CConstaterende datLelystad
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagen bij de toelichting_Bijlage 12 Archeologisch vooronderzoek

Commissie Ruimte Ontwikkeling en Bereikbaarheid 16 juni 2026, gemeente LelystadBij agendapunt: 26.289 Vaststelling bestemmingsplan Waterfront Stedelijke Kust Lelystad33.752 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

V2475

Ruimtelijk advies op basis van Bureauonderzoek

Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek

Rapportnummer:

V2475

Projectnummer:

V23-5426

Status en versie:

Definitief, Versie 2.0

In opdracht van:

RHDHV

Rapportage:

T. Beukelaar – Van Gulik, R. Schrijvers, M. van der Linden en A. van den Hazelkamp

Plaats en aanleverdatum: Amersfoort, 28 november 2023 Datum en autorisatie:

W.A.M. Hessing Senior KNA Archeoloog / Senior KNA Prospector Land- en Waterbodems, actor 97049866, 28 november 2023

Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Toponiem / locatie Plaats Gemeente Provincie Oppervlakte plangebied Oppervlakte onderzoeksgebied Diepte grondwerkzaamheden Huidige grondgebruik RD-coördinaten van het plangebied

Locatiegegevens Waterfront Stedelijke kust Lelystad Lelystad Lelystad Flevoland 260 ha Plangebied plus 500 m Nog onbekend Infrastructuur, bedrijventerrein, water 155635/501340 1589894/504343

Initiatiefnemer Opdrachtgever Contactpersoon Contactgegevens

Opdracht Gemeente Lelystad Royal HaskoningDHV Dhr. K. Bos, Royal HaskoningDHV Koen.Bos@rhdhv.com

Soort onderzoek Zaakidentificatienummer (Archis) Uitvoerder Beheerdocumentatie Projectleider Projectmedewerkers

Datum uitvoering onderzoek

Bevoegd Gezag

Contactpersoon Adviseur Depot

Uitvoering BO - Bureauonderzoek 5448890100 Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie Drs. A. van den Hazelkamp ( Historisch geograaf, Specialist Historisch landschap en Watererfgoed) T. Beukelaar – van Gulik MA, Senior KNA archeoloog MA (76311464) R. Schrijvers, Senior KNA Prospector / Senior KNA Specialist Fysische Geografie (74734349) M. van der Linden, KNA archeoloog BA / KNA Archeoloog BA Specialisme Waterbodems (60918266) Juli 2023

Bevoegd Gezag Gemeente Lelystad Postbus 91 8200 AB Lelystad Gemeente Lelystad: Mevr. E. Rozema J.W. Oudhof / M.F. Honshorst (Buro de Brug) Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Flevoland (Mevr. P.P.A. Heise-Roovers)

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

2

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Inhoudsopgave Samenvatting en advies (LS06).............................................................................................................................................. 5 Onderbouwing advies .............................................................................................................................................................. 9 1 Projectomgeving .............................................................................................................................................................. 9 1.1 Inleiding .................................................................................................................................................................... 9 1.2 Afbakening plangebied en huidig gebruik (LS02) ........................................................................................ 9 1.3 Toekomstig gebruik (LS01) ................................................................................................................................ 10 1.3 Onderzoeksdoel en -methode ..........................................................................................................................

12 2 Beleidskader .....................................................................................................................................................................13 2.1 Wettelijk kader ......................................................................................................................................................13 2.2 Provinciaal beleid..................................................................................................................................................13 2.3 Gemeentelijk beleid (LS01) ............................................................................................................................... 19

2.3.1 2.3.2 2.3.3

Huidig archeologisch beleid ......................................................................................................................... 19 Op weg naar een nieuw archeologisch beleid ........................................................................................ 19 Beleid Bovengronds erfgoed ....................................................................................................................... 20

3

Verwachtingsmodel ...................................................................................................................................................... 22 3.1 Natuurlijk landschap (LS04) ............................................................................................................................. 22 3.2 Historisch landschap (LS03, LS04) ..................................................................................................................29 3.3 Cultuurhistorie / Bouwhistorische waarden (LS04) .................................................................................. 38 3.4 Archeologische waarden (LS04) ...................................................................................................................... 45 3.5 Maritieme archeologie (LS04) ..........................................................................................................................

47 3.6 Tweede Wereldoorlog ........................................................................................................................................48 3.7 Archeologie en zetting .......................................................................................................................................48 3.8 Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05) ................................................................................50 4 Advies vervolgonderzoek (LS06)............................................................................................................................... 52 Literatuur ................................................................................................................................................................................... 56 Digitale bronnen ...................................................................................................................................................................... 58 Lijst van afbeeldingen, kaarten en bijlagen ..................................................................................................................... 59 Afbeeldingen.............................................................................................................................................................................

59 Tabellen..................................................................................................................................................................................... 60

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

3

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 1 Ligging plangebied op de meest actuele luchtfoto. Bron: PDOK.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

4

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Samenvatting en advies (LS06) Vestigia B.V. Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van de gemeente Lelystad een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de uitvoering van een MER voor het project Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad (afbeelding 1 en 2, kaart 1 achterin het rapport). Het plangebied bestaat uit een strook langs de Markermeerkust, bestaande uit zowel land als water, aan de westzijde van Lelystad. Ten noorden en oosten van het plangebied liggen diverse woonwijken, waaronder ‘Park Houtribhoogte’, Boeier, Punter en Galjoen. Het plangebied wordt begrenst door de Markerwaarddijk. Ten zuidoosten ligt het industrieterrein Noordersluis en ten zuiden Gemaal Wortman en de jachthaven Lelystad Haven. Het gedeelte in het water loopt aan de zuidzijde nog iets verder zuidelijker door in het Markermeer. Met het project Waterfront Stedelijke Kust beoogt Lelystad haar kustzone te ontwikkelen tot een multifunctioneel woon-, werk- en recreatiegebied met een natuurlijk omgeving. De exacte invulling van het project en de bijbehorende werkzaamheden en ingrepen zijn nog onbekend. Ten behoeve van een MER is dit bureauonderzoek in een vroeg stadium opgesteld om alvast inzicht te krijgen in de archeologische risico’s binnen het te ontwikkelen gebied. Daarnaast is Vestigia B.V.

Archeologie & Cultuurhistorie momenteel betrokken bij het ontwikkelen van nieuw beleid voor de gemeente Lelystad ten aanzien van het gehele Erfgoedveld. Binnen deze bureaustudie worden de tot nu toe verworven inzichten uit dit traject meegenomen en meegewogen. Archeologie Uitgaande van het feit dat de Oostvaardersdijk op eenzelfde manier is aangelegd als de IJsselmeerdijk, heeft de dijk geen archeologische waarde. Uit het bureauonderzoek dat is uitgevoerd aan de IJsselmeerdijk blijkt: “Het dijklichaam van de IJsselmeerdijk stamt uit de jaren 50 van de vorige eeuw. De

dijk is goed gedocumenteerd en vormt zelf geen archeologische waarde. De bodem onder het dijklichaam is bij de aanleg weggebaggerd en vervangen door een zandcunet, en heeft geen archeologische verwachting meer.” 1 Ook binnen de vaargeul en ter plaatse van de Batavia haven worden geen relevante archeologische resten meer verwacht. Naast de Oostvaardersdijk op land- en in de waterbodem kunnen in de ondergrond nog wel archeologische resten verwacht worden. Binnen de strook naast het dijklichaam kan binnen het gehele plangebied sporen van bewoning en gebiedsexploitatie voorkomen uit het Paleolithicum en het Mesolithicum. Omdat de ingrepen momenteel nog niet bekend zijn kan nog niet bepaald worden of deze resten mogelijk verstoord kunnen worden. De resten kunnen mogelijk verwacht worden op een diepte van ca. 10 m -NAP. Binnen het plangebied geldt een algemene verwachting op het aantreffen van archeologische resten uit de midden fase van de Swifterbantcultuur (circa 5200-3800 v. Chr.). Ook deze resten bevinden zich vermoedelijk relatief diep onder het maaiveld binnen het plangebied. De resten kunnen worden aangetroffen op een diepte van ca. 6 - 8 m -NAP, waarbij mogelijke opduikingen onvoldoende in beeld zijn. Op de afzettingen van Wormer kan nog Hollandveen worden aangetroffen.

Binnen het plangebied geldt geen verwachting op dit niveau, aangezien dit reeds aan het eind van het Neolithicum is verdronken. Uit de boringen blijkt dat dit niveau zich op zijn hoogst vanaf ca. 4,80 m -mv voorkomt. Van invloed op het advies is als laatste nog de afdekkende zandlaag rondom de Oostvaardersdijk tot de Houtribweg van ca. 4 m dikte. Archeologisch relevante lagen zullen pas hieronder voorkomen. Voor deze

1

Weerheijm et al 2021, 37.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

5

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

delen van het plangebied wordt geadviseerd om vervolgonderzoek in de vorm van een verkennend booronderzoek indien ingrepen gaan plaatsvinden die dieper rijken dan 3 m – NAP (hoogste maaiveld hoogte nabij het plangebied). Geplande werkzaamheden dienen getoetst te worden aan deze NAP waarde om hun impact op mogelijk archeologische resten te kunnen bepalen. Hoewel de verwachting op het voorkomen van op opduikingen van de Wormerafzettingen klein is, kunnen ze op basis van de huidige gegevens niet uitgesloten worden ter plaatse van niet opgehoogde terreinen. Vestigia B.V. adviseert daarom bij bodemroerende ingrepen op de landbodem binnen deze bovengenoemde zones van dieper dan 50 cm beneden maaiveld, en groter dan 100 m2, of bij ophogingen van meer dan 2 m boven huidig maaiveld en groter dan 100 m 2 een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen, eventueel aangevuld met een karterend booronderzoek indien de resultaten van het verkennende onderzoek daartoe aanleiding geven. Het verkennende onderzoek dient te worden uitgevoerd door middel van een edelmanboor diameter 7 cm (onder grondwater voortgezet met een guts diameter 3 cm), in een grid van 30 x 40 m, of bij een lijnelement in een raai met een tussenruimte van 40 meter.

Het doel is om vast te stellen hoe diep de Wormerafzettingen aanwezig zijn en of er sprake is van opduikingen. Bij karterende boringen kan dit grid verder worden verdicht. Indien binnen de bovengenoemde zones sprake is van ophoging van meer dan 2 m boven huidig maaiveld (zonder voorafgaand afgraven), wordt geadviseerd om naast een verkennend/karterend booronderzoek tevens een Plaxis onderzoek uit te voeren, zodat de boorgegevens gecombineerd kunnen worden met een inschatting van de risico’s van zetting op eventuele archeologische vindplaatsen. Ten aanzien de waterbodem wordt geadviseerd om hier eerst een opwateronderzoek uit te voeren op de plaats van daadwerkelijke ingrepen in de waterbodem en gericht op de opsporing van historische scheeps- en vliegtuigwrakken. Indien de resultaten en de ingrepen daartoe aanleiding geven kan dit worden aangevuld met een verkennend booronderzoek ten aanzien van de mogelijk diepere gelegen archeologische resten uit de vroege prehistorie. Het verdient de voorkeur om op basis van het (definitieve) ontwerp te bepalen wat de precieze aard en locatie wordt van de bodemroerende ingrepen, en met welk oppervlak en diepte (bij voorkeur gerelateerd aan NAP-waarden). Als de ingrepen binnen het plangebied beperkt blijven tot de bovengenoemde vrijstellingsgrenzen, kan een vervolgonderzoek achterwege blijven.

Het vroegtijdig uitvoeren van archeologisch veldonderzoek in de Planuitvoeringsfase heeft daarbij de voorkeur om de risico’s op het gebied van de archeologie in een vroegtijdig stadium in kaart te brengen, en het afwegen van eventuele noodzaak tot het doen van vervolgonderzoek (tot aan een eventuele opgraving), danwel tot planaanpassing/mitigerende maatregelen. Bovenstaande advies zones zijn inzichtelijk gemaakt op kaart 9. Verder dient rekening gehouden te worden met (onderdelen van) scheeps- of vliegtuigwrakken binnen het gehele plangebied, zowel op het land als onderwater (zie boven). Geadviseerd wordt om een Protocol Toevalsvondsten op te stellen, waarbij de taken en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen uiteen worden gezet in geval in de uitvoeringsfase van de civiele werkzaamheden toch nog een scheepsof vliegtuigwrak (of een andersoortige archeologische vondst) wordt aangetroffen. Op deze manier kunnen de civiele werkzaamheden met zo min mogelijk risico op stagnatie en bijkomende kosten worden uitgevoerd. Tevens verdient het de voorkeur om op voorhand al een standaard PvE op te stellen in geval er een scheeps- of vliegtuigwrak wordt aangetroffen, uitgaande van een waardering in geval mogelijke wrakresten worden aangetroffen (in navolging op een dergelijk PvE ten behoeve van de verbreding van de A6).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

6

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Het bevoegd gezag, de gemeente Lelystad, dient eerst over het advies in dit rapport een besluit te nemen (wel/geen vervolgonderzoek en zo ja, in welke vorm). Wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het plangebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Flevoland (Mevr. P.P.A. Heise-Roovers, beheerder PDB Flevoland, tineke.roovers@batavialand.nl, tel. 0320-225939/ 06-13243987). Verder wordt geadviseerd om het onderhavige bureauonderzoek na 5 jaar te actualiseren, op basis van de dan bekende archeologische en landschappelijke gegevens. Daarnaast zijn op de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Flevoland binnen het plangebied nog twee vlakken aangegeven die van belang zijn voor de archeologie: die van het Provinciaal Archeologische en Aardkundige Kerngebied (PArK) Rivierduingebied Swifterbant), en het archeologisch aandachtsgebied ‘Markermeer’.

Voor beide geldt dat het streven is om eventuele archeologische waarden zoveel mogelijk te beschermen. Dit geldt ook voor het op de provinciale cultuurhistorische waardenkaart aangegeven Aardkundig waardevol gebied; ook hier gaat het de sporen van het fossiele landschap met rivierduinen en oeverwallen waar zich mogelijk sporen van de Swifterbant cultuur kunnen bevinden. De provincie streeft er naar deze waarden zoveel mogelijk te beschermen, en daarnaast aandacht te vragen voor aardkundige waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen (via het traject van bodeminformatie/verwerken in recreatieve routes etc). Geadviseerd wordt bij ontgrondingen groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm -mv in het kader van de Ontgrondingenvergunning vroegtijdig in overleg te treden met de provincie. Cultuurhistorie Binnen het plangebied bevinden zich geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. Net buiten het plangebied bevindt zich het gemeentelijk monument Werkeiland. Binnen de contouren van het plangebied bevinden zich cultuurhistorische waardevolle elementen: de dijk, de Houtribsluizen en de Straalverbindingstoren. Daarnaast bevinden zich cultuurhistorische elementen in het plangebied die op inventarisatielijsten voorkomen: de Cantine en de fietsbrug Sluisbrug.

Tenslotte zijn een tweetal typen elementen mogelijk van cultuurhistorische waarde: de langsdammen en de strekdammen, beide met havenlichten. Geadviseerd wordt mitigerende maatregelen te treffen met betrekking tot cultuurhistorie in het op te stellen bestemmingsplan. Wanneer dit niet mogelijk is, wordt geadviseerd compenserende maatregelen te nemen. In zijn algemeenheid geldt dat mitigerende maatregelen bestaan uit het ontzien van waardevolle onderdelen van cultuurhistorische elementen (bijvoorbeeld door het instellen van een maximale bouwhoogte in de buurt van de straalverbindingstoren), of het ontwikkelen in de geest van ‘behoud door ontwikkeling’. Dit laatste komt neer op het herkenbaar laten terugkomen van de cultuurhistorie in het nieuwe ontwerp door gericht cultuurhistorisch vervolgonderzoek uit te voeren ten dienste van het ontwerp. Compenserende maatregelen voor historische bouwkunde en historische geografie betreffen het documenteren of beleefbaar maken van aangetaste of verdwenen waarden. Kansen liggen hierbij met name in de thema’s inpoldering, scheepvaart en infrastructuur.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

7

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Daarnaast wordt geadviseerd de ontwerpen die grenzen aan het gemeentelijk monument het Werkeiland en het beeldbepalend object Houtribsluizen voor te leggen aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit/Erfgoedcommissie. Met betrekking tot de straalverbindingstoren wordt in de waardestelling van de Erfgoedcommissie het concrete advies gegeven deze op te nemen in toekomstige ontwikkelingen in het gebied:

“De toren kan hierbij een cruciale rol vervullen als herkenningspunt. Hoogbouw in de nabije omgeving zou daarom ook niet op zijn plaats zijn. De toren kan tot kunstobject worden getransformeerd in samenhang met andere kunstobjecten in Flevoland, zoals De hurkende man en De Aardzee. Een mooi voorbeeld is de straalverbindingstoren aan de Amsterdamse Zuidas. De toren kan opengesteld worden voor het publiek als uitzichtpunt om de resultaten van het Zuiderzeeproject te overzien. Het uitzicht reikt tot over de provinciegrenzen van Flevoland. De toren kan tevens dienen voor sportieve uitdagingen. Te denken valt aan Euromast in Rotterdam als abseil-toren. Op termijn is een verkenning van de creatieve mogelijkheden van de straalverbindingstoren wenselijk. Dit zou een opgave kunnen zijn voor studenten van bijvoorbeeld het Technasium of de hogeschool Windesheim.” 2 Mogelijk bevinden zich in het plangebied nog kleine cultuurhistorisch waardevolle elementen die nog niet binnen bestaande inventarisaties gekarteerd zijn. Deels zijn deze naar boven gekomen in de kaartanalyse (de dammen en lichtopstanden), maar is hun waarde onbekend, deels staan deze niet op topografische kaarten aangegeven. Het betreft bijvoorbeeld kunstwerken in de openbare ruimte.

Om deze elementen te ontzien in toekomstige ontwerpen wordt geadviseerd deze vóórafgaand aan het ontwerptraject te inventariseren, karteren en waarderen Naschrift De definitieve versie is opgemaakt na het verwerken van opmerkingen van het Bevoegd gezag, gemeente Lelystad, ontvangen op 14 september 2023 (inhoudelijk) en 6 november 2023 (een opmaak verzoek). Na het opmaken van de definitieve versie is nog nieuwe informatie over het plangebied aangedragen door de opdrachtgever. Na verificatie bleek dit van invloed op het eerder uitgeschreven advies. Het advies is hierop aangepast en opnieuw voorgelegd aan het bevoegd gezag op 14 november 2023. Op 28 november 2023 is deze versie van het rapport goedgekeurd door het bevoegd gezag, gemeente Lelystad.

2

Overgenomen uit Erfgoedcommissie Lelystad, Rapport 2, 2014.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

8

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Onderbouwing advies 1 1.1

Projectomgeving Inleiding

Vestigia B.V. Archeologie & Cultuurhistorie heeft in opdracht van de gemeente Lelystad een archeologisch en cultuurhistorisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van de uitvoering van een MER voor het project Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad (afbeelding 1, kaart 1 achterin het rapport). Met het project Waterfront Stedelijke Kust beoogt Lelystad haar kustzone te ontwikkelen tot een multifunctioneel woon-, werk- en recreatiegebied met een natuurlijk omgeving. Hierbij wordt verbinding gezocht met de bestaande stad, met als doel door te groeien tot een ‘stad aan het water’. De doelstellingen van het project zijn: - het woningaanbod op peil brengen; - het regionaal potentieel, de economische structuur en de vrijetijdmogelijkheden beter benutten; - maatregelen treffen voor het borgen van de hoogwaterveiligheid. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken heeft de gemeente Lelystad de ambitie uitgesproken om een bestemmingsplan vast te stellen waarmee de ontwikkeling van het Waterfront Stedelijke Kust Lelystad juridisch-planologisch mogelijk gemaakt wordt. Tezamen met het bestemmingsplan wordt een milieueffectrapport (MER) opgesteld. Het MER bevat de milieu-informatie om een goede afweging te maken als onderbouwing voor de planologische regeling in het bestemmingsplan.

Momenteel is nog geen informatie bekend omtrent de exacte locatie waar in de toekomst werkzaamheden zullen plaatsvinden, en met welke oppervlakte en diepte. Enkel zijn de plannen in thema’s bekend. Deze worden nader toegelicht in paragraaf 1.3. Het onderhavige bureauonderzoek heeft daarom een inventariserend karakter, met een advies op hoofdlijnen (waar is sprake van eventuele bekende of verwachte archeologische waarden, en bij welke oppervlakte en diepte van de ingreep dient al dan niet vervolgonderzoek plaats te vinden). Vestigia is voor de gemeente Lelystad bezig met het opstellen van Erfgoedbeleid en het actualiseren van de archeologische beleidskaart en opstellen van een bovengrondse erfgoedkaart. De verwachting is, dat dit eind 2023 wordt afgerond. In dit archeologisch en cultuurhistorisch onderzoek wordt de actuele stand van het onderzoek voor de beleidskaarten meegenomen.

1.2

Afbakening plangebied en huidig gebruik (LS02)

Het plangebied bestaat uit een strook langs de Markermeerkust, bestaande uit zowel land als water, aan de westzijde van Lelystad (Afbeelding 2). Ten noorden en oosten van het plangebied liggen diverse woonwijken, waaronder ‘Park Houtribhoogte’, Boeier, Punter en Galjoen. Het plangebied wordt begrenst door de Markerwaarddijk. Ten zuidoosten ligt het industrieterrein Noordersluis en ten zuiden Gemaal Wortman en de jachthaven Lelystad Haven. Het gedeelte in het water loopt aan de zuidzijde nog iets verder zuidelijker door in het Markermeer (zie inzet in Afbeelding 2). In het plangebied worden de volgende deelgebieden onderscheiden: 1. Bataviakwartier, met Batavia Stad Fashion Outlet en het Museum Batavialand; 2. Batavia haven;

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

9

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

3. 4. 5.

Saerdam, Vliegend Hert, Fortuijn & Oostvaardersdijk Meerdijkhaven, met de Oostvaardersdijk en een voor een groot deel braakliggend terrein; Noordersluis, net naast de (buiten het plangebied gelegen) waterzuivering; Oostvaardersdiep, de door leidammen van het Markermeer gescheiden water.

Afbeelding 2 Plangebied met aanduiding deelgebieden. Bron: projectinformatie RHDHV 2023

1.3

Toekomstig gebruik (LS01)

Op basis van bovenstaande zones zullen de voorgenomen plannen worden besproken. Zoals eerder al gemeld betreft een globale indruk en nog geen vastgestelde ontwerpen. De exacte ingrepen zullen pas in een later stadium bekend zijn. Deelgebied Bataviakwartier en Batavia Haven (1 en 2) Binnen dit deel wordt voornamelijk gekeken naar de invulling van de vrijetijdsbesteding. Dit doel wordt bereikt door in te zetten op een drietrapsstrategie. Als eerste wordt ruimte gegeven voor groei aan de huidige gebiedspartners. Zo wordt bijvoorbeeld ingezet op uitbreiding van de Batavia Stad Fashion Outlet

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

10

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

om ook de verbinding met het water te verbeteren. Voor museum Batavia land wordt een nieuw entreegebouw voorzien en mogelijke verschuivingen binnen het huidige terrein. In de Batviahaven wordt meer capaciteit voor de pleziervaart en riviercruiseschepen voorzien en mogelijkheden voor het organiseren van evenementen. De tweede strategie betreft het treffen van voorzieningen voor langere verblijfsduur onder andere door het creëren van een promenade aan de waterkant en een adventurenpark bij de Cellnex toren. En als laatste dienen de toevoegingen van een hotel met bijvoorbeeld dinershows en een hotel met een waterpark om voorzieningen te treffen voor meerdaagse verblijven. Deelgebied Meerdijkhaven en Saerdam (3, 4 en 5) Binnen dit deelgebied wordt vooral ingezet in een woonprogramma (Afbeelding 3). Waarbij gemengde wijken met verschillende prijsklassen en woningbouwcategorieën in een wijk verenigd worden. Er is daarbij ruimte voor hoogbouw om bij te dragen aan de silhouet van de stad. Eén van de mogelijkheden is om hier buitendijks te bouwen. In totaal zou het om ca. 30 ha aan extra land gaan, waarop dan bebouwing mogelijk is. Een impressie van dit gebied is opgenomen in Afbeelding 3.

Afbeelding 3 Impressie van de mogelijke nieuwe land en met bewonings- en recreatiemogelijkheden. Bron: RHDHV.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

11

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

1.3

Onderzoeksdoel en -methode

Doel van het archeologisch vooronderzoek is vast te stellen of in het plangebied sprake is (of kan zijn) van (de kans op) archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Op basis van dit onderzoek wordt een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek wordt uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.1), protocol 4002 Bureauonderzoek (land- en waterbodem).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

12

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

2

Beleidskader

2.1

Wettelijk kader

De zorgplicht voor het archeologisch erfgoed is uitgewerkt in de Monumentenwet 1988 en in de wijziging hierop; de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz, 2007). Een deel van de Monumentenwet is per 1 juli 2016 opgegaan in de Erfgoedwet. Het overige deel zal ter zijner tijd opgaan in de Omgevingswet. Tot die tijd blijven die artikelen die niet zijn overgegaan naar de Erfgoedwet van kracht zoals ze in de Monumentenwet van 1988 zijn benoemd. De Wamz vormde de implementatie van het Verdrag van Malta dat in 1992 door diverse Europese lidstaten is ondertekend. Hierin wordt gesteld dat het streven is archeologisch erfgoed in de bodem te beschermen en daarmee te behouden. Om dit te kunnen doen moet archeologisch erfgoed ingepast worden in de ruimtelijke ordening. Een ander uitgangspunt is dat indien behoud in de bodem (in situ) niet mogelijk is, de verstoorder onderzoek naar de archeologische waarden moet betalen. In de praktijk zijn dit de kosten voor de archeologische monumentenzorg cyclus (AMZ-cyclus). Met de invoering van de Wamz werden gemeenten verplicht om archeologiebeleid te ontwikkelen omdat artikel 38a van de Monumentenwet 1988 bepaalde dat de gemeenteraad bij de vaststelling van een bestemmingsplan en bij de bestemming van de in het plan begrepen grond rekening houdt met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten.

Met invoering van de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro, 2008) werd de archeologie definitief verankerd in de ruimtelijke ordening. Bepaald werd dat gemeenten na maximaal 10 jaar een bestemmingsplan moeten herzien of vernieuwen (daarbij rekening houdend met de archeologie op grond van de Monumentenwet 1988, inmiddels Erfgoedwet). Op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo, 2010) zijn burgemeester en wethouders bevoegd gezag in het kader van de omgevingsvergunning. Op grond van de Ontgrondingenwet zijn Gedeputeerde Staten bevoegd gezag in het kader van de ontgrondingsvergunning, voor andere gronden dan bij ministeriële regeling aan te wijzen rijkswateren. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is bevoegd gezag ten aanzien van de bodem en oevers van rijkswateren op grond van de Waterwet. Hierbij dient tevens aangemerkt te worden dat het Markermeer en het IJmeer zijn aangeduid als Natura 2000 gebieden. De voortouwnemer voor dit gebied is het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Het betreft de instandhouding van kranswierbegroeiingen en verscheidende organismen die van deze voedselbron afhankelijk zijn.3 2.2 Provinciaal beleid Het omgevingsbeleid van de provincie Flevoland is vastgelegd in het Omgevingsprogramma 2019.4 De volgende kaarten maken onderdeel uit van het omgevingsprogramma: • Landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten; • Landschappelijke en cultuurhistorische basiskwaliteiten; • Aardkundig waardevolle gebieden met sterlocaties; • Archeologische beleidskaart. In de twintigste eeuw is het typisch Flevolandse landschap ontstaan zoals wij het nu kennen. Als onderdeel van het Zuiderzeeproject werden de IJsselmeerpolders drooggelegd. Vele bouwkundige

3

https://www.natura2000.nl/gebieden/flevoland/markermeer-ijmeer.

4

https://flevoland.tercera-go.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9924GeconsOPFlevoland-GV01.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

13

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

objecten en landschappelijke structuren herinneren aan deze inpolderings- en ontginningsfase en zijn nog steeds in het landschap zichtbaar. De provincie wil de Flevolandse karakteristieken behouden door deze in te zetten als ruimtelijke kwaliteit ter versterking van nieuwe ontwikkelingen. Daartoe maakt de provincie onderscheid tussen landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten en basiskwaliteiten. Tot de kernkwaliteiten worden die elementen en patronen gerekend die bepalend zijn voor het karakter van Flevoland, waarmee de essentie van het polderconcept wordt gewaarborgd. Naast de kernkwaliteiten valt een aantal cultuurhistorische en landschappelijke elementen en patronen in de categorie basiskwaliteit. Het gaat dan om openheid, de verkavelingsstructuur, het bijzondere stedenbouwkundige concept van Nagele en het werkeiland Lelystad-Haven, de gemalen, hoge bruggen en de voormalige Zuiderzeekustlijn en de erfbeplanting. De provincie draagt voor deze elementen en patronen geen directe verantwoordelijkheid, maar wil wel met de gebiedspartners in dialoog blijven over het behoud en ontwikkeling van deze elementen en patronen. Voordat de Zuiderzee ontstond, is het grondgebied van de provincie Flevoland ook al bewoond geweest. Duizenden jaren geleden hebben deze eerste inwoners van Flevoland sporen achtergelaten, die bewaard zijn gebleven in de bodem van Flevoland.

Deze archeologische waarden zijn uniek. De provincie legt in haar beleid meer de nadruk op het vergroten van het maatschappelijk rendement van de archeologische monumentenzorg (bv. educatie en recreatie) en wil hiertoe belangrijke archeologische waarden behouden en ontsluiten. Het beleid wordt uitgeschreven en visueel bijgestaan op verschillende kaarten waarop de kwaliteiten zijn aangeduid. Op de archeologische beleidskaart (Afbeelding 4) wordt een onderscheid gemaakt tussen Provinciaal Archeologische en Aardkundige Kerngebieden (PArK'en), de Top-10 archeologische locaties en archeologische aandachtsgebieden.5 De provincie richt zich in PArK'en op de ontsluiting en integrale instandhouding van de archeologische waarden in samenhang met aardkundige en landschappelijke waarden. Dit betekent dat archeologische waarden in PArK'en in principe niet mogen worden geroerd. Aanvullend hierop en voor zover noodzakelijk en mogelijk nemen de provincie en gebiedspartners in PArK'en maatregelen om de achteruitgang in kwaliteit van archeologische waarden, als gevolg van bijvoorbeeld verdroging en verzuring, te stoppen dan wel te vertragen.6 De Top 10 vertegenwoordigt een dwarsdoorsnede van de Flevolandse archeologie. De provincie vindt het van wezenlijk belang dat de Top 10 locaties behouden blijven.

Bij de bescherming en instandhouding van individuele archeologische locaties geeft de provincie voorrang aan de Top 10 locaties.7 Archeologische aandachtsgebieden zijn gebieden met een relatief hoge dichtheid aan goed geconserveerde archeologische waarden. De uitwerking van de archeologische aandachtsgebieden is een gemeentelijke verantwoordelijkheid.8 Al deze gebieden en locaties acht de provincie van provinciaal belang. De landschappelijke en cultuurhistorische kernkwaliteiten, de landschappelijke en cultuurhistorische basiskwaliteiten zijn opgenomen in het Omgevingsprogramma van de provincie Flevoland (Afbeelding 6).9 De kernkwaliteiten zijn voornamelijk van toepassing op de structuren en elementen die bepalend zijn voor de polder, zoals vaarten, dijken e.a. De basiskwaliteiten zijn de overige kwaliteiten van de polder, zoals stedenbouwkundige objecten. Daarnaast zijn op deze kaart ook Aardkundig waardevolle gebieden aangeduid. In de ondergrond van Flevoland bevinden zich sporen van zeer oude, fossiele landschappen. Deze aardkundige elementen vertellen de geschiedenis van de Flevolandse bodem. In alle drie polders van Flevoland zijn er aardkundig waardevolle gebieden. Binnen deze gebieden zijn negen sterlocaties aangewezen, die uitblinken door hun gaafheid, zeldzaamheid of combinatie met archeologische en landschappelijke

5

https://flevoland.tercera-go.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9924GeconsOPFlevoland-GV01, 2.2 en 2.3.

6

https://flevoland.tercera-go.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9924GeconsOPFlevoland-GV01, 2.3.1.

7

https://flevoland.tercera-go.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9924GeconsOPFlevoland-GV01, 2.3.2.

8

https://flevoland.tercera-go.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9924GeconsOPFlevoland-GV01, 2.3.3.

9

https://flevoland.tercera-go.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9924GeconsOPFlevoland-GV01, 2.1.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

14

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

waarden. Bescherming van de aardkundige waarden is voor de PArK-gebieden geregeld via vergunningverlening in het kader van de Ontgrondingenwet, conform het toetsingskader in de Beleidsregel vergunningverlening milieuwetgeving bij ontgrondingen. 10 Ten aanzien van deze kaarten zijn de volgende elementen van belang voor het plangebied. Het plangebied grenst aan een Archeologisch aandachtsgebied. Het is eigenlijk precies gelegen tussen drie archeologische aandachtsgebieden die met zijn drieën het Voormalig stroomgebied van de IJssel en de Eem aanduiden (afbeelding 4). Zij omvatten delen van de prehistorische stroomgebieden van de Vecht, IJssel en Eem, waarin onder andere nederzettingen van de Swifterbantcultuur liggen. De aanduiding komt tevens overeen met het aardkundig waardevolle gebied van het stroomgebied van de oer-IJssel en de Eem met rivierduinen. Binnen het plangebied zijn de Oostvaardersdijk / Saerdam en de Lage Dwarsvaart aangeduid als kernkwaliteiten (afbeelding 6). Net buiten het plangebied in het Markermeer is nog sprake van landschapskunst Exposure. Tot de basiskwaliteiten behoort het gemaal Wortman aan de zuidzijde van het plangebied.

Afbeelding 4 Archeologische beleidskaart Provincie Flevoland met globale aanduiding van het plangebied. Bron: Provincie Flevoland 2018.

10

https://flevoland.tercera-go.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9924GeconsOPFlevoland-GV01, 2.2.1.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

15

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 5 Legenda bij Archeologische beleidskaart Provincie Flevoland met globale aanduiding van het plangebied (Afbeelding 4). Bron: Provincie Flevoland 2018.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

16

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 6 Landschappelijke en Cultuurhistorische kernkwaliteiten Provincie Flevoland met globale aanduiding van het plangebied. Bron: Provincie Flevoland 2018

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

17

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 7 Legenda bij Landschappelijke en Cultuurhistorische kernkwaliteiten Provincie Flevoland met globale aanduiding van het plangebied (Afbeelding 6). Bron: Provincie Flevoland 2018

De provincie streeft er naar deze waarden zoveel mogelijk te beschermen, en daarnaast aandacht te vragen voor aardkundige waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen (via het traject van bodeminformatie/verwerken in recreatieve routes etc). In de Geconsolideerde Omgevingsverordening Flevoland wordt onder Hoofdstuk 14 de rol van de provincie bij Ontgrondingen behandeld. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt tussen ‘ontgrondingen van eenvoudige aard waarbij de te ontgraven hoeveelheid minder is dan 20.000 m3, een diepte van 3 meter beneden maaiveld niet wordt overschreden en andere belangen niet of nauwelijks zijn betrokken’, en ingrepen binnen PArK gebieden. De eenvoudige vergunningprocedure is niet van toepassing op ontgrondingen groter dan 500 m en dieper dan 30 cm -mv binnen PArK gebieden. Geadviseerd wordt om in het kader van de Ontgrondingenvergunning vroegtijdig in overleg te treden met de provincie. Dit vertaalt zich in een vrijstelling voor gebieden die niet groter zijn dan 500m2 en waarbij de diepte van 3 m beneden maaiveld

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

18

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

niet overschreden wordt. Deze vrijstelling geldt niet voor PArK gebieden of TOP-10 locaties. Hier is alleen sprake van een vrijstelling indien er niet dieper dan 30 cm wordt ontgrond. 11 2.3

Gemeentelijk beleid (LS01)

2.3.1

Huidig archeologisch beleid

De gemeente Lelystad beschikt over een vastgestelde gemeentelijke archeologische beleidskaart, opgesteld door Vestigia.12 Hierbij is het plangebied aangeduid als liggende binnen een lage archeologische verwachting op het land en is ter plaatse van het water geen verwachting opgenomen. Ter plaatse van deze aanduidingen behoeven geen archeologische onderzoeken uitgevoerd te worden. Deze indicaties zijn destijds voornamelijk gebaseerd op de toen beschikbare IKAW. De IKAW is echter ongeschikt gebleken voor de dynamische Flevolandse ondergrond. Het plangebied valt binnen een aantal bestemmingsplannen: - NL.IMRO.0995.BHV01-VG01 IJsselmeer - Markermeer – Oostvaardersplassen: Er geldt een vergunningspicht voor de werkzaamheden ten aanzien van het bos, Natura 200 gebied en de aanleg van hoogspanningsverbindingen, kaden en dijken. Bij de vergunningsaanvraag kan enkel een omgevingsvergunning verleend worden indien is aangetoond dat de activiteiten geen archeologische waarden schaden. - NL.IMRO.0995.BP00052-VG01 Bataviakwartier: Hierin is geen dubbelbestemming ten aanzien van archeologie in opgenomen op basis van de momenteel nog vigerende beleidskaart. - NL.IMRO.0995.BP00056-VG01 Batavia Haven: Hierin is geen dubbelbestemming archeologie in opgenomen op basis van de momenteel nog vigerende beleidskaart.

- NL.IMRO.0995.BP00058-VG01 Schepenwijk: Hierin is geen dubbelbestemming archeologie binnen het plangebied opgenomen op basis van de momenteel nog vigerende beleidskaart. - NL.IMRO.09950000BPPP13- Meerdijkhaven: Geen dubbelbestemming opgenomen op basis van een uitgevoerd bureauonderzoek. - NL.IMRO.0995.BP00016-VG01 Lelystadhaven: Er is geen dubbelbestemming archeologie aangeduid binnen het plangebied. Er wordt verwezen naar de beleidskaart. - NL.IMRO.0995.BP00035-VG01 Noordersluis: Er is geen dubbelbestemming archeologie aangeduid binnen het plangebied. Er wordt verwezen naar de beleidskaart. 2.3.2

Op weg naar een nieuw archeologisch beleid

Vestigia is voor de gemeente Lelystad bezig met het opstellen van nieuw Erfgoedbeleid, waaronder het actualiseren van de archeologische beleidskaart en opstellen van een bovengrondse erfgoedkaart behoren. De verwachting is, dat dit eind 2023 wordt afgerond. In deze studie wordt uitgegaan van de stand van zaken van het onderzoek in het conceptrapport Inventarisatie Erfgoed Lelystad d.d. 28 maart 2023.13 Vooruitlopen op het nieuw te implementeren beleid op basis van de meest recente inzichten zal ten aanzien van de archeologische verwachting binnen het plangebied in ieder geval rekening gehouden worden met de volgende wijzigingen. Onder andere blijkt dat het Hollandveen niveau dat eerder als niet archeologisch interessant werd gezien, toch zeker archeologische resten kan herbergen. Het aantreffen van een verspoelde houten

11

https://flevoland.tercera-go.nl/MapViewer/Default.aspx?id=NLIMRO9924GeconsOVFlevoland-GV01, 14.2.

12

Archeologische Monumentenzorg in Lelystad 2008; http://www.samflevoland.nl/files/ arch_beleidskaart_lelystad_volgens_Geodataviewer.pdf 13

Beukelaar – Van Gulik, T. en A. van den Hazelkamp, 2023.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

19

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

structuur uit de Romeinse periode in het Kotterbos 14 en recent onderzoek ten aanzien van bewoningsresten op het veen in de Noordoostpolder15 bewijzen dat dit niveau niet op voorhand afgeschreven kan worden. De diepte van het veen is nog niet overal bekend. Momenteel wordt voor het nieuwe beleid gekeken naar wat wel bekend is. Hopelijk biedt de nieuw uit te komen GeoTop hier nog data voor. Het tweede belangrijke wijziging is de archeologische verwachting van de waterbodem. Ook hier bevindt zich in de ondergrond een pleistoceen landschap dat op een aantal locaties goed bewaard is gebleven. Dit blijkt onder andere uit onderzoek in het Markermeer waar een intacte Mesolithische kampement is aangetroffen.16 De archeologische potentie van de waterbodem wordt ook onderdeel van het nieuwe beleid. Als laatste is een ander uitgangspunt dat binnen het nieuwe beleid vooral met diepte vrijstellingen zal worden gewerkt, aangezien de opbouw van de ondergrond in Lelystad zeer gelaagd is en archeologische resten doorgaans onder de afzettingen van de Flevomeer Laag / Almere Laag / Zuiderzee Laag / IJsselmeer voorkomen. In dit bovenste pakket kunnen vooral scheepsresten of vliegtuigwrakken voorkomen. Deze kunnen nooit uitgesloten worden. Vindplaatsen met nederzettings- of landgebruikssporen zullen pas onder dit pakket van afzettingen verwacht worden.

Hiermee wordt in het nieuwe beleid rekening gehouden, voor zover vast te stellen is wat de dikte van de bovenste afzettingen zijn met de Flevomeerlaag als maximale vrijstellingsdiepte. 2.3.3

Beleid Bovengronds erfgoed17

In opdracht van de gemeente Lelystad heeft het Bureau STOA in 2007 een inventarisatie gedaan en een waardering opgesteld van het gebouwde cultuurhistorisch erfgoed in Lelystad. De waarderingen zijn hierbij vertaald naar aanbevelingen voor een gemeentelijk beleidskader voor de cultuurhistorische kwaliteiten in Lelystad. Hierbij zijn ook negen gebouwen en complexen aangewezen als kandidaat voor een gemeentelijke monumentenstatus met als doel in kaart te brengen wat de voor- en nadelen zijn van het aanwijzen van gemeentelijke monumenten. Op basis van deze waardering heeft in 2008 de raad besloten om het principe van ‘behoud door ontwikkeling’ als uitgangspunt te hanteren voor de gemeentelijke monumentenverordening. In 2017 heeft het college besloten een aanwijzingstraject te volgen om diverse panden, objecten en terreinen op het Werkeiland Lelystad-haven aan te kunnen wijzen als gemeentelijk monument. Dit heeft in december 2017 geleid tot het definitieve aanwijzingsbesluit. Daarmee waren de eerste gemeentelijke monumenten in Lelystad een feit. In 2020 volgde het aanwijzingstraject voor het gebouw De Kubus, dat in dat jaar ook is aangewezen als gemeentelijk monument. In 2015 is de Welstandnota door de gemeenteraad vastgesteld. In hoofdstuk 3 van de Welstandnota zijn de kaders aangegeven voor Gebieden met Architectonische welstand en Cultuurhistorisch erfgoed.

Daarnaast zijn er de afgelopen jaren, door onder meer de Erfgoedcommissie en andere partijen, diverse cultuurhistorische waarderingen en studies en verkenningen gedaan naar de cultuurhistorische elementen in Lelystad. Naar aanleiding van een enquête is in 2021 een lijst opgesteld van beeldbepalende gebouwen. Dit betreft niet alleen oude objecten, het criterium betrof ‘typisch Lelystads’. Op dit moment heeft de gemeente Lelystad geen specifiek beleid met betrekking tot cultuurhistorische landschapselementen. Wel zijn binnen de bovengenoemde in 2007 uitgevoerde inventarisatie een aantal

14

Heeringen et al 2014.

15

Van Popta et al 2020. This article is chapter 2 of Popta 2020.

16

Waldus et al 2019; ZaakID: 4635106100.

17

Grotendeels overgenomen uit: Beukelaar – Van Gulik, T. en A. van den Hazelkamp, 2023.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

20

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

cultuurlandschappelijk elementen of objecten met een landschappelijke aspect aangewezen als gemeentelijk monument (het werkeiland).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

21

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

3 3.1

Verwachtingsmodel Natuurlijk landschap (LS04)

Onder de bodem van de voormalige Zuiderzee bevindt zich een gelaagd landschap. Tijdens de laatste ijstijd – het Weichselien (aan het eind van het Pleistoceen) – lag veel water opgeslagen in een ijskap die grote delen van de Britse eilanden en Scandinavië bedekte, maar Nederland niet bereikte. Het klimaat kreeg (naarmate de ijstijd vorderde) gedurende het Weichselien een steeds continentaler karakter. Op het ‘hoogtepunt’ lag de zeespiegel maar liefst 110 meter lager en de kustlijn honderden kilometers verder westelijk dan nu. Over het algemeen bestaat de top van het pakket pleistocene afzettingen uit zogenaamd dekzand, dat de (nog) oudere rivierafzettingen in het gebied afdekt (slechts zeer plaatselijk vormen in ons land rivierafzettingen het bovenste deel van het pleistocene pakket). Plaatselijk kan het oppervlak aanzienlijk in hoogte variëren door de aanwezigheid van rivierduinen en dekzandruggen/–koppen uit het Laat-Pleistoceen/Vroeg Holoceen. Langs de randen bevinden zich dekzandruggen/rivierduinen met een verhoogde kans op archeologie in de vorm van verblijfplaatsen van jager-verzamelaars uit het LaatPaleolithicum en/of Mesolithicum. Ook dieper in de Pleistocene afzettingen kunnen artefacten worden aangetroffen. Vanaf circa 9700 v. Chr. - dat wil zeggen vanaf het begin van het Holoceen - steeg de zeespiegel, als gevolg van het afsmelten van het landijs.

Hierdoor begon onder invloed van de door de daarmee gepaard gaande stijging van de grondwaterspiegel veen te vormen op het pleistocene zand. De vorming van dit ‘basisveen’18 is, op basis van de tijd-diepte curven die zijn opgesteld voor het Noordoostpolder-gebied en voor Zuidelijk Flevoland, reeds rond 6500 v. Chr. in en rond het plangebied op gang gekomen. 19 Doordat de invloed van de zee steeds groter werd (met name door de stijgende zeespiegel), ontstond er een landschap waarin een stelsel van kreken voor de afwatering van het achterland zorgde. Direct langs deze kreken, die ook onder getijdeninvloed stonden, kwamen oeverwallen van klei tot ontwikkeling die bij verdere aangroei gedurende steeds langere perioden droog kwamen te liggen. Vanuit de droge gedeeltes konden donken (zandduintjes) zich ontwikkelen. Hierdoor werden delen van het landschap geschikt als (lente/zomer)verblijfplaats waar in principe sporen van menselijke bewoning of activiteiten kunnen worden aangetroffen uit de periode vanaf het Mesolithicum/Neolithicum. Kort na 5000 v. Chr. begonnen zich in de lagere delen van het huidige Markermeer- en IJsselmeergebied moerassen te ontwikkelen. Afgestorven planten kwamen op de waterbodem terecht. Omdat er geen zuurstof bij kon komen, bleven zij geconserveerd. Hierdoor hoopte dood plantmateriaal zich op de waterbodems op, waardoor (laag)veen ontstond. Tegen 3000 v.

Chr. raakten ook de hoger gelegen delen van het pleistocene dekzand met veen bedekt. Vanaf 1200 v. Chr. tot rond het begin van onze jaartelling vormde zich het Flevomeer. 20 De zee had inmiddels zijn grip op het huidige IJsselmeergebied verloren, omdat langs de westkust van Nederland zich een aaneengesloten strandwallengebied had gevormd. Toch bleef er sprake van ‘wateroverlast’, omdat het water dat via de IJssel vanuit het achterland werd aangevoerd ook niet meer, dan wel minder gemakkelijk, richting zee kon worden afgevoerd. Het gevolg hiervan was het ontstaan van een uitgestrekt meer: het Flevomeer. Recent onderzoek op de locatie Kotterbos bij Almere heeft aangetoond dat ook in de dynamische omgeving van dit meer sporen uit de Romeinse tijd kunnen worden aangetroffen. De uitbreiding van het Flevomeer leidde tot de afbraak van een deel van het, inmiddels uitgestrekte, veengebied. Op de bodem van dit meer werden zogenaamde Flevomeer-afzettingen gevormd, de jonge detritus-gyttja; in feite verspoeld veenlandschap.

18

Basisveen Laag, Formatie van Nieuwkoop. TNO-GDN 2023a

19

Gotjé 1993; Makaske et al. 2002.

20

Pierik et al. (2016) benoemen het reeds als ‘Lake Flevo’ op het einde van het mid-Holoceen. Dit komt overeen met het Northgrippien, dat eindigde rond 2250 v.Chr. zie Cohen et al. 2013 (updated).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

22

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

De verdergaande vorming van het waddengebied en de gelijk oplopende afbraak van het veen leidden uiteindelijk tot een open verbinding tussen de Noordzee en wat in de Vroege Middeleeuwen het Almere wordt genoemd. Die verbinding nam in omvang toe: door stormvloeden in de Late Middeleeuwen (met name in de 12e en 13e eeuw) groeide het water uit tot een heuse binnenzee, de Zuiderzee. In 1932 is de Afsluitdijk aangelegd en werden onder zoetwater omstandigheden de zogenaamde IJsselmeer Afzettingen gevormd. Lithostratigrafie

Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Walcheren21

Formatie van Nieuwkoop22

Formatie van Naaldwijk

IJsselmeer Laag

Lithologie Zoetwater kleiafzettingen

Zuiderzee Laag

Kalkrijke klei en zand (marien)

Almere Laag

Humeuze kleien, siltige/zandig/detritus gelaagd (brak) Verslagen veen, detritus (meerafzettingen) Veen

Flevomeer Laag Hollandveen Laagpakket Basisveen Laag Laagpakket van Wormer23

Veen (humeuze) klei (marien)

Ouderdom Vanaf 1932 na Chr. Tot 1932 na Chr. Tot ongeveer 1250 na Chr.

Code NAWAIJ

Begin jaartellingVME Vanaf ongeveer 4000 v. Chr. Voor 5000 v. Chr. Vanaf ongeveer 4500 v. Chr.

NIFL

NAWAZU NAWAAL

NIHO NIBA NAWO

Formatie van Boxtel

Laagpakket van Zand (dekzand) Tot ongeveer BXWI Wierden24 10.000 v. Chr. Tabel 1 In Overzicht van de afzettingen in de directe omgeving van het plangebied (bron: TNO 2011; Westerhoff et al. 2003; Weerts et al. 2003; Weerts et al. 2005, Eimermann et al. 2009).

21

TNO-GDN 2023b

22

TNO-GDN 2023c

23

TNO-GDN 2023d

24

TNO-GDN 2023e

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

23

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 8 Ontwikkeling van zee- en grondwaterspiegel aan de Noordzeekust en in het IJsselmeer-gebied (deels naar Van Heeringen et al. 2014).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

24

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

Afbeelding 9 Schema met de perioden van vorming van de in het IJsselmeergebied voorkomende lithostratigrafische eenheden, in relatie tot de archeologische periodisering. Bron: Schrijvers/Waugh 2015; naar Westerhoff et al. 1987, Menke et al. 1998.

Uit de boringen die in en in de directe omgeving van het plangebied geplaatst zijn 25, valt af te leiden dat de top van het pleistocene materiaal vrijwel overal dieper dan 10 meter beneden NAP te verwachten is. Alleen in het westen, ter hoogte van de langsdam en in het uiterste zuiden kan de top van het pleistoceen zich op een diepte tussen de 9 en de 10 meter beneden NAP bevinden. 26 Het plangebied bevindt zich op ca. -3,5 tot 3,5 m NAP. Dit houdt in dat, gezien de flinke zeespiegelstijging in het gebied in het vroeg- en midden-Holoceen, het pleistocene landschap binnen de grenzen van het plangebied aan het eind van het Mesolithicum reeds is verdronken. De archeologische verwachting op basis van de landschappelijke kenmerken blijft voor het pleistocene landschap binnen het plangebied beperkt tot het Paleolithicum en Mesolithicum. Rond 4000 v. Chr., in het Laat-Neolithicum, is de zeespiegel gestegen tot een hoogte van ongeveer 6 meter beneden NAP. De periode van vorming en niveau van het Wormer-krekenstelsel is hiermee bereikt. Dit laagland-systeem bestaat uit drassige/moerassige gebieden en (ondiepe) watervlaktes met

25

Zowel de boringen van de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders (RIJP) als latere boringen, bevraagbaar in DINOloket (www.dinoloket.nl). 26

Zie bijvoorbeeld boring B20D2456, net ten oosten van de Lage Dwarsvaart. www.dinoloket.nl

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2475, Definitief, versie 2.0, d.d. 28 november 2023

25

V23-5426: Archeologisch en cultuurhistorisch vooronderzoek in het kader van de MER Waterfront Stedelijke Kust te Lelystad, gemeente Lelystad

daartussendoor watervoerende geulen geflankeerd door oeverwallen. Vooral de gerijpte iets zandige en minder lutumhoudende afzettingen van de oeverwallen zijn interessante locaties voor gebruik en bewoning door de mens in het Vroeg- en Midden-Neolithicum. Vindplaatsen van de Swifterbantcultuur (5200 – 3800 voor Chr.) zijn in deze landschappelijke context aangetroffen ten noordoosten van het plangebied, met name op plaatsen waar kleinere vertakkingen aansluiten op de grotere geulen (onder andere vindplaatsen S2 en S4).27 De nog voortdurende zeespiegelstijging zorgde ervoor dat het landschap in het plangebied daarna weer verdronk.28 Voor het IJsselmeer is een archeologische kaart gemaakt. Uit de kaarten komt voornamelijk naar voren dat ten zuiden van het plangebied mogelijk nog bewoning mogelijk in de vroege perioden. Het plangebied is vóór 5500 v Chr. verdronken en vanaf dat moment gelegen in open water. Enkel het zuidelijke punt van het plangebied ligt mogelijk nog binnen veengebied (afbeelding 10). Als naar de gedetailleerde gegevens binnen het plangebied gekeken wordt, kan mogelijk meer gezegd worden over de mogelijke verspreiding van veen binnen het plangebied. Over het patroon van aan- en afwezigheid van het Hollandveen in het plangebied bestaat nog geen definitief beeld.

De oorspronkelijke verbreiding van het Hollandveen komt weliswaar in grote lijnen overeen met het gebied waarin afzettingen uit het Laagpakket van Wormer verwacht worden (zie ook kaart 'Natuurlijk landschap: geologie'); maar door de - met de vorming van het Almere en de Zuiderzee gepaarde - latere erosie is veel van het oorspronkelijke veen verloren gegaan. Wanneer we individuele boorbeschrijvingen bekijken is er af en toe veen beschreven, op wisselende dieptes. Wat de archeologische relevantie van dit veen is, valt echter uit deze beschrijvingen niet geheel af te leiden: beschikbare gegevens over de aard van het veen zelf, de aard van de laaggrens wisselen sterk per boorbeschrijving. Bij een steekproef van de 223 boringen verspreid over het plangebied29, is gekeken naar boringen waarbij meerdere veenlagen voorkomen (bij 1 veenlaag zou er sprake kunnen zijn, wanneer de analyse wat dieper zou gaan dan in het geval van deze steekproef, van slechts de aanwezigheid van basisveen). In 146

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Lelystad&id=8c23e050-9ef2-4237-afa7-096db8153abe