaakID 2197493100
Jaar Type onderzoek 2008 archeologisch: bureauonderzoek
Toponiem Zandwinning IJburg - VAL
2207569100
2008 archeologisch: onderwaterarcheologie
Zandwinning IJburg
2392395100 2429622100 2454302100
2012 archeologisch: bureauonderzoek 2014 archeologisch: begeleiding 2014 archeologisch: bureauonderzoek
Houtribdijk Vaarweg Amsterdam-Lemmer Houtribdijk
2475663100
2012 archeologisch: bureauonderzoek
Het Markermeer en IJmeer in beeld
4550672100
2017 archeologisch: geofysisch onderzoek
VAL1,4 en 8 opwaterfase
4550834100
2017 archeologisch: bureauonderzoek
Noordersluis
4581460100
2016 archeologisch: boring
VAL 4 en 8
4676863100
2019 archeologisch: bureauonderzoek
Project Versterking Houtribdijk, Watersportstrand Strekdam Houtribsluizen
4678597100
2016 archeologisch: geofysisch onderzoek
Aanvulling versterking Houtribdijk
4928140100
2020 archeologisch: bureauonderzoek
IJsselmeerdijk
5125212100
2021 archeologisch: bureauonderzoek
Dijkversterking IJsselmeerdijk
Tabel 5 Onderzoeken in het plangebied zelf en in een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: Archis3.
3.5
Maritieme archeologie (LS04)
Scheepswrakken In de bovenste lagen binnen het plangebied, de Zuiderzee-, Flevo- en Almere-afzettingen kunnen scheepswrakken of -wrakresten worden aangetroffen. In Oostelijk Flevoland zijn ongeveer 100 scheepswrakken gevonden (ongeveer 450 in heel Flevoland), op de plek waar ze na het oplopen van averij gezonken zijn en op de zeebodem zijn vastgelopen. Ze zijn veelal gevonden bij het aanleggen van drainage of bij andersoortige ontginningswerkzaamheden aan het begin van de inpoldering. Nog steeds worden bij grondwerkzaamheden scheepswrakken ontdekt. De oudste nog in de bodem te verwachten bekende scheepswrakken dateren uit de 14e eeuw. Hoewel nog niet bekend in de omgeving van het plangebied, kunnen vroegere schepen niet uitgesloten worden. Aan de hand van maritieme databases zoals de Scheepswrakken Database Flevoland (SDF3), MACHU en MaSS en NCN is gebleken dat de bekende scheepswrakken buiten het plangebied vallen. Uit de NCN database komen wel een aantal objecten naar voren, zoals de stenen die onderdeel zijn van een dijkvoet (11207, 11208) of fuiken. Deze zijn echter niet van archeologisch belang.
Op basis van een ruimtelijke analyse van bekende scheepswrakken is berekend dat de gemiddelde dichtheid van scheepswrakken in Flevoland 0,3/km² bedraagt.79 Vermoedelijk zal deze hoger zijn nabij de bekende vaarroutes, maar ook daarbuiten worden nog altijd scheepswrakken aangetroffen. In de praktijk worden scheepswrakken of onderdelen van schepen voornamelijk bij toeval tijdens grondverzet gevonden omdat ze met de gebruikelijke archeologische opsporingstechnieken nog niet van te voren kostenefficiënt in kaart zijn te brengen.80
79
Van Popta 2012, 12/13; schriftelijke mededeling prof. dr. A. van Holk (Nieuw Land/RUG), d.d. 7 oktober 2014; daarbij moet overigens ook worden aangetekend dat voor een relatief klein plangebied als het onderhavige, de kansberekening (gebaseerd op een groot gebied als Flevoland) in realiteit anders kan uitpakken. 80
Muis/van den Brenk 2015.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
47
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
3.6
Tweede Wereldoorlog
Het plangebied ligt op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) niet binnen een aanduiding. Dit houdt in dat binnen het plangebied enkel nog rekening gehouden zou kunnen worden met kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen. 81 Gezien het feit dat Flevoland pas is drooggelegd na de Tweede Wereldoorlog gaat het vooral om crashlocaties en mogelijk vergane schepen. Gedurende de Tweede Wereldoorlog zijn tijdens de luchtoorlog vele vliegtuigen in het IJsselmeer gecrasht. Vele geallieerde bommenwerpers op weg naar, of afkomstig van doelen in Duitsland werden door luchtafweergeschut of (nacht)jagers aangevallen, om uiteindelijk neer te storten in het IJsselmeer. Tijdens de Tweede Wereldoorlog diende het IJsselmeer dikwijls ook als afwerplocatie van overtollige bommenlast of brandstof. Een indicatie van de meest verdachte gebieden in Flevoland is opgenomen in de bodembelastingkaart beschikbaar in de bodematlas van Flevoland. Er is geen aanduiding binnen het plangebied gelegen. Het plangebied is daarmee gelegen in een onverdacht gebied. 82 In het achterliggende adviesdocument wordt voor deze gebieden gemeld dat er geen of onvoldoende aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten. Er behoeven geen maatregelen worden getroffen bij grondroerende werkzaamheden.
Daar het een waarschijnlijkheidsuitspraak en geldt binnen het plangebied nog wel een Protocol Toevalsvondsten (zie bijlage 3 voor het adviesdocument met werkprotocol) 83 In het verliesregister zijn 145 meldingen van gecrashte vliegtuigen in het IJsselmeer geregistreerd. 84 Daarvan heeft het merendeel een grove locatieaanduiding (x aantal kilometers in de richting van y/ nabij x). Uit Traces of war blijken in ieder een aantal crashsites zich tussen Lelystad te bevinden. 85 Uit Erfgoed Flevoland blijkt net ten noorden van het plangebied in de Houtribhaven een Lockheed te zijn neergekomen.86 Daarnaast wordt ook melding gemaakt van een Short Stirling die in het IJsselmeer bij Lelystad terecht gekomen is tijdens de Battle of the Ruhr in 1943. 87 Beide vliegtuigen zijn geborgen in 1965. Overige vliegtuigen zijn niet in de omgeving van het plangebied geregistreerd. Hoewel er geen crashsites bekend zijn binnen het plangebied, kan dit ook niet geheel worden uitgesloten. 3.7
Archeologie en zetting
Voor de archeologische In het kader van het Programma Kennisontwikkeling Archeologie Hanzelijn (PKAH), is ten behoeve van het daarin gedefinieerde thema 2 ‘Mogelijkheden tot in situ conservering van begraven archeologische landschappen’88, onderzoek gedaan naar de invloed van tijdelijke en permanente afdekking of ophoging op maaiveld op de conservering van archeologische vindplaatsen in de ondergrond. Van de zetting die optreedt in met name veen- en kleilagen als gevolg van de aangebrachte ophoging wordt aangenomen dat deze ook de in die bodem aanwezige archeologische resten beïnvloedt, zowel in samendrukking als vervorming. In welke mate dit optreedt en leidt tot informatieverlies van een onder de ophoging aanwezige archeologische vindplaats, is afhankelijk van zowel de aard van de ophoging als de samenstelling van de ondergrond.
81
http://www.ikme.nl/.
82
https://kaart.flevoland.nl/bodematlas/.
83
https://geo.flevoland.nl/Documenten/Onverdachtegebieden.pdf.
84
https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/zz.php.
85
https://www.tracesofwar.nl/sights/map.asp?type=2559&rank=7&sort=views&show=map&countryid=1&provinceid=6.
86
https://www.flevolanderfgoed.nl/home/erfgoed/oostelijk-flevoland-2/vliegtuigwrakken-2/lockheed-p-38j-lightning-42-67307.html.
87
https://www.flevolanderfgoed.nl/home/erfgoed/oostelijk-flevoland-2/vliegtuigwrakken-2/short-stirling-i-bf383.html.
88
Hessing et al. 2012
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
48
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Voor het plangebied zijn zoals hiervoor is vastgesteld met name de niveaus van de top van het Pleistoceen en de Wormer van belang. Uit het PKAH-onderzoek komt naar voren dat “testen die zijn
uitgevoerd op matig fijn, zwak siltig zand, zoals Pleistoceen dekzand, laten zien dat het zand, maar ook kwetsbare resten in dit zand nauwelijks worden gecomprimeerd. Veen[-] en kleilagen daarentegen kunnen wel in grote mate gecomprimeerd worden. In enkele gevallen nam de dikte van het monster met bijna 50% af”.89 “Indien deze waarnemingen vertaald worden naar archeologisch relevante lagen in Flevoland dan zou gesteld kunnen worden dat voor vindplaatsen die in de top van het pleistocene dekzand liggen (bijvoorbeeld mesolithische vindplaatsen), belasting door ophoging nagenoeg geen effect heeft op de[ze] vindplaatsen”.90 Voor archeologische sporen/vullingen/lagen in een venige of kleiige matrix kan het volume tot 50% afnemen.91
“Delen van vindplaatsen die in het veen liggen, bijvoorbeeld afvallagen rondom donken, kunnen aanzienlijk gecomprimeerd worden. Vooralsnog lijkt het dat de vondsten in dergelijke afvallagen niet snel zullen degraderen. Aan de andere kant kan een zeer dunne stratigrafie van verschillende afvallagen samengedrukt worden, zodat individuele lagen niet meer als zodanig herkenbaar zijn.” 92 “Voor vindplaatsen die in een kleilaag liggen, bijvoorbeeld de oeverwallen bij Swifterbant waarop vroegneolithische vindplaatsen zijn aangetroffen, geldt eenzelfde scenario als voor veen (grote compactie en verplaatsing van materiaal)”.93 “Hoewel klei minder samendrukbaar is dan veen, speelt de aanwezigheid van een bijmenging met een zandige dan wel een organische fractie in de vaststelling van de gevoeligheid voor samendrukking een grote rol”.94 De top van de afzettingen van het Laagpakket van Wormer kan binnen het onderzoeksgebied op een diepte van 6 tot 8 meter beneden NAP voorkomen. In het geval van intacte oeverwalafzettingen betekent dit dat aan de voet van de huidige dijk kan corresponderen met een diepte van minder dan ca. 5 meter beneden maaiveld. In dat geval zijn ook de effecten van de voorgenomen ophoging van belang.