3551-03 Toelichting bestemmingsplan 'Landelijk - 2
Tekst van het document
Bijzonder en zeer waardevol relict is het intacte erf van een begin 20e eeuw verdwenen 18e-eeuwse boerderij, met enkele forse hakhoutbosjes en een houtsingel langs de oude toerit de nog het oorspronkelijke wegprofiel heeft. Kenmerkend aan de Stompwijkse kant zijn de meidoorhagen met knotbomen aan de droge kant van de Meer en Geerweg. Opvallend is de Populierenbeplanting langs de Middelweg met een haag tussen weg en fietspad. Gebiedskenmerken: De karakteristiek met de eivorm van een drooggemaakt veenmeer: de Hollandse oerpolder uit de Gouden Eeuw. Zeer grote open ruimte waardoor de ronde vorm vooral op de ringdijk wordt ervaren. Zeer waardevol gevarieerd en golvend patroon van de ringdijk en de oevers van de ringvaart. Bomenrijen met populieren langs Middelweg verduidelijken de karakteristieke ronde vorm van de polder. Bescheiden profiel van de Middelweg past landschappelijk goed. Opvallende Abelen langs de NAM weg parallel aan de Middeltocht. Bebouwing heeft nog grotendeels het oorspronkelijke beeld met verspreide agrarische bebouwing onderlangs dijken; slechts enkele recente woningen in open ruimte. Vrij strakke verkaveling met een verdraaing aan de uiteinden vanwege de ronding. Meidoornhagen met knotbomen ter plaatse van bebouwing aan de Stompwijkse kant langs de Meer en Geerweg. Overige hagen verdwenen.
50
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2 Bijzonder en zeer waardevol intact erf van een verdwenen 18e-eeuwse boerderij, met enkele forse hakhoutbosjes en een houtsingel langs de oude toerit met het oorspronkelijke wegprofiel. Ontwikkelingen Vanuit het lokale natuurnetwerk wordt er ingezet op behoud en versterking van de aanwezigheid van weidevogels. Daarvoor dient opgaande beplanting te worden ontkracht in verband met habitat predatoren.
3.3.6
Drooggemaakte Geer- en Kleine Blankaardpolder
De Drooggemaakte Geer- en Kleine Blankaardpolder wordt begrensd door de omliggende dijken en vaarten. De gemeentegrens loopt midden door het gebied. Deze polder is een uitzonderlijk gave kleine droogmakerij van eind 19e eeuw, waar de opbouw van een Hollandse droogmakerij mede door het kleine formaat zeer herkenbaar is. De oorspronkelijke patronen van de inrichting zijn grotendeels intact. Onderaan de dijk ligt een ringweg die in de 19e eeuw nog niet gesloten was. Vanaf Stompwijk is er bij het binnenrijden vanaf de hoge dijk een fraai uitzicht. Halverwege in de lengte ligt een middentocht. Zeer bijzonder is het golvende patroon in de noordelijke dijk van de ringvaart door oude aansluitingen op sloten die in de ringvaartoever door de moerasvegetatie kleine natuurgebiedjes vormen. De sloten werden in de 18e eeuw of eerder gedempt toen de niet uitgeveende aangrenzende Zwet- en Groote Blankaardpolder teveel was ingeklonken om nog rechtstreeks op de ringvaart te kunnen lozen. De bebouwing is nog schaars, staat grotendeels op de authentieke locaties op de ringdijk en zijn naar buiten gericht op de ringvaart. Bij enkele boerenerven is recent de overzijde van de ringweg betrokken, soms inclusief bebouwing, wat storend is voor het landschapsbeeld (bijvoorbeeld een klein kassencomplex). Aan de zuidzijde lag ook een kassencomplex dat inmiddels is afgebroken.
Tegen de gemeentegrens zijn midden 20e eeuw ook 2 kleine woningen verschenen. Beplanting beperkt zich van oudsher tot de erven. Een recente toevoeging eind 20e eeuw is een klein bosje middenin de open ruimte. Er staat een bijzondere hardstenen grenspaal Stompwijk- Zoeterwoude op de noordelijke ringdijk. Die op de zuidelijke ringdijk met Zoetermeer is in de loop der jaren verdwenen. Gebiedskenmerken: Vrij kleine ruimte van ongeveer 2 km omsloten door de dijken. Zeer smalle ringweg beneden de dijken binnen sloten met steile smalle berm. Bijzonder patroon in ringdijk en oever ringvaart door inklinking. Oorspronkelijke boerderijen en enkele burgerwoningen bovenop de dijk naar buiten gericht op de ringvaart met achteringangen vanaf de ringweg. Markant 19e eeuws gemaal op de noordelijke ringdijk. Bijzondere hardstenen grenspaal Stompwijk- Zoeterwoude.
Toelichting (vastgesteld)
51
bestemmingsplan Landelijk - 2
3.3.7
Duivenvoordse en Veenzijdsepolder
Een deel van deze polder ligt in de gemeente Leidschendam-Voorburg. Overige delen liggen in Wassenaar en Voorschoten en Leiden. Het bekendste deel in onze gemeente is de duivenvoordecorridor. Een minder bekend en minder toegankelijk deel ligt aan de bovenzijde van het spoor. Het gebied ligt in het grootste, van rijkswege beschermde dorpsgezicht van Nederland. 'Landgoederenzone Wassenaar - Voorschoten - Leidschendam - Voorburg'. Het gezicht omvat een aangesloten reeks van landgoederen, buitenplaatsen met bijbehorende parken, tuinen, landerijen met boerderijen en villawijken met wijk- en groenvoorzieningen. In het gebied liggen onder meer de landgoederen Zuidwijk, De Horsten, Duivenvoorde, Clingendael, Backershagen en De Paauw en villaparken De Kieviet en Oud Wassenaar. In het gebied zijn de historisch geografische, landschappelijke en cultuurhistorische kenmerken uit de zeventiende tot en met de vroege twintigste eeuw nog goed herkenbaar.
Gebiedskenmerken De sterke visuele relatie tussen het Horst- en Weidegebied. De nog aanwezig landschappelijke kwaliteiten die aansluiten bij de agrarische functie en inrichting in relatie tot de ooit aanwezige en nog resterende buitenplaatsen. De historische importantie van de Veursestraatweg als landverbinding over de Strandwal (tussen Voorburg, Veur en Voorschoten). Ontwikkelingen De Duivenvoordecorridor is in ontwikkeling naar een gebied waar naast landschapsbeleving en verblijfsrecreatie ook gewoond kan gaan worden. Ook wordt er een meer fijnmazig wandelnetwerk ontwikkeld om het gebied meer beleefbaar te maken.
3.3.8
Nieuwe Driemanspolder
De Nieuwe Driemanspolder is de nieuwe natuur- en recreatievoorziening tussen Den Haag en Zoetermeer en is voor een deel gelegen op grondgebied van Leidschendam-Voorburg. Naast natuur en recreatie heeft de polder een regenwaterretentie functie.
Figuur 15: Luchtfoto Nieuwe Driemanspolder 2020
52
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2 Gebiedskenmerken Doordat het gebied niet veel lager ligt en doordat de opgave voor waterretentie groot was is een groot deel van het gebied omdijkt. Buitendijks zijn er vele waterpartijen, wandel, fiets en ruiterpaden en groenvoorzieningen aangebracht. Het deel van het gebied wat gelegen is in Zoetermeer heeft een meer publieksfunctie met camping en horeca. 3.3.9
De Vliet en vlietoevers
De Vliet maakt deel uit van het Rijn-Schiekanaal tussen Overschie en Leiden en is een zeer sterke structuur in het gebied. Om de cultuurhistorische waarde van de Vliet en de oevers in het tracé Leidschendam-Voorburg in stand te houden en waar nodig te versterken, heeft de gemeenteraad in 2010 de Cultuurhistorische Analyse van de Vlietoevers goedgekeurd. Met deze analyse heeft de gemeente getracht om de cultuurhistorische kwaliteiten van de Vlietoevers binnen Leidschendam-Voorburg in kaart te brengen. De architectonische kwaliteiten langs de Vliet zijn onder te verdelen in de volgende vier waarden: Een moderne uitstraling voor de bouwperiode waarin het pand is gerealiseerd Bebouwing met een eigen karakter en kwaliteit Symbiose tussen architectuur en ruimtelijke omgeving Verfijndheid in materialen en detaillering Bedreigingen Door bodemdaling en klimaatsverandering vernatten de lage gebieden. Dit leidt tot discussie over het grondwaterpeil. Landgoederen kampen met omvangrijke problemen omdat de instandhouding kostbaar is en de baten veelal ontoereikend zijn. De veeteelt tobt met het probleem van schaalvergroting en de vernatting van het Veenweidegebied. De glastuinbouw wordt sterk beperkt en moet uitwijken naar andere locaties. De noodzaak van infrastructurele verbeteringen.
Wensbeeld De ambitie van de gemeente en de provincie is om de Vlietzone te ontwikkelen tot een robuust (openbaar) toegankelijk en aantrekkelijk gebied voor groen, natuur, recreatie (sport) en landgoederen verbonden met Midden-Delfland en Vlietland, voorzien van een daarbij passende stedelijke ontwikkeling, ontdaan van verrommeling en met een terughoudend vormgegeven, goed ingepaste infrastructuur. Behouden en versterken van het landschappelijke, groene en cultuurhistorisch waardevolle karakter van het gebied. Benutten en verder versterken van de kwaliteiten en de recreatieve potentie van de Vlietzone. Grote ruimtelijke dynamiek creëren op de middellange en lange termijn in samenhang met verbetering van de bereikbaarheid (MIRT-opgaven Haaglanden). Versterken van de identiteit van de kernen en benutten van de ligging van de oude kernen; Cultuurhistorische kwaliteiten zichtbaar en beleefbaar houden en maken, zoals de Romeinse stad aan de Vliet, sporen van de functie als trekvaart, sporen van industrie (betoncentrale Mebin), molen De Salamander en het Sluiscomplex en omgeving; Excellente woonmilieus creëren aan de Vlietoevers. De gemeente richt zich op behoud en ontwikkeling van excellente woonmilieus op de westelijke Vlietoever zoals wonen aan het water, buitenplaatsen en andere hoogwaardige groene woonmilieus.
Gestreefd wordt naar transformatie van incidentele werkgebieden tot aantrekkelijke woonmilieus en de realisatie van openbare oevers of stedelijke balkons aan de westelijke kant. De wens om gebiedseigen water en afstromend water uit de duinen en strandvlakten in eigen gebied te benutten; De toeristisch-recreatieve mogelijkheden vergroten en verbeteren;
Toelichting (vastgesteld)
53
bestemmingsplan Landelijk - 2 Bescherming van de hoge natuurwaarden en het realiseren van de ecologische verbindingen.
3.4
Zonering van deelactiviteiten
Het plangebied heeft, naast de onderverdeling in structuren en deelgebieden, verschillende zones waarin, afhankelijk van de locatie, verschillende deelactiviteiten of vervolgfuncties mogelijk zijn. In sommige gevallen komt het voor dat de activiteiten grootschalig worden, waarbij de agrarische functie zelfs verdwijnt. Bijvoorbeeld een boerderij waarbij het houden van paarden in pension is uitgegroeid tot een paardenhouderij. Er is dan geen sprake meer van een deeltijdactiviteit, maar van een nieuwe functie waarvoor een bestemmingswijziging noodzakelijk is. In dit geval is sprake van een vervolgfunctie. De zonering is opgehangen aan de lintwegen in het plangebied. Er zijn vier zones opgenomen, betreffende:
Zone 1: Het Oosteinde (N206) als doorgaande weg met een breed profiel. Deze weg kan verkeersaantrekkende deeltijdfuncties goed aan. Het achterliggende weidegebied (Groote Westeindsche polder en Zwet- en Groote Blanckaartpolder) dient hierbij wel beschermd te worden tegen intensieve gebruiksfuncties, zoals paardenbeweiding en poldersporten, vanwege de landschaps- en natuurwaarden. Deeltijdactiviteiten en vervolgfuncties in Zone 1 zijn mogelijk, ook wanneer die niet gebiedsondersteunend zijn aan het landelijk gebied en een verkeer aantrekkende werking hebben. Activiteiten dienen wel landschappelijk te worden ingepast, waarbij intensief gebruik van het aangrenzend weiland voorkomen dient te worden. Zone 2: De overgang van stad naar land aan het begin van de Stompwijkseweg en (in de toekomst) de Westeinderweg, nabij de kern Stompwijk. Bij deze laatste ontsluiting dient bij nieuwe activiteiten/ vervolgfuncties die een intensief gebruik van de weides kennen, rekening te worden gehouden met de aanwezige landschaps- en natuurwaarden. (Deeltijd)activiteiten/vervolgfuncties met een verkeersaantrekkende werking in Zone 2 zijn mogelijk indien deze gebiedondersteunend zijn aan het landelijk gebied. Activiteiten dienen landschappelijk te worden ingepast waarbij activiteiten die voorzien intensief gebruik van weides, rekening moeten houden met de aanwezige landschaps- en natuurwaarden.
De toename van het autoverkeer is/ dient te worden afgewogen tegen de landschappelijke winst. Zone 3: De Stompwijkseweg als doorgaande weg met een profiel breder dan 4 meter. In de toekomst de belangrijkste recreatieve route. Zone 4: De Oostvlietweg als belangrijke landelijke recreatieve route en de overige smalle linten (vaak niet breder dan 4 meter) in het plangebied met hun waardevol achterland (landschaps en natuurwaarden). Activiteiten met of zonder landschappelijke winst, maar zonder verkeer aantrekkende werking zijn toegestaan in alle 4 de zones. Activiteiten dienen wel landschappelijk te worden ingepast waarbij intensief gebruik van het aangrenzend weiland voorkomen dient te worden. Op onderstaande kaart is de zonering weergegeven.
54
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2
Figuur 16: Zonering deelactiviteiten en vervolgfuncties
In onderstaande tabel is weergegeven welke deeltijdactiviteiten/vervolgfuncties in de verschillende zones zijn toegestaan.
Toelichting (vastgesteld)
55
bestemmingsplan Landelijk - 2
Figuur 17: (deel)activiteiten / vervolgfuncties per zone
Ruimtelijke randvoorwaarden De bouwwerken ten behoeve van de (deeltijd)activiteiten/vervolgfuncties dienen binnen het aanwezige bestemmingsvlak te liggen. Voor deelactiviteiten geldt dat het gezamenlijk oppervlak aan bebouwing binnen het bestemmingsvlak niet vergroot mag worden, tenzij aangetoond wordt dat bebouwing niet meer geschikt is voor de gewenste activiteit. Bestaande leegstaande bouwwerken dienen als eerst gebruikt te worden ten behoeve van de deelactiviteiten. In de regels van de hoofdbestemming: Agrarisch, A-PH, of Wonen zijnde een woonboerderij (voormalig agrarisch bedrijfscentrum) zijn voor een aantal deeltijdactiviteiten al toelaatbaarheideisen opgenomen. Bijvoorbeeld het maximale gebruiksvloeroppervlak ten behoeve van een activiteit. Voor niet benoemde activiteiten in de hoofdbestemming vormen bovenstaande activiteiten behorende bij de zone van het betreffende lint, het toetsingskader. Bij een aanvraag kunnen tevens nadere eisen gesteld worden aan bijvoorbeeld maximaal gebruiksvloeroppervlak.
56
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2
Hoofdstuk 4
Beleid
Het bestemmingsplan Landelijk - 2 vindt zijn basis in ruimtelijk beleid zoals dat in nota's van het rijk, de provincie en gemeente is vastgelegd. Dit hoofdstuk geeft het beleidskader dat op dit bestemmingsplan van toepassing is weer. De eerste paragraaf gaat in op het ruimtelijk beleid op rijksniveau. De tweede paragraaf gaat in op het ruimtelijk beleid op provinciaal niveau. Ten slotte wordt in de derde paragraaf ingegaan op het ruimtelijke beleid op gemeentelijk niveau. Een verdere ruimtelijke vertaling van het beleid in de regels en op de verbeelding wordt nader beschreven in hoofdstuk 6.
4.1
Rijksbeleid
4.1.1
Nationale Omgevingsvisie
Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld als rijksstructuurvisie. De NOVI vervangt onder andere de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). De NOVI is de langetermijnvisie voor een duurzame fysieke leefomgeving in Nederland. De NOVI heeft als toekomstperspectief een duurzame leefomgeving waarbij de kwaliteiten van de omgeving worden behouden en versterkt. Daarnaast bestaan de Nederlandse uitdagingen van de ruimtelijke inrichting in een klimaatbestendige delta en zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte in Nederland. Dit kan worden bereikt door goede samenwerking tussen de verschillende betrokken instanties. De opgaven die voortkomen uit de nationale belangen van het Rijk zijn vertaald in vier integrale prioriteiten: - Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie - Duurzaam economisch groeipotentieel - Sterke en gezonde steden en regio's - Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Binnen die prioriteiten zal aandacht zijn voor de onderlinge verwevenheden en spanningen daartussen en voor thema's en opgaven die daar dwars doorheen lopen, zoals leefomgevingskwaliteit, gezondheid, cultureel erfgoed, water, bodem en (nationale) veiligheid. Binnen de prioriteiten hanteert het Rijk drie afwegingsprincipes die helpen om beleidskeuzes te maken: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies 2.
Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal 3. Afwentelen wordt voorkomen
Toetsing plan aan NOVI De NOVI kent een dusdanig hoog abstractieniveau, dat er geen directe uitgangspunten of uitvoeringsprogramma's op het plangebied van toepassing zijn. Dit bestemmingsplan heeft wel raakvlakken met de NOVI, met name waar het gaat om het waarborgen van de kwaliteit van de leefomgeving. De (boven)lokale afstemming wordt overgelaten aan (samenwerkende) gemeenten binnen provinciale kaders. Ook dient de ruimte zorgvuldig te worden benut en overprogrammering te worden voorkomen. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is een Ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Toelichting (vastgesteld)
57
bestemmingsplan Landelijk - 2
4.1.2
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) - Ladder voor duurzame verstedelijking
Op 1 oktober 2012 is het Bro gewijzigd en is de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' hieraan toegevoegd. Overheden dienen op grond van het gewijzigd Bro nieuwe stedelijke ontwikkelingen te motiveren om tot een zorgvuldige ruimtelijke afweging en inpassing van die nieuwe ontwikkeling te komen. Een zorgvuldige benutting van de beschikbare ruimte voor verschillende functies vraagt om een goede onderbouwing van nut en noodzaak van een nieuwe stedelijke ruimtevraag en een zorgvuldige ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. De ladder voor duurzame verstedelijking is verankerd in artikel 3.1.6 van het Bro. Op 1 juli 2017 is Bro gewijzigd en geldt een nieuwe Laddersystematiek. In de nieuwe systematiek worden de huidige definities niet gewijzigd. Ten aanzien van de “treden” van de Ladder zijn er wel wijzigingen: in de nieuwe Ladder zijn de treden 1 en 2 samengevoegd en trede 3 is geschrapt, waardoor er geen sprake meer is van verschillende treden. De Ladder geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. In het Bro is geen ondergrens voor de minimale omvang vastgelegd.
Echter, uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (zie met name de overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 met nummer ECLI:NL:RVS:2017:1724) blijkt dat niet álle woningbouwprojecten gezien moeten worden als een stedelijke ontwikkeling in de zin van de Ladder. Zo stelt dat Afdeling dat een bouwplan van niet meer dan 11 woningen, die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden beschouwd, in beginsel niet beschouwd moet worden als een stedelijke ontwikkeling waarop de Ladder van toepassing is. Toetsing plan aan de Ladder voor duurzame verstedelijking Met dit bestemmingsplan vinden, met uitzondering van een nieuwe ontwikkeling die is beschreven in paragraaf 2.2, geen nieuwe ontwikkelingen plaats. De ontwikkeling van het Meerpolder behelst geen stedelijke ontwikkeling, een ladderonderbouwing is daarmee niet aan de orde. Voorliggend plan is dan ook niet in strijd met de Ladder voor duurzame verstedelijking.
4.1.3
Barro
4.1.3
Barro
Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, met uitzondering van enkele onderdelen, in werking getreden. Dit besluit is eerder aangekondigd als de Algemene maatregel van bestuur Ruimte (AMvB Ruimte) en wordt ook wel afgekort als het 'Barro'. De AMvB Ruimte is gericht op de doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke ruimtelijke plannen. Hierin worden door het Rijk kaderstellende uitspraken gedaan ten aanzien van bepaalde ruimtelijke ontwikkelingen in Nederland. Deze uitspraken onderscheiden zich in die zin, dat van de provincies en gemeenten wordt gevraagd om met de inhoud daarvan rekening te houden bij hun ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect (d.w.z.: door middel van tussenkomst door de provincie) door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals bij de vaststelling van een bestemmingsplan. De AMvB Ruimte bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken van het rijk. In het Barro staan een aantal projecten beschreven die van rijksbelang zijn en waarmee rekening dient te worden gehouden bij het vaststellen van bestemmingsplannen en wijzigings- of uitwerkingsplannen. De projecten zijn exact ingekaderd en voorzien van regels waar bestemmingsplannen aan moeten voldoen.
Het betreft de onderstaande projecten: Rijksvaarwegen Project Mainportontwikkeling Rotterdam Kustfundament
58
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2 Grote rivieren Waddenzee en waddengebied Defensie Hoofdwegen en landelijke spoorwegen Elektriciteitsvoorziening Buisleidingen van nationaal belang voor het vervoer van gevaarlijke stoffen Natuurnetwerk Nederland Primaire waterkeringen buiten het kustfundament IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte) Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde Ruimtereservering parallelle Kaagbaan Toetsing plan aan Barro Voorliggend plan is conserverend van aard en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk in een van bovengenoemde gebieden of aandachtsvelden als bedoeld in het Barro. Vanuit het Barro volgen dan ook geen aanvullende randvoorwaarden voor het plan.
4.2
Provinciaal beleid
4.2.1
Provinciaal Omgevingsbeleid
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het provinciale Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft men richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De actuele keuzes zijn digitaal raadpleegbaar via de website van de provincie Zuid-Holland. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot een integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet.
De Zuid-Hollandse Omgevingsvisie Herziening 2021 en de Omgevingsverordening Zuid-Holland - herziening 2021 is per 15 maart 2022 in werking getreden. 4.2.2
Provinciale Omgevingsvisie
De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 2 februari 2022 de Omgevingsvisie Zuid-Holland en de Omgevingsverordening Zuid-Holland vastgesteld. Beiden zijn op 15 maart 2022 in werking getreden en worden vervangen door de nieuwe Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) na inwerking van de Omgevingswet. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De Omgevingsvisie benoemt voor de provincie de visie, ambities en opgaven voor de provincie Zuid-Holland. De omgevingsvisie bevat zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendige meerkernige metropool; energievernieuwing;
Toelichting (vastgesteld)
59
bestemmingsplan Landelijk - 2 best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de zes ambities stelt de provincie in de omgevingsvisie 12 provinciale opgaven voor de omgevingskwaliteit vast. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners. De 12 provinciale opgaven omgevingskwaliteit zijn: Landschap en cultuurhistorie, Gezondheid en veiligheid, Natuur en recreatie, Ruimte en verstedelijking (de bebouwde ruimte beter benutten), Wonen, Bodem en ondergrond, Cultuurparticipatie en bibliotheken, Klimaatadaptie, Zoetwater en drinkwater, Bereikbaarheid, Regionale economie en Energievoorziening. Ook het programma Ruimte en de Kwaliteitskaart zijn onderdeel van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid - Holland. Het programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het om locatie specifieke of de programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Om aan te geven wat de provincie verstaat onder gebiedskwaliteit is een integrale Kwaliteitskaart opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze integrale Kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: 1. Laag van de ondergrond. De grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen; 2. Laag van de cultuur-en natuurlandschappen.
De laag van het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut; 3. Laag van de stedelijke occupatie. De steden en dorpen en hun onderlinge netwerken; 4. Laag van de beleving. De identiteit en (recreatieve) beleving. De kwaliteitskaart bevat de belangrijkste kenmerken (richtpunten) van een gebied. Karakteristiek voor Zuid-Holland zijn de delta-, veen-, rivieren- en kustlandschappen. Deze moeten herkenbaar blijven. Een richtpunt beschrijft hoe de provincie Zuid-Holland kwaliteit van een gebied bij nieuwe ontwikkelingen wil behouden of versterken. Bij aanpassingen in het landschap moet rekening gehouden worden met deze richtpunten. Een plan dat de kwaliteiten van een gebied versterkt is in ieders belang. Per laag is een aantal specifieke richtpunten aangegeven waar bij de ontwikkeling van een gebied rekening moet worden gehouden. Uitgangspunt daarbij is dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, zolang er sprake is van behoud of versterking van de gedefinieerde ruimtelijke kwaliteit in de Kwaliteitskaart (ja, mits-beleid). Dit beleid geldt zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied.
4.2.3
Provinciale Omgevingsverordening
Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. De Omgevingsverordening Zuid-Holland stelt regels aan gemeentelijke bestemmingsplannen. Niet alle onderwerpen zijn geschikt voor opname in een verordening. De inhoud is van toepassing op de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, waarbij een provinciaal belang speelt. De provincie heeft in de Omgevingsverordening Zuid - Holland daarom onder meer regels opgenomen over Activiteiten in de fysieke leefomgeving, zoals bodemsanering en flora- en fauna activiteiten, de leefomgevingskwaliteit en instructieregels aangaande gemeentelijke bestemmingsplannen. Zo worden er bijvoorbeeld voorwaarden gesteld aan bestemmingsplannen welke de ontwikkeling van bedrijven of kantoren mogelijk maken of welke betrekking hebben op gebieden met een provinciaal belang, zoals langs provinciale vaarwegen of nabij landgoederen en kastelen. Daarnaast is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ('AMvB Ruimte/ Barro') van het Rijk van belang. Hierin zijn regels opgenomen waaraan Provinciale Omgevingsverordeningen moeten voldoen.
Enkele onderwerpen in de verordening van de provincie Zuid-Holland vloeien rechtstreeks voort uit de AMvB Ruimte, zoals regels over het Natuurnetwerk Nederland (NNN) en de Romeinse Limes. Het volledige juridisch instrumentarium vloeit voort uit de Wet ruimtelijke ordening. Het gaat daarbij om de provinciale omgevingsvisie, het provinciaal inpassingsplan en de (proactieve en reactieve) aanwijzing. De provincie kan deze instrumenten inzetten als er sprake is van provinciaal belang. De provincie beschouwt in ieder geval van provinciaal belang de in de visie opgenomen doelen en de uitwerking daarvan in het programma Ruimte. In de verordening staan de regels die de provincie stelt aan ruimtelijke ontwikkelingen.
60
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2
Toetsing plan Aangezien het plan "Landelijk - 2" hoofdzakelijk conserverend van aard is, sluit deze aan bij het relevante provinciale omgevingsbeleid. De uitgangspunten zijn passend binnen de ruimtelijke kwaliteiten van het gebied en versterken tevens de kwaliteiten. Het bestemmingsplan zal binnen de vastgestelde provinciale voorwaarden worden vormgegeven. Vanuit provinciaal beleid zijn er geen belemmeringen ten aanzien van voorgenomen ontwikkeling. De bestaande overgang van het landelijk gebied naar bebouwde ruimte blijft met onderhavige plan behouden.
4.3
Gemeentelijk beleid en visies
4.3.1
Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012
In de strategische visie (2004) en in de structuurvisie Ruimte voor Wensen (2006) is een overkoepelende ambitie geformuleerd voor de gemeente als aantrekkelijke groene woonstad. Hoewel deze en vele andere oorspronkelijke ambities uit de structuurvisie 2006 overeind blijven, vertonen de ruimtelijke opgaven tussen 2006 en 2012 wel duidelijke nuanceringen en accentverschuivingen. De integrale ruimtelijke opgaven zijn gericht op het versterken van de identiteiten van de gemeente, die te vinden zijn in drie ruimtelijke entiteiten: het stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied. Binnen deze kerngebieden in het doel de ruimtelijke structuur te verbeteren op basis van ruimtelijke kwaliteiten van de zogenoemde ‘identiteitsdragers’. Samengevat zijn de ambities voor het buitengebied: De ontwikkeling van het Regiopark optimaal benutten als een onderscheidende vestigingsfactor en aanvullende kwaliteit voor het imago van groene woonstad. Verbetering van de recreatieve mogelijkheden en ontwikkeling van nieuwe economische kansen met behoud van de agrarische functie. Realisatie van diversiteit aan kwaliteiten aan de stadsranden. Verbetering van de recreatieve netwerken en de stad-landverbindingen.
Met de herijking van de structuurvisie worden de wijzigingen en aanvullingen in bestaande opgaven en ambities verder in beeld gebracht en worden nieuwe kansen voor de ontwikkeling van de gemeente naar voren gehaald. Met dit document wordt de ruimtelijke toekomstvisie voor de gemeente geschetst tot het jaar 2040. Het beleidsdocument 'Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte' en het bijbehorende 'Structuurvisie Ruimte voor Wensen 040, herijking 01' zijn vastgesteld op 25 september 2012. Toetsing plan In de structuurvisie 2006 lag de nadruk op het zoeken naar nieuwe woningbouwlocaties in het buitengebied. Het beleid en de visie hierop zijn gewijzigd. Het buitengebied heeft grotendeels een agrarische functie, dit blijft nog steeds de primaire drager van het landschap. Voorliggend plan betreft hoofdzakelijk een conserverend plan en maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk die in strijd zijn met de Structuurvisie. Door de cultuurhistorische dubbelbestemming wordt tevens een passende bescherming geboden van de aanwezige cultuurhistorische kwaliteiten in het landelijk gebied.
Toelichting (vastgesteld)
61
bestemmingsplan Landelijk - 2
4.3.2
Kompas voor de leefomgeving
De samenleving roert zich. Er is veel maatschappelijk initiatief. De mondiger wordende inwoner heeft ertoe bijgedragen dat de Omgevingswet in ontwikkeling is. Een van de veranderingen uit die Omgevingswet is meer ruimte geven aan maatschappelijk initiatief. In het najaar van 2017 is het ‘Toekomstbeeld–LV op de kaart’ vastgesteld. De kern van het Toekomstbeeld is de groene aantrekkelijke woongemeente met drie karakteristiek verschillende kernen. Dit vormt bij het opstellen van de Omgevingsvisie dan ook een belangrijk uitgangspunt. De Omgevingsvisie gaat dienen als integraal afwegingskader voor diverse projecten en initiatieven van bewoners, bedrijven en gemeente. De uitwerking wordt vertaald in programma, projecten en plannen. Dit Kompas van de Leefomgeving geeft de uitgangspunten, de gemeentelijke doelen en de hoofdkeuzes weer voor de op te stellen Omgevingsvisie. Het beleidsdocument 'Kompas voor de leefomgeving' is vastgesteld op 8 januari 2019. Toetsing plan Voorliggend plan omvat vrijwel het gehele buitengebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg en is opgesteld in het kader van de Omgevingswet. Het plan is hoofdzakelijk conserverend van aard. De twee ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt zijn in lijn met het beleidsdocument. Daarmee is het plan in overeenstemming met het beleidsdocument "Kompas voor de leefomgeving". 4.3.3
Agrarisch
4.3.3.1 Schaken met paard en landschap De gemeente Leidschendam-Voorburg kreeg in toenemende mate te maken met paardenactiviteiten in het landelijk gebied. Dat ging met name om pensionstalling en manege (achtige) activiteiten op (voormalige) agrarische percelen en het houden van paarden bij particulieren. Het houden van paarden kan zichtbare gevolgen hebben voor het landschap. De paardenhouderij kan bijdragen aan behoud en ontwikkeling van landschappelijke waarden. Maar ook kan het negatieve ontwikkelingen met zich meebrengen, zoals het verstoren van weidevogels, het vertrappen van grasland en landschappelijke verrommeling door onder andere het verschijnen van allerlei hekwerken en paardenbakken. Dit beleidsplan is opgesteld om richting te geven aan de ontwikkeling van de paardensector in het gebied. Daar is ruimte voor geboden, echter zijn er ook spelregels waarmee, in relatie tot de waarden van het gebied en - waar nodig -, de groei wordt begrenst. Het beleidsdocument 'Schaken met paard en landschap' is vastgesteld op 28 oktober 2008. Toetsing plan In voorliggend plan is het beleidsplan "Schaken met paard en landschap" doorvertaald naar de planregels. In het beleidsplan is het buitengebied gezoneerd in twee deelgebieden, de zogenaamde 'Randgebieden' en 'Agrarische gebieden'. Per gebied is aangegeven in welke vorm paardenactiviteiten toegestaan zijn.
Deze deelgebieden zijn in het bestemmingsplan opgenomen onder twee gebiedsaanduidingen: 'paardenbeleid randgebieden' en 'paardenbeleid agrarische gebieden'. Niet alle bestaande paardenhouderijen zijn gevestigd op een locatie, die in overeenstemming is met de gebiedsindeling van de Nota 'Schaken met paard en landschap'. Voor deze gevallen geldt dat de bestaande bedrijfsvoering, mits legaal gevestigd, op basis van de daarvoor geldende rechten mag worden voortgezet. Door middel van de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch, productiegericht of gebruiksgericht' is in de regels en op de verbeelding aangegeven welk type paardenhouderij, al dan niet in combinatie met een andere bedrijfstak is toegestaan. Voor het beweiden van paarden en het inrichting van paardenvoorzieningen zijn verder onder de bestemmingen specifieke gebruiks- en bouwregels opgenomen. Is extensieve weidegang (door paarden) in een aantal bestemmingen bij recht toegestaan, maar wel begrensd door normen van aantal paarden
62
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2 per hectare, is daarentegen bij het beweiden van paarden in de randgebieden (en waar specifiek aangeduid) de genoemde normen van aantal paarden per hectare niet toegepast. Voorliggend plan is daarmee opgesteld conform het beleidsplan.
4.3.4
Bodem
4.3.4.1 Nota bodembeheer gemeentes Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar Gemeentes zijn het bevoegd gezag voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen op of in de landbodem. Het wettelijk kader hiervoor vormen het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. Beide documenten bevatten generieke regels waarbij de normen voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk zijn van zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem. Indien gemeenten meer beleidsvrijheid voor het doelmatig en weloverwogen regelen van het hergebruik van grond en bagger, dan dienen zij een bodemkwaliteitskaart en een nota bodembeheer op te stellen. De gemeentes Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar hebben er voor gekozen om gezamenlijk een bodemkwaliteitskaart en een nota bodembeheer op te stellen. Het beleidsdocument 'Nota bodembeheer gemeenten Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar' is vastgesteld op 3 oktober 2013. Op 30 oktober 2018 heeft het college van Burgemeester en Wethouders besloten de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart met 5 jaar te verlengen met uitzondering van de percelen gelegen boven de spoorlijn Den Haag - Leiden. 4.3.4.2 Bodemkwaliteitskaart Leidschendam-Voorburg De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft samen met de gemeentes Voorschoten en Wassenaar het besluit bodemkwaliteit geïmplementeerd.
De bodemkwaliteitskaart is een belangrijk instrument voor hergebruik van grond en bagger. In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in één of meer zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen. In de Nota Bodembeheer is beleidsmatig vastgesteld binnen en tussen welke zones vrij grondverzet mogelijk is en welke voorwaarden hierbij gelden. Het beleidsdocument 'Bodemkwaliteitskaart Leidschendam -Voorburg' is vastgesteld op 3 november 2013. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 30 oktober 2018 besloten om de geldigheid van de Bodemkwaliteitskaart met 5 jaar te verlengen. Toetsing plan Voorliggend plan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk waarbij grond en /of bagger hergebruikt wordt. Het plan heeft daarnaast geen invloed op de milieuhygiënische bodemkwaliteit van het plangebied. 4.3.5
Bouwen en verbouwen
4.3.5.1 Bouwverordening 2016 De gemeentelijke bouwverordening omvat regels voor het toepassen van brandveiligheidsinstallaties als voorwaarde voor een bouwvergunning, naast de technische voorschriften die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit (Dit wordt het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) onder de Omgevingswet). Verder bevat een gemeentelijke bouwverordening de niet-bouwtechnische eisen voor het bouwen zoals stedenbouwkundige voorschriften, regels voor het gebruiken van gebouwen voor het slopen en de manier van handhaving door de gemeente. De bevoegdheid om een bouwverordening vast te stellen is gelegen in artikel 2 van de Woningwet, die bepaalt dat een gemeente een bouwverordening moet vaststellen. Het beleidsdocument 'Bouwverordening Leidschendam-Voorburg 2016' is vastgesteld op 26 april 2016.
Toelichting (vastgesteld)
63
bestemmingsplan Landelijk - 2
Toetsing plan Voorliggend plan maakt geen nieuwe bouwwerken mogelijk. Bij een aanvraag omgevingsvergunning zal getoetst worden aan de geldende voorschriften conform de bouwverordening. 4.3.6
Duurzaamheid
4.3.6.1 Duurzaamheidsagenda 2016-2020; Op weg naar een duurzamer Leidschendam-Voorburg Duurzaamheid is steeds meer, direct en indirect, een belangrijk thema in het dagelijks leven. Veel inwoners, bedrijven en organisaties, inclusief Gemeente Leidschendam-Voorburg, zijn bezig met bijvoorbeeld energiebesparing en afval scheiden voor hergebruik. Er is een groeiend besef van een groene, natuurrijke en gezonde leefomgeving om ons heen. Omdat duurzaamheid een veelomvattend onderwerp is, bakent de gemeente het onderwerp af voor deze duurzaamheidsagenda en ligt de focus op ecologische duurzaamheid. Duurzaamheid wordt beïnvloed door onze leefwijze, wijze van wonen en hoe mensen zich verplaatsen. Eenieder heeft een rol in dit geheel, zowel inwoners, ondernemers, organisatie als de gemeente zelf. De ambitie is een duurzamer Leidschendam-Voorburg. Het beleidsdocument 'Duurzaamheidsagenda 2016-2020; op weg naar een duurzamer Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 25 april 2016. 4.3.6.2 Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2022 Om te zorgen dat ook voor de komende generaties onze planeet een goede plek is om te leven, moeten er veranderingen plaatsvinden in de manier hoe we werken, wonen, en leven. Ook in deze gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg wil grote stappen zetten op het gebied van duurzaamheid energie en milieu.
De ambitie is een CO2-neutrale gemeente met een circulaire economie in 2050. De gemeente werkt aan een toekomstbestendige stad met een gezond woon- en leefklimaat. Sinds 2016 is op basis van de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 aan verduurzaming gewerkt. Op basis van ontwikkelingen, het coalitieakkoord in 2018 en vakinhoudelijke kennis van partners en ambtenaren wordt het duurzaamheidsbeleid verder ontwikkeld en bestendigd in het uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2022. Het beleidsdocument 'Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2020' is vastgesteld op 10 december 2019.
4.3.6.3 Lokale Energie Strategie (en Transitievisie Warmte) De Lokale Energiestrategie - samen met de opgestelde transitievisie warmte - geeft de inwoners van de gemeente een beeld van wat zij de komende jaren kunnen verwachten ten aanzien van duurzame energie en in welke wijken de energietransitie als eerste zal worden opgestart. Gaandeweg zal de gemeente steeds meer verduurzamen doordat steeds meer energie lokaal zal worden opgewekt. De Lokale Energiestrategie (LES) vormt input voor de regionale energiestrategie (RES). In de LES wordt onder andere de Transitievisie Warmte (TVW) opgesteld, waarin wordt aangegeven hoe de gemeente de transitie naar een aardgasvrije warmtevoorziening gaat aanpakken. De LES en de TVW vormen één van de vier bouwstenen die als basis dienen voor de gemeentelijke omgevingsvisie. De andere zijn: Groene Woongemeente; Mobiliteit & bereikbaarheid; Economie & bedrijvigheid. Samenhang tussen deze bouwstenen en bijbehorend beleid is er behalve qua ruimtelijke impact ook op het gebied van het reduceren van de CO2 uitstoot. De bouwstenen worden samen met de overige thema's uit het Kompas van de leefomgeving (2019) per wijk en gebied uitgewerkt tot een omgevingsvisie. Toetsing plan Voorliggend plan maakt geen nieuwe energie ontwikkelingen mogelijk, het plan is hoofdzakelijk conserverend van aard.
De opwekking van duurzame energie zal voornamelijk plaats moeten vinden
64
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2 door het benutten van zonne-energie op daken, gevels, onbenutte bebouwde locaties, parkeerplaatsen en infrastructuur. Voorliggend bestemmingsplan staat geen zonnevelden toe in het buitengebied. In de LES is opgenomen dat voor duurzame energie daarom voornamelijk moet worden gezocht naar oplossingen in stedelijk gebied.
4.3.7
Erfgoed
4.3.7.1 Erfgoedverordening De hoofdpunten die in de 'Erfgoedverordening gemeente Leidschendam-Voorburg' worden geregeld zijn: De bevoegdheid van het college gemeentelijke monumenten en beeldbepalende objecten aan te wijzen, dat kunnen zijn gebouwen, bomen, archeologische vindplaatsen etc.; De bevoegdheid van de raad beschermde dorpsgezichten aan te wijzen, het vergunningenstelsel voor gemeentelijke monumenten en beeldbepalende objecten; Het instandhoudingsregime voor archeologische monumenten, archeologisch waardevolle gebieden, dan wel gebieden met een archeologische verwachting; De inschakeling van de Welstands- en monumentencommissie als onafhankelijk adviesorgaan dat adviseert over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de Erfgoedverordening en het gemeentelijk erfgoedbeleid. Het beleidsdocument 'Erfgoedverordening Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 21 september 2010. 4.3.7.2 Beschermd Stads- en dorpsgezicht Een stads- of dorpsgezicht is een gebied in een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. De bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen. De gemeente heeft nog geen gemeentelijke gezichten. In dit bestemmingsplan is de Landgoederenzone Voorschoten - Wassenaar - Leidschendam - Voorburg in 2007 door de Minister aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht:
Figuur 18: Leidschendam, Landgoederenzone Wassenaar, Voorschoten
Toelichting (vastgesteld)
65
bestemmingsplan Landelijk - 2
4.3.7.3 Nota Archeologie Conform het Overgangsrecht in de Erfgoedwet moeten gemeenten het archeologische belang meewegen in ruimtelijke projecten vanaf 100 m2. Omdat gemeenten ook andere belangen te behartigen hebben, zoals economie, landbouw, wonen en infrastructuur, biedt de wet gemeenten daarbij wel beleidsruimte. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren heeft de Gemeente Leidschendam-Voorburg in samenwerking met de gemeenten Voorschoten en Wassenaar archeologie beleid ontwikkeld en vastgesteld in 2009. In 2014 heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg haar archeologiebeleid herijkt, ‘archeologienota herijking 2013’. In de Nota archeologie wordt een overzicht van het archeologische erfgoed van de pactgemeenten gegeven en zijn de beleidsregels ten aanzien van de omgang met het archeologische bodemarchief geformuleerd. De archeologische beleidskaart geeft hierbij de archeologische waarde en verwachting per gebied aan met de daarbij behorende beleidsregels. Het beleidsdocument 'Nota archeologie - herijking 2013' is vastgesteld op 3 december 2013.
4.3.7.4 Cultuurhistorische analyse Vlietoevers De gemeente Leidschendam-Voorburg wordt gescheiden en verbonden door de Vliet. De scheiding ontstaat enerzijds doordat het grondgebied van Leidschendam-Voorburg aan weerszijden van de Vliet is gelegen. Anderzijds is er sprake van een verbinding omdat de Vliet de hele gemeente van noord naar zuid doorloopt. Juist dat opvallende kenmerk maakt de Vliet tot een belangrijke structuur binnen de gemeentegrenzen. De eerste aanleiding voor het opstellen van deze cultuurhistorische analyse is een door de raad aangenomen motie. De tweede aanleiding voor het opstellen van de cultuurhistorische analyse is om deze te hanteren als een historisch kader voor de toekomst. De cultuurhistorische analyse van de Vlietoevers is een referentiekader voor het programma van eisen bij het opstellen van voorschriften in bestemmingsplannen en bij toekomstige ontwikkelingen. Het beleidsdocument 'Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers' is vastgesteld op 11 oktober 2016. 4.3.7.5 Welstandsnota Leidschendam-Voorburg In de Woningwet is bepaald dat toetsing van bouwplannen aan redelijke eisen van welstand alleen nog mogelijk is op basis van een door de gemeenteraad vastgestelde welstandsnota. Daarmee wordt gestreefd naar een objectiever en inzichtelijker welstandsbeleid.
Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger wordt afgewogen tegen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving als algemene waarde. Er zijn ruime mogelijkheden voor de gemeente om accenten te leggen in het “ambitieniveau” dat wordt nagestreefd in het welstandstoezicht. Als kader voor plantoetsing en als inspiratie voor nieuwe bebouwing. Het beleidsdocument 'Welstandsnota Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 14 juni 2004, laatst gewijzigd op 13 september 2011.
Toetsing plan De archeologische waarden zijn vertaald in een aantal archeologische dubbelbestemmingen. Hierdoor is de bescherming en het behoud van deze waarden conform bovenstaande beleidsnota's geborgd. Het plan is daarmee in overeenstemming met het erfgoedbeleid.
66
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2
4.3.8
Wonen
4.3.8.1 Woonvisie 2016-2020 Nieuwe ontwikkelingen op de woningmarkt en in de wetgeving vragen om heroriëntatie op het woonbeleid zoals dat is vastgelegd in de WOONvisie 2020. De woningmarkt laat een meer op de vraag gerichte ontwikkeling zien. Vraaggericht wil zeggen dat er niet in de eerste plaats wordt gekeken naar de afzetmogelijkheden van woningen op korte termijn. Er moet beter worden nagedacht over de toekomstwaarde van de woningvoorraad en over de vraag waar onze (toekomstige) inwoners in bredere zin behoefte aan hebben voor de lange termijn. De gemeente Leidschendam-Voorburg kiest ervoor om geen nieuwe “woonvisie oude stijl“ op te stellen, maar deze heroriëntatie te concentreren op een aantal actuele thema’s op het gebied van wonen. Deze woonvisie krijgt daarom het karakter van een “agenda wonen” en richt de focus op de kortere termijn en legt daarmee een basis om ook voor de lange termijn tot een aantal vervolgacties te komen. Het beleidsdocument 'Woonvisie 2016-2020' is vastgesteld op 15 maart 2016. 4.3.8.2 Beleidsnota het dak op De beleidsnotitie 'Het dak op' bevat concrete toetsingscriteria waaraan aanvragen voor dakterrassen worden getoetst. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een dakterras spelen het waarborgen van de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en het veiligstellen van de privacy van de buren een belangrijke rol.
In de nota worden algemene regels gegeven voor het bouwen van een dakterras waaraan elke aanvraag moet voldoen. Voor een aantal gebieden is vanwege het specifieke straatbeeld en de waardevolle architectuurtoepassing van het dakterrassenbeleid uitgesloten. Voor dergelijke situaties is een solitaire belangenafweging noodzakelijk. Het beleidsdocument 'Het dak op! - Beleidsnotitie met sneltoetscriteria voor dakterrassen' is vastgesteld op 8 juli 2008.
4.3.8.3 Beleidsnota Woningsplitsing en kamerverhuur Leidschendam-Voorburg In de afgelopen jaren ontving de gemeente steeds meer aanvragen voor een omgevingsvergunning, waarbij sprake is van woningsplitsing van een gebouw met bestemming 'Wonen' in Leidschendam-Voorburg. Kamerverhuur is minder zichtbaar voor de gemeente omdat hiervoor veelal geen omgevingsvergunning is vereist. Belangrijkste redenen voor woningsplitsing en kamerverhuur zijn de schaarste in het aanbod van kleine (goedkope) woningen voor diverse doelgroepen en de vraag naar beleggingsobjecten door macro-economische ontwikkelingen als de negatieve spaarrente. Dit leidde soms tot ongewenste effecten op de leefbaarheid in de directe woon- en leefomgeving. De gemeente Leidschendam-Voorburg beschikte niet over beleid en regelgeving om te kunnen sturen op het woningsplitsing en kamerverhuur indien dit past binnen het bestemmingsplan. De toename van het aantal aanvragen en de gevolgen voor de woningvoorraad en de leefbaarheid zijn aanleiding geweest om onderhavig beleid te ontwikkelen. Het beleidsdocument 'Beleidsnota Woningsplitsing en kamerverhuur Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 6 april 2021. Toetsing plan Voorliggend plan is hoofdzakelijk conserverend van aard en maakt geen nieuwe woningen mogelijk. Het plan is in overeenstemming met de Woonvisie.
Conform de beleidsnota "Het dak op!" is het realiseren van een dakterras onder een aantal voorwaarden toegestaan. De beleidsnota bevat hiervoor de concrete toetsingscriteria waaraan een aanvraag wordt
Toelichting (vastgesteld)
67
bestemmingsplan Landelijk - 2 getoetst. In de nota worden algemene regels gegeven voor het bouwen van een dakterras waaraan elke aanvraag moet voldoen. Bijvoorbeeld de eis dat het dakterras van binnenuit ontsloten dient te zijn en dat de daglichttoetreding van de omringende panden niet wordt verminderd. Daarnaast zijn voor elk type dakterras (op een plat dak, aan een kaplaag of op een uitbouw) specifieke eisen gesteld. De in het bestemmingsplan opgenomen (afwijkings)regels sluiten hierop aan. Conform de beleidsnota "Woningsplitsing en kamerverhuur" is het met dit bestemmingsplan verboden om een bestaande woning te veranderen in en/of te vergroten tot twee of meer zelfstandige woningen (met uitzondering van een mantelzorgwoning). Tevens is het verboden om een bestaande woning te gebruiken of aan te bieden voor 3 of meer onzelfstandige woningen. Er kan middels een aantal afwijkingsbevoegdheden worden afgeweken van bovenstaande. Deze afwijkingsbevoegdheden zijn in overeenstemming met de uitzonderingen zoals vastgelegd in de beleidsnota.
4.3.9
Geluid
4.3.9.1 Actieplan geluid 2018-2023 Iedere vijf jaar moeten, volgens de Wet milieubeheer, aangewezen gemeenten de geluidsniveaus in de leefomgeving vaststellen. Het doel hiervan is om schadelijke en hinderlijke effecten ten gevolge van weg-, rail-en luchtverkeer en industrielawaai te beheersen of te verlagen. In het bijzonder geldt dit voor woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen, zoals scholen en kinderdagverblijven en voor stille-en stiltegebieden. De gemeente Leidschendam-Voorburg behoort tot de aangewezen gemeenten. Het beleidsdocument 'Actieplan geluid 2018-2023' is vastgesteld op 12 februari 2019 4.3.9.2 Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder Leidschendam-Voorburg In Leidschendam-Voorburg speelt geluidhinder bij het realiseren van nieuwe ruimtelijke plannen vrijwel altijd een rol. Een belangrijke reden hiervan is, dat veel nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in de gemeente plaatsvinden in bestaand stedelijk gebied en dus op reeds geluidbelaste locaties. Veelal gaat het om plannen voor nieuwbouw van geluidgevoelige bestemmingen zoals woningen, scholen e.d. Bij toetsing van de geluidhinderaspecten bij dit soort van plannen is de Wet geluidhinder van toepassing. De Wet geluidhinder kent namelijk voor nieuw geprojecteerde geluidgevoelige bestemmingen een stelsel van voorkeursgrenswaarden en maximale grenswaarden.
Nieuwe geluidgevoelige bestemmingen dienen bij voorkeur te worden gebouwd met in achtneming van de wettelijke voorkeursgrenswaarden voor wegverkeerslawaai, industrielawaai en spoorweglawaai. Alleen voor situaties waarbij goed onderbouwd is vastgesteld dat dit laatste niet mogelijk is, biedt de Wet geluidhinder de mogelijkheid tot het verlenen van ontheffing van deze voorkeursgrenswaarden. Het beleidsdocument 'Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder gemeente Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 9 februari 2010. Toetsing plan Voorliggend plan is hoofdzakelijk conserverend van aard. Er is geen sprake van het realiseren van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen. Het plan is in overeenstemming met het geluidbeleid.
4.3.10 Groenstructuur Groen in het plangebied Het buitengebied ligt op een knooppunt van drie landschappen: Midden-Delfland, het Groene Hart en de kustzone en kenmerkt zich door een breed scala aan voor het groen relevante ontwikkelingen waaronder het Nationaal Park Hollandse Duinen, het Regiopark 'Duin, Horst en Weide' en het waterrijke natuur- en recreatiegebied in de Nieuwe Driemanspolder.
68
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2
Figuur 19: Gemeente Leidschendam-Voorburg (oranje grens); het werkgebied van Regiopark Duin, Horst & Weide (groene cirkel) binnen het gebied van het Nationaal Park Hollandse Duinen (hoofdgrens is de Vliet met hierlangs een zone met het veenweidegebied van Stompwijk)
Omdat er in andere kaders de ruimtelijke kwaliteit van het buitengebied al is vastgelegd wordt in het gemeentelijke groenbeleid alleen op hoofdlijn aandacht besteed aan het buitengebied. Geconcludeerd wordt dat er in het buitengebied een duidelijke hiërarchie van open ruimten waarneembaar is. De insteek van het Groenstructuurplan is om deze karakteristiek te versterken. Er ontstaat differentiatie in het buitengebied wat de recreatieve waarde van het gebied ten goede komt.
4.3.10.1
Groen en landschapsbeleid gemeente Leidschendam – Voorburg
Groenstructuren In het gemeentelijk Groenstructuurplan Buitengewoon Groen 2009 en het Uitvoeringsprogramma 2012 (herijking 2015) zijn de waardevolle groenstructuren vastgelegd. Naast de ruimtelijke waarden is dit is ook van belang voor de klimaat bestendigheid (infiltratie en hittestress). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten deze structuren zoveel mogelijk ingepast of als het niet anders kan gecompenseerd worden op basis van een plan ter goedkeuring van de gemeente. Het groenstructuurplan geeft op hoofdlijnen aan welk groen van belang is op gemeentelijk niveau en waar het groen versterkt kan worden. Het garandeert het groene karakter van de gemeente in de toekomst door de hoofdgroenstructuur duidelijk te benoemen, verbindingen te maken en de ligging aan het buitengebied te versterken. Om het groen in de gemeente te versterken wordt er ingezet op drie niveaus: groene zones; groene lijnen; groene wijken. Om de ambities te verwezenlijken, wordt in het Groenstructuurplan gesteld dat bij nieuwe ruimtelijke projecten het groen vanaf de initiatieffase een serieus onderdeel moet zijn van de planvorming. Voor elk ruimtelijk plan dat in nieuwe ontwikkelingen of ruimtelijke ingrepen voorziet, moet daarom een groenparagraaf deel uitmaken.
Toelichting (vastgesteld)
69
bestemmingsplan Landelijk - 2
4.3.10.2
Bomennota
In de gemeente Leidschendam-Voorburg staan in totaal 31.000 bomen. Een deel daarvan staat in de hoofdboomstructuur. De bestaande situatie van de bomen in Leidschendam-Voorburg is te vinden op de kaarten in het groenbeheersysteem. Leidschendam-Voorburg is een groene gemeente met een grotendeels verstedelijkt karakter dat ten oosten van De Vliet overgaat in het open veenweidegebied. De gemeente Leidschendam-Voorburg streeft naar het behoud en versterking van het aanwezige groenbestand. Uitbreiding en verdichting van het stedelijk gebied mogen in principe niet ten koste gaan van de totale kwaliteit van het groen in de gemeente. Het beleidsdocument 'Bomennota' is vastgesteld op 12 december 2017. Het beheer van het beleidsdocument is opgenomen in 'Bodemnota, onderdeel beheer'. 4.3.10.3
Groenstructuurplan 'Buitengewoon groen'
Het Groenstructuurplan omvat de gehele gemeente Leidschendam-Voorburg, waarbij de nadruk ligt op het stedelijk gebied binnen de gemeente. Enerzijds omdat hier de dynamiek en de druk op het groen het grootst is, waardoor een heldere visie op het groen hier het meest urgent is. Anderzijds liggen er voor het buitengebied al diverse plannen, zoals het regiopark ‘Duin, Horst en Weide’ en het bestemmingsplan Landelijk Gebied 2011 met een uitgebreide landschapsparagraaf, waardoor de groene kwaliteit van het buitengebied al gewaarborgd wordt. Het beleidsdocument 'Groenstructuurplan Buitengewoon Groen' is vastgesteld op 12 februari 2010. De uitvoering van het beleidsdocument is opgenomen in 'Groenstructuurplan, uitvoeringsprogramma'. Toetsing plan Voorliggend plan is conform het groen- en landschapsbeleid opgesteld. De groene en landschappelijke waarden zijn voor dit bestemmingsplan nader gespecificeerd in hoofdstuk 3 van de toelichting en in de regels onder de dubbelbestemmingen Waarde - beschermd stads- en dorpsgezicht (artikel 38) en Waarde - Cultuurhistorie (artikel 39 ).
4.3.11 Grondzaken 4.3.11.1
Notitie verkoop snippergroen voor de gemeente Leidschendam-Voorburg 2019
In het Kompas voor de Leefomgeving is vastgelegd dat Leidschendam-Voorburg een groene woongemeente wil zijn. Een groene omgeving wordt als een fijne omgeving ervaren met genoeg ruimte voor bomen, plantvak en parken. Dat maakt Leidschendam-Voorburg een fijne gemeente om in te wonen. Het is van belang dit groene karakter te behouden. Regelmatig hebben bewoners of bedrijven de wens om gemeentegrond, vaak groenstroken, aan te kopen en te gebruiken voor de uitbreiding van hun tuin, woning of bedrijf. Om meer duidelijkheid te verschaffen over de wijze waarop de gemeente beoordeeld of grond wel of niet kan worden uitgegeven, heeft de gemeente beleid opgesteld. Het beleidsdocument 'Notitie gronduitgifte gemeente Leidschendam-Voorburg 2019' is vastgesteld op 19 juni 2019. Toetsing plan Conform de "Notitie gronduitgifte gemeente Leidschendam-Voorburg" is in voorliggend plan het in gebruik nemen van gemeentegrond, ook wel bekend onder de term "snippergroen", niet toegestaan. Gronduitgifte of verkoop van grond, het huren van gemeentegrond of adoptie (onderhouden van gemeentegrond) dient bij de gemeente te worden aangevraagd.
70
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Landelijk - 2
4.3.12 Horeca 4.3.12.1
Horecanota 2011
Het gemeentebestuur onderkent het belang van horeca voor de gemeente. De horeca biedt werkgelegenheid aan een groot aantal mensen, hetgeen gunstig is voor de economie van de gemeente Leidschendam-Voorburg. Daarnaast heeft de horeca een recreatieve functie voor een aanzienlijk deel van de bewoners. Hierbij moet worden gedacht aan restaurant- en cafébezoek en het bezoeken van andere uitgaansgelegenheden. De horeca vervult een wezenlijke functie in de ondersteuning van andere bedrijven in de gemeente en ook ondersteuning bij de winkel- en ontmoetingsfunctie van de stad. De aanwezigheid van een veelzijdige en goed functionerende horeca levert dus een belangrijke positieve bijdrage aan de gemeente Leidschendam-Voorburg. Daarnaast is het van groot belang dat door de aanwezige horeca dat het woon- en leefklimaat niet onevenredig wordt belast. Overlast en hinder voor de burgers dienen zo veel als mogelijk te worden beperkt. Geluidsoverlast en verstoring van de nachtrust kunnen de kwaliteit van het woon- en leefklimaat aantasten. Het beleidsdocument 'Horecanota 2011' is vastgesteld op 31 mei 2011. 4.3.12.2