CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4012 Programmabegroting 2026-2029

Raadsvergadering 5 november 2025, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Programmabegroting 2026-202935.608 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

• Indicator 2: Ruimtelijke verdichting voor extra woningaanbod zonder nieuwbouwlocaties. Streefwaarde: In 2027 zijn 14 extra woningen gerealiseerd via optopping en woningsplitsing. Doel 2: Stimuleren doorstroming uit grote eengezinswoningen.

70

Activiteit: • De inzet van seniorenmakelaars. Toelichting: De stagnatie van de doorstroming vanuit schaarse woningen naar een geschikte woning neemt steeds verder toe. Het organiseren van aanvullende ondersteuning kan de doorstroming naar een toegankelijke woning bevorderen. De seniorenmakelaar kan bewerkstelligen dat inwoners van de gemeente, waarvoor deze complexen toegankelijk zijn, in het complex komen wonen. Daarmee is het doel van de seniorenmakelaar het bevorderen van doorstroming van bewoners naar een woning die voor hen meer geschikt is en het vrijmaken van schaarse woningen. De gemeente financiert de seniorenmakelaars in cofinanciering met de grootste woningcorporaties in Leidschendam-Voorburg. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Doorstroming van inwoners stimuleren met behulp van de seniorenmakelaars van woningcorporaties. Streefwaarde: Jaarlijks stromen minimaal 25 inwoners door naar een geschiktere woning met behulp van de seniorenmakelaars. Doel 3: Sturen op betaalbare woningen voor jongeren en starters. Activiteiten: • Het faciliteren van meer huisvesting voor jongeren en starters. • Het aanpassen van het vereiste minimale gebruiksoppervlak van sociale woningbouw. Toelichting: De wachttijd voor jongeren voor een goedkope woning is fors. We willen de wachttijd verminderen door meer specifieke woningen voor jongeren te bouwen.

Daarnaast zal een verlaging van de vereiste minimale gebruiksoppervlak in de Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 in 2025 in werking treden. Door deze aanpassing kunnen er meer kleine, betaalbare woningen gebouwd worden waar veel vraag naar is onder jongeren en starters. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Vergroting van het betaalbare woningaanbod voor jongeren en starters. Streefwaarde: In 2026 zijn 138 betaalbare woningen voor jongeren en starters gerealiseerd aan de Vlietweg. Doel 4: Huisvesting aandachtsgroepen. Activiteiten: • We maken van prestatieafspraken met de huurdersorganisaties en woningcorporaties over de huisvesting van aandachtsgroepen. Toelichting: Naast de huisvesting van reguliere woningzoekenden die zijn aangewezen op een sociale huurwoning, is de gemeente verantwoordelijk voor de huisvesting van aandachtsgroepen. In het wetsvoorstel Versterkingsregie volkshuisvesting zijn als aandachtsgroep benoemd: (arbeids)migranten, kwetsbare (oudere) inwoners, de uitstroom uit Jeugdzorg, GGZ - en LVB zorginstellingen, woonwagenbewoners en de maatschappelijke opvang van inwoners die dakloos zijn of dreigen te worden. In de Huisvestingsverordening moet de gemeente de voorrangspositie van urgente groepen (uitstromers, mantelzorgers en daklozen) regelen.

Deze zijn veelal aangewezen op een goedkope huurwoning, al dan niet met begeleiding. Jaarlijks bepalen gemeente, huurders en corporaties hoeveel woningen binnen het vrijkomende woningaanbod bestemd zijn voor aandachtsgroepen. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Toegang tot passende huisvesting voor kwetsbare doelgroepen. Streefwaarde: In 2026 wordt 9% van de vrijkomende corporatiewoningen toegewezen aan uitstromers uit (jeugd)zorg en dakloze inwoners, en 9% aan statushouders.

71

Doel 5: Leefbaarheid Activiteiten: We sturen op een evenwichtige verdeling van woningtypen en aandachtsgroepen. Toelichting: Voor de leefbaarheid stuurt de gemeente Leidschendam-Voorburg op een evenwichtigere verdeling van goedkope en dure woningen in wijken en projecten dan nu het geval is. We streven bij woningbouwprojecten naar een gemengde samenstelling van bewoners. Ook initiatieven voor woningsplitsing en kamerverhuur worden getoetst aan leefbaarheid in het betreffende gebied. In lijn met het wetsvoorstel ‘Versterking regie volkshuisvesting’ en regionale woningmarktafspraken sturen we op een evenwichtige verdeling van de aandachtsgroepen en geven daar voorrang aan. We werken toe naar balans in onze woningvoorraad met 30% sociaal, 40% middelduur en 30% duur, evenwichtig verdeeld over de wijken in de gemeente. De gemeente stuurt bij ontwikkellocaties op meer diversiteit in woningtypologieën. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Stimuleren van inclusieve en toekomstbestendige woningbouw. Streefwaarde: Minimaal 20% van de nieuw toe te voegen woningen in 2026 voldoet aan eisen voor gevarieerd gebruiksoppervlak en toegankelijkheid, zoals nultredenwoningen of geclusterde woonvormen, om in te spelen op diverse woonbehoeften. Wat mag het kosten? Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

16.632

18.739

14.077

9.817

4.717

Lasten

24.042

25.492

18.302

13.704

10.332

Saldo van lasten en baten

-7.410

-6.753

-4.225

-3.888

-5.615

Bouwen en wonen (VHLOSV)

Bedragen x € 1.000

Toelichting baten en lasten per onderdeel De baten en de lasten van het programma Bouwen en Wonen bedragen voor 2025 respectievelijk € 18.739.000 en € 25.448.000. De baten bestaan met name uit: • inkomsten uit het kostenverhaal van de gemeentelijke kosten ten behoeve van ruimtelijke ontwikkelingen • gronduitgiften (intern en extern) • subsidies • investeringsbijdragen • legesopbrengsten (voor o.a. omgevingsvergunningen) • verhaal kosten bestuursdwang • basisregistraties • verkoop van gemeentelijk vastgoed De lasten bestaan met name uit: • transformatie naar de Omgevingswet • de kosten die de gemeente maakt voor ruimtelijke ontwikkelingen (kostenverhaal) • het herzien van bestemmingsplannen • beleidsadvisering ruimte en grondbeleid • kosten voor het werven van gronden • kosten voor bouw- en woonrijp maken en overige kosten behorend bij de grondexploitatie • kosten voor de uitvoering van de vergunningverlening • het bouw- en woningtoezicht • het beheer van de basisregistratie 72

Ontwikkeling begrotingssaldi Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

-5.474

-4.900

-5.339

-4.633

Wijzigingen tot 1e Turap 2025

-200

1.622

1.665

-50

Kadernota 2026 - 2029

-693

-265

0

0

-6.367

-3.543

-3.674

-4.683

Meicirculaire gemeentefonds

14

14

14

14

Loon- en prijsontwikkeling

-56

-49

-40

-40

Doorlichting begroting

167

180

213

-537

Financieel technische mutaties

-511

-826

-400

-369

-6.753

-4.225

-3.888

-5.615

Bouwen en wonen (VHLOSV) Primitieve begroting 2025

Startpositie meerjarenbegroting 2026 - 2029

Saldo meerjarenbegroting 2026 - 2029 Bedragen x € 1.000

Toelichting algemene financiële mutaties Meicirculaire gemeentefonds De effecten van de meicirculaire, waarover de raad via de budgetbrief (ibabsnummer 3906) is geïnformeerd zijn verwerkt in de begroting. Loon- en prijs ontwikkeling Overeenkomstig de uitgangspunten in de Kadernota 2026-2029 zijn de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen in de begroting verwerkt. Doorlichting begroting Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting opnieuw kritisch naar de budgetten gekeken en worden, daar waar dat noodzakelijk is en een beter inzicht geeft, budgetten bijgesteld. Per programma ontstaan hierdoor kleine afwijkingen. Per saldo wordt de taakstelling uit de Kadernota van € 400.000 hiermee ingevuld en is daarnaast nog sprake van een voordelig effect op het begrotingssaldo. Financieel technische mutaties Bij deze mutaties gaat het om de aanpassingen die verband houden met de kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de loonkosten en de kosten van tractiemiddelen aan de juiste programma's toegerekend. Daarnaast zijn de kapitaallasten bijgesteld op basis van het investeringsplan 2026-2029, waarin ook de prijsontwikkeling, de fasering van investeringen en de besluiten uit de Kadernota zijn verwerkt.

Betrokken verbonden partijen VOF LC Gex Samen met een ontwikkelingscombinatie geeft de gemeente uitvoering aan de grondexploitatie van de VOF en daarmee aan de herstructurering van Leidschendam Centrum.

73

Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam 36 Nieuw gebouwde woningen

Eenheid Aantal per 1.000 woningen

37 Demografische druk % (verhouding tussen enerzijds jongeren en ouderen en anderzijds bevolking 20 tot 65 jaar) 38 Gemeentelijke In Euro’s woonlasten eenpersoonshuishouden 39 Gemeentelijke In Euro’s woonlasten meerpersoonshuishouden

Peiljaar 2023 2022

2025

Waarde Bron 8,5 (landelijk 8,9) BAG/ABF Systeem Woningvoorraad 80,7 (landelijk 70,3) CBS Bevolkingsstatistiek

1007 (landelijk 964) COELO, Groningen

2025 1085 (landelijk 1053) COELO, Groningen

Toelichting op de indicatoren 36 Nieuw gebouwde woningen Het aantal nieuw gebouwde woningen, exclusief overige toevoegingen zoals transformaties.

37

Demografische druk (verhouding tussen enerzijds jongeren en ouderen en anderzijds bevolking 20 tot 65 jaar) De som van het aantal personen van 0 tot 20 jaar en 65 jaar of ouder in verhouding tot de personen van 20 tot 65 jaar.

38 Gemeentelijke woonlasten eenpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een éénpersoonshuisouden betaalt aan woonlasten. 39 Gemeentelijke woonlasten meerpersoonshuishouden Het gemiddelde totaalbedrag in euro's per jaar dat een meerpersoonshuishouden betaalt aan woonlasten. Relevante documenten Ondertekenen Regionale Realisatieagenda Wonen Haaglanden (iBabs nr. 3185) Koersnotitie Omgevingsvisie (iBabs nr. 3859)

74

Overige onderdelen Dit deel van de begroting bevat de verplichte onderdelen die elke gemeente moet opnemen en bestaat uit: • Algemene Dekkingsmiddelen: de vrij te besteden inkomsten, zoals de uitkering uit het gemeentefonds, belastingopbrengsten en dividend. • Overhead: de kosten voor ondersteuning en leiding, zoals financiën, HR en ICT. Voor 2025 blijft de verdeling van deze kosten hetzelfde als voorgaande jaren. • Vennootschapsbelasting: de belasting die betaald moet worden over reclame-inkomsten omdat het voor de belastingdienst om ondernemingsactiviteiten gaat. • Tot slot is er een post Onvoorzien van € 100.000 voor onverwachte, dringende uitgaven. De post onvoorzien kan onder voorwaarden (onvoorzien, onvermijdbaar, onuitstelbaar) ingezet worden. Wat willen we bereiken? Leidschendam-Voorburg wil streeft naar een financieel gezonde gemeente zijn waarin de lasten voor inwoners en ondernemers zo laag mogelijk blijven. Dit vraagt om een sluitende begroting en een positief meerjarenperspectief. Een solide financiële huishouding is geen doel op zich, maar een noodzakelijke voorwaarde om ambities te realiseren, voorzieningen te behouden en ruimte te geven aan mensen.

De gemeente staat er op dit moment financieel goed voor: de begroting sluit meerjarig, het toezicht door de provincie is licht, en er is een gezonde reservepositie die onvoorziene tegenvallers of tijdelijke impulsen op kan vangen. Toch vraagt de toekomst om behoedzaamheid: onvoorziene ontwikkelingen kunnen leiden tot nieuwe investeringen. Bovendien is de gemeente afhankelijk van variërende en deels ongewisse inkomsten vanuit het Rijk. Het ‘ravijn’ is minder diep en deels uitgesteld, maar nog wel een reëel risico. Daarom kiest de gemeente voor een realistisch, voorzichtig financieel beleid. Wat gaan we ervoor doen? Algemene dekkingsmiddelen Beleidsterrein Financiën Doel 1: Een transparant en behoedzaam financieel beleid voeren. Activiteiten: • Samenwerking met VNG en gemeenten om de rijksmiddelen voor gemeenten te verbeteren. • Verbeteren van de financiële communicatie en transparantie richting inwoners en raad. • Inzichtelijk en begrijpelijk verantwoorden van de besteding van belastinggeld. Toelichting: De gemeente maakt haar Planning & Control-producten inzichtelijker en werkt volgens de methode Duisenberg, gericht op begrijpelijkheid en beleidsrijkheid. Ook worden laagdrempelige alternatieven ingezet, zoals budgetbrieven of publicaties in lokale media, om inwoners te informeren over de gemeentelijke financiën.

Daarnaast streeft de gemeente naar een goede balans tussen behoedzaam en realistisch begroten. De gemeente streeft naar een gezonde financiële positie, met een realistische én behoedzame begroting. Ze blijft actief samenwerken met de VNG en andere gemeenten om een eerlijker verdeelsystematiek van het gemeentefonds te bepleiten. Zo wordt gewerkt aan het terugdringen van het structurele tekort en het creëren van een betere balans tussen taken en middelen. Om transparantie te bevorderen, legt de gemeente op begrijpelijke wijze verantwoording af over de besteding van belastinggeld. Dit gebeurt via de begroting, jaarrekening en aanvullende communicatiemiddelen zoals infographics en visuele samenvattingen. Tegelijkertijd zet de gemeente zich in om de woonlasten voor inwoners en ondernemers zo laag mogelijk te houden.

75

Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Effectieve vertegenwoordiging van gemeentelijke belangen bij landelijke overheden. Streefwaarde: Jaarlijks vinden minimaal 4 lobby- en overlegmomenten plaats met de VNG en rijksoverheid. • Indicator 2: Financiële gezondheid van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Streefwaarde: Leidschendam-Voorburg behaalt in 2026 een Top 10 positie in de BDOBenchmark Nederlandse gemeenten (50.000-100.000 inwoners). • Indicator 3: Financiële betrouwbaarheid en transparantie van gemeentelijke begroting. Streefwaarde: Het verschil tussen begroting en jaarrekening bedraagt maximaal 6%. • Indicator 4: Lage woonlasten voor inwoners van Leidschendam-Voorburg. Streefwaarde: In 2026 staat Leidschendam-Voorburg in de top 5 gemeenten met de laagste woonlasten in de regio (opgenomen in jaarlijkse tarievenvoorstel) volgens de Atlas lokale lasten (COELO). Overhead Beleidsterrein Organisatie Doel 1: Zorgen dat de gemeentelijke organisatie efficiënt en effectief kan werken. Activiteiten: • Herinrichting gemeentelijke organisatiestructuur. • Start operationele inzet AI. • Aanbesteding nieuwe huisvesting raad en griffie. Toelichting: De gemeentelijke organisatie ontwikkelt zich door beter aan te sluiten op de ambities en maatschappelijke opgaven van deze tijd. De bestaande organisatiestructuur is te complex en onvoldoende toekomstbestendig.

Daarom is een herinrichtingsproces gestart, gericht op meer wendbaarheid, slagkracht en een sterker samenspel tussen bestuur en ambtelijke organisatie. De implementatie van de nieuwe structuur is voorzien in 2026. Over de voortgang wordt gerapporteerd via de paragraaf bedrijfsvoering in begroting en jaarrekening. Daarnaast worden technologische innovaties zoals kunstmatige intelligentie (AI) ingezet om met behulp van data-analyse processen te verbeteren, samenwerking te versterken en besluitvorming te ondersteunen. In 2025 start de gemeente met AI-toepassingen op operationeel niveau. Tegelijkertijd wordt via projecten en businesscases verkend hoe AI breder ingezet kan worden. Daarbij is blijvende aandacht voor ethiek en privacy (voor de ambtelijke organisatie en de gemeenteraad) van groot belang. Tot slot wordt in 2026 het definitief ontwerp voor de nieuwe huisvesting van raad en griffie aanbesteed, als onderdeel van een toekomstbestendige werkomgeving. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: De gemeentelijke organisatie ontwikkelt zich door om beter aan te sluiten op de ambities en maatschappelijke opgaven. Streefwaarde: De nieuwe organisatiestructuur is geïmplementeerd in 2026. • Indicator 2: Efficiënter werken door inzet AI binnen de gemeentelijke organisatie.

Streefwaarde: In 2026 worden minimaal 2 projecten met AI uitgevoerd, waarbij sprake is van aantoonbare procesverbetering. • Indicator 3: Functionele en toegankelijke huisvesting gemeenteraad voor inwoners en raadsleden vanaf 2027. Streefwaarde: In 2026 is de aanbesteding van het definitieve ontwerp huisvesting raad gereed. Doel 2: Inzetten gemeentelijk vastgoed.

76

Activiteiten: • Opzetten en positioneren vastgoedorganisatie binnen de ambtelijke organisatie. • Implementeren vastgoedbeleid op basis van uitvoeringskader, waaronder het Inrichten vastgoedinformatiesysteem, afstemming rand voorwaardelijke beleidskaders (verduurzaming vastgoed, subsidiesystematiek, maatschappelijk voorzieningenbeleid en sportbeleid) en het Invoeren huurprijsbeleid. • Opstellen portefeuillestrategie. • Verantwoording kosten/opbrengsten van vastgoed. Toelichting: Op basis van het uitvoeringskader vastgoed, wat onderdeel uitmaakt van de vastgestelde vastgoednota in september 2025 in de gemeenteraad, wordt voor gemeentelijk vastgoed een omslag gemaakt naar beleid waarin het maatschappelijk vastgoed ten dienste staat van de publieke waarden die in de gemeente worden gerealiseerd. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Opstellen van het meerjarenperspectief Vastgoed (MPV). Streefwaarde: Opgesteld in 2026 (per 5 jaar). Wat mag het kosten? Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

191.145

196.547

195.696

193.836

195.399

Lasten

41.615

41.278

42.551

42.414

42.666

Saldo van lasten en baten

149.530

155.269

153.145

151.422

152.733

Overige onderdelen

Bedragen x € 1.000

Toelichting baten en lasten per onderdeel De baten en de lasten van het programma Overige onderdelen bedragen voor 2026 respectievelijk € 196.547.000 en € 41.336.000. De baten bestaan met name uit: • Rente op verstrekte geldleningen en eigen vermogen alsmede de dividenduitkeringen van Stedin en de BNG Bank • Opbrengsten uit de belastingen • Algemene uitkering, de integratie-uitkeringen en decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds • Reclamebelasting De lasten bestaan met name uit: • Personeelslasten en materiële lasten behorende bij de ondersteunende functies • Huisvesting en het wagenpark • Ambtelijke huisvesting • ICT-voorzieningen • Rente van opgenomen kort- en langlopende geldleningen • Uitvoeringskosten van de heffing op en waardering van woningen • Het behandelen van bezwaar en beroep en de uitvoering van kwijtschelding procedures

77

Ontwikkeling begrotingssaldi Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

141.469

142.578

144.639

145.030

0

-600

0

0

-609

-1.108

-725

678

140.860

140.870

143.914

145.707

Exogene en autonome ontwikkelingen

1.022

952

875

58

Renteontwikkelingen

1.523

892

715

-104

10

10

10

12

Organisatieontwikkeling

-250

0

0

0

Tijdelijke huisvesting

-225

-100

0

0

Gemeenterubriek huis-aan-huisblad

-36

-36

-36

-36

0

185

185

185

Meicirculaire gemeentefonds

3.749

1.772

-1.962

-1.898

Loon- en prijsontwikkeling

4.168

4.179

3.574

3.773

Administratieve wijzigingen

-100

0

0

0

Doorlichting begroting

725

151

-222

-203

4.845

5.221

5.243

5.295

155.269

153.145

151.422

152.733

Overige onderdelen Primitieve begroting 2025 Wijzigingen tot 1e Turap 2025 Kadernota 2026 - 2029 Startpositie meerjarenbegroting 2026 - 2029

Taakstelling Service Bureau Jeugdhulp Haaglanden

Wmo

Financieel technische mutaties Saldo meerjarenbegroting 2026 - 2029 Bedragen x € 1.000

Toelichting specifieke financiële mutaties Exogene en autonome ontwikkelingen Renteontwikkelingen Op basis van de financieringsbehoefte voor de komende jaren en de renteontwikkelingen zijn de rentelasten en baten bijgesteld. Met name de stijgende kapitaalmarktrente zorgt voor een nadelig effect op de begroting. Gemeenterubriek huis-aan-huisblad De gemeente is voornemens per 1 januari 2026 een raamovereenkomst af te sluiten met Telstar Media Mediacentrum B.V. voor de wekelijkse plaatsing van het gemeentenieuws in een huis-aanhuisblad (Weekblad Regio Leidschendam-Voorburg).De overeenkomst betreft structurele advertentieruimte (gemiddeld vier pagina’s per week, maximaal 52 weken per jaar), inclusief opmaak. Het betreft een vierjarige overeenkomst met een verlengingsmogelijkheid van 3 keer 1 jaar.De kosten zijn aan te merken als autonome ontwikkeling, voortkomend uit een structurele verplichting met een publicatiefunctie richting inwoners. Dit sluit aan bij de wens van de gemeente om papierdistributie kosteloos beschikbaar te houden voor alle huishoudens.

78

Wmo De kosten voor huishoudelijke ondersteuning zijn als gevolg van de vergrijzing meer gestegen dan verwacht. Ook bij begeleiding is er een hogere stijging van de kosten dan voorzien, wat veroorzaakt wordt doordat de wachtlijsten zijn afgenomen. Een deel van deze stijging wordt gedekt uit de hogere eigen bijdrage. Daarnaast zijn er dit jaar minder hulpmiddelen verstrekt dan begroot. Taakstelling Service Bureau Jeugdhulp Haaglanden Conform opdracht uit de Kaderbrief gemeenschappelijke regelingen heeft het service bureau jeugdhulp haaglanden een nieuwe prognose opgesteld incusief invulling van de taakstelling Organisatieontwikkeling Op dit moment loopt het traject van organisatieontwikkeling. Dit traject moet leiden tot een wendbaardere en resultaatgerichte organisatie. Voor de implementatiekosten van 2025 is een raming opgenomen in de 1e Tussentijdse Rapportage van 2025. De verwachte kosten voor 2026 worden via deze weg opgenomen in de begroting. Daarbij wijzen we erop dat deze raming mogelijk nog niet volledig is, omdat frictiekosten afhankelijk zijn van de uiteindelijke invulling van de herinrichting.

Tijdelijke huisvesting Tijdens de verbouwing van Raadhuisplein 1 ten behoeve van de nieuwe raadszaal zijn de werkplekken in dit pand niet beschikbaar. Gedurende deze periode worden er extra werkplekken gerealiseerd op Koningin Wilhelminalaan 2 en Swaensteyn. Toelichting algemene financiële mutaties Meicirculaire gemeentefonds De effecten van de meicirculaire, waarover de raad via de budgetbrief (ibabsnummer 3906) is geïnformeerd zijn verwerkt in de begroting. In dit programma gaat het om de bijstelling van de uitkeringen uit het gemeentefonds die ontvangen worden vanuit het Rijk. Loon- en prijs ontwikkeling Overeenkomstig de uitgangspunten in de Kadernota 2026-2029 zijn de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen in de begroting verwerkt. Doorlichting begroting Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting opnieuw kritisch naar de budgetten gekeken en worden, daar waar dat noodzakelijk is en een beter inzicht geeft, budgetten bijgesteld. Per programma ontstaan hierdoor kleine afwijkingen. Per saldo wordt de taakstelling uit de Kadernota van € 400.000 hiermee ingevuld en is daarnaast nog sprake van een voordelig effect op het begrotingssaldo. Financieel technische mutaties Bij deze mutaties gaat het om de aanpassingen die verband houden met de kostenverdeelsystematiek.

Hierbij worden de loonkosten en de kosten van tractiemiddelen aan de juiste programma's toegerekend. Daarnaast zijn de kapitaallasten bijgesteld op basis van het investeringsplan 2026-2029, waarin ook de prijsontwikkeling, de fasering van investeringen en de besluiten uit de Kadernota zijn verwerkt. Betrokken verbonden partijen BNG Bank N.V. De bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten voor maatschappelijke voorzieningen voor de inwoners. Stedin N.V. Stedin maakt het met haar netwerken mogelijk dat energie altijd beschikbaar is: voor deze generatie en voor volgende generaties.

79

Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam 4 Externe inhuur 5

Overhead

35 Gemiddelde WOZ waarde woningen

Eenheid Inhuur regulier t.o.v. totale kosten % van totale lasten

Peiljaar 2024

Waarde 20,63

Bron Eigen gegevens

2024

15,3

Eigen gegevens

1.000 euro

2024

389 (landelijk 379) CBS - Statistiek waarde onroerende zaken

Toelichting op de indicatoren 4

Externe inhuur Onder externe inhuur wordt verstaan: het uitvoeren van werkzaamheden in opdracht van een bij de organisatie in dienst zijnde opdrachtgever, door een private organisatie met winstoogmerk, door middel van het tegen betaling inzetten van personele capaciteit en deskundigheid, zonder dat daar een arbeidsovereenkomst of aanstelling tussen organisatie en de daarbij ingezette personen aan ten grondslag ligt.

5

Overhead De overheadkosten betreffen alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Dit zijn kosten (o.a. personeelslasten, huisvestingslasten en ICT-kosten van PIOFACH domein) die niet direct toewijsbaar zijn aan specifieke projecten, diensten of activiteiten, maar die wel noodzakelijk zijn voor het functioneren van de gemeente als organisatie.

35 Gemiddelde WOZ waarde woningen De gemiddelde WOZ waarde van woningen.

Relevante documenten • Wet financiering decentrale overheden • Financiële Verordening Leidschendam-Voorburg • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) • Treasurystatuut Leidschendam-Voorburg

80

Paragrafen Lokale heffingen Algemeen Deze paragraaf geeft informatie over het beleid en de ontwikkeling van de tarieven van de lokale heffingen en over het kwijtscheldingsbeleid. Ook wordt in deze paragraaf ingegaan op de kostendekkendheid van de belangrijkste gemeentelijke heffingen: de afvalstoffenheffing, de riool- en waterzorgheffing, de lijkbezorgingsrechten en de leges.

Beleidsuitgangspunten De uitgangspunten van het beleid voor de heffingen van gemeentelijke belastingen en tarieven zijn: • Lastendruk per belastingtarief onder het gemiddelde tarief van andere gemeenten in de regio Haaglanden met uitzondering van de toeristenbelasting; • Streven naar kostendekkende heffingen en leges; Ontwikkelingen 2026-2029 Leges Voor 2026 is dezelfde structuur van de legesverordening gehanteerd van de Omgevingswet als voor 2025. Hierbij is de modelverordening van de VNG gevolgd. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar het tarievenvoorstel 2026. Onroerende Zaak Belasting (OZB) Conceptprogrammabegroting 2026-2029 en meerjarenraming 2026. In de conceptprogrammabegroting 2026-2029 is voor de hoogte van de OZB-opbrengsten rekening gehouden met nieuwbouw, sloop, leegstand, de inflatiecorrectie en de verwachte uitkomsten van de herwaardering 2026. Het verschil tussen de verwachte totale WOZ-waarde en de uiteindelijke definitieve WOZ-waarde kan leiden tot een verschil in gerealiseerde OZB-baten. Daarnaast wordt bij een (gemiddelde) WOZ-waardestijging de tarieven van de OZB gecorrigeerd met een tariefdaling, waardoor woonlasten alleen stijgen met de CEP-indexatie. Gemiddelde lokale waardeontwikkeling Voor deze waardebepaling zijn de beschikbare verkoopcijfers geanalyseerd die zijn gerealiseerd rond de waardepeildatum 1 januari 2025.

Deze verkoopcijfers laten een gemiddeld genomen lokale WOZwaardestijging zien van 10% voor woningen. Voor niet-woningen is er een gemiddeld genomen lokale WOZ-waardestijging van 1,5%. Dit is een gevolg van de ontwikkelingen op de vastgoedmarkt. Toeristenbelasting Investeringen in de lokale voorzieningen komen ook ten gunste van toeristen. Met de toeristenbelasting kan daarom een deel van deze lokale voorzieningen bekostigd worden.De toeristenbelasting ligt nu op het niveau van de gemeente Den Haag. Woonlasten De woonlastenberekening geeft een goed inzicht in de veranderingen van de belangrijkste gemeentelijke heffingen en de consequenties ervan voor onze inwoners. Deze berekening volgt aan het einde van deze paragraaf. Tarief van de overheadkosten Bij het berekenen van de tarieven voor 2026 wordt een bedrag van € 54 per uur (2025: € 57) gehanteerd voor overheadkosten volgens het rekenmodel overhead op basis van vast gedrag per FTE.

81

Gemeentelijk belastinggebied De gemeentelijke belastingen omvatten de onroerendezaakbelastingen, de reclamebelasting en de toeristenbelasting. De tarieven van de gemeentelijke belastingen worden vastgesteld door de raad met het vaststellen van het "Tarievenvoorstel en belastingverordeningen 2026". Onroerendezaakbelastingen (OZB) In geld gemeten is de onroerendezaakbelasting de belangrijkste belasting. Voor woningen en nietwoningen betalen alleen de eigenaren OZB. De opbrengstraming van de onroerendezaakbelasting (OZB) is in de gemeentebegroting 2026 gebaseerd op de waarde van de onroerende zaken en de verwachte minder- en meeropbrengsten van respectievelijk sloop en nieuwbouw van woningen en niet-woningen. Voor de berekening van de tarieven voor 2026 wordt uitgegaan van de WOZ-waarde per 1 januari 2025. De prognoses duiden op een gemiddelde waardestijging van 1-1-2025 ten opzichte van 1-1-2024 van: 1. Woningen 2. Niet-woningen

10% 1,5%

In onderstaande tabel zijn de OZB-tarieven voor 2025 en de nieuwe tarieven 2026 (als percentage van de WOZ-waarde) opgenomen.

1. Woningen: a. eigenaren 2. Niet-woningen: a. eigenaren b. gebruikers

Tarief L-V 2025 in %

Tarief L-V 2026 in %

0,07079

0,06647

0,48075 0

0,50441 0

Eigenaren van woningen Door een gemiddeld genomen stijgende lokale WOZ-waardestijging van woningen met 10%, wordt voorgesteld het tarief van eigenaren van woningen te verminderen met 10%. Vervolgens wordt het tarief verhoogd met de prijsindexatie van 3,7% conform het meest recente Centraal Economisch Plan (CEP). Daarnaast wordt rekening gehouden met de uitgangspunten voor de begroting zoals opgenomen in de kadernota 2026. Eigenaren van niet-woningen Door een gemiddeld genomen stijgende lokale WOZ-waardestijging van niet-woningen met 1,5%, wordt voorgesteld om het tarief van eigenaren van niet-woningen te verminderen met 1,5%.Vervolgens wordt het tarief verhoogd met de prijsindexatie van 3,7% conform het meest recente Centraal Economisch Plan (CEP). Daarnaast wordt rekening gehouden met de uitgangspunten voor de begroting zoals opgenomen in de kadernota 2026. Gebruikers van niet-woningen Voor de gebruikers van niet-woningen blijft het tarief in 2026 op 0%. Reclamebelasting De gemeente heft reclamebelasting op basis van de WOZ-waarde van niet-woningen. De belastingtarieven worden in de Verordening Reclamebelasting 2026 meegenomen. De opbrengsten van de reclamebelasting worden via een subsidie teruggegeven aan de ondernemersfondsen. Deze afspraken zijn vastgelegd in de afzonderlijke convenanten met de stichtingen. Voor 2026 is met de

82

ondernemersfondsen Leidschendam Centrum en Huygenskwartier Voorburg afgesproken om de opbrengst gelijk te houden aan die van 2025. Toeristenbelasting De toeristenbelasting blijft (naast de indexatie) in 2026 op hetzelfde niveau als in 2025.

Gemeentelijke heffingen De gemeentelijke heffingen betreffen de afvalstoffenheffing, de riool- en waterzorgheffing, de begraafrechten, de marktgelden en de leges. Dit zijn inkomsten van door de gemeente geleverde diensten en producten. De tarieven van de gemeentelijke heffingen worden vastgesteld door de raad met het vaststellen van het "Tarievenvoorstel en belastingverordeningen 2026".

Realisatie 2024

Prim. begroting 2025

Begroting 2026

Afvalstoffenheffing

15.247

15.398

15.713

Onroerende zaakbelasting

18.435

18.215

19.157

Rioolheffing

9.287

10.199

10.186

Leges (inclusief bouwleges)

2.478

6.340

6.476

Lijkbezorgingsrechten

620

940

975

Reclamebelasting

161

179

179

Toeristenbelasting

-135

589

640

52

63

65

46.147

51.923

53.392

Belastingsoort

Marktgelden Totaal Bedragen x € 1.000

Begrotingsvoorschriften en kosten-onderbouwing heffingen Voor het bepalen van de kostprijs wordt een systeem van kostprijstoerekening gehanteerd conform de Financiële verordening van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Naast de directe kosten worden bij de kostentoerekening alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende diensten. Bij de indirecte kosten worden betrokken: • de overheadkosten, opslag op basis van uurtarief • de bijdragen en onttrekkingen aan voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa • de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa • de compensabele BTW en de kosten van het kwijtscheldingsbeleid (zowel beide voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing).

83

Overzicht van de kostendekkendheid van de opbrengsten leges Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Omschrijving

Realisatie 2024

Primitieve begroting 2025

Begroting 2026

11.063

11.648

12.099

Kosten taakveld T21 Verkeer en Vervoer

485

342

586

Kosten taakveld T63 Inkomensregelingen

697

785

785

Inkomsten taakveld T73 Afval

-684

0

-508

Inkomsten Garantieprovisie HVC

-151

-175

-175

11.410

12.600

12.787

405

393

434

BTW

2.278

2.404

2.480

Totale kosten

14.093

15.397

15.700

Opbrengst afvalstoffen heffingen

14.018

15.472

15.713

Kostendekkendheid

99,5%

100,5%

100,1%

Storting in de voorziening Afval

0

75

12

Onttrekking aan de voorziening Afval

75

0

0

100,0%

100,0%

100,0%

Kosten taakveld T73 Afval

Netto kosten taakveld Toe te rekenen kosten: Overhead

Dekkingspercentage ná mutatie voorziening Bedragen x € 1.000

Toelichting kostendekkendheid afvalstoffenheffing De kosten voor het inzamelen van huishoudelijk afval worden bekostigd vanuit de opbrengsten van de gemeentelijke afvalstoffenheffing. Bij de bepaling van de hoogte van de afvalstoffenheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het tarief is maximaal 100% kostendekkend. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T73 Afval (bijdrage gemeenschappelijke regeling Avalex en kwijtscheldingen) worden voor 100% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T21 Verkeer en Vervoer (onderdelen straatreiniging, legen afvalbakken en onderhoud veegmachines) worden voor 35% meegenomen in het tarief. • Op de toe te rekenen directe ambtelijke uren aan Taakveld T73 Afval en aan Taakveld T21 Verkeer en Vervoer (onderdelen straatreiniging, legen afvalbakken en onderhoud van de veegmachines) wordt een overheadopslag meegenomen. • De BTW op de directe kosten wordt meegenomen in de afvalstoffenheffing. • De ontvangen garantieprovisie van HVC wordt toegerekend aan T73 Afval. • een storting van € 12.000 in de voorziening afval.

84

Kostendekkendheid rioolheffing Omschrijving

Realisatie 2024

Primitieve begroting 2025

Begroting 2026

5.195

5.691

6.212

Kosten taakveld T21 Verkeer en Vervoer

524

590

636

Kosten taakveld T63 Inkomensregelingen

412

559

404

Inkomsten taakveld T72 Riolering, excl. Heffingen Kosten taakveld T57 Openbaar groen en (openlucht) recreatie

-130

-18

-18

483

358

381

Netto kosten taakveld

6.484

7.180

7.615

905

980

1.007

BTW

1.037

1.092

1.170

Totale kosten

8.426

9.252

9.792

Opbrengst heffingen

8.422

9.347

10.186

Kostendekkendheid

100,0%

101,0%

104,0%

Storting in de voorziening Riolering

0

95

394

Onttrekking aan de voorziening Riolering

5

0

0

100,0%

100,0%

100,0%

Kosten taakveld T72 Riolering

Toe te rekenen kosten: Overhead

Dekkingspercentage ná mutatie voorziening Bedragen x € 1.000

Toelichting Kostendekkendheid rioolheffing Bij de bepaling van de hoogte van de rioolheffing zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het tarief is maximaal 100% kostendekkend. • Eerste aanleg van riolering wordt gedekt vanuit de betreffende grondexploitatie. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T72 Riolering worden voor 100% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T21 Verkeer en Vervoer (onderdelen straatreiniging, legen afvalbakken en onderhoud veegmachines) worden voor 35% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T57 Openbaar groen en (openlucht) recreatie (onderdelen Doorstromen watergangen (baggeren & duikers) wordt voor 75% meegenomen in het tarief en Onderhoud beschoeiingen / oeverbeschoeiingen / watergangen / sloten) wordt voor 50% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren uitgaven op Taakveld T57 Openbaar groen en (openlucht) recreatie (onderdeel Grondwaterstanden) worden voor 100% meegenomen in het tarief. • Op de toe te rekenen directe ambtelijke uren aan Taakveld T72 Riolering en Taakveld T21 Verkeer en Vervoer (onderdelen straatreiniging, legen afvalbakken en onderhoud van de veegmachines) wordt een overheadopslag meegenomen.

• De BTW op de kostenelementen worden meegenomen in de rioolheffing • Met ingang van 2021 worden uren van de eigen organisatie toegerekend aan de betreffende taakvelden; hierdoor zijn deze uitgaven niet langer afzonderlijk zichtbaar in de tabel. De uitgaven van de afzonderlijke taakvelden zijn mede hierdoor gestegen. • In 2026 wordt een bedrag van afgerond € 394.000 gestort in de voorziening Riool.

85

Kostendekkendheid leges Omschrijving

Realisatie 2024

Primitieve begroting 2025

Begroting 2026

Kosten legesverordening, taakvelden T02,T21,T83

4.206

5.054

5.333

Netto kosten taakveld

4.206

5.054

5.333

Overhead, incl. (omslag0rente

1.599

1.856

1.758

Totale kosten

5.805

6.910

7.091

Opbrengst heffingen

4.825

6.411

6.535

Dekkingspercentage ná mutatie voorziening

83,1%

92,8%

92,2%

Toe te rekenen kosten:

Bedragen x € 1.000

Toelichting Kostendekkendheid leges Bij de bepaling van de hoogte van de legestarieven zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het tarief is maximaal 100% kostendekkend. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld 02, 21, en 83 worden voor 100% meegenomen in het tarief. • Voor de toe te rekenen directe ambtelijke uren is gebruik gemaakt van de personeelsbegroting van de desbetreffende afdeling(en). Daarnaast is gebruik gemaakt van de ureninschatting op basis van het aantal aanvragen en de gemiddelde behandeltijd per aanvraag. • Op de toe te rekenen directe ambtelijke uren wordt een overheadopslag meegenomen. • Voor een aantal producten zoals paspoorten, ID-kaarten en rijbewijzen gelden maximale tarieven die door het rijk worden vastgesteld. • De baten zijn gebaseerd op ramingen in de meerjarenbegroting 2026-2029. Leges uit de legestabel mogen maximaal 100% kostendekkend zijn. Dit geldt echter op totaalniveau over alle leges. Het kan dus voorkomen dat individuele hoofdstukken uit de tabel, of titels meer dan 100% kostendekkend zijn. Het totaal van de tabel is nooit meer dan 100% kostendekkend. Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Toelichting Kostendekkendheid lijkbezorgingsrechten Omschrijving

Realisatie 2024

Primitieve begroting 2025

Begroting 2026

Kosten taakveld T75 Begraafplaatsen en crematoria, incl. rente

1.008

1.111

1.018

Inkomsten taakveld T75 Begraafplaatsen en crematoria excl. heffingen

-176

-164

-164

Netto kosten taakveld

832

947

854

354

253

402

1.186

1.200

1.256

Opbrengst heffingen

909

952

987

Dekkingspercentage

76,6%

79,3%

78,6%

Toe te rekenen kosten: Overhead, incl. (omslag)rente Totale kosten

Bedragen x € 1.000

86

De kosten voor begraafplaatsen en crematoria worden bekostigd vanuit de opbrengsten van de gemeentelijke begraaftarieven. Bij de bepaling van de hoogte van de begraaftarieven zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • Het tarief is maximaal 100% kostendekkend. • De direct te relateren uitgaven geraamd op Taakveld T75 Begraafplaatsen en crematoria worden voor 100% meegenomen in het tarief. • De direct te relateren inkomsten op Taakveld T75 (onttrekking uit de voorziening afkoopsommen grafonderhoud) worden voor 100% meegenomen in het tarief. • Op de toe te rekenen directe ambtelijke uren aan Taakveld T75 Begraafplaatsen en crematoria wordt een overheadopslag meegenomen van € 57 per persoon, per uur. • De BTW op de directe kosten (excl. kapitaallasten) wordt meegenomen in de begraaftarieven. • De gehanteerde omslagrente is 1,2%. • De begraaftarieven zijn ten opzichte van de begraaftarieven 2025 met 3,7% gestegen. De verwachte aantallen nemen Netto Overhead kosten (incl. (taakveld) omslagrente)

Totale kosten

opbrengst heffingen

Dekking

111.432

278.528

206.329

74,08%

1.345.114

425.836

1.770.950

1.401.761

79,15%

Rijbewijzen

291.814

124.209

416.023

308.627

74,19%

T1-4

Verstrekkingen BRP

90.603

38.723

129.326

72.240

55,86%

T1-5

Huisvestingswet 2014

25.204

19.035

44.239

11.904

26,91%

T1-6

Legestandwet

834

630

1.464

1.466

100,14%

T1-7

Verkeer en vervoer

296.989

207.711

504.700

469.919

93,11%

T1-8

Diversen

106.824

49.132

155.956

117.239

75,17%

Subtotaal titel 1

2.324.477

976.708

3.301.185

2.589.485

78,44%

T2-2

Initiatieffase / Haalbaarheidsfase

133.535

88.452

221.987

225.905

101,76%

T2-3

Aanvraag omgevingsvergunning

T2-4

Bouwactiviteit

642.155

471.204

1.113.359

3.193.077

286,80%

T2-5

Omgevingsactiviteit bestaande uit een bouwactiviteit

72.785

49.680

122.465

124.410

101,59%

T2-7

Omgevingsactiviteit met betrekking tot een gemeentelijk, provinciaal en/of rijksmonument en/of een rijksmonumentenactiviteit

7.752

5.535

13.287

13.555

102,02%

Titel

Hoofdstuk

T1-1

Burgelijke stand

167.096

T1-2

Reisdocumenten

T1-3

1.931.930

1.931.930

0,00%

87

Omgevingsplanactiviteit en/of sloopactiviteit met betrekking tot het slopen in een rijksbeschermd , provinciaal beschermd en/of gemeentelijk beschermd T2-11 stafs- of dorpsgezicht

147

108

255

261

102,35%

Omgevingsactiviteit voor het maken, veranderen of veranderen van het gebruik T2-18 van een uitweg/uitrit

1.061

810

1.871

1.903

101,71%

Omgevingsplanactiviteit voor het kappen / vellen van een T2-20 houtopstand

17.294

12.690

29.984

30.537

101,84%

Toestaan dat roerende zaken worden opgeslagen in T2-23 een onroerendzaak

147

108

255

261

102,35%

Buiten behandeling stellen T2-28 van een aanvraaag/activiteit

736

540

1.276

1.294

101,41%

68.135

49.995

118.130

144.580

122,39%

2.875.677

679.122

3.554.799

3.735.783

105,09%

T2-31 Externe advieskosten Subtotaal titel 2 T3-1

Horeca

34.951

26.397

61.348

39.914

65,06%

T3-2

Organiseren evenementen of markten

27.026

20.709

47.735

48.349

101,29%

T3-4

Seksinrichting en escortbedrijven

1.490

1.125

2.615

1.283

49,06%

T3-7

Overige

69.081

54.297

123.378

119.765

97,07%

Subtotaal titel 3

132.548

102.528

235.076

209.311

89,04%

5.332.702

1.758.358

7.091.060

6.534.579

92,15%

Totaal

Kwijtscheldingsbeleid gemeentelijke belastingen en heffingen Voor de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing kunnen inwoners een beroep doen op de gemeentelijke kwijtscheldingsregeling. De kosten van kwijtschelding zijn meegenomen in de tarieven en worden gedekt met de opbrengst van de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing. Gemeentelijke woonlasten De woonlasten zijn een graadmeter voor de mate van stijging of daling van de gemeentelijke lasten. De berekening van de woonlasten is gebaseerd op de onroerende-zaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de riool- en waterzorgheffing. Voor een goede vergelijking is in de onderstaande tabel een overzicht over meerdere jaren gemaakt.

88

Woonlasten

Eenpersoonshuishouden

Meerpersoonshuishouden

2025

2026

Stijgingspercentage

2025

2026

Stijgingspercentage

a. Onroerende zaakbelasting*

€ 321,38

€ 333,28

3,70%

€ 321,38

€ 333,28

3,70%

b. Afvalstoffenheffing

€ 374,04

€ 381,12

1,89%

€ 452,40

€ 461,04

1,91%

c. Rioolheffing

€ 244,92

€ 264,48

7,99%

€ 244,92

€ 264,48

7,99%

Totale woonlasten

€ 940,34

€ 978,88

4,10%

€ 1.018,70

€ 1.058,80

3,94%

* De ozb cijfers zijn gebaseerd op een WOZ-waarde van € 385.000 voor 2023, € 395.000 voor 2024 en € 454.000 voor 2025.

89

Weerstandsvermogen en risicobeheersing Algemeen In de paragraaf Weerstandsvermogen van zowel de begroting als van de jaarrekening, wordt inzicht gegeven in de omvang, de dekking en de beheersing van de risico’s waarmee de gemeente kan worden geconfronteerd. Dit geeft aan hoe robuust de financiële positie is en gaat in op de vraag hoe financiële risico’s opgevangen kunnen worden. Voor het beoordelen van deze robuustheid is inzicht nodig in de omvang en achtergronden van de risico’s die de gemeente loopt en de aanwezige weerstandscapaciteit voor de dekking van deze risico’s. Weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de financiële middelen en mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die zich onverwachts kunnen voordoen en die van substantiële aard zijn, te kunnen dekken. De samenstelling van de weerstandscapaciteit over 2026 staat in onderstaande tabel. Weerstandscapaciteit

Soort

1-1-2026

31-12-2026

Algemene reserve met bufferfunctie

Incidenteel

11.418

11.418

Algemene Reserve (vrij besteedbaar)

Incidenteel

59.566

56.716

Onvoorzien

Structureel

100

100

71.084

68.234

Totaal Bedragen x € 1.000

De gemeenteraad heeft in zijn vergadering van 7 maart 2017 (iBabs nummer 1754284) besloten de reserve met bufferfunctie te normeren op een bandbreedte van 1,0 tot 1,4 maal de hoogte van het berekende financiële risicoprofiel. Het risicoprofiel is bepaald op 11.056. Hiermee is de bandbreedte genormeerd op 1,0 maal 11.056 tot 1,4 maal 11.056 zijnde 15.478 mln. Weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen is de verhouding tussen de ongedekte financiële risico’s en de financiële weerstandscapaciteit om deze risico’s op te kunnen opvangen. Om een waardeoordeel te kunnen geven over het weerstandsvermogen is het noodzakelijk dat het wordt afgezet tegen een norm. Een algemeen gehanteerde norm bij gemeenten is een waarderingstabel opgesteld door het Nederlands Adviesbureau voor Risicomanagement (NAR) in samenwerking met de Universiteit van Utrecht: Ratio waardering weerstandsvermogen > 2,0

Betekenis Uitstekend

1,4 – 2,0

Ruim voldoende

1,0 – 1,4

Voldoende

0,8 – 1,0

Matig

0,6 – 0,8

Onvoldoende

< 0,6

Ruim onvoldoende

90

In de onderstaande tabel wordt in de vorm van een ratio het weerstandsvermogen berekend. Jaarrekening 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

1. Risicoprofiel

8.742

9.870

11.056

2. Weerstandscapaciteit

75.162

70.614

71.084

8,6

7,2

6,4

66.420

60.744

60.028

Ratio

3. Ratio (verhouding tussen 1 en 2) 4. Ruimte (verschil tussen 1 en 2) Bedragen x € 1.000

Uit voorgaande tabel blijkt dat het weerstandsvermogen gemeten aan de algemene norm van de NAR, uitstekend is. De geraamde totale weerstandscapaciteit voor 2026 is 6,4 maal zo groot als het risicoprofiel. Dit betekent dat de gemeente op basis van de risicoanalyse die gemaakt is, uitstekend in staat is om onverwachte ontwikkelingen op te vangen. Risicobeheersing Binnen de organisatie worden risico’s van processen regelmatig geïnventariseerd en daar waar noodzakelijk beheersmaatregelen getroffen. Ook voor wat betreft projectbeheersing wordt met risicoanalyses gewerkt en worden de belangrijkste risico’s beperkt door het nemen van adequate maatregelen. Risico-inventarisatie en -kwantificering In onderstaande tabel zijn de risico’s gekwantificeerd, waarbij door een inschatting van de kans dat de gebeurtenis zou kunnen optreden, het risicoprofiel ontstaat Omschrijving

Maximale omvang

Kans (in procent)

Gemiddelde omvang

Risicoprofiel

6.000

70

3.000

2.100

4.710

Risk-mapping

4.710

4.710

Specifieke uitkeringen (niet BUIG)

5.100

30

2.550

765

Bijstandsuitkeringen (BUIG)

3.200

30

1.600

480

Jeugdhulp

2.600

70

1.300

910

Wmo

1.700

70

850

595

Risico cyberaanvallen

9.900

10

4.950

495

Garantiestellingen

3.800

1

1.900

19

Dividend

2.771

30

1.385

415

Bodemsaneringen

1.500

10

750

75

Bouwleges

1.000

70

500

350

Rente

650

30

325

97

Archeologie

300

30

150

45

Gemeentefonds Uitkeringen Gemeentefonds Grondexploitaties Grondexploitatie Open-einde regelingen

Overige

Omgevingswet 91

Stikstofproblematiek

PM

Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt Onderwijshuisvesting Totaal

PM 11.056

Bedragen x € 1.000

Hieronder wordt nader op de risico’s ingegaan. Gemeentefonds Uitkeringen Gemeentefonds De gemeente loopt het risico dat de inkomsten uit het Gemeentefonds lager uitvallen door aanpassingen op Rijksniveau. De inkomsten kunnen tegenvallen door: 1. Ontwikkeling van het accres gemeentefonds 2. Onvoldoende prijscompensatie voor loon- en prijsstijging 3. Een lagere onderbesteding of overbesteding van het btw-compensatiefonds met als gevolg een lagere algemene uitkering uit het Gemeentefonds 4. Rijksingrijpen Beheersmaatregelen: De beheersmaatregelen beperken zich tot het voortdurend volgen van de ontwikkelingen van het Gemeentefonds en het actualiseren van de ramingen aan de laatste ontwikkelingen en maatstaven. Daarnaast neemt de gemeente deel aan de overleggen die de VNG organiseert met betrekking tot de ontwikkelingen rondom het gemeentefonds. De wethouder Financiën is tevens Pijlervoorzitter Financiën van de M50 en neemt mede vanuit die positie deel aan het netwerk van bestuurders die hierover contact onderhouden. Toelichting: Gezien de macro-economische ontwikkelingen lijkt de kans dat het Rijk de komende jaren zal (moeten) bezuinigen reëel. Wereldwijde ontwikkelingen zoals de voortdurende oorlog in Oekraïne hebben impact op de Nederlandse economie. Dit blijft lastig in te schatten, maar vormt een risico.

Het gemeentefonds omvat voor Leidschendam-Voorburg in 2026 ongeveer € 167 miljoen per jaar. Ondanks de voorzichtige raming van de groei (accres), blijft de kans reëel dat de groei van het gemeentefonds (op basis van het historisch BBP) mogelijk lager uitvalt. Een lagere groei van 1% betekent een lagere uitkering gemeentefonds van circa € 1,67 miljoen. Gezien de grote economische onzekerheden schatten we de kans hoog in. Op basis van prijsstijgingen nemen de gemeentelijke lasten toe. Via de algemene uitkering ontvangen gemeenten jaarlijks compensatie voor loon- en prijsstijging. Het risico bestaat dat er op basis van de nieuwe BBP systematiek niet altijd voldoende compensatie is om de prijsstijgingen op te vangen. Dit kan doordat de compensatie te laag is, maar er kan ook sprake zijn van een tijdelijk tekort doordat compensatie later plaatsvindt dan het prijseffect in de gemeentelijke lasten. Op basis van de inmiddels stabiliserende/ dalende inflatie wordt uitgegaan van een risico van maximaal 1% van de uitkering gemeentefonds, wat neerkomt op € 1,67 miljoen, waarbij de kans hoog wordt ingeschat. Tot nog toe was er in alle jaren sprake van een onderbesteding van het btw-compensatiefonds. De niet bestede middelen werden dan achteraf verdeeld over de gemeenten via de algemene uitkering.

In de begroting is daarom een inschatting gemaakt van de inkomsten die de gemeente ontvangt uit onderbesteding. De afgelopen jaren is er landelijk door de gemeenten een steeds groter beroep gedaan op het btw-compensatiefonds. Het risico bestaat dat er niet langer sprake zal zijn van een onderbesteding en de gemeente de geraamde inkomsten van € 2,7 miljoen per jaar (deels) niet zal ontvangen. Dit risico wordt gemiddeld ingeschat.

92

Grondexploitaties Grondexploitatie Er is een risico dat bepaalde type woningen niet aansluiten op de vraag van de markt, wat leidt tot vertragingen en ervoor zorgt dat het programma niet voldoet aan het beeldkwaliteitsplan. Beheersmaatregelen: Het risico wordt gemitigeerd door adequaat marktonderzoek, goede gebiedspromotie en aandacht voor de woonomgeving. Daarnaast vindt er heldere communicatie plaats over de kwaliteit in relatie tot de budgetten. Toelichting: Het risicoprofiel is berekend door middel van de Risk Mapping-methode. Het risicoprofiel is bepaald met een waarschijnlijkheid van 80%. Dat wil zeggen dat op basis van de uitgevoerde risicoanalyse, een risicobuffer ter grootte van het berekende risicoprofiel met een waarschijnlijkheid van 80% toereikend is om de financiële risico’s van de grondexploitatie op te vangen. Het risicoprofiel voor Vlietvoorde komt uit op € 1,9 miljoen, het risicoprofiel voor Klein Plaspoelpolder bedraagt € 2,3 miljoen en het risicoprofiel voor De Star bedraagt € 0,51 miljoen. Vertrouwelijke informatie over de risico's wordt opgenomen in het meerjarig programma grondexploitaties (MPG). Open-einde regelingen Wmo De Wmo is een open einde-regeling en kent daardoor geen bestedingsplafond. Hierdoor moet de gemeente ondersteuning blijven leveren aan haar inwoners, ook als het budget niet toereikend is.

Beheersmaatregelen: Bij het toekennen van voorzieningen wordt vooral gekeken naar wat de inwoners nog zelf kunnen. Door dit maatwerk worden kosten beperkt. De vraag naar zorg uit de Wmo wordt verder voortdurend gemonitord en de budgetten worden periodiek bijgesteld aan de hand van actuele prognoses. Toelichting: De omvang van het risico op overschrijding van het Wmo-budget wordt geschat op 10% van het Wmo-budget (Begeleiding, Dagbesteding, Beschermd Wonen, Huishoudelijke ondersteuning, Hulpmiddelen, Collectief vervoer en Woonvoorzieningen). De kans op het ontstaan van tekorten op de Wmo-budgetten wordt hoog ingeschat. Jeugdhulp Jaarlijks wordt de begroting van de jeugdzorguitgaven geactualiseerd aan de laatste trendmatige ontwikkeling. Het risico bestaat dat deze ontwikkeling van de jeugdzorguitgaven te laag is ingeschat. Beheersmaatregelen: Regionaal en lokaal zijn beheersmaatregelen getroffen om de groei van de jeugdzorguitgaven te reduceren. Daarnaast wordt op lokaal niveau de zorgvraag kritisch beoordeeld en vindt meer sturing op de aanbieders plaats. Met het Actieplan Jeugd wordt zowel geprobeerd de zorg toegankelijk te houden voor degenen die dit het hardst nodig hebben, alsook de totale kosten te beperken. Toelichting: De jeugdzorguitgaven zijn sinds de decentralisatie in 2015 jaarlijks fors gestegen.

De kostenstijging wordt veroorzaakt door een sterke stijging van de gemiddelde zorgkosten per jeugdige en in mindere mate veroorzaakt door een stijging van het aantal jeugdigen in zorg. Het effect van het actieplan Jeugd is nog onzeker. De maximale omvang van het risico wordt geschat op 10% van de begrote jeugdzorguitgaven van € 26 miljoen. De kans dat dit risico zich voordoet wordt geschat op 70%.

93

Bijstandsuitkeringen (BUIG) In 2022 heeft het Rijk het macrobudget van de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) naar beneden bijgesteld. Sinds dat moment heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg een negatief verschil tussen de verstrekte uitkeringen en de ontvangst van het Rijk (tekort BUIG). De parameters zijn in 2024 voor de gemeente gunstig aangepast, maar er is nog steeds sprake van een structureel tekort. Het Rijk houdt rekening met een lager aantal uitkeringsgerechtigden dan de gemeente in werkelijk heeft. Het tekort is in de begroting meegenomen, maar het risico is dat door prijsstijgingen of volumecorrecties dit verschil groter wordt. Beheersmaatregelen: Het Rijk bepaalt jaarlijks het macrobudget van de BUIG (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorzieningen Gemeenten) en stelt dit twee keer per jaar bij. Een aantal jaar was er sprake van een tekort voor de gemeente Leidschendam-Voorburg, maar sinds de bijstelling in 2024 zijn de inkomsten en de uitkeringen voor de bijstand nagenoeg gelijk aan elkaar. Toelichting: De verdeling van het macro BUIG-budget vindt plaats op basis van uitgangspunten (aantallen) die het Rijk bepaalt. De loonkostensubsidie (LKS) is een los onderdeel en wordt bepaald op basis van de uitgaven van het voorgaande jaar. Hiermee probeert het Rijk gemeenten te stimuleren gebruik te maken van dit instrument.

Voor het overige deel zijn gemeenten eigen risico-drager. Het Rijk vraagt aan gemeenten wel een gedetailleerde jaarlijkse verantwoording (SiSa), waarmee gecontroleerd wordt of de gebruikte uitgangspunten nog valide zijn. Indien er in drie jaren opeen sprake is van een tekort, kunnen gemeenten in aanmerking komen voor de vangnetregeling. De gemeente Leidschendam-Voorburg kwam in 2024 in aanmerking voor de vangnetregeling 2021-2023. De maximale omvang van het risico is bepaald op 10% van het BUIG-budget van 2025. De kans dat dit risico optreedt wordt als gemiddeld ingeschat, namelijk 30%. Specifieke uitkeringen (niet BUIG) Bij een specifieke uitkering bestaat het risico dat de definitief toegekende subsidie lager uitpakt dan de voorlopige subsidie en/of dat de werkelijke gemaakte kosten de begrote lasten overschrijden vanwege het open einde-karakter van de regeling. Beheersmaatregelen: De ontwikkelingen op de diverse regelingen wordt vanuit beleid en de periodieke budgetbewaking in het kader van de P&C-cyclus voortdurend gemonitord. Indien nodig wordt via de tussentijdse rapportages de gemeenteraad verzocht de begroting aan te passen. Toelichting: De gemeente ontvangt voor de uitvoering van een aantal specifieke taken, specifieke uitkeringen van de Rijksoverheid of mede-overheden.

Sommige van deze specifieke uitkeringen kennen een min of meer structureel karakter, zoals: · Onderwijsachterstandenbeleid; · Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (BBZ). Daarnaast zijn er de afgelopen jaren veel nieuwe taken bij gemeenten belegd welke worden gefinancierd door middel van specifieke uitkeringen met elk hun eigen regels over verantwoording. In het hoofdlijnen akkoord (mei 2024) heeft het kabinet aangegeven het aantal specifieke uitkeringen te willen verminderen, hierdoor zou de algemene uitkering gekort kunnen worden met 10%. De precieze invulling van dit plan is nog niet verwerkt in de cijfers van deze begroting. De financiële omvang van het risico is bepaald op circa 10% van de begrote Rijksbijdragen over 2026. De kans dat dit risico optreedt wordt als gemiddeld ingeschat, namelijk 30%. Overige Archeologie Binnen de gemeente zijn er terreinen met mogelijke archeologische waarden die bij vooronderzoek niet altijd worden herkend. Hierdoor bestaat het risico op onverwachte archeologische vondsten tijdens werkzaamheden. De gemeente draait in zulke gevallen op voor de kosten, die kunnen oplopen tot €300.000. Ondanks vooronderzoek blijft er altijd een rest risico van circa 25%.

94

Beheersmaatregelen: Om de risico’s te beperken zet de gemeente in op het toezien op de uitvoering van archeologische onderzoeken. Hierdoor kan de gemeente tijdens de onderzoeken bijsturen. De beoordeling door het bevoegd gezag is het belangrijkste sturingselement van de gemeente. Tevens maakt de gemeente in bepaalde gevallen gebruik van een second opinion als dubbele controle van onderzoeken. Door bij ontwikkelingen op reeds vrijgegeven terreinen vanuit de gemeente actief in te zetten op een archeologisch onderzoek kan de gemeente de kosten voor een archeologisch onderzoek beheersen. Toelichting: Archeologisch onderzoek gaat uit van een steekproef met een zekerheid van 70-75%. Dit laat een risico over van 25%. Bij toevalsvondsten wordt mogelijk niet alles gemeld. Ook worden archeologische resten mogelijk niet herkend, waardoor deze informatie niet bij de gemeente terecht komt. Uitgaande van grote terreinen geldt een risico voor een archeologische opgraving, inclusief vooronderzoek en uitwerking van € 300.000. Indien er uitzonderlijke vondsten worden aangetroffen kan dit bedrag hoger uitvallen, de kans hierop is echter zeer klein. Risico cyberaanvallen Er is een waarschijnlijk risico op cyberaanvallen die kunnen leiden tot een hack, met als mogelijk gevolg een verstoring van de gemeentelijke dienstverlening of het verlies van persoonsgegevens.

Tussen 2019 en 2024 zijn meerdere gemeenten het slachtoffer geweest van een hackaanval, waarvan de meest bekende in het landelijk nieuws zijn gekomen (zoals: Hof van Twente, Lochem, Buren, Neder-Betuwe en Den Haag). Beheersmaatregelen: Vanaf 2024 wordt er, als gevolg van de Europese NIS2-richtlijn en de aanstaande Nederlandse Cyberbeveiligingswet, intensief ingezet op de versterking van onze digitale weerbaarheid. De Cyberbeveiligingswet heeft de gemeente als essentiële entiteit verklaard en hierdoor moet de gemeente voldoen aan verregaande eisen op het gebied van informatiebeveiliging en (digitale) weerbaarheid in de organisatie, gebruikte systemen en technische infrastructuur. Met de uitvoering van project NIS2/BIO en diverse technische projecten in 2026 (en verder), heeft de gemeente als doel om zo goed als mogelijk te voldoen aan de eisen van de Cyberbeveiligingswet en zo ook de risico’s van cyberaanvallen te verminderen.

Toelichting: De kans is opgelopen tot 2 op 5 dat organisaties worden geraakt. Dit volgt uit het “Dreigingsbeeld informatiebeveiliging Nederlandse gemeenten 2025-2026” gepubliceerd door de Informatiebeveiligingsdienst voor Gemeenten (IBD). Tussen 2023 en 2024 zijn ruim 150 gemeentelijke organisatie (44% van de gemeenten) één of meerdere keren betrokken geweest bij een informatiebeveiligingsincident in de leveranciersketen. Het dreigingsbeeld informatiebeveiliging 2023-2024 van de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) van de VNG stelt dat de dreiging aanzienlijk toeneemt en dat de gevolgen groter en destructiever zijn. In het dreigingsbeeld van het Nationaal Cyber Security Centrum (NCSC) uit 2023 is de dreiging voor gemeenten vanwege het aanhoudend conflict in Oekraïne, het professioneler worden van cybercriminelen en de forse toename van kritische kwetsbaarheden in software en systemen, verhoogd van "mogelijk" naar “waarschijnlijk”. Hiernaast kiezen cybercriminelen partij in het Oekraïneconflict en is de kans toegenomen dat criminele organisaties die eerst enkel op winst uit waren, nu om ideologische of geopolitieke belangen aanvallen gaan uitvoeren op landen die Oekraïne steunen. Voor 2026 zijn er nog geen dreigingsbeelden gepubliceerd, echter zal de dreiging voor de komende jaren onverminderd zijn.

De maximale omvang van het risico is gebaseerd op voorbeelden die zich bij andere gemeenten hebben voorgedaan.

95

Omgevingswet Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet (en Wet kwaliteitsborging (WKB)) worden onvolkomenheden niet uitgesloten. Daarnaast moet het beleidskader fysieke leefomgeving nog verder vormgegeven worden conform de Omgevingswet. Naast uitvoering, monitoring en doorontwikkeling, zal risicobeheersing in 2026 nodig zijn om de dienstverlening en ruimtelijke ontwikkeling op peil te houden. Onder risico's vallen onder meer: · Te laat besluiten op aanvragen omgevingsvergunning · Kennis over toezicht wordt niet geborgd en ondercapaciteit voor uitvoering taken Wkb · Te laat opstellen of onvoldoende kwaliteit Omgevingsplan conform Omgevingswet · Gegevens zijn onvolledig, onjuist en/of niet actueel waardoor onbetrouwbare advisering en dienstverlening onder de maat ontstaat · Kwaliteit dienstverlening komt in het geding · Informatie zit alleen in hoofden van medewerkers; kan zorgen voor overbelasting · Verhoging van de werkdruk · Verloop van personeel (discontinuïteit)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=625b4dcd-d345-4815-af5a-16ba3df4fff1