3211-IHP Primair en Voorgezet Onderwijs 2025-2040 NIEUWE VERSIE
Tekst van het document
24
IHP Primair Onderwijs •
•
• •
Het ontwikkelen van integrale kindcentra is het streven, maar geen verplichting. In het huisvestingsonderzoek wordt de behoefte en haalbaarheid van een kindcentrum onderzocht; De behoefte aan primair onderwijs wordt in kaart gebracht (o.b.v. leerlingenprognoses en onderwijskundig concept); Inzicht in huidige huisvestingssituatie; In het huisvestingsonderzoek wordt voorafgaand aan ieder project geïnventariseerd welke basisvoorzieningen kunnen worden toegevoegd, vanuit de directe omgeving of vanuit aanvullende behoefte.
Door het realiseren van integrale kindcentra voldoet de gemeente aan haar verplichting om te voldoen in onderwijshuisvesting, tegelijkertijd neemt de gemeente een extra stap in het realiseren van een brede voorziening waarbij de doorgaande leerlijn voor het kind centraal staat.
duidelijke en uniforme afspraken gemaakt te worden over de verantwoordelijkheden en financiering van het beheer binnen VvE’s.
IHP
6 2 Voortgezet onderwijs
Voortgezet Onderwijs • • • • •
•
Behoefte aan voortgezet onderwijs in kaart gebracht (op basis van leerlingenprognose en aanbod); Inzicht in de huidige huisvestingssituatie; Inzicht in vervanging of toevoeging onderwijshuisvesting VO; Bij in stand te houden onderwijslocaties wordt gekeken wat mogelijkheden zijn om de veiligheid rond de schoollocaties te optimaliseren; Bij (vervangende) nieuwbouw op de huidige locatie wordt vanuit de situering en positionering van het gebouw op het kavel rekening gehouden met verkeers- en sociale veiligheid, met voldoende terreinoppervlak voor gebouw, stallingen, parkeren en buitenruimte en zo mogelijk met fysieke verbinding met sportvoorzieningen; Bij (vervangende) nieuwbouw opgaven wordt rekening gehouden met compartimenteerbaarheid van het gebouw, zodat naschools/gedeeld gebruik van voorzieningen op een beheersbare manier mogelijk wordt.
De gemeente heeft ook ten aanzien van de huisvesting van het voortgezet onderwijs een zorgplicht. Daarin staat de gemeente niet op zichzelf, maar in relatie tot andere gemeenten in de regio. Besluiten binnen de gemeente kunnen daardoor van invloed zijn op andere gemeenten. Er vindt in het RPO Haaglanden overleg (Regionaal Plan Onderwijsvoorzieningen) regionaal afstemming plaats tussen de schoolbesturen over zaken die van invloed zijn op andere scholen in de regio. De gemeente Leidschendam-Voorburg kan echter met de schoolbesturen autonoom over de kwaliteit van de huisvesting en de inpassing daarvan in de omgeving beslissen.
Ook de huisvesting van het voortgezet onderwijs heeft een betekenis voor de wijk. Vanuit het maatschappelijk belang is het de ambitie om voorzieningen in het gebouw open te stellen voor wijkinitiatieven. De keuken in het Veurs Voorburg wordt bijvoorbeeld buiten schooltijden beschikbaar gesteld aan de buurt, maar ook techniek voorzieningen of een aula zijn breder inzetbaar. Van belang, bij het medegebruik buiten schooltijden, is een goede toegankelijkheid en afsluitbaarheid van de betreffende voorziening in relatie tot de rest van het gebouw (compartimenteerbaarheid). Onder wijkinitiatieven verstaan we ook de nabijgelegen kindcentra. Voorzieningen binnen het voortgezet onderwijs kunnen een aanvulling zijn op het programma van een kindcentrum. De samenwerking en mogelijkheden van gedeeld gebruik van voorzieningen worden per locatie verder verkend. Een directe relatie tussen school en sportvoorzieningen is wenselijk. Een aantal locaties beschikken over inpandige gymzalen. Waar die fysieke relatie niet mogelijk is, wordt zoveel mogelijk gestuurd op het vormen van een netwerk door de scholen met sportvoorzieningen (verenigingen en accommodaties). De functie van een VO- school is meer regionaal gericht dan wijkgericht. Het gaat veelal om grotere gebouwen dan in het basisonderwijs. Het is daarom van belang om een VO-school zo goed mogelijk in te passen in haar omgeving, in de wijk.
Dat begint bij
25
een goede planologische inpassing. Het is van belang om bij (ver)nieuwbouw vroegtijdig de hier genoemde thema’s voor die inpassing mee te nemen bij de keuze voor een locatie en de inpassing op een locatie. Voor het voortgezet onderwijs is de beheersbaarheid van het aantal leerlingen in de omgeving van de school een belangrijk aspect. Dat heeft betrekking op een verkeersveilige toegang tot de schoollocatie, maar ook met de sociale veiligheid rond de schoollocatie tijdens en na schooltijden. Zowel medewerkers als leerlingen worden gestimuleerd om met de fiets naar de schoollocatie te komen. Dat moet wel ondersteund worden met de fysieke inrichting van de omgeving rond de schoollocatie: veilige fietsroutes en voldoende veilige stallingsplekken voor fietsen op het terrein. Ook pauzevoorzieningen spelen een rol in de beheersbaarheid. Een voldoende ruime en aantrekkelijk ingerichte buitenruimte nodigt leerlingen uit om hun pauze op het schoolplein door te brengen.
om doorgaande leerlijnen. De gemeente, het onderwijs en de kinderopvang zetten zich in om de overgang tussen de kinderopvang, het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs, waar nodig, in Leidschendam-Voorburg te verbeteren. De doorgaande leerlijn van kinderopvang naar het primair onderwijs is omschreven in paragraaf 6.1. Het versoepelen van de overgang tussen het primair onderwijs en het voortgezet onderwijs is in ontwikkeling. In dergelijke initiatieven wordt onderzocht of het moment van niveaubepaling kan worden uitgesteld of versneld, afhankelijk van de ontwikkeling van de leerling. Een eerste stap is om gezamenlijk te bepalen hoe de overstap van het primair naar het voortgezet onderwijs inhoudelijk kan worden vormgegeven. In de LEA wordt hier in de programmalijn ‘School van de toekomst’ verdere uitwerking aan gegeven. De huisvesting volgt de inhoudelijke ambitie. Per project wordt bekeken hoe vorm kan worden gegeven aan deze ambitie.
6 4 Capaciteitsafspraken Naast beheersbaarheid is ook gezondheid een belangrijk thema dat inspeelt op de relatie tussen de VO-school en haar omgeving. Een schoollocatie is een rookvrije omgeving. De omgeving van een school dient roken te ontmoedigen en wordt waar mogelijk zelfs op basis van verboden afgedwongen. Bij gezondheid past ook het stimuleren van gezonde voeding en het ontmoedigen van ongezonde voeding.
6 3 Doorgaande leerlijn De wens om ieder kind in staat te stellen zijn of haar talenten te ontwikkelen, vraagt
Het streven is om een evenwichtige spreiding van leerlingen over de scholen en een efficiënte inzet van de beschikbare onderwijsruimte en van organisatiecapaciteit te realiseren. De verwachting is dat hiermee de kwaliteit van het onderwijs voor de gemeente LeidschendamVoorburg zo evenwichtig mogelijk kan worden gewaarborgd en dat thuis nabij onderwijs voor iedereen beschikbaar is. Gemeente en schoolbesturen zetten zich in voor een optimale spreiding en bereikbaarheid van onderwijs om zoveel mogelijk recht te doen aan de keuzevrijheid van ouders. De kwantiteit speelt hierbij een rol, maar er is
26
ook aandacht voor een divers aanbod aan onderwijsconcepten. Tegelijkertijd dient voorkomen te worden dat scholen te klein worden om de kwaliteit nog te kunnen waarborgen en er onnodig leegstand ontstaat, terwijl elders uitbreidingsverzoeken worden ingediend. In het verleden zijn er daarom voor het primair en voortgezet onderwijs capaciteitsafspraken gemaakt. Deze capaciteitsafspraken blijven het vertrekpunt. Indien ontwikkelingen (woningbouw of demografische ontwikkelingen in een gebied) daar aanleiding toe geven, stellen we de capaciteitsafspraken bij. Deze bijstelling kan uitsluitend na overleg en met instemming van alle schoolbesturen.
6 5 Beweging en buitenruimte In de gemeente Leidschendam-Voorburg wordt ieder kind uitgedaagd om veel te bewegen zowel tijdens als buiten schooltijd. Hier wordt op verschillende manier invulling aan gegeven. Voor zowel de kindcentra als het voortgezet onderwijs worden kinderen, hun ouders en medewerkers gestimuleerd om lopend of met de fiets naar school te komen. Dat wordt ondersteund met de fysieke inrichting van de omgeving rond de locaties: veilige fietsroutes en voldoende stallingsplekken voor fietsen op het terrein. Kinderen krijgen op het plein maximaal de ruimte om te bewegen en te spelen. De speeltoestellen zijn uitdagend en stimuleren het ontwikkelen van motorische vaardigheden. De buitenruimte kan daarnaast ingezet worden om lessen of instructie in de buitenlucht te geven (buitenlokaal). Bij de inrichting van de buitenruimte is hier aandacht voor. De schoolpleinen zijn groenblauw en dragen
IHP Capaciteitsafspraken •
•
•
Thuis nabij onderwijs is voor het Primair Onderwijs het streven, per wijk bekijken of de huidige capaciteitsafspraken toereikend zijn; Uitwijkmogelijkheden naar aangrenzende wijken inzichtelijk maken; Na het IHP voorzien in tussentijdse evaluatie van de gemaakte afspraken. Op zijn minst bij ieder project het effect van de capaciteitsafspraak op andere locaties onderzoeken.
De capaciteitsafspraken zien erop toe dat de gemeente niet hoeft terug te grijpen op verwijzing naar leegstand bij een uitbreidingsvraag en op een zo evenwichtig mogelijke spreiding van onderwijsvoorzieningen binnen de gemeente. De geringe inperking van de keuzevrijheid voor ouders) weegt daarbij op tegen de negatieve effecten wanneer deze maatregel wordt losgelaten.
daarmee bij aan klimaatadaptatie en natuureducatie. Gemeente en schoolbesturen zetten zich beide in om dit te bereiken. Waar de mogelijkheid zich voordoet, wijken we af van de minimale afmetingen voor een schoolplein en geven we extra ruimte aan het buiten bewegen en buiten leren. Het schoolplein wordt in basis gebruikt door alle partners binnen de school of het IKC. Voor beweeg- en speelmogelijkheden buiten schooltijden wordt er gezocht naar mogelijkheden en samenwerkingen in de buurt. Het schoolplein kan, onder voorwaarden, beschikbaar worden gesteld voor de wijk. In het geval het schoolplein openbaar toegankelijk is, worden er goede en eenduidige afspraken gemaakt over het beheer en onderhoud.
6 6 Bewegingsonderwijs Scholen voorzien van voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs is een wettelijke taak van de gemeente. Met een uitdagende inrichting van sportaccommodaties kan ook vanuit het bewegingsonderwijs een bijdrage worden geleverd aan de wijze waarop kinderen zich ontwikkelen. We zoeken daarbij naar manieren om kinderen en jongeren kennis te laten maken met verschillende sporten en een gevarieerd beweegaanbod te faciliteren. Op redelijke afstand van ieder schoolgebouw wordt voorzien in een accommodatie of terrein waar het bewegingsonderwijs op een laagdrempelige manier kan worden ingevuld. De druk op de beschikbare accommodaties is hoog. Bij nieuwbouw van scholen en IKC’s onderzoeken we of de nieuwbouw van een gymzaal haalbaar en gewenst is. Uitgangspunt is dat er efficiënt wordt omgegaan met de faciliteiten die er zijn. Het bewegingsonderwijs
27
kan in een sportaccommodatie plaatsvinden, maar schoolbesturen zien ook kansen om het schoolplein of faciliteiten in de buurt, zoals sportvelden of parken, te benutten om extra (bovenop de norm) te bewegen.
6 7 Duurzaamheid (nieuwbouw) De kindcentra en gebouwen voor het onderwijs in Leidschendam-Voorburg worden duurzaam gebouwd en zijn duurzaam in het gebruik. We zetten ons maximaal in om de doelstellingen uit het Klimaatakkoord te bereiken. We realiseren daarmee gebouwen en terreinen die een positief effect hebben op het klimaat en een prettige en gezonde omgeving creëren voor haar gebruikers. Energie Wettelijk gezien moeten nieuwe gebouwen voldoen aan het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waar een ‘bijna energieneutraal gebouw’ (BENG) het uitgangspunt is. Gezamenlijk hebben we de ambitie gesteld dat we zoveel mogelijk gaan voor ‘energie neutrale gebouwen’ (ENG) omdat we verwachten dat binnen de looptijd van dit IHP dit de wettelijke eis wordt. Daar bovenop is het streven, daar waar dat haalbaar blijkt, om gebouwen te realiseren die ‘nul op de meter’ (NoM) zijn, waarbij ook de gebruiksgebonden energie wordt gecompenseerd. Deze duurzaamheidsambitie geldt zowel voor de onderwijsruimte als voor ruimte die door andere functies worden benut (b.v. door kinderopvang partners of bepaalde zorgaanbieders). Oftewel: verduurzaming van multifunctionele gebouwen voor onderwijs, kinderopvang en andere partners vindt integraal plaats. Kosten voor verduurzaming
IHP Beweging • •
Per locatie wordt beoordeeld of er binnen de daarvoor geldende afstanden voldoende bewegingsonderwijs kan worden geboden; Daar waar onvoldoende sportaccommodaties in de nabijheid beschikbaar zijn, wordt bij de nieuwbouw van een school of IKC de nieuwbouw van een gymzaal integraal meegenomen.
De gemeente heeft een wettelijke taak om te voorzien in voldoende capaciteit voor bewegingsonderwijs.
Buitenruimte •
In de ontwerpfase, na het IHP, is er aandacht voor een groenblauwe en beweegvriendelijke buitenruimte;
Door buitenruimten open te stellen draagt de gemeente bij aan stimuleren van meer beweging en buitenspelen voor de kinderen uit de wijk.
Duurzaamheid
worden naar verdisconteerd in de kostprijsdekkende huur. Vanuit de bestemmingsreserve duurzaamheid wordt bijgedragen aan de meerkosten voor de stap van BENG naar ENG te zetten. Hoewel de verduurzaming van de gebouwen naar ENG of NoM een besparing op energielasten voor de gebruikers oplevert, leert de praktijk dat dit anderzijds gepaard gaat met verhoogde kosten voor onderhoud. Ondanks het streven, is het niet gezegd dat de hogere ambitie (ten opzichte van het vigerend bouwbesluit waarin ‘bijna energieneutraal’ het uitgangspunt is) bekostigd kan worden uit besparingen die schoolbesturen tegemoet kunnen zien. In een huisvestingsonderzoek kan per project onderzocht worden in hoeverre een bijdrage vanuit het schoolbestuur kan worden geleverd om de stap van ENG naar NoM te zetten of het gebouw NoM ready te maken. Daarbij wordt rekening gehouden met het besparingspotentieel op energielasten in relatie tot de te verwachten onderhoudslasten, maar ook met de mogelijkheid om in de aanloop naar nieuwbouw of grootschalige renovatie het onderhoud aan het bestaande gebouw tot een minimum te beperken.
• •
De Ambitie voor (ver-)nieuwbouw is ENG. Hiervoor wordt aanspraak gedaan op een bijdrage vanuit de bestemmingsreserve duurzaamheid; De haalbaarheid van ambities bovenop ENG wordt onderzocht in het huisvestingsonderzoek.
Klimaatadaptatie Voorkomen van hittestress en zorgdragen voor een bestendige waterhuishouding worden steeds belangrijker bij het nadenken over duurzaam gebouwde voorzieningen. Dat betekent dat zowel het gebouw zelf, maar in belangrijke mate ook de terreininrichting hierin voorzien. Denk daarbij aan voldoende waterberging, groene daken, het aanleggen van groene schoolpleinen en het gebruikmaken van de natuurlijke eigenschappen van diverse beplantingen. Specifieke maatregelen
28
INTERVIEW 4 “Op een groen schoolplein komen onderwijs en gezondheid samen” Sander Wennekers, coördinator groen bij stichting Duurzaam Leidschendam-Voorburg Als oud-gymleraar weet Jorick hoe je leerlingen in beweging brengt. Tegenwoordig zet hij zijn ervaring en kennis in om bewegingsonderwijs opnieuw vorm te geven. Met de stijgende zorgen over beweegarmoede en overgewicht voelt hij de noodzaak om verandering te brengen. Sander woont al bijna 40 jaar in de gemeente en is inmiddels gepensioneerd. Sinds 5 jaar zet hij zich actief in voor natuurbescherming in de regio. Vanuit Stichting Duurzaam Leidschendam-Voorburg is hij betrokken bij projecten in onze gemeente. Hij benaderde de gemeente over het gebrek aan groen op schoolpleinen. “Ik erger me aan de versteende schoolpleinen in onze gemeente. Op een groen schoolplein komen onderwijs en gezondheid samen. Hier kunnen kinderen actief bewegen, verstoppertje spelen en leren over de natuur. Natuurlijke materialen lenen zich bij uitstek om kinderen uit te dagen tot beweging. Een obstakelparcours kan je bijvoorbeeld prima maken van hout en natuurstenen. Groene schoolpleinen zijn daarnaast een waardevolle aanvulling van de stadsbiotoop. Ze bieden een plek aan talloze insecten en andere dieren. Daarom pleit ik ervoor om zoveel mogelijk de bestaande grote bomen bij scholen te behouden en schoolpleinen verder te vergroenen.
Bomen zorgen voor schaduwplekken. Groen zorgt ook voor zuurstof, de opvang van regenwater en een gezond bodemleven. In veel gevallen zijn de schoolpleinen na schooltijd openbaar. Dan profiteren niet alleen de scholieren ervan, maar ook de buurt. Daarom vind ik dat de gemeente zoveel mogelijk moet doen om groene schoolpleinen te stimuleren!”
staan beschreven in het Groene Actieplan 2024 – 2026 van de gemeente. De te treffen maatregelen zijn afhankelijk van het beschikbare terrein. Hierbij dient niet alleen rekening te worden gehouden met de aanleg van deze groene voorzieningen, maar ook met het beheer daarvan en de kosten die dat met zich meebrengt. Daarbij speelt ook een rol in hoeverre het terrein openbaar toegankelijk is en hoe dat past in de specifieke omgeving van de school of het kindcentrum. Binnenklimaat Het uitgangspunt bij (ver)nieuwbouw is voldoen aan Frisse Scholen Klasse B, met een evenwichtige balans tussen een zo goed mogelijk binnenklimaat en een zo duurzaam mogelijk energieconcept binnen de gestelde financiële kaders. Het totale installatieconcept dient bovendien gebruiksvriendelijk te zijn: rekening houdend met gedrag van mensen en op ruimteniveau of per gebouwdeel bedienbaar. Dus vanuit de mens ontworpen, meer dan vanuit de techniek. GPR-gebouw De gemeente werkt met GPR-gebouw. Het GRP-gebouw is een digitaal instrument om de duurzaamheid van een woongebouw, een kantoorgebouw of een onderwijsgebouw in kaart te brengen door middel van rapportcijfers voor de thema’s energie en milieu, gezondheid, gebruikskwaliteit en toekomstwaarde. Door het bepalen van prestatiedoelen en het meten van het uiteindelijke resultaat kan de gemeente beter sturen op de ambities voor duurzaam bouwen.
29
Voor nieuwbouwprojecten streeft de gemeente naar de volgende minimumscores per aspect:
IHP Klimaatadaptatie •
•
• • • •
Het voorkomen van hittestress, wateroverlast of droogte maakt integraal onderdeel uit van de ontwerpopgave bij nieuwbouw, zowel voor wat betreft het gebouw als de terreininrichting. De te treffen maatregelen zijn afhankelijk van het beschikbare terrein; Er worden tussen een schoolbestuur en gemeente (passende) afspraken gemaakt over het beheer van het terrein in relatie tot de mate waarin het terrein openbaar toegankelijk wordt. Hoe meer het terrein openbaar is, hoe groter de bijdrage van de gemeente is.
• Renovatie is nog geen officiële voorziening voor de onderwijshuisvesting, zoals nieuwbouw of uitbreiding dat wel is. Er is wel wetgeving in de maak die daar op toeziet. Vooruitlopend op de implementatie van deze wetgeving willen we renovatie als voorziening erkennen en als oplossingsrichting in het IHP meenemen op basis van de navolgende uitgangspunten. Met het renoveren van gebouwen verlaag je de vraag naar grondstoffen, wat een vermindering van de CO2-uitstoot teweegbrengt. Renoveren kan daarmee een duurzaam alternatief zijn voor nieuwbouw. De gemeente hanteert renovatie reeds als voorziening, naast nieuwbouw en uitbreiding.
•
Uitgangspunt voor het binnenklimaat is Frisse Scholen Klasse B; Ieder fase toetsen we in hoeverre het ontwerp voldoet aan ENG, Frisse Scholen klasse B en de minimale GPRscore en wat daar aanvullend voor nodig is.
7,5 8,5 8,5 8,0
6 8 Renovatie (vernieuwbouw)
Binnenklimaat •
Energie en milieu: Gezondheid: Gebruikskwaliteit: Toekomstwaarde:
geen principevoorkeur voor vernieuwbouw of nieuwbouw, de beste optie is altijd afhankelijk van de specifieke situatie. De doorslag voor vernieuwbouw of nieuwbouw wordt gemaakt in een huisvestingsonderzoek waarbij de volgende zaken in een afwegingskader worden gewaarborgd:
Een renovatie wordt gezien als een gelijkwaardig alternatief voor (vervangende) nieuwbouw. We spreken in het vervolg daarom van het begrip ‘vernieuwbouw’ in plaats van renovatie. Met vernieuwbouw wordt gestreefd naar hetzelfde kwaliteitsniveau als nieuwbouw (zie hoofdstuk 3.1), waarbij een deel van het gebouw behouden blijft, op zijn minst de constructie. Vernieuwbouw draagt zodoende bij aan hergebruik van materiaal en daarmee het verminderen van het grondstofgebruik. Ook bij vernieuwbouw is ENG het streven en BENG het minimale uitgangspunt. Er is
30
•
•
•
er wordt een afweging gemaakt of de benodigde flexibiliteit en functionaliteit, die hoort bij het Programma van Eisen/de visie op kindcentra, behaald kan worden bij vernieuwbouw; er wordt een afweging gemaakt op technische mogelijkheden in relatie tot de benodigde investering voor vernieuwbouw versus sloop/nieuwbouw; er wordt een afweging gemaakt tussen de klimaateffecten die voortkomen uit verbeterde energieprestaties van het nieuwe gebouw in vergelijking met de klimaateffecten die inherent zijn aan het realiseren van het project (nieuwbouw of vernieuwbouw); eventuele monumentale of historische kwaliteit van het gebouw en de waarde van het gebouw in zijn omgeving wordt meegewogen. In het huisvestingsonderzoek wordt de afschrijftermijn in combinatie met de investering voor de vernieuwbouw van een monumentaal gebouw integraal afgewogen.
De gemeente hanteert voor vernieuwbouw eenzelfde afschrijvingstermijn als voor nieuwbouw. Er zijn echter situaties denkbaar waarbij het kwaliteitsniveau bij vernieuwbouw op bepaalde facetten niet haalbaar is, maar vernieuwbouw toch de best mogelijke optie is. In zo’n geval wordt de te hanteren
IHP
afschrijvingstermijn opnieuw beoordeeld op basis van de kenmerken van de kwaliteit die wel wordt bereikt.
Renovatie (vernieuwbouw)
6 9 Circulariteit
• •
•
• •
Renovatie wordt in principe als gelijkwaardig alternatief voor nieuwbouw beschouwd, waarbij we derhalve spreken van vernieuwbouw; De afweging voor nieuwbouw of vernieuwbouw wordt gebaseerd op een huisvestingsonderzoek. In het huisvestingsonderzoek wordt de technische, functionele, ruimtelijke en financiële haalbaarheid van vernieuwbouw onderzocht en vergeleken met nieuwbouw. Hierbij wordt ook rekening gehouden de (historistische) waarde van een gebouw en/of de impact van (ver-)nieuwbouw op het milieu; In het IHP wordt gerekend met één investeringsbudget voor zowel vernieuwbouw als nieuwbouw. De ruimtebehoefte voor nieuwbouw vormt de basis voor de investeringskosten, waaruit ook een vernieuwbouw bekostigd kan worden; Bij gelijkwaardige kwaliteit van vernieuwbouw ten opzichte van nieuwbouw wordt een gelijke afschrijvingstermijn voor de investering gehanteerd door de gemeente; Indien uit het huisvestingsonderzoek naar voren komt dat nieuwbouw kwaliteit bij vernieuwbouw niet haalbaar of realistisch is, maar vernieuwbouw wel om andere redenen te prefereren is, wordt de afschrijvingstermijn afgestemd op de te bereiken kwaliteit.
Met het gelijkstellen van vernieuwbouw aan (vervangende) nieuwbouw sorteert de gemeente voor op de aankomende wetswijziging.
Nederland heeft zich ten doel gesteld om in 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Dat vraagt ook voor bouwopgaven een andere benadering. Door demontabel te bouwen, kunnen elementen en materialen eenvoudiger en hoogwaardiger worden hergebruikt na demontage. Bij nieuwbouw wordt ook steeds vaker een zogenaamd materialen paspoort gemaakt, zodat exact wordt bijgehouden uit welke materialen het gebouw wordt opgebouwd. Zo kan in een later stadium, bijvoorbeeld aan het eind van de functionele levensduur van het gebouw, goed in kaart worden gebracht welke materialen bij een ander bouwproject kunnen worden ingezet. De verwachting is dat dit op die manier niet alleen een maatschappelijke waarde heeft, maar ook een economische waarde.
Bij circulariteit in de bouw kan ook gedacht worden aan het toepassen van gebruikte materialen bij nieuwbouw en/of aan het gebruik van bio-based materialen. Hierbij gaat het niet alleen om het toepassen van circulaire materialen, maar ook om de wijze waarop die materialen in het project worden verwerkt tijdens de uitvoering. Demontabele verbindingen zorgen ervoor dat materialen later weer uit het gebouw gehaald kunnen worden. Tevens kan daarbij worden verkend of de financiering van het gebouw of onderdelen daarvan op een andere manier mogelijk is: is het bijvoorbeeld denkbaar dat een leverancier producten of materialen na de gebruiksduur terugneemt en tegen welke voorwaarden?
31
Circulair bouwen en slopen is in ontwikkeling en er worden in de praktijk steeds meer circulaire principes toegepast. Bij nieuwe projecten wordt gebruik gemaakt van de kennis en ervaring die elders is opgedaan en nog wordt opgedaan. We zorgen ervoor dat zoveel mogelijk van de circulaire principes worden geïntegreerd in het project. Gemeente en schoolbesturen hebben de ambitie om bij (ver-)nieuwbouw projecten te onderzoeken welke circulaire maatregelen er binnen het budget en exploitatiemiddelen mogelijk zijn. Dit wordt meegenomen in het huisvestingsonderzoek. We onderzoeken ook de mogelijkheid de afschrijftermijn te verlengen en daarmee extra investeringsruimte voor het toepassen van circulaire principes te genereren. De komende jaren zetten de gemeente en schoolbesturen zich in om kennis op te doen over de mogelijkheden voor onderwijshuisvesting in de ontwikkeling van de circulaire economie.
6 10 In stand te houden bestaande gebouwen
Bestaande scholen •
•
•
•
In het IHP wordt inzichtelijk gemaakt welke in stand te houden gebouwen moeten worden verduurzaamd of verbeterd qua binnenklimaat; Aan de hand van de natuurlijke investeringsmomenten in de MJOP’s in combinatie met de wijkaanpak voor de energietransitie, wordt bepaald welke momenten het meest geschikt zijn om de gebouwen aan te pakken; Maatregelen die schoolbesturen in het kader van de EML (Wet milieubeheer) dienen uit te voeren, zijn in alle gevallen voor rekening van de schoolbesturen; Aanvullende verbetermaatregelen die worden getroffen worden door de schoolbesturen bekostigd, zo nodig met gebruikmaking van subsidieregelingen;
De gemeente is bij bestaande schoolgebouwen niet verplicht om te investeren in verduurzaming. Onderzoek naar de mogelijkheden om tot een duurzamer en prettiger schoolgebouw te komen is een bovenwettelijke ambitie.
Er is in het IHP ook aandacht voor bestaande gebouwen die binnen de looptijd van het IHP (en verder) in stand worden gehouden. Hoewel deze gebouwen geen grootschalige ingreep in de vorm van nieuwbouw of vernieuwbouw krijgen, is het ook voor deze categorie de ambitie om bij te dragen aan verduurzaming en het verbeteren van het binnenklimaat. We grijpen hierbij natuurlijk momenten in de onderhoudscyclus aan.
IHP
Het schoolbestuur is in principe verantwoordelijk voor het in stand houden en onderhouden van het schoolgebouw, tenzij daar andere
32
afspraken tussen gemeente en schoolbesturen over zijn gemaakt. In een VvE constructie zijn de verantwoordelijkheden anders belegd. Schoolbesturen of gebouweigenaren stellen onder andere een MJOP op en verrichten metingen naar de luchtkwaliteit. Het schoolbestuur en/of de gebouweigenaar zijn tevens verplicht om de Erkende Maatregelenlijst (EML, Wet Milieubeheer) uit te voeren. Dit betreffen duurzame maatregelen met een terugverdientijd van 5 jaar of minder. Voor het onderhouden en het uitvoeren van de Erkende Maatregelen zet het schoolbestuur een deel van haar vergoeding vanuit het Rijk in. Deze regeling blijft gehandhaafd. Het behalen van de doelstellingen uit het klimaatakkoord en/of noodzakelijke verbeteringen van het binnenklimaat vraagt in bepaalde gevallen om aanvullende maatregelen. Om te onderzoeken welke maatregelen wenselijk, danwel noodzakelijk zijn, wordt voor elk in stand te houden gebouw een scan uitgevoerd. Met deze scan wordt inzichtelijk gemaakt welke maatregelen bijdragen aan de verduurzaming en om welke investering dit vraagt. Schoolbesturen en gemeente bepalen vooraf het gewenste ambitieniveau voor in stand te houden gebouwen. Naast de natuurlijke momenten die het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) biedt voor investeringen, wordt zoveel mogelijk aangesloten op de energietransitie die binnen de gemeente wordt uitgerold.
Daarbij wordt aangesloten bij de wijkgerichte aanpak van de energietransitie. Gebouwen in wijken die als eerste van het gas af gaan, worden als eerste gescand. De uitvoering van de scan vindt plaats onder regie van het schoolbestuur,
maar met nadrukkelijke betrokkenheid van de gemeente. De gemeente bekostigt de scan. Aan de hand van de scan wordt voor elk gebouw een Plan van Aanpak opgesteld.
IHP Inclusief onderwijs
Primair ligt de verantwoordelijkheid voor de bekostiging van maatregelen bij de schoolbesturen. Daarbij dienen zij zich maximaal in te spannen om ook gebruik te maken van subsidies die vanuit Europa, de Rijksoverheid of de provincie worden aangeboden, naast de bekostiging vanuit haar exploitatie.
• • •
Gemeente en schoolbesturen wensen invulling te geven aan inclusief onderwijs, gebaseerd op het ondersteuningsplan PO/VO van het regionale samenwerkingsverband; De huisvesting van inclusief onderwijs volgt de inhoudelijke uitwerking (actie vanuit de LEA); De gemeente kan een ruimtetoeslag toekennen voor inclusief onderwijs, als dit onderbouwd wordt vanuit een inhoudelijk plan.
Door het faciliteren van extra ruimte bij nieuwe projecten voldoet de gemeente aan het streven om op eigen wijze invulling te geven aan het realiseren van inclusiever onderwijs.
6 11 Inclusie
Nieuwkomersonderwijs • • •
In kaart brengen van de onderwijsvoorzieningen ten behoeve van nieuwkomers (ITK en ISK) in Leidschendam-Voorburg; In kaart brengen van (te verwachten) behoefte aan nieuwkomers onderwijs op basis van regionale afspraken en verkenningen; Bepalen welke oplossingsrichting passend is bij de regionale afspraken over nieuwkomersonderwijs en in hoeverre dat leidt tot de noodzaak om aanvullende maatregelen te nemen.
In Leidschendam-Voorburg wordt niemand uitgesloten, is er voor alle kinderen thuis nabij onderwijs en opvang waar ze hun talenten optimaal kunnen ontwikkelen. Door vroegtijdig de juiste ondersteuning te bieden, wordt de instroom naar speciale voorzieningen of thuiszitten voorkomen. Zo is onder andere de inzet van schoolmaatschappelijk werk, jeugdconsulenten en (jeugd)hulp binnen kindcentra en het voortgezet onderwijs van belang. Dit vraagt om aanvullende en/of gedeelde voorzieningen. Daarnaast vraagt de huisvesting voor nieuwkomers in het nieuwe IHP ook aandacht.
Door het faciliteren van ruimte voor nieuwkomers onderwijs voldoet de gemeente aan haar verplichting om invulling te geven aan het bieden van onderwijsvoorzieningen aan nieuwkomers.
Inclusief onderwijs Alle samenwerkende scholen in een regio bepalen vanuit een samenwerkingsverband gezamenlijk wat er onder hun basisondersteuning passend onderwijs valt en zorgen samen voor een dekkend aanbod in de regio. Een kind gaat naar een reguliere school als dat kan en naar het speciaal (basis) onderwijs als er intensieve begeleiding nodig is. In de gemeente Leidschendam-Voorburg
33
worden, naar behoefte, inclusievere gebouwen gerealiseerd door bij nieuwe projecten basisvoorzieningen voor kinderen met een zorgbehoefte op te nemen. Hierdoor wordt een toegankelijke leeromgeving gecreëerd voor kinderen zonder én met een lichte tot middelzware zorgbehoefte. Voor kinderen met een zware zorgbehoefte blijven specialistische onderwijsvoorzieningen noodzakelijk. Een en ander gebaseerd op het ondersteuningsplan PO/VO van het (regionale) samenwerkingsverband en het te ontwikkelen plan ‘inclusief onderwijs’ (actie uit de LEA). De consequenties voor de huisvesting komen voort uit deze inhoudelijk uitwerking en worden, waar mogelijk, in projecten toegepast. Binnen projecten wordt er minimaal rekening gehouden met de NEN 9120 of het Nederlands Keurmerk voor Toegankelijkheid (NLKT). Het streven is binnen de vier gradaties die er zijn (Brons, Zilver, Goud en Platina) te gaan voor Goud. Per fase wordt getoetst welke maatregelen noodzakelijk en haalbaar zijn. Huisvesting voor nieuwkomers Specifieke aandacht is er voor onderwijs aan nieuwkomers: kinderen die nieuw in Nederland zijn – met of zonder Nederlandse nationaliteit – en voor wie de Nederlandse taal (en onderwijs) nieuw is. Deze groep heeft behoefte aan een bijzondere vorm van onderwijs (inclusief bewegingsonderwijs) waarbij het leren van de taal centraal staat.
In het primair onderwijs wordt dit gefaciliteerd in de taalklas (ITK)en in het voorgezet onderwijs in de internationale schakelklas (ISK). De ISK is een regionale voorziening en wordt momenteel aangeboden in Den Haag, waar ook de coördinatie voor deze voorziening in de regio is belegd. Het ITK nieuwkomersonderwijs is thans gehuisvest in
INTERVIEW 5 “Kijk nog meer naar de behoeften van ieder kind” Feline, ambassadeur voor stichting Het gehandicapte kind en haar moeder Brigitte Feline werd geboren met een handicap, maar daar laat ze zich niet door weerhouden. Als ambassadeur van stichting het gehandicapte kind vraagt ze aandacht voor gelijkheid onder kinderen op school, ongeacht hun beperking. Ze is nu 14 jaar en volgt speciaal onderwijs. Haar droom is om uiteindelijk musicalles te geven aan kinderen. “De handicap van een kind zou niet bepalend moeten zijn voor de schoolkeuze. Als ik zelf kon kiezen, dan zou ik naar de school willen waar mijn vriendinnen ook zitten. Maar doordat ik een beperking heb, moet ik naar het voortgezet speciaal onderwijs. Daardoor heb ik het gevoel dat ik anders ben.” Haar moeder Brigitte beaamt dat Feline nu niet de ruimte ervaart om haar talenten te ontwikkelen: “Feline heeft het gevoel dat ze nu niet het maximale uit haar schooltijd haalt. In deze situatie heb je niet veel keuze qua scholen in de buurt. Maar het kan ook anders. We zien verschillende voorbeelden van kindcentra in het land waar regulier en speciaal onderwijs succesvol in één gebouw samenwerken.” Feline heeft daarom ook een oproep voor scholen: “Kijk nog meer naar de behoeften van ieder kind. Uiteindelijk wil je toch dat iedereen het gevoel heeft dat ie erbij mag horen.
Daar kan je ook bij de inrichting van scholen rekening mee houden.”
34
De Waterlelie (2 klassen) en De Driemaster (2 klassen). Gemeenten hebben de verantwoordelijkheid om kinderen van asielzoekers binnen drie maanden naar school te laten gaan. Het aantal asielzoekers in de regio zal de komende tijd toenemen als gevolg van de aangenomen Spreidingswet. Deze kinderen hebben (nog) geen verblijfstatus, daardoor is het vaak niet te voorspellen hoelang deze kinderen in de omgeving blijven. De asielzoekerskinderen binnen een gemeente worden daarom vaak ondergebracht binnen de voorzieningen voor het nieuwkomersonderwijs. De zorg voor en het aanbod van het onderwijs en bewegingsonderwijs aan nieuwkomers wordt in regionaal en lokaal verband door de schoolbesturen georganiseerd. Ook hierbij is het van belang om te zorgen voor een goede bereikbaarheid en spreiding van deze voorzieningen. Het aanbod van onderwijs en bewegingsonderwijs aan nieuwkomers dient dan ook te worden afgestemd op de vestigingsplaatsen van nieuwkomers. Gelet op de discussie over de spreiding van plekken voor opvang van bijvoorbeeld asielzoekers en de ervaringen met de oorlogsvluchtelingen uit Oekraïne is het van belang om een bepaalde mate van flexibiliteit te realiseren voor het onderwijsaanbod aan nieuwkomers. Tenslotte streven we ernaar om ook bij deze nieuwkomers de zorgstructuur in een zo vroeg mogelijk stadium van de ontwikkeling van het kind vorm te geven.
Ook in het voorschoolse stadium hebben deze kinderen vaak een specifieke zorgvraag. Het is van belang om ook de opvangpartijen mee te nemen in de ontwikkeling van een visie op het nieuwkomers onderwijs. Daarmee waarborg je dat de (extra)
35
zorgbehoefte als gevolg van de nieuwkomers achtergrond zo beperkt mogelijk kan blijven. De behoefte aan onderwijsvoorzieningen voor nieuwkomers is moeilijk voorspelbaar, omdat én de instroom van nieuwkomers zich moeilijk laat voorspellen én de specifieke ondersteuningsbehoefte afhankelijk is van specifieke omstandigheden én omdat het aanbod van voorzieningen ook veelzijdig is. Bovendien is de behoefte en het aanbod afhankelijk van regionale afspraken. Voor het IHP hanteren we de volgende denkrichtingen om invulling te kunnen geven aan de huisvesting van nieuwkomers in onderwijsvoorzieningen. De consequenties voor het bewegingsonderwijs dienen per denkrichting in kaart te worden gebracht. •
•
•
Centrale oplossing: een wissellocatie benutten als flexibel in te zetten voorziening; Decentrale oplossing op wijkniveau: op wijkniveau een flexibele schil inrichten door op wijkniveau overcapaciteit op de reguliere onderwijscapaciteit te realiseren (of in stand te houden); Decentrale oplossing op locatieniveau: op elke onderwijslocatie rekening houden met een flexibel te benutten overcapaciteit.
6 12 Gebruik en uitstraling Aantrekkelijke huisvesting heeft een positieve invloed op school- en werkplezier. Zorgvuldig ontworpen gebouwen en buitenruimten waarbij de belevingswereld van de leerlingen het uitgangspunt is en die passen in hun omgeving. Ontworpen vanuit een integrale visie op de locatie. Het gebouw faciliteert de onderwijskundig visie en de activiteiten
INTERVIEW 6 Gezonde voeding draagt bij aan het fundament voor betere prestaties, gezondheid én gelijkwaardigheid” Joyce van Leeuwen, directeur Van Leeuwen Catering Directeur Joyce van Leeuwen van Van Leeuwen Catering weet als geen ander wat gezonde voeding op school betekent. Al meer dan 30 jaar is het bedrijf actief in onderwijscatering. En op het moment voorzien zij zo’n 100 scholen van catering in het schoolgebouw. “Gezonde voeding draagt bij aan de fysieke en mentale gezondheid en kan een belangrijke bijdrage leveren aan de schoolprestaties van leerlingen. Maar toegang tot goede voeding is niet voor iedere leerling vanzelfsprekend. Bijvoorbeeld doordat ouders geen tijd of energie hebben om hun kind van een goede lunch te voorzien. Of omdat ze simpelweg niet weten wat goede voeding is. Door via school het eten te faciliteren, draag je bij aan een fundament voor betere prestaties, gezondheid én gelijkwaardigheid, want kinderen hebben in principe allemaal de beschikking over hetzelfde eten. Het aanbieden van gezonde voeding is niet afhankelijk van de inrichting van het schoolgebouw. Veel voedsel kan buiten de schoolmuren worden bereid. Je wil een gevarieerd aanbod kunnen aanbieden, zodat leerlingen (en leerkrachten) voor iets lekkers niet van het schoolplein hoeven. Wij willen laten zien dat iets lekkers ook gezond is en dat je zo lekker in je vel kan zitten.”
die in het gebouw plaatsvinden met een passende functionaliteit. In de buitenruimte is er aandacht voor het realiseren van een uitdagend (speel)terrein en voldoende fietsenstallingen. Als richting voor de minimale eisen die worden gesteld aan de belevingsen gebruikswaarde wordt verwezen naar het ‘Kwaliteitskader Huisvesting, ‘juni 2024’ van Ruimte-OK. Omdat onderwijs, en opvang en de combinatie daarvan nog altijd in ontwikkeling zijn, vraagt dit om gebouwen die flexibel zijn en waar multifunctioneel gebruik gemaakt wordt van de aanwezige ruimten. Het realiseren van flexibele, multifunctionele gebouwen (en hun buitenruimte) wordt meegenomen in de definitiefase (of in het huisvestingsonderzoek) voor (ver-) nieuwbouw, rekening houdend met: •
•
36
De toekomstige uitbreidbaarheid van het gebouw. Dit kan in de vorm van een grondgebonden aanbouw of als verdieping op het bestaande gebouw. In ruimtelijkplanologische zin dient hier rekening mee gehouden te worden, door in het bestemmingsplan en bij het bepalen van het terrein oppervlak te anticiperen op een toekomstige uitbreiding van zowel het gebouw als buitenruimte. De toekomstige (interne) aanpasbaarheid. Denk hierbij aan flexibele indeelbaarheid van het gebouw en de snelheid waarmee intern ruimtes aangepast kunnen worden naar bijvoorbeeld onderwijs, kinderopvang of een andere functie. Hierbij dient onder andere aandacht te zijn voor een passend installatieconcept. Modulaire bouwmethoden, waarbij gewerkt wordt met gestandaardiseerde en demontabele
IHP Gebruik & uitstraling •
•
•
•
•
•
•
Als richting voor de beleving en het gebruik wordt het Kwaliteitskader Huisvesting (februari 2023) van Ruimte-OK gebruikt; Er worden procesafspraken gemaakt over het integraal meenemen van uitgangspunten rond flexibiliteit, uitbreidbaarheid en multifunctionaliteit in het ontwikkelen en ontwerpen van onderwijsgebouwen en -terreinen. Uitgangspunten worden omschreven in een basis technisch PvE; Onderdeel van die procesafspraken is ook de wijze waarop gemeente en schoolbesturen invulling aan de verplichting om participatie met de buurt te organiseren, gericht op het benoemen/bepalen van de functie van het onderwijsgebouw in de wijk/buurt; De gemeente spant zich in om bij nieuwe onderwijslocaties rekening te houden met uitbreidingsmogelijkheden in de toekomst. Per project worden in het huisvestingsonderzoek de mogelijkheden verkend.
•
onderdelen, worden als een kans gezien. Speciale aandacht geldt hiervoor bij vernieuwbouw, daar zijn de mogelijkheden vaak beperkt. De mogelijkheid het schoolgebouw in de toekomst optioneel te transformeren naar een andere functie (denk aan andere maatschappelijke functies of wonen), zonder de bruikbaarheid van het gebouw voor het onderwijs teniet te doen. Een uitstraling van het gebouw en het terrein dat past bij de uitstraling van de wijk. Er wordt een architect gezocht die aantoonbaar ontwerpt vanuit een integrale visie op de locatie en de belevingswereld van de leerlingen. Bij de visie op de terreininrichting wordt ook de mate van openbaarheid en de daarbij benodigde beheerafspraken van het terrein meegenomen. De buurt/omgeving wordt betrokken bij de totstandkoming van het kindcentrum of gebouw voor voortgezet onderwijs conform de participatieverordening.
37
Centrale hal Kindcentrum Trampoline
38
7 Analyse en toekomstscenario’s per wijk Aan de hand van alle verzamelde gegevens en interviews met de schoolbesturen is door ICS Adviseurs op uniforme wijze inzicht geven in de kenmerken en prestaties van de schoolgebouwen Alle gegevens zijn per school verzameld op een factsheet De analyse van alle schoolgebouwen zijn samen met de informatiebladen als bijlage 3 toegevoegd aan dit IHP In dit hoofdstuk is per wijk van alle scholen een korte omschrijving opgenomen en het scenario voor de toekomst
.
Technische staat Functionele staat Binnenklimaat .
• • •
.
De beoordeling van de onderwijsgebouwen is per school vermeld op de factsheets.
•
•
•
Vraag & aanbod Toekomstige verhouding tussen beschikbare en benodigde capaciteit op basis van de vastgestelde leerlingenprognoses; Kwaliteit De technische staat van het gebouw, functionaliteit, beoordeling van het binnenklimaat en de verkeersveiligheid; Financiën Onderhouds- en energielasten in verhouding tot benchmark.
Kansenkaarten De beoordelingen van de schoolgebouwen in de gemeente Leidschendam-Voorburg zijn per wijk weergegeven. De kansenkaarten, die elk een apart gebied in de gemeente weergeven, geven een indicatie van de status van de gebouwen waarop vervolgens in de toelichting, per locatie, verder wordt ingegaan. Door middel van kleuren wordt de noodzaak tot ingrijpen weergegeven.
.
.
Analyse onderwijshuisvesting De schoolbesturen hebben aan de hand van een vragenlijst de onderwijsgebouwen kwalitatief beoordeeld. In de vragenlijsten is gevraagd naar de ervaring van de schoolbesturen bij verschillende onderdelen. Er zijn geen metingen uitgevoerd. Binnen het thema kwaliteit wordt onderscheid gemaakt tussen drie criteria:
financiën en vraag & aanbod, hieronder vallen de volgende aspecten:
Factsheets De factsheets vormen een belangrijke basis voor het integraal huisvestingsplan. Aan de hand van alle verzamelde is een knelpuntenanalyse gemaakt. Ieder schoolgebouw is beoordeeld op kwaliteit,
Groen geeft aan dat er geen aanleiding is voor het ontwikkelen van een alternatief huisvestingsscenario. Geel geeft op termijn aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Rood geeft directe aanleiding tot het ontwikkelen van een alternatief scenario. Gemeente en schoolbesturen hebben de kansenkaarten
39
(evenals de factsheets) gezamenlijk vastgesteld. Toelichting per locatie De analyse van schoolgebouwen, de factsheets en kansenkaarten vormen samen bijlage 3. In dit hoofdstuk wordt per wijk de analyse van alle schoolgebouwen kort samengevat. Naast een toelichting op de huidige situatie wordt er ingegaan op eventuele knelpunten. Per locatie wordt tevens het voorgestelde scenario omschreven
Stichting Panta Rhei Lucas Onderwijs Scholengroep Spinoza Stichting Montessori NV&R
De Zijde / Duivenvoorde / Park Veursehout Kindcentrum Trampoline
IKEC De Waterlelie 's Gravendreef College Veurs Lyceum OBS De Margriet
Prinsenhof
De Heuvel / Amstelwijk
40
Prinsenhof, De Heuvel / Amstelwijk 7 1 De Prinsenhof In de wijk Prinsenhof is één basisschool gehuisvest. IKEC de Waterlelie is gelegen in park Prinsenhof, en is gehuisvest in een redelijk nieuw gebouw uit 2006. Het gebouw is in eigendom en beheer van de gemeente. Naast IKEC de Waterlelie huisvest het gebouw ook een kinderopvang, consultatiebureau, spel- en opvoedpunt en schoolmaatschappelijk werk. Daarnaast bevindt zich in het gebouw een gymzaal. Het gebouw wordt als matig beoordeeld met betrekking tot de technische staat, functionaliteit en het binnenklimaat. De te verwachten onderhoudslasten voor de komende 10 jaar zijn zeer hoog jaar. Het aantal leerlingen ligt met 198 leerlingen boven de opheffingsnorm en zal naar verwachting stabiel blijven. Vanwege de
IKEC De Waterlelie
populatie wordt er lesgegeven in kleine klassen, daarnaast zijn er twee taalklassen (nieuwkomers) voor maximaal 12 leerlingen per klas. Normatief gezien is er desondanks een overschot van circa 240 m2 BVO. Scenario IKEC De Waterlelie: In stand houden met een hogere capaciteitsafspraak van 240 leerlingen.
7 2 De Heuvel/Amstelwijk In de wijk De Heuvel bevindt zich één basisschool. In Amstelwijk staan twee scholen voor voortgezet onderwijs. OBS De Margriet is gehuisvest in een gebouw met historische waarde. Het oorspronkelijke gebouw uit 1964 is uitgebreid in 1998. Ondanks de leeftijd zijn de onderhoudslasten relatief laag. De school heeft recentelijk gebruik gemaakt van de SUVIS regeling en ook de gemeentelijke Voorziening verduurzaming onderwijshuisvesting. Het subsidiegeld is gebruikt voor decentrale WTW units in de lokalen conform Frisse Scholen klasse B. De school verhuurt onderwijsruimte (71 m2) ten behoeve van een peuterspeelzaal. De samenwerking met kinderopvang is voor de school heel belangrijk. In het gebouw is onvoldoende kantoorruimte en het is niet mogelijk om in kleine groepen te werken. Met een populatie van 156 leerlingen bevindt de school zich onder de opheffingsnorm. Volgens de prognose zal het aantal leerlingen
41
de komende jaren nog lichtelijk dalen. Er is een capaciteitsafspraak gemaakt voor 200 leerlingen, de leerlingenprognose dient dan ook in relatie tot de prognoses van de andere scholen in de omgeving te worden beschouwd. De school werkt intensief samen met verschillende partijen, zoals sport en welzijn, jeugdzorg en maatschappelijk werk en heeft een eigen taalklas (zonder bijdrage vanuit onderwijsachterstandsbeleid). Gezien de leeftijd van het gebouw is vernieuwbouw gepland. Tot het zover is beschikt de school over twee tijdelijke lokalen in units. Scenario OBS De Margriet: Vernieuwbouw met uitbreiding voor een capaciteit van 200 leerlingen inclusief kinderopvang.
OBS De Margriet
Het Veurs Lyceum aan de Burgemeester Kolfschotenlaan is gehuisvest in een gebouw uit 1991 dat iets later in 1999 nog is uitgebreid. Het gebouw wordt goed tot gemiddeld beoordeeld, maar wel met een duidelijk aandachtspunt voor ventilatie en temperatuur en de staat van de installaties in het oudste deel van het gebouw. In het Open Leercentrum is bij een recente verbouwing een klimaatinstallatie aangelegd met ventilatie conform Frisse scholen klasse B. Recentelijk is ook de Bètavleugel heringericht en daarbij ook voorzien van een klimaatinstallatie, met voorbereiding op uitbreiding naar ondergelegen verdiepingen. Hiervoor heeft het schoolbestuur gebruik gemaakt van een gemeentelijke subsidie die maximaal 50% van de kosten vergoed. Het Veurs Lyceum biedt een sportklas aan, hiervoor huurt de school bovenop de klokuren aanvullende capaciteit in Sporthal De Fluit en Kastelenring. Het aantal leerlingen daalt de volgens de
Veurs Lyceum
prognoses licht tot net onder de 800. Veurs Lyceum ligt in de eerste wijk van Leidschendam-Voorburg die aardgasvrij wordt gemaakt. Voor de school wordt een maatwerkadvies opgesteld. Een project in het kader van de energietransitie beschouwen we als een specifiek en separaat project waarbij de financiële consequenties geen onderdeel uitmaken van dit IHP.
als het MBO. Op basis van een onderzoek zal worden bepaald hoe deze interne herschikking het beste kan plaatsvinden. Na de herschikking moet het gebouw plaats bieden aan 400 leerlingen, in overeenstemming met de capaciteitsafspraken. Scenario ’s Gravendreef college: Uitbreiding door inpandige herschikking voor maximaal 400 leerlingen.
Scenario Veurs Lyceum: In stand houden met een lagere capaciteitsafspraak van 850 leerlingen. Het ’s Gravendreef college deelt samen met een bibliotheek en MBO Rijnland een gebouw aan het Fluitpolderplein. Het gebouw stamt uit 2013. De school is eigenaar van 41% van het gebouw. De technische staat van het gebouw wordt als goed beoordeeld. Aspecten als functionaliteit, binnenklimaat en veiligheid worden minder goed beoordeeld. Met name het plein en de veiligheid in/rond het gebouw zijn daarin een aandachtspunt. De school geeft aan dat onder het gebouw een gemeentelijke parkeergarage is gesitueerd. Doordat de inrit van het gebouw dicht bij de entree van de leerlingen is geeft dit spanning op het gebied van verkeersveiligheid. Op het gebied van functionaliteit wordt aangegeven dat de positionering de school en het MBO niet optimaal zijn. Daarnaast heeft het gebouw een ongunstige bruto-netto verhouding door de vele gangen en verticale verkeersruimten. Naar verwachting zal in 2026 de bibliotheek gaan verhuizen. Het plan is om de ruimtes die momenteel door de bibliotheek worden gebruikt, te herschikken en geschikt te maken voor onderwijs. Zowel voor het VMBO
42
’s Gravendreef college
De Zijde / Duivenvoorde / Park Veursehout 7 3 De Zijde / Duivenvoorde / Park Veursehout In Duivenvoorde staat Kindcentrum Trampoline. Dit is de enige (basis-)school in de wijk De Zijde / Duivenvoorde / Park Veurse hout. Naast het basisonderwijs biedt het kindcentrum plaats aan een kinderdagverblijf, VE peuteropvang (Voorschoolse Educatie) en buitenschoolse opvang. Het gebouw is in 2021 gebouwd voor 280 leerlingen. Op teldatum 1 oktober 2024 had de school 233 leerlingen. Naar verwachting zal het aantal leerlingen in de komende 15 jaar toenemen naar circa 279 leerlingen. In het vorige IHP PO had de school een volumeafspraak van 240 leerlingen. Op basis van het bruto vloeroppervlak wordt de capaciteitsafspraak verhoogd naar 280 leerlingen. Het gebouw wordt op alle
kwalitatieve aspecten goed tot uitstekend beoordeeld. Het gebouw is gasloos en de WEii berekening komt uit op ‘Paris Proof’. Scenario KC Trampoline: In stand houden en de capaciteitsafspraak bijstellen naar 280 leerlingen.
Kindcentrum Trampoline
43
44
Damsigt, Leidschendam Zuid en ’t Lien / De Rietvink 7 4 Damsigt e o RKBS Maria Bernadette ligt als enige (basis-) school in de wijk Damsigt. De school is gebouwd in 1970 en later uitgebreid in 2002. Met 1.373 m2 BVO onderwijsruimte is er normatief gezien een ruimtetekort van 130 m2 BVO op basis van de 259 leerlingen op de teldatum 1 oktober 2024. De school geeft ook aan dat er geen aparte flexibel in te zetten ruimte is waar de leerlingen kunnen werken. De kwaliteit van het gebouw wordt grotendeels matig tot slecht beoordeeld. De slechte beoordeling wordt met name gegeven over de installaties, de werkomgeving van de medewerkers en de ventilatie en temperatuur in het gebouw. In het IHP PO 2019-2023 is voor de school vervangende nieuwbouw opgenomen inclusief ruimte voor kinderopvang en een gymzaal. Inmiddels is gestart met de ontwerpfase.
RKBS Maria Bernadette
Scenario RKBS Maria Bernadette: Lopend project vervangende nieuwbouw voor kindcentrum inclusief kinderopvang en gymzaal, daarna in stand houden.
kinderopvang en een gymzaal. Eén van de bestaande BSO ruimten wordt binnenkort ingezet voor huisvesting van Voorschoolse Educatie (VE) in dit kindcentrum.
7 5 Leidschendam Zuid
Scenario IKC MMiXX: In stand houden.
In de wijk Leidschendam Zuid zijn twee basisscholen. IKC MMiXX is gehuisvest in één van de nieuwere gebouwen in de gemeente, namelijk een gebouw uit 2021. Het gebouw wordt daarom ook zeer goed beoordeeld op bijna alle onderdelen van de kwaliteitsbeoordeling. Momenteel is er een normatief ruimteoverschot van 455 m2 BVO, maar naar verwachting zal het leerlingenaantal de komende jaren stijgen en het overschot afnemen tot een acceptabel niveau. Naast onderwijs is er in het gebouw ook ruimte voor
Het gebouw van PCBS De Zonnewijzer is gebouwd in 2007 en maakt onderdeel uit van een woonblok in Leidschendam-Zuid. De ruimten van de school liggen enkel op de begane grond. Het schoolplein ligt op het binnenterrein van het woonblok. De Zonnewijzer werkt samen met het nabijgelegen kinderdagverblijf Splash. In het gebouw is tevens een gymzaal aanwezig. Ondanks dat het een redelijk nieuw gebouw betreft komt de kwaliteitsbeoordeling op alle onderdelen op gemiddeld uit, met als grootste aandachtspunt
IKC MMiXX
PCBS De Zonnewijzer
45
de temperatuur in het gebouw: dit wordt als slecht beoordeeld. Het aandachtspunt van het schoolgebouw is de onderwijscapaciteit. Met 1.136 m2 BVO is er normatief gezien onvoldoende capaciteit om de 221 leerlingen (oktobertelling 2024) te huisvesten. Naar verwachting zal het leerlingenaantal nog verder toenemen en zo ook het ruimtetekort. Om voldoende onderwijscapaciteit voor het aantal leerlingen in deze buurt te accommoderen is afgesproken een dislocatie te stichten in gebiedsontwikkeling Klein Plaspoelpolder. De dislocatie moet ruimte gaan bieden voor 200 leerlingen in combinatie met kinderopvang. Met het oog op realisatie van deze dislocatie wordt de voormalige capaciteitsafspraak voor PCBS De Zonnewijzer op de bestaande locatie bijgesteld van 240 naar 200 leerlingen, passend bij de capaciteit van het gebouw. Totdat de dislocatie is gerealiseerd dient een tijdelijke oplossing te komen voor het ruimtetekort (circa 2-3 lokalen) door middel van tijdelijke huisvesting danwel inhuizing in een andere school. Scenario PCBS De Zonnewijzer: In stand houden met een capaciteitsafspraak van 200 leerlingen in combinatie met een nieuw te realiseren dislocatie ten behoeve van 200 leerlingen en een oplossing voor het huidige ruimtetekort tot opening dislocatie
staat, functionaliteit en binnenklimaat als matig tot slecht beoordeeld en op ventilatie en temperatuur zelfs als zeer slecht. De te verwachten onderhoudslasten in het MJOP zijn hoog in vergelijking met de benchmark, evenals het energieverbruik. Dat is ook aan de hoge kant. In het huidige IHP is het schoolgebouw opgenomen voor vervangende nieuwbouw in de periode 2026-2032. De school maakt onderdeel uit van gebiedsontwikkeling Veurse Achterweg. Hiervoor wordt in 2025 een gebiedsvisie opgesteld. Met het oog op de ambitie om inclusiever onderwijs mogelijk te maken wordt onderzocht of de school kan worden gecombineerd met een school voor regulier basisonderwijs. Scenario SBO De Vliethorst: Vervangende nieuwbouw inclusief (specialistische) kinderopvang en een gymzaal. OBDB De Tandem is gehuisvest in een gebouw uit 1985, uitgebreid in 1989 en 2005. De school is via een gymzaal verbonden met RK-PC SWS Emmaüs. De onderwijscapaciteit is
toereikend voor de ruimtebehoefte van het aantal leerlingen. Het leerlingenaantal zal naar verwachting ook stabiel blijven in de toekomst en niet sterk af- of toenemen. Het gebouw wordt op de verschillende kwalitatieve onderdelen goed beoordeeld, met alleen ventilatie en temperatuur als aandachtspunt. Ook geeft de school aan dat er weinig flexibele ruimtes zijn. De volumeafspraak uit het IHP PO 2019-2023 wordt gehandhaafd ondanks dat het gebouw geschikt is voor circa 235 leerlingen. De capaciteitsafspraak is het gewenst aantal leerlingen op basis van verwachte groei van de basisgeneratie in de directe omgeving. Indien nodig zal de school hiervoor worden uitgebreid. De school heeft in 2024 gebruik gemaakt van de Voorziening verduurzaming onderwijshuisvesting voor het vervangen van enkel glas door isolatieglas. Scenario OBDB De Tandem: In stand houden. Naast OBDB De Tandem staat RK-PC SWS Emmaüs. De school is in 2025 uitgebreid
7 6 ’t Lien / De Rietvink In de wijk ’t Lien / De Rietvind twee basisscholen en één school speciaal basisonderwijs. De school voor speciaal basisonderwijs, SBO De Vliethorst, ligt in de wijk ’t Lien / Rietvink. Het gebouw uit 1976 is in 1988 gerenoveerd en 2002 uitgebreid. Het gebouw wordt op technische
SBO De Vliethorst
OBDB De Tandem
46
en beschikt hierdoor over een gedeeltelijke verdieping met ruimten voor zowel onderwijs als buitenschoolse opvang. Achter de gymzaal ligt een peuterspeelzaal. Ook al komen de twee scholen aan de Leenkamp uit hetzelfde bouwjaar, voor deze school geldt echter niet dezelfde beoordeelding als voor OBDB De Tandem. De normatieve ruimtebehoefte van het huidige aantal van 554 leerlingen op 1 oktober 2024 ligt boven de beschikbare capaciteit van 2.696 m2 BVO. De school heeft hierdoor een ruimtetekort van circa 240 m2 BVO. Het huidig aantal leerlingen hoger dan de volumeafspraak van 520 leerlingen die is afgesproken in het IHP PO 2019-2023. In overleg met het schoolbestuur wordt de volumeafspraak uit het IHP PO 2019-2023 gehandhaafd. Het gebouw wordt door de school als gemiddeld beoordeeld op technische staat, functionaliteit en binnenklimaat, waarbij temperatuur een matige beoordeling krijgt. Scenario: In stand houden met een capaciteitsafspraak van 520 leerlingen.
RK-PC SWS Emmaüs
47
48
Stompwijk 7 7 Stompwijk In de kern Stompwijk ligt één basisschool, de Maerten van den Veldeschool. De school maakt onderdeel uit van een in 2019 gerealiseerd multifunctioneel gebouw (MFA) waarin naast de school onder andere ook een peuterspeelzaal en een dorpshuis zijn gehuisvest. De school is in 2022 haar brinnummer kwijt geraakt omdat de school zich langdurig onder de opheffingsnorm bevond. De school is nu administratief gekoppeld aan RKBS De Lusthof in Voorburg als dislocatie. De MFA is eigendom van de gemeente. Het gebouw wordt goed beoordeeld op alle kwalitatieve aspecten met uitzondering van de verkeersveiligheid, dit is een aandachtspunt. Het gebouw heeft energielabel C. Scenario Maerten van den Veldeschool: In stand houden.
Maerten van den Veldeschool
49
50
Voorburg Noord / Voorburg West 7 8 Voorburg Noord
7 9 Voorburg West
In Voorburg Noord ligt OBS De Parachute. De school is gehuisvest in een gebouw uit 1953, dat is gerenoveerd in 1983 en uitgebreid in 1995. Het schoolgebouw wordt op alle kwalitatieve onderdelen als redelijk tot matig beoordeeld. Alleen het schoolplein krijgt een positieve beoordeeling. De onderwijscapaciteit is toereikend voor het aantal van 175 leerlingen op 1 oktober 2024. Daarnaast is er in het gebouw een peuterspeelzaal met VE, buitenschoolse opvang en een gymzaal. In het vigerend IHP is de school opgenomen voor vervangende nieuwbouw inclusief kinderopvang en gymzaal.
In Voorburg-West liggen twee basisscholen. Het nieuwste schoolgebouw in deze wijk is het gebouw van Kindcentrum De Telescoop. Het gebouw is opgeleverd in 2022 en wordt op alle onderdelen (technische staat, functionaliteit en binnenklimaat) goed beoordeeld. Met het huidige aantal van 278 leerlingen op 1 oktober 2024)is er een kleine overmaat in het gebouw van circa 10-15%, maar naar verwachting zal het aantal leerlingen iets groeien in de komende jaren. Naast onderwijs is er ook ruimte voor kinderopvang en is er een gymzaal conform de KVLO-norm.