CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3713 - Toelichting en regels 'TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a'

Raadsvergadering 8 oktober 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a31.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Door een goede stedenbouwkundige inpassing, slimme plattegronden en duurzaam materiaalgebruik hebben bewoners, maar ook de 1828 Groep als eigenaar en verhuurder, er lang plezier van. Beleidsnota dakterrassen 'Het dak op' De beleidsnotitie 'Het dak op' (vastgesteld 8 juli 2008) bevat concrete toetsingscriteria waaraan aanvragen voor dakterrassen worden getoetst. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een dakterras spelen het waarborgen van de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en het veiligstellen van de privacy van de buren een belangrijke rol. In de nota worden algemene regels gegeven voor het bouwen van een dakterras waaraan elke aanvraag moet voldoen. Voor een aantal gebieden is vanwege het specifieke straatbeeld en de waardevolle architectuurtoepassing van het dakterrassenbeleid uitgesloten. Voor dergelijke situaties is een solitaire belangenafweging noodzakelijk. de planlocatie valt in het deelgebied 'suburbaan'. Binnen dit deelgebied zijn dakterrassen mogelijk. De toetsingscriteria uit de beleidsnotitie zijn onder andere dat de dakterrassen van binnenuit ontsloten zijn, dat daglichttoetreding van de omringende panden niet wordt verminderd en dat geen andere bouwwerken dan een hekwerk mogen worden gebouwd. De dakterrassen voldoen aan deze voorwaarden.

32 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

3.4.8 Geluid Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder Leidschendam-Voorburg In Leidschendam-Voorburg speelt geluidhinder bij het realiseren van nieuwe ruimtelijke plannen vrijwel altijd een rol. Een belangrijke reden hiervan is dat veel nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente plaatsvinden in bestaand stedelijk gebied en dus op reeds geluidbelaste locaties. Veelal gaat het om plannen voor nieuwbouw van geluidsgevoelige functies zoals woningen, scholen e.d. Bij toetsing van de geluidhinderaspecten bij dit soort van plannen was, voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet, de Wet geluidhinder van toepassing. De beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder Leidschendam-Voorburg had betrekking op het verlenen van ontheffing van de voorkeursgrenswaarden. Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet is deze beleidsregel achterhaald. Het aspect geluid in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling wordt verder beschreven in paragraaf 4.6. 3.4.9 Groenstructuur Bomennota In de gemeente Leidschendam-Voorburg staan in totaal 31.000 bomen. Een deel daarvan staat in de hoofdboomstructuur. De bestaande situatie van de bomen in Leidschendam-Voorburg is te vinden op de kaarten in het groenbeheersysteem. Leidschendam-Voorburg is een groene gemeente met een grotendeels verstedelijkt karakter dat ten oosten van De Vliet overgaat in het open veenweidegebied.

De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft naar het behoud en versterking van het aanwezige groenbestand. Uitbreiding en verdichting van het stedelijk gebied mogen in principe niet ten koste gaan van de totale kwaliteit van het groen in de gemeente. De Bomennota (vastgesteld februari 2017) dient als toetsingskader voor het nemen van besluiten voor de uitvoering van verordeningen (onder andere kapvergunningen en andere delen van de omgevingsvergunningen) voor bomen. In de groenstrook nabij de rotonde staan drie bomen die vanwege de ontwikkeling gekapt gaan worden. De bomen in de groenstrook worden niet beschreven in de bomennota. Groenstructuurplan 'Buitengewoon groen' Het gemeentelijk groenstructuurplan geeft op hoofdlijnen aan welk groen van belang is op gemeentelijk niveau en waar het groen versterkt kan worden. Het plan garandeert het groene karakter van de gemeente in de toekomst door de hoofdgroenstructuur duidelijk te benoemen, verbindingen te maken en de ligging aan het buitengebied te versterken. De nadruk van het groenstructuurplan ligt op het stedelijk gebied.

Het groenstructuurplan hanteert een indeling van het gemeentelijk groen in drie niveaus, te weten:  Groene zones: de groene zones zorgen, naast het huisvesten van groene stedelijke functies zoals sportvelden, parken, volks- en schooltuinen, kinderboerderijen e.d., ook voor aantrekkelijke routes vanuit het stedelijk gebied naar het buitengebied;  Groene lijnen: de groene lijnen ondersteunen de stedelijke structuur. Dit groen heeft een belangrijke belevingswaarde omdat veel mensen in aanraking komen met dit groen;  Groene wijken: de groene wijken zorgen voor een aantrekkelijke groene woonomgeving en dit groen geeft identiteit aan de wijk. Eén van de groene zones is de Vlietzone; de Vliet met de Vlietoevers. In de groenstrook nabij de rotonde staan drie bomen die vanwege de ontwikkeling gekapt gaan worden. Er worden in deze groenstrook en in de strook ten westen van de nieuwbouw nieuwe bomen aangeplant.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

33

3.4.10 Luchtkwaliteit Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft naar een gezonde leefomgeving voor haar inwoners en bezoekers. Ze heeft daarom ten aanzien van de luchtkwaliteit de ambitie dat in 2030 geen enkele inwoner in de gemeente blootgesteld wordt aan een hogere concentratie dan de WHO-advieswaarde. Met het Actieplan luchtkwaliteit 2016-2020 (vastgesteld d.d. 25-04-16) wil de gemeente bijdragen aan het formuleren van beleid en een aanzet geven tot het uitvoeren van maatregelen in de komende vier jaar. De horizon van dit actieplan luchtkwaliteit reikt niet tot 2030. De bijdrage van dit actieplan is in het doel samengevat om te zorgen dat in 2020 de emissie van verontreinigende stoffen in de gemeente tenminste 10% lager is dan de autonome ontwikkeling nu aangeeft. Het aspect luchtkwaliteit in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling wordt verder beschreven in paragraaf 4.5. Schone lucht akkoord Leidschendam-Voorburg werkt sinds 2007 aan verbetering van de luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit houdt zich niet aan grenzen en vele bronnen liggen buiten de directe beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente. Rijk, provincies en gemeenten werken sinds 2009 samen in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).

Het doel van het NSL - de luchtkwaliteit voldoet overal in Nederland aan de EU-grenswaarden - is bereikt, maar de Gezondheidsraad stelt dat er geen ‘veilig niveau’ van luchtverontreiniging is. Daarom zetten de gezamenlijke overheden via het Schone Lucht Akkoord (SLA) in op een verdere verbetering van de luchtkwaliteit in Nederland om gezondheidswinst te realiseren. Daarbij wordt toegewerkt naar de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor luchtkwaliteit voor fijnstof en stikstofdioxide. Het gezamenlijk doel van de afspraken in het SLA is om in 2030 minimaal 50% gezondheidswinst uit binnenlandse bronnen te realiseren ten opzichte van 2016. 3.4.11 Seks en drugs Prostitutiebeleid Leidschendam-Voorburg 2006 Sinds oktober 2000 is het bordeelverbod afgeschaft. Vanaf dat moment is prostitutie op vrijwillige basis door meerderjarige personen die legaal in Nederland verblijven niet meer strafbaar. Gemeenten kunnen echter wel regels stellen aan prostitutie. In de regels van dit TAM-omgevingsplan is verwerkt dat voor het exploiteren van een seksinrichting een vergunning van burgemeester en wethouders nodig is. 3.4.12 Verkeer en parkeren Verkeers- en vervoersplan herijking 2014, met doorkijk naar 2040 Het herijkte Verkeer- en Vervoersplan 2014 is vastgesteld op 14 oktober 2014 en bestaat uit drie delen.

Onderdeel A geeft de visie en de opgaven van de gemeente Leidschendam-Voorburg bij het verkeers- en vervoerbeleid in de periode 2014-2020, met een doorkijk naar 2040. In het uitgebreidere deel B worden de achterliggende analyses en oplossingsrichtingen beschreven. Om de oplossingen uit te voeren zal een meerjaren uitvoeringsprogramma (deel C) worden opgesteld dat gekoppeld is aan het Investeringsprogramma Ruimtelijke Ontwikkeling en jaarlijks wordt geactualiseerd. Onderdeel van het uitvoeringsprogramma is een maatregelenlijst. Nota Parkeerbeleid 2021 De Nota Parkeerbeleid 2021 is vastgesteld op 6 april 2021. In de Nota Parkeerbeleid 2021 is de visie op parkeren in de gemeente Leidschendam-Voorburg vastgelegd en staan de kaders voor verdere uitwerking van het parkeerbeleid. De gemeente wil een duidelijk en eenduidig parkeerbeleid voeren, waarbij parkeerbeleid ook kan betekenen dat er juist geen parkeermaatregelen worden getroffen. Deze nota is tot stand gekomen op basis van twee gemeente brede enquêtes over parkeren, objectieve parkeermetingen en een interactief proces met een klankbordgroep bestaande uit bewoners en ondernemers. Nota Parkeernormen 2023 De Nota Parkeernormen is vastgesteld op 26 september 2023 en beschrijft de parkeernormen voor fiets en auto binnen de gemeente Leidschendam-Voorburg. Hieraan moet worden voldaan bij ruimtelijke ontwikkelingen binnen de gemeente.

De nota beschrijft de achterliggende rekenmethodiek en geeft aan onder welke voorwaarden van de norm mag worden afgeweken.

34 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

De auto is en blijft een belangrijk vervoersmiddel in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Grote delen van Leidschendam-Voorburg zijn vaak uitstekend bereikbaar per auto. Tijdens piekmomenten kan het voorkomen dat de wegcapaciteit onvoldoende blijkt voor het aantal verkeersbewegingen. Bij nieuwe ontwikkelingen moet daarom rekening gehouden worden met de gevolgen op de bereikbaarheid en mobiliteit van de gemeente als geheel. Voor de voorgenomen ontwikkeling wordt in paragraaf 4.4 nader ingegaan op de aspecten parkeren en verkeersgeneratie rondom autoverkeer. 3.4.13 Water Water- en rioleringsplan In het Water- en rioleringsplan Leidschendam-Voorburg 2022-2027, vastgesteld op 10 november 2021, is de toekomstvisie voor 2050 op de zorg voor riolering en grond- en oppervlaktewater beschreven. De volgende beleidsdoelen zijn als uitgangspunt aangehouden:  Water- en rioleringszorg draagt bij aan een goede volksgezondheid;  Leidschendam-Voorburg wordt duurzaam en klimaatbestendig gemaakt;  Water- en rioleringszorg draagt bij aan een schone en prettige leefomgeving;  De gemeente heeft een goede dienstverlening;  De gemeente levert kwaliteit tegen een maatschappelijk verantwoord kostenniveau. Om de ambitieuze doelen van het Water- en rioleringsplan te realiseren moet water een integraal onderdeel zijn van alle strategische en ruimtelijke plannen.

Het waterplan moet het waterbeheer inhoudelijk en procesmatig verbeteren, met voortdurende aandacht voor duurzaamheid. Bij een ruimtelijk plan dient een initiatiefnemer in het kader van de watertoets in een vroeg stadium overleg te voeren met de waterbeheerder over het planvoornemen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het aspect water in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling wordt verder beschreven in paragraaf 4.11.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

35

Hoofdstuk 4

Omgevingsaspecten

4.1 Inleiding In het kader van een ruimtelijke procedure dient voor diverse milieu- en omgevingsaspecten te worden aangetoond dat het plan uitvoerbaar is en dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk gemaakt te worden of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen en/of beperkingen aanwezig zijn voor de directe omgeving en de beoogde ontwikkeling zelf. In dit hoofdstuk wordt voor de beoogde ontwikkeling nader ingegaan op de verschillende aspecten; indien noodzakelijk is aanvullend onderzoek uitgevoerd. De betreffende rapportages maken als bijlage deel uit van deze toelichting. De verschillende onderzoeken zijn uitgevoerd voordat de Omgevingswet in werking trad. Hierdoor is de in de onderzoeken aangehaalde wet- en regelgeving niet altijd kloppend. De resultaten van de onderzoeken zijn wel relevant en juist. 4.2 Milieueffectrapportage De milieueffectrapportage (hierna: m.e.r.) is bedoeld om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld te brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over plannen en besluiten. De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit.

In artikel 16.34, tweede lid van de Omgevingswet is aangegeven dat onder een plan of programma, als bedoeld in artikel 2, onder a, van de SMB-richtlijn (richtlijn 2001/42/EG (Strategische milieubeoordeling), in ieder geval wordt verstaan een omgevingsvisie, een programma, een omgevingsplan en een voorkeursbeslissing. Toets De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 138 appartementen. Daarnaast wordt voorzien in collectieve functies op de begane grond en wordt voorzien in (fiets)parkeergelegenheid. Om inzicht te geven in potentiële milieueffecten is een aanmeldingsnotitie in het kader van de vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld (Peutz, Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, 12 januari 2024 september 2023, zie bijlage 1). Aangezien de impact op de beschouwde omgevingsaspecten beperkt van aard is en er geen nadelige gevolgen voor het milieu optreden, is het opstellen van een milieueffectrapportage niet nodig voor de beoogde ontwikkeling. 4.3 Ladder voor duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. De instructieregel in artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist.

Lid 2 van artikel 5.129g Bkl luidt: "Voor zover een omgevingsplan voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt met het oog op het belang van zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand in het omgevingsplan rekening gehouden met: a. De behoefte aan die stedelijke ontwikkeling; en b. Als die stedelijke ontwikkeling is voorzien buiten het stedelijk gebied of buiten het stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied: de mogelijkheden om binnen dat stedelijk gebied of binnen dat stedelijk groen aan de rand van de bebouwing van stedelijk gebied in die behoefte te voorzien." Is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling? De voorziene ontwikkeling ziet op de ontwikkeling van 138 woningen en wordt daarom aangemerkt als een 'stedelijke ontwikkeling'.

36 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Is er behoefte aan de ontwikkeling? In de randstad is een grote druk op de woningmarkt, welke nog steeds toeneemt. De woningmarkt is overspannen. Mede door de kleiner wordende huishoudens en de groeiende bevolking is er op dit moment meer vraag dan aanbod. De gemeente Leidschendam-Voorburg werkt samen met buurgemeenten bij de afstemming van de woningbouwprogramma's. De provincie Zuid-Holland heeft de woningmarktregio's gevraagd om een gezamenlijke woonvisie op te stellen en hun woningbouwprogramma regionaal af te stemmen. Dit heeft geresulteerd in de 'Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017 - 2021'. Zeker tot 2025 groeit het aantal huishoudens in de regio Haaglanden (50.000). De nieuwe huishoudens zijn gemiddeld kleiner, bestaan wat minder uit (klassieke) gezinnen zijn (iets) vaker eenverdieners. Voor de regio betekenen deze cijfers dat er in de komende jaren een aanzienlijke bouwopgave ligt om iedereen aan een goede woning te helpen. Een opgave waarbij de focus niet alleen ligt op eengezinswoningen, maar ook op gestapelde woningbouw. Dit laatste vanwege de verwachte toename van het aantal kleinere huishoudens. Met de voorgenomen ontwikkeling kan een deel van deze vraag worden opgevangen. Er wordt met dit plan voorzien in sociale huurwoningen en middeldure huurwoningen.

In de woonvisie is verder aangegeven dat men wil proberen om de positie van de groepen die het lastigst aan een geschikte sociale huurwoning komen te verbeteren, Te denken valt hierbij aan het verbeteren van de kansen voor jonge huishoudens (18 tot 28). De voorgenomen ontwikkeling richt zich op deze doelgroep. Daarnaast sluit het plan aan op de gemeentelijke Bouwsteen groene woongemeente. In deze bouwsteen is aangegeven dat de behoefte aan een goedkope woning het grootst is onder starters en jongeren op de woningmarkt. Op basis van de opgaven van deze bouwsteen wordt ingezet op een kwalitatief hoogwaardig woonmilieu met een hoge landschappelijke kwaliteit. De ontwikkeling speelt in op de woningbehoefte in Leidschendam-Voorburg. Ligt de stedelijke ontwikkeling buiten stedelijk gebied? de planlocatie ligt binnen stedelijk gebied. Met het doorlopen van de Ladder voor duurzame verstedelijking is voldoende gemotiveerd dat het plan Vlietweg 3 voldoet aan de marktvraag en behoefte. Het plan sluit aan op uitgangspunten en ambities van de regionale woonvisie en de Bouwsteen groene woongemeente. 4.4 Verkeer en parkeren Bij het evenwichtig toedelen van functies aan locaties is hoort ook goed omgaan met verkeer en parkeren.

Ten aanzien van verkeer is het van belang dat de nieuwe functie aantoonbaar geen onevenredige verkeersaantrekkende werking heeft en dat er sprake is van een acceptabele verkeerssituatie. Daarnaast dienen er voldoende parkeerplaatsen aanwezig te zijn voor de functies van de beoogde ontwikkeling. Om in beeld te brengen wat de verkeerskundige effecten van de ontwikkeling zijn is een verkeersstudie uitgevoerd (Goudappel, Verkeersstudie Vlietweg 3 Leidschendam, 5 september 2023, zie bijlage 2). In deze verkeersstudie wordt ingegaan op de verkeersgeneratie in de huidige en toekomstige situatie Verkeersgeneratie huidige verkeerssituatie In de huidige situatie liggen vijf parkeerplaatsen op eigen terrein, waarvan één in gebruik door de eigenaar van de timmerfabriek en vier parkeerplaatsen onderverhuurd zijn aan een derde partij. Op het grote terrein ten oosten van de planlocatie zijn in de huidige situatie 40 parkeerplaatsen beschikbaar. In de huidige situatie zijn er 360 motorvoertuigbewegingen op een gemiddelde werkdag. Dit genereert 36 motorvoertuigen in het ochtendspitsuur en 32 motorvoertuigen in het avondspitsuur.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

37

Verkeersgeneratie nieuwe verkeerssituatie De toekomstige ontwikkeling genereert 410 motorvoertuigenbewegingen op een gemiddelde werkdag. De ontwikkeling genereert 34 motorvoertuigbewegingen in het ochtendspitsuur en 37 motorvoertuigbewegingen in het avondspitsuur. Vanaf de planlocatie wordt al het verkeer ontsloten via de noordelijk gelegen rotonde Vlietweg Nieuwstraat - Delftsekade. Uit de analyse in de verkeersstudie blijkt dat zowel in de referentiesituatie als in de plansituatie er voldoende restcapaciteit per spitsuur aanwezig is om het verkeer via de rotonde te ontsluiten. Er worden geen verkeerskundige knelpunten verwacht als gevolg van de ontwikkeling. Uit de studie blijkt verder dat ook voor overige omliggende kruispunten (Vlietweg - Overgoo, Vlietweg - Noordelijke Verbindingsweg) sprake is van een acceptabele doorstroming voor de drukste ochtenden avondspitsuren. Fietsers en voetgangers de planlocatie wordt voor fietsers en voetgangers, net als in de huidige situatie, ontsloten via de noordelijk gelegen rotonde en de Nieuwstraat. Openbaar Vervoer de planlocatie is goed bereikbaar per openbaar vervoer. Op 2 minuten fietsen of 8 minuten lopen ligt een tramhalte. Een bushalte ligt op 3 minuten fietsen en 10 minuten lopen. Zie afbeelding 31.

Afbeelding 31: Afstand tot openbaar vervoer Bron: Presentatie bijeenkomst 2 maart 2022 Parkeren Ten tijde van het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan had de gemeente Leidschendam Voorburg geen specifieke parkeernormen vastgesteld voor jongerenhuisvesting. Evenmin kon gebruik worden gemaakt van de kentallen van het CROW; aangezien ook deze geen passende categorie voor deze doelgroep bevat. Daarom is in eerste instantie een onderzoek naar de parkeeropgave uitgevoerd (Empaction, Parkeeropgave Vlietweg 3, Leidschendam, 29 september 2023, zie bijlage 3). In oktober 2023 heeft de gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg de Nota Parkeernormen Leidschendam – Voorburg 2023 vastgesteld; de hierin opgenomen normen zijn gebaseerd op de meest recente richtlijnen van het CROW. In de toelichting op de Nota (paragraaf 2.1) wordt opgemerkt dat voor bepaalde functies, zoals jongerenwoningen of tijdelijke huisvesting geen passende categorie is opgenomen in de richtlijnen van het CROW.

38 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Daarom is in de Nota Parkeernormen 2023 hiervoor een (onderbouwde) eigen norm opgenomen. Nu de gemeente een nieuwe Nota Parkeernormen heeft vastgesteld, is met het oog op de vaststelling van dit TAM-omgevingsplan een nieuwe parkeerberekening gemaakt op basis van Nota Parkeernormen Leidschendam-Voorburg 2023. Een jongerenwoning is in de Nota Parkeernormen 2023 gedefinieerd als een doorgaans kleine (<30m²) meest door één persoon bewoonde woning. In de Nota Parkeernormen wordt voor de parkeernorm daarom aangesloten bij de CROW - norm voor 'zelfstandige kamerwoningen'. Bij jongerenwoningen die door middel van een contract uitsluitend door die specifieke doelgroep bewoond kunnen worden, kan – onderbouwd - ook een lagere norm worden gehanteerd. De reden hiervoor is dat het autobezit onder jongeren laag is en bovendien al jaren geen stijgende trend laat zien (zie paragraaf 4.3.1 Nota Parkeernormen 2023). Verder is relevant dat de gemeente Leidschendam – Voorburg een gemiddelde adressendichtheid heeft van 3005 per km². Daarmee valt Leidschendam-Voorburg in de klasse 'zeer sterk stedelijk'. De locatie Vlietweg 3 ligt in de wijk Leidschendam – Zuid en valt op grond van de Parkeernota in het gebied 'schil centrum'. Het perceel Vlietweg 3 en omgeving is niet aangewezen als 'blauwe zone' en is daarmee 'niet gereguleerd'.

Hieruit volgt dat voor het bepalen van de parkeernorm moet worden uitgegaan van de norm voor 'zeer sterk stedelijke gebieden' en 'schil centrum' in een gebied met ongereguleerd parkeren. Bij het bepalen van de parkeerbehoefte wordt onderscheid gemaakt tussen het parkeren door bewoners en door bezoekers. Voor beide moet de parkeerbehoefte worden bepaald, het totaal bepaalt de uiteindelijk te faciliteren parkeerbehoefte. Daarnaast is ook relevant dat de gemeente LeidschendamVoorburg initiatiefnemers stimuleert om zich in te zetten voor maatregelen die de mobiliteitstransitie bevorderen en het gebruik van andere vervoerswijzen dan de privéauto, zoals deelmobiliteit, fiets- of openbaar vervoer stimuleren. Als deelmobiliteit wordt aangeboden, kan een reductie worden toegepast op de parkeernormen. De maximale korting bedraagt 30% en is afhankelijk van de ligging van de ligging ten opzichte van een (hoogwaardig) OV knooppunt of halte, de vraag of sprake is van gereguleerd parkeren en het aanbod aan deelmobiliteit. Voor de omgeving van de Vlietweg 3 kan een maximale korting van 10% worden toegepast omdat dit geen gereguleerd gebied is en de afstand tot de in de Nota Parkeernormen genoemde HOV punten groter is dan 1km. Als richtlijn geldt een maximum van 1 deelauto op 30 woningen; waarbij het aantal deelauto's niet kleiner mag zijn dan 3.

Deze dienen binnen een straal van 200m tot het bouwplan beschikbaar te worden gesteld. In lijn met de insteek uit de Bouwsteen Bereikbaarheid en Mobiliteit (2021) voorziet het plan daarom in 3 deelauto's; deze bevinden zich allen binnen een afstand van 200m tot het bouwplan. Daarnaast dient door initiatiefnemer een contract te worden gesloten met een aanbieder van deelmobiliteit voor een periode van ten minste 5 jaar. Binnen die periode moet de parkeerdruk in de omgeving gedurende een periode van 3 jaar worden gemonitord om waar nodig actie te kunnen ondernemen en het gebruik van de deelauto's bij bewoners te stimuleren of beter af te stemmen op de vraag. Verder dient de ontwikkelaar gedurende de monitoringsperiode van 3 jaar regelmatig te rapporteren over het gebruik van de deelauto's. Hieruit wordt duidelijk wat de ontwikkelingen zijn op het deelmobiliteitsgebruik van de ontwikkeling en in hoeverre aanvullende acties gewenst zijn; deze acties worden vanuit de ontwikkelaar geïnitieerd. Deze afspraken zijn opgenomen in de anterieure overeenkomst die met initiatiefnemer is gesloten. Ten slotte is van belang dat alle parkeerplaatsen openbaar toegankelijk worden zodat dubbelgebruik van de parkeerplaatsen mogelijk is. Parkeerplaatsen bij woningen worden vooral 's nachts en 's avonds gebruikt terwijl parkeerplaatsen bij en voor bedrijven juist overdag de hoogste bezetting kennen.

De mate van dubbelgebruik is uit te drukken in aanwezigheidspercentages. Voorwaarde voor dubbelgebruik is dat de parkeerplaatsen volledig uitwisselbaar zijn. Dat wil zeggen dat een plaats bij dubbelgebruik niet aan een bepaalde woning of doelgroep kan worden toegewezen. Nu de parkeerplaatsen openbaar zullen zijn, is aan deze voorwaarde voldaan. De hierboven uitgewerkte uitgangspunten leiden tot de volgende parkeerbehoefteberekening.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

39

Programma: Bewoners app Bezoekers pp Commerciële ruimtes

norm

aantal

per

ongewogen

reductie

0,2 0,2 1,1

138 138 150

1 1 100

27,6 27,6 1,65

90% 100% 100%

56,85

ongewogen na reductie 24,84 27,6 1,65 54,09

Aanwezigheidspercentages dubbelgebruik: Functie Werkdag Werkdag Werkdag Koopavon Werkdag Zaterdag Zaterdag Zondag ochtend middag avond d nacht middag avond middag Wonen 50 60 90 80 100 60 80 70 (bewoners) Wonen 10 20 80 70 0 60 100 70 (bezoek) Commerciële 100 100 5 75 0 0 0 0 dienstverlening Parkeerbehoefte na Mobiliteitsreductie en rekening houdend met dubbelgebruik: Bij het bepalen van de totale parkeerbehoefte is rekening gehouden met vaste parkeerplekken voor 3 deelauto's. Daarnaast zijn ook de 7 (informele) parkeerplaatsen die als gevolg van de planontwikkeling zullen vervallen, opgenomen in de berekening van de totale parkeerbehoefte. Functie

Werkdag Werkdag Werkdag Koopavon Werkdag Zaterdag Zaterdag Zondag ochtend middag avond d nacht middag avond middag Bewoners 24,84 * 24,84* 24,84*0,9 24,84*0,8 24,84*1 24,84*0,6 24,84*0,8 24,84*0,7 app 0,5 = 0,6 = = = = = = = 12,42 14,90 22,36 19,87 24,84 14,90 19,87 17,39 Bezoekers 27,6 *0,1 27,6*0,2 27,6*0,8 27,6*0,7 27,6 * 0 27,6*0,6 27,6*1 27,6 *0,7 app = = = = = = = = 2,76 5,52 22,08 19,32 0 16,56 27,6 19,32 Commerciële 1,65 * 1 1,65 * 1 1,65*0,05 1,65*0,75 1,65*0 1,65*0 1,65*0 1,65*0 ruimtes = = = = = = = = 1,65 1,65 0,08 1,24 0 0 0 0 Parkeer16,83 22,07 44,52 40,43 24,84 31,46 47,47 36,71 behoefte Deelauto's 3 3 3 3 3 3 3 3 Compensatie 7 7 7 7 7 7 7 7 vervallen pp Totale 26,83 32,07 54,52 50,43 34,84 41,46 57,47 46,71 parkeerbehoefte De parkeerbehoefte voor het bouwplan - rekening houdend met de korting voor deelmobiliteit en dubbelgebruik - bedraagt totaal 44,52 parkeerplaatsen. Inclusief 3 parkeerplaatsen voor deelauto's en de vervangende 7 vervallen parkeerplaatsen bedraagt de totale parkeerbehoefte 55 parkeerplaatsen. Alle parkeerplaatsen worden openbaar. Om tegemoet te komen aan de wensen vanuit de omgeving in relatie tot extra parkeergelegenheid, voorziet het plan bovendien in de aanleg van 3 extra parkeerplaatsen waarmee het totaal op 58 parkeerplaatsen komt.

Daarmee staat vast dat hiermee een passende parkeeroplossing wordt geboden voor de ontwikkeling van het 1828 concept aan de Vlietweg 3 in Leidschendam.

40 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

4.5 Luchtkwaliteit Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet is een aantal regels rondom lucht veranderd. De overheid toetst minder (ruimtelijke) projecten aan de regels voor luchtkwaliteit. Vooral in en nabij de aandachtsgebieden moeten overheden toetsen aan de Rijks-omgevingswaarden. Dit hoeft niet als een project geen of weinig luchtverontreiniging veroorzaakt. Het project draagt dan 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtvervuiling. Toetsing aan de Rijks-omgevingswaarde is dan niet nodig. Een project of activiteit draagt niet in betekenende mate bij als de toename van de concentratie NO2 en PM10 niet hoger is dan 1,2 ug/m3. Dat is 3% van de omgevingswaarde voor de jaargemiddelde concentraties. Dit volgt uit artikel 5.53 en 5.54 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Om aannemelijk te maken dat een project binnen de NIBM-grens blijft, dient gemotiveerd te worden dat het project binnen de getalsmatige grenzen van een aangewezen categorie blijft. Onder deze standaardgevallen NIBM vallen kantoren, woonwijken en het telen van gewassen. Dit moet dan wel onder een bepaalde omvang blijven. In artikel 5.54 Bkl is aangegeven dat de omvang voor gebouwen met een woonfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan, met één ontsluitingsweg: ten hoogste 1.500 woningen of twee ontsluitingswegen: ten hoogste 3.000 woningen mag bedragen.

Het plan heeft betrekking op 138 woningen, waardoor de NIBM-grens niet wordt overschreden. Ter controle is de nibm-tool ingevuld, waaruit blijkt dat de ontwikkeling ruim onder de grenswaarde blijft (zie tabel 3).

Tabel 3: NIBM-tool Het plan draagt niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt daarmee geen belemmering voor de realisatie van dit plan. 4.6 Geluid Aangezien geluid van invloed kan zijn op de kwaliteit van de leefomgeving en de gezondheid van mensen. De Omgevingswet bevat daarom regels voor het bereiken en/of in stand houden van de gewenste geluidkwaliteit in samenhang met andere belangen. In het Bkl staan instructieregels waaraan de direct werkende regels in het omgevingsplan aan moeten voldoen. Deze regels zijn nodig voor het bereiken van de gewenste geluidkwaliteit. De direct werkende regels gelden voor degene die een activiteit verricht. De meeste direct werkende regels over geluid staan dan ook in het omgevingsplan. Bij het toelaten van een activiteit, (spoor)weg, industrieterrein of geluidgevoelig gebouw moet het gezag het geluid op geluidgevoelige gebouwen beoordelen. Een gebouw met een woonfunctie is in bijlage 1 Bkl aangewezen als een 'geluidgevoelig gebouw'. Bij het toelaten van een dergelijk gebouw bij een activiteit gelden instructieregels.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

41

De instructieregels in het Bkl gaan over de relatie tussen geluid door een activiteit en een geluidgevoelig gebouw. De waarden, eisen en mogelijkheden in de instructieregels voor het bereiken van een aanvaardbaar geluid, zoals genoemd in artikel 5.65 t/m 5.71 Bkl gelden voor geluidgevoelige gebouwen die voor langer dan 10 jaar worden toegelaten (artikel 5.55 lid 2 onder b Bkl). 4.6.1 Geluid van wegen, spoorwegen en industrieterreinen Zoals hiervoor beschreven vormen de Omgevingswet en het Bkl het wettelijk kader voor geluid. Daarnaast kan de gemeente ook eigen geluidbeleid vaststellen. De gemeente Leidschendam Voorburg heeft op het moment van schrijven van dit plan echter (nog) geen vastgesteld geluidbeleid dat aansluit op de Omgevingswet. In het Bkl worden staan met betrekking tot geluid de volgende begrippen centraal:  standaardwaarde  grenswaarde Bij het overschrijden van de standaardwaarde dient het belang van het beschermen van de volksgezondheid door een geluidluwe gevel worden betrokken (artikel 5.78ab lid 1 Bkl). Tevens dient een beoordeling plaats te vinden met betrekking tot de aanvaardbaarheid van het gecumuleerde geluid op een geluidgevoelig gebouw (artikel 5.78ac Bkl) en dient het gezamenlijke geluid te worden vastgelegd (artikel 5.78ad Bkl).

De grenswaarde geeft de waarde aan waarvan alleen bij zwaarwegende belangen en met geluidbeperkende maatregelen kan worden afgeweken. Geluidbronsoort Provinciale wegen Rijkswegen Gemeentewegen Waterschapswegen Lokale spoorwegen Hoofdspoorwegen Industrieterreinen

Standaardwaarde 50Lden

Grenswaarde 60Lden

53Lden

70Lden

55Lden

65Lden

50Lden 55Lden 40Lnight 45Lden Tabel 1: Overzicht standaardwaarden en grenswaarden voor geluidgevoelige gebouwen in geluidaandachtsgebieden Met het oog op de volksgezondheid is de geluidsituatie ter plaatse van de gevels van de nieuwe woningen als gevolg van wegverkeerslawaai inzichtelijk gemaakt. Hiervoor is een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Peutz, Woningbouw Vlietweg 3 te Leidschendam, Akoestisch onderzoek Omgevingswet, 21 december 2023, zie bijlage 4). Met het inwerkingtreden van de Omgevingswet zou ook de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVG) beschikbaar komen. In het CVG zijn onder andere alle geluidaandachtsgebieden, geluidbrongegevens en geluidproductieplafonds opgenomen. Op het moment van schrijven van dit plan was de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVG) nog niet beschikbaar. Daarom is een inschatting gemaakt van deze gegevens op basis van 'expert judgement'. In het onderzoek zijn de volgende wegen relevant bevonden:  N14  A4  Noordelijke verbindingsweg  Vlietweg  Nieuwstraat De N14 en A4 zijn rijkswegen; de overige wegen zijn gemeentewegen. De Vlietweg en de Nieuwstraat zijn 50km/u wegen. Op de N14 geldt deels een maximum snelheid van 50km/u en deels 70km/u. Op de A4 geldt voor zowel overdag als voor de avond en nachtperiode een maximum snelheid van 100 km/u. Voor de Noordelijke verbindingsweg geldt een maximum snelheid van 80km/u.

42 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Daarnaast bevinden zich op korte afstand tot de planlocatie enkele wegen met een snelheidsregime van maximaal 30km/u: Overgoo, Delftsekade, Oude Raadhuisstraat, Regthuysstraat, Ambachtstraat en De Oude Bleyk. Ten slotte bevindt zich direct ten oosten van de planlocatie een parkeerterrein met 50 parkeerplaatsen en een op- en afrit. Gelet op de afstand tussen de planlocatie en de tramlijn 19, die ten westen van de planlocatie loopt, is het geluid van de tram buiten beschouwing gelaten. Ten behoeve van het akoestisch onderzoek is een rekenmodel opgesteld waarin de geluidsimissie ten gevolge van de voornoemde wegen is gemodelleerd aan de hand van gegevens uit het geluidregister en door de gemeente Leidschendam - Voorburg aangeleverde verkeersgegevens. De berekeningen zijn uitgevoerd conform bijlage IVE van de Omgevingsregeling. De resultaten van de berekening zijn weergegeven in onderstaand overzicht. Bouwdeel Noordoost gevel Zuidoostgevel Zuidwestgevel Noordwestgevel

Maximaal berekende waarde (dB) Rijkswegen 56 60 58 49

Maximaal berekende waarde (dB) gemeentewegen 53 51 52 54

Hieruit volgt dat ter plaatsen van noordoost gevel, de zuidoost gevel en de zuidwest gevel de standaardwaarden voor Rijkswegen wordt overschreden. De standaardwaarde voor gemeentewegen worden alleen ter plaatse van de noordwestgevel ter plaatse van 2 beoordelingsposities overschreden. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden. Gelet op het feit dat de standaardwaarden in relatie tot rijkswegen worden overschreden is bezien in hoeverre geluidbeperkende maatregelen genomen kunnen worden. Daarbij is in de eerste plaats gekeken naar bronmaatregelen in de vorm van geluidreducerend asfalt of snelheidsverlaging. Daarbij is overwogen dat sprake is van een relatief kleinschalige ontwikkeling waardoor het toepassen van geluidreducerend asfalt als zeer ingrijpende maatregel kan worden beschouwd. Bovendien zijn rijkswegen niet in beheer bij de gemeente en grotendeels vaak al voorzien van geluidreducerend asfalt. Het terugbrengen van de maximum snelheid wordt niet als realistisch gezien. Bronmaatregelen zijn daarom niet nader beschouwd. Naast bronmaatregelen is tevens gekeken naar overdrachtsmaatregelen in de vorm van schermen of geluidswallen. Om voor de woningen een goede werking te hebben dienen de geluidschermen een behoorlijke lengte én hoogte te hebben, waardoor de kosten van een dergelijke maatregel hoog zullen zijn.

Bovendien stuit een dergelijk scherm naar verwachting op stedenbouwkundige bezwaren. Zodoende kan worden geconcludeerd dat het plaatsen van een scherm geen geschikte maatregel vormt. Gelet op het feit dat bron- en overdrachtsmaatregelen niet mogelijk zijn om het geluid tot de standaardwaarde terug te brengen, is tevens verkend in hoeverre in of aan de woningen voorzieningen kunnen worden gerealiseerd zoals inpandige balkons of schermen. Het plan voorziet echter in een appartementengebouw met relatief kleine woningen zonder balkons en/of loggia's die overwegend éénzijdig georiënteerd zijn. Een geluidluwe gevel is daardoor niet mogelijk. Gelet op het feit dat de grenswaarden niet wordt overschreden wordt, mede gezien de locatie, de doelgroep en comfort verhogende voorzieningen in de vorm van gemeenschappelijke (buiten)ruimten, de geluidimmissie op de gevels van de woningen met het oog op de volksgezondheid aanvaardbaar geacht. De gecumuleerde geluidsituatie wordt ten slotte als zeer goed tot matig gekwalificeerd en wordt als 'aanvaardbaar' beschouwd. Daarbij wordt meegewogen dat geen sprake is van overschrijding van de grenswaarde en dat in een dergelijk stedelijke situatie dergelijke geluidniveaus niet ongebruikelijk zijn.

Bovendien zullen de beoogde woningen voldoen aan de eisen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zodat een goed woon- en leefklimaat in de woningen gewaarborgd is. Railverkeerslawaai

Adviesbureau Haver Droeze BNT

43

Er geldt van rechtswege voor elke spoorlijn een zone die moet worden aangemerkt als 'geluidaandachtsgebied'. Bij spoorweglawaai is de breedte van de zone onder andere afhankelijk van het aantal sporen en de verkeersintensiteit. De hoofdspoorwegen Den Haag - Leiden en Den Haag - Gouda hebben zonebreedtes variërend van 100 tot 600 meter. de planlocatie ligt buiten deze zone waardoor toetsing van railverkeerslawaai achterwege kan blijven. Geluid van industrieterreinen de planlocatie ligt niet binnen een geluidaandachtsgebied van een industrieterrein zodat geen toetsing aan dit aspect is uitgevoerd. 4.6.2 Geluid van bedrijfsmatige activiteiten De regels voor geluid in relatie tot bedrijven zijn vastgelegd in paragraaf 5.1.4.2 (Geluid door activiteiten) Bkl gaan over de relatie tussen geluid door een activiteit en een geluidgevoelig gebouw. Deze regels gelden voor:  het toelaten van een nieuw en het aanpassen van een op een locatie toegelaten geluidgevoelig gebouw bij een activiteit;  het toelaten van een nieuwe en het aanpassen van een op een locatie toegelaten activiteit, waaronder het aanpassen van een bestaand beschermingsniveau. Of een combinatie van beide. Voor de volgende activiteiten gelden verschillende instructieregels:  standaard activiteiten; dit zijn alle activiteiten met uitzondering van: 1. specifieke activiteiten 2.

activiteiten op industrieterreinen met een geluidproductieplafond 3. activiteiten in de openbare buitenruimte en evenementen Voor een standaardactiviteit gelden de instructieregels uit paragraaf 5.1.4.2.1 Algemene bepalingen en paragraaf 5.1.4.2.2 Geluid door activiteiten, anders dan door specifieke activiteiten. Het bevoegd gezag regelt dit met de standaardwaarden of de flexibiliteitsbepalingen van het Bkl. Daarbij geldt een grenswaarde voor de binnenwaarde in een geluidgevoelig gebouw. Het geluid van hulpvoertuigen en menselijk stemgeluid, tenzij het muziekgeluid is of daarmee vermengd is, mag niet worden betrokken bij het vaststellen van en toetsen aan waarden en grenswaarden (artikel 5.743 Bkl). De standaardwaarden sluiten grotendeels aan bij de waarden uit het Activiteitenbesluit. Zij zorgen in het algemeen voor voldoende bescherming tegen geluid. Daarom is het niet nodig om een uitgebreide motivering op te nemen van deze waarde. De standaardwaarden staan in tabel 5.65.1 Bkl. Gemeenten kunnen er evenwel ook voor kiezen om - gemotiveerd - andere waarden vast te stellen. Ook is het mogelijk om geen waarden op te nemen of andere regels te stellen dan waarden. Indien wordt voldaan aan de standaardwaarden uit artikel 5.65 Bkl wordt in beginsel voldaan aan de eis van aanvaardbaarheid zoals opgenomen in artikel 5.59 Bkl.

De standaardwaarden zijn gebaseerd op de algemene geluidnormen uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. Voor piekgeluiden van activiteiten is deels een andere geluidnormering dan die van het Activiteitenbesluit opgenomen. Er geldt geen standaardwaarde voor piekgeluiden in de dagperiode. Voor de avond- en nachtperiode is een aparte (hogere) standaardwaarde opgenomen voor het (aandrijfgeluid) van transportmiddelen dan voor de andere piekgeluiden. De gemeente kan gemotiveerd afwijken van de standaardwaarden, bijvoorbeeld om mogelijkheden te bieden voor bedrijvigheid in een gemengd gebied. Voorwaarde is dat sprake moet zijn van 'aanvaardbaar geluid' op geluidgevoelige gebouwen.

44 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Onderstaande tabel geeft een overzicht van de standaardwaarden toelaatbaar geluid op een geluidgevoelig gebouw. Beschrijving Langtijdgemiddeld beoordelingsniveau LAr,Lt veroorzaakt door activiteiten Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door aandrijfgeluid van de transportmiddelen Maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door andere piekgeluiden

07.00-19.00u 50 dB(A)

19.00-23.00u 45 dB(A)

23.00-07.00u 40 dB(A)

-

70dB(A)

70 dB(A)

-

65 dB(A)

65 dB(A)

Een immissiewaarde voor een bepaald gebied geldt voor (een combinatie van):  nieuwe geluidgevoelige gebouwen bij bestaande activiteiten;  nieuwe activiteiten bij bestaande geluidgevoelige gebouwen;  bestaande activiteiten ten opzichte van bestaande geluidgevoelige gebouwen (tenzij sprake is van bestaand maatwerk of bestaande vergunningvoorschriften, op basis van overgangsrecht. Onder de Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit Milieubeheer werd bij de ruimte afweging over inpasbaarheid van functies in relatie tot het aspect geluid gebruik gemaakt van de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering. Wanneer kon worden voldaan aan de richtafstanden uit de VNG Brochure was - zonder nader onderzoek - aannemelijk dat sprake was van een goed woon- en leefklimaat. Afwijken van de richtafstanden was mogelijk mits door middel van onderzoek kon worden onderbouwd dat ook in dat geval sprake was van 'een goede ruimtelijke ordening'. Hoewel de Omgevingswet uitgaat van het principe van een 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties' is de achterliggende gedachte, het beschermen van de gezondheid van mensen en het borgen van een prettige en veilige leefomgeving, hetzelfde. Om die reden zijn de principes uit de VNG Brochure ook onder Omgevingswet onverminderd bruikbaar en toepasbaar.

In de VNG publicatie 'Bedrijven en milieuzonering' (2009) worden de bedrijfsactiviteiten van bedrijven ingedeeld in milieucategorieën. Vervolgens geeft de handreiking per standaard bedrijfstype aanbevelingen in de vorm van een richtafstand tot woningen of andere 'kwetsbare functies'. De richtafstand hangt onder meer af van de aard van de omgeving: een rustige woonwijk verdient een hoger beschermingsniveau dan een gebied waar al enige hinder kan optreden ten gevolge van bedrijven of infrastructuur (gemengd gebied). De handreiking maakt daarom onderscheid in 'omgevingen' bij verschillende bedrijfstypes, deze zijn weergegeven in onderstaande tabel. Categorie 1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6

Rustige woonwijk en buitengebied 10 30 50 100 200 300 500 700 1000 1500

Gemengd gebied 0 10 30 50 100 200 300 500 700 1000

De weergegeven afstanden worden gemeten tussen de perceelsgrens van het bedrijf en de gevel van de geluidgevoelige functie; in dit geval woningen. De systematiek van de VNG-brochure bestaat uit een stappenplan. De eerste stap betreft het toetsen aan de richtafstand. Als hieraan wordt voldaan kan verdere toetsing (in beginsel) achterwege blijven.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

45

Als niet wordt voldaan aan de richtafstand, dient in stap 2 aangetoond te worden dat voldaan wordt aan een langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) van 50 dB(A) en een maximaal geluidniveau (LAmax) van 70 dB(A). Indien niet aan stap 2 wordt voldaan kan, mits afdoende onderbouwd, in stap 3 worden getoetst aan een LAr,LT van 55 dB(A) en een LAmax van 70 dB(A). Binnen een straal van 100m rond de planlocatie bevinden zich de volgende bedrijven:  automobiel en garagebedrijf W. van den Berg, Vlietweg 8a (SBI-code 45.11, bedrijfscategorie 2 grootste richtafstand 30m);  onderhoudswerkplaats Gemeente Leidschendam - Voorburg, Nieuwstraat 2 (SBI code 45.11, bedrijfscategorie 2, grootste richtafstand 30m);  groothandel zorgproducten, Nieuwstraat 2a (SBI-code 46.4, bedrijfscategorie 2, grootste richtafstand 30m);  administratie- en belastingadviesbureau Deryas, Nieuwstraat 4 (SBI-code 69.2, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m);  Adviesbureau Spark parkeren, Nieuwstraat 4 (SBI-code 71.12, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m);  ict-bedrijf ITS, Nieuwstraat 6B (SBI-code 62.03, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m);  Uitvaartcentrum Lupine, Nieuwstraat 10A (SBI-code 96.03, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m);  touroperatorbedrijf ITO Tours, Nieuwstraat 10B (SBI-code 79.12, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m );  boekbinderij

Bronsgeest - Habi, Nieuwstraat 16A; (SBI-code 18.14, bedrijfscategorie 2 grootste richtafstand 30m);  uitzendbureau Feel Flex, Nieuwstraat 18A (SBI-code 78.201, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m);  pandhuis Klumpers Haaglanden, Nieuwstraat 18B (SBI-code 64.922, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m);  administratie- en belastingadviesbureau Adtrion, Nieuwstraat 20A (SBI-code 69.2, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m);  softwarebedrijf COT team, Overgoo 3 (SBI-code 62.02, bedrijfscategorie 1, grootste richtafstand 10m);  Escaperoomcentrum Den Haag - Mission Room Leidschendam, Overgoo 3 (SBI-code 93.2, bedrijfscategorie 2, grootste richtafstand 30m). Gelet op het feit dat ter plaatse van de Vlietweg 3 sprake is van functiemenging met woningen en verschillende bedrijven kan de omgeving van de planlocatie worden aangemerkt als 'gemengd gebied'. Met uitzondering van het automobiel- en garagebedrijf W. van den Berg (Vlietweg 8a) en de onderhoudswerkplaats van de gemeente (Nieuwstraat 2) wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG zodat ook zonder nader onderzoek in relatie tot de overige bedrijven aannemelijk is dat voldaan wordt aan de standaardwaarden. Voor het automobiel- en garagebedrijf W. van den Berg en de onderhoudswerkplaats van de gemeente geldt binnen 'gemengde gebieden' een richtafstand van 10 meter.

Deze richtafstand geldt met name voor het aspect geluid. De afstand tussen het automobiel- en garagebedrijf tot het beoogde appartementencomplex bedraagt circa 6 meter. De afstand tussen de onderhoudswerkplaats van de gemeente en het beoogde appartementencomplex bedraagt 3m zodat niet wordt voldaan aan de richtafstanden uit de VNG publicatie. Daarom is een akoestisch onderzoek gedaan naar de verwachte geluidhinder (Peutz, Woningbouwontwikkeling Vlietweg 3 te Leidschendam, Akoestisch onderzoek, 8 november 2023, zie bijlage 5 en Peutz, Woningbouw Vlietweg 3 akoestisch onderzoek onderhoudswerkplaats gemeente, juli 2024, zie bijlage 6). Volledigheidshalve wordt opgemerkt dat de geluidgrenswaarden uit stap 2 aansluiten bij de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit. Toetsing aan de geluidgrenswaarden van stap 3 uit de VNG-publicatie biedt geen meerwaarde aangezien tevens aan de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit, zijnde een lagere grenswaarde dan stap 3, moet worden voldaan om ontwikkeling te mogen realiseren. Derhalve is stap 3 van de systematiek uit de VNG-publicatie achterwege gelaten.

46 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Vlietweg 8a Als onderdeel van het akoestisch onderzoek is door middel van een bedrijfsbezoek en informatie van de eigenaar van het bedrijf de representatieve bedrijfssituatie vastgesteld. Het automobielbedrijf kent geen vaste werktijden, zodat werkzaamheden zowel in de dag- en avondperiode kunnen plaatsvinden. De kernactiviteiten bestaan uit het restaureren en repareren van personenauto's. Onder de werkzaamheden vallen onder het lassen, slijpen, spuiten en het verwijderen van roest of oude verf aan personenauto's. De werkzaamheden van de herstelinrichting van automobiel- en garagebedrijf W. van der Berg zijn maatgevend voor de geluidsituatie. De spuitcabine is akoestisch gezien irrelevant. In aanvulling hierop kan met betrekking tot de representatieve bedrijfssituatie worden vermeld dat uit het controlerapport van de Omgevingsdienst d.d. 1 december 2022 (kenmerk ODH531845) blijkt dat de eigenaar van het bedrijf inmiddels de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt. Er is geen geschikte opvolger in beeld om het bedrijf over te nemen. Ook blijkt hieruit dat de locatie op dat moment al enkele jaren steeds minder bedrijfsmatig en meer hobbymatig in gebruik is voor de restauratie van de oldtimers die de eigenaar zelf in bezit heeft. Zeer incidenteel komen er nog wel eens klanten voor kleine werkzaamheden; de bedrijfsmatige werkzaamheden zijn zeer beperkt.

In de herfst- en winterperiode worden geen werkzaamheden verricht omdat de kosten in die periode niet opwegen tegen de baten. Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat het hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevels van de nieuwe woningen 63 dB(A) in de dag- en avondperiode bedraagt als de schuifdeuren van de garage open staan. Als gevolg van de werkzaamheden in de werkplaats met openstaande schuifdeuren bedraagt het hoogst berekende maximale geluidniveau op de gevels van de beoogde woningen 74 dB(A) in dag- en avondperiode. Hiermee worden de geluidgrenswaarden voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit het Activiteitenbesluit en stap 2 van de VNGpublicatie met ten hoogste 13 dB(A) in de dagperiode en 18 dB(A) in de avondperiode overschreden. In de situatie met openstaande schuifdeuren wordt derhalve niet voldaan aan de geluidgrenswaarden van het Activiteitenbesluit en stap 2 van de VNG-publicatie. Daarnaast zijn voor de bestaande woningen worden maximale geluidniveaus berekend van ten hoogste 71 dB(A) in dag- en avondperiode vanwege het dichtslaan van autoportieren. Hierbij dient vermeld te worden dat deze overschrijdingen zich al in de huidige situatie voordoen en niet worden beïnvloed door de beoogde ontwikkeling.

Door tijdens het verrichten van luidruchtige werkzaamheden in de werkplaats de schuifdeur gesloten te houden, treden op de gevels van de beoogde woningen geen overschrijdingen van de grenswaarden voor maximale geluidniveaus meer op. Bij het verrichten van milieubelastende activiteiten geldt de algemene zorgplicht uit het Omgevingswet en de specifieke zorgplicht uit artikel 2.11 Bal. Hieruit volgt dat degene die de activiteit uitvoert, verplicht is om alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om negatieve gevolgen voor de leefomgeving te voorkomen. Het Activiteitenbesluit Milieubeheer kende een dergelijke zorgplicht ook al. Het sluiten van deuren gedurende luidruchtige werkzaamheden valt onder 'in redelijkerwijs te nemen maatregelen om gevolgen te voorkomen'. Het is dan ook niet toegestaan om luidruchtige werkzaamheden te verrichten wanneer de deuren en ramen open staan. Dit is bovendien in strijd met het bepaalde in artikel 22.44 van het Omgevingsplan gemeente Leidschendam-Voorburg. Indien ramen en deuren wel gesloten worden gehouden bij het verrichten van luidruchtige werkzaamheden kan wél worden voldaan aan de grenswaarden.

Aangezien in de actuele situatie sprake is van bedrijfsmatige activiteiten in bedrijfscategorie 2 en activiteiten uit een hogere bedrijfscategorie praktisch onmogelijk zijn, is er met het oog op een evenwichtige toedeling van functies voor gekozen om met deze wijziging omgevingsplan de ten hoogste toegestane bedrijfscategorie te verlagen van 3.2 naar 2. Het terugbrengen van de bedrijfscategorie leidt in de situatie bij de Vlietweg 8a niet tot nieuwe beperkingen terwijl met het verlagen van de bedrijfscategorie wordt geborgd dat sprake is van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving. De richtafstanden voor bedrijven tot nieuwe gevoelige bestemmingen (zoals woningen) worden immers bepaald op basis van de bedrijfscategorie van het bedrijf en de afstand tot geluidgevoelige functies, zoals woningen. Daarbij is van belang dat de bestaande woningen op een kortere afstand tot het bedrijf zijn gelegen dan de geprojecteerde nieuwbouw. De bestaande woningen zijn daarmee maatgevend voor de milieusituatie.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

47

Als het autobedrijf zou willen uitbreiden of als zich op deze locatie een ander bedrijf zou willen vestigen, dient te worden getoetst aan de geluidgrenswaarden uit het Omgevingsplan van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Als uit het akoestisch onderzoek volgt dat een uitbreiding van het autobedrijf inpasbaar is, kan de beoogde uitbreiding of wijziging van de bedrijfsactiviteiten doorgang vinden. De wijziging brengt evenmin nieuwe beperking mee in relatie tot de huidige activiteiten van het bedrijf. Mits tijdens het verrichten van luidruchtige werkzaamheden in de werkplaats de schuifdeur gesloten blijft is immers geen sprake van geluidoverlast op de omliggende woningen. Deze verplichting geldt reeds voor de inrichting op basis van de voorheen geldende milieuvergunning en het Activiteitenbesluit. Het bedrijf kan deze maatregel eenvoudig naleven terwijl daarmee een goed woonen leefklimaat ter plaatse van de beoogde woningen is gegarandeerd doordat in dat geval sprake is van 'aanvaardbaar geluid' op de gevels van geluidgevoelige functies. Nieuwstraat 2 Als onderdeel van het akoestisch onderzoek is door middel van een bedrijfsbezoek en informatie van de beheerder van de onderhoudswerkplaats de representatieve bedrijfssituatie vastgesteld. In de werkplaats worden onderhoud, reparaties en keuringen aan gemeentelijke voertuigen uitgevoerd. Er zijn drie werknemers werkzaam.

De werkplaats is tussen 07.30u en 17.00u in bedrijf. Onder de werkzaamheden vallen onder andere constructiewerkzaamheden (lassen, slijpen) en het proefdraaien van diverse motorisch aangedreven handgereedschappen (bosmaaier, kettingzagen) en voertuigen (veegmachines, trekkers en bedrijfswagens). Ten behoeve van het afzuigen van uitlaatgassen tijdens het proefdraaien van voertuigen is een uitlaatgasafzuiging aanwezig. Buiten het proefdraaien van voertuigen is de uitlaatgasafzuiging niet in bedrijf. De bedrijfsduur van de uitlaatgasafzuiging bedraagt 1,5 uur in de dagperiode. Op het dak is een mechanische afzuiging aanwezig voor de ventilatie van de werkplaats. De mechanische ventilatie is volcontinu in bedrijf. Voorts is akoestisch nog relevant dat de benodigde materialen met vrachtwagens worden gelost bij de rolduren gedurende 20 minuten per vrachtwagen. Leveringen vinden maximaal 2x per dag plaats gedurende de dagperiode. Voor het lossen van benodigdheden uit vrachtwagens is op basis van ervaringsgegevens een geluidvermogen van 88dB(A) gehanteerd. Voor de maximale geluidniveaus is het inpandig proefdraaien van motorisch handgereedschap of het proefdraaien van voertuigen met openstaande roldeuren maatgevend.

Ten behoeve van het berekenen van de maximale geluidniveaus in de omgeving is uitgegaan van een kortstondige verhoging van het gemiddelde nagalmniveau met 20dB(A) in de werkplaats, zijnde 95dB(A). Worst case is uitgegaan dat de roldeur volledig open staat tijdens deze werkzaamheden. Aangezien de terreingrens van de werkplaats omsloten is door gevels van de loods, is de emissie van transportbewegingen buiten beschouwing gelaten. Uit de resultaten van de uitgevoerde geluidmetingen blijkt dat de mechanische ventilatie op het dak een geluidvermogen genereert van respectievelijk 76dB(A). De uitlaatgasafzuiging genereert 87dB(A). De hoogst berekende langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus op de gevels van de beoogde woningen ten gevolge van de werkplaats zijn weergegeven in onderstaand overzicht: Betreft

Hoogst berekende Lar,LT in dB(A) per periode Dag Avond Nacht geprojecteerde woning verdieping 2 49 48 geprojecteerde woning verdieping 3 48 48 geprojecteerde woning verdieping 2 46 45 geprojecteerde woning verdieping 3 46 45

48 48 45 45

Hieruit blijkt dat de geluidgrenswaarden voor langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus uit het Omgevingsplan gemeente Leidschendam - Voorburg en de VNG-publicatie met ten hoogste 3dB(A) in de avondperiode en met 8dB(A) in de nachtperiode worden overschreden.

48 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Deze overschrijdingen worden voornamelijk veroorzaakt door de westelijke mechanische ventilatie unit die op korte afstand van de geprojecteerde woningen volcontinu lucht uitblaast. Daarnaast is een berekening gemaakt van de maximale geluidniveaus op de gevels van de meest relevante beoordelingsposities. In de avond- en nachtperiode treden geen relevante piekgeluiden op. Gedurende deze periode is uitsluitend de mechanische ventilatie in bedrijf; deze produceren een constant geluidniveau en geen piekgeluid. Betreft geprojecteerde woning verdieping 1 geprojecteerde woning begane grond geprojecteerde woning verdieping 2 geprojecteerde woning verdieping 1 geprojecteerde woning begane grond geprojecteerde woning verdieping 3

Hoogst berekende LA,max in dB(A) in de dagperiode 69 69 69 68 68 68

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat aan de geluidgrenswaarden voor maximale geluidniveaus wordt voldaan. Om de geluidbelasting bij de geprojecteerde woningen ten gevolge van de mechanische ventilatie units terug te brengen tot onder de geluidgrenswaarden zijn de volgende maatregelen voorgesteld:  het uitschakelen van de mechanische ventilatie buiten werktijden wanneer niemand in de werkplaats aanwezig is. Deze maatregel kan tevens worden beschouwd als 'good housekeeping';  het vervangen van de westelijke mechanische ventilatie unit door een variant die 10dB(A) stiller is. De voorgestelde maatregelen zijn eenvoudig uitvoerbaar en zullen dan ook worden uitgevoerd voordat de geprojecteerde nieuwbouw in gebruik zal worden genomen. Daarmee is geborgd dat voldaan wordt aan de geluidgrenswaarden zodat kan worden geconcludeerd dat in relatie tot geluid sprake is van een veilige en gezonde leefomgeving. Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. 4.7 Bodemkwaliteit Door de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de Wet bodembescherming vervallen. Via de Aanvullingswet bodem Omgevingswet en Aanvullingsbesluit bodem Omgevingswet zijn de regels voor bodem onderdeel gemaakt van de Omgevingswet.

Het nieuwe wettelijke instrumentarium voor bodem berust op drie pijlers:  Het voorkomen van nieuwe verontreiniging of aantasting (preventie);  Het meewegen van bodemkwaliteit als onderdeel van een brede afweging over de kwaliteit van de leefomgeving in relatie tot functies (toedeling van functies);  Het op duurzame en doelmatige wijze beheren van resterende historische verontreinigingen (beheer historische verontreinigingen). Bij wijzigingen van activiteiten geldt dat de bodem geschikt moet zijn voor het beoogde gebruik. Een onderzoek in de vorm van een historisch onderzoek of een verkennend bodemonderzoek geeft inzicht of de bodem ter plaatse van een ontwikkeling geschikt is voor het beoogde gebruik en activiteiten. Er is een historisch en verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Buro S/L, Historisch en verkennend bodemonderzoek Vlietweg 3, 30 november 2020, zie bijlage 7). Uit dit onderzoek is het volgende gebleken:  De onderzoekslocatie is verdacht voor diffuse bodemverontreiniging met zware metalen, minerale olie, PAK en PCB in de (toplaag van de) bodem. In de strook tussen de industrieplaten en de terreinafrastering kunnen in de bovengrond heterogeen diffuus lichte tot sterke verontreinigingen met lood en zink voorkomen.

 De locatie is (beperkt) verdacht voor verontreiniging met asbest in de (puinhoudende) toplaag van de bodem;  De locatie is (beperkt) verdacht voor verontreiniging met PFAS in de bovengrond.  Er kan niet uitgesloten worden dat de bodem op de onderzoekslocatie in het verleden negatief beïnvloed is door de activiteiten op het naastgelegen ernstig verontreinigde gasfabrieksterrein.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

49

Grond De resultaten bevestigen de onderzoekshypothese verdacht voor diffuse bodemverontreiniging. Omdat lokaal sterke verontreiniging in de bovengrond is vastgesteld, is een nader onderzoek nodig. PFAS De resultaten van het onderzoek bevestigen de onderzoekshypothese (beperkt) verdacht voor verontreiniging met PFAS in de grond. Omdat maximaal licht verhoogde gehalten in de bovengrond zijn vastgesteld, worden sanerende maatregelen of een nader onderzoek niet nodig geacht. Asbest in grond De resultaten van het onderzoek bevestigen de onderzoekshypothese (beperkt) verdacht voor verontreiniging met asbest in de grond. Er is indicatief sprake van sterke verontreiniging met asbest. Er is nader onderzoek nodig om de ernst (en omvang) van de verontreiniging vast te stellen. Grondwater Het grondwater is licht verontreinigd met barium. De herkomst van deze lichte verontreiniging is niet bekend. Nader onderzoek is echter niet nodig. Naar aanleiding van het historisch en verkennend bodemonderzoek is een nader bodemonderzoek uitgevoerd naar twee locaties (Buro S/L, Nader bodemonderzoek Vlietweg 3 te Leidschendam, 14 april 2022, zie bijlage 8). Uit het nader bodemonderzoek blijkt dat de groenstrook tussen de bebouwing en de watergang over een lengte van circa 48m matig tot sterk verontreinigd is met koper, lood en zink en PAK en licht tot sterk verontreinigd is met asbest.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=44bc88e2-d3f3-4f7d-93db-90d19a00e490