CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4718 - Bijlage 6 bij TAM-Omgevingsplan Overgoo - Bodem

Commissie Omgeving 23 juni 2026, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan "Overgoo"26.165 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.3

Uitgevoerde werkzaamheden

Het veldwerk ten behoeve van bemonstering van de grond is uitgevoerd op de volgende data:   

Dinsdag 10 september, woensdag 11 september en donderdag 12 september 2024 door Marvin (M.) Arsasemita en Ruben (B.J.G.) Dolman Dinsdag 17 september 2024 door Marvin (M.) Arsasemita

Maandag 23 september, dinsdag 24 september, woensdag 25 september en donderdag 26 september door Lucas (L.J.B.) van Nijnatten Op donderdag 17 oktober en vrijdag 18 oktober door Arnold (W.M.) Tang en Kamiel (K.)

Navis Donderdag 31 oktober 2024 door Marvin (M.) Arsasemita

Het veldwerk ten behoeve van de waterbodemwerkzaamheden is uitgevoerd op de volgende data:  Op woensdag 11 en donderdag 12 september 2024 door Ruben (B.J.G.) Dolman en Oswald (O.) Kraaikamp   

Op donderdag 26 september 2024 door Lucas (L.J.B) van Nijnatten Op vrijdag 18 oktober 2024 door (K.) Kamiel en Arnold (W.M.) Tang Op donderdag 7 november 2024 door Oswald (O.) Kraaikamp

31/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Het grondwater is bemonsterd op vrijdag 4 oktober 2024 door Rob (R.W.) Amatpawiro en op donderdag 7 november 2024 door Oswald (O.) Kraaikamp. Gezien op locatie sprake is van hoogteverschillen is in dit onderzoek gebruik gemaakt van een 06GPS om de maaiveldhoogtes ten opzichte van NAP in te meten. Deze hoogtes zijn weergegeven boven de boorprofielen in bijlage 7. Omdat niet op alle dagen ontvangst was als gevolg van gebouwen, bomen of weersomstandigheden, zijn niet voor alle boringen de hoogtemetingen uitgevoerd. De foto’s van het uitgevoerd veldwerk zijn opgenomen in bijlage 13. In bijlage 11 zijn de veldwerkformulieren van het uitgevoerd onderzoek naar asbest in bodem en puin opgenomen. Het veldwerk is uitgevoerd onder certificaatnummer K54913. In tabel 3.1 is een overzicht van de uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden weergegeven.

32/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veld- en analysewerkzaamheden Omschrijving Oppervlakte totale onderzoekslocatie in m2

72.000

Uitgangspunt ontgravingsdiepte in m - mv (gemiddeld)

1,0

Veldwerk

Aantal

Monsterpuntnummers

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv)

1

108

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv) met boring tot 1,0 à 1,2 m -mv

16

100, 101, 104, 107, 109, 111, 114, 120, 123, 124, 125, 128, 130, 131, 135, 136

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv) met boring tot 1,5 m -mv

4

103, 116, 117, 119

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv) met boring tot 2,0 m -mv

8

102, 105, 113, 115, 118, 129, 134, 138

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv) met peilbuis tot 1,2 m - mv

1

106

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv) met peilbuis tot 3,0 m - mv

3

112, 132, 48

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv) met peilbuis tot 4,0 m - mv

1

121

Boring tot 1,2 m -mv

1

136

Boring met peilbuis tot 2,0 m - mv

1

137

Gestaakte boring

6

122, 127, 133, 1261, 4801, 110

Boring tot 2,0 m - mv

1

18

Boring tot 1,0 à 1,2 m -mv

32

1 t/m 3, 5, 6 t/m 9, 12, 14, 15, 19, 20, 21, 23, 24, 25, 28, 31, 32, 34, 35, 37 t/m 39, 41 t/m 46, 49

Boring tot 1,5 m - mv

1

50

Boring tot 2,0 m -mv

4

17, 22, 36, 40

Boring met peilbuis tot 3,0 m -mv

5

4, 16, 26, 33, 47

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv) met boring tot 1,0 m -mv

5

10, 11, 27, 29, 30

10

Vak 1: 310 t/m 319

10

Vak 2: 320 t/m 329

Deelgebied Noord

Deelgebied Midden/zuid

Waterbodem Slibsteek en vaste waterbodem (vwb)

33/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Omschrijving 13

Vak 3: 3301 t/m 3313

10

Vak 4: 333 t/m 342

6

Niet lijnvormig oppervlaktewater: 300 t/m 305

Gat (0,3x0,3m tot 0,5 m -mv) met boring tot 2,0 m -mv

8

400 t/m 408

Analyses

Aantal

(Meng)monstercodes

33

MM103, 103-5,105-1,109-4, 112-2, 112-6, 12MBG1, 12MOG1, 12MOG2, 12MOG3,

Gedempte sloten

Deelgebied noord Standaard stoffenpakket grond1

MMBG118, BG119, MMOG18, BG121, OG121, OG121-3, 128, MM130, MM134, OG100, MM124, MM OL110, MM TL 110, 1710MBG1N, 1710MBG2N, 1710MOG1N, 1710MOG2N, MMBG135, OG138, BG48-3, BG48-4, OG48, MMOG48 2

Standaard stoffenpakket grondwater

6

PB106, PB112, PB121, PB132, PB137, PB48

Asbest in grond

11

MB3, MM1, MM2, MM4, MO4, AMMB5, MO5, MMM, MMO, MMX, M48

Asbest in puin

2

MM3P, MB122,

Samenstellingspakket4) en schudtest L/S 105) funderingsmateriaal

2

MMFN1, MMFN2

Asbest verzamelplaatmateriaal

1

ASBVZ128

Koper, lood en zink (afperkend onderzoek boring 109)

1

AO109-5

Lood, zink en PAK (afperkend onderzoek boring 48)

5

U48 (160-210), VA48 (2,1-2,6), U48-5 (zink en PAK), U48-6 (zink en PAK), U48-7 (lood)

Lood, zink, barium en PAK (uitsplitsing 12MOG1)

3

113-2, 116-2, 117-2

Lood, zink, barium en PAK (afperkend onderzoek boring 113)

3

BG113-1, 113-3, 113-5

Zink en PAK (afperkend onderzoek boring 116)

2

116-1, 116-45

Uitsplitsingen en verticale afperkingen

Zink en PAK (afperkend onderzoek boring 117)

1

117-2

Lood (afperkend onderzoek boring 123)

2

123-1, 123-3

Deelgebied Midden/zuid

34/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Omschrijving Standaard stoffenpakket grond1

22

BG11, MMOG12, MMBG23, MMBG3, OG04, BG45, MMOG30, MMOGKLZ, 1710MBG1Z, 1710MBG2Z, 1710MOG1Z, 1710MOG2Z, OG10, 1810MBG, OG16, OG17, BG26, OG26, BG18, MMOG18, BG13, OG13

Standaard stoffenpakket grondwater2

5

PB4, PB16, PB26, PB33, PB47

Asbest in grond

1

MMY

Asbest in puin

2

MM10 en MMA

1

MM10

4)

5)

Samenstellingspakket en schudtest L/S 10 funderingsmateriaal Asbest verzamelmateriaal

1

ASBVZ11

PFAS handelingskader

1

MMBG3

1

U18-4

7

MMBG400, MMOG400, OG402-7, BG403, MMOG403, MMBG404, MMOG406

Uitsplitsingen Lood (uitsplitsing MMOG18) Gedempte sloten Standaard stoffenpakket grond1 Asbest in grond

2

MMT, MMR

Asbest verzamelmateriaal

1

ASBVZ403

Lood, zink, PAK, PCB, minerale olie, barium (uitsplitsing MMOG400)

3

U400-5, U401-5, U402-5

PAK (uitsplitsing MMBG400)

3

U400-2, U401-2, U402-2

Pakket A: standaard waterbodem regionale wateren*

11

SLIBvak1, SLIBvak2, VWBvak1, VWBvak2kl, VWBvak3, DL2MMSL, DL2MMZ, SLIBvakZuid,

PFAS handelingskader

8

Uitsplitsingen en verticale afperkingen

Waterbodem

VWBvakZuid, VWBvakMiddenKL, VWBvakMiddenZ SLIBvak1, SLIBvak2, VWBvak1, DL2MMSL, SLIBvakZuid,, VWBvakZuid, VWBvakMiddenKL, VWBvakMiddenZ

35/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

1)

Lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof

2)

Metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), BTEXN, VOCl en minerale olie (GC)

3)

PCB (7), PAK (10), minerale olie (GC) en droge stof

* In verband textuur van de vaste waterbodem is van de kleilaag 315 (Vak 1) in mengmonster VWBvak2kl 4)

PAK, PCB en minerale olie

5)

Enkelvoudige schudtest (L/S=10), 15 metalen (As, Ba, Cd, Cr, Co, Cu, Hg, Mo, Ni, Pb, Sb, Se, Sn, V en Zn), 4 anionen (Br, Cl, F, SO4)

36/72

Kenmerk

3.4

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid

Voor een overzicht van de veiligheids-, kwaliteits-, en duurzaamheidsaspecten wordt verwezen naar bijlage 6. Er is (gemotiveerd) afgeweken van de vigerende protocollen (met uitzondering van protocol 2003) of strategieën op onderstaande punten. Afwijkingen protocol 2001 – ingekort filter peilbuis Tijdens het veldwerk is het boren meermaals gestaakt ter plaatse van boring 106. De maximale diepte die bereikt kon worden is 1,2 m -mv. Omdat vanuit het vooronderzoek blijkt dat nabij deze locatie (oostelijk hiervan, buiten de onderzoekslocatiegrens) een autogaragebedrijf met mogelijk spuitactiviteiten heeft plaatsgevonden, is hier een peilbuis met een ingekort filter geplaatst. Om toch een indicatief beeld te krijgen van de grondwaterkwaliteit, is gekozen voor het plaatsen van de peilbuis met een filterlengte van 0,5 meter in plaats van de voorgeschreven filterlengte van 1 m. Dit betreft een afwijking op protocol 2001. De bovenkant van het filter bevindt zich wel vanaf 0,5 m-grondwaterstand. Doordat gebruik is gemaakt van een verkort filter tijdens de bemonstering van het grondwater een verhoogd risico op slechte toestroming aanwezig. Hierdoor raakt het grondwater mogelijk belucht tijdens monstername en kan de troebelheid worden beïnvloed. Beluchting kan onderschatting van de vluchtige parameters veroorzaken.

Echter is het grondwater niet belucht tijdens de bemonstering, is voldoende grondwater voorgespoeld en was de toestroming goed tijdens de bemonstering van het grondwater. Daarnaast zijn geen concentraties boven de signaleringsparameter aangetoond in het grondwater ter plaatse van deze peilbuis. Daarom wordt niet verwacht dat deze afwijking een significante invloed heeft op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek. Afwijkingen protocol 2002 – beluchte monstername en hoeveelheid voorspoelen  In afwijking op protocol 2002 is geconstateerd dat het grondwater bij peilbuizen 4, 16, 26, 48 en 137 slecht toestroomde. Bij peilbuizen 33 en 48 zakte de bovenkant van de grondwaterstand hierdoor tot onder de bovenkant van het filter waardoor de grondwatermonsters hier belucht zijn bemonsterd. Door deze afwijking kunnen eventuele concentraties aan vluchtige parameters mogelijk onderschat worden. Aangezien geen concentraties boven de signaleringsparameter zijn aangetoond, wordt er niet vanuit gegaan dat deze afwijking een significante invloed heeft op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek 

In afwijking op protocol 2002 is bij peilbuis 48 niet de voorgeschreven drie liter grondwater afgepompt, voorafgaand aan het bemonsteren. Door de klei- en veenlagen in de ondergrond stroomt het grondwater slecht toe en is besloten het grondwater direct te bemonsteren om zoveel mogelijk te voorkomen dat het grondwater belucht bemonsterd zou worden of dat het filter droog kwam te staan. Er is voorkomen dat het filter droog kwam te staan, echter is een beluchte bemonstering niet voorkomen (zie bovenstaande tekst). Door beperkte voorspoeling van het grondwater ter plaatse van deze peilbuis kan de troebelheid mede verhoogd zijn, waardoor de concentraties aan organische parameters mogelijk zijn overschat.

37/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Aangezien geen concentraties boven de signaleringsparameter zijn aangetoond, wordt er niet vanuit gegaan dat deze afwijking een significante invloed heeft op de betrouwbaarheid van dit bodemonderzoek Afwijkingen protocol 2018 – maaiveldinspectie, boordiameter en massa residu  Als onderdeel van het bodemonderzoek naar asbest dient voorafgaand aan de monstername een maaiveldinspectie van het onderzoeksterrein conform protocol 2018 te worden uitgevoerd. Hierbij wordt de toplaag van het onverharde deel van het terrein afgezocht naar puinrestanten en asbestverdacht (plaat)materiaal. Aan de hand van de resultaten van de maaiveldinspectie wordt beoordeeld of er binnen het onderzoeksgebied deellocaties aanwezig zijn die als meer of minder verdacht kunnen worden beschouwd. De locatie is voor 75 % bedekt met verharding of vegetatie, waardoor een volledige visuele inspectie niet mogelijk was. Het niet uit (kunnen) voeren van een maaiveldinspectie is een afwijking op protocol 2018. Het beeldmerk is daarom niet van toepassing op deze werkzaamheden. Omdat de aan- of afwezigheid van asbest op het maaiveld geen directe invloed heeft op het gehalte aan asbest in de bodem wordt niet verwacht dat de conclusies van het onderzoek 

zullen veranderen De grondbemonstering voor het bodemonderzoek naar asbest is niet uitgevoerd met gaten of boringen met een minimale diameter van 12 cm. In plaats daarvan is een diameter van 7 of 10 cm gehanteerd, voor vrijwel alle gaten die doorgeboord zijn. De reden hiervoor is de aanwezigheid van puinlagen, bovenliggend puin, risico met kabels en leidingen en stugge kleilagen. Hierdoor wordt minder materiaal beoordeeld op aanwezigheid van bodemvreemde materialen in de ondergrond en is mogelijk asbestverdacht materiaal over het hoofd gezien. Er wordt niet verwacht dat bij het doorboren met een boordiameter van 12 cm het resultaat significant zal verschillen. De samengestelde en geanalyseerde monsters voor asbest in de ondergrond zijn namelijk niet asbesthoudend. Er is enkel asbest in de bovengrond aangetoond, uitsluitend gerelateerd aan asbesthoudend plaatmateriaal. Hierdoor wordt nieuwe monstername niet noodzakelijk geacht en wordt het onderzoek als voldoende

betrouwbaar beschouwd Bij het registreren van de veldwerkgegevens zijn van diverse mengmonsters voor asbest de gewichten van het residu (fractie >20 mm) verloren gegaan. Het gewicht van het residu heeft alleen invloed wanneer een asbestberekening dient te worden uitgevoerd (bij aantreffen asbest > 20 mm en verzamelmonsters). Doordat dit niet het geval was bij de betreffenhet mengmonster is het ontbreken van het residu in deze gevallen niet van invloed op de betrouwbaarheid en conclusies van onderhavig onderzoek. Nieuwe monstername is niet noodzakelijk

38/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Afwijking op NEN 5720 – samenstelling mengmonsters 

In afwijking op NEN 5720 zijn in monster VWBvak2kl en VWBvak3 niet de vereiste hoeveelheid monsters (10 stuks) opgemengd. Op basis hiervan is het resultaat van deze twee monsters als indicatief beschouwd

In afwijking op NEN 5720 is monster 315 uit vak 1 opgemengd met monsters uit vak 2 in mengmonster VWBvak2kl. Reden hiervoor is dat enkel de vaste waterbodem in dit monster uit klei bestaat

Vanwege deze afwijkingen dienen de resultaten van het waterbodemonderzoek ter plaatse van vakken 1 en 2 als indicatief te worden beschouwd. Afwijking op NEN 5740 – samenstelling mengmonsters In afwijking op NEN 5740 is in deelmonster MM130 5 monsters opgemengd in plaats van 4 volgende strategie VED-HE. Het gevolg hiervan is mogelijk verdunning van de verontreinigingen. Echter is in het monster enkel een verontreiniging met kobalt (<0,5*I) aangetoond waardoor aangenomen is dat deze afwijking geen invloed heeft op de conclusie van dit onderzoek. Afwijkingen NEN 5897 en onderzoek fundering – onvoldoende monstermassa Voor monster MM3P (analysecertificaat 2024112258) is te weinig monstermateriaal aangeleverd, te weten 12,8 kg droge stof. Dit monster voldoet niet aan de minimale monsterhoeveelheid volgens NEN-5897 (25 kg d.s.). Dit is veroorzaakt door het feit dat niet in alle monsterpunten sprake was van een puinlaag en hierdoor het monster niet volledig kon worden aangevuld tot de minimale monsterhoeveelheid. Voor monster MB122 betreft het droog gewicht 24,8 kg d.s. en voor MM10 24,9 kg d.s. in plaats Deze afwijking is nihil waardoor niet wordt verwacht dat bij een nieuwe monstername het resultaat significant afwijkt van het resultaat dat nu is vastgesteld (geen asbest).

Derhalve wordt het resultaat voldoende betrouwbaar geacht en de norm voor nader onderzoek (50 mg/kg d.s.) bij nieuwe monstername niet wordt overschreden. De grootte van het monster beïnvloedt de betrouwbaarheid en representativiteit van het analyseresultaat. Bij een te klein monster kan het resultaat zowel een onderschatting als overschatting geven van het resultaat. Echter gezien het aangeleverd monster van MM3P geen asbest bevat, is onzes inziens, de kans dat de norm van 50 mg/kg d.s. voor nader onderzoek wordt overschreden bij een nieuwe monstername dermate klein dat een nieuwe monstername niet noodzakelijk is.

39/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Overschrijdingen conserveringstermijn Van onderstaande parameters en (meng)monsters is de conserveringstermijn van de extractie overschreden. Voor de grondmonsters komt door het feit dat de lab opdrachten verlaat zijn gegeven ten behoeve van uitsplitsing van mengmonsters, verticale afperking of later zijn geanalyseerd ten behoeve van het verkregen van een indicatie van de horizontale omvang van de verontreiniging. Voor de funderingsmonsters is dit vanwege het feit dat eerst een analyse op asbest noodzakelijk is voordat de monsters gebroken en gemalen kunnen worden ten behoeve van analyse op het samenstellingspakket. Voor de volgende (mengmonsters) is de conserveringstermijn van onderstaand aangegeven parameters overschreden: PAK/PCB: Minerale olie:

BG113,1, 113-2, 113-3, 113-5, 116-2, 117-2, 116-1, 116-45, MMOL110, MMTL110, MM124, MMFN1, MMFN2 MMOG30, MMOGKLZ, u400-5, u401-5, u402-5, MM124, MMOL110, MMTL110, MMFN1, MMFN2

Als gevolg van de overschrijding van de conserveringstermijn kunnen bovenstaande parameters voor bovenstaand aangegeven monsters zijn onderschat. Het gevolg hiervan is niet bekend/niet onderzocht. Aangezien de monsters gekoeld zijn bewaard en analyse op correcte wijze is uitgevoerd, worden de analyseresultaten wel als voldoende representatief geacht. De verwachting is niet dat een heranalyse of nieuwe monstername leidt tot andere conclusies/aanbevelingen. Uitsplitsingen en verticale afperkingen Voor mengmonster MOG400 zijn deelmonsters geanalyseerd/uitgesplitst. Per abuis is daarbij deelmonster 402-4 in plaats van deelmonster 402-5 (welke opgemengd was in MOG400) geanalyseerd. Voor deelmonster 402-5 worden de resultaten van MOG400 daarom als representatief beschouwd. De aangetoonde sterke verontreinigingen met zink en PAK in de ondergrond ter plaatse van boring 117 is per abuis niet verticaal afgeperkt. Verplaatsen boringen en NEN5740 Boring met peilbuis 48 was gepland om geplaatst te worden in deellocatie Zuid/Midden. Omdat bleek dat hier sprake was van een wadi is deze boring verplaatst. Echter is deze zodanig verplaatst dat deze (net) in het noordelijke deelgebied is geplaatst. Mengmonster MMOG18 is daarom samengesteld uit grond van beide deelgebieden (boring 18 en 48).

In deellocatie zuid/midden is hierdoor één peilbuis minder geplaatst dan voorgeschreven binnen de strategie ONV uit de NEN5740. Echter staat deze peilbuis op maximaal circa 5 m afstand van het deelgebied zuid/midden. Verwacht wordt daarom dat deze peilbuis ook een indicatie geeft van de grondwaterkwaliteit binnen deelgebied zuid/midden. Daarnaast blijkt dat de grondwaterkwaliteit in zowel het noordelijke als zuid/midden gebied niet verontreinigd is boven de signaleringsparameters wat duidt op een gelijkwaardige grondwaterkwaliteit binnen de gehele onderzoekslocatie.

40/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Voor de noordelijke deellocatie 1 is in afwijking op de strategie VED-HE voor MM130 per abuis 5 deelmonsters opgemengd in het mengmonster in plaats van de maximaal voorgeschreven 4 mengmonsters. Hierdoor is mogelijk sprake van een onderschatting van de parameters door de verdunde meting. Aangezien er geen verontreinigingen (nabij) 0,5*I zijn aangetoond, wordt niet verwacht dat dit invloed heeft op de conclusies en aanbevelingen van dit monster. NEN5707 In het onverdachte gebied is ter plaatse van boring 18 (in afwijking op hetgeen verwacht op basis van het vooronderzoek) een bijmenging met metselpuin waargenomen in het traject van 0-2 m-mv. Dit betreft een asbestverdachte bijmenging, echter is hier geen onderzoek uitgevoerd naar asbest in grond.

41/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

4 Resultaten en interpretatie 4.1

Zintuiglijke waarnemingen

Tijdens de veldwerkzaamheden zijn waarnemingen gedaan die kunnen duiden op de aanwezigheid van een bodemverontreiniging. Tijdens de werkzaamheden is asbestverdacht materiaal waargenomen bij boringen 11, 128 en 403 in de vorm van asbesthoudend plaatmateriaal. Daarnaast zijn asbestverdachte bijmengingen waargenomen in het noordelijk en midden deelgebied in de vorm van mengpuin, metselpuin, betonpuin en ondefinieerbaar puin. Er heeft geen visuele inspectie van het maaiveld conform protocol 2018 plaatsgevonden als gevolg van een begroeid of verhard maaiveld. Voor details wordt verwezen naar de boorprofielen in bijlage 7a. De veldmetingen zijn weergegeven in tabel 4.1. Onderstaand wordt per deelgebied en beknopte beschrijving gegeven van de bodemopbouw en zintuigelijke bijzonderheden. In bijlage 13 zijn enkele foto’s opgenomen van de veldwerkzaamheden. Deellocatie noord (sublocatie 1.1) Op de noordelijke deellocatie bestaat de bodem uit zand op klei, de kleilaag wordt op wisselende dieptes aangetroffen variërend van 0,5 tot circa 2. m - mv. Plaatselijk (boringen 137) is de kleilaag vanaf het maaiveld aanwezig tot geboorde einddiepte. Op grotere diepte in het traject tussen 2 en 3,6 m - mv een veenlaag onder de kleilaag aanwezig, met hieronder weer een zandlaag.

In zowel de zand- als kleilaag zijn heterogeen binnen de deellocatie bijmengingen met puin en/of baksteen waargenomen in voornamelijk de bovengrond en plaatselijk de ondergrond tot maximaal circa 2 m - mv. In de zandlaag zijn plaatselijk (boringen 136 en 102 in ondergrond en boring 48 in bovengrond) ook kooldeeltjes waargenomen. Verder zijn in enkele boringen ook bijmengingen met glas, plastic en keramiek aangetroffen in de bovengrond. De kleilagen in de ondergrond zijn plaatselijk (boringen 138, 123) slibhoudend. Ter plaatse van boring 128 zijn asbestverdachte plaatjes aangetroffen in de bovengrond. Na analyse is gebleken dat dit materiaal asbesthoudend is. Ter plaatse van boring 127 is een stuk dakpan aangetroffen in de bovengrond. Ter plaatse van boring 116 is bouw en sloopafval waargenomen in de bovengrond. Ter plaatse van boringen 120, 103 en 114 zijn bijmengingen met asfalt waargenomen in de bovengrond. Plaatslijk is een funderingslaag bestaande uit mengpuin waargenomen in de bovengrond (zie beschrijving locatie funderingslaag). Ter plaatse van boring 103 is van 0,2-0,4 m - mv een funderingslaag bestaande uit asfaltbrokken met bitumen waargenomen. Mogelijk is hier sprake geweest van een oude weg, echter zijn hier geen concrete aanwijzingen voor op basis van het vooronderzoek. Ter plaatse van boring 113 is in het traject 1,1-2,0 m - mv een teerachtige geur waargenomen.

Een PID-meting is echter niet uitgevoerd vanwege regenachtig weer. Er is geen oliewaterreactie waargenomen in dit traject.

42/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Calamiteit 2008 (sublocatie 1.5) Ter plaatse van boring 112 is in het traject 1,6-1,9 m - mv een veenlaag met slibbijmengingen waargenomen, dit duidt op de mogelijke aanwezigheid van een voormalige slootbodem. Er zijn geen waarnemingen gedaan die duiden op een verontreiniging gerelateerd aan deze spil. Deellocatie zuid/west/midden (sublocatie 2.1) Ter plaatse van deze deellocatie is veelal sprake van zand op klei of veen, deze lagen worden afwisselend aangetroffen onder de zandlaag vanaf circa 0,5 m - mv. In enkele boringen is enkel een zandlaag aangetroffen tot de geboorde einddiepte. De kleilaag in de ondergrond is hier plaatselijk slibhoudend (boringen 33, 36). Plaatselijk zijn bijmengingen met baksteen aangetroffen in de bovengrond (boringen 36, 37, 50, 49, 47, 46, 45, 23, 12) of ondergrond (boringen 13, 50). Deze bijmengingen zijn voornamelijk waargenomen in de groenstrook langs de westelijke zijde van het Leidschenveenspad en plaatselijk bij het zuidelijk deel van de oostelijke watergang en het verharde terrein en parkeerplaats bij Overgoo 11-15 (boringen 13 en 18). Ter plaatse van boring 18 is daarnaast (asbestverdacht) metselpuin als bijmenging waargenomen in het traject van 0-2 m-mv. Verder zijn er geen antropogene bijmengingen waargenomen in de bodem.

Voormalig volkstuin complex (sublocatie 2.6) Ter plaatse van het voormalig volkstuincomplex (sublocatie 2.6) is sprake van een zintuigelijk schone zandlaag, plaatselijk (boring 4) afgewisseld met een veenlaag in de ondergrond. Gedempte sloten Ter plaatse van de gedempte sloten zijn geen verdachte stort-/dempingslagen van de voormalige sloten waargenomen. Onderstaand is per raai de bodemopbouw beschreven. De waargenomen bijmengingen met slib in de ondergrond (waargenomen ter plaatse van alle raaien) duiden mogelijk op de aanwezigheid van de voormalige sloten, zie bijlage 3a. De boorpunten ten opzichte van de gedempte sloten zijn weergegeven in bijlage 7a. Sublocatie 1.2 Gedempte watergangen 1960 Ter plaatse van boringen 400 t/m 402 is vanaf maaiveld tot einddiepte een zandlaag waargenomen. De bovengrond is hier baksteen- en puinhoudend. De ondergrond is baksteenhoudend en plaatselijk slibhoudend (boring 402). Ter plaatse van boringen 403 t/m 405 is sprake van een zandlaag, afgewisseld met een slibhoudende kleilaag vanaf 1 m - mv en van 1,7-2,0 m - mv is een veenlaag waargenomen. De bovengrond is baksteenhoudend. Ter plaatse van boring 403 is in de bovengrond van 0,2-0,5 m mv asbestverdacht plaatmateriaal waargenomen. Het verzamelde materiaal is bemonsterd (monstercode ASBVZ403). Na analyse is gebleken dat dit asbesthoudend materiaal is.

Verwacht wordt dat deze bijmenging niet is gerelateerd aan de demping van de sloot, aangezien dit is waargenomen in de bovengrond. Mogelijk is dit afkomstig van bouw- en sloopwerkzaamheden in de omgeving.

43/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Sublocatie 2.2 Gedempte watergangen 1990 Ter plaatse van boringen 406 t/m 408 is onder de klinkers een zandlaag waargenomen met vanaf circa 0,7 m - mv een kleilaag tot de geboorde einddiepte (2 m -mv). In het traject 0,7-1,0 m - mv is de kleilaag slibhoudend. Verder zijn geen verdachte/antropogene bijmengingen waargenomen. Funderingslaag rijbaan (locatie 1.4) De op basis van het vooronderzoek verwachte funderingslaag (zie figuur 3.1, blauwe lijn) is ter plaatse waargenomen. Deze funderingslaag bleek op basis van zintuigelijke waarneming omvangrijker dan verwacht. De funderingslaag is waargenomen ter plaatse van boringen 106 t/m 110 en 122. Het betreft een laag met mengpuin, waargenomen onder de toplaag (zand) op een diepte van circa 0,2-0,6 m - mv. Ter plaatse van boring 106 kon vanwege de hoge grondwaterstand (op circa 0,2 m - mv) de puinlaag niet worden bemonsterd. Overgoo 11-15 (Sublocatie 2.3) Ter plaatse van deze deellocatie bestaat de bodem uit zand op klei of veen (klei of veen vanaf circa 0,5 m - mv). Plaatselijk is een grindlaag aanwezig in de ondergrond (boringen 22, 23, 19) m mv. Ter plaatse van boring 11 is in het traject 0,2-0,7 m - mv asbestverdacht materiaal en baksteen bijmengingen waargenomen. Na analyse is gebleken dat het asbestverdacht materiaal asbesthoudend is.

Ter plaatse van boring 10 en 27 (oostelijk van Overgoo 13-15) is in het traject 0,15-0,4 een puinfunderingslaag waargenomen. Hier onder is sprake van een zandlaag. Ter plaatse van boring 27 is van 0,8-1,2 m-mv een kleilaag aangetroffen. In de grondlagen zijn geen antropogene bijmengingen waargenomen. Funderingslaag parkeerplaats (sublocatie 2.4) Ter plaatse van boringen 29 en 30 is een funderingslaag met puingranulaat waargenomen van 0,3-0,5 m-mv. Hier onder- en boven is sprake van een zandlaag, zonder antropogene bijmengen.

44/72

Kenmerk

4.2

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Veldmetingen

In tabel 4.1 zijn de veldmetingen van de grondwatermonsternames weergegeven. Tabel 4.1 Veldmetingen Peilbuis

Sublocatie

Filterdiepte

Datum

(m -mv)

GWS

pH

EC

Troebelheid

(m -mv)

(-)

(μS/cm)

(ntu)

Deelgebied noord 106

1.1 Bedrijventerrein

0,70-1,20

04.10.2024

0,31

8,66

479

21

112

1.5 Calamiteitslocatie 2008

2,40-3,40

04.10.2024

1,33

7,14

804

120

48

1.1 Bedrijventerrein

2,40-3,40

07.11.2024

1,72

6,91

1114

208

121

1.1 Bedrijventerrein

2,80-3,80

04.10.2024

1,39

6,85

1472

61

132

1.1 Bedrijventerrein

1,70-2,70

04.10.2024

1,05

7,38

873

18

137

1.1 Bedrijventerrein

1,00-2,00

07.11.2024

0,86

7,53

1164

439

1,50-2,50

07.11.2024

0,50

7,19

1033

10

Deelgebied midden/zuid/west 4

2.1 Onverdacht terrein / 2.6 Vml volkstuincomplex

16

2.1 Onverdacht terrein

1,70-2,70

07.11.2024

0,30

7,01

1401

4

26

2.1 Onverdacht terrein

1,50-2,50

07.11.2024

1,21

7,82

715

209

2.3 Bebouwing Overgoo 33

2.1 Onverdacht terrein

1,00-2,00

07.11.2024

1,43

7,10

2694

152

47

2.1 Onverdacht terrein

1,50-2,50

04.10.2024

0,54

7,22

1407

16

De gemeten waarden worden als normaal beschouwd wanneer de pH: 5,0-8,0, EC: 200 - 2.000 µS/cm en troebelheid: < 10 NTU) is. De waarde van pH is bij peilbuis 106 verhoogd gemeten. Het filter van de peilbuis is ingekort waardoor het filterdeel ter hoogte van een funderingslaag staat. Mogelijk is de verhoogde pH door een hoge grondwaterstand en contact met deze funderingslaag veroorzaakt. De waarde voor EC is verhoogd gemeten ter plaatse van peilbuis 33. De verhoogde EC wordt mogelijk veroorzaakt door voormalige aanwezigheid van brak water. De verhoogde waarde voor de troebelheid in het grondwater bij alle peilbuizen (behalve peilbuis 4 en 16) is waarschijnlijk veroorzaakt door het natuurlijk voorkomen van zwevende delen in het grondwater en kan mogelijk leiden tot een overschatting van de concentraties aan gemeten stoffen. In dit geval zijn geen stoffen in het grondwater in concentraties boven 0,5*signaleringsparameter voor grondwater aangetoond. Er kan daarom vanuit worden gegaan dat dit geen invloed heeft gehad op de onderzoeksresultaten.

45/72

Kenmerk

4.3

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Toetsing analyseresultaten grond, fundering en grondwater

In deze paragraaf zijn de resultaten per deellocatie beschreven voor grond, grondwater en fundering. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 8. Voor een volledig naar standaardbodem omgerekend toetsingsoverzicht wordt verwezen naar bijlage 9. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 10 (A: grond. B: grondwater. C: Asbest in grond en puin. D: Waterbodem. E: Fundering). In bijlage 12 zijn gewogen indicatieve asbestgehaltes berekend. In bijlage 5a zijn de totale monsternemingspunten weergegeven ten opzichte van de resultaten uit het vooronderzoek. 4.3.1 Noordelijk deelgebied Onderstaand zijn de toetsingsresultaten van het bodem- en funderingsonderzoek opgenomen voor het noordelijk deelgebied. In de tabellen zijn de bodemeigen bijmengingen zoals schelpen, roest, wortels, veen, klei, zand en grind niet weergegeven. De situering van de monsternemingspunten zijn opgenomen in bijlage 5b.

46/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Grond Tabel 4.2 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grondgebied noord (Meng)monster

Sublocatie

Deelmonster

BG48-3

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

48-2

Diepte

Textuur en bijzonderheden ##

> L/N

> 0,5xI

>I

BK# (indicatief)

Veiligheidsklasse

0,2-0,3

zand, kooldeeltjes 2, baksteen 2, mengpuin 3

Co, Zn, PAK, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

(m -mv)

BG48-4

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

48-3

0,3-0,8

zand, baksteen 2

Cu, minerale olie

-

PAK

sterk ver.

Geen Klasse

OG48

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

48-4

0,8-1,1

zand, beton 2

Pb, PCB, minerale olie

-

PAK

sterk ver.

Geen Klasse

MMOG48

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

48-5, 48-6

1,1-1,6

zand, baksteen 1-3, metselpuin 1

Co, Cu, Hg, Pb, minerale olie

Zn

PAK

sterk ver.

Geen Klasse

MM 124

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

124-2

0,2-0,5

zand, baksteen 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

MMOG18%

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

18-4, 48-7

1,5-2,1

klei, baksteen 3, metselpuin 1

Cu, Hg, PAK

-

Pb

sterk ver.

Geen Klasse

OG100

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

101-2

0,5-1

zand

Hg, Pb, Zn, PAK

-

-

ind

Geen Klasse

MM103

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

103-1, 104-1

0,08-0,6

zand, asfalt 2, baksteen 1-2

PAK

-

-

L/N

Geen Klasse

103-5

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

103-4

0,8-1,3

zand, baksteen 2, cement 2

Co, Hg, Pb, Zn, PAK, minerale olie

Cu, Ni

-

ind

Geen Klasse

105-1

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

105-1

0,08-0,4

zand, baksteen 2, mengpuin 2

Hg, Pb, PAK, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

112-2

1.5 Calamiteit 2008

112-1

0,05-0,5

zand, plastic 2, betongranulaat 4

Pb

-

-

won

Geen Klasse

112-6

1.5 Calamiteit 2008

112-4

1,6-1,9

Veen, slib2

Cu, Hg, Pb, Zn, PAK, PCB, minerale olie

-

-

matig ver.

Geen Klasse

12MBG1

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

114-1, 115-1, 117-1, 123-1

0,08-0,5

zand, asfalt 2, puin 3-4, baksteen 2-3, mengpuin 2-3

Cu, Pb, Zn, PAK, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

12MOG1

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

113-2, 116-2, 117-2

0,4-1

zand, leisteen 2, baksteen 2, cement 2-3, mengpuin 2-3

Cd, Hg, PCB, minerale olie

Pb, Zn

PAK

sterk ver.

Geen Klasse

12MOG2

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

113-4

1,1-1,5

zand

Cd, Hg, PCB, minerale olie

Pb

Zn, PAK

sterk ver.

Geen Klasse

12MOG3

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

123-2

0,5-1

zand, baksteen 3

Cu, Hg, Zn, PAK, PCB, minerale olie

-

Pb

sterk ver.

Rood NV

MMBG118

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

118-1, 120-1

0,08-0,5

zand, asfalt 2, mengpuin 2-3

Pb, PAK, PCB, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

MMOG118

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

118-2, 119-3, 120-2

0,5-1,2

zand, baksteen 1-3, mengpuin 2-3

Cu, Hg, Pb, Zn, PAK, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

BG119

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

119-1

0,08-0,5

zand, baksteen 2, mengpuin 2

-

-

-

L/N

Geen Klasse

BG121

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

121-1

0-0,5

zand, plastic 2, glas 2, baksteen 2

Cu, Hg, Pb, Zn, PAK, PCB

-

-

ind

Geen Klasse

OG121

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

121-2

0,5-1

zand, baksteen 2, keramiek 2

Hg, Pb, Zn, PAK, PCB, minerale olie

Cu

-

ind

Geen Klasse

OG121-3

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

121-3

1-1,5

klei, baksteen 2

Cd, Cu, Hg, Pb, Zn, PAK

-

-

ind

Geen Klasse

MM 124

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

124-2

0,2-0,5

zand, baksteen 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

128

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

128-2

0,4-0,6

zand, asbest 1, baksteen 1

Co, Ni

-

-

L/N

Geen Klasse

MM130

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

125-2, 126-4, 127-2, 129-2, 130-2

0,2-0,8

zand, puin 1, baksteen 1, dakpan 1, puingranulaat 3

Co

-

-

L/N

Geen Klasse

MM134

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

131-2, 132-2, 133-3, 134-2

0,2-0,8

zand, puin 3-4, kiezel 3, baksteen 3, puingranulaat 3

Co, Ni, PCB

-

-

ind

Geen Klasse

1710MBG1N

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

137-1

0-0,5

klei,

Hg, Pb, Zn, PAK

-

-

won

Geen Klasse

1710MBG2N

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

136-2

0,15-0,4

zand, puingranulaat 4

Co, Cu, Mo, PAK

Ni

-

ind

Geen Klasse

1710MOG1N

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

136-3

0,41-0,7

zand, kooldeeltjes 1

Cu, Hg, Zn, PAK

Pb

-

ind

Geen Klasse

1710MOG2N

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

136-4

0,7-1,2

zand, baksteen 1

Pb, PAK

-

-

L/N

Geen Klasse

MMBG135

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

135-2, 138-1

0-0,7

zand, baksteen 2-3

Hg, Pb, PAK, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

MM TL110

1.4 Funderingslaag rijbaan

106-4, 107-1, 109-1, 110-1

0,08-0,3

zand

-

-

-

L/N

Geen Klasse

MM OL110

1.4 Funderingslaag rijbaan

106-3, 107-3, 110-3, 122-3

0,5-1,2

zand

Co, Hg, PAK

-

-

won

Geen Klasse

MM 124

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

124-2

0,2-0,5

zand, baksteen 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

OG138

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

138-4

1,2-1,6

klei, slib 1, baksteen 1

Cu, Hg, Zn, PAK

Pb

-

ind

Geen Klasse

109-4

1.4 Funderingslaag rijbaan

109-3

0,28-0,5

klei, baksteen 3, grind 3

Cd, Hg, PAK, minerale olie

Pb, Zn

Cu

sterk ver.

Geen Klasse

Uitsplitsing MMOG48 en verticale afperking boring 48 U48-7#

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

48-6

1,3-1,6

zand, baksteen 3

-

Pb

-

ind

Geen Klasse

U48-6

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

48-5

1,1-1,3

zand, baksteen 1, metselpuin 1

-

Zn

PAK

sterk ver.

Geen Klasse

47/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

(Meng)monster

Sublocatie

Deelmonster

U48 (1,6-2,1)

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

48-7

VA48 (2,1-2,6)

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

Diepte

Textuur en bijzonderheden ##

> L/N

> 0,5xI

>I

BK# (indicatief)

Veiligheidsklasse

1,6-2,1

klei, baksteen 3

Zn, PAK

Pb

-

ind

Geen Klasse

48-8

2,1-2,6

klei

Pb, Zn, PAK

-

-

won

Geen Klasse

109-4

0,5-1

zand

Pb

Cu, Zn

-

ind

Geen Klasse

(m -mv)

Afperkend onderzoek boring 109 AO109-5

1.4 Funderingslaag rijbaan

Uitsplitsing 12MOG1 en verticale afperking boring 113 BG113-1

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

113-1

0,05-0,4

zand, puin 2, baksteen 2

-

-

-

L/N

Geen Klasse

113-2

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

113-2

0,4-0,9

zand, baksteen 2

-

Pb, PAK

Zn

sterk ver.

Geen Klasse

113-3

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

113-3

0,9-1,1

zand, baksteen 2

Pb

Zn

PAK

sterk ver.

Geen Klasse

113-5

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

113-5

1,5-2

zand, baksteen 2

-

Pb

Zn, PAK

sterk ver.

Geen Klasse

Uitsplitsing 12MOG1en verticale afperking boring 116 116-1

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

116-1

0,09-0,4

zand, puin 3, baksteen 2, menggranulaat 2

Zn

PAK

-

ind

Geen Klasse

116-2

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

116-2

0,4-0,9

zand, leisteen 2, cement 2, mengpuin 2

Pb

-

Zn, PAK

sterk ver.

Geen Klasse

116-45

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

116-3, 116-4

1-1,5

zand, baksteen 2

-

Zn, PAK

-

ind

Geen Klasse

117-2

0,4-1

zand, cement 3, mengpuin 3

Pb

-

Zn, PAK

sterk ver.

Geen Klasse

Uitsplitsing 12MOG1 117-2

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

Verticale afperking boring 123 123-1

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

123-1

0,08-0,5

zand, baksteen 3, klei 2, mengpuin 3

Pb

-

-

won

Geen Klasse

123-3

1.1 bedrijventerrein met vml activiteiten

123-3

1-1,3

klei, slib 1

-

Pb

-

ind

Geen Klasse

L/N

Landbouw/natuur

I

Interventiewaarden grond

#

Bodemkwaliteitsklasse, toepassing op landbodem

##

De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3), sterk (4), zeer sterk (5)

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

L/N / won / ind / matig ver. / sterk ver.

Landbouw/natuur / Wonen / Industrie / Matig verontreinigd / Sterk verontreinigd

#

%

Monster is per abuis op lood geanalyseerd in plaats van PAK en zink Mengmonster bevat per abuis ook grond afkomstig uit het gebied zuid/midden, betreft boring 18. Mengmonster is daarom ook opgenomen in tabel locatie Zuid/Midden. Per abuis is deelmonsters 48-7 niet meegenomen in de uitsplitsing

48/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Binnen deze onderzoekslocatie zijn met name op het westelijk deel van het onderzoeksgebied (boringen 113, 116, 117, 123, 48, 136, 103 en 121) verontreinigingen met zware metalen (met name zink) en PAK >0,5*I aangetoond in de ondergrond. Daarnaast is op het middendeel van het terrein (boorpunt 109) plaatselijk een sterke verontreiniging met koper aangetoond in de bovengrond. De verontreinigingen zijn vermoedelijk te relateren aan de aangetroffen antropogene bijmengingen in de ondergrond en plaatselijk (boorpunt 113) aan een teergeur. Er zijn geen verontreinigingen aangetoond die duidelijk te relateren zijn aan een van de verdachte activiteiten/bronnen op basis van het vooronderzoek. Deze mate van verontreiniging werd hier niet verwacht op basis van het vooronderzoek. Buiten de genoemde boorpunten zijn geen verontreinigingen >0,5*I aangetoond in de grond. Onderstaand wordt een beschrijving gegeven van grondlagen waar verontreinigingen >I zijn aangetoond in dit gebied. Opgemerkt wordt dat naast deze beschreven boorpunten/lagen, ook verontreinigingen >0,5*I, maar <I zijn aangetoond met zware metalen (lood, koper, nikkel en/of zink) in voornamelijk de (baksteen/puinhoudende) ondergrond van boorpunten 136, 103, 121 en 136 (eveneens op westelijk deel van de onderzoekslocatie).

Op basis van de resultaten van dit onderzoek kan nog geen inschatting gemaakt worden van de laagdikte en het oppervlak van de sterke verontreinigingen. Boorpunt 48 Ter plaatse van boorpunt 48 is de zandlaag met antropogene bijmengingen (baksteen, metselpuin en beton) vanaf 0,3 tot 1,3 m - mv sterk verontreinigd met PAK. In het traject 1,1-1,3 m-mv zijn daarnaast verontreinigingen met zink >0,5*I aangetoond. De baksteen- en metselpuinhoudende kleilaag van 1,6-2,1 m -mv is (na uitsplitsing) verontreinigd met lood >0,5*I. De sterke verontreinigingen zijn vermoedelijk te relateren aan de antropogene bijmengingen in de grond hier. Op basis van het vooronderzoek werden de sterke verontreinigingen hier niet verwacht (zie uitwerking locatie 3 van bijlage 3c). Boorpunt 109 De baksteenhoudende kleilaag van 0,3-0,5 m - mv is sterk verontreinigd met koper en >0,5*I met zink. De laag hieronder is maximaal 0,5*I verontreinigd met koper. De sterke verontreiniging met koper in de kleilaag is mogelijk te relateren aan de bijmengingen met baksteen. De kleilaag bevindt zich direct onder de funderingslaag met menggranulaat. Deze funderingslaag is eveneens onderzocht (zie kopje fundering, MM FN1).

Hoewel boring 109 hier niet in is geanalyseerd in het funderingsmonster MM FN1, betreffen de overige deelmonsters die opgemengd zijn in dit monster zintuigelijk dezelfde funderingslaag als bij boring 109 (menggranulaat). In dit monster is koper in beperkte mate aangetoond (0,026 mg/kg d.s.). Daarom wordt niet direct verwacht dat de koper verontreiniging in de grond gerelateerd is aan uitloging van de laag met funderingslaag hierboven.

49/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Op basis van de resultaten van het vooronderzoek werd de sterke verontreiniging met koper hier niet verwacht. In 2014 is bodemonderzoek uitgevoerd waarbij drie boringen (B13 t/m B15) op circa 10 m. oost-west- en zuidelijk van boring 109 zijn geplaatst (zie locatie 4 van bijlage 3c), de bovengrond was hier maximaal licht verontreinigd met zware metalen. Boorpunt 113 De bovengrond van boring 113 is sterk verontreinigd met zink en PAK in het traject vanaf 0,4 tot de geboorde einddiepte 2 m -mv. In het traject van 0,4-1,1 (sterk verontreinigd met zink) en 1,52,0 m - mv (sterk verontreinigd met zink en PAK) is de zandlaag baksteenhoudend. Vanaf 1,1 tot 2,0 m - mv (sterk verontreinigd met zink en PAK) was een vreemde teerachtige geur waargenomen, de sterke verontreiniging met PAK in ondergrond was op basis van deze waarneming verwacht. In het traject 0,4-0,9 m - mv. De laag 1,1-1,5 m - mv is sterk verontreinigd met zink en PAK, zintuigelijk was deze zandlaag schoon. De sterke verontreinigingen met zink en PAK zijn niet duidelijk gerelateerd aan een zintuigelijk te onderscheiden bodemlaag ter plaatse van deze boring. Op basis van de resultaten van het vooronderzoek werd de aanwezigheid van de sterke verontreinigingen hier niet verwacht. In 1999 is op circa 5 m. noordelijk van boorpunt 113 de grond bemonsterd en maximaal licht verontreinigd met PAK (zie locatie 3 van bijlage 3b).

Opgemerkt wordt daarbij dat destijds alleen de bovengrond is geanalyseerd. Mogelijk zijn deze verontreinigingen ontstaan door een van de voormalige activiteiten die hebben plaatsgevonden in het gebied van Vlietweg 16-17 (onder andere drukkerij, laboratorium opslag fotochemicaliën en smeerolie, ondergrondse brandstoftanks en verfspuitinrichting). De ligging van deze activiteiten binnen dit gebied zijn echter onbekend (zie ook bijlage 3c en locatie 3 van bijlage 3b). Boorpunt 116 In het traject 0,4-0,9 m - mv is de mengpuin- en cementhoudende zandlaag ter plaatse van boring 116 sterk verontreinigd met zink en PAK. De lagen hier onder en boven zijn maximaal 0,5*I verontreiniging met zink en PAK. De sterke verontreiniging is mogelijk te relateren aan de antropogene bijmengingen in de grond hier. Op basis van het vooronderzoek werden de sterke verontreinigingen hier niet verwacht (zie uitwerking locatie 3 van bijlage 3c) Boorpunt 117 De cement- en mengpuinhoudende zandlaag in het traject 0,4-1,0 m - mv ter plaatse van boring 117 is sterk verontreinigd met zink en PAK. De sterke verontreiniging is mogelijk te relateren aan de antropogene bijmengingen in de grond hier. Op basis van het vooronderzoek werden de sterke verontreinigingen hier niet verwacht (zie uitwerking locatie 3 van bijlage 3c).

50/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Boorpunt 123 Ter plaatse van boorpunt 123 is de baksteenhoudende zandlaag in het traject 0,5-1,0 m - mv sterk verontreinigd met lood. De sterke verontreiniging is mogelijk te relateren aan de antropogene bijmengingen in de grond hier. Op basis van het vooronderzoek werden de sterke verontreinigingen hier niet verwacht (zie uitwerking locatie 3 van bijlage 3c). Grondwater In tabel 4.3 zijn de toetsingsresultaten van het grondwater opgenomen voor het noordelijk deelgebied. Tabel 4.3 Toetsingsresultaten grondwater noordelijk deelgebied Peilbuis

Sublocatie

Filterstelling (m - mv)

> 0,5*SIG

> SIG

Veiligheidsklasse

48-1-1

1.1 Bedrijventerrein

2,4-3,4

-

-

Geen Klasse

106-1-1

1.1 Bedrijventerrein

0,7-1,2

-

-

Geen Klasse

112-1-1

1.5 Calamiteit 2008

2,4-3,4

-

-

Geen Klasse

121-1-1

1.1 Bedrijventerrein

2,8-3,8

-

-

Geen Klasse

132-1-1

1.1 Bedrijventerrein

1,7-2,7

-

-

Geen Klasse

137-1-1

1.1 Bedrijventerrein

1,0-2,0

-

-

Geen Klasse

SIG

Signaleringsparameter

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

In het grondwater zijn geen van de geanalyseerde stoffen in concentraties boven de signaleringsparameter aangetroffen. Er is daarmee ook geen indicatie dat de voormalige verdachte activiteiten hebben geleid tot een verontreiniging in het grondwater. Ter plaatse van peilbuis 112 zijn ook geen verontreinigingen met aromaten boven de rapportagegrens aangetoond. Er is daarmee ook geen indicatie dat de bodem verontreinigd is met aromaten als gevolg van het incident. Peilbuis 132 is geplaatst nabij de Vlietweg 8A, waar in 2006 zintuigelijk een olieverontreiniging is waargenomen. Hier zijn geen verontreinigingen met minerale olie of aromaten aangetoond boven de rapportagegrens. Er is daarmee geen indicatie dat deze bron een verontreiniging heeft veroorzaakt binnen de huidige onderzoekslocatie grens. Peilbuis 106 is geplaatst nabij het achterterrein van de Vlietweg 8, waar een voormalige tank met afgewerkte olie (gesaneerd in 1986) heeft gelegen. Hier zijn ook geen verontreinigingen met olie of aromaten boven de rapportagegrens aangetoond in het grondwater. Er is daarmee geen indicatie dat deze bron een verontreiniging heeft veroorzaakt binnen de huidige onderzoekslocatie grens.

51/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Funderingslaag rijbaan Tabel 4.4 Resultaten funderingsonderzoek Monsteromschrijving

Sublocatie

Deelmonsters

MM FN1

1.4

106-2, 107-2, 108-

Funderingslaag

2, 110-2

Diepte

Materiaal

Resultaat

0,2-0,6

Menggranulaat

Toepasbaar

0,2-0,4

Asfaltbrokken

Niet

(m - mv)

rijbaan MMFN2

1.1

103-7

Bedrijventerrein

toepasbaar

Op basis van de resultaten van de samenstellingsmonsters blijkt dat de bemonsterde funderingslagen van MM FN1 indicatief toepasbaar is als niet vormgegeven bouwstof onder het Besluit Bodemkwaliteit. De asfaltbrokken welke zijn waargenomen bij monsterpunt 103 (monster MMFN2) is indicatief niet toepasbaar als niet vormgegeven bouwstof, op basis van het gehalte minerale olie. Asbest in grond en fundering In tabel 4.5 is zijn de resultaten van asbest in grond en fundering weergegeven.

52/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Tabel 4.5 Overzicht resultaten asbest Monstercode

Sublocatie

Deel-

Traject

Totale

Toetsing

monsters

(m -mv)

gewogen

norm

indicatief1 gehalte asbest (mg/kg d.s.) Asbest in grond MM1

1.1 Bedrijventerrein

102, 103, 104

0,05-0,50

<0,3

-

MM2

1.1 Bedrijventerrein

110, 111, 112

0,08-0,30

<0,3

-

MB3

1.1 Bedrijventerrein

105, 106, 107, 108

0,08-0,40

<0,4

-

MM4

1.1 Bedrijventerrein

113, 114, 115, 116,

0,05-0,40

<0,3

-

117 MO4

1.1 Bedrijventerrein

113, 114, 116, 117

0,5-1,0

<0,4

-

AMMB5

1.1 Bedrijventerrein

118, 119, 120

0,08-0,50

<0,3

-

MO5

1.1 Bedrijventerrein

118, 119, 120

0,5-0,8

<0,5

-

MMM

1.1 Bedrijventerrein

131, 132, 133, 134

0,2-0,8

<0,5

-

MMO

1.1 Bedrijventerrein

125, 126, 129, 130,

0,2-0,6

<0,2

-

M48

1.1 Bedrijventerrein

0,2-0,3

<0,4

-

0,4-0,6

1

34

-

107, 108, 109, 110

0,2-0,5

<1,0

-

122

0,2-0,5

<0,5

-

1261

MMX +

1.1 Bedrijventerrein

48 128

ASBVZ128 Asbest in puin (Deellocatie funderingslaag) MM3P

1.4 Funderingslaag rijbaan

MB122

1.4 Funderingslaag rijbaan

- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden 1

Berekend gehalte

De grond is ter plaatse van de noordelijke deellocatie niet asbesthoudend, met uitzondering van boorpunt 128. Ter plaatse van deze boring is een asbestgehalte van 34 mg/kg d.s. aangetoond. Dit asbestgehalte is enkel gerelateerd aan het asbestverzamelmateriaal. Het betreffen 2 plaatjes asbestcement (vlakke plaat) met een totaal gewicht van 7,9 gram waarin hechtgebonden chrysotiel 10-15m %) is aangetoond. Dit materiaal is mogelijk in de bodem gekomen bij de bouwwerkzaamheden van de Overgoo 5 (gebouwd 1986 volgens BAG-viewer), aangezien dit boorgat op enkele meters van deze bebouwing is geplaatst. In MB3 is de bovengrond van boorpunt 105 opgemengd. Uit het vooronderzoek bleek dat hier een asbestgehalte van 52,9 mg/kg d.s. was aangetoond (zie bijlage 3b, uitwerking locatie 4). In onderhavig onderzoek is hier geen asbest boven de rapportagegrens aangetoond. In de funderingslaag met menggranulaat is geen asbest boven de rapportagegrens aangetoond.

53/72

Kenmerk

4.3.2

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Midden-, zuid- en westelijk deelgebied

Onderstaand zijn de toetsingsresultaten van het bodem- en funderingsonderzoek opgenomen voor het gebied midden/zuid. In de tabellen zijn de bodemeigen bijmengingen zoals schelpen, roest, wortels, veen, klei, zand en grind niet weergegeven. De situering van de monsternemingspunten is opgenomen in bijlage 5c.

54/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Grond Tabel 4.6 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grondgebied midden/zuid (Meng)

Sublocatie

Deelmonster

monster

Diepte

Textuur en bijzonderheden ##

> L/N

> 0,5xI

>I

(m -mv)

BK#

Veiligheidsklasse

(indicatief)

MMBG3

2.6 vml volstuincomplex

3-1, 4-1, 5-1, 6-1, 7-1

0-0,5

zand

Pb, Zn

-

-

L/N

Geen Klasse

OG04

2.6 vml volstuincomplex

4-2

0,5-1

veen

Co, Hg, Pb

-

-

won

Geen Klasse

OG10

2.3 Bebouwing Overgoo 11-15

10-2

0,41-0,91

zand

-

-

-

L/N

Geen Klasse

BG11

2.3 Bebouwing Overgoo 11-15

11-2

0,2-0,7

zand, asbest 1

Hg, PAK, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

BG13

2.1 Onverdacht gebied

13-2

0,3-0,5

zand, baksteen 2

Zn, PAK, minerale olie

-

-

matig ver.

Geen Klasse

OG13

2.1 Onverdacht gebied

13-3

0,5-1

zand, baksteen 2

-

-

-

L/N

Geen Klasse

MMOG12

2.1 Onverdacht gebied / 2.3

12-2, 25-2, 50-2

0,3-1

zand, baksteen 1-2

Co, Ni

-

-

L/N

Geen Klasse

Bebouwing Overgoo 11-15 1810MBG

2.1 Onverdacht gebied

14-1, 15-1, 16-1, 17-1

0,08-0,5

zand

-

-

-

L/N

Geen Klasse

OG16

2.1 Onverdacht gebied

16-3

0,9-1,4

veen

-

-

-

L/N

Geen Klasse

OG17

2.1 Onverdacht gebied

17-3

0,8-1,2

klei

Hg, Pb

-

-

L/N

Geen Klasse

BG18

2.1 Onverdacht gebied

18-1

0-0,5

zand, baksteen 3, metselpuin 1

Cu, Hg, Pb, Zn

-

-

ind

Geen Klasse

MMOG18%

2.1 Onverdacht gebied

18-4, 48-7

1,5-2,1

klei, baksteen 3, metselpuin 1

Cu, Hg, PAK

-

Pb

sterk ver.

Geen Klasse

BG26

2.3 Bebouwing Overgoo 11-15

26-1

0,1-0,5

zand

-

-

-

L/N

Geen Klasse

OG26

2.3 Bebouwing Overgoo 11-15

26-2

0,5-1

zand

-

-

-

L/N

Geen Klasse

MMBG23

2.1 Onverdacht gebied

23-1, 46-1, 47-1, 49-1, 50-1

0-0,5

zand, baksteen 1

PCB

-

-

L/N

Geen Klasse

MMOG30

2.4 Funderingslaag parkeerplaats

27-3, 29-3, 30-3

0,5-1

zand

-

-

-

L/N

Geen Klasse

19-3, 20-2, 23-3, 27-4, 28-2

0,5-1,2

klei

-

-

-

L/N

Geen Klasse

/ 2.3 Bebouwing Overgoo 11-15 MMOGKLZ

2.1 Onverdacht gebied / 2.3 Bebouwing Overgoo 11-15

1710MBG1Z

2.1 Onverdacht gebied

1-1, 9-1, 31-1, 32-1, 33-1, 34-1, 38-1, 39-1, 41-1

0-0,5

zand

Hg, Pb

-

-

L/N

Geen Klasse

1710MBG2Z

2.1 Onverdacht gebied

36-1, 37-1

0-0,5

zand, baksteen 1-2

Hg, Pb

-

-

won

Geen Klasse

1710MOG1Z

2.1 Onverdacht gebied

33-2, 36-2

0,5-1

klei, slib 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

1710MOG2Z

2.1 Onverdacht gebied

1-2, 31-2

0,5-1

veen,

Cu, Hg, Pb

-

-

won

Geen Klasse

BG45

2.1 Onverdacht gebied

45-1

0-0,5

zand, baksteen 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

18-4

1,5-2

klei, baksteen 3, metselpuin 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

Uitsplitsing MMOG18 U18-4

2.1 Onverdacht gebied

L/N

Landbouw/natuur

I

Interventiewaarden grond

#

Bodemkwaliteitsklasse, toepassing op landbodem

##

De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3)

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

L/N / won / ind / matig ver. / sterk ver.

Landbouw/natuur / Wonen / Industrie / Matig verontreinigd / Sterk verontreinigd

%

Mengmonster bevat per abuis ook grond afkomstig uit het gebied Noord, betreft boring 48. Mengmonster is daarom ook opgenomen in tabel locatie Zuid/Midden.

55/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

De grond ter plaatse van deelgebied midden/zuid bevat zware metalen, minerale olie, PCB en/of PAK, echter niet in gehalten >0,5*I. Dit komt overeen met de verwachting op basis van de bodemkwaliteitskaart. Ter plaatse van boring 13 is de grond geclassificeerd als matig verontreinigd op basis van minerale olie. Er gelden geen verhoogde veiligheidsklassen. PFAS in grond (sublocatie 2.6 voormalige volkstuincomplex) De indicatieve toetsing aan de Regeling bodemkwaliteit is exclusief PFAS, aangezien de toetsing aan het handelingskader PFAS momenteel geen onderdeel uitmaakt van de Regeling bodemkwaliteit. Tabel 4.7 bevat het indicatieve resultaat van de aan het Handelingskader PFAS getoetste PFAS-gehalten. Tevens is de toetsing aan de INEV-waarden en SRCarbo waarden opgenomen. Het toetsingskader is opgenomen in bijlage 8. Tabel 4.7 Indicatieve toetsingsresultaten PFAS in grond (gehalten in µg/kg d.s.), gecorrigeerd voor organisch stof, indicatief getoetst aan de normwaarden voor toepassing op landbodem volgens het handelingskader PFAS en de INEV-waarden van het RIVM Meng-

Deelmonster

monster MMBG3

3-1, 4-1, 5-1, 6-1, 7-1

Traject

Indicatieve beperkingen

m -mv

ten aanzien van PFAS

0,0-0,5

B2 (PFOS)

Overschrijding INEV?

Nee

*A

Geen beperking als gevolg van PFAS

B1/B2

Beperking voor toepassing in grondwaterbeschermingsgebieden (B1/B2) en in oppervlaktewater (B2)

De bovengrond ter plaatse van het voormalige volkstuincomplex voldoet (indicatief) aan klasse B2. Er zijn (indicatief) beperkingen voor het toepassen van de bovengrond in grondwaterbeschermingsgebieden en in oppervlaktewater ten aanzien van PFAS. De INEVwaarde wordt niet overschreden. Op basis hiervan wordt niet verwacht dat de bovengrond negatief beïnvloedt is als gevolg van besproeiing met water uit de naastgelegen sloot. Funderingslaag (sublocatie 2.3 bebouwing Overgoo 11-15) In tabel 4.8 zijn de resultaten van het funderingsonderzoek weergegeven. Tabel 4.8 Resultaten funderingsonderzoek Monsteromschrijving

Deelmonsters

Diepte (m - mv)

Materiaal

Resultaat

MM10

10-4

0,2-0,6

Puingranulaat

Toepasbaar

Op basis van de resultaten van de samenstellingsmonsters blijkt dat de bemonsterde funderingslaag bij boring 10 indicatief toepasbaar is als niet vormgegeven bouwstof onder het Besluit Bodemkwaliteit.

56/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Grondwater In tabel 4.9 zijn de resultaten van het grondwater in gebied midden/west/zuid weergegeven. Tabel 4.9 Toetsingsresultaten grondwater gebied midden/west/zuid Peilbuis

Sublocatie

Filterstelling

> 0,5*SIG

> SIG

Veiligheidsklasse

1,5-2,5

-

-

Geen Klasse

(m - mv) 4-1-1

2.1 Onverdacht terrein / 2.6 Vml volkstuincomplex

16-1-1

2.1 Onverdacht terrein

1,7-2,7

-

-

Geen Klasse

26-1-1

2.1 Onverdacht terrein /

1,5-2,5

-

-

Geen Klasse

2.3 bebouwing Overgoo 33-1-1

2.1 Onverdacht terrein

1-2

-

-

Geen Klasse

47-1-1

2.1 Onverdacht terrein

1,5-2,5

-

-

Geen Klasse

SIG

Signaleringsparameter

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

Het grondwater is niet verontreinigd boven 0,5 x de signaleringsparameters. Asbest in grond en fundering (deellocatie Overgoo 11-15 en nabij) Tabel 4.10 Overzicht resultaten asbest Monstercode

Deelmonsters

Traject (m -mv)

Totale gewogen

Toetsing norm

1

indicatief gehalte asbest (mg/kg d.s.)

Asbest in grond MMY + ASBVZ11

11

0,2-0,7

621

+

Asbest in puinfundering MMA

27, 29, 30

0,3-0,5

4,4

-

MM10

10

0,15-0,40

<0,5

-

- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden + 0,5 * Interventiewaarde wordt overschreden 1

Berekend gehalte

De puinfunderingslaag is ter plaatse van boringen 27, 29 en 30 asbesthoudend, het betreft 1 (niet hechtgebonden) vezel met chrysotiel in de fractie 2-4 mm. Deze funderingslaag is daarmee asbesthoudend. Ter plaatse van boring 10 is geen asbest boven de rapportagegrens aangetoond in de puinfunderingslaag.

57/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Ter plaatse van boring 11 is wel asbest in grond aangetoond in een gehalte van 62 mg/kg d.s. Dit asbestgehalte is enkel gerelateerd aan het aangetroffen asbestplaatmateriaal in de bovengrond. Het betreffen 4 plaatjes asbestcement (vlakke plaat) met een totaal gewicht van 36,2 gram waar hechtgebonden chrysotiel (10-15m %) asbest in is aangetoond. Dit materiaal is mogelijk in de bodem gekomen bij de bouwwerkzaamheden van de Overgoo 11 (gebouwd 1985 volgens BAGviewer), aangezien dit boorgat op enkele meters van deze bebouwing is geplaatst.

58/72

Kenmerk

4.3.3

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Gedempte watergangen 1950 en 1990 (sublocatie 1.2 en 2.2)

Onderstaand zijn de toetsingsresultaten van het bodemonderzoek opgenomen ter plaatse van de voormalige sloten. De situering van de monsternemingspunten voor het zijn opgenomen in bijlage 5d. Grond Tabel 4.11 Mengmonstersamenstelling en toetsingsresultaten grond gedempte sloten (Meng)monster

Deelmonster

Diepte (m -mv)

Textuur en bijzonderheden ##

> L/N

> 0,5xI

>I

BK# (indicatief)

Veiligheidsklasse

MMBG400

400-2, 401-2, 402-2

0,1-0,5

zand, puin 1, kiezel 1, baksteen 1

Pb, Zn, minerale olie

PAK

-

matig ver.

Geen Klasse

MMOG400

400-5, 401-5, 402-5

1-2

zand, baksteen 1

Cd, Cu, Hg

Pb, PCB, minerale olie

Ba, Zn, PAK

sterk ver.

Oranje V

OG402-7

402-6

1,5-2

zand, slib 1

Hg, Pb, Zn, PAK, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

U400-2

400-2

0,2-0,5

zand, puin 1, kiezel 1, baksteen 1

PAK

-

-

ind

Geen Klasse

U401-2

401-2

0,2-0,5

zand, puin 1, kiezel 1, baksteen 1

-

PAK

-

ind

Geen Klasse

U402-2

402-2

0,1-0,4

zand, puin 1, kiezel 1, baksteen 1

PAK

-

-

won

Geen Klasse

U400-5

400-5

1,5-2

zand, baksteen 1

Pb, PCB

minerale olie

Zn, PAK

sterk ver.

Oranje V

U401-5

401-5

1,5-2

zand, baksteen 1

PCB

Pb, minerale olie

Zn, PAK

sterk ver.

Oranje V

U402-5

402-4

0,5-1

zand, kiezel 1

Pb, PCB

Zn, minerale olie

PAK

sterk ver.

Oranje V

BG403

403-2

0,2-0,5

zand, asbest 1, baksteen 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

MMOG403

403-4, 404-5, 405-4

0,9-1,5

klei, slib 3

Cu, Hg, Pb, Zn, PAK, minerale olie

-

-

ind

Geen Klasse

MMBG404

404-2, 405-2

0,2-0,5

zand, baksteen 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

406-4, 407-4, 408-4

0,7-1

klei, slib 1

-

-

-

L/N

Geen Klasse

Sublocatie 1.2 Raai 400 t/m 402

Uitsplitsing MMBG400

Uitsplitsing MMOG400

Sublocatie 1.2 Raai 403 t/m 405

Sublocatie 2.2 Raai 406 t/m 408 MMOG406 L/N

Landbouw/natuur

I

Interventiewaarden grond

#

Bodemkwaliteitsklasse, toepassing op landbodem

##

De mate van bijmenging is als volgt weergegeven; zeer licht (1), licht (2), matig (3)

-

Geen overschrijdingen van geanalyseerde parameters

L/N / won / ind / matig ver. / sterk ver.

Landbouw/natuur / Wonen / Industrie / Matig verontreinigd / Sterk verontreinigd

Asbest Tabel 4.12 Overzicht resultaten asbest Monstercode

Sublocatie

Deelmonsters

Traject (m -mv)

Totale gewogen indicatief1 gehalte asbest (mg/kg d.s.)

Toetsing norm

MMT

1.2 Gedempte watergang 1950

400, 401, 402

0,1-0,5

<0,4

-

MMR + ASBVZ403

1.2 Gedempte watergang 1950

403

0,2-0,5

5401

+

- 0,5 * Interventiewaarde wordt niet overschreden + 0,5 * Interventiewaarde wordt overschreden 1

Berekend gehalte

59/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Sublocatie 1.2 Raai 400-402 Gedempte watergangen 1950 Ter plaatse van de raai boringen 400 t/m 402 overschrijdt PAK in de bovengrond 0,5 x de interventiewaarde. De ondergrond van 0,5-1,0 m - mv is sterk verontreinigd met PAK. De diepere ondergrond tot 2 m - mv is naast PAK ook sterk verontreinigd met zink. De parameters lood, zink en minerale olie overschrijden ook 0,5 x de interventiewaarde in de ondergrond. De aangetoonde sterke verontreinigingen worden niet direct gerelateerd aan de demping van de sloot omdat geen duidelijke stort-/dempingslaag is aangetroffen De aangetroffen antropogene bijmengingen in de ondergrond worden elders binnen de onderzoekslocatie ook heterogeen aangetroffen en zijn daarom niet afwijkend voor dit gebied. Ter plaatse van de boringen 113, 116 en 117 die nabij de raai zijn geplaatst (op respectievelijk circa 10 tot 20 m afstand) zijn vrijwel gelijke antropogene bijmengingen en ook sterke verontreinigingen met PAK en zink aangetoond in de ondergrond. Op basis van het vooronderzoek werden de sterke verontreinigingen niet verwacht. Op basis van de mate van verontreiniging met minerale olie dienen eventuele uit te voeren graafwerkzaamheden in deze laag uitgevoerd te worden onder veiligheidsklasse oranje vluchtig. Voor deelmonster 402-5 worden de resultaten van MOG400 daarom als representatief beschouwd.

In de bovengrond (mengmonster MMT) is geen asbest aangetoond. Sublocatie 1.2 Raai 403-405 Gedempte watergangen 1950 Ter plaatse van de raaien met boringen 406 t/m 408 en 403 t/m 405 zijn geen verontreinigingen >0,5*I aangetoond met de standaard parameters. Ter plaatse van monsterpunt 403 is asbest boven 0,5 * de interventiewaarde aangetoond (540 mg/kg d.s.) Dit asbestgehalte is enkel gerelateerd aan de aangetroffen asbestplaatjes in de fractie >20 mm. Het betreft drie plaatjes asbestcement (vlakke plaat). De plaatjes bevatten hechtgebonden chrysotiel asbest (10-15 m %). In de fijne fractie <20 mm is geen asbest aangetoond. Er wordt niet verwacht dat het plaatmateriaal en het asbestgehalte gerelateerd is aan de slootdemping, aangezien dit in de bovengrond is waargenomen. Het is mogelijk in de bodem gekomen bij de bouwwerkzaamheden van de Overgoo 5 (gebouwd 1986 volgens BAG-viewer), aangezien dit boorgat op enkele meters van deze bebouwing is geplaatst. Boring 128 is ook op enkele meters van deze bebouwing verricht (niet ter plaatse van een voormalige sloot) waarbij ook asbesthoudend plaatmateriaal is aangetroffen in de bovengrond (zie beschrijving deellocatie noordelijk deelgebied, kopje asbest).

60/72

Kenmerk

R002-1296961ORM-V01-pws-NL

Sublocatie 2.2 Raai 406-408 Gedempte watergangen 1990 Ter plaatse van de raai met boringen 406 t/m 408 zijn geen verontreinigingen >0,5*I aangetoond. Vanwege het ontbreken van asbestverdachte bijmengingen of - materialen is geen analytisch onderzoek naar asbest uitgevoerd. Opgemerkt wordt dat alleen analytisch onderzoek de verdenking op asbest kan verwerpen waardoor de slootdempingen nog als asbestverdacht moeten worden beschouwd. De graafwerkzaamheden in deze omgeving kunnen worden uitgevoerd onder de basishygiëne. Men dient alert te zijn op afwijkende bodemlagen die duiden op demping met bodemvreemde materialen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=5c6d84e0-38ea-4671-a926-70f1794bfecc