CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2984-03 Toelichting Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Raadsvergadering 17 januari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel :Vaststellen herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk40.903 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

In Leidschendam zijn meer wijken volgens het suburbane principe gebouwd, zoals onder meer de Verzetsheldenwijk, de Oude Bleijk, de Zijde en Duivenvoorde. In combinatie met de eengezinswoningen komt hoogbouw voor op enkele bijzondere plekken zoals bijvoorbeeld in Essesteijn bij kruispunten van belangrijke doorgaande wegen. Herontwikkelingen: Zoals vermeld bij de ontstaansgeschiedenis bestaat het stedelijk gebied van de Leidschendam en Voorburg na de voltooiing van ‘t Lien en de Rietvink uit nagenoeg volledig bebouwd stedelijk gebied. Binnen die gebieden hebben wel nieuwe ontwikkelingen plaats gevonden waarbij delen van de bestaande bebouwing zijn vervangen door nieuwbouw. Daarbij is gestreefd naar harmonische inpassingen in de bestaande ruimtelijke structuur en tevens naar versterking van de aanwezige kwaliteiten, met het bestaande beleid (zie bijlagen bij de regels) als leidraad. Het stedelijk gebied bestaat niet alleen uit woonwijken, maar ook uit voorzieningen- en kantoorgebieden en bedrijventerreinen (zie ook: 2.2.4 Winkels, horeca, kantoren en bedrijven). Stompwijk: Het historisch dorpslint heeft zich langs de Stompwijkse vaart, een van oorsprong natuurlijke waterloop in een dik veenpakket, ontwikkeld. Sinds droogmaken van de veenplassen ligt het dorpslint hoog boven het landschap. Het silhouet van het lint is van alle kanten van ver te zien.

Het circa 1500 meter lange dorpslint bestaat uit individuele bebouwing (afbeelding 30). De prominent in het lint aanwezige Laurentiuskerk is in 1872 gebouwd. De latere uitbreidingen ten zuidwesten van het dorpslint bestaan uit suburbane bebouwing.

Afbeelding 24, historisch Voorburg

28

Afbeelding 25, historisch Leidschendam

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 26, vooroorlogs villapark

Afbeelding 27, stadsblokken Voorburg Noord

Afbeelding 28, flatblokken

Afbeelding 29, suburbaan

Afbeelding 30, historisch Stompwijk

Afbeelding 31, vlietoevers

Vlietoevers: De Vliet vormt één van de waardevolle groenzones in de gemeente (zie paragraaf 2.2.7 en Bijlage 12) en de Vliet is ook een belangrijke cultuurhistorische structuur in de gemeente. De Vliet doorloopt de gehele gemeente, het beeld van de Vlietoevers varieert dan ook van stedelijk tot landelijk. De kernen van Voorburg en Leidschendam waren van oorsprong afhankelijk van de Vliet en dankten de economische groei daaraan. Vanaf de 17e eeuw werden buitenplaatsen aangelegd langs de Vliet (afbeelding 31). De meeste buitenplaatsen waren voorzien van privé parken, soms met een eigen opvaart die uitkwam op de Vliet. Tegenwoordig is een deel van de oorspronkelijke privé groen nog herkenbaar in de vorm van openbare parken zoals bijvoorbeeld de parken Hoekenburg en Middenburg in Voorburg West. In de 19e eeuw ontstonden de eerste vormen van industrialisatie naast de Vliet ontstaan. Langs het water vaart ontstonden kleine fabrieken, scheepswerven of vissersbedrijfjes die in de loop van de 20e eeuw verder uitgroeiden als bedrijventerrein. De meeste van deze bedrijventerreinen zijn inmiddels omgevormd tot woongebieden, zoals bijvoorbeeld het plan Vlietoevers (zie ook: Ontstaansgeschiedenis). Vanaf het begin van de twintigste eeuw verkochten steeds meer eigenaren van buitenplaatsen gronden langs de Vliet voor de ontwikkeling van woongebieden.

Niettemin resteren nog verschillende objecten en (landschaps)structuren die verwijzen naar het historische gebruik van de vaart en het aangrenzende gebied zoals bruggen, sluizen, opvaarten, boerderijen, landhuizen etc. (zie ook:Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed).

Toelichting (vastgesteld)

29

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

2.1.2.2 Wonen Volgens de gemeentelijke wijkatlas (zie gemeentelijke website) bestaat de totale woningvoorraad in de gemeente uit 36.698 woningen. In de wijkatlas (zie onderstaande tabel) zijn de aantallen per wijk weergegeven, evenals de verschillende woningtypen zoals onder andere rijenwoningen en etagewoningen. Het aantal woningen dat bij Stompwijk is vermeld, omvat behalve de kern die tot het stedelijk gebied behoort, ook het landelijk gebied. De meeste woningen bevinden zich in de kern van Stompwijk, namelijk 637 van de 953 woningen. Dit betekent dat de woningvoorraad in het stedelijk gebied (als afgerond aantal weergegeven) circa 36.500 woningen omvat.

Tabel woningaantallen gemeente / wijkatlas 2020 De aanwezigheid van de verschillende woningtypen per wijk of gebied hangt samen met de gebieds- en wijkkenmerken die in deze toelichting zijn beschreven en meer uitgebreid aan de orde komen in de welstandsnota (Bijlage 7). Zo is bijvoorbeeld bij Voorburg Noord heel duidelijk aan het grote aantal etagewoningen te zien, dat de wijk grotendeels met de stadsblokken bebouwd is en met een veel kleiner aantal grondgebonden woningen (vooral aan de Koningin Wilhelminalaan). Een vergelijkbare verdeling is te zien in Bovenveen, een wijk met een groot aantal flatwoningen uit de wederopbouwperiode. Een heel andere verdeling is te zien in de wijk Voorburg West / Park Leeuwenbergh waar het grondgebonden woningtype domineert. Ook in Leidschendamse wijken als De Zijde / Duivenvoorde en ‘t Lien / De Rietvink, ligt het aantal grondgebonden woningen veel hoger dan in Voorburg Noord en Bovenveen. Niettemin is het aantal gestapelde woningen, hoewel dit wijken zijn met veel laagbouw, toch nog aanmerkelijk fors met 1.137 etagewoningen in De Zijde / Duivenvoorde en 1.022 gestapelde woningen in ’t Lien / De Rietvink. Ook in de wijk Essesteijn is dit patroon te zien.

Hoewel een groot deel van de wijk bestaat uit laagbouw, telt ook Essesteijn door de middelhoge- en hoge bebouwing langs de doorgaande wegen, bijna net zo veel etage- als grondgebonden woningen. Zoals blijkt uit de ontstaansgeschiedenis van het stedelijk gebied bestaat Leidschendam-Voorburg sinds de fusie nagenoeg geheel uit stedelijk gebied. Niettemin hebben binnen de bestaande stad wel diverse ruimtelijke ontwikkelingen plaats gevonden, meestal doordat kantoor-, school-, kerk- of woongebouwen verouderd raken en hun functie verliezen, waarna de gebouwen zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Doordat de meeste nieuwe ontwikkelingen bestonden uit woningbouw is hierdoor de woningvoorraad vergroot. Het afgelopen decennium heeft het accent bij deze nieuwe ontwikkelingen vooral gelegen op de bouw van eengezinswoningen. Voorbeelden van dergelijke projecten zijn bij de ontstaansgeschiedenis van het stedelijk gebied beschreven.

30

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

De sloop van woonbebouwing om deze te vervangen door nieuwe woningen is minder voorgekomen. In Voorburg Noord heeft dit wel plaats gevonden in de Van Heurnstraat en de Van Barbansonstraat en in Leidschendam met name in het Damcentrum. Bij deze nieuwe ontwikkelingen werd de woningvoorraad niet uitgebreid door woningen toe te voegen, maar wel verbeterd door slechte c.q, verouderde woningen te vervangen door nieuwe woningen met een hoger kwaliteitsniveau. Ondanks deze ontwikkelingen is de vraag naar aanvulling van de woningvoorraad nog steeds actueel. Zo bestaat nog steeds behoefte aan (betaalbare) eengezinswoningen, appartementen voor starters en senioren. Ook is een steeds groter tekort aan sociale huurwoningen ontstaan. De gemeentelijke woonvisie en het woningbouwprogramma (zie Bijlage 20) beschrijven het beleid en de maatregelen voor de beoogde aanvulling van de woningvoorraad. De gewenste aanvulling zal in het stedelijk gebied moeten worden opgevangen (omdat in het landelijk gebied niet substantieel mag worden gebouwd). Uit een grote Woontest en woonmilieuonderzoek is bovendien naar voren gekomen, dat er in Leidschendam-Voorburg een overschot bestaat aan woonmilieus die worden gedomineerd door standaard hoog- en laagbouw en geringe functiemenging.

Dit woonmilieu sluit niet goed aan bij de woonvoorkeuren van de inwoners, gericht op levendige en kwalitatief hoogwaardige woonmilieus. Welke invloed dit heeft op de toekomstige ontwikkelingen wordt beschrijven in de visie op het stedelijk gebied (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). 2.1.2.3 Winkels, horeca, kantoren en bedrijven Detailhandel en horeca Volgens de “Detailhandels- en horecastructuurvisie” (zie Bijlage 15) waren in 2018 in de gemeente circa 350 winkels gevestigd en circa 130 horecavestigingen. Het stedelijk gebied omvat in de huidige vorm vier kernwinkelgebieden (afbeelding 32). "Westfield Mall of the Netherlands" (voorheen Leidsenhage) is veruit het grootste winkelgebied, met De Julianabaan, het Huygenskwartier en Leidschendam Centrum in omvang daarop volgend (uitgebreide beschrijving van de huidige structuur en de toekomstvisie in Bijlage 15. The Westfield Mall of the Netherlands The Mall, het grootste kernwinkelgebied van de gemeente, ligt in Leidschendam binnen een “ruimtelijk kwadrant,” dat wordt gevormd door de Heuvelweg, de burgemeester Banninglaan, de Noordsingel en het Groot Zijdepark. Het kernwinkelgebied heeft een voorzieningencluster met, door de heldere begrenzingen en het grotendeels ontbreken van woningen, een afzonderlijke ligging ten opzichte van de omliggende woongebieden.

De woontoren Banninghage bij het hoekpunt Noordsingel - Banninglaan vormt een uitzondering, dit woongebouw bevindt zich in het centrum. Het in 1971 geopende Leidsenhage had in 2018 een omvang van circa 90 winkels en 10 horecabedrijven met een gezamenlijke omvang van ruim 31.000 m² wvo. Door de herontwikkeling van het centrum, waarbij de naam Leidsenhage is gewijzigd in Westfield Mall of the Netherlands is het winkelcentrum circa drie keer zo groot geworden. Het aantal winkels is toegenomen van circa 90 tot circa 230 vestigingen van samen in totaal circa 90.000 m² wvo. Ook de horeca- en leisuresector is uitgebreid. Het centrum is van 11 naar circa 50 horeca-leisure voorzieningen gegroeid. Hiermee heeft The Mall een bovenregionale functie. De grotere aantrekkingskracht wordt opgevangen door circa 4.000 gratis parkeerplaatsen en 1.300 fiets-stallingsplaatsen. De Julianabaan Het sinds eind jaren ’50 - begin jaren ’60 gebouwde winkel- en horecagebied De Julianabaan in Voorburg ligt rond de Koningin Julianalaan en het Koningin Julianaplein, ten zuiden van de Mgr. Van Steelaan en ten noorden van de Prins Bernhardlaanlaan (afbeelding 33). Het centrum heeft de publiekgerichte functies in de begane grondlaag (plint) van de gebouwen. In de middelhoge en hoge gebouwen bevinden zich woningen op de etages boven de publieksfuncties.

Oorspronkelijk hadden enkele gebouwen ook kantoorruimten op de eerste etage. In vergelijking met Leidsenhage is De Julianabaan qua ruimtelijke structuur en bebouwingstypologie echter veel meer “vervlochten” met de omliggende woongebieden. De Julianabaan heeft vooral een lokale

Toelichting (vastgesteld)

31

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk functie gericht op gemak en efficiënte met het accent op de dagelijkse boodschappen. Het centrum heeft ongeveer 60 winkels en circa 15 horecavestigingen met een gezamenlijk omvang van 14.000 m². Het centrum heeft een goede bereikbaarheid via de doorgaande wegen als de Prins Bernhardlaan, Mgr. Van Steelaan en de Koningin Julianalaan en de diverse parkeerconcentraties in en rond het centrum. Huygenskwartier Het Huygenskwartier is ontstaan vanuit de historische kern Oud Voorburg rond de Herenstraat - een deel van het historisch lint en enkele zijstraten (afbeelding 34). Rond de centraal gelegen Oude kerk, bij het ontmoetingspunt van de Kerkstraat met de Herenstraat knooppunt is een fijnmazig stedelijke weefsel gegroeid met besloten straatprofielen en kleinschalige bebouwing van overwegend twee lagen met kap met op de begane grondlaag publiekgerichte ruimten voor winkels, horeca en ambachtelijke bedrijfjes en overige functies en het wonen overwegend op de verdiepingen. In de kern is op meerdere plekken recente bebouwing gerealiseerd, zoals aan de Schoolstraat, het Van Wassenaer Hoffmanplein en bij de hoek Parkweg - Rozenboomlaan en meer recent aan de Raadhuisstraat (woonzorgcentrum Vliethof).

Die recente toevoegingen wijken qua verschijningsvorm in mindere of meerdere mate of van de historische bebouwing, maar zijn wel op harmonische wijze ingepast in de bestaande structuur en vormen geen inbreuk op de kleinschaligheid. Het centrum ligt op korte afstand van de Vliet. De zijstraten vormen waardevolle (wandel)verbindingen en zichtlijnen tussen de Herenstraat en de Vliet. Door de lange ontstaansgeschiedenis heeft de Oude Dorpskern en het geleidelijke ontstaan van het centrum in de van oorsprong middeleeuwse kern, heeft het Huygenskwartier de typerende kenmerken van een “organisch gegroeid” centrumgebied dat geheel en al “ingevlochten” in de stedelijke structuur. De combinatie van kenmerken als de kleinschaligheid, het gedifferentieerde bebouwingsbeeld met de vele monumenten en de intensieve menging van de diverse winkel-, horeca-, (deels ambachtelijke) bedrijfsfuncties en overige voorzieningen hebben geresulteerd in een levendig en aantrekkelijk gebied met een hoge ruimtelijke kwaliteit en belevingswaarde. Daardoor heeft het centrum naast de lokale winkelfunctie ook een recreatieve en cultuurhistorische functie. Het Huygenskwartier is bereikbaar via de Parkweg en de Raadhuisstraat. Parkeren vindt plaats op maaiveld en in de parkeergarage Oude Haven.

Leidschendam Centrum Ook Leidschendam Centrum in de historische kern van Leidschendam (afbeelding 35) heeft net als het Huygenskwartier de typerende kenmerken van een “organisch gegroeid” centrumgebied “ingevlochten” in de stedelijke structuur met kenmerken als de kleinschaligheid, het gedifferentieerde bebouwingsbeeld met diverse monumenten. Qua ruimtelijke kenmerken is het grote verschil met het Huygenskwartier is dat de Leidschendamse kern rond de sluis is gegroeid, terwijl het hart van Oud Voorburg, de Herenstraat op enige afstand van het water ligt. De activiteiten op het water geven een bijzondere attractiviteit aan het sluisgebied, het hart van Oud Leidschendam. Leidschendam Centrum telt in totaal circa 30 winkels en 30 horecavestigingen met een gezamenlijke omvang van circa 7.500 m² wvo. Kenmerkend voor dit centrumgebied is de combinatie van het boodschappencluster met het aantrekkelijke toeristisch recreatieve horeca-verblijfsgebied rond de sluis. Een verschil met Oud Voorburg is ook, dat de naoorlogse gebouwen een groter deel van de kern deel uitmaken dan de historische bebouwing. In 2012 is hier een nieuwe ontwikkeling aan toegevoegd met winkels op maaiveld, daarboven meerlaags wonen en een openbare parkeergarage eronder.

32

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 32, winkelgebieden

Afbeelding 33, De Julianabaan

Afbeelding 34, Huygenskwartier

Toelichting (vastgesteld)

33

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 35, Leidschendam centrum Overige centra Aanvullend aan de vier kernwinkelgebieden zijn er verspreid over de drie kernen Leidschendam, Stompwijk en Voorburg ook een aantal clusters aan de Prins Frederiklaan in De Prinsenhof, de Mgr. Van Steelaan op de grens van Bovenveen en Voorburg Midden en de Klaverweide in Esssesteijn beschikken over één of twee supermarkten. De burgemeester Sweenslaan in De Heuvel, Van Arembergelaan in Voorburg Noord, Bruijnings Ingenhoeslaan in Bovenveen en de Rembrandtrotonde in Voorburg Oud hebben een minimaal winkelaanbod. De supermarkt in Stompwijk heeft een op de kern gerichte verzorgende functie. Verspreid over de gemeente bevindt zich nog circa 14.000 m² wvo winkelruimte. Veruit het grootste deel daarvan betreft enkele grootschalige winkels zoals de bouwmarkt aan de Veursestraatweg (deze niet ligt in het stedelijk, maar in het landelijk deel van de gemeente) en een autodealer aan de Looierslaan. Ook is relatief veel horeca-aanbod buiten de centra gevestigd. Het type horeca loopt uiteen van café tot restaurant en afhaalbedrijf. Zowel aan de rand van het Huygenskwartier als van “The Mall” zijn hotel (2) gesitueerd.

In het verleden waren meer buurtwinkelconcentraties aanwezig zoals aan de Geestbrugweg en de Laan van Middenburg in Voorburg West, aan de Bruijnings Ingenhoeslaan in Bovenveen en aan de Rozenboomlaam - Laan van Haagvliet in Voorburg Oud. De winkelruimten worden hier vrijwel overal gebruikt als kantoor- of horecavestigingen, woonruimten of voor (para)medische doeleinden. Kantoren In de periode 1980-2010 is er sprake geweest van een sterke groei van het areaal kantoren binnen Leidschendam-Voorburg. Door de technologische verandering op het gebied van ICT is na de eeuwwisseling een structurele verandering ingezet in de manier waarop en vooral waar mensen werken. Het kantoorwerken werd geflexibiliseerd hetgeen gepaard ging met werken op afstand en een veranderende vraag naar kantoorruimte. Monofunctionele kwamen minder in trek en kantoorgebonden werk vond steeds meer plaats in en rondom grootstedelijke centra en grotere OV-stations. Voor Leidschendam-Voorburg had dit aanzienlijke gevolgen waaronder toenemende leegstand in met name grotere kantoorpanden welke zelfs structureel van aard werd. Deze leegstand welke op het hoogtepunt meer dan 30% van de kantorenvoorraad bedroeg, zat voor een aanzienlijk deel geconcentreerd in een half dozijn aan panden. Inmiddels zijn bijna al deze grotere kantoorpanden (5.000 m2+) getransformeerd, herontwikkeld of doorlopen een proces daartoe.

De sterke vraag naar woningen heeft hierbij nadrukkelijk een rol gespeeld. De kantorenvoorraad is geslonken van 350 objecten samen goed voor 339.920 m2 in 2015 naar 310 objecten en 264.420 m2 in 2019. Oftewel een afname van 11% in het aantal kantoorpanden en

34

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk een afname van ruim 22% in het totale metrage kantoren. De kantorenleegstand is de laatste jaren dan ook sterk gedaald van ruim 30% in 2013 tot circa 5% in 2019. De meeste overgebleven kantoren zijn kleiner dan 10000 m2, hetgeen grotendeels aansluit bij de lokale markt. Er zijn verschillende bedrijfsverzamelgebouwen in de gemeente welke plek bieden aan een gevarieerd gezelschap van kleinschalige kantoorgebonden ondernemers. Deze bedrijfsverzamelgebouwen vervullen een belangrijke plek binnen onze lokale economie en er lijkt zelfs sprake van een tekort aan dit soort plekken blijkens de verhuurgraad bij de bestaande gebouwen in combinatie met de aanhoudende vraag. Uitgangspunt voor het lokale kantorenbeleid is om te sturen op een gezond evenwicht tussen vraag en aanbod, zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin. Dat houdt in concrete zin in dat we gericht sturen op het uitfaseren van incourante voorraad; panden die sterk verouderd zijn, weinig duurzaam, qua grootte niet meer aansluiten bij de marktvraag, solitair zijn gepositioneerd ver van voorzieningen of een combinatie van deze factoren. Deze panden en locaties kunnen worden herontwikkeld naar een nieuwe passende (gemengde) invulling. Omgekeerd sturen we ruimtelijk op de realisatie van kleinschalige nieuwe kantorenvolumes, hoofdzakelijk in mixed use gebouwen (bijv.

in combinatie met appartementen, voorzieningen en kleinschalige horeca) nabij goede voorzieningen en op plekken met een goede bereikbaarheid. De meeste kantoorlocaties kwamen van oorsprong aan of nabij uitvalswegen of openbaar vervoersverbindingen. Het meest duidelijk is dit te zien bij het Stationsplein Voorburg, dat ligt aan een knooppunt van een trein- en meerdere busverbindingen en tevens aan het ontmoetingspunt van doorgaande wegen waaronder de Utrechtsebaan. Veel van de kantoor- en bedrijfspanden die in de jaren ’80 en ’90 zijn gerealiseerd, zijn kwalitatief gedateerd geraakt, tevens met sterk achtergebleven energieprestaties. Zo waren op de locatie Klein Plaspoelpolder, gelegen tussen het Oosteinde en de Vliet voornamelijk de kantoren en bedrijven gevestigd. Omdat ook deze locatie te maken heeft gekregen met structurele leegstand van omvangrijke kantoren, is sinds 2012 sprake van een transformatieopgave gericht op een gemengd woon- en werkmilieu (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). Zo was ook was het voormalige gebouw van het Centraal Bureau voor de Statistiek, aan de Prinses Beatrixlaan in Voorburg (CBS-gebouw) gebouwd in 1973, met 60.000 m² het grootste leegstaande kantoorgebouw van Nederland (afbeelding 36). Dit CBS-kantoor is gesloopt in 2018. Op het beschikbaar gekomen terrein worden woningen gebouwd. Aan de Veurse Achterweg nr.

26 was voorheen het zogenoemde “Zürichkantoor” gevestigd, dat in 2017 is gesloopt, waarna hier in 2018 eengezinswoningen zijn gebouwd. Voor de twee vroegere kantoortorens aan het Burgemeester Feithplein in Voorburg Midden, bij het winkelcentrum De Julianabaan, is een plan in uitvoering om de kantoorruimten om te bouwen tot appartementen en enkele publiekgerichte functies in de “plint”. Ook in het kleinere kantoorgebouw op de hoek van de Koningin Julianalaan en de Uhlenbeckstraat, aan de rand van dit winkelcentrum, is het oorspronkelijke kantoorgebruik beëindigd. In het stedelijk gebied ligt ook de kantorenlocatie Overgoo. Een aantal grotere bedrijven zijn en waren hier gevestigd, zoals de recherche van de politie Den Haag, Nederlands Centrum voor Informatiemanagement en Dura Vermeer. In totaal zijn hier circa 1000 mensen werkzaam. De kantorenlocatie ligt strategisch aan de wegen A4 en N14, maar functioneert anno 2020 onvoldoende als hoogwaardige werklocatie. Het is een monofunctioneel gebied met structurele leegstand van kantoren. Ook voor deze locatie wordt gewekt aan een herontwikkelingsplan (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). Kantoren kleiner dan 1.000 m² kennen een spreiding over de gemeente met clusteringen in de centra.

De kleinere verspreid liggende kantoorvestigingen komen onder andere voor en in de winkelruimten van de vroegere winkelconcentraties, bijvoorbeeld aan het Westeinde in Voorburg West en de Damlaan in Leidschendam. Voor het overige bestaat de gemeente zoals vermeld vooral uit monofunctionele woonwijken, waar wel het kantoor aan huis – ondergeschikt aan de woonfunctie - regelmatig voorkomt. De vorige gemeentelijk bestemmingsplannen maakten het mogelijk woningen te gebruiken voor een aan huis verbonden beroep met maxima van 30% van het vloeroppervlak en maximaal 40 m². Bedrijventerreinen

Toelichting (vastgesteld)

35

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk De bedrijventerreinen in het stedelijk gebied van Voorburg bevinden zich rond de Prinses Irenelaan in Bovenveen, en aan de Populierendreef in Essesteijn. Aan de stadsrand van Leidschendam ligt bedrijventerrein De Star en in Stompwijk het Klaverblad en de Huysitterweg. De omvang van de terreinen is beperkt van 1 tot 4 hectare per terrein. Zeker op de terreinen in Voorburg en op de Huysitterweg in Stompwijk is sprake van achterblijvende investeringen in noodzakelijke verduurzaming van vastgoed. De gemeente heeft hier zelf geen bezit en investeringsbereidheid bij pandeigenaren lijkt zeer beperkt. Landelijke eisen ten aanzien van energielabels voor bedrijfsruimte (zoals bij kantoren het geval is) ontbreken hetgeen in de praktijk in toenemende mate leidt tot een geleidelijk verslechterende kwalitatieve uitstraling en uiteindelijk verloedering. Uitbreidingsmogelijkheden zijn nauwelijks aanwezig door de ligging tussen woongebieden, aan rail-infrastructuur, of bij de overgang naar het landelijk gebied. Op enige termijn zou dit aanleiding kunnen geven voor een herstructureringsopgave waarbij een of meerdere kleinere, verouderde en ingeklemde terreinen samen worden gebundeld op een andere goed ontsloten clusterlocatie welke meer ruimte geeft aan duurzame groei van kleinschalige stedelijke bedrijvigheid.

Zo ligt bijvoorbeeld het bedrijventerrein Essesteijn geïsoleerd door de spoorlijn Den Haag - Leiden en de woonbuurten van de wijk. Het is een gemengd bedrijventerrein, waarop bedrijven tot milieucategorie twee zijn toegestaan. In Leidschendam Zuid bevindt ligt aan de rand van het stedelijke gebied het bedrijventerrein De Star. Het bedrijventerrein wordt begrensd door een woonwijk, de Vliet, het landelijk gebied van de gemeente en de A4. Bedrijven tot milieucategorie drie mogen zich hier vestigen. Op het terrein zijn 20 bedrijven gevestigd met circa 320 werknemers. In het stedelijk gebied zijn naast de bedrijfsfuncties op bedrijventerreinen ook solitaire bedrijven gevestigd, onder andere op enkele verspreide plekken in Voorburg en in Leidschendam aan de Looierslaan en de Oude Trambaan. In de loop der tijd is de omvang van de bedrijvigheid verminderd. Zo zijn in de wijk Voorburg West de bedrijventerreinen aan de Vliet en de Trekvliet opgeheven en vervangen door woonbuurten, zoals het plan Vlietoevers uit 2017 (zie ook: 2.1.1.1 Voorburg) Ook de solitaire kleinschalige bedrijven die binnen de woonbebouwing van Voorburg West waren gevestigd, op verschillende plaatsen langs het Westeinde en de Heeswijkstraat, zijn voor een groot deel verdwenen.

Delen van deze straten hadden oorspronkelijk het karakter van een eind 19e-, begin 20e eeuwse stadswijk waar wonen en werken nog met elkaar waren verweven, maar hebben tegenwoordig grotendeels het beeld van woonstraten. De hierboven beschreven bedrijventerreinen en met name de aldaar gevestigde bedrijven zijn echter van wezenlijk belang voor het vitaal houden van onze gemeente. Ze bieden banen aan een brede doelgroep, zorgen voor versterking van sociale cohesie (veel lokale bedrijven sponsoren lokale verenigingen) en dragen bij aan het voorzieningenniveau dat weer versterkend werkt voor het profiel van een groene woongemeente. Bij gebiedsontwikkelingen zal dan ook op beperkte schaal weer nieuwe ruimte voor bedrijvigheid worden geprogrammeerd, zij het voor kleinschalige en ambachtelijke bedrijven welke zich ruimtelijk goed verhouden tot een woonfunctie. Voor grootschalige, extensieve bedrijvigheid, dan wel bedrijvigheid met een substantiële omgevingsimpact is binnen het stedelijke gebied van Leidschendam-Voorburg als gevolg van een zeer verdichte structuur en groeiende woningbouwopgave, geen plek. 2.1.2.4 Voorzieningen Onderwijs en kinderopvang Op diverse locaties in het stedelijk gebied bevinden zich accommodaties voor het primair en secundair onderwijs en voor buitenschoolse opvang.

De wijken Voorburg Midden en Oud kennen een concentratie van voorzieningen voor het secundair onderwijs. Een deel van de leerlingen komt van buiten de gemeente. Sinds de verstedelijking van na de tweede wereldoorlog heeft de huisvesting van zowel het primair als het secundair onderwijs diverse wijzigingen ondergaan. Ook zijn scholen opgeheven, bijvoorbeeld drie basisscholen in Bovenveen en de middelbare school College ‘t Loo in Midden Voorburg. De meest recente aanpassingen waaraan tijdens het opstellen van dit bestemmingsplan is gewerkt, zijn: Vervanging van de verouderde Pius X school aan de Heeswijkstraat in Voorburg West door de

36

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk nieuwbouw van het IKC (integraal kindcentrum) Heeswijk, een basisschool gecombineerd met kinderopvang; Verbouwing en uitbreiding van de oorspronkelijke basisschool De Tol in Leidschendam, ook tot een integraal kindcentrum. Deze aanpassingen zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Sport- en speelvoorzieningen In het stedelijk gebied zijn diverse voorzieningen voor sport- en openluchtrecreatie aanwezig, zoals het sportpark ’t Loo langs de Prins Bernhardlaan in Voorburg, de sportvelden Duivenvoorde in Leidschendam en de sportvelden rond de kern van Stompwijk. Op de overgang van Voorburg naar Leidschendam, waar de Prins Bernhardlaan overgaat in de Noordsingel, ligt langs de doorgaande route het sportpark Duivesteijn met sport-, tennisvelden en de stadsboerderij. In deze recreatieve zone bevinden zich aan de kant van de Mauvelaan ook twee maneges (Esbi en Hestar). Speelvoorzieningen- en terreinen in de openlucht bevinden zich verspreid over de gemeente. Grote speelterreinen zijn onder ander de speelvelden (Agora) bij de Fonteynenburghlaan en (opa’s veldje) aan de Tuinluststraat in Voorburg West. Ook bijvoorbeeld het park bij het Raadhuis in Leidschendam vervult en een functie als recreatie en speelterrein. Achter de bebouwing aan de Prins Hendriklaan en de Rozenlaan in Leidschendam is een speeltuinvereniging gevestigd.

Grote overdekte sportaccommodaties zijn Forum Kwadraat en sporthal Essesteijn in Voorburg en het sportcomplex De Fluit in Leidschendam.

Afbeelding 36, het in 2018 gesloopte CBS kantoor

Toelichting (vastgesteld)

37

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 37, bouw Fonteinkerk

Afbeelding 38 Fonteinkerk in 2018

Gezondheidszorg en welzijn De gemeente telt één ziekenhuis HMC Antoniushove aan de Burgemeester Banninglaan in Leidschendam. Tot voor kort had ook Voorburg een ziekenhuis, het Diaconessenhuis aan de Fonteynenburghlaan. Na de fusie met het Reinier de Graaf ziekenhuis in Delft is de naam gewijzigd in Reinier de Graaf Diaconessenhuis Voorburg. In 2017 heeft de Reinier de Graaf groep het voornemen om het Diaconessenhuis te slopen bekend gemaakt, omdat het ziekenhuis is verouderd. In plaats daarvan bouwt men een polikliniek op de plek van de gesloopte zusterflat aan de Fonteynenburghlaan die bij het ziekenhuis behoorde. De polikliniek is bedoeld voor de poli’s, diagnostiek en het IVF-centrum, de specialismen van het Diaconessenziekenhuis. De operatiekamers en de verpleegafdelingen zijn verplaatst naar het ziekenhuis in Delft. Het hospice, het gezondheidscentrum Voorburg-West en de parkeerfaciliteiten blijven gehandhaafd. De locatie van het Diaconessenziekenhuis aan de Vliet is bedoeld voor woningbouw (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). In de woongebieden zijn op verschillende locaties voorzieningen gevestigd gericht op gezondheidszorg. Bewoners uit Voorburg kunnen voor Cardiologie en bloedafname gebruikmaken van HMC Buitenpolikliniek Savallelaan aan de Savallelaan in Voorburg.

Ook zijn voorzieningen gevestigd aan de Bachlaan en de Koningin Julianaweg in Leidschendam, in de plint van de complexen “Raedhuisstaete” en het “Kwadrant”. Kleine huisartsen-, tandartsenpraktijken e.d. binnen de woonbebouwing zijn verspreid over het gehele stedelijke gebied te vinden. Deze vallen net als de kleine kantoren onder de regeling voor het beroep aan huis. Leidschendam-Voorburg kent verschillende wijk- en dienstencentra verspreid over de gemeente (zie gemeentelijke website). Ook kerken zijn op diverse locaties in het stedelijk gebied te vinden. De meeste kerkgebouwen zijn rijks- of gemeentelijke monumenten. Rijksmonumenten Oude Kerk of Nederlands Hervormde Kerk, Herenstraat 77 Voorburg; Franse Kerk, Frans Kerkstraat 24 Voorburg; Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopnemingkerk, Laan van Nieuw Oosteinde 1/3 (pastorie en rooms-katholieke kerk) Voorburg; Sint Martinuskerk Oosteinde 54 tot en met 56 (pastorie met kerk en tuinkoepel) Voorburg; Nederlands Hervormde Kerk Delftsekade 7 Leidschendam; Rooms-Katholieke parochiekerk en pastorie, Sluiskant 28-29 Leidschendam; Burgemeester Sweenslaan 5 (Opifexkerk); Rooms-Katholieke kerk Sint Laurentius met pastorie, Doctor van Noortstraat 86-88 Stompwijk. Gemeentelijke monumenten Fonteinkerk Fonteynenburglaan 1 Voorburg (afbeeldingen 37 en 38); Opstandingskerk Rembrandtlaan 92 Voorburg; Pastorie van de NH kerk Delftsekade 11 Leidschendam;

38

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk Gereformeerde kerk met kerkeraadskamer en stal Damlaan 4; Kruisheuvelkerk Burgemeester Roeringlaan 6 Leidschendam; Hulp en Heilkerk Veursestraatweg 185 Leidschendam. Het landelijke patroon waarbij kerken leegkomen heeft ook in Leidschendam-Voorburg plaats gevonden. Sommige kerkgebouwen, zoals de Goede Herderkerk aan de Prinses Beatrixlaan in Voorburg (afbeelding 7), zijn gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Voor de leeg gekomen monumentale kerkgebouwen is of wordt een nieuwe functie gezocht, zodat deze gebouwen behouden blijven. Zo is voor de Fonteinkerk (afbeeldingen 37 en 38) een plan ontwikkeld om de kerk om te vormen tot een appartementengebouw. Voor de Onze Lieve Vrouwe ten Hemelopnemingkerk bestaat is in 2020 het voornemen bekend gemaakt om een plan te ontwikkelen voor woningen in het bestaande kerkgebouw. 2.1.2.5 Verkeer In deze paragraaf komt de huidige verkeerssituatie aan de orde. 2.1.2.5.1

Auto

Leidschendam-Voorburg ligt in een dichtbevolkt gebied. De bebouwingsdichtheid in Voorburg is bijzonder hoog. De bebouwingsdichtheid in Leidschendam is wat lager dan in Voorburg. Leidschendam grenst aan het Groene Hart, waarin de derde woonkern van de gemeente ligt, Stompwijk. Zowel Voorburg als Leidschendam heeft een historische kern, die tevens belangrijke winkelgebieden zijn. Door de gemeente Leidschendam-Voorburg lopen drie Rijkswegen. De A12 (Utrechtsebaan) en A4 bieden onze gemeente een rechtstreekse verbinding met Leiden/Amsterdam in noordelijke richting, Utrecht/Arnhem/Duitsland in oostelijke richting, Rotterdam/België in zuidelijke richting en Den Haag in westelijke richting. In termen van Duurzaam Veilig zijn dit stroomwegen. De derde Rijksweg is de N14. Deze verbindt enerzijds de Internationale Zone van Den Haag met de A4 en is anderzijds de belangrijkste ontsluitingsroute voor veel inwoners van Leidschendam-Voorburg richting de A4. De N14 is een gebiedsontsluitingsweg, vandaar dat ook gelijkvloerse kruisingen toegepast konden worden. Door de gemeente lopen twee provinciale wegen, de N206 langs Stompwijk en N447 tussen Leidschendam en Voorschoten. Dit zijn beide gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom. De gemeentelijke hoofdstructuur bestaat vooral uit drie parallelle verkeersassen (treinspoor, Noordsingel, Vliet), met verbindingen daartussen.

De bebouwingsontwikkelingen van de gemeente volgen hoofdzakelijk de parallelstructuur van de strandwallen. Dit is nog steeds goed zichtbaar in de structuur als de lange lijnen parallel aan de Vliet. Oorspronkelijk waren er maar weinig dwarsverbindingen tussen deze patronen. De parallelstructuren evenwijdig aan de Vliet verbinden de twee kernen Voorburg en Leidschendam. Hiermee ontstond de basis voor een structuur van verschillende parallelle zones met woningbouw en voorzieningen, van elkaar gescheiden door wegen, groenstructuren en parken, die nu het kaartbeeld van Leidschendam-Voorburg bepalen. Deze langs- en dwarsverbindingen vormen de identiteitsdragers van het stedelijk gebied. De netwerken die de gemeente eigen zijn, vormen de ruggengraat van de dubbelkern Leidschendam-Voorburg. De netwerken van water, groen en infrastructuur zorgen voor structuur en samenhang en soms ook voor scheiding in de verschillende gebieden. Bereikbaarheid De ligging van de gemeente tussen Den Haag en het Groene Hart heeft consequenties voor de bereikbaarheid van de gemeente. Omdat Leidschendam-Voorburg randgemeente is en daarom tussen Den Haag en “de rest van Nederland” ligt, heeft de gemeente dagelijks grote stromen verkeer van en naar Den Haag te verwerken. De hiervoor geschikte wegen zijn de A12/ Utrechtsebaan en de N14.

Uit het verkeersmodel van 2011 blijkt dat de N14 ook voor verkeer van en naar Leidschendam-Voorburg zeer belangrijk is. Ongeveer de helft (54%) van het verkeer op de N14 heeft namelijk zijn herkomst of bestemming binnen de gemeente. Zie onderstaande grafiek.

Toelichting (vastgesteld)

39

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 39 De externe bereikbaarheid van de gemeente Leidschendam-Voorburg is goed. Binnen de stadsgrenzen hebben we daarnaast een goed functionerend en goed dekkend netwerk voor autoverkeer en openbaar vervoer. De bereikbaarheid per openbaar vervoer is uitstekend met drie stations aan het nationale spoornetwerk (Voorburg, Laan van NOI en Mariahoeve), de RandstadRail en een goede ontsluiting van het omringende stedelijk gebied per tram en bus. Ze zorgen voor de lokale structuur, verbindingen en bereikbaarheid, en ontsluiting in het Randstedelijke netwerk. Mede door deze infrastructuur behoort de gemeente Leidschendam-Voorburg tot een van de best bereikbare grote gemeenten. Hoofdwegenstructuur In de kaart is de hoofdstructuur voor het gemotoriseerd verkeer opgenomen. De A4 en A12 vormen de stroomwegen. De gebiedsontsluitingswegen buiten de bebouwde kom (80 km/uur) zijn de N206 langs Stompwijk en de N447 naar Voorschoten.

Afbeelding 40 , hoofdstructuur autoverkeer De gebiedsontsluitingswegen binnen de bebouwde kom (50 km/uur wegen) zijn in drie categorieën onderverdeeld: Historisch lint (Parkweg, Oude Trambaan, Veursestraatweg) Het ‘historisch lint’ is een van de oudste identiteitsdragers van Leidschendam-Voorburg, samen met de Vliet. Aan dit lint is de rijke geschiedenis en de oorsprong van de gemeente Leidschendam-Voorburg te ervaren.

40

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk Vlietoevers De Vliet is een belangrijke cultuurhistorische identiteitsdrager en vervoersader over water. Tevens is het een van de belangrijke groenzones. De westelijke Vlietoever en Vlietland behoren tot het grondgebied van de gemeente en vormen binnen de gemeente, samen met de Vliet, een gebied met een hoogwaardige kwaliteit, geschikt voor recreatie en bijzondere woon- en werkmilieus. A4-passage De ‘A4-passage’ vormt een harde ruimtelijke begrenzing van de Vlietzone en een brede infrastructurele barrière tussen de Vlietzone en de nieuwe woonwijken Leidschenveen en Ypenburg. De barrièrewerking is ook aanwezig in het buitengebied. Voor het buitengebied zijn de visuele verbindingen en de openheid van het landschap van belang. In het afgeschafte rijksbeleid viel de zone onder ‘snelwegpanorama’s’. De A4-zone is essentieel voor de ontsluiting van de gemeente nu en in de toekomst. Landelijk gebied Stompwijkseweg - Dr. van Noortstraat In het buitengebied is de Stompwijkseweg in 2018 geheel gereconstrueerd. Om enerzijds conflicten tussen zwaar verkeer en recreatief verkeer te voorkomen, en anderzijds omdat de wegconstructie weer lange tijd moet meegaan, zoekt de gemeente mogelijkheden om zwaar verkeer via deze route terug te dringen.

Doordat al het vrachtverkeer van en naar het glastuinbouwgebied door de kern van Stompwijk naar de N206 moet rijden, zijn in de kern problemen met de leefbaarheid en verkeersveiligheid. Om dit op te lossen, werkt de gemeente aan de aanleg van een Verbindingsweg die het glastuinbouwgebied rechtstreeks met de N206 moet verbinden. De N206 verbindt Stompwijk met Zoetermeer en Leiden. De weg wordt nu al druk bereden en de drukte zal in de toekomst waarschijnlijk toenemen. Vanuit Zoetermeer is dit de kortste verbinding richting Leiden en Amsterdam (A4). Ook veel bewoners van Stompwijk maken dagelijks gebruik van de N206. Bij het kruispunt van de Stompwijkse vaart, de Stompwijkseweg en wat nu de Meerlaan heet, is het Stompwijkse kerngebied ontstaan. Dit is momenteel nog de enige duidelijke aanwezige kern in het buitengebied. In dit geheel van bewegingen en veranderingen heeft het landschap steeds zijn karakteristiek ontleend aan een aantal landschappelijke dragers en kenmerken. Dit zijn in het bijzonder de boven het polderland uitstekende boezemwateren, de dijken, de wegen, de occupatiepatronen en -linten, de nog steeds aanwezige vergezichten en de herkenbare landschappelijke eenheden (tegenwoordig polders) met hun slotenpatronen en verkavelingsrichtingen. Polderlinten De Stompwijkseweg, het Wilsveen en het Oosteinde zijn de belangrijkste lintwegen.

Deze oude lijnen, middeleeuwse ontginningsbases, bepalen nog steeds de hoofdindeling van het landschap. Karakteristiek voor de linten is dat tussen de verspreide bebouwing veel doorkijkjes zijn naar het weidse landschap. De linten vormen door de opgaande erfbeplantingen groene lijnen in het landschap en zorgen voor het opdelen van het landschap in verschillende ruimten. De kwaliteiten van de lintwegen staan onder druk door meer en zwaarder verkeer. 2.1.2.5.2

Fiets

De fiets is voor de kortere afstanden, tot ongeveer 7,5 kilometer, binnen stedelijk gebied een aantrekkelijk vervoermiddel. Met de elektrische fiets verdubbelt deze afstand, waardoor veel bestemmingen binnen de regio op fietsafstand komen te liggen. Daarnaast is voor grotere afstanden de fiets een goed vervoermiddel als voor- en natransport in combinatie met het openbaar vervoer (ketenmobiliteit). Huidig netwerk fietsroutes: De kaart toont de hoofdstructuur fietsverkeer. Het VVP 2004 heeft daarvoor de basis gevormd. De fietsstructuur bestaat uit een regionaal en een lokaal netwerk. De regionale routes maken deel uit van het regionale en/of provinciale hoofdfietsroutenetwerk. Alle andere aangegeven routes zijn lokale hoofdfietsroutes. Deze lokale hoofdfietsroutes vallen voor een groot deel samen met de hoofdroutes voor

Toelichting (vastgesteld)

41

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk het autoverkeer, maar er zijn ook enkele aantrekkelijke routes aanwezig door de wijken. Ook enkele recreatieve lange afstandsfietsroutes doorkruisen het grondgebied van de gemeente. Daarnaast maakt de gemeente deel uit van het fietsknooppuntennetwerk van Haaglanden. Er is geen strikte scheiding te maken tussen utilitaire routes (woon-werk, woon-school, etc.) en recreatieve routes. De recreatieve routes zijn daarom niet apart op de kaart weergegeven.

Afbeelding 41, hoofdstructuur fietsverkeer 2.1.2.5.3

Voetgangers

Lopen is de meest duurzame manier van verplaatsen in de stad; het is schoon, gezond, goedkoop en vergt weinig ruimte. Daarbij dragen voetgangers in belangrijke mate bij aan de levendigheid van de openbare ruimte in de stad. Locaties waar veel voetgangers zijn, worden over het algemeen als sociaal veilig ervaren. Ook leveren voetgangers een belangrijke bijdrage aan de economie van de stad. In de stad wordt veel gelopen. Circa 23% van alle verplaatsingen in Leidschendam-Voorburg vindt te voet plaats. Bij de afweging om te voet te gaan, is vooral de verplaatsingsafstand van belang. Voor korte afstanden is lopen een goed alternatief. Ruim 80% van de verplaatsingen te voet is korter dan 2,5 km. Er is nog steeds sprake van groeiend autogebruik waardoor de ruimte voor voetgangers onder druk staat. De toenemende vergrijzing is een andere belangrijke factor. Circa 10% van de bevolking heeft ernstige problemen met zelfstandig lopen. Daarnaast zijn er nog mensen met lichtere mobiliteitsbeperkingen. Door de toenemende vergrijzing zal dit aantal de komende 20 jaar verdubbelen (Methorst 2010). Het is daarom belangrijk bij ontwerpen rekening te houden met mensen die moeilijk of niet zelfstandig kunnen lopen en hogere eisen te stellen aan de fysieke kwaliteit van de openbare ruimte. 2.1.2.5.4

Openbaar vervoer

De samenleving kent aan het openbaar vervoer twee belangrijke functies toe. Een sociale functie: het openbaar vervoer biedt aan iedereen een mogelijkheid tot vervoer. En een substitutiefunctie: het openbaar vervoer is een aantrekkelijk alternatief voor het gebruik van de auto, zodat de groei van het autogebruik kan worden beperkt. In de huidige situatie is in Leidschendam-Voorburg openbaar vervoer van alle genoemde deelsystemen aanwezig, met uitzondering van Internationaal vervoer. Wat de trein betreft gaat het om twee

42

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk deelsystemen: intercity’s en sprinters (stoptreinen). Leidschendam- Voorburg wordt voor de langere Intercityafstanden ontsloten door het station Den Haag Laan van Nieuw Oost-Indië. Via dit station heeft de gemeente een verbinding met Amsterdam, Rotterdam, Noord en Zuidwest Nederland. Via Den Haag Mariahoeve heeft de gemeente een sprinterverbinding met o.a. Den Haag CS, Leiden en Amsterdam/Schiphol. Station Voorburg heeft een frequente stoptreinverbinding met Gouda, Utrecht en Den Haag Centraal; Op de haltes Leidschendam-Voorburg, Voorburg ’t Loo en Laan van Nieuw Oost-Indië is er een RandstadRail verbinding met Rotterdam- Zuid, Zoetermeer en grote delen van Den Haag. Naast de trein met zijn bovenregionale functie zijn er drie openbaar-vervoersystemen met een regionale en lokale functie. Op de kaart is het huidige openbaar vervoernetwerk in de gemeente Leidschendam-Voorburg weergegeven.

Afbeelding 42, openbaar vervoer lijnennet Plaats en bereikbaarheid haltes: Op de kaarten zijn de huidige bus- en tramhaltes van het openbaar vervoer aangegeven met hun invloedsgebied (hemelsbreed 320 meter, werkelijk maximaal 450 meter) en de gebieden waarin de maximale loopafstand wordt overschreden. Voor de aanbevolen maximale loopafstand tot de halte gelden landelijk de volgende waarden: Ontsluitende lijnen 450 meter, bijvoorbeeld buslijnen 23 en 46; Verbindende lijnen 800 meter (hemelsbreed 570 meter). Zoals trein-, tram- en RandstadRaillijnen. Ook buslijn 45 Den Haag-Leiden en 365 Zoetermeer-Leiden v.v. Loopafstanden tot de woning of bestemming variëren sterk. In delen van de gemeente zijn de loopafstanden naar haltes of stations 800 meter of langer. Met het opheffen van buslijnen is de bereikbaarheid van een aantal wijken de afgelopen jaren verminderd. Bereikbaarheid van de haltes is goed. Bijna alle haltes zijn inmiddels ook toegankelijk voor mindervaliden. Leidschendam- Zuid en een deel van Stompwijk zijn vanwege de vaak grote loopafstanden tot aan de haltes slecht bereikbaar per openbaar vervoer.

Toelichting (vastgesteld)

43

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

De meeste haltes zijn in de buurt van kruispunten gesitueerd. De meeste loop- en fietsroutes naar de haltes kruisen hiermee de hoofdstructuur voor de auto op logische en relatief veilige wijze.

Afbeelding 43, openbaar vervoer loopafstand

Afbeelding 44, openbaar vervoer fietsafstand

44

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

2.1.2.6 Groen Het gemeentelijk groenstructuurplan geeft op hoofdlijnen aan welk groen van belang is op gemeentelijk niveau en waar het groen versterkt kan worden (zie Bijlage 32). Het plan garandeert het groene karakter van de gemeente in de toekomst door de hoofdgroenstructuur duidelijk te benoemen, verbindingen te maken en de ligging aan het buitengebied te versterken. De nadruk van het groenstructuurplan ligt op het stedelijk gebied. Het groenstructuurplan hanteert een indeling van het gemeentelijk groen in drie niveaus, te weten: Groene zones: de groene zones zorgen, naast het huisvesten van groene stedelijke functies zoals sportvelden, parken, volks- en schooltuinen, kinderboerderijen e.d., ook voor aantrekkelijke routes vanuit het stedelijk gebied naar het buitengebied; Groene lijnen: de groene lijnen ondersteunen de stedelijke structuur. Dit groen heeft een belangrijke belevingswaarde omdat veel mensen in aanraking komen met dit groen; Groene wijken: de groene wijken zorgen voor een aantrekkelijke groene woonomgeving en dit groen geeft identiteit aan de wijk. Groene zones Het groenstructuurplan onderscheidt vier groene zones (afbeelding 41) die in de structuurvisie 'Ruimte voor wensen 2040' genoemd als structuur bepalende groen en waterverbindingen. De zones vormen de hoofdgroenstructuur, de “groene ruggengraat” van de gemeente.

De vier zones zijn: De Spoorzone langs de spoorlijn Den Haag – Leiden; De Centrale Zone langs het tracé Prins Bernhardlaan – Noordsingel; De Vlietzone, de Vliet met de Vlietoevers; Het Park ’t Loo, de groenstrook die de spoorzone verbindt met de Vliet. Groene lijnen Het stedelijke gebied is opgebouwd volgens de zogenaamde parallelstructuur, waarbij de lijnen evenwijdig aan de kust een meer continu karakter hebben en de lijnen die daar haaks op staan, meer discontinu zijn. Zij vormen zoals vermeld gezamenlijk de ruimtelijke structurerende lijnen van het stedelijk gebied. Het zijn vaak lange en brede lijnen, ze scheiden veelal de wijken van elkaar en verbinden de verschillende delen van de gemeente. Veelal is ook de verkeershoofdstructuur aan deze lijnen gekoppeld. Ook enkele waterlijnen zijn karakteristiek zijn de gemeente. Vaak zijn deze lijnen breed, waardoor er voldoende ruimte is voor bomen om tot volle wasdom te komen. Voorbeelden zijn de lijnen: Koningin Julianalaan - Mgr. Van Steelaan – Heuvelweg; Prinses Mariannelaan - Parkweg - Oosteinde - Veursestraatweg; Broeksloot. Groene wijken Het stedelijk gebied diverse soorten wijken uit verschillende perioden.

Naast de diversiteit in architectuur en stedenbouw zijn ook de volgende verschillen in het groen te zien: In de klassieke vooroorlogse wijken (met volgens de welstandsnota de typologieën historisch, rooilijnstedenbouw, stratenplannen, stadsblokken) bestaat een duidelijk onderscheid tussen bebouwing en groen. De wijken hebben een duidelijk straten- en pleinenpatroon. Het openbaar groen bestaat uit tot straatbomen, een groen pleintje en (voornamelijk klassieke) parken. Incidenteel is er sprake van een openbare binnentuin (zoals die in Voorburg Noord zijn gerealiseerd in de jaren ’70 en ’80 tijdens de vroegere stadsvernieuwing); In de tuinstedelijke groene en met name suburbane wijken (typologie volgens de welstandsnota) zijn de woningen 'los' in het groen gesitueerd. Het groen vormt een belangrijk onderdeel van de wijk. Dit zorgt voor een zeer groen beeld. In de villawijken wordt de groenstructuur over het algemeen vooral gevormd door particulier groen met weinig openbaar groen (vanwege het vele particuliere groen is hier ook geen noodzaak toe). Veelal staan er grote monumentale bomen in de tuinen.

Toelichting (vastgesteld)

45

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

2.2

Visie op het stedelijk gebied

2.2.1

Ruimtelijke kwaliteit

De bebouwde kom van Leidschendam en Voorburg bestaat uit bebouwd stedelijk gebied met bijbehorende onbebouwde terreinen zoals parken, sportvelden, volkstuinen e.d. Ook de dorpskern van Stompwijk is binnen de grenzen van de kern bebouwd gebied met sportterreinen aan de randen. Sinds het nieuwe millennium bestaat de gemeente voor circa 50% uit stedelijk- en 50% uit landelijk gebied. Omdat in het landelijk gebied niet mag worden gebouwd, heeft de gemeente geen mogelijkheden meer om grote stadsuitbreidingen - zoals het in de jaren ’60 gebouwde Leidschendam Noord - tot stand te brengen. Dat betekent niet dat sinds die tijd geen ruimtelijke ontwikkelingen meer hebben plaats gevonden. Ook binnen een bestaande stad voltrekken zich nieuwe ontwikkelingen doordat bijvoorbeeld kantoor- of schoolgebouwen verouderd raken, niet meer voldoen aan moderne eisen en worden verbouwd, worden gesloopt en/of vervangen door nieuwbouw. In de tijd waarin dit bestemmingsplan geldig zal zijn, zal het grootste deel van het stedelijk gebied naar alle waarschijnlijkheid ongewijzigd blijven. Hier bevinden zich gebouwen, parken, verkeerswegen e.d. die voldoen aan de gebruikswensen.

Ook zullen in deze periode weer nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden binnen de bestaande stad, waarbij op verschillende locaties waar dat noodzakelijk is, projecten worden geïnitieerd voor bijvoorbeeld woning- of scholenbouw. Dit bestemmingsplan is hier voor zover mogelijk op afgestemd. De recente herontwikkelingen in het stedelijk gebied (zie ook: Ontstaansgeschiedenis) zijn verwerkt in dit bestemmingsplan. Ook toekomstige ontwikkelingen waarvoor al een ruimtelijk kader of een spelregelkaart is zijn vastgesteld, of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend maar die nog niet zijn gerealiseerd, zijn opgenomen in dit bestemmingsplan. Nieuwe ontwikkelingen die nog verkeren in een voorbereidend stadium, zijn nog niet juridisch vastgelegd in dit bestemmingsplan. Wel worden deze ontwikkelingen al beschreven in deze toelichting (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). Doordat het stedelijk plangebied voor het grootste deel in de huidige vorm wordt vastgelegd en slechts een deel van de nieuwe ontwikkelingen is opgenomen in de juridische regels is het bestemmingsplan overwegend conserverend van aard. Daarnaast biedt het plan beperkt enige flexibiliteit, bijvoorbeeld voor aan- en uitbouwen binnen de woonbestemming, om de gebruikswaarde binnen ruimtelijk acceptabele grenzen te optimaliseren.

De ruimtelijke structuur van het stedelijk gebied wordt gekenmerkt door de opbouw langs het stelsel van langgerekte weg-, groen-, en waterverbindingen, in eerste instantie parallel aan de kust en aan de Vliet, later aangevuld met dwarsverbindingen. Binnen dit stelsel is de bebouwing, met de bijbehorende onbebouwde gebieden voor het groen, de woonstraten e.d. ontwikkeld. Doordat de bebouwing binnen dit stelsel van verbindingen in verschillende tijdvakken tot stand is gekomen, zijn kenmerkende verschillen in bebouwingstypologie ontstaan. De verbindingen hebben elke een eigen identiteit en verschijningsvorm, zoals de Vliet met de cultuurhistorische waarden en groene oevers, de centrale groenzone als verbindende groene allee en de Bachlaan als voorzieningen-as. Ook de bebouwde gebieden, die binnen dit stelsel tot stand zijn gekomen, hebben vooral door de verschillende tijdvakken van realisering, specifieke kenmerken en kwaliteiten. De ruimtelijke diversiteit die hierdoor is ontstaan, vormt een specifieke kwaliteit van de bestaande stedelijke structuur als geheel. Ook de verschillende delen van de structuur, de structuur bepalende verbindingen en de bebouwde en onbebouwde gebieden daar binnen, hebben voldoende kwaliteiten in zich die het behouden waard zijn.

De aanwezige ruimtelijke kwaliteiten vormen de reden om het gebied grotendeels in de huidige vorm te bestemmen, met in grote lijnen het behoud van de stedenbouwkundige structuur, het stratenpatroon, de water- en groenstructuur en de bebouwingsstructuur. Dit bestemmingsplan “Stedelijk” vervangt een groot aantal (kleinere) bestemmingsplannen waarin de waarde van voor- en naoorlogse wijken veel uitvoeriger is beschreven. Waardevolle wijken met architectuurhistorische kwaliteiten krijgen een plek in de nog op te stellen gemeentelijke omgevingsvisie.

46

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Het grootste deel van het stedelijk gebied zal zoals vermeld gedurende de planperiode van dit bestemmingsplan ongewijzigd zal blijven. Dit betreft de bebouwde en onbebouwde delen van de stad die ruimtelijk en functioneel voldoen, waardoor hier geen aanleiding bestaat tot aanpassing van de structuur. Die delen van het stedelijk gebied in de huidige vorm vastgelegd. Indien ontwikkelingen wel aan de orde zijn, wordt er terdege rekening gehouden met bestaande kwaliteiten. Ook de gemeentelijke Welstandsen Monumentencommissie ziet hierop toe. Daarnaast betekenen de ambities uit de structuurvisie dat delen van de structuur in aanmerking komen voor versterking van het bestaande of voor transformatie. De structuurvisie (Bijlage 3) geeft daarvoor de richting aan door middel van drie ambities: versterken van de groene woonstad (wonen en maatschappelijke voorzieningen, groen, water en openbare ruimte, cultuurhistorie en duurzaamheid en leefbaarheid); verbeteren van de economische kansen en voorzieningenstructuur; beter benutten en verbeteren van de (regionale) bereikbaarheid (mobiliteit en bereikbaarheid). De ambities zijn in de structuurvisie uitgewerkt tot opgaven voor het stedelijk gebied.

Dit betreft: behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit; versterken van de groene woonstad door aanvulling van de woningvoorraad en versterking van de groenstructuur: verbeteren van de economische kansen en de voorzieningenstructuur; bereikbaarheid van het stedelijk gebied. 2.2.2

Ruimtelijke kwaliteit - opgaven in het bestemmingsplan

2.2.2.1 Historische kernen Voorburg en Leidschendam Zowel Voorburg als Leidschendam hebben een van oorsprong middeleeuwse kern waarvan de oorspronkelijke structuur nog zichtbaar is. Beide kernen vormen waardevolle historische centrumgebieden met een diversiteit aan functies en in combinatie met de ruimtelijke kenmerken, een hoogwaardig en onderscheidend verblijfsklimaat. De Oude Dorpskern van Voorburg bestaat uit een centrumgebied dat geconcentreerd ligt langs de Herenstraat op enige afstand van de Vliet, maar wel met visuele doorzichten tussen de Herenstraat en het water. Het historische centrum van Leidschendam is juist rond de Vliet gebouwd met de sluis als middelpunt. Van rijkswege zijn beide kernen aangewezen als een beschermd dorpsgezicht, de Oude Dorpskern Voorburg in 1971 (afbeelding 45) en het Leidschendamse centrumgebied rond de sluis (afbeelding 46) in 2003.

Afbeelding 45, beschermd gebied Oude Dorpskern Voorburg

Toelichting (vastgesteld)

47

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 46, beschermd gebied historische kern Leidschendam In dit bestemmingsplan is voor deze gebieden de dubbelbestemming “Waarde – Beschermd StadsDorpsgezicht” opgenomen. Daarmee zijn de gebieden, behalve voor de bestemmingen als wonen, winkels en dergelijke, mede bestemd voor het behoud en/of de versterking van de aanwezige historisch-ruimtelijke en/of cultuurhistorische waarden. Dit betekent onder meer dat de uitwendige hoofdvorm van bestaande bouwwerken - bepaald door de goothoogte, de bouwhoogte, de kapvorm, de dakhelling, de voorgevelbreedte, de gevelindeling, de bestaande bouwmassa en de bestaande uiterlijke verschijningsvorm - dient gehandhaafd te worden. burgemeester en wethouders zijn bevoegd hiervan af te wijken, mits: bij verbouw of vervanging van reeds bestaande beeldverstorende panden en bij nieuwbouw in verstoorde gebieden de aanwezige historisch-ruimtelijke en/of cultuurhistorische waarden behouden en/of versterkt worden; schriftelijk advies wordt ingewonnen bij de gemeentelijke monumentencommissie. De diversiteit aan centrumfuncties rond de Herenstraat en het sluisgebied dragen bij aan de sociaal-economische dynamiek, de sfeer en levendigheid van de twee kernen.

In het bestemmingsplan is het functioneren van de twee centrumgebieden, met als basis de menging van de diverse winkel-, horeca-, voorzieningen-, kleinschalige bedrijfs- en woonfuncties, vastgelegd in centrumbestemmingen die deze menging binnen de aanwezige panden mogelijk maakt. Deze dynamiek kan op gespannen voet staan met het conserverende beleid, dat geldt vanwege de cultuurhistorische waarden en het karakter van het beschermde dorpsgezicht, met name waar het gaat om de positie van de winkelfuncties in de twee historische centrumgebieden ten opzichte van de voorzieningencentra Westfield Mall of the Netherlands en De Julianabaan (zie ook: 2.2.4 Winkels, horeca, kantoren en bedrijven). Vandaar aan het Leidschendamse centrum een forse impuls is gegeven door middel van het plan Damcentrum en dat voor de Oude Dorpskern een plan is ontwikkeld voor de locatie Herenstraat 42 en directe omgeving (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). ook bedoeld om het ruimtelijk en economisch functioneren van dit centrum te versterken. 2.2.2.2 Kern Stompwijk Het ontstaan van Stompwijk begon met de aanleg van de Stompwijkse Vaart die loopt van Leidschendam tot aan Zoeterwoude. Het dorpslint groeide langs beide kanten van de vaart (afbeelding 47).

De dorpskern van Stompwijk is niet, zoals de historische kernen van Voorburg en Leidschendam, “ingebed” in de grootstedelijke structuur, maar vormt een kleine kern omringd door het landelijk gebied. Sinds de droogmaking van de veenplassen ligt het dorpslint “hoog” boven het landschap. Het silhouet van het lint is van verre te zien. Het circa 1500 meter lange dorpslint bestaat overwegend uit individuele bebouwing met centraal daar binnen de in 1872 gebouwde Laurentiuskerk.

48

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 47 dorpslint Stompwijk Het streefbeeld uit de structuurvisie gaat uit van bouwen en verdichten voor de eigen aanwas binnen de kern, daar het omliggende landschap het groen-landschappelijke karakter dient te behouden. Het uitgangspunt daarbij is kleinschalig, dorps wonen met benutting van de landelijke en cultuurhistorische kwaliteiten van het polderlint en tevens behoud van voorzieningen. Volgens de gemeentelijke welstandsnota (de welstandsnota wordt onder de nieuwe Omgevingswet vervangen door Omgevingskwaliteitbeleid). Hierin worden bestaande waarden en wensbeelden verankerd. dienen bouwplannen in het kernlint van Stompwijk gericht moeten zijn op een ingetogen bijdrage aan het kleinschalige karakter van de kern. Gezien het individuele karakter van de percelen is een enigszins op zichzelf staande architectonische vormgeving goed mogelijk, mits in goede verhouding tot het weefsel van de lintbebouwing als geheel. De kern van Stompwijk is niet zoals de keren van Voorburg en Leidschendam aangewezen als beschermd dorpsgezicht, maar het is mogelijk dat dit in de toekomst wel zal plaatsvinden. De mogelijkheden voor aanvullende bebouwing binnen de kern zijn de afgelopen tijd al substantieel benut. De resterende mogelijkheden zijn beperkt. In dit bestemmingsplan is de bestaande bebouwing vastgelegd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=97b58b89-5b9a-4e47-9ca0-24d90f3fbfff