4012 Programmabegroting 2026-2029
Tekst van het document
96
Beheersmaatregelen: De organisatie monitort de impact van de invoering van de Omgevingswet en de Wkb. Het gaat om organisatorische en technische onderdelen, zoals vernieuwde werkprocessen en het DSO, en beleidsinhoudelijke ontwikkelingen, de Omgevingsvisie en Omgevingsplan, die waarschijnlijk bij inwerkingtreding effect gaan hebben. Periodiek wordt bekeken in hoeverre ontwikkelingen en effecten concreter zijn en worden financiële consequenties in een volgend P&C-product bijgesteld. Toelichting: Op dit moment is de verwachting dat de benodigde structurele lasten de komende jaren niet worden gedekt door structurele baten. Dit heeft mede te maken met het feit dat er meer ambtelijke capaciteit en specialistische kennis nodig is, dan nu aanwezig is. De bijdrage van het Rijk die voor de transformatiekosten van de Omgevingswet (incidenteel) en voor de Wet Kwaliteitsborging (incidenteel en structureel) wordt ontvangen, blijken tot op heden onvoldoende te zijn voor structurele dekking. Garantiestellingen Het financiële risico dat de gemeente loopt als een garantienemer niet aan zijn of haar betalingsverplichtingen kan voldoen en de geldverstrekker een beroep doet op de door de gemeente afgegeven garantie. Beheersmaatregelen: Bij de afgifte van garanties door de gemeente wordt er gekeken naar de kredietwaardigheid van de partijen.
Daarnaast wordt jaarlijks bijgehouden of de garantienemer zijn leningen aflost en welk deel van de garantie dan nog open staat. Toelichting: Met het vaststellen van het Treasury-statuut in de Raadsvergadering in januari 2020, is besloten tot een verruiming van het gemeentelijk garantiebeleid. Een actiever garantiebeleid vergt ook een actievere sturing op de risico’s van afgegeven garanties. Tot op heden zijn er geen signalen binnengekomen dat partijen niet aan hun betalingsverplichtingen konden voldoen en is er nooit door geldverstrekkers aanspraak gemaakt op eerder afgegeven garanties. De kans dat het risico zich zal voordoen wordt om die reden als zeer laag (1% van de balanswaarde) ingeschat. De maximale omvang van alle nog openstaande bankgaranties aan instellingen en particulieren bedraagt ultimo 2024 € 3,8 miljoen. Bodemsaneringen Er zijn verschillende locaties binnen de gemeente waarvan bekend is dat de bodem verontreinigd is, maar waarvan nog niet duidelijk is of en zo ja wanneer de bodemverontreiniging gesaneerd moet worden. Ook speelt hierbij een rol of de kosten verhaald kunnen worden op de veroorzaker of (voormalige) eigenaar van de vervuilde locatie. Het beheer alsmede de risico’s van de nazorglocatie aan de Nieuwstraat, ligt sinds 2022 bij de provincie en niet meer bij de gemeente.
Onverwachte zaken in de bodem, zoals begin 2022 het dumpen van drugsafval in het recreatiegebied Vlietland waarbij de bodem werd verontreinigd, komen vooralsnog maar sporadisch voor. Recent heeft de GGD, op advies van het RIVM, advies gegeven over hoe om te gaan met verhoogde gehalten aan lood in grond om gezondheidsrisico voor kleine kinderen te voorkomen. Beheersmaatregelen: Om eventuele risico's te beperken worden door de gemeente bodemonderzoeken uitgevoerd bij aankoop van gronden. Eventuele financiële effecten worden meegenomen in de bepaling van de grondprijs. Om risico’s en onzekerheden inzake de ondergrond (bodem) te verkleinen, worden de komende jaren diverse kaarten gemaakt om voor iedereen (intern en extern) inzichtelijk te maken wat de risico's inzake de bodem zijn. Niet alleen bodemverontreiniging is van belang maar ook Warmte Koude Opslag (WKO), geothermische omstandigheden, draagkracht van de bodem, bodemdaling/verzakkingen, archeologie, enzovoort. De gemeente is bronhouder voor het correct aanleveren van geologische grondboringen, grondwatermeetnet en WKO-installaties aan Basis Registratie Ondergrond (BRO). Jaarlijks legt de gemeente via de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) verantwoording af aan het rijk.
97
Toelichting: De verschillende financiële risico’s over bodemsanering, evenals de nieuw ontdekte VOCLverontreiniging en de onzekerheid over PFAS, staalslakken en zogenaamde zorgwekkende stoffen, bedragen, na beoordeling € 1,5 miljoen. Dividend Jaarlijks ontvangen de aandeelhouders van de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) en Stedin over de gemaakte winst een dividenduitkering. De resultaten van de BNG en Stedin zijn onderhevig aan exogene factoren. Dit kan ertoe leiden dat resultaten en de daarmee samenhangende dividenduitkeringen tegenvallen. Beheersmaatregelen: Gedurende de Planning & Control-cyclus worden de ontwikkelingen op dit risico nauwlettend gemonitord en zal de begroting indien nodig worden bijgesteld. Toelichting: De kans bestaat dat in enig jaar het dividend tegenvalt door tegenvallende resultaten van de betreffende onderneming. De maximale omvang van het risico van de BNG en Stedin is gelijk aan het verwachte dividend van € 2.771.000 in 2026. Bouwleges De inkomsten van de bouwleges worden jaarlijks geraamd op basis van de bouwaanvragen die dan bekend zijn en worden verwacht. Aanvragen worden in de praktijk regelmatig uitgesteld of gaan soms niet door. Ook worden nieuwe aanvragen ingediend waarmee geen rekening is gehouden.
Dit maakt de inkomsten voor de bouwleges onvoorspelbaar, waardoor een fasering bij grote bouwaanvragen een significant effect heeft op de begroting. Beheersmaatregelen: Periodiek wordt een inschatting gemaakt van de te verwachten bouwaanvragen (projecten). In de tussentijdse rapportages worden mutaties naar aanleiding van deze analyses verwerkt. Toelichting: De maximale omvang van het risico is gebaseerd op het begrootte bedrag aan inkomsten in 2026. Bouwaanvragen kunnen mogelijk uitgesteld worden of niet doorgaan; vooraf is dit lastig planbaar. De maximale omvang van het risico in 2026 wordt ingeschat op € 1.000.000. Rente Het renterisico betreft het risico dat de gemeente loopt bij onvoorzien hoge rentestijgingen bij (nieuw) aan te trekken geldleningen. Beheersmaatregelen: Op de schatkistrekening staan de overtollige liquide middelen gestald. Bij het aantrekken van toekomstige leningen wordt mogelijk meer gebruik gemaakt van lineaire leningen. Bij lineaire leningen worden aflossingen meer gespreid over de tijd en neemt ook het renterisico bij herfinanciering af. Toelichting: Het is mogelijk dat er medio 2026 een beperkt aantal nieuwe langdurige geldleningen moet worden aangetrokken. Ten tijde van het samenstellen van de begroting 2026 waren de rentetarieven op de kapitaalmarkt (licht) stijgende.
Indien de huidige leningenportefeuille geherfinancierd moet worden tegen een rente die 1% hoger uitvalt, dan is het effect circa € 650.000. De kans dat de marktrente op korte termijn verder fors zal stijgen is onwaarschijnlijk, maar ook, gezien de omstandigheden, lastig in te schatten.
98
Stikstofproblematiek De neerslag van een overmaat aan stikstof in beschermde natuurgebieden heeft grote negatieve effecten op de biodiversiteit. De soortenrijkdom en daarmee de kwaliteit van de natuur in deze gebieden neemt af naarmate meer stikstof in de grond neerslaat. Tot 2019 vormde het Programma Aanpak Stikstof (PAS) de basis om toestemming te verlenen voor bouwplannen en andere ruimtelijke effecten, die een bijdrage (kunnen) leveren aan het neerslaan van stikstof in de Natura 2000-gebieden. Het PAS maakte op voorhand gebruik van de verwachte positieve effecten van toekomstige maatregelen, die de nadelige gevolgen van het neerslaan van stikstof in natuurgebieden zouden moeten verminderen. Op die manier bood het PAS ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. In mei 2019 heeft de Raad van State echter een streep door deze methode gezet, omdat onvoldoende zeker is dat toekomstige maatregelen de verwachte gunstige effecten waar kunnen maken. Het PAS als basis voor het verlenen van toestemming van bouw- en andere activiteiten, die voor een toename van de neerslag van stikstof kunnen zorgen, is daarmee weggevallen. Beheersmaatregelen: Gedurende de P&C-cyclus worden de ontwikkelingen op dit risico nauwlettend gemonitord en worden zo nodig maatregelen genomen om het risico te beperken of zo veel als mogelijk uit te sluiten.
Toelichting: De eerder gesignaleerde trend, dat de ruimte voor nieuwe ontwikkelingen steeds verder wordt ingeperkt totdat meer structurele oplossingen worden gevonden voor het beperken van de stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden, zet zich verder door. Het in 2024 nieuw aangetreden kabinet worstelde met de stikstofproblematiek. Het zocht naar een aanpak, waarbij zowel het economisch belang van de sectoren die in hoofdzaak verantwoordelijk zijn voor de uitstoot van stikstof, als het belang van de (woning)bouwproductie en het belang van het behoud van biodiversiteit bij elkaar gebracht konden worden. De daarvoor gedachte lijnen leken echter op voorhand op gespannen voet te staan met nationale en Europese wetgeving en rechtspraak, zodat nog weinig concrete vooruitgang werd geboekt. De val van het kabinet, begin juni 2025, heeft dit toch al moeizame traject grotendeels tot stilstand gebracht. Hoewel het demissionaire kabinet heeft aangegeven door te willen gaan met de beoogde stikstofaanpak, is onduidelijk of en in hoeverre de Tweede Kamer het kabinet daarvoor ruimte zal geven. De implementatie op korte termijn van een effectieve aanpak blijft daarom zeer onzeker.
Met name voor relatief omvangrijke projecten (zoals bijvoorbeeld De Star of Overgoo) blijft daarom ook nu het dringende advies tijdig een AERIUS-berekening van de gebruik- én bouwfase te laten uitvoeren en de mogelijkheden voor emissiereductie in zowel de bouw- als de gebruiksfase te verkennen. Alleen zo kunnen de mogelijke risico’s actief en tijdig gemonitord worden en kan waar nodig worden bijgestuurd. De maximale omvang van dit risico is momenteel moeilijk te kwantificeren. Daarnaast is, vooral bij kleinere projecten, de kans klein dat dit risico zich voordoet. De ervaring tot en met medio 2025 leert dat in Leidschendam-Voorburg de effecten van de stikstofproblematiek bij de ruimtelijke planvorming beperkt zijn gebleven. Ontwikkelingen in de arbeidsmarkt De arbeidsmarkt is nog altijd krap en zal op korte termijn niet veranderen. We hebben hierdoor te maken met langer zoeken naar de juiste match of dat de juiste match niet meer te vinden is. Dit betekent dat we als organisatie flexibeler moeten schakelen op de inhoud van een vacature (jobcarving) of mensen, al dan niet intern, opleiden totdat ze de juiste skills hebben. Ook de doorlooptijd en behandeltijd van een vacature vragen om een andere benadering. De inzet van campagnes en bureaus zullen naar verwachting een stijging van de kosten opleveren.
99
Beheersmaatregelen: Extra inspanningen zijn ingezet om het imago van Leidschendam-Voorburg als werkgever te verbeteren en meer geschikte kandidaten te motiveren om bij Leidschendam-Voorburg te solliciteren. Extra aandacht gaat ook uit naar het beter intern managen van talent en bieden van ontwikkelkansen aan medewerkers om hen langer te behouden. Toelichting: Het aantrekken en behouden van geschikte kandidaten kan zorgen voor hogere incidentele wervingskosten of voor hogere inhuurkosten. Onderwijshuisvesting Scholen voorzien in adequate huisvesting is een wettelijke taak van de gemeente. Onderwijsprojecten zijn de afgelopen jaren steeds complexer geworden; dit zijn langlopende projecten waarbij de nodige risico’s de kop op kunnen steken die kunnen leiden tot vertraging van het proces. Afhankelijk van de fase waarin de vertraging optreedt, kan deze een kostenverhogend effect hebben.
Beheersmaatregelen: - Opstellen uitvoerbaar Integraal Huisvestingsplan (IHP) - Investeringsoverzicht en planning opstellen en actueel houden - Bijeenbrengen van budgetten en/of subsidiegelden - Maken van afspraken met de schoolbesturen over de invulling van het bouwheerschap - Huisvestingsopgave definiëren door het opstellen van een businesscase (ruimtelijk en financieel) Toelichting: Er wordt gewerkt aan het opstellen van een nieuw gecombineerd IHP voor zowel het primair- als voortgezet onderwijs (vaststelling naar verwachting in het vierde kwartaal van 2025). Het IHP heeft een scope van 16 jaar, waarbij voor de eerste vier jaar een uitvoeringsplan wordt gemaakt en een doorkijk wordt geschetst voor de volgende 12 jaar. Kengetallen De financiële kengetallen zijn als volgt. Begroting 2025
Begroting 2026
Begroting 2027
Begroting 2028
Begroting 2029
Netto schuldquote
31,3%
35,2%
44,9%
54,5%
59,9%
Netto schuldquote (gecorrigeerd voor verstrekte leningen)
25,3%
28,9%
38,5%
48,0%
53,5%
Solvabiliteitsratio
58,5%
58,0%
53,3%
49,8%
47,8%
Structurele exploitatieruimte
0,5%
-1,2%
0,0%
0,0%
0,0%
Grondexploitatie
6,8%
6,5%
0,4%
1,6%
-0,7%
Belastingcapaciteit
102,3%
100,5%
100,5%
100,5%
100,5%
Kengetal
1. Netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. Omdat bij verstrekte leningen er onzekerheid kan bestaan over de terugbetaling wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief de doorgeleende gelden berekend. Des te lager deze schuldquote is des te meer eigen middelen de gemeente ter beschikking heeft. Bij een waarde onder de 100% is de quote goed te noemen. De VNG kwalificeert een hoogte van 100% als code oranje en spreekt vanaf 130% van code rood.
100