26.249 BL 26.220 Kaderbrief 2027 - 2030
Tekst van het document
Geïnventariseerde bijstelling
6.3
Actualisatie Participatiewet - Bijstand
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
Op de arbeidsmarkt is een grote vraag naar personeel in bijna alle sectoren. Veel mensen zijn de afgelopen jaren vanuit de uitkering succesvol begeleid naar werk. De resterende groep (langdurig werklozen, groeiende mismatch tussen competenties en de vereisten voor werk), maar ook nieuwe instroom van soms kwetsbare mensen (zoals bijv. nieuwkomers, alleenstaande ouders, mensen met GGZ problematiek), vraagt om een intensievere begeleiding en diverse inzet van instrumenten om de duurzame uitstroom vanuit de bijstand naar werk ook de komende jaren op peil te houden. Voor de economische ontwikkeling van de stad is de inzet van de “stille arbeidsreserve” natuurlijk van belang maar bovenal draagt werk bij aan de eigenwaarde en de ontwikkeling van mensen en doorbreekt het patronen van (overerving van) uitkeringsafhankelijkheid, armoede, schulden etc. Mede dankzij de extra inzet de afgelopen jaren is in Lelystad, ondanks teruglopende Rijksbudgetten voor re-integratie, gebouwd aan een krachtige infrastructuur met een sterk netwerk en een lange termijn aanpak. Dit is een continue proces van opbouwen en onderhouden van een netwerk van werkgevers en ontwikkelen van methoden en instrumenten voor begeleiding (zoals bijvoorbeeld de leerwerkbedrijven i.s.m. branche-sectoren).
De afgelopen raadsperiode heeft de raad vanuit de reserve ontwikkeling stad jaarlijks €1 miljoen extra beschikbaar gesteld ter bevordering van de uitstroom van bijstandsgerechtigden naar werk. Deze jaarlijkse investering wordt in jaarlijkse termijnen teruggestort vanuit de besparingen op de uitkeringslasten (BUIG). Dit zogenaamde ‘revolverend budget’ biedt de mogelijkheid om met extra inzet inwoners met een bijstandsuitkering toe te rusten en te begeleiden naar een betaalde baan. Met Werkbedrijf Lelystad worden opnieuw prestatie afspraken gemaakt die de komende jaren tot duurzame uitstroom uit de uitkering en instroom in een betaalde baan moeten leiden. De opdracht voor Werkbedrijf Lelystad is onder meer om jaarlijks minimaal 300 mensen duurzaam toe te leiden naar werk. Deze aantallen zijn afgelopen periode behaald. Daarmee ontstaat een budget neutrale situatie omdat de geïnvesteerde miljoen per jaar wordt teruggewonnen door besparing op de uitkeringslasten. Deze investering van jaarlijks €1 miljoen vindt al 8 jaar achtereen plaats en is daarmee feitelijk als structureel te beschouwen. Aangezien de inzet afloopt in 2026 zal in aanloop naar de programmabegroting 2027 - 2030 een voorstel worden uitgewerkt voor het continueren van deze inzet.
Daarbij wordt gekeken naar de actuele ontwikkelingen die er op de gemeente afkomen, waarbij het uitgangspunt is dat de uitwerking budgetneutraal uitwerkt op de begroting. 23
Geïnventariseerde bijstelling
6.5
Arbeidstoeleiding - Werkcentrum
Bedragen x € 1.000
2027 -100
2028 -100
2029 -100
2030 -100
De huidige arbeidsmarktinfrastructuur bestaat uit verschillende publieke en private partijen die (een deel van) de ondersteuning bieden die inwoners nodig hebben om werk te vinden of te houden en werkgevers nodig hebben bij hun personeelsvraagstukken. Hoewel het veel inwoners en werkgevers lukt om, al dan niet met behulp van de beschikbare dienstverlening, de stappen te zetten die nodig zijn om hun doel te bereiken, ligt dit bij een grote groep anders. Er zijn diverse (publieke) loketten lokaal en regionaal, verschillende regelingen en uitvoerende partijen, waardoor inwoners de juiste dienstverlening niet altijd weten te vinden. Werkgevers hebben te maken met verschillende regelingen en uitvoerders tegelijkertijd.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
18
Het Rijk heeft de ambitie uitgesproken om een arbeidsmarkt-infrastructuur in te richten waar niemand verdwaalt en iedereen tijdig toegang krijgt tot passende ondersteuning als dat nodig is. Werkzoekenden met en zonder uitkering, werkenden met een flexibel en vast contract, alsook werkgevers met vragen over werk en scholing kunnen terecht bij een Werkcentrum. Regionaal wordt een Werkcentrum Flevoland ingericht en een website gerealiseerd. De Lelystadse ambitie is een lokaal Werkcentrum in te richten voor inwoners en werkgevers waar ze met vragen over werk en scholing terecht kunnen, en zo gewenst warm overgedragen worden aan een uitvoerende partner. Zo verlagen we de drempel voor betrokkenen om ondersteuning te vragen, en versterken de samenwerking tussen verschillende uitvoerende teams van de gemeente en maatschappelijke partners om te komen tot een passend traject voor werkzoekenden, werkenden en werkgevers. 24
Geïnventariseerde bijstelling
6.6
Actualisatie Wmo
Bedragen x € 1.000
2027 -
2028 -
2029 -
2030 -
De gemeente is op grond van de Wmo 2015 verantwoordelijk voor de ondersteuning van inwoners, zodat zij zoveel mogelijk meedoen en zelfstandig kunnen (blijven) participeren in de maatschappij. Belangrijke groepen van aandacht binnen de Wmo zijn kwetsbare ouderen, inwoners met fysieke of verstandelijke beperking en inwoners met psychische problematiek. In de programmabegroting 2026 - 2029 is voor de Wmo in 2026 een budget beschikbaar van circa €32,8 miljoen (saldo lasten en baten). Het grootste deel van de Wmo uitgaven bestaat uit individuele maatwerkvoorzieningen zoals huishoudelijke ondersteuning, hulpmiddelen, ondersteuning thuis, dagbesteding, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen. Een deel van deze uitgaven wordt bepaald door het aantal gebruikers en dit hangt weer samen met de vergrijzing, extramuralisering en het eigen bijdrage beleid (bepaald door de Rijksoverheid). Het is nog onzeker welke invloed deze zaken op de (middel)lange termijn zullen hebben en wat dit in de toekomst gaat betekenen voor het gebruik van de diverse Wmo voorzieningen. Waarbij de prognoses een toenemend gebruik laten zien vanwege de effecten van (dubbele) vergrijzing en de groeiambities van de stad. In de huidige meerjarenraming is daar zo goed als mogelijk rekening mee gehouden.
Het uitgangspunt blijft ook in de toekomst dat de voorzieningen beschikbaar zijn voor bewoners waarvoor dit echt nodig is. Door de huidige vaste eigen bijdrage (in 2026 €21,80 per maand) wordt er veel meer gebruik gemaakt van hulp uit de Wmo dan bij de invoering van dit abonnementstarief in 2019 werd verwacht. Met de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage verwacht het kabinet de druk op voorzieningen vanuit de Wmo te verminderen. Het is nog onzeker wanneer de nieuwe wet er zal zijn en in werking zal treden. De stijging van kosten waar de zorgaanbieders mee te maken hebben gekregen (te denken aan de forse CAO stijgingen) en nieuwe reële tarieven heeft ook effect op de Wmo begroting die daarmee meer onder druk is komen te staan. Vooralsnog worden er geen structurele tekorten voorzien, maar is en blijft het scherp aan de wind varen. De doordecentralisatie Beschermd Wonen en de invoering van het bij bijbehorende nieuwe verdeelmodel zijn verder uitgesteld. De doordecentralisatie gaat gepaard met een korting op het budget Beschermd Wonen. De exacte korting op de rijksbijdrage als ook het ingroeipad zijn op dit moment echter nog niet bekend. Indien mogelijk wordt de gefaseerde doordecentralisatie van de regionale Wmo taak Beschermd Wonen in de actualisatie meegenomen. De financiële consequenties hiervan zijn op dit moment nog niet bekend.
De herijking van de sociaal wijkteams wordt in 2026 nader uitgewerkt met als doel om per januari 2027 het gehele Wmo proces door de gemeente Lelystad zelf uit te voeren. Hiermee ontstaat meer grip en sturing op de kwaliteit en kosten. De impact ervan is op dit moment nog lastig te duiden in cijfers, maar zullen op de voet worden gevolgd en gemonitord. Al met al zijn er onzekerheden die de vraag naar - en daarmee het kostenniveau van - de Wmo bepalen. Deze worden actief gemonitord en in opmaat naar de programmabegroting 2027 – 2030 zal een actueel overzicht worden opgesteld van lasten en baten. Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat deze actualisatie budgetneutraal kan worden uitgevoerd.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
19
Geïnventariseerde bijstelling
25
6.72
Actualisatie jeugdzorg
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
De kosten die gemeenten maken voor uitvoering van de wettelijke taken op het gebied van jeugdzorg liggen een stuk hoger dan de bijdrage die daarvoor via het gemeentefonds wordt ontvangen van het Rijk. De discussie daarover wordt eigenlijk al gevoerd sinds de decentralisatie in 2015, maar is de afgelopen jaren in hevigheid toegenomen. Niet in de laatste plaats omdat het aantal kinderen dat gebruik maakt van jeugdzorg fors bleef toenemen: landelijk gezien van 1 op de 10 kinderen in 2015 tot 1 op de 7,5 kinderen in 2023. In 2023 is daarop de 'Hervormingsagenda Jeugd' ondertekend door vijf partijen, te weten het Rijk, de gemeenten, de aanbieders, de professionals en de vertegenwoordigers van jongeren en ouders. Deze Hervormingsagenda bevat een omvangrijk pakket met afspraken met als doel de jeugdzorg te verbeteren en financieel houdbaar te maken. In die periode heeft de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) een grote lobby opgezet om het Rijk te van doordringen dat de ingeboekte besparingen veel te ambitieus waren. In samenspraak met het Rijk is daarop afgesproken dat een deskundigencommissie een 'onafhankelijk zwaarwegend advies moest uitbrengen aan partijen over de uitvoering van de maatregelen en de gepleegde inspanningen uit de Hervormingsagenda Jeugd, mede in relatie tot de uitgavenontwikkeling'.
Deze commissie Van Ark heeft op 30 januari 2025 het eerste adviesrapport ‘Groeipijn’ gepubliceerd, waarin aangegeven werd dat de kramp van te hoge planningsambities en een te strak financieel keurslijf de voortgang en effectiviteit van de benodigde maatregelen beperken. Het toenmalige kabinet heeft daarop besloten gemeenten (deels) te compenseren voor de tekorten tot en met jaarschijf 2027. De deskundigencommissie komt in de loop van 2027 met een nieuw advies. Situatie Lelystad Ook in de gemeente Lelystad namen de kosten op het vlak van de jeugdzorg ieder jaar toe. Net als in veel andere gemeenten was de bijdrage die werd ontvangen via het gemeentefonds niet toereikend om de stijgende kosten op te vangen, waardoor uitvoering van het totale takenpakket onder druk kwam te staan. Het financieel meerjarenperspectief van de gemeente liet in 2024 dan ook aanzienlijke tekorten zien, waarop de raad in de programmabegroting 2025 - 2028 besloten heeft tot effectuering van een omvangrijk pakket met ombuigingsmaatregelen. De grootste ombuiging die destijds is ingeboekt had betrekking op de jeugdzorg. Op basis van de maatregelen in het 'Knoppenplan jeugdzorg Lelystad' is een ombuiging ingeboekt die opliep van €1 miljoen in 2025 tot €5 miljoen in 2029.
Deze ombuiging was mede ingegeven door de Hervormingsagenda Jeugd, op basis waarvan duidelijk werd dat gemeenten fors gekort gingen worden op de middelen jeugdzorg. In de loop van 2025 werd duidelijk dat de geplande ombuiging in dat eerste jaar waarschijnlijk niet gerealiseerd zou worden (zo werd in de begrotingsmonitor september 2025 een tekort van ruim €2 miljoen geprognosticeerd). Eigenlijk werd daarmee bevestigd wat eerder dat jaar ook al door de Commissie Van Ark werd gesignaleerd, namelijk dat de ingeboekte besparingen te ambitieus waren. In aanloop naar de septembercirculaire 2025 werd duidelijk op welke wijze het toenmalige kabinet gemeenten tegemoet zou komen, in navolging van het adviesrapport van de Commissie Van Ark. In de programmabegroting 2026 - 2029 is daar uitgebreid bij stilgestaan (zie toelichting op pagina 138 - 141). Op basis van deze informatie heeft de raad per amendement besloten om: -
Vast te houden aan de ingezette koers van het Knoppenplan Jeugdzorg; Een egalisatiereserve van €13,5 miljoen in te stellen voor jeugdzorg in de periode 2026 tot en met 2030, ter dekking van eventuele tekorten in taakveld 6JGD - Jeugdzorg Integraal; Deze egalisatiereserve te vullen met de tot en met 2027 door het Rijk aanvullend beschikbaar gestelde middelen; In de begrotingsmonitoren gedurende het jaar een eventueel verwacht tekort expliciet inzichtelijk te maken, zodat duidelijk is wat de verwachte onttrekking aan de egalisatiereserve zal worden;
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
20
-
In de jaarrekening expliciet inzichtelijk te maken wat het daadwerkelijke tekort is geweest dat via de egalisatiereserve van dekking is voorzien, zodat helder is wat er nog aan middelen resteert binnen de egalisatiereserve.
Prognose 2026 en verder In de gemeentebegroting 2026 is een bedrag van afgerond €48,1 miljoen beschikbaar voor uitvoering van de jeugdzorg. Dit bedrag loopt in de meerjarenraming terug naar €44,6 miljoen in 2029 en verder. In de begrotingsmonitor april 2026 is een prognose gemaakt van de daadwerkelijk te verwachten kosten in 2026, onder meer op basis van de definitieve realisatiecijfers 2025. Over heel 2025 is de realisatie uitgekomen op een bedrag van afgerond €53 miljoen. Voor 2026 wordt op dit moment een kostenniveau ingeschat van €59 miljoen. Deze stijging valt uiteen in: - Loon- en prijseffect binnen de sector, resulterend in een bedrag van €3 miljoen nadelig; - Wegwerken achterstand mailsbox maatwerk, inschatting een bedrag van €1,5 miljoen nadelig; - Versnelde stijging kosten intensief ambulant, inschatting een bedrag van €1,5 nadelig. Hieronder wordt achtereenvolgens ingegaan op de achterliggende verklaring (1) en het perspectief dat er is om de kosten alsnog naar beneden te krijgen, zowel bezien op korte- (2) alsook op de lange termijn (3). 1. Vertraging in de realisatie van de beoogde besparingen Er is een vertraagde realisatie van de - via Hervormingsagenda en Knoppenplan - beoogde besparingen. Dit heeft diverse oorzaken. Het verder uitbreiden van de Jeugdprofessionals bij de huisarts wordt bemoeilijkt.
De omstandigheden op de arbeidsmarkt in combinatie met de lagere inschaling van de functie helpen hierbij niet mee. Door personeelsverloop en ziekte zijn een aantal zaken minder voortvarend opgepakt; er waren andere prioriteiten. 2. Zeker in 2026 is er weinig perspectief om de kosten te drukken De verwachting is dat de kosten voor maatwerk ook in 2026 hoog zullen blijven door de afspraken die gemaakt zijn met de GI's in het kader van het kort geding. Daarnaast verwachten we voor jeugd GGZ een flinke stijging in lasten vanaf juli 2026. Vanaf die datum zijn er 7 nieuwe aanbieders gecontracteerd waardoor de huidige wachtlijsten bij de 2 bestaande aanbieders zullen afnemen. Ook is in de begroting voor 2026 rekening gehouden met het doorwerken van de aanvullende subsidie 2025 aan Veilig Thuis i.v.m. hogere meldingen. In 2025 zagen we ook een grote toename intensief ambulant (Thuis op Maat (TOM)) zonder een afname van regulier verblijf. Het regionale contract ToM loopt t/m 31 december 2026. Omdat er geen alternatief is voor ToM zal deze groei in kosten ToM zich doorzetten in 2026. 3. Zicht op daling van kosten in 2027 en daarna De uitgangspunten van het Knoppenplan zijn verwerkt in de nieuwe Verordening Jeugdhulp Lelystad die per juli 2025 in werking is getreden en in de nieuwe inkoop lokale jeugdhulp. De nieuwe overeenkomsten lokale jeugdhulp starten per 1 juli 2026.
Omdat ToM niet heeft gebracht wat we er mee beogen, heeft de regio besloten het contract te beëindigen per 1 januari 2027. Er worden nu voorbereidingen getroffen om een alternatief product (Multi) in te kopen per 2027. Verder start in 2026 de regisseur transitie jeugd. Deze persoon is verantwoordelijk voor het coördineren en aansturen van de transitieprocessen binnen het jeugddomein, waaronder het uitvoeringsprogramma van het Knoppenplan. Samenvattend - noodzakelijk om kosten naar beneden te krijgen, maar ook grote afhankelijk Rijk In de begroting 2026 is een bedrag van afgerond €48,1 miljoen beschikbaar, bij een op dit moment ingeschat kostenniveau van €59 miljoen. Dat betekent dat er in 2026 naar verwachting een bedrag ter grootte van €11 miljoen benodigd is uit de egalisatiereserve jeugdzorg. Van de €13,5 miljoen die beschikbaar was zou dan nog een bedrag van €2,5 miljoen resteren. In 2027 is er een bedrag van €47,1 miljoen beschikbaar (exclusief loon-prijsindexatie). Wanneer de kosten in 2026 daadwerkelijk uitkomen op €59 miljoen is het niet realistisch om te verwachten dat de realisatie in 2027 binnen budget plaats zal vinden, ondanks dat er met de hierboven beschreven maatregelen
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
21
ingezet wordt op een scherpe daling van de kosten. De resterende €2,5 miljoen in de egalisatiereserve zal niet toereikend zijn voor het tekort dat zich in 2027 voor zal doen. In 2028 is er een bedrag van €45,5 miljoen beschikbaar aan budget en met ingang van 2029 is er jaarlijks €44,6 miljoen beschikbaar aan budget (exclusief loon- prijsindexatie). Dit betekent een fors financieel risico voor de gemeente, aangezien het verwachte kostenniveau in 2026 uitkomt op zo'n €59 miljoen. Tegelijkertijd zal het Rijk ook in structurele zin gemeenten tegemoet moeten komen in de periode 2028 en verder (op basis van het adviesrapport van de Commissie Van Ark, dat in 2027 zal verschijnen). Bijlage 1 van deze kaderbrief 2027 - 2030 bevat een uitgebreide scenarioanalyse over wat deze ontwikkelingen kunnen betekenen voor het financieel perspectief. De kans dat gemeenten - en ook de gemeente Lelystad - een kostenreductie van deze omvang kunnen realiseren lijkt niet realistisch. Het structureel beschikbaar stellen van compensatie door het Rijk is dan ook het voornaamste speerpunt van de VNG, bij de lobby inzet naar aanleiding van het nieuwe coalitieakkoord van D66, VVD en het CDA (zie ook de duiding van het coalitieakkoord, dat tegelijkertijd met de kaderbrief 2027 - 2030 aan de raad beschikbaar is gesteld). 26
Geïnventariseerde bijstelling
7.1
Actualisatie bijdrage GR - GGD Flevoland
Bedragen x € 1.000
2027 -255
2028 -255
2029 -255
2030 -255
De gemeentelijke bijdrage voor de gemeenschappelijke regeling GGD Flevoland vereist ophoging met een bedrag van totaal €255.000. Deze actualisatie kent twee oorzaken: Voor de gemeenschappelijke regeling GGD Flevoland geldt dat de indexering van loon- en prijspeil van de programmabegroting gemeente Lelystad (op basis van T-1 = 3%) en de bijdrage wordt aangepast met de groei van het aantal inwoners. Dit leidt tot een hogere bijdrage voor Lelystad van €98.000. De GGD Flevoland stuurt de ontwerp-begroting naar de gemeenteraad voor zienswijze van de raad. Daarnaast is bijstelling naar boven nodig met een bedrag van €157.000 als gevolg de vastgestelde begroting 2026 van de GGD Flevoland. Afwijkend van de ingediende zienswijze (op basis waarvan een structurele bijstelling van €130.000 was opgenomen in de programmabegroting 2026) is de GGD begroting vastgesteld inclusief structurele middelen voor uitbreiding van formatie infectieziektebestrijding en jeugdgezondheidszorg. De vaststelling van de GGD begroting door het algemeen bestuur levert een betaalverplichting op voor de deelnemende gemeenten in de gemeenschappelijke regeling. 27
Geïnventariseerde bijstelling
7.2
Minervaweg i.r.t. Huisvesting VDVI
Bedragen x € 1.000
2027 -5
2028 -5
2029 -5
2030 -5
Voor de realisatie van de International Campus Lelystad (huisvesting voor arbeidsmigranten aan de Minervaweg) is de aanleg van een persleiding voor de afvoer van afvalwater noodzakelijk. Omdat riolering onder de gemeentelijke zorgplicht valt, investeert de gemeente in deze aanleg. De gemeenteraad heeft in het eerste kwartaal van 2026 besloten tot het beschikbaar stellen van het benodigde investeringskrediet. De structurele kapitaallasten betreffen gedurende 40 jaar jaarlijks € 5.363. Dit betreft het gemeentelijk deel van de investering, waarbij is overeengekomen dat 50% van de totale kosten (€ 390.000) wordt gedekt uit een private bijdrage van de initiatiefnemer. Aangezien de besluitvorming over deze kapitaallasten begin 2026 heeft plaatsgevonden na de vaststelling van de meerjarenbegroting 2026-2029 wordt dit bedrag vanaf 2027 als onontkoombare bijstelling opgenomen. 28
Geïnventariseerde bijstelling
7.4
Actualisatie bijdrage GR - OFGV
Bedragen x € 1.000
2027 -206
2028 -206
2029 -206
2030 -206
De bijdrage voor de OFGV voor 2027 moet worden verhoogd vanwege de indexering van de salarissen en materiële budgetten met 4,56% en de overdracht van de verplichte collectieve basistaken te weten beleidsadvies omgevingstafels en omgevingsplannen, omgevingsveiligheid en toezicht op energiebesparing. De bijdrage van Lelystad aan de OFGV wordt in 2027 ná indexering geraamd op €1.881.547. Ten opzichte van de in de begroting van Lelystad beschikbare middelen is dit een verschil van €205.930.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
22
Verder wordt in 2028 nog een wijziging van de bijdrage verwacht als gevolg van de periodieke wijziging van de financieringssystematiek, gebaseerd op de uitvoering van de laatste drie jaren, waarbij tevens de kostenstijging (7-9 %) als gevolg van de Omgevingswet wordt meegenomen. Op het moment dat er meer duidelijkheid is zal een eventueel voor- of nadelig effect betrokken worden bij de jaarlijkse p&c-cyclus. 29
Geïnventariseerde bijstelling
8.2
Grondverwerving Zorgcampus
Bedragen x € 1.000
2027 -
2028 -
2029 -
2030 -47
November 2025 heeft het college besloten een koop- en verkoopovereenkomst te sluiten met Stichting Christelijk Ziekenhuis St Jansdal. De koop heeft betrekking op de gronden onder het huidige ziekenhuis, de verkoop heeft betrekking op een perceel grond benodigd voor de realisatie van een nieuw ziekenhuis naast het huidige ziekenhuis. In opvolging van het besluit van het college heeft de raad aangegeven geen wensen en bedenkingen te hebben tegen deze aan- en verkoop. De koop van de grond onder het ziekenhuis zal naar verwachting pas eind 2029 plaatsvinden. In het besluit waarmee de raad heeft aangegeven geen wensen en bedenkingen te hebben, is ook opgenomen dat in de programmabegroting 2027 - 2030 een (onontkoombaar) voorstel wordt gedaan voor de dekking van de uit de aankoop volgende structurele rentelasten. Het effect wordt in deze kaderbrief 2027 - 2030 om die reden inzichtelijk gemaakt. 30
Geïnventariseerde bijstelling
8.3
Grondverwerving Meerkoetenweg 9
Bedragen x € 1.000
2027 -71
2028 -71
2029 -71
2030 -71
Conform de nota Grondbeleid van de gemeente Lelystad heeft het college de mogelijkheid voor het doen van strategische en proactieve verwervingen, waarover achteraf verantwoording wordt afgelegd binnen de reguliere planning en control cyclus. Het college heeft binnen dit beleid Meerkoetenweg 9 verworven. Een structurele invulling voor het object zal op een later moment aan de raad voorgelegd worden. Dit is een strategische verwerving, waarvoor structurele dekking voor kapitaal- en exploitatielasten benodigd is. De investering van €1.000.000 resulteert in kapitaallasten en de exploitatielasten. De exploitatielasten omvatten zaken als: de bijdrage VVE, belastingen, verzekering, energie en een reservering voor het onderhoud. Hiermee is naar verwachting ca. €35.500 per jaar gemoeid. De kapitaallasten van deze verwerving bedragen €35.833 in het eerste jaar (daarna aflopend) uitgaande van een (ten opzichte van de Nota waarderen, activeren en afschrijven 2024 afwijkende) afschrijvingstermijn van 30 jaar. In totaliteit gaat het om een structurele last ter grootte van €71.333 per jaar. Deze structurele lasten kunnen niet gedekt worden vanuit de baten welke het pand opbrengen, deze zullen naar verwachting (zeer) gering zijn. Dit maakt dat er per saldo sprake is van een negatief effect op de begroting en meerjarenraming.
In het collegebesluit waarmee het college besluit tot aankoop over te gaan, is aangegeven dat in de programmabegroting 2027-2030 een (onontkoombaar) voorstel wordt gedaan voor de dekking van de uit de aankoop volgende structurele rentelasten. Het effect wordt in deze kaderbrief 2027 - 2030 om die reden inzichtelijk gemaakt. 31
Geïnventariseerde bijstelling
8.3
Grondverwerving Neringpassage 75
Bedragen x € 1.000
2027 10
2028 10
2029 10
2030 10
Conform de nota Grondbeleid van de gemeente Lelystad heeft het college de mogelijkheid voor het doen van strategische en tactische verwerving, waarover achteraf verantwoording wordt afgelegd binnen de reguliere planning en control cyclus. Binnen het centrumgebied heeft het college binnen dit beleid Neringpassage 75 verworven. Een structurele invulling voor het object zal op een later moment aan de raad voorgelegd worden. Het betreft een proactieve verwerving, waarvoor structurele dekking voor kapitaal- en exploitatielasten benodigd is. De investering van €340.000 resulteert in kapitaal- en exploitatielasten. De jaarlijkse kapitaallasten bedragen ca. € 12.000, uitgaande van een afschrijvingstermijn van 30 jaar (in afwijking van de Nota Waarderen, actieveren en afschrijven 2024). De exploitatielasten omvatten zaken als: de bijdrage VVE, belastingen, verzekering, energie en een reservering voor het onderhoud. Deze kosten bedragen
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
23
op basis van generieke kengetallen ca. €8.000 per jaar. In totaliteit gaat het om een structurele last ter grootte van ca. €20.000 per jaar. Het pand is aangekocht in verhuurde staat. Het huurcontract met de huurder is medio 2025 afgesloten met de huurder en heeft nog een resterende looptijd van 5 + 5 jaar. De huuropbrengsten die hieruit volgen bedragen ca. €30.000 per jaar. De structurele lasten zullen dan ook (meer dan) gedekt worden vanuit de baten welke het pand opbrengen. Dit maakt dat er per saldo sprake is van een beperkt positief effect op de begroting en meerjarenraming. In het collegebesluit waarmee het college besluit tot aankoop over te gaan, is aangegeven dat in de programmabegroting 2027-2030 een (onontkoombaar) voorstel wordt gedaan voor de dekking van de uit de aankoop volgende structurele rentelasten. Het effect wordt in deze kaderbrief 2027 - 2030 om die reden inzichtelijk gemaakt.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
24
2.2 Loon- en prijsontwikkeling 32
Geïnventariseerde bijstelling
0.61
Actualisatie OZB inkomsten woningen - indexatie en areaal
Bedragen x € 1.000
2027 562
2028 562
2029 562
2030 562
De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. Ieder jaar wordt er bij de kadernota een besluit genomen over de bijstelling, het indexeren van de totaal te realiseren opbrengst en de verwachte uitbreiding van het areaal. De correctie voor de uitbreiding van het areaal en de indexatie resulteren in een totale bijstelling ter grootte van €625.000 Indexatie Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over 2025, 2026 en 2027, zijnde 2,6%. Deze index over de inkomsten ozb woningen resulteert in een bijstelling van €410.000 structureel. Areaaluitbreiding Op basis van de vastgestelde en op Lelystad in zicht gepubliceerde prognose van opgeleverde woningen (scenario 2) worden de extra inkomsten voor de OZB woningen geraamd op €152.000 (taakveld 0.61). 33
Geïnventariseerde bijstelling
0.62
Actualisatie OZB inkomsten niet woningen - indexatie en areaal
Bedragen x € 1.000
2027 1.541
2028 1.541
2029 1.541
2030 1.541
De inkomsten uit de onroerende zaakbelasting niet-woningen worden in de meerjarenraming geraamd tegen constante prijzen. Ieder jaar wordt er bij de kadernota een besluit genomen over de bijstelling, het indexeren van de totaal te realiseren opbrengst en de verwachte uitbreiding van het areaal. De correctie voor de uitbreiding van het areaal en de indexatie resulteren in een totale bijstelling ter grootte van €1.541.000 Areaaluitbreiding niet -woningen Op basis van de bij team OPV (ontvangen)bouwaanvragen worden de extra inkomsten voor de OZB nietwoningen geraamd op €1.000.000 (taakveld 0.62). Indexatie Het indexpercentage voor het komende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals begin maart door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Hierbij wordt het gemiddelde percentage genomen over drie jaren (2025, 2026 en 2027), zijnde 2,6%. Deze index over de inkomsten ozb niet-woningen resulteert in een bijstelling van €541.000 structureel. Doorwerking realisatie 2026 Op basis van de begrotingsmonitor april 2026 is het de verwachting dat er in 2026 een meeropbrengst gerealiseerd zal worden ter grootte van €0,9 miljoen. Dit zal grotendeels doorwerken in de jaren 2027 en verder, maar is vooralsnog niet verwerkt in deze kaderbrief. In opmaat naar de programmabegroting 2027 - 2030 zal het precieze effect worden meegenomen. 34
Geïnventariseerde bijstelling
0.7
Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds
Bedragen x € 1.000
2027 6.989
2028 6.989
2029 6.989
2030 6.989
De bijdrage die de gemeente ontvangt als algemene uitkering uit het gemeentefonds is niet langer gekoppeld aan de rijksuitgaven. Voor wat betreft de prijsontwikkeling ontvangen gemeenten compensatie aan de hand van de ontwikkeling van het 'prijs bbp'. Bij het opstellen van de raming van de algemene uitkering wordt rekening gehouden met een opslag voor loon- en prijsstijgingen. Met andere woorden: bij het 'defleren' naar constante prijzen wordt een deel van het accres afgezonderd voor het opvangen van loon- en prijsstijgingen. Voor jaarschijf 2027 gaat het om een totaalbedrag van circa €6,9 miljoen dat naar verwachting structureel beschikbaar zal komen via de meicirculaire 2026.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
25
35
Geïnventariseerde bijstelling
0.8
Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2027)
Bedragen x € 1.000
2027 -858
2028 -858
2029 -858
2030 -858
De begroting wordt jaarlijks in de kadernota geactualiseerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Het hierbij gehanteerde indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals eind februari door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan (CEP). Voor jaarschijf 2027 wordt hierbij gekeken naar het gemiddelde percentage over de jaren 2025, 2026 en 2027 (=2,6%). Een indexatiepercentage van 2,6% resulteert in een bedrag van afgerond €858.000 structureel (gerekend over een totaalbedrag van afgerond €33.000.000 aan begrotingssubsidies en -regelingen). 36
Geïnventariseerde bijstelling
0.8
Compensatie strijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2027)
Bedragen x € 1.000
2027 -1.913
2028 -2.250
2029 -2.250
2030 -2.250
Gemeenten moeten bij het opstellen van de programmabegroting voor aankomend jaar rekening houden met een structurele stijging van de salarissen. De huidige CAO loopt op 31 maart 2027 af en er zal op termijn weer overlegd gaan worden over een nieuw af te sluiten CAO. De ontwikkeling van de loonvoet voor de sector overheid zal opnieuw worden ingeschat in het Centraal Economisch Plan, dat eind maart verschijnt. De daadwerkelijke loonontwikkeling is afhankelijk van de onderhandelingen die later nog gevoerd gaan worden. Indicatief is in bovenstaande opstelling gerekend met een salarisstijging van 3,0% per 1 april 2027. Een andere variabele is de ontwikkeling van de sociale lasten, waar de pensioenpremies de grootste component is. Per 1 januari 2027 stapt ABP over op het nieuwe pensioenstelsel. De verwachting voor de premieontwikkeling rond 2027 is dat deze min of meer gelijk zal blijven (rond de 27,1%). Deze verwachting is gebaseerd op de afspraak dat de inleg gelijk blijft, terwijl de pensioenopbouw en het risicoprofiel veranderen. Op het moment dat de daadwerkelijke ontwikkeling van de salarissen en sociale lasten hoger of lager uitvalt ten opzichte van deze inschatting wordt het effect daarvan betrokken bij het opstellen van de programmabegroting 2026 - 2029. 37
Geïnventariseerde bijstelling
0.8
Compensatie inflatie - gemeentebegroting (tranche 2027)
Bedragen x € 1.000
2027 -4.030
2028 -4.030
2029 -4.030
2030 -4.030
De begroting wordt jaarlijks in de kadernota geactualiseerd voor loon- en prijsontwikkelingen. Het hierbij gehanteerde indexpercentage voor het aankomende begrotingsjaar wordt berekend op basis van de percentages zoals eind februari door het CPB worden gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan(CEP). Voor jaarschijf 2027 wordt hierbij gekeken naar het gemiddelde percentage over de jaren 2025, 2026 en 2027 (=2,6%). Een indexatiepercentage van 2,6% resulteert in een bedrag van afgerond €4.030.000 structureel (gerekend over een totaalbedrag van afgerond €155.000.000 aan budgetten die aan inflatie onderhevig zijn, inclusief het sociaal domein).
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
26
2.3 Overig Geïnventariseerde bijstelling
38
2.1
Herinrichting Voorstraat
Bedragen x € 1.000
2027 -
2028 -
2029 -53
2030 -53
In de informatienota ‘26.020 INFO Stand van zaken Lelystad Fietsstad’ is de raad geïnformeerd over de SPV-subsidie aanvraag voor de herinrichting van de Voorstraat. De verkeerssituatie en verkeersveiligheid van de Voorstraat kent een lange aanloop: -
-
-
In 2020 heeft de gemeenteraad een fietstocht gehouden om onveilige locaties voor fietsers in beeld te brengen. De Voorstraat was één van deze locaties. In de Kadernota 2022-2025 is de Herinrichting Voorstraat opgenomen als ‘Niet opgenomen wenselijk voorstel’ omdat maatregelen en bijhorende budget niet bekend waren. Bij de kadernota is amendement A26a aangenomen die oproept de raad te informeren over het benodigd budget voor de herinrichting van de Voorstraat. In de programmabegroting 2022 - 2025 is een voorbereidingskrediet beschikbaar gesteld voor het uitwerken van een herinrichtingsvoorstel voor de Voorstraat. Daaruit volgend is in de Kadernota 2024-2027 budget gevraagd voor de realisatie van de herinrichting van de Voorstraat. Dit is opgenomen als ‘beleidsvoornemen – op dit moment geen dekking voor’. Wel is motie M04M05 Voorstraat aangenomen. Deze motie draagt het college op om vooruitlopend op grootschalige herinrichtingsmaatregelen te bekijken welke kleine maatregelen er mogelijk zijn en deze uit te voeren. Door middel van informatienota ‘24.109 Motie kleine maatregelen Voorstraat’ is raad geïnformeerd over de mogelijke kleine maatregelen om de verkeersveiligheid te verbeteren. In de Kadernota 2025-2028 is het budget voor kleine verkeersmaatregelen opgenomen als per amendement ingevoegd besluit (amendement A18 – A28).
In de Monitoring Verkeersongevallendata Lelystad 2018-2024 wordt de Voorstraat genoemd als locatie waar verkeersonveiligheid wordt ervaren. Door middel van informatienota ‘25.337 Kleine verkeersmaatregelen Voorstraat’ is de raad geïnformeerd over de uitvoering van de kleine verkeersmaatregelen.
In de commissie Ruimtelijke Ontwikkeling en Bereikbaarheid van 11 februari 2025 is toegezegd (ID 219) dat de Subsidieaanvraag voor SPV subsidie gedeeld zal worden met de raad. In dezelfde commissie is toegezegd dat (ID 220) dat het college terugkomt bij de raad wanneer het geld voor veilige fietspaden niet toereikend is. Beide toezeggingen zijn afgedaan door middel van informatienota ‘26.020 Stand van zaken Lelystad Fietsstad’. Hierin is aangegeven dat herinrichting van de Voorstraat is ingediend voor de SPV subsidie en dat het extra benodigde budget zal worden aangevraagd bij de begroting 2027 – 2030. Dat gebeurd door middel van deze bijstelling. De gevraagde SPV subsidie is toegekend, in totaal is er voor de Voorstraat een subsidie van €784.565 toegekend. In 2028 staat er onderhoud gepland aan de Voorstraat. Hiervoor is een budget beschikbaar van €289.192. Hiermee komt het totale beschikbare bedrag uit op €1.073.757. Op basis van een kostenraming uit 2023 komen de kosten uit op ongeveer €3,0miljoen euro excl. BTW. Dit betekent dat er nog voor €1.936.813 ontbreekt in de dekking. De Investering zal conform de nota waarderen, activeren en afschrijven 2028 in 40 jaar af worden geschreven. Voor dekking van de hieruit voortvloeiende kapitaallasten is een bedrag van €53.000 per jaar benodigd.
Om te voldoen aan de voorwaarden van de toegekende subsidie dienen de werkzaamheden voor 31 december 2028 uitgevoerd te zijn. Dit benadrukt de urgentie van deze actualisatie. 39
Geïnventariseerde bijstelling
2.1
Investeringsprogramma brede infrastructuur
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
Als gevolg van de groei van Lelystad, zowel in het aantal inwoners als in het aantal banen, neemt ook de verkeersdruk toe. Dit leidt tot verwachte knelpunten op het gebied van doorstroming, verkeersveiligheid, parkeren, maar ook binnen het fietsverkeer en het openbaar vervoer. Deze knelpunten zijn vaak niet toe te wijzen aan één specifieke gebiedsontwikkeling, maar zijn het gevolg van de groei van de stad als geheel. Dat blijkt uit diverse onderzoeken, zoals het onderzoek naar de hoofdwegenstructuur en het
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
27
verkeerscirculatieplan voor het Stationsgebied, evenals het onderzoek naar het verhogen van de snelheid op de buitenring. Als gevolg hiervan zullen de komende jaren aanzienlijke investeringen op de stad afkomen. De gemeenteraad zal hiervoor integrale afwegingen moeten maken. Daarom is bij de behandeling van de Ontwerp-programmabegroting 2026–2029 de motie ‘Investeringsprogramma brede infrastructuur’ aangenomen. Naar aanleiding van deze motie wordt gewerkt aan een investeringsprogramma voor brede infrastructuur. Dit programma zal worden aangeboden als input voor de behandeling van de programmabegroting 2027 – 2030. 40
Geïnventariseerde bijstelling
2.5
Nachttrein 2027 e.v.
Bedragen x € 1.000
2027 -90
2028 -90
2029 -90
2030 -90
De proef met de nachttrein van Arriva is in samenwerking met de gemeente Almere gestart in 2025 en eindigt in december 2026. Als de raad de nachttrein wil continueren na de proefperiode is het belangrijk om hiervoor middelen beschikbaar te stellen in de begroting van 2027 en verder. Op basis van de resultaten van de proef in 2025 worden de opbrengsten van de verkochte tickets tussen Amsterdam en Lelystad ingeschat op ongeveer €10.000. 41
Geïnventariseerde bijstelling
3.3
Accountmanager stadshart
Bedragen x € 1.000
2027 -125
2028 -125
2029 -125
2030 -125
Een goed functionerend centrumgebied speelt een belangrijke rol bij de leefbaarheid en aantrekkingskracht van een stad. Zowel economisch als maatschappelijk is het een belangrijke plek. Daarnaast levert een centrum waar functies elkaar versterken een bijdrage aan de ontwikkeling van de stad als geheel en speelt een toekomstbestendig, goed functionerend en aantrekkelijk centrum een belangrijke rol bij de realisatie van de gewenste groei van Lelystad. Het Stadshart is dan ook een van de prioritaire gebieden. Vanuit het economisch domein wordt door de Accountmanager Stadshart onder andere aandacht besteed aan het verhogen van de organisatiegraad: het verbeteren van de samenwerking tussen stakeholders. Wanneer ondernemers, vastgoedeigenaren en de gemeente effectief samenwerken, ontstaat er meer slagkracht om de binnenstad aantrekkelijk te houden voor bezoekers. Meer samenwerking is een cruciale randvoorwaarde om te komen tot het gezamenlijke doel: een toekomstbestendig, goed functionerend en aantrekkelijk centrum. De Accountmanager Stadshart is daarnaast tevens het eerste aanspreekpunt voor ondernemers en kunnen met vragen bij hem of haar terecht. Denk aan vragen met betrekking tot schoon, heel en veilig of over projecten die in het centrum plaatsvinden.
De afgelopen 3 jaar heeft de Accountmanager Stadshart hier aandacht aan besteed en heeft hij een centrale plek weten te bemachtigen als aanspreekpunt en weten de ondernemers en vastgoedeigenaren hem te vinden. Bij de programmabegroting 2023 zijn voor 4 jaar middelen beschikbaar gesteld voor de inzet van de Accountmanager Stadshart. Omdat de werkzaamheden van de Accountmanager Stadshart onmisbaar zijn bij de ontwikkeling van een goed functionerend en aantrekkelijk centrum is het van groot belang om deze inzet ook na 2026 te continueren en zijn structurele middelen benodigd. 42
Geïnventariseerde bijstelling
3.4
Placemaking Waterfront-Bataviakwartier
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
In het Bataviakwartier vinden activiteiten plaats als onderdeel van het programma Waterfront Lelystad. Om de beleefbaarheid in het gebied gedurende de ontwikkeling verder te verbeteren, de betrokkenheid en inzet van de ondernemers/instellingen te vergroten en daarmee ook meer bezoekers te trekken is voor 2026 in de raadsvergadering van 17 februari incidenteel budget ter beschikking gesteld voor placemaking. Met deze eenmalige inspanning zijn we er niet. Ook voor de komende jaren is het nodig om inzet op het gebied van placemaking te blijven plegen. Bij het besluit van 17 februari is aangegeven dat er voor de jaren 2027-2030 een uitgewerkt plan zou komen inclusief structurele dekking. Dit plan zal medio 2026 gereed zijn, waarna in de programmabegroting 2027-2030 een definitieve budgetaanvraag inclusief benodigd budget zal worden opgenomen.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
28
43
Geïnventariseerde bijstelling
5.3
Nieuw poppodium (bijdrage exploitatielasten)
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
Op basis van een goede samenwerking tussen Agora en Corneel, en met ondersteuning van diverse externe adviseurs, wordt momenteel de definitieve businesscase voor het nieuwe poppodium voorbereid. Het is de verwachting dat de businesscase in q2 aan de raad kan worden voorgelegd. Met de businesscase wordt voor een benadering gekozen waarbij de synergievoordelen van de samenwerking tussen Agora en het poppodium worden vertaald naar een positief exploitatieresultaat voor de nieuwe entiteit. Dit zal mogelijk een effect op de indeling van de begrotingssubsidie in de Programmabegroting. 44
Geïnventariseerde bijstelling
6.1
Clientenraad Sociaal Domein
Bedragen x € 1.000
2027 -29
2028 -29
2029 -29
2030 -29
Voor de uitvoering van hun taken heeft de Cliëntenraad Sociaal Domein meer middelen nodig. Het ophogen van het budget betreft met name de secretariële ondersteuning die voor de Cliëntenraad cruciaal is om hun werk uit te kunnen voeren. 45
Geïnventariseerde bijstelling
7.1
OZO Verbindzorg
Bedragen x € 1.000
2027 -52
2028 -53
2029 -54
2030 -55
OZO Verbindzorg wordt momenteel incidenteel gefinancierd vanuit GALA-middelen. Deze middelen stoppen eind 2026. Het instrument ondersteunt samenwerking rond inwoners doordat cliënten (en waar passend ouders/mantelzorgers) en betrokken professionals eenvoudiger en veilig kunnen afstemmen. Per 2026 is de inzet verbreed naar jeugd en gezinnen (onder andere via Kind naar Gezond Gewicht), waardoor het gebruik en bereik kunnen toenemen. Halverwege 2026 vindt een evaluatiemoment plaats naar het gebruik en de effecten van OZO. Op basis van deze evaluatie kan de gemeente ervoor kiezen om te stoppen, of om door te gaan. Bij voortzetting is een bedrag van €55.000 per jaar nodig. De lasten van OZO is gebaseerd op een vastgestelde bijdrage van €0,56.- per inwoner, rekening houdend met de bevolkingsgroeiprognose. Ook is er rekening gehouden met eventuele prijsstijging van de indexatie vanuit OZO zelf. OZO is een digitaal samenwerkingsplatform waarin de inwoner centraal staat. De inwoner (of ouders/verzorgers) bepaalt wie uit het professionele en persoonlijke netwerk toegang krijgt. Het platform biedt één overzicht van betrokkenen en ondersteunt het delen van berichten en afspraken, zodat afstemming minder versnipperd is en de regie waar mogelijk bij de inwoner blijft. 46
Geïnventariseerde bijstelling
7.4
Nationaal Kenniscentrum Nieuwe Natuur
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
Lelystad heeft pionieren in haar DNA. Met projecten als de Oostvaardersplassen, Nationaal Park Nieuw Land, de Marker Wadden, Bataviastad en Flevokust Haven heeft Lelystad keer op keer bewezen dat grootschalige ontwikkelingen en bijzondere natuur niet alleen samengaan, ze versterken elkaar. Met het programma Van Groen Dromen naar Groen Doen (vastgesteld eind 2023) heeft Lelystad landelijke aandacht getrokken en zich gepositioneerd als koploper op het thema nieuwe natuur. Het Nationaal Kenniscentrum Nieuwe Natuur is de kers op de taart van deze ontwikkeling, maar tegelijk ook de motor van innovatie en zichtbaarheid. De afgelopen periode is het fundament gelegd: een netwerk in wording, een verhaal dat steeds beter staat, projecten die zich aandienen. Voor Lelystad betekent het kenniscentrum een structurele versterking op het thema nieuwe natuur, en een plek waar beleid, uitvoering en praktijk elkaar ontmoeten. Lelystad moet nu durven kiezen want een dergelijk kenniscentrum bouw je alleen wanneer alle neuzen dezelfde kant op staan en wanneer je gezamenlijk bouwt aan de realisatie. Voor de daadwerkelijke realisatie van het kenniscentrum is het noodzakelijk middelen te reserveren. Alleen zo worden de opgebouwde kennis en het opgebouwde netwerk geborgd, en kan Lelystad haar voortrekkersrol en koploper rol in de klimaat- en natuurtransitie verder verzilveren.
De behoefte aan een helder kennisbaken over natuur is groter dan ooit.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
29
Het is tijd voor de volgende stap in het groeimodel, groot beginnen in het klein. Het Nationaal Kenniscentrum Nieuwe Natuur moet nu ook fysiek aanwezig zijn om de beoogde impact te kunnen realiseren. Voor de komende jaren betekent dit, dat er voldoende financiële ruimte is. Hoe groot die ruimte moet zijn verwachten we in de loop van 2026 inzichtelijk te hebben. 47
Geïnventariseerde bijstelling
7.4
Verduurzaming woningen
Bedragen x € 1.000
2027 -
2028 -50
2029 -100
2030 -100
Voor het verduurzamen van woningen in Lelystad is een vergunning nodig om rekening te houden met beschermde dieren die in en rond woningen leven. Tot nu toe moet per woning apart onderzoek worden gedaan. Dit leidt tot hoge kosten voor inwoners, die in sommige gevallen kunnen oplopen tot ongeveer €15.000 per woning. De gemeente werkt daarom aan één gezamenlijke aanpak voor alle woningen in Lelystad. Deze aanpak wordt momenteel uitgewerkt. Tijdens dit proces is duidelijk geworden dat de gemeente jaarlijks structurele middelen nodig heeft om deze gezamenlijke vergunning mogelijk te maken en in stand te houden. Het gaat om ongeveer €50.000 per jaar voor de functie van coördinator en ongeveer €50.000 per jaar voor het uitvoeren van monitoring. Een deel van de kosten kan worden betaald uit een rijksbijdrage van €246.875. Dit bedrag is inmiddels deels besteed aan het opstellen van de gezamenlijke vergunningaanvraag. Het overige deel kan gebruikt worden om de structurele kosten tot half 2028 incidenteel te dekken. Daarna is voor het structurele deel dekking nodig. Door middelen vrij te maken kan worden voorkomen dat de verduurzaming (en aardgasvrij maken van Lelystad) vertraging oploopt.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
30
3.
Incidentele middelen
Vanuit het financieel toezicht is het van belang om onderscheid te maken tussen baten en lasten die structureel van karakter zijn (en dus jaar in jaar uit terugkeren) en incidenteel van karakter zijn (en dus maar voor enkele jaren van toepassing zijn). Achterliggende reden hiervoor is dat moet worden voorkomen dat structurele lasten gedekt worden door incidentele baten en er daarmee geen sprake is van structureel begrotingsevenwicht. Daarom wordt onderscheid gemaakt tussen onderwerpen die vragen om structurele dekking (zie vorige hoofdstuk) en onderwerpen die vragen om incidentele dekking (dit hoofdstuk).
Wat is beschikbaar aan incidentele dekking? Op dit moment is er nog een bedrag ter grootte van €6,5 miljoen aan onbeklemde ruimte beschikbaar binnen de reserve ontwikkeling stad. Op basis van de huidige inzichten zal de reserve ontwikkeling stad met een aanzienlijk bedrag worden aangezuiverd bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025. Hoeveel precies is afhankelijk van de geïnventariseerde risico’s in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing in de jaarstukken 2025 1. Voor het gemak zou uitgegaan kunnen worden van een totaal beschikbaar bedrag aan onbeklemde ruimte ter grootte van €25 miljoen (ná bestemming van het rekeningresultaat 2025). Zoals in het eerste hoofdstuk beschreven staat komt daar in de aankomende jaren nog een aanzienlijk bedrag bij door de laatste winstneming vanuit de laatste verkochte bedrijfskavels. Een exacte inschatting is niet te maken, omdat dit grotendeels afhangt van nog te maken kosten. Een indicatie van het bedrag dat tot en met 2030 nog aan winstneming plaats zal vinden is afgerond zo’n €50 miljoen. Wat hierbij wel in ogenschouw moet worden genomen is dat een deel van dit bedrag waarschijnlijk benodigd is voor het afdekken van een eventueel structureel begrotingstekort in de eerstvolgende jaarschijven uit het meerjarenperspectief.
De op dit moment ingeschatte tekorten zijn van dien aard dat eventuele ombuigingsmaatregelen wellicht niet direct in volle omvang te effectueren zijn.
Welke onderwerpen vragen om incidentele dekking?
Onderwerp
Taakveld
In onderstaande tabel is inzichtelijk gemaakt welke van de geïnventariseerde onderwerpen vragen om incidentele dekking. Het gaat om een totaalbedrag ter grootte van €19,3 miljoen.
C. Overig - incidenteel
48 49 50 51 52 53 54 55 56 57
0.4 0.4 2.1 2.5 5.7 6.1 6.3 7.4 8.1 8.3
Lelystadse Digitalisering Strategie Toekomstbestendige organisatie - klaar voor de groei Snelheidsremmende maatregelen Golfresort Bushalte Larserplein Gebiedsprogramma Nationaal Park Nieuw Land Samenlevingszaken - Sociaal Domein Implementatie Participatiewet in balans Agenda Natuur 2030 - programma van groen dromen naar groen doen Uitvoeringsagenda omgevingsvisie Groei en Stedelijke Ontwikkeling (voorheen Emerging City)
48
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
-2.100 -1.200 -100 -100 -100 -3.400 -270 -250 -
-2.100 -1.000 -250 -100 -500 -250 -
-2.100 -800 -250 -500 -250 -
-2.100 -600 -250 -500 -250 -
C. Financieel effect overig - incidenteel
-7.520
-4.200
-3.900
-3.700
2027 -2.100
2028 -2.100
Incidentele middelen
0.4
Lelystadse Digitalisering Strategie
-19.320
Bedragen x € 1.000
2029 -2.100
2030 -2.100
De Nederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) streeft naar een innovatieve, wendbare en betrouwbare overheid. Gemeente werken collectief aan de versnelling van de digitaliseringsopgaven – VNG-resolutie 21-05-2025 – gericht op de hoofdthema’s cloud, data, AI, dienstverlening, weerbaarheid/autonomie en digitaal vakmanschap. De in 2026 op te stellen IV-strategie sluit hierop aan door digitalisering als 1 De afspraak met de raad is om bij een positief rekeningresultaat eerst het weerstandsvermogen aan te zuiveren tot aan de norm van 1,8 maal het totaalbedrag aan geïnventariseerde risico’s.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
31
strategisch instrument in te zetten voor een betere dienstverlening aan inwoners en ondernemers, versterkte bestuurlijke grip met data, verantwoorde inzet van AI, cloud- en datasoevereiniteit binnen Europese kaders, structurele cyberweerbaarheid (BIO2/NIS2) en versterking van digitaal vakmanschap – waaronder ‘grip op informatie’. Accenten en specifieke aandachtspunten op het gebied van weerbaarheid, autonomie, inzet van AI en borgen van IV-ontwikkelingen worden medio 2026 bij de nieuwe raad opgehaald dat vertaald wordt naar de Lelystadse Digitaliserings Strategie. De gemeente zet de komende jaren programmatisch - via 6 hoofdthema’s - in op de digitalisering doelen, het verbeteren van de dienstverlening het ondersteunen van de Lelystadse opgaven. De organisatie wordt via het ‘organisatie ontwikkeltraject’ stap voor stap voorbereid op het benodigde verandervermogen van de organisatie die alle digitale verwerkingsprocessen van de domeinen raakt. Dit vraagt om meer dan alleen technologie; het vraagt om digitaal vakmanschap en inzet op ‘grip op informatie’. Succesvolle digitalisering staat of valt bij de mensen die ermee werken. Of het nu gaat om datagedreven werken, cloud-security of de verantwoorde inzet van GenAI: medewerkers moeten over de juiste expertise beschikken en leidinggevenden moeten digitaal leiderschap tonen.
Om dit niveau te bereiken, te behouden en de toekomstbestendigheid van de organisatie te borgen, is het essentieel dat zij worden geëquipeerd middels gerichte training. Digitaal vakmanschap is geen keuze, maar een randvoorwaarde voor een sterke gemeente die haar publieke taak nu en in de toekomst optimaal vervult – hiervoor is jaarlijks 300.000,- aan opleidingsgelden nodig. De ambities van het te vormen college en nieuwe raad – gericht op de uitwerking van de digitaliseringsthema’s – vormen de hoogte van de in te zetten meerjarige investeringen. In een verwachte bandbreedte van 1,7 tot 2,5 miljoen per jaar wordt de komende jaren aan de uitwerking van de Lelystadse Digitalisering Strategie gewerkt. Nadere detaillering en planvorming volgt bij de programmabegroting 2027. De bedragen van dit voorstel zijn gebaseerd op huidige inzichten, bij de programmabegroting zal dit voorstel geactualiseerd worden naar definitieve cijfers.
Incidentele middelen
49
0.4
Toekomstbestendige organisatie - klaar voor de groei
Bedragen x € 1.000
2027 -1.200
2028 -1.000
2029 -800
2030 -600
Een sterke organisatie is een randvoorwaarde voor goede dienstverlening aan inwoners, partners en bestuur. In de afgelopen periode is zichtbaar geworden dat onze organisatie op verschillende punten versterking nodig heeft. Het gaat daarbij niet om één enkel vraagstuk, maar om een samenhang van factoren: leiderschap, structuur, processen, cultuur en personele capaciteit. Om de organisatie toekomstbestendig te maken is een gerichte investering nodig. Deze investeringsagenda combineert korte termijn interventies vanuit de doorbraakagenda met structurele versterking vanuit organisatieontwikkeling. Het doel is een organisatie die effectief kan sturen, helder samenwerkt, professionele ruimte biedt en beschikt over de juiste capaciteit en systemen om haar taken goed uit te voeren. Met deze investeringsagenda zetten we in op het versterken van leiderschap en strategisch vermogen, het verbeteren van processen en sturing, het ontwikkelen van een professionele aanspreekcultuur en het versterken van de organisatiecapaciteit. Doel van de investering De investeringsagenda richt zich op het versterken van de organisatorische slagkracht. De inzet is gericht op: • • • • • •
het versterken van leiderschap en strategisch vermogen; het herstellen en verduidelijken van structuur, rollen en verantwoordelijkheden; het ontwikkelen van een professionele en aanspreekbare organisatiecultuur; het verbeteren van procesmanagement, sturing en monitoring; het versterken van personele capaciteit en kwaliteit; het verbeteren van interne en externe communicatie en positionering.
Door deze elementen in samenhang te ontwikkelen ontstaat een organisatie die beter kan sturen, sneller kan schakelen en duurzaam kan functioneren.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
32
Hoofdlijnen van de aanpak 1. Leiderschap en organisatiecultuur Een sterke organisatie vraagt om duidelijk leiderschap en een cultuur waarin medewerkers elkaar aanspreken en gezamenlijk verantwoordelijkheid dragen. De komende jaren wordt daarom geïnvesteerd in managementontwikkeling, leiderschapsprogramma’s en het versterken van de doorleving van de kernwaarden. Deze inzet draagt bij aan een professionele aanspreekcultuur waarin verwachtingen duidelijk zijn, normstelling vanzelfsprekend is en samenwerking wordt versterkt. 2. Structuur, processen en sturing Heldere processen en duidelijke verantwoordelijkheden vormen de basis voor effectieve uitvoering. Daarom wordt geïnvesteerd in procesmanagement, het verduidelijken van rollen en verantwoordelijkheden en het verbeteren van sturingsinformatie. Onderdeel hiervan is de inrichting van systemen en dashboards waarmee beter gestuurd en gemonitord kan worden op prestaties, voortgang en kwaliteit van uitvoering. 3. Organisatiecapaciteit en kwaliteit Om de ambities van de organisatie waar te maken is het noodzakelijk dat de organisatie beschikt over voldoende en kwalitatief sterke medewerkers. De komende jaren wordt daarom geïnvesteerd in het versterken van het personeelsbestand, zowel door gerichte werving als door opleiding en ontwikkeling van medewerkers.
Daarnaast wordt strategische capaciteit toegevoegd op onder meer het gebied van strategie, communicatie en HR om de organisatieontwikkeling duurzaam te ondersteunen. 4. Communicatie en positionering Transparante communicatie draagt bij aan vertrouwen binnen en buiten de organisatie. Daarom wordt ook geïnvesteerd in het versterken van de interne communicatie, het verbeteren van de samenwerking tussen teams en het versterken van de externe positionering van de organisatie. Fasering van de investering Fase 1 – Stabilisatie en inrichting (jaar 1–2) In de eerste fase ligt de nadruk op het versterken van de basis van de organisatie. Dit gebeurt onder meer door inzet van externe expertise, het ontwikkelen van systemen en dashboards en het versterken van de interne organisatiecapaciteit. Externe specialisten ondersteunen bij het inrichten van processen, het versterken van leiderschap en het begeleiden van organisatieverandering. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het opbouwen van interne capaciteit zodat de organisatie deze ontwikkeling op termijn zelfstandig kan voortzetten. Fase 2 – Versterking en borging (jaar 3–4) In de tweede fase verschuift de nadruk van externe ondersteuning naar structurele versterking van de organisatie zelf.
De inzet van externe bureaus neemt sterk af en de focus ligt op het verder ontwikkelen van medewerkers, het borgen van processen en het doorvoeren van organisatorische verbeteringen. Ook wordt in deze fase geïnvesteerd in herinrichting van onderdelen van de organisatie om de nieuwe werkwijzen en verantwoordelijkheden duurzaam te verankeren. Conclusie Met deze investeringsagenda wordt gericht geïnvesteerd in de versterking van leiderschap, structuur, cultuur, processen en capaciteit. Door deze ontwikkeling gefaseerd uit te voeren ontstaat een organisatie die beter kan sturen, efficiënter kan werken en een gezonde werkomgeving biedt voor medewerkers. De combinatie van gerichte interventies vanuit de doorbraakagenda en structurele organisatieontwikkeling zorgt ervoor dat de organisatie niet alleen knelpunten oplost, maar ook duurzaam wordt versterkt voor de toekomst.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
33
50
Incidentele middelen
2.1
Snelheidsremmende maatregelen Golfresort
Bedragen x € 1.000
2027 -100
2028 -
2029 -
2030 -
Bij de bestuurlijke behandeling van de anterieure overeenkomst bouw 44 grondgebonden woningen Flevogolfresort is benoemd dat er in de wijk nog een aantal snelheidsremmende maatregelen moeten worden getroffen om te voldoen aan het eigen beleid van de gemeente en dat de kosten hiervan voor rekening van de gemeente zijn komen.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
34
51
Incidentele middelen
2.5
Bushalte Larserplein
Bedragen x € 1.000
2027 -100
2028 -
2029 -
2030 -
In het kader van de ruimtelijke ontwikkelingen op het Larserplein en bedrijventerrein Zuiderpark is het van belang dat dit gebied ook met regulier busvervoer wordt ontsloten. Hiervoor is op het Larserplein tussen Van der Valk en ICL een halte geprojecteerd waar de bus kan halteren/keren. Realisatie kan worden gekoppeld aan de definitieve inrichting van de wegen op het Zuiderpark inclusief een fietsverbinding tussen Zuiderpark en Larserplein. Er kunnen hiervoor ook vrijvallende middelen worden gebruikt uit de realisatie van de bushalte Meerkoetenweg/Albert Plesmanweg (opgenomen in begroting 2026) omdat de Provincie heeft aangegeven hieraan te willen bijdragen. De exacte bijdrage is nog niet bekend.
52
Incidentele middelen
5.7
Gebiedsprogramma Nationaal Park Nieuw Land
Bedragen x € 1.000
2027 -100
2028 -250
2029 -250
2030 -250
De Oostvaardersplassen, de Lepelaarplassen, het Markermeer en de Marker Wadden vormen sinds 2018 gezamenlijk Nationaal Park Nieuw Land (NPNL). Het gebied is daarmee het grootste door de mens gemaakte nationale park ter wereld, met 29.000 hectare natuur. Vanuit de Agenda Natuur 2030 wordt het Gebiedsprogramma Nationaal park Nieuw Land Lelystad tot uitvoering gebracht. Dit programma bestaat uit een visie, investeringsagenda, en een uitvoeringsprogramma met projecten in fases. Met het gebiedsprogramma wordt gewerkt aan het versterken van de beleving, bekendheid en natuur in het Nationaal Park Nieuw Land. Hiervoor wordt onder andere ingezet op het door ontwikkelen van het Poortgebied in het Hollandse Hout, verbinding met Zuiderhage, en het her ontwikkelen van locaties als de Praambult en Kop van de Knardijk. De projecten en werkzaamheden uit het gebiedsprogramma zullen gericht zijn op fysieke ontwikkelingen in en rond het park, maar ook op het vergroten van kennis en bewustzijn van onze inwoners en bezoekers voor het Nationaal Park. De uitvoering van deze projecten zal worden gedaan samen met belangrijke partners van het Nationaal Park Nieuw Land. In september 2025 zijn door de gemeenteraad bij het vaststellen van het gebiedsprogramma Nationaal Park Nieuw Land incidentele middelen (€385.000) beschikbaar gesteld tot en met 2026.