Beantwoording technische vragen kadernota 2026 - 2029 - TOTAAL
Tekst van het document
ML
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
2. Waar is de raming van €527.500 op gebaseerd? Is er een De door te voeren maatregelen verschillen per locatie en daarmee verschillen ook de kosten per onderliggende kostenberekening of schatting per locatie locatie. We hebben daarbij nog niet alles in beeld. De geraamde kosten betreft een zo goed A. Messelink - beschikbaar? Graag een overzicht van de gehanteerde mogelijke inschatting die Centrada nu kan maken op basis van offertes en historische gegevens. Dijkstra parameters. Zoals ook onder de beantwoording van vraag 176 is aangegeven zal dit totaalbedrag nog door twee gedeeld moeten worden. A. Messelink Dijkstra
IP
ML
179
39
ML
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
180
39
ML
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
181
182
39
39
ML
ML
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
Het betreft een doorlopende verplichting om te voldoen aan de wettelijke eisen. Voor de uitvoering is een planning in de maak waarbij de complexiteit van de aanpassing per locatie kan verschillen. Inspectie van de brandweer op locaties kan de planning wijzigen omdat er op dat moment voorrang gegeven moet worden aan de betreffende locatie. Er wordt naartoe gewerkt om eind 2026 de locaties te hebben aangepast. Het gaat in ieder geval om de volgende wooncomplexen Florijnhof, Muntstraat, Neringweg , Stadhuisstraat, Rode Klif, Grietenij 11 en 15, Schouw 16 en 17 en Waterwijzer.
3.Aan welk type voorzieningen denkt het college bij de term Dit is afhankelijk van de bestaande locatie en wat er op de locatie mogelijk is (buiten, inpandig). ‘stalling’? Gaat het hier om eenvoudige (brandveilige) overkappingen, prefaboplossingen, of om permanente nieuwbouw 4. Welke alternatieven zijn overwogen in plaats van Er hoeft niet direct sprake te zijn van nieuwbouw. Per locatie zal de aanpassing verschillend zijn. A. Messelink - nieuwbouw? Is er bijvoorbeeld gekeken naar ombouw van Er wordt gekeken naar welke mogelijkheden er zijn, voldoet aan de wettelijke voorschriften en het bestaande bergingen, stalling in buitenruimte of het meest kostenefficient is. Dijkstra verplaatsen van vluchtroutes? 5. Is het college bereid om het principe van ‘eigen Een Wmo voorziening wordt verstrekt wanneer dit noodzakelijk is. Daarbij wordt altijd gekeken verantwoordelijkheid’ nader te betrekken bij deze aanpassing, naar wat de inwoner zelf kan. Oplossingen op woningniveau in een wooncomplex is niet voor de A. Messelink - aangezien het hier gaat om een individueel hulpmiddel? hand liggend. Het is niet uitvoerbaar om voor afzonderlijke bewoners in een wooncomplex een Dijkstra Wordt er ook gekeken naar oplossingen op woningniveau in individuele stalling te realiseren. plaats van collectieve stallingen? 6.
Zijn de kosten volledig subsidiabel onder de Wmo, of De kosten zullen - conform wat wordt voorgesteld - incidenteel worden gedekt vanuit de reserve moeten deze ten laste komen van de algemene middelen van ontwikkeling stad. De verantwoording over de uitgaven maakt vervolgens onderdeel uit van de de gemeente Lelystad? integrale verantwoording over de Wmo, dat in het geheel vanuit de algemene middelen van A. Messelink dekking wordt voorzien. De gemeente ontvangt via het gemeentefonds een algemene uitkering, Dijkstra waarvan gemeenten geacht worden uitvoering te geven aan tal van wettelijke taken, waaronder de Wmo. In dat opzicht is het woord 'subsidiabel onder de Wmo' dan ook niet van toepassing.
184
39
39
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer 183
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
ML
Onderwerp
Portefeuille
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
7. Wordt er bij de nadere inventarisatie ook gekeken naar Ja er zal gekeken worden naar de meest kostenefficiente maatregel die voldoet aan de minimale A. Messelink - kostenefficiëntie per complex? En op welke wijze wordt de eisen. De raad wordt middels de reguliere begrotingsmonitor geinformeerd over de voortgang van Dijkstra raad geïnformeerd over deze vervolganalyse? de uitvoering.
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
A. Messelink Dijkstra
9. Hoe verhoudt deze uitgave zich tot het principe van Wanneer een scootmobiel door de Wmo wordt verstrekt, zijn we ook verantwoordelijk voor de doelmatigheid binnen de Wmo? Wordt hier niet stalling wanneer de inwoner hier zelf niet toe in staat is. Het zijn extra kosten waar we door disproportioneel veel uitgegeven aan aanpassingen voor een wetgeving mee geconfronteerd worden. relatief beperkte groep?
A. Messelink Dijkstra
10.Is er landelijke financiering beschikbaar of overleg met het Hier zijn vanuit het Rijk geen financiële middelen voor beschikbaar gesteld. Rijk over deze verplichting, gezien het feit dat de regelgeving top-down is opgelegd?
39
ML
186
39
ML
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
188
39
189
40
190
40
191
40
192
40
Antwoord
ML
185
39
Schriftelijke vraag
8. Welke afspraken worden gemaakt met Centrada en andere De afspraak wordt gemaakt om bij bestaande complexen de kosten te delen (50%). Bij nieuw te verhuurders over een eerlijke en duurzame verdeling van bouwen seniorencomplexen valt het conform de prestatieafspraken volledig voor rekening van Centrada. Nieuw te bouwen complexen niet specifiek voor senioren is voor rekening van de A. Messelink - verantwoordelijkheden en kosten? gemeente Lelystad. Er is echter steeds vaker sprake van een gemengde doelgroep. Het zou veel Dijkstra ambtelijke inzet vragen om uit te zoeken wie welk aandeel heeft en we willen snel kunnen handelen.
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
187
BEANTWOORDING TOTAAL
ML
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
11. Kan het college uitleggen waarom deze bijdrage niet Vanuit de Wmo zijn we verantwoordelijk voor de stalling wanneer de inwoner daar zelf niet toe in onder staatssteun valt? staat is. Vanuit deze Wmo context en benaderd vanuit een algemeen belang mbt brandveiligheid A. Messelink is het niet aannemelijk dat er sprake is van staatssteun. Dit wordt juridisch nog uitgezocht. Dijkstra
12. Waarom dient de gemeente Lelystad deze kosten (deels) Zie de beantwoording van vraag 184. voor haar rekening te nemen en waarom zijn deze kosten niet in zijn geheel voor Centrada? Vind de college het wenselijk deze voorstellen structureel in Structurele inzet is wenselijk, maar is niet beschikbaar in de meerjarenraming. Wel zijn er Bijstelling 48 A. Messelink - de begroting op te nemen? Zo ja, is dan de kadernota niet de incidentele middelen beschikbaar, waardoor deze inzet in ieder geval tot en met 2029 geborgd kan Jongerenwerk & 49 D66 aangewezen plek om die zoektocht te beginnen? worden. Op termijn zal er opnieuw een afweging gemaakt moeten worden over deze inzet en de Dijkstra Versterken van de basis wijze van dekking. Hoeveel FTE komen erbij met dit voorstel? Achtergrond: Uit Er komt geen extra FTE bij in de stad, maar de aanvullende inzet – op dit moment bekostigd vanuit het voorstel lijkt naar voren te komen dat de kosten voor rijksmiddelen van Preventie met Gezag– wordt gecontinueerd met dit voorstel (in elk geval tot en A. Messelink Bijstelling 48 CDA 6FTE jaarlijks 700k zijn. met 2029). Het bedrag gaat niet alleen om salarislasten van deze jongerenwerkers, maar ook om Jongerenwerk Dijkstra werkgeverslasten (zoals pensioenpremies en dergelijke). ML
Bijstelling 47 Scootmobielstallingen
A. Messelink Dijkstra
PVV
Bijstelling 48 Jongerenwerk
A. Messelink Dijkstra
IP
Bijstelling 48 Jongerenwerk
Hoeveel FTE worden toegevoegd bij deze bijstelling en hoe Jongerenwerk werd dusver grotendeels betaald vanuit incidentele rijksmiddelen, om jongerenwerk wordt het bedrag van €700.000 onderbouwd? beter te borgen in de stad is het voorstel gedaan dit te financieren vanuit structurele gemeentelijke middelen. Zie ook beantwoording vraag 190.
1. Hoe verhouden deze jaarlijkse kosten (€700.000 p/jr van Jongerenwerk is een belangrijke preventieve inzet en niet formeel een vorm van jeugdhulp. 2027-2029) zich tegen de aangenomen bezuinigingen Jongerenwerkers werken laagdrempelig en zonder indicatie. Terwijl jeugdhulp vaak geïndiceerd is. (knoppenplan) op de Jeugdzorg wanneer de Hier gaat het om een ombuiging in plaats van een bezuiniging om op termijn beter aan te kunnen A. Messelink 'plusprogramma's' wegvallen? sluiten bij de vraag. Bijna één op de drie jongeren (33%) vindt via het jongerenwerk een vorm van Dijkstra 2. Is er dan wel sprake van bezuinigingen? hulp voor het oplossen van problemen en jongeren met zware problemen blijven in het jongerenwerk stabiel (onderzoek ZonMW, dr J.W Metz).
194
40
40
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer 193
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
ML
ML
Onderwerp Bijstelling 48 Jongerenwerk
Bijstelling 48 Jongerenwerk
195
40
ML
Bijstelling 48 Jongerenwerk
196
40
ML
Bijstelling 48 Jongerenwerk
197
198
40
40
ML
ML
Bijstelling 48 Jongerenwerk
Bijstelling 48 Jongerenwerk
Portefeuille
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
1. Hoeveel heeft de gemeente Lelystad sinds 2020 in totaal Sinds 2021 is het jongerenwerk aanbesteed. Er zijn hiervoor vanuit reguliere middelen 4,4 fte per geïnvesteerd in jongerenwerk, uitgesplitst per jaar en per jaar beschikbaar gesteld. In 2022 en 2023 is dit met incidentele middelen vanuit NPO gelden A. Messelink programma (bijv. regulier, Preventie met Gezag, School & opgeplust met 1,5 FTE. Vanaf 2024 zijn de NPO middelen gestopt en wordt dit vanuit preventie Dijkstra Omgeving)? met gezag met ruim 4 FTE middelen aangevuld. 1 FTE is op dit moment 120k. 2. Wat zijn concreet de behaalde resultaten van deze inzet Door samen op te trekken met onderwijs, zorg en veiligheidspartners lukt het jongerenwerkers om sinds 2020? Worden er kwantitatieve effecten gemeten zoals vanuit een gezamenlijk doel te vertrekken, samen om jongeren heen te staan en daarmee te minder meldingen van overlast, daling jeugdcriminaliteit of voorkomen dat problemen ontstaan of verergeren. Het lukt om vanuit een ‘positieve’ insteek in schooluitval? En wordt er goed samengewerkt met die contact te komen met jongeren, waardoor je ook eerder en gemakkelijker kunt ingrijpen als het met scholen? Zo ja, graag toelichten.
Zo nee, waarom niet? een jongere mis dreigt te gaan, blijkt ook uit onderzoek van Sociaal Werk Nederland (zie: https://sociaalwerknederland.nl/actueel/tussenresultaten-drop-in-rol-van-jongerenwerk-incriminaliteitspreventie ). A. Messelink Dijkstra
Vanuit de JOR monitoring zien we een vermindering in het aantal overlastmeldingen in Lelystad. Jongerenwerk sluit aan als vaste partner in de groepsaanpak. Hieruit hebben we de afgelopen jaren kunnen monitoren dat jeugdoverlast in een vroeg stadium wordt gesignaleerd en aangepakt. Daarnaast stelt het jongerenwerk elk kwartaal een rapportage op met kwalitatieve en kwantitatieve gegevens met onder andere: uitsplitsing fte inzet, bereik onder jongeren en aantal jeugdgroepen in beeld, individuele begeleidingstrajecten en activiteiten.
3. Welke prestatie-indicatoren hanteert de gemeente bij het Zie de beantwoording van vraag 194. beoordelen van de effectiviteit van jongerenwerk? En op basis waarvan concludeert het college dat uitbreiding van de formatie noodzakelijk is? 4. Waarom is ervoor gekozen om het huidige niveau van Er is voor gekozen om het huidige niveau van jongerenwerk als uitgangspunt voor de begroting te jongerenwerk als norm voor de begroting te nemen, terwijl dit nemen, omdat dit niveau in de afgelopen jaren – mede dankzij tijdelijke rijksprogramma’s – heeft grotendeels is gefinancierd uit tijdelijke rijksprogramma’s en geleid tot aantoonbaar positieve resultaten op het gebied van preventie, bereik en ondersteuning A. Messelink dus nooit bedoeld was als structureel basisniveau? van jongeren in kwetsbare posities. Tijdelijke rijksprogramma's zoals preventie met gezag zijn Dijkstra bedoeld als plus op de basis. Het ministerie verwacht van gemeentes dat zij zelf de basis op orde brengen. 4 fte jongerenwerk voor een stad als Lelystad is niet toereikend. A. Messelink Dijkstra
5. In hoeverre is het jongerenwerk aantoonbaar aanvullend Jongerenwerkers staan vaak buiten de systeemwereld en hebben informeel contact met jongeren op het werk van andere professionals zoals in hun eigen leefomgeving (bijv. op straat, in jongerencentra of online), hierdoor signaleren zij leerplichtambtenaren, wijkagenten, jeugdboa’s en vroegtijdig problemen of zorgwekkende gedragingen die formele instanties (nog) niet zien; A. Messelink - schoolmaatschappelijk werkers? jongerenwerkers vormen zo een brugfunctie naar hulpverlening of handhaving. Jongerenwerkers Dijkstra bereiken vaak de moeilijk bereikbare doelgroep (bijvoorbeeld thuiszitters, risicojongeren, of jongeren die afglijden richting overlast of criminaliteit). Dit maakt het jongerenwerk een preventieve schakel, aanvullend op de curatieve of handhavende aanpak van andere professionals. 6. Wordt er onderscheid gemaakt tussen jongerenwerk De basisopdracht van het jongerenwerk beperkt zich tot ambulant jongerenwerk op straat. Wil de gericht op preventie, begeleiding, handhaving en community gemeente de focus leggen op community building dan is daar meer capaciteit voor nodig.
Op dit building? En hoe zijn deze rollen verdeeld onder de huidige moment wordt community building vanuit Preventie met Gezag gefinancierd, met de specifieke 10 FTE jongerenwerkers? opdracht zich te richten op de doelgroep die dreigt af te glijden naar de criminialiteit en zich e A. Messelink richten op kwetsbare wijken en het vergroten van de weerbaarheid van jongeren door hen een Dijkstra aantrekkelijker toekomstperspectief bieden,. Dat is de doelgroep van PMG. Het jongerenwerk zou zich daarnaast ook op andere jongeren kunnen richten, denk aan jongeren met mentale probelemen of jongeren in isolement. Hier is op dit moment geen ruimte voor in verband met de beperkte middelen vanuit de reguliere begroting.
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
Onderwerp
Portefeuille
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
199
40
ML
Bijstelling 48 Jongerenwerk
7. Wat is het bereik van het jongerenwerk in de stad?Hoeveel Zoals bij vraag 194 beantwoord, rapporteert het jongerenwerk op het bereik van jongeren. Een A. Messelink - unieke jongeren worden jaarlijks bereikt? Wat is het registratie op unieke personen is niet haalbaar. Dit zou betekenen dat het jongerenwerker een percentage van de doelgroep? klantvolgsysteem bij zou moeten houden. Dit overstijgt de preventieve aard en vraagt veel Dijkstra administratieve capaciteit.
200
40
ML
Bijstelling 48 Jongerenwerk
A. Messelink Dijkstra
201
40
ML
Bijstelling 48 Jongerenwerk
202
40
ML
Bijstelling 48 Jongerenwerk
203
204
205
40
40
40
ML
ML
ML
8.Wat zijn de alternatieve scenario’s onderzocht door het Zoals uitgelegd bij vraag 197; jongerenwerkers hebben een unieke functie in de stad die niet college om de jeugdproblematiek aan te pakken, zonder makkelijk vervangbaar is door andere partners. uitbreiding van jongerenwerk? 9. Hoeveel jongerenwerkers zijn structureel gefinancierd en Ruim 4 fte structureel en ruim 4 fte rijksprogramma's. Zie antwoord op vraag 193. A. Messelink - hoeveel zijn afhankelijk van tijdelijke programma’s? Welke risico’s zijn er voor continuïteit en kwaliteit als deze tijdelijke Dijkstra middelen wegvallen? 10. Op welke wijze wordt de raad betrokken bij evaluatie en Zie antwoord op vraag 194. Jongerenwerk rapporteert elk kwartaal, deze rapporatages worden met bijstelling van dit beleid? Wordt er periodiek gerapporteerd de gemeente besproken. De inzet die vanuit preventie met gezag gedaan wordt is beschikbaar op over de voortgang en doeltreffendheid van deze investering? de website van samenlelystadoost.nl. Ook is er 24 september 2024 een informatienota A. Messelink aangeboden aan de raad (24.331) die de raad over de voortgang van het jongerenwerk. Het Dijkstra schakelmoment tussen de aanbesteding (eind 2026) en het inbesteden kan een moment zijn om de raad te informeren over de voortgang.
Bijstelling 48 Jongerenwerk
11. De wethouder jeugdzorg heeft meermalen uitgesproken Ja, jongerenwerk werkt aantoonbaar. Er is een groeiend aantal wetenschappelijke onderzoeken, dat “we moeten stoppen met dingen die niet werken”. Kan het evaluaties en praktijkstudies dat de effectiviteit van jongerenwerk onderbouwt op het gebied van college onderbouwen dat het jongerenwerk in Lelystad wél preventie, participatie, veiligheid en welzijn van jongeren. Zo zegt een onderzoek van VerweyA. Messelink - aantoonbaar werkt? Zo ja: op basis van welke meetbare Jonker dat jongerenwerk bijdraagt aan het vergroten van de sociale vaardigheden van jongeren, resultaten wordt dat geconcludeerd? Zo nee: waarom wordt weerbaarheid en zelfvertrouwen en het voorkomen van overlast, schooluitval en Dijkstra dan niet conform het eigen uitgangspunt gehandeld? jeugdzorgtrajecten (Verwey-Jonker instituut 2019). Dit is Lelystad ook zichtbaar uit de groepsaanpak, de tevredenheid van onze partners als politie en handhaving en de vermindering van de overlastmeldingen.
Bijstelling 48 Jongerenwerk
12. Is het college bereid het huidige jongerenwerk kritisch te Vanuit de aanbesteding ervaren we een positief effect op de samenwerking waarbij het evalueren op doeltreffendheid en doelmatigheid, juist in het jongerenwerk een unieke rol vervult die zich resulteert op zowel kwalitatief als kwantitatief niveau. A. Messelink - licht van het eigen credo dat beleid moet stoppen als het Dit word op regelmatige basis geevalueerd. Dijkstra geen effect heeft? En zo ja: op welke termijn en onder leiding van wie?
Bijstelling 48 Jongerenwerk
13. Waarom wordt er structurele financiering voorgesteld voor Hoewel de voorziening tot nu toe voornamelijk is gefinancierd via tijdelijke rijksprogramma’s, is de een voorziening die grotendeels op tijdelijke rijksprogramma’s effectiviteit ervan inmiddels op landelijk niveau overtuigend aangetoond. Zie ook de beantwoording A. Messelink - is gestoeld en waarvan de effectiviteit niet aantoonbaar is van vraag 203. Daarmee voldoet de voorziening aan het uitgangspunt van het college om te gebleken? Is dit niet in strijd met de lijn van het college om investeren in wat werkt. Door financiering beschikbaar te stellen, borgen we de continuïteit van een Dijkstra financiële keuzes te baseren op ‘wat werkt’? bewezen effectieve aanpak op lokaal niveau. Zie hiervoor ook de bovengenoemde antwoorden voor de lokale opbrengsten.
207
208
209
210
40
40
40
40
40
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer 206
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
ML
ML
ML
ML
ML
Onderwerp
Bijstelling 49 Versterken van de basis
Portefeuille
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
1. Wat zijn de concrete resultaten van het traject ‘Versterken Beoogde resultaten zijn de structuren en effecten op diverse lijnen zoals ook te lezen in de van de Basis’ sinds de start in 2022? Kunnen deze worden subsidieregeling: https://www.gemeentelelystad.nl/4/Subsidiekader-Versterken-van-de-basisonderbouwd met meetbare effecten op het gebruik van 2025.html jeugdhulp, wachttijden of instroom in zwaardere zorg? Het is moeilijk antwoord te geven op de vraag in hoeverre het aanbod en de iniatieven in cijfers bijdragen aan jeugdhulp. Of preventie inzet zich vertaald in minder benodigde intensievere hulp, dat wordt vaak pas later zichtbaar, zoals ook onderbouwd wordt door verschillende onderzoeken en voorbeelden zoals de gemeente Zwolle. A. Messelink Dijkstra
Er worden kwalitatieve gesprekken gevoerd met de uitvoerende partners om de gestelde doelen (zoals te zien in het subsidiekader) te evalueren. Daarom is het goed om de aanbevelingen 'Zicht op jeugdpreventie' nader te bezien in samenhang met het uitvoeringsprogramma Samen voor de Jeugd. Binnen de samenwerking tussen de partners is de meerwaarde de afbakening van taken (bijvoorbeeld tussen onderwijs en schoolmaatschappelijk werk) en verantwoordelijkheden en laagdrempelige beschikbaarheid van vraaggerichte ondersteuning, zodat deze bijdragen aan beschermende factoren in het leven.
2. In hoeverre is overlap geconstateerd tussen de activiteiten Er kan overlap zijn in werkzaamheden echter wordt dit snel geconstateerd en bijgestuurd. Eén van binnen dit traject en het reguliere aanbod van jeugdzorg, de positieve effecten van versterken van de basis is de meer intensieve samenwerking tussen wijkteams, onderwijsbegeleiding of jeugdgezondheidszorg verschillende partijen in het voorveld door bijvoorbeeld een voorveldoverleg, samenwerking in (zoals Icare of GGD)? LISA, de inzet in kinderopvang, op scholen et cetera. Juist bij nieuwe aanbod vanuit het Rijk, zoals A. Messelink Bijstelling 49 een brugfunctionaris zien we dat er gesprekken plaats vinden om afspraken te maken en samen te Versterken van de basis Dijkstra werken. Daarbij zijn alle deelnemers van versterken van de basis maatschappelijke partners. Deze samenwerking zorgt voor onder andere voor afbakening van taken, verantwoordelijkheden en afstemming van het aanbod. 3.
Waarom wordt een traject dat al sinds 2022 loopt nog altijd De raad heeft bij de start en continuering van het project in 2023/2024 besloten om voor het grotendeels uit incidentele middelen bekostigd, terwijl de versterken van de basis structureel €517.000,- beschikbaar te stellen en daarnaast incidentele gemeente stelt dat dit essentieel is voor het slagen van de middelen in te zetten, waardoor de projecten zoals gestart in 2022 voortgezet kunnen worden. A. Messelink Bijstelling 49 koerswijziging in het sociaal domein? Voor 2025 is dit verlengd. Dit kadernota voorstel is bedoeld om het totale project structureel te Versterken van de basis Dijkstra borgen als basis binnen de stad, zoals ook uitgangspunt is vanuit het rijk en het knoppenplan jeugd. 4. Is er een integrale kosten-batenanalyse uitgevoerd van dit Nee, er is geen integrale kosten-batenanalyse uitgevoerd voor versterken van de basis in Lelystad. programma? Indien nee: waarom niet? Indien ja: kan deze Echter blijkt vanuit diverse onderzoeken dat sociaal werk, het voorveld, effectief is. Dit is onder A.
Messelink - aan de raad worden verstrekt? Bijstelling 49 andere te zien in onderzoeken van Erasmus School of Economics (2021) over de besparing van Versterken van de basis Dijkstra sociaal werk, in het onderzoek van NRO (2020), over het effect van samenwerking tussen ouders, leraren, maatschappelijk werk en jeugdhulp in de schoolklas, en nog andere onderzoeken. 5. Wat zijn de concrete rollen en verantwoordelijkheden van Iedere partner heeft verschillende rollen; dit is terug te lezen in het subsidiekader 'Versterken van de meer dan 10 betrokken partners binnen dit traject? Hoe de Basis' - https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2024-544605.html A. Messelink - wordt voorkomen dat middelen versnipperen en de regie Bijstelling 49 vervaagt? Versnippering en regie wordt voorkomen door het voorveldoverleg en integrale samenwerking Versterken van de basis Dijkstra vanuit de partners en verschillende beleidsterreinen van de gemeente.
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
Onderwerp
Portefeuille
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
6. Hoe wordt de effectiviteit van de vier opgaven Vanuit de verschillende lijnen van versterken van de basis zijn er gesprekken over het behalen van geëvalueerd? En wanneer wordt deze evaluatie met de raad de doelen en de doorontwikkeling. In bijvoorbeeld de rapport 'Zicht op jeugdpreventie', maar ook gedeeld? vanuit partners in bijvoorbeeld het onderwijsmanifest, wordt deze informatie gebruikt en gedeeld met de raad. 211
212
213
214
215
216
40
40
40
40
40
41
ML
Bijstelling 49 Versterken van de basis
A. Messelink Dijkstra
ML
Bijstelling 49 Versterken van de basis
A. Messelink Dijkstra
Zoals in vraag 206 genoemd is het lastig om het gevolg in de concrete cijfers van de jeugdhulp al te kunnen duiden, maar zijn dit vooral data welke aantallen zijn behaald met daarbij kwalitatieve evaluaties en ervaringen vanuit de diverse partners. Voorbeelden zijn hierin het vinden en houden van passende plekken binnen kinderopvang zoals Peuterplus, het vraaggericht kunnen adviseren vanuit LISA, de ontmoetingen tussen ouders in de Limonadebrigade, de laagdrempelige ondersteuning vanuit schoolmaatschappelijk werk, ondersteuning door vrijwilligers enzovoorts. 7. Welke alternatieve scenario’s zijn verkend, bijvoorbeeld het De inzet van deze aanvraag in de kadernota is het integreren van de onderdelen van het project in integreren van onderdelen van dit traject in bestaande bestaande begrotingsubsidies van maatschappelijke partners. organisaties of reguliere budgetten?
Verwijzend naar A01-A02 CU (7 juni 2024, kadernota 25-28) De monitoring van versterken van de basis vindt plaats op de diverse deelprojecten. Het is lasit om Hoe heeft de monitoring plaats gevonden? Is er een positief direct een causaal verband te laten zien tussen afname van jeugdhulp en de preventie inzet. De A. Messelink - resultaat? Is hiermee, aantoonbaar, zwaardere intensieve evaluatie is dus met name kwalitatief, waarbij positieve effecten zijn te zien in de samenwerking, Bijstelling 49 FvD Versterken van de basis Dijkstra jeugdhulp gereduceerd? Zo ja: Hoeveel in percentages? Zo afstemming en ondersteuning aan ouders en jongeren. Zie ook de beantwoording van vraag 206. nee, wat is hiervan dan de meerwaarde?
#JL
GL
IP
Bijstelling 49 Versterken van de basis
Bijstelling 49 Versterken van de basis
Bijstelling 50 Wachtverzachter
Hoe wordt het bedrag van 775.000 euro voor " versterken van Het bedrag van €775.000 wordt gebaseerd op de totale inzet van het project, namelijk totaal de basis" onderbouwd? Waar is het op gebaseerd? €1.295.000. Vanuit de gemeentelijke middelen is er €517.000 structureel geborgd, echter werden de resterende middelen gedekt uit incidentele middelen zoals het NPO (dat in juni 2025 afloopt), het knoppenplan en amandementen (zoals amendement A23-A27) vanuit de raad. A. Messelink Dijkstra
A. Messelink Dijkstra
Het beschikbare budget voor de subsidieregeling 2025 is €1.053.000, de andere middelen (+/- €240.000) wordt verstrekt via de begrotingsubsidies van de instellingen. Valt LISA hier ook onder?
Ja, LISA Lelystad is één van de onderdelen van versterken van de basis en valt onder opgave 1: Een laagdrempelig informatie- en adviespunt voor opvoed- en opgroeivragen (I&A).
Er wordt gesteld dat de eerste ervaringen m.b.t. De wachtverzachter is een initiatief van bureau LWPC en EigenWijze Company. Om te meten wat WachtVerzachter positief zijn. het effect is van de inzet wordt de deelnemer bij de start, na een half jaar en bij de uitstroom 1. Wie initieert WachtVerzachter? gevraagd naar de levenskwaliteit en de mate van eenzaamheid. Bij de 5 deelnemers die zijn 2. Waaruit blijkt dat de eerste ervaringenpositief zijn, zijn er uitgestroomd in 2024 scoren 4 deelnemers bij de start slecht op levenskwaliteit en eenzaamheid cijfers beschikbaar die dat aangeven? en 2 deelnemers voldoende. Na afronding is dit verschoven naar voldoende en goed. Daarnaast 3. Zo ja, dan ontvangen wij graag een overzicht? geven de uitgestroomde deelnemers aan dat de mentale klachten minder zijn geworden, het fijn is A. Messelink om iemand te hebben om even mee te kunnen bellen op momenten dat het zwaar is. Dijkstra
De Wachtverzachter is ook actief in andere gemeenten, waar het al wat langer draait en er meer bekend is over de effecten. Onder de deelnemers van 2022 is in een deelnemende gemeente een enquête gehouden over de effecten van de WachtVerzachter. Hieruit blijkt onder andere dat het mentale welbevinden van 86,7% van de deelnemers beter is dan toen hij/zij startte bij de WachtVerzachter.
218
41
41
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer 217
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
Onderwerp
Portefeuille
BEANTWOORDING TOTAAL
Schriftelijke vraag
Antwoord
FvD
Bijstelling 50 Wachtverzachter
Hoeveel inwoners maakten gebruik van de w8verzachter? In 2024 zijn er 27 leden aangemeld bij de WachtVerzachter Lelystad. Hiervan zijn er 11 deelnemer Hoe lang duurt een traject gemiddeld? Hoe is de uitstroom en 16 ervaringsdeskundigen (hierna EVD). In 2024 is er 1 EVD gestopt en zijn er 5 deelnemers verdeeld? (percentages) uitgestroomd. Een gemiddeld traject van deze uitstromers duurde 6 maanden. Een van de A. Messelink - -Naar GGZ deelnemers is uitgestroomd naar Spot en heeft daar haar draai gevonden (later ook weer Dijkstra -Andere vorm van hulpverlening ingestroomd bij de Wachtverzachter na sluiting van locatie Spot). 1 deelnemer is gestopt ivm werk, -Onbekend of zonder vervolg traject. andere 3 deelnemers zijn uitgestroomd omdat ze gestart zijn met de behandeling en omdat ze zich -Niet uitgestroomd beter voelde.
D66
Bijstelling 50 Wachtverzachter
A. Messelink Dijkstra
A. Messelink Dijkstra
Als dit nu werkt, waarom wordt er dan geen structureel geld Structurele inzet is wenselijk, maar is niet beschikbaar in de meerjarenraming. Wel zijn er gevonden? incidentele middelen beschikbaar, waardoor deze inzet in ieder geval tot en met 2029 geborgd kan worden. Op termijn zal er opnieuw een afweging gemaakt moeten worden over deze inzet en de wijze van dekking. Werkt het college aan het terugdringen van de wachtlijsten Bij de Ggz wordt er op vele fronten gewerkt aan het terugdringen van wachtlijsten. Zo heeft de Ggz voor de GGZ? Is er een verwachting dat dit project na 2029 een consultatiefunctie voor professionals opgezet en ligt er een nauwe relatie met IZA waarbij wellicht niet meer (in deze omvang) nodig is? Mentale Gezondheid Netwerk (MGN) o.a. een speerpunt is. Dit is wel een traject van lange adem. Of de Wachtverzachter na 2029 niet meer nodig is, valt dan ook nog niet te zeggen.
219
41
CU
Bijstelling 50 Wachtverzachter
220
41
GL
Bijstelling 50 Wachtverzachter
A. Messelink Dijkstra
Hoe werd dit eerder betaald? Zat dit niet in versterken van de De Wachtverzachter wordt nu betaald uit incidentele regionale transformatiemiddelen, SPUK basis? GALA, Jeugdpreventie en een gedeelte Wmo.
221
41
PvdA
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
A. Messelink Dijkstra
Is dit in overleg en overeensteming met SLO?
D66
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
A. Messelink Dijkstra
222
223
41
41
IP
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
Er heeft geen voerleg plaatsgevonden met SLO in dit kader. Het programma is ook voor heel Lelystad, niet alleen Lelystad-Oost.
Als dit nu werkt, waarom wordt er dan geen structureel geld Structurele inzet is wenselijk, maar is niet beschikbaar in de meerjarenraming. Wel zijn er gevonden? incidentele middelen beschikbaar, waardoor deze inzet in ieder geval tot en met 2029 geborgd kan worden. Op termijn zal er opnieuw een afweging gemaakt moeten worden over deze inzet en de wijze van dekking.
Het programma Sociaal Vitaal is een beweegprogramma voor 1. In 2023 is gestart met de voorbereiding, waarna in 2024 is gestart met de uitvoering. kwetsbare ouderen van 55-85 jaar. 2. In 2024 hebben 344 senioren deelgenomen aan de vitaliteitsmarkt, waarna 100 deelnemers zijn 1. Vanaf wanneer wordt er uitvoering gegeven aan dit gestart met het beweegprogramma Sociaal Vitaal. A. Messelink programma? Dijkstra 2. Hoeveel kwetsbare ouderen hebben deelgenomen? (graag een overzicht vanaf de start).
225
226
227
41
41
41
41
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer 224
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
ML
ML
Onderwerp
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
ML
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
ML
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
Portefeuille
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
1. Waarom is ervoor gekozen om het programma Sociaal Het Programma Sociaal Vitaal bestaat uit meerdere onderdelen. Eerst vindt er een fysieke Vitaal uitsluitend uit te laten voeren door het Sportbedrijf fitheidstest plaats en een vragenlijst. Alle 65+ ers uit de betreffende wijk ontvangen een Lelystad, terwijl er in Lelystad ruim 150 sportclubs, persoonlijke uitnodiging. Deelnemers krijgen aan het einde van de test een advies, waaruit blijkt of verenigingen en private aanbieders actief zijn? deelname aan Sociaal Vitaal passend is of een andere beweegactiviteit. De fitheidstest wordt gecombineerd met een vitaliteitsmarkt waar instellingen en verenigingen deelnemers extra informatie kunnen geven over aanbod op het gebied van bewegen, sport en gezondheid. Deelnemers die in aanmerking komen voor Sociaal Vitaal kunnen meedoen aan het interventieprogramma. Dat is een beweegprogramma van 1,5 uur per week, gedurende een periode van 12 maanden, waarin beweegactiviteiten worden gecombineerd met A. Messelink weerbaarheidstrainingen. De beweegacitiviteiten richten zich op spierkracht en Dijkstra uithoudingsvermogen, en plezier in bewegen. De weerbaarheidstraining beoogt het aanleren van sociale vaardigheden om contact te maken, mentale vaardigheden om beter voor jezelf op te komen, maar ook om te leren omgaan met fysieke en psychosociale uitdagingen als gevolg van veroudering.
Na afloop van het programma wordt gekeken of de beweeggroep kan worden voortgezet (bijvoorbeeld bij een vereniging). Daarnaast worden deelnemers op de hoogte gebracht over andere beweegmogelijkheden in de stad. De programmacoördinatie is in handen van Sportbedrijf Lelystad. De uitvoering van het interventieprogramma ligt bij een buurtsportcoach die daarvoor is opgeleid. 2. Heeft het college alternatieven onderzocht waarin Als het gaat over de uitvoering van het programma gebeurt dit door Sportbedrijf Lelystad in bestaande sportverenigingen of andere lokale aanbieders dit samenwerking met diverse partners zoals GGD, Windesheim Almere, KernGezond, Woonzorg A. Messelink - programma (of onderdelen daarvan) uitvoeren? Zo ja: wat Flevoland en Centra Plaza. Daarnaast zijn er +/- 35 samenwerkingspartners betrokken bij de Dijkstra waren de uitkomsten? Zo nee: waarom is die mogelijkheid vitaliteitsmarkten. niet meegenomen? 3. Hoe wordt de effectiviteit van het programma Sociaal Vitaal Door de stichting GALM wordt een evaluatie van het project Sociaal Vitaal in Lelystad uitgevoerd. gemeten? Hoeveel deelnemers heeft het bereikt sinds de Hiertoe worden drie deelanalyses uitgevoerd. In de eerste plaats worden de effecten van start en wat zijn de gemeten effecten op vitaliteit, sociaal deelname aan Sociaal Vitaal op fysieke fitheid en eenzaamheid in kaart gebracht.
Dit gebeurt door isolement of zorggebruik? de voor- en nameting van spierkracht, uithoudingsvermogen, lenigheid en eenzaamheid in kaart te brengen. In de tweede plaats wordt en een procesevaluatie uitgevoerd waarin de ervaringen van de deelnemers worden geanalyseerd. In de derde plaats zal het effect van de werving via de huisaan-huiscampagne, het sociale wijkteam en de huisartsen met elkaar worden vergeleken. Begin 2025 is een analyse uitgevoerd onder deelnemers uit de Atolwijk en Zuiderzeewijk (70 A. Messelink Dijkstra deelenmers). Daaruit is gebleken dat deelname aan Sociaal Vitaal heeft geleid tot een aantoonbare verbetering van de beenkracht (+ 11.5%), knijpkracht (+10.4%) uithoudingsvermogen (+ 15.2%), en afname van eenzaamheid (-42%). De gevonden verschillen zijn statistisch significant (p<.05) en klinisch relevant. Tot slot blijkt dat 95% van de deelnemers, na afloop van het Sociaal Vitaal programma, voldoet aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB). Dit is een toename van 46%. In 2024 hebben in totaal 344 senioren deelgenomen aan de vitaliteitsmarkt, waarna 100 deelnemers zijn gestart met het beweegprogramma Sociaal Vitaal.
A. Messelink Dijkstra
4. Hoe groot is de structurele afhankelijkheid van het Het programma is een erkende interventie welke volgens een vaststaand handboek wordt programma van het Sportbedrijf? Is er sprake van uitgevoerd, dus er is sprake van een overdraagbare werkzijze. overdraagbare werkwijzen of ligt alle expertise en uitvoering bij één partij?
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
Onderwerp
Portefeuille
BEANTWOORDING TOTAAL
Schriftelijke vraag
Antwoord
5. Welke stappen worden gezet om de deelnemers van Eind 2024 is er een inventarisatie gemaakt bij de bestaande beweeggroepen of er behoefte is om Sociaal Vitaal structureel door te leiden naar reguliere de wekelijkse beweeglessen voort te zetten na het beweegprogramma van Sociaal Vitaal. 100% sportactiviteiten en verenigingen in de stad? van de deelnemers zet het structureel bewegen middels de beweeggroepen door. 228
41
ML
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
A. Messelink Dijkstra
Ook krijgen deelnemers de mogelijkheid om met de strippenkaart van het Sportbedrijf aan meerdere beweeglessen deel te nemen. Zo krijgen de deelnemers de mogelijkheid om meerdere keren per week te bewegen.
6. Waarom wordt nu opnieuw gekozen voor incidentele Structurele inzet is wenselijk, maar is niet beschikbaar in de meerjarenraming. Wel zijn er financiering t/m 2029 voor een activiteit waarvan het Rijk incidentele middelen beschikbaar, waardoor deze inzet in ieder geval tot en met 2029 geborgd kan A. Messelink heeft besloten deze niet structureel voort te zetten? Op basis worden. Op termijn zal er opnieuw een afweging gemaakt moeten worden over deze inzet en de Dijkstra van welke evaluatie of onderbouwing is deze keuze wijze van dekking. gemaakt? 7. Hoe verhoudt deze investering zich tot de ambities rondom Dit programma draagt bij aan de ambitie om 'de gezondste gemeente van Nederland' te worden. ‘de gezondste gemeente van Nederland’, en zijn er Er bestaan in Nederland meerdere erkende interventies voor ouderen, maar slechts enkele richten A. Messelink - alternatieven die meer bereik of impact kunnen bieden voor zich ook specifiek op eenzaamheid. Bovendien speelt de bewezen effectiviteit een rol, waarbij Dijkstra hetzelfde budget? Sociaal Vitaal een van de weinige interventies waarbij ook eerste aanwijzingen zijn voor effectiviteit. Daarnaast heeft Sociaal Vitaal bewezen al eerder (2020) succesvol te zijn in Lelystad.
229
41
ML
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
230
41
ML
Bijstelling 51 - Sociaal Vitaal
231
42
Welke alternatieve dekkingsbronnen zijn overwogen? Hoe Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van subsidies of bijdragen. Er is op dit moment echter geen ziet de uitvoering van het programma eruit als we deze subsidie beschikbaar die qua doelstellingen overeenkomt met de doelstellingen van het bijstelling niet doorvoeren? programma Hart van de stad. Voor diverse projecten die onder het programma Hart van de stad Bijstelling 52 vallen zijn wel subsidies aangevraagd en toegezegd, zoals een WBI-subsidie en een SPUKVVD Programma Hart van de D. Grimbergen bijdrage. Daarnaast is ook subsidie aangrevraagd bij de provincie voor een bijdrage in de stad financiering van de Flexibele schil. In de gesprekken met het Rijk en de provincie worden in verband met de groei- en verdichtingsopgave de mogelijkheden voor aanvullende financiering onderzocht.
232
42
FvD
233
234
235
42
42
42
D66
Bijstelling 52 Programma Hart van de stad
Over hoeveel FTE spreken we? zijn dit nieuwe fte's?
Circa 2,5 nieuwe fte die niet uit de reguliere formatie gedekt kunnen worden. Dekking voor de
D. Grimbergen welke dekking verwacht het college op termijn waardoor toekomst is voorzien via gesprek met het Rijk en de provincie.
mogelijk afgebouwd kan worden?
In het raadsakkoord is afgesproken tot een thema te komen. In juli 2024 is het Actieplan stadshart vastgesteld door de raad. In dat actieplan is ook het komen Inmiddels zijn we 3 jaar verder. Waar blijft het thema? tot een thema opgenomen. Voor het thema is relevant dat wordt aangesloten en voortgebouwd op Bijstelling 52 de merkstrategie en marketingaanpak van Lelystad, die recentelijk is vastgesteld, omdat er dan Programma Hart van de D. Grimbergen eenduidige, op elkaar afgestemde marketing en communicatie wordt bedreven. Nu de Stad merkstrategie is afgerond kan een thema (of propositie) voor het Stadshart worden uitgewerkt.
CU
Op welke manier komt het thema voor het Stadshart uit het De ontwikkeling van een thema is onderdeel van het Actieplan Stadshart. Het Actieplan Stadshart raadsakkoord hierin naar voren? Als dat niet zo is, wanneer in valt binnen het Programma Hart van de stad. Bijstelling 52 Programma Hart van de D. Grimbergen deze raadsperiode wordt dit thema succesvol uitgerold? En Stad welke stappen heeft het college al gezet om het thema uit te rollen?
GL
Bijstelling 52 Programma Hart van de Stad
Hoe verhoudt dit programma zich met het actieplan Het Actieplan stadshart valt onder het programma Hart van de stad. Hiermee is het risico dat Stadshart? Bestaat er op deze manier een risico dat er zaken zaken dubbel gebeuren juist ondervangen. De ondernemersvereniging is betrokken via periodiek D. Grimbergen dubbel gebeuren? Hoe is de ondernemersvereniging overleg waarin naast de gemeente en de ondernemersvereniging ook de vastgoedeigenaren in het stadshart hierbij betrokken? stadshart deelnemen. Daarnaast is er ook direct contact met de ondernemers(vereniging) via de accountmanager ondernemers stadshart.
237
238
239
42
42
42
42
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer 236
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
ML
ML
Onderwerp
Portefeuille
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
1. Wat zijn de concrete doelstellingen van het Programma Het hoofddoel van het gebiedsprogramma Hart van de Stad is als volgt: de (door)ontwikkeling van Hart van de Stad voor de periode 2026–2029? het stadshart en het aansluitende deel van het programmagebied draagt in positieve zin (zowel kwantitatief als kwalitatief) bij aan de groeidoelstelling van de gemeente Lelystad, biedt daarvoor ruimte en voegt op evenwichtige wijze waarde toe aan de bestaande stad door een stevige Bijstelling 52 kwaliteitsimpuls te bieden. Een kwaliteitsimpuls van het openbaar gebied, maar ook van de totale Programma Hart van de D. Grimbergen balans in de programmering van wonen en niet-woonfuncties in het gebied, waarbij diverse stad (inhoud en aanpak) functies elkaar versterken en toekomstbestendige ontwikkeling plaatsvindt. Naast de hoofdoelstelling zijn per deelgebied ook subdoelstellingen geformuleerd in het programmaplan Hart van de stad. 2. Welke projecten vallen binnen dit programma en wat is de Het programmagebied is opgedeeld in 3 deelgebieden:stadshart, zorgcampus en campus midden. samenhang tussen deze projecten? Deze maken alle aaneengesloten onderdeel uit van de centrale as van de stad. Het programma doel dient te worden bereikt door middel van de ontwikkeling van deze deelgebieden, binnen de context van het programmagebied, in afstemming met de bestaande omgeving en de stad als geheel.
Voor ieder deelgebied zijn documenten opgesteld waarin doelstellingen, ambities, opgaven en projecten zijn omschreven: 1.Stadshart: “Actieplan Stadshart Lelystad” d.d. 14-6-2024. 2.Zorgcampus: Nota van uitgangspunten “Campus voor Zorg en Welzijn Ziekenhuisweg 100” d.d. Bijstelling 52 Programma Hart van de D. Grimbergen 5-5-2024. stad (inhoud en aanpak) 3.Campus Midden: Nota van uitgangspunten “Campusgebied Midden” d.d. december 2023. Deze gebieden worden ontwikkeld door middel van diverse projecten: ontwikkeling Theaterkwartier, velden 1-6 en de Trommel; ontwikkeling oostflank ABC, Agoradek, MBO-turbo en Arcus, Parkwijk; omgeving Zilverpark, herdenkingsmonument, skatebaan, zilverpark, Zilverpark-west en Neringweg; herinrichting Neringpassage; ontwikkeling omgeving Hanzepark, Rechtbank en Getronics-locatie; herinrichting Stationsgebied; ontwikkeling zorgcampus en Campus Middengebied.
ML
3. Hoe wordt integraliteit in de uitvoering geborgd? Is er een Door te werken in een programmateam met programmadoelstellingen en periodieke vastgelegd integraal afwegingskader? overlegstructuur, waarin alle projectmanagers en overige leden van het programmateam de werkzaamheden afstemmen. In het programmateam zijn in ieder geval de volgende functies Bijstelling 52 vertegenwoordigd: programmamanager, programmasecretaris, planeconoom, BLVC-coördinator, Programma Hart van de D. Grimbergen stad (inhoud en aanpak) stedenbouw en landschap, economie, wonen, mobiliteit, grondzaken, vergunningen, planning, control, communicatie, participatie en omgevingsmanagement, ingenieursbureau, kabels en leidingen.
ML
Bijstelling 52 andere programma’s en stadsdelen? Programma Hart van de D. Grimbergen stad (inhoud en aanpak)
4. Op welke manier wordt het programma afgestemd met Door middel van afstemming in gezamenlijk overleg, samenwerking, deelname in elkaars projectgroepoverleg en gezamenlijk overleg met de verschillende portefeuillehouders, zoals bijvoorbeeld met het Programma Natuur en de Warmtetransitie.
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
240
42
ML
241
42
ML
242
243
42
42
ML
ML
Onderwerp
Portefeuille
BEANTWOORDING TOTAAL
Schriftelijke vraag
Antwoord
5. Welke risico’s zijn geïdentificeerd bij het niet uitvoeren of Niet in control zijn, ontwikkeling op ad-hoc basis. Onvoldoende regie op de ontwikkelopgave. slechts gedeeltelijk uitvoeren van dit programma? Gebrek aan balans in de ontwikkeling van de stad met mogelijk negatieve sociaalmaatschappelijke of economische gevolgen. Het missen van combinaties en koppelkansen doordat te incidenteel (ad-hoc) gekeken wordt en niet altijd vanuit een overkoepelende visie wordt gewerkt. Geen optimaal ruimtegebruik. Niet of moeilijk herstelbare gebreken in stedenbouwkundige, infrastructurele of landschappelijke inrichting. Alles tegelijk willen doen, waardoor er geen focus is op prioriteit en volgorde van plandelen. Conflicterende belangen tussen Bijstelling 52 Programma Hart van de D. Grimbergen diverse programmaonderdelen of -functies en beleidsdoelstellingen. Onvoldoende borging stad (inhoud en aanpak) integrale ruimtelijke kwaliteit leidt tot gefragmenteerde ontwikkeling en onduidelijkheid over het gewenste kwaliteitsniveau. Gebrek aan visie of inzicht in het functioneren zowel binnen het programmagebied als van de stad als geheel op het gebied van wonen, werken en verblijven. Hierdoor ligt concurrentie tussen stadsdelen (gebiedsprogramma’s) op de loer in plaats van complementair te functioneren. Ruimte voor maatschappelijke functies of voorzieningen is onvoldoende geborgd. 6.
Wat betekent “extra inzet in de opstartfase” concreet in Circa 2,5 fte extra voor de periode 2026-2029. Bijstelling 52 Programma Hart van de D. Grimbergen termen van FTE en looptijd? stad (inhoud en aanpak) 1. Hoe is de gevraagde financiële dekking (van in totaal €1 Capaciteitsraming voor de benodigde inzet voor de uitvoering van de programmadoelen op basis miljoen over vier jaar) onderbouwd? van taken en doelstellingen van het programma. De inzet zal naar verwachting gelijk blijven Bijstelling 52 gedurende de gehele periode (kostenniveau €350.000 op jaarbasis). Echter, voorzien wordt dat de Programma Hart van de D. Grimbergen financiële dekking voor deze inzet verandert van volledige dekking vanuit gemeentelijke middelen, stad (financiën) naar een vorm van co-financiering met rijk en provincie. 2. Waarop zijn de specifieke bedragen van €350.000 Capaciteitsraming voor de benodigde inzet voor de uitvoering van de programmadoelen op basis (2026–2027), €200.000 (2028) en €100.000 (2029) van taken en doelstellingen van het programma. De inzet zal naar verwachting gelijk blijven Bijstelling 52 gedurende de gehele periode (kostenniveau €350.000 op jaarbasis). Echter, voorzien wordt dat de Programma Hart van de D.
Grimbergen gebaseerd? financiële dekking voor deze inzet verandert van volledige dekking vanuit gemeentelijke middelen, stad (financiën) naar een vorm van co-financiering met rijk en provincie. 3. Is er een meerjarenbegroting beschikbaar waarin zichtbaar De begroting ziet op de jaarlijkse behoefte aan inzet voor het programma. De afbouw ziet op de is hoe de inzet zich ontwikkelt en afbouwt richting 2029? financiële dekking, niet op de inzet. M.a.w.: De inzet zal naar verwachting gelijk blijven gedurende Bijstelling 52 de gehele periode (kostenniveau € 350.000 op jaarbasis). Echter, voorzien wordt dat de financiële Programma Hart van de D. Grimbergen dekking voor deze inzet verandert van volledige dekking vanuit gemeentelijke middelen, naar een stad (financiën) vorm van co-financiering met rijk en provincie.
244
42
ML
245
42
ML
Bijstelling 52 Programma Hart van de stad (financiën)
246
42
ML
Bijstelling 52 Programma Hart van de stad (financiën)
247
42
ML
4. Wat gebeurt er met de inzet van personeel (zoals De uitvoering van het programma heeft een lange doorlooptijd. Voor de periode na 2029 moet opnieuw dekking gevonden worden om de inzet van personeel te kunnen verzekeren.
D. Grimbergen programmasecretaris en strategisch adviseur) na 2029?
5. Wat is de definitie en omvang van “overig advies en Geen specifieke definitie of omvang op voorhand te bepalen. Gaat om specifieke expertise die niet in huis aanwezig is en indien noodzakelijk ingehuurd moet worden, bijvoorbeeld op het gebied van stedenbouw, financiën of techniek. 1. Waarom is dit voorstel eerder niet ter besluitvorming Deze bijstelling is bij de programmabegroting 2025-2028 ingebracht maar in de afweging met Bijstelling 52 voorgelegd ondanks opname in de programmabegroting andere bijstellingsverzoeken niet gehonoreerd, echter bestuurlijk is aangegeven dat uitvoering van Programma Hart van de stad (besluitvorming en D. Grimbergen 2025–2028? het programma wenselijk is. bestuurlijke wenselijkheid)
D. Grimbergen onderzoeken” binnen de gevraagde dekking?
249
250
251
252
253
254
42
42
42
42
42
42
42
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer 248
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
Onderwerp
Portefeuille
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
2. Wat is er sinds de vorige begroting veranderd waardoor dit Na het opstarten van het programma heeft verdere uitwerking van de startnotitie plaatsgevonden nu wél als uitvoeringswens wordt voorgesteld? in een programmaplan, waardoor meer inzicht in de toegevoegde waarde van het programma is D. Grimbergen verkregen.
ML
Bijstelling 52 Programma Hart van de stad (besluitvorming en bestuurlijke wenselijkheid)
ML
Bijstelling 52 Programma Hart van de stad (besluitvorming en bestuurlijke wenselijkheid)
ML
Bijstelling 52 Programma Hart van de stad (besluitvorming en bestuurlijke wenselijkheid)
PvdA
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
bijdrage van de gemeente aan de zorgcampus. Welke en de rol van de gemeente in de ontwikkeling van het gebied. Er zijn daarbij geen financiële P. van Dijk verplichtingen en er zijn ook geen financiële toezeggingen gedaan. Garanties zijn daarmee tevens D. Grimbergen garanties gaan wij krijgen en kunnen we op handhaven?
FvD
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
nieuwbouw, of daar de komende 5 a 10 jaar niet mee zal gebouw voldoet niet meer aan de voorwaarden voor een goede bedrijfsvoering. P. van Dijk D. Grimbergen beginnen?
FvD
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
investering van 2 ton nog steeds gedekt door een positieve nieuwe ziekenhuis zo snel mogelijk te realiseren. Door middel van de verkenning worden de P. van Dijk plannen verder geoptimaliseerd en geven ze steeds meer inzicht in de integrale D. Grimbergen uitwerking voor Lelystad?
#JL
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
3. Welke indicatoren worden gebruikt om de effectiviteit en Algemeen wordt in de projecten gewerkt volgens de aanpak en structuur van het projectmatig voortgang van het programma te monitoren? werken, zoals binnen de gemeente gehanteerd wordt. Binnen het programma is een dashboard ontwikkeld aan de hand waarvan de voortgang van de verschillende deelprojecten wordt D. Grimbergen gemonitiord volgens de indicatoren die binnen het projectmatig werken gebruikt worden: geld, risico, organisatie, tijd, informatie en communicatie en kwaliteit (GROTIK). 4. Hoe verhoudt dit voorstel zich tot andere prioritaire Die afweging wordt binnen het proces van de Omgevingsvisie gemaakt. Vanuit het programma programma’s binnen de Omgevingsvisie 2040? wordt aangesloten bij en deelgenomen aan het proces van de totstandkoming van de D. Grimbergen Omgevingsvisie.
Welke voorwaarden/toezeggingen zijn geformuleerd voor de Het college en het St Jansdal zijn constructief in gesprek over de bouw van het nieuwe ziekenhuis
niet van toepassing. 1. Hoe groot is het risico dat het st. Jansdal afziet van Er is St Jansdal alles aan gelegen om te komen tot nieuwbouw van het ziekenhuis. Het bestaande
2. Indien nieuwbouw (voorlopig) niet uitgevoerd wordt, is deze Zoals in het antwoord op vraag 252 aangegeven, is het de bedoeling van het St Jansdal om het
gebiedsontwikkeling van de Zorgcampus. Wij vinden deze gang van zaken te vrijblijvend. Het lijkt erop De gemeente levert geen bijdrage aan St Jansdal. De financiering van het ziekenhuis ligt volledig dat Sint Jansdal een financieel risico probeert te vermijden bij St Jansdal. We zijn in gesprek over de rol van de gemeente binnen de gebiedsontwikkeling. waarvoor onvoldoende was geanticipeerd en vervolgens een Daarbij is de NvU en de daarbij geformuleerde doelen leidend. deel van dat risico bij andere partijen, zoals de gemeente, neerlegt of probeert neer te leggen. Wanneer de gemeente overweegt om hier €200.000 aan bij te dragen, dient dit op zijn minst meetbaar en onderbouwd te worden. Wij verzoeken P. van Dijk D. Grimbergen daarom om duidelijkheid over het volgende: 1. Wanneer is er sprake van een 'positieve verkenning'? 2. Welke meetbare/concrete succescriteria of mijlpalen zijn vooraf gedefinieerd? 3. Wat levert deze investering precies op voor de gemeente en haar inwoners?
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
Onderwerp
255
42
CU
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
256
42
D66
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
257
258
42
42
ML
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
ML
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
259
42
ML
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
260
42
ML
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
Portefeuille
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
De raad heeft in het verleden al gelden beschikbaar gesteld Deze aanvraag betreft procesgeld ten behoeve van de verkenning en is anders dan de voor het strategisch verwerven van gronden (20 miljoen) en handelingsvrijheid die het college heeft voor het verwerven van gronden tot een bedrag van € 20 voor het dekken van kosten (5 miljoen). Waarom wordt in dit miljoen en het beschikbaar gestelde bedrag voor het dekken van kosten à € 5 miljoen. Wanneer P. van Dijk voorstel het bedrag onttrokken aan de ROS en wordt niet de na taxatie overeenstemming wordt bereikt en de gemeente een actieve grondpositie gaat innemen D. Grimbergen reeds geboden mogelijkheid van financiering in ogenschouw is dit aan de orde om de kosten voor de uitwerking hier onder te brengen onder de € 5 mil. Hier is genomen? geen sprake van actieve verwerving maar van het verder voortzetten van een integrale gebiedsontwikkeling op locatie Ziekenhuisweg 100.. Welke middelen heeft het college om druk te zetten op vaart Het St Jansdal is een zelfstandige onderneming en eigenaar van het ziekenhuis. Het college kan een zelfstandige onderneming c.q. eigenaar niet dwingen om over te gaan tot ontwikkeling of nieuwbouw van zijn eigendom. Dat recht is aan de eigenaar voorbehouden.
maken met deze ontwikeling? P. van Dijk D. Grimbergen
1. In hoeverre is de investering van €200.000 verbonden aan We zijn aan het onderzoeken welke rol de gemeente in kan nemen binnen de een duidelijke toezegging of inspanningsverplichting van St gebiedsontwikkeling. Voor deze verkenning zijn deze middelen nodig. Zie antwoord vraag 18. P. van Dijk Jansdal om te komen tot een volwaardig ziekenhuis in D. Grimbergen Lelystad? Zo nee, waarom is dan nu al gekozen voor financiële inzet vanuit de gemeente? 2. Wat is de huidige status van het bestuurlijke overleg met St Het college en het St Jansdal zijn constructief in gesprek over de bouw van het nieuwe ziekenhuis Jansdal over het toevoegen van essentiële en de rol van de gemeente in de ontwikkeling van het gebied. De nota van uitgangspunten die de ziekenhuisfuncties zoals 24/7 spoedeisende hulp, acute raad in juli 2024 heeft vastgesteld vormt hierbij het kader. In samenhang daarmee is de verloskunde en IC-capaciteit? ontwikkeling in gang gezet die moet leiden tot een zorgcampus. De groei van Lelystad evenals een renderend ziekenhuis geeft stabiliteit in het behoud van het ziekenhuis. De invulling van het P. van Dijk D. Grimbergen ziekenhuis valt onder de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis, de zorgverzekeraar en landelijke aanwijzingen. In de proposities die Lelystad opstelt in het kader van Lelystad Next Level zijn ook onderwerpen als geboortezorg en spoedeisende hulp opgenomen.
Daarmee wordt in 2025 het gesprek aangegaan met de provincie en het Rijk. 3. Wordt in de verkenning die nu €200.000 kost ook Binnen de verkenning wordt rekening gehouden met een doorgroeimodel voor uitbreiding van het meegenomen welke ziekenhuisfuncties Lelystad minimaal ziekenhuis. P. van Dijk nodig heeft bij verdere groei naar 100.000+ inwoners? Zo D. Grimbergen nee, waarom wordt dit niet gekoppeld aan de demografische ontwikkeling? 4. Welke concrete ziekenhuisfuncties zijn op dit moment wél De huidige ziekenhuisfuncties van het St.jansdal in Lelystad zijn terug te vinden op hun website. In beschikbaar in Lelystad, en welke ontbreken er structureel ten ieder geval poliklinische spreekuren (rond 20 disciplines), dagopnames en operaties in opzichte van de situatie vóór het faillissement van MC verschillende disciplines. De vergelijking met het MC Zuiderzee wordt hierin niet gemaakt, er wordt Zuiderzee? Is hierover een publiek overzicht beschikbaar? gekeken naar de mogelijkheden die er zijn om de zorg te behouden en in de toekomst uit te P. van Dijk breiden. (zie ook antwoord vraag 258). De voorziening Getijde voor tijdelijk verblijf is toegevoegd D. Grimbergen aan het zorgaanbod (initiatief van Coloriet, Woonzorg Flevoland en St. Jansdal). In 2024 is ook het Verwijsloket Flevo Gezond gestart in het ziekenhuis Lelystad (samenwerking MDF, Welzijn Lelystad en St. Jansdal).
262
263
264
42
42
42
42
Fractie
Paginanummer
Vraagnummer 261
Beantwoording technische vragen over de kadernota 2026 - 2029
ML
ML
Onderwerp
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
ML
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
ML
Bijstelling 53 - Kader planontwikkeling ziekenhuis
Portefeuille
P. van Dijk D. Grimbergen
Schriftelijke vraag
BEANTWOORDING TOTAAL Antwoord
5. Op welke manier worden inwoners, de Stichting Behoud Binnen de kaders van de NvU wordt in samenwerking met partijen in de stad gekeken naar Ziekenhuiszorg Lelystad (BZL), en de patiëntenorganisaties zorgfuncties die invulling kunnen geven aan de zorgcampus. In deze ontwikkeling hebben St. betrokken bij het herontwikkelingsproces van de Jansdal, Centrada en Gemeente Lelystad een gezamenlijke trekkende rol. De Stichting Behoud Zorgcampus? Ziekenhuiszorg Lelystad is in dit proces betrokken, zowel in het contact met St. Jansdal als met de gemeente.
Partijen met interesse in of met belangen bij de invulling van de Zorgcampus worden meegenomen in het proces. Op 13 maart 2025 is de eerste bijeenkomst geweest waar partijen met interesse of belangen werden geïnformeerd en hebben partijen hun betrokkenheid gepresenteerd. Hiermee is een eerste stap voor een samenwerking rondom de invulling van de zorgcampus gezet. 6. Hoe voorkomt het college dat Lelystad enkel faciliteert in Deze vraag is continu aan de orde in de gesprekken met het St Jansdal. De positionering van het gebiedsontwikkeling ten gunste van derden, zonder garanties ziekenhuis en de daaraan gerelateerde zorg in de regio staat voorop. We richten ons primair op P. van Dijk voor de maatschappelijke opbrengst – namelijk het het behouden van het ziekenhuis voor Lelystad. Er is geen sprake van ontwikkeling ten koste van D. Grimbergen terugbrengen van volwaardige ziekenhuiszorg? Lelystad en ten gunste van derden. 7. Wordt overwogen om aanvullende voorwaarden op te Het is belangrijk een ziekenhuis te behouden voor de stad. De groei van Lelystad evenals een nemen in een anterieure overeenkomst met St Jansdal, renderend ziekenhuis geeft stabiliteit in het behoudt van het ziekenhuis. De invulling van het bijvoorbeeld met betrekking tot minimale zorgfuncties of ziekenhuis valt onder de verantwoordelijkheid van het ziekenhuis, de zorgverzekeraar en landelijke P.