CConstaterende datLeidschendam-Voorburg
Koppel je AI →
Document · PDF

2851 Ontwerpbesluit omgevingsvergunning Herentuyn

Raadsvergadering 5 juli 2022, gemeente Leidschendam-VoorburgBij agendapunt: Raadsvoorstel: Ontwerp verklaring van geen bedenkingen Herentuyn Voorburg (2851).20.101 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De verplaatsing in combinatie met de vergroting van de supermarkt maakt dat de supermarkt nog meer als anker binnen het winkelgebied zal gaan fungeren en bewoners meer zal binden aan het Huygenskwartier. De aanleg van de ondergrondse parkeergarage zorgt er tenslotte voor dat een nieuw bronpunt ontstaat in een rustiger gedeelte van de Herenstraat. Als geheel draagt de beoogde ingreep op meerdere facetten bij aan het versterken en vergroten van de vitaliteit van het Huygenskwartier als kernwinkelgebied. Dat komt de kwaliteit van wonen en leven in en rond het gebied ten goede. Vanuit Economie zijn er daarom geen belemmeringen of nadere voorwaarden voor medewerking aan het bouwplan. 4.11 Wonen De gemeentelijke Woonvisie pleit bij nieuwbouwprojecten voor het realiseren van een substantieel aandeel woningen in de sociale sector. Door middel van de ‘Verordening

sociale en middeldure woningbouw’ beschikt de gemeente over een instrument om de realisatie van voldoende sociale en middeldure woningen in bouwprojecten af te dwingen. De Verordening is echter niet van toepassing op projecten waarvoor vóór 1 juli 2020 een intentie- of anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer is gesloten. Die situatie doet zich hiervoor. Gelet hierop zijn er geen beleidsmatige belemmeringen om medewerking te verlenen aan dit plan voor 36 stadswoningen en appartementen in de vrije sector. 4.12 Duurzaamheid Het duurzaamheidsbeleid van de gemeente Leidschendam-Voorburg is erop gericht om in 2050 een klimaatneutrale gemeente te zijn. Om aan deze doelstelling te voldoen hanteert de gemeente bij het beoordelen van bouwplannen een aantal uitgangspunten en voorwaarden op o.a. het gebied van duurzaam bouwen, klimaatbestendigheid, voorkomen van hittestress, bergen en afvoeren van hemelwater, etc. Uit de ruimtelijke onderbouwing blijkt dat in het bouwplan op meerdere punten adequaat rekening wordt gehouden met en uitvoering wordt gegeven aan de vanuit duurzaamheid relevante aspecten. Daarom zijn er vanuit oogpunt van duurzaamheid geen belemmeringen of nadere voorwaarden voor medewerking aan het bouwplan. Eindconclusie Het plan is voor elk kwalitatief-ruimtelijk deelaspect beoordeeld en aanvaardbaar bevonden.

Het eindadvies vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening luidt voor deze aanvraag dan ook dat er medewerking kan worden verleend. Voor de nadere motivering per deelaspect wordt verwezen naar bijgevoegde en gewaarmerkte GRO, welke onderdeel uitmaakt van dit besluit. 5. Archeologie Archeologisch onderzoek en advies In opdracht van de gemeente Leidschendam-Voorburg is in januari 2019 een inventariserend veldonderzoek (IVO), verkennende fase, uitgevoerd door IDDS in verband met de geplande (her)ontwikkeling van het plangebied aan de Herenstraat 42-52 in Voorburg, gemeente Leidschendam-Voorburg. Uit het bureauonderzoek blijkt dat het plangebied een hoge archeologische verwachting heeft voor met name resten vanaf het Midden Neolithicum in de top van het Oude duin- en strandwalzand en resten vanaf de 13e eeuw vanaf de onderzijde van de bouwvoor. Vindplaatsen uit de late prehistorie (IJzertijd/Romeinse tijd) kunnen langs de oostelijke flank van de strandwal ingebed zijn in afdekkende veen- en kleilagen. Hoewel delen van het plangebied eerder archeologisch zijn onderzocht, geldt dat die onderzoeken zich met name hebben gericht op de resten vanaf de 13e eeuw. Deze resten mogen met name

direct langs de Herenstraat nog worden verwacht en kunnen ook in de rest van het plangebied (uitgezonderd het opgegraven perceel Herenstraat 50 en het onderzochte deel van het terrein achter Herenstraat 52-54) nog aanwezig zijn. Ook ter plaatse van het pand en het gesaneerde binnenterrein van Herenstraat 42 kunnen deze resten nog aanwezig zijn. De verstoringsdieptes ter plaatse zijn niet bekend. Resten in de top van het Oude duin- en strandwalzand kunnen in het hele plangebied voorkomen. Op basis van de beschikbare gegevens is niet bekend wat de exacte diepteligging van dit niveau is in het plangebied en in hoeverre dit niveau nog intact is. Dit niveau zal wel mogelijk worden verstoord met de geplande aanleg van de parkeerkelder. Het veldonderzoek onderbouwt, voor het deel van het plangebied dat is onderzocht, de verwachtingen uit het bureauonderzoek. Tijdens het onderzoek is geconstateerd dat het plangebied ligt op de flank van een oude duinen-/strandwalcomplex waarin verschillende niveaus een hoge archeologische verwachting hebben. Omdat al deze niveaus worden bedreigd door de bouw van de parkeerkelder adviseert IDDS Archeologie om vervolgonderzoek uit te laten voeren.

Voorafgaand aan het vervolgonderzoek wordt geadviseerd allereerst het deel van het plangebied dat nog niet mocht worden onderzocht (de supermarkt) alsnog te onderzoeken met de 3 geplande boringen zodra de toegang tot dit gebied geregeld kan worden. Het aanvullend onderzoek kan alleen worden uitgevoerd na de sloop van de bestaande gebouwen en waarschijnlijk het beste gecombineerd worden met de aanleg van de parkeerkelder. Het advies is: het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek binnen de bouwkuip van de parkeergarage. Op basis van de resultaten van de proefsleuven kan besloten worden om geen verder onderzoek te doen of juist om de bouwkuip (of een deel daarvan) op te graven (in samenwerking met het uitgraven van de parkeergarage). Dit aanvullend onderzoek wordt opgestart na de sloop van de bestaande gebouwen. In de Ruimtelijke onderbouwing “Herentuyn Voorburg” wordt hier in paragraaf 4.2 nader op ingegaan. Beoordeling Voornoemd rapport en advies van IDDS is door de gemeente inhoudelijk beoordeeld. Aan onderhavige ontwikkeling kan medewerking worden verleend met inachtneming van onderstaande voorwaarden: - Archeologische begeleiding van de ontkoppeling van de vloeren van de -

funderingsbalken conform een door de gemeente goedgekeurd PvE; Het uitvoeren van een proefsleuvenonderzoek binnen de funderingen (niveau 1) conform een door de gemeente goedgekeurd PvE;

-

Indien daartoe wordt besloten; opgraving binnen de funderingen (niveau 1)

-

conform een door de gemeente goedgekeurd PvE; Archeologische begeleiding van ondergrondse sloop conform een door de

-

gemeente goedgekeurd PvE; Archeologische begeleiding (protocol opgraven) van de ontgraving van de rest van de bouwput conform een door de gemeente goedgekeurd PvE.

Conclusie Gelet op voornoemde kan onder het stellen van voornoemde voorwaarden worden ingestemd met de uit te voeren bodem- en bouwactiviteiten. Hierbij dient tevens het onderstaande in acht genomen te worden. Meldingsplicht bij archeologische vondsten Indien bij de uitvoering van de werkzaamheden onverwacht archeologische resten worden aangetroffen, dan is overeenkomstig artikel 5.10 van de Erfgoedwet aanmelding van de betreffende vondsten bij de Minister (de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, telefoon 033–4217456) verplicht (vondstmelding via ARCHIS). Tevens dient de gemeente Leidschendam-Voorburg direct te worden geïnformeerd bij een eventuele ontdekking van archeologische resten. U dient hiervoor contact op te nemen met de heer A.A. Roeloffs, telefoonnr. 070–3009046 / mobielnr. 06–53883123. Eventuele vondsten mogen niet worden verplaatst of verwijderd zonder toestemming van de gemeente.

Bijlage B, behorende bij omgevingsvergunning nr. 695024 B. Verplichtingen vanuit het Bouwbesluit 2012 – ALGEMEEN Wij wijzen u op artikelen 1.16, 1.18, 1.23, 1.25 en 8.2 t/m 8.8 van het Bouwbesluit 2012 die u, voor zover van toepassing, een aantal verplichtingen oplegt die u in acht behoort te nemen tijdens de bouw en het sloopterrein. Deze artikelen luiden: Artikel 1.16 – Zorgplicht Lid 1. Een bij of krachtens de wet aanwezige installatie als bedoeld in hoofdstuk 6 van dit besluit: a. functioneert overeenkomstig de op die installatie van toepassing zijnde voorschriften; b. wordt adequaat beheerd, onderhouden en gecontroleerd, en c. wordt zodanig gebruikt dat geen gevaar voor de gezondheid of de veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. Lid 2. Na het aanbrengen of wijzigen van een kabel-, leiding- of andere doorvoer in of door een scheidingsconstructie waarvoor op grond van dit besluit een eis met betrekking tot de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang geldt, wordt de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag of rookdoorgang op adequate wijze gecontroleerd. Artikel 1.18 – Gebruiksmelding Lid 1. Het is verboden om zonder of in afwijking van een gebruiksmelding: a. een bouwwerk in gebruik te nemen of te gebruiken indien daarin meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn, of b.

toepassing is gegeven aan artikel 1.3 in verband met een in hoofdstuk 6 of 7 uit het oogpunt van brandveiligheid gegeven voorschrift, en Artikel 1.23 – Aanwezigheid bescheiden Tijdens het bouwen zijn, voor zover van toepassing, de volgende bescheiden of een afschrift daarvan op het terrein aanwezig: a. vergunning voor het bouwen; b. bouwveiligheidsplan als bedoeld in artikel 8.3; c. overige voor het bouwen van belang zijnde vergunningen en documenten met nadere voorwaarden en ontheffingen. Artikel 1.25 – Mededeling aanvang en beëindiging bouwwerkzaamheden Aan de Afdeling Handhaving dient vergunninghouder schriftelijk en/of telefonisch kennis te geven van de volgende zaken en op de volgende tijden:

- ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van bouwwerkzaamheden,

-

waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend, van de aanvang van die werkzaamheden, met inbegrip van ontgravingswerkzaamheden; de aanvang van het heien van funderingspalen, waaronder ook de proefpalen, ten minste twee werkdagen van te voren per telefoon; de aanvang van grondverbeteringswerkzaamheden, ten minste twee werkdagen van te voren per telefoon; voorgenomen storten van beton, ten minste één werkdag van te voren per telefoon; gereedkomen van putten en van grondrioleringswerkzaamheden, terstond na gereedkomen per telefoon, waarbij deze niet aan het oog mogen worden

onttrokken gedurende ten minste twee werkdagen na de kennisgeving; - ten minste op de dag van beëindiging van de bouwwerkzaamheden, waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend U kunt de aanvang- en gereedmelding digitaal doen op www.lv.nl/begin-en-eindewerkzaamheden-melden. Vermeld hierbij s.v.p. ons kenmerk. Voor het doorgeven van de start van diverse onderdelen zoals hiervoor aangegeven kunt u terecht bij de heer F. van der Hulst van de afdeling Handhaving, telefoonnummer 070 300 9522. Artikel 8.2 – veiligheid in de omgeving Bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen ter voorkoming van: a. letsel van personen op een aangrenzend perceel of een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen; b. letsel van personen die het bouw- of sloopterrein onbevoegd betreden, en c. beschadiging of belemmering van wegen, van in de weg gelegen werken en van andere al dan niet roerende zaken op een aangrenzend perceel of op een aan het bouw- of sloopterrein grenzende openbare weg, openbaar water of openbaar groen. Artikel 8.3 – Geluidhinder Lid 1. Bedrijfsmatige bouw- of sloopwerkzaamheden worden op werkdagen en op zaterdag tussen 7.00 uur en 19.00 uur uitgevoerd. Lid 2.

Bij het uitvoeren van de werkzaamheden als bedoeld in het eerste lid worden de in tabel 8.3 aangegeven dagwaarden en de daarbij behorende maximale blootstellingsduur niet overschreden.

Tabel 8.3 Dagwaarde maximale blootstellingsduur

≤ 60 dB(A)

> 60 dB(A)

> 65 dB(A)

> 70 dB(A)

> 75 dB(A)

onbeperkt 50 dagen 30 dagen 15 dagen 5 dagen

> 80 dB(A) 0 dagen

Lid 3. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van het eerste en tweede lid. Onverkort het gestelde in de ontheffing, wordt bij het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden gebruik gemaakt van de best beschikbare stille technieken. Lid 4. Indien het bevoegd gezag met betrekking tot het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden beleidsregels als bedoeld in titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht heeft vastgesteld, is in afwijking van het derde lid geen ontheffing vereist indien het uitvoeren van de werkzaamheden voldoet aan die beleidsregels en het bevoegd gezag ten minste twee werkdagen voor de feitelijke aanvang van die werkzaamheden in kennis is gesteld van de aanvang van de werkzaamheden. Artikel 8.4 – Trillingshinder Lid 1. Trillingen veroorzaakt door het uitvoeren van bouw- of sloopwerkzaamheden bedragen in geluidsgevoelige ruimten als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder en in verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel d, van het Besluit geluidhinder niet meer dan de trillingsterkte, genoemd in tabel 4 van de Meet- en beoordelingsrichtlijn deel B «Hinder voor personen in gebouwen» 2006. Lid 2. Het bevoegd gezag kan ontheffing verlenen van de trillingsterkte, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 8.5 – Stofhinder Tijdens het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden worden maatregelen getroffen om visueel waarneembare stofverspreiding buiten het bouw- of sloopterrein te voorkomen. Artikel 8.6 – Grondwaterstand Het bemalen van bouwputten, leidingsleuven en andere tijdelijke ontgravingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden leidt niet tot een zodanige wijziging van de grondwaterstand dat gevaar kan ontstaan voor de veiligheid van belendingen. Artikel 8.8 – Afvalscheiding Lid 1. Bouw- en sloopwerkzaamheden worden zodanig uitgevoerd dat tijdens de uitvoering vrijkomend bouw- en sloopafval deugdelijk wordt gescheiden. Lid 2. Aan de in het eerste lid gestelde eis wordt voldaan door toepassing van de voorschriften in deze afdeling en de krachtens die bepalingen gegeven voorschriften.

Bijlage C, behorende bij omgevingsvergunning nr. 695024 C. Verplichtingen vanuit het Bouwbesluit 2012 - SPECIFIEK Wij hebben uw aanvraag getoetst aan het Bouwbesluit 2012, voor zover de ingediende gegevens en bescheiden dit mogelijk maakten. Naar aanleiding van onze toets vragen wij uw aandacht voor het volgende. Uit de door u overlegde gegevens en bescheiden is niet (of niet geheel) na te gaan of aan de volgende artikelen uit het Bouwbesluit zal worden voldaan (terwijl u hiertoe wel bent verplicht). 1. Sterkte bij brand (Bouwbesluit afdeling 2.1) Op grond van artikel 2.1, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een te bouwen bouwwerk voldoende bestand tegen de daarop werkende krachten. Op grond van artikel 2.3, tweede lid, Bouwbesluit 2012 bezwijkt een dak of een vloerafscheiding gedurende de in NEN-EN 1990 bedoelde ontwerplevensduur niet bij de buitengewone belastingscombinaties als bedoeld in NEN-EN 1990. Daarbij wordt uitgegaan van stootbelastingen als bedoeld in NEN-EN 1991. De in het bouwplan toe te passen (glazen) vloerafscheidingen ter plaatse van de balkons en loggia’s dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. Van de glazen vloerafscheidingen dient voorafgaande aan de werkelijke montage aangetoond te worden dat zij voldoen aan de voorgeschreven sterkte-eisen c.q. uiterste grenstoestand d.m.v. een zandzakslingerproef, o.g. 2.

Sterkte bij brand (Bouwbesluit afdeling 2.2) Op grond van artikel 2.9, eerste lid, Bouwbesluit 2012 kan een te bouwen bouwwerk bij brand gedurende redelijke tijd worden verlaten en doorzocht, zonder dat er gevaar voor instorting is. Op grond van artikel 2.10, tweede lid, Bouwbesluit 2012 bezwijkt een bouwconstructie bij brand in een brandcompartiment waarin die bouwconstructie niet ligt, niet binnen de in tabel 2.10.1 aangegeven tijdsduur door het bezwijken van een bouwconstructie binnen of grenzend aan dat brandcompartiment. Voor zover dat brandcompartiment een woonfunctie is, geldt dit niet voor een bouwconstructie van een aan dat brandcompartiment grenzend subbrandcompartiment of grenzende buitenruimte. Tabel 2.10.1 woonfunctie

Indien geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 7 m boven het meetniveau

tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten 60

Tabel 2.10.1 woonfunctie

tijdsduur van de brandwerendheid met betrekking tot bezwijken in minuten

Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt 90 dan 7 m en geen vloer van een verblijfsgebied hoger ligt dan 13 m boven het meetniveau Indien een vloer van een verblijfsgebied hoger ligt 120 dan 13 m boven het meetniveau

De eengezinswoningen en appartementengebouwen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. zoals aangegeven in hoofdstuk 6 van rapport 2820.06_Rapportage Brandveiligheid - Nieuwbouw woningen Huygenskwartier te Voorburg, d.d. april 2022, van moBius consult, alsmede in paragraaf 2.4 van rapport A10189-N02A_Constructieve uitgangspunten, d.d. 03-06-2022, van Rossum raadgevende ingenieurs. Aandachtspunten – Aanvullende behandeling • Onderdelen van de bouwconstructie die uitsluitend met een aanvullende behandeling kunnen voldoen aan de in het Bouwbesluit 2012 gestelde eisen met betrekking tot de tijdsduur van bezwijken c.q. brandveiligheid zijn voorzien van een geldig door het bevoegd gezag aanvaard document waaruit blijkt dat deze aanvullende behandeling adequaat is toegepast. •

Een brandwerende coating moet worden aanbracht conform de ‘Kwaliteitsrichtlijn Applicatie Coating’.

Aandachtspunten – Elektrische laadvoorzieningen in parkeergarages • Het voldoen aan de brandveiligheid is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar. Wij willen u nogmaals wijzen op de risico’s van het plaatsen van laadpalen in de parkeergarage om elektrische voertuigen op te laden. Zoals bij u bekend hebben wij in het traject van beoordeling van uw aanvraag onze zorgen uitgesproken m.b.t. de ontruiming bij een ontwikkelde brand in de parkeergarage. Hierbij dient mogelijk ook uitgegaan te worden van een uitbrandscenario met mogelijk grote economische en maatschappelijke schade. •

Gelet op voornoemde wordt specifieke aandacht gevraagd voor het rapport IFV, versie 1.2_Brandveiligheid van parkeergarages met elektrisch aangedreven voertuigen, d.d. 15-07-2021. Dit rapport hebben wij expliciet toegevoegd gelet op de complexe bereikbaarheid van de betreffende parkeerkelder bij een (ontwikkelde) autobrand.

3. Afscheiding van vloer, trap en hellingbaan (Bouwbesluit afdeling 2.3, nieuwbouw)

Op grond van artikel 2.16, eerste lid, Bouwbesluit 2012 bevat een te bouwen bouwwerk voorzieningen waardoor het vallen van een vloer, een trap en een hellingbaan zo veel mogelijk wordt voorkomen. Op grond van artikel 2.17, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een voor personen bestemde vloer bij een rand een niet beweegbare afscheiding als die rand meer dan 1 m hoger ligt dan een aansluitende vloer, het aansluitende terrein of het aansluitende water. Op grond van artikel 2.18, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een vloerafscheiding als bedoeld in artikel 2.17, eerste lid, een hoogte van ten minste 1 m, gemeten vanaf de vloer. Op grond van artikel 2.19, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan de in tabel 2.16 aangegeven diameter (eis bol < 0,2 m1). Op grond van artikel 2.19, tweede lid, Bouwbesluit 2012 heeft in afwijking van het eerste lid een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 tot een hoogte van 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan geen openingen waardoor een bol kan passeren met een doorsnede groter dan 0,1 m.

Op grond van artikel 2.20, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een afscheiding als bedoeld in artikel 2.17 of een constructieonderdeel dat, installatie die of onderdeel van een installatie dat aan of naast een dergelijke afscheiding is geplaatst, ter voorkoming van het overklauteren, geen opstapmogelijkheden tussen 0,2 m en 0,7 m boven een vloer, een tredevlak of een vloer van een hellingbaan. De vloer-, balkon- en (dak) terrasafscheidingen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. 4. Beperking van het ontwikkelen van brand en rook (Bouwbesluit afdeling 2.9, nieuwbouw) Op grond van artikel 2.66, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een te bouwen bouwwerk zodanig dat brand en rook zich niet snel kunnen ontwikkelen. Op grond van artikel 2.67, eerste lid, Bouwbesluit 2012 voldoet een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de binnenlucht aan de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse en aan rookklasse s2, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Op grond van artikel 2.68, eerste lid, Bouwbesluit 2012 voldoet een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht aan de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Op grond van artikel 2.68, tweede lid, Bouwbesluit 2012 voldoet het deel van een zijde van een constructieonderdeel dat grenst aan de buitenlucht en hoger ligt dan 13 m, aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1.

Op grond van artikel 2.68, derde lid, Bouwbesluit 2012 voldoet een zijde van een constructieonderdeel die grenst aan de buitenlucht, van een bouwwerk waarvan een

voor personen bestemde vloer ten minste 5 m boven het meetniveau ligt, vanaf het aansluitende terrein tot een hoogte van ten minste 2,5 m aan brandklasse B, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Op grond van artikel 2.68, vierde lid, Bouwbesluit 2012 zijn het eerste tot en met derde lid niet van toepassing op de bovenzijde van een dak. Op grond van artikel 2.68, vijfde lid, Bouwbesluit 2012 voldoet in afwijking van het eerste tot en met derde lid een deur, een raam, een kozijn en een daaraan gelijk te stellen constructieonderdeel aan brandklasse D, bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Op grond van artikel 2.69, eerste lid, Bouwbesluit 2012 geldt in afwijking van artikel 2.67 voor de bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de binnenlucht rookklasse s1fl en de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, beide bepaald volgens NEN-EN 13501-1. Op grond van artikel 2.69, tweede lid, Bouwbesluit 2012 geldt in afwijking van de artikel 2.68 voor een bovenzijde van een vloer, een trap en een hellingbaan die grenst aan de buitenlucht de in tabel 2.66 aangegeven brandklasse, bepaald volgens NEN-EN 135011.

extra beschermde vluchtroute

beschermde vluchtroute

overig

extra beschermde vluchtroute

beschermde vluchtroute

overig

extra beschermde vluchtroute

beschermde vluchtroute

overig

Tabel 2.66 met de vereiste brandklasse van constructieonderdelen per functie zijde grenzend aan de binnenlucht buitenlucht* bovenzijde

Woonfunctie in een

B

B

D

C

C

D

Cfl

Cfl

Dfl

woongebouw Andere woonfunctie Winkelfunctie Overige gebruiksfunctie

B B B

D D D

D D D

C C C

D D D

D D D

Cfl Cfl Cfl

Dfl Dfl Dfl

Dfl Dfl Dfl

De toe te passen materialen aan binnen- en buitenzijde van de eengezinswoningen, de appartementengebouwen, de winkelruimten en de parkeergarage dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. zoals aangegeven in hoofdstuk 7 van rapport 6820.06_Rapportage Brandveiligheid - Nieuwbouw woningen Huygenskwartier te Voorburg, d.d. april 2022, van moBius consult.

5. Beperking van uitbreiding van brand (Bouwbesluit afdeling 2.10) Op grond van artikel 2.81, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een te bouwen bouwwerk zodanig dat de kans op een snelle uitbreiding van brand voldoende wordt beperkt. Op grond van artikel 2.83, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een brandcompartiment een gebruiksoppervlakte die niet groter is dan de in tabel 2.81 aangegeven waarde. Het bouwplan voldoet voor de parkeergarage niet rechtstreeks aan artikel 2.83, eerste lid, maar voorziet in een gelijkwaardige oplossing met één brandcompartiment met gebruiksoppervlakte van circa 2900 m2, hetgeen groter is dan maximale gebruiksoppervlakte van 1000 m2. Voor deze gelijkwaardige oplossing heeft moBius consult een rapport opgesteld: “Rapportage Brandveiligheid - Nieuwbouw woningen Huygenskwartier te Voorburg, kenmerk 6820.06, d.d. april 2022”. In dit rapport wordt op pagina 5 beschreven hoe met gelijkwaardige voorzieningen (sprinklerinstallatie conform een goedgekeurd UPD) voldaan kan worden aan de gestelde prestatie-eisen. Na akkoord hiervan door de Veiligheidsregio Haaglanden kunnen wij hier ook mee instemmen en voorziet het bouwplan in een gelijkwaardige oplossing als bedoeld in artikel 2.83, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012. 6.

Verder beperking van uitbreiding van brand en beperking van verspreiding van rook (Bouwbesluit afdeling 2.11) Op grond van artikel 2.91, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een te bouwen bouwwerk zodanig dat uitbreiding van brand in verdergaande mate wordt beperkt dan is beoogd met paragraaf 2.10.1 en dat veilig kan worden gevlucht. Op grond van artikel 2.94a, tweede lid, Bouwbesluit 2012 is de weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute voert, Ra, bepaald volgens NEN 6075. Op grond van artikel 2.94a, vierde lid, Bouwbesluit 2012 is de weerstand tegen rookdoorgang van een subbrandcompartiment naar een besloten ruimte waardoor een extra beschermde vluchtroute voert en naar een liftschacht als bedoeld in artikel 2.84, eerste lid, R200, bepaald volgens NEN 6075. Op grond van artikel 2.95a, vierde lid, Bouwbesluit 2012 is de weerstand tegen rookdoorgang van een beschermd subbrand-compartiment naar een besloten ruimte waardoor een beschermde of extra beschermde vluchtroute voert R200, bepaald volgens NEN 6075. Alle woningentreedeuren gelegen in een (beschermde) subbrandcompartimenten (lees: gesitueerd aan inpandige gangen) dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a.

zoals aangegeven in hoofdstuk 4 van rapport 6820.06_Rapportage Brandveiligheid Nieuwbouw woningen Huygenskwartier te Voorburg, d.d. april 2022, van moBius consult. Aandachtspunten • Alle woningentreedeuren gesitueerd aan inpandige gangen dienen zelfsluitend uitgevoerd te worden. 7. Inbraakwerendheid (Bouwbesluit afdeling 2.15, nieuwbouw) Op grond van artikel 2.129, eerste lid, Bouwbesluit 2012 biedt een te bouwen woonfunctie, niet zijnde een woonwagen, weerstand tegen inbraak. Op grond van artikel 2.130 Bouwbesluit 2012 hebben deuren, ramen, kozijnen en daarmee gelijk te stellen constructieonderdelen in een scheidingsconstructie van een niet-gemeenschappelijke ruimte die volgens NEN 5087 bereikbaar zijn voor inbraak, een volgens NEN 5096 bepaalde inbraakwerendheid die voldoet aan de in die norm aangegeven weerstandsklasse 2. De buitendeuren, ramen en gevelkozijnen, die bereikbaar zijn voor inbraak, dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. 8. Beperking tegen geluid van buiten, nieuwbouw (Bouwbesluit afdeling 3.1) Op grond van artikel 3.1, eerste lid, Bouwbesluit 2012 biedt een te bouwen bouwwerk in een verblijfsgebied bescherming tegen geluid van buiten. Op grond van artikel 3.2, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering met een minimum van 20 dB.

Op grond van artikel 3.3, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit de volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied niet kleiner dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidsbelasting voor industrie-, weg- of spoorweglawaai en 35 dB(A) bij industrielawaai, of 33 dB bij weg- of spoorweglawaai. De verblijfsgebieden in de eengezinswoningen en de appartementengebouwen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. zoals aangegeven in rapport 2820.07mm_ Rapportage akoestiek t.b.v. aanvraag omgevingsvergunning, d.d. februari 2022, van moBius consult. 9. Beperking tegen geluid van installaties, nieuwbouw (Bouwbesluit afdeling 3.2) Op grond van artikel 3.7, eerste lid, Bouwbesluit 2012 biedt een te bouwen bouwwerk bescherming tegen geluid van installaties.

Op grond van artikel 3.9, eerste lid, Bouwbesluit 2012 veroorzaakt een toilet met waterspoeling, een kraan, een mechanische voorziening voor luchtverversing, een installatie voor warmte- of koudeopwekking, een installatie voor verhoging van waterdruk of een lift in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste 30 dB. Op grond van artikel 3.9, tweede lid, Bouwbesluit 2012 veroorzaakt een mechanische voorziening voor luchtverversing of warmterugwinning, of een installatie voor warmteof koudeopwekking in een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van de gebruiksfunctie een volgens NEN 5077 bepaald karakteristiek installatie-geluidsniveau van ten hoogste de in tabel 3.7 aangegeven waarde. Op grond van artikel 3.9, derde lid, Bouwbesluit 2012 veroorzaakt een installatie voor warmte- of koudeopwekking, die is opgesteld buiten de uitwendige scheidingsconstructie van een bouwwerk, ter plaatse van een te openen raam of deur van een niet-gemeenschappelijk verblijfsgebied van een aangrenzende op hetzelfde perceel gelegen woonfunctie een geluidsniveau van ten hoogste 40 dB, bepaald volgens de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai.

De installaties in de eengezinswoningen en de appartementengebouwen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. zoals aangegeven in rapport 2820.07mm_ Rapportage akoestiek t.b.v. aanvraag omgevingsvergunning, d.d. februari 2022, van moBius consult. 10.Beperking van galm, nieuwbouw (Bouwbesluit afdeling 3.3) Op grond van artikel 3.12, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een te bouwen woongebouw in een gemeenschappelijke verkeersruimte een zodanige geluidsabsorptie, dat geluidhinder door galm wordt beperkt. Op grond van artikel 3.13 Bouwbesluit 2012 heeft een besloten gemeenschappelijke verkeersruimte voor het ontsluiten van een woonfunctie die grenst aan een nietgemeenschappelijke ruimte van een woonfunctie, een volgens NEN-EN 12354-6 bepaalde totale geluidsabsorptie met een getalswaarde, uitgedrukt in m², die niet kleiner is dan 1/8 van de getalswaarde van de inhoud van die ruimte, uitgedrukt in m³, in elk van de octaafbanden met middenfrequenties van 250, 500, 1.000 en 2.000 Hz. De gemeenschappelijke verkeersruimten en trappenhuizen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. zoals aangegeven in rapport 2820.07mm_Rapportage akoestiek t.b.v. aanvraag omgevingsvergunning, d.d. februari 2022, van moBius consult. 11. Geluidwering tussen ruimten, nieuwbouw (Bouwbesluit 2012, afdeling 3.4)

Op grond van artikel 3.15, eerste lid, Bouwbesluit 2012 biedt een te bouwen bouwwerk bescherming tegen geluidsoverlast tussen gebruiksfuncties en tussen ruimten in een woonfunctie voor zover in het bouwwerk een woonfunctie ligt. Op grond van artikel 3.17, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende gebruiksfunctie op hetzelfde perceel niet kleiner dan 52 dB. Op grond van artikel 3.17, tweede lid, Bouwbesluit 2012 is het volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke lucht-geluidniveauverschil voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel niet kleiner dan 47 dB. Op grond van artikel 3.17, derde lid, Bouwbesluit 2012 is het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een verblijfsgebied van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel niet groter dan de in tabel 3.15 aangegeven waarde.

Op grond van artikel 3.17, vierde lid, Bouwbesluit 2012 is het volgens NEN 5077 bepaalde gewogen contact-geluidniveau voor de geluidsoverdracht van een besloten ruimte naar een niet in een verblijfsgebied gelegen besloten ruimte van een aangrenzende woonfunctie op hetzelfde perceel niet groter dan de in tabel 3.15 aangegeven waarde. De naast c.q. boven elkaar gelegen woonfuncties dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. zoals aangegeven in rapport 2820.07mm_ Rapportage akoestiek t.b.v. aanvraag omgevingsvergunning, d.d. februari 2022, van moBius consult. Aandachtspunten - algemeen • Indien een ander materiaal voor de ankerloze spouwmuur toegepast wordt dan waarvoor vergunning is verleend, dienen gewijzigde tekeningen ter goedkeuring ingediend worden bij het bevoegd gezag. • geluidwering van woningscheidende vloeren ter plaatse van de isokorf / prefabbalkons • geluidwering van woningscheidende wanden ter plaatse van containerruimte en bergingen Aandachtspunten – zwevende dekvloer • Oneffenheden in de draagvloer mogen niet hoger zijn dan 0,3 maal de dikte van de

•

verende laag in onbelaste toestand. Het aanbrengen van een uitvlaklaag kan wenselijk zijn; De platen van de verende laag moeten goed op elkaar en op de kantstroken aansluiten;

•

Op de verende laag moet een waterdichte laag worden aangebracht (bijv. 0,2 mm

folie). • Breng folie zorgvuldig aan, zodanig dat lekwater niet in het isolatiemateriaal dringt. - overlapping foliebanen tenminste 80 mm en naden aftapen - folie opzetten tegen de kantstrook • De deklvoer dient een massa te bezitten van tenminste 85 kg/m² (anhydriet) resp. •

125 kg/m² (zandcement). Vermijd koppelingen tussen dekvloer en constructievloer en breng de randstroken

•

zorgvuldig aan. Kantstroken met een dikte van ten minste 5 mm en een dynamische stijfheid van minimaal 100 MN/m³ moeten worden toegepast tussen de dekvloer en het opgaande werk. De kantstroken moeten minimaal 30 mm uitzetten boven de bovenzijde van de dekvloer. De kantstroken kunnen op de eventuele uitvlaklaag worden gesitueerd.

- Breng de kantstroken zo kort mogelijk voor het aanbrengen van de dekvloer aan om beschadiging te voorkomen - De kantstroken moeten bij voorkeur in een zo laat mogelijk stadium worden • •

afgesneden. Geluidwering van woningscheidende vloeren ter plaatse van de isokorf / prefabDragende binnenwanden op de draagvloer plaatsen, zwevende vloeren vervolgens

• •

tussen wanden aanbrengen. Schachtwanden niet op de zwevende vloer plaatsen. Leidingdoorvoeren niet zonder voorzieningen aanstorten. In mantelbuis en

•

kantstrook aanbrengen. Harde vloerafwerkingen (parket, tegels e.d.) mogen het opgaande werk niet raken (ca. 10mm vrijhouden). Ook de plinten moeten worden vrijgehouden van de harde vloerafwerking.

Uitvoeringscontrole voor aanbrengen zwevende dekvloer Voor het aanbrengen van de dekvloer dient er een controle door de afdeling Handhaving worden uitgevoerd, daar: • Contactbruggen zijn nog zichtbaar en te herstellen • Verend pakket, folie, kantstroken, leidingen zijn nog zichtbaar en te controleren. Spleten onder deuren (overstroomvoorzieningen) • Spleten onder de toegangsdeuren van verblijfsruimten ≥ 2 cm onder zijn in verband met de geluidwering niet toegestaan. Hier dienen geluidwerende deurroosters toegepast worden. 12. Wering van vocht (Bouwbesluit 2012, afdeling 3.5)

Op grond van artikel 3.20, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een te bouwen bouwwerk zodanige scheidingsconstructies dat de vorming van allergenen door vocht in verblijfsgebieden, toiletruimten en badruimten voldoende wordt beperkt. Op grond van artikel 3.21, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. Op grond van artikel 3.21, tweede lid, Bouwbesluit 2012 is een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op het kunnen binnendringen van vocht in het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht. Op grond van artikel 3.21, derde lid, Bouwbesluit 2012 is een inwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, voor zover die scheidingsconstructie niet grenst aan een ander verblijfsgebied, een andere toiletruimte of een andere badruimte, bepaald volgens NEN 2778, waterdicht.

Op grond van artikel 3.21, vierde lid, Bouwbesluit 2012 vormt een constructie die de scheiding tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de specifieke luchtvolumestroom naar het verblijfsgebied, de toiletruimte of de badruimte, heeft een volgens NEN 2690 bepaalde, specifieke luchtvolumestroom van ten hoogste 20.10-6 m³/(m².s). De aan te brengen scheidingsconstructies tussen de verblijfsgebieden en sanitaire ruimten dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. Aandachtspunten • pas een vormvast, van een tochtring en een luikring voorzien, kruipluik toe; • pas een goede luchtdichte meterkastbodem toe; • zorg voor zorgvuldige afdichtingen van de doorvoeren door de bodem van de meterkast. 13. Luchtverversing (Bouwbesluit 2012, afdeling 3.6, nieuwbouw) Op grond van artikel 3.28, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een te bouwen bouwwerk een zodanige voorziening voor luchtverversing dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. Op grond van artikel 3.29, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een verblijfsgebied een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,9 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s.

Op grond van artikel 3.29, tweede lid, Bouwbesluit 2012 heeft een verblijfsruimte een voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,7 dm³/s per m² vloeroppervlakte met een minimum van 7 dm³/s. Op grond van artikel 3.29, zesde lid, Bouwbesluit 2012 heeft een toiletruimte een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm³/s, bepaald volgens NEN 1087. Op grond van artikel 3.29, zevende lid, Bouwbesluit 2012 heeft een badruimte een voorziening voor luchtverversing met een capaciteit van ten minste 7 dm³/s, bepaald volgens NEN 1087. Verblijfsgebieden, verblijfsruimten, toiletruimten en badruimten dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - 621-Ruimtestaat_Ventilatie, d.d. 15-04-2022 - 621-W90_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT02, -

d.d. 15-04-2022 621-W91_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT03,

-

d.d. 15-04-2022 621-W92_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT04,

-

d.d. 15-04-2022 621-W93_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT05,

-

d.d. 15-04-2022 621-W94_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT09,

-

d.d. 15-04-2022 621-W95_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT18,

-

d.d. 15-04-2022 621-W96_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT06,

-

d.d. 15-04-2022 621-W97_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT06,

-

d.d. 15-04-2022 621-W98_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT07,

-

d.d. 15-04-2022 621-W99_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT08,

-

d.d. 15-04-2022 621-W100_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT10,

-

d.d. 15-04-2022 621-W101_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT11, d.d. 15-04-2022

-

621-W102_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT12,

-

d.d. 15-04-2022 621-W103_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Woning WT15, d.d. 15-04-2022

Aandachtspunten • Brandmanchetten toepassen bij overgangen in (sub)brandcompartimenten. Spleten onder deuren (overstroomvoorzieningen) • De hoogten van de spleten onder de deuren dienen gehaald te worden in de bewoonde situatie (dus als de vloerbedekking, e.d. aanwezig is). • Alle betrokken partijen uit de bouwkolom dienen op de hoogte te zijn van de eisen die gesteld worden aan de overstroomvoorzieningen (als de vloerbedekking e.d. gelegd is). • De bewoners dienen daarnaast op de hoogte gesteld te worden van het belang van de overstroomvoorzieningen. Deze mogen bijvoorbeeld niet geblokkeerd worden in de gebruiksfase door te hoge vloerbedekking of het plaatsen van een tochtstrip. • Spleten onder de toegangsdeuren van verblijfsruimten ≥ 2 cm onder zijn in verband met de geluidwering niet toegestaan. Hier dienen geluidwerende deurroosters toegepast worden. 14. Luchtverversing (Bouwbesluit 2012, afdeling 3.6) Op grond van artikel 3.28, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een te bouwen bouwwerk een zodanige voorziening voor luchtverversing dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen.

Op grond van artikel 3.32, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een gemeenschappelijke verkeersruimte een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 0,5 dm³/s per m² vloeroppervlakte van die ruimte. Op grond van artikel 3.34, derde lid, Bouwbesluit 2012 vindt de toevoer van verse lucht naar een gemeenschappelijke verkeersruimte rechtstreeks van buiten plaats. Afvoer van binnenlucht uit een dergelijke ruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats. De gemeenschappelijke verkeersruimten en trappenhuizen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - 621-Ruimtestaat_Ventilatie, d.d. 15-04-2022 - 621-W-1_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Parkeergarage, d.d. 15-04-2022

-

621-W00_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Begane grond,

-

d.d. 15-04-2022 621-W01_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 1e verdieping,

-

d.d. 15-04-2022 621-W02_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 2e verdieping,

-

d.d. 15-04-2022 621-W03_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 3e verdieping,

-

d.d. 15-04-2022 621-W61_Werktuigbouwkundig Install. - Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties, d.d. 15-04-2022

Aandachtspunten • 100% van de vereiste ventilatiecapaciteit van een gemeenschappelijke verkeersruimten en trappenhuizen dient rechtstreeks van buiten te komen. Dit geldt ook voor de afvoer van binnenlucht. Brandmanchetten toepassen bij overgangen in (sub)brandcompartimenten.

•

15. Luchtverversing (Bouwbesluit 2012, afdeling 3.6) Op grond van artikel 3.28, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een te bouwen bouwwerk een zodanige voorziening voor luchtverversing dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. Op grond van artikel 3.32, derde lid, Bouwbesluit 2012 heeft een schacht voor een lift een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3,2 dm³/s per m²vloeroppervlakte van die liftschacht. Op grond van artikel 3.34, vierde lid, Bouwbesluit 2012 vindt de toevoer van verse lucht naar een schacht voor een lift rechtstreeks van buiten plaats, of via de liftmachineruimte van buiten. Afvoer van binnenlucht uit een dergelijke ruimte vindt rechtstreeks naar buiten plaats, of via de liftmachineruimte naar buiten. De liftschachten dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - 621-Ruimtestaat_Ventilatie, d.d. 15-04-2022 - 621-W-1_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Parkeergarage, -

d.d. 15-04-2022 621-W00_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Begane grond,

-

d.d. 15-04-2022 621-W01_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 1e verdieping, d.d. 15-04-2022

-

621-W02_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 2e verdieping,

-

d.d. 15-04-2022 621-W03_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 3e verdieping,

-

d.d. 15-04-2022 621-W61_Werktuigbouwkundig Install. - Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties, d.d. 15-04-2022

Aandachtspunten • 100% van de vereiste ventilatiecapaciteit van een liftschacht dient rechtstreeks van

•

buiten te komen, of via de liftmachineruimte van buiten. Dit geldt ook voor de afvoer van binnenlucht. Bij ventilatie via de liftmachineruimte moet deze dan in directe verbinding met de buitenlucht staan (al dan niet via een kanalensysteem). Als de personenlift een brandweerlift is (zie voor een toelichting op de begrippen

•

«lift» en «brandweerlift» artikel 1.1), dan beperkt dit voorschrift de kans dat de brandweerlift in geval van brand onbruikbaar wordt als gevolg van het binnendringen van rook uit een andere ruimte. Brandmanchetten toepassen bij overgangen in (sub)brandcompartimenten.

16. Luchtverversing (Bouwbesluit 2012, afdeling 3.6) Op grond van artikel 3.28, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een te bouwen bouwwerk een zodanige voorziening voor luchtverversing dat het ontstaan van een voor de gezondheid nadelige kwaliteit van de binnenlucht wordt voorkomen. Op grond van artikel 3.32, vijfde lid, Bouwbesluit 2012 heeft een stallingruimte voor motorvoertuigen een niet afsluitbare voorziening voor luchtverversing met een volgens NEN 1087 bepaalde capaciteit van ten minste 3 dm³/s per m² vloeroppervlakte van die ruimte. Op grond van artikel 3.34, negende lid, Bouwbesluit 2012 vindt de afvoer van binnenlucht uit een stallingruimte voor motorvoertuigen rechtstreeks naar buiten plaats. De parkeergarage dient aan bovengenoemde eisen te voldoen. Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - 621-Ruimtestaat_Ventilatie, d.d. 15-04-2022 - 621-W-1_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Parkeergarage, -

d.d. 15-04-2022 621-W00_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - Begane grond,

-

d.d. 15-04-2022 621-W01_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 1e verdieping, d.d. 15-04-2022

-

621-W02_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 2e verdieping,

-

d.d. 15-04-2022 621-W03_Werktuigbouwkundig Install. en Sanitaire Installaties - 3e verdieping,

-

d.d. 15-04-2022 621-W61_Werktuigbouwkundig Install. - Ventilatie- en luchtbehandelingsinstallaties, d.d. 15-04-2022

Aandachtspunten • 100% van de vereiste ventilatiecapaciteit van de stallingsruimte voor • •

motorvoertuigen dient rechtstreeks van buiten te komen. De benodigde ventilatieopeningen zijn niet afsluitbaar. Brandmanchetten toepassen bij overgangen in (sub)brandcompartimenten.

17. Bereikbaarheid en toegankelijkheid (Bouwbesluit 2012, afdeling 4.4, nieuwbouw) Op grond van artikel 4.21, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een te bouwen bouwwerk voldoende bereikbare en toegankelijke ruimten. Op grond van artikel 4.27, derde lid, Bouwbesluit 2012 is bij ten minste een toegang van een woonfunctie een hoogteverschil op de route tussen een nietgemeenschappelijke vloer en de aangrenzende vloer van een gemeenschappelijke verkeersruimte of het aansluitende terrein groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een hellingbaan. Het hoogteverschil tussen die toegang en het aansluitende terrein of de gemeenschappelijke verkeersruimte is niet groter dan 1 m. Op grond van artikel 4.27, vierde lid, Bouwbesluit 2012 is op ten minste een route tussen ten minste een uitgang van een woonfunctie en een gemeenschappelijke buitenruimte als bedoeld in artikel 4.35, tweede lid, een hoogteverschil groter dan 0,02 m, gemeten vanaf de afgewerkte vloer, overbrugd door een lift of een hellingbaan. De eengezinswoningen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - ta 1 00 00 (do-a)_Plattegrond niveau 0, d.d. 15-04-2022 - ta 1 01 00 (do-a)_Plattegrond niveau 1, d.d. 15-04-2022 - ta 1 02 00 (do-a)_Plattegrond niveau 2, d.d.

15-04-2022 - ta 9 00 00 (do-a)_Renvooi, d.d. 15-04-2022 18. Bereikbaarheid en toegankelijkheid (Bouwbesluit 2012, afdeling 4.4, nieuwbouw) Op grond van artikel 4.21, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een te bouwen bouwwerk voldoende bereikbare en toegankelijke ruimten.

Op grond van artikel 4.24, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een woongebouw een gemeenschappelijke toegankelijkheidssector, indien: a. de vloer van een verblijfsgebied in het woongebouw hoger ligt dan 12,5 m boven het meetniveau, of b. het woongebouw een gebruiksoppervlakte heeft van meer dan 3.500 m² die hoger ligt dan 1,5 m boven het meetniveau. Op grond van artikel 4.26, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een ruimte die in een toegankelijkheidssector ligt, rechtstreeks bereikbaar vanaf het aansluitende terrein of langs een verkeersroute die uitsluitend door een toegankelijkheidssector voert. Op grond van artikel 4.27, vijfde lid, Bouwbesluit 2012 heeft een woongebouw waarin de vloer ter plaatste van de toegang van een woonfunctie hoger ligt dan 3 m boven het meetniveau, op elke bouwlaag een opstelplaats voor een lift, met een liftkooi van ten minste 1,05 m x 2,05 m. Het appartementengebouw en de “verhoogd” aan de Raadhuisstraat gelegen woningen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - ta 1 00 00 (do-a)_Plattegrond niveau 0, d.d. 15-04-2022 - ta 1 01 00 (do-a)_Plattegrond niveau 1, d.d. 15-04-2022 - ta 1 02 00 (do-a)_Plattegrond niveau 2, d.d. 15-04-2022 - ta 9 00 00 (do-a)_Renvooi, d.d. 15-04-2022 19.

Energiezuinigheid, nieuwbouw (Bouwbesluit 2012, afdeling 5.1) Op grond van artikel 5.1, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een te bouwen bouwwerk energiezuinig. Op grond van artikel 5.2, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een gebruiksfunctie een volgens NEN 7120 bepaalde energieprestatiecoëfficiënt van ten hoogste de in tabel 5.1 aangegeven waarde (woonfunctie < 0,4). Op grond van artikel 5.3, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een verticale uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde (woonfunctie > 4,5 m2K/W). Op grond van artikel 5.3, tweede lid, Bouwbesluit 2012 heeft een horizontale of schuine uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte, een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde (woonfunctie > 6,0 m2K/W). Op grond van artikel 5.3, derde lid, Bouwbesluit 2012 heeft een constructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied, een toiletruimte of een badruimte en een kruipruimte, met inbegrip van de op die constructie aansluitende delen van andere

constructies, voor zover die delen van invloed zijn op de warmteweerstand, een volgens NEN 1068 bepaalde warmteweerstand van ten minste de in tabel 5.1 gegeven waarde (woonfunctie > 3,5 m2K/W). Het appartementengebouw met onderliggende winkelfunctie dient aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. zoals aangegeven in hoofdstuk 6 van rapport 621-RBB_Toetsing bouwbesluit - Woongebouw, d.d. 27-01-2022, van Overdevest. De eengezinswoningen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. zoals aangegeven in hoofdstuk 6 van rapport 621-RB-B_Toetsing bouwbesluit - Rijwoningen, d.d. 27-01-2022, van Overdevest. Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - 621-RC_Rc-berekeningen, d.d. 22-02-2022 - 621-UPI.03_Uitgangspunten installaties omgevingsvergunning, 15-04-2022 - 621-E80_Elektrotechnische Installaties - Zonnepanelen installatie, d.d. 15-042022 Nog nader ter goedkeuring te overleggen - rapport 621-RB-x_Toetsing bouwbesluit - Winkelruimte, d.d. xx-xx-xxxx, van Overdevest Aandachtspunten 1. Opnameprotocol Energieprestatie De aanvrager dient ten behoeve de controle van de Energieprestatie gedurende het bouwproces foto’s van de thermische schil en de te plaatsen installaties in te dienen bij het bevoegd gezag.

2.Tussentijdse controle: • de benodigde kier- en naaddichtingen dienen tijdens de uitvoering gecontroleerd te worden; • de benodigde Rc-waarde(n) dient tijdens de uitvoering gecontroleerd te worden door de controle van de dikte van het isolatiemateriaal en de lambda-waarde; • er dient gecontroleerd te worden of de isolatie a) goed aansluit, zowel onderling als op het binnenspouwblad en b) ver genoeg doorloopt; • er dient dagelijks gecontroleerd te worden of de te plaatsen isolatie toereikend afgedekt is om te voorkomen dat dit nat kan worden; • er dient gecontroleerd te worden of de toegepaste glassoort(en) en kozijnen (typeaanduiding zoals aangegeven in de spouw van het glas of stickers) overeenkomen met de uitgangspunten van de EPC-berekening(en);

3. Eindcontrole Voor alle te plaatsen toestellen (verwarming, tapwater, ventilatie, etc.) dient nagegaan te worden of deze daadwerkelijk geplaatst c.q. aangesloten zijn overeenkomstig de uitgangspunten van de EPC-berekening(en). • er dient speciale aandacht besteed te worden aan toestellen waarbij kwaliteitsverklaringen gebruikt zijn om een beter rendement te claimen; • als een toestel van ander fabricaat geplaatst wordt dan in de EPC-berekening(en) is aangegeven, dan dient de kwaliteitsverklaring van het betreffende toestel ter goedkeuring ingediend te worden bij het bevoegd gezag. 20. Milieu, nieuwbouw (Bouwbesluit 2012, afdeling 5.2) Op grond van artikel 5.8, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een te bouwen bouwwerk zodanig dat de belasting van het milieu door de in het bouwwerk toe te passen materialen wordt beperkt. Op grond van artikel 5.9, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een gebruiksfunctie een milieuprestatie van ten hoogste 0,8 bepaald volgens de Bepalingsmethode Milieuprestatie Gebouwen en GWW-werken. De eengezinswoningen en het appartementengebouw dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. Nog nader ter goedkeuring te overleggen - MPG-berekening 21.

Verlichting, nieuwbouw en bestaande bouw (Bouwbesluit 2012, afdeling 6.1) Op grond van artikel 6.1, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een bouwwerk een zodanige verlichtingsinstallatie dat het bouwwerk veilig kan worden gebruikt en verlaten. Op grond van artikel 6.2, vierde lid, Bouwbesluit 2012 heeft een besloten ruimte waardoor een beschermde vluchtroute of beschermde route voert een verlichtingsinstallatie die een op een vloer, een tredevlak of een hellingbaan gemeten verlichtingssterkte kan geven van ten minste 1 lux. Op grond van artikel 6.4, eerste lid, Bouwbesluit 2012 is een verlichtingsinstallatie als bedoeld in de artikelen 6.2 en 6.3 aangesloten op een voorziening voor elektriciteit als bedoeld in artikel 6.8. De aan te brengen verlichtingsinstallaties in de parkeergarage, winkelruimte en het appartementengebouw dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. door het aanbrengen van (extra) voorzieningen zoals beschreven in paragraaf 8.1 van rapport 2820.06_Rapportage Brandveiligheid - Nieuwbouw woningen Huygenskwartier te Voorburg, d.d. april 2022, van moBius consult.

Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - 621-UPI.03_Uitgangspunten installaties omgevingsvergunning, 15-04-2022 - 621-E-1_Elektrotechnische Installaties - Parkeergarage, d.d. 15-04-2022 - 621-E00_Elektrotechnische Installaties - Begane grond, d.d. 15-04-2022 - 621-E01_Elektrotechnische Installaties - 1e verdieping, d.d. 15-04-2022 - 621-E02_Elektrotechnische Installaties - 2e verdieping, d.d. 15-04-2022 22. Voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie, nieuwbouw en bestaande bouw (Bouwbesluit 2012, afdeling 6.2) Op grond van artikel 6.7, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een bouwwerk met een voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie een veilige voorziening voor het afnemen en gebruiken van energie. Op grond van artikel 6.8, eerste lid, Bouwbesluit 2012 voldoet een voorziening voor elektriciteit aan: a. NEN 1010 bij lage spanning, en b. NEN-EN-IEC 61936-1 en NEN-EN 50522, bij hoge spanning. De aan te brengen energievoorzieningen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. 23. Watervoorziening, nieuwbouw en bestaande bouw (Bouwbesluit 2012, afdeling 6.3) Op grond van artikel 6.11, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een bouwwerk met een voorziening voor drinkwater of warmwater een voorziening voor drinkwater of warmwater die de gezondheid niet nadelig beïnvloedt.

Op grond van artikel 6.12, eerste lid, Bouwbesluit 2012 voldoet en voorziening voor drinkwater aan NEN 1006. De aan te brengen drinkwatervoorzieningen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. 24. Afvoer van huishoudelijk afvalwater en hemelwater, nieuwbouw en bestaande bouw (Bouwbesluit 2012, afdeling 6.4) Op grond van artikel 6.15, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een bouwwerk een zodanige voorziening voor de afvoer van huishoudelijk afvalwater of hemelwater dat het water zonder nadelige gevolgen voor de gezondheid kan worden afgevoerd. Op grond van artikel 6.16, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een gebruiksfunctie met een toilet- of badruimte of met een andere opstelplaats voor een lozingstoestel voor die opstelplaats een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater. Op grond van artikel 6.16, tweede lid, Bouwbesluit 2012 heeft een afvoervoorziening voor huishoudelijk afvalwater als bedoeld in het eerste lid heeft:

a. bij een te bouwen bouwwerk: een capaciteit, een lucht- en waterdichtheid en een uitmonding en capaciteit van de ontspanningsleiding die voldoen aan NEN 3215; b. bij een bestaand bouwwerk: een zodanige capaciteit dat elk daarop aangesloten lozingstoestel binnen 5 minuten kan worden geleegd en een lucht- en waterdichtheid die voldoen aan NEN 3215. Op grond van artikel 6.17, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een dak van een te bouwen bouwwerk een voorziening voor de opvang en afvoer van hemelwater met een volgens NEN 3215 bepaalde capaciteit van ten minste de volgens die norm bepaalde belasting van die voorziening. De aan te brengen afvoervoorzieningen dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen. Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - 621-UPI.03_Uitgangspunten installaties omgevingsvergunning, 15-04-2022 - 621-S50_Sanitaire Installaties - Hemelwaterafvoer, d.d. 15-04-2022 25.

Tijdig vaststellen van brand, nieuwbouw en bestaande bouw (Bouwbesluit 2012, afdeling 6.5) Op grond van artikel 6.19, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een bouwwerk zodanige voorzieningen dat brand tijdig kan worden ontdekt zodat veilig kan worden gevlucht Op grond van artikel 6.20, eerste lid, Bouwbesluit 2012 heeft een gebruiksfunctie een brandmeldinstallatie als bedoeld in NEN 2535 met een omvang van de bewaking en een doormelding zoals aangegeven in bijlage I bij dit besluit, indien: a. de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie of de totale gebruiksoppervlakte aan gebruiksfuncties van dezelfde soort in het gebouw voor zover die gebruiksfuncties op eenzelfde vluchtroute zijn aangewezen groter is dan de in deze bijlage aangegeven grenswaarde; b. de hoogste vloer van een verblijfsruimte van de gebruiksfunctie gemeten boven het meetniveau hoger is gelegen dan op de in deze bijlage aangegeven grenswaarde, of c. deze bijlage dit aanwijst zonder dat sprake is van een grenswaarde als hierboven bedoeld. De parkeergarage en winkelruimte dienen aan bovengenoemde eisen te voldoen, e.e.a. door het aanbrengen van (extra) voorzieningen zoals beschreven in paragraaf 8.4 van rapport 2820.06_Rapportage Brandveiligheid - Nieuwbouw woningen Huygenskwartier te Voorburg, d.d. april 2022, van moBius consult.

Programma van Eisen BMI - Het Programma van Eisen van de brandmeldinstallatie (BMI) dient nog ter goedkeuring te worden aangeboden. Uitwerking voorzieningen De nadere uitwerking hiervan uit te voeren conform rapport / installatietekeningen: - 621-UPI.03_Uitgangspunten installaties omgevingsvergunning, 15-04-2022 - 621-E50_Elektrotechnische Installaties - Brandmeldinstallatie, d.d. 15-04-2022 - 621-S54_Sanitaire Installaties - Sprinkler- en Brandbestrijdingsinstallaties, d.d. 15-04-2022 Aandachtspunten – Elektrische laadvoorzieningen in parkeergarages • Het voldoen aan de brandveiligheid is in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de gebouweigenaar. Wij willen u nogmaals wijzen op de risico’s van het plaatsen van laadpalen in de parkeergarage om elektrische voertuigen op te laden. Zoals bij u bekend hebben wij in het traject van beoordeling van uw aanvraag onze zorgen uitgesproken m.b.t. de ontruiming bij een ontwikkelde brand in de parkeergarage. Hierbij dient mogelijk ook uitgegaan te worden van een uitbrandscenario met mogelijk grote economische en maatschappelijke schade. • Gelet op voornoemde wordt specifieke aandacht gevraagd voor het rapport IFV, versie 1.2_Brandveiligheid van parkeergarages met elektrisch aangedreven voertuigen, d.d. 15-07-2021.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Leidschendam&id=f7d7fb99-41f1-4fad-8705-60d8a924e661