26.249 BL 26.220 Kaderbrief 2027 - 2030
Tekst van het document
KADERBRIEF 2027 – 2030
Kaderbrief 2027 - 2030 1. 2.
VOORUITZICHT OP HOOFDLIJNEN ....................................................................... 2 ACTUALISATIE FINANCIEEL PERSPECTIEF 2027 - 2030 ........................................ 5 2.1 ONONTKOOMBAAR / ACTUALISATIES ........................................................... 8 2.2 LOON- EN PRIJSONTWIKKELING ................................................................. 25 2.3 OVERIG ................................................................................................... 27 3. INCIDENTELE MIDDELEN .................................................................................. 31 4. OP WEG NAAR DE PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030 .................................. 38 BIJLAGE 1: DRIE SCENARIO’S VOOR DE PM BEDRAGEN JEUGDZORG ................... 40 BIJLAGE 2: DUIDING COALITIEAKKOORD 2026 – 2030 (D66, VVD, CDA) ........... 45
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
1
1.
Vooruitzicht op hoofdlijnen
Binnen de planning en control cyclus is het gebruikelijk dat het college in het voorjaar een kadernota aan de raad voorlegt, met daarin de kaders voor het daaropvolgende begrotingsjaar. Verkiezingsjaren zijn hierbij vanzelfsprekend een uitzondering, omdat deze kaderstelling onderdeel uit zal maken van de onderhandelingen om te komen tot een nieuw college. Aan de start van een nieuwe bestuursperiode is het uiteraard wel van belang zicht te hebben op de meest actuele financiële ontwikkelingen. Ter facilitering van de nieuwe raad heeft het college daarom een financieel-technische kaderbrief op laten stellen.
Kaderbrief 2027 - 2030
Deze kaderbrief 2027 - 2030 bevat nadrukkelijk géén beleidsinhoudelijke kaders of nieuwe wenselijke voorstellen. De focus van dit document ligt primair op onontkoombare ontwikkelingen en actualisaties met een effect op de gemeentelijke financiën, zowel in het aankomende begrotingsjaar als in de jaren daarna. Dit zijn veelal zaken waar de gemeente zelf weinig tot geen invloed op uit kan oefenen. Denk aan bijstellingen van rijksbijdragen, de ontwikkelingen in de uitvoering van wettelijke taken of van buitenaf komend onheil. Bij een aantal onderwerpen is dit onderscheid echter niet zo eenvoudig te maken en kan er gediscussieerd worden over de mate waarin de ontwikkeling als ‘onontkoombaar’ moet worden beschouwd. Zo zijn er een aantal ontwikkelingen in beeld gebracht die voortvloeien uit het vaststaande beleid / de doorwerking van de meest recente besluitvorming in de raad. Voor de bekostiging van deze activiteiten zijn structurele middelen benodigd en om die reden maken deze onderwerpen onderdeel uit van de inventarisatie. De kaderbrief 2027 - 2030 wordt niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd, maar is bedoeld om inzicht te bieden in de financiële (on)mogelijkheden aan de start van de nieuwe bestuursperiode. De in beeld gebrachte ontwikkelingen zullen straks betrokken worden bij het opstellen van de programmabegroting 2027 – 2030.
Datzelfde geldt voor een eerste vertaling van de afspraken die gemaakt worden na de verkiezingen, vooruitlopend op het opstellen van een eventuele uitvoeringsagenda. Het financieel perspectief staat in Lelystad – net als in veel gemeenten – onder aanzienlijke druk. Het onlangs aangetreden kabinet heeft in het coalitieakkoord ‘Aan de slag, Bouwen aan een beter Nederland’ géén compensatie opgenomen voor gemeenten. In bijlage 2 van deze kaderbrief wordt een duiding gegeven van wat dit coalitieakkoord voor Lelystad kan betekenen. Het is de verwachting dat dit in financiële zin geen verlichting op zal leveren en het financieel perspectief ook in de aankomende jaren onder druk blijft staan.
Financieel perspectief staat onder druk
In de afgelopen jaren heeft de gemeenteraad steeds tijdig ombuigingen geëffectueerd, wat ertoe heeft geleid dat er op rekeningbasis nooit sprake is geweest van financiële tekorten. Dat zal over 2025 – en naar verwachting over 2026 – ook niet het geval zijn, maar dat beeld slaat om in de jaren daarna. In deze kaderbrief wordt inzichtelijk gemaakt dat er bij ongewijzigd beleid in de toekomst aanzienlijke tekorten optreden. Deze vooruitzichten maken het noodzakelijk om in de aankomende periode scherpe keuzes te maken. Dit om ook in de toekomt ervoor te zorgen dat inkomsten en uitgaven in evenwicht blijven. In de afgelopen maanden is steeds duidelijker geworden dat de eerder ingeboekte bezuinigingen op het vlak van de jeugdzorg niet - of nog niet - worden gerealiseerd. In Jeugdzorg de afgelopen jaren zijn de kosten voor jeugdzorg ieder jaar opgelopen. Het ‘knoppenplan jeugdzorg’ moet ervoor zorgen dat deze stijging wordt omgebogen in een daling en vooruitlopend daarop is er met ingang van 2025 een taakstelling ingeboekt, die in de aankomende jaren verder oploopt. De noodzaak om de kosten binnen de jeugdzorg terug te dringen houdt direct verband met de bezuinigingen die het Rijk op haar beurt aan gemeenten heeft opgelegd via de Hervormingsagenda Jeugd.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) voert een actieve lobby om het Rijk ertoe te bewegen gemeenten te compenseren voor de optredende tekorten. Tot dusver heeft het Rijk gemeenten alleen deels gecompenseerd voor de tekorten die tot en met 2027 zullen ontstaan. De gemeenteraad heeft deze middelen apart gezet in een egalisatiereserve jeugdzorg voor een totaalbedrag ter grootte van €13,5
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
2
miljoen. Op basis van de meest recente inzichten wordt duidelijk dat het grootste deel van deze egalisatiereserve benodigd zal zijn ter afdekking van het tekort dat zich in 2026 naar verwachting voor zal doen. Die verwachting heeft aanzienlijke consequenties voor het financieel perspectief 2027 – 2030. In de meerjarenraming gaan de budgetten voor jeugdzorg in de komende jaren naar beneden op basis van de eerder ingeboekte bezuiniging. In de praktijk zijn de kosten echter toegenomen. Het is niet realistisch om vast te houden aan de naar beneden toe bijgestelde budgetten die nu in de meerjarenraming staan. Het actualiseren van deze budgetten zal zorgen voor een forse financiële tegenvaller. De precieze omvang van deze tegenvaller is om meerdere redenen niet goed in te schatten op dit moment. Om die reden is er in deze kaderbrief een aantal scenario’s inzichtelijk gemaakt. Hierbij wordt duidelijk dat in elk van deze scenario’s er sprake zal zijn van een fors nadelig structureel effect. Evenals in de afgelopen jaren wordt boekjaar 2025 naar verwachting afgesloten met een aanzienlijk rekeningresultaat, dat op dit moment ingeschat wordt op ruim €25 miljoen voordelig. De accountantscontrole is nog bezig, maar zal op zichzelf niet tot grote wijzigingen leiden.
Deze positieve jaarrekeningresultaten van de afgelopen jaren zijn op het oog lastig te verenigen met de tekorten die in de aankomende jaren worden voorzien. De indruk zou kunnen ontstaan dat het maken van keuzes niet nodig is, omdat er aan het einde van ieder jaar altijd wel weer geld overblijft. Dit ligt echter een stuk genuanceerder:
Rekeningresultaat 2025
-
Incidentele voordelen als gevolg van de verkoop van (grotere) kavels grond Grofweg de helft van het rekeningresultaat in de afgelopen jaren werd veroorzaakt door incidentele meevallers door de verkoop van grond, van met name grotere bedrijfskavels. Dit klinkt eenvoudig, maar er zijn een paar belangrijke kanttekeningen. Deze ‘winst’ wordt niet gerealiseerd op het moment waarop een kavel wordt verkocht. Zo moet de gemeente zelf na een verkoop nog veel kosten maken die samenhangen met de grondexploitatie, zoals het bouwrijp maken van de grond en de ontsluiting van het gebied. Het ‘nemen van winst’ vindt dan ook plaats naar rato van de kosten die door de gemeente zijn gemaakt. Via deze weg is er in de afgelopen jaren veel winst genomen en zijn de laatste grote bedrijfskavels verkocht. In de eerstkomende jaren zal er nog een aanzienlijk bedrag aan winst genomen kunnen worden, maar richting 2029 / 2030 deze bron van inkomsten opdrogen. Bij de grondexploitaties die dan actief zijn, bijvoorbeeld de nog vast te stellen grondexploitatie voor Zuiderhage, zal er op voorhand geen sprake zijn van een dergelijke winstneming.
-
Voordelen die inmiddels structureel zijn verwerkt in de begroting 2026 en verder In de afgelopen jaren is vaker geconstateerd dat er voorzichtig werd begroot en dat er op onderdelen ‘lucht’ in de begroting aanwezig was. Bij de ombuigingsopgave bij de programmabegroting 2025 – 2028 zijn daarop diverse budgetten naar beneden toe bijgesteld. Ook in de programmabegroting 2026 – 2029 zijn diverse ramingen structureel bijgesteld op basis van realisatiecijfers van voorgaande jaren. Voorbeelden zijn de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting, de inkomsten uit het gemeentefonds, de legesinkomsten uit verstrekte omgevingsvergunningen en de budgetten voor treasury. Deze budgetten zijn met ingang van 2026 aangepast, wat maakt dat er in 2025 nog sprake was is van een voordelig effect ten opzichte van de begroting: een deel van het rekeningresultaat 2025 wordt verklaard door deze meevallers. Het is belangrijk om dit onderscheid te maken bij het beoordelen van het rekeningresultaat 2025. Dat neemt niet weg dat er nogmaals kritisch gekeken moet worden naar de bestaande budgetten. Via deze weg kan een bijdrage geleverd worden aan de ombuigingsopgave, maar het betekent wel dat er binnen de bestaande budgetten minder ruimte overblijft.
De context waarbinnen deze kaderbrief 2027 – 2030 wordt opgesteld is turbulent. Op lokaal niveau is er veel Turbulente periode gebeurd in de afgelopen periode en het zal tijd kosten om het vertrouwen te herstellen. Naast de politiek- bestuurlijke verhoudingen ligt er ook een duidelijke opgave op het vlak van de organisatie. Iedere bestuursperiode brengt uitdagingen met zich mee, die vooraf niet goed zijn in te schatten. In het belang van de stad is het noodzakelijk om constructief vooruit
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
3
te kijken en deze uitdaging met open vizier aan te gaan. Ook wanneer de financiële middelen beperkt zijn en er keuzes gemaakt moeten worden. Naast deze politieke context is er in de wereld van vandaag ook veel aan de hand. De oorlog in Oekraïne woedt onverminderd voort en sinds begin maart is daar de oorlog in het Midden-Oosten bij gekomen. Het is niet in te schatten hoe de situatie zich verder ontwikkelt, maar wanneer het lang duurt en de oorlog zich verder uitbreidt zullen de prijzen van olie en gas nog verder toenemen. De inwoners zullen dat merken en een deel van hen zal financieel in de knel kunnen komen. Ook de gemeentelijke financiën zullen in dat geval over de volle breedte geconfronteerd worden met oplopende kosten als gevolg van een toenemende inflatie. De situatie zal nauwlettend in de gaten gehouden worden, zodat er – indien nodig tijdig geanticipeerd kan worden. Het beeld dat naar voren komt in deze kaderbrief 2027 – 2030 is dat het financieel perspectief onder druk staat in de aankomende bestuursperiode. Enerzijds betekent dit een zekere terughoudendheid bij het formuleren van nieuwe ambities die vragen om financiële middelen. Anderzijds betekent dit dat er in het bestaande takenpakket keuzes gemaakt moeten worden.
Samenvattend
Waar in voorgaande ombuigingsoperaties er de nodige keuzes voorhanden waren die niet zwaar ingrepen op de inhoudelijke ambities zal dat bij een volgende ronde veel minder het geval zijn. Het is om die reden extra van belang om een zorgvuldig besluitvormingsproces te doorlopen en daar ook de tijd voor te nemen. Gedacht kan worden aan een proces dat halverwege de vorige bestuursperiode is doorlopen. Uitgangspunt hierbij is dat er in de begroting en meerjarenraming sprake moet zijn van een structureel en reëel evenwicht. De provinciaal toezichthouder heeft op basis van de Gemeentewet de taak hierop toe te zien. Wel zal er op incidentele basis nog enkele jaren een aanzienlijke winst genomen kunnen worden uit grondverkopen. Via bestemming van het jaarrekeningresultaat zullen deze middelen toegevoegd worden aan het weerstandsvermogen en de reserve ontwikkeling stad. Dit betekent dat er op incidentele basis enige ruimte is om in de eerste jaarschijven tekorten op te vangen / bepaalde intensiveringen die vragen om incidentele middelen van dekking te voorzien.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
4
2.
Actualisatie financieel perspectief 2027 - 2030
De actualisatie van het financieel perspectief 2027 – 2030 beperkt zich tot de onontkoombare ontwikkelingen / actualisaties, aangevuld met bijstellingen gerelateerd aan de loon- / prijsontwikkelingen. Een aantal onderwerpen is een voortvloeisel van bestaand beleid en / of doorwerking van recente besluitvorming door de raad. Deze onderwerpen worden niet ter besluitvorming aan de raad voorgelegd, maar zullen betrokken worden bij het opstellen van de programmabegroting 2027 – 2030. Deze actualisatie is bedoeld om aan de start van deze bestuursperiode inzicht te bieden in de financiële (on)mogelijkheden. Onderaan de streep laat het perspectief nu een oplopend structureel tekort zien. Een belangrijk punt van aandacht hierbij is dat onderwerp ’25. Actualisatie jeugdzorg’ nog op PM staat in deze opstelling. Dit betekent dat het als ‘0’ meetelt in het op totaalniveau gepresenteerde tekort. De variabelen die van invloed zijn op dit dossier hebben een groot effect en dat maakt het niet goed mogelijk om concrete bedragen te noemen. Om die reden wordt direct onderaan dit financieel perspectief drie mogelijke scenario’s gepresenteerd, zodat de raad een beeld krijgt bij waar deze PM bedragen op uit zouden kunnen komen (in het meest gunstige scenario, in het neutrale scenario en in het meest ongunstige scenario). Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
-613
-2.539
2030
-4.123
Taakveld
1.631
Onderwerp
Beginstand meerjarenraming 2027 - 2030 (= eindstand PB 2026 - 2029)
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31
0.4 Dienstverlening 0.4 ICT-dienstverlening 0.4 IV-organisatie 0.4 IV-wetgeving 0.4 Capaciteit communicatie en marketing 0.4 Actualisatie bijdrage GR - Het Flevolands Archief 1.1 Actualisatie bijdrage GR - Veiligheidsregio 1.2 Capaciteit veiligheid 1.2 Stadstoezicht en Bibob 2.1 Torenvalkweg i.r.t. Huisvesting Level One 2.1 Vervanging brug Lage Dwarsvaart 2.1 Voorzieningen buspassagiers 2.2 Parkeerhub Campusgebied midden 4.2 Actualisatie IHP (Jaarprogramma 2026-2027) VOORLOPIG 4.2 IHP meerjarenperspectief tweede tranche 2027-2034 4.2 Exploitatie nieuwe schoolgebouwen 4.2 Tijdelijke sportvoorziening Zuiderhage 4.3 Doorstroompunt 4.3 Leerplicht 5.7 Versnellen tuingrenzen 6.1 Nieuwe opvang Oekrainers 6.3 Actualisatie Participatiewet - Bijstand 6.5 Arbeidstoeleiding - Werkcentrum 6.6 Actualisatie Wmo 6.72 Actualisatie jeugdzorg 7.1 Actualisatie bijdrage GR - GGD Flevoland 7.2 Minervaweg i.r.t. Huisvesting VDVI 7.4 Actualisatie bijdrage GR - OFGV 8.2 Grondverwerving Zorgcampus 8.3 Grondverwerving Meerkoetenweg 9 8.3 Grondverwerving Neringpassage 75
-835 -452 -564 -848 -429 PM -387 -280 -420 -17 64 247 663 -500 261 PM PM -80 PM PM -100 PM -255 -5 -206 -71 10
-410 -414 -564 -248 -429 PM -346 -280 -420 -17 64 246 383 -1.611 261 PM PM -80 PM PM -100 PM -255 -5 -206 -71 10
-260 -429 -564 -228 -429 PM -346 -280 -420 -17 64 246 -409 -1.461 -765 PM PM -80 PM PM -100 PM -255 -5 -206 -71 10
-110 -464 -564 -208 -429 PM -346 -280 -420 -17 64 245 PM 29 -1.535 -765 PM PM -80 PM PM -100 PM -255 -5 -206 -47 -71 10
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
-4.204
-4.492
-6.005
-5.554
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
A. Onontkoombaar / actualisaties
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
5
Onderwerp
Taakveld
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
32 33 34
0.61 Actualisatie OZB inkomsten woningen - indexatie en areaal 0.62 Actualisatie OZB inkomsten niet woningen - indexatie en areaal 0.7 Nominale compensatie algemene uitkering gemeentefonds
35 36 37
0.8 Compensatie inflatie - gesubsidieerde instellingen (tranche 2027) 0.8 Compensatie strijging CAO lonen en sociale lasten (tranche 2027) 0.8 Compensatie inflatie - gemeentebegroting (tranche 2027)
2030
B. Loon- en prijsontwikkeling Batenkant begroting
Lastenkant begroting
Onderwerp
Taakveld
B. Financieel loon- en prijsontwikkeling
C. Overig - structureel
38 39 40 41 42 43 44 45 46 47
2.1 2.1 2.5 3.3 3.4 5.3 6.1 7.1 7.4 7.4
Herinrichting Voorstraat Investeringsprogramma brede infrastructuur Nachttrein 2027 e.v. Accountmanager stadshart Placemaking Waterfront-Bataviakwartier Nieuw poppodium (bijdrage exploitatielasten) Clientenraad Sociaal Domein OZO Verbindzorg Nationaal Kenniscentrum Nieuwe Natuur Verduurzaming woningen
562 1.541 6.989
562 1.541 6.989
562 1.541 6.989
562 1.541 6.989
-858 -1.913 -4.030
-858 -2.250 -4.030
-858 -2.250 -4.030
-858 -2.250 -4.030
2.291
1.954
1.954
1.954
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
PM -90 -125 PM PM -29 -52 PM -
PM -90 -125 PM PM -29 -53 PM -50
-53 PM -90 -125 PM PM -29 -54 PM -100
-53 PM -90 -125 PM PM -29 -55 PM -100
C. Financieel effect overig - structureel
-296
-347
-451
-452
Recapitulatie kaderbrief 2027 - 2030
2027
2028
2029
2030
Beginstand meerjarenraming 2027 - 2030 (= eindstand PB 2026 - 2029)
1.631
-613
-2.539
-4.123
A. Financieel effect onontkoombaar / actualisaties
-4.204
-4.492
-6.005
-5.554
B. Financieel loon- en prijsontwikkeling
2.291
1.954
1.954
1.954
C. Financieel effect overig - structureel
-296
-347
-451
-452
-2.209
-2.885
-4.502
-4.052
-579
-3.498
-7.041
-8.175
Subtotaal effect geïnventariseerde bijstellingen op beginstand
IndIcatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030
Meerjarenraming 2027 - 2030
In het financieel perspectief 2027 – 2030 staan er bij het onderwerp ’25. Actualisatie jeugdzorg’ zogeheten PM bedragen. Dit betekent voor de totaaltelling dat dit onderwerp op dit moment nog niet ‘meetelt’ in het nadelige saldo dat onder aan de streep wordt gepresenteerd. Er spelen enkele variabelen die maken dat het op dit moment lastig is om concrete bedragen te noemen. Om dit vooruitzicht inzichtelijk te maken zijn in bijlage 1 een drietal scenario’s uitgewerkt. Hieronder wordt inzichtelijk gemaakt wat de uitwerking van deze drie scenario’s is op de indicatieve eindstand van de kaderbrief 2027 – 2030: Doorwerk ing scenario 'meest gunstig'
IndIcatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
-579
-3.498
-7.041
-8.175
Jeugdzorg - scenario 'meest gunstig'
-10.000
-5.250
-5.250
-4.250
Indicatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030 (inclusief scenario)
-10.579
-8.748
-12.291
-12.425
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
6
Doorwerk ing scenario 'neutraal'
IndIcatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
-579
-3.498
-7.041
-8.175
Jeugdzorg - scenario 'neutraal'
-12.000
-9.500
-10.500
-10.500
Indicatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030 (inclusief scenario)
-12.579
-12.998
-17.541
-18.675
Doorwerk ing scenario 'meest ongunstig'
IndIcatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030
Meerjarenraming 2027 - 2030 2027 2028 2029
2030
-579
-3.498
-7.041
-8.175
Jeugdzorg - scenario 'meest ongunstig'
-18.000
-20.000
-22.000
-23.000
Indicatieve eindstand kaderbrief 2027 - 2030 (inclusief scenario)
-18.579
-23.498
-29.041
-31.175
Aan de hand van bovenstaande scenario’s wordt in bijlage 1 inzicht geboden wat er in financieel opzicht kan gebeuren wanneer alles tegelijkertijd ‘meezit’ en wanneer alles tegelijkertijd ‘tegenzit’. Waarschijnlijk zal de praktijk ergens uitkomen tussen deze beide scenario’s in, maar op voorhand is niet in te schatten hoe deze drie variabelen zich zullen ontwikkelen. Wat wel duidelijk wordt is dat binnen elk van de drie scenario’s sprake is van een forse negatieve bijstelling ten opzichte van de begroting en meerjarenraming. In opmaat naar de programmabegroting zal het beeld zich op onderdelen verder uitkristalliseren. Ook zal opnieuw gekeken moeten worden naar de eerder geformuleerde maatregelen uit het knoppenplan, om vanuit de huidige situatie te kunnen beoordelen wat de meest effectieve wijze is om de kosten op termijn alsnog naar beneden te brengen.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
7
2.1 Onontkoombaar / actualisaties Inleiding bij geïnventariseerde IV bijstellingen 1, 2, 3, 4 en 48 De gemeente staat voor grote maatschappelijke opgaven (woningbouw, economische groei, klimaat, energie/congestie) die zonder betrouwbare informatievoorziening en digitale ondersteuning niet uitvoerbaar zijn. Europese en landelijke nieuwe IV-wetgeving (o.a. cyberbeveiligingswet NIS2, Digital Decade, digitale toegankelijkheid – Wmebv/Wcag etc.) komt versneld op gemeenten af en vraagt extra capaciteit voor inbedding, borging en control. Inwoners verwachten een moderne, voorspelbare en inclusieve dienstverlening via alle kanalen (digitaal én persoonlijk), met veilig datagebruik en ‘once-only’principes. Tegelijk groeit de dreiging op cyberveiligheid en de afhankelijkheid van (buitenlandse) leveranciers, wat investeringen in weerbaarheid en digitale autonomie noodzakelijk maakt. Het op orde brengen van de informatiehuishouding en de kwaliteit van de informatievoorzieningen is rand voorwaardelijk voor actieve dienstverlening, datagedreven beleid en verantwoorde inzet van AI. De Lelystadse Digitalisering Strategie vraagt structurele investeringen in governance, vakmanschap en samenwerking. Zonder tijdige investeringen lopen continuïteit, kwaliteit van dienstverlening en bestuurlijke grip op de opgaven aantoonbaar risico.
In deze kaderbrief zijn in totaal 5 bijstellingen in beeld gebracht die hier direct aan gerelateerd zijn. De eerste vier bijstellingen zijn structureel van karakter en worden direct hieronder van een nadere toelichting voorzien (bijstelling 1 tot en met 4). Daarnaast wordt de bijstelling die incidenteel van karakter is toegelicht binnen hoofdstuk 3 (bijstelling 48). 1
Geïnventariseerde bijstelling
0.4
Dienstverlening
Bedragen x € 1.000
2027 -835
2028 -410
2029 -260
2030 -110
De op 16 juli 2024 vastgestelde visie op dienstverlening vormt de basis voor het ontwikkelen van een moderne, voorspelbare dienstverlening die digitaal én menselijk is. De kanalenstrategie richt zich op regie, governance, kanaalarchitectuur, procesafspraken en KPI-gestuurde sturing, zodat de samenhang tussen web, MijnLelystad, telefonie, KCC, balie, post en social kanalen eenduidig en voorspelbaar wordt ingericht. Hiermee wordt geborgd dat de gemeente niet alleen kanalen ontwikkelt, maar ook aantoonbaar stuurt op kwaliteit, samenhang en kanaalverschuiving. Vanuit de verschillende kanalen wordt proactieve, persoonlijke en levensgebeurtenisgerichte dienstverlening mogelijk gemaakt, met verantwoord datagebruik en ‘once-only’-principes. Digitale inclusie en toegankelijkheid zijn rand voorwaardelijk: niemand mag buiten de boot vallen. Weten regelgeving (o.a. digitale toegankelijkheid) en architectuurkaders borgen betrouwbaarheid, veiligheid en privacy. Zo groeit de gemeente naar één herkenbare, toegankelijke dienstverlener die dichtbij is – digitaal waar het kan, persoonlijk waar het moet. De informatiehuishouding van de gemeente speelt een cruciale rol in de actieve dienstverlening aan de inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. Het op orde brengen van de informatieketen – d.w.z.
het eenmalig uitvragen van informatie bij inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisatie en zaakgericht opslaan om vervolgens meervoudig in de verwerkingsprocessen in te zetten vragen om aanvullende investeringen. Voor de door ontwikkeling van de dienstverleningskanalen telefonie, web (MijnLelystad), (next) post en het vormen van een KCC zijn middelen benodigd. De structurele gevolgen van het ontwikkelen van de dienstverlening wordt aanvullend in kaart gebracht en bij de programmabegroting 2027 aan de raad voorgelegd. De bedragen van dit voorstel zijn gebaseerd op huidige inzichten, bij de programmabegroting zal dit voorstel geactualiseerd worden naar definitieve cijfers.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
8
2
Geïnventariseerde bijstelling
0.4
ICT-dienstverlening
Bedragen x € 1.000
2027 -452
2028 -414
2029 -429
2030 -464
De dagelijkse inzet van informatisering & automatisering is een standaard basisvoorziening geworden als onderdeel van het primaire proces van de dagelijkse dienstverlening aan inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties. De bedrijfsvoeringprocessen en digitale ondersteuning aan de bouw van de stad kunnen niet meer zonder een kwalitatief goed geborgde informatievoorziening. Om de toenemende vraag en borging van de informatievoorzieningen te kunnen beantwoorden, d.w.z. het borgen van de beschikbaarheid van de dienstverlening systemen – in samenhang met de onontkoombare toenemende kosten in de markt vraagt om een verhoging van het ICT-budget. ICT-leveranciers rekenen jaarlijks verhoogde tarieven door voor het beschikbaar stellen van informatievoorzieningen en het uitvoeren van onderhoud & beheer. De ICT-kosten zijn de afgelopen jaren 6% gestegen, in 2027 nemen de Microsoft licentiekosten met circa 15% toe. De stad groeit met gemiddeld 2.000 inwoners per jaar en dat zorgt voor een verhoogde afdracht van licentiekosten van een aantal informatievoorzieningen. Voor het continueren van de primaire ICT-ondersteuning is een bedrag ad. €100.000 voor 2027 en opvolgende jaren benodigd. Om de doelen binnen de organisatie te realiseren is personeel benodigd, waarvan ook steeds meer tijdelijk personeel.
Een effect hiervan is dat ook meer licenties nodig voor verschillende systemen waaronder Microsoft office. Op dit moment is het aantal gebruikers tot boven de 1100 gestegen. Om het huidige aantal en de toekomstige stijging in aantal licenties te kunnen opvangen is een aanvullende bijstelling benodigd op het structurele budget van €50.000 per 2027, €75.000 per 2028, €100.000 per 2029 en €125.000 per 2030. Binnen de organisatie zijn steeds meer verschillende ICT-systemen aanwezig. Ook is er zoals hiervoor gesteld een stijging in het aantal medewerkers. Dit tezamen resulteert in een stijgend aantal vragen tot ondersteuning en beheer van de systemen. Hiernaast is een aanvullende wens tot professionalisering van de dienstverlening. Tezamen is hiervoor structureel €209.000 benodigd. De bedragen van dit voorstel zijn gebaseerd op huidige inzichten, bij de programmabegroting zal dit voorstel geactualiseerd worden naar definitieve cijfers. 3
Geïnventariseerde bijstelling
0.4
IV-organisatie
Bedragen x € 1.000
2027 -564
2028 -564
2029 -564
2030 -564
Door de toename van digitaliseringsopgaven, wetgeving, veiligheid en dienstverlening verwachtingen zijn er in Lelystad Digitaal 2025 een aantal tijdelijke functies toegekend. Nu in 2026 staat de CIO-office aan de vooravond van een aantal nieuwe majeure IV-ontwikkelingen; Europese/landelijke wetgeving, versterken van de weerbaarheid, inzet op meer autonomie en soevereiniteit, het (collectief) verbreden van digitalisering van de dienstverlening, het borgen van kwalitatieve informatie, het uitvoeren van pilots (AI), het versterken van IT-contractmanagement en het ondersteunen van de Lelystadse woningbouwopgave. De politieke oproep (moties) om ‘versneld’ in te zetten op SmartCity, AI, soevereiniteit en het gecontroleerd borgen van IV-projecten vraagt om structurele personele versterking op de vakinhoudelijke functies: solution architect, I-projectleiding, resourcemanagement, contractmanagement en informatiebeheer. De bedragen van dit voorstel zijn gebaseerd op huidige inzichten, bij de programmabegroting zal dit voorstel geactualiseerd worden naar definitieve cijfers. 4
Geïnventariseerde bijstelling
0.4
IV-wetgeving
Bedragen x € 1.000
2027 -848
2028 -248
2029 -228
2030 -208
Europese (waaronder Digital Decade en NIS2) en landelijke wetgeving (Cbw, Woo, Wcag, AI-act) – gericht op informatievoorzieningen – komen in een hoog tempo op gemeenten af. Wetten gericht op veiligheid, autonomie, digitale toegankelijkheid etc. Aan 18 nieuwe IV-wetten wordt invoering gegeven, 19 aangekondigde wetten worden verkend op beleidsontwikkeling en invoering – in totaal moet er aan 37 wetten invoering worden gegeven. Het niet tijdig invoeren van de wetten brengen risico’s met zich mee. Vanuit landelijk toezicht, IBT (interbestuurlijk toezicht), raad en accountant wordt toegezien op de invoering van de wetten waar de gemeente Lelystad zich moet aan houden.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
9
Cyberbeveiligingswet/digitale weerbaarheid De Cyberbeveiligingswet (Nederlandse invulling van de NIS2) en BIO2 (overheid breed kader voor invulling van de zorgplicht uit de Cbw) verplichten gemeenten om cyberweerbaarheid niet alleen te beloven, maar aantoonbaar te organiseren en te borgen. Dit vraagt structurele inzet in de lijn en regie vanuit de tweede lijn, met blijvende taken rond risico’s, ketens, toezicht en verantwoording. Niet investeren leidt tot schijncompliance: formeel op papier in orde, maar kwetsbaar in de praktijk. De risico’s van nietsdoen zijn reëel: grotere kans op incidenten, verstoring van dienstverlening, reputatieschade, bestuurlijke druk en mogelijke sancties. Investeren vergroot de weerbaarheid van de gemeente, beschermt continuïteit van publieke diensten en versterkt het vertrouwen van inwoners en ketenpartners. In Lelystad Digitaal 2025 zijn er initiële middelen voor de invoering van NIS2/BIO gegeven. Hiermee is een start gemaakt en loopt de uitvoering in 2027 door. Voorgesteld wordt om met 2 fte – €350.000 incidenteel - de uitvoering voort te zetten en in 2027 de structurele lijn van het investeren in ‘weerbaarheid’ voor te leggen. Daarnaast is er voor ondersteunende wachtwoord tooling en monitoring €86.700 structureel nodig.
WCAG – toegankelijkheid De gemeente is op grond van de Wet digitale toegankelijkheid verplicht haar websites en digitale dienstverlening aantoonbaar – via onafhankelijke toetsing - te voldoen aan de geldende toegankelijkheidsnormen (WCAG/EN 301 549). Digitale toegankelijkheid is geen eenmalige beoordeling, maar vereist periodieke heraudits. Doorlopend onderhoud van websites, wijzigingen in functionaliteiten, nieuwe content en technologische ontwikkelingen maken jaarlijkse externe toetsing noodzakelijk. Hiervoor is een structureel budget van €10.000 per jaar nodig om te voorzien in: een jaarlijkse onafhankelijke WCAG-EM audit, steekproefsgewijze toetsing, actualisatie en onderbouwing van de toegankelijkheidsverklaring. Invoering nieuwe wetgeving – de 37 wetten De inbedding, borging en de control van de overige 37 nieuwe wetten vraagt om extra uitvoeringscapaciteit. Voor het voldoen aan de wetten is incidenteel €290.000 voor 2027, €40.000 voor 2028 en €20.000 voor 2029 benodigd. Structureel is er €121.406 benodigd voor externe audits + 1 fte voor het opstellen van beleid, de uitvoering/inbedding samen met de domeinen, borging en IV-control (verantwoorden) volledig te beheersen en te verantwoorden. De bedragen van dit voorstel zijn gebaseerd op huidige inzichten, bij de programmabegroting zal dit voorstel geactualiseerd worden naar definitieve cijfers.
Geïnventariseerde bijstelling
5
0.4
Capaciteit communicatie en marketing
Bedragen x € 1.000
2027 -429
2028 -429
2029 -429
2030 -429
De afgelopen jaren zijn incidentele middelen ingezet om te kunnen intensiveren op marketing- en communicatieactiviteiten. De structurele druk op marketing en communicatie neemt verder toe. Stadsmarketing Vanaf 2023 is jaarlijks circa €200.000 incidenteel beschikbaar gesteld voor stadsmarketing. Deze middelen lopen af per 1 januari 2027, terwijl het uitvoeringsplan Stadsmarketing 2026–2029 juist vanaf dat moment in volle uitvoering komt. In 2027 is bovendien het jubileumjaar (60 jaar Lelystad), waarin wij de nieuwe stadsstijl en gemeentelijke stijl willen introduceren en implementeren, inclusief toolkit, campagne en zichtbare toepassing in stad en online. De kosten hiervan drukken nu volledig op het incidentele budget, terwijl de structurele ambities (woonpropositie, seizoenscampagnes, merknetwerk en monitoring) doorlopen. Op basis van een globale raming ligt het minimale functionele uitvoeringsniveau rond €265.000 in 2027. Om continuïteit, positionering en bestuurlijke legitimiteit te borgen, wordt daarom voorgesteld om €250.000 per jaar structureel beschikbaar te stellen voor stadsmarketing vanaf 2027. In 2027 wordt voortgebouwd op de structurele activiteiten uit het stadsmarketingplan, waaronder: • • • • •
Thuis in Lelystad en Welkom in Lelystad Doorlopende positionering van Lelystad als woonstad Seizoensgerichte campagnes Ontwikkeling en uitbreiding van het merknetwerk Structurele monitoring en verantwoording
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
10
Daarnaast worden in 2027 de volgende accenten gelegd: • • • •
Introductie van de nieuwe stadsstijl (implementatiefase) o Doel: herkenbaarheid en consistentie zichtbaar maken. Benutten van het 60-jarig jubileum als katalysator voor zichtbaarheid en trots o Doel: het stadsverhaal breder laden en etaleren. Opschaling van zichtbaarheid en verbreding richting beleven o Doel: de aantrekkelijkheid van Lelystad concreter en zichtbaarder maken. Meer partners laten aansluiten o Doel: slagkracht vergroten en het stadsverhaal consistenter uitdragen.
Na 2027 lopen de programmalijnen door, maar met andere doelstellingen per jaar zoals in het plan beschreven: 2028: Verbreden – na twee jaar opbouw komt er ruimte om meer doelgroepen te bedienen en nieuwe thema’s en samenwerkingen toe te voegen; het merknetwerk groeit en de slagkracht neemt toe. 2029: Vooruitkijken – stabiliseren en borgen wat werkt, zodat stadsmarketing structureel onderdeel wordt van de stedelijke opgaven en er wordt toegewerkt naar de positionering en strategie na 2030. Communicatie De afgelopen jaren is het takenpakket van communicatie structureel uitgebreid. Dit betreft zowel wettelijke verplichtingen als bestuurlijke en maatschappelijke verwachtingen rondom bereikbaarheid, transparantie en participatie. 1. Toegenomen wettelijke verplichtingen De gemeente heeft te maken met aangescherpte eisen op het gebied van: • • • •
Actieve openbaarmaking (Woo) Digitale toegankelijkheid (WCAG) Transparantie en informatievoorziening Participatievereisten bij beleidsvorming
Deze taken vragen structurele inzet voor redactie, publicatie, monitoring en kwaliteitsbewaking. Dit betreft geen incidentele werkzaamheden, maar doorlopende verplichtingen. 2. Groei van de stad en bestuurlijke opgaven De groei van Lelystad en de bijbehorende maatschappelijke opgaven leiden tot: • • • •
Meer bestuurlijke dossiers met communicatie-impact Meer participatietrajecten Meer mediavragen en informatieverzoeken Hogere verwachtingen rondom online bereikbaarheid en responsiviteit
De huidige formatie van communicatieadviseurs combineert strategische advisering aan college en organisatie met uitvoerende werkzaamheden. Door de toename van wettelijke en uitvoerende taken komt de strategische adviesrol onder druk te staan. 3. Gevolgen zonder uitbreiding Zonder structurele versterking ontstaat: • • • •
Risico op onvoldoende of vertraagde naleving van wettelijke verplichtingen Minder capaciteit voor participatie en zorgvuldige omgevingscommunicatie Toenemende reactieve inzet in plaats van proactieve sturing Verminderde ondersteuning van bestuurlijke prioriteiten
Dit betekent dat keuzes gemaakt moeten worden in dienstverlening en ondersteuning van beleidsopgaven.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
11
4. Voorgestelde versterking Deze ontwikkelingen vragen om structurele versterking van de uitvoeringscapaciteit binnen communicatie en marketing. Zonder aanvullende inzet ontstaat risico op onvoldoende naleving van wettelijke verplichtingen, reputatieschade, verminderde zichtbaarheid van beleidsresultaten en afnemende effectiviteit van participatie en dienstverlening. Om hier blijvend uitvoering aan te kunnen geven is structureel benodigd: - 1 FTE Allround content- & marketingspecialist - 1 FTE Communicatiemedewerker Voor deze 2 FTE is een structureel budget van €178.805 per jaar noodzakelijk. 6
Geïnventariseerde bijstelling
0.4
Actualisatie bijdrage GR - Het Flevolands Archief
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
De deelnemersbijdrage voor het betreffende jaar is op dit moment nog niet vastgesteld. De definitieve hoogte wordt op een later moment bepaald. Wel wordt verwacht dat de deelnemersbijdrage hoger zal uitvallen dan in 2026, onder meer als gevolg van stijgende kosten. Zodra hierover door het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Het Flevolands Archief besluitvorming heeft plaatsgevonden, wordt de exacte bijdrage gecommuniceerd. 7
Geïnventariseerde bijstelling
1.1
Actualisatie bijdrage GR - Veiligheidsregio
Bedragen x € 1.000
2027 -387
2028 -346
2029 -346
2030 -346
De begroting van de Veiligheidsregio wordt ieder jaar geactualiseerd conform de in de gemeenschappelijke regeling opgenomen uitgangspunten, zoals volumegroei, loon- en prijsindexatie. Op 2 februari 2026 is in het Landelijk Overleg Arbeidsvoorwaarden Veiligheidsregio’s (LOAV) een onderhandelingsresultaat bereikt over de nieuwe arbeidsvoorwaarden voor het personeel in dienst van de veiligheidsregio’s. De onderhandelingsdelegatie van de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) houdt nu een ledenraadpleging over het onderhandelingsresultaat arbeidsvoorwaarden 2025 e.v.. Voor 2026 is rekening gehouden met 3,4% in de programmabegroting, waar in de CAO 3,1% is afgesproken. In 2027 is, in de ontwerp-programmabegroting 2027 voor looncompensatie 5,7% gereserveerd. Op basis van de kadernota 2027 van de VRF is een aanvullende bijdrage van €346.365 benodigd voor 2027 en €305.226 per 2028. Het verschil in 2027 ontstaat door de prijsindexatie van het verplichtend karakter welke op dit moment incidenteel gedekt wordt binnen de VRF. De programmabegroting 2027 van de VRF zal zodra deze beschikbaar is nog aan u als raad aangeboden worden ter besluitvorming. Naast prijs- en looncompensatie is er een toename van woningbranden. Het aantal woningbranden in Lelystad is ongeveer 25 procent van het totaal in Flevoland (48 in 2025).
Als wij kijken naar het aantal woningen in Lelystad t.o.v. van heel Flevoland, heeft Lelystad ongeveer 19% van het aantal woningen. Er vinden dus relatief gezien meer woningbranden in Lelystad plaats t.o.v. de rest van Flevoland. Dit maakt de inzet op extra preventie nog meer noodzakelijk. In de begroting van de VRF is €35.000 (12 uur) opgenomen voor de Wijkbrandweer. Gezien de energietransitie, het relatief hoge aantal woningbranden t.o.v. het aantal woningen in Lelystad en andere maatschappelijke ontwikkelingen is dit onvoldoende. De genoemde 12 uur gaat grotendeels op aan adviezen en activiteiten in Lelystad Oost, waardoor er voor de rest van de stad slechts beperkt advies mogelijk is. Voor 2027 vragen wij een bijstelling naar 24 uur. Hiervoor is €40.000 (inclusief looncompensatie) benodigd waarmee het totale budget op €75.000 komt. Maatschappelijke weerbaarheid en noodsteunpunten Verschillende ontwikkelingen zoals de verslechterde internationale veiligheidssituatie, het veranderende klimaat en een groeiende afhankelijkheid van vitale infrastructuren zorgen ervoor dat de Nederlandse samenleving kwetsbaarder wordt voor (grootschalige) verstoringen. Dit maakt dat het noodzakelijk is om de weerbaarheid van onze samenleving te versterken: op landelijk, regionaal en lokaal niveau. Op dit moment lopen er een aantal pilots in de Regio om hier vorm aan te geven.
De financiële consequenties en bijdrage vanuit het Rijk zijn op dit moment nog onduidelijke en niet verdeeld.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
12
8
Geïnventariseerde bijstelling
1.2
Capaciteit veiligheid
Bedragen x € 1.000
2027 -280
2028 -280
2029 -280
2030 -280
De rechtsstaat en veiligheid in Nederland staan onder toenemende druk door geopolitieke dreigingen, georganiseerde criminaliteit en maatschappelijke onrust. Kernpunten van de druk op de rechtsstaat: Verhoogde dreiging (EBZ en excessief geweld bijv. explosies en beschietingen): Cyberaanvallen, sabotage en internationale criminaliteit bedreigen de maatschappelijke veiligheid. Spanning met grondrechten: Maatregelen voor veiligheid, zoals beperking van het demonstratierecht of vergaande surveillancemiddelen, zetten de rechtsstaat onder druk (EBZ, komst van defensie en opening LLS airport). Ondermijning en weerbaarheid: Toename in radicalisering, bedrijvigheid (overslaghaven, LLS airport, industrie i.r.t. aanpak ondermijning en uitvoering wet BIBOB). Lelystad ontwikkelt zich snel verder door de groei van inwoners, bedrijvigheid en ruimtelijke ontwikkelingen. Voorbeelden hiervan zijn uitbreiding van bedrijventerreinen en woningbouw, de komst van nieuwe voorzieningen en mogelijke infrastructurele en economische ontwikkelingen (uitbreiding bedrijvigheid/industrie, EBZ, defensie, de mogelijke opening van Lelystad airport, huisvesting 7500 internationale werknemers). Deze groei vraagt om blijvende aandacht voor veiligheid en leefbaarheid en om een veiligheidsaanpak die meebeweegt met deze ontwikkelingen.
Tegelijkertijd vraagt het tegengaan van criminele activiteiten om een overheid die weerbaar en zorgvuldig handelt en misbruik van gemeentelijke voorzieningen en processen voorkomt. Hiermee wordt bijgedragen aan een veilige en leefbare stad en aan vertrouwen in het openbaar bestuur (o.a. goed kunnen uitvoeren van de wettelijke taak wet BIBOB). Dit betekent dat de capaciteit op deze ontwikkelingen mee moet groeien. Hiervoor is 2 fte benodigd (€238.000) voor team veiligheid, hiernaast is €42.000 uitvoeringsbudget benodigd voor fysieke ingrepen. 9
Geïnventariseerde bijstelling
1.2
Stadstoezicht en Bibob
Bedragen x € 1.000
2027 -420
2028 -420
2029 -420
2030 -420
Ten aanzien van de budgetten gaat het om budget voor wegsleepkosten voertuigen, budget voor opleiding boa's, inspecteurs handhaving en handhavingsjuristen, budget voor software en budget voor verwijderen en opslag foutief geparkeerde fietsen door Concern voor Werk. Het budget voor wegsleepkosten van voertuigen is gebaseerd op de wegsleepkosten van 2025 (€60.000) en het budget is al goedgekeurd door de raad met het vaststellen van de Wegsleepverordening Lelystad 2026. Voor de opleidingsbudgetten (boa's, inspecteurs handhaving en de handhavingsjuristen) geldt dat deze kosten altijd al structureel worden gemaakt, maar niet zijn gedekt in de begroting van Stadstoezicht en derhalve jaarlijks ten laste komen van het algemeen resultaat. De opleidingen zijn grotendeels verplicht om bevoegdheden te kunnen behouden in algemene zin (bijvoorbeeld alle boa- en inspecteursbevoegdheden en RTGB voor de boa's) en voor specifieke onderdelen, zoals ondermijning, asbest en horeca. De bedragen worden nu uitgegeven vanuit de begroting van Stadstoezicht zonder dat ze gelabeld zijn, waardoor voldoende inzicht ontbreekt en sturing op budget lastig is. De opleidingskosten voor boa's, inspecteurs en handhavingsjuristen bedragen structureel €112.000. Ook deze kosten worden al jaarlijks uitgegeven zonder dat ze gedekt zijn in de begroting van Stadstoezicht.
Voor de bedragen die worden uitgegeven aan software (Centric Leefomgeving, Chepp en CityControl) geldt eveneens dat deze kosten al jaarlijks structureel worden gemaakt, maar niet zijn gedekt in de begroting van Stadstoezicht. Totale structurele kosten voor opleiding en software zijn €58.000. Voor de verwijdering van fietsen op en rond het station en de opslag daarvan door Concern voor Werk is het bedrag van €80.000 al in een VB over handhaving stationsgebied Oost aangegeven met daarbij de opmerking dat het budget in het eerste jaar wordt gefinancierd vanuit het project Sationsplein Oost en
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
13
daarna structureel dient te worden opgenomen in de jaarlijkse begroting (van Stadstoezicht) en via de reguliere begrotingscyclus aan de raad moet worden voorgelegd. Het is van belang voor de kwaliteit van het stationsgebied dat we de handhaving op foutief gestalde fietsen borgen in de beheerfase. Vanaf 2026 begint de overgang naar het nieuwe boa-bestel, dat in 2028 moet zijn afgerond. Dit is een ingrijpende wijziging voor de gemeente Lelystad waarvan we de financiële consequenties op dit moment nog niet kunnen inschatten. Binnen afzienbare termijn zal daarom een impact-analyse worden gemaakt om de te verwachten kosten in kaart te brengen. Zodra dit in kaart is gebracht, komen we hier bij uw raad op terug. Ten aanzien van de capaciteit voor Bibob-onderzoeken is al enkele jaren een structureel tekort, zoals ook blijkt uit het VTHUP. Met de toename van bedrijvigheid en het belang van het voorkomen van en handhaven op ondermijning is extra capaciteit van 1 fte jurist voor Bibob (€109.000) noodzakelijk om de continuïteit van de werkzaamheden te kunnen garanderen. 10
Geïnventariseerde bijstelling
2.1
Torenvalkweg i.r.t. Huisvesting Level One
Bedragen x € 1.000
2027 -17
2028 -17
2029 -17
2030 -17
Voor de realisatie van de tijdelijke huisvestingslocatie voor ongeveer 2.950 arbeidsmigranten en doorstromers aan de Torenvalkweg is een aanpassing van de infrastructuur noodzakelijk. Het betreft de verbreding van de Torenvalkweg en een nieuwe aansluiting op de Valkendreef om de verkeersveiligheid te borgen. De gemeenteraad heeft in het eerste kwartaal van 2026 over het benodigde investeringskrediet besloten. De structurele kapitaallasten betreffen gedurende 40 jaar jaarlijks €17.250. Dit is uitgaande van een bijdrage van de initiatiefnemer Level One van 50% bijdrage (€575.000). De beheerkosten worden meegenomen bij de periodieke areaaluitbreidingen als onderdeel van de P&C cyclus. Aangezien de besluitvorming over deze kapitaallasten heeft plaatsgevonden na de vaststelling van de begroting 2026, wordt dit bedrag vanaf 2027 als onontkoombare bijstelling opgenomen. 11
Geïnventariseerde bijstelling
2.1
Vervanging brug Lage Dwarsvaart
Bedragen x € 1.000
2027 64
2028 64
2029 64
2030 64
Op 16 december heeft de raad bij amandement de kaders voor vervanging van de brug over de Lage Dwarsvaart aangepast. Er is een extra investeringskrediet van €825.000 beschikbaar gesteld en de afschrijvingstermijn voor de kapitaalslasten is van 30 naar 40 jaar verlengd. Dit resulteert in een lagere last van €64.000 op jaarbasis. 12
Geïnventariseerde bijstelling
2.1
Voorzieningen buspassagiers
Bedragen x € 1.000
2027 247
2028 246
2029 246
2030 245
Bij de programmabegroting 2026 is, lopende een doorlopende Europese aanbestedingsprocedure, een investeringskrediet aangevraagd om te investeren in voorzieningen voor buspassagiers in de vorm van abri's. In de aanvraag voor het investeringskrediet van €3.000.000 - met een afschrijvingstermijn van 20 jaar - is aangegeven dat op dat moment de onderhandelingen, als onderdeel van die aanbestedingsprocedure nog gaande waren. Die onderhandelingen hebben uiteindelijk geleid tot overeenstemming en een overeenkomst welke begin februari 2026 door de huidige exploitant is ondertekend. In deze overeenkomst draagt de exploitant, in ruil voor het maken van reclame in deze voorzieningen, zorg voor het in exploitatie nemen van de abri’s in Lelystad. Zij zijn eigenaar van de voorzieningen en dragen volledige zorg voor het beheer en onderhoud, inclusief schadeherstel. Onderdeel van de overeenkomst is dat 10% van de beschikbare reclameruimte is gereserveerd voor de gemeente en daarnaast dragen ze jaarlijks, afhankelijk van het werkelijke aantal reclamevakken, circa €29.000 aan reclame inkomsten af aan de gemeente Lelystad. Met het sluiten van de overeenkomst vallen de begrote kapitaallast en onderhoudskosten in de begroting, vanaf 2027, vrij en worden €29.000 aan baten in de begroting verwerkt.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
14
13
Geïnventariseerde bijstelling
2.2
Parkeerhub Campusgebied midden
Bedragen x € 1.000
2027 -
2028 -
2029 -
2030 PM
In het plan van de ontwikkelaar Verwelius voor het Campusgebied midden zit een parkeerhub voor de leerlingen van Porteum, de sporthal de Rietlanden, bezoekers en bewoners. Deze parkeerhub is onderdeel van de overdracht van de openbare ruimte aan de gemeente. De gemeente is na overdracht verantwoordelijk voor het eigendom en beheer van deze parkeeroplossing. De gemeentelijke projectgroep werkt nog aan een verkenning hoe de parkeerhub beheerd kan gaan worden. Dit vraagt op de langere termijn mogelijk structurele dekking vanuit de gemeentelijke begroting. De 'sporthub' zal naar verwachting op zijn vroegst in 2030 eigendom worden van de gemeente. Wanneer het onderzoek naar de kosten en mogelijkheden is afgerond zal hiervoor een structurele voorziening aangevraagd worden in de kadernota/programmabegroting. 14
Geïnventariseerde bijstelling
4.2
Actualisatie IHP (Jaarprogramma 2026-2027)
Bedragen x € 1.000
2027 663
2028 383
2029 -409
2030 29
Het IHP Jaarprogramma is het wettelijk verplicht jaarlijks vast te stellen huisvestingsprogramma voor het onderwijs. Schoolbesturen van zowel het primair, als (voortgezet) speciaal en voortgezet onderwijs kunnen voor dit programma aanvragen indienen voor huisvestingsvoorzieningen die nodig zijn voor het onderwijs. Het IHP Jaarprogramma 2026-2027 is een sober programma in die zin dat er geen aanvragen van de schoolbesturen zijn ontvangen voor nieuwe voorzieningen. Wel hebben een aantal scholen recht op budget voor onderwijsleerpakketten en meubilair als gevolg van de groei van het aantal leerlingen. Deze budgetten maken onderdeel uit van voorliggende bijstelling. Het grootste deel van de bijstelling omvat evenwel de actualisatie van al geplande (nieuwbouw)projecten op basis van leerlingenprognoses, prijsstijgingen en andere gewijzigde omstandigheden. Dit betreffen onder meer: - Een indexering van 6,52% voor de bouwkosten van reeds geplande onderwijshuisvestings voorzieningen. Dit percentage is conform het door de VNG geadviseerde indexeringspercentage voor onderwijshuisvesting voor 2026. - De (bijstelling) van de benodigde middelen voor de Wissellocatie en de nieuwbouw van basisscholen De Boeier en Triangel, volgend uit de raadsbesluiten over deze nieuwbouwprojecten van resp. 27 januari en 17 februari 2026.
- De bijstelling van de meerjarenraming voor uitbreiding van de onderwijshuisvestingcapaciteit op basis van de actuele leerlingenprognoses. Uit deze prognoses blijkt dat uitbreiding in verband met de groei van de stad, als gevolg van de gewijzigde woningbouwplanning, een paar jaar later nodig is dan uit eerdere prognoses bleek. De ‘positieve’ bijstelling voor de eerstkomende jaren vloeit grotendeels voort uit het met één jaar uitstellen van de uitbreiding van De Anger en een latere oplevering van de nieuwe gebouwen voor basisscholen De Albatros, De Windroos en De Boeier dan waar, financieel gezien, eerder mee is rekening gehouden. Hierdoor worden deze nieuwe gebouwen later ‘geactiveerd’ waardoor de kapitaallasten ook later op de begroting gaan drukken. Voor de goede orde wordt hierbij opgemerkt dat, geen sprake van onderbenutting van de IHP begroting, maar van een verschuiving van de kosten in de tijd. Zie ook raadsinformatienota met kenmerk 25.314 voor een aanvullende toelichting op dit punt. De voorgestelde bijstelling omvat de optelsom van de actualisatie van alle uitgaven die volgen uit het IHP Jaarprogramma. Met deze bijstelling worden ook de geraamde investeringskredieten geactualiseerd, evenals de hieruit voortvloeiende kapitaallasten.
Het beschikbaar stellen van investeringskredieten voor nieuwbouw- en vervanging van schoolgebouwen vindt zoals gebruikelijk plaats via separate besluitvorming in de raad. Een nadere toelichting op hoe het totaal van de bijstelling tot stand is gekomen, is opgenomen in concept IHP Jaarprogramma 2026-2027.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
15
15
Geïnventariseerde bijstelling
4.2
IHP meerjarenperspectief tweede tranche 2027-2034
Bedragen x € 1.000
2027 -500
2028 -1.611
2029 -1.461
2030 -1.535
Met het raadsbesluit 26.070 van 17 februari 2026 is de investeringsagenda voor de vernieuwing van schoolgebouwen in de stad voor de periode 2027 – 2034, vastgesteld. Daarbij is besloten de hiermee gepaard gaande financiële doorwerking, te betrekken bij de integrale afweging over de gemeentebegroting. De financiële doorwerking is gebaseerd op de vernieuwing van 8 schoolgebouwen in de periode 20272034 conform het kwaliteitsniveau ‘groen en onderscheidend’. Daarnaast omvat ze de componenten om klimaatadaptieve schoolgebouwen te realiseren en extra ruimte ten behoeve van inclusief onderwijs. Eenmalige lasten, zoals het versneld afschrijven van boekwaarden, tijdelijke huisvesting, verhuiskosten en structurele eigenaarslasten zijn ook meegenomen in de doorrekening. Voor inzicht op detailniveau wordt verwezen naar bovengenoemd besluit en het bijbehorende Deel D van het ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijs Meerjarenperspectief 2027-2042 en beleidskader’. 16
Geïnventariseerde bijstelling
4.2
Exploitatie nieuwe schoolgebouwen
Bedragen x € 1.000
2027 -
2028 -
2029 -765
2030 -765
Met het raadsbesluit 25.456 van 27 januari 2026 is besloten een zogenoemde ‘wissellocatie’ te realiseren in Zuiderhage. Deze wissellocatie is in eerste instantie bedoeld om startende scholen tijdelijk te huisvesten. Op de langere termijn kan ze worden ingezet voor de permanente huisvesting van een basisschool. Ingevolge van het amendement “Wijziging besluitpunt Wissellocatie Zuiderhage” is besloten de wissellocatie te realiseren inclusief extra ruimte voor kinderopvangactiviteiten (scenario 3). Onderdeel van het besluit over de wissellocatie is dat, in het kader van de gemeentelijke begrotingscyclus de dekking voor de structurele eigenaarslasten en gebruikerslasten als onontkoombare bijstelling wordt meegenomen. In voorliggend voorstel zijn deze lasten berekend op basis van het vastgestelde scenario 3 en prijspeil 2026. Zoals aangegeven in het raadsvoorstel 25.456, zijn de baten vanuit de te ontvangen (kostendekkende) vergoeding voor onderwijsgebruik en de verhuur van het gebouw t.b.v. kinderopvangactiviteiten nog niet meegerekend, omdat de gebruikers nog niet bekend zijn en daarmee de baten onzeker zijn. Dit voorstel omvat ook de bijstelling van de structurele exploitatielasten van de gebouwen van basisscholen De Boeier en De Triangel op basis van de raadsbesluiten 26.082 en 26.083 van 17 februari 2026.
Met deze besluiten zijn de omvang en uitgangspunten vastgesteld voor de (vervangende) nieuwbouw voor deze scholen. De voorgestelde bijstelling betreft de lasten die, op basis van wetgeving, voor rekening van de gemeente zijn (OZB en verzekeringslasten). De overige exploitatielasten worden bekostigd door de gebruikers van de gebouwen. De bijstelling van de kapitaallasten die gepaard gaan met de investeringen in alle drie de bovengenoemde schoolgebouwen maakt onderdeel uit van het voorstel voor de bijstelling van het IHP (Jaarprogramma 2026-2027). 17
Geïnventariseerde bijstelling
4.2
Tijdelijke sportvoorziening Zuiderhage
Bedragen x € 1.000
2027 261
2028 261
2029 -
2030 -
In opdracht van de Raad heeft het college onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van een tijdelijke voorziening voor bewegingsonderwijs in Zuiderhage, in relatie tot de bouw van de nieuwe sporthal Rietlanden III. De raad heeft op 20 februari 2026 besloten af te zien van deze tijdeljke voorziening. Reden hiervoor is dat de doorlooptijd van realisatie van de tijdelijke voorziening vrijwel gelijkloopt met de oplevering van de nieuwe sporthal Rietlanden III. De nieuwe sporthal voorziet in de behoefte aan ruimte voor bewegingsonderwijs waardoor en geen meerwaarde ontstaat om een tijdelijke voorziening te realiseren. Tegelijkertijd heeft de Raad besloten de incidenteel beschikbare middelen voor de tijdelijke sportvoorziening Zuiderhage te laten vrijvallen. Daarmee ontstaat voor 2027 en 2028 een incidenteel voordeel van €261.000.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
16
18
Geïnventariseerde bijstelling
4.3
Doorstroompunt
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
Vanaf 2026 is de nieuwe wet Van School Naar Duurzaam Werk inwerking getreden. Met deze wet wordt er nog meer ingezet op een stevige samenwerking tussen onderwijsinstellingen, Doorstroompunt en Werk & Inkomen om jongeren van 16 tot 27 jaar te ondersteunen een passende plek op de arbeidsmarkt of op school te verkrijgen. De nieuwe wet hangt sterk samen met de nieuwe wet Participatiewet in balans, die ook vanaf 2026 geïmplementeerd wordt. Een belangrijke wijziging is de uitbreiding van de doelgroep van 23 jaar naar 27 jaar. De afgelopen jaren is een deel van de structurele inzet voor de uitvoering van de wettelijke taken van het Doorstroompunt gefinancierd met incidentele middelen vanuit de Doorstroompuntregio en de raadsopgave 2022-2026. Hierdoor is een situatie ontstaan waarbij structurele werkzaamheden niet volledig structureel worden bekostigd, en daarnaast is er sprake van uitbreiding van taken vanaf 2026. Voor de uitvoering van de wettelijke taken is daarom een structurele uitbreiding van minimaal 2 fte noodzakelijk.
Op dit moment is nog geen duidelijkheid over de omvang van de regionale middelen vanuit de Doorstroompuntregio en het nieuwe regionale programma 2026-2029 ten behoeve van de uitvoering van de Doorstroompunttaken, waaronder het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (VSV), het bestrijden van vsv en het verlagen van het aantal jongeren zonder werk en zonder opleiding. 19
Geïnventariseerde bijstelling
4.3
Leerplicht
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
In de afgelopen jaren is een deel van de structurele inzet voor de uitvoering van de wettelijke leerplichttaken gefinancierd met incidentele middelen. Hierdoor is een situatie ontstaan waarbij structurele werkzaamheden niet volledig structureel worden bekostigd. Op basis van de huidige inzichten is er reeds een tekort zichtbaar in de formatie voor de uitvoering van de wettelijke taken. Dit betekent dat de beschikbare capaciteit onvoldoende is om de wettelijke taken duurzaam en op het gewenste kwaliteitsniveau uit te voeren. Voor de uitvoering van de wettelijke taken is daarom een structurele uitbreiding van minimaal 0,2 fte noodzakelijk. Hiermee wordt een eerste stap gezet om de structurele onderbezetting te verminderen en de continuïteit van de wettelijke taakuitvoering te borgen. Naast de wettelijke taken wordt van het team een steeds grotere inzet gevraagd op preventie, schoolaanwezigheid en andere programma’s, waaronder activiteiten gericht op het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (VSV) en het versterken van de samenwerking met onderwijs- en ketenpartners. Deze inzet vraagt om structurele capaciteit en kan niet binnen de huidige formatie worden opgevangen zonder dat dit ten koste gaat van de wettelijke taakuitvoering en vertraging op andere ambities zoals beschreven in het Knoppenplan, de PGA etc.
Voor de uitvoering van deze preventieve inzet en aanvullende programma’s is naar huidige inzichten circa 2 fte nodig. Op dit moment bestaat nog onzekerheid over de omvang en continuïteit van de regionale middelen ten behoeve van het voorkomen van voortijdig schoolverlaten (VSV). Om deze reden wordt voor deze benodigde uitbreiding een PM-post opgenomen in de kaderbrief. Hiermee ontstaat inzicht in de feitelijke structurele opgave, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen de minimaal benodigde uitbreiding voor de wettelijke taak (0,2 fte) en de aanvullende capaciteit die nodig is om invulling te geven aan de ambities op het gebied van preventie en schoolaanwezigheid (2 fte). 20
Geïnventariseerde bijstelling
5.7
Versnellen tuingrenzen
Bedragen x € 1.000
2027 -80
2028 -80
2029 -80
2030 -80
De afname van tuinen daalt sterk. Dit komt doordat de mensen die daadwerkelijk interesse hadden inmiddels zijn voorzien. Daarnaast beschikken we over steeds minder mogelijkheden, omdat het beschikbare areaal verder afneemt. De verwachting is dat de opbrengsten aanzienlijk zullen dalen. In 2025 bedroegen de baten slechts 48% van de begroting. Deze neerwaartse trend zal zich naar verwachting in de komende jaren voortzetten.
Kaderbrief 2027 – 2030
Gemeente Lelystad
17
21
Geïnventariseerde bijstelling
6.1
Nieuwe opvang Oekrainers
Bedragen x € 1.000
2027 PM
2028 PM
2029 PM
2030 PM
Per 7 maart 2027 loop de RTB af, hierna zullen de Oekraïners zelf hun lasten moeten dragen. Binnen het huidige pand is het niet mogelijk om huur te innen. Er zal om deze reden voor de einddatum een alternatieve opvang moeten worden gerealiseerd. Hiervoor worden op dit moment varianten uitgewerkt en voorbereid. Waarbij er een reële kans aanwezig is dat hierbij door ons als gemeente geïnvesteerd zal moeten worden. De varianten zullen ter besluitvorming aan u als raad voorgelegd worden, waarbij financiële gevolgen meegenomen worden in de programmabegroting 2027-2030. 22