CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2984-03 Toelichting Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Raadsvergadering 17 januari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel :Vaststellen herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk40.903 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

Eventueel gewenste aanvullingen en wijzigingen van bebouwing in de toekomst zullen via een afzonderlijke planologische procedure moeten worden gerealiseerd. 2.2.2.3 Structuur bepalende weg-, water- en groenverbindingen Vliet en Vlietoevers Volgens de structuurvisie vormt de Vliet één van de belangrijkste cultuurhistorische componenten en ruimtelijke lijnen (verbindingen) lijn in de gemeente. De Vliet en de Vlietoever hebben een hoge cultuurhistorische waarde door de voormalige landgoederen (tegenwoordig openbare parken) zoals onder andere de parken Hoekenburg, Middenburg en Vreugd en Rust. Daardoor vormt de Vlietoever ook een belangrijke groene, recreatieve zone. Het uitgangspunt van de structuurvisie is het benutten en verder versterken van de groen-blauwe, recreatieve en cultuurhistorische kwaliteiten, zodat de Vlietzone zich steeds verder kan ontwikkelen tot toegankelijk en aantrekkelijk gebied door realisering van excellente woonmilieus en openbare oevers. Daarbij dient het overheersende beeld van de Vlietzone als groene omgeving, met parken, tuinen en waar mogelijk openbare wandelroutes in het groen, zo veel mogelijk te worden te behouden en versterkt.

Sinds de vaststelling van de structuurvisie heeft dit streven op verschillende locaties langs de Vliet gestalte gekregen, zoals bijvoorbeeld in Voorburg West: Realisering van het woningbouwplan De Vlietoevers (afbeeldingen 5 en 6) betekende vervanging van een verouderd bedrijventerrein door hoogwaardig wonen met een openbare wandelroute en een groene Vlietoever. De woon- en groenbestemmingen zijn vastgelegd in dit bestemmingsplan; Voor de leegstaande Fonteinkerk, een gemeentelijk monument, is een plan ontwikkeld voor inpassing van appartementen in en op de kerk en tevens een openbaar toegankelijke groene Vlietoever en parkeergelegenheid in het groen bij het kerkgebouw. In dit bestemmingsplan zijn de woon-, groen- en verkeersbestemmingen opgenomen voor het kerkperceel. De parken langs de Vliet hebben een bijzondere ontstaansgeschiedenis en kwaliteit, doordat de parkgebieden voortkomen uit oorspronkelijk 17e eeuwse buitenplaatsen. De overwegend openbare parken hebben de bestemming 'Groen' met de aanduiding "Park", waardoor het groen onbebouwd moet blijven en de groene-, natuur-, ecologische en landschappelijke waarden worden beschermd. Toelichting (vastgesteld)

49

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

In de parken bevindt zich ook bebouwing die niet valt onder de bescherming "Park" bijvoorbeeld in Voorburg West: in het park bevinden zich het voormalige hoofdgebouw en het koetshuis van de oorspronkelijke buitenplaats (afbeelding 48), met respectievelijk een kantoorbestemming en de bestemming Kantoor plus Wonen; de gebouwen in het park Hofwijck, het oorspronkelijke 17e eeuwse buitenhuis (van Constantijn Huygens) en het poortgebouw aan het Westeinde hebben de bestemming Cultuur en Ontspanning.

Afbeelding 48, het park Middenburg aan de Vlietoever Het benutten en verder versterken van de groen-blauwe, culturele, woon- en verblijfskwaliteiten van de Vlietzone vindt ook plaats in de transformatiegebieden Klein Plaspoelpolder aan het Oosteinde en Overgoo aan de Westvlietweg, waar verouderde kantoor- en bedrijfsbebouwing wordt omgevormd tot nieuwe woongebieden deels gemengd werklocaties en voorzieningen en met verbetering van de openbare toegankelijkheid en kwaliteit van de Vlietoevers (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). Het lint vormt de oudste verbinding over de eerste strandwal via het Westeinde, de Herenstraat en het Oosteinde verbindt evenals de Vliet de historische kernen van Voorburg en Leidschendam. Historisch lint Het historisch lint is een van de oudste structuren van Leidschendam-Voorburg, samen met De Vliet. Aan dit lint is de rijke geschiedenis en oorsprong van de gemeente te ervaren, waaronder de landgoederen en de genoemde twee historische oude kernen. Daarnaast zijn fraaie, groene historische woonmilieus gesitueerd aan het lint. Dankzij de rijke cultuurhistorie heeft het lint ook recreatieve en toeristische waarde. Aan het Westeinde, Oosteinde, de Koningin Julianaweg en een deel van de Veursestraatweg zijn karakteristieke woningen gelegen met rijke architectuur en soms diepe voor- en achtertuinen.

De bebouwing wordt veelal gekenmerkt door vrijstaande en geschakelde woningbouw met verspringende rooilijnen, stroken van drie of vier woningen en ook uit vrijstaande grote statige villa-achtige bebouwing. De bebouwingshoogte verschilt per woning maar bestaat wel veelal uit één of twee lagen met kap. Volgens de welstandsnota (Bijlage 7) is in relatie tot de omgeving het perceel bepalend voor de ruimtelijke kwaliteit, het stedelijke weefsel en straatbeeld zijn hieraan ondersteunend. Dit betekent dat het beeld van de voorzijde van de bebouwing bijdraagt bij aan de belevingswaarde van het lint. Om dit perceelsgewijze karakter te behouden is het belangrijk dat de vrijstaande ligging en architectonische verschijningsvorm gehandhaafd blijven. Binnen de bestemming "Wonen" is de hoofdbebouwing dan ook

50

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk exact door de bestaande bouwcontouren begrensd. Ook het onderscheid tussen hoofdbebouwing, erf en tuin is hierbij van belang. Aan-, uit en bijgebouwen (bijbehorende bouwwerken) dienen in architectonisch opzicht herkenbaar te zijn als ondergeschikte aanvullingen op het hoofdgebouw. Dit is geregeld via de beperking van de hoogte en omvang van aan- en bijgebouwen binnen de bestemming 'Wonen'. Omdat het straatbeeld ondersteunend is aan de ruimtelijke kwaliteit en omdat wordt gestreefd wordt naar het respecteren van de architectonische verschijningsvorm, met de verscheidenheid aan gevels en kappen en naar handhaving van bestaande bebouwingshoogten, zijn dakopbouwen - met name aan de straatzijde - niet gewenst. De bestaande goot- en nokhoogten van de bebouwing aan het lint zijn in het bestemmingsplan dan ook exact vastgelegd. Voor een deel van de panden aan het historische lint is meer nodig om de karakteristieken te behouden en versterken dan het handhaven van bestaande rooilijnen, goot- en bouwhoogten. Bij deze panden wordt de ruimtelijke kwaliteit ook bepaald door kapvorm, gevelindeling en materiaalgebruik. Deze panden zijn aangewezen als monument. De bescherming van deze panden wordt niet geregeld in het bestemmingsplan, maar via de Erfgoedwet.

Ontwikkelingen in en nabij monumenten mogen niet plaatsvinden zonder voorafgaande toestemming van het bevoegd gezag (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed). Onderbrekingen in de lintbebouwing worden gevormd door parken die op het lint uitkomen waardoor het lint op die plaatsen niet door bebouwing wordt begrensd, maar door open groene ruimte, zoals door de parken Middenburg en Vreugd en Rust. Een opvallende onderbreking is ook de monumentale boerderij Westbosch (afbeelding 49) behorende weide. Het boerderijcomplex is één van de fraaiste en oudste in onze gemeente en is één van de laatste boerderijcomplexen in bebouwd gebied waar de historische context nog goed herkenbaar is.

Afbeelding 49, boerderij Westbosch aan het historisch lint Boerderij Westbosch is een rijksmonument, het woongedeelte en schuur, vormen samen één ensemble. Het gebouw is gefixeerd door middel van het vastleggen van rooilijnen en bouwhoogtes. De bestaande bijgebouwen op het erf bij de boerderij vallen onder de regeling voor de bijgebouwenregeling van de bestemming 'Wonen - Grondgebonden'. De schuren, gelegen voor de voorgevellijn zijn d.m.v. een aanduiding bestemd als bijgebouw binnen de bestemming 'Wonen - Grondgebonden'. De boerderij is beschermd volgens via de Erfgoedwet. Ontwikkelingen in en nabij het monument mogen niet plaatsvinden zonder toestemming van het bevoegd gezag (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed).

Toelichting (vastgesteld)

51

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

De aangrenzende open ruimte bij de boerderij, tussen de Koningin Julianaweg en de Oude Trambaan (de oorspronkelijke moestuin met boomgaard en weiland), vormt een restant van het oorspronkelijke cultuurlandschap. Om het waardevolle ensemble te behouden heeft het perceel de dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie Westbosch' gekregen. Alleen het bouwen van bijbehorende bouwwerken (w.o. kleine dierenverblijven) is toegestaan. Om het agrarisch beeld bij de boerderij verder te versterken is het toegestaan om paarden en ezels op de naastgelegen weide te laten grazen. Hiertoe is de aanduiding (sw-ggeb-hp) voor het hobbymatig houden van paard(achtigen) opgenomen op de verbeelding. Bij nieuwe ontwikkelingen aan het lint zoals in Leidschendam-Centrum (plan Damcentrum) en Klein Plaspoelpolder is behouden en benutten van het cultuurhistorische karakter en het laten aansluiten op de historische bebouwing het uitgangspunt. De transformaties maken het mogelijk de ruimtelijke continuïteit en de cultuurhistorische betekenis van het lint plaatselijk te herstellen door gepaste schaal van de bebouwing aan het lint, herstel van het oorspronkelijke profiel en bij Klein Plaspoelpolder de realisatie van zichtlijnen naar de Vliet. Centrale groenzone De zone de omvat parken en centrale voorzieningen voor onder andere openlucht sport.

Deze zone vormt tevens de ruggengraat van de auto-ontsluiting voor het stedelijk gebied. Aan de zuidwestzijde gaat de Centrale zone over in de Loo-zone. Volgens de structuurvisie kan de Centrale groene zone bij bijdragen aan het versterken van de groene woonstad door behoud en versterking van de groene kwaliteiten. Ook het verbeteren van de ruimtelijke samenhang en continuïteit tussen de verschillende groen-stedelijke voorzieningen in de zone is van belang, bijvoorbeeld bij de aansluiting op de Loo-zone. Tevens gaat het hier om verbetering van de continuïteit en kwaliteit van de recreatieve en woon-werkroutes (snelfietsroute) en het langzaam verkeer tot in het buitengebied en om aansluiting op het regionale routenetwerk. Het doel is één aantrekkelijk en ruimtelijk samenhangend groengebied te creëren. De groene zone valt samen met de verbinding Prins Bernhardlaan - Noordsingel, één van de belangrijkste doorgaande verkeersroutes in de gemeente. Voor de doorgaande verkeersfunctie is het handhaven en versterken van de functie als centrale auto-ontsluiting en het realiseren van een goede aansluiting op de Rotterdamse baan en N14. Vanwege de combinatie met de groene zone dient de wegverbinding te functioneren als centrale groene allee in de gemeente.

Deze ambities zijn in dit bestemmingsplan vertaald naar bestemmingen en bouwregels die het behouden en versterken van de groene kwaliteiten waarborgen. Om dit te kunnen realiseren is de Centrale groene zone voor functies als 'Groen', eventueel in combinatie met de aanduiding "Park", 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Maatschappelijk' en 'Sport' bestemd. Binnen deze bestemmingen is het mogelijk groenvoorzieningen en voet- en fietspaden te realiseren, wat de ruimtelijke samenhang en continuïteit kan verbeteren. Tevens is het mogelijk aan te sluiten bij het regionale voet- en fietspaden netwerk. Om het groenkarakter en de groen-recreatieve functie te behouden en te versterken moeten bebouwingsmogelijkheden in de zone beperkt blijven. Daarmee kunnen het groene karakter en beeldbepalende zichtlijnen in het groen worden behouden en worden versterkt. Wel noemt de structuurvisie ook enkele bedrijfs- en kantoorlocaties die zijn bedoeld voor het intensiveren of vervangen van bebouwing. Deze liggen ten zuiden van Noordsingel tegenover De Prinsenhof en tegenover de Westfield Mall of the Netherlands. Tegenover de Prinsenhof liggen de Zürich- en de Ardea-locatie. Beide locaties bevinden zich tussen de Noordsingel en de Veurse Achterweg die deel uitmaakt van de Centrale groenzone.

Hier was het de opgave om verouderd geraakte kantoor- en bedrijfsbebouwing om te vormen door veelgevraagde woningtypen, maar in combinatie met behoud en versterking van het groenstructuur. Op de Zürichlocatie is het vroegere Zürichkantoor vervangen door eengezinswoningen (afbeelding 50). Voor de Ardea-locatie heeft de gemeenteraad in 2020 een ruimtelijk kader vastgesteld waarmee de richtlijnen voor het woningbouw- en groenplan zijn bepaald (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). Ten behoeve van de woningen en het groen op de Zürichlocatie zijn een woon- en een groenbestemming vastgelegd. Het kantoorgebouw tegenover de Westfield Mall of the Netherlands, op de hoek van de Bachlaan en de 52

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk Noordsingel, was niet meer courant. Ook hier geldt de opgave voor ontwikkeling als woonlocatie gecombineerd met behoud en versterking van het groen. Het woningbouwplan was in 2020 nog in voorbereiding waardoor het nog niet in dit bestemmingsplan is opgenomen.

Afbeelding 50, eengezinswoningen op de plaats van het vroegere Zürichkantoor Loo-Zone De zone is onderdeel van een regionale groenzone die loopt vanaf de duinen via het Haagse Bos tot aan de A4. Binnen de gemeente verbindt deze groene ruimte, onder de naam Park 't Loo, het Haagse Bos met de Vlietzone. Wel wordt de zone een aantal keer onderbroken door infrastructuur, zoals de Mgr. van Steelaan en de Prins Bernardlaan. Park 't Loo moet, ondanks de ruimtelijke onderbrekingen, een zo veel mogelijk samenhangend, herkenbaar en aantrekkelijk stadspark zijn, waarin ook de actuele wateropgave (voldoende waterberging) is geïntegreerd. De belangrijkste voorwaarde voor de herkenbaarheid en samenhang is de ruimtelijke aaneen geslotenheid van het park, onder andere door langzaam verkeersroutes in de Loo-zone en het versterken van de relatie met de winkelcentra Julianabaan, Oud-Voorburg en de woonwijken. Ook de recreatieve waarde en de verblijfskwaliteit in samenhang met de wateropgave zijn van belang om een aantrekkelijk park te behouden. In het bestemmingsplan worden deze ambities mogelijk gemaakt binnen de bestemming 'Groen' met de aanduiding "Park". Het groen van Park ’t Loo, het Noteboompark en Park Vreugd en Rust (tussen de spoorlijn Den Haag - Leiden en de Vliet) is als zodanig bestemd. Spoorzone Aan de noordzijde grenst de Spoorzone aan de spoorlijn Den Haag-Leiden.

Het is een van de grote groene zones binnen de gemeente die behoort tot de hoofdgroen-structuur, vormt een ecologische verbinding met het buitengebied en heeft vanuit het Waterplan een belangrijke functie als waterbuffer. Het talud van de spoordijk heeft een grote waarde voor flora en fauna door zijn zeer beperkte toegankelijkheid, de overgangen van droog naar nat en de verbinding met het buitengebied. De spoorzone is een brede groenzone met volkstuinen, speelvoorzieningen en delen die in het kader van het Waterplan zijn heringericht worden met paden, water en natuur. In het waterplan is bepaald dat water een dimensie moet toevoegen aan de leefomgeving en gecombineerd moet worden met natuur, recreatie en beleving. De spoorzone is dan ook bedoeld als een natuurlijke, waterrijke parkomgeving waarin ook gespeeld en gewandeld kan worden. In het bestemmingsplan is dit vastgelegd door middel van de bestemming 'Groen' met de aanduiding "Park". Infra-as Over de infra-as lopen verschillende openbaar vervoer lijnen. De as vormt een verbinding tussen het Haagse Bos en het Schakenbosch. De Mgr. van Steelaan maakt het grootste deel uit van deze as en heeft een relatief breed profiel, variërend van 50-60 meter. Over het geheel heeft de as een stedelijk groen karakter wat onder meer komt door de aanwezige voortuinen en het overige groen in het profiel.

De voortuinen ontbreken overigens bij de meer stedelijke knoop nabij het winkelcentrum Julianabaan. De ambitie is de herkenbaarheid en continuïteit van de openbaarvervoer-as te versterken. Continuïteit wordt onder andere bereikt door een herkenbaar profiel van de straat. Mede bepalend voor een herkenbaar en continu profiel is de voorgevelrooilijn; deze is in het bestemmingsplan vastgelegd. Ook

Toelichting (vastgesteld)

53

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk het aanwezige groen in het profiel en het onbebouwde karakter van de voortuinen zijn wordt als zodanig bestemd om het groen-stedelijke beeld te behouden. Voorzieningen-as De Bachlaan is in de structuurvisie aangeduid als de voorzieningen-as. De Bachlaan verbindt het bovenregionale winkelcentrum Westfield Mall of the Netherlands met het meer lokale georiënteerde Leidschendam-Centrum. De structuurvisie heeft het verbeteren van de economische kansen en voorzieningenstructuur beoogd. De aan de voorzieningen-as gekoppelde projecten hebben bijgedragen aan dit streven. De Bachlaan heeft steeds meer het karakter van stedelijke voorzieningen-as gekregen door projecten als de huisvesting van de gemeente in één bestuurscentrum, de komst van Mariënpark, de herontwikkeling van het Neherlaboratorium, Raedhuisstaete en het Kwadrant. Deze projecten zijn in hun verschijningsvorm conserverend bestemd. De goot- en bouwhoogten zijn opgenomen op de verbeelding. De bestemming zijn gericht op wonen, dienstverlening en bestuurlijke functies, De aanwezige groen- en waterstructuren dragen bij aan de herkenbaarheid en ruimtelijke kwaliteit van het straatprofiel van de laan. Deze structuren zijn als 'Groen' en 'Water' bestemd.

Overige structurenen ontwikkelingen Het grootste deel van het stedelijk gebied zal in de periode waarin dit bestemmingsplan geldig is ongewijzigd blijven. De stedelijke structuur heeft voldoende kwaliteit waardoor behoud van de bestaande situatie voor de hand ligt. Net als in het afgelopen decennium zullen ook dan weer nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden met binnen de bestaande stad, waarbij op verschillende locaties waar dat noodzakelijk is, projecten worden geïnitieerd voor bijvoorbeeld woning- of scholenbouw. Bij herontwikkelingen in het stedelijk gebied vormt de structuurvisie de basis voor de ruimtelijke uitwerking in combinatie met de afstemming van de herontwikkelingen op het algehele gemeentelijke beleid voor bijvoorbeeld verkeer, parkeren en groen. Op basis van de structuurvisie is steeds de versterking van wonen, werken en het groen de richting gevende ambitie voor de ruimtelijke-functionele uitwerking van deze herontwikkelingen. Recente herontwikkelingen in het stedelijk gebied zijn er daarom steeds op gericht geweest de al bestaande kwaliteiten van de aanwezige omgeving te benutten en zo mogelijk te versterken om daarmee een aantrekkelijk en hoogwaardig woon- en leefmilieu te creëren.

Zo is bijvoorbeeld bij het woningbouwproject Vlietoevers (afbeeldingen 5 en 6) onder andere aangesloten op de kwaliteiten van de twee structuurbepalende verbindingen, de het water van de Vliet en de groene oevers, het historisch lint en de gevarieerde en kleinschalige bebouwingsstructuur in de directe omgeving. Bij locatie Goede Herderkerk (tegenwoordig appartementencomplex ’t Loo) is ook gebruik gemaakt van twee structuurbepalende verbindingen, de Loo-zone en de Infra-as, onder andere door een woningoriëntatie op deze levendige en groen-stedelijke structuren. Ter voorbereiding van de herontwikkelingen in het stedelijk gebied is steeds een ruimtelijk kader opgesteld waarin de richtlijnen voor de herontwikkeling zoals voor de situering van bebouwing, bouwhoogten, verkeersontsluiting, bijbehorend groen e.d. zijn opgewerkt, dit alles op basis van de structuurvisie en het van toepassingen zijnde gemeentelijke beleid. De gerealiseerde nieuwe ontwikkelingen, of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend maar die nog niet zijn gerealiseerd, zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Nieuwe ontwikkelingen die nog verkeren in een voorbereidend stadium, zijn nog niet juridisch vastgelegd in dit bestemmingsplan, maar worden wel beschreven in deze toelichting (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). 2.2.3

Wonen

2.2.3.1 Opgaven De gemeentelijke woonvisie (Bijlage 20) benoemt actuele ontwikkelingen waaruit opgaven voor het wonen in de gemeente voortvloeien. Voor het bestemmingsplan zijn de volgende opgaven van belang:

54

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk de gevolgen van langer zelfstandig wonen. Veranderingen in de zorg hebben tot gevolg dat ouderen langer zelfstandig moeten blijven wonen. Tevens is het de wens van veel ouderen zelf om in de huidige woning te blijven wonen, ook als de zorgbehoefte toeneemt; voldoende beschikbare sociale woningen. Momenteel zijn onvoldoende betaalbare woningen voor mensen met lage inkomens beschikbaar; woonmilieus en leefbaarheid. De kwaliteit van de woningvoorraad en woonomgeving dient centraal te staan. Door het definiëren van de gewenste woonmilieus dient onze gemeente zich meer te richten op de leefbare en duurzame wijken die meer aansluiten bij de woningbehoefte op de lange termijn. 2.2.3.2 Uitgangspunten Versterking van de woonstad vormt één van de opgaven uit de structuurvisie. De woonvisie noemt als uitgangspunten voor het wonen, dat Leidschendam-Voorburg een aantrekkelijke groene woongemeente moet zijn, met een evenwichtige bevolkingsopbouw en een gevarieerd aanbod in woningen en woonmilieus. Hoogwaardig wonen is een aantrekkelijk aspect van onze gemeente. De schaarse ruimte binnen de gemeente zullen we, daar waar woningbouw mogelijk is, niet gebruiken voor het ontwikkelen van nieuwe grootschalige bedrijven- of kantorenlocaties. Deze vraag staat centraal en duurzaamheid staat voorop.

Om ook voor de ouderen die hier nu wonen een aantrekkelijke woongemeente te blijven, zullen we moeten verjongen. De generaties hebben elkaar nodig en moeten het gevoel blijven houden bij de gemeenschap te horen. Bouwen van nieuwe woningen of investeren in nieuwe voorzieningen zal in een goede mix moeten gebeuren met ook betaalbare eengezinswoningen en woonvoorzieningen voor jongeren. Om te stimuleren dat iedereen een eerlijke kans krijgt moet voldoende goedkope woonruimte beschikbaar zijn. Dit betekent onder meer: het waarborgen en verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; waarborgen dat de variatie in gewenste woonmilieus in Leidschendam-Voorburg wordt behouden en waar mogelijk versterkt. 2.2.3.3 Wonen in het stedelijk gebied Leidschendam-Voorburg is een woongemeente. De woonbestemming is de meest voorkomende bestemming in dit bestemmingsplan. Dit zal ook bij toekomstige ontwikkelingen zo blijven. Volgens de woonvisie dient de schaarse ruimte te worden gebruikt voor woningbouw en niet voor nieuwe grootschalige bedrijven- of kantorenlocaties. Wonen en economie Volgens de structuurvisie is naast het versterken van de woonstad ook het verbeteren van de economische kansen een opgave uit de structuurvisie (zie ook 2.2.4 Winkels, horeca, kantoren en bedrijven).

De gedachte binnen de structuurvisie is onder meer ook dat door het bieden van aantrekkelijke en onderscheidende woonmilieus niet alleen de leefbaarheid van de gemeente wordt vergroot. Ook worden de concurrentiekracht en de economische kansen van de gemeente hierdoor versterkt. De afgelopen tijd zijn in het stedelijk gebied al wel enkele combinaties van wonen en werken gerealiseerd. Zo hebben de woningbouwprojecten Raadhuisstaete en het Kwadrant beide een “plint” (eerste bouwlaag) met voorzieningen die diverse vormen van werkgelegenheid bieden. In het in 2015 gerealiseerde plan aan de Marcellus Emantslaan in Voorburg telt een deel van de eengezinswoningen vier bouwlagen wat de combinatie van wonen en werken binnen de woonbestemming mogelijk maakt. Tevens zal bij nog op stapel staande projecten zoals bijvoorbeeld Overgoo (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen) worden gestreefd naar (meer) menging van wonen en werken (om de gemeente niet alleen een “slaapstad” te laten worden). Dit project is nog in voorbereiding en derhalve niet opgenomen in dit bestemmingsplan. Wonen en groen De structuurvisie beoogt zowel versterking van het wonen als van het groen. Bij de woningen die in het stedelijk gebied de afgelopen zijn gebouwd, of waarvoor de ontwikkeling is gestart, zijn c.q. worden steeds woon-, kantoor-, zorg- of kerkgebouwen vervangen door nieuwe woningen.

De bestaande oppervlakte aan groen is daarbij niet verkleind. Bij de woningbouw op de plaats van de Ardea-garage wordt de oppervlakte aan groen zelfs groter. Wel neemt bij dit woningbouwproject de hoogte van de

Toelichting (vastgesteld)

55

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk nieuwbouw toe ten opzichte van de bestaande situatie. De woon- en groenbestemmingen, van de in de afgelopen jaren uitgevoerde woningbouw, zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. 2.2.3.4 Opgaven door actuele ontwikkelingen Langer zelfstandig wonen Volgens de gemeentelijke woonvisie is het langer zelfstandig wonen een ontwikkeling die vraagt om nieuwe oplossingen op het grensvlak van wonen en zorg. Er moet meer worden ingespeeld op de behoefte aan geschikte woonvormen in relatie tot de behoefte aan zorg en begeleiding. In de bestaande woningvoorraad biedt de bestemming 'Wonen' voor de grondgebonden woningen door het toelaten van nevenbebouwing mogelijkheden om de woningen uit te breiden en aan te passen. Ook bij een deel van de bestaande appartementengebouwen zijn in het verleden aanpassingen verricht – met name het plaatsen van liften – om de appartementen beter toegankelijk te maken. Deze aanpassingen zijn verwerkt in het bestemmingsplan. Het wooncomplex Residentie Prinsentuin (afbeelding 51), op de plaats van een gesloopt kantoorgebouw op de hoek van de Koningin Julianalaan en de Marcellus Emantslaan in Voorburg, is in het jaar 2000 gebouwd met voor senioren geschikte appartementen rond een overdekte binnenruimte en met gemeenschappelijke voorzieningen op de eerste bouwlaag.

Afbeelding 51, wooncomplex Residentie Prinsentuin De recent gerealiseerde nieuwbouw ’t Loo (op de plaats van de gesloopte Goede Herderkerk) bestaat uit appartementen met lift, een woonvorm die zowel voor ouderen en jongeren geschikt is. Ook de woningbouw op de plaats van de Ardea-garage bestaat uit appartementen met lift. Waarschijnlijk zullen in de toekomst meer woon-zorgcombinaties specifiek voor ouderen moeten worden gerealiseerd. Deze zijn nog niet ingepast in dit bestemmingsplan. Langer zelfstandig wonen betekent volgens de woonvisie ook dat meer mensen met een zorgvraag zijn aangewezen op een sociale huurwoning. Voldoende beschikbare sociale woningen Uit onderzoek in de regio Haaglanden is gebleken dat binnen de lagere inkomensgroepen vooral

56

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk jongeren en gezinnen te maken krijgen met een gebrek aan aanbod van betaalbare huurwoningen. Voor de mensen met lage inkomens moet echter voldoende goedkope woonruimte beschikbaar zijn. Het woonbeleid wordt in samenwerking woningcorporaties en/of marktpartijen opgesteld en uitgevoerd. De gemeente bepaalt het ruimtelijk beleid en stelt, via ruimtelijke kaders, een bestemmingsplan vast wat mag worden gebouwd en in welke vorm. Het percentage sociale woningbouw wordt niet geregeld via het bestemmingsplan maar via zogenaamde anterieure overeenkomsten met de corporaties en marktpartijen. Het huidige woonbeleid stelt aan de marktpartijen de eis om 30% van de nieuwbouw in de sociale sector te realiseren. Bij de woningbouw op de plek van de Ardeagarage is deze 30% gehanteerd. Daarnaast worden ook woninbouwprojecten geheel in de sociale sector uitgevoerd. Aan de Rijnlandlaan is nieuwbouw gerealiseerd voor 48 appartementen in de sociale sector. Ook dit project is opgenomen in dit bestemmingsplan. Woonmilieus en leefbaarheid Volgens de woonvisie biedt Leidschendam-Voorburg kansen voor rustig stedelijke en hoogwaardige woonmilieus. Er is een overschot aan woonmilieus die worden gedomineerd door standaard hoog- en laagbouw en geringe functiemenging. Dit woonmilieu sluit niet goed aan bij de woonvoorkeuren van de inwoners.

Een hoogwaardig woonmilieu is onder andere gerealiseerd in het plan Vlietoevers, aan de Vliet in de kwalitatief hoogwaardige en gevarieerde wijk Voorburg West. De woningbouw in het plan Damcentrum kenmerkt zich door het rustig stedelijke woonmilieu. 2.2.3.5 Kleine woningaanpassingen Het bestemmingsplan biedt binnen bestemming 'Wonen' de ruimte voor beperkte aanpassingen aan de woning. Dit betreft ruimte voor aan-, uit- en bijgebouwen op het achtererf met restricties voor de maximale omvang. Ook realisering van erkers, fietsenbergingen, dakkapellen en dakterrassen zijn met restricties wat betreft de afmetingen volgens standaardregels mogelijk. Uit het oogpunt van ruimtelijke kwaliteit is geen standaardregeling opgenomen voor dakopbouwen, Dergelijke grote ingrepen zijn van invloed op het straatbeeld en de architectonische verschijningsvorm van de woonbebouwing. Voor een dakopbouw dient een afzonderlijke aanvraag te worden op basis waarvan deze wordt beoordeeld op de ruimtelijke implicaties. Als daaruit blijkt, dat de dakopbouw op ruimtelijke verantwoorde wijze kan worden ingepast, dan kan de opbouw via een afzonderlijke planologische procedure - in afwijking van dit bestemmingsplan - worden toegestaan. 2.2.4

Winkels, horeca, kantoren en bedrijven

Winkels en horeca Het beleid voor detailhandel en horeca is vooral gericht op het behouden en waar mogelijk versterken van de vier hoofdcentra, met de volgende positionering (afbeelding 52): Westfield Mall of the Netherlands, bovenregionaal centrum voor recreatief winkelen; De Julianabaan, het centrum voor Voorburg met optimaal bezoekgemak en een zeer compleet aanbod aan frequent benodigde artikelen en diensten; Huygenskwartier, aantrekkelijk verblijfsgebied voor aankopen voor de directe omgeving en met regionale specialisten; Leidschendam Centrum, een gebied met een dubbel profiel. Enerzijds een compact en volwaardig dagelijks boodschappencentrum met nadruk op het verscluster voor de directe omgeving, anderzijds een aantrekkelijke dag- en avond horecalocatie aan de Vliet voor een breed publiek; Overige locaties, ondersteunend aan de hoofdcentra.

Toelichting (vastgesteld)

57

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 52, positionering 4 hoofdcentra Westfield Mall of the Netherlands Het stedelijk gebied omvat vier grote centra. "Westfield Mall of the Netherlands" (voorheen Leidsenhage) is veruit het grootste winkelgebied. Het winkelcentrum is ingrijpend vernieuwd en uitgebreid. Het accent ligt hoofdzakelijk op recreatief en een zeer compleet aanbod qua winkels plus dag- en avondhoreca. Het bestemmingsplan Leidsenhage vormde de juridische basis voor de gerealiseerde uitbreiding en vernieuwing. Dit plan is en is onherroepelijk sinds 14 juli 2016 en is integraal verwerkt in dit bestemmingsplan voor het stedelijk gebied. De Julianabaan Het winkelgebied "De Julianabaan" heeft een sterke positie in Voorburg. Deze positie heeft het centrum onder andere te danken aan het complete aanbod, de goede ligging en de bereikbaarheid. Door het type aanbod en de nabijheid van Westfield Mall of the Netherlands kan het economisch functioneren van ‘De Julianabaan’ onder druk komen te staan. Daarom is het van belang dit Voorburgse winkelcentrum aantrekkelijk te houden. Belangrijke voorwaarden hiervoor zijn en blijven, een gemakkelijk en comfortabel bezoek, onder andere door een goede bereikbaarheid en parkeervoorzieningen dicht bij de winkels, een compacte opzet van het winkelgebied, publiekaantrekkende winkels en horeca en een uitnodigende verblijfsomgeving.

Daarom is gewerkt aan ideeën om "De Julianabaan" toekomstbestendig te maken op basis van deze voorwaarden. Tijdens het opstellen van dit bestemmingsplan waren de ideeën nog niet volledig uitgekristalliseerd. Daarom zijn in dit bestemmingsplan voor het winkelgebied nog de bestaande

58

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk bestemmingen opgenomen volgens het bestemmingsplan Voorburg Midden dat onherroepelijk is sinds 28 juni 2013. Huygenskwartier / Oude Dorpskern Voorburg Het Huygenskwartier is ontstaan vanuit de historische kern Oud Voorburg. Het is de gemeentelijke ambitie om het bijzondere en hoogwaardige karakter van het historische centrumgebied verder te benutten, zodat het gebied aantrekkelijk blijft voor zowel de lokale inwoners als de regionale bezoekers. De basis is dat de inwoners uit de directe omgeving boodschappen kunnen doen bij de lokale specialist, kunnen winkelen bij luxere winkels en terecht kunnen bij de horeca. Daarbij zijn de regionale consumenten, toeristen en recreanten belangrijke aanvullende bezoekers. Met het oog daarop is tijdens het opstellen van dit bestemmingsplan gewerkt aan een plan om het centrumgebied zowel qua economisch functioneren als qua belevingswaarde een impuls te geven. Dat plan omvat de herontwikkeling van het vroegere gemeentekantoor (Herenstraat 42) en de nabij gelegen supermarkt (Hoogvliet). Het doel is een ruimere supermarkt, verbetering van de parkeervoorziening en toevoeging van gevarieerd vormgeven woningbouw van een maat en schaal die past bij de kleinschaligheid van de Oude Dorpskern.

Omdat dit plan nog in voorbereiding was (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen), is het nog niet opgenomen. In dit bestemmingsplan stedelijk gebied zijn nog de bestemmingen opgenomen uit het bestemmingsplan Oude Dorpskern dat onherroepelijk was sinds 15 mei 2013. Leidschendam Centrum In dit centrum zijn het vooral twee kenmerken die kansrijk zijn om verder te versterken, het dagelijks boodschappencluster van hoogwaardige versspeciaalzaken aan de Damstraat en het verblijfsgebied rond de Vliet. Het boodschappencluster kan een verzorgingsfunctie hebben voor de inwoners uit de directe omgeving. Het verzorgingsgebied is groot genoeg voor een volwaardig boodschappenaanbod. Inwoners hoeven dan niet naar de op wat verdere afstand gelegen Westfield Mall of the Netherlands. Het gebied rond de sluis is de enige locatie waar de sluis centraal ligt in het centrumgebied en daarmee een toegevoegde belevingswaarde heeft voor het centrum. De combinatie van de deels historische bebouwing en de oude sluis vormt een zeer aantrekkelijke omgeving om te verblijven en recreëren. Voor het sluisgebied is het bestemmingsplan 'Damplein' onherroepelijk sinds het jaar 2011. De winkelen horecabestemmingen uit dit plan zijn opgenomen in dit bestemmingsplan voor het stedelijk gebied. Overige centra Het detailhandelsbeleid is erop gericht de hoofdcentra gevuld en aantrekkelijk te houden.

Daarom wordt terughoudend omgegaan met nieuwe detailhandels- en horecaontwikkelingen buiten deze vier centra. Daarom vallen de detailhandels- en horecafuncties buiten deze centra onder gemengde doeleinden bestemmingen, waardoor naast deze functies ook ander gebruik mogelijk is. Een uitzondering vormt de supermarkt in Stompwijk die een belangrijke functie vervult voor de leefbaarheid in het kern. Het is de enige plek in het dorp waar de inwoners de dagelijkse boodschappen kunnen doen. Daarom heeft dit winkelpand de bestemming 'Gemengd'. Kantoren De kantoren aan de Charlotte van Pallandtlaan en de Veurse Achterweg (Fugro) waren tijdens de voorbereiding van dit bestemmingsplan nog volledig in gebruik. De kantoorbestemmingen voor deze panden is gehandhaafd in dit bestemmingsplan. Sinds het onderzoek naar economische functies is uitgevoerd in 2018, zijn de meeste grote kantoren (>1.000 m²) buiten gebruik geraakt. Zo is het grootste kantoor, het voormalige gebouw van het Centraal Bureau voor de Statistiek aan de Prinses Beatrixlaan, in datzelfde jaar nog gesloopt. Verbetering van de economische kansen vormt echter één van de opgaven uit de structuurvisie.

Het doel voor de toekomstige economische ontwikkeling van Leidschendam-Voorburg is daarom dat de gemeente kwantitatief ruimte voor economische bestemmingen houdt én de gemeente ontwikkelingsruimte biedt voor kwalitatieve versterking van gemengde werkmilieus. Door ontwikkelingsgericht transformatiebeleid kan de gemeente transformaties binnen het bestaande stedelijke gebied laten bijdragen aan zowel de vernieuwing van de voorraad economische locaties als

Toelichting (vastgesteld)

59

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk aan de regionale woonopgave. Dit transformatie beleid is erop gericht de ontwikkeling van economische functies zoveel mogelijk te concentreren op knooppunt en centrumlocaties. De knooppunt-locaties bij de halteplaatsen van het openbaar vervoer of bij knooppunten van doorgaande wegen (afbeelding 53) zijn: De stations Laan van NOI, Voorburg ’t Loo, Leidschendam-Voorburg, Voorburg (centraal) en Mariahoeve; De locatie Overgoo. De centrum-locaties zijn: Oud Voorburg / Huygenskwartier; Leidschendam Centrum; De Julianabaan; Westfield Mall of the Netherlands.

Afbeelding 53, knooppunten en centrumlocaties Voor de locaties Klein Plaspoelpolder en Overgoo wordt in het kader van de transformatieopgave gewerkt aan plannen ter realisering van een gemengd woon- en werkmilieu (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). Het bestemmingsplan voor de transformatie van Klein Plaspoelpolder was al in ontwikkeling voordat het bestemmingsplan stedelijk gebied is gestart. Economische functies voor de Klein Plaspoelpolder zijn opgenomen in dit bestemmingplan. De herontwikkeling van Overgoo was niet voldoende uitgewerkt om in het bestemmingsplan stedelijk gebeid op te kunnen nemen. De twee vroegere kantoortorens aan het Burgemeester Feithplein in Voorburg nabij winkelcentrum "De Julianabaan", worden omgebouwd tot appartementen en enkele publiekgerichte functies in de "plint", deels voor economische activiteiten, in dit geval niet zijnde kantoren. Ook voor het kantoorgebouw op de hoek van de Koningin Julianalaan en de Uhlenbeckstraat, bij "De Julianabaan" wordt een plan voorbereid met economische functies in de plint. Bij beide projecten gaat het om het “inbouwen” van de woningen in de bestaande bouwmassa plus een optopping.

Bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan is er rekening mee gehouden dat de huurders van het kantoorgebouw aan het Stationsplein in Voorburg (circa 9.000 m²), één van de belangrijkste knooppunt-locaties, mogelijk uit het pand zouden gaan vertrekken. Of het gebouw in de toekomst

60

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk geheel als kantoor zou kunnen blijven, was niet bekend. Derhalve is de kantoorbestemming voor dit gebouw vooralsnog gehandhaafd. Ook het kantoor op de hoek van de Noordsingel, de Bachlaan en de Van Ruysdaellaan is steeds meer leeg komen te staan. Voor deze locatie direct tegenover the Mall wordt gewerkt aan een woningbouwplan gecombineerd met economische kantoor- c.q. diensten functies. Voor deze locatie is een ruimtelijk kader opgesteld en is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen in dit bestemmingsplan. Bedrijven Volgens de revitaliseringsstrategie bedrijventerreinen (Bijlage 6) heeft de gemeente de Economische Agenda Leidschendam-Voorburg 2017-2020 vastgesteld. Deze agenda geeft richting aan het economische profiel van de gemeente, die vijf bedrijventerreinen kent: De Star, Essesteijn, Huyssitterweg, Klaverblad en de Prinses Irenelaan. De vijf bedrijventerreinen liggen verspreid in de gemeente, met Essesteijn en Prinses Irenelaan ingekapseld binnen het stedelijk weefsel tegen buurgemeente Den Haag aan, De Star aan de stadsrand nabij de Vliet, en Klaverblad en Huyssitterweg rond de kern van Stompwijk (afbeelding 54).

Afbeelding 54, bedrijventerreinen De oppervlakte aan bedrijventerreinen is relatief klein, in totaal circa 9,2 hectare netto bedrijventerrein, niet meer dan 0,2% van de totale oppervlakte van Leidschendam-Voorburg, maar wel belangrijk voor de lokale en regionale economie. De terreinen bieden plaats voor 89 bedrijven en werk aan 827 personen. Het uitgangspunt is dan ook het behoud en laten floreren van deze bedrijventerreinen. In dit bestemmingsplan zijn is de bedrijfsbestemming van deze bestaande bedrijvigheid gecontinueerd met de van toepassing zijnde milieucategorie. In het stedelijk gebied zijn ook solitaire bedrijven gevestigd, vooral in de oudere delen van Voorburg. Kleinschalige bedrijvigheid in de woonomgeving kan positief zijn als deze bijdraagt aan brede werkgelegenheid, talentontwikkeling, levendigheid, sociale cohesie en diversiteit van de omgeving, maar negatief als daaruit onevenredige omgevingsinpact voortvloeit. Vandaar dat dit bestemmingsplan zware bedrijfsfuncties in de woongebieden uitsluit, maar gezien het belang van de werkgelegenheid is bestaande kleinschalige werkgelegenheid, passend binnen het woonmilieu, positief bestemd. Op enkele plekken in Voorburg komen verspreid liggende concentraties aan bedrijfspanden voor. In Voorburg Noord bevonden zich oorspronkelijk veel bedrijven op de binnenterreinen aan de achterzijde

Toelichting (vastgesteld)

61

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk van de woonbebouwing. In het kader van de stadsvernieuwing uit de jaren ’70 en ’80 van de vorige eeuw is veel van de bedrijvigheid verplaatst naar daartoe aangelegde bedrijventerreinen, met name het terrein aan de Populierendreef. De bedrijvigheid aan de Van Alphenstraat is destijds gehandhaafd. Voor het (garage)bedrijf aan de Van Naeltwijckstraat is de bestemming 'Bedrijf' gehandhaafd. In de noordwesthoek van Voorburg Noord, ingesloten door de spoorbaan en de Utrechtsebaan, bevindt zich de Tennet-centrale met de bestemming 'Bedrijf-Nutsvoorziening'. Ook voor de bedrijfsbestemming op het binnenterrein aan de Van Leijdenstraat is de bestemming 'Bedrijf' gecontinueerd. In Voorburg West bevinden de qua omvang bescheiden bedrijven zich vooral in en rond het gebied Heeswijkstraat - Laan van Middendorp, veelal met het bedrijven op de eerste bouwlaag en woningen daarboven. De menging van wonen een werken blijft toegestaan in die delen van het gebied, die van oudsher een gemengde opbouw hadden als deze geen substantiële hinder veroorzaken voor woningen en woonomgeving. In die panden zijn bedrijfsactiviteiten binnen de bestemming 'Gemengd' opgenomen. Kenmerkend voor oude dorpskernen is dat deze een grote functiemenging kennen. Ook in de oude dorpskern van Voorburg is altijd plaats geweest voor bedrijvigheid.

In de huidige situatie zijn de bedrijven gelokaliseerd aan het Zwarte pad en aan de achterzijde van de bebouwing aan de Wielemakersslop en de Parkweg, met name bedoeld voor kleine en/of startende bedrijven. De bedrijfsfunctie vallen respectievelijk onder de bestemmingen 'Gemengd 2, Gemengd 3' en 'Bedrijf'. Op de hoek van de Einddorpstraat en de Laan van Haagvliet ligt een kleine bedrijvencluster met (oudere) bedrijfsbebouwing. De cluster ligt ingeklemd in het woongebied dat ten noorden van de Oude Dorpskern Voorburg ligt. Gezien deze ingeklemde ligging en de waardevolle omgeving met onder andere de Voorburgse keren het park Vreugd en Rust biedt dit klein bedrijfsgebied mogelijkheden voor omvorming tot een aantrekkelijk woongebied. In dat geval zouden de economische activiteiten echter verdwijnen. In dit bestemmingsplannen is de bedrijvigheid gehandhaafd door middel van de bestemmingen 'Gemengd' en 'Bedrijf'. In de Adama van Scheltemastraat staat bedrijfsbebouwing die plaats biedt aan een garage. In het verleden hebben initiatiefnemers zich georiënteerd op herontwikkeling van deze bedrijfslocatie. Hierbij is mede van belang dat ideeën worden ontwikkeld voor het toekomstbestendig maken van het direct aangrenzende winkelgebied "De Julianabaan". Voor de bedrijfsbebouwing is het echter (nog) niet tot een uitgekristalliseerd plan gekomen.

De bestaande bestemming 'Bedrijf' is dan ook gehandhaafd. Op het binnenterrein Oosteinde - Loolaan bevindt zich oorspronkelijke bedrijfsbebouwing die voor andere doeleinden wordt gebruikt. Deze bebouwing heeft de bestemming 'Gemengd'. In Leidschendam zijn slechts enkele solitaire bedrijven, waaronder twee garages, te vinden aan de Looierslaan en in de omgeving van de Oude Trambaan. Voor de omvangrijke bedrijfsbebouwing aan de oostzijde van het stedelijk gebied rond de Parnashofweg (voormalige remisé van Connexxion) is gekozen voor omvorming tot het woongebied Vliethaven. De bedrijvigheid in Stompwijk is geconcentreerd rond de kern op de twee bedrijventerreinen. Deze bedrijfsbestemmingen zijn gehandhaafd. Verder is het binnen alle bestemmingen met een woonfunctie toegestaan om een beroep aan huis uit te oefenen, waarbij wel de woonfunctie centraal blijft staan. Het toegestane oppervlak bij het beroep aan huis is 40 m². 2.2.5

Voorzieningen

Onderwijs en kinderopvang Ook de accommodaties voor het primair en secundair onderwijs zijn als ‘Maatschappelijk’ bestemd. Het stedelijk gebied omvat op verschillende plaatsen kinderdagverblijven en buitenschoolse opvanglocaties gevestigd. Deze zijn toegestaan binnen de bestemming 'Maatschappelijk'. Buitenschoolse opvang wordt steeds meer gecombineerd met een basisschool in een integraal kindcentrum (zoals bijvoorbeeld het IKC Heeswijk in Voorburg West).

62

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Sport- en speelvoorzieningen De sportvoorzieningen zoals het sportpark ’t Loo, Duivenvoorde en rond de kern van Stompwijk, zijn in dit bestemmingsplan bestemd als 'Sport', waarbinnen ook maatschappelijke doeleinden gericht op sport en buurtactiviteiten zijn toegestaan. Ook de twee maneges (Esbi en Hestar) aan de Mauvelaan vallen onder de bestemming 'Sport'. De meeste openbare ruimte is bestemd als 'Groen' of als 'Verkeer-Verblijfsgebied' waarbinnen het mogelijk is om speelvoorzieningen te realiseren. De grote speeltuin bij het Lienplantsoen is niet openbaar toegankelijk (speeltuinvereniging) en heeft bestemming 'Cultuur en ontspanning'. Grote overdekte sportaccommodaties zijn Forum Kwadraat en sporthal Essesteijn in Voorburg en het sportcomplex De Fluit in Leidschendam. Gezondheidszorg en welzijn De voorzieningen gericht op gezondheidszorg en welzijn zijn opgenomen binnen de bestemmingen 'Maatschappelijk', 'Gemengd' of opgenomen binnen de beroep aan huis regeling. Zo zijn bijvoorbeeld de apotheek en fysiotherapiepraktijk aan de Bachlaan onder de woningen opgenomen binnen de bestemming 'Gemengd'. Het medisch centrum in het vrijstaande gebouw aan de Koningin Julianaweg is als 'Maatschappelijk' bestemd. Binnen de woongebieden vallen de meeste praktijken onder de beroep aan huis regeling zoals deze is opgenomen binnen de bestemmingen 'Wonen' en 'Wonen-1'.

Wijkgebouwen en zorginstellingen vallen onder de bestemming 'Maatschappelijk' of onder een gemengde doeleinden bestemming, dit is afhankelijk van de bouwwijze, vrijstaand of gecombineerd met andere (woon)functies. Naast de poliklinieken van het Reinier de Graaf ziekenhuis (Diaconessenhuis) in Voorburg West bevindt zich nog één ziekenhuis in de gemeente Leidschendam-Voorburg, het HMC Antoniushove aan de Burgemeester Banninglaan in Leidschendam. Het ziekenhuis heeft ook de bestemming 'Maatschappelijk' met een specifieke aanduiding als ziekenhuis. In het bestemmingsplan ‘De Zijde-Duivenvoorde’, sinds 2012 onherroepelijk, waren aan twee zijden van het ziekenhuis de mogelijkheid opgenomen om het gebouw uit te breiden. De uitbreidingen zijn inmiddels gerealiseerd en verwerkt in dit bestemmingsplan. Het resterende terrein van het Reinier de Graaf ziekenhuis in Voorburg West is aangewezen als herontwikkelingslocatie (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). Kerken De kerken die nog in gebruik zijn hebben de bestemming 'Maatschappelijk'. Dit geldt ook voor de kerken die leeg staan en waarvoor nog geen nieuwe functie is gevonden. Dit maakt het mogelijk het gebouw voor een andere maatschappelijke en/of religieuze functie te hergebruiken, totdat eventueel voor een andere bestemming zou worden gekozen, bijvoorbeeld voor een woonbestemming zoals bij de Fonteinkerk in Voorburg.

Cultuur Het meest opvallende gebouw met een culturele bestemming is de buitenplaats Hofwijck (Westeinde nr. 2). Het gebouw met de omliggende tuin, is het voormalige buitenverblijf aan de Vliet van Constantijn Huygens (beroemd staatsman en wetenschapper uit de 17e eeuw). De buitenplaats is in 1641 gesticht is één van de belangrijkste monumenten uit onze Gouden Eeuw. In het buitenhuis bevindt zich het Huygensmuseum. Het buitenhuis en het poortgebouw aan het Westeinde hebben de bestemming 'Cultuur en ontspanning'. De omliggende tuin heeft de bestemming 'Groen' met de aanduiding "Park".

Toelichting (vastgesteld)

63

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

2.2.6

Verkeer

2.2.6.1 Ontwikkelingen autoverkeer & knelpunten Rotterdamsebaan De openstelling van de Rotterdamsebaan begin 2021 is belangrijk voor de regio en onze gemeente. De Rotterdamsebaan zorgt ervoor dat de verkeersdruk op de Utrechtsebaan afneemt en daarmee ook de milieubelasting voor de omliggende gebieden. Daarnaast is de realisatie van de Rotterdamsebaan een voorwaarde voor de beoogde transformatie van de Binckhorst. De Rotterdamsebaan moet op zorgvuldige wijze worden ingepast in de Vlietzone, zodat dit de ontwikkeling van een excellent woon-werkmilieu niet in de weg staat. Uit studies is gebleken dat de verkeerseffecten van de Rotterdamsebaan op Voorburg-West beperkt blijven tot enkele procenten. In de directe nabijheid van Voorburg-West (het zuidelijk deel van de Binckhorst en de Vlietzone) heeft de nieuwe verbinding namelijk geen aansluitingen. Voorburg-West zal ook na de openstelling van de Rotterdamsebaan een groot aandeel doorgaand verkeer blijven hebben. Het doorgaande verkeer heeft vooral een herkomst of bestemming in de direct aangrenzende gebieden. Vooral verkeer van of naar het zuidelijke deel van de Binckhorst is geneigd via de Binckhorstlaan, Prinses Mariannelaan en de Geestbrugweg (gemeente Rijswijk) te rijden. Verkeersremmende maatregelen hebben in Voorburg West zelf geen effect.

Tragere verkeersafwikkeling op de wegen in Voorburg West leidt alleen tot meer congestie en verkeersonveiligheid. Op Haags grondgebied kunnen echter wel verkeersmaatregelen worden genomen. Het gaat daarbij vooral om het verbeteren van de aansluiting van de A12 op de Maanweg en Spoorboogweg en de doorstroming op de route Mercuriusweg – Spoorweg in het Noordelijke deel van de Binckhorst. Daarmee wordt de route door Voorburg West relatief minder aantrekkelijk voor doorgaand verkeer (naar onderzoeken Goudappel Coffeng en de gemeente Den Haag, 2013). Verkeersintensiteit Noordsingel De ‘Centrale Groenzone’ is een van de belangrijke groene zones binnen de gemeente en vormt de ruggengraat van de auto-ontsluiting voor het stedelijk gebied. De Centrale Groenzone draagt bij aan de variatie van groen binnen de gemeente doordat zowel de functies als de vormgeving en het groenbeeld duidelijk verschillend zijn van de andere zones. De stedelijke druk op deze zone is groot vanwege de centrale ligging, bereikbaarheid, onduidelijke ruimtelijke samenhang en ruimtelijke begrenzing. Reconstructie N14 Volgens het verkeersbeleid worden geen grote wijzigingen in de verkeers-structuur verwacht, uitgezonderd de reconstructieve van de N14 met ongelijkvloerse kruisingen.

Het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT Haaglanden) voorziet in nieuwe weginfrastructuur; een parallelstructuur evenwijdig aan de A4 (start rond 2020) en doorstromingsmaatregelen onder andere op de N14 (start rond 2024). De kruispunten van de N14 worden volgens de meest recente MIRT verkenning van 2012 ongelijkvloers. Hierdoor worden ‘linksaf bewegingen’ onmogelijk gemaakt. Verkeer dat toch linksaf wil van of naar de N14 zal gebruik moeten maken van keervoorzieningen die verderop aan de Mgr. Van Steelaan, Heuvelweg, Prins Bernhardlaan en Noordsingel zullen worden aangelegd. Aan de Noordsingel zal waarschijnlijk ook de tramverbinding richting de zuidkant van de weg moeten worden verplaatst. Alles bij elkaar gaat het om een uitermate complexe en ook dure inpassing. Bovendien komt de leefbaarheid rondom de twee kruispunten verder onder druk te staan. Het is de vraag of de inpassing haalbaar en betaalbaar zal zijn. Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu zal de plannen naar verwachting verder gaan voorbereiden. Knelpunten Uit de analyse van de huidige situatie in combinatie met de toekomstige ontwikkelingen komt een aantal knelpunten naar voren. Deze staan hieronder puntsgewijs samengevat: Filevorming op: 1. de op- en afrit Voorburg op de A12; 2. de aansluiting A4-N14; 3. de N14 inclusief de aansluitingen op de Prins Bernhardlaan en Mgr.

van Steelaan; 4. de route Nieuwstraat-Damhouderstraat-Sluis-Damplein; 5. de route via de Wijkerbrug;

64

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk Toename van de intensiteit op een aantal gemeentelijke wegen als gevolg van ruimtelijke ontwikkelingen, waardoor aanpassingen aan de hoofdinfrastructuur nodig zijn om het verkeer te kunnen blijven afwikkelen. Vooral in de omgeving van ruimtelijke projecten als de Binckhorst, Leidsenhage en de Duivenvoordecorridor; De ruimtelijke inpassing van de Rijnlandroute in de Oostvlietpolder en van de MIRT maatregelen; Mogelijke gevolgen van de Rotterdamsebaan op Voorburg-West; De ontsluiting van het glastuinbouwgebied van Stompwijk; Hinder van tractorverkeer. 2.2.6.2 Knelpunten fietsverkeer Fietsparkeermogelijkheden Het aantal fietsparkeermogelijkheden bij verschillende openbaar vervoer knooppunten in de gemeente schiet op dit moment tekort. Zowel in kwantitatieve als kwalitatieve zin is hier een knelpunt aanwezig. Het betreft vooral de stations van de RandstadRail. Daarnaast ontbreken bewaakte fietsparkeermogelijkheden bij winkelcentra en is er in een aantal gebieden onvoldoende fietsparkeermogelijkheden bij woningen zonder berging. Directe fietsroutes Fietsers moeten relatief grote afstanden omrijden. Dit is voor een groot deel te wijten aan de structuur van Leidschendam-Voorburg. De structuur van Leidschendam-Voorburg is voor fietsers niet zo gunstig: fietsers rijden vaak dezelfde route of dezelfde afstand als automobilisten.

Voor de fietsers is het daarom moeilijk om een goede concurrentiepositie te creëren. Zo ondervinden fietsers en mensen in een rolstoel op de Weigelia hinder van het feit dat een doorgaande fietsroute ter hoogte van de Liguster ophoudt. Landelijk gebied In het landelijk gebied en op de route Stompwijkseweg - Dr. van Noortstraat is de kwaliteit van de klinkerbestratinng vrij slecht, waardoor de route niet comfortabel is voor fietsers. Daarnaast is op de Dr. van Noortstraat, in de bebouwde kom van Stompwijk, weinig ruimte voor fietsers door de aanwezigheid van geparkeerde auto’s en vrachtverkeer, met verkeersonveilige situaties tot gevolg. Het fietspad langs de N206 (Oosteinde) is smal, heeft tweerichtingen fietsverkeer en klinkerverharding. Hoofdfietsroutes De snelfietsroute ‘Velostrada’ verbindt Den Haag met Leiden. In onze gemeente begint de route bij de Tuinenlaan en eindigt hij ter hoogte van de N14; De Loo-zone wordt opgewaardeerd tot een aantrekkelijk en, herkenbaar stadspark. Vanuit de regionale functie vormt deze zone een aantrekkelijke schakel voor langzaam verkeer tussen het Haagse Bos en de Vliet en verder; De Hoekweg in Voorburg maakt deel uit van de doorgaande fietsroute van Rotterdam naar Den Haag (F13). De Nieuwe Tolbrug is in deze route een obstakel voor de fietser.

Deze brug is echter ook een Rijksmonument wat betekent dat hier geen aanpassingen aan gedaan worden; Langs de Prins Bernhardlaan en de Noordsingel zijn de langzaam-verkeerroutes niet overal eenduidig. Langs deze route liggen afwisselend parallelwegen, tweerichtingen fietspaden en eenrichting fietspaden; De fietsroute parallel aan de N14 is van onvoldoende kwaliteit. 2.2.6.3 Knelpunten voor voetgangers Het huidige netwerk heeft veel potentie maar deze wordt door diverse oorzaken nog niet optimaal benut. Op hoofdlijnen ontbreekt er nu een duidelijk netwerk dat de belangrijkste functies met elkaar verbindt. Het gaat om routes naar dagelijkse voorzieningen zoals winkelcentra en scholen, maar ook de recreatieve voorzieningen zoals parken en speelplaatsen. De inrichting voor voetgangers is niet optimaal door onvoldoende ruimte en barrièrewerking. Fysieke knelpunten zijn er in de verharding, zoals bij opritten van oversteekplaatsen, en door obstakels zoals straatmeubilair. De voetganger centraal in de centrumgebieden In de drukkere delen van (winkel)centra worden voetgangers zo veel mogelijk gescheiden van fietsers, zoals op de wandelpromenades in Leidsenhage en op het Koningin Julianaplein en op zaterdag in de Herenstraat. In deze gebieden wordt extra aandacht geschonken aan goede rustplekken.

Toelichting (vastgesteld)

65

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

2.2.7

Groen

2.2.7.1 Groen in het plangebied Het stedelijk gebied van Leidschendam-Voorburg is een hoeksteen van het grootstedelijk gebied van Den Haag. Het Leidschendamse deel grenst aan 3 zijden direct aan het landelijk gebied en is als een ‘’stedelijk balkon’’ in het landschap (Structuurvisie LV herijking 2015). Het landelijk gebied is onderdeel van het Metropolitane landschap en bestaat hier uit een knooppunt van drie landschappen: Midden-Delfland, het Groene Hart en de kustzone. Het kenmerkt zich door een breed scala aan voor het groen relevante waarden waaronder het Nationaal Park Hollandse Duinen, het Regiopark 'Duin, Horst en Weide' . Het stedelijk gebied van Leidschendam-Voorburg is daardoor als schakel stad-land van bovenregionaal strategisch belang zowel voor de leefbaarheid van de Metropool Rotterdam-Den Haag als voor de biodiversiteit daarvan. 2.2.7.2 Groenstructuur In de het gemeentelijk Groenstructuurplan Buitengewoon Groen 2009 en het Uitvoeringsprogramma 2012 (herijking 2015) zijn de waardevolle groenstructuren vastgelegd. Naast de ruimtelijke waarden is dit is ook van belang voor de klimaat bestendigheid (infiltratie en hittestress). Bij ruimtelijke ontwikkelingen moeten deze structuren zoveel mogelijk ingepast of als het niet anders kan gecompenseerd worden op basis van een plan ter goedkeuring van de gemeente.

Het groenstructuurplan geeft op hoofdlijnen aan welk groen van belang is op gemeentelijk niveau en waar het groen versterkt kan worden. Het garandeert het groene karakter van de gemeente in de toekomst door de hoofdgroenstructuur duidelijk te benoemen, verbindingen te maken en de schakels met het landelijk gebied te versterken. Om het groen in de gemeente te versterken wordt er ingezet op drie niveaus: groene zones; groene lijnen; groene wijken. Essentieel voor de identiteit van Leidschendam-Voorburg als groene woongemeente is de karakteristiek van de hoofdgroenstructuur. Om de ambities te verwezelijken, wordt in het Groenstructuurplan gesteld dat bij nieuwe ruimtelijke projecten het groen vanaf de initiatieffase een serieus onderdeel moet zijn van de planvorming. Voor elk ruimtelijk plan dat in nieuwe ontwikkelingen of ruimtelijke ingrepen voorziet, moet daarom een groenparagraaf deel uitmaken.

66

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 55, Ruimtelijke en landschappelijke karakteristiek stedelijk en landelijk gebied Groene zones De Spoorzone, de Centrale groenzone en de Vlietzone lopen evenwijdig aan de parallel structuur. De vierde zone, de Loo-zone, staat loodrecht op deze drie zones en verbindt ze met elkaar. Vrijwel alle stedelijke groengebieden vallen binnen één van deze vier zones. Gezamenlijk vormen deze zones de “groene ruggengraat” van de gemeente. Om dit groene raamwerk nog krachtiger te maken, is er voor gekozen om elke zone een eigen thema te geven aansluitend op het bestaande karakter en gebruik. Dit zorgt voor differentiatie in het groen en een krachtige eigen identiteit per zone. Spoorzone Het thema is landelijk karakter met natuur, extensieve recreatie en educatie (wandelen, fietsen, volksen schooltuinen, natuureducatie, informeel spelen e.d.) De spoorzone is een brede groenzone met (aan de Tuinenlaan) volkstuinen, speelvoorzieningen en deels verruigde delen met paden, water en natuur. Het talud van de spoordijk heeft een grote waarde voor flora en fauna door zijn zeer beperkte toegankelijkheid. De zone heeft de bestemming 'Groen' met de aanduiding "Park" waarin waterpartijen en bijbehorende kunstwerken (duikers, bruggen, stuwen en dergelijke) zijn toegestaan. Centrale groenzone Het thema is groen-stedelijke functies zoals sporten, dieren, scouting e.d.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=97b58b89-5b9a-4e47-9ca0-24d90f3fbfff