4012 Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
Het actieplan heeft als doel een beweging in gang te zetten waarmee een halvering van het jeugdhulpgebruik wordt bereikt in 2030; van 1 op de 7 jeugdigen in de jeugdhulp naar 1 op de 14. In het actieplan zijn ook acties opgenomen over de toegang, deze activiteiten worden toegelicht bij het onderdeel Toegang Sociaal Domein. In 2026 wordt in beeld gebracht wat in de pedagogische basis versterkt moet worden, wat minder kan en waar eventueel mee gestopt moet worden. Dit is een zoektocht die de gemeente samen met ouders, jeugdigen en partners wordt uitgevoerd. Onderdeel van de pedagogische basis is het jongerenwerk. Het jongerenwerk krijgt een impuls op financieel, kwalitatief en efficiency vlak en gaat zich focussen op het bevorderen van mentale gezondheid, het voorkomen van schooluitval, het voorkomen van jeugdhulp en het bevorderen van leefbare wijken. In 2026 wordt een nieuwe verordening voor jeugdhulp vastgesteld die heldere kaders biedt voor het inzetten van de beschikbare jeugdhulp. Daarnaast wordt in 2026 een overzicht gerealiseerd van ondersteuning die niet meer of anders kan worden gerealiseerd. Bij normaliseren past ook het stoppen, op termijn stoppen en afremmen van aanbod. Een stopstrategie is een bewuste keuze om tijdelijk of definitief te stoppen met een interventie, hulpverleningstraject of aanpak wanneer die niet effectief blijkt te zijn of zelfs averechts werkt.
Een herziening van de verordening is nodig om vast te leggen waar mee gestopt gaat worden en wat deze afbakening concreet inhoudt voor de inwoner. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: aantal jeugdigen in jeugdhulp. Streefwaarde: procentuele daling van het aantal jeugdigen in jeugdhulp. • Indicator 2: totale kosten jeugdhulp, inclusief maatwerk en PGB. Streefwaarde: daling kosten jeugdhulp (meerjarige streefwaarde: halvering in 2030). Doel 2: We zorgen voor passende ondersteuning wanneer dat nodig is. Activiteiten: • Inkoop jeugdhulp. • Regiovisie jeugdhulp Haaglanden.
49
Toelichting: De gemeente voert, in regionaal verband, de noodzakelijke acties uit die voortvloeien uit de jeugdwet, de regionale inkoop en de landelijke hervormingsagenda en het toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. De landelijke programma’s hebben consequenties voor de regionale inkoop, de regiovisie en de lokale activiteiten bij het actieplan en de toegang sociaal domein. De gemeente zet waar dat mogelijk is in op de fundamentele verandering die lokaal ook is ingezet bij het Actieplan Jeugd. In 2026 wordt de regionale inkoop van jeugdhulp afgerond en geïmplementeerd in lijn met het inkoopkader jeugdhulp Haaglanden. In 2026 wordt een nieuwe regiovisie Haaglanden opgesteld en vastgesteld door de gemeenteraden. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Tijdige contractering van jeugdhulpaanbieders om continuïteit van zorg te waarborgen. Streefwaarde: Alle overeenkomsten met jeugdhulpaanbieders zijn getekend vóór 1 juli 2026. • Indicator 2: Herziening van verordeningen en beleidsregels om actueel en effectief gemeentelijk beleid te waarborgen. Streefwaarde: Alle benodigde aanpassingen van verordeningen en beleidsregels zijn afgerond vóór 31 december 2026. • Indicator 3: Effectieve en tijdige communicatie naar jongeren met jeugdhulp en hun ouders/verzorgers over wijzigingen in jeugdhulpinkoop.
Streefwaarde: Voor 1 juli 2026 zijn alle relevante jongeren en ouders/verzorgers geïnformeerd over de consequenties van de inkoop. • Indicator 4: Opstellen en vaststellen van een vernieuwde regiovisie jeugdhulp voor Haaglanden. Streefwaarde: In 2026 is de nieuwe regiovisie jeugdhulp Haaglanden opgesteld, met vaststelling vóór 1 januari 2027. Wet maatschappelijke ondersteuning Doel 1: Inwoners zo lang mogelijk, prettig en veilig, zelfstandig thuis te laten wonen en te laten participeren in de maatschappij. De Wmo is een vangnet voor inwoners die het niet meer zelf kunnen oplossen en ondersteuning nodig hebben. Activiteiten: • Inwoners die het zelf niet redden kunnen op meerdere leefgebieden snelle en passende ondersteuning vanuit de Wmo ontvangen. • Implementatie van het nieuwe Wmo-beleid ‘Er zijn voor wie het nodig heeft’. • Versterking van preventie vanuit Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA), wat voortkomt uit het Integraal Zorgakkoord (IZA) en Gezond en actief leven akkoord (GALA). • Extra inzet op signaleren en preventie van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Toelichting: In 2026 wordt uitvoering gegeven aan het nieuwe Wmo beleid. Dit beleid is in 2025 vastgesteld en bestaat uit een beleidsplan (‘Er zijn voor wie het nodig heeft’ ), verordening en een bijbehorend uitvoeringsplan.
Het beleidsplan zet erop in dat inwoners eerst proberen zelf of in hun netwerk een oplossing te zoeken voor hun problemen, maar dat als dit niet lukt zij kunnen vertrouwen op goede ondersteuning van de gemeente. Het beleidsplan legt daarmee de nadruk op zelfregie, maatschappelijke kracht en de best passende hulp voor inwoners. Inwoners die geen beroep kunnen doen op hun vangnet kunnen in aanmerking komen voor Wmo. Zij kunnen op meerdere vlakken ondersteund worden. Denk aan Huishoudelijke Ondersteuning. Begeleiding of een Woon-, Vervoers- en Rolstoelvoorziening (WVR). Daarnaast wordt ingezet op een laagdrempelig voorliggend veld, zodat inwoners die daar ondersteund kunnen worden makkelijker hun weg vinden of worden bereikt. Hiermee wordt geprobeerd het gebruik van individuele Wmo-maatwerkvoorzieningen zoveel mogelijk te beperken. Naast de reguliere subsidies die versterkt worden aan het voorliggend veld, zetten we ook hierop in via tijdelijke middelen vanuit het Aanvullend Zorg en Welzijnsakkoord (AZWA), en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Hiermee ondersteunen we specifieke doelgroepen, met name ouderen en hun mantelzorgers, vrijwilligers en inwoners met mentale problemen. Dit krijgt onder andere vorm 50
door initiatieven zoals valpreventie, welzijn op recept, mantelzorgondersteuning, vrijwilligerstrainingen en een pilot waarbij ouderenadviseurs inwoners thuis meenemen in de mogelijkheden van domotica (automatisering in huis). De gemeente pakt geweld in afhankelijkheidsrelaties (wettelijke term: 'huiselijk geweld') aan door vroegtijdige signalering en samenwerking met partners te versterken. Er komt een gezinsgerichte aanpak met effectieve interventies en een grotere rol voor ondersteunende teams. Ook wordt regionale samenwerking uitgebreid en een lokale uitvoeringsagenda opgesteld om hulp aan inwoners te verbeteren. Met deze maatregelen werkt de gemeente aan een toegankelijk en effectief ondersteuningsbeleid, waarbij preventie en passende zorg centraal staan. Monitoring vindt plaats via de Sociaal Domein monitor. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Aandeel inwoners dat weet waar men moet zijn met hulpvragen (via het cliëntervaringsonderzoek). Streefwaarde: 80% van de inwoners met hulpvraag. • Indicator 2: Aandeel inwoners dat ondersteuning bij de hulpvraag vindt passen (via het cliëntervaringsonderzoek). Streefwaarde: 85% van de inwoners met hulpvraag. • Indicator 3: Tijdige signalering en preventie van geweld in afhankelijkheidsrelaties. Streefwaarde: Toename in gesignaleerde situaties van geweld in afhankelijkheidsrelaties door Veilig Thuis.
Werk en inkomen Doel 1: Vergroten arbeidsparticipatie van inwoners. Activiteiten: • Begeleiden van inwoners naar werk of participatie. • Uitvoering van het Re-integratie- en Participatiebeleid. • Lokale implementatie van herziening Participatiewet in Balans en overige nieuwe wetgeving. • Doorontwikkeling van het Werkcentrum dat in 2025 is gestart. • Nieuwe Participatiewet in Balans geïmplementeerd volgens tijdpad. Toelichting: Consulenten begeleiden inwoners naar werk. Hiertoe worden verschillende instrumenten en voorzieningen ingezet, die zich onder andere richten op het werkfit maken van inwoners. Daarnaast zorgen accountmanagers, matchmakers en een leerwerkmakelaar voor koppeling van inwoners aan werkgevers of opleidingen. Inwoners die niet terecht kunnen op de reguliere arbeidsmarkt, worden begeleid door de Binnenbaan (wsw, nieuw beschut, re-integratie). Inwoners die (nog) niet betaald kunnen werken worden begeleid naar participatie. In 2025 is de extra inzet van participatieconsulenten geëvalueerd, zoals opgenomen in het Reïntegratie- en Participatiebeleid. Aan de hand van de resultaten hiervan wordt besloten over voortzetting in 2026. Daarnaast bereidt de gemeente zich voor op nieuwe wetgeving zoals vermeld in de Hervormingsagenda Inkomen. Daaronder valt onder andere de Participatiewet in Balans.
Via het Werkcentrum wordt een laagdrempelige toegang tot een sterk netwerk van voorzieningen en ondersteuning aangereikt aan inwoners en werkgevers. Die ondersteuning kan gaan over personeel, zelfstandig ondernemen, opleiding en/ of werk. Het regionale werkcentrum is op 27 juni 2025 van start gegaan en het lokale Werkcentrum 7 juli 2025 en wordt in 2026 verder ingevuld.
51
Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: percentage bijstandsgerechtigden dat actief deelneemt aan participatie-, leer- of werktrajecten. Streefwaarde: In 2026 is minimaal 50% van de bijstandsgerechtigden betrokken bij een vorm van activering of participatie met behoud van regie. • Indicator 2: werkloosheidspercentage in Leidschendam-Voorburg. Streefwaarde: het werkloosheidspercentage in Leidschendam-Voorburg blijft in dezelfde mate onder het provinciaal gemiddelde (ter indicatie: in Q2 2025 was deze 3,7% in onze gemeente versus 4,4% provinciaal). Doel 2: Meer inwoners zijn financieel zelfredzaam. Activiteiten: • Toekennen van uitkeringen voor levensonderhoud en minimaregelingen. • Implementatie van het minimabeleid. • Vroegsignalering van betalingsachterstanden en uitvoeren schuldhulpverleningstrajecten. • Uitvoering van het schuldhulpverleningsbeleid. Toelichting: Consulenten beoordelen aanvragen voor uitkeringen levensonderhoud en minimaregelingen, waaronder bijzondere bijstand. Hierbij gaan zij na waar inwoners recht op hebben. Het in 2024 vastgestelde minimabeleid (iBabs 3846) richt zich op 4 pijlers: • hulp aan de meest kwetsbaren, met name kinderen; • focus op participatie; • eigen regie; • verstevigen van de maatschappelijke kracht. In de dienstverlening aan kwetsbare inwoners staat de menselijke maat centraal.
Focus ligt op het vergroten van het gebruik van regelingen, vooral door inwoners die het écht nodig hebben, zoals kinderen. Gebruik van regelingen wordt gemonitord middels de jaarlijkse Sociaal Domeinmonitor en de vierjaarlijkse Armoedemonitor . Inwoners met betalingsachterstanden worden vroegtijdig gesignaleerd en hen wordt hulp geboden. Inwoners met problematische schulden worden begeleid met een schuldentraject. In 2025 is nieuw schuldhulpverleningsbeleid vastgesteld (iBabs 4001) en is een uitvoeringsplan opgesteld. Het beleid richt zich op doeltreffende preventie en vroegsignalering, versterken van de curatieve schuldhulpverlening en verstevigen van het netwerk van schuldhulporganisaties. Monitoring vindt plaats via de Sociaal Domeinmonitor. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Gebruik van minimaregelingen door inwoners van Leidschendam-Voorburg. Streefwaarde: Het gebruik van minimaregelingen stijgt met 10% tussen 2025 en 2027, zoals gemeten in de Sociaal Domeinmonitor en Armoedemonitor. • Indicator 2: Percentage bereik en percentage acceptatie van hulp bij vroegsignalering onder de doelgroep. Streefwaarde: Van de doelgroep die bereikt wordt, accepteert minimaal 55% de aangeboden hulp. Doel 3: Nieuwkomers integreren en participeren in de Nederlandse samenleving.
Activiteiten: • Statushouders en gezinsmigranten begeleiden bij inburgering en begeleiden naar participatie en werk. • Uitvoering lerend stelsel inburgering. • Nieuw beleidskader Inburgering vastgesteld in 2026. • Doorontwikkeling van het inburgeringsbeleid.
52
Toelichting: Sinds 2022 is de gemeente verantwoordelijk voor inburgering. Consulenten Inburgering en Werk begeleiden statushouders en gezinsmigranten bij hun inburgeringstraject. Participatie en toeleiding naar werk maken hier onderdeel van uit. De Wet Inburgering 2021 gaat uit van een "lerend stelsel", waarin gemeenten hun uitvoeringspraktijk goed monitoren, lering trekken uit wat goed gaat en wat niet, en hun uitvoeringsbeleid daarop steeds aanpassen. Het huidige beleid loopt – na verlenging met een jaar – af op 31 december 2026. In 2025 is het beleid geëvalueerd. Op basis van de uitkomsten wordt nieuw beleid ontwikkeld. Daarbij gaat de aandacht uit naar het oplossen van knelpunten in de inburgering, het succesvol afronden van inburgeringstrajecten, en succesvolle uitstroom naar werk (liefst betaald) of opleiding. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Aantal inburgeraars onder WI2021 dat inburgering succesvol heeft afgerond. Een streefwaarde bij deze indicator is nu niet haalbaar en nemen we op in de volgende begroting vanwege de benodigde dataverzameling. Doel 4: Opvang en huisvesting van nieuwkomers. Activiteiten: • Organiseren van opvang, leefgeldverstrekkingen en inning eigen bijdrage voor Oekraïense vluchtelingen. • Voldoen aan de taakstelling huisvesting statushouders van het Rijk, zolang dit een wettelijke verplichting is.
Toelichting: Sinds de inval van Rusland in Oekraïne van maart 2022 heeft de gemeente een inspanningsverplichting vanuit het Rijk om 286 opvangplekken voor Oekraïense ontheemden te realiseren. Er zijn 225 plekken gerealiseerd in de gemeentelijke opvang. Daarnaast worden 173 personen opgevangen door particulieren. Verder is de gemeente verantwoordelijk voor het verstrekken van leefgeld vanuit het Rijk en het innen van de eigen bijdrage. De Tijdelijke richtlijn Bescherming ontheemde Oekraïners is verlengd tot maart 2027. De taakstelling voor het aantal te huisvesten statushouders voor 2026 wordt in december 2025 bekend gemaakt Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Aantal nieuwkomers Oekraïners dat succesvol is geplaatst in gemeentelijke opvangvoorzieningen. Streefwaarde: Er wordt aan 225 Oekraïense ontheemden gemeentelijke opvang geboden. • Indicator 2: Aantal statushouders dat succesvol is geplaatst in huisvesting. Streefwaarde: Er wordt aan 170 statushouders huisvesting geboden. • Indicator 3: Aantal verstrekkingen leefgeld aan Oekraïners en het percentage geïnde eigen bijdragen. Streefwaarde: In 2026 worden alle leefgeldverstrekkingen tijdig uitgekeerd aan degenen die hier recht op hebben. Versterkingsprogramma Sterk voor Noord Doel 1: Bevorderen van kansengelijkheid in Leidschendam-Noord.
Activiteiten: • Langs de inhoud van drie thema’s: Jeugd, jongeren en Onderwijs, Financiële zelfredzaamheid en taal en Fijn en veilig wonen wordt er aan kansengelijkheid gewerkt. De specifieke activiteiten in de periode 2025-2026 staan vermeld in het uitvoeringsplan 20252026. • Het programmateam coördineert de uitvoering en werkt samen met de partners van Sterk voor Noord aan de doelen en resultaten door middel van de uitvoeringsplannen.
53
Toelichting: Het versterkingsprogramma Sterk voor Noord is een wijkgerichte aanpak, die extra inzet op ondersteuning van inwoners in deze wijken om de kansengelijkheid te vergroten en de leefomgeving te verbeteren. De extra activiteiten die in Leidschendam-Noord plaatsvinden zijn een plus op het gemeentelijke aanbod, omdat deze wijken extra aandacht hebben. De huidige uitvoeringsplannen worden in 2025 en 2026 uitgevoerd door gemeentelijke afdelingen, partners en inwoners van de wijken Prinsenhof, De Heuvel en Amstelwijk. De projecten worden verantwoord via het projectenboek. Elke 2 jaar levert het programma een monitor op, deze is begin 2025 met de gemeenteraad gedeeld. Indicatoren en streefwaarden: Voor het programma Sterk voor Noord komt in 2027 weer een monitor beschikbaar, waar onder andere onderstaande indicatoren in gemeten worden: • Indicator 1: Kinderen in huishoudens tot 110% sociaal minimum in percentages en op buurtniveau. Streefwaarde: Aantal kinderen in deze huishoudens neemt af. • Indicator 2: Inwoners in Leidschendam-Noord voelen zich veilig (rapportcijfer). Streefwaarde: Het gegeven rapportcijfer stijgt richting het rapportcijfer van heel Leidschendam-Voorburg. • Indicator 3: Inwoners met een bijstandsuitkering (langer dan 1 jaar). Streefwaarde: Het aantal inwoners met bijstandsuitkering daalt. Wat mag het kosten? Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Baten
46.819
44.917
40.492
40.292
40.292
Lasten
135.717
138.461
129.572
124.707
124.097
Saldo van lasten en baten
-88.898
-93.544
-89.080
-84.416
-83.806
Sociaal domein
Bedragen x € 1.000
Toelichting baten en lasten per onderdeel De baten en de lasten van het programma Sociaal Domein bedragen voor 2025 respectievelijk € 44.917.000 en € 138.450.000. De baten bestaan met name uit: • De bijdragen van de gemeenten Voorschoten en Wassenaar voor Arbeidsparticipatie • De bijdragen die cliënten betalen bij het afnemen van Wmo-diensten • Gemeentelijke inkomensregelingen zoals de bijstandsuitkeringen (BUIG) en inkomsten uit andere gemeenten voor de uitvoeringskosten • Huurinkomsten van wijk- en dienstencentra en kinderopvanglocaties • Middelen voor bemoeizorg aan de OGGZ doelgroep De lasten bestaan met name uit: • Participatie- en re-integratie trajecten • Begeleiding naar werk • Loonkostensubsidie • Platform Economie, Onderwijs en Arbeidsmarkt • Noodopvang dakloze gezinnen en maatschappelijk opvang • Jeugdzorgkosten (in natura en PGB's) • kosten voor huishoudelijke ondersteuning • begeleiding (in groepsverband en individueel) • schuldhulpverlening • Kosten voor alle uitkeringen en de bijzondere bijstand inclusief armoedebestrijding 54
• • • • • • • • • • •
Kwijtscheldingen van afval- en rioolheffingen Gedwongen jeugdhulp (onder andere jeugdreclassering en jeugdbescherming) Gemeenschappelijke regeling (GR) GGD, onderdeel Veilig Thuis Crisisinterventies in de jeugdzorg en de jeugdbeschermingstafel Hulpmiddelen en woonvoorzieningen Samenkracht en burgerparticipatie (subsidies en bijdragen aan maatschappelijke organisaties die bovenstaande voorzieningen aanbieden). Beheer en exploitatie van wijk- en dienstencentra Het programma Sterk voor Noord betreft ondersteuning aan activiteiten van de partners en personele inzet van programmamedewerkers Wmo Cliëntbegeleiding, Sociaal Servicepunt, uitvoeringskosten, opvang verwarde personen en de uitvoering van de Hart wet euro balans Werkbedrijf de Binnenbaan De uitvoering van (alternatief) beschut werk
Ontwikkeling begrotingssaldi Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Primitieve begroting 2025
-82.999
-82.433
-81.764
-82.098
Kadernota 2026 - 2029
-1.237
-1.147
-762
-762
Startpositie meerjarenbegroting 2026 - 2029
-84.236
-83.580
-82.526
-82.860
Exogene en autonome ontwikkelingen
-532
-667
-668
-669
Wmo
-549
-734
-734
-734
Rijksbudget BUIG
63
113
112
111
Bezuiniging en stijging bijdrage GR GGD-VT
-46
-46
-46
-46
Meicirculaire gemeentefonds
-3.148
-1.122
2.569
2.514
Loon- en prijsontwikkeling
-2.089
-2.088
-2.088
-2.088
Doorlichting begroting
-24
110
361
361
Moties en amendementen
-17
-17
-92
-92
Financieel technische mutaties
-1.645
-1.716
-1.972
-1.972
Saldo meerjarenbegroting 2026 - 2029
-91.692
-89.080
-84.416
-84.806
Sociaal domein
Bedragen x € 1.000
Toelichting specifieke financiële mutaties Exogene en autonome ontwikkelingen Bezuiniging en stijging bijdrage GR GGD-VT Alle gemeenschappelijke regelingen hebben een taakstelling gekregen om 6,2% te bezuinigen. Het is de GR GGD-VT niet gelukt deze volledig in te vullen. Naast de bezuinigingen zijn er extra kosten als gevolg van CAO stijgingen welke hoger zijn dan de toegestane indexatie van 4,2% en extra kosten voor Toezicht Kinderopvang. Rijksbudget BUIG De bijdrage is aangepast aan de tweede voorlopige beschikking van het RIJK, dit was een voordeel ten opzichte van de oude begroting en daarnaast zijn de uitkeringen opnieuw geprognotiseerd.
55
Wmo De kosten voor huishoudelijke ondersteuning zijn als gevolg van de vergrijzing meer gestegen dan verwacht. Ook bij begeleiding is er een hogere stijging van de kosten dan voorzien, wat veroorzaakt wordt doordat de wachtlijsten zijn afgenomen. Een deel van deze stijging wordt gedekt uit de hogere eigen bijdrage. Daarnaast zijn er dit jaar minder hulpmiddelen verstrekt dan begroot. Toelichting algemene financiële mutaties Meicirculaire gemeentefonds De effecten van de meicirculaire, waarover de raad via de budgetbrief (ibabsnummer 3906) is geïnformeerd zijn verwerkt in de begroting. In dit programma gaat het met name om de compensatie vanuit het Rijk voor de gestegen jeugdzorgkosten en het verwerken van de fasering en indexering van de besparing vanuit de hervormingsagenda Jeugd. Loon- en prijs ontwikkeling Overeenkomstig de uitgangspunten in de Kadernota 2026-2029 zijn de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen in de begroting verwerkt. Doorlichting begroting Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting opnieuw kritisch naar de budgetten gekeken en worden, daar waar dat noodzakelijk is en een beter inzicht geeft, budgetten bijgesteld. Per programma ontstaan hierdoor kleine afwijkingen. Per saldo wordt de taakstelling uit de Kadernota van € 400.000 hiermee ingevuld en is daarnaast nog sprake van een voordelig effect op het begrotingssaldo.
Moties en amendementen Bij de behandeling van de kadernota 2026-2029 is een motie betreffende schuldhulpverlening ingediend. Deze is financieel verwerkt in de begroting. Financieel technische mutaties Bij deze mutaties gaat het om de aanpassingen die verband houden met de kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de loonkosten en de kosten van tractiemiddelen aan de juiste programma's toegerekend. Daarnaast zijn de kapitaallasten bijgesteld op basis van het investeringsplan 2026-2029, waarin ook de prijsontwikkeling, de fasering van investeringen en de besluiten uit de Kadernota zijn verwerkt. Betrokken verbonden partijen GGD Veilig Thuis Het voorkomen van huiselijk geweld en kindermishandeling, door middel van een samenhangende aanpak. Werkbedrijf de Binnenbaan B.V. Geeft uitvoering aan beschut werk en aan re-integratietrajecten waarin inwoners met een afstand tot de arbeidsmarkt begeleid worden naar een volgende stap op de arbeidsmarkt. Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Het servicebureau behartigt de belangen van de gemeenten op het terrein van uitvoering van inkooptaken, zoals gezamenlijke inkoop en het contracteren van Jeugdzorg. Er is voldoende passende jeugdhulp beschikbaar in de regio Haaglanden. De declaraties van jeugdhulp zijn rechtmatig. De jeugdhulp is doelmatig en doeltreffend.
56
Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam 21 Banen
Eenheid per 1.000 inwoners 15-65 jaar
Peiljaar 2024
Waarde 328,1 (landelijk 872,5)
22 Jeugdcriminaliteit
% 12 t/m 21 jarigen
2023
1,2 (landelijk 1,0) CBS - Jeugd
2023
6,1 (landelijk 6,0) CBS - Jeugd
2024
72,2 (landelijk 76,2) CBS Arbeidsdeelname
2023
1,3 (landelijk 1,5) CBS - Jeugd
2024
386 (landelijk 345) CBS Participatiewet
2024
170 (landelijk 157) CBS Participatiewet
2023
14,8 (landelijk 13,5) CBS - Jeugd
2023
1,0 (landelijk 1,1) CBS - Jeugd
2023
0,4 (landelijk 0,4) CBS - Jeugd
2024
588 (landelijk 711) CBS - Monitor sociaal domein Wmo
23 Kinderen in % kinderen tot 18 jaar uitkeringsgezin 24 Netto arbeidsparticipatie % van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de beroepsbevolking 26 Achterstand onder jeugd % - Werkloze jongeren 27 Personen met een Aantal per 10.000 bijstandsuitkering inwoners van 18 jaar en ouder 28 Lopende reAantal per 10.000 integratievoorzieningen inwoners van 15 – 65 jaar 29 Jongeren met jeugdhulp % van alle jongeren tot 18 jaar 30 Jongeren met % van alle jongeren jeugdbescherming tot 18 jaar 31 Jongeren met % van alle jongeren jeugdreclassering van 12 tot 23 jaar 32 Cliënten met een Aantal per 10.000 maatwerkarrangement inwoners Wmo
Bron CBS Bevolkingsstatistiek / LISA bewerking ABF Research
Toelichting op de indicatoren 21 Banen Onder een baan wordt een vervulde positie verstaan. Dit betreffen zowel fulltimers, parttimers als uitzendkrachten. De indicator betreft het aantal banen per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot 65 jaar. 22 Jeugdcriminaliteit Het percentage jongeren (12 tot 21 jaar) dat met een delict voor de rechter is verschenen. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker instituut - Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS. 23 Kinderen in uitkeringsgezin Het percentage kinderen tot 18 jaar die in een gezin leven dat van een bijstandsuitkering moet rondkomen. Bijstandshuishouden is een huishouden waarvan minimaal één lid een bijstandsuitkering ontvangt. Onder bijstand wordt hier uitkeringen aan huishoudens op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, tot 2015) en de Participatiewet (vanaf 2015) en het Besluit bijstandsverlening zelfstandigen 2004 (Bbz) verstaan. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker Instituut - Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS.
57
24 Netto arbeidsparticipatie Het percentage van de werkzame beroepsbevolking ten opzichte van de (potentiële) beroepsbevolking. 26 Achterstand onder jeugd - Werkloze jongeren Personen van 16 t/m 22 jaar die als werkzoekende staan ingeschreven bij het UWV Werkbedrijf en tegelijkertijd geen baan hebben als werknemer volgens de Polisadministratie. Tot en met 2015 zijn de cijfers van deze indicator afkomstig van het Verwey-Jonker Instituut - Kinderen in Tel. De cijfers vanaf 2016 zijn afkomstig van het CBS. 27 Personen met een bijstandsuitkering Het aantal personen met een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand (WWB, t/m 2014) en de Participatiewet (vanaf 2015). De uitkeringen (leefgeld) aan personen in een instelling, de elders verzorgden, zijn niet inbegrepen. Ook de uitkeringen aan dak- en thuislozen zijn niet inbegrepen. 28 Lopende re-integratievoorzieningen Het aantal re-integratievoorzieningen, per 10.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot 65 jaar.
58
29 Jongeren met jeugdhulp Het percentage jongeren tot 18 jaar met jeugdhulp ten opzichte van alle jongeren tot 18 jaar. Jeugdhulp is de hulp en zorg zoals deze bedoeld en beschreven is in de Jeugdwet (2014). Het betreft hulp en zorg aan jongeren en hun ouders bij psychische, psychosociale en of gedragsproblemen, een verstandelijke beperking van de jongere, of opvoedingsproblemen van de ouders. 30 Jongeren met jeugdbescherming Jongeren met jeugdbescherming betreft jongeren tot 18 jaar die op enig moment in de verslagperiode een maatregel door de rechter dwingend opgelegd hebben gekregen. Jeugdbescherming is een maatregel die de rechter dwingend oplegt. Dat gebeurt als een gezonde en veilige ontwikkeling van een kind of jeugdige wordt bedreigd en vrijwillige hulp niet of niet voldoende helpt. Een kind of jongere wordt dan onder toezicht gesteld of onder voogdij geplaatst. In uitzonderlijke gevallen wordt de hulp of zorg voortgezet tot de leeftijd van 23 jaar. 31 Jongeren met jeugdreclassering Het percentage jongeren (12 tot 23 jaar) met een jeugdreclasseringsmaatregel ten opzichte van alle jongeren (12 tot 23 jaar). Jeugdreclassering is een combinatie van begeleiding en controle voor jongeren vanaf 12 jaar, die voor hun 18e verjaardag met de politie in aanraking zijn geweest en een proces-verbaal hebben gekregen.
Indien de persoonlijkheid van de dader of de omstandigheden waaronder het misdrijf is begaan daartoe aanleiding geven, bijvoorbeeld bij jongvolwassenen met een verstandelijke beperking, kan het jeugdstrafrecht eveneens worden toegepast op jongvolwassenen in de leeftijd 18 tot en met 23 jaar. De jongere krijgt op maat gesneden begeleiding van een jeugdreclasseringswerker om te voorkomen dat hij of zij opnieuw de fout ingaat. Jeugdreclassering kan worden opgelegd door kinderrechter of de officier van Justitie. Jeugdreclassering kan ook op initiatief van de Raad voor de Kinderbescherming in het vrijwillige kader worden opgestart. De begeleiding kan doorlopen tot de jongere 23 jaar wordt. 32 Cliënten met een maatwerkarrangement Wmo Aantal per 10.000 inwoners in de betreffende bevolkingsgroep. Een maatwerkarrangement is een vorm van specialistische ondersteuning binnen het kader van de Wmo. Voor de Wmogegevens geldt dat het referentiegemiddelde gebaseerd is op 327 deelnemende gemeenten.
Relevante documenten Beleidsplan re-integratie en participatie (iBabs nr. 3442) Startnotitie doorontwikkeling subsidiesystematiek maatschappelijke functies (iBabs nr. 3769) Plan van Aanpak GALA 2023-2026 (iBabs nr. 3482) Beleidsplan Wmo en Verordening maatschappelijke ondersteuning (iBabs 3907)
59
7. Volksgezondheid en milieu Het programma Volksgezondheid en Milieu richt zich op het beschermen en bevorderen van de gezondheid van inwoners, het voorkomen van gezondheidsrisico’s en het bewaken van de kwaliteit van de leefomgeving. De gemeente vervult hierbij een regierol en werkt samen met onder andere de GGD, de omgevingsdienst, zorgaanbieders, afvalverwerkers en maatschappelijke organisaties. Daarnaast omvat het programma het beheer en de zorg voor een gezonde en duurzame afvalinzameling en -verwerking, evenals het beheer van de riolering om een goede waterafvoer en volksgezondheid te waarborgen. Wat willen we bereiken? Het is fijn leven in onze gemeente. De leefbaarheid en gezondheid voor mens en dier staat echter onder druk door klimaatverandering, biodiversiteitsverlies, verstedelijking, vervuiling van bodem, lucht en water, en geluidsoverlast. Een goede en schone leefomgeving is essentieel voor onze gezondheid en welzijn. Daarom zetten wij ons in voor een duurzame, gezonde leefomgeving waarin het prettig wonen, werken en recreëren is. We willen dat onze inwoners een gezonde leefstijl hebben, dat gezondheidsbedreigingen tijdig worden gesignaleerd en dat infectieziekten worden voorkomen. Tegelijkertijd nemen we onze wettelijke taken op het gebied van volksgezondheid en milieu serieus.
Daarnaast willen we als gemeente zelf het goede voorbeeld geven op het gebied van gezondheid, energiebesparing en duurzaamheid. Wat gaan we ervoor doen? Volksgezondheid Doel 1: Een betere ervaren gezondheid (fysiek en mentaal) van alle inwoners. Activiteiten: • Het bevorderen en bewaken van de publieke gezondheid door de gemeentelijke gezondheidsdienst (GGD Haaglanden). • Het versterken, verbreden en moderniseren van infectieziektebestrijding. • Ontwikkelen van een aanpak voor suïcidepreventie. • Uitvoeren van het plan van aanpak Gezond en actief leven in Leidschendam-Voorburg 20232026 en bevorderen van een gezonde leefstijl. • Valletsel verminderen bij ouderen (65+) door effectieve interventies te gebruiken. • Voorkomen en aanpakken van sociaal-psychische problemen door het uitvoeren ketenaanpak welzijn op recept. • We realiseren collectief en individueel aanbod om suïcide zoveel als mogelijk te voorkomen. Toelichting: De wettelijke taken uit de Wet publieke gezondheid worden uitgevoerd door GGD Haaglanden en Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland- West. Daarnaast blijven we in 2026 samen met partners uitvoering geven aan het landelijke ‘Gezond en actief leven akkoord’ (GALA) en Integraal Zorgakkoord (IZA) in Leidschendam-Voorburg.
De ambitie van de akkoorden is een gezonde generatie in 2040, met weerbare gezonde inwoners die kunnen opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving. Een leefomgeving waarin sprake is van een sterke sociale basis en de fysieke en mentale gezondheid wordt bevorderd en behouden. Hierbij gaat er speciale aandacht uit naar inwoners in kwetsbare situaties. Dit doen we in 2026 onder andere door (extra) in te zetten op een kansrijke start (eerste 1000 dagen van een kind), het verstevigen van de ketenaanpak kind naar gezonder gewicht, valpreventie en de uitbreiding van welzijn op recept. Deze ambitie vormt een belangrijke randvoorwaarde voor de acties en speerpunten van programma 6, Sociaal Domein.
60
Eén van de belangrijke taken van GGD Haaglanden is om infectieziekten regionaal te duiden en de regie te voeren bij het vroegtijdig opsporen van infectieziekten op grond van de Wet Publieke Gezondheid artikel 6.1 (Wpg). Hiermee wordt ingezet op het bestrijden van infectieziekten. De gemeente heeft als onderdeel van de H8 gemeenten en Stichting Jeugdgezondheidszorg ZuidHolland West een samenwerkingsconvenant. Het huidige convenant heeft een looptijd van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2027. Op grond van het convenant nemen partijen vóór 1 januari 2027 mede op basis van een evaluatie van de achterliggende periode uiterlijk medio 2026 een beslissing over verlenging, aanpassing of beëindiging van de samenwerking. Eind 2025 wordt opdracht gegeven voor de evaluatie en het in beeld brengen van het toekomstperspectief. De aanpak Suïcidepreventie wordt verankerd in de Wet publieke gezondheid. In 2026 geven we deze nieuwe aanpak vorm samen met de gemeenten Den Haag, Zoetermeer, Rijswijk en Wassenaar. We zetten in op een collectief en een individueel aanbod. Het risico op vallen bij ouderen wordt vroegtijdig gesignaleerd in zowel zorgdomein als gemeentelijk domein en wordt ondersteund door laagdrempelige toegang tot valpreventieve interventies/cursussen. Huisartsen verwijzen met welzijn op recept door naar een sociaal werker/welzijnscoach.
Er wordt dan in een gesprek samen onderzocht wat er kan worden gedaan om de inwoner zich beter te laten voelen. Het bestaande aanbod wordt uitgebreid naar nieuwe doelgroepen, met inzet op preventieve ondersteuning voor mensen met psychosociale klachten. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Inzicht in aanwezigheid van infectieziekten in het kader van de bestrijding daarvan. Streefwaarde: Het aantal meldingsplichtige infectieziekten in 2026 stijgt naar 700. • Indicator 2: Vermindering valrisico en bevordering van zelfredzaamheid bij inwoners met een verhoogd valrisico. Streefwaarde: In 2026 nemen 110 inwoners met een verhoogd valrisico deel aan valpreventie-interventies. • Indicator 3: Verbetering van mentaal en sociaal welzijn van inwoners door inzet van welzijn op recept. Streefwaarde: In 2026 worden 200 doorverwijzingen gemaakt via welzijn op recept. Milieu Doel 1: Verbetering afvalscheiding en reductie restafval. Activiteiten: • Verminderen restafval. • Verbeteren kwaliteit grondstoffen (PMD en GFT). • Verminderen lachgascilinders in restafval. • Verminderen bijplaatsingen. • Opstellen uitvoeringsplan Circulariteitsbeleid. Toelichting: De landelijke doelstelling (VANG-norm) is om het restafval te verminderen tot 100 kilogram per persoon per jaar. Om deze doelstelling te behalen, treft de gemeente verschillende maatregelen.
Zo wordt het ‘betalen voor halen’ van grofvuil per 1 januari 2026 ingevoerd, omdat huishoudelijk grofvuil ook onder restafval valt. Daarnaast zetten we in op het stimuleren van betere afvalscheiding en het verminderen van afkeur , en wordt extra gecommuniceerd over het belang van het scheiden van grondstoffen. Verder onderzoekt het college op verzoek van de raad wat nodig is om het restafvaltarief in de gemeente in te voeren. We onderzoeken tevens of scholen en wijkgebouwen hun afval kunnen scheiden via Avalex. Om de kwaliteit van de grondstofstromen PMD en GFT te verbeteren, verkleinen we bij GFT de vulopeningen van ondergrondse containers om vervuiling door restafvalzakken tegen te gaan. Ook starten we een pilot voor vrijwillige GFT-scheiding bij appartementen en flats waar nu nog geen ondergrondse GFT-containers aanwezig zijn, ondersteund met gerichte communicatie over het nut en de voordelen van scheiding. Bij PMD worden de ondergrondse PMD-containers vervangen door MIX-containers waarin zowel 61
PMD als restafval mogen worden aangeboden; deze ladingen worden vervolgens via nascheiding verwerkt. Voor inwoners van laagbouwwoningen met een mini-container voor PMD wordt gecommuniceerd over wat wel en niet bij PMD mag. Daarnaast willen we inwoners via campagnes van Avalex en de gezamenlijke afvalbranche (NVRD) bewust maken van de gevaren van lachgascilinders in het afval. Deze cilinders leveren niet alleen gevaar op bij verwerking, maar brengen ook hoge kosten met zich mee voor Avalex en HVC om te voorkomen dat ze in de verbrandingsoven terechtkomen. Het doel is dan ook om het aantal lachgascilinders in het restafval significant te reduceren. Tot slot zet de gemeente in op campagnes, extra handhaving en duidelijke communicatie over dwangsommen en boetes om het aantal (illegale) bijplaatsingen en dumpingen van grofvuil bij ondergrondse containers verder terug te dringen. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Vermindering milieubelasting door reductie restafval. Streefwaarde: Aantal kilo's restafval per inwoner per jaar daalt met 5% t.o.v. 2025. • Indicator 2: Scheidingsgraad GFT en PMD. Streefwaarde: Stijgt met 2 procentpunt in 2026. • Indicator 3: Afkeurpercentage GFT en PMD. Streefwaarde: Daalt met 5% in 2026. • Indicator 4: Aantal gevonden cilinders per 1000 ton restafval. Streefwaarde: Daalt met 10% ten opzichte van 2025.
• Indicator 5: Aantal bijplaatsingen/dumpingen gemeld bij Avalex. Streefwaarde: Daalt met 10% in 2026. Doel 2: Verbetering kwaliteit lucht, bodem en geluid. Activiteiten: • Verbeteren kwaliteit en aanleveren bodemdata. • Opstellen Basisgeluidemissie (BGE). • Onderzoek voor uitvoering van geluidsaneringsmaatregelen uit het Actieplan Geluid. Toelichting: Vanaf januari 2026 wordt alle informatie van bodemonderzoeken via landelijke Basisregistratie Ondergrond ontsloten in het kader van de Omgevingswet. De gemeente zorgt ervoor dat de aangeleverde data van ca. 5000 rapporten van bodemonderzoeken correct en adequaat is. In 2026 zal een interactieve kaart worden gemaakt zodat men snel kan zien of er wel of geen milieukundig bodemonderzoek noodzakelijk is. Het Basisgeluidemissie (BGE) is een instrument onder de Omgevingswet om de geluidproductie van lokale bronnen, zoals wegen en spoorwegen, in kaart te brengen en vervolgens de jaren daarna te monitoren. Met behulp van een modelberekening wordt een basisgeluidemissie berekend per (spoor)wegvak en voor tramlijnen. Het vormt de basis voor het vaststellen van geluidaandachtsgebieden. Dat zijn de gebieden waarbinnen akoestisch onderzoek dient plaats te vinden bij de realisatie van nieuwe geluidgevoelige gebouwen.
In het Actieplan geluid zijn een aantal maatregelen opgenomen, die nader onderzoek kunnen vragen: • Maatregelen die kunnen meeliften met de beheeropgave voor asfaltverhardingen. • Opstellen saneringsprogramma voor de woningen die op basis van de saneringsregeling van de Wet geluidhinder in aanmerking komen voor maatregelen. • Op overige locaties waar het geluid hoger is dan de plandrempel van 65 dB wordt onderzocht of in lopende projecten maatregelen kunnen worden getroffen die het geluid verminderen. Maatregelen worden afgestemd met andere opgaven, zodat werk met werk gemaakt kan worden. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Inzicht in de gebieden waar de geluidsproductie aandacht nodig heeft ter bescherming van gezondheid en verbetering van de leefomgeving. Streefwaarde: In 2026 zijn de basisgeluidsproductie en basisaandachtsgebieden geïnventariseerd en op kaart weergegeven. • Indicator 2: Inzicht in maatregelen ter verbetering van de leefkwaliteit die bijdragen aan het terugdringen van de geluidsbelasting op of in geluidsgevoelige gebouwen. Streefwaarde: In 2026 is op 3 locaties onderzoek gedaan naar geluidsbelasting in het kader van het Actieplan Geluid. 62
Riool- en waterbeheer en klimaatbestendigheid Doel 1: Wijken klimaatbestendig maken (grondwater, regenwater, hittestress). Activiteiten: • Klimaatbestendige wijken voor grondwaterstanden in 2050. • Klimaatbestendige wijken voor regenwater en hittestress. • Stimuleren vergroening en afkoppelen in tuinen. • Klimaatbestendig Voorburg Noord-noord. Toelichting: Grondwaterstanden worden door klimaatverandering extremer, hoger in natte perioden en lager in droge perioden. Ook vergroening en door infiltratie en draineren veranderen de grondwaterstanden. Onderzocht wordt welke grondwaterstanden we kunnen verwachten per buurt. Dat kan je zien als een stresstest grondwater. Via communicatie (niveau meedenken), de tegeltaxi en projecten met woningcorporaties en in rioolvervangingsgebieden worden inwoners gestimuleerd tot vergroening en afkoppelen van regenwater in voor- en achtertuinen. Het stimuleren van klimaatadaptatie in eigen tuin verhoogt het wooncomfort en ontziet het gebruik van openbare koele verblijfplaatsen die dan in 2050 beter beschikbaar zijn voor bewoners van de gestapelde bouw. In Voorburg Noord – noord worden ter bevordering van biodiversiteit en het tegengaan van hittestress vergroenings- en klimaatadaptatie maatregelen geïntegreerd in de integrale herinrichting van de buitenruimte en de rioolvervanging.
Hemel- en vuilwater worden zoveel mogelijk gescheiden van elkaar en de sponswerking van de bodem versterkt. In de tweede helft van 2025 start het ontwerptraject, waarbij klimaatbestendigheid, verbeteren van de leefkwaliteit en versterken van het groen in de buurt een belangrijke rol spelen. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Voor elke buurt is een realistische golfbeweging (schommeling) van de grondwaterstanden bekend, die 5% van de tijd wordt onderschreden en 5% van de tijd wordt overschreden. Streefwaarde: Onderzoek grondwaterstanden is eind 2026 gereed. • Indicator 2: Aantal m2 verwijderde verharding (actie steenbreek). Streefwaarde: 2.000 m2/jaar. • Indicator 3: Aantal huishoudens in prioriteitswijken dat bereikt is met klimaatadaptatieinitiatieven voor water, hittestress, biodiversiteit in de eigen woonomgeving. Streefwaarde: In 2026 zijn minimaal 600 huishoudens geïnformeerd en bijna alle huishoudens in Voorburg-Noord noord. Doel 2: Een goede waterkwaliteit en afvoeren afvalwater. Activiteiten: • Afkoppelen verharding bij herstratingsprojecten, rioolverhardingsprojecten en door renovatie, sloop, en nieuwbouw. • Aanpak foutaansluitingen riolering. • Aanleg natuurvriendelijke oevers in overleg met de Waterschappen. • Vernieuwen bestaande riolering in de UPR-gebieden Prinsenhof (laagbouw), Zaagmolenstraat en Bernhardlaan/Vliegerlaan.
Toelichting: Het belangrijkste doel van de rioolvervangingen is het in stand houden van de afvoer van afvalwater uit de woonomgeving. Hiermee wordt de volksgezondheid beschermd tegen infectieziekten. Via gemengde riooloverstorten komt een paar keer per jaar afvalwater in het oppervlaktewater terecht en dat is een bedreiging voor de waterkwaliteit. Door klimaatontwikkeling nemen de overstortingsvolumes toe. In de regio is afgesproken in het bestuursakkoord van het Netwerk wAterketen Delfland (NAD) om de overstortingsvolumes gelijk te houden door af te koppelen. Hierdoor wordt een verslechtering van de waterkwaliteit voorkomen. Dit is een inspanningsverplichting volgens de KaderRichtlijn Water. In de samenwerking met het NAD is ook een pilotstudie gaande naar foutaansluitingen in een aantal wijken in de regio. 63
Natuurvriendelijke oevers nemen voedingsstoffen op uit het water en bieden plaats aan planten en dieren. In het Beheerplan kunstwerken en oevers is opgenomen welke oevers ecologisch ingericht worden en waar beschoeiingen verwijderd moeten worden, zodat dit natuurvriendelijke oevers worden. Voor het in stand houden van bestaande riolering wordt verwezen naar de paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen en het projectenboek UPR-projecten (rioolvervangingsprojecten). In deze projecten, waar Voorburg-noord noord er één van is, worden ook doelstellingen voor grondwateroverlast en droogte, waterkwaliteit (afkoppelen) en hittestress (vergroenen, biodiversiteit) opgenomen. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Hoeveelheid afgekoppelde verharding van de gemengde riolering. Streefwaarde: In 2026 is 20.000 m² verharding afgekoppeld van de gemengde riolering of verwijderd. • Indicator 2: Inzicht in de aanwezigheid van foutaansluitingen bij lozingspunten van de hemelwaterriolering op de watergangen. Streefwaarde: In 2026 is de technische rapportage van de pilot foutaansluitingen afgerond voor enkele lozingspunten en beschikbaar voor vervolgacties. • Indicator 3: Aanleg en verbetering van natuurvriendelijke oevers ter bevordering van biodiversiteit en ecologische kwaliteit.
Streefwaarde: In 2026 is minimaal 100 meter natuurvriendelijke oever aangelegd en 300 meter bestaande oever versterkt voor biodiversiteit. • Indicator 4: Tijdige en succesvolle uitvoering van water- en rioleringsprojecten volgens planning. Streefwaarde: In 2027 is 80% van de projecten uit het Water- en Rioleringsplan gereed, wat bijdraagt aan verbeterde waterhuishouding en leefomgeving voor inwoners . Wat mag het kosten? Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Baten
29.108
28.483
29.479
30.777
31.700
Lasten
29.362
27.930
28.542
29.596
30.140
-253
553
937
1.180
1.560
Volksgezondheid en milieu
Saldo van lasten en baten Bedragen x € 1.000
Toelichting baten en lasten per onderdeel De baten en de lasten van het programma Volksgezondheid en Milieu bedragen voor 2025 respectievelijk € 28.483.000 en € 27.930.000. De baten bestaan met name uit: • De specifieke uitkering voor de uitvoering van het lokale preventieakkoord • De inkomsten uit de rioolheffing. • De inkomsten uit de afvalstoffenheffing • De inkomsten voor de lijkbezorgingsrechten De lasten bestaan met name uit: • GGD en lokaal gezondheidsbeleid • Jeugd gezondheidszorg • Beheer en onderhoud van het gemeentelijk riool- en drainagestelsel (zie voor de kostenopbouw van de rioolheffing de paragraaf lokale heffingen) en de kapitaallasten op investeringen • Kosten die worden gemaakt voor de afvalinzameling (zie voor de kostenopbouw van de afvalstoffenheffing de paragraaf lokale heffingen)
64
• • •
De uitvoering van de duurzaamheidsprogramma, waaronder de subsidieregeling voor duurzame maatregelen, klimaatbeleid, energietransitie, bodemonderzoek en -sanering De bijdrage aan de Omgevingsdienst Haaglanden Beheer- en onderhoudskosten van de begraafplaatsen en gedenkparken (zie voor de kostenopbouw van de lijkbezorgingsrechten de paragraaf lokale heffingen)
Ontwikkeling begrotingssaldi Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Primitieve begroting 2025
701
984
1.116
890
Kadernota 2026 - 2029
-171
-221
-221
-221
Startpositie meerjarenbegroting 2026 - 2029
531
764
895
669
Exogene en autonome ontwikkelingen
53
53
53
53
Bezuiniging en stijging bijdrage GR GGD-VT
26
26
26
26
Taakstelling Omgevingsdienst Haaglanden
27
27
27
27
Loon- en prijsontwikkeling
-273
-264
-264
-262
Doorlichting begroting
-84
-26
-22
-22
Financieel technische mutaties
326
409
518
1.122
Saldo meerjarenbegroting 2026 - 2029
553
937
1.180
1.560
Volksgezondheid en milieu
Bedragen x € 1.000
Toelichting specifieke financiële mutaties Exogene en autonome ontwikkelingen Bezuiniging en stijging bijdrage GR GGD-VT Alle gemeenschappelijke regelingen hebben een taakstelling gekregen om 6,2% te bezuinigen. Het is de GR GGD-VT niet gelukt deze volledig in te vullen. Naast de bezuinigingen zijn er extra kosten als gevolg van CAO stijgingen welke hoger zijn dan de toegestane indexatie van 4,2% en extra kosten voor Toezicht Kinderopvang. Taakstelling Omgevingsdienst Haaglanden Conform de opdracht uit de kaderbrief gemeenschappelijke regelingen tot het realiseren van een bezuiniging is op het budget van de Omgevingsdienst Haaglanden een taakstelling doorgevoerd. Deze taakstelling is in overleg met de Omgevingsdienst Haaglanden verwerkt en leidt tot een structurele verlaging van het budget per 2026. Toelichting algemene financiële mutaties Loon- en prijs ontwikkeling Overeenkomstig de uitgangspunten in de Kadernota 2026-2029 zijn de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen in de begroting verwerkt. Doorlichting begroting Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting opnieuw kritisch naar de budgetten gekeken en worden, daar waar dat noodzakelijk is en een beter inzicht geeft, budgetten bijgesteld. Per programma ontstaan hierdoor kleine afwijkingen.
Per saldo wordt de taakstelling uit de Kadernota van € 400.000 hiermee ingevuld en is daarnaast nog sprake van een voordelig effect op het begrotingssaldo.
65
Financieel technische mutaties Bij deze mutaties gaat het om de aanpassingen die verband houden met de kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de loonkosten en de kosten van tractiemiddelen aan de juiste programma's toegerekend. Daarnaast zijn de kapitaallasten bijgesteld op basis van het investeringsplan 2026-2029, waarin ook de prijsontwikkeling, de fasering van investeringen en de besluiten uit de Kadernota zijn verwerkt. Betrokken verbonden partijen ODH Milieu Omgevingsdienst Haaglanden verzorgt voor de gemeente wettelijke taken op het gebied van milieu vergunningverlening, toezicht (op bodem en op zwaardere/ complexere milieu-inrichtingen) en handhaving. Het college blijft voor deze taken het bevoegd gezag. Avalex Afval De gemeente wil toe naar een situatie waarbij inwoners maximaal 100 kg. per persoon/ per jaar aan restafval weggooien. Alle andere grondstoffen worden gescheiden ingezameld zodat ze hergebruikt kunnen worden of omgezet kunnen worden in compost. Verder heeft de gemeente een gewenst beeldkwaliteit vastgesteld op B (CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2023). Avalex speelt een rol bij het bereiken van dit doel. GGD Het bevorderen, beschermen en bewaken van de publieke gezondheid. Centrumregeling samenwerking gemalendiensten De gemeente heeft de zorgplicht voor inzameling en transport van afvalwater.
Het NADGemalenbeheer voert onderhoudstaken uit op het gebied van rioolgemalen en persleidingen binnen het beheergebied van Leidschendam-Voorburg, Delft en Pijnacker-Nootdorp. Het onderhoud aan de gemalen en persleidingen wordt volgens de afspraken in de Dienstverleningsovereenkomst uitgevoerd. Investeringen in gemalen en persleidingen worden door de gemeenten afzonderlijk opgepakt. Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam 33 Omvang huishoudelijk restafval
Eenheid Peiljaar Waarde Bron Kilogram per inwoner 2023 223 (landelijk 177) CBS - Statistiek huishoudelijk afval 34 Hernieuwbare elektriciteit % 2021 4,3 (landelijk 11,9) Rijkswaterstaat Klimaatmonitor Toelichting op de indicatoren 33 Omvang huishoudelijk restafval Niet gescheiden ingezameld restafval dat te groot of te zwaar is om op dezelfde wijze als het huishoudelijk restafval te worden aangeboden. 34 Hernieuwbare elektriciteit Het percentage hernieuwbare energie, ook wel duurzame of groene energie genoemd. Dit is energie afkomstig van natuurlijke bronnen die constant worden aangevuld zoals uit wind, waterkracht, zon, bodem, buitenluchtwarmte en biomassa.
66
Relevante documenten Bodemkwaliteitskaart 2024-2029 (iBabs nr. 3050) Ontwerp Programma Geluid 2024-2028 (iBabs nr. 3743) Plan van Aanpak GALA 2023-2026 (iBabs nr. 3482) Integraal zorgakkoord (IZA) (iBabs nr. 3733) Zienswijze begroting 2026 Avalex (iBabs nr. 4069) Zienswijze begroting 2026 Omgevingsdienst Haaglanden (iBabs nr. 4064) Zienswijze begroting 2026 GGD en Veilig Thuis Haaglanden (iBabs nr. 4070)
67
8. Bouwen en wonen (VHLOSV) Het programma Bouwen en Wonen richt zich op het creëren en behouden van voldoende, betaalbare en kwalitatief goede woonruimte voor alle doelgroepen binnen de gemeente. Het programma draagt bij aan een leefbare, duurzame en toekomstbestendige woonomgeving waarin mensen veilig en prettig kunnen wonen. De gemeente ontwikkelt en voert beleid uit op het gebied van woningbouwplanning, woonruimteverdeling, woningverbetering en stadsvernieuwing. Daarnaast stimuleert zij de samenwerking met woningcorporaties, ontwikkelaars en andere partners om de woningmarkt in balans te houden en wooncarrière mogelijk te maken. Wat willen we bereiken? Leidschendam, Stompwijk en Voorburg vormen samen een aantrekkelijke gemeente waar mensen prettig kunnen wonen, werken en leven. De unieke kenmerken en kwaliteiten van de gemeente willen we behouden en waar mogelijk versterken. Daarbij betrekken we onze inwoners actief en houden we rekening met actuele maatschappelijke ontwikkelingen. Op deze manier versterken we het hoogwaardige verblijfsklimaat, zorgen we voor goede verbindingen en voorzien we in diverse woonbehoeften. Vanwege het grote tekort aan woningen zetten we stevig in op nieuwbouw. Daarbij sturen we op kwaliteit, voorzieningen, betaalbaarheid en een evenwichtige opbouw van wijken. Waar mogelijk versnellen we lopende bouwprojecten.
Wat gaan we ervoor doen? Ruimtelijk beleid Doel 1: Opstellen ruimtelijk beleid onder de Omgevingswet. Activiteiten: • Vaststellen Omgevingsvisie en opstellen eerste programma's. • Actualiseren handboek Openbare Ruimte. • Opstellen van een Gebiedsvisie en plan Leidschendammerhout. • Het opstellen van een Volkshuisvestingsprogramma in nauwe samenspraak met onze maatschappelijke partners. • In het Duin Horst en Weide programma werken we met de regio aan groenblauwe dooraderingsprojecten. • We stellen een omgevingsprogramma op voor spelen, ontmoeten en sporten in de openbare ruimte. Toelichting: Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Om binnen de kaders van de wet richting te geven aan de gewenste ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente, initiatieven van inwoners, ondernemers en maatschappelijke- en marktpartijen te kunnen beoordelen en vergunningen te verlenen voor activiteiten in de fysieke leefomgeving wordt ruimtelijk beleid opgesteld en actueel gehouden. Producten zijn onder andere de Omgevingsvisie, Omgevingsplan, thematische omgevingsprogramma’s en gebiedsprogramma’s. Begin 2026 stelt de gemeente de Omgevingsvisie vast met een omgevings-effectrapportage (O.E.R.), na de vaststelling in 2024 van de Koersnotitie. Deze visie beschrijft het toekomstbeeld van Leidschendam-Voorburg richting 2050. Dit vormt het kader voor alle fysieke ontwikkelingen.
Voor Stompwijk wordt aanvullend een gebiedsprogramma opgesteld, waarbij moties over het buitengebied worden meegenomen. De visie wordt tot stand gebracht in samenwerking met inwoners, bedrijven, organisaties en het onderwijs. Daarnaast wordt een start gemaakt met de programma's die benoemd worden in de Omgevingsvisie. Ook starten we met het actualiseren en uitbreiden van het handboek openbare ruimte waarin het integrale openbare ruimte beleid (groen, infrastructuur, spelen etc.) wordt vertaald naar concrete 68
inrichtingsprincipes en materiaalgebruik ten behoeve van een schone, veilige en functionele openbare ruimte. Het handboek draagt bij aan een duurzame, goed beheerbare en aantrekkelijke openbare ruimte. Onder andere duurzaamheidsprincipes, regie op de ondergrond, klimaatadaptatie, biodiversiteit en circulariteitmaatregelen krijgen meer aandacht in het handboek. We zetten ons in voor een groene Vlietzone conform het Toekomstbeeld voor de Vlietzone. De Leidschendammerhout vormt, als onderdeel van de Vlietzone en Duin Horst en Weide een essentieel onderdeel van de groenstructuur binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Het gebied biedt ruimte voor natuurontwikkeling in combinatie met recreatie. Door de toenemende ruimtelijke druk vanuit de omliggende gemeenten, ontstaat er een groeiende noodzaak om een integrale visie voor dit gebied te formuleren. Deze visie zal dienen als basis voor een uitvoeringsplan, met als doel de Leidschendammerhout te ontwikkelen tot een aantrekkelijk gebied waar natuurontwikkeling en recreatie hand in hand gaan. Daarbij is het behoud en de versterking van de groene verbindingsstructuur van groot belang. We zetten ons daarmee in voor een groene Vlietzone conform het Toekomstbeeld voor de Vlietzone. We werken aan een volkshuisvestingsprogramma, dat aansluit op het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting.
In dit voorstel ligt meer nadruk op de koppeling tussen wonen, zorg en ondersteuning. Met deze nieuwe wet vervalt de gemeentelijke woonvisie. Het gemeentelijk woonbeleid blijft wel belangrijk: het vormt de basis voor afspraken met woningcorporaties en voor regels over woningbouw, woonruimteverdeling en woningsplitsing. Het bepalen van hoeveel woningen er komen en waar die gebouwd worden, gebeurt in de Omgevingsvisie. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Vaststelling van de Omgevingsvisie. Streefwaarde: Eerste kwartaal 2026 vastgesteld. • Indicator 2: Basisboek openbare ruimte met dynamische component om in te kunnen spelen op nieuw en geactualiseerd beleid en ontwikkelingen binnen de verschillende vakgebieden. Streefwaarde: Eind 2026 gereed. • Indicator 3: Start van het Volkshuisvestingsprogramma. Streefwaarde: Het eerste kwartaal van 2026 in werking. • Indicator 4: Uitwerking van de visie Leidschendammerhout samen met betrokkenen. Streefwaarde: In 2026 vertaald in een uitvoeringsplan. • Indicator 5: Vaststelling van het Gebiedsprogramma Stompwijk. Streefwaarde: Gereed in 2026. Doel 2: Vaststellen Omgevingsplan. Activiteit: • Toewerken naar Omgevingsplan voor het stedelijk gebied. Toelichting: We werken toe naar een volledig omgevingsplan in 2032.
Dat betekent dat we onze gemeentelijke regels stap voor stap overzetten van het tijdelijke naar het definitieve deel van het plan. Eerst richten we ons op het stedelijk gebied. Daar beschrijven we de verschillende gebiedsidentiteiten op basis van de Omgevingsvisie. Deze identiteiten vormen de basis voor de regels: sommige blijven thematisch, andere worden per gebied opgesteld. In sommige gevallen kunnen regels worden vereenvoudigd of zelfs afgeschaft. Na 2027 doen we hetzelfde voor het landelijk gebied. Daarna volgen de overige regelingen, zoals gemeentelijke verordeningen die verplicht moeten worden overgezet en nog geldende ruimtelijke plannen die niet onder stedelijk of landelijk gebied vallen. Ook al verleende omgevingsvergunningen (zoals BOPA’s) worden in dit proces meegenomen. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Vaststelling van het Omgevingsplan. Streefwaarde: Het Omgevingsplan stedelijk is medio 2027 vastgesteld. • Indicator 2: Participatie gericht op gebiedsidentiteit. Streefwaarde: Gereed halverwege 2026.
69
Grondexploitaties Doel 1: Financiële en beleidsmatige grip op ontwikkellocaties. Activiteit: • Actualiseren van grondexploitaties. Toelichting: De gemeente actualiseert jaarlijks de grondexploitaties en rapporteert hierover in het Meerjaren Perspectief Grondexploitaties (MPG). De in 2025 nieuw geopende grondexploitaties worden ook meegenomen in het MPG proces van 2026. Zo blijft de gemeente financieel en inhoudelijk in control over ontwikkellocaties. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Geactualiseerde grondexploitaties Streefwaarde: In 2026 zijn 4 grondexploitaties geactualiseerd. Wonen Doel 1: Sturen op betaalbare woningbouw en woonzorgvormen. Activiteiten: • Toepassing Verordening sociale en middel dure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022. • Inzet Subsidieregeling toegankelijke woningbouw Leidschendam-Voorburg. Toelichting: De vraag naar betaalbare woningen neemt steeds verder toe, versterkt door de opgave voor de huisvesting van aandachtsgroepen. De gemeente stuurt waar mogelijk op de nieuwbouw van een substantieel aantal betaalbare woningen. Binnen de bestaande woningvoorraad wordt optoppen en woningsplitsen gefaciliteerd en gestimuleerd. We gaan zoveel mogelijk betaalbare woningen aan de woningvoorraad toevoegen volgens de Woondeal Haaglanden, om de woningvoorraad toegankelijker te maken voor starters, doorstromers en huishoudens met een middeninkomen.
We leggen daarbij de nadruk op het sociaal en middensegment (zowel huur als koop) en op een aanbod dat anticipeert op de verwachte woonzorgvraag van de (toekomstige) inwoners van Leidschendam-Voorburg. Hierbij sturen we op minimaal 2/3 betaalbaar en minimaal 30% sociale huur. We zetten in op doorstroming uit de betaalbare woningbouw, meer ruimte voor creatieve en flexibele oplossingen en het tegengaan van woningspeculatie en huisjesmelkers. De Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 is hierbij leidend. Deze verordening stelt voorwaarden aan nieuwbouwprojecten met betrekking tot het aandeel betaalbare woningen dat moet worden gebouwd. De gemeente kijkt actief naar kansen om ruimte te maken voor nieuwe woningen, bijvoorbeeld door gecombineerde bestemmingen van wonen en maatschappelijk vastgoed, het zogeheten ‘optoppen’ of splitsen van bestaande woongebouwen, het realiseren van vormen van flexwonen en het benutten van bestaande plekken voor kortdurende tijdelijke huisvesting voor spoedzoekers. De gemeente stelt subsidie beschikbaar om de bouw van toegankelijke geclusterde woningen met ontmoetingsruimten voor ouderen en mensen met een beperking te stimuleren. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Toename van het aantal betaalbare woningen. Streefwaarde: In 2026 zijn 275 sociale huurwoningen en middeldure huur- en koopwoningen gerealiseerd.