26.249 BL 26.220 Kaderbrief 2027 - 2030
Tekst van het document
Deze middelen worden onder andere ingezet voor plan- en proceskosten, Marketing en communicatie, Een gebiedsregisseur, en de bijdrage aan parkbrede projecten binnen het Nationaal Park. Het gebiedsprogramma is een langjarige ontwikkeling waar ook na 2026 uitvoering aan wordt gegeven. Om hieraan uitvoering te kunnen blijven geven zijn echter wel extra middelen benodigd. Voor 2026 is voldoende dekking, en 2027 is deels gedekt met de beschikbare middelen. Daarom wordt er voor 2027 een incidentele bijdrage van €100.000 gevraagd voor het gebiedsprogramma, en vanaf 2028 jaarlijks incidenteel €250.000. Deze middelen zijn nodig om uitvoering te blijven geven aan het gebiedsprogramma en de investeringsagenda zoals deze zijn vastgesteld door de Raad in 2025.
53
Incidentele middelen
6.1
Samenlevingszaken - Sociaal Domein
Bedragen x € 1.000
2027 -3.400
2028 -100
2029 -
2030 -
Zoals tevens opgenomen in de informatienota voor de raad (kenmerk 26.095) van januari 2026 is een volgende projectfase nodig terzake de informatievoorziening Samenlevingszaken in het sociaal domein. Deze volgende fase (in de informatienota genaamd fase III) is noodzakelijk voor het definitief wegwerken van de restpunten, work-arounds, het herijken van de inrichting op wetgeving en sociaal domein brede (verwerkings)doelen. Te starten met een evaluatie van de eerste twee fases, doen van aanbevelingen voordat de implementatie van de jeugdtaken wordt gestart. Na afronding van deze fase wordt bovendien een solide basis gecreëerd voor toekomstige organisatorische ontwikkelingen. De werkzaamheden starten in 2026 en voor 1-1-2028 worden afgerond. Door nu budget te reserveren voor de uitvoering van deze noodzakelijke fase, wordt zowel de afronding van de volledige implementatie van het systeem als een zorgvuldige en beheersbare overgang van Jeugd (uiterlijk) per 2028 geborgd. Het totaalbedrag aan nog te maken kosten wordt ingeschat op €3,5 miljoen en zal deels onderdeel uitmaken van het jaarrekeningresultaat 2026. Het deel van de kosten dat naar verwachting zal landen in 2027 zal onderdeel uitmaken van de programmabegroting 2027 – 2030.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
35
54
Incidentele middelen
6.3
Implementatie Participatiewet in balans
Bedragen x € 1.000
2027 -270
2028 -
2029 -
2030 -
In 2026 start de gemeente met de implementatie van 23 maatregelen behorend bij de nieuwe wet Participatiewet in balans. Deze nieuwe wet heeft ten doel de dienstverlening van de gemeente op het terrein van Werk & Inkomen te optimaliseren, processen en procedures te vereenvoudigen en vooral de menselijke maat optimaal te kunnen toepassen. Lelystad heeft de laatste jaren al geïnvesteerd in het werken vanuit de menselijke maat en daar waar mogelijk wordt maatwerk toegepast. De implementatie van de Participatiewet in balans vraagt om meer dan het daadwerkelijk doorvoeren en verankeren van nieuwe maatregelen. Het is een brede verandering die een andere manier van werken, denken en samenwerken vereist. Naast de inhoudelijke voorwaarden (wetkennis, processen en ICT) dienen de mensgerichte voorwaarden (gedragsverandering, coaching en lerend vermogen) geborgd te worden. Zowel binnen als tussen de uitvoerende teams (intern en extern), en vooral in verbinding met de inwoners. De benodigde veranderingen vraagt een extra investering, naast een tegemoetkoming in de kosten van het Rijk.
55
Incidentele middelen
7.4
Agenda Natuur 2030 - programma van groen dromen naar groen doen
Bedragen x € 1.000
2027 -
2028 -500
2029 -500
2030 -500
Tijdens de raadsperiode 2022-2026 heeft de opgave voor Natuur een duidelijke koers gekregen middels het vaststellen van de Agenda Natuur 2030 en de doelen uit het programma 'van groen dromen naar groen doen'. De raad heeft voor de uitvoering hiervan t/m 2027 incidenteel budget beschikbaar gesteld. De Agenda Natuur kent een doorlooptijd tot 2030. De natuuropgave is voor Lelystad als groeiende stad onverminderd van belang. Het voortzetten van de inzet middels een nieuwe programmaperiode 20282031 is daarom gewenst.
56
Incidentele middelen
8.1
Uitvoeringsagenda omgevingsvisie
Bedragen x € 1.000
2027 -250
2028 -250
2029 -250
2030 -250
Vanuit het college is verzocht om een Uitvoeringsagenda volgend op de Omgevingsvisie. De raad heeft dit voorstel geaccepteerd. De contouren hiervan worden begin maart 2026 met de raad gedeeld. Om tot een Uitvoeringsagenda te kunnen komen zijn diverse acties noodzakelijk. Wanneer de uitvoeringsagenda gereed is zal de uitvoering ook opgepakt moeten worden. Daarvoor zal naar verwachting budget voor benodigd zijn. De omvang hiervan is pas duidelijk wanneer de agenda gereed is. De huidige verwachting is, dit is een grove schatting, dat deze kosten zullen uitkomen op 700K-1mln (Q2 2026-2030), voor de hele periode. Bij de programmabegroting 2027-2030 wordt een de aanvraag voor 2027 en verder meegenomen op reguliere wijze.
57
Incidentele middelen
8.3
Groei en Stedelijke Ontwikkeling (voorheen Emerging City)
Bedragen x € 1.000
2027 -
2028 -
2029 -
2030 -
Groei en stedelijke ontwikkeling (voorheen Emerging City) richt zich op het versterken en verrijken van Lelystad als stad. Het programma wil de huidige kwetsbare situatie doorbreken, waarin de bevolkingssamenstelling en woningvoorraad te eenzijdig zijn. Door te investeren in stedelijke verdichting met middelduur en duur wonen, wil Lelystad aantrekkelijker worden voor een bredere groep inwoners, waaronder hoogopgeleiden en hogere inkomens. Dit is er op gericht om de diversiteit van de bevolkingsopbouw van Lelystad te vergroten waardoor de sociale, sociaal-economische dynamiek voor de hele bevolking van Lelystad wordt gestimuleerd en verder vergroot. Het programma sluit aan op bestaand beleid, zoals de Omgevingsvisie en Woonvisie, en draagt bij aan zowel sociale als economische groei. Daarnaast ondersteunt het de leefbaarheid en veiligheid in de stad door aandacht te geven aan ontmoetingsplekken en een kwalitatieve openbare ruimte. Op 2 februari 2026 heeft de gemeenteraad besloten om een incidenteel budget van €400.000 beschikbaar te stellen voor de programmakosten van het programma Groei en Stedelijke Ontwikkeling. Deze benodigde €400.000 wordt voor de helft gedekt uit de binnen de reserve ontwikkeling stad beklemde
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
36
middelen voor Lelystad Next Level en voor de andere helft vanuit de binnen de reserve ontwikkeling stad beklemde middelen voor de groeiopgave voor de stad. Tijdens dit besluit is tevens aangegeven dat voor een succesvolle uitvoering van het programma jaarlijks een aanvullend budget van 400.000 euro benodigd is. Voor de periode 2027 - 2029 wordt voorgesteld de helft van deze benodigde dekking beschikbaar te stellen vanuit diezelfde voor Lelystad Next Level beklemde middelen (dus €600.000 in aanvulling op de eerder beschikbaar gestelde €200.000). Voor de resterende benodigde €200.000 per jaar wordt nog nader bezien op welke wijze dekking plaats kan vinden vanuit bestaande programma's en budgetten. Het programma kan zonder deze financiële middelen niet op een realistische en gewenste manier worden uitgevoerd. Voldoende budget is daarmee een randvoorwaarde om de beoogde doelen te realiseren en het programma tot een succes te maken. Via dit voorstel wordt de inzet tot en met 2029 geborgd.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
37
4.
Op weg naar de programmabegroting 2027 - 2030
Op basis van de Gemeentewet dient de raad uiterlijk half november van het lopende jaar de programmabegroting voor het aankomende jaar vast te stellen, met daarbij ook een doorkijk naar de drie jaren daarna. Deze kaderbrief 2027 - 2030 bevat nadrukkelijk géén beleidsinhoudelijke kaders of nieuwe wenselijke voorstellen. Er ligt echter wel een nadrukkelijke relatie met de nog op te stellen programmabegroting 2027 – 2030, omdat de beschreven ontwikkelingen een groot effect hebben op de financiële mogelijkheden in de aankomende bestuursperiode. Hieronder wordt kort ingegaan op de elementen die straks (nog meer) een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2027 – 2030: 1. Onontkoombare ontwikkelingen, actualisaties, loon- en prijsontwikkeling, gemeentefonds Alle onderwerpen die in deze kaderbrief 2027 – 2030 staan opgenomen worden – in opmaat naar de programmabegroting – opnieuw geactualiseerd op basis van de laatste inzichten. Ook eventuele nieuwe onontkoombare ontwikkelingen die zich in de tussentijd manifesteren zullen een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2027 – 2030. Dit met de bedoeling dat het nieuwe college de raad een zo actueel en reëel mogelijk beeld kan voorleggen. 2. Doorwerking afspraken die gemaakt worden na verkiezingen Na de verkiezingen op 18 maart zullen de verschillende fracties met elkaar komen te spreken over het vormen van een nieuw college.
Er zullen afspraken gemaakt worden over de nieuwe bestuursperiode en deze afspraken zullen op onderdelen ook een effect hebben op het financiële beeld. De financiële uitwerking van deze afspraken zullen een plek moeten krijgen in de programmabegroting 2027 – 2030. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat het financieel perspectief géén mogelijkheden biedt voor dekking van nieuwe intensiveringen. Het vrijspelen van middelen voor nieuwe intensiveringen betekent dat er opnieuw geprioriteerd moet worden binnen het huidige takenpakket, bovenop de ombuigingsopgave die in deze kaderbrief inzichtelijk is gemaakt. 3. Wenselijke voorstellen Ieder begrotingsjaar weer komen er voorstellen naar boven die als (zeer) wenselijk worden gezien. Het kan gaan om ontwikkelingen vanuit de samenleving die om ondersteuning vragen, of om onderwerpen die vanuit de gemeenteraad of ambtelijke organisatie naar boven komen. Het beschikbaar stellen van financiële middelen voor dit soort voorstellen is niet onontkoombaar, maar misschien wel erg wenselijk. Ook deze wenselijke voorstellen zullen in beeld gebracht worden ter voorbereiding op de programmabegroting 2027 – 2030. Ook hiervoor geldt dat het vrijspelen van middelen voor nieuwe intensiveringen betekent dat er opnieuw geprioriteerd moet worden binnen het huidige takenpakket, bovenop de ombuigingsopgave die in deze kaderbrief inzichtelijk is gemaakt.
Procesafspraak - structureel en reëel begrotingsevenwicht De ramingen in de programmabegroting dienen structureel en reëel in evenwicht te zijn. Structureel begrotingsevenwicht wil zeggen dat structurele lasten met structurele baten van dekking worden voorzien. Reëel begrotingsevenwicht wil zeggen dat de onderliggende ramingen realistisch zijn. Dit zijn eisen die aan een gemeentebegroting worden gesteld op basis van de Gemeentewet en het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV). De provincie geeft uitvoering aan het financieel toezicht en controleert de gemeentebegroting op bovenstaande punten. In het geval de programmabegroting 2027 – 2030 niet structureel en reëel in evenwicht is zal aannemelijk gemaakt moeten worden hoe dit evenwicht alsnog zal worden bewerkstelligd. De tijd richting de programmabegroting 2027 – 2030 is echter beperkt en een dergelijk besluitvormingsproces zal zorgvuldig moeten worden doorlopen. Op basis van de ervaringen bij de ombuigingsopgave in 2024 wordt de nieuwe raad meegegeven om opnieuw een dergelijk proces af te spreken aan de start van deze bestuursperiode. Bijvoorbeeld om een uitgewerkt pakket met ombuigingsmogelijkheden te ontvangen in de eerste helft van 2027 en daarover in de tweede helft van 2027 besluitvorming te laten plaatsvinden.
Het beeld dat in deze kaderbrief 2027 – 2030 wordt geschetst is dat er in 2027 sprake is van een tekort, dat primair is toe te rekenen aan de jeugdzorg.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
38
Inzet incidentele middelen Gezien de tekorten die op dit moment worden ingeschat ligt het in de lijn der verwachting dat er in de eerste jaarschijven géén sprake zal zijn van structureel en reëel begrotingsevenwicht. Het doorlopen van een zorgvuldig proces - en het in volle omvang effectueren van de ombuigingsmaatregelen die in dat proces gekozen zullen worden - vraagt tijd. Dit maakt dat er in de eerste jaren waarschijnlijk sprake zal zijn van tekorten. Onder specifieke voorwaarden is het gemeenten toegestaan om deze jaarschijven sluitend te maken door het begroten van een onttrekking aan de algemene reserve of een andere vrij inzetbare bestemmingsreserve. Dit zal in goed overleg met de provinciaal toezichthouder plaats moeten vinden en de gemeente zal aannemelijk moeten maken dat structureel en reëel begrotingsevenwicht op termijn alsnog hersteld wordt, want alleen het opnemen van een generieke bezuinigingstaakstelling maakt dit niet voldoende aannemelijk. In het geval van Lelystad zijn er een aantal mogelijkheden die in dit opzicht verkend kunnen worden om via die weg incidentele budgetruimte te creëren ter dekking van een tekort in 2027: 1. Inzet surplus binnen de algemene reserve Onder voorwaarden is het voor gemeenten toegestaan om onttrekkingen aan de algemene reserve ten gunste van de exploitatie te brengen.
Bij een juiste toepassing voert de toezichthouder geen correctie door op het structureel (meerjaren) begrotingssaldo. Belangrijkste voorwaarde hierbij is dat de algemene reserve – na onttrekking – voldoende groot moet zijn voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s. 2. Bestemmen deel van het positieve rekeningresultaat 2025 Bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat 2025 zou de raad kunnen besluiten een deel van het positieve rekeningresultaat toe te voegen aan een specifieke dekkingsreserve of de egalisatiereserve jeugdzorg. Deze lijn zou afwijken van de ‘watervalsystematiek’ 2 die normaalgesproken gebruikt wordt bij de bestemming van het jaarrekeningresultaat. 3. Bestemmen deel van onbeklemde ruimte binnen de reserve ontwikkeling stad De raad zou er ook voor kunnen kiezen de reguliere watervalsystematiek bij de bestemming van het rekeningresultaat te handhaven. Dit zou betekenen dat het overgrote deel van het rekeningresultaat 2025 toegevoegd zal worden aan de reserve ontwikkeling stad, aangezien de algemene reserve reeds op voldoende niveau is. In de programmabegroting 2027 – 2030 kan vervolgens besloten worden deze middelen aan te wenden voor het afdekken van het tekort op totaalniveau cq. het tekort binnen de jeugdzorg.
Een afweging over jaarschijf 2028 en eventueel 2029 kan eventueel in de loop van 2027 plaatsvinden, aangezien er dan meer duidelijk is over: a) eventuele compensatie vanuit het Rijk voor de tekorten jeugdzorg 2028 en verder; b) eventueel te bestemmen rekeningresultaat over 2026; c) mate waarin er zicht is op een sluitend financieel perspectief 2028 – 2031.
2 Bij deze ‘watervalsystematiek’ wordt een positief rekeningresultaat eerst aangewend ter aanzuivering van de algemene reserve, tot aan de norm van 1,8 die door de raad is vastgesteld. Indien het benodigde normbedrag reeds is / wordt bereikt zal het surplus toegevoegd aan de reserve ontwikkeling stad. Die reserve is vervolgens beschikbaar voor dekking van activiteiten die vragen om incidentele dekking.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
39
Bijlage 1: Drie scenario’s voor de PM bedragen jeugdzorg In het financieel perspectief 2027 – 2030 staan er bij het onderwerp ’25. Actualisatie jeugdzorg’ zogeheten PM bedragen. Dit betekent voor de totaaltelling dat dit onderwerp op dit moment nog niet ‘meetelt’ in het saldo dat onder aan de streep wordt gepresenteerd. Er spelen enkele variabelen die maken dat het op dit moment lastig is om concrete bedragen te noemen. Wel is het duidelijk dat er sprake gaat zijn van een forse negatieve bijstelling ten opzichte van de begroting en meerjarenraming. Om dit vooruitzicht inzichtelijk te maken wordt hieronder ingegaan op een drietal scenario’s.
Wat staat er op dit moment in de begroting en meerjarenraming?
In de tabel op de volgende pagina worden eerst de budgetten die voor de uitvoering van jeugdzorg beschikbaar zijn inzichtelijk gemaakt. Dit wordt gedaan voor de periode 2026 tot en met 2030, op basis van het prijspeil 2026. Zoals zichtbaar wordt dalen de beschikbare budgetten in de meerjarenraming als gevolg van de eerder in de programmabegroting 2025 – 2028 ingeboekte taakstelling tot het niveau van afgerond €44,6 miljoen in 2029 en verder.
6JGD Jeugdzorg - integraal (bedragen x €1.000) 6.22 Toeg 1e lijnsvoorzieningenJeugd 6.751 Jeugdhulp ambulant lokaal 6.752 Jeugdhulp ambulant regionaal 6.753 Jeughulp ambulant landelijk 6.762 Jeugdhulp met verblijf regiona 6.763 Jeughulp met verblijf landelij 6.792 PGB Jeugd 6.821 Jeugdbescherming 6.822 Jeugdreclassering 6.92 Coördinatie en beleid Jeugd Totaal lasten Eindtotaal
2026
2027
2028
2029
2030
-5.504 -13.698 -4.430 -566 -15.942 -1.321 -348 -3.532 -464 -2.283 -48.087 -48.087
-5.482 -13.484 -4.309 -536 -15.406 -1.251 -348 -3.534 -464 -2.305 -47.117 -47.117
-5.231 -13.306 -4.239 -506 -14.610 -1.181 -348 -3.537 -464 -2.066 -45.486 -45.486
-5.381 -12.906 -4.139 -506 -14.110 -1.181 -348 -3.537 -464 -2.066 -44.636 -44.636
-5.381 -12.906 -4.139 -506 -14.110 -1.181 -348 -3.537 -464 -2.066 -44.636 -44.636
Wat zijn de scenario’s?
Om de raad gevoel te geven waar de PM bedragen uit de kaderbrief 2027 – 2030 op uit kunnen komen zijn op de volgende pagina’s een drietal scenario’s geschetst, waarin wordt becijferd waar de afwijking ten opzichte van de begroting in iedere jaarschijf op uit zou kunnen komen. De belangrijkste variabelen die daarbij een rol spelen zijn onder te verdelen in: A. Bepalen uitgangspositie kostenniveau B. Mate waarin het verwachte kostenniveau nog kan worden beïnvloed C. Mate waarin het Rijk gemeenten tegemoet komt met ingang van 2028
A. Bepalen uitgangspositie kostenniveau
Het kostenniveau voor jeugdzorg is in de jaarrekening 2025 uiteindelijk uitgekomen op een bedrag van afgerond €53 miljoen. Afgezet tegen het bedrag dat in de begroting 2025 beschikbaar was betekent dat een nadelig effect ter grootte van afgerond €3,1 miljoen (= €53 miljoen gerealiseerd versus €49,9 miljoen beschikbaar) 3. Voor de uitgangspositie van het kostenniveau 2026 is het van belang rekening te houden met een aantal ontwikkelingen. Ten eerste was er in 2025 sprake van een incidenteel afwikkelingsverschil over 2024, wat ervoor heeft gezorgd dat het resultaat in 2025 €1,2 miljoen minder nadelig is uitgevallen. Wanneer hiervoor wordt gecorrigeerd resulteert dat in een kostenniveau van €54,2 miljoen. Daarnaast is er sprake van loon loon- en prijsontwikkelingen, die ten opzichte van het kostenniveau 2025 zorgen voor een geschatte kostenstijging van afgerond 5%. Bij een kostenniveau van €54,2 miljoen in 2025 – en wanneer
3
Belangrijk punt van aandacht hierbij is dat de van het Rijk ontvangen compensatie voor het tekort 2025 – ter grootte van afgerond €2,2 miljoen – via de decembernotitie 2025 reeds aan het beschikbare budget 2025 is toegevoegd. Zonder deze compensatie zou het nadelige effect ten opzichte van de begroting 2025 uit zijn gekomen op een bedrag van €5,3 miljoen.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
40
al het overige gelijk wordt verondersteld – zal er in 2026 sprake zijn van een kostenniveau van afgerond €57,2 miljoen. Het is echter goed mogelijk dat het eigenlijke kostenniveau in 2026 hoger zal komen te liggen dan deze €57,2 miljoen en wel door de volgende drie redenen: -
-
-
-
De inzet op intensief ambulant met ingang van 1 januari 2025 heeft gezorgd voor een forse toename van de kosten (van ruim €0,1 miljoen per maand in de eerste maanden van het jaar, naar inmiddels ruim €0,8 miljoen in de maand januari 2026). Tegelijkertijd zijn de kosten voor verblijf echter niet of nauwelijks afgenomen. De conclusie is inmiddels getrokken dat deze vorm van intensief ambulant niet goed functioneert en er wordt ingezet op een nieuwe aanbesteding van een andere vorm met ingang van 1 januari 2027. Gezien het hoge kostenniveau aan het einde van 2025 en het begin van 2026 ligt het in de lijn der verwachting dat er in 2026 sprake zal zijn van een hoger uitgavenniveau dan de hierboven genoemde €57,2 miljoen. Voor de jeugd GGZ zullen er vanaf juli 2026 zeven nieuwe aanbieders worden gecontracteerd, waardoor de huidige wachtlijsten bij de 2 bestaande aanbieders zullen afnemen. Wachtlijsten die in de loop van 2026 nog weggewerkt zullen worden, maken dat het eigenlijke structurele kostenniveau in de uitgangspositie waarschijnlijk hoger uitkomt dan de hierboven genoemde €57,2 miljoen. Bij het in eigen beheer nemen van het GI proces door de gemeente is gebleken dat er ten onrechte bepaalde beschikkingen niet zijn afgegeven. Zo heeft het gemeentelijk team reeds een aantal beslissingen van JEL teruggedraaid en alsnog toegekend.
Bij het herstarten van de werkzaamheden van Jeugd Lelystad (JEL) is er op dit moment nog geen duidelijk zicht op de omvang van eventuele achterstand / lopende aanvragen.
Er zal dus een inschatting gemaakt moeten worden van de kosten die hieruit voortvloeien, zodat helder is wat in financieel opzicht de uitgangspositie is. Met andere woorden: wat is het structurele kostenniveau waar in het meerjarenperspectief mee gerekend moet worden? Dat ligt waarschijnlijk hoger dan de geïndexeerde €57,2 miljoen, alleen onduidelijk is hoeveel. Dit inzicht is noodzakelijk om een vergelijking te kunnen maken met de bedragen die beschikbaar zijn in de begroting 2026 en verder (zie tabel bovenaan de vorige pagina).
B. Mate waarin het verwachte kostenniveau kan worden beïnvloed
Als onderbouwing van de ingeboekte taakstelling in de programmabegroting 2025 – 2028 heeft de raad het zogeheten ‘knoppenplan’ vastgesteld. Inmiddels is duidelijk geworden dat er sprake is van een vertraagde realisatie van de - via Hervormingsagenda en Knoppenplan - beoogde besparingen. Dit heeft diverse oorzaken. Het verder uitbreiden van de Jeugdprofessionals bij de huisarts wordt bemoeilijkt. De omstandigheden op de arbeidsmarkt in combinatie met de lagere inschaling van de functie helpen hierbij niet mee. Door personeelsverloop en ziekte zijn een aantal zaken minder voortvarend opgepakt; er waren andere prioriteiten. De verwachting is dat de kosten voor maatwerk ook in 2026 hoog zullen blijven door de afspraken die gemaakt zijn met de GI's in het kader van het kort geding. Ook is in de begroting voor 2026 rekening gehouden met het doorwerken van de aanvullende subsidie 2025 aan Veilig Thuis in verband met hogere aantal meldingen. In 2025 zagen we ook een grote toename intensief ambulant (Thuis op Maat (TOM)) zonder een afname van regulier verblijf. Het regionale contract TOM loopt t/m 31 december 2026. Omdat er geen alternatief is voor TOM zal deze groei in kosten TOM zich doorzetten in 2026. Omdat TOM niet heeft gebracht wat we er mee beogen, heeft de regio besloten het contract te beëindigen per 1 januari 2027.
Er worden nu voorbereidingen getroffen om een alternatief product (Multi) in te kopen per 2027. Verder start in 2026 de regisseur transitie jeugd. Deze persoon is verantwoordelijk voor het coördineren en aansturen van de transitieprocessen binnen het jeugddomein, waaronder het uitvoeringsprogramma van het knoppenplan. De uitgangspunten van het knoppenplan zijn verwerkt in de nieuwe Verordening Jeugdhulp Lelystad die per juli 2025 in werking is getreden en in de nieuwe inkoop lokale jeugdhulp. De nieuwe overeenkomsten lokale jeugdhulp starten per 1 juli 2026. De mate waarin het verwachte kostenniveau kan worden beïnvloed als gevolg van bovenstaande maatregelen is een belangrijke variabele. Wat is reëel en haalbaar qua kostenreductie, zowel in 2027 als in de jaren daarna?
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
41
C. Mate waarin het Rijk gemeenten tegemoet komt met ingang van 2028
Gemeenten hebben in de septembercirculaire 2025 duidelijkheid gekregen over de doorwerking van het adviesrapport van de Commissie Van Ark. Het toenmalige kabinet heeft besloten gemeenten een gedeeltelijke compensatie beschikbaar te stellen tot en met jaarschijf 2027. Tegelijkertijd werd kenbaar gemaakt dat er met ingang van 2028 een nieuwe taakstelling is ingeboekt, die gemeenten verplicht moesten verwerken in de meerjarenraming. De beschikbaar gestelde compensatie tot en met 2027 is in Lelystad toegevoegd aan de egalisatiereserve jeugdzorg (voor een totaalbedrag ter grootte van €13,5 miljoen). Zoals blijkt uit de begrotingsmonitor april 2026 wordt ingeschat dat een fors deel van deze egalisatiereserve benodigd zal zijn ter afdekking van het tekort dat zich in 2026 voor zal doen (prognose van €59 miljoen versus €48 miljoen beschikbaar). Wat resteert binnen deze egalisatiereserve zal niet toereikend zijn voor afdekking van het tekort in 2027. Deze variabele is echter met name relevant wat betreft de structurele compensatie die het Rijk aan gemeenten beschikbaar zal stellen met ingang van 2028. De commissie Van Ark komt namelijk in de loop van 2027 met een nieuw advies. Op basis van dat advies zal het kabinet een nieuw besluit moeten nemen over de compensatie voor de overschrijdingen in 2028 en latere jaren.
ligt in de lijn der verwachting dat gemeenten – net zoals Lelystad – nog steeds geconfronteerd worden met aanzienlijke structurele tekorten. Hoewel de VNG er bovenop zit is niet op voorhand in te schatten hoe het kabinet zal reageren op de uitkomst van dit advies. De mate waarin het Rijk gemeenten tegemoet komt met ingang van 2028 is een belangrijke variabele. Het Rijk kan besluiten gemeenten in het geheel geen compensatie toe te kennen, wederom incidentele compensatie beschikbaar te stellen, of wellicht gemeenten in structurele zin te compenseren.
Drie scenario’s aan de hand van bovenstaande variabelen
Hieronder wordt aan de hand van de eerder beschreven variabelen (A, B en C) inzichtelijk gemaakt waar de bijstelling ten opzichte van de begroting op uit kan komen in: -
Het meest gunstige scenario (als alle variabelen tegelijkertijd ‘meezitten’); Het neutrale scenario (als het deels ‘meezit’ en deels ‘tegenzit’); Het meest ongunstige scenario (als alle variabelen tegelijkertijd ‘tegenzitten’).
Het is hierbij belangrijk om te vermelden dat er niet gekozen kan worden voor één van deze scenario’s. Deze scenario’s schetsen mogelijke uitkomsten, die afhankelijk zijn van hoe de drie variabelen zich in de praktijk ontwikkelen. Voor variabelen A en C geldt dat de gemeente weinig tot geen invloed heeft. Voor variabele B geldt dat de gemeente daar theoretisch gezien de meeste invloed op kan uitoefenen. Echter wijst de praktijk van de afgelopen jaren uit dat dit niet eenvoudig is. Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
Jeugzorg - scenario 'meest gunstig' A. Bepalen uitgangspositie - openstaande werkvoorraad laag B. Mate waarin kosten beïnvloed kunnen worden - goed mogelijk C. Mate waarin het Rijk gemeenten tegemoet komt - grotendeels
-2.000 -8.000 -
-2.000 -8.000 4.750
-2.000 -8.000 4.750
-2.000 -7.000 4.750
Jeugdzorg - scenario meest gunstig
-10.000
-5.250
-5.250
-4.250
In het ‘meest gunstige’ scenario valt het mee met de openstaande werkvoorraad en nemen de kosten voor intensief ambulant enigszins af richting eind 2026. De uitgangspositie in 2026 komt in dit scenario €2 miljoen negatiever uit in vergelijking met het voor loon- en prijsontwikkeling gecorrigeerde kostenniveau van €57,2 miljoen. Voor 2027 en verder wordt duidelijk dat de nieuwe verordening Jeugdhulp en de nieuwe aanbestedingen de eerste resultaten laten zien, waardoor de forse kostenstijging in 2025 voor een deel wordt teruggedrongen. Daarnaast zal in dit scenario een structurele compensatie vanuit het Rijk beschikbaar worden gesteld, op basis van het advies van de commissie Van Ark. De aanname in de opstelling hierboven is dat de eerder beschikbaar gestelde incidentele compensatie structureel wordt gemaakt en dat de aanvullend opgelegde taakstelling volledig wordt teruggedraaid. Gemeenten zullen aandringen op een hogere compensatie,
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
42
maar het wordt – ook in het meest gunstige scenario – als weinig realistisch gezien dat het Rijk over de brug komt met een hogere compensatie. Per saldo komen de lasten in dit scenario uit op grofweg €57 miljoen in 2027, €55,5 miljoen in 2028, €54,5 miljoen in 2029 en €53,5 miljoen in 2030 en verder. In combinatie met de compensatie vanuit het Rijk leidt dat tot bovenstaande bijstelling ten opzichte van de huidige meerjarenraming (in het ‘meest gunstige’ scenario). Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
Jeugzorg - scenario 'neutraal' A. Bepalen uitgangspositie - openstaande werkvoorraad middel B. Mate waarin kosten beïnvloed kunnen worden - op onderdelen mogelijk C. Mate waarin het Rijk gemeenten tegemoet komt - deels
-3.000 -9.000 -
-3.000 -10.000 3.500
-3.000 -10.000 2.500
-3.000 -9.000 1.500
Jeugdzorg - scenario neutraal
-12.000
-9.500
-10.500
-10.500
In het scenario ‘neutraal’ wordt duidelijk dat het wegwerken van de wachtlijsten en de herstart van JEL zorgt voor een inhaalslag wat betreft het aantal afgegeven beschikkingen. De kosten voor intensief ambulant blijft in heel 2026 op een vergelijkbaar niveau met eind 2025 / begin 2026. Wel bereikt het kostenniveau in 2026 / 2027 zijn top. De stijging waar tot dusver jaarlijks sprake van was vlakt af en het kostenniveau begint langzaam af te nemen. In dit scenario komt het Rijk nog wel met een compensatie, maar wederom slechts op incidentele basis (waarbij de commissie Van Ark wordt gevraagd in 2029 opnieuw te komen met een advies). Per saldo komen de lasten in dit scenario uit op grofweg €59 miljoen in 2027, €58,5 miljoen in 2028, €57,5 miljoen in 2029 en €56,5 miljoen in 2030 en verder. In combinatie met de compensatie vanuit het Rijk leidt dat tot bovenstaande bijstelling ten opzichte van de huidige meerjarenraming (in het scenario ‘neutraal’). Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
Jeugzorg - scenario 'meest ongunstig' A. Bepalen uitgangspositie - openstaande werkvoorraad hoog B. Mate waarin kosten beïnvloed kunnen worden - niet mogelijk C. Mate waarin het Rijk gemeenten tegemoet komt - in het geheel niet
-5.000 -13.000 -
-5.000 -15.000 -
-5.000 -17.000 -
-5.000 -18.000 -
Jeugdzorg - scenario 'meest ongunstig'
-18.000
-20.000
-22.000
-23.000
In het scenario ‘meest ongunstig’ wordt duidelijk dat het wegwerken van de wachtlijsten en de herstart van JEL zorgt voor een forse inhaalslag wat betreft het aantal afgegeven beschikkingen. Ook zet de stijging op het vlak van intensief ambulant door gedurende 2026, waarmee de uitgangspositie zo’n €5 miljoen negatiever uitkomt in vergelijking met het voor loon- en prijsontwikkeling gecorrigeerde 57,2 miljoen. De mate waarin de kosten beïnvloed kunnen worden blijkt in dit scenario beperkt, wat maakt dat de kostenstijging die zich in de afgelopen jaren heeft voorgedaan, ook in de aankomende jaren onverminderd doorzet. Tot slot leidt het advies van de Commissie Van Ark in het meest ongunstige scenario niet tot een kabinetsbesluit tot compensatie van de tekorten. De begroting neemt af van €47 miljoen in 2027 tot €44,6 miljoen in 2029 en verder, terwijl de daadwerkelijke kosten in dit scenario verder oplopen van €65 miljoen in 2027 naar €67,5 miljoen in 2030 en verder. Doordat het Rijk geen compensatie beschikbaar stelt resulteert dit scenario tot bovenstaande – zeer negatieve – bijstelling ten opzichte van de huidige meerjarenraming (in het ‘meest ongunstige’ scenario).
Resumerend
In bovenstaande scenario’s is inzicht geboden wat er in financieel opzicht kan gebeuren wanneer alles tegelijkertijd ‘meezit’ en wanneer alles tegelijkertijd ‘tegenzit’. Waarschijnlijk zal de praktijk ergens uitkomen tussen deze beide scenario’s in, maar op voorhand is niet in te schatten hoe deze drie variabelen zich zullen ontwikkelen. Wel moet er rekening gehouden worden met een fors nadelige bijstelling in elk van de drie scenario’s:
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
43
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
Doorwerk ing scenario 'meest gunstig'
IndIcatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030
2030
-579
-3.498
-7.041
-8.175
Jeugdzorg - scenario 'meest gunstig'
-10.000
-5.250
-5.250
-4.250
Indicatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030 (inclusief scenario)
-10.579
-8.748
-12.291
-12.425
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
Doorwerk ing scenario 'neutraal'
IndIcatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030
2030
-579
-3.498
-7.041
-8.175
Jeugdzorg - scenario 'neutraal'
-12.000
-9.500
-10.500
-10.500
Indicatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030 (inclusief scenario)
-12.579
-12.998
-17.541
-18.675
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
Doorwerk ing scenario 'meest ongunstig'
IndIcatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030
2030
-579
-3.498
-7.041
-8.175
Jeugdzorg - scenario 'meest ongunstig'
-18.000
-20.000
-22.000
-23.000
Indicatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030 (inclusief scenario)
-18.579
-23.498
-29.041
-31.175
In opmaat naar de programmabegroting zal het beeld zich op onderdelen verder uitkristalliseren. Ook zal opnieuw gekeken moeten worden naar de eerder geformuleerde maatregelen uit het knoppenplan, om vanuit de huidige situatie te kunnen beoordelen wat de meest effectieve wijze is om de kosten op termijn alsnog naar beneden te brengen.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
44
Bijlage 2: Duiding coalitieakkoord 2026 – 2030 (D66, VVD, CDA)
Duiding coalitieakkoord 2026-2030 ‘Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland’ Inhoudsopgave 1. 2.
SAMENVATTING OP HOOFDLIJNEN – LELYSTAD ............................................. 46 INDICATIE FINANCIËLE DOORWERKING – LELYSTAD ..................................... 48 GEMEENTEFONDS ALGEMEEN ► LELYSTAD .................................................. 48 GEMEENTEFONDS SPECIFIEK ► LELYSTAD .................................................... 49
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
45
1. Samenvatting op hoofdlijnen – Lelystad Het coalitieakkoord 2026-2030 ‘Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland’ is vrijdag 30 januari 2026 gepubliceerd en geeft een vooruitblik op de belangrijkste plannen voor de komende kabinetsperiode. De coalitiepartijen D66, VVD en CDA hebben samen geen meerderheid in de Tweede Kamer en dit betekent dat er naar draagvlak gezocht moet worden. De belofte van de coalitiepartners is dat er vanuit een open houding gewerkt wordt, met de wil om compromissen te sluiten. Samenwerking wordt gezien als een gezamenlijke opdracht voor de regering, maatschappelijke partners, ‘de polder’ en medeoverheden. De coalitiepartners geven op pagina 5 aan dat: ‘Ook de relatie met medeoverheden zal moeten worden hersteld. Goede interbestuurlijke verhoudingen zijn essentieel om de grote maatschappelijke vraagstukken effectief aan te pakken, zoals in het rapport ‘Samen bouwen aan resultaten’ van de Studiegroep ‘Interbestuurlijke Verhoudingen’ terecht is geschreven. We willen uitvoering geven aan de bouwstenen en adviezen uit dit rapport, zoals het maken van duidelijke afspraken over taken en financiering, het maken van een uitvoeringstoets van het kabinetsbeleid voor de medeoverheden en regelmatig overleg’. Om tot goede besluitvorming te kunnen komen zal er nog veel overleg plaats moeten vinden.
De afspraken die zijn vastgelegd in het coalitieakkoord zijn dan ook niet in beton gegoten. Bij de uitvoering van het coalitieakkoord is de VNG een belangrijke gesprekspartner voor het nieuwe kabinet. Reactie VNG op coalitieakkoord In de eerste helft van februari heeft de VNG via een ledenbrief een reactie gegeven op het coalitieakkoord. Deze ledenbrief gaat in op de onderwerpen / afspraken die voor gemeenten – en dus ook voor de gemeente Lelystad – relevant zijn 4. De VNG ziet in het akkoord een duidelijke erkenning, waardering en bereidheid tot samenwerking met gemeenten. Dit is een duidelijke verbetering ten opzichte van de afgelopen periode, waarin gemeenten en rijk zowel financieel als op inhoud regelmatig tegenover elkaar stonden. Wel constateert de VNG dat er nog veel onduidelijk is en dat het effect voor veel gemeenten afhankelijk is van een nog nader op te stellen uitwerking. De VNG heeft aangeboden om in overleg met het rijk op al die onderdelen tot een constructieve samenwerking te komen. Wat betekent dit voor Lelystad op hoofdlijnen? Het nieuwe kabinet komt gemeenten niet tegemoet in financiële zin. Het meerjarenperspectief van veel gemeenten, waaronder ook dat van Lelystad, staat onder druk. Er zijn in de afgelopen jaren ombuigingen doorgevoerd en er wordt inmiddels scherp begroot, waardoor de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen niet langer aanwezig zijn.
De financiering systematiek die enige jaren geleden is ingevoerd, in combinatie met de tekort schietende bekostiging van jeugdzorg, maakt dat gemeenten financieel gezien in een lastig parket zitten. Binnen die context worden hieronder enkele punten uitgelicht die er voor Lelystad uitspringen: ►Het jaar 2028 vormt een kantelpunt, omdat het coalitieakkoord vooralsnog geen middelen heeft gereserveerd om gemeenten te compenseren voor de tekorten op het gebied van de jeugdzorg. De eerder al door het Rijk ingeboekte taakstelling op dit vlak loopt te snel op en gemeenten kunnen de bezuinigingen die zijn vastgelegd in de Hervormingsagenda Jeugd niet bijbenen. In vorige kabinet heeft dit onderkend en gemeenten gecompenseerd voor de tekorten tot en met 2027.Op basis van een nieuw advies van de Commissie Van Ark zal het nieuwe kabinet in 2027 een keuze moeten maken over het beschikbaar stellen van een structurele compensatie. Een scherpe prioritering en lobby richting het Rijk blijft noodzakelijk en daar zet de VNG dan ook vol op in. ►De hernieuwde Rijksregie op woningbouw en ruimtelijke ontwikkeling, onder meer via de NOVEXaanpak binnen de Metropoolregio Amsterdam (MRA), kan Lelystad zich sterker positioneren als groeistad en profiteren van nationale investeringen die nodig zijn om woningbouw, bereikbaarheid en leefkwaliteit in samenhang te ontwikkelen. 4
Zie: Reactie VNG op coalitieakkoord ‘Aan de slag: Bouwen aan een beter Nederland’ | VNG
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
46
► De inzet op versterking van de nationale en regionale bereikbaarheid, waaronder de ontwikkeling van de Lelylijn en investeringen in de regionale infrastructuur, biedt Lelystad kansen om de rol als groeistad te versterken. ► Het schrappen van de huishoudelijke hulp uit de Wmo met ingang van 2029 is een forse beleidswijziging. De maatregel moet volgens de coalitie €435 miljoen opleveren en de beoogde besparing is ‘additioneel’ aan de reeds ingeboekte opbrengst van de invoering van een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de Wmo. Gemeenten tasten nog in het duister op welke wijze deze maatregel precies uitgewerkt zal worden. In het volgende hoofdstuk wordt een indicatie gegeven van de financiële doorwerking van het coalitieakkoord.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
47
2. Indicatie financiële doorwerking – Lelystad Gemeentefonds algemeen ► Lelystad Het coalitieakkoord bevat géén generieke korting of generieke verhoging van het gemeentefonds. Ook bevat het coalitieakkoord géén afspraken over het vergroten van het gemeentelijk belastinggebied. Deze constateringen zijn relevant voor gemeenten, omdat het betekent dat: 1. Géén oplossing voor het ‘ravijnjaar’ In de afgelopen jaren zijn veel discussies gevoerd over de nieuwe financieringssystematiek van het gemeentefonds en de daarbij doorgevoerde korting. Het is een dossier waarop het rijk in een eerder stadium gemeenten deels tegemoet is gekomen. Bijvoorbeeld door het toekennen van incidentele middelen, waarmee de opgave voor gemeenten is opgeschoven van 2026 naar 2028. Het coalitieakkoord komt gemeenten niet tegemoet op dit punt. Wat opvalt in de duiding van de VNG is dat er nergens wordt gerefereerd aan het ‘ravijnjaar’. Het lijkt erop dat de focus van de VNG in de lobby richting het rijk daarmee ook is verschoven. Waarschijnlijk ziet de VNG meer kansen om tot resultaat te komen op afzonderlijke dossiers: het is noodzakelijk om gemeenten adequaat te bekostigen op specifieke dossiers zoals jeugdzorg, de woningbouwopgave en onderwijshuisvesting.
Veel gemeenten, waaronder Lelystad, hebben in een eerder stadium al bezuinigingen doorgevoerd om de generieke korting op het gemeentefonds (deels) op te vangen. Gemeenten die deze beslissing hebben uitgesteld tot na de verkiezingen zullen dit alsnog moeten doen, omdat het coalitieakkoord gemeenten op dit punt niet tegemoet komt. 2. Géén aanvullende bezuiniging op het gemeentefonds Zoals hierboven is aangegeven hoeven gemeenten niet te rekenen op aanvullende middelen. Tegelijkertijd worden er ook géén nieuwe bezuinigingen ingeboekt op het gemeentefonds. Dat had ook anders kunnen zijn, omdat het nieuwe kabinet fors moet bezuinigen om bijvoorbeeld de extra uitgaven voor defensie van dekking te kunnen voorzien. 3. Géén vergroting van het gemeentelijk belastinggebied In de afgelopen jaren zijn de mogelijkheden om te komen tot het vergroten van het gemeentelijk belastinggebied vaker genoemd. Dit zou dan gaan om een verschuiving, waarbij een korting op het gemeentefonds door gemeenten opgevangen zou kunnen worden door het invoeren van bijvoorbeeld een ‘ingezetenenbelasting’. Via die weg zouden gemeenten ook in staat worden gesteld om – indien de politiek die afweging maakt – meer inkomsten te genereren om tekorten terug te dringen. Er zijn voor- en tegenstanders van het vergroten van het gemeentelijk belastinggebied, maar de coalitiepartijen hebben hier niet voor gekozen.
Resumerend Het coalitieakkoord zorgt op zichzelf dus niet voor een grote koerswijziging in de algemene bekostiging van gemeenten. Er komt niets bij, maar er gaat ook niets extra’s af. Er komen daarnaast ook geen mogelijkheden voor gemeenten om meer eigen inkomsten te genereren. De VNG zal blijven inzetten op de balans tussen taken enerzijds en de daarbij behorende noodzakelijke middelen anderzijds. De opstelling van het nieuwe kabinet is constructief, maar het ontbreken van financiële middelen maakt dat er weinig mogelijkheden zijn om gemeenten tegemoet te komen. Voor Lelystad zijn de financiële vooruitzichten geactualiseerd in deze kaderbrief 2027 – 2030. Het geprognosticeerde tekort loopt op van -€0,6 miljoen in 2027 naar ruim -€8 miljoen in 2030 en verder. Dit is echter exclusief een fors nadelig effect op het vlak van jeugdzorg. In bijlage 1 is aan de hand van een drietal scenario’s inzichtelijk gemaakt waar de mogelijke bijstelling op uit kan komen. Dat is, zoals hierboven aangegeven, niet te wijten aan het coalitieakkoord maar vergt echter wel al actie. Het zal naar alle waarschijnlijkheid noodzakelijk zijn om in het eerste jaar van deze bestuursperiode invulling te geven aan deze ombuigingsopgave om zo het financieel perspectief weer in balans te brengen.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
48
Gemeentefonds specifiek ► Lelystad Naast informatie over de algemene bekostiging van gemeenten bevat het coalitieakkoord ook informatie over (de bekostiging van) specifieke taken. Hieronder wordt kort uiteengezet wat dit bij benadering zou kunnen betekenen voor Lelystad: Jeugdzorg – géén middelen voor gereserveerd In het coalitieakkoord worden géén middelen gereserveerd om gemeenten op het vlak van jeugdzorg tegemoet te komen met ingang van 2028. De VNG geeft terecht aan dat het ontbreken van deze dekking een groot punt van zorg is. Net als de meeste andere gemeenten drukt de uitvoering van het wettelijk takenpakket op het vlak van jeugdzorg zwaar op de gemeentelijke begroting en brengt dat aanmerkelijke financiële risico’s met zich mee. In lijn met de afspraken die zijn vastgelegd in de Hervormingsagenda Jeugd heeft de gemeente Lelystad een fors oplopende ombuiging in de begroting en meerjarenraming verwerkt. Verleden jaar heeft de Commissie Van Ark al geconcludeerd dat de ombuigingen in de hervormingsagenda in financiële zin te ambitieus zijn. Op basis van dit advies heeft het vorige kabinet besloten gemeenten (gedeeltelijk) te compenseren voor de hogere kosten tot en met jaarschijf 2027. De raad heeft met het vaststellen van de programmabegroting 2026 – 2029 besloten deze compensatiemiddelen toe te voegen aan de ‘Egalisatiereserve Jeugdzorg’.
Dit betekent dat er in totaal een bedrag van €13,5 miljoen beschikbaar is om tekorten op het vlak van de jeugdzorg in de jaren 2026 en verder op te kunnen vangen. Op basis van de meest recente prognoses en vooruitzichten wordt duidelijk dat er in 2026 waarschijnlijk al een aanzienlijk bedrag benodigd zal zijn uit deze egalisatiereserve (indicatie zoals afgegeven in de begrotingsmonitor april 2026 gaat uit van €11 miljoen). Afgaande op het huidige kostenniveau is het niet realistisch om de voor jeugdzorg reeds ingeboekte bezuinigingen in de meerjarenraming in volle omvang te realiseren. Niet in 2027, maar ook niet in de jaren daarna. De commissie Van Ark komt in 2027 met een nieuw advies en dat is voor veel gemeenten, waaronder Lelystad, van groot belang. Zonder aanvullende middelen op dit vlak zal de gemeentebegroting met ingang van 2028 naar verwachting een aanzienlijk structureel tekort laten zien. Voor een nadere analyse wordt verwezen naar de ‘Begrotingsmonitor april 2026’ en de ‘Kaderbrief 2027 – 2030’. Overige specifieke beleidsterreinen – géén / beperkt middelen voor gereserveerd Daarnaast bevat het coalitieakkoord diverse andere afspraken die nog nader uitgewerkt moeten worden, of waar in het geheel nog geen financiële vertaling voor is opgenomen.
In de reactie van de VNG worden deze onderwerpen bij langs gegaan, waarbij consequent wordt aangestipt dat er sprake is van een financiële onzekerheden / uitdagingen. Zo valt te lezen dat de rijksmiddelen voor het klimaat- en energiebeleid weliswaar worden gecontinueerd tot en met 2040, maar niet worden verhoogd. Het verhogen van de gemeentelijke middelen werd echter wel geadviseerd door de Raad van het Openbaar Bestuur. De VNG schat in dat er zo’n half miljard per jaar extra benodigd is om de ambities te kunnen realiseren. Op het vlak van onderwijshuisvesting valt te lezen dat er wordt ingezet op renovatie en verbetering van schoolgebouwen, maar wel ‘binnen de bestaande mogelijkheden en middelen’. De VNG schat in dat er aanvullend zo’n €1,3 miljard per jaar nodig is om de ambitie te realiseren. Zo zijn er meer voorbeelden te geven van ambities waarbij de financiële middelen als ontoereikend worden gezien. Of waar er nog veel onzekerheid is over het beschikbaar komen van eventuele middelen. Denk aan de middelen die benodigd zijn voor instandhouding van de infrastructuur en middelen voor zaken als mobiliteit, woningbouw, maatschappelijke weerbaarheid, gemeentelijk toezicht en handhaving, gebiedsprocessen landelijk gebied, energiearmoede, nationaal isolatieprogramma, klimaatadaptatie, impulsaanpak winkelgebieden, cultuur en het bevorderen van mentale gezondheid.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
49
Structureel
Overige specifieke beleidsterreinen – wél middelen voor gereserveerd Voor een aantal onderwerpen is in de budgettaire bijlage bij het coalitieakkoord al wel een bedrag opgenomen. Deze informatie is voorlopig, in afwachting van nadere informatie in de meicirculaire 2026. Landelijk gezien gaat het om de volgende bedragen (bedragen x €1 miljoen):
2027
2028
2029
2030
Versterking samenleving - Gemeenschapsfonds
50
50
50
50
-
Zorg - Versterken wijken en buurten - Envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken - Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet
40 350 -
40 350 -
40 350 -435
350 -435
350 -435
Sociale zekerheid - Aanpak armoede en problematische schulden
125
150
150
150
150
Mutaties coalitieakkoord (bedragen x €1 mln.)
Structureel
Ervan uitgaande dat de bedragen volledig via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar worden gesteld, zou dat voor Lelystad neerkomen op de volgende indicatieve bedragen (bedragen x €1.000):
Mutaties coalitieakkoord - Lelystad (bedragen x €1.000)
2027
2028
2029
2030
Versterking samenleving - Gemeenschapsfonds
250
250
250
250
-
200 1.750 -
200 1.750 -
200 1.750 -2.175
1.750 -2.175
1.750 -2.175
625
750
750
750
750
Zorg - Versterken wijken en buurten - Envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken - Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet Sociale zekerheid - Aanpak armoede en problematische schulden
In principe is het uitgangspunt dat deze mutaties budgetneutraal doorwerken op het gemeentelijk begrotingssaldo. Dit vanuit het idee dat besloten zal worden om: -
middelen die door het kabinet voor een bepaald doel beschikbaar worden gesteld via het gemeentefonds ook voor dit doel worden ingezet; middelen die door het kabinet worden gekort via het gemeentefonds (in verband met het wegvallen / wijzigen van een bepaalde taak) ook in de gemeentebegroting zullen resulteren in een dienovereenkomstige bezuiniging.
Meer duidelijkheid over de wijze waarop deze middelen beschikbaar worden gesteld volgt naar verwachting in de mei- of septembercirculaire 2026. Onderstaande toelichting bevat een eerste beschouwing op de desbetreffende onderwerpen, met een eerste schatting van de hierbij behorende bedragen (in afwachting van nadere informatie). Gemeenschapsfonds Ontmoetingsplekken staan onder druk, vooral in dorpen, oudere wijken en nieuwbouwwijken. Daarom richt het kabinet een Gemeenschapsfonds op om voorzieningen zoals buurthuizen, verenigingsgebouwen en dorpswinkels te realiseren en te behouden, samen met overheid, samenleving en bedrijfsleven. Het gaat om €50 miljoen voor de jaren 2027 tot en met 2030. Voor Lelystad zou dat grofweg neerkomen op €250.000 per jaar. Het staat echter niet in het coalitieakkoord of dit (gedeeltelijk/geheel) beschikbaar komt voor het gemeentefonds. Versterken wijken en buurten Gezondheid begint niet in het ziekenhuis, maar in het dagelijkse leven: thuis, op school, op het werk en in de buurt. Om te komen tot de ‘gezondste generatie ooit’ investeert het kabinet in preventie en welzijn en bouwt aan zorgzame wijken en buurten door te investeren in sociale cohesie. Het gaat om €40 miljoen voor de jaren 2027 tot en met 2029. Voor Lelystad zou dat grofweg neerkomen op €200.000 per jaar.
Het staat niet in het coalitieakkoord of dit (gedeeltelijk/geheel) beschikbaar komt voor het gemeentefonds.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
50
Envelop tegemoetkoming zorgkosten chronisch zieken Het kabinet komt chronisch zieken en mensen met een beperking tegemoet in de zorgkosten via de gemeenten. Hiervoor wordt geïnvesteerd in het gemeentefonds. Verder worden landelijke bindende afspraken gemaakt zodat regelingen eenvoudiger, effectiever en gelijker worden tussen gemeenten. Het gaat om een structureel bedrag van €350 miljoen dat met ingang van 2027 wordt toegevoegd aan het gemeentefonds. Voor Lelystad zou dat grofweg neerkomen op een toevoeging van €1.750.000 per jaar. In de komende tijd zullen de ontwikkelingen in de gaten worden gehouden, zodat tijdig geanticipeerd kan worden op de uitvoering. Huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet Het kabinet wil investeren in zorgzame buurten en het zo goed mogelijk inzetten van personeel en middelen. Kwaliteit van leven en waardig ouder worden staat hierbij voorop. Het kabinet wil de doelmatigheid in de Wet langdurige zorg door passende zorg, kwaliteitsnormen en bijbehorende tarieven verbeteren. Voor de huishoudelijke hulp uit Wmo met vangnet gaat het om een structurele verlaging van €435 miljoen vanaf 2029. Voor Lelystad zou deze korting op het gemeentefonds grofweg neerkomen op €2.175.000 per jaar. In de komende tijd zullen de ontwikkelingen in de gaten worden gehouden, zodat tijdig geanticipeerd kan worden.
Het uitgangspunt daarbij is dat deze korting op het gemeentefonds een budgetneutrale uitwerking heeft op de gemeentebegroting. Aanpak armoede en problematische schulden In overleg met gemeente werkt het kabinet aan vereenvoudiging en een basisniveau van aanvullende gemeentelijke regelingen. Dit maakt voor mensen het aanbod en de aanvraag van regelingen overzichtelijker. Armoede-, schulden- en re-integratiebeleid van gemeenten wordt hierbij ook meer geüniformeerd. Voor de verdere bestrijding van armoede en problematische schulden komt in 2027 €125 miljoen extra en vanaf 2028 structureel €150 miljoen per jaar beschikbaar. Voor Lelystad zou dat grofweg neerkomen op een toevoeging van €750.000 per jaar. Een precieze uitwerking is nog niet bekend, maar in de afgelopen jaren is er veelal op incidentele basis extra geld door het Rijk beschikbaar gesteld op dit vlak. Waardevolle initiatieven die vanuit deze middelen zijn opgestart kunnen wellicht worden gecontinueerd vanuit deze structurele middelen.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
51