CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

4012 Programmabegroting 2026-2029

Raadsvergadering 5 november 2025, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen Programmabegroting 2026-202935.608 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

• Beheer en onderhoud verkeersinfrastructuur. Toelichting: Verkeersveiligheid is een basisvoorwaarde voor duurzame en gezonde mobiliteit. Door infrastructuur veiliger te maken en aandacht te geven aan kwetsbare weggebruikers, wordt het aantrekkelijker om te kiezen voor lopen en fietsen. Dit draagt ook bij aan een prettigere, veiliger leefomgeving. Het beheer en onderhoud van de verkeersinfrastructuur wordt conform de beheerplannen uitgevoerd. Voor meer informatie zie paragraaf onderhoud kapitaalgoederen. Indicator en Streefwaarden: • Indicator 1: Toename van het aantal schoolomgevingen met attentie verhogende en snelheidsremmende maatregelen. Streefwaarde: Minimaal 75% van de schoolomgevingen voorzien van attentie verhogende maatregelen. • Indicator 2: Toename van het aantal naar 30 km/uur geüpgrade wegen. Streefwaarde: De aanpassingen aan de Nieuwstraat en Rodelaan om deze straten in te richten als 30 km/uur-gebieden zijn volledig afgerond. • Indicator 3: Het beïnvloeden van het rijgedrag van weggebruikers vergroten. Streefwaarde: In gebruik name van 15 roulerende snelheidsinformatie displays. • Indicator 4: Toename van het aantal veilig ingerichte wegen. Streefwaarde: Start uitvoering herinrichting Veursestraatweg en Dr. Van Noortstraat in het derde kwartaal. • Indicator 5: Inwoners dat te maken heeft met onveilige verkeerssituaties in de eigen buurt (Wijkatlas).

Streefwaarde: aantal inwoners dat aangeeft vaak of soms hiermee te maken te hebben neemt af.

27

Doel 2: Bereikbaarheid en leefbaarheid in woonwijken en centra verbeteren. Activiteiten: • Voortzetting van proactief en operationeel verkeersmanagement rond de Mall. • Realisatie van de aanpassing van de tramhalte aan de Heuvelweg, inclusief extra oversteekplaats voor voetgangers van/naar de halte. • Uitwerking en invoering van vergunning parkeren in de buurten rondom de Mall. • Invoering aangescherpt parkeerbeleid in Voorburg-West. • Verbeterd mobiliteitsbeleid in Voorburg Noord Noord als onderdeel van de buurtaanpak binnen het Uitvoeringsproject riolering. • Verbetering van de OV-bereikbaarheid van Leidschendam-Zuid via RandstadRail halte Leidschendam-Voorburg. • Voorbereiding en start buurtbus tussen Stompwijk en Leidschendam. • Uitwerking van de inrichting van het stationsplein, Opa's Veldje en de Prinses Mariannelaan en van aanpassing van kruispunten in het kader van de plan- en studiefase van het project De Vlietlijn. Toelichting: Door de bereikbaarheid van centra en voorzieningen te verbeteren en tegelijkertijd de leefbaarheid van woonwijken te versterken, ontstaat een betere balans tussen mobiliteit en woonkwaliteit. Dit is nodig omdat de druk op de openbare ruimte toeneemt. Proactief en operationeel verkeersmanagement is essentieel om verkeersdrukte op piekdagen beheersbaar te houden en negatieve gevolgen voor de bereikbaarheid in onze gemeente te beperken.

Met diverse parkeermaatregelen gaan we parkeeroverlast tegen en verbeteren we de bereikbaarheid en leefbaarheid van de wijken. We zetten in op maatwerkvervoer in de vorm van een buurtbus tussen Stompwijk en Leidschendam. Om ervoor te zorgen dat inwoners goed gebruik kunnen maken van de RandstadRail moeten onder andere de op- en overstapmogelijkheden aangepakt worden. Daarnaast werken we aan het verbeteren van de verbinding met Leidschendam Zuid, o.a. met een fietsstraat in de Vlietweg. In Voorburg-West worden diverse maatregelen uitgewerkt in het kader van de plan en studiefase van het project De Vlietlijn. Indicatoren & streefwaarden: • Indicator 1: Bereikbaarheid van de Mall en wijken rondom de Mall op pijl houden. Streefwaarde: De verkeersdrukte rond de Mall op piekmomenten beheersbaar houden. • Indicator 2: Bereikbaarheid binnen de gemeente per auto, openbaar vervoer, fiets. Streefwaarde: Bij de komende meting in de Wijkatlas is de bewonerswaardering voor bereikbaarheid minimaal gelijk aan de score uit 2023. • Indicator 3: Inwoners zijn tevreden over het openbaar vervoer. Streefwaarde: De bewonerswaardering voor openbaar vervoer in de Wijkatlas stijgt naar minimaal een 7,9 in de volgende meting (was 7,8 in 2023), met een uiteindelijke ambitie van 8,0.

• Indicator 4: Bewoners van Voorburg West ervaren minder parkeerdruk en meer beschikbaarheid van parkeerruimte in hun eigen buurt. Streefwaarde: De parkeerbezettingsgraad in Voorburg West daalt structureel tot onder de 90%, onder andere door het tegengaan van vreemdparkeerders. • Indicator 5: Een beheersbare parkeerdruk in de wijken rondom te Mall. Streefwaarde: Door invoering van vergunningparkeren wordt de parkeerbezettinggraad tijdens piekmomenten teruggebracht tot onder de 90%. Doel 3: Duurzame en actieve mobiliteit bevorderen. Activiteiten: • Een start maken met het opstellen van een Programma Duurzame Mobiliteit en Bereikbaarheid onder de Omgevingsvisie. Een Programma gericht op de concretisering van het STOMP-principe voor de gemeente en de vertaling ervan in concrete uitvoeringsprojecten, waaronder maximumsnelheid van 50 naar 30 km/uur. • Vervolgonderzoek en (door)ontwikkeling van (mobiliteits)plannen voor de A12-spoorzone, CID Binckhorst, stationsomgeving Laan van NOI (Planuitwerkingsfase), de omgeving van de Mall en Leidschendam-Zuid. 28

• • •

•

Samenwerking met regionale partners (MRDH, Rijksoverheid) voor innovatieve mobiliteitsoplossingen en alternatieven voor het gepauzeerde Rijksproject A4 Haaglanden/N14. Impuls voor innovatief mobiliteitsbeleid. We gebruiken de denkkracht van inwoners, (startende) ondernemers en wetenschappers om samen tot innovatieve oplossingen te komen. Uitvoeren Fietsstrategie: - We maken een inhaalslag in het asfalteren van fietspaden. - We werken met de MRDH en buurgemeentes verder aan een samenhangend (regionaal) fietsnetwerk. - We promoten het fietsen vanuit de campagne ‘LV Fietst!’. Het faciliteren van de uitbreiding van deelmobiliteit, met een focus op de fiets en (elektrische) deelauto.

Toelichting: Deze activiteiten zijn essentieel om de mobiliteitstransitie in onze gemeente verder vorm te geven. Door niet alleen in te zetten op infrastructuur maar ook op gedragsverandering en samenwerking met de regio, maken we duurzame vervoerswijzen aantrekkelijker en vanzelfsprekender. Dit draagt bij aan de doelstellingen uit de Omgevingsvisie en versterkt de koppeling tussen mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling. Via verschillende sporen willen we het voor de fietser – zowel voor onze inwoners als die van buiten de gemeente – veiliger, comfortabeler en mooier maken. Uitbreiding van deelmobiliteit zorgt er voor dat inwoners er makkelijker gebruik van kunnen maken en de voordelen er van kunnen ervaren, zowel voor vervoer van A naar B als in het voor- en natransport in combinatie met openbaar vervoer. Deze activiteiten zijn belangrijk om de mobiliteitstransitie in onze gemeente verder vorm te geven. Indicator en Streefwaarden: • Indicator 1: Ervaring van de fietsvriendelijkheid in de gemeente. Streefwaarde: De bewonerswaardering voor fietsvriendelijkheid in de Wijkatlas stijgt naar minimaal een 7,8 bij de komende meting (dit was 7,7 in 2023). • Indicator 2: Verbetering van de fietsinfrastructuur op de Velostrada.

Streefwaarde: Fietsstraten Van Alphenstraat en Pompe van Meerdervoortstraat gerealiseerd in Q2 2026 en planvorming fietsstraat Nicolaas Beetslaan en kruispunt HofzichtlaanAppelgraade-Populierendreef gereed in Q3 2026. • Indicator 3: Verbetering van de fietsinfrastructuur op overige wegen. Streefwaarde 1: Fietsstraat Parnashofweg gerealiseerd in het tweede kwartaal van 2026. Streefwaarde 2: Asfalteren van delen van de tegelfietspaden langs de Mgr. Van Steelaan, Rodelaan en Prins Bernhardlaan uitgevoerd. • Indicator 4: Toename van het aanbod en gebruik van deelvervoer. Streefwaarde: Aandeel deelmobiliteit stijgt in 2026 door zowel een stijging van het aanbod als van het gebruik (ten opzichte van 2025). Wat mag het kosten? Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

1.592

1.113

962

953

953

Lasten

16.928

18.149

17.335

17.375

17.274

Saldo van lasten en baten

-15.336

-17.036

-16.373

-16.422

-16.321

Mobiliteit en bereikbaarheid

Bedragen x € 1.000

29

Toelichting baten en lasten per onderdeel De baten en lasten van het programma Mobiliteit en bereikbaarheid bedragen voor 2026 respectievelijk € 1.113.000 en € 18.149.000. De baten bestaan met name uit: • Vergoeding voor het verleggen van kabels en leidingen • Verhuur van reclameborden • Legesopbrengsten voor parkeerontheffingen • Abonnementsgelden voor parkeergarage Damplein • Retributies en huuropbrengsten van de passantenhaven De lasten bestaan met name uit: • Uitvoeringsprogramma verkeer en vervoer • Beheer, onderhoud en afschrijving van o.a.:  Wegen  Openbare verlichting  Verkeersregelinstallaties  Ligplaatsenhaven  Openbaar vervoer • Onderhoud en beheer van parkeervoorzieningen • Energielasten passantenhaven Ontwikkeling begrotingssaldi Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

-14.462

-14.363

-14.616

-14.578

-300

0

0

0

Kadernota 2026 - 2029

-1.020

-855

-725

-675

Startpositie meerjarenbegroting 2026 - 2029

-15.782

-15.218

-15.341

-15.254

Exogene en autonome ontwikkelingen

-560

-100

0

0

CID Binckhorst Velostrada en Leefbaarheid

-110

0

0

0

Samenwerkingsagenda rondom gebiedszone N14 - Mall

-200

-100

0

0

Ondergrondse hoogspanningskabels

-250

0

0

0

Loon- en prijsontwikkeling

-238

-244

-244

-244

Doorlichting begroting

105

40

44

44

Financieel technische mutaties

-561

-851

-881

-867

-17.036

-16.373

-16.422

-16.321

Mobiliteit en bereikbaarheid Primitieve begroting 2025 Wijzigingen tot 1e Turap 2025

Saldo meerjarenbegroting 2026 - 2029 Bedragen x € 1.000

Toelichting specifieke financiële mutaties Exogene en autonome ontwikkelingen CID Binckhorst Velostrada en Leefbaarheid Het project CID Binckhorst loopt door in 2026. Het projectbesluit, wat de start zal zijn voor de uitvoeringsfase wordt in 2027 verwacht. Om te komen tot dit projectbesluit is er in 2026 projectleiding nodig.

30

Ondergrondse hoogspanningskabels De geplande uitgaven voor de verkabeling die oorspronkelijk in 2025 begroot waren, worden bij afronding van het basisontwerp betaald. De afronding van het basisontwerp wordt in 2026 verwacht. De bijbehorende kosten worden begroot in 2026. Samenwerkingsagenda rondom gebiedszone N14 - Mall Vanuit het coördinerend programma gebiedszone N14 en de Mall wordt op een gestructureerde manier gewerkt aan de verbetering van de mobiliteit, bereikbaarheid, leefbaarheid en verblijfskwaliteit van de gebiedszone rondom de N14 en de Mall.Om deze structurele verbetering komende jaren te kunnen uitvoeren, ontwikkelen de gemeente en Unibail Rodamco Westfield (URW) gezamenlijk een meerjarige samenwerkingsagenda. Deze richt zich op het verbeteren van de (toekomstige) bereikbaarheid, het versterken van de economische structuur, het verhogen van de kwaliteit van de leefomgeving en het bevorderen van duurzame mobiliteit. Onderdeel van deze samenwerkingsagenda zijn nieuwe en/of aanvullende afspraken maken tussen URW en de gemeente over de verdeling van maatschappelijke kosten en baten.Hiervoor zijn in de periode 2025 tot en met 2027 extra middelen nodig.

Toelichting algemene financiële mutaties Loon- en prijs ontwikkeling Overeenkomstig de uitgangspunten in de Kadernota 2026-2029 zijn de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen in de begroting verwerkt. Doorlichting begroting Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting opnieuw kritisch naar de budgetten gekeken en worden, daar waar dat noodzakelijk is en een beter inzicht geeft, budgetten bijgesteld. Per programma ontstaan hierdoor kleine afwijkingen. Per saldo wordt de taakstelling uit de Kadernota van € 400.000 hiermee ingevuld en is daarnaast nog sprake van een voordelig effect op het begrotingssaldo. Financieel technische mutaties Bij deze mutaties gaat het om de aanpassingen die verband houden met de kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de loonkosten en de kosten van tractiemiddelen aan de juiste programma's toegerekend. Daarnaast zijn de kapitaallasten bijgesteld op basis van het investeringsplan 2026-2029, waarin ook de prijsontwikkeling, de fasering van investeringen en de besluiten uit de Kadernota zijn verwerkt.

Betrokken verbonden partijen MRDH OV Vanuit de kerntaak verkeer en vervoer werken de gemeenten in de Metropoolregio aan het thema mobiliteit en bereikbaarheid. De MRDH heeft voor de komende jaren een Strategische Agenda ontwikkeld en vastgesteld. Hierin zijn ook speerpunten voor Leidschendam-Voorburg opgenomen. Relevante documenten Bouwsteen Mobiliteit en bereikbaarheid (iBabs nr. 2219) Stappenplan Leidschendam Centrum (iBabs nr. 3823)

31

3. Economie Het programma Economie richt zich op het bevorderen van de lokale en regionale economische ontwikkeling, het versterken van het ondernemersklimaat en het scheppen van voorwaarden voor werkgelegenheid, innovatie en duurzame groei. Wat willen we bereiken? Leidschendam-Voorburg is een economisch vitale gemeente. Samen met publieke en private partners werken we aan het vernieuwen en verduurzamen van winkelgebieden, kantoren en bedrijventerreinen. We streven naar een hoog voorzieningenniveau passend bij verdere verstedelijking, voldoende passende en betaalbare bedrijfsruimte en een aantrekkelijk en groen buitengebied met economisch verdienmodel. Via regionale samenwerking dragen we bij aan een sterke regio. We versterken de relatie en samenwerking met het bedrijfsleven, onder andere via accountmanagement en centrummanagement. Vanwege de schaarse ruimte in onze gemeente, willen we zorgen voor voldoende plek voor werken en voorzieningen (niet-wonenfuncties). Wat gaan we ervoor doen? Toerisme, horeca en evenementen Doel 1: Het bevorderen van toerisme, horeca en evenementen ter versterking van de lokale economie en leefbaarheid. Activiteiten: • Een geactualiseerd evenementenbeleid dat intern en extern goed werkbaar is. • Een geactualiseerde visie recreatie en toerisme.

Toelichting: Binnen dit beleidsterrein stimuleert de gemeente toerisme, horeca en evenementen om de lokale economie te versterken en de leefbaarheid te vergroten. Door het actualiseren van het evenementenbeleid en de visie op recreatie en toerisme wordt ingespeeld op nieuwe ontwikkelingen en behoeften van inwoners, bezoekers en ondernemers. Het doel is een aantrekkelijk en goed georganiseerd aanbod dat bijdraagt aan een levendige gemeente. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Het implementeren van het evenementenbeleid. Streefwaarde: In het eerste kwartaal van 2026 is het evenementenbeleid geïmplementeerd. • Indicator 2: Het opstellen van een visie voor recreatie en toerisme. Streefwaarde: In 2026 is er een visie voor recreatie en toerisme opgesteld. Economie en Ondernemerschap Doel 1: Het stimuleren van een gezond en toekomstbestendig ondernemersklimaat. Activiteiten: • Waarborgen dat er voldoende ruimte is en blijft voor niet-wonenfuncties. • Ontwikkelvisie vernieuwen en verduurzamen van kernwinkelgebied De Julianabaan. • Uitvoeringsagenda economie. • Behouden en beter benutten van bedrijventerreinen. - Regionale samenwerking voor behoud en toekomstbestendigheid. - Lokaal samenwerken met MKB-LV en organiseren van netwerkbijeenkomsten. - Inzetten op behoud van metrage bedrijvigheid en duurzame toekomstbestendigheid.

• Om het vestigingsklimaat te versterken worden maatregelen voor leefbaarheid en aantrekkelijkheid van het winkel- en horecagebied Damcentrum uitgevoerd. 32

• •

Oplevering transformatie Herenstraat 40-42 in 2027. Gemeentelijke input leveren aan de invulling van commerciële of maatschappelijke functies.

Toelichting: Ruimte is schaars in onze gemeente dus om voldoende ruimte te behouden voor werken en voorzieningen, reserveren we gemiddeld 5% van het oppervlak voor niet-wonenfuncties, evenredig met de groei van de woningbouw. Dit geldt als uitgangspunt bij grote ontwikkelprojecten. Bij de herontwikkeling van de Julianabaan werken we aan een aantrekkelijk, groen en levendig centrum voor bewoners, ondernemers en bezoekers. We zorgen dat bedrijventerreinen aantrekkelijk blijven door in te zetten op samenwerking en een sterke ondernemersorganisatie, waarmee we bijdragen aan een gezonde lokale economie. Door te werken aan een prettige en aantrekkelijke omgeving voor bezoekers en ondernemers versterken we het vestigingsklimaat van het Damcentrum. Dit doen we onder andere door een ontwerp te maken voor een herinrichting van de Damlaan en door een onderzoek naar het verplaatsen van de weekmarkt naar dit gebied. Dit draagt bij aan een bruisende kern met een gevarieerd aanbod aan winkels en horeca en meer werkgelegenheid. Het bedrijfsverzamelgebouw Herenstraat biedt ruimte voor ondernemerschap, innovatie en maatschappelijke initiatieven. Zo versterken we de lokale economie en bieden we kansen voor samenwerking tussen bedrijven en maatschappelijke partners. Door de juiste invulling dragen we bij aan levendigheid in het gebied.

Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Het aandeel van het bouwoppervlak van ontwikkellocaties dat wordt gerealiseerd als ruimte voor niet-wonenfuncties. Streefwaarde: Vanaf 2026 bestaat 5% van het bouwoppervlak op ontwikkellocaties uit nietwonenfuncties. • Indicator 2: Gebiedsvisie voor het woon-, werk- en winkelgebied De Julianabaan. Streefwaarde: Vastgesteld in 2026. • Indicator 3: Uitvoeringsagenda economie en participatie met externe partners. Streefwaarde: Gereed in 2026. • Indicator 4: Samenwerking met MKB-LV (klankbord, adviesrol, gezamenlijke projecten/activiteitenplan). Streefwaarde: Structureel ingericht vanaf 2026. • Indicator 5: Gesprekken met twee bedrijventerreinen over de energietransitie. Streefwaarde: Afgerond eind 2026. • Indicator 6: Plan voor de herinrichting van de Damlaan. Streefwaarde: Vastgesteld in 2026. • Indicator 7: Onderzoek naar de verplaatsing van de weekmarkt naar het Damcentrum of het President Kennedyplein. Streefwaarde: Afgerond in 2026. • Indicator 8: Aanpassing van het kruispunt Damlaan-Damplein-Damstraat-Zaagmolenstraat voor verkeersveiligheid en leefbaarheid. Streefwaarde: Uitgevoerd in 2026. • Indicator 9: Oplevering bedrijfsverzamelgebouw. Streefwaarde: Eind 2027. • Indicator 10: Mate van benutting van bedrijfsruimte in het bedrijfsverzamelgebouw Streefwaarde: Minimaal 80% bezetting in 2028 Wat mag het kosten? Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

1.522

705

855

855

855

Lasten

2.151

1.433

1.414

1.414

1.414

Saldo van lasten en baten

-629

-728

-558

-558

-558

Economie

Bedragen x € 1.000

33

Toelichting baten en lasten per onderdeel De baten en lasten van het programma Economie bedragen voor 2026 respectievelijk € 705.000 en € 1.433.000. De baten bestaan met name uit: • Degeneratievergoeding aanleg glasvezel • Markt- en standplaatsgelden • Toeristenbelasting • Reclamebelasting De lasten bestaan met name uit: • Uitvoering economisch beleid • Bijdrage aan de MRDH voor het economisch vestigingsklimaat • Beleidsinzet en transactiekosten bij (ver)koop van onroerend goed • Inzet van een accountmanager bedrijven • Beheer en onderhoud van markten • Subsidiëring van het ondernemersfonds • Uitvoeringsprogramma recreatie, toerisme en evenementenbeleid Ontwikkeling begrotingssaldi Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Primitieve begroting 2025

-716

-712

-712

-712

Kadernota 2026 - 2029

147

147

147

147

Startpositie meerjarenbegroting 2026 - 2029

-569

-566

-566

-566

Exogene en autonome ontwikkelingen

16

16

16

16

Taakstelling Inwonersbijdrage MRDH

16

16

16

16

Loon- en prijsontwikkeling

38

38

38

38

Doorlichting begroting

-159

10

10

10

Financieel technische mutaties

-54

-57

-57

-57

Saldo meerjarenbegroting 2026 - 2029

-728

-558

-558

-558

Economie

Bedragen x € 1.000

Toelichting specifieke financiële mutaties Exogene en autonome ontwikkelingen Taakstelling Inwonersbijdrage MRDH Conform de opdracht uit de kaderbrief gemeenschappelijke regelingen tot het realiseren van een bezuiniging is op het budget van de MRDH een taakstelling doorgevoerd. Deze taakstelling is in overleg met de MRDH verwerkt en leidt tot een structurele verlaging van het budget per 2026. Toelichting algemene financiële mutaties Loon- en prijs ontwikkeling Overeenkomstig de uitgangspunten in de Kadernota 2026-2029 zijn de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen in de begroting verwerkt.

34

Doorlichting begroting Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting opnieuw kritisch naar de budgetten gekeken en worden, daar waar dat noodzakelijk is en een beter inzicht geeft, budgetten bijgesteld. Per programma ontstaan hierdoor kleine afwijkingen. Per saldo wordt de taakstelling uit de Kadernota van € 400.000 hiermee ingevuld en is daarnaast nog sprake van een voordelig effect op het begrotingssaldo. Financieel technische mutaties Bij deze mutaties gaat het om de aanpassingen die verband houden met de kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de loonkosten en de kosten van tractiemiddelen aan de juiste programma's toegerekend. Daarnaast zijn de kapitaallasten bijgesteld op basis van het investeringsplan 2026-2029, waarin ook de prijsontwikkeling, de fasering van investeringen en de besluiten uit de Kadernota zijn verwerkt. Betrokken verbonden partijen MRDH Economie Door de regionale samenwerking in de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH), Businesspark Haaglanden en het regionale Woon-werkakkoord dragen we bij aan de economische ontwikkeling van onze gemeente. Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam 14 Functiemenging

Eenheid %

16 Vestigingen van bedrijven per 1.000 inwoners 15-65 jaar

Peiljaar Waarde Bron 2025 37,5 (landelijk 58,3%) CBS BAG / LISA bewerking ABF Research 2025 137 (landelijk 141) LISA

Toelichting op de indicatoren 14 Functiemenging De functiemengingsindex (FMI) weerspiegelt de verhouding tussen banen en woningen, en varieert tussen 0 (alleen wonen) en 100 (alleen werken). Bij een waarde van 50 zijn er evenveel woningen als banen. 16 Vestigingen van bedrijven Het aantal vestigingen van bedrijven, per 1.000 inwoners in de leeftijd van 15 tot 65 jaar.

Relevante documenten Begroting & zienswijze MRDH (iBabs 3388) Bouwsteen economie en bedrijvigheid (iBabs 2221) Maatregelen ter verhoging van de leefbaarheid van Damcentrum (iBabs 1841)

35

4. Onderwijs Het programma Onderwijs richt zich op het bevorderen van gelijke onderwijskansen en een goede leeromgeving voor alle kinderen en jongeren in de gemeente. De gemeente heeft een wettelijke taak in onderwijshuisvesting en een regierol in het bevorderen van de onderwijskwaliteit, het tegengaan van achterstanden en het ondersteunen van leerlingen en ouders. Wat willen we bereiken? We willen dat ieder kind in onze gemeente kansrijk en gezond kan opgroeien. Onze focus ligt op de brede ontwikkeling van het kind, waarbij elk kind de kansen krijgt waardoor het zijn/haar talenten kan ontwikkelen. We zetten in op het versterken van de pedagogische basis, waardoor elk kind gelijke kansen krijgt. In het kader van inclusief onderwijs moet er voor elk kind een passende onderwijsplek in de eigen vertrouwde omgeving beschikbaar zijn. Het onderwijs vervult hierbij een belangrijke taak. We zetten in op een doorgaande lijn tussen kinderopvang en primair onderwijs zodat kinderen op hun vierde jaar goed kunnen instromen in het onderwijs. We voorkomen vroegtijdig schoolverlaten en stimuleren jongeren om hun startkwalificatie te behalen. Om goed onderwijs te kunnen bieden is voldoende en passende onderwijshuisvesting noodzakelijk.

We werken aan een integraal huisvestingsplan dat niet alleen de onderwijsbehoefte dekt, maar ook nadrukkelijk ruimte biedt voor de samenwerking met maatschappelijk partners zoals kinderopvang en onderwijsondersteuning. Dit bevordert een naadloze overgang voor kinderen van opvang naar onderwijs en creëert een vertrouwde en stimulerende omgeving waarin zij zich zo breed mogelijk kunnen ontwikkelen. Schoolgebouwen voor primair onderwijs worden (integrale) kindcentra met een wijkfunctie. Deze aanpak draagt bij aan de sociale cohesie doordat naast onderwijs en opvang ook andere activiteiten plaatsvinden. Buitenruimten worden in afstemming met het onderwijs ingericht als groen-blauwe schoolpleinen. De ambities en doelen voor het versterken van de pedagogische basis zijn vastgelegd in de Lokale Educatieve Agenda (LEA), die samen met de opvang, de schoolbesturen en de samenwerkingsverbanden is ontwikkeld. In de LEA werken we onder andere aan inclusieve kinderopvang, inclusief onderwijs en de pedagogische basis. Vanuit het Actieplan Jeugd wordt ook ingezet op het versterken van de pedagogische basis omdat daarmee het gebruik van jeugdzorg en de kosten van jeugdzorg worden teruggedrongen.

Tenslotte heeft de gemeente vanuit haar wettelijke taken op het gebied van jeugd contacten met alle betrokken partners in dit veld, een belangrijke taak in het voeren van regie op de samenwerking tussen zorg- en onderwijspartners. Wat gaan we ervoor doen? Onderwijsbeleid Doel 1: Kinderen starten met een goede uitgangspositie aan het basisonderwijs Activiteiten: • Verhogen van het bereik op de voorschool door het uitbreiden van het aantal locaties. • Verbeteren van het verwijzings- en toeleidingsproces binnen de jeugdgezondheidszorg, zodat de voorschoolse educatie wordt benutten voor de peuters die het nodig hebben is. • Verbeteren van de doorgaande lijn tussen kinderopvang en primair onderwijs. • Doorontwikkelen van vormen van ‘passende kinderopvang’.

36

Toelichting: Als gemeente zijn we verantwoordelijk voor voldoende aanbod Voorschoolse Educatie (VE) zodat kinderen goed kunnen starten aan het basisonderwijs. Dit wordt gedekt vanuit onderwijsachterstandsmiddelen die de gemeente ontvangt van het Rijk. In 2024 is de peutermonitor geïmplementeerd. Dit is een informatievoorziening waarmee de gemeente en VE-partners zicht krijgen op het bereik van de doelgroeppeuters. Hieruit komt een bereik van 57%. In 2026 werken we aan het verhogen van het bereik op de VE. Dit doen we door o.a. nieuwe VE-locaties te openen in de wijken waarin het bereik achterblijft. De gemeente is wettelijk verantwoordelijk voor het indiceren, verwijzen en toeleiden van peuters voor de VE. Die taak is belegd bij de Jeugdgezondheidszorg (JGZ). Om het bereik voor de VE te verhogen worden in 2026 de procesafspraken tussen de gemeente en JGZ verder verbeterd. Met basisscholen waar een VE-locatie is aangesloten, worden jaarlijks afspraken gemaakt over de overgang van VE-peuters naar het basisonderwijs. Hierbij worden jaarlijks speerpunten en de voortgang daarop gedeeld met de gemeente. In de eerste helft van 2026 worden de twee groepen passende kinderopvang geëvalueerd. Op deze groepen wordt extra jeugdhulp aangeboden zodat kinderen die extra ondersteuningsbehoefte hebben op de VE-groep kunnen blijven.

Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: bereik op de voorschoolse educatie onder doelgroepkinderen, als bijdrage aan gelijke ontwikkelkansen. Streefwaarde 1: jaarlijks procentuele toename van het aantal peuters dat deelneemt aan de voorschoolse educatie, ter bevordering van hun ontwikkelkansen. Streefwaarde 2: jaarlijks dalende lijn in voortijdige uitval van peuters op de voorschoolse educatie. Doel 2: Kinderen krijgen passende en inclusieve ondersteuning in onderwijs en kinderopvang, dichtbij huis en zoveel mogelijk in een reguliere setting. Activiteiten: • Evaluatie van de bestaande onderwijs-jeugdarrangementen (OJA's) die jeugdhulp en onderwijs met elkaar verbinden. • Evaluatie van de lopende pilot startklassen. • Afbouwen van individuele jeugdhulp in het onderwijs. • Een meer preventiegerichte invulling van leerplicht om vorm te geven aan het leerrecht. • Voorbereiding en start van de pilot inclusieve kinderopvang (Vlietkinderen). Toelichting: Met de beweging naar inclusief onderwijs wordt gewerkt aan gelijke kansen voor alle kinderen en jongeren. Daarmee worden uitdagingen aangepakt zoals de groeiende wachtlijsten, het aantal thuiszittende jongeren en de problemen rondom leerlingenvervoer. In 2026 zet de gemeente stappen richting inclusief onderwijs 2035. Dit doet onze gemeente niet alleen.

Binnen de H3-regio (Den Haag, Rijswijk, onze gemeente en de twee samenwerkingsverbanden Passend Onderwijs) is een ambitie agenda opgesteld voor 2025-2029. Tevens zijn in het Actieplan Jeugd interventies opgenomen die bijdragen aan inclusiever onderwijs. Onze gemeente financiert Onderwijs Jeugdhulp Arrangementen (OJA's) in het schooljaar 2025–2026 via de gemeente Den Haag. Er is besluitvorming nodig waarin wij als gemeente een eigen standpunt innemen over hoe we OJA’s duurzaam vormgeven en vanuit welke samenwerking. Daarbij is het van belang te beoordelen of deze vorm van collectieve jeugdhulp bijdraagt aan het doel van inclusiever onderwijs. De pilot startklassen richt zich op kinderen voor wie nog niet duidelijk is welke ondersteuning zij nodig hebben. Deze klassen zijn bedoeld om schoolaanwezigheid te bevorderen en tijdig passende ondersteuning in te zetten. De LEA-doelstelling is om kinderen vanaf vier jaar te laten instromen in het reguliere onderwijs. In de praktijk zien we dat sommige kinderen uitvallen in de reguliere kinderopvang en voorschoolse educatie. De pilot inclusieve kinderopvang bij de lokale kinderopvangorganisatie Vlietkinderen biedt deze kinderen een plek met extra ondersteuning in de groep. Binnen deze pilot worden twee groepen 37

opgestart. De gemeente volgt de voortgang en voert hierover gesprekken met betrokken partijen. Daarnaast maakt de gemeente met scholen afspraken over hoe leerplicht preventiever kan worden ingezet, om vroegtijdige uitval te voorkomen. Zowel op regionaal als lokaal niveau zetten we in op een beweging richting meer collectieve inzet van zorg op school, zodat ondersteuning laagdrempelig en breed beschikbaar is. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: aantal aanvragen voor individuele jeugdhulp op school, als gevolg van versterkte basiszorg. Streefwaarde: In 2030 is jeugdhulp gehalveerd. Middels de uitvoering van actieplan jeugd bepalen we jaar tot jaar het ambitieniveau. • Indicator 2: Mate van contact tussen leerplicht en leerlingen//ouders met als doel het voorkomen van schoolverzuim. Streefwaarde: Doorlopende toename in vroegtijdig contact tussen leerplicht en leerlingen/ouders om schoolverzuim te voorkomen. Onderwijshuisvesting Doel 1: Scholen binnen het primair en voortgezet onderwijs voorzien van voldoende en kwalitatief goede huisvesting. Activiteiten: • Uitvoeren van de drie resterende projecten uit de ‘oude’ integrale huisvestingsplannen voor primair onderwijs (2019-2023) en voortgezet onderwijs (2017-2026): - renovatie van CBS De Vijverhof. - vervangende nieuwbouw van Sint-Maartenscollege. - vervangende nieuwbouw van RKBS Maria Bernadette (Kindcentrum Ruysdael).

- Uitvoeren projecten uit IHP PO en VO 2025-2040 (na vaststelling). - Vervangende nieuwbouw Montessorischool + nevenvestiging Dalton College. - Renovatie + nieuwbouw OBS De Margriet. - Renovatie + nieuwbouw Dalton College. - Nieuwbouw dislocatie PCBS De Zonnewijzer. - Vervangende nieuwbouw Basisschool De Driemaster. - Vervangende nieuwbouw SBO De Vliethorst. Toelichting: De gemeente is op basis van haar wettelijke zorgplicht voor onderwijshuisvesting verantwoordelijk voor de (ver-)nieuwbouw van schoolgebouwen en voor de beschikbaarheid van voldoende ruimte voor bewegingsonderwijs. Samen met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties wordt iedere 16 jaar een Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgesteld om inzicht te krijgen in de huisvestingsopgaven voor zowel de korte als lange termijn. Hierin staat de (talent)ontwikkeling van het kind en hoe een gebouw daaraan kan bijdragen centraal. Daarnaast zijn functionaliteit, inclusiviteit, bereikbaarheid, toegankelijkheid en duurzaamheid belangrijke thema’s. Voor de eerste 4 jaar wordt een uitvoeringskader opgesteld waarin projecten worden uitgewerkt op basis van de gezamenlijke visie op onderwijs, vastgestelde beleidskeuzes en wettelijke eisen. Daarnaast komen ook de te verwachten investeringen en koppelkansen met andere maatschappelijke opgaven aan bod.

Elke vier jaar wordt het IHP herijkt op basis van de evaluatie van voorgaande projecten en (nieuwe) maatschappelijke ontwikkelingen. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Integrale huisvestingsprojecten conform IHP en Uitvoeringsprogramma. Streefwaarde: Gedefinieerd, uitgewerkt en gerealiseerd. • Indicator 2: Tijdelijke onderwijshuisvesting voor start van (ver-)nieuwbouw. Streefwaarde: Beschikbaar gesteld in 2026.

38

Wat mag het kosten? Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

2.614

2.217

2.218

2.218

2.218

Lasten

9.965

11.450

10.341

11.487

11.324

Saldo van lasten en baten

-7.351

-9.233

-8.123

-9.269

-9.106

Onderwijs

Bedragen x € 1.000

Toelichting baten en lasten per onderdeel De baten en lasten van het programma Onderwijs bedragen voor 2026 respectievelijk € 2.217.000 en € 11.447.000. De baten bestaan met name uit: • Rijksmiddelen voor onderwijsachterstanden • Rijksmiddelen voor leerplicht • Huuropbrengsten kinderopvangruimtes in schoolgebouwen (IKC’s) De lasten bestaan met name uit: • Leerlingenvervoer • Voor- en vroegschoolse educatie • Instroomgroepen voor statushouders • Aanpak van laaggeletterdheid • Brede school activiteiten • Leerplicht • Lokale educatieve agenda • Kapitaallasten en exploitatielasten van schoolgebouwen • Tijdelijke onderwijshuisvesting Ontwikkeling begrotingssaldi Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Primitieve begroting 2025

-9.531

-8.458

-9.527

-8.957

Startpositie meerjarenbegroting 2026 - 2029

-9.531

-8.458

-9.527

-8.957

Loon- en prijsontwikkeling

-173

-173

-171

-171

Doorlichting begroting

621

444

448

54

Financieel technische mutaties

-149

64

-18

-31

-9.233

-8.123

-9.269

-9.106

Onderwijs

Saldo meerjarenbegroting 2026 - 2029 Bedragen x € 1.000

Toelichting algemene financiële mutaties Loon- en prijs ontwikkeling Overeenkomstig de uitgangspunten in de Kadernota 2026-2029 zijn de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen in de begroting verwerkt. Doorlichting begroting Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting opnieuw kritisch naar de budgetten gekeken en worden, daar waar dat noodzakelijk is en een beter inzicht geeft, budgetten bijgesteld. Per programma

39

ontstaan hierdoor kleine afwijkingen. Per saldo wordt de taakstelling uit de Kadernota van € 400.000 hiermee ingevuld en is daarnaast nog sprake van een voordelig effect op het begrotingssaldo. Financieel technische mutaties Bij deze mutaties gaat het om de aanpassingen die verband houden met de kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de loonkosten en de kosten van tractiemiddelen aan de juiste programma's toegerekend. Daarnaast zijn de kapitaallasten bijgesteld op basis van het investeringsplan 2026-2029, waarin ook de prijsontwikkeling, de fasering van investeringen en de besluiten uit de Kadernota zijn verwerkt. Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam Eenheid 17 Absoluut verzuim (niet op Aantal per 1.000 school ingeschreven inwoners 5-18 jaar leerplichtigen) 18 Relatief verzuim Aantal per 1.000 inwoners 5-18 jaar 19 Voortijdige % schoolverlaters totaal (VO + MBO) %

Peiljaar 2024

Waarde 2,2 (landelijk 5,7)

Bron DUO/Ingrado

2024

44 (landelijk 26)

DUO/Ingrado

2024

2,8 (landelijk 2,4)

DUO/Ingrado

Toelichting op de indicatoren 17 Absoluut verzuim (niet op school ingeschreven leerplichtigen) Van absoluut verzuim is sprake als een leerplichtige jongere tussen de 5 en 16 jaar of een jongere van 16 of 17 jaar die valt onder de kwalificatieplicht niet is ingeschreven op een school of instelling en ook niet vrijgesteld is van de inschrijvingsplicht. 18 Relatief verzuim Van relatief verzuim is sprake als een jongeren wel op een school staat ingeschreven, maar gedurende een bepaalde tijd de lessen/praktijk verzuimt (ongeoorloofd afwezig). Ook veelvoudig te laat komen kan hiertoe worden gerekend. 19 Voortijdige schoolverlaters totaal (VO + MBO) % Het percentage van het totaal aantal leerlingen van het VO en MBO (12 tot 23 jaar) dat voortijdig, dat wil zeggen zonder startkwalificatie, het onderwijs verlaat. Relevante documenten Lokale Educatieve Agenda (LEA) (iBabs nr. 3230) Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs (IHP) (iBabs nr. 900) Monitor Sociaal domein (iBabs nr. 3819)

40

5. Sport, cultuur en recreatie Het programma Sport, Cultuur en Recreatie richt zich op het bevorderen van een actief, gezond en maatschappelijk betrokken leven voor inwoners. De gemeente stimuleert sportdeelname, cultuurbeleving en recreatief gebruik van de openbare ruimte. Dit programma draagt bij aan sociale samenhang, persoonlijke ontwikkeling, leefbaarheid en aantrekkelijkheid van de gemeente. Wat willen we bereiken? Sport, kunst, cultuur, erfgoed en recreatie spelen een cruciale rol in het creëren van levendigheid en aantrekkelijkheid in onze gemeente. Ze dragen bij aan de publieke gezondheid, samenhang en verbinding in de maatschappij (sociale cohesie), de ontwikkeling van vaardigheden, ruimtelijke kwaliteit en bieden plezier aan onze inwoners. De gemeente moedigt ondernemers en vrijwilligers aan en ondersteunt hen bij het organiseren van evenementen en activiteiten. De gemeente ondersteunt sportverenigingen om sport en bewegen toegankelijk te maken voor alle inwoners van onze gemeente, met speciale aandacht voor hen die op dit moment (nog) geen gebruik (kunnen) maken van deze voorzieningen. Samen met sportverenigingen blijft de gemeente investeren in hoogwaardige sportfaciliteiten. Op het gebied van cultuur richt de gemeente zich op het verwelkomen van doelgroepen in het culturele veld die een afstand hiertoe ervaren, vanwege financiële, fysieke of andere drempels.

Zo zetten we ons in voor cultuureducatie door kinderen een culturele basis mee te geven. Door middel van de cultuurmakelaar verstevigen we ons culturele veld. De gemeente wil hiermee bereiken dat cultuur toegankelijk wordt voor alle inwoners. We willen Leidschendam-Voorburg de komende jaren zichtbaar groener, meer biodivers en klimaatbestendiger maken, en daarmee een positieve bijdrage leveren aan de fysieke, mentale en sociale gezondheid van onze inwoners. De druk op de ruimte neemt toe en daarmee staat het cultureel erfgoed onder druk. Op het gebied van erfgoed zet de gemeente daarom in op behoud, beheer en beleving. Via de Omgevingsvisie en daaruit volgende programma's en door het aanwijzen van monumenten worden cultuurhistorische waarden behouden. Subsidieregelingen dragen bij aan het beheer en de beleving van erfgoed. Wat gaan we ervoor doen? Sport Doel 1: Bevorderen van sport- en beweegdeelname onder álle inwoners. Activiteiten: • Uitvoering van het Sportakkoord 2.0. • Voorzetting en verbreding van de inzet van rolmodellen in de wijk in Leidschendam-Noord en Bovenveen (sport en cultuur). • Verbetering en onderhoud van sportaccommodaties. • Investeren in een kunstgrasveld en tijdelijke onderwijshuisvesting bij Forum Sport. • Exploitatiebijdrage energiekosten voor sportverenigingen en burgers. • Ontwikkeling van nieuw sportbeleid.

Toelichting: In 2026 zetten we het Sportakkoord van Leidschendam-Voorburg voort met een gerichte focus op vitale sportaanbieders, ruimte voor sport en bewegen voor iedereen, een sociaal veilige sportomgeving en een gezonde sportketen. We geven hierbij bijzondere aandacht aan jongeren en ouderen. Zo stimuleren we sportdeelname in alle levensfasen. Samen met partners zoals NOC*NSF, sportverenigingen en maatschappelijke organisaties versterken we de sportinfrastructuur via 41

(financiële) ondersteuning (zoals de voucherregeling), opleidingen en maatgerichte begeleiding. Met de inzet van lokale rolmodellen worden wijkbewoners uitgenodigd tot meer sport en bewegen. Zo is het project “Moeders en dochters samen in beweging” gestart in Leidschendam-Noord door stichting Studielokalen in samenwerking met Sport en Welzijn. Door de inzet van lokale rolmodellen en het stimuleren van ouderbetrokkenheid worden moeders actief betrokken, wat bijdraagt aan het versterken van de relatie tussen moeders en dochters. Verder investeren we in een aantrekkelijke sportinfrastructuur. Denk aan renovatie van het cricketveld, de meerjarenonderhoudsprognose voor gebouwen op sportaccommodaties en de herontwikkeling van Sportpark ’t Loo. Hiermee verhogen we de kwaliteit en veiligheid van sporten. Voor verdere toelichting wordt verwezen naar de Paragraaf Kapitaalgoederen. Tot slot werkt de gemeente aan een nieuwe, integrale Sport- en Beweegvisie op, samen met inwoners en partners. Deze visie bouwt voort op de evaluatie van de Sportvisie 2016–2020 en op het Sportakkoord 2.0. Belangrijke thema’s zijn: bewegen als norm, open sportaccommodaties, aandacht voor kwetsbare groepen, en samenwerking met sport, zorg, welzijn en onderwijs. De visie sluit aan bij landelijke doelen zoals het GALA en richt zich op gedragsverandering en realistische inzet van middelen.

Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Versterking van de kwaliteit en deskundigheid binnen sport- en cultuurverenigingen. Streefwaarde: Minimaal 10 verenigingen nemen in 2026 deel aan opleidingsprogramma’s gericht op versterking van bestuur, vrijwilligers of trainers. • Indicator 2: Stimuleren van sportdeelname en sociale binding binnen gezinnen met een lage sportdeelnamegraad. Streefwaarde: In 2026 nemen 80 moeders en dochters deel aan het voortgezette programma Samen in Beweging en starten 20 vaders en zoons met een nieuw traject. • Indicator 3: Tevredenheid van sporters en verenigingen over de kwaliteit van sportaccommodaties. Streefwaarde: Minimaal beeldkwaliteit B wordt in 2026 behaald en behouden als norm voor alle sportaccommodaties volgens de gebruikerservaring. • Indicator 4: inwoners doen genoeg aan beweging. Streefwaarde: percentage inwoners dat via zelfbeoordeling aangeeft vrijwel nooit genoeg te bewegen, is 5% of lager. Cultuur en cultureel erfgoed Doel 1: Het bewerkstelligen van een rijk cultureel leven voor alle inwoners Activiteiten: • Het uitvoeringsplan voor cultuureducatie is in 2026 geïmplementeerd samen met partners en een ontwikkelgroep is opgezet voor de verdere ontwikkeling van cultuureducatie.

• Verbindende acties van de cultuurmakelaar (bijeenkomsten voor verschillende doelgroepen over diverse thema's; samenwerking tussen scholen, culturele aanbieders en nieuwe culturele initiatiefnemers; attendering van cultuuraanbieders op externe financieringskansen). • Vaststellen van een plan voor ‘bibliotheken van de toekomst’ waarin de exploitatie en de programmering is opgenomen. • Oplevering nieuwe bibliotheek locatie Fluitpolderplein is gepland in het derde kwartaal van 2026. • In 2026 wordt de invulling van de Huiskamer van Voorburg/bibliotheek verder geconcretiseerd. Toelichting: De cultuurvisie Een rijk cultureel leven voor iedereen richt zich op lokaal en toegankelijk cultureel aanbod en voorzieningenniveau, waarbij er speciale aandacht is voor doelgroepen die nog weinig in aanraking komen met de culturele voorzieningen of drempels ervaren bij deelname aan culturele activiteiten. Hiermee sluit het cultuurbeleid zich aan bij de sociale basis, zoals via cultuur op recept. Drempels worden verlaagd via communicatie, subsidies en gerichte programma’s. Om de kwaliteit van het culturele aanbod te behouden, worden jaarlijks exploitatiesubsidies verstrekt 42

aan enkele cultuuraanbieders in de gemeente. Op die manier wordt het cultureel voorzieningenniveau in de gemeente gegarandeerd. Cultuureducatie is een belangrijke ambitie uit de cultuurvisie. In het uitvoeringsplan cultuureducatie beschrijft de gemeente de acties voor de komende jaren. Via Cultuur Educatie met Kwaliteit (CMK) dat via subsidie van het Fonds voor Cultuurparticipatie en de provincie Zuid-Holland wordt gerealiseerd tot 2028, worden scholen in onze gemeente begeleid in het borgen en duurzaam integreren van cultuureducatie in hun onderwijsprogramma. Via CMK kunnen scholen gratis gebruik maken van deskundigheidsbevorderingsprogramma's voor cultuureducatie bij de bibliotheek. De gemeente ontwikkelt twee nieuwe bibliotheeklocaties. De huiskamerfunctie is hierbij belangrijk, net als het onderling verbinden van de vijf wettelijke taken die de bibliotheek heeft, namelijk leesbevordering, kennis en informatie geven, mogelijkheden bieden voor ontwikkeling en educatie, organiseren van ontmoeting en debat en kennis laten maken met kunst en cultuur. Er wordt een plan opgesteld voor de exploitatie en programmering van de bibliotheken van de toekomst. Via visualisaties (zoals een app over de 17e eeuw), vrijwilligers en het Huygensmuseum maken we erfgoed levendig en herkenbaar. Daarnaast volgt een meerjaren-exploitatieovereenkomst met het museum voor continuïteit.

De subsidieregeling Beleefbaar Erfgoed en het Erfgoedpodium worden in stand gehouden en we steunen evenementen gericht op erfgoed, zoals de Open Monumentendag. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: aantal scholen voor primair onderwijs dat actief is in cultuureducatie. Streefwaarde: Alle basisscholen in Leidschendam-Voorburg geven een vorm van cultuureducatie. • Indicator 2: Beschikbaarheid en gebruik van historische educatieve middelen voor leerlingen. Streefwaarde: In 2026 zijn drie nieuwe historische visualisaties beschikbaar gesteld en hebben scholen een instructie/les ontvangen over het gebruik hiervan. • Indicator 3: Vergroten van kennis en capaciteit binnen het culturele veld en versterken van het netwerk. Streefwaarde: in 2026 worden door de cultuurmakelaar onder andere drie tot vier bijeenkomsten georganiseerd voor het culturele veld. Doel 2: Het behouden, beheren en beleven van cultureel erfgoed Exogene en autonome ontwikkelingen • Onderzoek aanwijzen van beschermde objecten en gebieden • Omzetting van Gebiedsbiografie erfgoed in erfgoedbeleid • Verbeterslag in de beschikbare erfgoeddata • Actualisatie van de subsidieregeling voor monumenten Toelichting: Voortschrijdend inzicht en de groeiende druk op de ruimte leggen steeds vaker het kwetsbare cultureel erfgoed bloot.

Om dit erfgoed te kunnen behouden voor de toekomst, onderzoekt de gemeente daarom welke objecten en gebieden aanvullend beschermd kunnen worden. De gebiedsbiografie Erfgoed biedt hiervoor voldoende informatie en vormt een stevige basis om om te zetten in erfgoedbeleid. Het is wenselijk om dit beleid te actualiseren, zodat recente ontwikkelingen en nieuwe inzichten kunnen worden verwerkt in zowel de omgevingsvisie als het omgevingsplan. Daarnaast is het voor het uitvoeren van wettelijke taken noodzakelijk dat beschikbare data over erfgoed goed kan worden ontsloten en geduid. Hierbij speelt de erfgoedkaart, die een verplicht onderdeel is van de Omgevingswet, een belangrijke rol. Ook de subsidieregeling voor monumenten draagt bij aan het beheer en behoud van cultureel erfgoed. Deze regeling behoeft echter actualisatie om aan te blijven sluiten bij de huidige ontwikkelingen en behoeften. Indicatoren en streefwaarden: • Indicator 1: Onderzoek naar aanvullende objecten of gebieden die bescherming behoeven. Streefwaarde: Eerste onderzoek opgeleverd in 2026. • Indicator 2: Vertaling van de gebiedsbiografie erfgoed naar erfgoedbeleid. Streefwaarde: Voorzet opgeleverd in 2026. • Indicator 3: Vervaardiging van specialistische digitale kaarten en ondergronden. Streefwaarde: Gereed in 2026 en 2027. • Indicator 4: Geactualiseerde subsidieregeling. 43

•

Streefwaarde: Concept ter vaststelling aangeboden in 2027. Indicator 5: Betrekken van monumenteigenaren bij de geactualiseerde regeling via participatie. Streefwaarde: Uitgevoerd bij opstellen van de regeling.

Openbaar groen Doel 1: Versterken van biodiversiteit, klimaatbestendigheid en groene leefomgeving. Activiteiten: • Uitvoeren acties Groenactieplan 2024–2026. • Uitvoeren maatregelen Bomenplan 2026. • Naar uitvoering toe brengen van de projecten Duin, Horst & Weide (DHW); Loozone, Leidschendammerhout en groenblauwe dooradering. • Opstellen definitief ontwerp en voorbereiden uitvoering Buurtvisie Voorburg-Noord noord. • Aangepast maaien, snoeien en ander beheer voor omgevingskwaliteit en verbetering van ecologische waarden. • Groen-blauwe schoolpleinen. • Aanplanten en vervangen bomen vanuit Bomenbeleidsplan met hoge ecologische waarden. • Het exotenbeleid wordt opgesteld. Toelichting: Behoud en versterken van groen en biodiversiteit is een belangrijke ambitie van de gemeente. Het Groen Actie Plan (GAP) beschrijft verschillende vergroeningslocaties voor dit en volgend jaar en geeft een doorkijk naar projecten die de jaren daarna geagendeerd kunnen worden. Of deze geagendeerd worden hangt af van of ze technisch mogelijk zijn en of er voldoende draagvlak voor is. Daarnaast komen er maatregelen voor vergroening, biodiversiteit en klimaatbestendigheid zoals groen-blauwe schoolpleinen. We werken via o.a. de Loozone, centrale groenzone en Leidschendammerhout aan landschapsontwikkeling en natuurkwaliteit.

Voor een hittebestendige en groene wijk wordt een integrale herinrichting voorbereid. Vergroeningsmaatregelen worden hierbij expliciet meegenomen. Ter bevordering van biodiversiteit en het tegengaan van hittestress worden vergroenings- en klimaatadaptieve maatregelen geïntegreerd in de integrale herinrichting van de buitenruimte in Voorburg Noord-noord. In de tweede helft van 2025 is het ontwerptraject, waarbij klimaatbestendigheid, verbeteren van de leefkwaliteit en versterken van het groen in de buurt een belangrijke rol spelen gestart. In 2026 wordt het definitief ontwerp verwacht waarna gestart wordt met de technische uitwerking ter voorbereiding van de realisatie. Voor de Vlietzone zetten we in op het versterken van recreatie, biodiversiteit, waterberging en een uitloopgebied voor de stad, met de Groenblauwe Loper als verbindende structuur. Daarbij wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor doorontwikkeling van o.a. Sportpark Westvliet. We zoeken locaties voor het aanplanten van 200 extra bomen per jaar tot 2036 met hoge ecologische waarden. Hiervoor komen ‘open plekken’ in de openbare ruimte in aanmerking (indien technisch mogelijk) of er vindt aanplanting van bomen binnen al geplande projecten en herinrichtingen plaats.

Indicatoren en Streefwaarden: Als algemene ambitie voor het openbaar groen streven we naar het principe van 3-30-300 en naar een volledige vergroende inrichting van alle schoolpleinen in 2035. • Indicator 1: Bevordering van vergroening, biodiversiteit en klimaatbestendigheid op schoolpleinen. Streefwaarde: Er worden in 2026 3 groen-blauwe schoolpleinen ontwikkeld. • Indicator 2: Werken aan landschapsontwikkeling en natuurkwaliteit. Streefwaarde: Ontwerpstudie en uitvoeringsplan Loozone en centrale groenzone. • Indicator 3: Uitvoering en vernieuwen van het groenactieplan. Streefwaarde: We werken aan de uitvoering van het groenactieplan en stellen een nieuw groenactieplan op. • Indicator 4: Versterking van de stedelijke groenstructuur ter bevordering van klimaatadaptatie, biodiversiteit en leefkwaliteit. Streefwaarde: Uiterlijk 2026 zijn er tenminste 200 extra bomen als toevoeging op het bekende gemeentelijke areaal geplant.

44

Wat mag het kosten? Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Baten

3.644

3.556

3.606

3.606

3.606

Lasten

23.633

25.213

25.019

24.807

24.652

Saldo van lasten en baten

-19.989

-21.656

-21.413

-21.201

-21.046

Sport, cultuur en recreatie

Bedragen x € 1.000

Toelichting baten en lasten per onderdeel De baten en de lasten van het programma Sport, Cultuur en Recreatie bedragen voor 2025 respectievelijk € 3.556.000 en € 25.213.000. De baten bestaan met name uit: • Huurinkomsten voor (sport)accommodaties • Huurinkomsten van musea en legesopbrengsten met betrekking tot archieven • Huurinkomsten voor de bibliotheekgebouwen • Huurinkomsten van volkstuinen • Boetes met betrekking tot handhaving van bouwvergunningen De lasten bestaan met name uit: • • • • • • • • • • • • • • •

De financiering van combinatiefunctionarissen Sportstimuleringsmaatregelen De uitvoering van het lokaal sportakkoord Beheer, exploitatie, onderhoud, rente, en afschrijvingslasten van sportaccommodaties Subsidie aan theaters Cultuureducatie Amateurkunst beheer gemeentelijke accommodaties voor cultuur Subsidies aan Musea Archiefbeheer Subsidies voor monumentenzorg Reguliere uitgaven ten behoeve van erfgoedbeheer Subsidies aan bibliotheken en de lokale omroep Beheer en onderhoud van de openbare ruimte Beheer en exploitatielasten van watergangen, parken, speelvoorzieningen en openbare kunst

45

Ontwikkeling begrotingssaldi Sport, cultuur en recreatie

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Begroting 2029

Primitieve begroting 2025

-19.399

-19.028

-19.080

-19.054

Kadernota 2026 - 2029

-547

-697

-474

-326

-19.946

-19.725

-19.554

-19.380

Exogene en autonome ontwikkelingen

-65

-65

0

0

Capaciteit bomenbeleidsplan 2026 - 2036

-65

-65

0

0

Loon- en prijsontwikkeling

138

132

158

157

Administratieve wijzigingen

100

0

0

0

Doorlichting begroting

-341

-191

-191

-191

Financieel technische mutaties

-1.543

-1.565

-1.614

-1.632

Saldo meerjarenbegroting 2026 - 2029

-21.656

-21.413

-21.201

-21.046

Startpositie meerjarenbegroting 2026 - 2029

Bedragen x € 1.000

Toelichting specifieke financiële mutaties Exogene en autonome ontwikkelingen Capaciteit bomenbeleidsplan 2026 - 2036 Voor de uitvoering van het bomenbeleidsplan zijn voor de jaren 2026 en 2027 extra personele capaciteit en middelen benodigd. Conform het raadsvoorstel (ibabs 3879) worden deze lasten gedekt uit de bestemmingsreserve Duurzaamheid. Toelichting algemene financiële mutaties Loon- en prijs ontwikkeling Overeenkomstig de uitgangspunten in de Kadernota 2026-2029 zijn de financiële effecten van de loon- en prijsontwikkelingen in de begroting verwerkt. Doorlichting begroting Jaarlijks wordt bij het opstellen van de begroting opnieuw kritisch naar de budgetten gekeken en worden, daar waar dat noodzakelijk is en een beter inzicht geeft, budgetten bijgesteld. Per programma ontstaan hierdoor kleine afwijkingen. Per saldo wordt de taakstelling uit de Kadernota van € 400.000 hiermee ingevuld en is daarnaast nog sprake van een voordelig effect op het begrotingssaldo. Financieel technische mutaties Bij deze mutaties gaat het om de aanpassingen die verband houden met de kostenverdeelsystematiek. Hierbij worden de loonkosten en de kosten van tractiemiddelen aan de juiste programma's toegerekend.

Daarnaast zijn de kapitaallasten bijgesteld op basis van het investeringsplan 2026-2029, waarin ook de prijsontwikkeling, de fasering van investeringen en de besluiten uit de Kadernota zijn verwerkt.

46

Betrokken verbonden partijen Dunea Betrokkenheid bij het programma: Levering betrouwbaar drinkwater. Indicatoren Verplichte indicatoren Nr. Naam 20 Niet-sporters

Eenheid %

Peiljaar Waarde Bron 2023 42,4 (landelijk 44,0) Gezondheidsmonitor volwassenen, GGD’en, CBS en RIVM

Toelichting op de indicatoren 20 Niet-sporters Het percentage niet-wekelijks sporters t.o.v. bevolking van 19 jaar en ouder. Bevolking van 19 jaar en ouder dat niet minstens één keer per week aan sport doet. Relevante documenten Integraal zorgakkoord (IZA) (iBabs nr. 3733) Gezond en actief leven akkoord (GALA) (iBabs nr. 3482) Cultuurvisie (iBabs nr. 3597) Groenactieplan 2024-2026 (iBabs nr. 3443) Sportakkoord 2.0 (iBabs 3482)

47

6. Sociaal domein Het programma Sociaal Domein richt zich op het bevorderen van participatie, zelfredzaamheid, sociale samenhang en ondersteuning van kwetsbare inwoners. De gemeente biedt hulp en voorzieningen aan mensen die tijdelijk of langdurig ondersteuning nodig hebben op het gebied van zorg, inkomen, werk en jeugdhulp. Uitgangspunt is dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven meedoen in de samenleving, met passende ondersteuning waar nodig. Wat willen we bereiken? Iedereen moet in onze gemeente mee kunnen doen, maar dat is niet altijd vanzelfsprekend. Soms lukt het mensen (tijdelijk) niet om mee te doen in de samenleving. Het is belangrijk dat mensen in deze gevallen terug kunnen vallen op hun eigen omgeving en netwerk. Wanneer dat niet of beperkt mogelijk is dan kunnen zij rekenen op de steun van de gemeente. We streven ernaar dat inwoners: • zichzelf kunnen redden op alle levensterreinen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg (zelfredzaamheid); • zichzelf kunnen redden met behulp van het sociale netwerk (samenredzaamheid); • regie hebben over het eigen leven (zelfregie). Daarbij geldt dat, als het de inwoner zelf (even) niet lukt en ook niet met behulp van het sociale netwerk, er een rol weggelegd is voor de (lokale) overheid om de nodige ondersteuning te bieden.

Samen met partners en inwoners wil de gemeente ondersteuning bieden aan wie dat nodig heeft. Dat doen wij door het versterken van samenwerking, het vergroten van de kracht van de gemeenschap en zorgen dat hulp die nodig is in samenhang wordt geboden. Daarvoor is een duidelijke regierol van de gemeente nodig en een samenhangende uitvoering van het sociaal beleid. Om de samenhang te versterken wordt de sociale basis versterkt, worden de subsidieen de inkoopkaders aangepast en de toegang tot ondersteuning geëvalueerd en doorontwikkeld in lijn met het richtinggevend kader voor lokale (wijk) teams. De gemeente wil een toekomstbestendig vangnet bieden dat inwoners helpt om mee te (blijven) doen in de samenleving. Herziening van de toegang In 2025 is met hulp van de VNG-tool Verkenningsinstrument Toegang een analyse van de staat van de gemeentelijke toegang gemaakt. Deze is met de Raad gedeeld. Vervolgens is een opzet gemaakt voor een integrale herziening van de gemeentelijke toegang tot zorg en ondersteuning in het sociaal domein. Deze zogeheten Routekaart, die eind 2025 gereedkwam , gaat vanaf 2026 uit de startblokken. Mogelijk worden in de tweede helft van 2026 nieuwe beleidsaccenten in de herziening van de toegang, op grond van het coalitieakkoord 2026-2030.

Daarnaast sluit de herziening aan bij de landelijke kaders zoals de Hervormingsagenda Jeugd en het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming. In Leidschendam-Voorburg is de beweging ingezet om in 2030 de jeugdzorg te hebben gehalveerd. Met 1 op de 7 kinderen in de jeugdzorg is het systeem vastgelopen én onbetaalbaar geworden. Maar het pijnlijkste is dat het huidige systeem steeds meer kinderen uitsluit van het gewone leven en hen het gevoel geeft dat zíj het probleem zijn . Om deze negatieve spiraal te doorbreken, is een fundamenteel nieuw perspectief nodig. Hierbinnen wordt de focus verlegd van het individuele kind naar de context en de gemeenschap. Niet het individuele kind staat centraal, maar de context en de gemeenschap waarin het opgroeit. Normale opvoedvraagstukken worden niet gemedicaliseerd, maar erkend als onderdeel van het leven – inclusief de onzekerheden die daar onlosmakelijk bij horen. We kiezen niet voor nóg meer professionals, maar willen de positie van ouders verstevigen. Dat doen we door hen te verbinden en zo samen te werken als gemeenschap. We ondersteunen en versterken de pedagogische basis in de leefwereld van kinderen – thuis, op school en in de buurt. Ieder kind heeft het recht op ontwikkeling, passend bij zijn of haar mogelijkheden zodat het kind kan opgroeien tot een zelfbewuste veerkrachtige volwassene.

Wij hebben vertrouwen in ouders/verzorgers en hun sociale netwerk bij het opvoeden van kinderen. Als (jeugd)hulp 48

noodzakelijk is dan is dat ondersteunend aan het normale leven waarbij goed wordt gekeken naar het daadwerkelijke probleem zodat oplossingen ook duurzaam zijn. Wat gaan we ervoor doen? Jeugdhulp Doel 1: We zetten in op een halvering van de jeugdhulp in 2030. Activiteiten: • Versterking van de pedagogische basis, o.a. met uitvoering jongerenwerk. • Uitvoering van een ‘stopstrategie’ en vaststelling van een nieuwe verordening jeugd. Toelichting: Om dit doel te bereiken is in 2024 het actieplan jeugd vastgesteld. Het actieplan komt voort uit de noodzaak om andere oplossingen te vinden voor problemen, vanuit de overtuiging dat jeugdhulp in veel gevallen niet het antwoord zou moeten zijn voor maatschappelijke problemen. Naast de inhoudelijke lijn is het actieplan ook ingegeven door de alsmaar toenemende kosten. Het actieplan vormt de basis voor een meerjarige aanpak, waarin bewust een nieuwe koers wordt ingezet met als doel om structurele en fundamentele veranderingen aan te brengen in de manier waarop jeugdhulp nu wordt ingezet. Door te focussen op de omgeving waarin kinderen opgroeien, kan de stijgende vraag naar jeugdhulp worden verminderd en blijft jeugdhulp beschikbaar voor kinderen die dit het meest nodig hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=625b4dcd-d345-4815-af5a-16ba3df4fff1