2984-03 Toelichting Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
Tekst van het document
De "Centrale Zone" draagt bij aan de variatie ofwel diversiteit van het groen in het stedelijk gebied. In het bestemmingsplan de aanwezige kwaliteiten die hieraan bijdragen beschermd door middel van de bestemmingen 'Groen', eventueel aangevuld met de aanduiding "Park", 'Verkeer-Verblijfsgebied', 'Maatschappelijk', 'Water' en 'Sport'. Hierbinnen mag alleen zeer beperkt worden volgens de bouwregels die zodoende het behouden en versterken van de groene kwaliteiten waarborgen. Wel zijn groenvoorzieningen en voet- en fietspaden realiseerbaar wat de ruimtelijke samenhang en continuïteit van de verschillende delen van de zone kan verbeteren, evenals aansluiting op het regionale voet- en fietspaden netwerk. Bebouwingsmogelijkheden binnen deze bestemmingen zijn beperkt om het groene karakter te behouden. De structuurvisie noemt ook enkele bedrijfs- en kantoorlocaties die zijn bedoeld voor het intensiveren of vervangen van bebouwing. Dit waren de Zürich- en de Ardea-locatie – die inmiddels zijn c.q. worden getransformeerd (zie hieronder) en de locatie Van Ruysdaellaan tegenover Westfield Mall of the Netherlands.
Toelichting (vastgesteld)
67
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
Op de Zürichlocatie is het vroegere Zürichkantoor vervangen door eengezinswoningen. Voor de Ardea-locatie is een ruimtelijk kader vastgesteld waarmee de richtlijnen voor het woningbouw- en groenplan zijn bepaald. Voor de locatie Van Ruysdaellaan was bij het opstellen van dit bestemmingsplan nog geen woningbouwplan uitgewerkt. Hier is de situatie met nog het oorspronkelijke kantoorgebouw in dit bestemmingsplan opgenomen (zie ook: 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen). Vlietzone Het thema is waterrecreatie, oeverrecreatie (wandelen, vissen) inclusief landgoederen en woonmilieus aan het water. De Vliet en de Vlietoevers hebben een hoge cultuurhistorische waarde door de voormalige landgoederen (tegenwoordig meestal openbare parken) en daardoor vormt de Vlietoever ook een belangrijke groene, recreatieve zone. Het overheersende beeld van de Vlietzone als groene omgeving, met parken, tuinen en waar mogelijk openbare wandelroutes in het groen, moet zo veel mogelijk worden behouden en versterkt. In het bestemmingsplan zijn deze kwaliteiten geborgd middel van de bestemmingen 'Groen' eventueel aangevuld met de aanduiding "Park" en - als de privé tuinen van woningen direct grenzen aan de Vliet door binnen de bestemming 'Wonen' het onbebouwde karakter van de Vlietoever te beschermen.
Loo-zone Het thema is een parkstrook met hierin park-gerelateerde functies zoals gazons, speeltuinen, picknickplekken, een rosarium en dergelijke. De Loo-zone is een langgerekte parkzone die Voorburg doorsnijdt vanaf de spoorbaan tot aan de Vliet. Oorspronkelijk was dit de historische zichtlijn vanuit Huis Ten Bosch naar Park Vreugd en Rust. Voor dit laatstgenoemde park zijn plannen in ontwikkeling om het park volgens het origineel ontwerp her in te richten. Gedacht wordt aan nieuwe bruggen en het mogelijk realiseren van een theehuis. Park 't Loo moet, ondanks de ruimtelijke onderbrekingen, een zo veel mogelijk samenhangend, herkenbaar en aantrekkelijk stadspark zijn met recreatieve waarde en verblijfskwaliteit. In het bestemmingsplan worden deze ambities mogelijk gemaakt binnen de bestemming 'Groen' met de aanduiding "Park". Groene lijnen Dit zijn vaak lange en brede lijnen. Veelal scheiden de lijnen de wijken van elkaar en verbinden de verschillende delen van de gemeente. Ook is vaak de hoofdverkeersstructuur aan de lijnen gekoppeld. Ruimtelijk is het wenselijk de hoofdgroenstructuur aan deze lijnen te koppelen, hier wordt veel effect bereikt met een relatief beperkte groen. Ook zijn enkele waterlijnen die karakteristiek zijn voor een deel van de gemeente, met name de Broeksloot. Belangrijke groene lijnen zijn wegen als de: Koningin Julianalaan - Mgr.
Van Steelaan – Heuvelweg; Prinses Mariannelaan - Parkweg - Oosteinde; Westeinde – Oosteinde - Koningin Julianaweg; Prinses Irenelaan en Hendrik van Boeijenlaan. De groene lijnen dragen bij aan het groene karakter van de omliggende buurten. Dit groene karakter wordt in dit bestemmingsplan beschermd door al het aanwezige groen als zodanig te bestemmen. Binnen de bestemming 'Groen' mag bijvoorbeeld niet geparkeerd worden. Bij deze wegen zijn het vooral ook de bomen, de voortuinen en de groenstroken voor flatgebouwen die het groene beeld bepalen. De voortuinen binnen de bestemming 'Wonen' mogen niet worden bebouwd, daarmee beschermt het bestemmingsplan het onbebouwde karakter. Bij de flatblokken vallen de groenstroken in de bestemming 'Groen'. Het bestemmingsplan regelt niet het behoud van bomen. Voor het kappen van een boom geldt, onder voorwaarden, een omgevingsvergunningsplicht. De Broeksloot werd in de 14e eeuw gegraven en is naast de Vliet nog één van de weinige bestaande historische waterwegen in de gemeente (samen met de Vliet). De oevers vormen ook lange groene lijnen die bijdragen aan het groene karakter van het omliggende gebied. De Broeksloot vormt door het ruime groen langs het water een aantrekkelijke landschappelijke zone en in Voorburg West tevens een groene buffer tussen Voorburg West en de Binckhorst.
Het groenkarakter van de openbare groene oevers wordt beschermd door de bestemming 'Groen'. De op de Broekslootzone georiënteerde 68
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk voortuinen vallen in de bestemming 'Wonen' en mogen niet worden bebouwd. Groene wijken / gebieden De gemeente Leidschendam-Voorburg bestaat uit wijken uit verschillende perioden. In de oudere, klassieke wijken bestaat een duidelijke afbakening tussen bebouwing en groen, met een duidelijk straten- en pleinenpatroon. Het openbaar groen bestaat uit straatbomen, een groen pleintje en (voornamelijk klassieke) parken. Op sommige plekken is sprake van een openbare binnentuin. De voortuinen binnen de bestemming 'Wonen' mogen niet worden bebouwd, daarmee beschermt het bestemmingsplan het onbebouwde karakter van het straatbeeld. Gemeenschappelijk groenplekken hebben de bestemming 'Groen', de parken de bestemming 'Groen' met de aanduiding "Park". In de villawijken wordt de groenstructuur over het algemeen vooral gevormd door particulier groen. Hier is weinig openbaar groen en vanwege het vele particuliere groen, behalve wanneer de wijk grenst aan één van de parken. Veelal staan er grote monumentale bomen in de tuinen. Om het groene karakter te kunnen garanderen, is het van belang dat er terughoudend omgegaan wordt met het verlenen van (particuliere) omgevingsverguninningen voor het kappen van een boom, maar dit wordt zoals eerder vermeld niet geregeld via het bestemmingsplan.
De bestemmingsregeling is hetzelfde als in de klassiek wijken. In de groene wijken vormt (wederopbouw, suburbaan) vormt het groen een belangrijk onderdeel van de wijk. In de suburbane wijken zijn de woningen als het ware “los in het groen gestrooid”. In tegenstelling tot in de klassieke wijken wonen mensen in groene wijken ‘in het groen’ waar mensen in klassieke wijken meer ‘aan het groen’ wonen. Ook hier is behoud en bescherming van het groen van belang. De bestemmingsregeling is hetzelfde als in de klassiek wijken. Parken en volkstuinen De parken in de omgeving van de Vliet hebben een bijzondere ontstaansgeschiedenis en kwaliteit, doordat dit groen voortkomt uit oorspronkelijk 17e eeuwse buitenplaatsen. De tegenwoordig openbaar toegankelijke parken hebben in dit bestemmingsplan de bestemming 'Groen' met de aanduiding "Park" waardoor het groen onbebouwd moet blijven en de groene-, natuur-, ecologische en landschappelijke waarden worden beschermd. In de parken bevindt zich ook bebouwing die niet valt onder deze bestemming. In Voorburg West ligt bijvoorbeeld in het park Hoekenburg een woning. Ook in het park Middenburg staat een hoofdgebouw van het oorspronkelijke landgoed. De bebouwing in het park Hofwijck, het oorspronkelijke 17e eeuwse buitenhuis en het poortgebouw aan het Westeinde hebben de bestemming 'Cultuur en Ontspanning'.
De buitenplaats in Park Leeuwenbergh is geen openbaar park, maar is in gebruik bij het instituut Dorrepaal. Het monumentale pand heeft net als bijbehorende terrein de bestemming 'Maatschappelijk'. De terreinen met volkstuinen hebben de bestemming 'Recreatie-Volkstuin'. 2.2.7.3 Bomen De boomstructuren zijn een beeldbepalend onderdeel van de groenstructuur en er zijn veel diersoorten van afhankelijk zoals vleermuizen die specifieke boomstructuren nodig hebben. In de bebouwde kom is de gemeentelijke Bomennota 2012 van toepassing. Hierin staat het gemeentelijke boombeleid en zijn de boomstructuren vastgelegd. Voor bomen in de bebouwde kom met een omtrek van meer dan 60 cm op 160 cm hoogte is een kapvergunning noodzakelijk. Hierbij kan een herplantplicht opgelegd worden op basis van de boomwaarde. De beeldbepalende en monumentale bomen zijn beschermd en opgenomen in een vastgestelde lijst met kaart. 2.2.8
Nieuwe ontwikkelingen
Het grootste deel van het stedelijk gebied zal, in de tijd dat dit bestemmingsplan geldig is, waarschijnlijkheid ongewijzigd blijven. Op sommige locaties in de bestaande stad zullen echter ook eer nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen plaatsvinden waar dat noodzakelijk is, bijvoorbeeld woning- of scholenbouw. Dit bestemmingsplan is hier voor zover mogelijk op afgestemd. Ontwikkelingen waarvoor een ruimtelijk kader of een spelregelkaart is vastgesteld, of al een omgevingsvergunning is verleend, maar die nog niet zijn gerealiseerd, zijn opgenomen in dit
Toelichting (vastgesteld)
69
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk bestemmingsplan. Nieuwe ontwikkelingen die nog verkeren in een voorbereidend stadium, zijn nog niet planologisch-juridisch vastgelegd in dit bestemmingsplan. Wel worden deze ontwikkelingen per locatie beschreven. 2.2.8.1 Reinier de Graaf ziekenhuis (Diaconessenhuis) Voor het terrein van het Diaconessenhuis aan de Fonteynenburghlaan in Voorburg West is een kavelambitie in de maak. Het huidige kavel zal kadastraal worden gesplitst en het deel met het ziekenhuis wat zal transformeren wordt ca. 31.000 m². Het huidige ziekenhuis heeft ca. 16.000 m² bruto vloeroppervlak. Gezien de woningbouwbehoefte is het streven de bestemming om te zetten naar wonen in een gezonde mix met een ondergeschikt deel economisch programma (zorg, voorzieningen, werk). Vanwege de aanwezige beschermde archeologische rijkdom is het niet mogelijk om buiten het huidige vloeroppervlak te bouwen, hooguit met een overstek. De nieuwe bebouwing voegt zich via schaal en korrelgrootte beter in zijn omgeving dan het bestaande pand. 2.2.8.2 IKC Heeswijk Het oorspronkelijke schoolterrein ligt tussen de Fonteynenburghlaan en de Heeswijkstraat bij de hoek met het Westeinde. Hier bevonden zich het in de jaren ’50 gebouwde verouderde schoolgebouw met speelterrein en groen.
Het bouwplan voorziet in de vervanging van de school door een integraal kindcentrum (afbeelding 56). Dit nieuwe schoolgebouw met gymzaal wordt gecombineerd met buitenschoolse opvang, een kinderdagverblijf en peuterspeelzaal. Het word een compact gebouw (met alles dicht bij elkaar) met daardoor weinig tot geen verliesruimte. Er komen groepsruimten aan de gevel met een groot centraal gebied in het midden voor tal van onderwijsactiviteiten en een centraal georganiseerd gebouw. Het IKC komt op de plek van de oorspronkelijke school. Dat voorkomt niet alleen dat waardevolle bomen moeten worden gekapt, maar ook dat de ruimtelijke inpassing het beste in stand blijft. Mede door de bouw in twee lagen zal de impact op de buurt relatief gering zijn. Bij de hoek met het Westeinde wordt een plein gecreëerd georiënteerd op de Oude Tolbrug en de Heeswijkstraat. Om de bouw van de school mogelijk te maken, is in het begin van 2021 een planologisch-juridische (Wabo)procedure gestart.
Afbeelding 56, impressie IKC uit 2018 (Bron: Spring architecten) 2.2.8.3 Winkelcentrum 'de Julianabaan' Het winkelgebied 'De Julianabaan' heeft een sterke positie in Voorburg. Deze positie heeft het centrum onder andere te dank aan het aanbod, de goede ligging en de bereikbaarheid. Het is van belang om dit winkelcentrum aantrekkelijk te houden. Daarom is gewerkt aan ideeën om 'De Julianabaan' ook in de toekomst attractief te houden en het
70
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk functioneren als winkelcentrum te optimaliseren. Het eerste schetsontwerp ziet op een compact centrum waarbij met name het openbaar gebied aantrekkelijker wordt door vergroening, de uitstraling van de puien wordt verbeterd en er drie volumes met woningen worden toegevoegd Tijdens het opstellen van dit bestemmingsplan waren de ideeën nog niet uitgekristalliseerd. Daarom zijn in dit bestemmingsplan nog de bestaande bestemmingsplan opgenomen volgens het bestemmingsplan 'Voorburg Midden' dat onherroepelijk is sinds 28 juni 2013. 2.2.8.4 Huygenskwartier - Herenstraat 42 en omgeving In het plan van aanpak 'Gebouwenschuif Huygenskwartier Voorburg' uit 2016 is beschreven welke stappen de gemeente zet om te komen tot de herontwikkeling van haar pand aan de Herenstraat 42 en van de supermarkt van Hoogvliet. De ontwikkeling omvat een nieuwe ruimere supermarkt, circa 34 woningen en een parkeergarage onder de supermarkt. De supermarkt wordt ruimtelijk “ingebed” binnen de kleinschalige en geparcelleerde woonbebouwing (afbeelding 57). Deze ontwikkeling betekent een substantiële verbetering van het Huygenskwartier. Nieuwe gevels aan de Vlietstraat en de Raadhuisstraat zorgen verder voor een straatbeeld dat past bij de historische kern van Voorburg. Voor beide straten is dat een kwaliteitsverbetering.
De vernieuwde supermarkt en nieuwe woningen zijn gewenste ontwikkelingen, evenals het ondergronds openbaar parkeren aan te bieden, versterkt het functioneren van het winkelgebied. De nieuwe parkeergarage kent ongeveer 100 plaatsen, waarvan 30 bestemd voor bewoners in het plan. De nieuwe ontwikkeling was bij het opstellen van dit nog niet zo ver uitgewerkt, dat deze kon worden opgenomen in dit bestemmingsplan.
Afbeelding 57, impressie schetsontwerp uit 2018 (Bron: RPHS architecten Voorburg) 2.2.8.5 Appelgaarde 2-4 De eigenaar van het kantoorpand aan de Appelgaarde 2-4 te Voorburg heeft medewerking verzocht om woningbouw op deze locatie te realiseren. De gemeente heeft samen met de projectontwikkelaar afspraken gemaakt over de totstandkoming van een ambitiedocument voor een groter gebied dan alleen de locatie Appelgaarde 2-4. Op deze manier kan worden onderzocht of meerdere ambities en doelen van de gemeente en andere eigenaren en stakeholders in het gebied verwezenlijkt kunnen worden. Te denken valt bijvoorbeeld aan het upgraden van de ruimtelijke kwaliteit van de stationsomgeving, het op korte en/of langere termijn realiseren van woningbouw, ruimte voor economische activiteiten etc.
Toelichting (vastgesteld)
71
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
De gemeente gaat meer richting geven en meer zelf doen, waaronder het opstellen van de ontwikkelvisie en de communicatie. De gemeente stelt kaders en voert de regie. De ontwikkelvisie is op 9 juni 2020 vastgesteld door de Raad. 2.2.8.6 Klein Plaspoelpolder Het gebied Klein Plaspoelpolder transformeert van een werkgebied met kantoren en bedrijvigheid met omgevingsimpact naar een gemengd stedelijk milieu waarbij naast een substantieel woningbouwprogramma ruimte wordt gecreëerd voor maatschappelijke en commerciële voorzieningen alsmede kleinschalige werkruimte. Het gaat hier om niet-wonen functies welke zich ruimtelijk goed verhouden tot de woonfunctie. Naast een Ontwikkelvisie zijn er zogenaamde spelregelkaarten vastgesteld. Deze bevatten algemene spelregels en spelregels specifiek per deelgebied. De spelregels laten ruimte om met de uitwerking nog verschillende kanten op te gaan. Zo kan je in theorie met dezelfde spelregelkaart een buurtje met royale eengezinswoningen maken, of kiezen voor een meer stedelijke invulling met appartementen mits die aan de gestelde maximale bouwhoogtes en andere spelregels voldoen. Op specifieke plekken is werken toegestaan. 2.2.8.7 Overgoo Het gebied Overgoo transformeert van een kantorengebied naar een gemengd woon-werkgebied. Er is een ontwikkelvisie vastgesteld en er is een Ontwikkelkader in de voorbereiding.
Hieraan kunnen toekomstige bouwplannen worden getoetst. 2.2.8.8 Van Ruysdaellaan De kantorenlocatie Van Ruysdaellaan zal mogelijk worden getransformeerd naar een gemengd stedelijke invulling met een mix van wonen, kantoren en zorgfuncties. Het initiatiefvoorstel voor deze transformatie was ten tijde van de totstandkoming van de omgevingsvisie nog niet voldragen waardoor deze nog niet in geëffectueerde vorm is opgenomen. 2.2.8.9 Ardea locatie De Ardea-locatie, gelegen op de hoek van de Veurse Achterweg en de Prinses Carolinalaan in Leidschendam, omvat een garagegebouw met bijbehorend parkeerterrein. De bedrijfsvoering van de garage wordt gestaakt. In 2020 heeft de gemeenteraad het ruimtelijk kader voor een woningbouwplan vastgesteld. Op basis van dit kader is een woningbouwplan ontworpen in de vorm van twee appartementengebouwen met in totaal 82 appartementen (afbeelding 58). Het parkeren vindt grotendeels plaats onder de nieuwbouw1. De Ardea-locatie bevindt in de Centrale groenzone. De structuurvisie geeft voor deze locatie aan, dat intensivering van de bebouwing mogelijk is, op voorwaarde dat daarbij ook het groen wordt versterkt. Mede daarom is gekozen voor nieuwbouw met appartementen waardoor de oppervlakte aan groen sterk wordt vergoot ten opzichte van de oorspronkelijke situatie.
72
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
Afbeelding 58, Ardea locatie (Bron: architectenbureau Krooner) 1 = De provincie Zuid-Holland heeft vanwege een regionaal tekort aan bedrijfslocaties een voorbehoud gemaakt ten aanzien van gebiedstransformaties. Het transformeren van bedrijventerreinen die ruimte bieden aan bedrijven t/m cat 3 en hoger moet regionaal en provinciaal worden getoetst aan de hand van een adviesaanvraag en een goedgekeurd compensatieplan dat voorziet in alternatieve plekken voor bedrijven binnen de gemeente of regio.
2.2.8.10
Schakenbosch / landgoed Voorlei
Het plangebied 'Schakenbosch' bevindt zich aan de Veursestraatweg, gelegen tussen de bebouwde kom van Leidschendam en de Duivenvoordecorridor. Tot voor kort was het plangebied in gebruik door zorginstelling 'Schakenbosch'. Meijer Bergman Erfgoed Ontwikkeling en KondorWessels Projecten hebben het voornemen om het plangebied te herontwikkelen en op een hoogwaardige en duurzame wijze een aantrekkelijke woonomgeving in het groen te realiseren. Op het perceel van de voormalige zorginstelling Schakenbosch wordt een woonomgeving ontwikkeld. Het totale bouwplan beslaat 26.000 m2 (footprint) en maximaal 325 woningen (met uitzondering van de 7 bestaande woningen) alsmede een zorgprogramma. De gemeenteraad van Leidschendam-Voorburg heeft het bestemmingsplan "Schakenbosch" vastgesteld in zijn vergadering van 9 maart 2021. Vanwege het feit dat het bestemmingsplan nog niet onherroepelijk is, is het niet opgenomen in dit bestemmingsplan.
Toelichting (vastgesteld)
73
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
Hoofdstuk 3
Algemeen beleid
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het voor onderhavige plangebied relevante ruimtelijk beleid op Europees, rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk schaalniveau. Dit beleidskader vormt de formele basis voor eventuele ontwikkelingen in het plangebied en is daarnaast een onderbouwing voor de beleidskeuzes die in het plan zijn gemaakt.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. De NOVI moet Nederland voorbereiden op de grote uitdagingen die de komende jaren opgepakt moeten worden. Internationale tot lokale ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering zijn voorbeelden van deze opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt ook om zorgvuldige keuzes. Ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al deze opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. De verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid ligt voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen, inhoudelijke keuzes kunnen in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. De NOVI moet Nederland houvast bieden om keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen maken. De NOVI is opgesteld als voorbereiding op de Omgevingswet, die naar verwachting in 2022 in werking treedt.
Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. In de NOVI zijn vier landelijke prioriteiten vastgesteld, aan de hand van deze prioriteiten is een toekomstperspectief voor 2050 vastgesteld en brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. De vier prioriteiten zijn: 1. 2. 3. 4.
Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
De Nationale Omgevingsvisie is op 11 september 2020 door de Minister vastgesteld. Meer informatie te vinden in Bijlage 2. 3.1.2
Besluit ruimtelijke ordening (Bro) - Ladder voor duurzame verstedelijking
De ladder voor duurzame verstedelijking is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Bij nieuwe stedelijke ontwikkeling dient het bevoegd gezag wettelijk verplicht om de ontwikkeling te motiveren aan de hand van drie opeenvolgende stappen. De stappen bewerkstelligen dat de wens om een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk te maken, nadrukkelijk wordt gemotiveerd en afgewogen met oog voor (1) de ruimtevraag, (2) de beschikbare ruimte en (3) de ontwikkeling van de omgeving waarin het gebied ligt. Op 1 oktober 2012 is het Bro gewijzigd, en is ‘de ladder voor duurzame verstedelijking’ daaraan toegevoegd. De actuele wetstekst van het Bro is te vinden via de website overheid.wetten.nl
74
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Provinciaal Omgevingsbeleid
Het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland omvat al het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Het bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de omgevingsvisie en de omgevingsverordening. Daarnaast zijn in het provinciale Omgevingsbeleid operationele doelstellingen opgenomen, zodat zichtbaar is hoe de provincie zelf invulling geeft aan de realisatie van haar beleid. Deze operationele doelstellingen maken onderdeel uit van verschillende uitvoeringsprogramma's en -plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit. Met het Omgevingsbeleid van Zuid-Holland streeft de provincie naar een optimale wisselwerking tussen gewenste ruimtelijke ontwikkelingen en een goede leefomgevingskwaliteit. Hieraan geeft men richting door het maken van samenhangende beleidskeuzes, die volgen uit de provinciale opgaven. Deze beleidskeuzes werken door naar uitvoeringsprogramma's en naar regels in de verordening. Het geheel aan bestaande beleidskeuzes, inclusief de doorwerking naar programma's en verordening, vormt het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. Met het samenbrengen van verschillende beleidsplannen voor de fysieke leefomgeving tot één integraal Omgevingsbeleid sorteert de provincie voor op de Omgevingswet. De beleidskeuzes zijn opgenomen in de database van het provinciaal omgevingsbeleid.
De actuele keuzes zijn digitaal raadpleegbaar via de website van de provincie Zuid Holland. De Zuid-Hollandse omgevingsvisie en Omgevingsverordening zijn per 1 april 2019 in werking getreden. 3.2.2
Provinciale Omgevingsvisie
De Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 20 februari 2019 de 'Omgevingsvisie Zuid-Holland' en de 'Omgevingsverordening Zuid-Holland' vastgesteld. Beiden zijn op 1 april 2019 in werking getreden en opgesteld in het kader van de Omgevingswet die in 2021 in werking treedt. Het beleid is gericht op het realiseren van maatschappelijke belangen en het bereiken en in stand houden van een goede omgevingskwaliteit. De omgevingsvisie benoemt voor de provincie de visie, ambities en opgaven voor de provincie Zuid-Holland. De omgevingsvisie bevat zes richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving: naar een klimaatbestendige delta; naar een nieuwe economie: the next level; naar een levendige meerkernige metropool; energievernieuwing; best bereikbare provincie; gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. Naast de zes ambities stelt de provincie in de omgevingsvisie 12 provinciale opgaven voor de omgevingskwaliteit vast. De provincie werkt bij deze opgaven samen met andere overheden en maatschappelijke partners. De 12 provinciale opgaven omgevingskwaliteit zijn: Landschap en cultuurhistorie, Gezondheid en veiligheid, Natuur en recreatie, Ruimte en verstedelijking (de bebouwde ruimte beter benutten), Wonen, Bodem en ondergrond, Cultuurparticipatie en bibliotheken, Klimaatadaptie, Zoetwater en drinkwater, Bereikbaarheid, Regionale economie en Energievoorziening.
Ook het programma Ruimte en de Kwaliteitskaart zijn onderdeel van de omgevingsvisie van de provincie Zuid - Holland. Het programma Ruimte bevat een nadere invulling en operationalisering van ruimtelijk relevante onderdelen van de Omgevingsvisie. Daarbij gaat het om locatie specifieke of de programmatische invulling van beleidsbeslissingen uit de Omgevingsvisie. Om aan te geven wat de provincie verstaat onder gebiedskwaliteit is een integrale Kwaliteitskaart opgenomen in de Omgevingsvisie. Deze integrale Kwaliteitskaart is opgebouwd uit vier lagen: 1. Laag van de ondergrond. De grondslag van de provincie en de natuurlijke (landschapsvormende) processen; 2. Laag van de cultuur-en natuurlandschappen. De laag van het zichtbare landschap en (grondgebonden) nut;
Toelichting (vastgesteld)
75
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk 3. Laag van de stedelijke occupatie. De steden en dorpen en hun onderlinge netwerken; 4. Laag van de beleving. De identiteit en (recreatieve) beleving. De kwaliteitskaart bevat de belangrijkste kenmerken (richtpunten) van een gebied. Karakteristiek voor Zuid-Holland zijn de delta-, veen-, rivieren- en kustlandschappen. Deze moeten herkenbaar blijven. Een richtpunt beschrijft hoe de provincie Zuid-Holland kwaliteit van een gebied bij nieuwe ontwikkelingen wil behouden of versterken. Bij aanpassingen in het landschap moet rekening gehouden worden met deze richtpunten. Een plan dat de kwaliteiten van een gebied versterkt is in ieders belang. Per laag is een aantal specifieke richtpunten aangegeven waar bij de ontwikkeling van een gebied rekening moet worden gehouden. Uitgangspunt daarbij is dat ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn, zolang er sprake is van behoud of versterking van de gedefinieerde ruimtelijke kwaliteit in de Kwaliteitskaart (ja, mits-beleid). Dit beleid geldt zowel voor het stedelijk als het landelijk gebied. 3.2.3
Provinciaal Omgevingsprogramma
Het Omgevingsprogramma is een provinciaal beleidsinstrument. Net als de provinciale omgevingsvisie is een programma zelfbindend voor het bestuursorgaan dat het vaststelt, in dit geval Gedeputeerde Staten van Zuid Holland. Anders dan een omgevingsverordening is een programma dus niet direct bindend voor een lagere overheid of voor burgers. De provincie Zuid Holland vindt het belangrijk om de ontbrekende schakels en verwachte toekomstige capaciteitsverruimingen in het infrastructuurnetwerk ruimtelijk te reserveren. Deze ruimtelijke reserveringen betreffen mogelijke oplossingen voor verwachte toekomstige knelpunten. Of en wanneer knelpunten optreden hangt echter af van de autonome groei van het verkeer en demografische, ruimtelijke- en economische ontwikkelingen (in de omgeving). In het provinciaal Omgevingsprogramma (geconsolideerde versie 7 augustus 2021) is een reservering opgenomen ten behoeve van: Capaciteit spoor Den Haag – Gouda, viersporigheid incl. station Bleizo. Een reservering betekent daarbij niet dat het aanpassen van deze aansluitingen beleidsmatig wenselijk is, nut en noodzaak van ieder afzonderlijk project is nog niet bewezen. Het zijn niet enkel provinciale reserveringen. Er staat ook een aantal reserveringen van rijksinfrastructuur en een enkel gemeentelijk tracé op de lijst.
Projecten die in uitvoering zijn of onherroepelijk zijn (Tracébesluit, Provinciaal inpassingsplan of gemeentelijk bestemmingsplan) staan niet (meer) op deze lijst. Het doel van de ruimtelijke reserveringen is om te zorgen dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met mogelijke toekomstige schakels en capaciteitsuitbreidingen en de hiervoor benodigde ruimte. Op deze manier tracht de provincie ze niet onmogelijk te maken. Het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” is op 28 april 2021 in het kader van het wettelijk vooroverleg en op 24 juni 2021 vanwege het ontwerpplan voorgelegd aan de provincie Zuid Holland. In beide procedures is er niet door de provincie gereageerd op de aangeleverde documenten. Gedurende de ter inzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan “Stedelijk” (25 juni t/m 5 augustus 2021) heeft de provincie Zuid Holland ook geen zienswijze ingediend. De door de provincie Zuid Holland opgenomen reservering voor het baanvak Den Haag – Gouda is derhalve, nu daartoe geen noodzaak of verplichting bestaat, niet overgenomen in het bestemmingsplan “Stedelijk”.
76
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
3.2.4
Provinciale Omgevingsverordening
Om het provinciaal ruimtelijk beleid uit te voeren heeft de provincie verschillende instrumenten, waarvan de Omgevingsverordening er één is. De Omgevingsverordening Zuid - Holland stelt regels aan gemeentelijke bestemmingsplannen. Niet alle onderwerpen zijn geschikt voor opname in een verordening. De inhoud is van toepassing op de fysieke leefomgeving en activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving, waarbij een provinciaal speelt. De provincie heeft in de Omgevingsverordening Zuid - Holland daarom onder meer regels opgenomen over activiteiten in de fysieke leefomgeving, zoals bodemsanering en flora- en fauna-gerelateerde activiteiten, de leefomgevingskwaliteit en instructieregels aangaande gemeentelijke bestemmingsplannen. Zo worden er bijvoorbeeld voorwaarden gesteld aan bestemmingsplannen welke de ontwikkeling van bedrijven of kantoren mogelijk maken of welke betrekking hebben op gebieden met een provinciaal belang, zoals langs provinciale vaarwegen of nabij landgoederen en kastelen. Daarnaast is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening ('AMvB Ruimte') van het Rijk van belang. Hierin zijn regels opgenomen waaraan Provinciale Omgevingsverordeningen moeten voldoen.
Enkele onderwerpen in de verordening van de provincie Zuid-Holland vloeien rechtstreeks voort uit de AMvB Ruimte, zoals regels over het Natuurnetwerk Nederland en de Romeinse Limes. Het volledige juridisch instrumentarium vloeit voort uit de Wet ruimtelijke ordening. Het gaat daarbij om de provinciale omgevingsvisie, het provinciaal inpassingsplan en de (proactieve en reactieve) aanwijzing. De provincie kan deze instrumenten inzetten als er sprake is van provinciaal belang. De provincie beschouwt in ieder geval van provinciaal belang de in de visie opgenomen doelen en de uitwerking daarvan in het programma Ruimte. In de verordening staan de regels die de provincie stelt aan ruimtelijke ontwikkelingen.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Woonvisie woningmarktregio Haaglanden 2017-2021
De Haaglandengemeenten vormen al jaren een gezamenlijke woningmarktregio. De regionale samenwerking op het gebied van 'wonen' is na het opheffen van het Stadsgewest Haaglanden voortgezet middels een bestuurlijke tafel Wonen met de negen Haaglandengemeenten. Aan de hand van een gezamenlijk woningbouwprogramma willen de gemeenten zo goed en efficiënt mogelijk inspelen op zowel de kwalitatieve als kwantitatieve woningbehoeften van de regio Haaglanden. Een vast uitgangspunt daarbij is het zoveel mogelijk realiseren van de woonopgaven binnen bestaand stedelijke gebieden. Dit omwille van het in stand kunnen houden van de specifieke groene en blauwe kwaliteiten van de regio, die in belangrijke mate bijdragen aan het prettige woonklimaat van Haaglanden. Qua toekomstige omvang van de regionale woningvoorraad streven de gemeenten er gezamenlijk naar om te voldoen aan de tot 2025 volgens de provinciale prognose (2016) verwachte behoefte van ruim 50.000 nieuwe woningen. Gemeenten kijken daartoe met name ook naar de mogelijkheden die leegstaande kantoren en leegstand op verouderde bedrijventerreinen biedt om nieuwe woningen toe te voegen. Daarnaast zal uiteraard ook nieuwbouw van woningen plaatsvinden. 3.3.2
Beleid Hoogheemraadschap van Delfland en Hoogheemraadschap van Rijnland
Voor de planperiode 2016-2021 zijn de Waterbeheerplannen 5 (WBP) van Delfland respectievelijk van Rijnland van toepassing. In dit plan geven de waterschappen aan wat haar ambities voor de komende planperiode zijn en welke maatregelen in het watersysteem worden getroffen. De hoofddoelen zijn veiligheid tegen overstromingen, voldoende water, klimaatadaptatie en gezond water. Beide waterschappen hebben eigen keur- en beleidsregels die per 19 februari 2015 (Hoogheemraadschap van Delfland) en per 1 juli 2020 (Hoogheemraadschap van Rijnland) in werking zijn getreden. De Keur is een verordening van de waterbeheerder met wettelijke regels (gebod- en verbodsbepalingen) voor: Waterkeringen (onder andere duinen, dijken en kaden); Watergangen (onder andere kanalen, rivieren, sloten, beken); Andere waterstaatswerken (o.a. bruggen, duikers, stuwen, sluizen en gemalen).
Toelichting (vastgesteld)
77
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
Er kan een ontheffing worden aangevraagd om een bepaalde activiteit wel te mogen uitvoeren. Nieuwe ruimtelijke initiatieven moeten het watertoetsproces bij de waterschappen in een vroeg stadium doorlopen. Hiermee wordt voorkomen dat ruimtelijke ontwikkelingen in strijd zijn met duurzaam waterbeheer. Het bestemmingsplan stedelijk gebied ligt binnen de beheersgebieden van beide waterschappen. Het hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het waterkwantiteit- en waterkwaliteitsbeheer in het plangebied. Tevens zijn zij in het kader van het vooroverleg op grond van de Wro betrokken bij het tot stand komen van het bestemmingsplan. 3.3.3
Regionale klimaat Adaptatie Strategie Haaglanden (RAS)
Haaglanden heeft de ambitie om in 2050 een klimaatbestendige internationale topregio te zijn (Regionaal Structuurplan 2020). Om deze ambitie te realiseren is het van belang om rekening te houden met veranderingen in de toekomst en om nu al de kansen te kunnen benutten die zich aandienen. De overheden in Haaglanden (9 gemeenten, 2 waterschappen en de provincie)hebben daarom gezamenlijk een Regionale AdaptatieStrategie (RAS) opgesteld, de RAS Haaglanden. De RAS Haaglanden geeft een beschrijving van de kwetsbaarheden van de gebieden Stad, Glas en Gras als gevolg van klimaatverandering. Per themagebied zijn de opgaven, strategieën en acties beschreven.
3.4
Gemeentelijk beleid en visies
In deze paragraaf is een overzicht opgenomen van alle vigerende gemeentelijke beleids- en visiedocumenten ten tijde van het ter inzage leggen van het ontwerpplan ‘Stedelijk . Het overzicht van vigerende gemeentelijke verordeningen is opgenomen in paragraaf 3.5. 3.4.1
Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012
In de strategische visie (2004) en in de structuurvisie Ruimte voor Wensen (2006) is een overkoepelende ambitie geformuleerd voor de gemeente als aantrekkelijke groene woonstad. Hoewel deze en vele andere oorspronkelijke ambities uit de structuurvisie 2006 overeind blijven, vertonen de ruimtelijke opgaven tussen 2006 en 2012 wel duidelijke nuanceringen en accentverschuivingen. De integrale ruimtelijke opgaven zijn gericht op het versterken van de identiteiten van de gemeente, die te vinden zijn in drie ruimtelijke entiteiten: het stedelijk gebied, de Vlietzone en het buitengebied. Binnen deze kerngebieden willen we de ruimtelijke structuur verbeteren op basis van ruimtelijke kwaliteiten van de zogenoemde ‘identiteitsdragers’. Met deze herijking van de structuurvisie brengen we wijzigingen en aanvullingen in bestaande opgaven en ambities in beeld en brengen we nieuwe kansen voor de ontwikkeling van onze gemeente naar voren. Met dit document schetsen we de ruimtelijke toekomstvisie voor de gemeente tot het jaar 2040. Het beleidsdocument 'Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012' en het bijbehorende 'Uitvoeringsprogramma Structuurvisie Ruimte voor Wensen 2040, herijking 2012' zijn vastgesteld op 25 september 2012. 3.4.2
Kompas voor de leefomgeving
De samenleving roert zich. Er is veel maatschappelijk initiatief. De mondiger wordende inwoner heeft ertoe bijgedragen dat de Omgevingswet in ontwikkeling is. Een van de veranderingen uit die Omgevingswet is meer ruimte geven aan maatschappelijk initiatief. In het najaar van 2017 is het ‘Toekomstbeeld–LV op de kaart’ vastgesteld. De kern van het Toekomstbeeld is de groene aantrekkelijke woongemeente met drie karakteristiek verschillende kernen. Dit vormt bij het opstellen van de omgevingsvisie dan ook een belangrijk uitgangspunt. De omgevingsvisie gaat dienen als integraal afwegingskader voor diverse projecten en initiatieven van bewoners, bedrijven en gemeente. De uitwerking wordt vertaald in programma, projecten en plannen. Dit Kompas van de Leefomgeving geeft de uitgangspunten, de gemeentelijke doelen en de hoofdkeuzesweervoor de op te stellen Omgevingsvisie. Het beleidsdocument 'Kompas voor de leefomgeving' is vastgesteld op 8 januari 2019.
78
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
3.4.3
Bedrijventerreinen
3.4.3.1 Revitaliseringsstrategie bedrijventerreinen De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft recent haar Economische Agenda Leidschendam-Voorburg 2017-2020 vastgesteld. De agenda ‘Economische Agenda Leidschendam-Voorburg 2017-2020’ geeft richting aan het economische profiel van de gemeente, die vijf bedrijventerreinen kent: De Star, Essesteijn, Huyssitterweg, Klaverblad en Prinses Irenelaan. Een van de activiteiten die uit de agenda voortkomt, is het opstellen van een revitaliseringsstrategie voor bedrijventerreinen tot en met 2020. De strategie geeft het toekomstperspectief van de terreinen weer. Op basis hiervan kunnen de gemeente en de ondernemers inspelen op toekomstige economische ontwikkelingen. De strategie geeft een doorvertaling naar een aanpak op hoofdlijnen per terrein. De praktijk van de laatste jaren heeft echter uitgewezen dat er met name op de verouderde terreinen in onze gemeente zeer beperkt sprake lijkt van investeringsbereidheid onder pandeigenaren. Aangezien de gemeente zelf geen grondposities of panden op deze terreinen bezit, noodzakelijke verduurzaming van vastgoed maar zeer beperkt plaatsvindt en de ruimtelijke mogelijkheden voor de bedrijven beperkt zijn, is deze revitaliseringsstrategie tot op heden niet succesvol gebleken. De staat van veel bedrijfspanden verslechtert waarmee de ruimtelijke uitstraling van de terreinen ook wordt aangetast.
Gegeven het toenemende regionale tekort aan bedrijfsruimte leidt dit nog maar in beperkte mate tot leegstand maar de gemiddelde huurniveaus dalen bij de verouderde panden wel waarmee ook de investeringsmogelijkheden voor verduurzaming worden ingeperkt. Bovenstaande geeft aanleiding tot een verkenning naar een herstructureringsopgave. Het beleidsdocument 'Revitaliseringsstrategie bedrijventerreinen' is vastgesteld op 23 januari 2018. 3.4.4
Bodem
3.4.4.1 Bodemkwaliteitskaart Leidschendam-Voorburg De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft samen met de gemeentes Voorschoten en Wassenaar het besluit bodemkwaliteit geïmplementeerd. De bodemkwaliteitskaart is een belangrijk instrument voor hergebruik van grond en bagger. In een bodemkwaliteitskaart wordt een bodembeheergebied ingedeeld in één of meer zones met een vergelijkbare milieuhygiënische bodemkwaliteit. Het gaat hierbij om de ‘gemiddelde’ kwaliteit van deze gebieden, afgezien van lokale verontreinigingen. In de Nota Bodembeheer is beleidsmatig vastgesteld binnen en tussen welke zones vrij grondverzet mogelijk is en welke voorwaarden hierbij gelden. Het beleidsdocument 'Bodemkwaliteitskaart Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 3 november 2013. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 30 oktober 2018 besloten om de geldigheid van de Bodemkwaliteitskaart met 5 jaar te verlengen. 3.4.4.2 Nota bodembeheer gemeentes Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar Gemeentes zijn het bevoegd gezag voor het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen op of in de landbodem. Het wettelijk kader hiervoor vormen het Besluit bodemkwaliteit en de Regeling bodemkwaliteit. Beide documenten bevatten generieke regels waarbij de normen voor het toepassen van grond en bagger afhankelijk zijn van zowel de kwaliteit als de functie van de ontvangende bodem.
Indien gemeentes meer beleidsvrijheid voor het doelmatig en weloverwogen regelen van het hergebruik van grond en bagger, dan dienen zij een bodemkwaliteitskaart en een nota bodembeheer op te stellen. De gemeentes Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar hebben er voor gekozen om gezamenlijk een bodemkwaliteitskaar en een nota bodembeheer op te stellen. Het beleidsdocument 'Nota bodembeheer gemeentes Leidschendam-Voorburg, Voorschoten en Wassenaar' is vastgesteld op 3 oktober 2013. Op 30 oktober 2018 heeft het college van Burgemeester en Wethouders besloten de geldigheid van de bodemkwaliteitskaart met 5 jaar te verlengen met uitzondering van de percelen gelegen boven de spoorlijn Den Haag - Leiden.
Toelichting (vastgesteld)
79
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
3.4.5
Detailhandel
3.4.5.1 Beleid ondersteunende horeca in detailhandel 2011 Op 1 september 2009 is het “Beleid ondersteunende horeca in detailhandel 2009” vastgesteld. Ondersteunende horeca in detailhandel kan op verschillende manieren gedefinieerd worden. Om te voorkomen dat er een veelheid aan varianten op detailhandel ondersteunende horeca ontstaat, is dit in het Beleid ondersteunende horeca in detailhandel 2009 nader ingevuld. Dit beleid gaf de criteria aan waarbinnen ondersteunende horeca in detailhandel ontwikkeld kan worden in de gemeente Leidschendam-Voorburg. In de geactualiseerde beleidsnotitie “Beleid ondersteunende horeca in detailhandel 2011” zijn de conclusies en bevindingen uit de evaluatie meegenomen en is het Beleid ondersteunende horeca in detailhandel 2009 op een aantal punten aangepast, aangevuld, dan wel aangescherpt. Het beleidsdocument 'Beleid inzake ondersteunende horeca in detailhandel 2011' is vastgesteld op 20 september 2011. 3.4.5.2 Detailhandels- en horecastructuurvisie 2019 De gemeente wil haar bestaande beleid voor detailhandel en horeca herijken en waar nodig bijstellen. De focus ligt daarbij, net als bij de visie uit 2013, op clustering van horeca en detailhandel in drie grotere centra De Julianabaan, Huygenskwartier en Leidschendam-Centrum.
Het grootste winkelgebied, de Westfield Mall of the Netherlands, is nog volop in ontwikkeling, heeft een eigen positie en richt zich op een groter verzorgingsgebied. Met de profilering van de winkelcentra en de acties die benoemd staan in deze visie wordt ingespeeld op de ontwikkeling van de Mall. De visie: speelt in op veranderen consumentenvoorkeuren en –gedrag en voorzien in een daarbij passende en duurzame voorzieningenstructuur (ook in de verschillende wijken); biedt kaders voor het te voeren beleid, het creëren van randvoorwaarden en het toetsen van marktinitiatieven, en die een bouwsteen is voor de Omgevingsvisie; biedt inzicht aan marktpartijen in de specifieke kansen en kwaliteiten van de afzonderlijk centrumgebieden en uitdaagt tot nieuwe investeringen op de juiste locatie. Ingegeven door veranderingen in markt en maatschappij zien we structurele effecten binnen de detailhandel en horeca. Het vervagen (blurren) van het strikte onderscheid tussen deze twee sectoren is er daar één van, wijzigingen in consumentengedrag is een andere. Gegeven de onderliggende relatie en verbondenheid tussen deze twee sectoren is er gekozen voor een samenhangende visie op de horecaen detailhandelstructuur binnen Leidschendam-Voorburg. Versterken van bestaande kernwinkelgebieden vormt het uitgangspunt voor het beleid en clustering van horeca in- en rondom deze gebieden is daarbij leidend.
Wel laten we ruimte voor initiatieven die toezien op inpassing van kleinschalige lichte (dag) horeca ter versterking van levendige wijken. Het beleidsdocument 'Detailhandels- en horecastructuurvisie 2019' is vastgesteld op 26 maart 2019. 3.4.6
Duurzaamheid
3.4.6.1 Duurzaamheidsagenda 2016-2020; Op weg naar een duurzamer Leidschendam-Voorburg Duurzaamheid is steeds meer, direct en indirect, een belangrijk thema in ons dagelijks leven. Veel inwoners, bedrijven en organisaties, inclusief Gemeente Leidschendam-Voorburg, zijn bezig met bijvoorbeeld energiebesparing en afval scheiden voor hergebruik. Er is een groeiend besef van een groene, natuurrijke en gezonde leefomgeving om ons heen. Omdat duurzaamheid een veelomvattend onderwerp is, bakent de gemeente het onderwerp af voor deze duurzaamheidsagenda en ligt de focus om ecologische duurzaamheid. Duurzaamheid wordt beïnvloed door onze leefwijze, wijze van wonen en hoe wij ons verplaatsen. Eenieder heeft een rol in dit geheel, zowel inwoners, ondernemers, organisatie als de gemeente zelf. De ambitie is een duurzamer Leidschendam-Voorburg. Het beleidsdocument 'Duurzaamheidsagenda 2016-2020; Op weg naar een duurzamer Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 25 april 2016.
80
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
3.4.6.2 Grip op grondstoffen - beleidsvisie van afval naar grondstoffen in 2020 De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft bij toetreding tot de Gemeenschappelijke Regeling Avalex (GR Avalex) haar eigen dienstverlening, beleid en afvalcommunicatie behouden. Dit heeft er toe geleid dat het verzorgingsgebied van de GR Avalex een lappendeken is aan variaties qua inzamelmethoden en inzamelfrequenties met een inzamellogistiek die efficiënter kan en kosten die vermeden kunnen worden. Door het ontbreken van een gezamenlijke beleidsvisie ontbreekt daarnaast de slagkracht om samen te streven naar een beter milieurendement op het gebied van afvalscheiding. Een beter milieurendement vertaalt zich niet alleen naar een betere scheiding van grondstoffen welke nu nog aanwezig zijn in het restafval, en een vermindering van CO2-uitstoot, maar ook naar financiële voordelen door het vermijden van verwerkingskosten van restafval. Dit document betreft evenwel een beleidsvisie en behoeft na besluitvorming nog de nodige operationele uitwerking. Het beleidsdocument 'Grip op Grondstoffen' is vastgesteld op 18 oktober 2016. Op basis van het vastgestelde beleid is het 'Uitvoeringsplan Grip op Grondstoffen' vastgesteld.
3.4.6.3 Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2022 Om te zorgen dat ook voor de komende generaties onze planeet een goede plek is om te leven, moeten we veranderen in hoe we werken, wonen, en leven. Ook in deze gemeente. Het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg wil grote stappen zetten op het gebied van duurzaamheid energie en milieu. De ambitie is een CO2-neutrale gemeente met een circulaire economie in 2050. We werken aan een toekomstbestendige stad met een gezond woon- en leefklimaat. Wij zijn trots op Leidschendam-Voorburg als groene en duurzame woonstad en willen dit samen met onze bewoners blijvend versterken. Sinds 2016 is op basis van de Duurzaamheidsagenda 2016-2020 aan verduurzaming gewerkt. Op basis van ontwikkelingen, het coalitieakkoord in 2018 en vakinhoudelijke kennis van partners en ambtenaren wordt het duurzaamheidsbeleid verder ontwikkeld en bestendigd in het uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2022. Het beleidsdocument 'Uitvoeringsprogramma duurzaamheid 2019-2020' is vastgesteld op 10 december 2019. 3.4.7
Erfgoed
3.4.7.1 Beschermd Stads- en dorpsgezichten Een stads- of dorpsgezicht is een gebied in een stad of dorp met een bijzonder cultuurhistorisch karakter. De bescherming is bedoeld om de cultuurhistorische identiteit van een gebied te behouden en in te zetten bij ontwikkelingen. De gemeente heeft nog geen gemeentelijke gezichten. Deze gebieden zijn door de Minister aangewezen als rijksbeschermd dorpsgezicht: Oude Dorpskern Voorburg in 1971; Sluiscomplex met Sluisplein in 2004; Landgoederenzone Voorschoten-Wassenaar-Leidschendam-Voorburg in 2007.
Toelichting (vastgesteld)
81
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
Leidschendam, Sluisplein met sluiscomplex
Leidschendam, Landgoederenzone Wassenaar, Voorschoten
82
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
Voorburg, Beschermd dorpsgezicht Voorburg 3.4.7.2 Nota Archeologie - herijking 2013 Conform het Overgangsrecht in de Erfgoedwet moeten gemeenten het archeologische belang meewegen in ruimtelijke projecten vanaf 100 m2. Omdat gemeenten ook andere belangen te behartigen hebben, zoals economie, landbouw, wonen en infrastructuur, biedt de wet gemeenten daarbij wel beleidsruimte. Om deze taak goed te kunnen uitvoeren heeft de Gemeente Leidschendam-Voorburg in samenwerking met de gemeenten Voorschoten en Wassenaar archeologie beleid ontwikkeld en vastgesteld in 2009. In 2014 heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg haar archeologiebeleid herijkt, ‘archeologienota herijking 2013’. In de Nota archeologie wordt een overzicht van het archeologische erfgoed van de pactgemeenten gegeven en zijn de beleidsregels ten aanzien van de omgang met het archeologische bodemarchief geformuleerd. De archeologische beleidskaart geeft hierbij de archeologische waarde en verwachting per gebied aan met de daarbij behorende beleidsregels. Het beleidsdocument 'Nota archeologie - herijking 2013' is vastgesteld op 3 december 2013.
Toelichting (vastgesteld)
83
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
Afbeelding, plankaart op archeologische beleidskaart 3.4.7.3 Cultuurhistorische analyse Vlietoevers De gemeente Leidschendam-Voorburg wordt gescheiden en verbonden door de Vliet. De scheiding ontstaat enerzijds doordat het grondgebied van Leidschendam-Voorburg aan weerszijden van de Vliet ligt. Anderzijds is er sprake van een verbinding omdat de Vliet de hele gemeente van noord naar zuid doorloopt. Juist dat opvallende kenmerk maakt de Vliet tot een belangrijke structuur binnen de gemeentegrenzen. De eerste aanleiding voor het opstellen van deze cultuurhistorische analyse is een door de raad aangenomen motie. De tweede aanleiding voor het opstellen van de cultuurhistorische analyse is om deze te hanteren als een historisch kader voor de toekomst. De cultuurhistorische analyse van de Vlietoevers is een referentiekader voor het programma van eisen bij het opstellen van voorschriften in bestemmingsplannen en bij toekomstige ontwikkelingen. Het beleidsdocument 'Cultuurhistorische Analyse Vlietoevers' is vastgesteld op 11 oktober 2016. 3.4.7.4 Van Forum tot universum - visie op kunst en cultuur Cultuur doet ons goed, maakt ons creatief en houdt ons nieuwsgierig naar het onbekende. In een maatschappij die zich razendsnel ontwikkelt, wordt die creativiteit- en cultuur - steeds belangrijker.
Vanuit deze wetenschap en overtuiging hebben inwoners, instellingen, bedrijven en de gemeente samen nagedacht over wat cultuur in de gemeente Leidschendam-Voorburg is en betekent. In de Cultuurvisie zijn de iconen van de gemeente genoemd, zoals de molen, de vliet en de Romeinen. Het beleidsdocument 'Van Forum tot universum - visie op kunst en cultuur' is vastgesteld op 7 april 2015. 3.4.7.5 Welstandsnota Leidschendam-Voorburg In de Woningwet is bepaald dat toetsing van bouwplannen aan redelijke eisen van welstand alleen nog mogelijk is op basis van een door de gemeenteraad vastgestelde Welstandsnota. Daarmee wordt gestreefd naar een objectiever en inzichtelijker welstandsbeleid. Doel van de welstandstoets is het behartigen van het publieke belang door de lokale overheid, waarbij de individuele vrijheid van de burger wordt afgewogen tegen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving als
84
Toelichting (vastgesteld)
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk algemene waarde. Er zijn ruime mogelijkheden voor de gemeente om accenten te leggen in het “ambitieniveau” dat wordt nagestreefd in het welstandstoezicht. Als kader voor plantoetsing en als inspiratie voor nieuwe bebouwing. Het beleidsdocument 'Welstandsnota Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 14 juni 2004, laatst gewijzigd op 13 september 2011. 3.4.8
Wonen
3.4.8.1 Woonvisie 2016-2020 Nieuwe ontwikkelingen op de woningmarkt en in de wetgeving vragen om heroriëntatie op het woonbeleid zoals dat is vastgelegd in de WOONvisie 2020. De woningmarkt laat een meer op de vraag gerichte ontwikkeling zien. Vraaggericht wil zeggen dat er niet in de eerste plaats wordt gekeken naar de afzetmogelijkheden van woningen op korte termijn. Er moet beter worden nagedacht over de toekomstwaarde van de woningvoorraad en over de vraag waar onze (toekomstige) inwoners in bredere zin behoefte aan hebben voor de lange termijn. De gemeente Leidschendam-Voorburg kiest ervoor om geen nieuwe “woonvisie oude stijl“ op te stellen, maar deze heroriëntatie te concentreren op een aantal actuele thema’s op het gebied van wonen. Deze woonvisie krijgt daarom het karakter van een “agenda wonen” en richt de focus op de kortere termijn (2020). Wel wordt daarmee een basis gelegd om ook voor de lange termijn tot een aantal vervolgacties te komen. Het beleidsdocument 'Woonvisie 2016-2020' is vastgesteld op 15 maart 2016. 3.4.8.2 Beleidsnota Woningsplitsing en kamerverhuur Leidschendam-Voorburg In de afgelopen jaren ontving de gemeente steeds meer aanvragen voor een omgevingsvergunning, waarbij sprake is van woningsplitsing van een gebouw met bestemming “wonen” in Leidschendam-Voorburg.
Kamerverhuur is minder zichtbaar voor de gemeente, omdat hiervoor veelal geen omgevingsvergunning is vereist. Belangrijkste redenen voor woningsplitsing en kamerverhuur zijn de schaarste in het aanbod van kleine (goedkope) woningen voor diverse doelgroepen en de vraag naar beleggingsobjecten door macro-economische ontwikkelingen als de negatieve spaarrente. Dit leidde soms tot ongewenste effecten op de leefbaarheid in de directe woon- en leefomgeving. De gemeente Leidschendam-Voorburg beschikte niet over beleid en regelgeving om te kunnen sturen op het woningsplitsing en kamerverhuur indien dit past binnen het bestemmingsplan. De toename van het aantal aanvragen en de gevolgen voor de woningvoorraad en de leefbaarheid zijn aanleiding geweest om onderhavig beleid te ontwikkelen. Het beleidsdocument 'Beleidsnota Woningsplitsing en kamerverhuur Leidschendam-Voorburg' is vastgesteld op 6 april 2021. 3.4.8.3 Beleidsnota dakterrassen 'Het dak op' De beleidsnotitie 'Het dak op' bevat concrete toetsingscriteria waaraan aanvragen voor dakterrassen worden getoetst. Bij de beoordeling van een aanvraag voor een dakterras spelen het waarborgen van de beeldkwaliteit van de openbare ruimte en het veiligstellen van de privacy van de buren een belangrijke rol. In de nota worden algemene regels gegeven voor het bouwen van een dakterras waaraan elke aanvraag moet voldoen.
Voor een aantal gebieden is vanwege het specifieke straatbeeld en de waardevolle architectuurtoepassing van het dakterrassenbeleid uitgesloten. Voor dergelijke situaties is een solitaire belangenafweging noodzakelijk. Het beleidsdocument 'Het dak op! - Beleidsnotitie met sneltoetscriteria voor dakterrassen' is vastgesteld op 8 juli 2008.
Toelichting (vastgesteld)
85
bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk
3.4.8.4 Fietsenbergingen Het bouwen van fietsenbergingen in voor- of zijtuinen is ruimtelijk niet wenselijk en wordt in beginsel niet toegestaan. Toch kan een fietsenberging van geringe omvang, zonder vergunning, in de voortuin worden geplaatst. Een fietsenberging met een hoogte van maximaal 1 meter, een bruto-oppervlakte van minder dan 2 m² en als gevolg waarvan het voorerf voor niet meer dan 50% wordt bebouwd, is namelijk vergunningsvrij (zie Besluit omgevingsrecht, bijlage II, hoofdstuk 2). In 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders beleid geformuleerd voor grotere fietsenbergingen in de voortuin. Indien men een grotere fietsenberging in de voortuin wil bouwen kan dat slechts bij hoge uitzondering en is alleen toegestaan indien: het achtererf van het bijbehorend hoofdgebouw niet rechtstreeks vanaf de openbare weg toegankelijk is; er geen zijerf is of als er wel een zijerf is maar er geen bebouwing is toegestaan en indien op het voorerf niet reeds een berging of anderszins aanwezig is. Voor het realiseren van een fietsenberging in het voorerfgebied gelden de volgende regels: per perceel is één fietsenberging toegestaan; gebouwd aan één van de zijdelingse perceelsgrenzen; de hoogte van de fietsenberging mag maximaal 1 meter bedragen; de breedte van de fietsenberging mag maximaal 1 meter bedragen; de lengte van de fietsenberging mag maximaal 4 meter bedragen.
In het bestemmingsplan zijn de voortuinen bij woningen gelegen binnen de bestemming 'Wonen Grondgebonden'. De hiervoor genoemde regeling voor fietsenbergingen is opgenomen in de bijbehorende regels 3.4.9
Economie
3.4.9.1 Economische agenda 2017-2020 De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft samen met het Platform economie, onderwijs en arbeidsmarkt en met ondernemers een integrale economische agenda opgesteld waarmee de gemeente richting geeft aan de ontwikkeling van haar lokale economie. Dit door gerichte inzet van beleid, mensen en middelen. De economische agenda ziet toe op vier pijlers; ruimte voor bedrijvigheid, dienstverlening aan ondernemers, stimuleren van een levendige leefomgeving en uitdragen kwaliteiten Leidschendam-Voorburg. Cultuur, expats, recreatie, toerisme en evenementen worden daarin meegenomen. In deze economische agenda besteedt de gemeente uitdrukkelijk aandacht aan identiteitsontwikkeling en haar economische kernen, ten behoeve van een herkenbaar economisch profiel voor de gemeente Leidschendam-Voorburg, om zich daarmee te kunnen onderscheiden in de (metropool)regio. Het beleidsdocument 'Economische agenda 2017-2020' is vastgesteld op 4 juli 2017. De uitvoering van het beleidsdocument is opgenomen in het 'Uitvoeringsprogramma Economische agenda 2017-2020'. 3.4.10 Evenementen 3.4.10.1
Evenementenbeleid Leidschendam-Voorburg 2017-2020
Er valt veel te beleven in Leidschendam-Voorburg door een gevarieerd aanbod aan evenementen en activiteiten voor jong en oud: van festivals, circussen en markten tot optochten en parades. Voor evenementen heeft de gemeente Leidschendam-Voorburg in 2008 een evenementenbeleid opgesteld. De wereld is echter sindsdien behoorlijk veranderd, ook ten aanzien van evenementen. Zo is in Leidschendam-Voorburg onder meer het evenementenaanbod dynamisch van aard en zijn er wisselende partijen betrokken bij de organisatie van evenementen. Het beleidsdocument 'Evenementenbeleid 2017-2020' is vastgesteld op 11 april 2017. De uitvoering van het beleidsdocument is opgenomen in het 'Uitvoeringsprogramma Evenementen 2017-2020'.