CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

3713 - Toelichting en regels 'TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a'

Raadsvergadering 8 oktober 2024, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel vaststellen TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 & 8a31.908 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 en 8a

vastgesteld 8 oktober 2024

Gemeente:

Postbus 1005 2260 BA Leidschendam www.lv.nl Initiatiefnemer:

1828 Groep B.V. Krijgsman 19 - 21 1186 DM Amstelveen T. 020-421 70 84 www.1828groep.nu

Adviseur:

Adviesbureau Haver Droeze Muurhuizen 165 3811 EG AMERSFOORT T. 033 461 35 35 www.haverdroeze.nl Document informatie: Titel : TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 en 8a Datum : 8 oktober 2024 IMRO-IDN : NL.IMRO.1916.TAMVlietweg3en8a-VA01 Beknopte inhoud: TAM-omgevingsplan voor het realiseren van woonconcept 1828 op het perceel Vlietweg 3 in Leidschendam

2 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4

5.1 5.2 5.3

Beleid

Omgevingsaspecten

Inleiding Milieueffectrapportage Ladder voor duurzame verstedelijking Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Geluid Bodemkwaliteit Externe veiligheid Geur, stof en gevaar Trillingen Water Cultuurhistorie en archeologie Ecologie Bezonning Toegankelijkheid openbare ruimte Bedrijven en milieuzonering Duurzaamheid Kabels en leidingen

Hoofdstuk 5

7 7 7 8 9

10 10 14 15

Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid

Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 4.12 4.13 4.14 4.15 4.16 4.17 4.18

Planbeschrijving

Historie Huidige situatie Nieuwe situatie

Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4

Inleiding

Aanleiding Ligging plangebied Geldende planologische regelingen Leeswijzer

Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3

6

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties

Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Wijzigen omgevingsplan Toepassing en handhaving van het plan

21 21 22 25 26

36 36 36 36 37 41 41 49 51 53 56 56 60 61 65 66 67 70 71

72 72 72 74

Hoofdstuk 6

Economische uitvoerbaarheid

76

Hoofdstuk 7

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

77

7.1 7.2 7.3

Participatie Vooroverleg met overlegpartners en overige stakeholders Terinzagelegging en zienswijzen

Adviesbureau Haver Droeze BNT

77 77 81

3

Bijlagen bij de toelichting

82

Bijlage 1

Aanmeldnotitie mer

83

Bijlage 2

Verkeersstudie

84

Bijlage 3

Parkeeronderzoek

85

Bijlage 4

Akoestisch onderzoek - wegverkeerslawaai

86

Bijlage 5

Akoestisch onderzoek automobiel- en garagebedrijf Vlietweg 8a 87

Bijlage 6 Akoestisch onderzoek Nieuwstraat 2 onderhoudswerkplaats en groothandel

88

Bijlage 7

Bodemonderzoek

89

Bijlage 8

Nader bodemonderzoek

90

Bijlage 9

Indicatieve keuring grondwal

91

Bijlage 10

Nader onderzoek - partijkeuring locatie 4

92

Bijlage 11

Geuronderzoek

93

Bijlage 12

Memo watercompensatie

94

Bijlage 13

Archeologisch onderzoek

95

Bijlage 14

Onderzoek stikstofdepositie

96

Bijlage 15

Ecologisch onderzoek

97

Bijlage 16

Ecologisch onderzoek Nieuwstraat 2 - 2a

98

Bijlage 17

Bezonningsstudie

99

Bijlage 18

Participatieverslag

100

Bijlage 19

Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen

101

4 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Regels Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2 Artikel 3 Artikel 4

Hoofdstuk 2 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 118 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11 Artikel 12

Hoofdstuk 3 Artikel 13 Artikel 14 Artikel 15 Artikel 16 Artikel 17

Hoofdstuk 4 Artikel 18

102 Inleidende regels

103

Toepassingsbereik Toepassing begripsbepalingen Aanvullende begripsbepalingen Meet- en regelbepalingen

103 104 105 109

Bestemmingsregels

110

Bedrijf Gemengd Groen Verkeer - Verblijfsgebied

110 113 116

Water Leiding - Water Waarde - Archeologie - 3 Waterstaat - Waterkering

120 122 124 125

Algemene regels

127

Anti-dubbeltelregel Algemene bouwregels Algemene gebruiksregels Algemene beoordelingsregels Overige regels

127 128 129 130 131

Overgangsregels

132

Overgangsrecht

132

Bijlagen bij de regels

133

Bijlage 1

Staat van bedrijfsactiviteiten

134

Bijlage 2

Staat van horeca-activiteiten

135

Bijlage 3

Het dak op!

136

Adviesbureau Haver Droeze BNT

5

Toelichting

6 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 Aanleiding In 2018 is Wibaut gestart met het ontwikkelen van het jongerenhuisvestingsconcept '1828' om met betaalbare huurappartementen bij te dragen aan een oplossing voor het tekort aan woonruimten voor de huisvesting van jongeren in Leidschendam-Voorburg. Het concept 1828 is een woonconcept bedoeld voor jongeren tussen de 18 en 28 jaar dat bestaat uit een wooncomplex met aparte studio's in verschillende formaten, gedeelde voorzieningen en betaalbare werkplekken. Het concept is gericht op de huisvesting van jongeren, omdat juist deze doelgroep de grootste moeite heeft om een betaalbare woning te vinden. De gemeente Leidschendam-Voorburg staat positief tegenover het initiatief. Op 20 juli 2022 tekenden de gemeente en projectontwikkelaar Wibaut een intentieovereenkomst voor de herontwikkeling van het perceel Vlietweg 3 in Leidschendam. Vanaf februari 2022 zijn er diverse bijeenkomsten met de omgeving georganiseerd. Dit heeft geleid tot verdere uitwerking van het plan. Omdat de voorgenomen ontwikkeling niet binnen het geldende ruimtelijke plan past wordt een TAM-omgevingsplan opgesteld. Dit TAM-omgevingsplan heeft ook betrekking op het naastgelegen perceel Vlietweg 8a. Op dit perceel is een bedrijf gevestigd dat in dit TAM-omgevingsplan een lagere milieucategorie krijgt.

1.2 Ligging plangebied de planlocatie van het TAM-omgevingsplan Vlietweg 3 en 8a ligt in Leidschendam en betreft het perceel Vlietweg 3, het naastgelegen perceel Vlietweg 8a en enkele omliggende gronden (zie afbeelding 1). Ten noorden van de planlocatie zijn de Vlietweg en Nieuwstraat gesitueerd. Ook ligt de Vliet ten noorden van het gebied. In de directe omgeving van de planlocatie bevinden zich zowel bedrijven als woningen. Direct ten oosten van de planlocatie ligt een parkeerterrein. Aan de zuidzijde grenst het perceel aan groen. Op ruimere afstand van het perceel liggen de A4 in het zuiden en het de N14 in het zuidwesten. De percelen zijn kadastraal bekend als gemeente Stompwijk, sectie H, nummers 2381, 2516, 4690 (deels), 4691 en 4812 (deels).

Afbeelding 1: Locatie plangebied Bron: www.topotijdreis.nl

Adviesbureau Haver Droeze BNT

7

Zie afbeelding 2 voor een luchtfoto van de planlocatie en de directe omgeving.

Afbeelding 2: Luchtfoto met plangebied Bron: www.topotijdreis.nl 1.3 Geldende planologische regelingen Na inwerkingtreding van de Omgevingswet is een omgevingsplan van rechtswege ontstaan. Dit omgevingsplan bestaat uit een tijdelijk en nieuw deel. Het tijdelijk deel van het omgevingsplan bestaat uit ruimtelijke regels uit verschillende vervallen instrumenten, zoals bestemmingsplannen, en rijksregels over activiteiten (de bruidsschat). In het tijdelijk deel van het omgevingsplan zit onder andere het ruimtelijk plan 'Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk' (vastgesteld d.d. 17-01-2023). de planlocatie valt hierbinnen. Op de percelen Vlietweg 3 en Vlietweg 8a is de functie 'Bedrijf', met de aanduiding 'bedrijf tot en met categorie 3.2' en een bouwvlak toegestaan. Via een maatvoeringsaanduiding zijn de goot- en bouwhoogten aangegeven. Daarnaast zijn de functies 'Verkeer - Verblijfsgebied' en 'Groen' van toepassing. Het hele gebied is aangewezen voor de functie 'Waarde - Archeologie 3'. Tussen de percelen Vlietweg 3 en 8a is de functie 'Water' toegestaan en de functie 'Leiding - Water' ligt over een gedeelte van de percelen.

8 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Afbeelding 3: Geldend ruimtelijk plan Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl Binnen deze functies is het realiseren van een gebouw met woningen en werkplekken niet mogelijk. Het plan heeft ook geen flexibiliteitsbepalingen om de ontwikkeling te kunnen realiseren. Om de beoogde ontwikkeling planologisch juridisch mogelijk te maken wordt een nieuw TAM-omgevingsplan opgesteld. Bij dit nieuwe TAM-omgevingsplan wordt rekening gehouden met de regels over archeologie en leidingen. Op de gronden met de functie 'Waarde - Archeologie 3' is de bescherming en het behoud van de op en/of in deze gronden voorkomende en te verwachten archeologische waarden geregeld. Dit betekent dat voor het bouwen van een bouwwerk groter dan 100m2 een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, waarmee de archeologische waarde van het terrein is vastgesteld. In paragraaf 4.12.1 wordt hierop nader ingegaan. Op de gronden met de functie 'Leiding - Water' is de aanleg en onderhoud van een ondergrondse watertransportleiding mogelijk. Hierbij geldt een belemmeringstrook van 9 meter voor een rivierwatertransportleiding en 5 meter voor de drinkwaterleiding. Voor het perceel Vlietweg 8a wordt de bedrijfscategorie aangepast naar maximaal 2. 1.4 Leeswijzer Het TAM-omgevingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en een toelichting (inclusief bijlagen).

De onderhavige toelichting dient als motivering bij de te volgen procedure. De toelichting bij dit TAM-omgevingsplan bestaat uit 6 hoofdstukken. Na de inleiding wordt in hoofdstuk 2 een beschrijving gegeven van de huidige en toekomstige situatie. In hoofdstuk 3 wordt het relevante beleid dat ten grondslag ligt aan het TAM-omgevingsplan geformuleerd. De verschillende milieu- en omgevingsaspecten die van invloed kunnen zijn op de ruimtelijke ontwikkeling komen aan bod in hoofdstuk 4. In hoofdstuk 4.12.2 wordt nader ingegaan op het cultureel erfgoed. Een toelichting op de juridische aspecten van dit TAM-omgevingsplan wordt gegeven in hoofdstuk 5. Afgesloten wordt met hoofdstuk 6 waarin de focus op de aspecten economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid (de procedure) ligt.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

9

Hoofdstuk 2

Planbeschrijving

2.1 Historie De plaats Leidschendam bestaat officieel pas sinds 1938, toen de dorpen Veur en Stompwijk samengevoegd werden. De bewoningsgeschiedenis gaat echter ver terug. Zo bevond zich in de tweede en derde eeuw ter hoogte van het huidige Voorburg de Romeinse nederzetting Forum Hadriani. Tevens werd door het gebied het Kanaal van Corbulo gegraven. Dit kanaal verbond de monding van de Maas/Waal met de Rijn. Door deze binnenlandse vaarroute hoefden de schepen in de Romeinse tijd niet meer via de zee te varen. Bij de aanleg maakten de Romeinen handig gebruik van al bestaande stroompjes, die ze met elkaar verbonden tot één lange waterweg. Tussen de hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland werd vanwege het verschil in waterpeil, in de 13e eeuw een landscheidingsdijk (de huidige Nieuwstraat) met dam aangelegd; De Lytsche Dam. Omdat bij deze dam de lading van schip verwisselt moest worden, creëerde deze overslagplaats veel economische bedrijvigheid. De bebouwing aan de noordzijde vormde het dorp Veur, ten zuiden van de Vliet werd Leidschendam genoemd. In de loop van de 14e eeuw kwam de trekschuitverbinding op gang. Eerst tussen Delft en Leidschendam, vanaf de 17e eeuw ook tussen Leidschendam en Leiden. Hiervoor werd er langs de Vliet een jaagpad aangelegd (huidige Oostvlietweg). Dat was nodig voor de schuitenjager, ofwel de man met paard die de schuit voorttrok.

Ook vrouwen en kinderen werden ingezet om de schuit te trekken. De trekschuitverbinding heeft bijgedragen aan de ontwikkeling van buitenplaatsen in de regio. In de Gouden Eeuw (17e eeuw) beleefde Holland een grote bloeiperiode op handelsgebied. De nieuwe rijken wilden naar goed voorbeeld van de oude adel buitenplaatsen stichten. De druk bevaren Vliet vormde een mooi uitzicht en was door de trekschuitverbinding goed te bereiken. de planlocatie is gelegen in de Tedinger Broekpolder. Deze polder is in 1480 ontgonnen. Tedingerbroekpolder is een zogeheten veenpolder. De polder is in 1480 ontgonnen. Het veen werd vanaf de late Middeleeuwen afgegraven voor turfwinning. Turf was vroeger een belangrijke brandstof voor de bewoners. Als gevolg van het afgraven van het veen ontstonden plassen die in eerste instantie met twee molens en later met twee (stoom)gemalen werden drooggemalen en ook droog gehouden. Zo konden op de percelen land- en tuinbouwactiviteiten plaatsvinden. Op de kaart van Berckenrode uit 1615 is de landscheiding tussen de Hoogheemraadschap Rijnland en het Hoogheemraadschap Delfland, de huidige Nieuwstraat, goed herkenbaar (zie afbeelding 4).

Afbeelding 4: de planlocatie (blauw) globaal aangegeven op de Kaart van het Hoogheemraadschap van Rijnland uit 1615 Bron: Vestigia, Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam 10 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

In de hoek Nieuwstraat – Vlietweg is bebouwing aanwezig. De kaart van Kruikius uit 1712 geeft een soortgelijk beeld (zie afbeelding 5).

Afbeelding 5: De locatie van de nieuwbouw (blauw) op de Kruikius kaart uit 1712 geprojecteerd Bron: Vestigia, Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam Wederom is er bebouwing aanwezig in de hoek Nieuwstraat- Vlietweg. Het noordelijk deel van de planlocatie is met de noordwesthoek gelegen op grasland, met de noordoosthoek in de tuin van voorgenoemde bebouwing. Op de kadastrale minuut 1811-1832 (minuutplan Stompwijk, sectie F, blad 01) is de planlocatie onbebouwd (zie afbeelding 6). De locatie van de nieuwbouw ligt wel op enkele meters van bebouwing. Het terrein is op dat moment in gebruik als bos en laagland.

Afbeelding 6: De locatie van de nieuwbouw (blauw) op de Kadasterkaart 1811-1832 Bron: Vestigia, Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam

Adviesbureau Haver Droeze BNT

11

De grote stedelijke ontwikkelingen in en rond de planlocatie begonnen vanaf de jaren 20 van de 20e eeuw (zie afbeelding 7). Het aangrenzende Den Haag was naarstig opzoek naar grond om de stad uit te breiden. Voorburg begon tussen 1899 en 1908 zelf sterk te groeien, om te voorkomen dat agrarisch grondgebied door Den Haag geannexeerd zou worden. Met name het gebied rond de bestaande buitenplaatsen Vronestein en Leeuwenstein (1905), de tuin van Rusthof (1906) en Middenburg (1907) werden met nieuwbouwwoningen volgebouwd.

Afbeelding 7: De locatie van de nieuwbouw (blauw) op de topografische kaart uit 1900 Bron: Vestigia, Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam De locatie is sinds 1951 in gebruik als timmerfabriek (zie afbeelding 8). Ten oosten van de planlocatie bevond zich van 1885 tot 1965 een gasfabriek aan de Nieuwstraat 2-22 (voorheen Stompwijkse Achterweg).

12 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Afbeelding 8: De locatie van de nieuwbouw (blauw) op de topografische kaart uit 1962 Bron: Vestigia, Archeologisch vooronderzoek in het kader van sloop en nieuwbouw aan de Vlietweg 3 te Leidschendam

Afbeelding 9: De locatie van de nieuwbouw (rood) op de topografische kaart uit 2022 Bron: www.topotijdreis.nl

Adviesbureau Haver Droeze BNT

13

2.2 Huidige situatie Bestaande functies Op het perceel Vlietweg 3 in Leidschendam staan in de huidige situatie twee bedrijfsgebouwen (zie afbeelding 10). Deze gebouwen zijn in vervallen staat en niet meer in gebruik. Oorspronkelijk was dit een timmerfabriek met een opslagloods. Ten noorden van de bebouwing ligt een weg naar het naastgelegen terrein en een grasveld met enkele bomen. Op het perceel achter Nieuwstraat 2 ligt een groenstrook.

Afbeelding 10: Vogelvlucht huidige situatie Bron: google earth Op het perceel zijn vijf parkeerplaatsen aanwezig. Het perceel wordt ontsloten via de noordelijk gelegen rotonde Vlietweg - Nieuwstraat - Delftsekade.

Afbeelding 11: Foto plangebied Bron: Google maps 14 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Op het perceel Vlietweg 8a is een Autohandelsbedrijf gevestigd. Tussen Vlietweg 3 en 8a ligt een watergang. In de groenstrook tussen Vlietweg 3 en de rotonde staan in de huidige situatie enkele bomen (zie afbeelding 12).

Afbeelding 12: Foto bomen in groenstrook Bron: Google maps 2.3 Nieuwe situatie De bestaande bebouwing op het perceel Vlietweg 3 zal worden gesloopt, waarna hier een nieuw appartementencomplex zal worden gerealiseerd, met bijbehorende parkeerplaatsen en verharding en groen (zie afbeelding 13).

Afbeelding 13: Plangebied nieuwe ontwikkeling Vlietweg 3 Bron: Schetsontwerp, d.d. 25 juli 2023

Adviesbureau Haver Droeze BNT

15

Het gebouw bestaat uit vier bouwlagen met een kleine terug liggende bovenste laag. Op afbeelding 14 is het schetsontwerp van 13 september 2023 weergegeven. Het schetsontwerp wordt nog nader uitgewerkt en moet nog worden beoordeeld door de welstands- en monumentencommissie. Op afbeeldingen 15 en 16 zijn impressies weergegeven die tijdens een participatieavond zijn getoond. De maximale bouwhoogte is circa 16m voor de terug liggende bovenste laag en circa 14m voor hoogste volledige laag. Er is gewerkt met een eenduidig volume, net zoals bij de omliggende gebouwen.

Afbeelding 14: Zijaanzicht Bron: Schetsontwerp, d.d. 13 september 2023 In het gebouw komen 120 kleine woonstudio's en 18 grote woonstudio's. De woonstudio's hebben een eigen keuken- en sanitaire voorzieningen. De kleine woonstudio's vallen onder sociale huur en betreffen 1-kamerappartementen van circa 25 m2. De grote woonstudio's vallen onder middeldure huur en betreffen negen appartementen van circa 37m2, zeven appartementen van circa 42m2 en twee appartementen van ca. 50 m2. De woningen zijn niet groot, maar acceptabel voor jongeren tussen de 18 en 28 jaar. Het gebouw is zo ingericht dat jongeren makkelijk hun leeftijdsgenoten kunnen ontmoeten. Er wordt voorzien in een gemeenschappelijke ruimte voor werken, sporten, koffie drinken, gamen, een pizza delen of een film kijken. Bij de bovenste laag komt per woonstudio een buitenruimte. Daarnaast zijn op de begane grond zes bedrijfsruimtes gesitueerd. Deze zijn bedoeld voor verhuur aan kleine en/of startende bedrijven. Deze ruimtes zijn zowel beschikbaar voor bewoners als niet-bewoners. Ook bevindt de fietsenstalling zich op de begane grond. De ingang van de fietsenstalling bevindt zich aan de noordzijde van het gebouw. De hoofd entree ligt in de knik van het gebouw. Ten zuiden van het gebouw komt een gezamenlijke, nader te ontwerpen, collectieve buitenruimte. Er wordt gewerkt met een jongerencontract.

Dit betekent dat jongeren in 1828 voor een periode van vijf jaar kunnen huren. Zij bouwen in die periode inschrijfduur op voor een sociale huurwoning. Een inschrijving als woningzoekende in Haaglanden vervalt niet als de (eenkamer)woning wordt betrokken. Dit biedt meer mogelijkheden om door te stromen.

16 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Afbeelding 15: Impressie van het gebouw Bron: Schetsontwerp, d.d. 13 september 2023 Vanaf de planlocatie wordt al het verkeer, net als in de huidige situatie, ontsloten via de noordelijk gelegen rotonde Vlietweg - Nieuwstraat - Delftsekade. De ontsluitingsweg naar het naastgelegen terrein wordt verschoven. Aan deze weg worden tien haakse parkeervakken gerealiseerd. Het overige parkeren vindt plaats aan de oostzijde (achter het gebouw Nieuwstraat 2). Dit terrein betreft vervuilde grond, afgedekt met een leeflaag. Het terrein zal geschikt gemaakt moeten worden voor parkeerplaatsen, door de vervuilde grond te verwijderen of af te dekken. In totaal worden 55 nieuwe parkeerplaatsen gerealiseerd. Een onderdeel van de gedeelde voorzieningen is een aanbod van 3 deelauto's. Er komt een pad langs het water, parallel aan de grens van de planlocatie. De overige gronden worden groen ingericht. Op het dak komen zonnepanelen.

Afbeelding 16: Impressie van het gebouw Bron: Schetsontwerp, d.d. 13 september 2023

Adviesbureau Haver Droeze BNT

17

In de groenstrook bij de rotonde staat, net als in de huidige situatie, een ondergrondse afvalcontainer. Enkele bestaande bomen in deze groenstrook worden gekapt. Er worden in de groenstrook en langs het pand en de watergang bomen aangeplant. De bestaande watergangen rondom de planlocatie blijven behouden. Op het perceel Vlietweg 8a wordt de functie 'bedrijf tot en met categorie 3.2' gewijzigd in 'bedrijf tot en met categorie 2', zodat dit in overeenstemming is met de feitelijke situatie. Natuurinclusief bouwen Natuurinclusief bouwen betekent dat maatregelen in, aan, om of op het gebouw worden getroffen om de biodiversiteit te ondersteunen of te versterken. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van windrozen voor insecten, vogels en zoogdieren (zie afbeelding 17). Aan de hand van de windrozen wordt bepaald welk gedeelte van het gebouw voor welke doelsoort het meest geschikt is.

Afbeelding 17: Windrozen insecten, vogels en zoogdieren Bron: Van Ommeren Associates Vervolgens is gekeken welke nestkasten geschikt zijn voor de mogelijke doelsoorten (zie afbeelding 18).

Afbeelding 18: Overzicht nestkasten mogelijke doelsoorten Bron: Van Ommeren Associates 18 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Op basis hiervan is bepaald wat potentiële posities voor nestkasten voor insecten, zoogdieren en vogels zijn (zie afbeeldingen 19, 20 en 21).

Afbeelding 19: Potentiële posities nestkasten insecten Bron: Van Ommeren Associates

Afbeelding 20: Potentiële posities nestkasten zoogdieren Bron: Van Ommeren Associates

Adviesbureau Haver Droeze BNT

19

Afbeelding 21: Overzicht nestkasten mogelijke vogels Bron: Van Ommeren Associates Circulariteit Circulariteit draait niet enkel om hergebruik van materialen. Circulariteit draait vooral om het sluitend maken van kringlopen tijdens de bouw, tijdens het beheer en ten einde van de levensduur. Een gebouw kan pas volledig circulair worden beschouwd als voorraden in een gesloten kringloop worden gehouden, waarbij er geen schadelijke emissies in de lucht, het water of de bodem terechtkomen. Niet alleen materiaalvoorraden, maar ook omgang van energie, water en ruimtelijke inrichting spelen een circulaire rol. Om een gebouw circulair te maken, is het van belang dat er voor lang meegaande materialen en technieken gekozen wordt. Het is belangrijk dat het ontwerp op diverse niveaus adaptief is. De keuzes hiervoor, kunnen aan de hand van de “6S-lagen” van Brand (zie afbeelding 22), worden gemaakt voor de verschillende onderdelen van het gebouw met verschillende levensduren. Bij de verdere uitwerking van het plan wordt rekening gehouden met circulariteit.

Afbeelding 22: Brand model Bron: Van Ommeren Associates 20 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Hoofdstuk 3

Beleid

In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het beleid dat ruimtelijk/functioneel relevant is voor de planlocatie en de hier beoogde ontwikkeling. Het betreft hier zowel ruimtelijk beleid als facet- en sectorbeleid op de verschillende beleidsniveaus. 3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie

De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en beschrijft op nationaal niveau een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving. De NOVI beschrijft de manier waarop men op rijksniveau wil werken aan de volgende 4 prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, duurzaam economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's en als laatste toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Als uitgangspunt geldt dat Nederland mooier en sterker wordt gemaakt door voort te bouwen op het bestaande landschap en de (historische) steden. Omgevingskwaliteit is daarbij een kernbegrip en omvat zowel ruimtelijke kwaliteit als de milieukwaliteit. In de NOVI wordt uitgegaan van een integrale aanpak tussen overheden en maatschappelijke organisaties met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI geeft het Rijk de kaders en de richting aan voor zowel nationale als decentrale keuzes. Bij de afweging van belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving zowel boven- als ondergronds voorop. De NOVI onderscheidt daarbij 3 afwegingsprincipes: 1) combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies, 2) kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal, en 3) afwentelen wordt voorkomen.

De NOVI gaat vergezeld van een Uitvoeringsagenda, die waar nodig jaarlijks wordt geactualiseerd, en waarin is aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. Tevens staat hierin een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op verschillende beleidsterreinen. Met het oog op de klimaatbestendigheid van Nederland moeten functies die gebruik maken van de fysieke leefomgeving meer worden afgesteld op de eigenschappen van het bodem-watersysteem. Ook dient de infrastructuur voor energie beter te worden afgestemd op de toename van transport en opslag van duurzame energie. Daarnaast is er een opgave voor het realiseren van bronnen van duurzame energie. In de NOVI worden richtingen meegegeven die bij de inpassing van energieinfrastructuur aandacht vragen met het oog op de kwaliteit van de leefomgeving. Om te voorzien in de grote actuele woonbehoefte is een pakket aan maatregelen voorgesteld; ontwikkeling vindt plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zoveel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden dienen daarbij hun groene karakter te behouden. Tegelijkertijd moet het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad worden verbeterd.

De voorgenomen ontwikkeling heeft betrekking op het herontwikkelen van een binnenstedelijke bedrijfslocatie naar een woonlocatie voor een doelgroep waarvoor de woningnood zeer hoog is; jongeren tussen de 18 en 28 jaar. Er wordt een klimaatbestendig gebouw gerealiseerd waarbij rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. Er wordt zowel in de buitenruimte als op het dak van het gebouw waterberging gerealiseerd. Het dak zal ook voorzien worden van zonnepanelen. Het plan is in overeenstemming met de uitgangspunten van de NOVI. 3.1.2 Besluit kwaliteit leefomgeving In het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels van het rijk opgenomen voor het omgevingsplan. De instructieregels gaan over:  Algemene bepalingen (paragraaf 5.1.1);  Waarborgen van de veiligheid (paragraaf 5.1.2);  Beschermen van de waterbelangen (paragraaf 5.1.3);  Beschermen van de gezondheid en van het milieu (paragraaf 5.1.4);

Adviesbureau Haver Droeze BNT

21

   

Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed (paragraaf 5.1.5); Behoud van ruimte voor toekomstige functies (paragraaf 5.1.6); Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten (paragraaf 5.1.7); Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen (paragraaf 5.1.8).

Afdeling 5.2 bevat instructieregels over de uitoefening van taken voor de fysieke leefomgeving. Deze instructieregels gaan over:  Voorkomen van belemmeringen voor gebruik en beheer van de hoofdspoorweginfrastructuur en van rijkswegen;  Lokale spoorwegen binnen vervoerregio's;  Lozen van industrieel afvalwater in het openbaar vuilwaterriool;  Bebouwingscontour jacht;  Bebouwingscontour houtkap. Afdeling 5.3 bevat regels over ontheffing van instructieregels voor het omgevingsplan. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op voor deze locatie van toepassing zijn instructieregels. 3.2 Provinciaal beleid Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het provinciale Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit.

Hieraan geeft men richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de 'Omgevingsvisie Zuid-Holland' en de 'Omgevingsverordening Zuid-Holland' vastgesteld. Beiden zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De omgevingsvisie benoemt voor de provincie de visie, ambities en opgaven voor de provincie ZuidHolland. De omgevingsvisie bevat zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving:      

Naar een klimaatbestendige delta; Naar een nieuwe economie: the next level; Naar een levendige meerkernige metropool; Energievernieuwing; Best bereikbare provincie; Gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

Naast de zes ambities stelt de provincie in de omgevingsvisie 12 provinciale opgaven voor de omgevingskwaliteit vast. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners. De 12 provinciale opgaven omgevingskwaliteit zijn: Landschap en cultuurhistorie, Gezondheid en veiligheid, Natuur en recreatie, Ruimte en verstedelijking (de bebouwde ruimte beter benutten), Wonen, Bodem en ondergrond, Cultuurparticipatie en bibliotheken, Klimaatadaptie, Zoetwater en drinkwater, Bereikbaarheid, Regionale economie en Energievoorziening.

22 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Ook het programma Ruimte en de Kwaliteitskaart zijn onderdeel van de omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland. Het programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het om locatie specifieke of de programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Om aan te geven wat de provincie verstaat onder gebiedskwaliteit is een integrale Kwaliteitskaart opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze integrale Kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen:    

Laag van de ondergrond. De grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen; Laag van de cultuur-en natuurlandschappen. De laag van het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut; Laag van de stedelijke occupatie. De steden en dorpen en hun onderlinge netwerken; Laag van de beleving. De identiteit en (recreatieve) beleving.

De kwaliteitskaart bevat de belangrijkste kenmerken (richtpunten) van een gebied. Karakteristiek voor Zuid-Holland zijn de delta-, veen-, rivieren- en kustlandschappen. Deze moeten herkenbaar blijven. Een richtpunt beschrijft hoe de provincie Zuid-Holland kwaliteit van een gebied bij nieuwe ontwikkelingen wil behouden of versterken. Bij aanpassingen in het landschap moet rekening gehouden worden met deze richtpunten. Een plan dat de kwaliteiten van een gebied versterkt is in ieders belang. Per laag is een aantal specifieke richtpunten aangegeven waar bij de ontwikkeling van een gebied rekening moet worden gehouden. Uitgangspunt daarbij is dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, zolang er sprake is van behoud of versterking van de gedefinieerde ruimtelijke kwaliteit in de Kwaliteitskaart (ja, mits-beleid). Dit beleid geldt zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied. Op de laag van de beleving is te zien dat de planlocatie binnen een gebied valt dat is aangewezen als Romeinse Limes (zie afbeelding 23). In paragraaf 4.12.1 wordt nader ingegaan op de Romeinse Limes.

Afbeelding 23: Kwaliteitskaart - Laag van de beleving Bron: Kwaliteitskaart Provincie Zuid-Holland Het realiseren van wooneenheden voor de doelgroep jongeren, in combinatie met werkplekken draagt bij aan de ambitie van de provincie Zuid-Holland om een gezonde en aantrekkelijke woonomgeving te creëren.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

23

3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. De Omgevingsverordening Zuid-Holland stelt regels aan gemeentelijke ruimtelijke plannen. De inhoud is van toepassing op de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, waarbij een provinciaal belang speelt. De provincie heeft in de Omgevingsverordening Zuid-Holland daarom onder meer regels opgenomen over activiteiten in de fysieke leefomgeving, zoals bodemsanering en flora- en fauna-gerelateerde activiteiten, de leefomgevingskwaliteit en instructieregels aangaande gemeentelijke ruimtelijke plannen. Zo worden er bijvoorbeeld voorwaarden gesteld aan ruimtelijke plannen welke de ontwikkeling van bedrijven of kantoren mogelijk maken of welke betrekking hebben op gebieden met een provinciaal belang, zoals langs provinciale vaarwegen of nabij landgoederen en kastelen. De volgende artikelen zijn relevant voor de voorgenomen ontwikkeling: 2.6 Aanwijzing archeologisch waardevolle gebieden en Romeinse Limes Gebieden met een (zeer) hoge bekende archeologische waarde en de Romeinse Limes zijn aangewezen. In paragraaf 4.12.1 wordt nader ingegaan op de Romeinse Limes.

Paragraaf 7.3.7 Ruimtelijke kwaliteit Op grond van paragraaf 7.37 van de Omgevingsverordening (Ruimtelijke kwaliteit) kan een ruimtelijk plan een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling alleen toestaan als de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft (artikel 7.43a). Uit artikel 7.43a lid 2 volgt dat in een omgevingsplan voor het waarborgen van de ruimtelijke kwaliteit rekening wordt gehouden met: a. de beschermingscategorie en het gebiedstype; b. het soort en de mate van ingrijpendheid van de ruimtelijke ontwikkeling: inpassen, aanpassen en transformeren; c. de relevante richtpunten genoemd in bijlage IX, onder A. De definities van het soort ruimtelijke ontwikkeling (inpassen, aanpassen en transformeren) staan in artikel 7.43. Het plan gaat uit van sloop van verouderde bedrijfsbebouwing en het realiseren van een woongebouw met voorzieningen en werkplekken. Door de sloop van de verouderde bebouwing en het realiseren van een nieuw gebouw met een eenduidig volume, net zoals bij de omliggende gebouwen, wordt de ruimtelijke kwaliteit in het gebied verhoogd. De nieuwe functie past bij de aard van het gebied waar al een mix van woningen en bedrijvigheid aanwezig is; er is daarmee sprake van 'inpassen'.

Doordat ook de omliggende openbare ruimte in het ontwerp wordt meegenomen meegenomen waarbij (openbaar toegankelijke) parkeerplaatsen en groen worden gerealiseerd, blijft de ruimtelijke ten minste gelijk. Paragraaf 7.3.8 Stedelijke ontwikkelingen Een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen, bedrijventerreinen of kantoren, houdt rekening met de op de behoefteramingen van GS gebaseerde regionaal afgestemde behoefte aan deze ontwikkeling. Daartoe dient in de motivering op het omgevingsplan te worden ingegaan op de toepassing van de Ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 5.129g Bkl. Als over de behoefte aan de nieuwe stedelijke ontwikkeling bestuurlijke afspraken zijn gemaakt waarmee GS hebben ingestemd of die door GS zijn vastgesteld, kan voor de motivering van de behoefte worden volstaan met een verwijzing naar die afspraken (artikel 7.45). Daarnaast dient een omgevingsplan voor een stedelijke ontwikkeling met de functie wonen rekening te houden met een zo hoog mogelijke woningdichtheid en bij te dragen aan een goede woon- en leefomgeving. Tevens dient in het omgevingsplan de mogelijkheden voor gevarieerde woningtypen te worden betrokken. Zie voor een uitwerking van de behoefte en de Laddertoets paragraaf 4.3.

De onderbouwing van de behoefte en de regionale afspraken over woningbouw zijn te vinden in paragraaf 3.3.1 en 3.4.7. Voor de afwegingen met betrekking tot variatie in woningtypen wordt verwezen naar paragraaf 2.3. Paragraaf 7.3.6a Toekomstbestendig bouwen en ontwikkelen In een ruimtelijk plan wordt rekening gehouden met de risico's van klimaatverandering, waaronder in ieder geval de te verwachten gevolgen van: wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte en droogte alsmede de effecten van de gevolgen op het risico van bodemdaling (artikel 7.41a). 24 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Daarnaast is in artikel 7.41aa bepaald dat een omgevingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling met 12 woningen of meer mogelijk maakt, de kansen en mogelijkheden voor toekomstbestendig bouwen daarin betrekt. Het gaat daarbij om de risico's van klimaatverandering, de energiehuishouding van de gebouwen (met name gebruik en opwekking van energie), de toepassing van circulaire of biobased grondstoffen of producten, de mogelijkheden om de emissies van NOx en CO2 te beperken in de bouw- en gebruiksfase, het reduceren van drinkwatergebruik door waterbesparende maatregelen, het versterken van de biodiversiteit en het realiseren van een gezonde en veilige leefomgeving. In het plan wordt rekening gehouden met risico's van wateroverlast. Bij de verdere uitwerking van het ontwerp wordt aandacht besteed aan het energieverbruik en opwekken van (duurzame) energie en het toepassen van waterbesparende maatregelen, zoals spaardouches. Er wordt zowel in de buitenruimte als op het dak van het gebouw waterberging gerealiseerd. Ten slotte is er aandacht voor hittestress door het aanplanten van groen en bomen en het versterken van de biodiversiteit. Deze maatregelen dragen bij aan een gezonde, veilige en biodiverse leefomgeving. Zie voor een overzicht van de maatregelen op het gebied van circulariteit en biodiversiteit paragraaf 2.3. De duurzaamheidsaspecten zijn beschreven in paragraaf 4.17.

Conclusie Resumerend kan worden geconcludeerd dat het plan in overeenstemming is met de Omgevingsverordening. 3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Regionaal woningbouwprogramma Gemeenten in Haaglanden en de provincie hebben in 2021 afspraken gemaakt voor de omvang en spreiding van sociale woningbouw in Haaglanden. In 2023 zijn in het kader van het nationale woningbouwprogramma (900.000 woningen in 2030) woningbouwambities van Rijk, provincie en gemeenten vastgelegd. De gemeenten in Haaglanden ondersteunen de ambitie om 75.000 woningen te bouwen in de periode 2022 t/m 2030 en maken onderling afspraken over de realisatie van deze woningbouw. De opgave bestaat uit 2/3e deel betaalbaar (goedkoop en middelduur) waarvan de helft door woningcorporaties wordt gebouwd. Het regionale woningbouwprogramma is opgenomen in de Planregistratie Wonen van de provincie. Dit is de basis voor planologische goedkeuring van woningbouw door de provincie. 3.3.2 Waterschapsverordening Delfland De Verenigde Vergadering van Delfland stelde op 29 september 2023 de Waterschapsverordening Delfland vast. Het belangrijkste uitgangspunt bij het maken van de waterschapsverordening was: de vorm verandert, maar de inhoud blijft, als het kan, hetzelfde. Daarom zijn de keur en Algemene Regels zoveel mogelijk zonder inhoudelijke wijzigingen overgezet naar de waterschapsverordening. In de waterschapsverordening staan de regels om de sloten, vaarten, plassen en dijken in het gebied van Delfland te beschermen.

Met de verordening kan Delfland nagaan of voor een activiteit een vergunning nodig is. Denk bijvoorbeeld aan een steiger aanleggen, een dijk ophogen of een duiker in een sloot maken. 3.3.3 Waterbeheerprogramma Hoogheemraadschap Delfland In het Waterbeheerprogramma 2022-2027 (WBP6) heeft Delfland de ambities en doelstellingen voor de komende jaren vastgelegd. De missie van het Hoogheemraadschap van Delfland (droge voeten, voldoende water, schoon water en gezuiverd afvalwater) staat centraal. Het WBP6 beschrijft op hoofdlijnen welke maatregelen Delfland neemt om met genoemde uitdagingen om te gaan en zo het gebied veilig en leefbaar te houden. Delfland wil bijvoorbeeld wateroverlast als gevolg van extreem weer zoveel mogelijk voorkomen en de invloed van droogte op de hoeveelheid zoetwater verminderen. Het waterbeheerprogramma bevat de strategische beleidskaders voor de jaren 2022 t/m 2027. In het WBP6 zijn de waterbeheertaken van de waterschappen voor de komende zes jaar op een overzichtelijke wijze gepresenteerd via verschillende thema’s, die per thema concrete maatregelen bevat.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

25

Delfland hanteert een Handreiking watertoets voor gemeenten. De handreiking biedt gemeenten, adviesbureaus en projectontwikkelaars handvatten voor de invulling van proces en inhoud van de watertoets voor ruimtelijke plannen op gemeentelijk niveau. De handreiking is gebaseerd op bestaand beleid van Delfland en sluit aan op de Wet ruimtelijke ordening, de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, de Crisis- en herstelwet en de Waterwet. De toets berust op twee uitgangspunten: 1. Standstill-beginsel - negatieve effecten van ruimtelijke ontwikkelingen op het watersysteem worden voorkomen; 2. Verbetering - in ruimtelijke ontwikkelingen worden de kansen die zich voordoen om bestaande knelpunten in het watersysteem te helpen oplossen, benut. In paragraaf 4.11 is het onderwerp water verder uitgewerkt. 3.3.4 Regionale klimaat Adaptatie Strategie Haaglanden Haaglanden heeft de ambitie om in 2050 een klimaatbestendige internationale topregio te zijn (Regionaal Structuurplan 2020). Om deze ambitie te realiseren is het van belang om rekening te houden met veranderingen in de toekomst en om nu al de kansen te kunnen benutten die zich aandienen. De overheden in Haaglanden (9 gemeenten, 2 waterschappen en de provincie) hebben daarom gezamenlijk een Regionale Adaptatie Strategie (RAS) opgesteld: de RAS Haaglanden.

De RAS Haaglanden geeft een beschrijving van de kwetsbaarheden van de gebieden Stad, Glas en Gras als gevolg van klimaatverandering. Per themagebied zijn de opgaven, strategieën en acties beschreven. De voorgenomen ontwikkeling valt binnen het gebied Stad. Steden krijgen te maken met een toename van hittestress en wateroverlast als gevolg van klimaatverandering en verdichting. Het uitvallen van stedelijke functies en hoge kosten op lange termijn kunnen voorkomen worden door beperking van wateroverlast en hitte als ontwerpuitgangspunt op te nemen bij de (her)inrichting van de stad. Er wordt een klimaatbestendig gebouw gerealiseerd waarbij waterberging zowel in de buitenruimte als op het dak van het gebouw plaatsvindt. 3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Ruimte voor Wensen, herijking 2012 De Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040 is vastgesteld in 2006 en herijkt vastgesteld op 25 september 2012. De structuurvisie vormt de basis voor de (bestuurlijk) strategische keuzes en geeft richting aan de hoofdlijnen van het gewenste ruimtelijke ontwikkelingsbeeld van de gemeente tot 2040. Als overkoepelende ambitie streeft de structuurvisie naar een positionering van de gemeente als aantrekkelijke, groene en duurzame woon- en werkstad. De herijkte uitgangspunten (opgaven, doelstellingen en ambities) zijn vertaald naar drie pijlers:  Versterken van de groene woonstad;  Verbeteren van economische kansen en voorzieningenstructuur;  Beter benutten en verbeteren van de bereikbaarheid. De structuurvisie gaat daarbij uit van een indeling van de gemeente in een stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied. Binnen deze kerngebieden wil de gemeente de ruimtelijke structuur verbeteren op basis van ruimtelijke kwaliteiten van de zogenoemde ‘identiteitsdragers’. de planlocatie valt binnen stedelijk gebied. De ambitie is om 80% van de woningbouwopgave binnen bestaande stedelijk gebied te laten plaatsvinden, waarbij nieuwe woonmilieus toegevoegd kunnen worden. Het gaat daarbij om duurzame stedelijke ontwikkeling, onder meer door meervoudig ruimtegebruik.

Het plan sluit aan bij de uitgangspunten van de structuurvisie want het betreft een binnenstedelijke locatie, waarbij meervoudig ruimtegebruik plaatsvindt, doordat naast woningen er ook ruimte zal zijn voor werkplekken.

26 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

3.4.2 Kompas voor de leefomgeving De samenleving roert zich. Er is veel maatschappelijk initiatief. De mondiger wordende inwoner heeft ertoe bijgedragen dat de Omgevingswet is opgesteld. Een van de veranderingen uit die Omgevingswet is meer ruimte geven aan maatschappelijk initiatief. In het najaar van 2017 is het ‘Toekomstbeeld–LV op de kaart’ vastgesteld. De kern van het Toekomstbeeld is de groene aantrekkelijke woongemeente met drie karakteristiek verschillende kernen. Dit vormt bij het opstellen van de omgevingsvisie dan ook een belangrijk uitgangspunt. De omgevingsvisie gaat dienen als integraal afwegingskader voor diverse projecten en initiatieven van bewoners, bedrijven en gemeente. De uitwerking wordt vertaald in programma, projecten en plannen. De gemeente stelt haar omgevingsvisie stap voor stap op. In 2019 is het Kompas van de Leefomgeving vastgesteld. Dit document geeft de eerste richting aan die de gemeente op wil. Het kompas bevat doelstellingen, agendapunten en hoofdkeuzes. In het Kompas voor de leefomgeving zijn onder andere de volgende doelen opgenomen:  Aantrekkelijke groene woongemeente met drie karakteristieke kernen;  Een gevarieerd en betaalbaar woningaanbod voor alle doelgroepen. Er is aangegeven dat de gemeente op zoek moet naar nieuwe woonconcepten.

In een goede en prettige woon- en leefomgeving blijkt behoefte aan rustig stedelijke en hoogwaardige woonmilieus met een mix van woningen, bedrijvigheid en voorziening zodanig dat er sprake is van een goede balans tussen verschillende functies. Een deel van de regionale woningbehoefte wordt opgevangen: 4.000 woningen tot 2040. Alle nieuwbouw is toegankelijk en levensloopbestendig. Er wordt ingezet op binnenstedelijke verdichting passend bij woonmilieu met focus op gestapelde bouw. Alle nieuwbouw is gasloos en energiezuinige woningen worden gestimuleerd. Er is ruimte voor bijzondere woonvormen.  Vitale economie passend bij de woongemeente. Behoud van en kansen bieden aan ruimte voor (kleinschalige) bedrijvigheid en ZZP-ers. De geplande woningbouw draagt bij aan een gevarieerd en betaalbaar woningaanbod voor jongeren. Er is sprake van een mix van wonen, werken en voorzieningen. 3.4.3 Bouwstenen omgevingsvisie Als belangrijke tussenstap tussen het Kompas voor de leefomgeving en de omgevingsvisie zijn een aantal bouwstenen opgesteld. De bouwstenen zijn een uitwerking van het kompas en vormen de agenda voor de omgevingsvisie. De keuzes in het kompas worden in de bouwstenen verder uitgewerkt. De bouwstenen zijn samen het complete verhaal die de toekomst van Leidschendam-Voorburg schetst.

De 4 bouwstenen zijn:  Groene woongemeente;  Mobiliteit en bereikbaarheid;  Economie en bedrijvigheid;  Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte. In de bouwstenen wordt beschreven hoe we de kwaliteiten van de gemeente kunnen behouden en tegelijkertijd de keuzes voor de toekomst kunnen inpassen. Groene woongemeente De bouwsteen Groene Woongemeente stuurt op het uitbreiden van het woningaanbod, terwijl het aanwezige groen wordt behouden en waar mogelijk versterkt. Dit is mogelijk door met name op binnenstedelijke locaties te bouwen. Daarnaast is aangegeven dat de behoefte aan een goedkope woning het grootst is onder starters en jongeren op de woningmarkt. Bij invulling van de woonopgave gaat Leidschendam-Voorburg uit van de woningbehoefte van inwoners en zet zich in voor groepen waar de woningnood het hoogst is en blijft. Wonen is namelijk één van de basisbehoeften van mensen. Iedereen moet prettig kunnen wonen, passend bij zijn of haar portemonnee. Een aantal groepen verdient daarbij specifiek aandacht en inspanning van de gemeente. Het gaat hierbij onder andere om jongeren en starters. Er is ruimte voor woningbouw van 4.500 tot 5.000 woningen tot 2040. In de periode tot 2030 worden in Leidschendam-Voorburg 750 sociale huurwoningen gebouwd. Er wordt niet gebouwd in het groen.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

27

Ook is van belang dat de geplande woningbouw waar nodig en mogelijk een mix is van wonen, werken en voorzieningen om zo ruimte te bieden aan werkplekken en benodigde zorgverlening in de buurt. Vlietweg 3 betreft een binnenstedelijke locatie waar sociale woningbouw voor de doelgroep wordt gerealiseerd. Ook is sprake van een combinatie van functies, doordat in het gebouw ook werkplekken worden gerealiseerd. Met het plan wordt aangesloten op de ambities van deze bouwsteen. Mobiliteit en bereikbaarheid De bouwsteen Mobiliteit en bereikbaarheid stuurt op het benutten van de bestaande infrastructuur en het stimuleren van andere vervoerswijzen dan de auto, zoals de fiets of het openbaar vervoer. de planlocatie wordt goed ontsloten voor fietsers. Het parkeren kan worden opgevangen in de planlocatie, waarmee onderhavig planinitiatief aansluit op deze bouwsteen. Daarnaast is de planlocatie goed bereikbaar per openbaar vervoer. Op 2 minuten fietsen of 8 minuten lopen ligt een tramhalte. Een bushalte ligt op 3 minuten fietsen en 10 minuten lopen. Economie en bedrijvigheid De bouwsteen Economie en bedrijvigheid zet in op een aantrekkelijke groene woongemeente met een uitstekend voorzieningenniveau. Daarnaast wordt gestuurd op een werkgelegenheidsgroei en een buitengebied met een economisch verdienmodel.

Het planinitiatief voorziet in de realisatie van bedrijvigheid (in combinatie met wonen). Daarmee sluit het planinitiatief aan op deze bouwsteen. Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte De bouwstenen voor de Lokale energiestrategie en Transitievisie Warmte zetten in op de verduurzaming van de gemeente. Onderhavig planinitiatief sluit daarop aan doordat de woningen voldoen aan de wettelijke eisen voor nieuwbouwwoningen. 3.4.4 Bodem Bodemkwaliteitskaart Leidschendam-Voorburg De gemeente Leidschendam-Voorburg beschikt over een bodemkwaliteitskaart. De bodemkwaliteitskaart is een belangrijk instrument voor hergebruik van grond en bagger. In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in één of meer zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen. In de Nota Bodembeheer is beleidsmatig vastgesteld binnen en tussen welke zones vrij grondverzet mogelijk is en welke voorwaarden hierbij gelden. Het beleidsdocument 'Bodemkwaliteitskaart Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 3 november 2013. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 30 oktober 2018 besloten om de geldigheid van de Bodemkwaliteitskaart met 5 jaar te verlengen. Op de bodemkwaliteitskaart bevindt de locatie zich in zone 1.

Dat betekent dat lichte tot matige verontreinigingen kunnen worden verwacht. Incidenteel kan sprake zijn van sterke verontreinigingen. In paragraaf 4.7 wordt nader ingegaan op het aspect bodem. Bodemkwaliteitskaart Leidschendam-Voorburg PFAS Van gemeenten wordt verwacht dat ze bodemkwaliteitskaarten opstellen met specifiek beleid voor PFAS. Als dit er niet is moet voor ieder los ruimtelijk project aanvullend onderzoek worden gedaan. Om dit te voorkomen heeft de gemeente onderzoek gedaan naar de gehaltes PFAS in de bodem. De bodemkwaliteitskaart met beleidsregels PFAS is op 14 februari 2023 door de gemeenteraad vastgesteld. De grond in de gemeente Leidschendam-Voorburg bevat over het algemeen geen verhoogde concentraties. Dit is opgenomen op de bodemkwaliteitskaart. Door deze vast te stellen kan hiernaar worden verwezen en hoeft er bij ontwikkelingen geen extra onderzoek gedaan te worden. Uit de bodemkwaliteitskaart blijkt dat de planlocatie geen verdachte locatie of aandachtsgebied is. 3.4.5 Duurzaamheid Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2023-2026

28 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Om te zorgen dat ook voor de toekomstige generaties onze planeet een goede plek is om te leven, moeten we veranderen in hoe we werken, wonen en leven. Ook in de gemeente LeidschendamVoorburg. Het college van burgemeester en wethouders wil grote stappen zetten op het gebied van duurzaamheid en milieu. De ambitie is een CO2-neutrale gemeente met een circulaire economie in 2050. De gemeente werkt aan een toekomstbestendige stad met een gezond woon- en leefklimaat. De gemeente is trots op Leidschendam-Voorburg als groene en duurzame woonstad en wil dit samen met de bewoners blijvend versterken. Sinds 2016 is op basis van de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 en het daaropvolgende Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2019-2022 programmatisch aan verduurzaming gewerkt. De doelen in het gemeentelijk Coalitieakkoord 2022-2026, de wettelijke kaders en het vastgesteld beleid zijn in het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid 2023-2026 vertaald naar activiteiten en mijlpalen. De 6 thema’s van het uitvoeringsprogramma zijn: participatie, samenleving en educatie, energie, klimaatadaptatie, vergroening en biodiversiteit, circulariteit, lucht- en waterkwaliteit en duurzaamheid van de gemeentelijke organisatie. Het aspect duurzaamheid in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling is verder beschreven in paragraaf 2.3 en 4.17.

3.4.6 Erfgoed Nota Archeologie - herijking 2013 Gemeenten moeten het archeologische belang meewegen in ruimtelijke projecten. Omdat gemeenten ook andere belangen te behartigen hebben, zoals economie, landbouw, wonen en infrastructuur, biedt de wet gemeenten daarbij wel beleidsruimte. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren heeft de Gemeente Leidschendam-Voorburg in samenwerking met de gemeenten Voorschoten en Wassenaar archeologiebeleid ontwikkeld en vastgesteld in 2009. In 2014 heeft de gemeente LeidschendamVoorburg haar archeologiebeleid herijkt (archeologienota herijking 2013). In de Nota archeologie wordt een overzicht van het archeologische erfgoed van de pactgemeenten gegeven en zijn de beleidsregels ten aanzien van de omgang met het archeologische bodemarchief geformuleerd. De archeologische beleidskaart geeft hierbij de archeologische waarde en verwachting per gebied aan met de daarbij behorende beleidsregels. Op de archeologische beleidskaart ligt de planlocatie in een zone met een hoge archeologische verwachting, in het noordelijk deel van de planlocatie overlappend met een zone met een zeer hoge archeologische verwachting voor archeologische resten uit de Romeinse tijd, in het bijzonder met betrekking tot het Corbulo kanaal (zie afbeelding 24). Het aspect archeologie in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling wordt verder beschreven in paragraaf 4.12.1.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

29

Afbeelding 24: De locatie van de nieuwbouw ten opzichte van archeologische waarden en verwachtingen Bron: Archeologische beleidskaart gemeente Leidschendam-Voorburg

30 en 8a (vastgesteld)

bestemmingsplan TAM-omgevingsplan Vlietweg 3

Cultuurhistorische analyse Vlietoevers De gemeente Leidschendam-Voorburg wordt gescheiden en verbonden door de Vliet. De scheiding ontstaat enerzijds doordat het grondgebied van Leidschendam-Voorburg aan weerszijden van de Vliet ligt. Anderzijds is er sprake van een verbinding omdat de Vliet de hele gemeente van noord naar zuid doorloopt. Juist dat opvallende kenmerk maakt de Vliet tot een belangrijke structuur binnen de gemeentegrenzen. De eerste aanleiding voor het opstellen van deze cultuurhistorische analyse is een door de raad aangenomen motie. De tweede aanleiding voor het opstellen van de cultuurhistorische analyse is om deze te hanteren als een historisch kader voor de toekomst. De cultuurhistorische analyse van de Vlietoevers is een referentiekader voor het programma van eisen bij het opstellen van regels in ruimtelijke plannen en bij toekomstige ontwikkelingen. Het aspect cultuurhistorie in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling wordt verder beschreven in paragraaf 4.12.2. Welstandsnota Leidschendam-Voorburg Bestaande en nieuwe bouwwerken moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand. In het tijdelijk deel van het omgevingsplan blijven de huidige welstandsregels van toepassing. Voor de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn de welstandsregels opgenomen in de Welstandsnota.

Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger wordt afgewogen tegen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving als algemene waarde. Het beleidsdocument 'Welstandsnota Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 14 juni 2004, laatst gewijzigd op 13 september 2011. In de nota zijn algemene welstandscriteria en gebiedsgericht criteria opgenomen. de planlocatie ligt in deelgebied 41 'Oude Bleijk' en betreft gebiedstype Suburbaan'. Daarnaast grenst de planlocatie aan de Vlietoeverzone. Wanneer de aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend zal aan deze nota getoetst worden. 3.4.7 Wonen In de Bouwsteen groene woongemeente Leidschendam-Voorburg 2021 en de Woonzorgvisie 20222030 zijn de actuele thema's op het gebied van huisvesting (met eventueel daarbij behorende knelpunten) binnen de gemeente in kaart gebracht. De gemeente stelt in de Bouwsteen de volgende doelen om specifieke opgaven te behalen:  Ruimte voor woningbouw van 4.500 tot 5.000 woningen tot 2040;  Niet bouwen in het groen (uitwerking kompas: kwaliteit boven kwantiteit);  Functies parkeren, economie en zorg gaan niet ten koste van groen of woningen;  Gezien de bevolkingsgroei wordt rekening gehouden met extra ontwikkeling van jongerenvoorzieningen, culturele voorzieningen, zorg en onderwijs.

 Uitgangspunt is een rustig stedelijk en hoogwaardig woonmilieu. Een aanvullende woonopgave volgens regionale afspraken is om minimaal 750 goedkope woningen voor 2030 toe te voegen aan de voorraad. Bij de invulling van de woonopgave gaat Leidschendam-Voorburg uit van de woningbehoefte van inwoners en zet zich in voor groepen waar de woningnood het hoogst is en blijft: jongeren, studenten, starters, senioren, kwetsbare inwoners, statushouders en spoedzoekers. Leidschendam-Voorburg stuurt waar mogelijk op de nieuwbouw van een substantieel aantal betaalbare woningen binnen bestaande woningbouwlocaties. In de Woonzorgvisie Leidschendam-Voorburg 2022-2030 heeft de gemeente op het gebied van huisvesting als ambitie vastgesteld: "het realiseren van voldoende en kwalitatief geschikte woningen voor de verschillende doelgroepen." De opgaven die de gemeente stelt zijn:  Het realiseren en ontwikkelen van geschikte zelfstandige woonruimtes;  Het faciliteren en sturen op het realiseren van woonzorginitiatieven Met de voorgenomen ontwikkeling wordt ingezet op de doelgroepen waar de woningnood het hoogst is: werkende jongeren of jongeren die in het laatste jaar van hun studie zitten.

Adviesbureau Haver Droeze BNT

31

Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 Naar aanleiding van (onder andere) de Bouwsteen groene woongemeente Leidschendam-Voorburg en de structuurvisie heeft de gemeente beleid ontwikkeld om meer betaalbare woningen te realiseren. Het is de bedoeling dat op basis van de regionale woningmarktafspraken voor 2030 minimaal 750 doelgroepwoningen (vooral sociale huurwoningen) worden toegevoegd aan de woningvoorraad. Om effectiever in te kunnen zetten op de realisatie van sociale huurwoningen en middeldure huur- en koopwoningen, heeft de gemeenteraad op 7 juni 2022 de Verordening sociale en middeldure woningbouw Leidschendam-Voorburg 2022 vastgesteld. Deze verordening is een uitwerking van de structuurvisie en de woonvisie. De huidige versie van de verordening is sinds 1 juli 2022 in werking. In de verordening is geregeld dat bij een bouwplan van 10 of meer woningen een initiatiefnemer minimaal 30% sociale huurwoningen en 20% middeldure huur- of koopwoningen in het geplande woningbouwprogramma dient te realiseren. Voor deze woningen zijn minimum gebruiksoppervlaktes voorgeschreven. Voor sociale woningbouw is de minimale gebruiksoppervlakte 55m2. Voor middeldure huurwoningen is de gebruiksoppervlakte minimaal 75m2. Het is mogelijk om hiervan af te wijken voor de huisvesting van specifieke doelgroepen.

In dit plan wordt afgeweken van de minimale gebruiksoppervlakte. Een 1828-vestiging heeft éénkamerappartementen (ca 25 m2) bedoeld voor één persoon en een beperkt aantal tweekamerappartementen (ca. 50 m2) voor een tot twee personen. De gemeenschappelijke ruimte vormt de spil van het sociale leven. Koffie drinken, sporten, samen eten, tafelvoetbal of een ouderwets bordspelletje doen; alles vindt hier zijn plek. Ook biedt 1828 veel voorzieningen om te delen, zoals gereedschap, wasmachines of deelfietsen en -auto's. Van bepaalde voorzieningen kunnen ook buurtbewoners gebruikmaken. De appartementen hebben een beperkte oppervlakte en dat past prima in een levensfase waarin een groot deel van het leven zich buitenshuis afspeelt. Zeker in combinatie met collectieve ruimtes en voorzieningen. Op deze manier kunnen de appartementen betaalbaar blijven. Ook lage energiekosten dragen bij aan de betaalbaarheid. Het betaalbaar houden van de woningen gaat nergens ten koste van de kwaliteit. Sterker nog, 1828 Groep wil de 1828-gebouwen in eigendom houden, en daarom investeert de 1828 Groep in architectuur en duurzame materialen. Er wordt veel aandacht besteed aan interieur en ontwerp. Samen met toekomstige gebruikers wordt hier invulling aan gegeven. Zo worden goede woongebouwen gemaakt en mooie appartementen waar het fijn wonen is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=44bc88e2-d3f3-4f7d-93db-90d19a00e490