24.144 BL Rapport-Lelylijnraadpleging-15052023
Tekst van het document
Uitkomsten van de Lelylijnraadpleging
Datum: 15-05-2023
Dit onderzoek is uitgevoerd door Populytics, een startup van de TU Delft in samenwerking met Decisio en MOVE Mobility
Niek Mouter Martijn de Vries Aylin Munyasya Charlotte Tuit Niels Hoefsloot Floortje Cieraad Freek Lier Henk Tromp
www.populytics.nl
2 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Inhoud Samenvatting ___________________________________________________________________________ 4 1. Introductie __________________________________________________________________________ 15 2. Methodologie ________________________________________________________________________ 16 2.1. Waarderen van overheidsbeleid vanuit breed welvaart ________________________________________ 16 2.2. Opzet van dit onderzoek ________________________________________________________________ 18 2.3. Dataverzameling _____________________________________________________________________ 23 2.4. Socio-demografische gegevens van de deelnemers __________________________________________ 24 3. Resultaten ___________________________________________________________________________ 28 3.1. Welke doelen vinden deelnemers het meest belangrijk? _______________________________________ 28 3.2. Welke verschillen zien we tussen groepen deelnemers? _______________________________________ 30 3.3. Resultaten discrete keuze experiment _____________________________________________________ 36 4. Kwalitatieve resultaten ________________________________________________________________ 40 4.1. Argumenten PWE _____________________________________________________________________ 40 4.2. Kansen, zorgen en overige adviezen ______________________________________________________ 48 5.
Ervaring onderzoek ___________________________________________________________________ 53 Referenties ____________________________________________________________________________ 56
3 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Samenvatting Op 16 juni 2022 hebben de Rijksoverheid en de regio Noordelijk Nederland afgesproken om te starten met een onderzoek naar de Lelylijn in het kader van het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). In dit MIRT-onderzoek zal in de huidige kabinetsperiode uitwerking worden gegeven aan de ambitie uit het Coalitieakkoord om op termijn een Lelylijn aan te leggen in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland. In de Bouwstenen voor het Deltaplan doet Noordelijk Nederland een voorstel in reactie op de nationale opgaven op het gebied van woningbouw en economische structuurversterking. Het MIRT-onderzoek vormt de basis voor een nog deze kabinetsperiode te nemen go/no go-beslissing voor een MIRT-verkenning. Een inwonersraadpleging op basis van de Participatieve Waarde Evaluatie methode Wat zien inwoners als belangrijkste voordelen en nadelen van de Lelylijn? Welke kansen zien ze en welke zorgen hebben ze? Waar moet de overheid volgens inwoners rekening mee houden bij het nadenken over de Lelylijn? Is het voor inwoners vooral belangrijk dat de Lelylijn stopt op veel stations, dat de reistijd zo kort mogelijk is of dat zo min mogelijk inwoners overlast ervaren? Dit is onderzocht via een inwonersraadpleging. De raadpleging is uitgevoerd op basis van de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) methode.
De essentie van de PWE methode is dat inwoners een advies kunnen geven over een keuzevraagstuk van de overheid. Inwoners worden als het ware op de stoel van de overheid gezet. Het keuzevraagstuk van een overheid wordt nagebootst in een online omgeving. Vervolgens wordt aan inwoners gevraagd wat zij zouden adviseren als zij in de schoenen van de beleidsmaker zouden staan. In deze PWE onderzoeken wij op welke waarden en effecten inwoners vinden dat de overheid moet sturen in het ontwerp- en besluitvormingstraject rond de Lelylijn. Ook kunnen deelnemers aangeven in welke mate zij ontwerpkeuzes zoals het aantal tussenstations, de reistijd en de mate waarin de omgeving overlast ervaart belangrijk vinden bij het maken van keuzes. De raadpleging heeft in deze fase als doel om te achterhalen wat mensen belangrijk vinden bij het maken van keuzes over de Lelylijn en niet om precies te meten hoeveel mensen voorstander of tegenstander zijn van de Lelylijn. Doel van de PWE: verbinden van de tekentafel met 11.000 keukentafels De raadpleging is uitgevoerd in opdracht van het Projectteam Lelylijn. Het Projectteam Lelylijn is een samenwerking van de rijksoverheid en de regionale overheden van Noordelijk Nederland. Het doel van de PWE is om ‘de tekentafel’ en ‘de keukentafel’ met elkaar te verbinden.
In de PWE zien inwoners (de keukentafel) welke afwegingen de ontwerpers en de beleidsmakers aan de tekentafel moeten maken. Vanuit dit perspectief laten inwoners in hun advies weten aan de ontwerpers wat zij belangrijk vinden. Als de ontwerpers aan de tekentafel plaatsnemen om varianten uit te werken, kunnen zij gebruikmaken van de adviezen die vanuit meer dan 11.000 keukentafels zijn gegeven. De ontwerpers en de beleidsmakers worden dus in staat gesteld om hun ontwerpen zo goed mogelijk te laten aansluiten bij de waarden, voorkeuren en zorgen van inwoners. Waarderen van overheidsbeleid vanuit een breed welvaartsbegrip De PWE methode sluit sterk aan bij het beoordelen van overheidsbeleid vanuit een breed welvaartsperspectief. Het Centraal Bureau voor de Statistiek definieert ‘brede welvaart’ als volgt: “brede welvaart betreft de kwaliteit van leven hier en nu en de mate waarin deze kwaliteit ten koste gaat van de brede welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld”. Brede welvaart gaat over alles wat mensen van waarde vinden, met andere woorden, alles dat van invloed is op het welzijn van mensen, in brede zin. Het brede welvaartsperspectief vraagt om een blikverruiming wat betreft de effecten van mobiliteitsbeleid die moeten worden meegenomen in de beoordeling en de manier waarop deze effecten moeten worden afgewogen.
Dit doet de PWE op een aantal manieren. Ten eerste kijkt de PWE niet alleen naar de effecten van een overheidsproject die in euro’s kunnen worden uitgedrukt, maar naar alles wat inwoners belangrijk vinden. De PWE biedt ruimte om alles wat mensen van waarde vinden mee te nemen in de beleidsafweging. Denk hierbij aan rechtvaardigheidsoverwegingen en verdelingsvraagstukken, zoals het vergroten van kansengelijkheid en het behouden van een minimale toegankelijkheid van basisvoorzieningen. In een PWE hebben effecten die moeilijk in euro’s kunnen worden
4 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
uitgedrukt (zoals natuur, milieu en de mogelijkheid om uiting te geven aan de eigen identiteit) eenzelfde positie als effecten zoals reistijdwinst die wel makkelijk in geld kunnen worden uitgedrukt. Daarbij sluit PWE aan bij het brede welvaartsperspectief omdat beleidsopties en effecten in samenhang worden beoordeeld. Beleid wordt vanuit een integraal perspectief beoordeeld en niet vanuit een sectoraal perspectief. Tot slot onderzoekt een PWE wat inwoners daadwerkelijk van waarde vinden en wat belangrijk is voor hun welzijn. Hiermee biedt een PWE de mogelijkheid om de subjectieve welvaartsbeleving van bevolkingsgroepen toe te voegen aan de beleidsontwikkeling. PWE gaat verder dan de ‘modelwerkelijkheid’ en de focus op keuzes die mensen in hun rol als consument maken. Een grote en brede groep inwoners wordt actief betrokken bij de beleidsevaluatie door te onderzoeken hoe zij waarden rond een vraagstuk prioriteren en wat voor voorkeuren en zorgen zij hebben. Waarden, voorkeuren en zorgen die niet of onvoldoende in de modellen voorkomen kunnen burgers wel uiten in een PWE. Daarmee voorkom je dat belangrijke waarden, voorkeuren en zorgen worden gemist in de beleidsafweging. Drie onderdelen De Lelylijnraadpleging bestond uit 3 delen. In deel 1 kregen deelnemers de vraag waar de overheid volgens hen vooral rekening mee moet houden bij het maken van keuzes over de Lelylijn.
De deelnemers kregen 11 doelen te zien waar de overheid rekening mee kan houden en ze konden hier 100 punten over verdelen (zie Figuur 1 voor een overzicht van de 11 doelen). Wanneer ze vonden dat de overheid ergens veel rekening mee moet houden, konden ze hieraan veel punten geven. Als ze vonden dat de overheid ergens juist geen rekening mee moet houden, dan konden ze nul punten geven. Nadat deelnemers hun punten hadden verdeeld werd hen gevraagd om de gemaakte keuzes toe te lichten. In het tweede deel van de raadpleging werd aan de deelnemers 5 keer gevraagd om een keuze te maken tussen 2 varianten van de Lelylijn. De varianten verschilden op een aantal kenmerken, zoals de reistijd van de snelste trein op de Lelylijn, hoeveel treinen er per uur op de Lelylijn rijden en wat de kosten zijn. Ook konden deelnemers aangeven dat ze allebei de varianten niet zagen zitten. Op basis van de gemaakte keuzes kunnen we afleiden welke inrichtingskeuzes deelnemers belangrijk vinden bij het ontwerpen van de Lelylijn. In het derde deel van de raadpleging konden deelnemers aangeven wat zij als de belangrijkste voordelen en nadelen van de Lelylijn zien, welke kansen zij zien en welke zorgen zij hebben. Ook is aan deelnemers gevraagd of zij nog andere oplossingen zien om de doelen te bereiken die zij belangrijk vonden in de raadpleging.
Representatieve raadpleging en open raadpleging Een PWE-raadpleging wordt enerzijds gedaan door een geselecteerde groep deelnemers en anderzijds kunnen alle inwoners die geïnteresseerd zijn deelnemen aan een open raadpleging. In de raadpleging met geselecteerde deelnemers worden mensen random getrokken uit een internetpanel. Deze deelnemers krijgen een vergoeding voor hun deelname en worden zo geselecteerd dat de resultaten representatief zijn voor de bevolking op de kenmerken geslacht, leeftijd en opleidingsniveau. Bij de open raadpleging kan iedereen meedoen en vindt een dergelijke selectie niet plaats. De belangrijkste reden om een open raadpleging te doen is dat iedereen kan meedoen die zijn stem wil laten horen. Een nadeel van deze open raadpleging is dat het waarschijnlijk is dat inwoners die een groot belang en interesse hebben in het onderwerp oververtegenwoordigd zijn onder de deelnemers. Beleidsmakers willen echter vaak ook weten hoe deelnemers met een minder sterke mening publieke waarden en effecten afwegen rond het beleidsdilemma dat onderwerp is van de raadpleging. Daarom is het belangrijk om de raadpleging ook te doen met een groep uit een panel die zo geselecteerd is dat deelnemers representatief zijn voor de bevolking op de kenmerken geslacht, leeftijd en opleidingsniveau.
Een nadeel van een raadpleging met een representatieve groep is dat er mogelijk weinig mensen tussen zitten die veel over het onderwerp hebben nagedacht. De open raadpleging voorziet daar weer beter in. Omdat deelnemers aan de open raadpleging vaak dieper hebben nagedacht over de waarden die zij belangrijk vinden rond een bepaald onderwerp, wil je juist dat ook deze mensen deelnemen aan de raadpleging. Kortom, zowel een open raadpleging als een raadpleging met een geselecteerde groep hebben voor- en nadelen en daarom hebben we beide vormen gecombineerd.
5 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
De Lelylijnraadpleging bestond uit twee geselecteerde groepen en één open groep. 7.459 Nederlanders deden mee aan de open raadpleging. Eén groep van 1.635 Nederlanders was zo geselecteerd dat de uitkomsten representatief zijn voor de Nederlandse populatie als geheel op de kenmerken leeftijd, geslacht en opleidingsniveau. De andere geselecteerde groep, bestaande uit 2.260 inwoners van Noordelijk Nederland, geeft representatieve uitkomsten voor de bevolking van Noordelijk Nederland op dezelfde drie kenmerken. Wanneer je representatieve en betrouwbare uitspraken wilt doen over de voorkeuren van Nederlanders over de Lelylijn, dan is het niet per se nodig om alle Nederlanders te bevragen. Het is ook mogelijk om de raadpleging met een steekproef te doen die als het ware een miniatuur vormt van de bevolking. Dat is het geval bij de hierboven beschreven geselecteerde groepen. Uiteraard zijn er altijd onzekerheden als je uitspraken wilt doen over de voorkeuren van een grotere groep (heel Nederland) op basis van het raadplegen van een kleinere groep (1.635 deelnemers aan de raadpleging). De onzekerheden bespreken we verder bij de resultaten.
Resultaten Aan welke doelen van de Lelylijn geven deelnemers prioriteit? Figuur 1 laat voor de drie geraadpleegde groepen zien hoeveel punten zij gemiddeld toekenden aan de 11 doelen (de geselecteerde groep inwoners die representatieve uitkomsten geeft voor de Nederlandse bevolking, de geselecteerde groep inwoners die representatieve uitkomsten geeft voor inwoners van Noordelijk Nederland en de deelnemers aan de open raadpleging). Een eerste resultaat is dat alle 11 de doelen van de Lelylijn van belang zijn volgens de deelnemers aan de raadpleging. In de raadpleging konden deelnemers 100 punten verdelen over 11 doelen. Als deelnemers alle doelen even belangrijk zouden vinden, dan zouden ze alle doelen 9 punten geven. Deze 9 punten noemen we de ‘uitgangswaarde’. Een doel is voor deelnemers relatief onbelangrijk als ze er 4,5 punt of minder aan toekennen (de helft van de uitgangswaarde van 9 punten) en een doel is relatief belangrijk als ze er 13,5 punt of meer aan toekennen (150% van de uitgangswaarde). Figuur 1 laat zien dat de gemiddelde deelnemer uit de groep die representatieve uitkomsten geeft voor de Nederlandse bevolking aan alle doelen minimaal 4,5 punten toekent. De gemiddelde deelnemer uit de representatieve groep voor Noordelijk Nederland geeft zelfs aan alle doelen minimaal 6 punten.
Omdat geen van de doelen onder de 4,5 puntengrens komt, kunnen we concluderen dat alle doelen van belang zijn volgens deelnemers aan de raadpleging. Figuur 1: Aantal toegekende punten aan de 11 doelen door de groepen die representatieve uitkomsten geven voor Nederland en Noordelijk Nederland en de deelnemers aan de open raadpleging. De lichter gekleurde uiteinden van de balkjes laten de onzekerheid zien. We kunnen bijvoorbeeld met 95% zekerheid zeggen dat de gemiddelde Nederlander tussen de 14,2 en 15,8 punten geeft aan het doel ‘de natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn’.
6 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Ten tweede vinden deelnemers natuur, milieu en een korte reistijd zeer belangrijke waarden bij keuzes over de Lelylijn. Zowel in de open raadpleging als in de raadpleging die representatief is voor Nederland vormen deze drie doelen de top-3. Inwoners vinden het dus belangrijk dat de Lelylijn een snelle verbinding wordt die positieve effecten heeft op het milieu en geen of zo min mogelijk schade toebrengt aan de natuur. Het valt op dat er nauwelijks verschillen zijn tussen de geselecteerde groepen uit Nederland en Noordelijk Nederland (zie figuur 1). Een derde conclusie is daarom dat inwoners die wel en niet in Noordelijk Nederland wonen ongeveer hetzelfde denken over wat belangrijk is bij keuzes over de Lelylijn. Er is ook weinig verschil tussen jong en oud, man of vrouw, praktisch geschoold en theoretisch geschoold en tussen inwoners van Fryslân, Drenthe, Flevoland en Groningen en inwoners uit de rest van Nederland wat betreft prioritering van de doelen van de Lelylijn. Inwoners van Noordelijk Nederland vinden het vergeleken met de gemiddelde Nederlander wel relatief belangrijk dat de identiteit van Noordelijk Nederland niet verandert.
Ze vinden het ook relatief belangrijk dat de Lelylijn de economie van (Noordelijk) Nederland versterkt en ervoor zorgt dat inwoners van Noordelijk Nederland meer kans hebben op een fijne baan en dat plekken waar ze naartoe willen gaan beter bereikbaar worden. De groep die representatief is voor Nederland vindt het relatief belangrijk dat de Lelylijn niet te duur wordt. De doelen die hoog scoren in de representatieve raadpleging scoren ook hoog in de open raadpleging. Deelnemers aan de open raadpleging geven relatief weinig punten aan de doelen ‘het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden’ en ‘de Lelylijn moet eraan bijdragen dat belangrijke voorzieningen goed bereikbaar blijven voor inwoners van Noordelijk Nederland’ en ze kennen relatief veel punten toe aan ‘de Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland zo kort mogelijk maken’. Dit laatste komt voornamelijk doordat het percentage deelnemers dat van plan is vaak gebruik te gaan maken van de Lelylijn relatief groot is in de open raadpleging. Deelnemers die van plan zijn om minimaal een aantal keer per maand met de Lelylijn te reizen geven relatief veel punten aan dit doel (gemiddeld 19 punten).
Deelnemers die weinig of geen punten toekennen aan het doel ‘de Lelylijn moet niet te duur worden’ noemen vaak als reden dat het onrechtvaardig zou zijn als er in de besluitvorming sterk naar de kosten van de Lelylijn zou worden gekeken. Deze deelnemers vinden dat er in het verleden bij projecten in de Randstad zoals de Noord/Zuidlijn en de HSL Zuid ook veel geld is uitgegeven en dat het Noorden van Nederland nu aan de beurt is om een grote investering te ontvangen. Zeker omdat de rest van het land sterk heeft geprofiteerd van de aardgasbaten, terwijl het Noorden vooral de lasten heeft gedragen. Verschillen tussen deelnemers Een opvallend resultaat van de Lelylijnraadpleging is dat er meer overeenkomsten zijn tussen subgroepen van deelnemers dan verschillen wat betreft de prioritering van de doelen van de Lelylijn. Voor de groep deelnemers die zijn geselecteerd om representatieve uitspraken te kunnen doen voor de Nederlandse bevolking hebben we voor allerlei kenmerken getoetst of deelnemers de doelen verschillend prioriteren. Hieruit blijkt dat er geen significante verschillen zijn tussen jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, theoretisch geschoolde deelnemers en praktisch geschoolde deelnemers en inwoners uit verschillende provincies.
Vier kenmerken hebben wel een effect op de prioriteringen van de deelnemers uit de raadpleging die representatieve uitkomsten geeft voor Nederland: de financiële situatie van een deelnemer, of mensen in een koophuis of een huurhuis wonen, de mate waarin deelnemers nu met de trein reizen en de mate waarin zij denken gebruik te gaan maken van de Lelylijn. Mensen die iedere maand te weinig geld hebben, die in een huurhuis wonen en die niet van plan zijn om gebruik te maken van de Lelylijn kennen relatief veel punten toe aan vier doelen: • De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn; • Mensen moeten zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn; • Het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden; • De Lelylijn moet de identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen. Mensen die iedere maand meer dan genoeg geld hebben kennen relatief veel punten toe aan het doel ‘De Lelylijn moet ervoor zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig’.
7 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Deelnemers aan de open raadpleging die van plan zijn om (vrijwel) dagelijks gebruik te maken van de Lelylijn vinden het vooral belangrijk dat de reistijd zo kort mogelijk wordt en dat de Lelylijn een grote bijdrage levert aan het milieu, terwijl deelnemers aan de open raadpleging die niet van plan zijn om gebruik te maken van de Lelylijn het vooral belangrijk vinden dat de natuur en de mens geen schade ondervinden van de Lelylijn en dat de identiteit van Noordelijk Nederland behouden blijft. Hoe wegen deelnemers verschillende ontwerpkeuzes van de Lelylijn? In het tweede deel van de raadpleging moesten deelnemers 5 keer een keuze maken tussen 2 varianten van de Lelylijn. De varianten verschilden van elkaar op een aantal kenmerken, zoals de reistijd van de snelste trein op de Lelylijn, hoeveel treinen er per uur op de Lelylijn rijden en wat de kosten zijn. Nadat deelnemers een variant hadden gekozen konden ze ook aangeven dat ze liever hadden dat er geen Lelylijn zou worden gebouwd als dit de twee varianten waren. In totaal heeft elke deelnemer dus 10 verschillende varianten van de Lelylijn gescoord ten opzichte van elkaar en ten opzichte van een situatie zonder Lelylijn. In alle gevallen koos een ruime meerderheid wel voor 1 van de 2 varianten.
Figuur 2 laat zien dat bij één keuzesituatie die voorkwam in de raadpleging 83% van de deelnemers één van de varianten van de Lelylijn adviseerde en 17% adviseert om geen Lelylijn aan te leggen als dit de varianten zijn. Figuur 2: Illustratie welke keuzes deelnemers maken bij 1 van de keuzetaken uit onderdeel 2 van de raadpleging
Dit voorbeeld laat goed zien dat er verschil van inzicht bestaat tussen de deelnemers over welke variant van de Lelylijn moet worden gekozen. 40% van de deelnemers heeft liever een snelle Lelylijn die relatief veel belastinggeld kost en waarvan relatief veel mensen overlast hebben (variant 2). Een ongeveer even grote groep (43%) heeft liever variant 1 die tot wat minder reistijdwinst leidt, maar ook minder belastinggeld kost en tot minder overlast leidt. Uit de keuzes van deelnemers bij 5 verschillende keuzemogelijkheden tussen in totaal 10 varianten kunnen we met econometrische modellen afleiden hoe zij de verschillende kenmerken tegenover elkaar afwegen. • Deelnemers hebben veel liever dat de trein die het vaakst stopt op 2 tussenstations stopt in plaats van op 1 tussenstation. De gemiddelde deelnemer vindt een keuze voor 2 tussenstations in plaats van 1 tussenstation even belangrijk als 24,5 minuut reistijdwinst tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden. • Deelnemers hebben liever 5 tussenstations in plaats van 2, 3 of 4 tussenstations, maar maken een afweging tussen een extra tussenstation en de reistijd van de Lelylijn. De gemiddelde deelnemer vindt een keuze voor 3 tussenstations in plaats van 2 tussenstations even belangrijk als 6 minuten reistijdwinst. Dit betekent dat wanneer een derde tussenstation gepaard gaat met 7 minuten extra reistijd, men hier niet voor kiest.
Maar, als een derde tussenstation 5 minuten extra reistijd oplevert, kiest men er wel voor.
8 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Figuur 3: Meerwaarde die deelnemers ervaren van het aantal tussenstations waarop de trein stopt die het vaakst stopt tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden
De modellen laten ook zien hoeveel belastinggeld deelnemers vinden dat er mag worden uitgegeven aan de Lelylijn als deze bepaalde kenmerken heeft. De gemiddelde deelnemer vindt dat er 30 euro per huishouden aan belastinggeld mag worden uitgegeven aan één minuut reistijdwinst die door de Lelylijn wordt gerealiseerd. Als we dit vermenigvuldigen met 8,1 miljoen huishoudens (CBS, 2022), dan komen we uit op een bedrag van 4,86 miljard euro aan belastinggeld voor 20 minuten reistijdwinst. Het voorkomen van overlast voor 100 mensen vindt de gemiddelde deelnemer 14,20 euro aan belastinggeld per huishouden waard. Uit het tweede deel van de Lelylijnraadpleging volgt dat deelnemers graag een snelle Lelylijn willen, maar niet onder elk beding. Als de snelle variant maar één tussenstation heeft tussen Amsterdam en Groningen/Leeuwarden, als veel mensen overlast ervaren van deze variant en de kosten erg hoog zijn, dan hebben deelnemers liever een wat minder snelle variant van de Lelylijn. Welke kansen zien deelnemers? In het derde deel van de raadpleging werd aan deelnemers gevraagd welke kansen de Lelylijn kan bieden, welke zorgen deelnemers hebben en of ze extra adviezen willen geven. Deelnemers waren niet verplicht om deze vraag in te vullen. Voor 3.000 deelnemers hebben we geteld hoe vaak zij kansen, zorgen en extra adviezen noemen.
We hebben deze 3.000 deelnemers random getrokken uit de 11.000 deelnemers met als doel om een zo divers mogelijk beeld te krijgen. Omdat veel deelnemers deze vragen hebben overgeslagen en omdat we ook deelnemers uit de open raadpleging hebben meegenomen in de analyse kunnen we niet zeggen of het aantal keer dat een kans, een zorg of een advies wordt genoemd door de 3.000 deelnemers representatief is voor de hele bevolking. Het verder onderzoeken van het belang van een kans, zorg of extra advies onder de bevolking kan een onderwerp zijn voor verder onderzoek. Tabel 1 laat in de tweede kolom zien hoe vaak bepaalde kansen zijn genoemd. In Bijlage 4 zijn quotes te vinden die de kansen die deelnemers noemen illustreren. Bij het beantwoorden van deze vraag herhaalden de meeste deelnemers de doelen die zij in het eerste deel van de raadpleging kregen voorgelegd zoals het verkorten van de reistijd tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland, het bieden van een alternatief voor de auto en het versterken van de werkgelegenheid. Daarnaast noemden 190 deelnemers als kans dat de Lelylijn (Noordelijk) Nederland beter verbindt met NoordDuitsland en Scandinavië. Ook noemden 270 deelnemers als kans van de Lelylijn dat specifieke plaatsen zoals Emmeloord en Drachten beter bereikbaar worden per trein.
190 deelnemers zien als kans dat de reistijd tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland betrouwbaarder wordt, omdat je via een andere route kan reizen als er problemen op het spoor zijn. Hier werd met name het oplossen van de bottleneck Zwolle – Meppel vaak genoemd. 146 deelnemers noemen dat niet alleen de reistijd tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland korter wordt, maar dat ook de psychologische afstand afneemt.
9 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Tabel 1: Aantal deelnemers dat een kans noemt (steekproefsgewijs geanalyseerd voor 3.000 deelnemers). Aantal keer genoemd De rest van Nederland wordt beter bereikbaar voor inwoners uit Noordelijk Nederland
614
De reistijd tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland wordt korter
597
De Lelylijn biedt een alternatief voor de auto
404
De Lelylijn kan voor meer werkgelegenheid zorgen
327
De Lelylijn zorgt ervoor dat het aantrekkelijk(er) wordt om in Noordelijk Nederland te wonen
311
De Lelylijn maakt het makkelijker om wonen, werken, studie en reactie over Nederland te verspreiden
311
De Lelylijn maakt bepaalde gebieden in Noordelijk Nederland beter bereikbaar (als de Lelylijn op voldoende plekken stopt)
270
De Lelylijn helpt bij het terugdringen van milieuvervuiling en CO2-uitstoot
207
De Lelylijn zorgt ervoor dat de bereikbaarheid van Noord-Duitsland en Scandinavië groter wordt
190
De Lelylijn maakt de reistijd tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland betrouwbaarder doordat er een extra treinverbinding bijkomt
190
De Lelylijn verkleint de psychologische afstand tussen Noordelijk Nederland en de rest van Nederland
146
Voor jongeren en hoogopgeleiden wordt Noordelijk Nederland aantrekkelijker door de Lelylijn
137
De Lelylijn zorgt voor meer kansengelijkheid tussen stad en platteland
123
Door de Lelylijn wordt het aantrekkelijker voor mensen om in Noordelijk Nederland te werken
134
De Lelylijn zorgt ervoor dat het minder druk is op de weg
82
Door het bouwen van de Lelylijn krijgt het Noorden van Nederland meer erkenning en voelt meer als onderdeel van de rest van Nederland.
65
De Lelylijn maakt Noordelijk Nederland aantrekkelijker om te bezoeken
56
De Lelylijn maakt belangrijke voorzieningen zoals ziekenhuizen en scholen beter bereikbaar
38
De Lelylijn is een kans om het regionale openbaar vervoer te verbeteren
33
De Lelylijn biedt een alternatief voor het vliegtuig
24
De Lelylijn kan zorgen voor minder drukte in de treinen
15
Welke zorgen hebben deelnemers? In het derde deel van de raadpleging werd ook aan deelnemers gevraagd welke zorgen zij hebben bij de Lelylijn. Tabel 2 geeft weer hoe vaak verschillende zorgen zijn genoemd en in Bijlage 5 worden de verschillende zorgen geïllustreerd door quotes van deelnemers. Veel deelnemers noemden als zorg dat de Lelylijn leidt tot overlast voor mens en natuur en tot landschapsvervuiling. 327 deelnemers maken zich zorgen dat er flinke kostenoverschrijdingen zullen zijn en 139 deelnemers maken zich zorgen dat de bouw van de Lelylijn vertraging zal oplopen. 231 deelnemers maken zich zorgen dat de Lelylijn leidt tot meer drukte in Noordelijk Nederland en tot mensen die ongewenst gedrag vertonen (zoals criminaliteit). Verder is het interessant dat 95 deelnemers als zorg noemden dat er te veel stations worden gebouwd, terwijl 67 deelnemers zich er juist zorgen om maken dat er te weinig stations worden gebouwd.
10 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Tabel 2: Aantal deelnemers dat een zorg noemt (steekproefsgewijs geanalyseerd voor 3.000 deelnemers). Aantal keer genoemd De Lelylijn leidt tot overlast voor de natuur De kosten vallen hoger uit dan vooraf begroot De Lelylijn leidt tot geluidsoverlast voor omwonenden De Lelylijn leidt tot meer drukte in Noordelijk Nederland en/of ongewenst gedrag van mensen die met de Lelylijn naar Noordelijk Nederland komen De Lelylijn zorgt voor een verstoring van het landschap Het bouwen van de Lelylijn zal veel vertraging oplopen De Lelylijn zorgt ervoor dat de identiteit van Noordelijk Nederland verloren gaat De Lelylijn stopt te vaak (reistijd te lang) waardoor het geen goed alternatief is voor reizigers De Lelylijn zorgt ervoor dat Noordelijk Nederland wordt volgebouwd De Lelylijn zorgt voor een verstoring van de woningmarkt in Noordelijk Nederland Er wordt veel geld uitgegeven aan de Lelylijn maar er blijkt geen behoefte aan: er wordt weinig gebruik van gemaakt De Lelylijn stopt te weinig (te weinig stations) waardoor het geen goed alternatief is voor reizigers De Lelylijn stopt op onlogische locaties (geen goede route) waardoor het geen goed alternatief is voor reizigers Goedkoop is duurkoop.
Er wordt gekozen voor de goedkoopste opties waardoor de baten van de Lelylijn uitblijven Het project gaat uiteindelijk niet door terwijl er wel al veel investeringen zijn gedaan Verschraling huidig openbaar vervoer. De Lelylijn ervoor zorgt dat buslijnen worden opgeheven en de kwaliteit van bestaande spoorlijnen zal verschralen Het geld kan niet besteed worden aan betere projecten De Lelylijn sluit niet goed aan op het bestaande openbaar vervoer waardoor het geen goed alternatief is voor reizigers Er gaat veel mis in de uitvoering Er is veel overlast tijdens de bouw van de Lelylijn Er wordt te veel vanuit een Randstad bril gekeken naar hoe de Lelylijn die regio kan helpen Oneerlijke verdeling van de lusten en de lasten: Lelylijn levert alleen wat op voor bepaalde mensen (bv Randstedelingen of forenzen) en andere mensen hebben er niets aan of ervaren de overlast De Lelylijn is niet goed bereikbaar waardoor het geen goed alternatief is voor reizigers De Lelylijn is geen goed alternatief voor huidige reisopties (algemeen) De Lelylijn leidt tot meer vervoersbewegingen Lelylijn wordt aangelegd met slechte materialen of technieken De treinkaartjes worden te duur Lelylijn leidt tot leegloop van Noordelijk Nederland (mensen en bedrijven trekken weg) Lelylijn loopt door delen van Nederland die het meest kwetsbaar zijn voor zeespiegelstijging Het spoor zal verzakken
11 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
510 327 317 231 190 139 126 95 81 76 70 67 63 52 47 45 43 36 33 31 30 27 24 19 15 9 9 7 4 4
Overige adviezen Aan het eind van de raadpleging werd aan deelnemers gevraagd of zij nog andere adviezen aan de overheid wilden geven over de Lelylijn. Tabel 3 geeft weer hoe vaak deze adviezen zijn genoemd. In Bijlage 6 worden de verschillende adviezen geïllustreerd door quotes van deelnemers. De raadpleging had niet als doel om te meten hoeveel deelnemers voorstander of tegenstander zijn van de Lelylijn, maar verschillende deelnemers gebruikten deze open vraag als mogelijkheid om deze voorkeur te uiten. 179 deelnemers zeiden hier ‘leg de Lelylijn zo snel mogelijk aan’ en 154 ‘leg de Lelylijn niet aan’. Er waren ook deelnemers die specifieke adviezen gaven. Veel deelnemers brachten concrete ideeën in voor het tracé, zoals specifieke stations waarop de Lelylijn moet stoppen (107), het doortrekken van de Lelylijn naar het buitenland (88), het niet aanleggen van de Lelylijn in de buurt van natuurgebieden (91), het ondergronds aanleggen op bepaalde specifieke plekken (68) en het aanleggen van de Lelylijn langs bestaande snelwegen (51). Het aanleggen van de Lelylijn dichtbij bestaande snelwegen zien deelnemers als een oplossing om overlast voor natuur zoveel mogelijk te voorkomen.
Ook zijn er 107 deelnemers die een advies geven over de technologie die moet worden gebruikt voor de Lelylijn (zoals de Hyperloop of een Magneetzweefbaan) en 77 deelnemers geven aan dat zij het belangrijk vinden om opnieuw te worden betrokken als er conceptontwerpen zijn gemaakt van de Lelylijn. Tabel 3: Aantal deelnemers dat een specifiek advies noemt (steekproefsgewijs geanalyseerd voor 3.000 deelnemers). Aantal keer genoemd Leg de Lelylijn zo snel mogelijk aan Leg de Lelylijn niet aan Suggestie over te gebruiken techniek voor de trein (of het type trein: HSL, Hyperloop, Magneetzweefbaan etc.) Advies over specifieke tussenstations Leg de Lelylijn niet aan in de buurt van natuurgebieden Trek de Lelylijn door naar het buitenland Advies om inwoners te blijven betrekken bij besluiten over de Lelylijn Overige suggesties over de procedure (bv welke partijen het moeten uitvoeren, hoe planning in te richten) Adviezen over het ondergronds aanleggen van het spoor (op bepaalde plekken) Adviezen over het reisschema, de dienstregeling Het geld van de Lelylijn kan beter worden besteed Kies voor een alternatieve route (over de afsluitdijk, richting Utrecht of Breda) Leg de Lelylijn aan langs bestaande snelwegen Adviezen over spoorwegovergangen / viaducten Verbeter bestaand spoor Bouw niet in de buurt van woningen/stedelijk gebied Suggestie over het aantal sporen (apart spoor voor snelle
trein en stoptrein) Sluit de Lelylijn goed aan op regionaal openbaar vervoer Zorg voor goede geluidswering Kijk naar andere openbaar vervoeroplossingen dan spoor Adviezen over bereikbaarheid van de Lelylijn (bv. parkeren, fietsenstallingen, last-mile oplossingen) Laat ook een goederentrein over de Lelylijn rijden Advies over te gebruiken techniek voor spoor (bv. type beladingsklassse, breedte spoor) Advies over hoe het reiscomfort kan worden verbeterd Leg de Lelylijn niet aan in de buurt van landbouwgebieden
12 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
179 154 107 107 91 88 77 75 68 64 58 57 51 34 33 30 29 28 23 16 13 11 10 8 4
Hoe waarderen deelnemers de raadpleging? 93% van de 11.000 deelnemers gaf een voldoende aan de raadpleging. Zij vinden het een fijne manier om hun voorkeuren door te geven aan de overheid over de Lelylijn. De gemiddelde deelnemer aan de representatieve raadpleging geeft een 7,6 aan de raadpleging. Dit is het op één na hoogste gemiddelde cijfer dat ooit aan een PWE raadpleging is gegeven. De gemiddelde deelnemer aan de open raadpleging geeft een 7,2. De meeste deelnemers geven de raadpleging het cijfer 8. Figuur 4: Welk cijfer geven de deelnemers aan de raadpleging?
14% van de deelnemers uit de representatieve groep voor Nederland vindt dat de overheid de uitkomsten van de raadpleging direct moet overnemen. 3% vindt dat de overheid niets met de uitkomsten moet doen en alleen naar experts moet luisteren. 83% vindt dat de overheid haar keuzes moet baseren op uitkomsten uit deze raadpleging en adviezen van experts. De ruime meerderheid van de deelnemers aan de raadpleging vindt dat de overheid deze methode vaker moet toepassen en zegt door hun deelname te hebben geleerd van de keuzes die de overheid moet maken (zie Figuur 5). Ook geeft een ruime meerderheid aan dat ze meer vertrouwen krijgen in de overheid als de overheid vaker op deze manier inwoners laat meedenken en dat ze de uiteindelijke keuzes van de overheid beter kunnen accepteren. Figuur 5: Reacties van deelnemers uit de groep die representatieve uitkomsten geeft voor Nederland op een aantal stellingen
13 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Aanbevelingen voor verder onderzoek De adviezen vanuit ruim 11.000 keukentafels stellen ontwerpers in staat om aan de tekentafel varianten van de Lelylijn te ontwerpen die beter aansluiten bij de waarden, voorkeuren en zorgen van burgers. Wel is er behoefte bij deelnemers om deze varianten te kunnen beoordelen en om verderop in het traject op meer detailniveau mee te denken. Dit zou een volgende stap in het participatietraject kunnen zijn. In deze volgende stap zouden verschillende zaken verder kunnen worden uitgezocht die minder aandacht hebben gekregen in de raadpleging. Een voorbeeld hiervan is hoe deelnemers de wenselijkheid van het doortrekken van de Lelylijn naar NoordDuitsland afwegen tegen andere ontwerpkeuzes en extra kosten. Daarbij is in deze raadpleging aan deelnemers alleen impliciet gevraagd hoeveel belastinggeld zij vonden dat de overheid moest besteden aan de Lelylijn als deze een bepaald aantal tussenstations zou hebben, een bepaalde reistijd etc. In verder onderzoek zou ook kunnen worden gevraagd naar hoeveel geld inwoners bereid zijn te betalen vanuit hun eigen inkomen (bijvoorbeeld via een belastingverhoging).
14 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
1. Introductie Op 16 juni 2022 hebben de Rijksoverheid en de regio Noordelijk Nederland afgesproken om te starten met het een onderzoek naar de Lelylijn in het kader van het Meerjarenprogramma Ruimte, Infrastructuur en Transport (MIRT). In dit MIRT-onderzoek zal in de kabinetsperiode van Rutte IV uitwerking worden gegeven aan de ambitie uit het Coalitieakkoord om op termijn een Lelylijn aan te leggen in het kader van het Deltaplan voor Noordelijk Nederland. In de Bouwstenen voor het Deltaplan wordt door Noordelijk Nederland een aanbod gedaan in reactie op de nationale opgaven op het gebied van woningbouw en economische structuurversterking. Het MIRTonderzoek vormt de basis voor een nog deze kabinetsperiode te nemen GO/NO GO beslissing. Maar wat zien inwoners als belangrijkste voordelen en nadelen van de Lelylijn? Welke kansen zien ze en welke zorgen hebben ze? Waar moet de overheid volgens inwoners rekening mee houden bij het nadenken over de Lelylijn? Dit onderzoeken we via een inwonersraadpleging. De raadpleging wordt uitgevoerd op basis van de Participatieve Waarde Evaluatie (PWE) methode. De essentie van een PWE is dat burgers een advies kunnen geven over een keuzevraagstuk van de overheid. Burgers worden als het ware op de stoel van de overheid gezet. Het keuzevraagstuk van een overheid wordt nagebootst in een online omgeving.
Vervolgens wordt aan burgers gevraagd wat zij zouden adviseren als zij in de schoenen van de beleidsmaker zouden staan. In de PWE onderzoeken wij op welke waarden burgers vinden dat de overheid moet sturen in het ontwerp- en besluitvormingstraject rond de Lelylijn. De PWE is nog niet gericht op specifieke tracés of varianten, maar de bedoeling is juist om breed onder bewoners hun waarden, ideeën en beelden bij een Lelylijn op te halen. PWE is in Nederland al eerder toegepast voor het opstellen van coronabeleid op de lange termijn (Geijsen et al., 2022). Ook werd deze methode ingezet voor de evaluatie van transportbeleid (Mouter et al., 2021a), voor het betrekken van inwoners bij klimaatbeleid (Mouter et al., 2021b) en de energietransitie (Mouter et al., 2021c), beleid ter bescherming tegen overstromingen (Mouter et al., 2021d) en het betrekken van burgers bij aanpassingen aan het stelsel medische rijgeschiktheid (Spruit et al., 2021). Een grote en diverse groep burgers deed mee aan deze PWE’s en de ruime meerderheid van de deelnemers is positief over deze participatievorm. Meer informatie over de methode is te vinden via www.populytics.nl. De raadpleging wordt uitgevoerd in opdracht van het Projectteam Lelylijn. Het projectteam Lelylijn is een samenwerking van de landelijke overheid en de regionale overheden van Noordelijk Nederland.
De resultaten van de PWE worden gebruikt als inspiratie voor schetsontwerpsessies voor de Lelylijn waarin varianten van de Lelylijn worden uitgewerkt. De resultaten van de PWE worden tijdens de schetsontwerpsessies gebruikt om ervoor te zorgen dat de uitwerkingen van de Lelylijn zo goed mogelijk aansluiten bij de waarden, voorkeuren en zorgen van inwoners.
15 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
2. Methodologie In deze sectie geven wij informatie over het opzetten van de PWE, de data-verzameling, de kenmerken van de deelnemers en de analysemethoden die wij gebruiken. De kern van de PWE is dat burgers verschillende waarden of doelen zien waarop kan worden gestuurd bij de Lelylijn. Zij zien ook wat er kan gebeuren als er op een bepaalde waarden wordt gestuurd. Vervolgens geven burgers een advies aan de overheid. Daarna wordt gevraagd om argumenten te geven voor de keuzes die ze hebben gemaakt. In de PWE achterhalen we welke waarden burgers belangrijk vinden en welke waarden relatief onbelangrijk voor hen zijn. We brengen in kaart welke verschillende groepen inwoners er te identificeren zijn wat betreft de manier waarop zij verschillende waarden prioriteren en we stellen de kenmerken van deze groepen vast. Ook brengen we in kaart welke gemeenschappelijke waarden deze groepen met elkaar kunnen verbinden. Ook stellen we vast welke argumenten deelnemers gebruiken bij hun keuze om bepaalde waarden te prioriteren boven andere waarden en hoe inwoners vinden dat waarden concreet moeten worden door vertaald in beleid. Na de PWE keuzetaak worden er open vragen gesteld om te achterhalen welke voor- en nadelen burgers zien van de Lelylijn en welke kansen en risico’s ze zien.
Ook wordt gevraagd hoe vaak men gebruik denkt te gaan maken van de Lelylijn en wanneer de Lelylijn voor burgers van toegevoegde waarde is. PWE is een methode die gebruikt kan worden om te achterhalen hoe grote groepen burgers in een specifieke context publieke waarden wegen. De essentie van een PWE is dat een keuzesituatie van de beleidsmaker zo goed mogelijk wordt nagebootst waardoor burgers het dilemma kunnen doorleven. Op een laagdrempelige manier zien burgers het vraagstuk. Ze kunnen een advies geven en dit advies onderbouwen. Dit levert een scherp beeld op van hun voorkeuren, van gemeenschappelijke waarden en hoe deze waarden volgens burgers moeten worden vertaald in beleid. Daarnaast geeft het inzicht in welke zorgen er achter weerstand zitten. Een sterk punt van PWE is dat de methode goed aansluit bij de participatiebehoeften van het ‘stille midden’. De methode is laagdrempelig, deelname kost ongeveer 20 minuten en je kan meedoen waar en wanneer je maar wilt. Dit zorgt ervoor dat niet alleen de ‘usual suspects’ meedoen aan een PWE. De middengroep vinden echter dat methoden als een opiniepeiling of een referendum een complex vraagstuk te veel platslaan tot een ‘Ja/Neekeuze’. Een PWE gaat een stuk verder omdat deelnemers hun voorkeuren kunnen uiten op basis van een totaalplaatje van beleidsopties en effecten.
Deelnemers krijgen de kans om waarden en/of beleidsopties in samenhang te beoordelen, ze kunnen hun voorkeuren motiveren en nuanceren en eigen ideeën aandragen.
2.1 Waarderen van overheidsbeleid vanuit breed welvaart De PWE methode sluit sterk aan bij het beoordelen van overheidsbeleid vanuit een breed welvaartsperspectief. Het CBS (2021) definieert ‘brede welvaart’ als volgt: “Brede welvaart betreft de kwaliteit van leven hier en nu en de mate waarin deze kwaliteit ten koste gaat van de brede welvaart van latere generaties of van die van mensen elders in de wereld”. Brede welvaart gaat over alles wat mensen van waarde vinden, met andere woorden, alles dat van invloed is op het welzijn van mensen, in brede zin (PBL, 2021). Het PBL (2021) stelt dat het brede welvaartsperspectief implicaties heeft voor de effecten die moeten worden meegewogen in de beoordeling van mobiliteitsbeleid, maar ook op de manier waarop deze effecten moeten worden afgewogen. Breder kijken naar effecten van mobiliteitsbeleid Het PBL (2021), CPB en PBL (2022) en Rijkswaterstaat (2022) noemen verschillende concrete implicaties voor de effecten die moeten worden meegewogen in de beoordeling van mobiliteitsbeleid. Allereerst moet de focus in de beoordeling van mobiliteitsbeleid niet alleen liggen op de mate waarin een beleidsvoorstel of een project de mobiliteitsvraag faciliteert en vertraging op weg en spoor voorkomt, maar er
16 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
moet ook breed gekeken worden naar welzijnseffecten van mobiliteitsbeleid (PBL, 2021). De Boer et al. (2022) stellen dat er sprake is van ‘smalle welvaart’ als het doel van mobiliteitsbeleid is om de toekomstige mobiliteitsvraag te faciliteren en de hinder van mobiliteit te beperken, terwijl er sprake is van ‘brede welvaart’ als we nadenken over het gewenste mobiliteitssysteem van de toekomst, welk beleid past bij het bereiken van deze toekomst, en welke waardenafwegingen er worden gemaakt. Verschillende publicaties stellen dat een implicatie is dat een bredere set aan effecten van mobiliteitsbeleid onderdeel wordt van de beleidsbeoordeling. Gezondheid en effecten op de leefomgeving en het milieu spelen een belangrijke rol (PBL, 2021). Daarnaast moet er gekeken worden naar de effecten voor toekomstige generaties en naar de effecten in andere regio’s en landen (CPB en PBL, 2022). Ook andere aspecten zoals de effecten van beleid op prettig wonen en werken, autonomie en uiting kunnen geven aan de eigen identiteit (Rijkswaterstaat, 2022), het vergroten van kansengelijkheid, het behouden van een minimale toegankelijkheid van basisvoorzieningen, persoonlijke ontplooiing en sociale inclusie zijn van belang in de beoordeling van mobiliteitsbeleid vanuit een breed welvaartsperspectief (CPB en PBL, 2022; PBL, 2021; TNO, 2022).
Ten tweede benadrukken CPB en PBL (2022) en Rijkswaterstaat (2022) dat het belangrijk is om bij de brede welvaartsbeoordeling van mobiliteitsbeleid zowel te kijken naar de effecten die zich makkelijk in geld laten uitdrukken als naar de effecten die zich lastig in geld laten uitdrukken zoals recreatie, natuur of kansengelijkheid. Effecten van mobiliteitsbeleid breder afwegen Het PBL (2021), CPB en PBL (2022), Rijkswaterstaat (2022) en de Boer et al. (2022) noemen vier concrete implicaties van het brede welvaartsperspectief voor de manier waarop (effecten van) mobiliteitsbeleid moeten worden afgewogen. Een eerste implicatie voor het afwegen van (effecten van) mobiliteitsbeleid is volgens PBL (2021) dat beleid integraal moet worden beoordeeld. Beleidsopties en effecten moeten zoveel mogelijk in samenhang worden bekeken en er moet niet vanuit elke sector apart naar de effecten van een beleidsvoorstel worden gekeken (bijvoorbeeld mobiliteit, ruimtelijke ordening en economie apart), maar ook hier moet de beoordeling integraal plaatsvinden. Door een brede blik te hanteren voorkom je dat je goede oplossingen over het hoofd ziet. Een tweede implicatie is dat de verdeling van welvaartseffecten tussen groepen burgers en stakeholders en tussen de huidige en de toekomstige generatie een belangrijke plek krijgt in de afweging.
Bij een brede welvaartsafweging wordt er niet alleen gekeken naar het totaal van de Nederlandse bevolking, maar worden er ook uitsplitsingen gemaakt per bevolkingsgroep en regio (Rijkswaterstaat, 2022). Maatregelen die de welvaart in brede zin verhogen, maar bijvoorbeeld een onevenredig negatief effect hebben op mensen die onder de armoedegrens leven, kunnen als onwenselijk worden beschouwd (Rijkswaterstaat, 2022). Rijkswaterstaat (2022) zegt hier verder over: “een toename of afname van welvaart op een specifieke dimensie (bijv. schone lucht) of een specifieke doelgroep (bijv. mensen in armoede) kan belangrijker worden gevonden doordat hier specifieke doelen aan zijn gekoppeld (armoedebestrijding of een prettige leefomgeving). Met andere woorden: welvaartseffecten zijn niet simpelweg inwisselbaar of bij elkaar op te tellen, waar dit bij berekeningen in euro’s wel kan.” Ten derde is kenmerkend voor het brede welvaartsperspectief dat er een afweging moet worden gemaakt tussen verschillende dimensies van welvaart en menselijk welzijn (Rijkswaterstaat, 2022). PBL (2021) stelt dat het brede welvaartsperspectief vraagt om het expliciet maken van de afweging tussen conflicterende behoeften. Niet alle behoeften die samenhangen met mobiliteit kunnen tegelijkertijd bediend worden.
Daarom is het belangrijk om in beleid expliciet te definiëren welke behoeften en belangen er zijn, welke spanningsvelden dat oplevert en hoe die in het beleid tegen elkaar worden afgewogen (PBL, 2021). Stellen dat zowel bereikbaarheid als gezondheid, veiligheid en leefomgeving belangrijk zijn, leidt in eerste instantie misschien tot consensus, maar het stelt de echte afweging en eventuele conflicten uit (PBL, 2021). Een implicatie van het brede welvaartsperspectief is het explicieter en transparanter afwegen van “conflicterende behoeften en belangen” (PBL, 2021). Een vierde implicatie van het brede welvaartsperspectief is dat welzijn en dus de subjectieve welvaartsbeleving van inwoners een belangrijke rol speelt in de beoordeling van mobiliteitsbeleid. Welvaart en welzijn zijn subjectieve begrippen die iets zeggen over de mate waarin iemand fysieke, sociale en mentale gezondheid ervaart
17 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
(Rijkswaterstaat, 2022). Bij brede welvaart gaat het niet om ‘denken vanuit de inwoner’ en ‘praten over de inwoner’, maar het is belangrijk om te onderzoeken wat inwoners daadwerkelijk van waarde vinden en wat belangrijk is voor hun welzijn. Je voorkomt hiermee dat belangrijke waarden, voorkeuren en zorgen worden gemist in de beleidsvorming en de afweging. Rijkswaterstaat (2022) stelt dat de rol van professionals verschuift van de ‘klassieke’ ingenieur die de beste oplossing berekent, naar één van een regisseur die een groot aantal activiteiten, stakeholders en expertises samenbrengt om vanuit een heldere visie een totaalresultaat op te leveren. PWE en brede welvaart De PWE doet recht aan de implicaties die we hierboven hebben behandeld. PWE biedt de ruimte om alles wat mensen van waarde vinden mee te nemen in de beleidsafweging. Niet alleen directe mobiliteitseffecten, maar ook ervoor zorgen dat mensen prettig kunnen wonen en werken en de mogelijkheid om uiting te geven aan de eigen identiteit. Daarbij kijkt PWE breder dan naar alleen de effecten van een overheidsproject die in euro’s kunnen worden uitgedrukt. Zo kunnen bijvoorbeeld ook rechtvaardigheidsoverwegingen en verdelingsvraagstukken worden meegenomen in de beoordeling, zoals het vergroten van kansengelijkheid en het behouden van een minimale toegankelijkheid van basisvoorzieningen.
Effecten die moeilijk in euro’s kunnen worden uitgedrukt (zoals natuur, milieu en rechtvaardigheid), hebben in een PWE eenzelfde positie als effecten zoals reistijdwinst die wel makkelijk in geld kunnen worden uitgedrukt (Rijkswaterstaat, 2022). Daarbij sluit PWE aan bij de brede welvaartsbenadering omdat beleidsopties en effecten in samenhang worden beoordeeld (Rijkswaterstaat, 2022). Beleid wordt vanuit een integraal perspectief beoordeeld en niet vanuit een sectoraal perspectief. Rijkswaterstaat (2022) geeft verder aan dat PWE in de initiatieffase kan helpen voor een holistische benadering waarbij een evenwichtige afruil van welvaartseffecten een belangrijke rol speelt. Deelnemers kunnen daarbij ook expliciet een afweging maken tussen lusten en lasten van beleid voor verschillende groepen in de samenleving en dit geldt ook voor het maken van een expliciete en transparante afweging tussen conflicterende behoeften en belangen. Daarbij onderzoekt PWE wat inwoners daadwerkelijk van waarde vinden en wat belangrijk is voor hun welzijn. Hiermee biedt de PWE de mogelijkheid een subjectieve welvaartsbeleving van bevolkingsgroepen toe te voegen aan de beleidsontwikkeling middels een vorm van digitale inspraak (Rijkswaterstaat, 2022). PWE gaat verder dan de ‘modelwerkelijkheid’ en de focus op keuzes die mensen in hun rol als consument maken.
Een grote en brede groep inwoners wordt actief betrokken bij de beleidsevaluatie door te onderzoeken hoe zij waarden rond een vraagstuk prioriteren en wat voor voorkeuren en zorgen zij hebben (De Boer et al., 2022). Inwoners kunnen voorkeuren over het door hun gewenste toekomstige mobiliteitssysteem doorgeven die zij niet kunnen uiten in de keuzes die zij als consument maken, zoals bij het kopen van een huis (Mouter en Pelzer, 2021). Waarden, voorkeuren en zorgen die niet of onvoldoende in de modellen voorkomen kunnen burgers wel uiten in een PWE. Daarmee voorkom je dat belangrijke waarden, voorkeuren en zorgen worden gemist in de beleidsafweging.
2.2. Opzet van dit onderzoek Het doel bij het ontwerpen van een PWE is om een keuzevraagstuk van de beleidsmaker zo goed mogelijk na te bootsen. In dit ontwerpproces proberen we ervoor te zorgen dat het vraagstuk zo wordt nagebootst dat verschillende groepen inwoners op een goede manier hun waarden, voorkeuren en zorgen kunnen doorgeven aan beleidsmakers en dat de kans tegelijkertijd zo groot mogelijk is dat de uitkomsten van de raadpleging bruikbare informatie oplevert voor beleidsmakers. Een belangrijk aspect bij het ontwerpen van een PWE is het zoeken naar de juiste balans tussen complexiteit en toegankelijkheid. Een verschil tussen een PWE raadpleging aan de ene kant en een opiniepeiling aan de andere kant is dat in een PWE de deelnemer een deel van de complexiteit ervaart die een beleidsmaker ook ervaart, terwijl in een opiniepeiling een complex vraagstuk wordt platgeslagen in een “Ja/Nee keuze”. Tegelijkertijd proberen we de PWE zo toegankelijk mogelijk te maken door de teksten te laten controleren door een taalbureau, door de raadpleging te starten met een animatie en door de raadpleging door 100 a 200 mensen te laten testen voordat deze live gaat. Maar tijdens het ontwerpproces van een PWE moeten er altijd keuzes worden gemaakt en daarbij streven de onderzoekers ernaar dat complexiteit en toegankelijkheid zo goed mogelijk met elkaar in balans blijven.
18 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Het ontwerpproces van de PWE keuzetaak zijn we gestart met een bestudering van achtergronddocumenten zoals de Bouwstenen voor het Deltaplan van het Noorden. In verschillende meetings met het Projectteam Lelylijn stelden we vast welke vraag er moest worden voorgelegd aan inwoners in de PWE raadpleging. Het is belangrijk om in een PWE raadpleging een vraag te stellen die interessant is voor inwoners om over mee te denken en die tegelijkertijd relevante inzichten oplevert voor beleidsmakers. De volgende vraag werd vastgesteld in de meetings: “Voor welke uitdagingen van Nederland moet de Lelylijn vooral een oplossing bieden? En waarom?” De volgende stap in het ontwerpproces was het uitwerken van concepten van de PWE raadpleging die ervoor zorgen dat deze vraag kan worden beantwoord.
De onderzoekers werkten drie verschillende concepten uit: 1) Een concept waarin deelnemers punten konden verdelen over verschillende doelen/waarden waar de overheid bij het nadenken over de Lelylijn rekening mee kan houden; 2) een concept waarin deelnemers met een slider konden aangeven in hoeverre de overheid op bepaalde doelen zou moeten inzetten bij het nadenken over de Lelylijn en wat het effect van deze keuzes zouden kunnen zijn op de kosten van de Lelylijn; 3) een zogenaamd discrete keuze-experiment waarin deelnemers steeds konden kiezen tussen twee aanpakken die verschilden op een aantal kenmerken. Tijdens een workshop op 18 januari 2023 met ambtenaren en experts van de Rijksoverheid en de Noordelijke overheden werden de drie concepten geoptimaliseerd. Per concept werd er gekeken hoe we ervoor kunnen zorgen dat de PWE zoveel mogelijk handelingsperspectieven oplevert voor beleidsmakers en hen in staat stelt om de beleidskeuze zoveel mogelijk te laten aansluiten bij waarden, voorkeuren en zorgen van burgers? En, hoe we ervoor kunnen zorgen dat de concepten zo goed mogelijk aansluiten bij participatiebehoeften van een grote en diverse groep burgers. Aan het eind van de workshop werd gestemd over de concepten die wel en niet zouden moeten worden uitgewerkt.
Er werd besloten dat het tweede concept op dit moment niet haalbaar is omdat het niet mogelijk is om een directe koppeling te maken tussen doelen en kosten. Vervolgens werkten de onderzoekers het eerste concept en het derde concept verder uit. Op basis van de workshop stelden we 14 doelen/waarden vast waar de overheid rekening mee zou kunnen houden bij het nadenken over de Lelylijn. Deze 14 doelen werkten we verder uit. Bij het derde concept stelden we zeven kenmerken vast die deelnemers zouden kunnen afwegen in het discrete-keuze experiment. Deze uitgewerkte versies werden eerst besproken met het Projectteam Lelylijn. Daarna werd een nieuwe versie voorgelegd aan alle deelnemers aan de sessie van 18 januari. Feedback werd verwerkt in een nieuwe versie en deze werd wederom voorgelegd. Er werd een animatie met ondertiteling gemaakt waarin de inhoud van de raadpleging op een toegankelijke manier werd uitgelegd aan deelnemers. Ook werd er een taalcheck uitgevoerd door een taalbureau om de raadpleging geschikt te maken voor laaggeletterden. De 99% versie van de PWE werd getest door een testpanel en een aantal onderzoekers die niet betrokken waren bij het onderzoek. Op basis van deze test werden laatste aanpassingen gemaakt. Opgemerkt moet worden dat de onderzoekers eindverantwoordelijk zijn voor alle keuzes die zijn gemaakt bij het ontwerpen van de PWE.
Zij hebben input gevraagd van de deelnemers aan de workshop op 18 januari en ze hebben deze input zo goed mogelijk proberen te verwerken, maar zij hebben uiteindelijk altijd gekeken naar het optimaliseren van de kwaliteit van de PWE. Een PWE is van hoge kwaliteit als de validiteit positief wordt beoordeeld door de deelnemers en als de raadpleging relevante inzichten oplevert over de voorkeuren en waarden van burgers rond het keuzevraagstuk. Aan de volgende 11 doelen konden deelnemers 100 punten verdelen in de eerste keuzetaak van de PWE. In de bijlage vindt u een verdere beschrijving van de 11 doelen inclusief de informatie die deelnemers kregen over wat hun advies betekent als ze veel punten of geen punten geven aan een doel. 1) 2) 3) 4) 5) 6)
De Lelylijn moet eraan bijdragen dat scholen, supermarkten en andere belangrijke voorzieningen goed bereikbaar blijven voor inwoners van Noordelijk Nederland De Lelylijn moet ervoor zorgen dat de economie van (Noordelijk) Nederland sterker wordt De Lelylijn moet eraan bijdragen dat de overheid de bouw van nieuwe woningen meer kan verdelen over het land Mensen moeten zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn De natuur moet zo min mogelijk last hebben van de Lelylijn De Lelylijn moet voor inwoners van Noordelijk Nederland zorgen voor meer kans op een fijne baan en betere bereikbaarheid van plekken waar ze naartoe willen gaan
19 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
7)
De Lelylijn moet ervoor zorgen dat mensen vaker met de trein reizen en minder vaak met de auto of met het vliegtuig 8) De Lelylijn moet Noordelijk Nederland aantrekkelijker maken voor jongeren 9) Het bouwen van de Lelylijn moet niet te duur worden 10) De Lelylijn moet de identiteit van Noordelijk Nederland niet veranderen 11) De Lelylijn moet de reistijd per trein tussen Noordelijk Nederland en de Randstad zo kort mogelijk maken Figuur 2-1 presenteert hoe de PWE-keuzetaak eruit zag voor deelnemers. In het screenshot zijn 6 van de 11 doelen te zien. Deelnemers werd gevraagd om 100 punten te verdelen over de 11 doelen. Wanneer ze vonden dat de overheid ergens veel rekening mee moet houden, dan moesten ze veel punten geven. En als ze vonden dat de overheid ergens geen rekening mee moest houden, dan moesten ze geen punten geven. Figuur 2-1: Voorbeeld van de PWE keuzetaak
Wanneer deelnemers wilden zien wat het geven van punten aan een doel kon betekenen, dan konden ze klikken op de informatieknop. Figuur 2-2 laat voor één van de doelen een voorbeeld zien. In Bijlage 1 presenteren we voor alle doelen de informatie die deelnemers te zien kregen als ze op de informatieknop klikten.
20 | Resultaten van de Lelylijnraadpleging
Figuur 2-2: Voorbeeld van teksten bij de informatieknop
Discrete keuze-experiment De kerngedachte achter het gebruik van Discrete keuze-experimenten (DCE) is dat voorkeuren van individuen voor overheidsprojecten worden bepaald door de kenmerken van een project. Het relatieve belang van de verschillende kenmerken kan worden vastgesteld door burgers steeds twee varianten van een overheidsproject voor te leggen die verschillen wat betreft deze kenmerken waarna ze moeten aangeven welke variant hun voorkeur heeft. Op basis van deze keuzes kan worden vastgesteld welke invloed elk kenmerk heeft op hun oordeel over de wenselijkheid van het overheidsproject. Een belangrijk voordeel van DCE is dat mensen over het algemeen beter zijn in het maken van keuzes tussen verschillende varianten, dan in het maken van expliciete afwegingen tussen eigenschappen van varianten (Haidt, 2001; Nisbett en Wilson, 1977). Meer specifiek is het voor mensen moeilijker om een antwoord te geven op de vraag ‘vindt u het belangrijker dat de reistijd van de Lelylijn zo kort mogelijk is of dat de Lelylijn stopt op zoveel mogelijk stations?’ dan op de vraag om een keuze te maken tussen twee varianten van de Lelylijn die verschillen op een aantal kenmerken.