CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2984-03 Toelichting Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Raadsvergadering 17 januari 2023, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel :Vaststellen herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk40.903 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

2

(vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Herstelbesluit 1.3 Ligging en begrenzing plangebied 1.4 Vigerende bestemmingsplannen en overige ruimtelijke plannen 1.5 Opbouw van het plan

7 7 7 8 8 10

Hoofdstuk2 Ruimtelijke kwaliteit en visie op het plangebied 2.1 Ruimtelijke kwaliteit 2.2 Visie op het stedelijk gebied

12 12 46

Hoofdstuk3 Algemeen beleid 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid en visies 3.5 Gemeentelijke verordeningen 3.6 Op weg naar de gemeentelijke Omgevingsvisie

74 74 75 77 78 94 94

Hoofdstuk4 Wonen 4.1 Nieuwbouw en sloop 4.2 Veranderingen aan woningen 4.3 Activiteiten rondom de woning 4.4 Bijzondere woonvormen 4.5 Gebruik van woningen

96 96 96 98 99 99

Hoofdstuk5 Kantoor en bedrijven 5.1 Nieuwbouw en sloop 5.2 Veranderingen aan een gebouw 5.3 Activiteiten rondom een (hoofd)gebouw 5.4 Gebruik van (hoofd)gebouwen

102 102 102 103 103

Hoofdstuk6 Cultuur en ontspanning 6.1 Nieuwbouw en sloop 6.2 Veranderingen aan een gebouw 6.3 Activiteiten rondom een (hoofd)gebouw 6.4 Gebruik van (hoofd)gebouwen

106 106 106 107 107

Hoofdstuk7 Gemengd en Centrum 7.1 Nieuwbouw en sloop 7.2 Veranderingen aan een gebouw 7.3 Activiteiten rondom een (hoofd)gebouw 7.4 Gebruik van (hoofd)gebouwen

110 110 110 111 111

Hoofdstuk8 Maatschappelijke functies 8.1 Nieuwbouw en sloop 8.2 Veranderingen aan een gebouw 8.3 Activiteiten rondom een (hoofd)gebouw 8.4 Gebruik van (hoofd)gebouwen

114 114 114 115 115

Hoofdstuk9 Milieu- en omgevingsaspecten 9.1 Inleiding 9.2 Bedrijven en milieuzonering

116 116 116

Inhoudsopgave (vastgesteld)

3

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8 9.9 9.10

Bodem Duurzaamheid Water Luchtkwaliteit Geluid Natuurbescherming Externe Veiligheid Kabels en leidingen

116 123 124 127 129 134 139 150

Hoofdstuk10 Cultureel erfgoed 10.1 Archeologie 10.2 Monumenten 10.3 Cultuurlandschap

152 152 156 157

Hoofdstuk11 Juridische vormgeving 11.1 Systematiek van de bestemmingsregels 11.2 Inleidende regels 11.3 Bestemmingsregels 11.4 Herstelbesluit 'Stedelijk' 11.5 Algemene regels, overgangs- en slotregels 11.6 Toepassing en handhaving van het bestemmingsplan

158 158 158 158 163 164 164

Hoofdstuk12 Uitvoerbaarheid 12.1 Economische uitvoerbaarheid 12.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

166 166 166

4

Inhoudsopgave (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Toelichting

Toelichting (vastgesteld)

5

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

6

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

De landelijke overheid werkt al enkele jaren aan de invoering van de Omgevingswet. De nieuwe wet staat voor een goede balans tussen het benutten en beschermen van de fysieke leefomgeving. ‘Ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit' is het motto. De nieuwe wet zorgt voor minder en overzichtelijke regels, een samenhangende benadering van de leefomgeving, ruimte voor lokaal maatwerk en betere en snellere besluitvorming. De Omgevingswet die, naar verwachting, per 1 januari 2022 in werking treedt vergt veel voorbereiding. De gemeente Leidschendam-Voorburg heeft ter voorbereiding op de invoering van de Omgevingswet besloten om al haar huidige bestemmingsplan samen te voegen tot 2 bestemmingsplannen. Één voor het stedelijk gebied en één voor het landelijk gebied. Dit bestemmingsplan omvat de kernen Leidschendam, Voorburg en Stompwijk en is conserverend van aard.

1.2

Herstelbesluit

Tegen het raadsbesluit ter vaststelling van het bestemmingsplan 'Stedelijk' van 22 februari 2022 is beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Het beroep heeft betrekking op de locatie kadastraal bekend gemeente Voorburg sectie E,nr 08694 (gedeeltelijk), plaatselijk gemerkt Burgemeester Feithplein 11 t/m 20, 95 en 94 t/m 110 in Voorburg. Naast het beroep is de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De Raad van State heeft op 16 augustus 2022 uitspraak gedaan in de voorlopige voorziening en heeft een gedeelte van het bestemmingsplan 'Stedelijk' geschorst (Uitspraak voorlopige voorziening ECLI:NL:RVS:2022:2370). Hangende de bodemzaak is daarom voorliggend herstelbesluit ex. artikel 6.19 Awb opgesteld waarin de geconstateerde gebreken worden hersteld. In dit hoofdstuk is aangegeven op welke punten het bestemmingsplan gewijzigd is ten opzichte van het vastgestelde plan. 1.2.1

Motivering uitspraak voorlopige voorziening

Op 8 februari 2019 is door het college van Leidschendam-Voorburg een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van twee kantoorgebouwen naar 116 woningen, commerciële ruimten en horeca, inclusief bergingen in de bestaande stallingsgarage op het perceel kadastraal bekend gemeente Voorburg, sectie: E, nr.08694, plaatselijk gemerkt Burgemeester Feithplein 11 t/m 20, 95 en 94 t/m 110 in Voorburg. Met de vaststelling van het bestemmingsplan 'Stedelijk' is aan de betreffende locatie de bestemming "Gemengd" met onder andere de aanduiding 'detailhandel uitgesloten' toegekend. Daarnaast is aan de gronden geen aanduiding voor horeca toegekend. De eigenaar en de gemeenteraad hebben de voorzieningenrechter verzocht om onmiddellijk uitspraak te doen in de hoofdzaak en zelf in de zaak te voorzien door ter plaatse van het bouwvlak voor de Grote Feith de aanduiding 'detailhandel uitgesloten' te verwijderen en ter plaatse van het bouwvlak voor de Kleine Feith de aanduiding 'horeca t/m categorie 1' toe te voegen. De voorzieningenrechter acht dit verzoek te verstrekkend voor deze procedure. Indien nodig zal in de bodemprocedure worden bezien of aan dit verzoek tegenmoet kan worden gekomen, waarbij onder meer zal worden betrokken of belangen van derden zich daar al dan niet tegen verzetten.

De voorzieningenrechter wijst in dat verband op de mogelijkheid voor de raad om een besluit te nemen als bedoeld in artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (zgn. herstelbesluit). 1.2.2

Aanpassingen naar aanleiding van uitspraak voorlopige voorziening

Naar aanleiding van de uitspraak (Bijlage 83) d.d. 16 augustus 2022 door de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ( zijn onderstaande wijzigingen aangebracht.

Toelichting (vastgesteld)

7

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

1.2.2.1 Regels Er heeft geen wijziging plaatsgevonden in de bestemming 'Gemengd'. De aanduiding (-dh), detailhandel uitgesloten, komt nog op meerdere locaties voor in het plangebied. In de overige regels hebben geen wijzigingen plaatsgevonden. 1.2.2.2 Verbeelding De aanduiding (-dh) is verwijderd van het bouwvlak van de Grote Feith. De functieaanduiding (h<1), horeca t/m categorie 1, is toegevoegd op het bouwvlak van de Kleine Feith overeenkomst de uitspraak van de Raad van State. Verder zijn er geen wijzigingen aangebracht in de verbeelding.

1.3

Ligging en begrenzing plangebied

Voorliggend bestemmingsplan betreft een nieuw bestemmingsplan voor het gehele stedelijk gebied van de gemeente Leidschendam-Voorburg. De begrenzing van het plangebied wordt gevormd door de gemeentegrenzen van de gemeenten Den Haag en Wassenaar, de spoorlijn Den Haag - Leiden, de Duivenvoordecorridor, het Rijn - Schie kanaal (de Vliet) en de A4. De dorpskern van Stompwijk wordt begrensd door de lintbebouwing langs de Dr. Van Noortstraat, het ‘Laantje van Kampen, de Jan Koenenweg en de Meer- en Geerweg (gedeeltelijk). In de onderstaande afbeelding is het plangebied van het bestemmingsplan aangegeven.

Afbeelding 1: plangebied Stedelijk

1.4

Vigerende bestemmingsplannen en overige ruimtelijke plannen

Voor het plangebied gelden momenteel 37 afzonderlijke ruimtelijke plannen*: 1. 'Beheersverordening 2017 Leidschendam-Voorburg, vastgesteld op 30 mei 2017 en in werking sinds 22 juni 2017, in deze verordening zijn de volgende bestemmingsplannen opgenomen: a. 'Amstelwijk 1989', vastgesteld op 19 juni 1989 en onherroepelijk sinds 1 november 1989;

8

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk b. c. d. e. f. g. h.

'Damcentrum', vastgesteld op 6 juni 2005 en onherroepelijk sinds 7 juni 2007; 'Damlaan 34a', vastgesteld op 25 mei 2009; 'De Heuvel 2009', vastgesteld 22 februari 1961 en onherroepelijk sinds 11 juli 1961; 'De Rietvink', vastgesteld op 18 mei 2010 en onherroepelijk sinds 13 augustus 2010; 'Duivenvoordecorridor', vastgesteld op 5 september 2007 en onherroepelijk sinds 30 juli 2009; 'Paraplubepaling prostitutie Leidschendam-Voorburg', vastgesteld op 6 juni 2005; 'Paraplubepaling zend- en ontvanginstallaties Leidschendam-Voorburg', vastgesteld op 5 februari 2001; i. 'Veursestraatweg 1985', vastgesteld op 23 september 1985 en onherroepelijk sinds 12 maart 1986; j. 'Veursestraatweg 2007', vastgesteld op 2 oktober 2007 en onherroepelijk sinds 24 september 2009; 2. 'Bovenveen', vastgesteld op 12 juni 2012 en onherroepelijk sinds 7 september 2012; 3. 'Buytenhof', (wijzigingsplan Rustoord), vastgesteld op 7 april 2020 en onherroepelijk sinds 29 mei 2020; 4. 'Damlaan 4-12', vastgesteld op 27 maart 2012 en onherroepelijk sinds 6 juli 2012; 5. 'Damplein 2011', vastgesteld op 26 april 2011 en onherroepelijk sinds 22 juli 2011; 6. 'De Zijde-Duivenvoorde 2012, vastgesteld op 7 februari 2012 en onherroepelijk sinds 30 juli 2012; 7. 'De Vlietoevers', vastgesteld op 11 april 2017 en onherroepelijk sinds 2 juni 2017; 8.

'Fonteinkerk Voorburg, vastgesteld op 22 september 2020 en onherroepelijk sinds 12 november 2020; 9. 'Goede Herderkerk', vastgesteld op 20 december 2016 en onherroepelijk sinds 10 februari 2017; 10. 'Hethuis', vastgesteld op 12 juni 2018 en onherroepelijk sinds 10 augustus 2018; 11. 'Hendrik 4', vastgesteld op 15 augustus 2017; 12. 'Landelijk gebied Leidschendam 1978, vastgesteld op 12 juni 1978 en onherroepelijk sinds 25 juli 1978; 13. 'Leidschendam-Zuid', vastgesteld op 29 maart 2016 en onherroepelijk sinds 9 maart 2017; 14. 'Leidsenhage', vastgesteld op 15 september 2015 en onherroepelijk sinds 14 juli 2016; 15. 'Nieuw Damsigt', vastgesteld op 14 mei 2013 en onherroepelijk sinds 2 augustus 2013; 16. 'Nieuw Essesteijn', vastgesteld op 30 september 2014 en onherroepelijk sinds 19 december 2014; 17. 'Nieuw Mariënpark', vastgesteld op 25 september 2012 en onherroepelijk sinds 20 juni 2013; 18. 'Oosteinde-Parkweg', vastgesteld op 14 mei 2013 en onherroepelijk sinds 2 augustus 2013; 19. 'Oude dorpskern Voorburg 2011', vastgesteld op 13 september 2011 en onherroepelijk sinds 14 februari 2013; 20. 'Park070', vastgesteld op 10 juli 2018 en onherroepelijk sinds 14 september 2018; 21. 'Park Leeuwenberghlaan', vastgesteld op 17 september 2019 en onherroepelijk sinds 21 februari 2020; 22. 'Parnashofweg 53 I', vastgesteld op 6 juni 2017 en onherroepelijk sinds 4 augustus 2017; 23.

'Parnashofweg 53-IV', vastgesteld op 27 november 2018 en onherroepelijk sinds 8 februari 2019; 24. Parnashofweg 53 WIII', vastgesteld op 19 februari 2019 en onherroepelijk sinds 18 april 2019; 25. 'Prinsenhof 2011', vastgesteld op 13 september 2011 en onherroepelijk sinds 9 december 2011; 26. 'Raadhuis', vastgesteld op 9 december 2014 en onherroepelijk sinds 22 oktober 2015; 27. 'Rotterdamsebaan', vastgesteld op 12 november 2013 en onherroepelijk sinds 21 februari 2014; 28. 'Rustoord', vastgesteld op 15 december 2015 en onherroepelijk sinds 28 juli 2016; 29. 'Schakenbosch noord 2011', vastgesteld op 15 maart 2011 en onherroepelijk sinds 10 juni 2011; 30. 'Stompwijk', vastgesteld op 15 november 2016 en onherroepelijk sinds 24 februari 2017; 31. ''t Loo', vastgesteld op 2 juli 2013 en onherroepelijk sinds 20 september 2013;

Toelichting (vastgesteld)

9

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk 32. 'Veursestraatweg 135-137', vastgesteld op 26 april 2011 en onherroepelijk sinds 22 juli 2011; 33. "Vliethaven', vastgesteld op 18 november 2020 en onherroepelijk sinds 28 mei 2021; 34. 'Voorburg Midden', vastgesteld op 26 maart 2013 en onherroepelijk sinds 28 juni 2013; 35. 'Voorburg Noord', vastgesteld op 1 oktober 2013 en onherroepelijk sinds 20 december 2013; 36. 'Voorburg West-Park Leeuwenbergh', vastgesteld op 11 oktober 2016 en onherroepelijk sinds 12 januari 2017; 37. 'Zürich locatie', vastgesteld op 26 april 2017 en onherroepelijk sinds 9 juni 2017; * = zowel bestemmings- als wijzigingsplannen. Met deze herziening wordt voor het stedelijk gebied één planologisch regime geschapen. Naast het herzien van de geldende bestemmingsplannen zijn de verleende (uitgebreide) omgevingsvergunningen op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht eveneens in dit bestemmingsplan opgenomen.

1.5

Opbouw van het plan

Het bestemmingsplan is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de ruimtelijke kwaliteit en visie van het plangebied; In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau; In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de mogelijkheden binnen de bestemming 'Wonen'; In hoofdstuk 5 wordt nader ingegaan op de mogelijkheden binnen de bestemmingen 'Kantoor en bedrijven'; In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de mogelijkheden binnen de bestemming 'Cultuur en ontspanning'; In hoofdstuk 7 wordt nader ingegaan op de mogelijkheden binnen de bestemmingen 'Gemengd' en 'Centrum'; In hoofdstuk 8 wordt nader ingegaan op de mogelijkheden binnen de bestemming 'Maatschappelijk'; In hoofdstuk 9 wordt nader ingegaan op de milieuaspecten; In hoofdstuk 10 wordt nader ingegaan op het cultureel erfgoed; In hoofdstuk 11 is opgenomen hoe de in het bestemmingsplan benoemde keuzes juridisch worden vormgegeven in de regels en op de verbeelding; Tenslotte wordt in hoofdstuk 12 de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan beschreven. Hierbij wordt ingegaan op het overleg met andere partijen, de maatschappelijke en de financieel-economische uitvoerbaarheid.

10

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Toelichting (vastgesteld)

11

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Hoofdstuk 2

Ruimtelijke kwaliteit en visie op het plangebied

2.1

Ruimtelijke kwaliteit

2.1.1

Ontstaansgeschiedenis

De gemeente Leidschendam-Voorburg bestaat tegenwoordig voor ongeveer 50% uit verstedelijkt gebied en 50% landelijk gebied (afbeelding 1). Dit bestemmingsplan gaat over het stedelijk gebied, bestaande uit de kernen Voorburg, Leidschendam en Stompwijk. Tot het jaar 2002 waren enerzijds Voorburg en anderzijds Leidschendam en Stompwijk twee afzonderlijke gemeenten. Sinds de fusie zijn de kernen echter samengevoegd tot één gemeente.

Afbeelding 1, Stedelijk en landelijk gebied van de gemeente in 2020 2.1.1.1 Voorburg De kern Voorburg heeft een lange geschiedenis, die voor een groot deel is beïnvloed door de ligging op de zogenaamde strandwallen. In de oudheid heerste de zee op de plaats waar thans Voorburg ligt. Vanaf circa 5.000 voor Christus ontstond een strandwal van Calais tot voorbij Texel. Voor deze eerste strandwal ontstond een tweede strandwal die zich uitstrekte tussen het huidige Monster en Wassenaar. Zo ontstond het oorspronkelijke duingebied. De Oude Dorpskern ligt op de eerste strandwal, langs de Vliet, bij de overgang tussen het vroegere duingebied en het veenweidegebied (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed). De eerste historische vermelding met betrekking tot de omgeving van Voorburg dateert uit de Romeinse tijd en vermeldt de aanleg van een kanaal tussen de mondingen van de Maas en de Rijn. In het midden van de eerste eeuw trachten de Romeinen de Oude Rijn in het noorden en de Oude Maas in het zuiden met elkaar te verbinden door een vaarweg. Volgens schriftelijke bronnen werd het kanaal door de soldaten van de Romeinse veldheer Corbulo gegraven en genoemd naar deze veldheer.

Deze Corbulogracht, waarvoor mede gebruik werd gemaakt van twee bestaande getijde kreken, volgde vermoedelijk voor een groot deel hetzelfde tracé als de in de Middeleeuwen gegraven Vliet en halverwege bleef een waterscheiding bestaan. Hier stichtten de Romeinen in de eerste eeuw na Christus een overslagpunt en handelsnederzetting met de naam Forum Hadriani, waarvan overblijfselen zijn terug gevonden ten zuiden van de huidige parken Arentsburgh en Hoekenburg in Voorburg West. Forum Hadriani werd circa 270 na Christus weer verlaten en na het vertrek van de Romeinen verviel de vaarweg. De waterscheiding bleef bestaan en zou op den duur de basis vormen voor de tot op heden intact gebleven landscheiding tussen de Hoogheemraadschappen Rijnland en Delfland. De oudst bekende vermelding van Voorburg dateert van ongeveer 900 na Christus. In de dertiende en

12

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk veertiende eeuw bestond de kern van Voorburg uit houten boerderijen nabij de stenen kerk, gebouwd in 1282 op de helling van de strandwal ter hoogte van de Herenstraat, met stukjes bouwgrond op de daarvoor geschikte, nog vrij hoog liggende schuin naar beneden aflopende zandgrond. De Romeinse gracht van Corbulo was in de loop van de tijd verzand geraakt waardoor vanaf de 12e eeuw de noodzaak bestond om de Vliet te graven parallel aan de strandwal. Deze diende tevens als ontginningsbasis voor de ontginningssloten die in noord-westelijke richting werden gegraven. Omstreeks 1281 is de Vliet aangelegd. Rond 1328 is de Heerweg aangelegd, tegenwoordig de Herenstraat en het Westeinde. Maar deze weg bestond als veel eerder, mogelijk zelfs al in de prehistorie. Op de kadastrale kaart uit 1812 (afbeelding 2) valt de historische kern van Voorburg goed te herkennen, met onder andere de kerk, de sloot c.q. insteekhaven in de Schoolstraat, Sionslust en de diverse onbebouwde percelen (weiland of grote tuinen) tot aan de Vliet. Het gebied rond de (nog kleine kern) was onbebouwd.

Afbeelding 2, Historische kern van Voorburg in 1812 Door de historische oorsprong kent de - van oorsprong - middeleeuwse kern diverse monumentale gebouwen zoals de Oude Kerk, Huize Swaensteyn en ‘In de Wereldt is veel Gevaer’. De historische kern omvat rijks - en gemeentelijke monumenten en beeldbepalende objecten. Aangewezen monumenten zijn beschermd. Ontwikkelingen in en nabij dergelijke monumenten mogen niet plaatsvinden zonder omgevingsvergunning. Sinds 1971 is de gehele Oude Dorpskern inclusief park Vreugd en Rust aangewezen als een beschermd dorpsgezicht (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed). De eerste grote landschappelijke ontwikkelingen rond de historische kern vonden plaats vanaf de 17e eeuw door de aanleg van buitenplaatsen, gesticht door rijke burgers die de vieze overvolle steden wilden ontvluchten. Vooral langs de Vliet verrezen buitenplaatsen aan weerszijden van het water. De aanleg van de buitenplaatsen ging ook gepaard met de inrichting van het landschap tot park. Langs de Vliet zijn een deel van de vroegere landgoederen nog aanwezig, tegenwoordig meestal als openbare parken zoals Hoekenburg, Arentsburgh, Middenburg, Hofwijck en Vreugd en Rust. Alleen bij het landgoed Dorrepaal aan de zuidzijde van de Vliet is het park nu in gebruik bij een zorginstelling.

Dorrepaal is overigens het restant van de 17e eeuwse buitenplaats Leeuwenbergh die in 1925 ingrijpend is verbouwd. Het huis, de tuin en een deel van het park met de voormalige boerderij zijn bewaard gebleven. De provincie Zuid-Holland heeft de nog aanwezige groene zones met de historische landhuizen aangewezen als zogenaamde landgoedbiotopen. Daarbij zijn de historische landhuizen en parken ook aangewezen als monumenten die worden beschermd via de Erfgoedwet en Erfgoedverordening gemeente Leidschendam-Voorburg (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed). In Voorburg begon de verstedelijking aan het eind van de negentiende eeuw, begin van de twintigste eeuw. In Voorburg West werden de eerste landgoederen verkaveld tot woonbuurten. Tussen de Parkweg en het huidige Da Costaplein, rond straten als de Laan van Oostenburg en de Laan van Heldenburg, werden de eerste uitbreidingen van de Oude Dorpskern gerealiseerd. In 1948 waren de wijken Voorburg

Toelichting (vastgesteld)

13

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk West, Noord en Oud al aanwezig (afbeelding 3). Ook waren de strook tussen de Laan van Nieuw Oosteinde, de Machinesloot en een klein deel van Bovenveen rond de Van der Palmstraat en Damsigt al voor 1948 bebouwd. Het overige deel van de gemeente bestond destijds nog uit agrarisch gebied.

Afbeelding 3, Voorburg in 1948 Tegen het einde van de negentiende eeuw werd een trambaan aangelegd die het toenmalige treinstation “Staatsspoor” in Den Haag (dit lag op de plaats van het huidige Centraal station in Den Haag) verbond met Leidschendam, Voorschoten en Leiden. Deze in 1885 aangelegd stoomtramverbinding liep over de Koningin Wilhelminalaan, de Parkweg en het Oosteinde parallel aan de Vliet naar Leidschendam en bracht de vestiging van forenzen met zich mee. In 1924 werd de enkelsporige stoomtramverbinding vervangen door een elektrische tram met een dubbelspoor, de zogenaamde “Blauwe tram”. Aan de Parkweg bevond zich op de plaats van het huidige Van Wassenaar Hoffmanplein een remise. De tramlijn is opgeheven in de jaren zestig. Eind jaren tachtig zijn woningen gebouwd op het Van Wassenaar Hoffmanplein na de sloop van de remise. De tramrails op het plein zijn opgenomen in de inrichting van het plein als herinnering aan de “Blauwe tram”. Na 1945 kwam de woningbouw in geheel Nederland geleidelijk op gang. In Voorburg zette de verstedelijking in hoog tempo door. In de jaren ’50 werd het grootste deel van het gebied tussen de Laan van Nieuw Oosteinde en het Park ’t Loo bebouwd. Vanaf de jaren ’60 volgde de wijk ’t Loo, destijds het gebied tussen het gelijknamige park en het tracé van RandstadRail.

De wijk Essesteijn aan de oostzijde van het RandstadRailtracé was in de jaren ’70 de laatste grote wijk die werd ontwikkeld. Vanaf de jaren ’80 was Voorburg binnen de toenmalige gemeentegrenzen een vrijwel geheel verstedelijkt gebied. In dit gebied waren nog wel onbebouwde locaties aanwezig doordat geplande gebouwen uiteindelijk niet waren gerealiseerd. Zo zijn plannen voor een nieuw raadhuis en een cultureel centrum, beide aan de Prins Bernhardlaan, nooit doorgegaan. Ook voor de aanleg van de huidige N14 (Sijtwendetracé) was een strook grond vrij gehouden van bebouwing. De weg is in 2003 in gebruik genomen. Het wegtracé bevindt zich grotendeels in een tunnel met woningen daar direct naast. Sindsdien bestaan onbebouwde gebieden in Voorburg alleen nog uit parken, sportvelden, volkstuinen en dergelijke. Sinds 1980 bestonden de ruimtelijke ontwikkelingen in het 'bebouwde stedelijke gebied' van Voorburg vooral uit het bebouwen van nog niet ingevulde locaties en het slopen van bestaande bebouwing, gevolgd door nieuwbouw met een bijbehorende terreininrichting. Sinds 1980 zijn dergelijke herontwikkelingsplannen op diverse locaties in het stedelijk gebied uitgevoerd.

Enkele voorbeelden zijn: Het appartementencomplex in Voorburg West aan de Trekvliet, tussen de Geestbrugweg en de Broeksloot, begin jaren tachtig gebouwd op het vroegere bedrijventerrein van de firma Zwaan; De eerder genoemde seniorenwoningen aan het Van Wassenaar Hoffmanplein, in de tweede helft van de jaren tachtig gebouwd op de plek van de vroegere tramremise van de “Blauwe tram”; Het in de jaren tachtig gebouwde wooncomplex Oude Haven op het destijds braakliggende terrein tussen Raadhuisstraat en de Vliet en het ook in die tijd gebouwde gemeentekantoor aan de Herenstraat 42, grenzend aan het wooncomplex. In 2019 is een plan ontwikkeld voor vervangende

14

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk bebouwing ter plaatse van dit kantoor (zie 2.2.8 Nieuwe ontwikkelingen); In Voorburg Midden is het terrein tussen de Frans Mortelmansstraat, de Spinozalaan, de Prins Bernhardlaan en Koningin Julianalaan tot de jaren negentig onbebouwd gebleven onder andere doordat een hier gepland cultureel centrum niet werd gerealiseerd. Op deze Corbulolocatie is een plan met woningen (waaronder het “zeilschip), kantoren, overige commerciële ruimten en een parkeergarage in twee lagen gebouwd; Ook in Voorburg Midden, tegenover de Corbulolocatie was op de hoek van de Koningin Julianalaan en de Marcellus Emantslaan een kantoor van Rijkswaterstaat gevestigd. Na de sloop van het kantoor is in het jaar 2000 het seniorencomplex “Residentie Prinsentuin” gebouwd; Tevens is in Voorburg Midden het begin jaren zestig gebouwde winkelcentrum ‘de Julianabaan’ in de tweede helft van de jaren negentig opnieuw ingericht, waarbij tevens nieuwe winkelruimten in het bestaande centrum zijn gerealiseerd; In Voorburg Noord zijn in de Van Heurnstraat portiek-etagewoningen van voor de tweede wereldoorlog in de jaren negentig gesloopt en vervangen door nieuwe appartementen (nummers 95-161).

Ook de kort naoorlogse portieketagewoningen aan de Graaf Florisstraat (aan één straatzijde) zijn gesloopt en vervangen door eengezinswoningen (aan beide straatzijden); In de wijken Bovenveen zijn aan de Holwerdalaan (nummers 3-141) en de Reuvenslaan (nummers 2-252) onbebouwd gebleven terreinen bebouwd met appartementen. Rond de Abraham Douglaslaan de in de jaren zestig gebouwde flatwoningen gesloopt en vervangen door eengezinswoningen en een nieuw appartementencomplex. Als meer recente herontwikkelingen kunnen bijvoorbeeld worden genoemd: In Voorburg Midden aan de Marcellus Emantslaan en de Johan de Meesterstraat, grenzend aan het winkelcentrum De Julianabaan, zijn na de sloop van de “Mondriaanschool” eengezinswoningen gebouwd volgens een plan uit 2015 (afbeelding 4): In de wijk Voorburg West bevonden zich bedrijfsgebouwen op het terrein bij de Watertorenlaan, de Vliet en het Park Middenburg (afbeelding 5). In 2017 is het stedenbouwkundig plan “Vlietoevers” ontworpen voor woningen, passend bij Voorburg West en ter vervanging van de bedrijvigheid (afbeelding 6); Op het terrein bij de hoek van de Prinses Beatrixlaan en de Monseigneur Van Steelaan bij het park ‘t Loo bevond zich de in 1960 gebouwde Goede Herderkerk (afbeelding 7). Na de sloop van de kerk zijn 38 appartementen gebouwd volgens een plan uit 2016 (afbeelding 8).

Bij het opstellen van dit bestemmingsplan waren ook al voorbereidingen getroffen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen zoals bijvoorbeeld rond de Rijnlandlaan door de sloop van het vroegere college ‘t Loo en aan de Prinses Beatrixlaan door de sloop van het vroegere C.B.S. kantoor.

Afbeelding 4, plan uit 2015 eengezinswoningen Marcellus Emantslaan

Toelichting (vastgesteld)

15

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 5, bedrijfsgebouwen aan de Vliet en het Westeinde in 1964 (foto KLM)

Afbeelding 6, stedenbouwkundig plan Vlietoevers uit 2017 met 62 woningen

Afbeelding 7, Goede Herderkerk in 1960 gebouwd Afbeelding 8, plan uit 2016 voor 38 appartementen aan het park 't Loo ter vervanging van de Goede Herderkerk 2.1.1.2 Leidschendam Net als de Oude Dorpskern van Voorburg is ook de kern van Leidschendam ontstaan op de eerste strandwal langs de Vliet bij de overgang tussen het vroegere duingebied en het veenweidegebied. Op een kaart uit 1570 (uit de atlas theatrum orbus terrarum) is zichtbaar dat een duinenrij parallel aan de Vliet aanwezig is, de oude strandwal die later is afgetopt, globaal gelegen tussen de huidige Oude Trambaan en de Vliet. Van de periode voor de Romeinse tijd, tot 57 voor Christus zijn overblijfselen gevonden van de zogenaamde Vlaardingen-cultuur ter plaatse van de strandwal. Dit was een bevolkingsgroep die zich 5000 jaar geleden op de strandwallen langs de Nederlandse kust vestigde. Van deze eerste bewoners zijn nog niet veel vindplaatsen ontdekt (of bewaard gebleven?) in het plangebied, wat niet geldt voor bewoningsresten uit de Romeinse tijd (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed). De Romeinen hebben nadrukkelijk hun stempel gedrukt op het grondgebied van de gemeente en de regio. De door de Romeinen gegraven Corbulogracht verbond de Oude Maas met de Rijn en liep behalve door Voorburg ook door Leidschendam.

De Corbulogracht en waarschijnlijk ook een Romeinse weg hebben dwars door de plek van het huidige Damcentrum gelopen. Na het vertrek van de Romeinen verviel de vaarweg. De waterscheiding halverwege (zie ook: 2.1.1.1 Voorburg) bleef bestaan de deze zou op den duur de basis vormen voor de tot op heden intact gebleven landscheiding tussen de Hoogheemraadschappen van Rijnland en Delfland. Vanaf de 7e en het begin van de 8e eeuw begint de ontwikkeling van het huidige cultuurlandschap en groeide een net van verbindingsroutes die nog terug zijn te vinden, zoals de Parkweg, het Oosteinde, de Voorburgseweg, de Koningin Julianaweg en Veursestraatweg. Een bijzondere historische structuur die nog steeds van belang is, is de landscheiding. Deze dijk vormt sinds 1246 een belangrijke waterscheiding tussen de Hoogheemraadschapsgebieden Delfland en

16

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk Rijnland, die een andere peilhoogte kennen. De dijk loopt in het plangebied 'onder' de Venestraat naar de sluis en verder naar de Noordelijke randweg richting Den Haag. Deze dijk werd in het begin van de veertiende eeuw afgedamd in de Vliet. Waardoor direct doorgaand scheepsverkeer niet meer mogelijk was. Eeuwenlang bleef de hindernis voor een vlotte scheepvaart de 'overhaal'. Hier moesten schepen met de hand over de 'Leytsche Dam' worden getrokken. Op het punt waar de Vliet en de landscheidingsdijk elkaar kruisten, de plek van het huidige sluiscomplex, is Leidschendam ontstaan. Waarschijnlijk is de plaats rond de sluis en de dam vanaf 1300 bewoond. Zo is Leidschendam ontstaan op een kenmerkend kruispunt in het landschap, waar de rond 1281 gegraven Vliet en de landscheiding – de dijk tussen Rijnland en Delfland - elkaar kruisten. Rond dit kruispunt ontstond een kleine nederzetting, het oponthoud bij de dam trok handelaren en herbergen aan (afbeelding 9). De nederzetting ontwikkelde zich op de beide oevers van de Vliet tot een kern van ambachts- en koopmanswoningen met herbergen. Rond 1850 besloten de Provinciale Staten van Zuid-Holland de toenmalige sluis uit de zeventiende eeuw te vervangen door een nieuwe sluis en twee sluisbruggen. Deze zijn in 1887 gebouwd en tot heden in gebruik.

De kenmerkende pleinruimte tussen de beide kerken aan de Vliet ontstond bij de bouw van deze sluis, doordat een deel van de voormalige sluiskom werd gedempt. Net als in Voorburg zijn in en rond de Leidschendamse kern de nodige monumenten te vinden, zoals de sluis zelf met de twee kerken en koopmanswoningen uit de 17e, 18e en 19e eeuw en buiten de oorspronkelijke kern het Raadhuis aan het Raadhuisplein 1 en aan de Koningin Julianaweg de boerderij Westbosch waarvan de oudste delen dateren uit de zeventiende eeuw. Evenals in Voorburg is de Leidschendamse kern aangewezen als beschermd dorpsgezicht (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed). Van de zestiende tot aan de negentiende eeuw bestond Leidschendam buiten de historische kern voornamelijk uit weiland en akkerland met slechts enkele boerderijen. Langs de Vliet zijn enkele landhuizen of bouwmanswoningen ontwikkeld. Van oudsher zijn de Parkweg (in Voorburg), het Oosteinde, de Voorburgseweg, de Koningin Julianaweg en de Veursestraatweg, gelegen op de oude strandwal, bepalend geweest voor de ontsluiting van de direct naast de strandwallen gelegen boerderijen.

Afbeelding 9, historische kern Leidschendam

Toelichting (vastgesteld)

17

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 10, Leidschendam in 1948

Afbeeldingen 11 en 12, Raadhuis Leidschendam

Afbeelding 13, burgemeester Banning met het uitbreidingsplan NOORD 1957

18

Afbeelding 14, bouw van De Prinsenhof in 1963

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 15, Leidschendam in 1963 Tegen het einde van de negentiende eeuw werd parallel aan de Vliet een trambaan aangelegd, waaraan de Oude Trambaan zijn naam te danken heeft. Op de noordhoek van de Damlaan (ten westen van de wijk ‘de Rietvink’) was een halte van de stoomtram (sinds 1885). De aanwezigheid van de stoomtramverbinding bracht de vestiging van forenzen met zich mee. In 1924 werd de enkelsporige stoomtramverbinding vervangen door een elektrische tram met een dubbelspoor. De laatste rit van deze elektrische tram van Den Haag naar Leiden was op 9 november 1961 en werd de Oude Trambaan een doorgaande weg. Leidschendam is later verstedelijkt dan Voorburg en is lang een dorp met een sterke nadruk op agrarische activiteiten gebleven (afbeelding 10). Na de samenvoeging van de toenmalige kernen Veur en Stompwijk tot Leidschendam, is eerst rondom de kleine kern van Leidschendam gebouwd. In dit toenmalige tuinbouwgebied verrees in 1915 een eerste woningbouwcomplex met arbeiderswoningen rond de 'Karpaten'. In 1925 volgde de 'Rode Pannenbuurt', nu gemeentelijk monument. Een woningbouwcomplex bestaande uit zeven woningbouwblokken. Het eerste deel van het Leidschendamse raadhuis dateert uit 1941 (afbeeldingen 11 en 12). Voor 1950 vonden in Leidschendam relatief weinig uitbreidingen plaats.

Deze waren voornamelijk geconcentreerd rond de Voorburgseweg, de Koningin Julianaweg, de Zijdestraat, de Delftsekade en de Nieuwstraat. Naast enkele middeleeuwse boerderijen ten westen van de Mauvelaan dateert de bebouwing overwegend uit de jaren '50 van de vorige eeuw. Ook het zogenaamde Dr. Neher-laboratorium stamt uit 1950. Niettemin bleef Leidschendam tot aan de tweede wereldoorlog maar ook nog in de jaren vijftig een kleine dorpskern aan de Vliet waarbij het grootste deel bestond uit akker- en weilanden. De woonbuurten die tot 1960 zijn gebouwd, onder andere het Raadhuiskwartier en de woongebieden achter de Damlaan, in de omgeving van de Plaspoelstraat en de Rijnlandstraat, verschillen sterk van elkaar. De bebouwing in het Raadhuiskwartier omvat veel eengezinswoningen en sluit goed aan op de oudere (dorps)bebouwing. De bebouwing aan de Plaspoelstraat en Rijnlandstraat bestond voornamelijk uit meergezinswoningen (waarvan inmiddels veel zijn gesloopt, zie verder bij plan Damcentrum) die juist afweken van de kleinschalige (dorps)bebouwing. Zoals eerder vermeld kwam na de tweede wereldoorlog de woningbouw in geheel Nederland geleidelijk op gang. Om de woningnood van destijds tegen te gaan werden bestaande kernen uitgebreid, waarbij in hoger tempo dan in het verleden nieuwe stads- en dorpsuitbreidingen tot stand werden gebracht.

Ook Leidschendam heeft deze ontwikkeling doorgemaakt, maar de uitbreidingen op grote schaal vonden

Toelichting (vastgesteld)

19

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk vanaf 1960 plaats, op basis van het uitbreidingsplan Noord dat in 1957 was gepresenteerd (afbeelding 13). Het gehele plan, dat voorzag in zes vrijwel op zichzelf staande wijken, namelijk Laanzicht, De Heuvel, De Zijde, Amstelwijk, Prinsenhof (afbeelding 14) en Duivenvoorde, zou ruimte moeten bieden aan 25.000 Hagenaars. Na 1960 is, met de woonbebouwing in de Zijde-polder, de Van Ruysdaellaan in noordelijke richting overschreden. De hier gerealiseerde uitbreidingen, vooral de zeer grootschalige woonblokken van De Heuvel en De Prinsenhof geven Leidschendam vanaf die tijd een geheel ander aanzien (afbeelding 15). Ook werden in de jaren zestig ten westen van de het Plaspoelstraat nabij het Damcentrum enkele rijkskantorenflats gebouwd die qua omvang en verschijningsvorm eveneens sterk afweken van oudere dorpsbebouwing. De asymmetrische groei van de grote uitbreidingen in noordwestelijke richting heeft ertoe bijgedragen, dat het oude centrum enigszins excentrisch ten opzichte van de deze woongebieden is komen te liggen. Deze ontwikkeling heeft geleid tot realisering van nieuwe centra in Leidschendam Noord, zoals scholen, het ziekenhuis en het winkelcentrum Leidsenhage.

Tot de jaren tachtig werd het grootste gedeelte van de huidige wijken ’t Lien en De Rietvink in beslag genomen door tuinderijen met kassen, plaatselijk afgewisseld met onbebouwde, in agrarisch gebruik zijnde terreinen (weiland). Naast kassenbouw waren er in het gebied een aantal verspreid liggende woningen aanwezig, veelal bewoond door eigenaren van de tuinbouwbedrijven. Ook de huidige Verzetsheldenwijk was nog een tuinbouwgebied. Vanaf 1980 startte de bouw van ’t Lien en De Rietvink als de laatste grote uitbreidingswijken van het huidige Leidschendam. Als uitvloeisel van de fusie in 2002 werd de in ontwikkeling zijnde Leidschendamse wijk Leidschenveen bij buurgemeente Den Haag gevoegd. Sinds die tijd bestaat de bebouwde kom van Leidschendam evenals Voorburg geheel uit verstedelijkt gebied. Onbebouwde gebieden in dit gebeid bestaan sindsdien alleen nog uit parken, sportvelden, volkstuinen e.d. Het verschil met de kern Voorburg is wel, dat de bebouwde kom van Leidschendam grenst aan het landelijk gebied van de gemeente rond Stompwijk en ter plaatse van de Duivenvoordecorridor, terwijl Voorburg grenst aan de eveneens stedelijke gebieden van Den Haag en Rijswijk.

Sinds de bouw van ’t Lien en De Rietvink en de Verzetsheldenwijk bestonden ook in Leidschendam de ruimtelijke ontwikkelingen vooral uit het slopen van bestaande bebouwing en in plaats daarvan, de realisering van nieuwbouw met een nieuwe inrichting van de directe omgeving. Voorbeelden van dergelijke nieuwbouw binnen het stedelijke gebied zijn: De bouw van de Verzetsheldenwijk in de jaren 1980 die in grote lijnen het laatste deel vormde van de uitbreidingen in het vroegere tuinbouwgebied, tussen de Looierslaan op de grens met het vroegere Voorburg en de eerder ten westen van de Bachlaan gerealiseerde bebouwing zoals de Rode Pannenbuurt en het Dr. Neherlaboratorium; Het in 1992 gebouwde kantoor op de hoek van de Noordsingel, Bachlaan en Van Ruysdaellaan op een onbebouwd gebleven terrein (weiland); In 2000 is de 'Raadhuisstaete' gerealiseerd aan de Bachlaan en de Verzetsheldenstraat. Tegenover het gemeentekantoor. In 2011 het 'Kwadrant' gerealiseerd op de hoek van de Bachlaan en de Voorburgseweg.

Dit zijn beide appartementencomplexen met voorzieningen in de 'plint'; Het in 1995-1997 gerealiseerde gemeentekantoor kreeg in 2014-2015 een uitbreiding aan de Bachlaan; Bij de uitvoering van het revitaliseringsplan voor De Prinsenhof hoog zijn de bestaande flatblokken zijn gerenoveerd en het gehele binnengebied, binnen de rechthoekige carré van de flatblokken, kreeg een nieuwe inrichting. Hier zijn de oorspronkelijke voorzieningengebouwen gesloopt. Het vrijkomende gebied is ingericht als park met een forse waterpartij. In dit parkgebied is een basisschool gebouwd. Het revitaliseringsplan voorzag ook in nieuwbouw bij de vier hoeken van het carré. Tot heden is alleen bij de Dillenburgsingel nieuwbouw gerealiseerd, in ‘torenvorm’ op het bestaande flatblok; Het Dr. Neherlaboratorium omvatte kantoren en laboratoria. Deze functies zijn verdwenen en het monumentale gebouw is omgevormd in appartementen en enkele algemeen toegankelijke voorzieningen. Ook is nieuwbouw gepleegd op het voormalige laboratoriumterrein; Het seniorencomplex Mariënpark op de hoek van de Bachlaan en het park bij het raadhuis;

20

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk De eengezinswoningen op de hoek van de Veurse Achterweg en de Prinsensingel ter vervanging van het in 1970 gebouwde ‘Zürichkantoor’. De meest in het oog springende herontwikkelingen in Leidschendam zijn echter ongetwijfeld de transformaties van de twee winkelcentrumgebieden het Damcentrum en Leidsenhage (inmiddels met de naam Westfield Mall of the Netherlands). Plan Damcentrum: De historische kern van Leidschendam is ontstaan op het kruispunt van de Vliet en de landscheidingsdijk, de plek van het huidige sluiscomplex en directe omgeving. De historische gegroeide structuur van de Damlaan, Damstraat, sluis en Venestraat is tussen 1950 en 1980 verstoord door een tweetal ingrijpende ontwikkelingen: 1. Omdat de Damstraat te smal was voor het toenemend gemotoriseerd verkeer werd een verkeersdoorbraak naar de westelijke sluisbrug gerealiseerd waarvoor panden aan de sluis werden gesloopt. Via deze doorbraak werd het verkeer vanaf de sluis diagonaal naar de Damlaan geleid via het zo gevormde Damplein. Dit nieuw geïntroduceerde plein had een veel grotere maat en schaal dan de pleinruimte rond de sluis. Mede daardoor ontbrak de samenhang tussen beide pleinen; 2. Een tweede ingrijpende ontwikkeling was de realisering van een relatief grote hoeveelheid portiekflats die na de doorbraak zijn gebouwd.

De flatblokken van 4 lagen weken qua schaal, verschijningsvorm en verkavelingstype sterk af van de historische structuur en bebouwing. De grootschalige bebouwing en straatwanden plus het grootschalige Damplein direct naast het kleinschalige historische centrum verstoorden de historische structuur waarbij de samenhang tussen oud en nieuw volledig ontbrak. In 2004 heeft de gemeente het Masterplan Damcentrum vastgesteld. Het plan is gericht op een grondige reconstructie van het Damcentrum (afbeelding 16), met als doel de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren en het Damplein met de directe omgeving een aantrekkelijker en gezelliger aanblik te geven.

De belangrijkste uitgangspunten zijn (afbeelding 17): Behoud van de ruimtelijke structuur, gekenmerkt door het historische stratenpatroon van met name de routes over de landscheiding en langs de Vliet en met het sluiscomplex als “brandpunt” van de routes; Bij nieuwbouw een kleinschalige parcellering, geen eentonige gevelwanden maar individueel herkenbare panden met afwisselende hoogte (merendeels twee tot vier lagen), breedte en kapvorm; Op een aantal markante plekken een hoogteaccent in de bebouwing; Handhaving van bestaande zichtlijnen, met name over het water van de Vliet; Herinrichting van het Damplein, het “zwaartepunt” van het centrum dat de kruising van de landscheiding en de Vliet Markeert (waar ooit de ontwikkeling van Leidschendam is begonnen) met woon-winkelpanden die de oude structuur zoveel mogelijk volgen; Met aan de Sluiskant het accent op horeca en inrichting van terrassen in een aantrekkelijk verblijfsgebied; De Damlaan, met de historische panden als aanloopgebied waar speciaalzaken en wonen gemengd zijn; De Venestraat, met zijn gemengde kleinschalige bebouwing en gemengd karakter, het accent op detailhandel en cultuur behoudt; Voor het gehele gebied het wonen boven winkels en andere voorzieningen stimuleren; Versterking van de oriëntatie op het water.

Enerzijds door meer aandacht voor de Vliet met de kades, anderzijds door nieuw water in het gebied; Een afwisselende en herkenbare inrichting van het gebied met duidelijk afgebakende straten, grachten, pleinen en doorsteken. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan was het plan Damcentrum grotendeels voltooid.

Toelichting (vastgesteld)

21

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 16, situatie Damcentrum in 2004

Afbeelding 17, situatie volgens plan

Afbeelding 18, maquette Leidsenhage uit 1964

Afbeelding 19, Leidsenhage in aanbouw 1971

Afbeelding 20, Plankaart 1997 Leidsenhage

Afbeelding 21, Westfield Mall of the Netherlands

Van Leidsenhage naar de Westfield Mall of the Netherlands: In 1971 werd winkelcentrum Leidsenhage geopend (afbeeldingen 18 en 19). Een belangrijke aanleiding voor de bouw was het ontlasten van de historische kern van extra verkeer en drukte. Winkelcentra zoals Leidsenhage en bijvoorbeeld ook 'In de Bogaard' in Rijswijk, waren gebaseerd op de gedachte van de “functionele stad” met een sterke functiescheiding tussen wonen, werken en recreatie en op de bereikbaarheid met de (sterk in opkomst zijnde) auto. De gerichtheid op de auto was vooral herkenbaar door de grote parkeerterreinen aan de randen van het winkelcentrum. Die terreinen vormden overigens wel een “ruimtelijke barrière” tussen het centrum en de omliggende woonwijken. Na de opening van het winkelcentrum in 1971 werden meerdere aanpassingen verricht, zoals in 1998

22

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk met toevoeging van twee grote supermarkten, een nieuwe winkelstraat (Liguster) met daaraan gekoppeld een verhoogd parkeerdek en horecapaviljoens aan het water (afbeelding 20). In 2003 werd de Sijtwendetunnel geopend en kreeg Leidsenhage een nog directere autoverbinding met het Rijkswegen netwerk. In 2010 kreeg het winkelcentrum een nieuwe tramverbinding, tramlijn 19 die Leidsenhage verbond met de woonwijken Leidschenveen, Ypenburg en de stad Delft. In 2008 en 2009 zijn scenario's ontwikkeld voor een ingrijpende vernieuwing van winkelcentrum Leidsenhage. Deze zijn vastgelegd in een uitgangspuntennotitie (gemeenteraad, 7 juli 2009) bedoeld om richting te geven aan de vernieuwing. In 2011 werd gekozen voor uitwerking van het scenario dat uitging van een positionering als “Het winkelcentrum in Zuid-Holland, zichtbaar vernieuwend en top in de regio.” Van 2011 tot 2013 werd gewerkt aan de “Gebiedsvisie herontwikkeling winkelcentrum Leidsenhage” die resulteerde in een plan voor renovatie van het bestaande winkelcentrum en nieuwbouw ter plaatse van gesloopte kantoorbebouwing en parkeerterreinen.

Voor de interne routing werd een 8-vormig winkelcircuit voorgesteld (afbeelding 21) door middel van verschillende entrees en entreepleinen gekoppeld aan de omgeving en aan drie parkeergarages (de bestaande garage aan de Noordsingel, een nieuwe parkeergarage aan de Burgemeester Banninglaan en een extra parkeerdek boven de parkeerterreinen aan de Heuvelweg). De bezoekers worden door het winkelcircuit geleid via een aantal strategisch geplaatste publiekstrekkers, grote veel bezochte winkels en met ook een bioscoop om bezoekers langer in het winkelcentrum te laten verblijven. Het winkelcentrum wordt volledig overkapt en geklimatiseerd met winkels van één of twee lagen hoog die, zowel bij de nieuwbouw als bij het renovatiedeel, gekenmerkt werden door dubbelhoge winkelfronten. Alleen enkele bestaande gebouwen, bleven meer lagen tellen. Speciale aandacht kreeg de relatie en integratie van winkelcentrum, park en vijver. Voor het nieuwe winkelcentrum is een ruimtelijk concept ontworpen, waarbij een “bebouwingsschil” rond de gehele centrum er voor zorgt dat sprake is van één herkenbaar en samenhangend gebouw. De 'schil' is uitgewerkt als een zeer geprononceerde dakrand die overgaat in grote en hoge luifels bij de entrees. Hiermee is tevens de ruimtelijke relatie met de omliggende woonwijken versterkt. Het parkeren is “grotendeels in gestapelde vorm” binnen het centrum gesitueerd.

2.1.1.3 Stompwijk De ontwikkeling van de kern van Stompwijk bij het Zoetermeersche Meer begint vanaf de late middeleeuwen (ca. 1200). Voor deze tijd was het gebied woest en vrijwel onbewoond, een uitgestrekt veengebied met wilgenstruweel, alleen interessant voor jagers en vissers. Midden dat gebied lag een natuurlijk meer, het Zoetermeersche Meer dat via een stroompje afwaterde naar de Oude Rijn. De graaf van Holland nam het initiatief tot massale ontginning van het veengebied. De ontginning van Stompwijk begon met de aanleg van de Stompwijkse Vaart die loopt van Leidschendam tot aan Zoeterwoude. Het dorpslint groeide langs beide kanten van de vaart als gevolg van het feit dat vanuit twee zijden ontginning van veengronden plaatsvond. Doordat de vaart niet ontgraven werd en de omgeving wel, kwam de vaart met bebouwingslint aanzienlijk hoger te liggen dan de omringende droogmakerijen. Dit is tegenwoordig nog steeds goed te zien op de Stompwijkseweg en de Dr. Van Noortstraat. De Dr. Van Noortstraat was bij de ontginning in ca. 1200 een smalle weg die gebruikt werd als jaagpad langs de vaart. In ca. 1850 werd dit jaagpad verbreed tot karrenspoor met half verharding. In 1902 werd er in het midden een zogenaamd paardenpad met klinkers aangelegd, waarop paarden konden lopen. Vanaf 1934 werd het gemotoriseerd wegverkeer belangrijker en werd de hele weg in klinkerverharding uitgevoerd.

Vanaf circa 1960 werd het vaarverkeer definitief door de auto overgenomen en langzamerhand verdwenen de ophaalbruggen over de Stompwijkse Vaart en maakten plaats voor vaste lage bruggen. In 1967 werd de huidige kademuur aangelegd door de oude kade te verhogen en te versterken. Stompwijk was tot 1960 wezenlijk onderdeel van het landschap. Het vormde een verbijzondering binnen de open weilanden. De vaart langs de Dr. Van Noortstraat, met de dijken er langs, verwijzen direct naar het polderlandschap. De boerderijen langs de Stompwijkseweg zijn direct aan het achterliggende land gerelateerd. Woningen werden op of aan de dijk gebouwd om 'droge voeten' te houden. Vanaf de wegen was, tussen de losstaande bebouwing door, het landschap overal goed te ervaren. Verdichting van de

Toelichting (vastgesteld)

23

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk lintbebouwing vond plaats rond de kerk, bij de aansluiting tussen de Meerlaan en de Stompwijkseweg en waar het lint belangrijke waterwegen kruiste. Vanaf de jaren '60 zijn er drie ruimtelijke ontwikkelingen geweest die de verweving tussen dorp en landschap veranderden: Aan weerszijden van de Meerlaan zijn nieuwbouw buurten aangelegd; Aan de oostkant van de dorpskern is de provinciale weg N206 aangelegd; Al eerder - na de jaren '30 van de vorige eeuw - is stap voor stap een kassengebied ontwikkeld achter de lintbebouwing van de Dr. Van Noortstraat. 2.1.2

Bestaande situatie

Tegenwoordig strekt het stedelijk gebied zich uit vanaf de Trekvliet aan de westzijde tot en met Schakenbosch aan de westzijde van de gemeente. Het gebied bestaat volledig uit bebouwing met de daarbij behorende wegen, pleinen en groenvoorzieningen zoals parken, sportvelden, volkstuinen e.d. Grote braakliggende terreinen komen hier niet meer voor. 2.1.2.1 Ruimtelijke structuur De ruimtelijke structuur, de rangschikking van bebouwde en onbebouwde ruimten, is in de loop der tijd gegroeid vanuit het oorspronkelijke landschap. De ruimtelijke structuur van de gemeente is namelijk bepaald door de geomorfologische ondergrond en de ontstaansgeschiedenis. Het oorspronkelijke landschap, bestaande uit strandwallen en vlaktes evenwijdig aan de kust en aan de Vliet vormde de basis voor de ruimtelijke ontwikkeling (zie ook: Ontstaansgeschiedenis). De hoogteligging van het grondwaterpeil was in eerste instantie bepalend voor de locatie van de oudste bebouwing. Daardoor is de oude kern van Voorburg op de oudste en breedste strandwal, grenzend aan de Vliet, gebouwd. Vanaf de 16e en vooral de 17e eeuw, ontstonden ook op de hoger gelegen strandwal langs de Vliet de buitenplaatsen die in Voorburg West nog steeds voor een groot deel herkenbaar zijn in de vorm van openbare parken (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed).

Op basis van de structuurvisie Ruimte voor Wensen (Bijlage 3) volgden de occupatiepatronen of bebouwingsontwikkelingen van oudsher hoofdzakelijk de structuur van de strandwallen parallel aan de kustlijn. De strandwallen, ontstaan uit het oorspronkelijke duinlandschap, vormden en namelijk een draagkrachtige ondergrond die geschikt was voor de aanleg van wegen en bebouwing. Ook de Vliet, gegraven op de grens van het strandwallen- en veenweidelandschap, ligt parallel aan de kust. Deze “parallelstructuur” is in de huidige tijd nog steeds goed herkenbaar door de langgerekte verbindingen parallel aan de kust en aan de Vliet. Oorspronkelijk bestonden weinig dwarsverbindingen. Deze waren korter en hadden minder een verbindende c.q. doorgaande functie. De parallelstructuren evenwijdig aan de Vliet, met de route Westeinde-Herenstraat-Oosteinde als de historisch belangrijkste wegverbinding, verbindt de twee kernen Voorburg en Leidschendam. Zo ontstond vanuit het oorspronkelijke landschap de basis voor een patroon van verschillende parallelle zones met woningbouw en voorzieningen, van elkaar gescheiden door wegen, groenstructuren en parken, dat nu nog voor een groot deel de ruimtelijke structuur van het stedelijk gebied bepaalt. Ook de later aangelegde verbindingen de spoorbaan Den Haag-Leiden, de Prins Bernhardlaan-Noordsingel en Mgr.

van Steelaan-Heuvelweg volgen de richting van de parallelstructuur. De later aangelegde dwarsverbindingen zoals de Utrechtsebaan en het Sijtwende-tracé (N14) liggen juist (vrijwel) haaks op deze parallelstructuur, maar wijken af van het beeld dat de overige verbindingen laten zien. Door de verhoogde ligging vormt de Utrechtsebaan een sterk beeldbepalende “doorsnijding” van de ruimtelijke structuur. Door de aanleg de N14 in een(land)tunnel, gecombineerd met daarop aansluitende bebouwing, is het Sijtwendetracé juist minder direct zichtbaar in de ruimtelijke structuur. Structuur bepalende verbindingen: Volgens de structuurvisie Ruimte voor wensen zijn de specifieke kenmerken van de parallelle- en dwarsverbindingen (zie afbeelding 22) als volgt te typeren. Vliet: De Vliet en de Vlietoevers hebben een hoge cultuurhistorische waarde dankzij de aanwezigheid van oorspronkelijke landgoederen - zoals het Park Middenburg en de Hofwijcktuin in Voorburg - en de twee historische kernen Oud-Voorburg en Leidschendam-Centrum. De Vliet is ook een belangrijke vervoersader over water en één van de belangrijke groenzones in de gemeente.

24

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Historisch lint: De oudste verbinding over de eerste strandwal via het Westeinde, de Herenstraat en het Oosteinde verbindt evenals de Vliet de historische kernen van Voorburg en Leidschendam. Aan deze van oorsprong middeleeuwse route bevinden zich monumenten en oorspronkelijke landgoederen (zie ook: Hoofdstuk 10 Cultureel erfgoed).

Afbeelding 22, structuur bepalende weg- water en groenverbindingen

Toelichting (vastgesteld)

25

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

Afbeelding 23, Prins Bernhardlaan-Noordsingel met groen en hoogte-accenten Centrale groenzone: De Centrale Groenzone vormt één van de belangrijke groene zones in de gemeente en vormt samen met de verkeersroute Prins Bernhardlaan-Noordsingel, de “ruggengraat” van de auto-ontsluiting voor het stedelijk gebied. Enkele knooppunten worden geaccentueerd door hoogbouw (afbeelding 23). Infra-as: Op de route Koningin Julianalaan - Mgr. van Steelaan - Heuvelweg zijn openbaar vervoerslijnen geconcentreerd. De as heeft een stedelijk en deels groen karakter. Spoorzone: De zone flankeert de spoorlijn Den Haag - Leiden en vormt een herkenbare grens met Den Haag aan de noordwestzijde van de gemeente. Het is ook een groene zones met tevens een belangrijke functie als waterbuffer. Loo-zone: De visueel doorgaande groene ruimte verbindt de spoorzone met de Vliet. Hier zijn bijzondere cultuurhistorische waarden te vinden zoals de monumentale buitenplaats Vreugd en Rust en de van oorsprong middeleeuwse Broeksloot. Utrechtsebaan: De Utrechtsebaan, die vanaf het Prins Clausplein overgaat in de A12, is de hoofdontsluitingsweg voor Voorburg, het bedrijventerrein De Binckhorst en de Haagse binnenstad. De deels hooggelegen Utrechtsebaan en het naastgelegen spoor vormen een fysieke barrière die sterk van invloed is op het omliggende gebied. De weg geeft toegang tot het rijkswegennet.

Sijtwende: Het Sijtwendetracé / N14 vormt ook een verbinding van het stedelijk gebied en de Haagse regio met het rijkswegennet. Kenmerkend is de inpassing in een landtunnel met direct daarop aansluitende woongebieden. Bachlaan / voorzieningen-as:

26

Toelichting (vastgesteld)

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk De Bachlaan verbindt het regionale winkelcentrum “Westfield Mall of the Netherlands” (voorheen Leidsenhage) met het meer lokaal georiënteerde Leidschendam-Centrum. In combinatie met aanwezige functies zoals het gemeentelijk bestuurscentrum, Raedhuisstaete en het Kwadrant met voorzieningen in de ‘plint’ en het MCH Antoniushove heeft de Bachlaan het karakter van een stedelijke voorzieningen-as. Gebieden: Het stedelijk gebied bestaat voor het grootste deel uit woonwijken met vooral monofunctionele bebouwing ten behoeve van woningen, voorzieningen, winkels, scholen en tevens groen-recreatieve gebieden zoals parken, sportterreinen, volkstuinen e.d. In de centrumgebieden komt een 'menging' van functies voor. Op enkele locaties bevinden zich specifieke kantoren- en bedrijventerreinen. De bebouwing in het stedelijk gebied is in diverse tijdvakken tot stand gekomen waardoor kenmerkende verschillen in bebouwingskenmerken zijn ontstaan. In de gemeentelijke welstandsnota (Bijlage 7) zijn de diverse kenmerken van de bebouwing getypeerd. In hoofdlijnen zijn deze kenmerken zijn als volgt samen te vatten. Historische kernen: Het stedelijke gebied van Leidschendam is ontstaan vanuit de twee historische kernen (afbeeldingen 24 en 25) en het historisch lint dat de twee kernen met elkaar verbindt.

Kenmerkend voor de historische bebouwing zijn vooral het individuele karakter van de panden (parcellering) met per pand veel variatie in breedte, hoogte en verschijningsvorm. Vooroorlogse bebouwing: De buiten de historische kern eeuw gerealiseerde vooroorlogse bebouwing heeft in Voorburg een veel grotere omvang dan in Leidschendam. In de welstandsnota worden de verschillende delen van deze bebouwing aan de hand van de specifieke kenmerken gedetailleerd aangeduid. De typeringen zijn ‘Rooilijn stedenbouw’, ‘Stratenplannen’, ‘Stadsblokken’ en ‘Villaparken’. In grote lijnen beschreven, sluit de bebouwing in de wijken Voorburg West, Oud en Damsigt qua hoogte (vooral grondgebonden laagbouw) en dichtheid duidelijk herkenbaar aan op de kleinschaligheid en het dorpse karakter van de Voorburgse kern. In de welstandsnota is een deel van deze vooroorlogse bebouwing getypeerd als ‘Villapark’ (afbeelding 26), vanwege de vooral vrijstaande- en twee onder een kap bouwwijze met grondgebonden woningen met veel ruimte en groen, die goed aansluiten bij de historische kleinschaligheid. Ook na de oorlog zijn overigens woongebieden met de kenmerken van een villapark gebouwd.

De vooroorlogse bebouwing in Voorburg Noord heeft vooral door de in dichtere structuur gebouwde stadsblokken (afbeelding 27), met door de grotere hoogte en gestapelde bouwwijze - meestal in drie lagen - meer verwantschap met de, in dezelfde tijd gerealiseerde bebouwing, in de aangrenzende Haagse woonwijken. De vooroorlogse bebouwing buiten de kern van Leidschendam bestond uit relatief kleine uitbreidingen, zoals de Rode Pannenbuurt, die qua schaal, hoogte en dichtheid aansloten op de kleinschalige historische kern. Wat de bebouwing uit deze tijd samenbindt, is de nog duidelijk herkenbare samenhang met de historische kernen, door de klassieke structuur met een overzichtelijk stratenpatroon en een strikte scheiding tussen voor- en achterzijde van de bebouwing en de kleinschalige opzet van de bebouwing en de open ruimten, die nog vergelijkbaar is met de oude kernen. Wederopbouw: Na de tweede wereldoorlog begon de zogenaamde wederopbouwperiode (1945 - 1965). Vanwege de toenmalige woningnood moest worden gebouwd in grotere aantallen dan voorheen. Bovendien deed het zogenaamde ‘moderne bouwen’ z’n intrede dat van het principe “licht, lucht en ruimte” uitging. Dit leidde tot aanmerkelijke verschillen met vooroorlogse bebouwing. In de welstandsnota zijn deze gebieden grotendeels aangeduid als ‘Tuinstad’.

De open ruimten tussen de bebouwing zijn veel groter dan bij de vooroorlogse bebouwing. Zowel aan de voorzijde (straat) als de achterzijde (binnengebied) bevindt zich meer groen. De bebouwing is hoger en wat ook opvalt is de intrede de flatblokken (afbeelding 28) en de openbare binnenterreinen. De bouwblokken zijn meestal niet meer volledig gesloten waardoor er visueel contact is tussen straat en achterzijde. Deze verschillen hebben ertoe geleid dat de wederopbouwgebieden een ruimer, opener en meestal groener beeld laten zien vergeleken met de vooroorlogse bebouwing.

Toelichting (vastgesteld)

27

bestemmingsplan Herstelbesluit bestemmingsplan Stedelijk

De flatblokken zijn overwegend middelhoog (circa 4-5 lagen), soms hoger op enkele bijzondere plekken, maar meestal is de hoogbouw van wat latere datum. Opvallende bebouwingselementen in de wederopbouwgebieden zijn nog: Het zogenaamde “stempelpatroon” in ’t Loo. De bebouwing bestaat uit een combinatie van drie middelhoge flatblokken gecombineerd met twee kleinere blokjes met eengezinswoningen. Deze “stempels” worden meerdere keren in dezelfde vorm herhaald; De grootschaligheid van De Heuvel en vooral De Prinsenhof. In beide gebieden is de bebouwing gesitueerd in een dubbele carrévorm rond een omvangrijk gebied met groen en kleinschalige bebouwing. Zowel de vorm als de grootschaligheid komen verder niet voor in de gemeente. Suburbaan: Na de realisering van vaak grootschalige flatbebouwing in de wederopbouwperiode werd overgeschakeld naar het suburbaan bouwen (afbeelding 29). Deze bouwwijze kenmerkt zich door de grote aantallen grondgebonden woningen met een ruime groene opzet en met als opvallend kenmerk, dat binnen de woonbuurten het overzichtelijke stratenpatroon en het duidelijke onderscheid tussen voor- en achterzijde zoals dat tot dan werd gehanteerd, veelal werd losgelaten. In Voorburg heeft alleen de wijk Essesteijn deze kenmerken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=97b58b89-5b9a-4e47-9ca0-24d90f3fbfff