CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4039 1e Tussentijdse rapportage 2025

Gecombineerde Commissie 25 juni 2025, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen 1e Tussentijdse rapportage 202528.270 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Deze aanpak draagt bij aan de sociale cohesie en het versterkt de positie van het kindcentrum in de wijk. Buitenruimten worden bij voorkeur ingericht als groenblauwe schoolpleinen. Tenslotte heeft de gemeente vanuit haar wettelijke taken op het gebied van jeugd contacten met alle betrokken partners in dit veld, een belangrijke taak in het voeren van regie op de samenwerking tussen zorg- en onderwijspartners.

Wat gaan we ervoor doen? Onderwijsbeleid In 2025 werken we aan de programmalijnen uit de Lokale Educatieve Agenda (LEA) en de regionale werkagenda Inclusief Onderwijs: - Kinderen starten met een stevige basis in het basisonderwijs, waardoor zij zich optimaal kunnen ontwikkelen en meer kans hebben om door te stromen naar regulier onderwijs. - Elk kind heeft een passende plek en volgt onderwijs. - Elk kind de mogelijkheid bieden om zijn of haar talenten te ontplooien en passende kansen te creëren. - Het bevorderen van schoolafspraken en het vroegtijdig bieden van beroepsinspiratie en beroepsperspectief, zodat kinderen en hun ouders de juiste begeleiding krijgen en een positief ontwikkel- en beroepsperspectief hebben.

27

Stand van zaken: We zijn gestart met het uitvoeren van de Lokale Educatie Agenda (LEA). De LEA is lokaal onderwijsbeleid dat in 2024 is opgesteld door gemeente en partners van de kinderopvang en onderwijs. De komende jaren wordt uitvoering gegeven aan dit beleid middels drie programmalijnen. Voor elke programmalijn is een werkgroep opgezet waarbij de gemeente samen met partners werkt aan doelen binnen dat programma. De eerste programmalijn richt zich op het jonge kind (-9 maanden t/m 5 jaar). Doelen binnen deze lijn moeten ervoor zorgen dat kinderen met een betere uitgangspositie kunnen starten aan het basisonderwijs. De tweede leerlijn richt zich op de school van de toekomst waarbij aandacht is voor talentontwikkeling van kinderen (0-14 jaar). De derde leerlijn richt zich op een goede aansluiting vanuit het VMBO en MBO richting de arbeidsmarkt (10-27 jaar). Daarnaast staan we aan de start van de nieuwe werkagenda inclusief onderwijs. Hierin is o.a. opgenomen dat we werken aan een omgeving waarin kinderen goed kunnen opgroeien en ontwikkelen. We werken aan het voorkomen van schooluitval en zetten in op beroepsinspiratie. Momenteel vindt er een pilot plaats om kinderen die met een achterstand op de basisschool te komen te ondersteunen: de startklas. Hiervoor zijn tijdelijke middelen beschikbaar gesteld voor schooljaar 24/25.

Dit is een 2-jarige pilot, dus er dient ook geld te zijn voor schooljaar 25/26. Tevens wordt er op dit moment gewerkt aan het samenwerkingskader jeugdhulp en onderwijs. Met dit samenwerkingskader worden afspraken gemaakt over de verantwoordelijkheden voor ondersteuning van kinderen tussen de gemeente en de samenwerkingsverbanden. Door regionale ontwikkelingen verandert vanaf 1 augustus 2025 de manier waarop de onderwijsjeugdzorg arrangementen (OJA’s) zijn geregeld. Aan deze verandering wordt nu nog gewerkt. We werken in regionaal verband samen met Den Haag en Rijswijk (de H3) voor passend onderwijs en schoolmaatschappelijk werk. In het onderwijs vanuit de H3 en vanuit het actieplan jeugd wordt de zorgbehoefte in kaart gebracht voor vier scholen om zo de ondersteuningsstructuur daar mogelijk op aan te passen. In 2025 starten twee nieuwe voorschoolse educatie (VE) groepen. Deze groepen starten in Bovenbeen in de wijk de Tol in Leidschendam en dit wordt bekostigd door de onderwijsachterstandmiddelen. Op een aantal VE groepen wordt sinds 2024 extra ondersteuning geboden op de VE. In 2025 bieden we dit ook aan op een VE groep in Bovenveen. Het doel is om meer zicht te krijgen op gezinsdynamiek en een goede diagnostiek om symptoombestrijding te voorkomen. Daarmee wordt beoogd eerder een passende plek voor het kind of passende ondersteuning aan het gezin te bieden.

In 2025 start een nieuw regionaal inkooptraject voor jeugdhulp. Een goede verbinding tussen onderwijs en jeugdhulp is daarbij een belangrijk speerpunt waarbij ingezet wordt op meer collectieve ondersteuning in plaats van individuele ondersteuning van kinderen.

Vooruitblik: Met de regionale inkoop van jeugdhulp is het uitgangspunt dat de gemeenten lokaal verantwoordelijk zijn voor het realiseren van inclusieve kinderopvang en onderwijs (PO en VO). Dat betekent dat lokaal, in afstemming met het onderwijs, moet worden bekeken welke ondersteuning noodzakelijk is om inclusieve kinderopvang en onderwijs te realiseren. Daarvoor is het noodzakelijk dat ondersteuning vanuit jeugdhulp op individuele basis in en rond het onderwijs en de kinderopvang meer collectief wordt ingezet. Daarbij zijn ook andere vormen van ondersteuning mogelijk wanneer aannemelijk is dat die inzet kosteneffectief is ten opzichte van de inzet van jeugdhulp.

28

Speerpunten: Status •

Uitbreiden aanbod voor kinderen in een kwetsbare positie We streven ernaar het bereik van voorschoolse educatie (VE) voor kinderen met een indicatie te verhogen naar boven het huidige niveau van 88% Dit doen we door: o Het uitbreiden van het VE-aanbod en het onderzoeken van mogelijkheden voor passende kinderopvang. o Het versterken van de betrokkenheid van ouders bij de voorschoolse educatie. o Het verkennen van de mogelijkheid om VE aan te bieden vanaf 2 jaar. Daarnaast verkennen we welke preventieve maatregelen mogelijk zijn om de oorzaken van ontwikkelingsachterstanden aan te pakken en daarmee de pedagogische basis te versterken.

•

Aanpak schooluitval en toeleiding naar werk versterken Verder geven we vorm aan de invoering van de ‘wet van school naar duurzaam werk’, waar we alle jongeren tot 27 jaar een toekomstperspectief bieden in de vorm van een opleiding of duurzaam werk.

Status

Onderwijshuisvesting In 2024 besluit de gemeenteraad over het nieuwe Integrale Huisvestingsplan (IHP), dat tot stand is gekomen na een intensief proces met schoolbesturen, kinderopvangorganisaties, maatschappelijke partners, kinderen en andere belanghebbenden. Centraal staat de (talent)ontwikkeling van het kind en hoe een gebouw daaraan kan bijdragen, waarbij we verder kijken dan alleen onderwijs en kinderopvang. Naast functionaliteit zijn toegankelijkheid, inclusie, duurzaamheid en bereikbaarheid belangrijke thema's. Door primair onderwijs (PO) en voortgezet onderwijs (VO) te bundelen in één IHP is betere afstemming in planning mogelijk en wordt de samenwerking tussen PO en VO bevorderd. In het IHP wordt voor de eerste 4 jaar een uitvoeringsplanning gemaakt en er wordt een doorkijk gegeven voor de volgende 12 jaar. Het IHP heeft een realistische planning waarin zowel de projecten als de te verwachten stichtingskosten aan bod komen. Stand van zaken: Het concept IHP PO+VO 2025-2040 als eindproduct van het proces met de schoolbesturen is in april 2025 vastgesteld. Daarna wordt het IHP geschikt gemaakt voor bestuurlijke besluitvorming in college en raad. De definitieve versie van het IHP wordt hiervoor in juni 2025 in een OOGO (op overeenstemming gericht overleg met de schoolbesturen) vastgesteld.

Vooruitblik: Het volledige IHP wordt in het 4e kwartaal van 2025 aan de gemeenteraad voorgelegd. Lopende projecten uit de vorige IHP’s (De Vijverhof, Sint-Maartenscollege en Maria Bernadette) worden voortgezet. Speerpunten: Status •

Voorbereiding/realisatie van onderwijshuisvesting Aan de planvorming en realisatie van De Vijverhof, St. Maartenscollege en KC Ruysdael (Maria Bernadette school) wordt gewerkt in samenwerking met de verantwoordelijke schoolbesturen.

29

Status •

Haalbaarheidsonderzoek onderwijsvoorziening in Klein Plaspoelpolder Binnen het project Klein Plaspoelpolder wordt de haalbaarheid van een onderwijsvoorziening, in de vorm van een dislocatie, verder onderzocht. De uitkomsten worden in het derde kwartaal van 2025 aan de raad voorgelegd. Status

•

Beschikbaar stellen voorzieningen voor tijdelijke onderwijshuisvesting Scholen die in aanmerking komen voor (ver)nieuwbouw hebben behoefte aan tijdelijke huisvesting. Het is onderdeel van de wettelijke zorgplicht van de gemeente om hierin te voorzien. Er worden hiervoor aparte voorzieningen gerealiseerd voor PO en VO in Voorburg en voor PO in Leidschendam.

Toelichting afwijking speerpunt: De tijdelijke huisvesting aan de Oude Bleijk wordt nu gebruikt door De Vijverhof. Andere locaties voor zowel PO als VO worden nog nader onderzocht en/of uitgewerkt. Netcongestie vormt een reëel risico voor de tijdige beschikbaarheid van tijdelijke huisvesting (met name op locaties waar nog geen of een beperkte elektriciteitsaansluiting is). Financiële mutaties Mutatie baten

Onderwerpen Onderwijs

Mutatie Effect lasten begr. saldo

Kadernota 2026-2029 effecten 2025 1. Onderwijs en voorschoolse educatie

50

-50

Totaal Onderwijs

50

-50

Bedragen x € 1.000

Toelichting 1 Onderwijs en voorschoolse educatie Voor Leidschendam-Voorburg is het belangrijk dat kinderen kansrijk en gezond kunnen opgroeien. Om het bereik van de voorschoolse educatie (VE) in Leidschendam-Voorburg te verhogen, wordt de inzet hierop uitgebreid. Dit wordt vormgegeven door nieuwe VE-locaties te ontwikkelen in de wijken waarin het bereik van VE achterblijft op het landelijk gemiddelde. Zo kunnen kinderen goed starten aan het primair onderwijs en wordt schooluitval zoveel mogelijk voorkomen, zodat de kinderen van nu straks mee kunnen doen in de samenleving. Deze dekking komt de komende jaren uit het budget Onderwijsachterstandenbeleid.

30

5. Sport, cultuur en recreatie Omschrijving De gemeente heeft verschillende wettelijke taken die verband houden met cultuur en faciliteert een bruisend cultureel veld in de gemeente. Het gaat om het aanbieden van een bibliotheekfunctie, zorgdragen voor een toereikend lokaal media-aanbod en het beschermen en toegankelijk maken van cultureel erfgoed (archeologisch en cultuurhistorisch). De gemeente heeft tevens de wettelijke taak om speelvoorzieningen in de openbare ruimte te inspecteren en veilig te houden en een zorgplicht ten aanzien van bomen in de openbare ruimte. We zetten met het Groenactieplan in op een natuur inclusieve gemeente. De gemeente zet zich in op het behouden, versterken en vergroten van de hoeveelheid groen in onze gemeente. Dit draagt onder andere bij aan het klimaatbestendig maken van ons stedelijk gebied, het creëren van een prettige, gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier en aan het versterken van de biodiversiteit. Op het gebied van sport en bewegen heeft de gemeente een rol bij het aanbieden van preventieprogramma's in samenwerking met sportverenigingen en beweegpartners. Daarnaast beheert, onderhoudt en exploiteert de gemeente de sportaccommodaties, zodat die van goede kwaliteit zijn.

Wat willen we bereiken? Sport, kunst, cultuur en recreatie spelen een cruciale rol in het creëren van levendigheid en aantrekkelijkheid in onze gemeente. Ze dragen bij aan de publieke gezondheid, samenhang en verbinding in de maatschappij (sociale cohesie), de ontwikkeling van vaardigheden en bieden plezier aan onze inwoners. De gemeente moedigt ondernemers en vrijwilligers aan en ondersteunt hen bij het organiseren van evenementen en activiteiten. De gemeente ondersteunt sportverenigingen om sport en bewegen toegankelijk te maken voor alle inwoners van onze gemeente, met speciale aandacht voor hen die op dit moment (nog) geen gebruik (kunnen) maken van deze voorzieningen. Samen met sportverenigingen blijft de gemeente investeren in hoogwaardige sportfaciliteiten. Op het gebied van cultuur richt de gemeente zich op het verwelkomen van doelgroepen in het culturele veld die een afstand hiertoe ervaren, vanwege financiële, fysieke of andere drempels. De gemeente wil hiermee bereiken dat cultuur toegankelijk wordt voor alle inwoners. Daarnaast wordt cultuur specifieker ingezet om sociaal maatschappelijke doelen te bereiken, zoals het bevorderen van talentontwikkeling. Om Leidschendam-Voorburg de komende jaren zichtbaar groener, meer biodivers en klimaatbestendiger te maken, en daarmee een positieve bijdrage te leveren aan de fysieke, mentale en sociale gezondheid van onze inwoners.

Wat gaan we ervoor doen? Sport Samen met sportclubs, aanbieders en maatschappelijke organisaties is een lokaal Sportakkoord 2023-2026 gesloten, waaraan in 2025 verder uitvoering wordt gegeven. We willen hiermee bereiken dat we met elkaar meer inwoners laten sporten en bewegen. Niet alleen omdat het goed is voor de vitaliteit, maar ook omdat sporten en bewegen een breder positief effect hebben op de gezondheid en het welzijn als geheel. Denk bijvoorbeeld aan het bestrijden van eenzaamheid.

31

Het Sportakkoord maakt onderdeel uit van het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) Leidschendam-Voorburg, waarin zorg, gemeente en maatschappelijke partijen met elkaar toewerken naar een gezonde generatie in 2040. De ambitie is om nog meer de verbinding en samenwerking te bevorderen tussen de sport- en beweegaanbieders (verenigingen en commercieel) onderling, maar ook met bijvoorbeeld kinderopvang en onderwijs, cultuur en organisaties vanuit welzijn en gezondheidszorg, zodat de doelstellingen kunnen worden gerealiseerd. Stand van zaken: Bij het sportakkoord krijgen sportverenigingen of sportorganisaties met initiatieven die vallen onder de thema’s van het sportakkoord een bijdrage vanuit het budget voor het sportakkoord. Ook krijgen de verenigingen ondersteuning door middel van sportservices. Deze sportservices zijn bijvoorbeeld trainerscursussen of workshops binnen de thema’s van het sportakkoord. Ook zijn er diverse projecten gestart met rolmodellen in de wijk. Vooruitblik: De komende periode zetten we in op het verstevigen van verenigingen. Dit doen we door bijvoorbeeld het inzetten van opleidingen en ondersteuning voor vrijwilligers en verenigingen. Ook werken we aan het vergroten van de veiligheid bij verenigingen. Speerpunten: Status •

Sportakkoord 2.0 Hierin staan afspraken met organisaties voor sport en bewegen over het beleid rondom sporten en bewegen voor de periode 2023-2026 met de focus op 6 thema’s. In 2025 ligt de focus op het thema Vitale sportaanbieders. Het versterken van sportverenigingen door bijvoorbeeld opleidingen en ondersteuning voor vrijwilligers en verenigingen. We doen dat vooral door financiële bijdrage via de voucherregeling van het sportakkoord en door de sportservices van NOC/NSF. Status

•

Start 'rolmodellen in de wijk' voor zowel sport als cultuur De gemeente gaat meer werken met rolmodellen in de gemeente om inwoners te inspireren meer gebruik te maken van sportfaciliteiten en cultuuraanbod. Met combinatiefunctionarissen worden projecten ontwikkeld op het gebied van cultuurparticipatie en sport- en bewegen om deze rolmodellen te vinden en in te zetten. Status

•

Sportaccommodaties Bij sportaccommodaties vinden naast de reguliere onderhoudswerkzaamheden (zie beheerplan sportparken 2024-2028) op de sportparken de volgende projecten plaats; Voor de Voorburgse Rugby Club vindt de planvorming en realisatie van de kleedruimten plaats. De banen op tennispark Overdam in Leidschendam worden gerenoveerd. Het project veiligheid in en rond sportparken wordt afgerond. Status

•

Sport en bewegen in de buitenruimte De gemeente gaat aan de slag met het bevorderen en stimuleren van inwoners om meer te gaan bewegen. Met de combinatiefunctionarissen worden aanvullende activiteiten ontwikkeld voor sport en bewegen, ook voor in de openbare buitenruimte. Daarbij worden de bestaande voorzieningen, beweegprogramma’s en activiteiten opgenomen in een digitaal platform voor inwoners en organisaties die zich bezighouden met sporten en bewegen in de openbare buitenruimte.

32

Cultuur Cultuureducatie en cultuurparticipatie worden versterkt door binnen de culturele sector in te zetten op sociaal maatschappelijke waarde van cultuur en daar aan gerelateerde projecten en activiteiten, bijvoorbeeld door de module welzijn op recept uit te breiden met cultuur op recept. Drempels nemen we weg door subsidiemogelijkheden en andere regelingen bekender te maken onder verschillende doelgroepen. Het cultureel erfgoed van de gemeente is zichtbaar in de openbare ruimte en wordt beleefbaar gemaakt in het museum en door vrijwilligersorganisaties. Daarnaast werkt de gemeente aan het visualiseren van de omgeving in de 17e eeuw via een app. Hierdoor wordt de rijke historie van de gemeente virtueel ondersteund. De eerste visualisaties zijn in 2024 gepresenteerd en dit programma wordt doorgezet in 2025. Een cultuurmakelaar zorgt voor het aanjagen van het culturele veld en helpt bij het werven van fondsen. Stand van zaken: De cultuurvisie, die vorig jaar door de gemeenteraad is vastgesteld (iBabs 4080), voert de gemeente uit. Zo is de cultuurmakelaar op 1 maart begonnen en ook werken we aan een cultuureducatieplan voor de culturele basis. Verder wordt de bibliotheek van de toekomst uitgewerkt en ontwikkelen we twee nieuwe locaties voor de bibliotheek. Vooruitblik: De komende periode wordt verder uitvoering gegeven aan de uitvoeringsagenda van de Cultuurvisie.

Daarnaast is er speciale aandacht voor het meerjarenbeleidsplan dat voor de zomer door het museum wordt opgeleverd. Er gaat rond de zomer een kennismaking met de raad en de cultuurmakelaar plaatsvinden, de eerste inspiratiesessie voor het veld wordt georganiseerd en de subsidiemogelijkheden worden geïnventariseerd. Speerpunten: Status •

Uitvoeringsplan cultuureducatie met culturele basis De gemeente stelt een Uitvoeringsplan cultuureducatie voor Culturele basis op. De kern hierbij wordt gevormd door: aandacht voor de jeugd, opstellen kaders en opdrachtomschrijving voor basisprogramma. Status

•

Opstellen meerjaren-exploitatieovereenkomst met Huygensmuseum De gemeente stelt samen met het museum een exploitatieovereenkomst op met een inhoudelijke en financiële paragraaf. Belangrijke punten hierbij zijn een gedegen bedrijfsvoering, toekomstbestendigheid en de cultuurvisie. Status

•

Bibliotheken van de toekomst in Voorburg en Leidschendam Er worden twee nieuwe bibliotheeklocaties ontwikkeld. Op de nieuwe bibliotheeklocatie op het Fluitpolderplein in Leidschendam wordt de bibliotheek van de toekomst gebouwd. Voor de bibliotheeklocatie bij de Julianabaan worden de verschillende scenario’s ter besluitvorming voorgelegd.

33

Openbaar groen De gemeente zet in op het behoud en versterking van haar groene karakter in de omgevingsvisie (2025/2026). Er wordt geïnvesteerd in het vergroten van de variatie, beleving en areaal van het openbaar groen, en in verbeterde verbindingen tussen stedelijk en buitengebied. Een ecologische scan helpt knelpunten te identificeren, waarna tactische maatregelen in 2025 de biodiversiteit en ecologische waarde moeten vergroten. Het Groenactieplan (2024-2026) bevat maatregelen voor vergroening, biodiversiteit en klimaatgbestendigheid, zoals groen-blauwe schoolpleinen, tiny forests en het ondersteunen van bewonersinitiatieven. Bij rioolvervanging en herbestratingsprojecten worden vergroenings- en klimaatadaptieve maatregelen genomen. In 2025 worden nieuwe buurtvisies en ontwerpen uitgewerkt. Projecten zoals de Loozone, Park Vreugd & Rust en Duin Horst & Weide richten zich op restauratie, landschapsontwikkeling en het versterken van de natuurkwaliteit, met een integrale aanpak voor een gezond en aantrekkelijk leefgebied. Daarnaast wordt in 2025 het beheer en onderhoud van de openbare ruimte uitgevoerd conform de wijkgroenbeheerplannen. Stand van zaken: Groenactieplan Het Groenactieplan (2024-2026) (iBabs 3443) bevat concrete maatregelen om LeidschendamVoorburg verder te vergroenen en klimaatbestendiger te maken.

In 2024 zijn meerdere onthardingsen vergroeningsmaatregelen uitgevoerd. Vreugd & Rust De werkzaamheden rondom de tuinmuren zijn afgerond. Het plan voor het dierenverblijf is nog in ontwikkeling en het projectonderdeel van de brug langs de Vliet staat op het punt van starten. Duin, Horst & Weide De Landschapstafel heeft het nieuwe Uitvoeringsprogramma 2024-2028 opgesteld, voortbouwend op het eerder opgestelde Landschapsontwikkelingsplan (2012).

Vooruitblik: Groenactieplan De komende twee jaar wordt jaarlijks een deel van deze maatregelen uitgevoerd. In 2025 volgen nog meer vergroeningsmaatregelen, zoals het toevoegen van groen, het vergroten van boomspiegels, onthardingsmaatregelen en het intensiveren van een gefaseerd maaibeleid (Mariënpark/Raadhuispark). Vreugd & Rust De bouw van het nieuwe dierenverblijf wordt rond de zomer verwacht. De aanleg van de brug langs de Vliet wordt binnenkort voortgezet. De werkzaamheden aan de plantvakken zijn voor de komende vier jaar gefaseerd ingepland. Duin, Horst & Weide De Landschapstafel start met de voorbereidingen en uitvoering van projecten uit het nieuwe Uitvoeringsprogramma 2024-2028.

Speerpunten: Status •

Uitvoeren van acties uit het Groenactieplan Met het Groenactieplan willen we de biodiversiteit en ecologische waarde van het landschap vergroten. Een ecologische scan helpt hierbij knelpunten te identificeren, waarna gerichte maatregelen uitgevoerd worden. Voor de jaren 2026-2027 stellen wij een nieuw Groenactieplan op.

34

Status •

Inventarisatie vergroeningsmaatregelen herinrichting buitenruimte Voorburg Noordnoord Om biodiversiteit te versterken en hittestress tegen te gaan, inventariseren we in 2025 de vergroenings- en klimaatadaptieve maatregelen voor de integrale herinrichting van de buitenruimte in Voorburg Noord-noord. Status

•

Afronden herontwikkeling en restauratie park Vreugd & Rust In 2025 realiseren we een nieuwe brug langs de Vliet en renoveren we de plantvakken op de overplaats van park Vreugd & Rust (deel tussen het Oosteinde en de Parkweg) zoals in het instandhoudingsplan is voorgesteld. Status

•

Uitwerken programma Duin, Horst & Weide In 2025 geven we uitvoering aan de projecten van Leidschendam-Voorburg uit het uitvoeringsprogramma; de Loozone en Leidschendammerhout. Status

•

Planvorming Leidschendammerhout (Uitvoeringsagenda Vlietzone) In 2025 leveren we, in samenwerking met de provincie, een gebiedsplan voor de ontwikkeling van het Leidschendammerhout ten behoeve van een integrale gebiedsaanpak. Hierbij leggen we een koppeling met DHW.

Financiële mutaties Mutatie baten

Onderwerpen Sport, cultuur en recreatie

Mutatie Effect lasten begr. saldo

Kadernota 2026-2029 effecten 2025 1. Extra inspanningen Erfgoed

80

-80

2. Stationsplein Voorburg

20

-20

90

-23

4. Groene verbindingsas

20

-20

5. Onderhoud speelvoorzieningen

140

-140

6. Stadsbakens

90

-90

250

-250

Mee- en tegenvallers 3. Baggerwerkzaamheden

68

Exogene en autonome ontwikkelingen 7. Maai- en slootbestek Budgettair neutraal 8. Landschapstafel Duinhorst en Weide

135

9. Project digitalisering archiefbeheer Totaal Sport, cultuur en recreatie

203

Bedragen x € 1.000

35

135 80

-80

905

-703

Toelichting 1 Extra inspanningen Erfgoed Naast de basistaken voor erfgoed zijn in 2025 en 2026 extra inspanningen nodig. De gemeente onderzoekt het aanwijzen van aanvullende beschermde objecten en gebieden. Hiervoor is gedetailleerd onderzoek tot op pandniveau noodzakelijk. Ook wordt de Gebiedsbiografie Erfgoed afgrond en vertaald in erfgoedbeleid. Tot slot wordt er een verbeterslag gemaakt in de beschikbare erfgoeddata. Hiervoor is extra inzet nodig. 2 Stationsplein Voorburg Het Stationsplein in Voorburg vormt een centrale plek binnen Voorburg. Met het herontwerpen van het Stationsplein wordt beoogd meer ruimte te creëren voor vergroening en klimaatadaptatie, ruimte te houden voor evenementen, ruimte te houden voor terrassen en wordt rekening gehouden met de primaire functie van het plein (knooppunt voor reizigers). 3 Baggerwerkzaamheden De extra baggerwerkzaamheden die in 2024 gepland stonden, konden niet uitgevoerd worden wegens capaciteitstekort bij de aannemer. Vanuit de aannemer is er een nieuwe planning ontvangen, waarin het werk over meerdere jaren wordt verdeeld. Een deel van de werkzaamheden wordt in 2025 uitgevoerd. 4 Groene verbindingsas Bij de kadernota 2024 is de motie Versterken groene verbindingsassen voor mens en dier aangenomen. De onderzoeken zullen in 2025 worden uitgevoerd. Bij de kadernota 2024 is ook een budget voor moties vastgesteld.

Dit budget is vorig jaar niet volledig uitgegeven. 5 Onderhoud speelvoorzieningen Om te voorkomen dat de veiligheid voor de gebruikers van de speelvoorzieningen in gevaar komt moeten we blijven voldoen aan het wettelijke aantal inspectiesrondes, het behouden van de kwaliteit van de huidige toestellen en het op niveau blijven houden van de valondergronden. Uit de aanbesteding in 2024 is gebleken dat er meer middelen nodig zijn dan in de begroting 2025 opgenomen is. 6 Stadsbakens Verspreid in de gemeente staan 15 stadsbakens. Na 12 jaar is de staat van de bakens zodanig verslechterd dat revitailisatie noodzakelijk is. Om dit te kunnen realiseren is een eenmalig bedrag nodig. 7 Maai- en slootbestek In 2024 zijn de werkzaamheden van het maai- en slootbestek opnieuw aanbesteed. De aanbesteding is hoger uitgevallen dan eerder rekening mee gehouden. Voor de looptijd van het huidige contract wordt het budget verhoogd. 8 Landschapstafel Duinhorst en Weide De gemeente is penvoerder van de Landschapstafel Duinhorst en Weide. Hiervoor worden extra kosten gemaakt. Tegenover deze kosten staat een bijdrage van de deelnemende gemeenten. 9 Project digitalisering archiefbeheer Het project 'Digitalisering archiefbeheer' wordt afgerond binnen de beschikbare middelen. Er is alleen sprake van een budgetmutatie zodat de lasten in het juiste programma verantwoord worden.

36

6. Sociaal domein Omschrijving De gemeente is in het Sociaal Domein verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) en Jeugdzorg. Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor de Inkomensondersteuning en de (re-)integratie naar werk. Sinds 2022 draagt de gemeente de verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de Wet Inburgering.

Wat willen we bereiken? De taken van de gemeente in het sociaal domein zijn belegd in onder andere de volgende wetten: Jeugdwet, Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet, Wet inburgering, Wet gemeentelijke schuldhulpverlening en de Wet hersteloperatie toeslagen. De gemeente vindt het vanuit deze wetten belangrijk dat het inwoners lukt alledaagse taken zelf te doen en met elkaar in contact te komen zodat maximaal haalbare participatie in de samenleving mogelijk is voor elke inwoner. De gemeente zet hier, samen met partners en inwoners op in, door: • Inwoners te helpen die dit het hardst nodig hebben. • Inwoners te ondersteunen om zoveel mogelijk op eigen benen te staan. • Inwoners sneller ondersteuning te bieden zodat problemen niet groter worden. • Inwoners aan te moedigen sociaal te participeren in de gemeenschap. • De samenwerking met onze partners verder te versterken. • Te kijken hoe hulpverleners ondersteuning kunnen combineren, zodat inwoners met minder instanties te maken hebben. • De maatschappelijke kracht in de gemeente te versterken. Deze uitgangspunten komen terug in verschillend sociaal beleid van de gemeente, zoals het aangescherpte sociaal kompas, minimabeleid, schuldhulpverleningsbeleid, re-integratie- en participatiebeleid, Wmo beleid, lokale jeugdbeleid en de visie sociaal minimum.

Sociaal-maatschappelijke vraagstukken zijn steeds meer onderling verweven en daarom vraagt dit van ons om de uitvoering in samenhang te organiseren. Ook de toegang tot de dienstverlening vanuit het sociaal domein is hierin meegenomen. In de toekomst gaat mogelijk landelijk de Wet aanpak meervoudige problematiek sociaal domein (Wams) van kracht. Het is nog onbekend wanneer deze wet daadwerkelijk wordt ingevoerd. Om de sociale basis verder te versterken gaan we in 2025 verder met het aanpassen van de subsidiesystematiek en het laten vaststellen van de nieuwe subsidieregelingen. In de Visie Sociale basis (najaar 2024) hebben we uitgewerkt wat er wel en niet onder sociale basis valt en wat de leidende principes zijn zodat dit meer richting geeft voor de ontwikkeling van de diverse beleidsdocumenten. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat de gemeente de regierol pakt. Dit geeft duidelijkheid voor alle betrokken partijen en kunnen doelen beter behaald worden. We zetten in op het vergroten en ondersteunen van de maatschappelijke kracht. Daarnaast beoordelen we of de huidige voorzieningen (informatievoorziening en locaties) nog passend en toegankelijk zijn voor iedereen in LeidschendamVoorburg die dit nodig heeft.

37

Wat gaan we ervoor doen? Jeugdhulp Ieder kind heeft recht op een veilige omgeving waarin het zich naar vermogen kan ontwikkelen tot een zelfredzame inwoner die positief bijdraagt aan de samenleving. Om dat te bereiken wordt ingezet op het realiseren van een kansrijke, veilige en gezonde omgeving in en om het gezin. Die omgeving staat onder druk door maatschappelijke kwesties zoals prestatiedruk en bestaansonzekerheid die niet alleen met jeugdhulp kunnen worden opgelost. Door het voeren van het 'fundamentele gesprek' over opgroeien, opvoeden en ontwikkelen, wordt ingezet op een gezamenlijke verantwoordelijkheid, gericht op duurzame oplossingen die bewezen effectief zijn en gebaseerd zijn op een brede, stevige analyse in plaats van symptoombestrijding. Dat betekent dat een probleem niet automatisch wordt opgelost met jeugdhulp wanneer de oorzaak in onderwijs, prestatiedruk of schuldenproblematiek ligt. We zien het kind als talent. Deze maatschappelijke uitdaging doen we samen met ouders, jeugdigen, onderwijs, huisartsen, zorgaanbieders en overige maatschappelijke partners. Uitgangspunt daarbij is dat jeugdhulp beschikbaar en toegankelijk is als hulp noodzakelijk is. Halverwege 2024 maken circa 1.489 kinderen gebruik van een vorm van geïndiceerde jeugdhulp.

Stand van zaken: Het actieplan jeugd is in november 2024 vastgesteld en komt voort uit de noodzaak om anders te kijken naar jeugdhulp. Dit vloeit voort uit de overtuiging dat jeugdhulp in veel gevallen niet het antwoord is op maatschappelijke problemen. Het actieplan vormt de basis voor een meerjarige aanpak, waarin bewust een nieuwe koers wordt ingezet, met als doel om structurele en fundamentele veranderingen te realiseren. Door te focussen op de context waarin kinderen opgroeien, kan de stijgende vraag naar jeugdhulp worden verminderd, waardoor hulp beschikbaar blijft voor kinderen die echt hulp nodig hebben. Het actieplan omschrijft verschillende acties die moeten bijdragen aan deze koers. In 2025 wordt prioriteit gegeven aan de volgende acties: • Vorming van een alliantie met ouders, jeugdigen, ervaringsdeskundigen en partners om een stevige pedagogische basis vorm te geven en in te richten. Inclusief het bepalen van de stopstrategie. • Intensiveren samenwerking huisartsen en POH/consulenten (vooruitlopend op en als onderdeel van ontwikkeling toegang sociaal domein): voorwaarden opstellen voor inzet POH bij huisartsen. • Organiseren collectief aanbod voor ouders (training “het begint bij mij”). • Voorwaarden voor jeugdhulp organiseren in verordening en implementeren. • Investeren in alternatieven voor jeugdvervoer. • Jeugdhulp niet inzetten als overbruggingshulp WLZ.

• Inclusief onderwijs. • Sturen op maatwerkcontracten. • Inzet van een toets medewerker (T-medewerker) in de toegang • Onderzoek naar juridische onderbouwing voor het instellen van een plafond voor toewijzingen naar specialistische zorg Voor het onderwijs wordt ingezet op context gericht werken. We willen dat kinderen toe komen tot leren met ondersteuning en begeleiding als dat nodig is. Onderwijs voorop, maar met indien nodig ondersteuning op school. Met Lokale Educatieve Agenda (LEA) organiseert de gemeente het maken van afspraken hierover met onze kinderopvang- en onderwijspartners. Daarnaast is in 2025 gestart met de regionale inkoop jeugdhulp. Deze is noodzakelijk omdat de huidige overeenkomsten eindigen op 31 december 2026. Met het inkoopproces wordt ingezet op aanpassingen in het zorgaanbod zodat beter tegemoet wordt gekomen aan de inhoudelijke doelstellingen die zijn opgesteld. Als jeugdhulp noodzakelijk is dan moet de jeugdigen merken dat de jeugdhulp beter aansluit bij de vraag en dat knelpunten die nu worden ervaren verminderen of niet meer bestaan.

38

In 2025 wordt gestart met de nieuwe regiovisies jeugdhulp en Huiselijk Geweld en Kindermishandeling. Vooruitlopend daarop wordt nu, op basis van de huidige visies belangrijke domein overstijgende aandachtspunten meegenomen in de doorontwikkeling van de lokale Toegang. Vooruitblik: In 2025 worden de geprioriteerde acties uit het actieplan uitgevoerd en gemonitord. Het actieplan heeft een wendbaar karakter. Dit betekent dat ingezette acties worden gemonitord. Op basis van de resultaten wordt beoordeeld of een actie het gewenste effect heeft, inhoudelijk en/of financieel. Dit kan betekenen dat bepaalde acties niet worden voortgezet en dat er een alternatieve aanpak komt. Voor de regionale inkoop betekent dit concreet dat in juni van dit jaar het regionale inkoopkader voor jeugdhulp voor besluitvorming aan alle gemeenteraden in Haaglanden wordt voorgelegd. Met de regionale inkoop is onder andere het uitgangspunt dat de gemeenten lokaal verantwoordelijk zijn voor het realiseren van inclusieve kinderopvang en onderwijs (PO en VO). Er wordt lokaal, in afstemming met het onderwijs, bekeken welke ondersteuning noodzakelijk is om inclusieve kinderopvang en onderwijs te realiseren. Daarvoor is verschuiving noodzakelijk van budgetten die nu regionaal worden ingezet.

Bij de resterende typen jeugdhulp (segmenten) waar regionaal wordt ingekocht, wordt ingezet op stevig partnerschap met aanbieders en scherpere inhoudelijke doelstellingen. Speerpunten: Status •

De pedagogische basis versterken In 2025 wordt de pedagogische sociale basis in beeld gebracht en waar nodig verstevigd, zodat een sterke pedagogische basis wordt gerealiseerd. Pedagogische partners werken vanuit een gedeelde visie waarbij het kind centraal staat. Veel problemen liggen niet bij het kind maar in de context rond het kind. Passende ondersteuning voor het normale opvoeden, opgroeien en ontwikkelen is beschikbaar. Ook hier is ondersteuning zo veel mogelijk collectief, zodat ouders en jongeren ook van elkaar kunnen leren. Om de pedagogische sociale basis te versterken wordt er budget beschikbaar gesteld voor interventies binnen het voorliggend veld. Dit is in lijn met de Lokale Educatieve Agenda (LEA), met als doel de inzet van jeugdhulp te voorkomen.

•

In 2030 is het gebruik van jeugdhulp op het niveau van 2015 en hiermee zetten we in op een halvering van jeugdhulp. De alsmaar toenemende kosten in de jeugdhulp zijn een symptoom van dieper liggende maatschappelijke vraagstukken, waarbij inmiddels 1 op de 7 kinderen een vorm van jeugdhulp ontvangt. Het bewijst dat het huidige stelsel van jeugdhulp onhoudbaar is, en in zichzelf een prikkel heeft om uit te breiden. In het belang van de ontwikkeling van kinderen en jongeren in deze gemeente, is het zaak om de pedagogische basis te versterken en de jeugdzorg beschikbaar te houden voor die groep die vanwege hun zware problematiek hier het meest baat bij hebben. Het college werkt aan een actieplan om met dit doel voor ogen de jeugdhulp fundamenteel anders vorm te geven. In aanvulling op de acties uit de Hervormingsagenda, wordt ingezet op meerjarige interventies om maatschappelijke problemen die nu nog worden opgelost met jeugdhulp, anders aan te pakken. Ook wordt ingezet op afbakenen van de jeugdhulp, op het versterken van de toegang en op collectief aanbod in plaats van individueel. Zo wordt in 2025 collectief aanbod georganiseerd zoals de psycholoog op school of collectieve ambulante ondersteuning aanvullend op de zorgstructuur van de scholen zelf.

De maatregelen uit dit actieplan moeten, in aanvulling op de besparing uit de Hervormingsagenda jeugd, een financieel effect hebben van € 600.000 in 2025, oplopend tot € 2,1 miljoen in 2028. Daarnaast vormt deze inhoudelijk gedreven aanpak een kans om het niet alleen écht anders te gaan doen, maar het ook écht beter te gaan doen voor onze jeugd in onze gemeente.

Status

39

Toelichting afwijking speerpunt: De inzet van actieplan is gericht op de groep kinderen die lichte vormen van ondersteuning ontvangen en waarbij de vraag gesteld kan worden of inzet van jeugdhulp de oplossing is van het probleem. Als het uitgangspunt is dat het kind normaal gedrag laat zien in de omgeving waarin het opgroeit, moet de ondersteuning ook hierop gericht zijn en de focus verlegd worden naar bijvoorbeeld de ouders. Daarnaast zijn er situaties waarin kinderen jeugdhulp ontvangen, terwijl er bijvoorbeeld sprake is van maatschappelijke druk of druk vanuit het onderwijs. In het kader van baat het niet, schaadt het wel, kan het juist schadelijk zijn voor kinderen om jeugdhulp in te zetten en daarnaast de omgeving niet te beïnvloeden. Op deze manier blijft jeugdhulp beschikbaar voor jeugdigen die vanwege hun zware problematiek hulp nodig hebben. Daarom zet het college in op versterken pedagogische basis (zie speerpunt) en op jeugdhulp fundamenteel anders vormgeven. Dit gebeurt regionaal, vanuit de regionale inkoop zijn er inhoudelijke doelstellingen opgesteld om deze beweging tot stand te brengen. Binnen segment ‘veel voorkomend’ ligt de ruimte om hier lokaal invulling te geven aan deze doelstelling. Lokaal vraagt dit ook iets van de toegang, de samenwerking tussen huisartsen en onderwijs en de verordening.

Deze inhoudelijk gedreven aanpak moet ertoe leiden dat we het écht beter gaan doen voor onze jeugd. Daarnaast moeten de acties uit het actieplan ook een financieel effect hebben, boven op de besparingen uit de Hervormingsagenda. De afname van het aantal jeugdigen in jeugdhulp wordt vanuit het actieplan gemonitord. Het actieplan kent een dynamisch aanpak. Op basis van monitoring en ervaringen in de praktijk, kunnen de aanpak en de uit te voeren acties worden bijgesteld. Status •

Programma's voor jeugdhulp realiseren Landelijk en regionaal lopen er meerdere programma’s die niet vrijblijvend zijn, zoals de Hervormingsagenda jeugd en het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De noodzakelijke acties worden uitgevoerd, waarbij de lokale lijn rond collectieve inzet en het normale opvoeden, opgroeien en ontwikkelen als uitgangspunt wordt gehanteerd.

Wet maatschappelijke ondersteuning Het hoofddoel van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is om inwoners zo lang mogelijk, prettig en veilig, zelfstandig thuis te laten wonen en te laten participeren in de maatschappij. Onder de Wmo vallen maatwerkvoorzieningen, zoals bijvoorbeeld huishoudelijke ondersteuning, begeleiding en hulpmiddelen. Daarnaast ook welzijnsactiviteiten zoals mantelzorgondersteuning en maatschappelijk werk. Behoud van eigen regie en ondersteuning van de zelfredzaamheid staan hierin centraal. Halverwege 2024 ontvingen circa 4.000 inwoners een individuele Wmo-voorziening. De verwachting is dat dit aantal in 2025 door vergrijzing en doordat inwoners langer zelfstandig thuis wonen, licht zal stijgen

Stand van zaken: In het eerste kwartaal van 2025 is dit aantal inmiddels gestegen naar rond de 4.200. Net zoals eerdere jaren is de verwachting dat dit aantal zal blijven stijgen. De stijging in het gebruik van Wmo-voorzieningen in Leidschendam-Voorburg is vergelijkbaar met de landelijke trend. Dat het beroep op de Wmo stijgt heeft diverse oorzaken, zoals de vergrijzing en de woningnood. Door de vergrijzing zijn er veel meer ouderen die ondersteuning nodig hebben om zelfstandig (prettig) thuis te kunnen blijven wonen. Door de woningnood kunnen inwoners niet meer makkelijk verhuizen naar een andere passende woning als zij beperkingen gaan ervaren. Hierdoor moeten meer woningen worden aangepast vanuit de Wmo.

40

Ook de aanpassing van het bouwbesluit in 2024 heeft extra druk bij de Wmo gebracht, scootmobielen mogen vanwege de brandveiligheid niet langer in algemene ruimtes worden gestald. Hierdoor moet er per inwoner gezocht worden naar een passende oplossing voor de stalling van de scootmobiel, wat extra inzet en kosten met zich meebrengt. Vooruitblik: Het kabinet wil per 1 januari 2027 een inkomensafhankelijke eigen bijdrage gaan invoeren. Dit omdat met het huidige abonnementstarief de druk op het Wmo-gebruik fors is toegenomen. Met de invoering komt er mogelijk verandering in het stijgende gebruik van voorzieningen, maar wat het effect precies zal zijn moet blijken na de invoering. In de zomer ontvangt de gemeenteraad een voorstel voor het nieuwe Wmo beleid inclusief de verordening. Waarin maatschappelijke kracht, zelfregie en de best passende hulp centraal staan. Speerpunten: Status •

Implementatie van het nieuwe Wmo-beleid Het nieuwe Wmo-beleid is in 2025 vastgesteld en wordt geïmplementeerd naar concrete acties, zoals het aanpassen van de Verordening en de beleidsregels in de richting van zelfregie, maatschappelijke kracht en best passende hulp. Status

•

Extra inzet vanuit integraal zorgakkoord (IZA) en gezond en actief leven akkoord (GALA) Er wordt vanuit IZA/GALA (tijdelijke middelen) ingezet op het ondersteunen van ouderen en op het gebied van mentale gezondheid. Voorbeelden hiervan zijn valpreventie, mantelzorgondersteuning, een pilot met een ‘digitale koffer’ met domotica-mogelijkheden die ouderenadviseurs meenemen bij huisbezoeken (start pilot in 2025) en bewustwording van voorbereid zijn op langer zelfstandig thuis wonen.

•

Toeleiding Beschermd Wonen (BW) Vanaf 2025 ligt de toeleiding naar Beschermd Wonen niet langer bij de centrumgemeente, maar wordt dit een gemeentelijke taak. Dit volgt uit regionale afspraken. Dit betekent dat inwoners zich direct melden bij onze gemeente en begeleid worden naar een passende woonvorm. Daarnaast volgen wij de ontwikkelingen rondom de hervorming van beschermd wonen, nadat de wetswijziging hierover controversieel is verklaard.

Status

Werk en inkomen Zowel landelijk, regionaal als lokaal spelen verschillende ontwikkelingen die invloed hebben op Werk en Inkomen. Landelijk staan in 2025 de herziening van de Participatiewet en de invoering van de Wet van school naar duurzaam werk op de agenda van het Rijk. De implementatie hiervan is aan gemeenten. Regionaal werken we aan het opzetten van een Regionaal Werkcentrum en lokaal implementeren we in 2025 het herziene schuldhulpverleningsbeleid en het nieuwe minimabeleid. Verder werken we samen met de Binnenbaan aan meer variëteit in beschut werk en in de reintegratietrajecten die deze organisatie aanbiedt. Ook is er aandacht voor het versterken van de dualiteit (het tegelijk leren van de taal en participeren in de maatschappij) binnen inburgering en voor het opstellen van nieuw inburgeringsbeleid. Tot en met 2024 ontvingen we extra middelen van het Rijk om de Wet Inburgering uit te kunnen voeren, vanaf 2025 zijn de structurele middelen te laag om de uitvoeringskosten te compenseren. De VNG heeft een brief gestuurd naar het Rijk en aangegeven dat alle gemeenten vanaf 2025 tekorten hebben. Het Rijk heeft toegezegd dit in ieder geval vanaf 2026 te compenseren

41

Wat betreft de uitvoering: halverwege 2024 ontvingen circa 1.600 inwoners een bijstandsuitkering. In vergelijking met begin dit jaar is het bijstandsbestand licht gedaald. Landelijk wordt vanuit het Centraal Planbureau verwacht dat het aantal uitkeringsgerechtigden juist licht gaat stijgen in 2025. Hoewel we op dit moment een lichte daling zien, wordt het wel steeds lastiger om inwoners met een uitkering uit te laten stromen naar werk. We merken dat inwoners een steeds langere afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Dit wordt landelijk ook gezien. Voor het aantal kinderen in armoede is de landelijke verwachting dat dit licht stijgt. Zo zetten we specifiek in op kinderen in het nieuwe gemeentelijke minimabeleid. Stand van zaken: De gemeente werkt toe naar de start van het Regionaal Werkcentrum (samen met de arbeidsmarktregio), naar een toekomstbestendig sociaal ontwikkelbedrijf (samen met Zoetermeer en Rijswijk) en bereidt zich voor op de implementatie van de herziening van de Participatiewet, de invoering van de Wet van school naar duurzaam werk en de acties vanuit de landelijke Hervormingsagenda inkomen. In de eerste maanden van 2025 betroffen dit voornamelijk voorbereidende werkzaamheden. De gemeente werkt aan de implementatie van het minimabeleid, volgens het vastgestelde implementatieplan.

In de eerste maanden van 2025 is gewerkt aan de implementatie van de tool voor inwoners zoals opgenomen in het minimabeleid en het aanpassen van de verordening individuele inkomenstoeslag. In de Hervormingsagenda inkomen staat opgenomen dat regelingen niet altijd goed op elkaar aansluiten waardoor alleenverdieners in uitzonderlijke gevallen zelfs onder het sociaal minimum kunnen komen. De gemeente werkt aan nieuw beleid, zodat we deze doelgroep zo goed mogelijk kunnen bedienen. Zoals de programmabegroting laat zien heeft de gemeente een tekort op de uitvoering van Wet inburgering 2021. In de meicirculaire verwacht de gemeente meer te horen van de compensatie vanuit het Rijk over de te ontstane tekorten.

Vooruitblik: Komend jaar ligt de nadruk op de (verdere) implementatie van diverse beleidsplannen, waaronder het dynamisch minimabeleid en het beleid schuldhulpverlening. Daarnaast richten we ons op de dienstverleningsovereenkomst met de Binnenbaan en op de start van het Regionaal Werkcentrum, vooruitlopend op de wettelijke verplichting per januari 2026. Gekoppeld aan het RWC kijken we naar gemeentelijk beleid voor niet-uitkeringsgerechtigden. Komende maanden evalueren we het inburgeringsbeleid. Hierbij staat zowel het lokale als landelijke rekenkameronderzoek naar inburgering centraal en kunnen effecten met elkaar vergeleken worden. De gemeenteraad kan de volgende stukken ter informatie verwachten komende maanden: de Sociaal Domein-monitor, de evaluatie van de participatieconsulenten, leerwerkmakelaar en de matchmaker. In mei ligt de nieuwe verordening individuele inkomenstoeslag voor ter besluitvorming in de raad. Speerpunten: Status •

Implementeren van nieuw minimabeleid In 2025 implementeren we het nieuwe minimabeleid. Centraal hierin staat het stimuleren om inwoners mee te laten doen in de samenleving en werken te laten lonen, waarbij aandacht is voor de menselijke maat. Wij monitoren het gebruik van de regelingen. In tweejaarlijkse gesprekken met de partners wordt het gebruik onder andere ook besproken. De gemeenteraad wordt geïnformeerd over het minimabeleid via de Armoedemonitor en de Sociaal Domein-monitor.

42

Status •

Versterken van de uitvoering en herziening Participatiewet Om de dienstverlening te versterken trekken wij lessen uit de evaluatie van de welzijnsgesprekken met inwoners. Tegelijkertijd is de verwachting dat het Rijk de herziene Participatiewet en de wet Van school naar duurzaam werk invoert en implementeren we deze wetten. De implementatie hiervan heeft invloed op de dienstverlening van de gemeente.

•

Uitvoeren van het re-integratie- en participatiebeleid We voeren het re-integratie- en participatiebeleid uit. Centraal in het beleid staat het begeleiden van inwoners naar werk, mede door de inzet van matchmakers en een leerwerkmakelaar. Consulenten begeleiden inwoners die niet kunnen werken naar participatie. In 2025 zetten we hier extra op in met 2 participatieconsulenten, een leerwerkmakelaar en een matchmaker (zie iBabs 3442). De gemeenteraad wordt over de voortgang van het beleid geïnformeerd in de Sociaal Domein-monitor.

•

Inspelen op landelijke en lokale ontwikkelingen schuldhulpverlening Het geactualiseerde beleidsplan gaat in 2025 van start. Het plan richt zich op het versterken van curatieve schuldhulpverlening, doeltreffende vroegsignalering, het verstevigen van het netwerk van schuldhulporganisaties en preventie afgestemd op trends in de schuldenproblematiek. De gemeenteraad wordt via de Sociaal Domeinmonitor geïnformeerd over de monitoring van het beleidsplan.

Status

Status

Versterkingsprogramma Sterk voor Noord De wijken Heuvel/Amstel en Prinsenhof worden extra ondersteund vanuit drie opgaven: Jeugd en Onderwijs, Financiële zelfredzaamheid en Fijn en veilig wonen. Het versterkingsprogramma Sterk voor Noord is een wijkgerichte aanpak, die extra inzet op ondersteuning van inwoners in deze wijken om de kansengelijkheid te vergroten en de leefomgeving te verbeteren. Om kinderen met achterstanden eerder in beeld te hebben wordt er ingezet op versterken van de voorschools educatie en huiswerkbegeleiding. Om ouders te versterken in hun rol, wordt ook ouderparticipatie vergroot. Vanuit Financiële Zelfredzaamheid, wordt ingezet op het voorkomen en begeleiden bij schulden. Ook op het versterken van het taalonderwijs bij laaggeletterdheid (in het Nederlands) en verhogen van maatschappelijke participatie van inwoners met een uitkering door het inzetten van participatieconsulenten. Om de sociale cohesie te versterken worden flatcoaches, lief en leed straatjes en activiteiten in de wijk ingezet. De activiteiten hebben daarbij een tweeledig doel zoals verminderen van afval en overlast en gelijktijdig inwoners met elkaar te verbinden. Stand van zaken: Na de oplevering van de evaluatie eind 2024 is in 2025 gewerkt aan nieuwe uitvoeringsplannen en een monitor. Deze zijn inmiddels vastgesteld door het college.

Binnen deze plannen is voortgebouwd op acties uit het vorige uitvoeringsplan, met extra aandacht voor ondersteuning aan basisscholen (PO-scholen) in de wijk. Daarnaast biedt Stichting Studielokalen aanvullende taalondersteuning en coaching aan ouders en kinderen. De Tuinkamer van Noord wordt sinds kort volledig gerund door vrijwilligers. Per 1 mei 2025 neemt WOEJ de exploitatie officieel over. Het programma levert via cofinanciering een bijdrage aan het Jeugd Educatie Fonds, dat actief is op de drie basisscholen in Noord. Voor jongeren zonder startkwalificatie is de pilot met een outreachend doorstroomcoach voortgezet. Deze werkwijze richt zich specifiek op jongeren die niet bereikt worden via de reguliere kanalen. In het kader van financiële zelfredzaamheid is gewerkt aan het toegankelijk maken van financiële hulp. De aanpak van het Jongeren Perspectief Fonds heeft ertoe geleid dat ongeveer twintig jongeren in de afgelopen maanden begeleiding hebben ontvangen. Deze aanpak wordt momenteel geëvalueerd, waarna wordt besloten of deze structureel wordt opgenomen in het gemeentelijk schuldhulpverleningsplan.

43

Daarnaast wordt er blijvend ingezet op het bestrijden van ongedierte, zwerfvuil en het bijplaatsen van afval. Dit gebeurt onder andere via voorlichtingsacties, betrokkenheid van wijkbewoners en educatieve lessen op scholen. De gemeente biedt sinds kort spreekuren aan in de Tuinkamer, waar inwoners direct terechtkunnen met vragen over werk, zorg en inkomensondersteuning. Dit is een vervolg op het project met participatieconsulenten dat eind 2024 is afgerond. Tot slot worden in samenwerking met VTH en externe partners overlastlocaties in kaart gebracht. Er wordt gewerkt aan een gezamenlijke aanpak om overlast te verminderen.

Vooruitblik: Er wordt verder gewerkt aan het uitvoeren van de nieuwe uitvoeringsplannen 2025-2026. Speerpunten: Status Er zijn geen speerpunten aanwezig bij dit beleidsterrein.

Financiële mutaties Mutatie baten

Onderwerpen Sociaal domein

Mutatie Effect lasten begr. saldo

Kadernota 2026-2029 effecten 2025 1. Actieplan Jeugd

680

-680

2. Actualisatie PGB-tarief

15

-15

3. Huiselijk Geweld

77

-77

4. Sociaal Service Punt

150

-150

5. Sociale cohesie

50

-50

Mee- en tegenvallers 6. Bekostigingsregeling opvang Oekraïne (normvergoeding)

-1.387

-1.387

7. Rijksbudget BUIG

1.567

158

1.409

26

-26

8. Woningdeling voor statushouders Exogene en autonome ontwikkelingen 9. Implementatie wetgeving sociaal domein

250

250

Budgettair neutraal 10. Eigen bijdrage Dagbesteding

-42

-42

11. Specifieke uitkering toeslagenaffaire

600

600

Bestedingsplan reserves 12. Sterk voor Noord Totaal Sociaal domein

989

Bedragen x € 1.000

44

217

-217

545

444

Toelichting 1 Actieplan Jeugd Het actieplan jeugd (zie iBabs 3975) komt voort uit de noodzaak om de jeugdzorg anders aan te pakken, gegeven de toenemende kosten en de behoefte om daar structurele en fundamentele veranderingen in aan te brengen. Overeenkomstig de uitwerking, zoals opgenomen in het actieplan, zijn er middelen nodig om dit actieplan te realiseren. 2 Actualisatie PGB-tarief In 2025 wordt de Wmo-verordening en de bijbehorende beleidsregels geactualiseerd. Met deze actualisatie zal ook het PGB-tarief worden aangepast. Er dient een inhaalslag plaats te vinden, daar deze tarieven sinds 2016 niet meer zijn geïndexeerd. Hierdoor is het huidige PGB-tarief niet voldoende om een gelijkwaardig alternatief te zijn op de Zorg in Natura. 3 Huiselijk Geweld Voor inwoners die te maken hebben met huiselijk geweld is binnen de gemeente een meldpunt beschikbaar. Om slachtoffers van huiselijk geweld beter te kunnen helpen, wordt de ondersteuning uitgebreid met individuele hulp. 4 Sociaal Service Punt Het Sociaal Service Punt (SSP) is het loket waar inwoners laagdrempelig terecht kunnen met vragen op sociaal gebied. Om inwoners beter van dienst te kunnen zijn is het gewenst om het SSP door te ontwikkelen en de zichtbaarheid hiervan te vergroten, zodat de gemeente inwoners beter van dienst kan zijn.

De kosten voor het aanschaffen van een systeem om het SSP zichtbaarder en effectiever te kunnen inzetten kunnen gedeclareerd worden bij het Integraal Zorg Akkoord (IZA). De kosten van het onderhoud hiervoor komen bij de gemeente te liggen. 5 Sociale cohesie Sociale cohesie – mensen die zich verbonden voelen met elkaar – is belangrijk om de inzet van formele zorg te beperken. De gemeente heeft hierin een wettelijke taak (Wmo 2015). Leidschendam-Voorburg stimuleert dit door ontmoetingsplekken met een gastheer/vrouw en inloopspreekuren in de wijk. Opbouwwerk helpt om deze ontmoetingen te verdiepen en om eenzaamheid tegen te gaan. In twee wijken wordt hiervoor een pilot gestart. 6 Bekostigingsregeling opvang Oekraïne (normvergoeding) De gemeente maakt ook in het jaar 2025 kosten rondom het organiseren van de opvang van de vluchtelingen uit Oekraïne, zoals huur-, personeels- en energiekosten, kosten voor beveiliging en leefgeld. Het Rijk betaalt hiervoor een normbedrag per aangemelde beschikbare opvangplek per dag. Voor 2025 is het normbedrag verlaagd, waardoor de inkomsten worden verlaagd. 7 Rijksbudget BUIG De bijdrage is aangepast aan de tweede voorlopige beschikking van het RIJK, dit was een voordeel ten opzichte van de oude begroting, daarnaast zijn de uitkeringen opnieuw geprognotiseerd.

8 Woningdeling voor statushouders De Gemeente Leidschendam-Voorburg is samen met de wooncorporaties bezig om woningdeling toe te passen. Hiermee wordt een woning verdeeld in meerdere volwaardige kamers en kunnen er meerdere statushouders gehuisvest worden. Het beschikbaar gestelde budget is ontoereikend. Binnen afzienbare periode zal de regeling "Huisvesting Statushouders" opengesteld worden, waardoor de gemeente aansprak maakt op een vergoeding van € 30.000 per geplaatste statushouder. Deze vergoeding kan met terugwerkende kracht aangevraagd worden en zal bij toekenning het aangevraagde budget teruggestort worden in de algemene middelen.

45

9 Implementatie wetgeving sociaal domein Voor de uitvoering van meerdere aankomende wetswijzigingen is inzet op tijdige en zorgvuldige implementatie noodzakelijk. Het betreft onder andere wijzigingen in de Participatiewet (‘Participatiewet in balans’), de Wet Proactieve Dienstverlening, het schuldenprogramma en de wetgeving rondom handhaving binnen de sociale zekerheid. Hiervoor wordt budget aangevraagd voor de inzet van twee coördinatoren en voor implementatiekosten, waaronder aanpassingen in werkprocessen en ICT-systemen. 10 Eigen bijdrage Dagbesteding De beoogde ingangsdatum van het invoeren van een eigen bijdrage op Dagbesteding is uitgesteld. 11 Specifieke uitkering toeslagenaffaire De gemeente ontvangt een bijdrage van het Rijk voor de afwikkeling van de toeslagenaffaire. Op basis van de nieuwe berekeningen voor 2025 wordt de geraamde bijdrage verhoogd. 12 Sterk voor Noord Sterk voor Noord Ontrekking uit de reserve voor een pilot samen met VTH met inzet van Jongerenwerk Veiligheid op straat. Ook is de pilot outreachend doorstroomcoach jongeren zonder startkwalificatie loopt door. De pilot Jongeren Perspectief Fonds loopt ook door omdat het nog niet opgenomen kon worden in het reguliere beleid.

46

7. Volksgezondheid en milieu Omschrijving De gemeente is verantwoordelijk voor de inzameling van afval en voor het aanleggen en onderhouden van de riolen. Hiervoor wordt ook belasting geïnd (riool- en afvalstofheffing) welke in principe kostendekkend zijn. Dit zijn de twee grootste onderdelen van dit programma. Daarnaast worden ook nog uitgaven die rondom milieubeheer, begraafplaatsen en de volksgezondheid (zoals infectieziektebestrijding en gezondheidsbevordering) op dit programma verantwoord.

Wat willen we bereiken? Het is fijn leven in onze gemeente. De leefbaarheid voor mens en dier staat echter onder druk door klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, verstedelijking, vervuiling van bodem, lucht en water, overlast van geluid, etc. Een goede leefomgeving is voorwaardelijk voor onze gezondheid en welzijn. Het verbeteren van de leefomgeving en werken aan een duurzame toekomst zijn daarom belangrijk in ons beleid. Het bevorderen van de volksgezondheid is een belangrijk aandachtspunt voor de gemeente. De gemeente wil bereiken dat inwoners een gezonde leefstijl hebben, gezondheidsbedreigingen op tijd worden gesignaleerd en infectieziektes voorkomen worden. De gemeente heeft vastgelegde taken op het gebied van volksgezondheid en milieu. Deze zijn onder meer vastgelegd in de Wet publieke gezondheid en de nieuwe Omgevingswet. Die voeren we uit. Daarnaast geven we als gemeentelijke organisatie zelf, proactief, het goede voorbeeld als het gaat om gezondheid, energiebesparing en duurzaamheid.

Wat gaan we ervoor doen? Volksgezondheid We blijven in 2025 samen met partners uitvoering geven aan het landelijke ‘Gezond en actief leven akkoord’ (GALA) in Leidschendam-Voorburg. De ambitie van het akkoord is een gezonde generatie in 2040, met weerbare gezonde inwoners die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving. Een leefomgeving waarin sprake is van een sterke sociale basis en de fysieke en mentale gezondheid wordt bevorderd en behouden. Hierbij gaat er speciale aandacht uit naar inwoners in kwetsbare situaties. Dit doen we in 2025 onder andere door (extra) in te zetten op programma's rondom gezonde levensstijl, het verstevigen van de ketenaanpak voor kinderen en volwassenen naar gezonder gewicht, valpreventie, aanpak overgewicht en de uitbreiding van welzijn op recept naar een breder aanbod. Deze ambitie vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de acties en speerpunten van programma 6, Sociaal Domein. Vanuit het integraal zorgakkoord (IZA) en gezond en actief leven akkoord (GALA) worden in 2025 met tijdelijke middelen, bestaande projecten uitgebreid. Stand van zaken: De programma's rondom gezonde levensstijl, het verstevigen van de ketenaanpak voor kinderen en volwassenen naar gezonder gewicht, valpreventie en welzijn op recept worden uitgevoerd.

Per ketenaanpak wordt de samenwerking verstevigd met alle ketenpartners en wordt de aanpak uitgebreid naar andere (aandacht)wijken of doelgroepen/leeftijden. Zo start bijvoorbeeld in maart weer een nieuwe groep voor de pilot Fit & Stressless voor jongeren. Vooruitblik: Met het programma kind naar een gezonder gewicht willen we starten in Voorburg dit jaar. De voorbereidingen hiervoor worden momenteel getroffen, zodat we dit vervolgens kunnen uitvoeren.

47

Speerpunten: Status •

Uitbreiding aanpak Kind naar Gezonder Gewicht Uitbreiding van de aanpak Kind naar Gezonder Gewicht naar Voorburg Midden, Voorburg Bovenveen en Leidschendam-zuid. Status

•

Mentale gezondheid Er wordt een vervolg gegeven aan de pilot van het programma Fit & StressLess om zo de mentale gezondheid van jongeren te verbeteren. Het programma Fit & StressLess combineert een individueel traject met een groepsgerichte aanpak zowel op mentaal vlak als fysiek door te bewegen met elkaar.

Milieu Afvalinzameling De doelstelling van de gemeente is om, samen met Avalex als onze afvalinzamelaar, het restafval in de gemeente zo spoedig mogelijk onder de VANG-norm van 100 kilogram restafval per persoon per jaar te brengen. Voor het reduceren en beter scheiden van afval zijn in 2023 gesprekken met inwoners gestart om te komen tot een optimalisatie van het afvalbeleid. In 2024 worden hiertoe voorstellen gedaan die in 2025 moeten worden geïmplementeerd. Door het restafval te verminderen, zal minder afval verbrand hoeven te worden. Tegelijkertijd worden door betere afvalscheiding waardevolle grondstoffen bespaard die gebruikt kunnen worden voor nieuwe producten. In 2024 loopt in de gemeente een pilot om de afkeur van grondstofstromen PMD en GFT te verminderen. In de pilot wordt gekeken naar de meest effectieve maatregelen op een bepaalde locatie. De uitkomsten uit deze pilot, die tot eind 2024 loopt, worden meegenomen in de keuze in 2025 welke maatregelen we doorvoeren in de gemeente. Bodem, Lucht, Geluid en Externe veiligheid De gemeente beschermt en verbetert de kwaliteit van de leefomgeving. Hierbij stuurt zij op het verminderen van geluidhinder, bodemverontreiniging, luchtvervuiling en geur en het voorkomen van nieuwe knelpunten. Vergunningverlening en handhaving staan centraal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=1fe5216e-e36d-4bab-919d-1204cc494573