Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 12 Archeologisch vooronderzoek
Tekst van het document
Weliswaar is de verwachting dat archeologisch vondstmateriaal in mogelijke vindplaatsen in het onderzoeksgebied intact blijft (“Verkoold organisch materiaal in een archeologische vindplaats zal de druk van een 2,7 m hoog zandlichaam hoogst waarschijnlijk kunnen weerstaan.”95, waarbij genoemd moet worden dat het hier gaat om het meest kwetsbare vondstmateriaal), maar de invloed van de ophoging op de samendrukking en/of vervorming van een mogelijke archeologische laag, en in hoeverre dit acceptabel is ten aanzien van de resterende informatiewaarde van de eventuele afgedekte archeologische vindplaats, is op dit moment nog niet vast te stellen. Hiervoor is vervolgonderzoek naar de samenstelling en de archeologische potentie van de ondergrond, gericht op het voorkomen van oeverwallen in het Laagpakket van Wormer, noodzakelijk. Hierbij wordt aanbevolen om op de betreffende locaties ook een Plaxis onderzoek uit te voeren naar de effecten van zetting. Plaxis onderzoek geeft weliswaar geen uitspraak over het eventuele informatieverlies van archeologische lagen of schade aan archeologische vondsten, maar kan wel enig inzicht bieden in de vervormingen die in de bodem plaatsvinden als gevolg van belasting, op basis waarvan men in ieder geval een inschatting kan maken van de gevolgen.
89
Müller et al. 2014, 222
90
Müller et al. 2014, 222
91
Müller et al. 2014, 222
92
Müller et al. 2014, 222
93
Müller et al. 2014, 223
94
Müller et al. 2014, 223
95
Müller et al. 2014, 112
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
49
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
3.8
Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05)
Paleolithicum – Mesolithicum In principe kunnen binnen het gehele plangebied (met uitzondering van de bodem direct onder het dijklichaam) sporen van bewoning en gebiedsexploitatie voorkomen uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. Indien aanwezig bevinden deze sporen zich in de top van het dekzand op overwegend -10 m NAP. Ter plaatse van het plangebied is het maaiveld op 3-4 m NAP gelegen ter plaatse van de dijken. In overige delen is sprake van een hoogte rond NAP. In het noorden en zuiden zijn nog twee zones aan te wijzen op ca. 3,5 m -NAP. Het geen betekend dat de resten uit het Paleolithicum en Mesolithicum op zijn hoogst ca. 6,5 m onder maaiveld kunnen voorkomen. De archeologische sporen en resten kunnen bestaan uit paalkuilen, haardkuilen, houtskoolconcentraties, (vuur)stenen werktuigen en productieafval. Swifterbantcultuur Op een aantal locaties binnen het plangebied zijn oude getijdenafzettingen afgezet in de vorm van oeverwallen en beddingafzettingen. Op de oeverwallen kunnen zich archeologische waarden bevinden, daterend uit de midden fase van de Swifterbantcultuur (circa 5200-3800 v. Chr.). Het niveau waarop deze sporen te verwachten zijn bevindt zich binnen 6 - 8 m -NAP, d.w.z. ca. 2– 3m beneden maaiveld, met daarbinnen mogelijke opduikingen.
De archeologische sporen en resten kunnen bestaan uit een archeologische bewoningslaag, paalkuilen, haardkuilen, houtskoolconcentraties, (vuur)stenen werktuigen en productieafval en (evt.) aardewerk. Hollandveen Uit recent onderzoek is gebleken dat op intact veenniveau sprake kan zijn van een vindplaatsen. Echter blijkt uit analyse van de boorgegevens dat dit veenniveau (vanaf ca. 4,80 m -NAP) aan het einde van het Neolithicum reeds verdronken is en dat op basis daarvan een lage verwachting geldt voor het voorkomen van resten uit de Metaaltijden, Romeinse tijd en de Middeleeuwen. Enkel scheepswrakken uit deze perioden, maar voornamelijk de Middeleeuwen kunnen nog wel aanwezig zijn binnen het plangebied. Scheeps- en vliegtuigwrakken In de bovenste lagen binnen het plangebied, de Zuiderzee-, Flevo- en Almere-afzettingen kunnen scheepswrakken of -wrakresten worden aangetroffen. Nog steeds worden bij grondwerkzaamheden scheepswrakken ontdekt. De oudste nog in de bodem te verwachten scheepswrakken dateren uit de 14 e eeuw. Hoewel altijd een kans bestaat om scheepswrakken of scheepsonderdelen aan te treffen is de archeologische verwachting hiervan voor wat betreft de planlocatie niet hoger dan elders in Flevoland.
De kans op het aantreffen van scheepsresten binnen de te verstoren delen binnen het plangebied is daarmee aanwezig, maar er zijn geen directe aanwijzingen voor wrakken binnen het plangebied. Tevens bestaat de mogelijkheid dat zich binnen het plangebied vliegtuigwrakken bevinden uit de Tweede Wereldoorlog. Hoewel er geen crashsites bekend zijn binnen het plangebied, kan dit ook niet geheel worden uitgesloten. De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied kan puntsgewijs als volgt worden samengevat: 1. Datering Binnen het plangebied kunnen de volgende archeologische resten worden aangetroffen: Voor het plangebied geldt een middelhoge tot hoge archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de periode Paleolithicum t/ m Neolithicum. Voor het plangebied geldt een lage archeologische verwachting op het aantreffen van resten uit de periode Bronstijd t/m de Vroege Middeleeuwen. Voor het plangebied geldt een generieke archeologische verwachting op het aantreffen van Scheeps- en Vliegtuigwrakken uit de Late Middeleeuwen t/m/ de Nieuwste tijd.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
50
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
2. -
Complextype Semi-permanente nederzetting/jachtkampje (Paleolithicum – Neolithicum) Nederzetting (Neolithicum) Scheepswrakken (Late Middeleeuwen / Nieuwe tijd) Vliegtuigwrakken (Tweede Wereldoorlog)
3. -
Omvang (Jacht)kampjes: tientallen vierkante meters of groter Huisplaats: doorgaans ca. 50-2000 m2. Scheeps- en Vliegtuigwrakken: ca. 100 m2 en kleiner.
4. Diepteligging De relevante archeologische lagen ten aanzien van het Paleolithicum, Mesolithicum en het Neolithicum zullen voornamelijk verwacht worden onder de Almere-, Flevomeer, IJsselmeer en Zuiderzee-afzettingen in de afzettingen van Wormer (vanaf ca. 6 m -NAP) of het Pleistocene dekzandlanschap (ca. 10 m -NAP). De exacte diepteligging van de relevante afzettingen is onbekend. Op basis van de beschikbare informatie worden ze verwacht dieper dan 4,80 m -NAP (ca. 1 m beneden maaiveld). Echter is niet bekend of er sprake is van lokale opduikingen. 5. Gaafheid, conservering De conservering van organisch materiaal is afhankelijk van hoogte van het grondwater en die diepte van de archeologische lagen. Voor het plangebied zijn geen grondwaterstanden bekend op het land, waardoor de conservering onduidelijk is. In de waterbodem zal de conservering vermoedelijk goed zijn. 6. Locatie Archeologische resten kunnen binnen het gehele plangebied voorkomen. 7. -
Uiterlijke kenmerken Semi-permanente nederzetting/jachtkampje: vondstverspreiding (met name vuursteen, en secundair o.a. houtskool of klappersteen), haardkuilen. Nederzetting: paalkuilen, haardkuilen, greppels. Tweede Wereldoorlog: resten van schepen en vliegtuigen, lading.
8. Mogelijke verstoringen Binnen het plangebied heeft de reeds bestaande bebouwing, en de bouw en sloop van de vroegere bebouwing naar verwachting tot verstoringen geleid; het is niet duidelijk tot hoe diep deze verstoringen hebben plaatsgevonden. Deze bebouwing is echter aangelegd op opgespoten land met een dikte van ca. 4 m. De bebouwing zal daarmee een minimale verstoring hebben opgeleverd op de archeologische lagen die hieronder nog aanwezig zijn. De aanleg van de Bataviahaven heeft de archeologische lagen vermoedelijk volledig verstoord. Daarnaast heeft de aanleg van de Oostvaardersdijk ter plaatse de archeologisch relevante lagen verstoord. In de waterbodem is een vaargeul gelegen naar de Houtribsluizen. Deze geul heeft vermoedelijk ook de relevante lagen reeds verstoord. 9. Bedreiging van eventueel aanwezige archeologische waarden De exacte ingrepen zijn nog niet bekend, waardoor nog niet aangegeven kan worden of de archeologische relevante lagen binnen het plangebied behouden kunnen blijven.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
51
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
4
Advies vervolgonderzoek (LS06)
Archeologie Uitgaande van het feit dat de Oostvaardersdijk op eenzelfde manier is aangelegd als de IJsselmeerdijk, heeft de dijk geen archeologische waarde. Uit het bureauonderzoek dat is uitgevoerd aan de IJsselmeerdijk blijkt: “Het dijklichaam van de IJsselmeerdijk stamt uit de jaren 50 van de vorige eeuw. De
dijk is goed gedocumenteerd en vormt zelf geen archeologische waarde. De bodem onder het dijklichaam is bij de aanleg weggebaggerd en vervangen door een zandcunet, en heeft geen archeologische verwachting meer.” 96 Ook binnen de vaargeul en ter plaatse van de Batavia haven worden geen relevante archeologische resten meer verwacht. Naast de Oostvaardersdijk op land- en in de waterbodem kunnen in de ondergrond nog wel archeologische resten verwacht worden. Binnen de strook naast het dijklichaam kan binnen het gehele plangebied sporen van bewoning en gebiedsexploitatie voorkomen uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. Omdat de ingrepen momenteel nog niet bekend zijn kan nog niet bepaald worden of deze resten mogelijk verstoord kunnen worden. De resten kunnen mogelijk verwacht worden op een diepte van ca. 10 m -NAP. Binnen het plangebied geldt een algemene verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de midden fase van de Swifterbantcultuur (circa 5200-3800 v. Chr.). Ook deze resten bevinden zich vermoedelijk relatief diep onder het maaiveld binnen het plangebied. De resten kunnen worden aangetroffen op een diepte van ca. 6 - 8 m -NAP, waarbij mogelijke opduikingen onvoldoende in beeld zijn. Op de afzettingen van Wormer kan nog Hollandveen worden aangetroffen.
Binnen het plangebied geldt geen verwachting op dit niveau, aangezien dit reeds aan het eind van het Neolithicum is verdronken. Uit de boringen blijkt dat dit niveau zich op zijn hoogst vanaf ca. 4,80 m -mv voorkomt. Van invloed op het advies is als laatste nog de afdekkende zandlaag rondom de Oostvaardersdijk tot de Houtribweg van ca. 4 m dikte. Archeologisch relevante lagen zullen pas hieronder voorkomen. Voor deze delen van het plangebied wordt geadviseerd om vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek indien ingrepen gaan plaatsvinden die dieper rijken dan 3 m – NAP (hoogste maaiveld hoogte nabij het plangebied). Geplande werkzaamheden dienen getoetst te worden aan deze NAP waarde om hun impact op mogelijk archeologische resten te kunnen bepalen. Hoewel de verwachting op het voorkomen van op opduikingen van de Wormerafzettingen klein is, kunnen ze op basis van de huidige gegevens niet uitgesloten worden ter plaatse van niet opgehoogde terreinen. Vestigia B.V.
adviseert daarom bij bodemroerende ingrepen op de landbodem binnen deze bovengenoemde zones van dieper dan 50 cm beneden maaiveld, en groter dan 100 m2, of bij ophogingen van meer dan 2 m boven huidig maaiveld en groter dan 100 m 2 een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, eventueel aangevuld met een karterend booronderzoek indien de resultaten van het verkennende onderzoek daartoe aanleiding geven. Het verkennende onderzoek dient te worden uitgevoerd door middel van een edelmanboor diameter 7 cm (onder grondwater voortgezet met een guts diameter 3 cm), in een grid van 30 x 40 m, of bij een lijnelement in een raai met een tussenruimte van 40 meter. Het doel is om vast te stellen hoe diep de Wormerafzettingen aanwezig zijn en of er sprake is van opduikingen. Bij karterende boringen kan dit grid verder worden verdicht.
96
Weerheijm et al 2021, 37.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
52
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Indien binnen de bovengenoemde zones sprake is van ophoging van meer dan 2 m boven huidig maaiveld (zonder voorafgaand afgraven), wordt geadviseerd om naast een verkennend/karterend booronderzoek tevens een Plaxis onderzoek uit te voeren, zodat de boorgegevens gecombineerd kunnen worden met een inschatting van de risico’s van zetting op eventuele archeologische vindplaatsen. Ten aanzien de waterbodem wordt geadviseerd om hier eerst een opwateronderzoek uit te voeren op de plaats van daadwerkelijke ingrepen in de waterbodem en gericht op de opsporing van historische scheeps- en vliegtuigwrakken. Indien de resultaten en de ingrepen daartoe aanleiding geven kan dit worden aangevuld met een verkennend booronderzoek ten aanzien van de mogelijk diepere gelegen archeologische resten uit de vroege prehistorie. Het verdient de voorkeur om op basis van het (definitieve) ontwerp te bepalen wat de precieze aard en locatie wordt van de bodemroerende ingrepen, en met welk oppervlak en diepte (bij voorkeur gerelateerd aan NAP-waarden). Als de ingrepen binnen het plangebied beperkt blijven tot de bovengenoemde vrijstellingsgrenzen, kan een vervolgonderzoek achterwege blijven.
Het vroegtijdig uitvoeren van archeologisch veldonderzoek in de Planuitvoeringsfase heeft daarbij de voorkeur om de risico’s op het gebied van de archeologie in een vroegtijdig stadium in kaart te brengen, en het afwegen van eventuele noodzaak tot het doen van vervolgonderzoek (tot aan een eventuele opgraving), danwel tot planaanpassing/mitigerende maatregelen. Bovenstaande advies zones zijn inzichtelijk gemaakt op kaart 9. Verder dient rekening gehouden te worden met (onderdelen van) scheeps- of vliegtuigwrakken binnen het gehele plangebied, zowel op het land als onderwater (zie boven). Geadviseerd wordt om een Protocol Toevalsvondsten op te stellen, waarbij de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen uiteen worden gezet in geval in de uitvoeringsfase van de civiele werkzaamheden toch nog een scheepsof vliegtuigwrak (of een andersoortige archeologische vondst) wordt aangetroffen. Op deze manier kunnen de civiele werkzaamheden met zo min mogelijk risico op stagnatie en bijkomende kosten worden uitgevoerd. Tevens verdient het de voorkeur om op voorhand al een standaard PvE op te stellen in geval er een scheeps- of vliegtuigwrak wordt aangetroffen, uitgaande van een waardering in geval mogelijke wrakresten worden aangetroffen (in navolging op een dergelijk PvE ten behoeve van de verbreding van de A6).
Het bevoegd gezag, de gemeente Lelystad, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen (wel/geen vervolgonderzoek en zo ja, in welke vorm). Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Flevoland (Mevr. P.P.A. Heise-Roovers, beheerder PDB Flevoland, tineke.roovers@batavialand.nl, tel. 0320-225939/ 06-13243987). Verder wordt geadviseerd om het onderhavige bureauonderzoek na 5 jaar te actualiseren, op basis van de dan bekende archeologische en landschappelijke gegevens. Daarnaast zijn op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Flevoland binnen het plangebied nog twee vlakken aangegeven die van belang zijn voor de archeologie: die van het Provinciaal Archeologische en Aardkundige Kerngebied (PArK) Rivierduingebied Swifterbant), en het archeologisch aandachtsgebied ‘Markermeer’.
Voor beide geldt dat het streven is om eventuele archeologische waarden zoveel mogelijk te beschermen. Dit geldt ook voor het op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
53
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
aangegeven Aardkundig waardevol gebied; ook hier gaat het de sporen van het fossiele landschap met rivierduinen en oeverwallen waar zich mogelijk sporen van de Swifterbant cultuur kunnen bevinden. De provincie streeft er naar deze waarden zoveel mogelijk te beschermen, en daarnaast aandacht te vragen voor aardkundige waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen (via het traject van bodeminformatie/verwerken in recreatieve routes etc). Geadviseerd wordt bij ontgrondingen groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm -mv in het kader van de Ontgrondingenvergunning vroegtijdig in overleg te treden met de provincie. Cultuurhistorie Binnen het plangebied bevinden zich geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Net buiten het plangebied bevindt zich het gemeentelijk monument Werkeiland. Binnen de contouren van het plangebied bevinden zich cultuurhistorische waardevolle elementen: de dijk, de Houtribsluizen en de Straalverbindingstoren. Daarnaast bevinden zich cultuurhistorische elementen in het plangebied die op inventarisatielijsten voorkomen: de Cantine en de fietsbrug Sluisbrug. Tenslotte zijn een tweetal typen elementen mogelijk van cultuurhistorische waarde: de langsdammen en de strekdammen, beide met havenlichten. Geadviseerd wordt mitigerende maatregelen te treffen met betrekking tot cultuurhistorie in het op te stellen bestemmingsplan.
Wanneer dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd compenserende maatregelen te nemen. In zijn algemeenheid geldt dat mitigerende maatregelen bestaan uit het ontzien van waardevolle onderdelen van cultuurhistorische elementen (bijvoorbeeld door het instellen van een maximale bouwhoogte in de buurt van de straalverbindingstoren), of het ontwikkelen in de geest van ‘behoud door ontwikkeling’. Dit laatste komt neer op het herkenbaar laten terugkomen van de cultuurhistorie in het nieuwe ontwerp door gericht cultuurhistorisch vervolgonderzoek uit te voeren ten dienste van het ontwerp. Compenserende maatregelen voor historische bouwkunde en historische geografie betreffen het documenteren of beleefbaar maken van aangetaste of verdwenen waarden. Kansen liggen hierbij met name in de thema’s inpoldering, scheepvaart en infrastructuur. Daarnaast wordt geadviseerd de ontwerpen die grenzen aan het gemeentelijk monument het Werkeiland en het beeldbepalend object Houtribsluizen voor te leggen aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit/Erfgoedcommissie. Met betrekking tot de straalverbindingstoren wordt in de waardestelling van de Erfgoedcommissie het concrete advies gegeven deze op te nemen in toekomstige ontwikkelingen in het gebied:
“De toren kan hierbij een cruciale rol vervullen als herkenningspunt. Hoogbouw in de nabije omgeving zou daarom ook niet op zijn plaats zijn. De toren kan tot kunstobject worden getransformeerd in samenhang met andere kunstobjecten in Flevoland, zoals De hurkende man en De Aardzee. Een mooi voorbeeld is de straalverbindingstoren aan de Amsterdamse Zuidas. De toren kan opengesteld worden voor het publiek als uitzichtpunt om de resultaten van het Zuiderzeeproject te overzien. Het uitzicht reikt tot over de provinciegrenzen van Flevoland. De toren kan tevens dienen voor sportieve uitdagingen. Te denken valt aan Euromast in Rotterdam als abseil-toren. Op termijn is een verkenning van de creatieve mogelijkheden van de straalverbindingstoren wenselijk. Dit zou een opgave kunnen zijn voor studenten van bijvoorbeeld het Technasium of de hogeschool Windesheim.” 97
97
Overgenomen uit Erfgoedcommissie Lelystad, Rapport 2, 2014.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
54
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Mogelijk bevinden zich in het plangebied nog kleine cultuurhistorisch waardevolle elementen die nog niet binnen bestaande inventarisaties gekarteerd zijn. Deels zijn deze naar boven gekomen in de kaartanalyse (de dammen en lichtopstanden), maar is hun waarde onbekend, deels staan deze niet op topografische kaarten aangegeven. Het betreft bijvoorbeeld kunstwerken in de openbare ruimte. Om deze elementen te ontzien in toekomstige ontwerpen wordt geadviseerd deze vóórafgaand aan het ontwerptraject te inventariseren, karteren en waarderen. Naschrift De definitieve versie is opgemaakt na het verwerken van opmerkingen van het Bevoegd gezag, gemeente Lelystad, ontvangen op 14 september 2023 (inhoudelijk) en 6 november 2023 (een opmaak verzoek). Na het opmaken van de definitieve versie is nog nieuwe informatie over het plangebied aangedragen door de opdrachtgever. Na verificatie bleek dit van invloed op het eerder uitgeschreven advies. Het advies is hierop aangepast en opnieuw voorgelegd aan het bevoegd gezag op 14 november 2023. Op 28 november 2023 is deze versie van het rapport goedgekeurd door het bevoegd gezag, gemeente Lelystad.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
55
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Literatuur Anscher, T.J., ten, 2012: Leven met de Vecht: Schokland-P14 en de Noordoostpolder in het neolithicum en de bronstijd, Amsterdam (Proefschrift Universiteit van Amsterdam). BAKKER, H. DE/J. SCHELLING, 1989: Systeem van bodemclassificatie voor Nederland. De hogere niveaus, Wageningen (Staring Centrum). BERENDSEN, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. BEUKELAAR – VAN GULIK, T. EN A. VAN DEN HAZELKAMP, 2023: Inventarisatie Erfgoed Lelystad. Inventarisatie boven- en ondergronds erfgoed ten behoeve van de Kadernota Erfgoed 2023, Amersfoort (Vestigia Rapport, Concept d.d. 28-03-2023). BRENK, S VAN DEN / R. VAN LIL, 2017: Inventariserend Veldonderzoek (opwaterfase), VAL 1, 4 en 8 Markermee, Amsterdam (Periplus Archeomare Rapport 17A014-01) BULTEN, E.E.B./F.J.G. VAN DER HEIJDEN/T. HAMBURG, 2002: Emmeloord, prehistorische visweren en fuiken, Amersfoort (ADC Rapport 140). CENTRAAL COLLEGE VAN DESKUNDIGEN ARCHEOLOGIE, 2018: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1, Gouda: http://sikb.nl/archeologie/richtlijnen/brl-4000. DRESSCHER, S./D.C.M. RAEMAEKERS, 2010: Oude geulen op nieuwe kaarten. Het krekensysteem bij Swifterbant (Fl.), Paleo-aktueel, 21, 31-38. EIMERMANN, E./M.J.P. GOUW/A.A. KERKHOVEN, 2009: Archeologiebeleid gemeente Dronten. Archeologische beleidskaart en voorbeeldplanregels ten behoeve van bestemmingsplannen, Amersfoort (Vestigia rapport V642).
ENTE, P.J./J. KONING/R. KOOPSTRA, 1986: De bodem van oostelijk flevoland, Lelystad (Flevobericht 258). ERFGOEDCOMMISSIE LELYSTAD, 2014: Waardestelling Straalverbindingstoren, Lelystad. GEMEENTE LELYSTAD , ONGEDATEERD: Werkeiland Lelystad-Haven Gemeentelijk monument. Deel 1: Redengevende omschrijving, en deel 2: Beeldkatern, Lelystad. GEMEENTE LELYSTAD, 2008: Archeologische Monumentenzorg in Lelystad. GEMEENTE LELYSTAD, 2010: Erfgoedverordening 2010 gemeente Lelystad. GEMEENTE LELYSTAD, 2009: Cultuurnota 2009 – 2012 Gemeente Lelystad. GOTJÉ, W., 1993: De Holocene laagveenontwikkeling in de randzone van de Nederlandse Kustvlakte (Noordoostpolder), Amsterdam. HAMBURG, T./A. MÜLLER/B. QUADFLIEG (RED.), 2012: Mesolithisch Swifterbant. Mesolithisch gebruik van een
duin ten zuiden van Swifterbant (8300-5000 voor Chr.). Een archeologische opgraving in het tracé van de N23/N307, provincie Flevoland, Leiden/Amersfoort (Archol rapport 174/ADC Rapport 3250).
HEERINGEN, R.M. VAN/W.A.M. HESSING/L.I. KOOISTRA/S. LANGE/B.I. QUADFLIEG/R. SCHRIJVERS/W. WEERHEIJM MET MEDEWERKING VAN: M. BLAAUW, D.C. BRINKHUIZEN, K. LINTHOUT, W.J. KUIJPER, B.J.A. VAN OS EN J.T. ZEILER, 2014:
Archeologisch landschapsonderzoek in het kader van het project Kwaliteitsverbetering Kotterbos (locatie Natuurboulevard) in de gemeente Lelystad, provincie Flevoland. Menselijke activiteit in natte landschappen in de Steentijd en de (Vroeg-) Romeinse tijd, Amersfoort (Vestigia-rapport 1132). HESSING, W.A.M./M.M.M. ALKEMADE 2007: Beleidsnota Archeologische Monumentenzorg in de gemeente Lelystad, Amersfoort (Vestigia-rapport V379). HOGESTIJN, J.W.H./J.H.M. PEETERS (RED.), 2001: De mesolithische en vroeg-neolithische vindplaats Hoge Vaart-A27 (Flevoland), Amersfoort (Rapportage Archeologische Monumentenzorg 79).
HOUKES, M.C. / R. VAN LIL / S. VAN DEN BRENK / M. MANDERS, 2014: Het Markermeer en IJmeer in beeld. De ontwikkeling van een archeologische kaartenset voor de waterbodem, Amersfoort JELGERSMA, S., 1979: Sea-level changes in the North Sea basin, The Quaternary history of the North Sea, (Acta Universitatis Upsaliensis; Symposia Universitatis Upsaliensis Annum Quingentesimum Celebrantis 2), Uppsala, 233–248. LIL, R. VAN / S. VAN DEN BRENK, 2018: Vaarweg Amsterdam - Lemmer (Markermeer), deelgebieden VAL 4 en 8, Inventariserend veldonderzoek door middel van Aqualock-boringen, Amsterdam (Periplus Archeomare Rapport 17A014-02)
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
56
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
MAKASKE, B./D.G. VAN SMEERDIJK/J.R. MULDER/T.SPEK, 2002: De stijging van de waterspiegel nabij Almere in de periode 5300-2300 v.Chr., Wageningen (Alterra-rapport 478). MAKASKE, B., D.G./H. VAN SMEERDIJK/H. PEETERS/J.R. MULDER/ T. SPEK 2003: Relative water-level rise in the Flevo lagoon (The Netherlands), 5300-2000 cal.yr BC: an evaluation of new and existing basal peat timedepth data, Netherlands Journal of Geosciences 82, 115-131. MÜLLER, A./H. VAN MEERTEN/R. BRINKGREVE/D. NGAN-TILLARD, 2014: Flevoland Kennisontwikkeling
Programma Archeologie Hanzelijn, Mogelijkheden tot in-situ conservering van begraven archeologische landschappen, Deelonderzoek 2B; De invloed van tijdelijke en permanente afdekkingen of ophoging op maaiveld op de conservering van archeologische vindplaatsen in de ondergrond, Amersfoort/Delft (ADCrapport 3760). MEIJEL, L. VAN/P. OPMEER, 2007: Cultuurhistorie in Lelystad, Lelystad. PETERS, F.J.C/ J.H.M. PEETERS (RED.), 2001: De opgraving van de mesolithische en neolithische vindplaats Urk-E4 (Domineesweg, gemeente Urk), Amersfoort (Rapportage Archeologische Monumentenzorg 93). PLASSCHE, O. VAN DER, 1982: Sea-level change an dwater-level movements in the Netherlands during the Holocene, Haarlem (Mededelingen Rijks Geologische Dienst, 36-1.) PLASSCHE, O. VAN DE /S.J.P. BOHNCKE/B. MAKASKE/J. VAN DER PLICHT 2005: Water-level changes in the Flevo area central Netherlands (5300-1500 BC): implications for relative mean sea-level rise in the western Netherlands, Quaternary International 133/134, 77-93. POPTA, Y. VAN, 2012: Wie sturen kan zeilt bij elke wind. Een inventarisatie, kwantificatie en ruimtelijke analyse van de gevonden scheepswrakken in Flevoland, Groningen (ReMa GIA/RUG). POPTA, Y./A.F.L.
VAN HOLK, 2018: Where are the Shipwrecks of the Zuiderzee? A new version of the Shipwreck Database Flevoland (3.0), based on spatial and archaeohistorical research into wreck sites in the province of Flevoland, Paleohistoria 59/60, 191-227. POPTA, Y. VAN/ K.M. COHEN/ P.C. VOS / T. SPEK, 2020: Reconstructing eroded medieval landscapes of the Noordoostpolder (Zuyder Zee area, the Netherlands): An interdisciplinary paleogeographical take on the historic landscape development between AD 1100 and 1400. In: Landscape History 41 (2), 27-56. POPTA, Y. VAN, 2020: When the Shore becomes the sea. New Maritime archeaological insights on the dynamic development of the northeastern Zuyder Zee region (AD 1100-1400), the Netherlands, Groningen. RAAP, E., 2022: Flevopolders. Regiobeschrijving Panorama Landschap – Karakterisering van de Nederlandse Landschapsgeschiedenis in 78 regio’s. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. RAEMAKERS, D.C.M./I. DEVRIENDT/R.T.J. CAPPERS/W. PRUMMEL, 2005: Het Nieuwe Swifterbant Project. Nieuw onderzoek aan de mesolithische en neolithische vindplaatsen nabij Swifterbant (provincie Flevoland, Nederland), Notae Prehistoricae 25-2005, 119-127. REINHOLD, J./M. HOUWELING, 2016: Waardering watererfgoed Flevoland in beheer bij Waterschap Zuiderzeeland. Landschapsbeheer Flevoland, Lelystad. ROEVER, J.P.
DE, 2004: Swifterbant-aardewerk, Een analyse van de neolithische nederzettingen bij Swifterbant, 5e millennium voor Christus, Groningen (Groningen Archaeological Studies 2). SCHRIJVERS, R./K.E. WAUGH, 2015: Bureauonderzoek paleolandschap plangebied Marker Wadden, Amersfoort (Vestigia-rapport V1271). SMIT, B.I./J. ZOMER/ R. SCHRIJVERS/D.H. SCHMUTZHART/D. JANSEN, 2021: Archeologische Kaart IJsselmeergebied, versie 1.0, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort. STENVERT, R.C. KOLMAN, 2006: Monumenten in Nederland. Flevoland, Zeist/Zwolle. TNO-GDN, 2023A: Basisveen Laag. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 17-07-2023 op http://www.dinoloket.nl/stratigrafischenomenclator/basisveen-laag. TNO-GDN, 2023B: Laagpakket van Walcheren. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 17-07-2023 op http://www.dinoloket.nl/stratigrafischenomenclator/laagpakket-van-walcheren.
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
57
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
TNO-GDN, 2023C: Formatie van Nieuwkoop. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 17-07-2023 op http://www.dinoloket.nl/stratigrafischenomenclator/formatie-van-nieuwkoop. TNO-GDN, 2023D: Laagpakket van Wormer. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 17-07-2023 op http://www.dinoloket.nl/stratigrafischenomenclator/laagpakket-van-wormer. TNO-GDN, 2023E: Laagpakket van Wierden. In: Stratigrafische Nomenclator van Nederland, TNO – Geologische Dienst Nederland. Geraadpleegd op 17-07-2023 op http://www.dinoloket.nl/stratigrafische-
nomenclator/laagpakket-van-wierden.
WALSMIT, E./H. KLOOSTERBOER/N. PERSSON/R. OSTERMANN, 2009: Spiegel van de Zuiderzee. Geschiedenis en cartobibliografie van de Zuiderzee en het Hollands Waddengebied, Utrecht. WEERHEIJM, W.J. / R. SCHRIJVERS / N. SCHOUTE / E.R.J.G. PICARD, 2021: Aanvullend maritiem-archeologisch
vooronderzoek in het kader van het project Dijkversterking IJsselmeerdijk, gemeenten Lelystad en Dronten Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek (waterbodem), Amersfoort (Vestigia-Rapport
2178) WEERHEIJM, W.J. / R. SCHRIJVERS / N. SCHOUTE / W.A.M. HESSING, 2022: Archeologisch vooronderzoek in het
kader van het project Dijkversterking IJsselmeerdijk, gemeenten Lelystad en Dronten Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek, Amersfoort (Vestigia-Rapport 2031) WEERTS, H.J.T./P. CLEVERINGA/J.H.J. EBBING/F.D. DE LANG/W.E. WESTERHOFF, 2003: De lithostratigrafische indeling van Nederland – Formaties uit het Tertiair en Kwartair, Utrecht (TNO-NITG). WEERTS, H.J.T./W.E. WESTERHOFF/P. CLEVERINGA/M.F.P. BIERKENS, J.G. VELDKAMP/K.F. RIJSDIJK, 2005: Quaternary geological mapping of the lowlands of The Netherlands, a 21st century perspective. Quaternary International 133/134, 159-178. WESTERHOFF, W.E./E.F.J. DE MULDER/W. DE GANS, 1987: Toelichtingen bij de geologische kaart van Nederland 1:50.000 Blad Alkmaar West (19W) en Blad Alkmaar Oost (19O) , Haarlem (Rijks Geologische Dienst).
Digitale bronnen -
ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ ARCHEOLOGISCH INFORMATIESYSTEEM (ARCHIS): https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login BEELDBANK RIJKSDIENST VOOR HET CULTUREEL ERFGOED: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ BIS NEDERLAND : https://bodemdata.nl/ BODEMLOKET: http://www.bodemloket.nl/ CULTUURHISTORISCHE WAARDENKAART PROVINCIE FLEVOLAND: http://kaart.flevoland.nl/cultuurhistorie/ DANS-EASY: https://easy.dans.knaw.nl/ DATAPORTAAL VAN DE NEDERLANDSE OVERHEID: https://data.overheid.nl/ DINOLOKET: https://www.dinoloket.nl/ FLEVOLANDSCHAP: https://www.flevo-landschap.nl/ IJSSELMEERKAARTEN: https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=IJsselmeer. KADASTER, BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl/ KADASTER, TIJDREIS OVER 200 JAAR TOPOGRAFIE: http://topotijdreis.nl/ PALEOGEOGRAFISCHE KAARTEN: http://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Paleogeografischekaarten RIJKSMONUMENTENREGISTER: https://cultureelerfgoed.nl/monumentenregister RUIMTELIJKE PLANNEN: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ VERSTORINGSBRONNENKAART: https://archeologieinnederland.nl/verstoringsbronnenkaart
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
58
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Lijst van afbeeldingen, kaarten en bijlagen Afbeeldingen Afbeelding 1 Ligging plangebied op de meest actuele luchtfoto. Bron: PDOK. ...................................................... 4 Afbeelding 2 Plangebied met aanduiding deelgebieden. Bron: projectinformatie RHDHV 2023 ..................... 10 Afbeelding 3 Impressie van de mogelijke nieuwe land en met bewonings- en recreatiemogelijkheden. Bron: RHDHV. ............................................................................................................................................................................ 11 Afbeelding 4 Archeologische beleidskaart Provincie Flevoland met globale aanduiding van het plangebied. Bron: Provincie Flevoland 2018. ....................................................................................................................15 Afbeelding 5 Legenda bij Archeologische beleidskaart Provincie Flevoland met globale aanduiding van het plangebied (Afbeelding 4). Bron: Provincie Flevoland 2018. ...................................................................................... 16 Afbeelding 6 Landschappelijke en Cultuurhistorische kernkwaliteiten Provincie Flevoland met globale aanduiding van het plangebied. Bron: Provincie Flevoland 2018 ..............................................................................
17 Afbeelding 7 Legenda bij Landschappelijke en Cultuurhistorische kernkwaliteiten Provincie Flevoland met globale aanduiding van het plangebied (Afbeelding 6). Bron: Provincie Flevoland 2018 ......................... 18 Afbeelding 8 Ontwikkeling van zee- en grondwaterspiegel aan de Noordzeekust en in het IJsselmeergebied ..........................................................................................................................................................................................24 Afbeelding 9 Schema met de perioden van vorming van de in het IJsselmeergebied voorkomende lithostratigrafische eenheden, in relatie tot de archeologische periodisering. Bron: Schrijvers/Waugh 2015; naar Westerhoff et al. 1987, Menke et al. 1998. .............................................................................................................. 25 Afbeelding 10 Plangebied aangeduid met de verspreiding van het veen (bruine en oranje lijnen met jaartal) en de aanduiding van verdronken land (blauw gestippelde lijn). Bron: Archeologische kaart IJsselmeer. .................................................................................................................................................................................. 27 Afbeelding 11 Plangebied aangeduid op de AHN 3 DTM 0,5 m. Bron: PDOK. .......................................................
28 Afbeelding 12 Uitsnede historische kaart Johannes Janssonius (ca. 1650). Het plangebied is globaal in blauw aangegeven. Bron: Walsmit et al. 2009. ..............................................................................................................30 Afbeelding 13 Uitsnede historische kaart Gerard Hulst van Keulen (ca. 1780). Het plangebied is globaal ....31 Afbeelding 14 Plangebied aangeduid met de vaarroutes van de Archeologische kaart van het IJsselmeer. Licht Oranje is de binnenvaart en het donkere oranje duid de grote vaart van de Gouden Eeuw aan. Bron: Archeologische kaart van het IJsselmeer, periode 5. ..................................................................................................... 32 Afbeelding 15 Aanleg van de Knardijk 1955 (fotograaf: Freek Aal). Bron: Nederlands Fotomuseum, Collectie: De Waarheid. In de schaduw van de wederopbouw (FHA-776-1 en FHA-777-5) via http://www.geheugenvannederland.nl/. ........................................................................................................................... 33 Afbeelding 16 Foto’s uit het Historisch archief 1900-1960 van Rijkswaterstaat, van het diepploegen in de Noordoostpolder. Bron: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Afdeling Multimedia Rijkswaterstaat.
33 Afbeelding 17 Foto’s uit het Historisch archief 1900-1960 van Rijkswaterstaat, met links grondverbetering en rechts een greppelploeg in de Noordoostpolder. Bron: https://beeldbank.rws.nl, Rijkswaterstaat / Afdeling Multimedia Rijkswaterstaat. ............................................................................................................................... 34 Afbeelding 18 Uitsnede topografische kaart 1962. Bron: Topotijdreis...................................................................... 35 Afbeelding 19 Uitsnede topografische kaart 1988. Bron: Topotijdreis. .................................................................... 36 Afbeelding 20 Uitsnede topografische kaart 1994. Bron: Topotijdreis. ................................................................... 36 Afbeelding 21 Uitsnede topografische kaart 2010. Bron: Topotijdreis. .................................................................... 37 Afbeelding 22 Uitsnede van de Cultuurhistorische Waardenkaart Provincie Flevoland. Bron: Provincie Flevoland.................................................................................................................................................................................... 39 Afbeelding 23 De straalverbindingstoren aan de Oostvaardersdijk. Bron: GoogleStreetView (nov. 2022). 40
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
59
V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad
Tabellen Tabel 1 In Overzicht van de afzettingen in de directe omgeving van het plangebied (bron: TNO 2011; Westerhoff et al. 2003; Weerts et al. 2003; Weerts et al. 2005, Eimermann et al. 2009). ................................ 23 Tabel 2 Overzicht in het plangebied gelegen cultuurhistorie. ................................................................................. 44 Tabel 3 Overzicht in de directe omgeving van het plangebied gelegen cultuurhistorie. ................................. 44 Tabel 4 Vondstlocaties in het plangebied zelf en in een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: Archis3. ........................................................................................................................................................................... 45 Tabel 5 Onderzoeken in het plangebied zelf en in een straal van 500 meter rondom het plangebied. Bron: Archis3. ....................................................................................................................................................................................... 47
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4:
Overzicht van archeologische en geologische perioden Redengevende beschrijving van het Werkeiland Waardestelling straalverbindingstoren Protocol Toevalsvondsten Ontplofbare Oorlogsresten
Kaarten Kaart 1: Kaart 2: Kaart 3: Kaart 4: Kaart 5: Kaart 6: Kaart 7: Kaart 8: Kaart 9:
Ligging plangebied Natuurlijk landschap: geologie Natuurlijk landschap: geomorfologie Natuurlijk landschap: bodem Archeologie: inventarisatie Scheepswrakken Archeologisch beleid Cultuurhistorie Advieskaart
VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023
60
Bijlage 1 Overzicht archeologische en geologische perioden
ARCHEOLOGISCHE PERIODEN
Kalender jaren v./na Christus
Kalender jaren voor heden
C14 jaren voor heden
GEOLOGISCHE PERIODEN
Nieuwe tijd 1.500 na Chr.
Late-Middeleeuwen 1.050 na Chr.
Laat Holoceen
Subatlanticum
Vroege-Middeleeuwen Romeinse tijd
450 na Chr. 12 v. Chr.
IJzertijd 2.500
2.600 800 v. Chr.
Bronstijd 2.000 v. Chr.
5.000
HOLOCEEN
Subboreaal
5.700
Midden Holoceen
Neolithicum
4.900 v. Chr.
Atlanticum
7.900
8.700
5.300 v. Chr.
Mesolithicum Boreaal
9.150
Vroeg Holoceen
10.250
8.800 v. Chr.
Preboreaal 10.150
11.650
Jonge Dryas 10.950
12.850
11.700 12.100
13.900 14.030
12.500
14.640
Laat Glaciaal
Allerød Oude Dryas Bølling Laat Pleniglaciaal
60.000
PLEISTOCEEN
30.000
Weichselien
15.000
Pleniglaciaal
Midden Pleniglaciaal
Paleolithicum
Vroeg Pleniglaciaal
75.000
Vroeg Glaciaal
117.000
Eemien 130.000
Saalien C14 ouderdommen en gekalibreerde ouderdommen van het Holoceen volgens Van Geel et al. (1980/1981). C14 ouderdom van het Laat Glaciaal volgens Hoek (2001/2008) en gekalibreerde ouderdommen van het Laat Glaciaal volgens Rasmussen et al. (2006). Overige pleistocene chronostratigrafie volgens Westerhoff et al. (2003). Archeologische perioden van de prehistorie volgens Louwe Kooijmans et al. (2005) en overige archeologische perioden volgens Archis.
Periode
Van - tot
Vroeg-Paleolithicum Midden-Paleolithicum Laat-Paleolithicum
tot 300.000 voor Chr. 300.000-35.000 voor Chr. 35.000-8800 voor Chr.
Vroeg-Mesolithicum Midden-Mesolithicum Laat-Mesolithicum
88.00-7100 voor Chr. 7100-6450 voor Chr. 6450-4900 voor Chr.
Vroeg-Neolithicum Midden-Neolithicum Laat-Neolithicum
5300-4200 voor Chr. 4200-2850 voor Chr. 2850-2000 voor Chr.
Vroege-Bronstijd Midden-Bronstijd Late-Bronstijd
2000-1800 voor Chr. 1800-1100 voor Chr. 1100-800 voor Chr.
Vroege-IJzertijd Midden-IJzertijd Late-IJzertijd
800-500 voor Chr. 500-250 voor Chr. 250-12 voor Chr.
Vroeg-Romeinse tijd Midden-Romeinse tijd Laat-Romeinse tijd
12 voor-70 na Chr. 70-270 na Chr. 270-450 na Chr.
Vroege-Middeleeuwen Late-Middeleeuwen
450-1050 na Chr. 1050-1500 na Chr.
Nieuwe Tijd A Nieuwe Tijd B Nieuwe Tijd C
1500-1650 na Chr. 1650-1850 na Chr. 1850-1950 na Chr.
WERKEILAND LELYSTAD-HAVEN GEMEENTELIJK MONUMENT DEEL 1: REDENGEVENDE OMSCHRIJVING Inhoud I N L E I D I N G ............................................................................................................................ 4 introductie en leeswijzer ........................................................................................................ 4 situering en begrenzing .......................................................................................................... 4 ontstaans- en bouwgeschiedenis .......................................................................................... 4 bescherming en waardenkaart .............................................................................................. 6 ‘ S T E N E N K A M P ‘ E N S E M B L E .................................................................................... 7 ruimtelijke opzet en inrichting ............................................................................................... 7 basisgegevens..................................................................................................................... 8 beschrijving ........................................................................................................................ 9 2. voormalig kantoor, keuken en beheerderswoning ..........................................................
10 basisgegevens................................................................................................................... 10 inleiding ............................................................................................................................ 10 beschrijving ...................................................................................................................... 10 3. voormalige ziekenbarak ................................................................................................... 11 basisgegevens................................................................................................................... 11 inleiding ............................................................................................................................ 11 beschrijving ...................................................................................................................... 12 4. voormalig ‘Stuurhuis’ ....................................................................................................... 12 basisgegevens................................................................................................................... 12 inleiding ............................................................................................................................
12 beschrijving ...................................................................................................................... 13 5. elektriciteitshuisje ............................................................................................................ 14 basisgegevens................................................................................................................... 14 inleiding ............................................................................................................................ 14 beschrijving ...................................................................................................................... 14 6. dijkvak met twee strekdammen....................................................................................... 14 basisgegevens................................................................................................................... 14 inleiding ............................................................................................................................ 15
Werkeiland Lelystad-Haven. Gemeentelijk monument. Deel 1: redengevende omschrijving
beschrijving ...................................................................................................................... 15 7. ir. M. Klasema boom ........................................................................................................ 15 basisgegevens................................................................................................................... 15 inleiding en beschrijving ................................................................................................... 15 waardering ‘Stenen Kamp’ ensemble ................................................................................. 15 inleiding ............................................................................................................................ 15 architectuurhistorische waarden ..................................................................................... 16 stedenbouwkundige / ensemblewaarden ....................................................................... 17 ‘ W A T E R S T A A T K U N D I G ‘ E N S E M B L E .................................................................. 18 ruimtelijke opzet en inrichting ............................................................................................. 18 8. gemaal Wortman ..............................................................................................................
19 basisgegevens................................................................................................................... 19 inleiding ............................................................................................................................ 19 beschrijving ...................................................................................................................... 20 9. Noordersluis ..................................................................................................................... 21 basisgegevens................................................................................................................... 21 inleiding ............................................................................................................................ 21 beschrijving ...................................................................................................................... 21 10. stenen dienstwoningen .................................................................................................. 22 basisgegevens................................................................................................................... 22 inleiding ............................................................................................................................
22 beschrijving ...................................................................................................................... 23 11. houten dienstwoningen ................................................................................................. 23 basisgegevens................................................................................................................... 23 inleiding ............................................................................................................................ 24 beschrijving ...................................................................................................................... 24 waardering ‘waterstaatkundig’ ensemble .......................................................................... 24 inleiding ............................................................................................................................ 25 cultuurhistorische waarden ............................................................................................. 25 architectuurhistorische waarden ..................................................................................... 25 stedenbouwkundige / ensemblewaarden ....................................................................... 26 B I J L A G E 1 : W A A R D E R I N G S C R I T E R I A G E M E E N T E L E L Y S T A D .......
28 Basisnormen: ........................................................................................................................ 28 1. Architectuurhistorische criteria:..................................................................................... 28 2. Stedenbouwkundige criteria: ......................................................................................... 28
Werkeiland Lelystad-Haven. Gemeentelijk monument. Deel 1: redengevende omschrijving
3. Cultuurhistorische criteria: ............................................................................................. 28 B I J L A G E 2 : G E R A A D P L E E G D E B R O N N E N ...................................................... 29 archieven .............................................................................................................................. 29 internet ................................................................................................................................. 29 literatuur............................................................................................................................... 29 rapporten / brochures .......................................................................................................... 29
Werkeiland Lelystad-Haven. Gemeentelijk monument. Deel 1: redengevende omschrijving
INLEIDING introductie en leeswijzer Het Werkeiland Lelystad-Haven is een uniek cultuurhistorisch fenomeen dat het behouden waard is. Het beleid van de gemeente Lelystad is daar sinds 2009 ook op gericht met o.a. conserverende regelingen in het bestemmingsplan en een beeldkwaliteitsplan met specifieke welstandscriteria. Deze instrumenten worden thans niet langer voldoende geacht en daarom is het gemeentebestuur voornemens om het werkeiland een beschermde status te verlenen. Dat voornemen riep de behoefte op aan een beter inzicht in de monumentale waarden van het gebied. Dat inzicht wordt in dit tweedelige document geboden. In deel 1 wordt beschreven wat het werkeiland zo bijzonder maakt. De bijbehorende afbeeldingen zijn opgenomen in deel 2 dat als beeldkatern fungeert. De indeling van dit document in twee hoofdstukken volgt de hoofdopzet van het werkeiland met enerzijds het semi-permanente ensemble van het ‘Stenen Kamp’ (Directie van de Wieringermeer, J.S.O. Meffert 1952-1956), en anderzijds het permanente ‘waterstaatkundige’ ensemble (Dienst der Zuiderzeewerken, D. Roosenburg 1952-1957). Beide ensembles horen onlosmakelijk bij elkaar en vormen samen de twee-eenheid van het Werkeiland Lelystad-Haven. De onderdelen van de ensembles worden gekarakteriseerd en als geheel gewaardeerd.
Daarbij zijn de waarderingscriteria van de gemeente Lelystad gehanteerd, zoals opgenomen in bijlage 1. De geraadpleegde bronnen staan op een rij in bijlage 2. situering en begrenzing Het Werkeiland Lelystad-Haven bevindt zich in de zuidwestelijke hoek van de bebouwde kom van Lelystad, op de plek waar de Lage Dwarsvaart uitmondt in het Oostvaardersdiep. Het werkeiland is feitelijk een grotendeels verbreed stuk ringdijk waarvan de kruin iets hoger ligt dan het Oostvaardersdiep en aanzienlijk hoger dan de drooggevallen polder. Daardoor is de contour van het voormalige eiland nog duidelijk herkenbaar in het landschap, temeer omdat de zone eromheen vrij is van bebouwing. De reikwijdte van het te koesteren werkeiland is door de gemeente Lelystad vastgelegd in het ‘voornemen tot aanwijzing terreinen / objecten tot gemeentelijk monument Werkeiland’. Het afgebakende gebied concentreert zich op het centrale gedeelte van het werkeiland met het gemaal, de sluis, de dienstwoningen (noordzijde) en het ‘Stenen Kamp’ inclusief twee strekdammen en verbindend dijkvak (zuidzijde). Het gebied wordt begrensd door het Oostvaardersdiep aan de waterzijde, door de Houtribweg aan de polderzijde en reikt van de rotonde in het zuiden tot de kruising met de Oostvaardersdijk in het noorden. ontstaans- en bouwgeschiedenis “In 1918 werd de Zuiderzeewet aangenomen.
Deze wet voorzag in de afsluiting en gedeeltelijke droogmaking van de Zuiderzee. Nadat in 1930 de Wieringermeer en in 1942 de Noordoostpolder waren aangelegd, werd in de jaren vijftig van de vorige eeuw de aanleg van een derde polder - Oostelijk Flevoland - ter hand genomen. Om de aanleg van deze polder mogelijk te maken werd op 12 juni 1950 midden in het IJsselmeer […] begonnen met
1
De tekst van deze paragraaf is overgenomen uit de rapportage Waardestelling Werkeiland Lelystad-Haven, opgesteld door de Erfgoedcommissie Lelystad d.d. 13 september 2017, en aangevuld met enkele voetnoten. 2 Mede mogelijk gemaakt door de Amerikaanse Marshallhulp.
Werkeiland Lelystad-Haven. Gemeentelijk monument. Deel 1: redengevende omschrijving
de aanleg van een zeven kilometer lang dijkvak: Perceel P. Eén kilometer dijkvak werd verbreed tot vijftig à honderd meter, zodat het dijkvak kon worden ingericht als werkeiland. Met dit dijkvak, dat al spoedig de naam Werkeiland Lelystad-Haven kreeg, begint de geschiedenis van Oostelijk Flevoland en natuurlijk ook die van Lelystad. De aanleg van Werkeiland Lelystad-Haven was noodzakelijk voor de bouw van gemaal Wortman, dat samen met gemaal Colijn bij Ketelhaven en gemaal Lovink bij Harderwijk Oostelijk Flevoland moest leegpompen. Bij het gemaal werd ook een schutsluis gebouwd ten behoeve van het scheepvaartverkeer tussen het Oostvaardersdiep en de wateren van de nieuw aan te leggen polder. Tot de sluis en het gemaal behoren ook de woningen van het personeel dat belast was met het bedienen van de sluis en het laten draaien van het gemaal. […]. Tevens zou vanaf het werkeiland in zuidelijke en noordelijke richting worden gewerkt aan de aanleg van de negentig kilometer lange ringdijk van Oostelijk Flevoland. Het werkeiland diende verder voor de aanvoer en tijdelijke opslag van bouwmaterialen. Voor de bouwvakkers en polderwerkers kwamen op Werkeiland Lelystad-Haven tijdelijke verblijven. In 1951 werd een houten arbeiderskamp in gebruik genomen. De arbeiders woonden in houten barakken die uit de Noordoostpolder afkomstig waren.
Gedurende de werkdagen woonden hier meer dan honderd man. In 1953 werd het werkeiland voorzien van een stenen arbeiderskamp. Dit verving het eerste kamp, dat in 1958 werd afgebroken. In 1958 werden voor enkele personeelsleden en hun gezinnen aan de noordzijde van het werkeiland nog een aantal gezinsbarakken gebouwd. […]. De aanleg van het gemaal, de sluis en de dijk gebeurde overigens onder de verantwoordelijkheid van de Dienst der Zuiderzeewerken (ZZW). ZZW gaf uitvoering aan de aanleg van de IJsselmeerpolders. Beide kampen werden echter beheerd door de afdeling Kampbeheer van de Directie van de Wieringermeer […] verantwoordelijk voor de ontginning en sociaaleconomische opbouw van de polders. Aanvankelijk viel het werkeiland bestuurlijk onder de landdrost van het openbaar lichaam de Noordoostelijke Polder. Op 10 november 1955 werd de wet op het openbaar lichaam voor de Zuidelijke IJsselmeerpolders (ZIJP) van kracht en viel het werkeiland onder de landdrost van de ZIJP. De oorsprong van Lelystad ligt op Werkeiland Lelystad-Haven. Lelystad-Haven was in de eerste jaren alleen over water bereikbaar. Op 28 oktober 1954 werd de Knardijk gesloten en werd het werkeiland verbonden met het oude land. En met de ingebruikname van de klinkerweg op de Knardijk op 1 juli 1955 werd het mogelijk om met de auto naar het werkeiland te rijden.
Op 13 september 1956 werd de ringdijk van Oostelijk Flevoland gesloten en stelde koningin Juliana het gemaal Wortman in werking. Op 29 juni 1957 viel Oostelijk Flevoland officieel droog. In 1964 werd in de directe omgeving van Werkeiland Lelystad-Haven begonnen met de bouw van de nieuwe stad Lelystad.”
3
Daaraan vooraf ging de plaatsing van een dukdalf op de plek waar de Kadastrale Dienst op 31 oktober 1949 een zogenaamd Snelliuspunt had bepaald als meetpunt voor de inpoldering. Zestig jaar later werd voor hotel ‘De Lange Jammer’ een replica van deze dukdalf onthuld. 4 Laatste stille getuigen van dit eerste ‘houten kamp’ zijn een schietwilg die in 1950 ontsproot uit een piketpaaltje van wilgenhout (de oudste boom van Lelystad, vernoemd naar ingenieur Marten Klasema) én de scheepsbel die nu in een stalen frame voor hotel ‘De Lange Jammer’ staat. 5 De Dienst der Zuiderzeewerken had op het werkeiland een eigen kantoor en een pension annex restaurant voor de ambtenaren. Deze gebouwen zijn er niet meer. 6 Het werkeiland beschikte over openbare voorzieningen als drinkwater, elektriciteit, telefoon en afvalverwerking. Naast woonvoorzieningen stonden er een keuken, kantine, ziekenbarak, kantoorgebouw, pension/restaurant, (kleuter)school, kerkgebouw en postkantoor.
Werkeiland Lelystad-Haven. Gemeentelijk monument. Deel 1: redengevende omschrijving
bescherming en waardenkaart Met de aanwijzing van het Werkeiland Lelystad-Haven als beschermd monument erkent de gemeente Lelystad expliciet de bijzondere waarden van dit gebied. Het doel ervan is om de karakteristieke ruimtelijke kwaliteit van het werkeiland in de toekomst te borgen. Dit wil niet zeggen dat het gebied onder een glazen stolp gaat. Nieuwe ontwikkelingen blijven mogelijk. Die dynamiek is immers kenmerkend voor het werkeiland omdat er sinds de aanleg continu aan werd gesleuteld en ingespeeld op de veranderende behoeften. Bij nieuwe ruimtelijke ingrepen zal wel zorgvuldig moeten worden gekeken naar de bestaande kwaliteiten en daarop worden afgestemd. Deze cultuurhistorisch-ruimtelijke kwaliteiten worden daarom in dit document beschreven en gewaardeerd, en zijn voor zover mogelijk ingetekend op een waardenkaart.