24.144 BL Rapport-Lelylijnraadpleging-15052023
Tekst van het document
De methodiek van discrete keuze experimenten heeft een lange traditie in het leveren van inzichten over de voorkeuren van individuen voor overheidsbeleid rond transport (Mouter et al., 2017, 2019), milieu en klimaatadaptatie (Hausman et al., 1995; Hoyos, 2010) en gezondheidszorg (Bekker-Grob et al., 2012; Chorus et al., 2020; Hoogink et al., 2020; Lancsar and Louviere, 2008). Een uitdaging bij het ontwerpen van een DCE is het selecteren van de kenmerken van de alternatieven waar deelnemers een keuze tussen moeten maken. Tijdens de ontwerpsessie met stakeholders in Assen bleek dat zij graag in deze fase van de planvorming op een aantal aspecten input wilden hebben van burgers bij het maken van keuzes. Specifiek wilde men graag weten hoe burgers een afweging maken tussen de reistijdwinst die de Lelylijn zou opleveren, het aantal stations waarop de trein zou stoppen, de frequentie van de Lelylijn, de overlast die de Lelylijn zou veroorzaken en de kosten van de Lelylijn. Een zesde aspect dat genoemd werd was de invloed van de Lelylijn op de toegang tot basisvoorzieningen zoals supermarkten en een basisschool. Omdat het onduidelijk is hoeveel invloed de Lelylijn precies zou kunnen hebben op de toegang tot basisvoorzieningen hebben we besloten om dit kenmerk alleen mee te nemen in de raadpleging met het panel en niet in de open raadpleging die toegankelijk was voor iedereen.
Daarna is er een besluit genomen over de niveaus van de kenmerken die deelnemers aan de raadpleging te zien kregen. Dit proces wordt nader beschreven in Bijlage 2. Figuur 2-3 presenteert een voorbeeld van een DCE keuzetaak.
21 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Figuur 2-3: Voorbeeld van een DCE keuzetaak
Nadat deelnemers een advies hadden gegeven bij de keuzetaken, kregen zij de vraag om hun keuzes te motiveren. Daarna kregen zij nog een aantal verdiepende vragen. De antwoorden op deze vragen zijn te vinden in sectie 2.4. Tot slot kregen deelnemers open vragen waarin aan hen werd gevraagd welke kansen de Lelylijn volgens hen kon opleveren, welke zorgen zij hebben en of ze nog overige adviezen wilden geven. Heel veel deelnemers hebben van de mogelijkheid gebruik gemaakt om hier suggesties, kansen en zorgen in te brengen. Van deze grote hoeveelheid aan antwoorden hebben we voor 3.000 respondenten geteld hoe vaak bepaalde zorgen, kansen en adviezen zijn genoemd. Deze deelnemers zijn random getrokken om een zo divers mogelijk beeld te krijgen. Het is onduidelijk of het aantal keer dat een zorg, kans of advies is genoemd ook representatief is voor de totale bevolking. Dat kan worden onderzocht in verder onderzoek. De antwoorden zijn te vinden in Hoofdstuk 4.
22 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
2.3 Dataverzameling Een PWE-raadpleging wordt enerzijds gedaan door een geselecteerde groep deelnemers en anderzijds kunnen alle inwoners die geïnteresseerd zijn deelnemen aan een open raadpleging. In de raadpleging met geselecteerde deelnemers worden mensen random getrokken uit een internetpanel. Deze deelnemers krijgen een vergoeding voor hun deelname en worden zo geselecteerd dat de resultaten representatief zijn voor de bevolking op de kenmerken geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. Bij de open raadpleging kan iedereen meedoen en vindt een dergelijke selectie niet plaats. De belangrijkste reden om een open raadpleging te doen is dat iedereen kan meedoen die zijn stem wil laten horen. Een nadeel van deze open raadpleging is dat het waarschijnlijk is dat inwoners die een groot belang en interesse hebben in het onderwerp oververtegenwoordigd zijn onder de deelnemers. Beleidsmakers willen echter vaak ook weten hoe deelnemers met een minder sterke mening publieke waarden en effecten afwegen rond het beleidsdilemma dat onderwerp is van de raadpleging. Daarom is het belangrijk om de raadpleging ook te doen met een groep uit een panel die zo geselecteerd is dat deelnemers representatief zijn voor de bevolking op de kenmerken geslacht, leeftijd en opleidingsniveau.
Een nadeel van een raadpleging met een representatieve groep is dat er mogelijk weinig mensen tussen zitten die veel over het onderwerp hebben nagedacht. De open raadpleging voorziet daar weer beter in. Omdat deelnemers aan de open raadpleging vaak dieper hebben nagedacht over de waarden die zij belangrijk vinden rond een bepaald onderwerp, wil je juist dat ook deze mensen deelnemen aan de raadpleging. Kortom, zowel een open raadpleging als een raadpleging met een geselecteerde groep hebben voor- en nadelen en daarom hebben we beide vormen gecombineerd. Representativiteit van de raadpleging met geselecteerde deelnemers Wanneer je representatieve en betrouwbare uitspraken wilt doen over de voorkeuren van (Noord) Nederlanders over de Lelylijn, dan is het niet per se nodig om alle inwoners uit (Noordelijk) Nederland te bevragen. Het is ook mogelijk om een random getrokken steekproef de raadpleging te laten doen. Een steekproef is als het ware een miniatuur van de bevolking. In dit geval trokken we twee steekproeven. Eén groep van 1.635 Nederlanders was zo geselecteerd dat de uitkomsten representatief zijn voor de Nederlandse populatie als geheel op de kenmerken leeftijd, geslacht en opleidingsniveau.
De andere geselecteerde groep, bestaande uit 2.260 inwoners van Noordelijk Nederland, geeft representatieve uitkomsten voor de bevolking van Noordelijk Nederland op dezelfde drie kenmerken In de ideale situatie lijkt de steekproef qua relevante kenmerken precies op de populatie. Dus de deelnemers die getrokken zijn uit het panel lijken qua verhouding man/vrouw, de verhouding jong/oud, regio waarin ze wonen en reisgedrag zoveel mogelijk op de gehele bevolking. Wanneer de steekproef niet helemaal gelijk blijkt te zijn aan de bevolking op deze relevante kenmerken, dan is het belangrijk om hiervoor te corrigeren door herweging toe te passen. Herwegen betekent dat we in de analyse meer gewicht toekennen aan de antwoorden van deelnemers die ondervertegenwoordigd zijn in de steekproef en juist minder gewicht toekennen aan de deelnemers die oververtegenwoordigd zijn. In de geselecteerde groep die representatieve uitkomsten moet geven voor Nederland hebben we niet alleen herwogen op geslacht, leeftijd en opleidingsniveau, maar ook op ‘provincie’ omdat bleek dat er relatief veel mensen uit Noord-Holland hadden meegedaan en deze bewoners ook op een aantal punten afwijkende voorkeuren hadden. Vanuit het onderzoek kunnen betrouwbare en representatieve uitspraken worden gedaan over voorkeuren van inwoners van (Noordelijk) Nederland.
Uiteraard zijn er altijd onzekerheden als je uitspraken wilt doen over de voorkeuren van een grotere groep (heel Nederland) op basis van het raadplegen van een kleinere groep (1.635 deelnemers aan de raadpleging) en dit bespreken we bij de resultaten.
23 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
2.4 Socio-demografische gegevens van de deelnemers Tabel 2-1 laat zien dat alle subgroepen (mannen / vrouwen, praktisch geschoolden en theoretisch geschoolden en verschillende leeftijdsklassen) ongeveer hetzelfde zijn vertegenwoordigd in de Nederlandse bevolking en in de groep die geselecteerd is om een representatief beeld te geven voor de Nederlandse bevolking. Omdat er kleine verschillen zijn tussen de samenstelling van de panelraadpleging en de Nederlandse bevolking hebben we herwogen (zie sectie 2.4). In de open raadpleging zijn mannen en hoogopgeleiden zeer sterk oververtegenwoordigd. Tabel 2-1: Verdeling van de drie raadplegingen naar geslacht, leeftijd en opleidingsniveau Percentage in panelraadpleging voor heel Nederland
Percentage in panelraadpleging voor Noordelijk Nederland
Percentage in open raadpleging
1635
2260
7459
Man
48,3% (789)
47,3% (1060)
70,9% (5076)
49,5%
Vrouw
51,2% (837)
52,7% (1183)
29,1% (2084)
50,5%
Tot 25 jaar
8,8% (144)
9,4% (211)
6,7% (492)
8,1%
25 tot 34 jaar
20,4% (333)
15,7% (354)
16,6% (1219)
16,5%
35 tot 44 jaar
10,9% (179)
16,0% (360)
16,1% (1183)
15,2%
45 tot 54 jaar
14,9% (244)
17,3% (391)
18,9% (1390)
17,6%
55 tot 64 jaar
18,2% (298)
18,5% (418)
22,0% (1620)
17,5%
65 jaar of ouder
26,4% (432)
23,1% (522)
19,7% (1447)
25,4%
Basisonderwijs, vmbo, havo onderbouw, vwo onderbouw, mbo1
22,9% (375)
10,5% (237)
1,9% (139)
26,1%
Havo, vwo, mbo 2-4
39,8% (650)
47,5% (1067)
18,6% (1349)
35,6%
Hbo, universiteit
36,6% (599)
42,0% (944)
79,5% (5782)
38,3%
Percentage populatie van heel Nederland
Alle respondenten Totaal Geslacht
Leeftijd
Hoogst genoten opleiding
Tabel 2-2 laat zien dat aan de open raadpleging relatief meer mensen hebben meegedaan die iedere maand meer dan genoeg geld hebben in vergelijking met de panelraadpleging. Aan de open raadpleging hebben ook relatief veel mensen meegedaan met een koophuis (Tabel 2-3).
24 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Tabel 2-2 Verdeling van de drie raadplegingen naar financiële situatie Panelraadpleging (heel Nederland)
Panelraadpleging (Noordelijk Nederland)
Open raadpleging
Ik heb iedere maand te weinig geld
17,1% (280)
17,4% (361)
4,6% (325)
Ik heb iedere maand genoeg geld
63,2% (1033)
62,6% (1423)
60,6% (4329)
Ik heb iedere maand meer dan genoeg geld
13,1% (215)
14,2% (342)
27,5% (1964)
Zeg ik liever niet/weet ik niet
6,5% (107)
5,8% (134)
7,4% (527)
Panelraadpleging (heel Nederland)
Panelraadpleging (Noordelijk Nederland)
Open raadpleging
Ik woon bij iemand in huis
4,7% (77)
7,1% (124)
4,1% (285)
Ik woon in een huurwoning
44,8% (733)
34,7% (725)
17,9% (1236)
Ik woon in een koopwoning
48,9% (799)
56,5% (1376)
73,6% (5085)
Zeg ik liever niet/weet ik niet
1,6% (26)
1,7% (35)
4,4% (302)
Welke zin past het beste bij je?
Tabel 2-3: Verdeling van de drie raadplegingen naar type woning Woon je in een koopwoning of in een huurwoning?
Tabel 2-4 laat zien dat aan de open raadpleging en de panelraadpleging met inwoners uit Noordelijk Nederland relatief veel mensen hebben meegedaan die in een groene, stille, dorpse of landelijke omgeving wonen, terwijl er aan de panelraadpleging die een representatief beeld geeft voor heel Nederland relatief veel mensen hebben meegedaan die in stedelijk gebied wonen. Tabel 2-4: Verdeling van de drie raadplegingen naar woonomgeving Panelraadpleging (heel Nederland)
Panelraadpleging (Noordelijk Nederland)
Open raadpleging
Mijn omgeving is groen of landelijk
35% (569)
46% (1035)
46% (3434)
In mijn buurt is het stil
31% (514)
41% (918)
43% (3193)
Ik heb een vrij uitzicht
17% (284)
22% (495)
28% (2056)
Mijn omgeving is stedelijk
44% (721)
31% (710)
40% (2984)
Mijn omgeving is dorps
30% (497)
37% (831)
39% (2878)
Ik kan binnen 15 minuten een supermarkt bereiken
75% (1234)
75% (1684)
85% (6362)
Ik kan binnen 15 minuten een school bereiken
60% (986)
59% (1343)
72% (5336)
Ik kan binnen 15 minuten een huisarts bereiken
69% (1127)
67% (1511)
80% (5976)
In mijn buurt is het druk
15% (250)
6% (146)
13% (971)
Hoe woon je? (meerdere opties mogelijk)
Tabel 2-5 laat zien dat aan de panelraadpleging voor heel Nederland relatief veel inwoners uit Noord-Holland hebben meegedaan. In sectie 2.3 is uitgelegd dat we daarom de uitkomsten hebben herwogen om representativiteit op dit kenmerk te garanderen. Aan de open raadpleging deden relatief veel inwoners uit Fryslân,
25 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Groningen en Flevoland mee. Tabel 2-6 laat zien dat aan de open raadpleging relatief veel mensen meededen die fulltime werken. Tabel 2-5: Verdeling van de drie raadplegingen naar provincie Panelraadpleging (heel Nederland)
Panelraadpleging (Noordelijk Nederland)
Open raadpleging
Drenthe
3,1% (50)
22,2% (508)
5,1% (378)
Flevoland
2,4% (40)
24,7% (558)
16,6% (1240)
Fryslân
3,7% (60)
28,9% (654)
25,0% (1864)
Gelderland
7,2% (117)
n.v.t.
3,8% (287)
Groningen
3,1% (50)
24,1% (540)
22,9% (1708)
Limburg
4,0% (65)
n.v.t.
0,7% (53)
Noord-Brabant
8,7% (142)
n.v.t.
2,3% (169)
Noord-Holland
39,5% (646)
n.v.t.
7,1% (531)
Overijssel
4,1% (67)
n.v.t.
3,4% (254)
Utrecht
8,5% (139)
n.v.t.
5,0% (371)
Zeeland
1,5% (24)
n.v.t.
0,3% (20)
Zuid-Holland
14,4% (235)
n.v.t.
7,1% (528)
Panelraadpleging (heel Nederland)
Panelraadpleging (Noordelijk Nederland)
Open raadpleging
Combinatie studie en parttime baan
2,6% (46)
1,8% (40)
1,8% (126)
HBO/WO student
4,1% (66)
4,1% (92)
4,2% (299)
Huisvrouw of huisman
4,6% (73)
4,9% (110)
0,7% (50)
Fulltime werkzaam in loondienst (≥35 uur)
27,7% (448)
26,0% (588)
39,0% (2752)
MBO student
3,2% (34)
2,7% (62)
0,4% (26)
Middelbare scholier
1,2% (10)
0,8% (17)
0,4% (27)
Ondernemer (ZZP)
5,2% (77)
5,6% (126)
8,9% (630)
Ondernemer (met personeel in dienst)
1,0% (15)
1,4% (32)
3,5% (245)
Parttime werkzaam in loondienst (< 35 uur)
17,2% (291)
20,8% (471)
15,5% (1094)
VUT/gepensioneerd
29,2% (360)
20,8% (472)
16,6% (1168)
Vrijwilliger
3,4% (53)
2,4% (54)
1,9% (136)
Werkzoekend
2,7% (39)
2,6% (59)
1,0% (71)
Anders
5,9% (98)
4,6% (105)
2,8% (200)
Zeg ik liever niet/weet ik niet
1,9% (25)
1,4% (32)
3,3% (230)
In welke provincie woon je?
Tabel 2-6: Verdeling van de drie raadplegingen naar wat men doet in het dagelijks leven Wat doe je voornamelijk in het dagelijks leven?
26 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Figuur 2-4: Verdeling van de drie raadplegingen naar hoe vaak men gebruik maakt van de trein
Figuur 2-4 laat zien dat ongeveer 35% van de deelnemers aan de panelraadpleging nooit of bijna nooit gebruik maakt van de trein, terwijl bij de open raadpleging dit op 25% ligt. Figuur 2-5 laat zien dat bij de panelraadpleging voor de Nederlandse populatie het percentage deelnemers dat nooit of bijna nooit gebruik denkt te gaan maken van de Lelylijn een stuk hoger ligt dan bij de panelraadpleging voor Noordelijk Nederland en de open raadpleging. Figuur 2-5: Verdeling van de drie raadplegingen naar hoe vaak men van de Lelylijn gebruik denkt te maken
27 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
3. Resultaten In dit hoofdstuk presenteren we de hoofdresultaten van de raadpleging. We gaan eerst in sectie 3.1 in op de resultaten van de PWE keuzetaak waarin deelnemers punten verdeelden over 11 doelen. We laten zien hoe deelnemers de punten hebben verdeeld over de doelen en we laten zien welke groepen we kunnen onderscheiden en welke argumenten de deelnemers geven voor hun keuzes. Daarna behandelen we in sectie 3.2 de resultaten van de DCE keuzetaak. We laten zien hoeveel waarde de deelnemers hechten aan de kenmerken en welke groepen we daarin kunnen onderscheiden.
3.1. Welke doelen vinden deelnemers het meest belangrijk? Onderstaande grafiek laat de zien hoeveel punten de gemiddelde deelnemer heeft gegeven aan de verschillende doelen. Figuur 3-1 laat voor de drie geraadpleegde groepen (de geselecteerde groep deelnemers die representatief is voor de Nederlandse populatie, de geselecteerde groep die representatief is voor inwoners van Noordelijk Nederland en de deelnemers aan de open raadpleging) zien hoeveel punten zij gemiddeld toekenden aan de 11 doelen. De lichter gekleurde uiteinden van de balkjes in Figuur 3-1 laten een bandbreedte zien omdat er onzekerheid is over de mate waarin je vanuit de raadpleging met een steekproef uitspraken kunt doen over de voorkeuren van inwoners van (Noordelijk) Nederland. We kunnen met 95% zekerheid zeggen dat het aantal punten dat de gemiddelde inwoner van (Noordelijk) Nederland aan een doel toekent tussen de deze bandbreedte inzit. Om een voorbeeld te geven: we kunnen met 95% zekerheid zeggen dat de gemiddelde Nederlander tussen de 14,2 en 15,8 punten geeft aan het doel ‘de natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’. Als we alle Nederlanders zouden vragen om de raadpleging te doen, dan is er dus een 5% kans dat het aantal punten dat de gemiddelde Nederlander toekent aan dit doel lager is dan 14,2 of hoger dan 15,8.
Voor de open raadpleging laten we geen bandbreedte zien, omdat de raadpleging niet als doel heeft om een representatief beeld te geven van voorkeuren van inwoners uit (Noordelijk) Nederland voor doelen van de Lelylijn. Figuur 3-1: Aantal toegekende punten aan de 11 doelen door de representatieve groepen voor Nederland en Noordelijk Nederland en de deelnemers aan de open raadpleging. De lichter gekleurde uiteinden van de balkjes laten de onzekerheid zien. We kunnen bijvoorbeeld met 95% zekerheid zeggen dat de gemiddelde Nederlander tussen de 14,2 en 15,8 punten geeft aan het doel ‘de natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’.
Een eerste resultaat is dat alle 11 de doelen van de Lelylijn van belang zijn volgens de deelnemers aan de raadpleging. In de raadpleging konden deelnemers 100 punten verdelen over 11 doelen. Als deelnemers alle doelen even belangrijk zouden vinden, dan zouden ze alle doelen 9 punten geven. Deze 9 punten noemen we de ‘uitgangswaarde’. Een doel is voor deelnemers relatief onbelangrijk als ze er 4,5 punt of minder aan toekennen (de helft van de uitgangswaarde van 9 punten) en een doel is relatief belangrijk als ze er 13,5 punt of meer aan toekennen (150% van de uitgangswaarde). Figuur 1 laat zien dat de gemiddelde deelnemer uit de groep die
28 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
representatieve uitkomsten geeft voor de Nederlandse bevolking aan alle doelen minimaal 4,5 punten toekent. De gemiddelde deelnemer uit de representatieve groep voor Noordelijk Nederland geeft zelfs aan alle doelen minimaal 6 punten. Omdat geen van de doelen onder de 4,5 puntengrens komt, kunnen we concluderen dat alle doelen van belang zijn volgens deelnemers aan de raadpleging. Het doel ‘de natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’ krijgt van de groep die geselecteerd is om representatieve uitkomsten te geven voor de Nederlandse bevolking gemiddeld meer dan 14 punten en dit is ruim meer dan 150% van de uitgangswaarde. Ten tweede vinden deelnemers dat natuur, milieu en een korte reistijd zeer belangrijke waarden moeten zijn bij keuzes over de Lelylijn. Zowel in de open raadpleging als in de raadpleging die representatief is voor Nederland vormen deze drie doelen de top-3. Inwoners vinden het dus belangrijk dat de Lelylijn een snelle verbinding wordt die positieve effecten heeft op het milieu en geen of zo min mogelijk schade toebrengt aan de natuur. Dit resultaat is in lijn met een onderzoek van het Fries Sociaal Planbureau (2022) waar ook uit volgt dat ‘natuur en milieu’ het belangrijkste element is in de afwegingen rond het Deltaplan voor het Noorden en de Lelylijn.
Het valt op dat er nauwelijks verschillen zijn tussen de representatieve groep voor heel Nederland en de representatieve groep voor Noordelijk Nederland (zie figuur 3-1). Een derde conclusie is daarom dat inwoners die wel en niet in Noordelijk Nederland wonen ongeveer hetzelfde denken over wat belangrijk is bij keuzes over de Lelylijn. Inwoners van Noordelijk Nederland vinden het wel veel belangrijker dan de gemiddelde Nederlander dat de identiteit van Noordelijk Nederland behouden blijft. Ze vinden het ook belangrijker dat de Lelylijn de economie van (Noordelijk) Nederland versterkt en ervoor zorgt dat inwoners van Noordelijk Nederland meer kans hebben op een fijne baan en dat plekken waar ze naartoe willen gaan beter bereikbaar worden. De groep die representatief is voor Nederland vindt het relatief belangrijk dat de Lelylijn niet te duur wordt. Ook deze resultaten komen overeen met het onderzoek van het Fries Sociaal Planbureau (2022) waaruit blijkt dat deelnemers vooral voordelen zien op het vlak van de economie en werkgelegenheid en zich zorgen maken over het behoud van de Friese taal en cultuur. De doelen die hoog scoren in de representatieve raadpleging scoren ook hoog in de open raadpleging.
Deelnemers aan de open raadpleging geven relatief weinig punten aan de doelen ‘het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden’ en ‘de Lelylijn moet eraan bijdragen dat belangrijke voorzieningen goed bereikbaar blijven voor inwoners van Noordelijk Nederland’. Daarbij kennen ze relatief veel punten toe aan ‘de Lelylijn moet de identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen’ en ‘de Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland zo kort mogelijk maken’. Figuur 3-2 laat zien dat meer dan 30% van de deelnemers aan de drie groepen minimaal 13 punten geeft aan de doelen ‘De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’ en ‘de Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken’, terwijl minder dan 30% van de deelnemers nul punten geeft aan deze doelen. Bij de doelen ‘de Lelylijn moet eraan bijdragen dat scholen, supermarkten en andere belangrijke voorzieningen goed bereikbaar blijven voor inwoners van Noordelijk Nederland’, ‘De Lelylijn moet Noordelijk Nederland aantrekkelijker maken voor jongeren’ en ‘De Lelylijn moet de identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen’ is het juist zo dat meer dan 30% van de deelnemers nul punten geeft, terwijl de groep deelnemers die minimaal 13 punten geeft aan deze doelen kleiner is dan 20%.
Figuur 3-2 laat zien dat 60% van de deelnemers aan de open raadpleging nul punten geeft aan ‘het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden’.
29 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Figuur 3-2: Percentage deelnemers dat een bepaald aantal punten toekent aan de 11 doelen.
3.2. Welke verschillen zien we tussen groepen deelnemers? 3.2.1 Uitkomsten Latente Klasse Clusteranalyse Met de statistische techniek Latente Klasse Clusteranalyse (LKCA) onderzoeken we voor de representatieve steekproef voor Nederland welke groepen we kunnen onderscheiden wat betreft de voorkeuren van deelnemers voor de doelen van de Lelylijn. Deze methode zoekt naar groepen die grotendeels dezelfde antwoorden geven in
30 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
de PWE-keuzetaak en die de 11 doelen juist heel anders prioriteren dan andere groepen. De LKCA geeft aan dat de deelnemers het best in 5 groepen kunnen worden opgedeeld die de doelen van de Lelylijn verschillend prioriteren (zie Tabel 3-1). We hebben ook gekeken naar de kenmerken van de vijf groepen. Zitten er in een bepaalde groep meer vrouwen dan mannen, meer ouderen dan jongeren of juist relatief veel mensen die in Noordelijk Nederland wonen? Klassieke socio-demografische kenmerken zoals geslacht, leeftijd, opleidingsniveau en provincie waar men woont bleken allemaal geen significante verklarende kracht te hebben voor de kans dat een deelnemer in één van de 5 groepen kan worden ingedeeld. Vier kenmerken hebben wel een significante verklarende kracht: de financiële status van een deelnemer, of mensen in een koophuis of een huurhuis wonen, de mate waarin deelnemers nu met de trein reizen en de mate waarin zij denken gebruik te gaan maken van de Lelylijn. Onder Tabel 3-1 geven we een nadere beschrijving van de vijf groepen. De LKCA laat zien dat dat er een grote groep van 34% van de deelnemers is (Groep 1) die ongeveer 9 punten toekent aan alle doelen. 9 Doelen krijgen tussen 8,4 en 10,2 punten van de gemiddelde deelnemer uit Groep 1.
Alleen ‘De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’ krijgt een stuk meer punten, terwijl ‘De Lelylijn moet de identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen’ gemiddeld 7 punten krijgt. Groep 1 scoort redelijk gemiddeld op de kenmerken. Mensen die iedere maand genoeg geld hebben zijn licht oververtegenwoordigd, terwijl mensen die iedere maand meer dan genoeg geld hebben relatief ondervertegenwoordigd zijn. Groep 2 bestaat uit 26% van de deelnemers. Deze deelnemers kennen relatief veel punten toe aan de doelen ‘De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’, ‘De Lelylijn moet de reistijd per trein tussen NoordNederland en de Randstad zo kort mogelijk maken’ en ‘De Lelylijn moet ervoor zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig’. Deelnemers uit deze groep kennen geen punten toe aan het doel ‘De Lelylijn moet de identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen’. Mensen die iedere maand meer dan genoeg geld hebben zijn relatief sterk vertegenwoordigd in deze groep, terwijl mensen die iedere maand te weinig geld hebben ondervertegenwoordigd zijn. Geen van de deelnemers uit deze groep is van plan om (vrijwel) dagelijks gebruik te maken van de Lelylijn. Groep 3 bestaat uit 19% van de deelnemers.
Deze deelnemers kennen relatief veel punten toe aan de doelen ‘De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’, ‘Het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden’ en ‘Mensen moeten zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’. Deze deelnemers vinden dus vooral dat de Lelylijn weinig overlast en kosten moet veroorzaken. Ook vinden zij het belangrijk dat de Lelylijn de identiteit van Noordelijk Nederland niet verandert. In deze groep zijn mensen oververtegenwoordigd die te weinig geld hebben, die in een huurhuis wonen en die niet van plan zijn om gebruik te maken van de Lelylijn. Groep 4 bestaat uit 13% van de deelnemers. Groep 4 lijkt sterk op Groep 2 maar is iets extremer qua prioritering. Deze deelnemers kennen relatief veel punten toe aan de doelen ‘De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’, ‘De Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noord-Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken’ en ‘De Lelylijn moet ervoor zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig’.
Deelnemers uit deze groep kennen geen punten toe aan de doelen ‘De Lelylijn moet de identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen’, ‘De Lelylijn moet eraan bijdragen dat scholen, supermarkten en andere belangrijke voorzieningen goed bereikbaar blijven voor inwoners van Noordelijk Nederland’ en ‘De Lelylijn moet Noordelijk Nederland aantrekkelijker maken voor jongeren’. Mensen die iedere maand meer dan genoeg geld hebben zijn sterk vertegenwoordigd in deze groep en dit geldt ook voor frequente treinreizigers. Groep 5 is de kleinste groep (8%). Deze deelnemers kennen heel weinig punten toe aan de doelen ‘De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’ en ‘Mensen moeten zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’. Groep 5 kent juist veel punten toe aan de doelen ‘De Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noord-Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken’ en ‘De Lelylijn moet ervoor zorgen dat de economie van (Noordelijk) Nederland sterker wordt’. Deze deelnemers vinden het voorkomen van overlast relatief onbelangrijk en vinden het juist belangrijk dat de Lelylijn de reistijd verkort en de economie versterkt. Relatief veel deelnemers wonen in een koophuis, reizen vrijwel dagelijks met de trein en zijn ook van plan om dagelijks met de Lelylijn te reizen.
31 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Tabel 3-1: Latente Klasse Clusteranalyse van de panelraadpleging die representatief is voor de Nederlandse bevolking. Onder de 4,5 punt = rood, tussen 4,5 en 6,75 punt is oranje, tussen 6,75 en 11,25 punt = geel, tussen 11,25 en 13,5 punt = lichtgroen, hoger dan 13,5 punt = donkergroen. Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
(34%)
(26%)
(19%)
(13%)
(8%)
11,7
14,5
20,2
20,7
3,7
De Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noord-Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken
9,8
12,7
7,4
15,6
18,1
De Lelylijn moet ervoor zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig
10,2
12,3
7,8
12,9
9,2
De Lelylijn moet voor inwoners van Noordelijk Nederland zorgen voor meer kansen op een fijne baan en betere bereikbaarheid van plekken waar ze naartoe willen gaan
9,5
10,7
7,1
11,7
7,4
De Lelylijn moet ervoor zorgen dat de economie van (Noordelijk) Nederland sterker wordt
9,7
8,4
5,8
9,7
13,8
8,3
7,2
13,4
13,5
5,7
8,1
7,1
12,0
9,7
1,6
De Lelylijn moet eraan bijdragen dat de overheid de bouw van nieuwe woningen meer kan verdelen over het land
9,1
9,0
5,3
6,3
9,1
De Lelylijn moet eraan bijdragen dat scholen, supermarkten en andere belangrijke voorzieningen goed bereikbaar blijven voor inwoners van Noordelijk Nederland
8,2
10,2
6,2
0,0
9,7
De Lelylijn moet Noordelijk Nederland aantrekkelijker maken voor jongeren
8,4
7,8
5,6
0,0
10,7
7,0
0,0
9,2
0,0
11,1
11%
19%
8%
19%
15%
71%
67%
67%
63%
62%
17%
15%
24%
18%
23%
4%
6%
7%
4%
8%
49%
43%
52%
42%
33%
47%
51%
41%
55%
59%
32%
32%
39%
31%
27%
63%
63%
57%
60%
58%
5%
5%
4%
9%
15%
47%
49%
57%
57%
37%
52%
51%
42%
40%
56%
2%
0%
2%
2%
7%
De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn
Het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden Mensen moeten zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn
De Lelylijn moet de identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen Kenmerken van de vijf groepen Ik heb iedere maand meer dan genoeg geld Ik heb iedere maand genoeg geld Ik heb iedere maand te weinig geld Ik woon bij iemand in huis Ik woon in een huurwoning Ik woon in een koopwoning (Bijna) nooit reizen met de trein Enkele keren per maand reizen met de trein (Vrijwel) dagelijks reizen met de trein Van plan (bijna) nooit te reizen met de Lelylijn Van plan enkele keren per maand te reizen met de Lelylijn Van plan (vrijwel) dagelijks te reizen met de Lelylijn
3.2.2 Analyse van specifieke subgroepen Uit de Latente Klasse Clusteranalyse volgt dat leeftijd en de provincie waarin deelnemers wonen geen belangrijke factoren zijn wat betreft de prioritering van de 11 doelen. De financiële status van deelnemers, de mate waarin mensen met de trein reizen en van plan zijn gebruik te maken van de Lelylijn hebben een grotere invloed. Omdat de stakeholders geïnteresseerd waren in de verschillen en overeenkomsten tussen deze subgroepen, hebben we in Tabel 3-2 uitsplitsingen gemaakt voor de subgroepen van deelnemers uit de panelraadpleging wat betreft het gemiddelde aantal punten dat een deelnemer uit iedere subgroep toekent aan de doelen. Tabel 3-2 laat zien dat er meer overeenkomsten tussen de subgroepen zijn dan verschillen. Voor alle subgroepen geldt dat de doelen
32 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
‘de natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’ en ‘de Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken’ in de top 5 staan wat betreft de toegekende punten. Als we verschillen moeten aanwijzen, zien we de volgende verschillen: • • •
• •
Inwoners van Fryslân vinden dat de overheid bij keuzes over de Lelylijn meer prioriteit moet geven aan het voorkomen dat de natuur last heeft van de Lelylijn dan inwoners van Flevoland. Inwoners van Flevoland vinden dat de overheid vooral prioriteit moet geven aan de bijdrage die de Lelylijn kan leveren aan de verdeling van de bouw van nieuwe woningen over het land. Inwoners van Groningen van 65+ vinden dat de overheid vooral moet kijken naar de bijdrage van de Lelylijn aan het versterken van de economie van (Noordelijk) Nederland, terwijl zij het voorkomen dat de Lelylijn te duur wordt relatief onbelangrijk vinden. Jongeren uit Noordelijk Nederland vinden het relatief belangrijk dat de Lelylijn een bijdrage levert aan de bereikbaarheid van belangrijke voorzieningen. Ouderen (65+) vinden het relatief belangrijk dat de Lelylijn een bijdrage levert aan het versterken van de economie van (Noordelijk) Nederland.
Tabel 3-2: Gemiddeld aantal toegekende punten aan de 11 doelen naar leeftijd en regio voor deelnemers uit de panelraadpleging. Er is geen herweging toegepast op geslacht en opleidingsniveau. Onder de 4,5 punten = rood, tussen 4,5 en 6,75 punten is oranje, tussen 6,75 en 11,25 punten = geel, tussen 11,25 en 13,5 punten = lichtgroen, hoger dan 13,5 punten = donkergroen. Groningen
Fryslân
Drenthe
Flevoland
Rest van Nederland
tot 35 jaar
35-64 jaar
65+ jaar
tot 35 jaar
35-64 jaar
65+ jaar
tot 35 jaar
35-64 jaar
65+ jaar
tot 35 35-64 jaar jaar
65+ jaar
tot 35 35-64 jaar jaar
65+ jaar
Natuur moet zo min mogelijk last hebben
11,9
12,2
10,5
14,1
13,9
15,4
12,5
15,7
12,6
10,4
13,4
9,6
15,5
15,9
13,2
Reistijd per trein zo kort mogelijk
14,0
13,7
13,4
11,6
13,1
10,1
11,6
10,1
11,0
13,8
12,5
13,7
11,6
11,2
11,1
Zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met auto/vliegtuig Inwoners van Noordelijk Nederland moeten meer kans op een fijne baan hebben Zorgen voor een sterkere economie van (Noordelijk) Nederland
9,8
9,0
11,4
7,2
9,4
9,5
9,9
9,9
10,4
9,9
10,4
10,2
11,4
10,5
11,4
11.0
10.2
11,8
10,9
10,2
10,3
9,7
11,2
9,8
11,8
10,3
10,7
9,2
9,1
9,6
8,8
11,8
15,5
9,1
9,7
11,0
7,5
12,6
13,2
6,6
10,1
11,5
6,9
8,9
11,4
Lelylijn moet niet te duur worden
8,5
6,7
4,5
8,2
7,9
7,8
8,9
7,2
9,6
8,8
8,3
8,4
10,0
10,2
8,4
6,8
6,8
5,6
8,3
8,0
7,0
9,0
7,1
5,9
9,5
7,7
5,5
9,1
7,9
7,1
6,7
5,1
6,0
6,5
5,1
6,6
6,7
5,5
7,6
9,4
8,7
10,1
8,0
8,1
9,1
9,2
6,7
5,7
10,0
7,5
7,2
8,1
5,9
5,8
7,8
7,9
7,3
7,6
7,0
6,9
7,8
7,4
6,8
6,5
6,5
6,0
8,5
6,3
7,6
6,5
7,0
8,4
6,7
6,2
7,1
5,4
10,6
7,8
7,6
8,9
9,1
7,7
8,7
6,6
5,5
4,2
4,7
4,1
5,1
4,9
Mensen moeten zo min mogelijk last hebben Bijdragen dat de bouw van nieuwe woningen meer kan worden verdeeld Basisvoorzieningen goed bereikbaar voor inwoners Noordelijk Nederland Noordelijk Nederland aantrekkelijker voor jongeren Identiteit van Noordelijk Nederland moet niet veranderen
33 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
In Tabel 3-3 hebben we een zelfde uitsplitsing gemaakt voor de open raadpleging. Ook onder groepen deelnemers uit de open raadpleging zijn de overeenkomsten groter dan de verschillen. Het doel ‘de Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken’ krijgt minimaal 11,5 punten van de gemiddelde deelnemer in alle subgroepen, terwijl het doel ‘de Lelylijn moet niet te duur worden’ laag scoort (in alle subgroepen geeft de gemiddelde deelnemer maximaal 5,2 punten). Een aantal opvallende verschillen zijn: • Inwoners uit Fryslân vinden dat de overheid relatief veel prioriteit moet geven aan het voorkomen van overlast voor mensen en aan het voorkomen dat de identiteit van Noordelijk Nederland verandert. • Net als bij de panel raadpleging vinden Inwoners van Fryslân dat de overheid bij keuzes over de Lelylijn meer prioriteit moet geven aan het voorkomen dat de natuur last heeft van de Lelylijn dan inwoners van Flevoland. • Flevolanders en de rest van Nederland vinden dat de overheid vooral prioriteit moet geven aan de bijdrage die de Lelylijn kan leveren aan de verdeling van de bouw van nieuwe woningen over het land Tabel 3-3: Aantal toegekende punten aan de 11 doelen door subgroepen uit de open raadpleging.
Onder de 4,5 punten = rood, tussen 4,5 en 6,75 punten is oranje, tussen 6,75 en 11,25 punten = geel, tussen 11,25 en 13,5 punten = lichtgroen, hoger dan 13,5 punten = donkergroen. Groningen
De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn De reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken Zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig Inwoners van Noordelijk Nederland moeten meer kans op een fijne baan hebben Zorgen voor een sterkere economie van (Noordelijk) Nederland Het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden Mensen moeten zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn Bijdragen dat de bouw van nieuwe woningen meer kan worden verdeeld Belangrijke voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven voor inwoners van Noordelijk Nederland Noordelijk Nederland moet aantrekkelijker worden voor jongeren De identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen
Fryslân
Drenthe
Flevoland
Rest van Nederland
tot 35 jaar
35-64 jaar
65+ jaar
tot 35 jaar
35-64 jaar
65+ jaar
tot 35 jaar
35-64 jaar
65+ jaar
tot 35 35-64 jaar jaar
65+ jaar
tot 35 35-64 jaar jaar
65+ jaar
9,4
12,1
10,3
12,9
19,1
19,2
8,2
12,3
18,5
10,1
8,7
9,4
10,8
13,5
13,3
21,2
19,9
17,8
14,7
11,8
11,5
17,4
17,6
13.0
13,4
13,4
12,7
18,4
16,3
14,8
14,4
12,1
13,3
10,9
9,7
11,3
14,7
11,7
13,9
11,5
12,6
13,4
18,8
16,7
15,5
13,6
11,2
10,8
11,7
8,1
8,1
12,2
10,3
8,7
13,0
12,7
11,6
11,2
10,0
10,0
10,4
11,5
12,2
9,5
8,2
8,1
12,7
12,6
10,1
8,5
12,6
13,6
8,9
11,1
11,9
2,3
3,6
4,1
3,6
4,9
4,4
4,3
5,2
4,1
4,2
4,5
4,4
3,7
4,7
4,2
4,9
6,5
6,4
8,0
10,3
9,0
3,4
5,4
6,1
7,6
6,7
5,7
3,7
4,9
4,8
5,8
4,6
6,9
5,5
4,0
5,2
5,5
5,4
6,6
7,7
8,4
10.5
9,3
9,3
10,0
4,9
3,6
3,7
5,0
3,5
3.6
3,7
3,6
3,4
8,3
7,0
5,8
4,6
4,0
4,9
7,5
5,6
7,1
7,8
5,8
6,6
9,5
7,4
6,2
8,7
8,3
8,3
8,0
6,8
7,2
5,6
9,3
7,4
10,5
14,7
13,2
8,4
8,6
9,4
7,0
5,2
4,9
2,6
2,7
3,6
34 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Uit de LKCA volgt dat de mate waarin deelnemers uit de panelraadpleging van plan zijn om gebruik te gaan maken van de Lelylijn invloed heeft op hun prioritering van de doelen. Tabel 3-4 laat zien dat mensen die (bijna) nooit van plan zijn om gebruik te maken van de Lelylijn relatief veel punten geven aan het voorkomen van overlast voor de natuur en voor mensen en het voorkomen dat de Lelylijn te duur wordt, terwijl mensen die van plan om vaak gebruik te maken van de Lelylijn relatief veel punten geven aan het versterken van de economie en ervoor zorgen dat veel mensen overstappen naar de trein. Tabel 3-4 laat zien dat er bij deelnemers aan de open raadpleging een zelfde patroon te zien is, maar hier zijn de contrasten een stuk groter. Deelnemers aan de open raadpleging die niet of nauwelijks van plan zijn om gebruik te maken van de Lelylijn kennen in totaal gemiddeld 60 punten toe aan de doelen ‘De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’, ‘Het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden’, ‘Mensen moeten zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’ en ‘De identiteit van Noordelijk Nederland moet niet veranderen’, terwijl mensen die van plan zijn om vrijwel dagelijks gebruik te maken van de Lelylijn aan deze vier doelen in totaal gemiddeld 13,5 punt toe aan deze doelen.
Deze deelnemers kennen relatief veel punten toe aan de doelen ‘De reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken’, ‘Zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig’, ‘Inwoners van Noordelijk Nederland moeten meer kans op een fijne baan hebben’ en ‘Zorgen voor een sterkere economie van (Noordelijk) Nederland’. Tabel 3-4: Aantal toegekende punten aan de 11 doelen door subgroepen uit de panelraadpleging en de open raadpleging uitgesplitst naar verwacht gebruik van de Lelylijn. Onder de 4,5 punt = rood, tussen 4,5 en 6,75 punt is oranje, tussen 6,75 en 11,25 punt = geel, tussen 11,25 en 13,5 punt = lichtgroen, hoger dan 13,5 punt = donkergroen.
Panel raadpleging Als de Lelylijn er komt, hoe vaak denk je dat je ermee gaat reizen? De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn De reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken Zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig Inwoners van Noordelijk Nederland moeten meer kans op een fijne baan hebben Zorgen voor een sterkere economie van (Noordelijk) Nederland Het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden Mensen moeten zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn Bijdragen dat de bouw van nieuwe woningen meer kan worden verdeeld Belangrijke voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven
Open raadpleging
(Vrijwel) dagelijks
Enkele keren per week
Enkele keren per maand
Enkele keren per jaar
(Bijna) (Vrijwel) nooit dagelijks
Enkele keren per week
Enkele keren per maand
Enkele keren per jaar
(Bijna) nooit
10.3
11.5
11.2
13.1
16.2
6.3
7.7
9.8
13.1
22.0
8.6
12.4
13.1
13.1
10.2
22.6
22.0
19.0
15.4
7.2
12.1
9.7
10.0
10.9
9.1
14.1
14.5
15.0
14.8
8.5
9.1
10.5
11.0
10.4
9.1
13.9
13.9
12.6
10.4
5.6
12.2
9.6
9.8
10.5
8.8
12.1
11.2
11.7
11.1
6.9
8.3
6.8
7.9
7.6
10.7
1.7
2.1
2.4
3.9
8.9
6.0
8.0
8.0
7.2
8.6
2.6
3.6
4.2
5.9
12.8
8.6
8.2
7.3
7.1
7.4
8.3
7.1
7.3
7.5
5.0
10.2
8.1
8.3
7.2
7.0
6.3
5.3
5.1
4.5
2.8
35 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
voor inwoners van Noordelijk Nederland Noordelijk Nederland moet aantrekkelijker worden voor jongeren De identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen
7.7
8.0
7.5
6.8
6.2
8.1
8.8
8.2
7.0
3.9
6.9
7.3
5.9
6.0
6.7
3.9
3.9
4.7
6.4
16.4
3.3. Resultaten discrete keuze experiment De antwoorden die de deelnemers hebben gegeven in de verschillende keuzesituaties in het tweede deel van de raadpleging zijn gebruikt om keuzemodellen te schatten. Met deze modellen kunnen we achterhalen wat voor de deelnemers het relatieve belang is van de verschillende kenmerken bij het maken van hun keuzes tussen verschillende ontwerpvarianten van de Lelylijn. Tabel 3-5 geeft een overzicht van de resultaten van de deelnemers uit de panelraadpleging. Op het aantal treinen per uur op het traject na hebben alle kenmerken een significante invloed op het keuzegedrag van de deelnemers (5% significantieniveau). Dat betekent dat we met een betrouwbaarheid van 95% kunnen aantonen dat de gemiddelde deelnemer het kenmerk meeweegt in zijn of haar advies over een ontwerpvariant van de Lelylijn. Kenmerken die een positieve invloed hebben op de keuze, hebben we een groene kleur gegeven. We geven een rode kleur mee aan kenmerken die ervoor zorgen dat een alternatief minder aantrekkelijk wordt voor de gemiddelde deelnemer. De coëfficiënten geven aan in hoeverre een kenmerk de (on)aantrekkelijkheid van een variant van de Lelylijn beïnvloedt. Dit drukken we uit in zogenaamde nutspunten.
Hoe groter het aantal nutspunten hoe groter het effect van de verandering van een kenmerk op de beslissing van de deelnemers aan de raadpleging om voor de ene of de andere variant van de Lelylijn te kiezen. Wat betekenen de nutspunten die worden gepresenteerd in Tabel 3-5? De nutspunten kunnen worden gebruikt om het relatieve belang van de kenmerken (o.a. aantal minuten reistijdwinst en aantal stations op het traject) in de keuze van een deelnemer te bepalen. We zien bijvoorbeeld dat een extra minuut reistijdwinst de gemiddelde deelnemer een nutsvoordeel van 0.021 punten oplevert en dat 100 mensen die extra overlast ervaren een negatief nut oplevert van 0,00995 nutspunten. Het nut dat deelnemers ontlenen aan het aantal tussenstations van de Lelylijn is iets lastiger te interpreteren. Alle nutspunten die in Tabel 3-5 te zien zijn gaan over de relatieve waarde die deelnemers toekennen aan het aantal tussenstations ten opzichte van een situatie dat er 1 tussenstation is. Tabel 3-5 laat zien dat 5 tussenstations het best uit de bus komt. Dit levert 0,992 nutspunten op vergeleken met het bouwen van een Lelylijn met één tussenstation. De nutspunten bij 6 tussenstations (0,900), 7 tussenstations (0,816) en 8 tussenstations (0,814) zijn lager en dat betekent dat de gemiddelde deelnemer liever 5 tussenstations heeft dan 6, 7 of 8 tussenstations.
Hoe kunnen we de informatie uit Tabel 3-5 gebruiken? Door de coëfficiënten door elkaar te delen verkrijgen we het relatieve belang van de kenmerken ten opzichte van elkaar. De gemiddelde deelnemer vindt een reistijdwinst van 1 minuut even belangrijk als het voorkomen van overlast voor 200 mensen (0,021 / 0,00995). En de gemiddelde deelnemer vindt een keuze voor 2 tussenstations in plaats van 1 tussenstation even belangrijk als 24,5 minuut reistijdwinst (0,515 / 0,021). En de gemiddelde deelnemer vindt een keuze voor 3 tussenstations in plaats van 2 tussenstations even belangrijk als 6 minuten reistijdwinst ((0,641 – 0,515)/0,021). Dit betekent dat wanneer een keuze voor 3 tussenstations in plaats van 2 tussenstations zou betekenen dat de reistijd van de Lelylijn 7 minuten langer wordt, dan heeft de gemiddelde deelnemer liever geen 3 tussenstations. Wanneer een keuze voor 3 tussenstations in plaats van 2 tussenstations zou betekenen dat de reistijd van de Lelylijn 5 minuten langer wordt, dan heeft de gemiddelde deelnemer liever wel 3 tussenstations in plaats van 2 tussenstations. Figuur 3-3 geeft de voorkeuren van deelnemers voor het aantal tussenstations van de trein die het vaakst stopt weer.
36 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Figuur 3-3: Voorkeuren voor het aantal tussenstations van de trein op de Lelylijn die het vaakst stopt
De nutspunten kunnen ook worden gebruikt om te bepalen hoeveel belastinggeld deelnemers vinden dat er moet worden uitgegeven aan de Lelylijn als deze bepaalde kenmerken heeft. We zien in Tabel 3-5 dat een minuut extra reistijd leidt tot een nutsverlies van 0,021 nutspunten. Dit kunnen we delen door het nutsverlies van een euro extra belastinggeld dat per huishouden wordt uitgegeven aan de Lelylijn (0,000700 nutspunten) waardoor we kunnen bepalen dat de gemiddelde deelnemer vindt dat er 30 euro per huishouden aan belastinggeld mag worden uitgegeven aan een minuut reistijdwinst die door de Lelylijn wordt gerealiseerd. Als we dit vermenigvuldigen met 8 miljoen huishoudens, dan komen we uit op een bedrag van 240 miljoen euro aan belastinggeld voor een minuut reistijdwinst of 4,86 miljard euro aan belastinggeld voor 20 minuten reistijdwinst. Tabel 3-5: Resultaten van het discrete keuze-experiment Kenmerk
Omschrijving
Reistijd
Hoeveel korter wordt de reistijd tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden?
Per extra minuut: 0,021
2 tussenstations
De trein die het vaakst stopt tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden stopt op 2 tussenstations in plaats van op 1 tussenstation
0,515
3 tussenstations
De trein die het vaakst stopt tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden stopt op 3 tussenstations in plaats van op 1 tussenstation
0,641
4 tussenstations
De trein die het vaakst stopt tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden stopt op 4 tussenstations in plaats van op 1 tussenstation
0,829
5 tussenstations
De trein die het vaakst stopt tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden stopt op 5 tussenstations in plaats van op 1 tussenstation
0,992
6 tussenstations
De trein die het vaakst stopt tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden stopt op 6 tussenstations in plaats van op 1 tussenstation
0,900
7 tussenstations
De trein die het vaakst stopt tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden stopt op 7 tussenstations in plaats van op 1 tussenstation
0,816
8 tussenstations
De trein die het vaakst stopt tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden stopt op 8 tussenstations in plaats van op 1 tussenstation
0,814
Aantal treinen
Hoeveel treinen rijden er per uur over de Lelylijn?
Geen significant effect
Overlast
Hoeveel mensen hebben last van de Lelylijn?
Per 100 extra personen: -0.00995
Kosten
Hoeveel belastinggeld mag de overheid per huishouden uitgeven?
Per extra euro belastinggeld per huishouden: -0.000700
Bereikbaarheid
Hoeveel huishoudens kunnen een supermarkt en een basisschool binnen 15 minuten bereiken?
Per procentpunt extra aan huishoudens: 0.00581
37 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Nutspunten
De gemiddelde Nederlander vindt het acceptabel als er 8,30 euro per huishouden aan belastinggeld wordt geïnvesteerd in ervoor zorgen dat 1 procentpunt extra van de huishoudens van Noordelijk Nederland een supermarkt en een basisschool kunnen bereiken binnen 15 minuten (0,00581 / 0,000700). En het voorkomen van overlast voor 100 mensen vindt de gemiddelde deelnemer 14,20 euro aan belastinggeld per huishouden waard (0,00995 / 0,000700). Het doel van het discrete keuzemodel waarvan de antwoorden zijn weergegeven in Tabel 3-5 is het zo goed mogelijk beschrijven van de keuzes die deelnemers hebben gemaakt in het tweede deel van de raadpleging. Vervolgens kan de validiteit van de schattingen worden gecontroleerd door te kijken of ze corresponderen met de keuzes die deelnemers daadwerkelijk hebben gemaakt in de raadpleging. Tabel 3-6, Tabel 3-7 en Tabel 3-8 laten zien hoeveel deelnemers bij één keuzesituatie Varianten 1 en 2 van de Lelylijn adviseerden en hoeveel deelnemers adviseerden om geen Lelylijn aan te leggen. Tabel 3-6 laat zien dat bij één keuzesituatie die voorkwam in de raadpleging 83% van de deelnemers één van de varianten van de Lelylijn adviseerde en 17% adviseert om geen Lelylijn aan te leggen als dit de varianten zijn.
Dit voorbeeld laat goed zien dat verschillende kenmerken van de Lelylijn van belang zijn voor het advies dat deelnemers geven en dat er verschil van inzicht bestaat tussen de deelnemers over welke variant van de Lelylijn moet worden gekozen. 40% van de deelnemers heeft liever een snelle Lelylijn die relatief veel belastinggeld kost en waarvan relatief veel mensen overlast hebben (variant 2). Een ongeveer even grote groep (43%) heeft liever variant 1 die tot wat minder reistijdwinst leidt, maar ook minder belastinggeld kost en tot minder overlast leidt. Tabel 3-6: Illustratie welke keuzes deelnemers maken bij 1 van de keuzetaken uit onderdeel 2 van de raadpleging
Tabel 3-7 geeft een ander voorbeeld van het aantal deelnemers dat een bepaald advies geeft bij één van de keuzesituaties. In dit geval is er een duidelijke voorkeur bij de deelnemers voor Variant 2. Dit is logisch gegeven het resultaat uit Tabel 3-5 dat deelnemers een afkeer hebben van slechts 1 tussenstation en het feit dat Variant 1 slechter scoort in termen van investering van belastinggeld en overlast. Tabel 3-7: Illustratie welke keuzes deelnemers maken bij 1 van de keuzetaken uit onderdeel 2 van de raadpleging
38 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Tabel 3-8 laat een keuzesituatie zien die sterk lijkt op de keuzesituatie getoond in Tabel 3-7, maar deze keuzesituatie is iets extremer. De verschillen in reistijdwinst zijn groter (Variant 1 is een stuk sneller dan Variant 2) en de verschillen in overlast zijn groter (een stuk meer mensen hebben overlast van Variant 1 dan van Variant 2). Het percentage deelnemers dat kiest voor Variant 1 en 2 is ongeveer gelijk als bij de keuzesituatie getoond in Tabel 3-7. Uit deze keuzesituatie kan worden afgeleid dat deelnemers graag een snelle Lelylijn willen, maar niet onder elk beding. Als de snelle variant maar één tussenstation heeft tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden, als veel mensen overlast ervaren van deze variant en de kosten erg hoog zijn, dan hebben deelnemers liever een wat minder snelle variant van de Lelylijn. Tabel 3-8: Illustratie welke keuzes deelnemers maken bij 1 van de keuzetaken uit onderdeel 2 van de raadpleging
In dit rapport zijn alleen de resultaten van basiskeuzemodellen weergegeven voor de deelnemers van de panelraadpleging. In wetenschappelijke publicaties zullen ook de resultaten van verfijndere discrete keuzemodellen worden opgenomen.
39 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
4. Kwalitatieve resultaten Nadat de deelnemers aan de raadpleging punten hadden verdeeld over de 11 doelen van de Lelylijn werd ze gevraagd om hun keuzes te onderbouwen. In sectie 4.1 analyseren we de argumenten die de deelnemers gaven bij hun keuzes om wel of geen punten toe te kennen aan de doelen. Vervolgens analyseren we in sectie 4.2 welke zorgen en kansen deelnemers zien voor de Lelylijn en welke adviezen ze nog meer aan de overheid willen geven over de Lelylijn. Dit hebben we uitgevraagd in drie losse open vragen na de PWE-keuzetaak.
4.1 Argumenten bij de 11 doelen van de PWE De kwalitatieve data van de PWE-keuzetaak analyseerden we met content analyse. Dit deden we in twee fases. In de eerste fase stelde een team van codeerders een overzicht op van de typen argumenten dat door deelnemers wordt genoemd bij de onderbouwing van de keuzes voor maatregelen. Hiertoe namen de codeerders een willekeurige reeks argumenten door met als doel te komen tot een dekkende reeks categorieën per maatregel. Zij zijn doorgegaan met het analyseren van nieuwe argumenten totdat verzadiging optrad in de categorieën. In de tweede fase hebben (andere) codeerders in overleg de categorieën definitief gemaakt en ingedeeld in een aantal hoofdcategorieën. Hieronder geven we per doel in tabellen weer welke argumenten werden genoemd door deelnemers die veel punten toekenden aan een doel en deelnemers die geen punten toekenden aan een doel. Het aantal bolletjes geeft weer hoe vaak een argument voorkwam. De argumenten die het minst vaak voorkwamen geven we 1 bolletje. De argumenten die het vaakst voorkwamen geven we 5 bolletjes. In Bijlage 3 worden deze argumenten verder uitgewerkt en geïllustreerd met quotes.
4.1.1 De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn Het vaakst genoemde argument door deelnemers die veel punten toekenden is dat de Lelylijn niet ten kosten mag gaan van de natuur. Deelnemers zien dit vaak als een fundamentele voorwaarde die niet nader hoeft te worden toegelicht. Ook wordt door veel deelnemers benadrukt dat de Lelylijn geen schade mag aanrichten omdat de natuur nu al onder druk staat. De meeste deelnemers die geen punten geven aan dit doel benadrukken dat de natuureffecten beperkt zullen zijn als de Lelylijn langs de bestaande snelwegen zal lopen. Tabel 4.1.1 Argumenten bij dit doel Argumenten van deelnemers die veel punten gaven
Argumenten van deelnemers die geen punten gaven
•••••
Mag niet ten kosten gaan van natuur
•••
••••
De natuur staat al onder druk
•••
••••
Natuur boven alles
••
•••
Leg de Lelylijn aan met een goede inpassing in
•
Agrariërs moeten weg maar er wordt wel een
•
Maak een zorgvuldige afweging tussen natuur
het landschap
Lelylijn gebouwd
en andere belangen
40 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Geen probleem als de Lelylijn langs de bestaande snelwegen komt te lopen Belang van natuur is (relatief) overdreven Natuur / milieu zal juist profiteren van de Lelylijn
••
Natuur valt te compenseren
•
Natuur past zich er vanzelf op aan
4.1.2 De reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken Het valt op dat bij dit doel veel verschillende argumenten worden genoemd om te onderbouwen wanneer er veel punten zijn toegekend, terwijl er maar weinig deelnemers zijn die onderbouwen waarom ze geen punten toekennen aan dit doel. Veel deelnemers zeggen dat de Lelylijn weinig zal opleveren als de reistijdwinst klein is. Tabel 4.1.2 Argumenten bij dit doel Argumenten van deelnemers die veel punten gaven
Argumenten van deelnemers die geen punten gaven
•••
Zonder reistijdwinst levert de Lelylijn weinig op
••
•••
Reistijdwinst levert andere voordelen op
••
•••
Goed voor woon-werk verkeer
•
•••
Dit maakt het makkelijker om vrienden, familie
••
Reistijdwinst is nodig om de bereikbaarheid te
••
Een snelle trein draagt niet bij aan betere bereikbaarheid Bereikbaarheid is goed genoeg
of evenementen in de Randstad te bezoeken
verbeteren Tijd is geld, dus hoe sneller hoe beter Zonder
••
Reistijd is van ondergeschikt belang
aanzienlijke
reistijdwinst
zullen
mensen alternatieven voor de trein blijven gebruiken
•• •
Zo wordt de Lelylijn een verbinding naar andere voorzieningen Noordelijk Nederland heeft hier recht op Reistijdwinst is nodig om aantrekkingskracht
•
Noordelijk
Nederland
voor
jongeren
te
verbeteren
4.1.3 Zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig De meeste deelnemers die veel punten aan dit doel geven stellen dat de Lelylijn hierdoor een positieve bijdrage levert aan het de klimaatdoelen en het milieu. Wel is er een groep deelnemers die als voorwaarde noemt dat er naast de Lelylijn meer in spoorinfrastructuur wordt geïnvesteerd. Deelnemers die geen punten geven hebben er geen vertrouwen in dat de Lelylijn ervoor zal zorgen dat mensen vaker met de trein zullen reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig. Sommigen denken zelfs dat de Lelylijn zal leiden tot frequenter gebruik van het vliegtuig.
41 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Tabel 4.1.3 Argumenten bij dit doel Argumenten van deelnemers die veel punten gaven
••••• •••••
Argumenten van deelnemers die geen punten gaven
Belangrijk om bij te dragen aan klimaatdoelen Nodig want treinreizen is beter voor het milieu dan de auto / vliegen
•••
Gaat niet helpen
••
Het openbaar vervoer is te duur
••
Nodig want de wegen zijn al vol genoeg
••
De trein is geen praktisch vervoersmiddel
••
Kansrijk, maar naast de Lelylijn zijn er extra
•
Mensen moeten zelf kunnen bepalen welk
•
Betere
•
Mensen gaan juist meer vliegen als er een
investeringen nodig in spoorinfrastructuur (multimodale)
bereikbaarheid
Noordelijk Nederland
vervoersmiddel ze gebruiken
Lelylijn komt
4.1.4. Inwoners van Noordelijk Nederland moeten meer kans op een fijne baan hebben De meeste deelnemers die veel punten aan dit doel geven zeggen dat het vergroten van de kans op een fijne baan voor inwoners van Noordelijk Nederland de werkgelegenheid vergroot voor inwoners van Noordelijk Nederland, en dat het ook zorgt voor een eerlijkere verdeling van welvaart over Nederland. Door deelnemers die geen punten geven aan dit doel worden verschillende argumenten vaak genoemd. Zo stellen deelnemers dat de economie van Noordelijk Nederland sterk genoeg is of dat deze beter op andere manieren kan worden gestimuleerd dan via de Lelylijn. Tabel 4.1.4 Argumenten bij dit doel Argumenten van deelnemers die geen punten gaven
•••••
Meer
werkgelegenheid voor mensen
Noordelijk
Nederland
als
de
rest
Argumenten van deelnemers die geen punten gaven in van
•••••
De economie is sterk genoeg / geen groei nodig
Nederland beter bereikbaar wordt
•••••
Zorgen dat Noordelijk Nederland niet meer achterloopt op de rest van het land: een
•••••
eerlijke verdeling
•••• •••
Zorgen dat Noordelijk Nederland erkent wordt door de rest van Nederland Goed voor de economie van Nederland
•••
De Lelylijn is goed voor de ontwikkeling van de
•••
Meer bedrijven en werkgelegenheid behouden
economie van Noordelijk Nederland
in Noordelijk Nederland
42 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
•••••
Dit kan beter op andere manieren worden gestimuleerd
De Lelylijn gaat hier niet aan bijdragen
•••••
We hoeven niet verder weg van werk te gaan
•••••
Dit levert extra inwoners in Noord Nederland op
wonen
en dat is niet gewenst
••
Meer werkgelegenheid als buitenland beter
••
Hierdoor
•• •
bereikbaar wordt blijven
meer
jongeren
/
hoogopgeleiden in Noordelijk Nederland Betere spreiding van wonen/werken Verminderen van de psychologische afstand tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland
4.1.5 Zorgen voor een sterkere economie van (Noordelijk) Nederland Deelnemers die veel punten geven aan dit doel geven vooral aan dat volgens hen het vestigingsklimaat verbetert door de Lelylijn. Ook wordt hier regelmatig genoemd dat deelnemers de Lelylijn als compensatie zien voor de aardbevingen als gevolg van de gaswinning. Veel deelnemers die geen punten geven stellen dat er meer nodig is dan de Lelylijn om de economie van Noordelijk Nederland te versterken. Ook zijn er deelnemers die vinden dat de economie al sterk genoeg is of dat de kracht van de economie niet zo belangrijk is. Tabel 4.1.5 Argumenten bij dit doel Argumenten van deelnemers die veel punten gaven
•••••
Door de Lelylijn zal het vestigingsklimaat in
••••
Goede infrastructuur draagt bij aan een sterke
••••
Noordelijk Nederland moet aantrekkelijker
••••
Noordelijk Nederland verbeteren
economie
worden Eerlijkere verdeling van kansen in Nederland
•••
Dit is nodig voor een betere verdeling van
•••
Jongeren zullen naar Noordelijk Nederland
•••
Compensatie voor de aardbevingen of de
•••
Door de Lelylijn kan de internationale handel
••
Dicht de kloof tussen Noordelijk Nederland en
wonen en werken in Nederland
verhuizen als er meer werkgelegenheid is
onttrekking van gasbaten uit de regio
toenemen
de rest van Nederland
43 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Argumenten van deelnemers die geen punten gaven
••••
Lelylijn kan hier niet (alleen) voor zorgen
••••
Economie is sterk genoeg
•••
Economie is niet zo belangrijk
••
Andere opties om de economie te versterken
••
Dat zal automatisch gebeuren door de aanleg
dan de Lelylijn
van de Lelylijn
••
Door goederenvervoer over de Lelylijn te laten rijden
4.1.6 Het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden Deelnemers die veel punten geven noemen vooral dat ze het belangrijk vinden dat de kosten van de Lelylijn niet over het budget heen gaan. Ook is er een grote groep die vindt dat het geld beter kan worden besteed. Veel deelnemers geven geen punten aan dit doel en ze noemen verschillende argumenten. Het meest genoemde argument is dat deelnemers vinden dat er meer moet worden gekeken naar de opbrengsten dan naar de kosten. Daarbij geven veel deelnemers aan dat het onrechtvaardig zou zijn als er in de besluitvorming sterk naar de kosten van de Lelylijn zou worden gekeken. Deze deelnemers vinden dat er in het verleden bij projecten in de Randstad zoals de Noord/Zuidlijn en de HSL Zuid ook veel geld is uitgegeven en dat het Noorden van Nederland nu aan de beurt is om een grote investering te ontvangen. Zeker omdat de rest van het land sterk heeft geprofiteerd van de aardgasbaten, terwijl het Noorden vooral de lasten heeft gedragen. Tabel 4.1.6 Argumenten bij dit doel Argumenten van deelnemers die veel punten gaven
Argumenten van deelnemers die geen punten gaven
•••••
Niet over het budget heen
•••••
••••
We kunnen het geld beter besteden
•••
Investeren in duurzaamheid (en dus OV) is
••
Het moet wel voldoende opleveren
•••
Noordelijk Nederland heeft hier recht op, heeft
•••
Goedkoop is duurkoop (zorg voor toekomst-
••
Kosten zijn voor dergelijke projecten in andere
Kijk naar de opbrengsten niet naar de kosten
belangrijk
te lang geen investeringen gekregen
bestendigheid)
regio’s ook van ondergeschikt belang De Lelylijn moet er komen om de kloof tussen
••
de Randstad en Noordelijk Nederland te verminderen en te zorgen voor een eerlijkere welvaartsverdeling
•
Nu doorpakken en de Lelylijn aanleggen is goedkoper dan elke keer weer een nieuw onderzoek en nieuwe discussies